Skip to main content

9789038226576

Page 1

Inhoud België, een land op een kruispunt in de geschiedenis

1

1. België avant la lettre

11

De ‘Oude Belgen’ De Romeinse stempel De vroege middeleeuwen (500-1000) en het ontstaan van het ancien régime Merovingen en Karolingen De feodale machtsstrijd Naar een eenmaking in de Nederlanden De scheiding der Nederlanden De Zuidelijke Nederlanden

12 14 16 16 21 24 25 28

2. Van ancien régime naar moderne natiestaten

31

De internationale context Het belang van de Franse Revolutie De aftakeling van het ancien régime in Europa De (wereld)kaart anders geschud De Verenigde Staten van Amerika Frankrijk De Franse expansie in Europa Het Congres van Wenen: de restauratie Liberalisme en nationalisme Cruciale etappes op weg de naar het onafhankelijke België (eind 18de eeuw tot 1814) Het einde van het Oostenrijkse regime en de États Belgiques Unis (1780-1792) Het Franse bewind (1974-1814) als fundament voor het latere België

32 32 33 36 36 37 39 41 43 45 45 48

3. De sociaaleconomische stroomversnelling

53

Een groeiende bevolking Mensen in beweging Waar woonden de Belgen? De landbouw op de schop Van de eerste naar de tweede industriële revolutie in België Enkele structurele kenmerken van de Belgische industrie Een uitstekende transportinfrastructuur De sociale caleidoscoop De sociale elite De subtop De kleine loononafhankelijken De loonafhankelijken

56 57 57 60 64 67 70 74 75 75 76 78


4. De Belgische Revolutie en de triomf van de liberale natiestaat

83

Groeiende spanningen in het Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830) De opstand van 1830, het Voorlopig Bewind en de Conferentie van Londen Fundamenten van de ‘democratische’ rechtsstaat Eendracht maakt macht? De politieke ontwikkelingen van 1830 tot 1850 Het unionisme (1830-1847) De rol van de koning Kerk en Staat: het levensbeschouwelijke conf lictveld De revolutie van 1848 De triomf van het liberalisme (1850-1886) Een liberale industriële revolutie De eerste arbeidersprotesten Verscherping van de levensbeschouwelijke tegenstellingen 1850-1884 De Vlaamse beweging

84 89 94 98 98 99 101 104 107 107 110 112 117

5. Emancipatiebewegingen en maatschappelijke integratie

123

Inleiding Van crisis naar expansie: de belle époque Het breukpunt 1886 Van economische crisis tot nieuwe dynamiek De belle époque Democratisering van het (mannen)stemrecht De start van de BWP De strijd om de uitbreiding van het stemrecht Sociale wetgeving en integratie De verzuiling: de sociaaldemocratie en de christelijke zuil De sociaaldemocratie De christelijke zuil en het daensisme Organisaties van werkgevers en middenstanders Droits de l’homme, ook voor vrouwen Cultuurf lamingantisme De Vlaamse beweging wordt sterker Eén- of tweetalig?

124 125 125 126 127 129 129 131 135 139 140 143 146 146 149 149 152

6. Kolonisatie en dekolonisatie van Congo

155

Internationale context: imperialisme 1870-1914 Exploratie en kolonisatie van Congo 1876-1885 De Onafhankelijke Congostaat 1885-1908 Belgisch Congo 1908-1960

156 158 161 165


7. België na 1914: een sociaaleconomisch portret

173

Sociaaleconomisch België in de 20ste eeuw: tussen vertrouwd en nieuw De bevolking stijgt langzaam, veroudert en bestaat uit steeds diversere ‘basiscellen’ In de 20ste eeuw wordt België een immigratieland Trends in de ruimtelijke spreiding van de bevolking De landbouw geraakt helemaal op de achtergrond Wel en wee van de Belgische industrie in de 20ste eeuw Transport, handel en diensten De wereld van het geld: de geleidelijke verdwijning van de ‘Belgische identiteit’ De evolutie van de actieve bevolking en haar genderdimensie De loononafhankelijken (I): de sociaaleconomische elite De loononafhankelijken (II): de middenstand De loonafhankelijken

174 175 179 181 182 185 189 192 194 196 197 198

8. België tijdens de Eerste Wereldoorlog

203

Het neutrale België bereidt zich voor op de oorlog Oorlogsverrichtingen Het bezette land Politieke kwesties België bevrijd, maar geruïneerd

204 205 207 210 213

9. Het interbellum

215

Inleiding De akkoorden van Loppem bezegelden een verruimde democratie De koning, de partijen en drukkingsgroepen De vorst De katholieke partij De BWP De liberale partij De Vlaams-nationalisten De economische crisis en haar politieke gevolgen Taalwetten en de nationale kwestie in de jaren 1930 De partijen en de koning ten opzichte van de regimecrisis Rex, VNV en Verdinaso De katholieke partij De BWP De liberale partij De koning Buitenlandse politiek

216 216 222 222 223 224 225 225 225 230 232 234 235 236 236 236 237


10. België tijdens de Tweede Wereldoorlog

241

De Achttiendaagse Veldtocht Accommodatie Verzet Collaboratie De Jodenvervolging

242 242 245 247 249

11. Tussen restauratie en vernieuwing

253

Vijf naoorlogse politieke problemen De politieke krachtmeting tussen vernieuwers en behoudsgezinden De CVP De BSP De sociaaleconomische wederopbouw De naoorlogse zuiveringen of ‘repressie’ De koningskwestie Atlantisme en West-Europa in een bipolaire wereld

254 255 255 257 259 261 265 266

12. België na 1950 – tussen breuk en compromis

271

De levensbeschouwelijke breuklijn na 1950 Ontkerkelijking en verzuiling Schoolstrijd en schoolpact De emancipatiegolf van de jaren 1960 De depenalisering van abortus – de euthanasiewet De economische en sociale politiek sinds de jaren 1950 1950 tot 1960-1961: expansiepolitiek in een moeilijk sociaal en economisch landschap 1961-1973: de uitbouw van een keynesiaanse staat in een tijd van economische groei 1973-1992: crisispolitiek 1992: op zoek naar een nieuwe synthese De communautaire breuklijn na 1950 De actoren Het verloop van de politieke gebeurtenissen Krachtlijnen België in de wereld na 1950 België in de NAVO en de EEG tot 1989 Buitenlandse politiek in een geglobaliseerde wereld

272 272 275 279 280 282 282 285 286 288 290 290 293 300 304 304 304


0.

België, een land op een kruis­ punt in de geschiedenis België kampt vandaag met interne verdeeldheid, de gevolgen van de wereldwijde financiële crisis en een proces van Europese schaalvergroting. Heden en verleden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, in twee richtingen. De snel veranderende wereld vandaag beïnvloedt onze kijk op de geschiedenis van dit kleine land in het hart van Europa. De geschiedenis beïnvloedt omgekeerd hoe we naar het heden en de toekomst kijken. In dit boek proberen vier historici licht te werpen op het veelarmige kruispunt dat België heet door het ‘nationale’ verleden kritisch tegen het licht te houden.


Judt stelde vast België het eerste ontwikkelde land was dat ‘écht aan de genade van de globalisering in al haar aspecten’ werd overgeleverd. Profetische woorden, want het land overleefde de kredietcrisis­ sen van 2008 en 2011 door diep in de staatskas te tas­ ten om de allang postnationale financiële markten overeind te houden.

‘België wordt vandaag de dag door weinig meer bij elkaar gehouden dan de koning, de munt en de staatsschuld – en het knagende besef dat het zo niet langer meer kan.’ Aan de vooravond van de 21ste eeuw schreef de Britse historicus Tony Judt dit oor­ deel neer in een artikel in de New York Review of Books. De toonaangevende auteur van de Europese moderne geschiedenis had korte tijd in ons land verbleven en gewerkt. Met de kritische en frisse blik van de histo­ ricus en buitenstaander wees hij op het verval van een natiestaat in Europa.

Ondertussen reed België zich vast in een institutionele crisis. Het Belgische model lijkt te stranden om ver­ schillende redenen. De koning, de staatsschuld en het moeizame uitwerken van scenario’s om de staat te her­ vormen, houden twee gemeenschappen bij elkaar die in het naoorlogse verleden op veel gespannener voet hebben gestaan, maar altijd tot een vergelijk zijn geko­ men. De pacten en ingewikkelde compromissen die naoorlogs België over de sociaaleconomische, levens­

Vroegere Belgische symbolen, zoals de Société Géné­ rale de Belgique, sinds 1830 de financiële en econo­ mische ruggengraat van het land, zijn ontmanteld en in buitenlandse handen terechtgekomen. De Belgi­ sche frank is ondertussen opgegaan in de eurozone.

t Op 17 februari 2011 ‘vierde’

België het wereldrecord regeringsvormen, 249 dagen na de parlementsverkiezingen. In Gent gaf het aanleiding tot een ludiek feest waarbij het land de wisselbeker ter zake overhandigd kreeg van de vorige recordhouder, Irak. Afbeelding: Imageglobe, nr. 25390139.

Geschiedenis van België

2


beschouwelijke en communautaire breuklijnen heen heeft gesloten, zijn vandaag echter een deel van het probleem geworden. De oude recepten van de pacifica­ tiedemocratie werken niet langer in een context van voortschrijdende institutionele verzelfstandiging van Vlaanderen en Wallonië. De evenwichtspolitiek die gebaseerd was op een sterke christelijke zuil in Vlaan­ deren en een dito socialistische familie in Wallonië wordt doorkruist door een groeiende communautarise­ ring van de geesten en verslappende banden tussen zusterpartijen over de taalgrens heen. Alleen de vak­ bonden roepen nog op om de solidariteit te redden. Het was in tijden van wereldwijde financiële crisis dat ‘de staat’ internationaal weer voor het voetlicht kwam. De globalisering is geen eenduidig, rechtlijnig proces gebleken. In barre tijden keek iedereen naar de staat om de banken recht te houden, zelfs notoire criticasters van staatsinterventie. België staat op dat chaotische, veelarmige kruispunt dat ook andere natiestaten zien opdoemen. Wat is de toekomst van het socialezekerheidsstelsel dat in het verleden in de natiestaat bevochten is? Welke weg gaat Brussel op? Af hankelijk van de uitkomst van dat soort vragen zal België de geschiedenisboeken van de 21ste eeuw ingaan, hetzij als postnationaal model, dan wel als de ontmantelde staat waarvoor Tony Judt waarschuwde.

 Het Europees parlement

huist in Brussel in een indrukwekkend gebouw, opgetrokken in de Leopoldwijk. De imposante glazen constructie moet de kracht en de transparantie van Europa weerspiegelen. Ironisch genoeg diende de wijk, aangelegd vlak na de Belgische revolutie, vroeger hetzelfde doel, maar dan voor het jonge land. In de chique straten

Naar een nieuwe geschiedenis van de natiestaat Nu de natiestaat zich op een kruispunt bevindt, kan het geen kwaad om terug te kijken naar de weg die afgelegd is. De geschiedenis laat zich niet in vaste banen leiden en ook het traject van de natiestaat ver­ liep bij wijlen grillig. Daarom verkent dit boek nog andere paden. Het blikt terug op de periode voor 1830, door de nationalistische geschiedschrijving beschouwd als een lange prelude op het ontstaan van België. Nu de natiestaat als referentiekader ter discus­ sie gesteld wordt, moeten we ook dat verleden herbe­ kijken. Bovendien is de natiestaat zelf ingebed in een historische context die de Belgische casus overstijgt.

de machtsgroepen die aan de basis lagen van de Belgische onafhankelijkheid, broederlijk naast elkaar wonen en de Belgische eendracht extra onderstrepen. Verder weg van het centrum loopt de ‘Europese’ wijk over in het 19de-eeuwse, volkse Brussel, met zijn meer wanordelijke bebouwing. Afbeelding: Imageglobe, nr. 212028.

Het is verleidelijk om vanuit dat ruime perspectief even vooruit te blikken. Viert het Belgische konink­ rijk in 2030 zijn bicentenaire in goede gezondheid? Of zingt het zijn zwanenzang? Het is een vraag die vele Belgen, Vlamingen, Brusselaars en Walen van­ daag bezighoudt. Wat de toekomst brengen zal, is een open vraag. Historici zijn vooral goed in het voorspellen van het verleden. Als de Belgische

Het mag duidelijk zijn dat we de Belgische geschiede­ nis daarmee inbedden in een breed geografisch en historisch kader. Gebeurtenissen zoals de Franse Revolutie, de revolutiegolf van 1848 of de wereldoor­ logen hebben de Belgische geschiedenis ingrijpend beïnvloed, zoals vele Europese en mondiale proces­ sen dat vandaag nog steeds doen.

0. België, een land op een kruispunt in de geschiedenis

konden adel en bourgeoisie,

3


gebeurtenissen is Luykx (T.) en PLaTeL (M.). Politieke geschiedenis van België. Antwerpen, 1985 (2 delen). Een meer inzichtelijke kijk biedt WiTTe (e.), Meynen (A.) en LuyTen (D.). Politieke geschiedenis van België van 1830 tot heden. Antwerpen, 2016. Gelijkaardig van opzet maar uitgebreider is de driedelige, chronologisch opge­ bouwde Nieuwe Geschiedenis van België. Tielt, 2005­ 2009, geschreven door een uitgebreid team van his­ torici uit Noord en Zuid en met uitgebreide biblio­ grafieën. Een Franstalige klassieker is MabiLLe (x.). Histoire politique de la Belgique: facteurs et acteurs de changement. Brussel, 1996. Astrid von Busekist redigeerde met België begrijpen. Verleden, heden en toekomst van een land op de tweesprong. Antwerpen, 2013, een breed werk dat inzichten wil geven in de complexe mecha­ nismen die de Belgische samenleving kenmerken. Voor een communautaire invalshoek op het Belgi­ sche verleden: beyen (M.), DesTaTTe (P.). La Belgique va-telle disparaître? Itinéraire d’une nation européenne. La Tour d’Aigues, 2011.

geschiedenis echter al iets leert, is het dat het land bijna continu is blijven functioneren in conflictgela­ den spanningen. Vandaag staat het land op de drempel van een nieuw staatsmodel. De Belgische staatshuishouding wordt soms als een testcase voor de Europese Unie gezien, die ook verwikkeld is in een multinationaal staats­ vormingsproces. De validiteit van een nationale iden­ titeit en de mogelijkheid of onmogelijkheid van een postnationale toekomst zijn belangrijke kwesties. De geschiedenis van België leert dat taal en de manier waarop taal politieke implicaties heeft, niet te onder­ schatten problemen zijn voor Europa. Meer en meer wordt Engels de lingua franca in de wereld, ook in Europa. Men kan zich afvragen of dat een perspectief biedt voor België in de toekomst, waar het Engels in welbepaalde domeinen (zoals de nationale politiek) een gemeenschappelijk middel tot communicatie wordt. Brussel is nu reeds een interessant laborato­ rium. In de Europese hoofdstad rukt het Engels op. Franstalige Brusselaars leren met die realiteit te leven. Vlamingen accepteren moeizaam dat de bescherming van hun taal niet meer het sluitstuk kan zijn van een politiek akkoord.

Een ruimer geografisch perspectief is te vinden in kosMann (E.H.). De Lage Landen, 1780-1980. Twee eeuwen Nederland en België. Amsterdam­Brussel, 1986 en bLoM (J.), LaMberTs (e.), red. Geschiedenis van de Nederlanden. Amsterdam, 2014. Lode Wils hanteerde een breed chronologisch kader in Van Clovis tot Di Rupo: de lange weg van de naties in de Lage Landen. Antwerpen, 2005. Lange tijd heel invloedrijk was Van isacker (K.). Mijn land in de kering, 1830-1980. Antwerpen­Amsterdam, 1978­1982. In Gaus (H.). Politieke en sociale evolutie van België. Boek 1. Leuven­Apeldoorn, 2001, gaat veel aan­ dacht naar de structurele evoluties van de Belgische samenleving. Het standaardwerk voor de Belgische buitenlandse politiek is cooLsaeT (R.). België en zijn buitenlandse politiek, 1830-2015. Leuven, 2014. Herman Van Goethem bekeek de nationale geschiedenis door het prisma van de monarchie: Belgium and the Monarchy. From National Independence to National Disintegration. Brussel, 2011.

Brussel is ook op een ander punt een laboratorium. Met zijn aanzienlijke allochtone bevolking is het een van de armste steden van België, terwijl het ook een van de belangrijkste zakencentra in de wereld is en een aanzienlijk deel van de nationale rijkdom cre­ eert. Zoals in vele metropolen leven armen en rijken dicht op elkaar. De vraag naar de herverdeling van de welvaart is er zeer acuut. Het is tevens een van de centrale vragen in de Belgische staatshuishouding. Hoe moet een sociaaleconomische solidariteit in stand worden gehouden in een staat waar verschil­ lende politieke gemeenschappen hun eigen potje willen koken? Door zijn geschiedenis en zijn constellatie dringen deze vragen zich in België nadrukkelijk op. Tegelijk overstijgt het belang van deze vragen onze lands­ grenzen. Tony Judt wist goed waarom hij zijn inter­ nationale lezerspubliek over dit kleine landje moest vertellen.

Socioloog Luc Huyse bundelde zijn heldere analyses van de recente Belgische politiek in Over politiek. Leu­ ven, 2003. Marc Reynebeau schreef enkele toeganke­ lijke werken, vaak ook geïllustreerd: De eeuw van België. Tielt, 1999; Een geschiedenis van België. Tielt, 2003 en De geschiedenis van België in woord en beeld. Tielt, 2005. Van isTenDaeL (G.). Het Belgisch labyrint. Amster­ dam, 2005 biedt een geëngageerde, maar historisch goed onderbouwde kijk op het land en zijn geschie­ denis. Een gelijkaardige aanpak maar met een meer gerichte invalshoek biedt raskin (b). De taalgrens: of wat de Belgen zowel verbindt als verdeelt. Leuven, 2012.

Bibliografie Wie zich wil verdiepen in de geschiedenis van België, kan terecht bij enkele standaardwerken. Al wat ouder, maar met veel aandacht voor de feitelijke

Geschiedenis van België

4


gië zijn te vinden in de Atlas van de algemene en Belgische geschiedenis. Wommelgem, 2009, en de meerdelige Atlas van België. Gent, 2007­… Emmanuel Gerard en Karel Van Nieuwenhuyse publiceerden een veelzijdig corpus van bronnen: Scripta Politica. Politieke geschiedenis van België in documenten, 1918-2012. Leuven, 2012.

ToLLebeek (J), bueLens (G.), Deneckere (G.), kesTeLoosT (c.) en De schaePDriJVer (s.). België, een parcours van herinnering. Amsterdam, 2008 (2 delen) doorkruist de Belgi­ sche geschiedenis via betekenisvolle plaatsen. Guido Fonteyn legde zich als journalist toe op berichtgeving over Wallonië en bracht zijn inzichten samen in Vlaanderen, Brussel, Wallonië: een ménage à trois. Antwer­ pen, 2014. Een andere journalist, Pascal Verbeken, schreef een historisch getinte reportage opgehangen aan een eertijds belangrijke spoorader: Grand Central Belge. Voetreis door een verdwijnend land. Antwerpen, 2012. Paul Van Damme en Stijn Van de Perre illu­ streerden twee eeuwen België met een intrigerende verzameling historische cartoons en spotprenten: Zonder woorden? Een geschiedenis van België in spotprenten. Kalmthout, 2011. Rik Van Cauwelaert biedt een blik op de achterkant van de Belgische geschiedenis: Tussen de plooien. Een andere geschiedenis van België. Antwer­ pen, 2015. Jan Dumolyn, Tjen Mampaey en Frank Caestecker vertrokken vanuit het perspectief van de onderste lagen van de bevolking: België, een geschiedenis van onderuit. Berchem. 2012. Enkele historici waagden zich aan een prikkelende tegenfeitelijke geschiede­ nis: Van GinDerachTer (M.), aerTs (k.) en VrinTs (T.). Het land dat nooit was. Een tegenfeitelijke geschiedenis van België. Amsterdam, 2014. Wie specifieke historische literatuur zoekt, kan terecht in de Bibliografie van de geschiedenis van België, gepubliceerd in het Belgisch Tijdschrift voor Filologie en Geschiedenis. De laatste vijf decennia kunnen online geraadpleegd worden op http://www.rbph­btfg.be/nl_ biblio.html. Een belangrijk vaktijdschrift over de Belgische geschiedenis is het Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, dat ook online raadpleegbaar is (www.journalbelgianhistory.be). Behalve artikels bevat het ook recensies van de belangrijkste boeken over Belgische geschiedenis, een overzicht van proef­ schriften en een rubriek over actuele debatten in de Belgische contemporanistiek. Wie naar de bron wil gaan, kan niet zonder Van Den eeckhouT (P.) en VanTheMsche (G.). Bronnen voor de studie van het hedendaagse België, 19e-21ste eeuw. Brussel, 2009, digitaal te raadplegen op http://www.kcgeschiedenis. be/fr/biblioNumerique/bronnen_fr.html. Informatie over personaliteiten is terug te vinden in de meerde­ lige Biographie Nationale, opgevolgd door de Nouvelle Biographie Nationale (http://www.academieroyale.be) en de Nederlandstalige tegenhanger, het Nationaal Biografisch Woordenboek. Historische kaarten over Bel­

0. België, een land op een kruispunt in de geschiedenis

5


1846

De geschiedenis lezen: een verhaal van breuklijnen Om niet te verdwalen in de over­ daad aan historische feiten gebrui­ ken historici theorieën die inzicht verschaffen in het verleden. Een van de meest vruchtbare voorbeelden daarvan is het zogenaamde breuk­ lijnenmodel. Breuklijnen verdelen een samenleving in kampen en geven aanleiding tot maatschap­ pelijke dynamiek. Van bij het ont­ staan van het land tot vandaag laten vele ontwikkelingen zich lezen als een verhaal van breuklijnen. Deze theorie komt oorspronkelijk uit de sociale wetenschappen en is in de jaren 1960 door Seymour Martin Lip­ set en Stein Rokkan ontwikkeld. Voor België heeft socioloog Luc Huyse een cruciale rol gespeeld om deze invals­ hoek op de Belgische situatie toe te passen en in enkele toonaangevende publicaties te verspreiden. In de historiografie onderscheidt men drie traditionele breuklijnen die onderling verweven zijn: de levensbeschouwelijke, de sociaal­ economische en de communautaire breuklijnen. Ze zijn ontstaan door de grote moderniseringsprocessen die de westerse wereld na 1750 grosso modo doorgemaakt heeft. Het elkaar voortdurend doorkruisen van deze spanningsvelden maakt een analyse van de Belgische geschiedenis vaak erg gecompliceerd, in die mate dat buitenstaanders zich soms in een ‘Belgisch labyrint’ wanen. Samen zorgden deze breuklijnen waarschijnlijk voor het overgrote deel van de uitbarstingen in de ‘vaderlandse’ politiek, zoals de aanhoudende schoolstrijd, de voort­ durende confrontaties tussen werk­ nemers en werkgevers, en tussen Vlamingen en Franstaligen, die elkaars grondgebied en overheids­ geld betwistten. Vanaf het einde van

de jaren 1960 kwamen echter ook dossiers op de politieke agenda die niet terug te brengen zijn tot een van de drie traditionele conflictzones: de immigratie, de milieuvervuiling, de vrouwenemancipatie, de corruptie enz. De grote politieke crises in de recente geschiedenis (de Dutroux­ affaire, de dioxinecrisis, de asielpro­ blematiek) kunnen niet op de drie breuklijnen geplaatst worden.  De levensbeschouwelijke breuklijn tussen katholieken en vrijzinnigen. Het betreft de tegenstelling tussen de voorstanders van de gelaïci­ seerde staat (antiklerikalen, vrijzin­ nigen) en katholieken voor wie de scheiding van Kerk en Staat vaak slechts moeizaam te verteren was (klerikalen). De gespannen verhou­ ding tussen klerikalisme en antikle­ rikalisme heeft vanaf het ontstaan van de staat zeer sterk op de Belgi­ sche politiek gewogen. Het duurde tot de tweede helft van de 20ste eeuw tot er met het Schoolpact een wapenstilstand werd gesloten. Die wapenstilstand staat vandaag echter opnieuw ter discussie. Het conflict is geluwd naarmate het proces van ontkerkelijking zich vol­ trok, maar nooit is het helemaal ver­ dwenen. De problematiek van het gezag van de Kerk en de positie van de christelijke zuil in een gelaïci­ seerde samenleving blijft een factor van spanning in de hedendaagse Belgische maatschappij. Tot op zekere hoogte ent de actuele dis­ cussie over de islam in de westerse maatschappij zich op deze oudste breuklijn van onze geschiedenis.  De sociaaleconomische breuk­ lijn tussen arbeid en kapitaal. Het betreft de tegenstelling tussen sociale groepen die hun inkomen uit

 liberale partij (antiklerikaal)

1847 1848 1849 1850 1851 1852 1853

De waarde van een lezing van de geschiedenis aan de hand van de breuk­ lijnen, blijkt duidelijk uit het ontstaan en de evolutie van politieke partijen. De parallellen zijn treffend.

1854 1855 1856 1857 1858 1859 1860 1861 1862 1863 1864 1865 1866 1867 1868 1869 1870

 katholieke partij (klerikaal)

1871 1872 1873 1874 1875 1876 1877 1878 1879 1880 1881 1882 1883 1884 1885 1886 1887 1888

  Belgische Werkliedenpartij (socialistisch)


1889

arbeid halen en groepen die hun inkomen uit kapitaal halen. Eind 19de eeuw kwam een socialistische arbeidersbeweging tot ontplooiing. Ze stelde de principes van de bur­ gerlijk liberale Belgische staat radi­ caal in vraag, met een marxistisch discours dat de nationalisering van de kapitaalgoederen voorzag. In de praktijk integreerde de socialisti­ sche arbeidersbeweging in de bur­ gerlijke samenleving, zij het niet zonder strijd. Er ontstond in die­

zelfde periode ook een christelijke arbeidersbeweging die in overleg met de werkgevers sociale hervor­ mingen nastreefde.

1890 1891 1892 1893

Uit de interactie van conflict en ver­ zoening kwamen na de Tweede Wereldoorlog een overlegmodel tus­ sen werkgevers en werknemers en de welvaartssamenleving tot stand. Beide factoren hebben de sociaaleco­ nomische breuklijn sterk gepacifi­ ceerd, maar dat neemt niet weg dat

  Christene Volkspartij (kort christendemocratisch experiment)

1894 1895 1896 1897 1898 1899 1900 1901 1902 1903 1904 1905 1906 1907 1908 1909 1910 1911 1912

 De plechtige ondertekening van het Schoolpact op 6 november 1958.

Theo Lefèvre (voorzitter van de CVP-PSC) ondertekent, terwijl de andere partijvoorzitters en politici toekijken. Afbeelding: Imageglobe, nr. 8966205.

1913 1914 1915 1916 1917 1918 1919

  Frontpartij (Vlaamsnationalistisch)

1920

  Communistische Partij van België

1921 1922 1923 1924 1925

 In 2008 klonk de zogenaamde ‘Groep van Tien’ op een nieuw interprofessioneel

akkoord. Deze groep omvat de belangrijkste vakbonden en werkgeversorganisaties. Het interprofessioneel akkoord is zowat het kroonstuk van het sociale overleg en legt onder meer voor twee jaar de loonnorm vast, een afspraak over de loonevolutie. Afbeelding: Imageglobe nr. 11670965.

1926 1927 1928 1929 1930 1931


1932 1933 1934 1935 1936 1937

  Vlaams Nationaal Verbond (Vlaamsnationalistisch & rechtsextremistisch)

  Rex (rechts-extremistisch)   Katholieke Vlaamse Volkspartij / Parti Catholique Social

1938 1939 1940 1941 1942 1943

 In oktober 2011 kwam het ‘Vlinderakkoord’ tot stand na een periode van

communautaire koorts, die vanaf 2007 het politieke debat domineerde. Afbeelding: Imageglobe, nr. 29931378.

1944 1945 1946

de tegenstelling nog in belangrijke mate de Belgische samenleving vorm geeft en dat de sociale strijd heel regelmatig opflakkert. De herverde­ ling van de nationale rijkdom, o.a. via belastingen en sociale uitkeringen, is immers een van de essentiële taken van de politieke overheid. De hou­ ding van de vakbonden tegenover de sociale verworvenheden wordt van­ daag door neoliberale tegenstanders als conservatief beschouwd.  De breuklijn tussen Neder­ landstalige en Franstalige Belgen Het betreft de tegenstellingen die voortvloeiden uit de ontvoogding van de Nederlandstalige Belgen of Vla­ mingen in een oorspronkelijk ver­ franste Belgische staat. Aan het eind van de 19de eeuw was deze gelijk­ heid principieel aanvaard, maar het duurde nog ruim een halve eeuw vooraleer de gelijkheid in de feiten werd gerealiseerd. In de loop van die periode ontwikkelden de taalgroe­ pen zich tot belangengemeenschap­ pen die eigen machtsinstrumenten ontwikkelden, zodat het taalprobleem na de Tweede Wereldoorlog een communautair probleem werd. Deze problematiek leidde tot een regiona­ lisering van België, door een staats­ hervorming die de tegenstellingen

tussen gewesten (Wallonië, Brussel, Vlaanderen), gemeenschappen (Franse, Vlaamse, Duitstalige) en de Belgische federale overheid institutio­ naliseerde. Door de vier staatshervor­ mingen vanaf 1970 werd ook het com­ munautaire conflict beheerst, maar de centrifugale dynamiek blijft spelen.

1947

  Katholieke Partij herdoopt tot Christelijke Volkspartij (CVP)/ Parti Social Chrétien (PSC)   BWP verandert in Belgische Socialistische Partij (BSP) / Parti Socialiste Belge (PSB)

1948 1949 1950 1951 1952 1953

 Nieuwe breuklijnen

1954

De drie traditionele breuklijnen zijn essentieel voor het begrijpen van de Belgische geschiedenis. Voor het ver­ klaren van de hedendaagse Belgi­ sche maatschappij volstaan ze niet langer. Sedert het laatste kwart van de 20ste eeuw manifesteren zich een aantal nieuwe breuklijnen. Dat zorgt voor een wijziging in het politieke landschap. Samen met het gedeelte­ lijk vervagen van de traditionele breuklijnen zorgt het voor verschui­ vingen waarop de politieke klasse momenteel een antwoord zoekt. De herverkaveling van het partijpolitieke landschap is er een onderdeel van.

1955

  Volksunie (Vlaamsnationalistisch)

1956 1957 1958 1959 1960 1961 1962

  Liberale Partij herdoopt tot Partij voor Vrijheid en Vooruitgang (PVV) / Parti pour la Liberté et le Progrès (PLP)

1963 1964 1965

  Front Démocratique des Francophones (Brussel)

1966 1967

Men kan stellen dat een belangrijke nieuwe breuklijn zich op een ‘ecolo­ gische’ as tussen ‘immateriële’ en ‘materiële’ waarden bevindt. Een ecologisch bewustzijn stelt vragen over de grenzen van de welvaartssa­ menleving. Ongebreidelde welvaart

1968

  Rassemblement Wallon (Waals-regionalistisch)   Splitsing CVP en PSC

1969 1970 1971 1972 1973 1974

  Splitsing PVV en Parti Réformateur Libéral (PRL)


1975

zou het voortbestaan van de planeet in het gedrang brengen en ook het welzijn in de weg staan. Een tweede belangrijk spannings­ veld manifesteert zich als gevolg van niet­Europese immigratie. Er is dan sprake van een ‘etnische’ breuklijn tussen een autochtone Belgische en allochtone bevolking. De twee nieuwe breuklijnen hangen nauw samen met de zogeheten mon­ dialisering, waarbij nationale staten en economieën in steeds sterkere mate bepaald worden door globale ontwikkelingen. Het opdrijven van de concurrentie als gevolg van een kapitalistische schaalvergroting zorgt voor onzekerheid en onrust, waarop de traditionele politieke actoren geen antwoord lijken te hebben, wat ook blijkt uit de zoektocht van deze partijen naar een nieuwe naam en een nieuw elan. Het blijft natuurlijk de vraag of het ritme van de eigentijdse geschiede­ nis nog wel de mogelijkheid biedt om de maatschappelijke tegenstellingen zoals vanouds te laten stollen in vaste, duurzame organisaties, zoals partijen. Bibliografie Het breuklijnenmodel is voor het eerst beschreven in Lipset (S.), Rokkan (S.). Party systems and voter alignments. New York, 1967. Voor een uit­ gebreide analyse van de theorie: Devos (C.), red. Een plattegrond van de macht. Inleiding tot politiek en politieke wetenschappen. Gent, 2011, waarin nog vele andere theorieën uit­ gebreid besproken worden. Luc Huyse gebruikte als een van de eersten het model in De gewapende vrede: politiek in België na 1945. Leu­ ven, 1986. LijphaRt (A.), red. Conflict and coexistence in Belgium : the dynamics of a culturally divided society. Berkeley, 1981, bundelt bijdragen van specialisten. Sommige werken

beperken zich tot één breuklijn. Over de communautaire: BouveRoux (J.) en huyse (L.). Het onvoltooide land. Leu­ ven, 2009; WiLs (L.). Van de Belgische naar de Vlaamse natie: een geschiedenis van de Vlaamse Beweging. Leuven, 2009; pLateL (M.). Communautaire geschiedenis van België.Van 1830 tot vandaag. Leuven, 2004 en Witte (e.) en van veLthoven (h.). Strijden om taal. De Belgische taalkwestie in historisch perspectief. Kapellen, 2010. Onmis­ baar is de driedelige Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging. Tielt, 1998. Céline Préaux schreef de geschiedenis van de Franstaligen in Vlaanderen: La fin de la Flandre belge? Waterloo, 2011. Wie de sociaaleconomische breuklijn wil verkennen, kan gebruik maken van BRepoeLs (J.). Wat zoudt gij zonder ’t werkvolk zijn? De geschiedenis van de Belgische arbeidersbeweging 18302015. Leuven, 2015; van Goethem (G.) en pauLi (W.), De droom van een betere wereld : 125 jaar socialistische partij. Gent, 2010 en DeneckeRe (G.), Sire, het volk mort. Sociaal protest in België 1831 – 1918. Antwerpen – Baarn, Gent, 1997. De levensbeschouwelijke breuklijn komt aan bod in LamBeRts (E.). De kruistocht tegen het liberalisme. Facetten van het ultramontanisme in België in de 19de eeuw. Leu­ ven, 1984; veRhuLst (A.) en hasquin (H.). Het liberalisme in België. Tweehonderd jaar geschiedenis. Brussel, 1989 en recentelijk in De smaeLe (h.). Rechts Vlaanderen : religie en stemgedrag in negentiende-eeuws België. Leuven, 2009 en tyssens (j.). Om de schone ziel van ‘t kind... Het onderwijsconflict als een breuklijn in de Belgische politiek. Gent, 1998. Van dezelfde auteur verscheen ook Geschiedenis van de vrijjmetselarij in België. Amsterdam, 2012. Voor het Belgische communisme: Gotovitch (j.), LaGRou (p.). Du communisme et des communistes en Belgique: approches critiques. Brussel, 2012.

1976 1977

  Agalev

1978

  Vlaams

1979 1980 1981

(ecologisch)

Blok (Vlaamsnationalistisch & rechtsextremistisch)   PVDA   Splitsing Socialistische Partij (SP) en Parti Socialiste (PS).   Ecolo (ecologisch)

1982 1983 1984 1985 1986 1987 1988 1989 1990 1991 1992

  PVV

wordt Vlaamse Liberalen en Democraten (VLD)

1993 1994

  Front

National (etnisch en rechts-extremistisch)

1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006

  Nieuw-Vlaamse Alliantie (Vlaamsnationalistisch)   CVP wordt CD&V (Christen-Democratisch & Vlaams)   SP wordt Sp.a (Socialistische Partij Anders)   PSC

wordt cdH (Centre démocrate humaniste)   PRL wordt Mouvement Réformateur (MR)   Agalev

wordt Groen!

  Vlaams

Blok wordt Vlaams Belang (Vlaamsnationalistisch & rechtsextremistisch)

2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016

  FDF wordt DéFI


1.

België avant la lettre

Al zijn de grenzen van het koninkrijk België sedert geruime tijd stabiel, de grenzen van zijn geschiedenis zijn dat veel minder. Als klein land onderging het vaak de ontwikkelingen van de inter nationale geschiedenis. Dat was zo bij zijn ontstaan in 1830, en vandaag is dat meer dan ooit het geval, als gevolg van de economische mondialisering en de voortschrijdende politieke eenmaking van de Europese Unie. De geschiedenis van België werd en wordt ook buiten de Belgische grenzen geschreven. De grenzen van de Belgische geschiedenis zijn ook problema­ tisch als men op zoek gaat naar het ‘begin’ van België. Bestaat ‘België’ voor 1830, en hoe dan wel? Bestaat het doordat de ‘Belgen’ al bestonden voor ze een koninkrijk vormden? Deelden zij een geschiedenis en een cultuur? En sedert wanneer dan? Of is België een min of meer toevallig ontstaan territorium met een bevolking die weinig met elkaar gemeen had? Is België een constructie van de toenmalige grootmachten? Kortom: bestaat België ‘avant la lettre’?


Van de 19de tot diep in de 20ste eeuw hadden de Belgische patriotten weinig twijfels over de historische diepgang van België. De ‘Belgen’ bestonden van oudsher, zelfs voor de Romeinse tijd, zo dachten ze. Volgens die opvatting reiken de basiskenmerken van het ‘Belgische volk’ – tot in het begin van de 20ste eeuw sprak men soms van het ‘Belgische ras’ – zeer ver terug. Pas na eeuwen van ‘buitenlandse bezettingen’ is dat volk erin geslaagd om zich vrij te vechten en om in 1830 eindelijk een eigen natiestaat te stichten. Deze benadering strookt met de essentialistische opvatting van de natiestaat. De bevolking van deze of gene natiestaat bezit zogezegd enkele fundamentele eenheidsmakende kenmerken en is bijgevolg op onafwendbare wijze voorbestemd om te leven in het kader van de huidige staat.

 In volkse prentenboeken over de vaderlandse geschiedenis belichtten de auteurs de culturele erfenissen van de Oude Belgen, waaronder de edele kunst van het hammen roken. De hammen

Geschiedenis van België

Deze visie staat lijnrecht tegenover de zogenaamde constructivistische interpretatie van de natiestaat. Volgens die opvatting zijn de naties geen ‘natuurlijke’ entiteiten, maar werden ze stap voor stap opgebouwd door allerhande toevallige omstandigheden en door een reeks ideologische en politieke ingrepen die deels ongewild, deels doelbewust van aard waren. In de volgende paragrafen analyseren we de Belgische voorgeschiedenis met beide invalshoeken in het achterhoofd.

De ‘Oude Belgen’ Was het Belgische volk er al 2.000 jaar geleden, toen onze gewesten de geschiedenis (of althans de geschiedschrijving) intraden? In 57 voor Christus kwam Julius Caesar met zijn Romeinse legioenen

van de Menapiërs waren inderdaad bekend in heel het Romeinse rijk voor hun kwaliteit. Afbeelding: Collectie Martine De Reu.

12


Een nieuwe held: Ambiorix De bekendste Oude Belg is uiteraard Ambiorix, wiens heroïserende standbeeld in Tongeren nog steeds indruk maakt op leerlingen die het nabijgelegen Gallo-Romeins Museum bezoeken. Ook elders vind je opvallende verwijzingen naar dit historische personage. In de buurt van de Wetstraat in Brussel ligt het Square Ambiorix, waarop onder meer de Clovislaan, de Brabançonnelaan, de Patriottenstraat en de Karel de Grotelaan uitkomen. De Boduognatstraat is vlakbij, maar de leider van de Nerviërs is in vergelijking met de leider van de Eburonen in de vergetelheid geraakt. Dat Ambiorix in het historische bewustzijn gegrift staat, bewijst onder meer zijn vierde plaats in de mediatieke verkiezing van ‘Grootste Belg’ in 2005. Pater Damiaan, Paul Janssen en Eddy Merckx gingen hem voor in de Nederlandstalige erelijst. Nochtans waren zijn heldendaden eeuwenlang volledig weggedeemsterd. Er is dan ook maar één echte bron die hem vermeldt, Caesars De bello Gallico. Pas met de onafhankelijkheid van België en de bijhorende zoektocht naar een roemrijk verleden komt hij weer onder de aandacht, vooral na een heldendicht van Nolet de Brauwere van Steeland (1815-1888). De inleiding van dat gedicht vertelt alles over de gemoedstoestand in het jonge land, dat moest vechten om te overleven. Tegelijk onderstreept het

 Zo lyrisch de woorden van het helden­ dicht waren, zo krachtig was de teke­ ning die de uitgave sierde. Let ook op de figuur van Ambiorix: 20 jaar later kreeg zijn beeld een ander uitzicht, met de snor en de gevleugelde helm. Afbeelding: Nolet De Brauwere VaN SteelaND (J.). Op.cit., Universiteits­ bibliotheek Gent.

de rol van de geschiedenis als inspiratiebron voor de marsrichting die de Belgen moesten uitgaan. “Verhef u, Zangster, die mijn elpen citer spant! Ik roer het snarenspel voor ’t dierbaer Vaderland, En zing het heldenfeit der dappere Eburonen; Den strijd, gestreden door Germanjes waerde zonen, Groot, als verwinnaers, door d’ontemb’ren leeuwenmoed; Verwonnen, grooter nog, bij ’t plengen van hun bloed. Ontrol, geschied’nisboek, uwe onbevlekte blaêren: Toon der nakoomlingschap de ontelbre legerscharen Van ’t voorgeslacht; toon haer hoe men verwint of sterft,

En, zelfs bij nederlaeg, ook heldenroem verwerft. De historische ravage achteraf was groot. Ambiorix heeft wellicht nooit een voet gezet in Tongeren, zijn bekende afbeelding is een romantische interpretatie en het territorium van de Belgae stemt niet helemaal overeen met het grondgebied van het huidige België. Toch blijft de figuur van Ambiorix via de populaire cultuur een historische referentie. Nolet De Brauwere VaN SteelaND (J.). Ambiorix: dichtstuk. Leuven, 1841, 101 p., VerSchaffel (T.). Tongeren: het standbeeld van Ambiorix. De roem van de Oude Belgen, in: tolleBeek (J.), red. België, een parcours van herinnering. Deel I: plaatsen van geschiedenis en expansie. Amsterdam, 2008, p. 35-45.


Kan er dan misschien een culturele erfenis worden onderscheiden? Misschien hebben die krasse ‘Oude Belgen’ hun cultuur doorgegeven? Ook dat blijkt een proces te zijn dat eerder omgekeerd werkt: latere generaties hebben die verre ‘voorouders’ in verband gebracht met producten en artefacten van de eigen tijd, zonder dat daar werkelijk ‘historisch bewijs’ van kan worden geleverd. Denken we maar aan traditioneel gerookte Ardeense ham, schoenen van Ambiorix enz. De associatie van die laatste met de ‘oorspronkelijke’ deugden en vrijheid van de Belgische natie is veel meer een gevolg van de 19de-eeuwse cultus rond zijn figuur, dan dat het een sluitende verklaring vormt waarom voor hém en niet voor zijn evenknie Boduognat, leider van de Nerviërs, een standbeeld met nationale allure werd opgericht. De relevantie van de pre-Romeinse periode voor de ‘Belgische’ geschiedenis is derhalve veel minder groot dan we vanuit een lineaire geschiedopvatting ‘van den oorsprong tot heden’ zouden denken.

naar onze gewesten, waar hij op de Belgae stootte, die hij in zijn Commentarii de bello Gallico de dappersten aller Galliërs noemde. Behalve Romeins veldheer en staatsman was Caesar namelijk ook geschiedschrijver, hoewel hij zijn De bello Gallico voornamelijk schreef om zichzelf te bejubelen. Het is onzin om het huidige België in een rechte lijn te verbinden met de ‘Oude Belgen’ van 2.000 jaar geleden. Toch werd het nog niet zo heel lang geleden zo voorgesteld in de ‘vaderlandse geschiedenis’. Vooral in de 19de eeuw was die voorstelling gemeengoed. De jonge staat België had immers behoefte aan een geschiedschrijving die bewees hoe oud België wel was. Het procedé was simpel, maar niettemin overtuigend voor de tijdgenoten. De ‘vaderlandse geschiedschrijving’ richtte zich op een aantal momenten uit het verleden, die zo beschreven werden dat het wel leek alsof België al duizenden jaren wachtte op zijn onafhankelijkheid. De vrijheidslievende ‘Belgae’ waren een evident vertrekpunt. Vraag is natuurlijk of die stammen überhaupt onze voorouders zijn. Voor wat de ‘dappersten aller Galliërs’ betreft, moet er meteen op worden gewezen dat Caesar hen grotendeels uitroeide. Men kan bovendien moeilijk gewagen van een rechtstreekse bloedband die duizenden jaren overspant, aangezien onze contreien heel de geschiedenis lang een doorgangsgebied geweest zijn, waar migratie eerder regel dan uitzondering was.

Geschiedenis van België

De Romeinse stempel Dat kan niet worden gezegd van de Romeinse periode, die een aantal instellingen heeft gevestigd die tot vandaag grote invloed uitoefenen. Zo onder meer het Romeinse recht, de Romeinse infrastructuur (wegen en steden), de invloed van kunst en cultuur,

14


 Na de dood van Karel de Grote in 814 ging het rijk over naar zijn enige zoon, Lodewijk de Vrome. Toen die in 840 stierf, verdeel­ den zijn drie overgebleven zonen het rijk onder elkaar.

Afhankelijke gebieden

Noordzee

ANGELSAKSEN

OOSTFRANKISCH RIJK BRETAGNE

SORBEN

LODEWIJK DE DUITSER

BOHEMEN

WESTFRANKISCH RIJK KAREL DE KALE

MIDDENFRANKISCH RIJK

KROATEN

LOTHARIUS KERKELIJKE STAAT MOREN Middellandse Zee

de positie van de christelijke godsdienst (die in de vierde eeuw na Christus staatsgodsdienst werd) en het samenspel dat zo ontstond tussen de bisschop van Rome en de keizer als hoofd van de wereldlijke macht. Dat alles en nog veel meer heeft zijn belang

gehad voor de gehele Europese beschaving, en dus ook voor België. Een ander belangrijk langetermijngevolg vloeit voort uit het feit dat onze gewesten aan de grens van het Romeinse imperium lagen. Die grens liep ongeveer gelijk met de Rijn. Aan de overkant van de rivier woonden de zogenaamde ‘woeste Germaanse volksstammen’ die uiteindelijk het Romeinse Rijk onder de voet zouden lopen. In feite ging het om eerder vreedzame volksverhuizingen van Germaanse bevolkingsgroepen die zich met de GalloRomeinse groepen vermengden. Belangrijk is dat de

t Om een vlot transport van hun troe­ pen, mensen, goederen en informa­ tie te garanderen, bouwden de Romeinen een netwerk van hoog­ waardige wegen, de heirbanen. Een van de belangrijkste heirbanen in onze regio verbond Bavay (in Noord­ Frankrijk), Tongeren en Keulen. Overal in het landschap zijn er nog sporen van deze heirbaan te vinden, zoals in het Waalse Sombreffe. Niet

1. België avant la lettre

Adriatische Zee

15

alleen de straatnaam (‘Chaussée Romaine’) verwijst naar de erfenis van de Romeinen, ook de vorm van de weg is typisch Romeins. In hun nuchtere, efficiënte stijl trokken ze gewoon een zo recht mogelijke streep door het land­ schap. Afbeelding: La voie romaine Bavay – Tongres. 145 km d’héritage. Photo­ graphies: Guy Focant. Namur, Ministère de la Région wallonne, 2006, foto 24.


 De Franse koning Charles V neemt in een typische feodale ceremonie de eed van trouw van een leenman af. Miniatuur van onbekende datum uit de 17de­eeuwse collectie van Roger de Gaignières. Bibliothèque nationale de France, Est. RESERVE Oa­12­Fol., Fol. 8. Bouchot, 340.

grens van het Romeinse Rijk een vrijwel permanente grens begon te vormen tussen het (meer) geromaniseerde deel van Europa en het (meer) Germaanse deel. Dat zou verstrekkende gevolgen hebben, onder meer in de ontwikkeling van de talen. Deze oude grens vormt nog altijd de taalgrens die pal door België loopt, en is dus een verre oorzaak van een van de drie breuklijnen die sinds 1830 de Belgische geschiedenis doorkruisen.

staatsman Karel de Grote was. Hij bouwde een rijk uit dat ongeveer samenviel met het huidige WestEuropa. Om drie redenen is dit rijk van Karel de Grote voor onze geschiedenis van fundamenteel belang. • Territoriaal Het centrum van het Karolingische rijk lag in onze contreien: de streek tussen Seine en Rijn. Na de dood van Karel de Grote werd zijn rijk in drie delen opgesplitst. Van groot belang is het feit dat de grens tussen het oostelijke en het westelijke deel (Oost- en West-Francië) dwars door onze gewesten liep. Het is min of meer de grens tussen de Germaanse en Romaanse gebieden aan het einde van het West-Romeinse Rijk. Men ziet in de verdeling van het rijk van Karel de Grote ook al de contouren van de twee grote politieke entiteiten die de geschiedenis van Europa zullen bepalen, namelijk Frankrijk en Duitsland. De twee imperia zullen meer dan duizend jaar oorlog voeren en vaak onze gewesten op hun beider grenzen als strijdtoneel gebruiken. De laatste keer gebeurde dat in 1940.

De vroege middeleeuwen (500-1000) en het ontstaan van het ancien régime Merovingen en Karolingen In onze gewesten vestigden zich na het einde van het West-Romeinse Rijk de Franken. Hun koning Clovis, van het geslacht van de Merovingen, liet zich rond 496 dopen. Dat is een belangrijk feit dat het samenspel tussen Kerk en Staat continueerde en ruimte bood aan de Kerk van Rome om zijn structuren verder uit te bouwen. Dat gebeurde vooral bij het heersersgeslacht dat de Merovingen opvolgde, namelijk de Karolingen, van wie de belangrijkste

Geschiedenis van België

16


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789038226576 by Uitgeverij Lannoo - Issuu