Victor Brunclair
Gedichten
Bezorgd door Els van Damme en Yves T’Sjoen Literatuur in Vlaanderen 1900–1950
LiV-brunclair-binnen.indd 3
1/16/17 4:26:08 AM
Literatuur in Vlaanderen 1900–1950 Cyriel Buysse Oorlogsverhalen ISBN 978 94 014 2139 3 (2014) Daan Boens Frontpoëzie ISBN 978 94 014 2140 9 (2014) Joris Vriamont Proza ISBN 978 90 382 2579 1 (2016) —
Uitgeverij Academia Press Prudens Van Duyseplein 8 9000 Gent België www.academiapress.be Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. ISBN 978 90 382 2664 4 D/2016/4804/194 NUR 306 Victor Brunclair Els van Damme & Yves T’Sjoen (red.) Gedichten Gent, Academia Press, 2016, 288 p. Boekverzorging: Stéphane de Schrevel Coverfoto: Letterenhuis © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt © Erven Victor J. Brunclair, Els van Damme & Yves T’Sjoen © Nawoord: Anneleen de Coux Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
LiV-brunclair-binnen.indd 4
1/16/17 4:26:08 AM
I n h o u d s o p g av e
De dwaze rondschouw — 7 Sluiereffekten — 93 Camera lucida — 167 Openbare spreekcel — 195 Nawoord (Anneleen de Coux) — 267 Editieverantwoording — 285
LiV-brunclair-binnen.indd 5
1/16/17 4:26:08 AM
De dwaze rondschouw [1926]
7
LiV-brunclair-binnen.indd 7
1/16/17 4:26:08 AM
HE T VUU R W E R K I Ziener is elk mens onbewust naar ’t wonder van de magiër daar omheen is de stad wonderenblind Geel ballen lantaarns hun ziek betrachten het plein-hart rond Het lach-scherzo allerwegen is een koddige faun die scherp de lilaschemering schond Ebbe vloed heen en weerkeer zuiver ritme innerlike vree bezielt zich het avendbeeld in kalme handeling het square vloeit vol agaat: voor stille kinderen het beloofd [ godsgebied dat vervroomt al wat geniet de warreldans daarrond onthult cherubijnen in hemelwandeling. In de massa ging ieders identiteit verloren Eén golfslag heeft alle roerselen doorhuiverd tremolo van de trem, grotesk autotoeten, volksfanfare, kinoschel, [ slenter over kiezel en asfalt alles tot opperste gemeenschap gezuiverd die boven het plein opgeeft, o raadsel van het ondoorschouwd [ sfinxgelaat een onvatbaar stemmingsanonymaat wonderteken niet te lezen veelkleurig in schijn, één in wezen
9
LiV-brunclair-binnen.indd 9
1/16/17 4:26:08 AM
II Plein! Akkumulator van aandriften groots reservoir Begoocheling, hartstocht, hoop, duizenderlei verlangens en wensen vervloeien tot eenheid in wisselstroom ieder strand wordt bespoeld de kartelrots van ’t alledaags bestaan, glinsteroevers in droom Er is mengeling van essensen In die kroes alles kompakt Iedere zielsgestalte de avend ingedreven en herrezen na haar val vervluchtigt, niet te tasten, niet te schouwen in een sentraalwezen dat nergens is en overal Zo, uit alle zielen gelegeerd zuiver van gehalte wordt de komplete stemming, 24 karaat door de stift van een opperst juwelier tot kostbaar kleinood geciseleerd elk mens ten sier boven lampionluister blank en inkarnaat
10
LiV-brunclair-binnen.indd 10
1/16/17 4:26:08 AM
III Interpenetrant dwars klotsen golven van mensen boven de branding weeft een tremsienjaal door de ontzaggelike [ zeekantilene verlangen en belofte: lokzang van sirenen Niet te vatten nog is de hiëroglief die houdt het avendlik geheim onbevroed besloten tot bandeloos losgaat onder lichtgloriole en kaos van kadansen het wilde heir der verlangens, storm over de verraste schansen onvoorbereid maar zegezeker, zonder strategie de zwakke weerstand breekt in de knie Geweldig offensief! Een langhaar-poëet bedelt om de gunst van zijn muze-midinette en weeklaagt sentimenteel in ’t enigm van de avond: Lieve, hoor mijn bee wil mijn begeren stillen Een auto burlesk als een clown snuit onverhoeds zijn neus uit op [ die idylle Dwaaltocht der blasés, avontuurlike spekulanten op de dobbelsteen-kans van het toeval oude heren aan lage wal rei van snollen, die hengelen naar klanten daaraan scheert behoedzaam de scheepmakelaar voorbij ’t Vertrek loopt vlot van stapel maar men arriveert met avarij Driester de kantoorjochies belust op dubbelzin en kitteltast van vingeren nog luidt het motto: doorgang verboden maar o kamertjeszonde als een burcht van begeren daagt het hotel godvruchtig verwelkomt de schel daar viert men het hoogtij der puberteitsperiode.
11
LiV-brunclair-binnen.indd 11
1/16/17 4:26:08 AM
Aldoor klimaks der geruchten deelachtig zijn alle fragmenten, die op een kruisweg [ bondgenootschappelik het polyfonies verdrag onderschrijven daarop legt als feeĂŤriek stijgt een lichtkegel alle rumoer trekt de staart in voor deze bengaalsvuur-krinolien de stilte haar zegel
12
LiV-brunclair-binnen.indd 12
1/16/17 4:26:08 AM
IV Raketknetter. Fusee sierlike spiraal naar het hart der stilte knal openspatten in leliĂŤnval korrelfonteinen kwistig zaaisel groei tot lichtkelken ras verwelken Leekt een tuil tuberozen ontbloeid uit de wonden van de kruisman op Golgotha rouwtrom der salvos alles is volbracht wonder herrijst dageraad na de doemnacht Koers van kometen wenteling eeuwenoud versneld in momentaan albestaan planetenregen in de nacht, broos feeĂŤriek als sagen van de heilige [ graal miniatuursterrestelsels kosmos op kleinere schaal Mild in lichtrosetten katedraalvree Weg. Raketknetter. Fusee. Over het plein dwarrelt de vuurmantel van Mefisto en zijn lach schatert na in der losbrandingen tremolo
13
LiV-brunclair-binnen.indd 13
1/16/17 4:26:08 AM
V Verwachtingen strak gespannen in een reuzenboog tot zich Achillespijl, Hoera! verhief en trof ginds hoog ’t pleinhart dat naar verre stadsbuurten zal verzwerven ach, na de roes stuikt de fuifromer aan scherven verknalt als kratereksplosief de finaalbom Over mensedrom in bont lichtfestoen zoeken zich kinopoorten als monden tot een zoen.
14
LiV-brunclair-binnen.indd 14
1/16/17 4:26:08 AM
HE T K O M PAS
Mijwaarts deint het flux van alle gebeuren Verworpelingen in stroeve boetpij schamel en melaats naar lafenisdronk en nuttiging der blonde broodbete zo zijn getogen naar de peiselike rustplaats mijn geweten alle ervaringen Naar de binnengaarde waar de oerkracht wroet der oude Moeder aarde stort zich het woest doorleefde, kaatst het latent ontwaarde want in eenklank met de wemeling van buiten wil ik de wereldbaaierd in mijn open Ik omsluiten De geest is het richtige kompas dat loodst uit de noodbranding van wat was naar de smaragden kustlijn van wat zal zijn Kaos ordelik herrezen onder de scheppingsdrang van mijn gelouterd wezen zo is de heilige zending: voor de dorstigen, voor hen die ontberen onzuivere levenswateren tot nektar distillĂŠren
15
LiV-brunclair-binnen.indd 15
1/16/17 4:26:08 AM
ON M A C H T
Smaragd is in verre kustlijn de belofte te landen maar de vloed is zo woest en machtig wervelt een windhoos die haar furiĂŤn uithoest over mijn smartelik hoofd Uit mijn hemel is de poolster gevallen en vale hoop talmt na in de late schemer der vuursienjalen Illusies waren een vals kompas op deze boot zo broos met het stuur in de storm verloren De rand van het beloofde land dichtbij weten, o pijniging van het niet genaken Maalstroom in de zee niet te bedaren dolen aldoor, zonder koers te drijven over het bergland der golven, midden tormenten de Haven, die daagt een open lach vol vree als goddelike bestemming op de boeg prenten Wee ik kan niet overvaren!
16
LiV-brunclair-binnen.indd 16
1/16/17 4:26:08 AM
B OE T E L I NG VOO R DE M ADONNA
In de dorre kelk der handen korrelen mijn tranen dauw. Is uw aanschijn overaards? Ik tast vroom naar ’t irreëel wederbeeld in mij Oh ekstaties tegentreden uw schemer-nis pelgrim met in boetpij gegorde leden doororgeld de ziel: missa solemnis Mocht ik u aanroeren! Schennis ware de profane tast der handen. Feesteling bij de dis der brakke gerechten liet ik ongenuttigd ’t opperste manna der ziel. Doorheen de doemzang der zonden weent een hobo berouw Tans wordt de vloek op mijn voorhoofd tot elyseiese schijnsels vermilderd Loutering van het ik: eremijt Zo wijdingsvol uw glorie zingen lijfelik temptéren door godsvrucht gekastijd Rooster van pijnigingen.
17
LiV-brunclair-binnen.indd 17
1/16/17 4:26:08 AM
DE HAVEN I Wondere deining heeft onze haven aangedaan Nog liggen de schepen voor anker maar hoog wast de vloed en wiegelt de ferry-boats loom in rimpelritmus ter spelevaart In ’t stram gebaar der treurwilgen gebogen hebben we ons wederbeeld gestolen stil uit het watervlak en bleef de spiegel bij deze schouwing grauw Toen het licht brak was in het Oosten een roze lach voor dit prismenspel en borreling der koele wel zo was onbegrijpelik leed de tere weldaad aan aller ogen tranendauw Oeverlijn, smaragdrand overzij Wij menden onze boot daarheen toen de baren brandden Ach, bij de landing was de toverring der horizonnen niet nabij! We waren koene dwazen in onze waan het wezen van de stroom te [ vatten Hoor door de golvenmuziek onbedaarlik de nimfen schateren als wij deemoedig de Heer aanroepen Zuiver onze tocht in zilvervaart, stil de malle tango onzer sloepen Kom over de wateren! Boven ons op Gods weiden diep in eigen onmetelikheid verloren een eindelike stal tegemoet, dwalen wolkenlammeren, blond [ hemelvee zijn wij de hoeders der pastorale kudde, gaan wij stille herder mee de schalmei in droeve spelewijs, schalmei uit oeverriet gesneden zullen wij ’t preludium vol klankenregen hemelzegen met de schalmei die bazuin werd van aartsengelen paradijsmuziek in de noodzang der aardse koren strengelen in het schemerdal beneden? Loreleyharen van veel vrouwen goudkaskaden druipen in de vloed met fijne kam van elpenbeen worden alle zonnestralen [ daarin gewarreld 18
LiV-brunclair-binnen.indd 18
1/16/17 4:26:08 AM
dit is boos bekoren voor de visser bij avendval in late vaart want waar hij schemeringsadem diep indrinkt die aromen aanwaait van begeerlike lijven, libellen in [ spelvermoeide vlucht zo loom daar glijdt hij ver en laat zijn schamele kluis van leem de golfslag is beeld van zijn bang verlangen maar dodelik is het schaduwdalen, stilte wurgt alle passiezangen en de nacht houdt intocht, blinde vorstin met een vals diadeem die rooft hem de vertroosting van een droom onvatbaar en zo zacht de aloude stroom wendt zijn aanschijn af door de maan bezilverd [ en schaterlacht Gaan wij stroom op? Waar de golvenstem een fluistertoon, innig lied op glimming van [ kleurige keien en haar geweld zich tot zoen plooit voor plompe nenufars ze [ dwingt tot spelemeien wordt onze yacht gedragen door de tij naar zonniger landerij? De duiker vond broze schelpen de vaarman ’t begoochelingsland van emerald de visser haalde zijn netten vol wier geen van alle werd het kruid gegeven om de geslagen wond te stelpen en de pijn te stillen die een noodschrei golft op loom land Niet waar de beemden ronden een bekken van geluid waar het klanklied valt uit wakke monden niet op plagezand of in weeldetuinen met oasis van verpozen waar lafenis lokt en dronken praal van rozen Niet in deze regionen zal ik verwijlen en de schaduwen saamweven, mijn kleed ten sier 19
LiV-brunclair-binnen.indd 19
1/16/17 4:26:08 AM
Koen leg ik de lading in mijn boot Ik ben passagier o afreis uit het avendland op de lijn naar de levant de wind oppermachtig goddelike bondgenoot!
20
LiV-brunclair-binnen.indd 20
1/16/17 4:26:08 AM
II Haven! smis van impulsen! Reuzenaambeeld voor Thor! O de magere masten, waren het bezems op sabbat, zo koddig [ steltenbal Bruis op katarakt van geluiden, niagaraval nonsens is de nietige klinkklank aan wal maar godsvrucht de sombere buikspraak van een elevator! Midden de versleten slenterstappen der matrozeslop de waard streelt zijn ringbaard, dit is donkere tabak heeft het leven tovertintelingen in een glas aquavit Maar dit is niet de tastbare realiteit der dingen Buiten de stemmingzaal waar een droef orkestrion liederen braakt [ meditatief en een bootsmaat gekscheert met zijn aanhalerig lief Hurrah! De wereld is ĂŠĂŠn lenteland Strooming op de steiger is samenloop de wereld rijst gelouterd uit de zonnedoop God lei een lichtzoen op de havenmond Toen hebben wij het wezen van de stroom doorgrond Niet dweersen van oever tot oever, lome wiegeling zigzag door kleurige druppelwaaiers en zonnerag Geen opvaart naar landouweronding Klief kiel het volle zog ter afreis! Van de bron naar de monding! Ontzet als bij watersnood deinzen de dijken Als de straten uit de stille stad doordropen zijn van avondrood Staat stom van aanbidding het Loodswezen na te kijken Op neer over de baren gaat onze dans de weergalmen van hen die land hielden halen ons in vol feestelike [ resonans!
21
LiV-brunclair-binnen.indd 21
1/16/17 4:26:08 AM
DE GE L I E F DE
Waterlelie mijn aanbidding over de lagune als ik je ogen doorschouw de wereld joelt uit zijn venetiaans karnaval o verzinken overgave ogen zijn bergwellen die de pelgrim laven ten zoektocht naar nieuwland schuw na de voorzegging der runen Ons leven is het grote dubbelspoor door waaierlandschap naar eindelik station er is geen wisselbaan o saam in horizonnegloor lichtkus terminus vergaan! Eerst lag je stem vol versleten fluweel en je lied ging daarover zijn slentergang nu staat de beiaard stom voor je zilverzang de nachtegaal dempt zijn valse vokalize heel de schemerlaan omzwijgt je kralenkeel Dit verlangen is de shrapnel over stille stad in grandioze lichtknal uitgespat de wolk die nadrijft is een blond engelenhoofd in dit geweld zij de goede god geloofd Glasrinkeling in een koffiehuis is het eind van onze lach Het geluk is nabij, ik voel het hart van alle dingen bereikbaar op [ luttel weg gaans Mijn aanloop tegen de gedeukte benzienbus is aanvangsmotief der bruidsmarsj lawaaierig wagneriaans o eenvoud van de senegaalneger die vol godsvrucht tam tam slaat dra is mijn hooglied op alle toonladders koen akrobaat!
22
LiV-brunclair-binnen.indd 22
1/16/17 4:26:09 AM
S Y L PHENDANS
Braambos in het boze branden rimpeling ritsel regenrag Kikker kokas rondo Regen rijgt zijn hemelharp door godsvingeren te stemmen wak door wind bespeeld Rilde rietsuizen droom van witte waterrozen stille stengels tot lenige lijnen gedeind Kelk tot wondergelaat ontplooid sylphen bezilveren nyke naakt het vale vool Flets fosforessens feeënfeest Mal mengelen bacchanten gevallen engelen loom lustenspel droeve droom grot glimworm gloor dwaallicht dwaas dwarreldansen draaikolkdansen dwaallicht dans tot diadeem dwaas diadeem stille waanzinschijn paarse pijn flets dwaas Het meer houdt zijn blauwe spiegel voor lood dood angst Heer helder de bodem van ’t mysteriemeer dat ik uitvaar koen ter mirakuleuze vangst 23
LiV-brunclair-binnen.indd 23
1/16/17 4:26:09 AM
VE R S
Genietingen staan verstorven buiten mij Ver echovlieden is de naklank in de lokstem van de verzoeker midden het wulps heuvelland weeldewelving van passieborsten ik was een zeer rustiek dorp, tegen de helling aangevleid Daar énigden nietige kleur en klank tot schamele lofzang hemeldank: goudschemer in ’t woudmysterie dwaze varens, gebeeldhouwd door licht leeuweriksjubel, windlied trillers in ’t luchtkonsert der zomervogelen De grootstad ingetreden: vol lichtschittering hing haar duivels diadeem geregen uit losse lustlokalen kwaad kleinood op weemoedslapen ongebet Woest wisselspel der lichtbatterijen pizzicati van een klein orkest uit de bierhalle zoveel stiftprikken van geeseling op mijn broos lijf gevallen draaikolk het animo rond mijn zwak hoofd, mijn gordel is de feeërie der lantaarnrijen Alle sierselen afgeworpen waar ik sta, smartgewijd Wie zijn arme handen doorbeten voelt met nagelwonden na de kruisiging zijn stem, een wekroep midden ontwijden zal verkonden het diepe wonder: de barse doornen en hun kruistochtpijn zijn bloeseming van gelukzaligheid, en ’t kleverig kwijl van troebel plebs uit de laaglanden de dienstbaren in het veil gareel 24
LiV-brunclair-binnen.indd 24
1/16/17 4:26:09 AM