KARAKTERS  Filosofie en literatuur in zakformaat
MARENTE DE MOOR DEZE HOEDANIGHEID
D/2016/4804/110 – ISBN 978 90 382 2638 5 – NUR 740 Vormgeving cover: Studio Lannoo Vormgeving binnenwerk: Studio Lannoo Zetwerk binnenwerk: Studio Lannoo © De auteurs Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Academia Press Prudens Van Duyseplein 8 9000 Gent – België www.academiapress.be
DEZE HOEDANIGHEID
Dit was dus werkelijk het geval. Want ook zonder bril zag hij een horizon, gevuld met herfst, wollige heuvels waarin een botergele zon was gebakken, een windstil veld met mens noch dier erin, dit was echt, dit zou een week hun uitzicht zijn. Lotte wilde altijd al een huisje zoals kinderen dat tekenen, met een voordeur, een rokende schoorsteen en breed lachende bewoners achter de raampjes. En ze was duidelijk niet de enige met dit verlangen, want het huisje was de rest van het jaar volgeboekt. Ongerept & ongestoord, juichte de advertentie – terug naar de essentie – met nog wat modekreten die de hoge prijs moesten rechtvaardigen. Lotte negeerde zijn bezwaren, dat het te koud, te vochtig en te gevaarlijk zou zijn, dat ze zouden verdwalen en dat hun lichamen nooit meer zouden worden teruggevonden. Ze boekte en Hans moest mee, naar Wallonië. Waar was hij zo bang voor geweest, vroeg hij zich nu af. De stilte? Hun oren snakten daarnaar. De kou? Hier, met zijn tweeën onder het donsdek, was het goed te doen, beneden vroeg het vuur maar een armvol van de houtvoorraad. Het was evenmin te vochtig, daarvoor rook het hier te lekker. Onderweg hadden ze ruim ingeslagen,
5
want dat worst, chips en wijn ook essenties waren, daar waren ze het gelukkig over eens. Van al zijn zintuigen zou alleen zijn zicht tekortkomen, dat begreep hij op het moment dat de eigenaresse zei dat de elektriciteit was uitgevallen. Kwam ze lekker laat mee. ‘Kaarslicht’, zei Lotte. ‘Koud water’, zei Hans. ‘Als ze het niet repareren, haal ik wel een noodaggregaat’, zei het wijfie. En weg was ze in haar met gebonk en geblaf gevulde auto, weg van de essentie! Wat zou de volgende stap in bewust reizen zijn, een midweek in een kuil in de grond? Huize Gat in de Markt! Vier uur, las hij op zijn telefoon, en nog maar zestig procent batterij. Hun hazenslaapje was uitgelopen. Lotte lag met haar rug naar hem toe, een schouder bloot, haar hennarode haar samengebonden in haar hals, dat kon hij nog wel hebben, maar de huid eronder was door de jaren heen bezaaid geraakt met pigmentvlekjes, pukkeltjes, spatjes. Alsof iemand een schilderskwast boven haar had uitgeschud met gebrande omber of Keulse aarde. Zelfs een tikje cadmium zat erin. Met lichte weerzin gleed hij uit bed, pakte zijn bril en ging rillend op zoek naar de badkamer. ‘Wie heeft er nog een televisie nodig met dit uitzicht?’, had de eigenaresse gezegd. ‘Elk raam biedt een meesterwerk,
6
meneer hoeft alleen nog maar af te drukken.’ Het mens was dus alweer op de hoogte gesteld. Lotte misbruikte zijn vak om korting te bedingen bij accommodaties: ‘Mijn man is kunstenaar en zoekt een rustige plek om inspiratie op te doen.’ Middenstanders waren dol op dat klotewoord, kregen een waas voor ogen bij de gedachte dat de grote Hans Sloter zijn statief zou opstellen in hun B&B, ook al moesten ze eerst even googelen wie hij eigenlijk was. Of was geweest, want hij had al vijf jaar geen camera meer vastgehouden. De lol was er wel vanaf. Fotografen waren geen alchemisten meer; wat zij ooit in het rode licht tevoorschijn toverden, zette nu een kind met een smartphone in elkaar, compleet met de onvolkomenheden van toen. Ja, juist om die gebreken was het ze te doen, om de grove korrel, de krassen, het te sterke contrast. Klik, daar had je de selfie-noir van een millennial voor dat restje Berlijnse muur, net echt! De geheimen lagen op straat. Sommige collega’s grepen terug naar de antieke techniek van de natte plaat, iets wat ze destijds, toen ze nog over straat flitsten met hun Nikon F2’s, potsierlijk hadden gevonden. Clowns waren het, die vanuit de piste wanhopig het publiek proberen terug te roepen: ‘Komt dat zien, we hebben nog een trucje uit de oude doos!’ Die zouden wel even bepalen waar de technologische ontwikkeling moest stoppen. Terug met albumine en zilvernitraat, terug naar het werk van
7
de duivel! Maar hun kinderen gaapten en aapten het na met een appje. De duivel? His show is over. ‘Zal ik weer gaan schilderen?’, had hij aan Lotte g evraagd. Goed idee, vond zij, maar dan wel ‘gewoon figuratief, niet van dat gebeuk en gekwak op grote doeken, dan weet iedereen dat je in een midlifecrisis zit’. Wat ze maar gewoon noemde. In zijn academietijd was realisme een scheldwoord, de vrienden die doorgingen met schilderen waren inderdaad met steeds grotere gebaren gaan werken. Al het andere heette ‘pielen’. Wat maakten ze zich druk over hun imago, maar een behoorlijke lijn uit de losse pols neerzetten, ho maar. In de fotografie mocht je wel lekker pielen, daar lachte niemand je uit als je eindeloos zat te schuiven met licht, donker en tijd. Beslissingen waren zelden onherroepelijk, hij kon lukraak rolletjes volschieten met beelden die slechts als doel hadden weg te vallen naast die ene voltreffer, die dan nog afgesneden, uitvergroot, doorgedrukt en tegengehouden kon worden. Fotografie, was dat niet een beetje de multiple choice van de beeldende kunst, vroeg hij zich af, maakte hij wel werkelijk iets of deed hij het alleen maar net echt lijken? Hij kocht zich een ongeluk. Lenzen, filters, lampen, reflectie- en projectieschermen, emulsies, ontwikkelaars – duur speelgoed om iets omhanden te hebben, want in zijn hoofd gebeurde het
8