Skip to main content

9789059963061

Page 1


Chen Jiatong

De verborgen poort

Vertaald door Aleid van Eekelen-Benders

www.lannoo.com www.de-leukste-kinderboeken.com

Registreer u op onze website en wij sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen.

© Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2026

ISBN 978 90 599 6306 1

D/2026/45/196

NUR 283, 282

Oorspronkelijk uitgegeven in het Chinees met de titel: Vertaald vanuit het Duits met de titel: White Fox – Die Pforte des Schiksals

Met toestemming van de oorspronkelijke uitgever: People’s literature

Publishing House in 2019, nu uitgegeven door CITIC

Chinese tekst © Chen Jiatong 2019

Duitse vertaling © Leonie Weidel 2023, Loewe Verlag GmbH

Coverillustratie: Marie Beschorner

Coverontwerp: Johanna Mühlbauer

© 2023, Loewe Verlag GmbH

Nederlandse vertaling: Aleid van Eekelen-Benders

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Tekst- en datamining van (delen van) deze uitgave zijn uitdrukkelijk niet toegestaan.

All rights are reserved, including those for text and data mining, AI training and similar technologies.

Wat er tot nu toe is gebeurd...

Vos was een jongen uit het kuststadje Karnel, dun, met warrig haar en grote, intelligente ogen. In de nacht van zijn dertiende verjaardag verscheen Ulvar aan hem, de beschermheilige van de poolvossen. Ulvar vertrouwde hem de maansteen toe, en met behulp van die steen kreeg Vos de herinnering aan zijn vroegere leven terug. Wat hij daarbij ontdekte was ongelooflijk: in zijn vroegere leven was hij een poolvos geweest, die Sami heette. Met de maansteen bij zich had Sami het hoge noorden verlaten om op zoek te gaan naar Ulvars schat en zo zijn grootste droom te laten uitkomen, zijn droom een mens te worden. De maansteen was in staat bij maanlicht de weg naar Ulvars schat te wijzen. Onderweg kreeg Sami vier vrienden, met wie hij aan het slot van een avontuurlijke en zware reis de

Halsband der Reïncarnatie vond. Door de magie van die armband veranderden de vijf vrienden ten slotte in mensen.

Na dat bezoek van Ulvar gebeurden er vreemde dingen. Het kompas van de maansteen draaide dol, in alle wereldzeeën vonden allerlei ongewone gebeurtenissen plaats en de zeedieren leefden in voortdurende chaos – er was iets groots aan de hand in de oceaan. Om dat alles tot op de bodem uit te zoeken ging Sami opnieuw met zijn vrienden op reis. Onderweg werden ze achtervolgd door geheimzinnige vismensen en kwamen ze erachter dat Luria, de Rode Koningin van het rijk der watergeesten, Aquastella, de Halsband der Reïncarnatie in handen had gekregen. Daarmee had ze na duizend jaar ook haar magische krachten teruggekregen en Ulvars

Gouden Paleis bezet. En nu was ze van plan van daaruit het hele poolgebied te veroveren.

Om dat te voorkomen besloot de poolvos en profeet Gulev met Sami en zijn vrienden samen op weg te gaan naar Aquastella. Daar wilde hij de goedhartige zus van de Rode Koningin, de Witte Koningin, ontmoeten. Zij bezat een plattegrond waarmee men de weg kon vinden in de eindeloze

doolhof in het Gouden Paleis. Maar op het laatste moment werden Gulev, Sami en zijn vrienden door de vuurvos Anna tegengehouden. Om Sami en zijn vrienden te beschermen stortte Gulev zich in een laatste, verbitterde strijd met Anna. Daarbij kwamen Gulev en Anna allebei om het leven, en de berg waarin Gulev woonde, stortte in.

De wegen kruisen zich

Er viel motregen uit de donkere hemel toen de vijf vrienden uit de ruimte-tijdtunnel kwamen. Ze waren in een wei beland en koude wind floot hun om de oren. Voor hen lag een dicht dennenbos. Sami was treurig en terneergeslagen. Was dat alles daarnet echt gebeurd? Had Gulev niet kort daarvoor nog beloofd hen over de zeebodem naar Aquastella te brengen? Was hij niet van plan geweest met hen samen naar het hoge noorden te reizen en Ulvars Gouden Paleis te zoeken, om Luria te overwinnen? Hoe was het mogelijk dat hij er opeens gewoon niet meer was? Gulev had hen altijd gesteund. Gulev, met zijn ondoorgrondelijke aard en zijn vele geheimen, zijn

talloze magische schatten... Sami voelde angst opkomen, hij was verward en vertwijfeld.

Zo lag hij stil in het gras en staarde uitdrukkingloos naar de bewolkte lucht. Snel verbeeldde hij zich dat hij Gulevs goedmoedige lach in de wolken boven hem kon zien en zijn vriendelijke stem kon horen. Hij was erg op de profeet gesteld. Als Sami niet wist hoe hij verder moest, was het Gulev geweest die hem de goede weg wees en hem hielp. En nu had hij zijn leven gegeven om hen te beschermen. Sami had een gevoel alsof er een groot stuk uit zijn hart was gescheurd. En intussen verwachtte Ankels opa nog steeds zijn oude vriend Gulev weer te ontmoeten en met hem op reis te gaan. Dat kon nu niet meer. Wat zou hij teleurgesteld zijn...

Sami deed zijn ogen dicht en er rolden hete tranen over zijn wangen. Ankel, Ei, Boontje en Tiro zaten met een ernstig gezicht naast hem. Samen met hen was hij dertien jaar geleden in een mens veranderd. Ze waren allemaal op dezelfde dag en in hetzelfde stadje opnieuw geboren, en waren nu dikke vrienden. Ook op deze reis hadden de anderen Sami geen moment in de steek gelaten.

Gulev had Sami een opdracht nagelaten en die zou

hij uitvoeren, dat nam hij zich heilig voor. Maar van nu af aan stonden ze er wel alleen voor.

Ze vochten zo goed mogelijk tegen de misselijkheid die de reis door de ruimte-tijdtunnel had veroorzaakt. Ei moest een paar keer overgeven. Daarna maakten ze aanstalten het dennenbos dat voor hen lag te gaan verkennen. De hoge bomen groeiden in keurige rijen.

Het leek haast alsof ze op wacht stonden en deze plek beschermden. Onder een bijzonder grote den vonden ze ten slotte een schuilplaats voor de regen. Ankel dook meteen in zijn geschroeide rugzak om zijn spullen te ordenen. Als je zag hoe geconcentreerd en voorzichtig hij erin rondtastte, had je kunnen denken dat hij er een waardevolle schat in verstopt had. Boontje bekommerde zich om Tiro, die tijdens hun vlucht een grote brandwond op zijn bovenbeen had opgelopen.

Sami liet Kimi uit de fles, zodat hij een luchtje kon scheppen. Kimi zag eruit als een blauwe vlam, niet groter dan een vuist. Hij was een vuurelf, die Sami van Gulev had gekregen. Kimi klauterde langs Sami’s arm naar zijn schouder, likte met zijn warme vuurtongetje aan Sami’s wang en knisperde opgewonden.

Sami voerde hem met de droge takjes die Ankel en

Boontje in de buurt hadden verzameld, en liet hem een kampvuur aansteken. Kimi bewoog zich opgewonden door het vuur en maakte een dansje tussen de vlammen. Er verspreidde zich een golfje warmte door de koude regen.

‘Zo te zien heeft de ruimte-tijdtunnel ons naar de verkeerde plek gestuurd’, mompelde Sami. Hij sloeg zijn armen om zichzelf heen. Zijn kleren waren vochtig en hij bibberde over zijn hele lijf. ‘Hier is in de verste verte geen zee te bekennen.’

‘Ja, er moet ergens iets mis zijn gegaan...’ peinsde Ankel hardop. Hij hield zijn handen boven het kampvuur.

Kimi sloeg hen vanuit het midden van het vuur gade en veranderde intussen voortdurend van gestalte. Soms werd hij groter en dan weer kleiner.

‘Door die heftige aardbeving in de grot heeft de tunnel ons vast naar de andere kant van de aardbol geschud’, klaagde Ei. Hij zag nog steeds groen van de misselijkheid.

‘Onzin!’ zei Ankel, en hij keek Ei streng aan.

‘Maar wat doen we nu verder?’ vroeg Boontje.

‘Eerst moeten we erachter komen waar we zijn en hoe we het snelst naar Watering komen’, zei Sami.

Het was zo koud dat hij zijn eigen adem kon zien. Kimi richtte zich op, groeide in de hoogte en stak zijn armen naar hem uit. Sami voelde een prettige warmte, die hem als een dikke deken omhulde en die ook zijn hart verwarmde.

De hele dag door bleef het zachtjes regenen. De vrienden zaten dicht tegen elkaar onder de boom en luisterden naar het geroffel van de druppels op de dennentakken. ’s Avonds werd het geleidelijk droger, en de nacht naderde. Ze liepen in de modder door het donkere, natte, koude bos. Vanonder de boomwortels staken oesterzwammen en cantharellen met hun onmiskenbare geur omhoog. IJskoud en hongerig hoopten de jongens op een plek waar ze hun buik vol konden eten en een nacht lang konden uitrusten.

‘Kijk daar eens!’ riep Ankel, en hij wees naar voren.

‘Daar zijn lichtjes!’

Toen ze zijn vinger volgden, zagen ze in de verte inderdaad licht tussen de dichte dennen door schijnen.

‘Daar wonen vast en zeker mensen!’ Ei begon te huppelen van opwinding.

‘Kom mee, dat moeten we zien!’

In een hoger tempo beenden ze verder in de richting waar het licht vandaan leek te komen. Aan de rand

van het bos ontdekten ze een paar alleenstaande huizen, die een verwaarloosde indruk maakten.

Maar door de vuile ramen drong wel een beetje licht en uit de schoorsteen steeg rook op. Ernaast stonden machines om hout mee te bewerken, en grote vrachtwagens. Op de modderige grond lagen overal houtspaanders, met daarin twee diepe bandensporen die in de richting van een stadje liepen.

Ze volgden de weg dat stadje in. Alles daar zag er troosteloos en bedrukt uit, vooral de kleine, grauwe huizen, die dicht op elkaar en toch op de een of andere manier wanordelijk aan beide kanten van de straten stonden. Het zwakke schijnsel van de lantaarns verlichtte de plaats niet, maar weerkaatste alleen op het

natte asfalt en verleende alles een onheilspellende gloed. De weinige mensen die met haastige passen onderweg waren, hadden ernstige gezichten en waren eenvoudig gekleed. Af en toe zoefden er grote auto’s langs, met chic geklede en tevreden ogende mensen achter het stuur. Vanonder de banden spatte het modderwater op de stoep. Een paar elektriciteitsmasten, zwaar beladen met dikke kabelmassa’s, waren volgeplakt met witte aanplakbiljetten waarop in vette letters iets geschreven stond.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook