Skip to main content

9789059407473

Page 1

Inhoud 1: Definities en onderwerpen Introductie Definities Onderwerpen

2: Gereedschap Introductie Camera Lenzen Belichting Accessoires Samenvatting

3: Instellingen Introductie Scherpte Belichting Kleur Samenvatting

1 2 2 12

21 22 22 29 39 45 55

57 58 58 73 79 84

4: Compositie

85

Introductie Eyecatcher Regel van 1/3 Beeldkader Brandpunt-standpunt Samenvatting

86 86 91 92 95 100

5: Weer, plaats en tijd Introductie Checklist Weersverwachting en zonnestand Openingstijden Routebeschrijving en lokale omstandigheden Samenvatting

103 104 104 105 108 109 110

vii


Focus op Fotografie: Macro- en natuurfotografie

6: Werken met RAW

112 112 114 128 128

7: Focus stacking

129

Introductie Principe scherptediepte Voorbereiding Voordelen Samenvoeging Samenvatting

130 130 130 131 132 134

8: Macro aan de muur Introductie Kleurtoon Zwart-wit en sepia Aanpassingen Filters Samenvatting

9: In het veld Introductie

Index

viii

111

Introductie RAW-converters Lightroom in de praktijk RAW of JPEG Samenvatting

137 138 138 139 140 141 142

147 149

165


Definities en onderwerpen

Essentiële vaardigheden: • • • •

Het verschil tussen een macro-opname en een close-up. De betekenis van afbeeldingsmaatstaf. Het verband tussen vergroting en pixeldichtheid. De onderwerpen die zich lenen voor macrofotografie.


Focus op Fotografie: Macro- en natuurfotografie

Introductie Zoals elk vakgebied heeft ook macrofotografie zijn eigen terminologie. Dit vakjargon is in veel gevallen onvermijdelijk, maar het werpt wel een drempel op om spontaan met het onderwerp aan de slag te gaan. Voor het juiste begrip van dit boek, staan we daarom eerst even stil bij zaken als macro, afbeeldingsmaatstaf en pixeldichtheid en bespreken we welke onderwerpen zich lenen voor het maken van macrofoto’s.

Definities Macro Als we de letterlijke vertaling van macro opzoeken, dan zien we dat het woord stamt uit het Grieks en dat het als voorvoegsel betrekking heeft op iets relatief groots, zoals bij macromolecuul of macro-economie. In de fotografie is een macrofoto echter een opname van iets kleins en als we dit type fotografie zouden relateren aan het voorwerp dat we fotograferen, dan zou ‘micro’ eigenlijk een betere aanduiding geweest zijn. Dat we toch macro gebruiken, ligt in het feit dat het aspect groot niet gekoppeld is aan het voorwerp, maar op het beeld dat we er uiteindelijk van maken. En dat is op zich wel terecht, want macrofotografie is niet zozeer onderscheidend omdat we kleine dingen fotograferen, maar omdat we die indrukwekkend groot laten zien. Of we het nu macro- of microfotografie noemen en welke term het meest van toepassing is, is verder niet van belang. Belangrijk om te weten is dat we van een klein voorwerp of een klein onderdeel van een groter voorwerp een kadervullende foto maken en dat we het resultaat daarvan in vergrote vorm presenteren op beeldscherm of op papier. Hierdoor worden details uitvergroot die we met het blote oog niet zien of worden elementen uit hun context getrokken, waardoor ze een zekere abstractie krijgen. In beide gevallen is de aandacht van de kijker gegrepen en daar gaat het de fotograaf om. Opmerking > De informatie en voorbeelden in dit hoofdstuk en ook in de rest van dit boek hebben betrekking op de karakteristieken van systeemcamera’s (compact of spiegelreflex), waarbij de mogelijkheid bestaat om de lens te verwisselen. Het is natuurlijk ook mogelijk om macro- en close-upfoto’s te maken met een ‘echte’ compactcamera (vaste lens), maar daarbij zijn de mogelijkheden beperkt. Dit wordt behandeld in hoofdstuk 2, Gereedschap.

Afbeeldingsmaatstaf Als we het over macrofotografie hebben, dan betekent dat dus dat we een klein voorwerp zodanig willen fotograferen, dat we het groot kunnen presenteren. Er is dus sprake van een vergrotingsfactor. Dit is helaas niet de standaardterm in de fotografie, want hierin wordt de term afbeeldingsmaatstaf gebezigd. De afbeeldingsmaatstaf is een begrip uit de analoge tijd en is een karakteristiek van de lens. Ze heeft betrekking op de verhouding tussen de werkelijke grootte van het voorwerp (V) en de grootte van het geprojecteerde beeld (B) op de sensor en is maximaal bij

2


Hoofdstuk 1: Definities en onderwerpen

Voorbeelden van macrofoto’s.

3


Focus op Fotografie: Macro- en natuurfotografie de kortste scherpstelafstand. Als we de afbeeldingsmaatstaf L noemen, kunnen we die vergrotingsfactor in een vergelijking uitdrukken: L=B/V De maximale afbeeldingsmaatstaf van een lens (objectief) wordt bereikt bij zijn kortste scherpstelafstand. Bij een zoomlens is dat meestal bij zijn grootste brandpunt, dus helemaal ingezoomd. Fotografeert u met een bepaalde (zoom)lens bij zijn kortste scherpstelafstand een voorwerp van 4 cm (V) en is het beeld daarvan op de sensor 1 cm groot (B), dan is de vergroting (L) dus 1/4, genoteerd als 1:4 of 0,25 en is daarmee de maximale Afbeeldingsmaatstaf van die lens. Deze waarde vindt u in veel gevallen terug in de specificaties van de lens.

Specificaties van een lens met onder andere de kortste scherpstelafstand en de afbeeldingsmaatstaf (vergrotingsfactor).

Brandpuntsafstand Min. scherpstelafst. Afbeeldingsmaatstaf (mm) (cm) Canon EF 50mm 1.4

50

45

0,15x (1:6,7)

Nikon AF 50mm 1.4G

50

45

0,15x (1:6,7)

Canon EF-S 18-200mm IS

18-200

45

0,25x (1:4)

Nikon AF-S 18-200mm VR 18-200

50

0,22x (1:4,5)

Canon EF 100mm 2.8L IS

100

30

1x (1:1)

Nikon EF 105mm 2.8 VR

105

31

1x (1:1)

Canon EF 500mm

500

370

0,15x (1:6,9)

Nikon EF 500mm

500

400

0,15x (1:6,9)

Opmerking > Op de frontring van een lens of in de specificaties wordt altijd het maximale diafragma vermeld. Dit gebeurt soms met dezelfde notatie als de maximale afbeeldingsmaatstaf, dus bijvoorbeeld 1:4. Bij het maximale diafragma wordt hiermee dus eigenlijk f/4 bedoeld. Let er dus bij de keuze en aanschaf van een nieuwe lens goed op dat u dit niet verwart met een vergrotingsfactor van 0,25.

4


Hoofdstuk 1: Definities en onderwerpen Opmerking > Elke lens heeft een kortste scherpstelafstand. Dit is de kleinste afstand van de sensor tot het scherpstelpunt (het hoofdonderwerp) waarop scherpgesteld kan worden. Is de afstand tussen ‘camera en onderwerp’ kleiner, omdat u een onderwerp groter in het kader wil hebben, dan kunt u zowel met de autofocus als handmatig geen scherp beeld krijgen. Bij de meeste lenzen is de kortste afstand ongeveer 20 tot 70 cm. Bij lenzen met een lang brandpunt kan die afstand oplopen tot meer dan een meter.

Het verschil in afbeeldingsmaatstaf (vergroting) 1:4 (l) of 1:1 (r).

Afbeeldingsmaatstaf: B/V = 1:4 (=0,25)

SENSOR B=1 cm

V=4 cm

Afbeeldingsmaatstaf: B/V = 1:1 (=1)

SENSOR V=1 cm

B =1 cm

Illustratie van de verhouding tussen de grootte van het voorwerp en van het beeld, uitgedrukt in de Afbeeldingsmaatstaf (vergrotingsfactor).

5


Focus op Fotografie: Macro- en natuurfotografie Hoe groter de getalswaarde van de afbeeldingsmaatstaf, hoe meer ‘macro’ gefotografeerd kan worden. In hoofdstuk 2 bespreken we macrolenzen en deze kenmerken zich door een maximale afbeeldingsmaatstaf van 1:1. Dat betekent dat bij de kortste scherpstelafstand een voorwerp van 1 cm een beeld op de sensor vormt van 1 cm. Fotografeert u met een lens op grotere afstand tot het onderwerp dan zijn kortste scherpstelpunt, dan wordt de vergrotingsfactor van de opname kleiner. Zo kunt u dus met een 1:1 macrolens ook opnamen maken met een kleinere, willekeurige vergroting en behalve een vlieg (1:1) van dichtbij ook twee bloemen (1:4) van grotere afstand kadervullend fotograferen. In de praktijk zal blijken dat we bij veel onderwerpen zelden 1:1 fotograferen. Bloemen, vlinders, paddenstoelen zijn bij 1:1 al meer dan kadervullend en passen beter in 1:2 of zelfs 1:4.

Sensorformaat Met de maximale afbeeldingsmaatstaf van een lens ligt de vergrotingsfactor vast. Toch kan bijvoorbeeld een macrolens bij 1:1 op verschillende camera’s een andere vergroting laten zien. Oorzaak hiervoor is het verschil in afmetingen van de sensor en de uitsnede die deze daardoor maakt uit de beeldcirkel van de lens. Een professionele camera met een volbeeldsensor (full frame) van 36 bij 24 mm laat meer van de totale beeldcirkel zien dan een consumentenmodel met een cropped sensor, zoals APS-C, DX, mFT (respectievelijk. 22,5x15, 24x16 en 18x13,5 mm). Bij een volbeeldsensor lijkt de vergroting van een lens dus kleiner dan van diezelfde lens op een cropped sensor. In de tabel staat een overzicht van de sensorformaten en ziet u meteen wat dit voor gevolgen heeft voor het resulterende beeld van het onderwerp in de afbeelding onder aan pagina 5.

6

1 op 1 beelduitsnede van een onderwerp als gevolg van verschillende sensorformaten.


Hoofdstuk 1: Definities en onderwerpen Fabrikant

Sensortype

Afmetingen

V bij L = 1:4 V bij L = 1:1

Canon, Nikon, Sony

Volbeeld

~36 x 24 mm

144 mm

36 mm

Canon

APS-C

~22,5 x 15 mm

90 mm

22,5 mm

Nikon, Sony, Pentax

DX

~24 x 16 mm

96 mm

24 mm

Olympus, Panasonic

(micro-) FourThird ~18 x 13,5 mm

72 mm

18 mm

Is de uitleg over afbeeldingsmaatstaf voor u echt abracadabra, dan wordt het tijd de camera ter hand te nemen. Zet de lens en eventueel de camera op handmatig scherpstellen en draai de scherpstelring zodanig dat de kortste scherpstelafstand ingesteld is. Leg een liniaal op tafel en richt hierop de camera. Beweeg nu vanaf ongeveer twee meter de camera langzaam naar het liniaal toe totdat het beeld in de zoeker scherp wordt. De afstand van de sensor tot aan het liniaal is op dat moment de zogeheten kortste scherpstelafstand. Maak bij deze afstand een foto en kijk hoeveel centimeter de breedte vult van het kader. Stel dat dit 12 cm is en uw camera heeft een DX-sensor, dan is de afbeeldingsmaatstaf van die lens 0,2 (2,4/12) oftewel 1:5. Gebruikt u voor dit proefje een zoomlens, dan moet u dit experiment uitvoeren met de lens helemaal ingezoomd (grootste brandpunt) om de grootste vergrotingsfactor te verkrijgen. Hebt u een macrolens gebruikt, dan hebt bij de kortste scherpstelafstand het liniaal 1:1 gefotografeerd en zal de breedte van het stukje liniaal op de foto net zo groot zijn als de breedte van de sensor. Dat zal bij de meeste consumentencamera’s dus ongeveer 2 ½ cm zijn.

Zelf bepalen wat de Afbeeldingsmaatstaf van een (zoom)lens is (http://bit.ly/o9gMqv).

Opmerking > Bij veel telelenzen is de kortste scherpstelafstand ruim meer dan een meter en kunt u dus niet van dichterbij een foto maken. Hoewel u dus ver kunt inzoomen, blijft de afbeeldingsmaatstaf bij deze lenzen relatief klein. Voorbeeld: de EF 500mm 4L van Canon heeft een kortste scherpstelafstand van 4,5 m (!) en een vergrotingsfactor van slechts 1:8 (0,12).

7


Focus op Fotografie: Macro- en natuurfotografie

Pixeldichtheid Uit het voorgaande zal duidelijk geworden zijn dat om zo groot mogelijk ‘macro’ te kunnen fotograferen, de combinatie van een grote afbeeldingsmaatstaf met een ‘kleine’ sensor de grootste vergroting oplevert. Er is echter nog een factor die de uiteindelijke vergroting van het beeld bepaalt en dat is de pixeldichtheid van een sensor. Dit is een grootheid waarmee het aantal pixels per mm wordt uitgedrukt. Deze pixeldichtheid wordt berekend uit de grootte van de sensor en het aantal megapixels die de fabrikant erop gezet heeft. Zo heeft een volbeeldsensor van de Canon EOS 5D mark III op een breedte van 36 mm 5760 pixels en is de pixeldichtheid dus 160 px/mm (5760/36). Eén cm van het onderwerp, zoals een bij, wordt dus door 1560 pixels geregistreerd. Een Canon EOS 1000D (10,1 Mp) heeft een APS-C sensor en een pixeldichtheid van 175 px/mm (3888/22,2) en de betreffende bij van 1 cm wordt bij deze camera beschreven door 1750 pixels en dat is dus niet zo veel groter dan de volbeeldcamera, waar de bij ogenschijnlijk veel kleiner op de foto staat.

Tip: de pixeldichtheid uitrekenen Wilt u voor uw eigen camera de pixeldichtheid van de sensor uitrekenen, ga dan naar www.dpreview.com en kies in het menu Camera’s de optie Database en zoek daarin uw cameramerk en model. Onder de knop specificaties treft u de waarden van het maximale beeldformaat en de afmetingen van de sensor. Deel het aantal pixels in de breedte door de breedte van de sensor in mm.

Hoe hoger de pixeldichtheid (bij dezelfde afbeeldingsmaatstaf), des te groter het afdrukformaat kan zijn. De afdrukresolutie van bovenstaande relatieve formaten is gelijk.

8

Op het moment van schrijven hebben de Panasonic GH4 en de Olympus OM-D-serie de hoogste pixeldichtheid, met ongeveer 266 px/mm. Ook enkele modellen van Nikon, Sony en Canon hebben een hoog aantal pixels per mm. Een voorwerp van 1 cm (V=10 mm) wordt bij de genoemde Sony-camera’s beschreven door 2550 pixels en deze uitsnede van 10mm uit de totale breedte van 22,3 mm kunt u bij een afdrukresolutie van 100 dpi (100 pixels per 2,5 cm) opblazen tot het posterformaat van ca. 66 cm bij 44 cm (~ 27”x18”)!


Hoofdstuk 1: Definities en onderwerpen De hoge pixeldichtheid van een APS-C/DX/mFT sensor geeft dus de mogelijkheid om het kader van een 1:1 macro verder bij te snijden, waarbij nog voldoende pixels overblijven voor een behoorlijke vergroting. Als we van een foto van 6000 bij 4000 pixels een gedeelte uitsnijden van 2550 bij 1700 pixels, dan kunnen we daarvan nog de genoemde afdrukformaat maken. Hiermee is de afbeeldingsmaatstaf feitelijk twee keer zo groot geworden en 2:1 geworden! Dit wordt een cropped macro genoemd.

Een uitsnede van 10 mm van een sensorbeeld van 23,5 mm is nog 2330 pixels breed en op goede kwaliteit af te drukken op 60 bij 40 cm.

Opmerking > Een hoge pixeldichtheid van de sensor geeft dus een grotere vergrotingsfactor bij dezelfde afbeeldingsmaatstaf, maar kan bij hoge ISO’s ook resulteren in een verhoging van de hoeveelheid ruis en dus een verlaging van de beeldkwaliteit. Het verdient daarom de voorkeur om bij macrofotografie bij zo laag mogelijke gevoeligheden te werken (ISO 400 of minder) en bovendien in RAW. Dit laatste om detail- en kwaliteitsverlies door ruisonderdrukking en compressie van JPEG te voorkomen.

9


Focus op Fotografie: Macro- en natuurfotografie Resolutie Sensorbreedte Sensorbreedte Pixeldichtheid Afdruk (Mp) (mm) (px) (px/mm) V=10mm bij 100 dpi (cm) Canon EOS 7D/70D/700D

18

22,3

5184

233

60 x 40

Canon EOS 5D3

22

36

5616

156

39 x 26

Nikon D7100/D5300

24

23,6

6000

255

66 x 34

Nikon D800

36

36

7360

204

50 x 33

Sony A77/6000

24

23,5

6000

255

66 x 44

Olympus OM-D

16

17,3

4608

266

68 x 45

Pentax K-3

24

23,7

6016

255

66 x 44

Samenvatting Als we met onze camera de wereld van kleine voorwerpen in willen stappen om deze te fotograferen en later zo groot mogelijk te presenteren, dan is goed gereedschap het halve werk. De grootste vergrotingfactor bereiken we met een echte macrolens met een afbeeldingsmaatstaf van 1:1 en dan gebruikt op een camera met een sensor met een hoge pixeldichtheid. Op dit moment zijn we in staat om met bepaalde camera’s 10 mm (bij 6,6 mm) van het voorwerp vast te leggen met 2330 pixels (bij 1553 pixels) en dat visueel scherp af te drukken op 60 bij 40 cm. Bovendien is dat aantal pixels ruim voldoende voor beeldvullende weergave op een full-HD monitor, televisie of beamer. Kunt u zich voorstellen dat u een detailuitsnede van 1 cm van een 1:1 opgenomen foto van een libel haarscherp projecteert op een formaat van 3 bij 2 meter? Dat is een vergroting van een factor 300. Wow! Overigens zult u in de praktijk merken dat u niet altijd met de maximale afbeeldingsmaatstaf van 1:1 zult werken. Voor mooie close-ups van bloemen en grotere insecten is 1:4 een heel werkbare vergroting en kunt u tevens de omgeving van het voorwerp in de context van de foto betrekken.

Rechterpagina: ISO 320 • f/8 • 1/100s • 100mm Groot in het klein of klein in het groot?

10


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789059407473 by Uitgeverij Lannoo - Issuu