Skip to main content

9789089898456

Page 1

Floriografie De mythen, de magie & de taal van bloemen

Sally Coulthard Illustraties Clover Robin

Floriography_BW05.indd 3

15-10-20 10:32


Inhoud Inleiding 6 Boterbloem 8 Sleutelbloem 10 Madeliefje 12 Narcis 14 Zonnebloem 18 Wijnruit 20 Paardenbloem 22 Acacia 24

Floriography_BW05.indd 4

Viooltje 26 Chrysant 28 Goudsbloem 32 Klimkers 34 Kamperfoelie 38 Bloemen om te zeggen: ik hou van je 42 Klaproos 44 Hortensia 48 Roos 50 Echinacea 52 Oleander 54 Pioenroos 56 Klaver 59 Anemoon 62 Lotus 64 Anjer 68 Orchidee 70 Vingerhoedskruid 72

15-10-20 10:32


Bloemen om te zeggen: veel geluk 76 Heide 78 Sering 80 Nieskruid 82 Bijvoet 86 Distel 88 Passiebloem 90 Iris 94 Bosviooltje 96 Tulp 98 Maagdenpalm 100 Salie 102 Blauweregen 104 Rozemarijn 106

Vergeet-me-nietje 122 Edelweiss 124 Vrouwenmantel 126 Kamille 128 Lelietje-van-dalen 131 Duizendblad 134 Bloemen om te zeggen: word snel beter 136 Lelie 138 Jasmijn 142 Dankwoord 144

Bloemen om te zeggen: het spijt me 108 Wilde hyacint 110 Korenbloem 114 Lavendel 116 Komkommerkruid 120

Floriography_BW05.indd 5

15-10-20 10:32


Boterbloem De boterbloem in al haar kinderlijke pracht toont, meer dan andere, haar felle kracht! ROBERT BROWNING: HOME THOUGHTS, FROM ABROAD (1845)

Floriography_BW05.indd 8

15-10-20 10:32


De naam ‘boterbloem’ komt waarschijnlijk van het idee dat deze gouden bloem, veel gegeten door koeien, melk zijn crèmige kleur geeft. Duitsers noemen deze bloemen Butterblumen en de Engelsen buttercups. In Ierland waren boterbloemen belangrijk bij het vieren van de lente, waarbij de gele bloemen in en rond het huis werden verspreid. Men dacht daarmee te voorkomen dat heksen en slechte feeën hun melk of boter zouden stelen. Kinderen spelen nog steeds het eeuwenoude spel waarbij ze een boterbloem onder de kin van hun vriendje houden om te zien of zij van boter houden. De Latijnse naam voor boterbloem, Ranunculus, betekent ‘kleine kikker’ – waarschijnlijk vanwege haar voorkeur in de buurt van water te groeien, maar de namen voor de boterbloem kunnen regionaal erg variëren. Shakespeare noemde ze ‘kierewiet-bloemen’ en in Engelse straattaal werden ze ‘gekkies’ genoemd. Beide refereren naar een oud volksgeloof dat boterbloemen krankzinnigheid konden veroorzaken. The English Dialect Dictionary uit 1898 schrijft: ‘Het lijkt erop dat deze plant door mensen van het platteland wordt beschouwd als een waanzinskruid, omdat de geur van deze bloemen gekte kan laten ontstaan.’ Boterbloemen zijn giftig voor mensen en dieren als ze gegeten worden. In contact met de huid kunnen ze blaren veroorzaken – een eigenschap die artsen in vroeger tijden gebruikten om ‘ziekten uit het lichaam te trekken’. Nicholas Culpeper schreef in de 17de eeuw enthousiast: ‘Dit vurige en pittige kruid moet niet inwendig gebruikt worden, maar de zalf van de bloembladen die voor blaren zorgen is een krachtig medicijn voor vele aandoeningen.’ Een editie van de medische krant The Lancet uit 1837 beweert zelfs dat de boterbloem zo goed is in het laten ontstaan van huidschade dat het door bedelaars wordt gebruikt om meer medeleven op te wekken. Sommige boterbloemsoorten zijn giftiger dan andere. Jagers gebruikten de Ranunculus thora om hun pijlen te vergiftigen. De op Sardinië groeiende Ranunculus sardous heeft tot het begrip ‘sardonische grijns’ geleid: historische bronnen suggereren dat in oude tijden Sardiniërs criminelen en ouderen die niet meer voor zichzelf konden zorgen, doodden door ze van een hoge rots af te werpen, waarbij de slachtoffers van tevoren werden ‘geholpen’ door ze een giftige boterbloemdrank te laten drinken die hun gezichtsspieren deed samentrekken, wat een geforceerde glimlach tot gevolg had. 9

Floriography_BW05.indd 9

15-10-20 10:32


Narcis Narcissen, zij komen voor de zwaluw durft, en weerstaan de winden van maart in schoonheid. WILLIAM SHAKESPEARE: THE WINTER’S TALE (1623)

Toen William Shakespeare zijn beschrijving van de narcis neerpende, bedoelde hij dat de ‘winden van maart’ gecharmeerd waren van de pure lieflijkheid van deze vroege lentebloem. En oogverblindend zijn deze voorbodes van het voorjaar, die opduiken als we nog in de greep zijn van de ijzige wind en het koude weer. Het woord ‘narcissneeuw’ wordt nog steeds gebruikt om een vroege lente-explosie te beschrijven. In de Victoriaanse floriografie vertegenwoordigden narcissen ridderlijkheid en respect, mogelijk omdat ze als eerste bloem van de lente verschenen. De narcis heeft dichters eeuwenlang betoverd. Het bekendst is Wordsworth’ I Wandered Lonely as a Cloud (1807): Ik dwaalde eenzaam als een wolk die hoog boven valleien en heuvels drijft, toen ik ineens een menigte zag: een heleboel gouden narcissen. Desondanks zijn veel van de verzen en verhalen die gewijd zijn aan deze vrolijke, veerkrachtige bloem, getint met verdriet. In de 17de eeuw schreef de dichter John Milton: ‘De narcissen vullen hun bekers met tranen,’ en zijn tijdgenoot Robert Herrick schreef: ‘Wij hebben net zo’n korte tijd als jij, een even korte lente,’ en een eeuw later noteerde Percy Bysshe Shelley somber: ‘Ze sterven aan hun eigen lieflijkheid.’ De narcis heeft duidelijk een dubbele betekenis, maar waarom precies weten we niet. Een theorie is dat in vroegere folklores alle bloemen die hun kopjes laten hangen symbool staan voor tranen of de dood. Herrick schreef: ‘Als ik een narcis zie, met haar hoofd gebogen; dan zie ik wat ik zal zijn: eerst zal ik mijn hoofd gaan buigen; daarna zal ik sterven gaan.’

14

Floriography_BW05.indd 14

15-10-20 10:32


Floriography_BW05.indd 15

15-10-20 10:32


Floriography_BW05.indd 16

15-10-20 10:32


Er zijn ook enkele passages in de klassieke mythologie waar narcissen een grote rol spelen in de dood of ondergang van een personage. In de Griekse legende was Narcissus de onmogelijk knappe man die verliefd werd op zijn eigen spiegelbeeld, waar hij naar staarde tot hij stierf. Narcissen bloeiden op de plek waar hij gestorven was. In een ander verhaal is de mooie dochter van Zeus, Persephone, zo gefascineerd door een narcis die ze ziet groeien in een weide, dat ze niet merkt dat Hades uit de onderwereld galoppeert om haar op zijn strijdwagen te ontvoeren. Maar de narcis wordt niet alleen maar in negatief daglicht gesteld. In een laat 14de-eeuws manuscript beschrijft de auteur een ongewone manier om met behulp van narcissen epilepsie te behandelen (‘het vallende kwaad’). Door de narcis met wortel en al in een schone doek bij je te houden, zou je de duivel en daarmee de epilepsie verdrijven. Dit kruid in een schone doek, met wortel en al, is de remedie tegen het vallende kwaad. Een narcis in schone doek gehouden aldus zal de duivel uit het huis verdrijven. De Romeinse schrijver en amateur-wetenschapper Plinius de Oudere had een soortgelijk idee. Hij schreef dat narcissen voor de poort van een landhuis de kwade invloeden van tovenarij weg zouden houden. Het is interessant dat historische begrippen als boze geesten en ziekte onlosmakelijk met elkaar verbonden waren – gezondheidsproblemen, koorts en epilepsie waren allemaal kwalen waarvan gedacht werd dat ze veroorzaakt werden door bovennatuurlijke krachten. Een middeleeuws document suggereert een remedie tegen krankzinnigheid die inhoudt dat de rechterhand van de patiënt achter zijn rug wordt gebonden. Hierin wordt vervolgens een narcis gelegd. Een andere tekst legt uit dat het dragen van een narcis een persoon kan bevrijden van waanzin, duivels uit het huis kan houden en nachtmerries voorkomt.

17

Floriography_BW05.indd 17

15-10-20 10:32


Goudsbloem Haar ogen, als goudsbloemen, waren gesloten. En in de duisternis lagen zij lieftallig, tot ze zouden opengaan om de dag te sieren. WILLIAM SHAKESPEARE: THE RAPE OF LUCRECE (1594)

Floriography_BW05.indd 32

15-10-20 10:32


In de middeleeuwse geneeskunde waren de bovennatuurlijke wereld en de echte wereld nauw met elkaar verweven. Bepaalde planten zouden magische krachten hebben. In oude verhalen komen niet-bestaande bloemen voor die bovenmenselijke krachten konden geven, zoals het vermogen om te vliegen of iemand terug te halen uit de dood; andere waren echte planten die gebruikt werden bij genezingsrituelen. De goudsbloem was een van deze. Ook zij zou bovenmenselijke krachten kunnen verwezenlijken. Om een alledaagse plant aan te zetten tot toveren moesten bepaalde handelingen worden verricht. Deze bestonden vaak uit rituelen zoals het plukken van een plant op een specifiek moment, waarbij de handeling een bepaald aantal keren moest worden uitgevoerd (drie keer, bijvoorbeeld), of het zeggen van een bepaalde spreuk terwijl je de bloem plukte en bereidde. Over de goudsbloem staat in middeleeuwse teksten dat wie na het ontwaken als eerste bloem een goudsbloem ziet, de hele dag zal worden beschermd tegen koorts. Als je de plant wilde plukken om er een geneesmiddel van te maken, was het belangrijk om dat in augustus te doen. De plukker moest dan de hele dag vasten. Moreel gezien moet de verzamelaar ook zuiver ‘in toegewijde zinne’ zijn. Zodra de goudsbloem was geplukt, moest zij in laurier en monnikskap worden gewikkeld. Dit bloemenamulet zou de drager beschermen tegen alle kwaad, inclusief kwaadaardige roddels. Het zou ook werken als een waarheidszegger: was je beroofd, dan kon je het goudsbloemamulet omhangen en zou je dromen wie de dief was geweest. De krachten van de goudsbloem gingen nog verder: ook werd gedacht dat het de ‘rode loop’ (dysenterie) zou genezen. De Engelse naam voor de goudsbloem, marigold, betekent waarschijnlijk wat het impliceert: ‘Mary’s Gold’. De oude Keltische naam is Lus Mairi (het kruid van Maria). Een vergelijkbare naam komt voor het eerst voor in een recept tegen de pest uit 1373. Hier wordt de bloem seint mary gouldes genoemd. Goudsbloemen werden achtergelaten op altaars als offers ter ere van Maria; van het ‘goud’ van de bloem werd gedacht dat het zowel echte munten vertegenwoordigde als de hemelse stralen van de zon. Shakespeare noemde goudsbloemen mary-buds. Goudsbloemen waren ook begrafenisbloemen in de middeleeuwen; omdat de bloem haar bloemblaadjes sluit bij het vallen van de nacht en weer opent bij het eerste licht, vertegenwoordigde zij daarmee de korte slaap van de dood vóór de wederopstanding. 33

Floriography_BW05.indd 33

15-10-20 10:32


Klimkers Men zegt dat op zomeravonden de goudkleurige bloem flikkert met flitsend licht: zo zal ook mijn liefdesoog flitsen als de grote extase van mijn ganse hart gezwind door de omgeving schiet! SAMUEL TAYLOR COLERIDGE: ‘LINES WRITTEN AT SHURTON BARS’ (1795)

Soms is de naam van een plant echt passend bij de geest van de plant. Klimkers is in het Engels Nasturtium, wat zich vertaalt als nose-twister (neuswervelwind) een naam die wordt gegeven ter ere van zijn pikantheid. Als je ooit hebt geprobeerd te knabbelen aan de bloem of het blad van een klimkers, dan ken je die neusrimpelende, heerlijke, gepeperde smaak maar al te goed. De klimkers is een plant die inheems is in Amerika en men veronderstelt dat hij in de 16de eeuw naar Spanje werd gebracht door Nicolás Monardes, een Spaanse botanicus. De op tuinkers lijkende smaak bleek enorm populair bij tuiniers en kruidenspecialisten in die tijd; binnen een paar jaar na aankomst op de Europese kusten lukte het John Gerard om wat zaden van wat hij Indian Cress noemde in handen te krijgen. Hij was gevallen voor haar ‘zeldzame en eerlijke’ gele, rode en oranje bloemen. De wetenschappelijke naam voor klimkers is ook ongewoon poëtisch. Carl Linnaeus noemde haar Tropaeolum, naar het Latijnse trop(h)aeum, wat ‘trofee’ of ‘prijs’ betekent. Men denkt dat de ronde bladeren van de plant Linnaeus deden denken aan Romeinse krijgsschilden, en de heldere bloemen deden denken aan bloedige helmen na een gevecht. Dan zou de winnende partij het pantser van de overwonnenen ophangen om de vijand hun oorlogsbuit te tonen als een verklaring van trouw en een offergave en dank aan de goden. In de Victoriaanse bloementaal had klimkers de betekenis van ‘patriottisme’ (gele klimkers) of ‘trofee van de oorlog’ (donkerrode klimkers).

34

Floriography_BW05.indd 34

15-10-20 10:32


Klimkersen gaven de tuiniers en de plattelandsbevolking ook een intrigerend mysterie mee. Naarmate de populariteit van de bloem in de 17de en 18de eeuw toenam, begonnen de mensen op te merken dat klimkersen kleine lichtflitsen leken uit te zenden als het schemerde. Linnaeus’ dochter Elizabeth merkte dit vreemde fenomeen op en schreef er een artikel over, dat werd gepubliceerd door de Koninklijke Zweedse Akademie van Wetenschappen in 1762. Haar waarnemingen werden bekend als het ‘Elizabeth Linnaeus Fenomeen’. Niemand kon echter verklaren waarom klimkersen flitsen in de vroege uurtjes van de avond. Terwijl de volksverklaringen zich concentreerden op magische krachten en het bovennatuurlijke, dachten de wetenschappers in die tijd dat de flitsen op een of andere manier werden veroorzaakt door elektriciteit of fosforescentie (vergelijkbaar met wat gloeiwormen doen). William Wordsworth en Samuel Taylor Coleridge schreven er zelfs gedichten over. Het mysterie werd pas in 1914 opgelost, toen een Duitse professor opmerkte dat het fenomeen in feite optisch was, een gevolg van de manier waarop onze ogen de kleuren van klimkersen waarnemen bij weinig licht.

Floriography_BW05.indd 35

15-10-20 10:32


Floriography_BW05.indd 36

15-10-20 10:32


Floriography_BW05.indd 37

15-10-20 10:32


Kamperfoelie Slaap, en ik zal je in mijn armen wikkelen. Feeën, verdwijn, en blijf altoos weg. Zo omarmt de zoete kamperfoelie zachtzinnig de wingerd; zo verstrengelt de vrouwelijke klimop de bastige vingers van de olm. O, wat hou ik van je! Wat ben ik dol op je! WILLIAM SHAKESPEARE: A MIDSUMMER NIGHT’S DREAM (1595)

Floriography_BW05.indd 38

15-10-20 10:32


Floriography_BW05.indd 39

15-10-20 10:32


Middeleeuwse schrijvers waren geïntrigeerd door de gewoontes van kamperfoelie en gebruikten haar fysieke kenmerken om toespelingen te maken op menselijke gevoelens. Naarmate zij groeit, draaien en verstrengelen haar ranken rond andere planten. Haar groei is zo krachtig dat zij soms verstikt waar zij zich aan vastklampt. Overdag lijkt ze nog bescheiden, maar als het avond wordt, komt de bloem tot leven, opent ze haar bloemblaadjes en laat ze haar bedwelmende, intense geur los. Het is geen wonder dat het een plant is geworden die geassocieerd wordt met intense seksualiteit en erotische dromen. De Elizabethanen hielden van kamperfoelie en gebruikten het in hun tuinen om hoekjes en prieeltjes te creëren, perfect voor geheime afspraakjes en gestolen kusjes. Evident is de zinspeling op seks en verlangen wanneer, in Much Ado About Nothing (1598), Shakespeare Beatrice stiekem een prieeltje in laat gaan, ‘waar kamperfoelieplanten, door de zon gerijpt, de zon verbieden binnen te komen’. Kamperfoelie kan ook symbool staan voor diepe, toegewijde liefde: in Rubens’ vroeg 17de-eeuwse zelfportret De kunstenaar en zijn vrouw in een prieel van kamperfoelie, zitten hij en zijn pasgetrouwde vrouw in de schaduw van een kamperfoelieplant, teder elkaars handen vasthoudend. De betekenis – van bloeiende romantiek en gehuwde liefde – moet duidelijk zijn geweest voor de toeschouwer. Het idee van de kamperfoelie als symbool voor deze afhankelijke liefde was zelfs in de Elizabethaanse tijd niet nieuw. Al in de 12de eeuw putte de dichteres Marie de France uit die metafoor voor haar liefdesverhaal. In Chevrefoil (wat Frans is voor kamperfoelie) zijn twee geliefden wanhopig om niet van elkaar gescheiden te worden: ...want zij Waren als de kamperfoelieplant, Die zich rond een hazelaar zal binden, De stam omklemmen als een vuist En klimmen tot haar ranken draaien Rondom de top en vastgeklampt. Samen zullen boom en klimplant blijven staan. Maar dan, als iemand moet wrikken De klimplant weghaalt, dan zullen ze beiden sterven. Mijn liefste, we zijn net als die klimplant en de boom; Ik zal sterven zonder jou, jij zonder mij. 40

Floriography_BW05.indd 40

15-10-20 10:32


Enid Porter, die 800 jaar later over bijgeloof schreef, merkte op dat in Cambridgeshire de bloem nog steeds een krachtige associatie heeft met lust; de lokale bevolking vertelde dat de kamperfoeliebloemen niet mochten worden binnengebracht in huizen waar jonge meisjes woonden, omdat deze anders erotische dromen zouden krijgen. Of dat als een kamperfoelieplant over de drempel sloop, een bruiloft snel zou volgen.

Floriography_BW05.indd 41

15-10-20 10:32


Wilde hyacint De wilde hyacint is de zoetste bloem die golft in de zomerlucht; Haar bloemen hebben de machtigste kracht om mijn geest te troosten. EMILY BRONTË: ‘THE BLUEBELL’ (1846)

Misschien heeft geen enkele andere bloem sterkere associaties met feeën dan de wilde hyacint. Het is een plant die gedijt in een donker, middeleeuws bos. Er werd ooit gedacht dat het ‘feeënbellen’ waren, die mensen naar plekken in het bos lokten waar ze in slaap zouden vallen, bedwelmd door de geur van de planten of, erger nog, zouden verdwijnen. In het verhaal van Beatrix Potter The Fairy Caravan (1929) verdwijnt Paddy Pig op mysterieuze wijze in Pringle Wood, een wild, ongetemd landschap vol onzichtbare krachten. Paddy is nergens te vinden, maar voor de lezer is duidelijk dat er magische wezens in het spel zijn: ‘Hinny Ho! Waar verberg je je, Paddy Pig?’ Niemand antwoordde. Alleen leek er een lichte tinteling van lachen te komen van de wilde hyacinten in het bos. Het idee dat wilde hyacinten nietsvermoedende reizigers zouden kunnen verleiden om af te dwalen van de gebaande paden, bestond in heel Europa. In een bekend verhaal van de gebroeders Grimm, De berggeest (1846), worden een kleermaker en een goudsmid door de geluiden van de bellen van wilde hyacinten verleid en verdwijnen. In de Schotse overlevering werden kinderen die alleen rondzwierven tussen de wilde hyacinten meegenomen door feeën, om nooit meer terug te keren. Een plant met zo’n magische potentie was ook een nuttig hulpmiddel voor de bijgelovigen. Men dacht dat als je een krans van wilde hyacinten droeg, je gedwongen zou worden om de waarheid te zeggen, maar als je de bloem binnenstebuiten zou kunnen keren zonder kapot te maken, zou je de constante

110

Floriography_BW05.indd 110

15-10-20 10:32


liefde van degene naar wie je verlangde ontvangen. Dromen over wilde hyacinten betekende dat je spoedig een gepassioneerde, langdurige liefde zou vinden. Een Amerikaans volksgezegde uit het begin van de 20ste eeuw beweert: ‘Als je een wilde hyacint plukt en daarbij de volgende woorden herhaalt: ‘‘Wilde hyacint, wilde hyacint, breng me wat geluk voor morgenavond’’ en je de plant vervolgens in je schoen stopt, zul je veel geluk hebben.’ Een van de de eerste verwijzingen naar de kracht van de wilde hyacint komt van Isidorus van Sevilla (ca. 560-636) die opmerkte dat ‘als wilde hyacinten boven de ingang van een huis worden gehangen, alle kwade dingen uit het huis zullen vluchten,’ terwijl het in het zuiden van Engeland werd beschouwd als het aanroepen van ongeluk als je wilde hyacinten binnenshuis zou brengen, zelfs nog in de jaren dertig van de vorige eeuw. De hyacint wordt ook gewaardeerd om zijn geneeskrachtige en praktische toepassingen. Ondanks zijn grote toxiciteit, werd wildehyacintensap op grote schaal gebruikt als een middel tegen koorts en zelfs als geneesmiddel voor slangen- en spinnenbeten. Wildehyacintenbollen zitten vol met slijmstoffen: een dikke substantie die in het verleden als lijm werd gebruikt en als middel om stof te verstijven. John Gerard schrijft in Herball (1597): ‘De wortel van de wilde hyacint zit vol met een slijmerig sap... om veren op pijlen te zetten... of om boeken te plakken...’ Twee eeuwen later, in 1803, maakt ene Mr Thomas Willis uit Lime Street in Londen nog steeds wildehyacintenlijm als goedkope vervanger van Arabische gom.

111

Floriography_BW05.indd 111

15-10-20 10:32


Floriography_BW05.indd 112

15-10-20 10:32


Floriography_BW05.indd 113

15-10-20 10:32


Korenbloem In de glorieuze velden van Vlaanderen Waar de trieste zoete klaprozen wuiven Behouden korenbloemen hun waakzaamheid over menig eenzaam graf AUSTIN J. SMALL: ‘THAT LITTLE WOODEN CROSS’ (1918)

Toen de tienerkoning Toetanchamon te ruste werd gelegd, werd hij vergezeld door alle glinsterende schatten die hij nodig zou kunnen hebben in het hiernamaals. Maar misschien was een van de meest ontroerende eerbetuigingen aan de machtige heerser van Egypte een eenvoudige krans gemaakt van korenbloemen, die zachtjes op het hoofd van de farao was geplaatst; een drieduizend jaar oud liefdesgebaar, dat naar alle waarschijnlijkheid werd gemaakt door zijn verdrietige weduwe en halfzus, Anchesenamon. De korenbloem was een zeer belangrijke bloem voor de oude Egyptenaren. Als een eenjarige, zelfzaaiende plant bloeide zij op de omgeploegde velden en wist zich jaar na jaar tussen de graangewassen te vestigen. De Egyptenaren zagen deze heldere, juweelachtige bloem die tussen het graan bloeide als een symbool van de natuurlijke cyclus van dood en wederopstanding. Het werd een bloem die geschikt was voor begrafenissen, omdat de plant de jaarlijkse groei en de vruchtbaarheid van het leven na de dood vertegenwoordigde. De krans van Anchesenamon was dus geen afscheidscadeau, maar een symbool van en een hulp voor de wederopstanding van Toetanchamon in het hiernamaals. In de Griekse mythologie was de korenbloem ook een symbool van genezing en wedergeboorte. De botanische naam Centaurea cyanus verwijst naar twee oude mythen. In de ene gebruikt de centaur Chiron korenbloemen om zichzelf te genezen van een giftige wond. In een andere houdt een jongeman, Cyanus genaamd, zoveel van korenbloemen dat wanneer hij, door de godin Chloris gedood, in een veld vol korenbloemen ligt, zijn lichaam in een korenbloem verandert. Hieraan zou de plant haar naam te danken hebben. Ceres, de Romeinse godin van de oogst en vruchtbaarheid, wordt vaak afgebeeld met korenbloemen in het haar. 114

Floriography_BW05.indd 114

15-10-20 10:32


Tweeduizend jaar later is de korenbloem nog steeds een symbool van wederopstanding en genezing. Net als de klaproos de Britse herdenkingsbloem werd omdat zij bloeide op de verwoeste grond van de slagvelden, werd de korenbloem een herdenkingsbloem voor de veteranen en slachtoffers van de oorlog in Frankrijk. De korenbloem is ook de nationale bloem van Estland, waar zij rukkilill wordt genoemd of ‘roggebloem’. Rogge is het belangrijkste graan in het Estse brood, dus de rukkilill is niet alleen een symbool van groei en vitaliteit, maar ook van rijkdom en levensonderhoud. De korenbloem werd ook traditioneel geassocieerd met Duitsland en Pruisen: koningin Louise zou haar kinderen hebben verstopt in een veld vol korenbloemen toen ze het leger van Napoleon ontvluchtte. Haar zoon, koning Wilhelm, bleef de korenbloem vereren. De bloem werd ook geassocieerd met het Duitse patriottisme tot ver in de 20ste eeuw, toen het helaas ook door extreemrechts als geheim symbool werd aangenomen. In het Engels bestaan verschillende volksnamen voor de korenbloem, zoals bluebottle (blauwfles), blue-blow (blauwblaas) en hurt-sickle (schaad-sikkel). Deze laatste naam is waarschijnlijk vanwege het feit dat de plant de sikkels van maaimachines zou beschadigen.

Floriography_BW05.indd 115

15-10-20 10:32


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789089898456 by Uitgeverij Lannoo - Issuu