Skip to main content

9789038226248

Page 1

conscience.herdacht.book Page 1 Wednesday, April 27, 2016 1:42 PM

De Grote Onleesbare Hendrik Conscience herdacht


conscience.herdacht.book Page 2 Wednesday, April 27, 2016 1:42 PM


conscience.herdacht.book Page 3 Wednesday, April 27, 2016 1:42 PM

De Grote Onleesbare Hendrik Conscience herdacht

Kris Humbeeck, Kevin Absillis & Janneke Weijermars (red.) m.m.v. Valerie Rousseau & Maxime van Steen Beeldredactie: Bjorn Gabriels & Kris Humbeeck


conscience.herdacht.book Page 4 Wednesday, April 27, 2016 1:42 PM

© Academia Press P. Van Duyseplein 8 9000 Gent Tel. 09/233 80 88 info@academiapress.be www.academiapress.be Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv.

De Grote Onleesbare – Hendrik Conscience herdacht Kris Humbeeck, Kevin Absillis & Janneke Weijermars (red.) m.m.v. Valerie Rousseau & Maxime van Steen Beeldredactie: Bjorn Gabriels & Kris Humbeeck Gent, Academia Press, 2016, 560 p.

Omslagontwerp: Stéphane De Schrevel Lay-out: punctilio.be

ISBN 978 90 382 2624 8 D/2016/4804/93 NUR 622

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


conscience.herdacht.book Page 1 Wednesday, April 27, 2016 1:42 PM

Inhoud Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . De man wiens volk hem niet meer wil lezen Kris Humbeeck & Kevin Absillis

5

Omtrent De Kerels van Vlaanderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Eerste aanzet tot een kleine draagbare geschiedenis van de Vlaamse Kerel Kris Humbeeck

113

Een kwestie van intensiteit. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Georges Eekhoud en Hendrik Conscience Christian Berg

175

Met Conscience op café . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Hans Vandevoorde

197

“Wanneer Kunst de knoop onzer neyging uytmaekt” . . . . . . . . . . . . . . . . Theodoor van Ryswyck en Hendrik Conscience Adelheid Ceulemans

215

De Tsjechische Conscience . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Wilken Engelbrecht

239

“Ik scheer dus slechts de varkens” . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . D. Bolle en de handel in Consciencerestanten Lisa Kuitert

265

Conscience buitengaats . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Willem van den Berg

279

Hendrik Conscience als operalibrettist. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Van De pelgrim in de woestijn tot De dichter en zijn droombeeld Jan Dewilde

301

1


conscience.herdacht.book Page 2 Wednesday, April 27, 2016 1:42 PM

I NHOUD

‘Felix Roobeek’ . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Een diptiek en twee vragen Paul Pelckmans

319

De glans van het verleden, het recht op het heden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Over het eerste eeuwfeest van Hendrik Conscience Germa Greving en Jo Tollebeek

341

Conscience onder de analfabeten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Joep Leerssen

369

Voorbij Conscience?. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Alternatieven voor de ‘onleesbare’ Leeuw van Vlaenderen, 1920-1985 Marnix Beyen

391

Met vader Conscience naar de bioscoop en andere jongensdromen . . . . . . Bjorn Gabriels

417

Mag Conscience spreken? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . De Boerenkryg (1853) anders gelezen Kevin Absillis

463

Bij wijze van epiloog . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . De man die zijn volk gezichten leerde lezen: Consciences zin voor detail Piet Couttenier

499

Noten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

515

Index van persoonsnamen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

545

Index van titels van Hendrik Conscience . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

556

Over de auteurs . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

559

2


conscience.herdacht.book Page 4 Wednesday, April 27, 2016 1:42 PM

I NHOUD

4


conscience.herdacht.book Page 5 Wednesday, April 27, 2016 1:42 PM

Inleiding De man wiens volk hem niet meer wil lezen Kris Humbeeck & Kevin Absillis

‘De man die zijn volk leerde lezen’: het moet de meest succesvolle catch phrase uit de Vlaamse literatuur zijn. De lofspreuk slaat uiteraard op Hendrik Conscience (1812-1883) en is volgens de overlevering in 1881 of kort erna bedacht door Henriette Mertens, de echtgenote van de dichter Jan van Beers. Het was deze Van Beers die de woorden voor het eerst publiekelijk uitsprak, toen hij op 13 augustus 1883 in Antwerpen een bronzen beeld onthulde van zijn oudere en inmiddels ongeneeslijk zieke vriend Hendrik Conscience. ‘Hij leerde zijn volk lezen’: zo zei Jan van Beers het, en zo stond het eveneens op de voet van het oorspronkelijke ontwerp van het beeld, maar merkwaardig genoeg niet op het uiteindelijke kunstwerk. Ook op Consciences praalgraf zal men deze woorden vergeefs zoeken. Toch wist algauw iedereen in Vlaanderen wie ermee bedoeld werd, zeker nadat ze tijdens het eeuwfeest van de grote volksschrijver kwistig waren rondgestrooid en overal opdoken. Wat deze gevleugelde woorden verder nog mochten betekenen, ze waren hoe dan ook de hoogste lof die een verhalenverteller toentertijd te beurt kon vallen (Schmook 1973). Meer dan tweehonderd jaar na zijn geboorte is het vreemd gesteld met de man die zijn volk leerde lezen. De naam ‘Hendrik Conscience’ klinkt zowat iedereen nog vertrouwd in de oren en hetzelfde geldt voor één titel die onlosmakelijk met die naam verbonden is, namelijk De Leeuw van Vlaenderen of de Slag der Gulden Sporen (1838). Dat boek mag al even bekend heten als Het verdriet van België (1983), maar vermoedelijk hebben in 2016 nog veel minder mensen het ook daad(Afbeelding linkerpagina) (Afbeelding linkerpagina) Allegorisch Allegorisch olieverfschilderij olieverfschilderij Emiel Emiel van van Marsenille, Marsenille, ‘Hij ‘Hijleerde leerde volk lezen’, ongedateerd. [Letterenhuis, Antwerpen] zijn volk lezen’, zijn ongedateerd [Letterenhuis, Antwerpen]. 5


conscience.herdacht.book Page 6 Wednesday, April 27, 2016 1:42 PM

K RIS H UMBEECK & K EVIN A BSILLIS

Evenals op het standbeeld zelf ontbreken ook in de publicatie van Jan van Beers’ toespraak bij de onthulling van dat monument de woorden die nog steeds aan Consciences naam verbonden zijn: ‘Hij leerde zijn volk lezen’ [Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, Antwerpen].

werkelijk gelezen dan het geval heet te zijn voor Hugo Claus’ dikke pil.1 Anders dan Claus kan Hendrik Conscience bovendien niet eens een werk voorleggen dat vandaag door het brede publiek nieuw gekocht wordt. Zelfs in het Consciencejaar 2012 kon de reguliere boekhandel godbetert niet een enkele titel van zijn hand leveren. Wie De Leeuw van Vlaenderen wilde kopen, diende zich te wenden tot een antiquariaat of tot de onthaaldesk van het Antwerpse Letterenhuis. Daar kon men zich tegen 29,95 EURO een herdruk (oplage: 500 exemplaren) aanschaffen van de wetenschappelijke uitgave uit 2002. Ook nu nog staan er volle dozen van in het magazijn. Zo vreselijk veel viel er in 2012 in de media overigens niet te vernemen over Conscience en zijn literaire nalatenschap. Ondanks een handjevol sympathieke initiatieven verliep de herdenking toch eerder in mineur.2 Sterker, uitgerekend in diens tweehonderdste geboortejaar probeerde een eskadertje Vlaamse schrijvers en intellectuelen wat nog overeind stond van Consciences reputatie definitief te slopen. Zo stelde Geert van Istendael in een als huldelezing vermomd betoog leukweg voor om de bronzen Conscience op het naar hem genoemde plein om te smelten; de man-die-zijn-volk-leerde-lezen had daar volgens hem lang genoeg sullig 6


conscience.herdacht.book Page 7 Wednesday, April 27, 2016 1:42 PM

I NLEIDING

voor zich uit zitten staren. Omstreeks dezelfde tijd eiste de literaire goegemeente onder aanvoering van het evenementenbureau Behoud de Begeerte dat het Antwerpse (Pieter) de Coninckplein herdoopt zou worden in het Herman de Coninckplein – de hiervoor aangevoerde redenen komen net als Van Istendaels argumentatie verderop in deze inleiding uitvoerig aan de orde.

Standbeeld van Hendrik Conscience in Schilde (Wilfried Pas, 2012).

Achteraf bezien leek het wel bijna taboe om tijdens de viering van zijn tweehonderdste geboortedag publiekelijk iets aardigs te zeggen over de man die zijn volk leerde lezen. Zelfs als “schepper van merkidentiteit” werd hij door de voormalige succesreclamemaker Guillaume van der Stighelen een tekort aan talent aangewreven (Van der Stighelen 2012). Tekenend voor de hele sfeer was hoe Marc Reynebeau op 4 oktober 2012 aan de luisteraars van Radio 1 kwam uitleggen waarom Conscience “totaal onleesbaar” was. “Niks” van diens naar omvang gemeten nochtans imposante oeuvre had volgens hem “de tand des tijds doorstaan”, daarvoor stond het om te beginnen al te stijf van de “gezwollen pathetiek”. Reynebeaus uitsmijter kon tellen: “Conscience heeft minstens 100 boeken geschreven. Wie dat nu zou herlezen, die is denk ik goed voor het gesticht.”3 In de radiostudio oogstte de opinion maker met zijn forse statement instemmend gehinnik en gegnuif. Met dat al kon het verschil met het eerste eeuwfeest van Conscience niet groter zijn. Jo Tollebeek en Germa Greving beschrijven in deze bundel hoe de viering van 7


conscience.herdacht.book Page 8 Wednesday, April 27, 2016 1:42 PM

K RIS H UMBEECK & K EVIN A BSILLIS

de geliefde volksschrijver in 1912 een massa lezers op de been bracht. Zijn oeuvre was toen nog springlevend – de Brusselse uitgever J. Lebègue bood dat jaar met veel succes een nieuwe editie, in veertig delen, van de Volledige Werken aan – en de herdenkingsmachine draaide op volle toeren. Het hoogtepunt was een stoet in Antwerpen die naar schatting tweehonderdduizend kijklustigen lokte. Katholieken, liberalen en socialisten stonden er zij aan zij, evenals Nederlandstaligen, Franstaligen en Esperantisten, alsook vakbondsleden, ondernemers en zelfstandigen. Vanzelfsprekend herdachten zoveel verschillende mensen niet allemaal dezelfde Conscience. Zijn werk bleek zich zoals zoveel literatuur tot uiteenlopende interpretaties te lenen. Maar zijn weergaloze populariteit in 1912 duidde niettemin op een algemene waardering zowel voor zijn inzet om de Vlaamse Belgen cultureel te ‘verheffen’ als voor de verzoenende kracht die van zijn oeuvre uitging. Van links tot rechts, van stedeling tot boer, van de onderste tot de bovenste lagen van de maatschappij, iedereen voelde zich klaarblijkelijk uitgenodigd om mee te feesten. Zelfs koning Albert I verwaardigde zich naar Antwerpen te komen en de grote schrijver hulde te betuigen.

Albert I en de koninklijke familie op de eretribune aan de Meir, Conscience-praalstoet, 15 augustus 1912 [Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, Antwerpen]. 8


conscience.herdacht.book Page 9 Wednesday, April 27, 2016 1:42 PM

I NLEIDING

Hoe anders was de sfeer in 2012. Conscience werd niet eens meer een grote expositie waard geacht, in tegenstelling tot de honderd jaar na hem geboren Louis Paul Boon, aan wie zelfs twee grote tentoonstellingen gewijd waren. De publieke omroep VRT beperkte zijn herinneringsactiviteiten tot… ja, tot wat eigenlijk? En ook de academische wereld zou dit tweede eeuwfeest van de man die zijn volk leerde lezen wellicht in stilte voorbij hebben laten gaan, als niet de Antwerpse hoogleraar Piet Couttenier nog net op tijd het initiatief had genomen voor twee bijeenkomsten.4 Monografieën, documentaire studies en essays Karel Wauters, Hendrik Conscience. Van geboorte tot Leeuw, 1812-1838 (eerste deel bleven intussen uit. Wel verscheen in Consciencebiografie, 2012). 2012 het enige deel van de Consciencebiografie dat de voortijdig overleden Karel Wauters nog heeft kunnen voltooien (Wauters 2012). Het behandelt het leven van de grote volksschrijver tot 1838. Pas bij het ter perse gaan van dit boek heeft zich in de persoon van Letterenhuismedewerker Johan Vanhecke een biograaf gemeld die Wauters’ werk wil voortzetten.

Het stof der tijden Het lijkt er sterk op dat over het oeuvre van de man die zijn volk leerde lezen voorgoed het stof der tijden is neergedaald. Dankbaarheid is niet de meest prominente eigenschap van dat volk, zo is men dan geneigd te concluderen. Dat zou echter voortvarend zijn. Niet alleen kent de Vlaming van vandaag Consciences naam, er bestaat bij velen ook nog altijd de nodige waardering voor deze in het collectieve geheugen verankerde figuur. Bij de verkiezing van de Grootste Belg, in 2005, eindigde Conscience aan Vlaamse kant niet toevallig op de tiende plaats; Hugo Claus was nipt dertigste.5 Daarom vond men Conscience natuurlijk nog geen ‘betere’ schrijver dan Claus, maar de algemene verdiensten van de man die zijn volk leerde lezen blijken niettemin ook voor nogal wat vroeg-21ste-eeuwse Vlamingen buiten kijf te staan. Conscience was en is nog steeds voor velen Vlaanderens ‘oerschrijver’, en als zodanig blijft hij fascineren. Ironisch genoeg zijn het kennelijk 9


conscience.herdacht.book Page 10 Wednesday, April 27, 2016 1:42 PM

K RIS H UMBEECK & K EVIN A BSILLIS

toch vooral zijn geschriften die ons niet langer kunnen boeien. Het is niet eens zo moeilijk om dat te begrijpen.

De taalkwestie Een eerste stoorzender bij het lezen van Conscience is de naar onze huidige normen nogal merkwaardige variant van het Nederlands waarin zijn boeken zijn gesteld. De in Antwerpen geboren zoon van een Franse, gebroken Nederlands sprekende vader en een nauwelijks geletterde Kempense moeder ging in de eerste jaren na de door hem aanvankelijk geestdriftig toegejuichte en zelfs met de wapens verdedigde Belgische Omwenteling als vanzelfsprekend in het Frans aan literatuur doen. Weliswaar garandeerde de grondwet van de nieuwe natiestaat in het hart van Europa alle Belgen de vrijheid van taal, maar als medium van de politieke, maatschappelijke en economische elites leek het Frans toch van meet af aan voorbestemd om gestalte te geven aan een hogere cultuur, in de eerste plaats een ‘Belgische’ letterkunde. Toen de jonge Conscience zich in 1837 echter zette aan het schrijven van een historische roman over de Beeldenstorm, wilde de taal van Voltaire zich maar niet plooien naar zijn ideeën en gevoelens. De schrijver stond op het punt om zijn kroontjespen voorgoed op te bergen, toen hij nog één keer opnieuw begon, ditmaal niet in het Frans, maar in zijn (in de volle betekenis van dat woord) moedertaal. Een wonder voltrok zich, als we Conscience mogen geloven: zijn kroontjespen gleed opeens zwierig over het papier, de inkt stroomde zo snel als de gedachten die in hem opkwamen en na een welluidende aanhef ontvouwde zich bladzijde na bladzijde, bijna als een bloem, de eerste moderne Vlaamse roman. Losjes geparafraseerd is dit althans hoe Conscience zelf het ontstaan van zijn romandebuut In ’t wonderjaer [1566]. Historische tafereelen uit de XVIe eeuw (1837) heeft gereconstrueerd in zijn pas jaren later geschreven en postuum gepubliceerde autobiografie Geschiedenis mijner jeugd (1888). De voor zijn literaire carrière alsmede voor de Vlaamse literatuur zo cruciale epifanie evoceerde hij daarin als volgt: “Ik had Vlaams geschreven! Het ging vanzelf; alles was mij uit de pen gevloeid zonder moeite en, volgens mij toescheen, op zangerige maat en met een losse, natuurlijke vorm. Er was, dacht ik, niets aan te verbeteren of te veranderen.” (Conscience 1978: 216) Al snel zou de laatste passage een ironische bijklank krijgen. Conscience mocht dan wel als “vanzelve” en “zonder moeite” Vlaams hebben geschreven, aan zijn taal bleek volgens menigeen wel heel veel te verbeteren. Toen de schrijver in mei 1855 de allereerste Vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Vlaamse letterkunde werd toege-

10


conscience.herdacht.book Page 11 Wednesday, April 27, 2016 1:42 PM

I NLEIDING

kend,6 liet de jury in haar verslag optekenen dat het bekroonde werk “op het punt van zuiverheid van tael” te wensen overliet (in De Smedt 2004: 90). Voor Jan Baptist David, die voor een plaats in de jury had bedankt om zelf voor de Staatsprijs in aanmerking te kunnen komen, was de kritiek aan het adres van Conscience nog veel te mild. Deze Leuvense hoogleraar en kanunnik ervoer de bekroning van een taalkundig dermate weinig onderlegd schrijver, behalve als een miskenning van zijn eigen talent, als een kleine ramp voor het naar verheffing snakkende Vlaamse volk (Wils 1957: 170). Om de kwalijke gevolgen van Consciences geknoei met de moedertaal te beperken, begon hij de door de Staatsprijsjury gesignaleerde onzuiverheid uitvoerig te documenteren. Uiteindelijk rolde in 1856 Taelen letterkundige aenmerkingen van de drukpers: een bijdrage tot de bloei van de nationale letterkunde. Naast classicistisch geïnspireerd stijladvies verstrekte de studie voornamelijk orthografische, lexicologische en grammaticale wenken. Deze hadden in de eerste plaats betrekking op de talloze “vreemde plooijen” waarop David, zo bleek, niet alleen de taal van Conscience, maar nagenoeg die van alle Vlaamse auteurs die er destijds toe deden kon betrappen. Dat de Vlaamse letterkunde gestalte kreeg in een soort Bargoens was volgens de kanunnik te wijten aan het feit dat Vlaamse schrijvers nog altijd “in ’t Fransch” dachten en zodoende ongewild allerhande “barbarismen” introduceerden. Daardoor brachten ze “groote schade” toe aan de “volkstael” en droegen ze onvermijdelijk bij tot de “verbastering van het nationael gevoel”, voor de auteur overigens, net als voor de meeste van zijn tijdgenoten, expliciet een zaak van “belgischen geest” (David 1856: vii; Vlasselaers 1986: 108-109). Taalzuiveraar David spaarde niemand in zijn Tael- en letterkundige aenmerkingen, maar het was toch vooral zijn concurrent Conscience die de volle laag kreeg. “[G]een enkel gebrek blijft de romancier bespaard”, heeft August Keersmaekers naderhand terecht opgemerkt, en de door hem opgestelde inventaris van Davids klachten is inderdaad vrijwel eindeloos. Jan Baptist David was bijzonder grondig te werk gegaan en signaleerde onder meer spelfouten, onoordeelkundig Louis B.A. Tuerlinckx, Portret van Jan gebruik van leestekens, verkeerd woordBaptist David, omstreeks 1844 gebruik, onnauwkeurige uitdrukkingen, [Letterenhuis, Antwerpen]. 11


conscience.herdacht.book Page 12 Wednesday, April 27, 2016 1:42 PM

K RIS H UMBEECK & K EVIN A BSILLIS

verwerpelijk geachte barbarismen, gallicismen en neologismen, slechte woordvormingen en samenstellingen, contradicties, “wanluidendheid”, “onaengename klankherhaling” en “cacophonieën”, verkeerde beeldspraak, langdradige zinsbouw en slechte woordvolgorde (Keersmaekers 1968-1973: 35-36). Sindsdien zou de kritiek op Consciences gebrekkige beheersing van het Nederlands nooit meer verstommen. Hippoliet Meert, Willem De Vreese en al die andere taalpuristen die in de voetsporen van Jan Baptist David traden, ze hadden tegen het eind van de 19de eeuw nog altijd een flinke kluif aan de vader van de Vlaamse letteren (Absillis 2009: 76). Ten langen leste groeide de taalkwestie uit tot een van de sleutelargumenten in de discussies over de onleesbaarheid van Hendrik Conscience. De vele pogingen om zijn romans na de dood van de auteur te conformeren aan een moderne taalstandaard, pakten op den duur averechts uit. Ze bevestigden slechts de wijdverspreide en na de Tweede Wereldoorlog algauw algemeen aanvaarde opvatting dat die hele Conscience, letterlijk, bijna onleesbaar was. Om De Leeuw van Vlaenderen in verstaanbaar Nederlands op de markt te brengen, zag de firma Manteau zich in de jaren 1970 zelfs verplicht om een oude Franse vertaling van Consciences eerste succesroman weer naar het Algemeen Nederlands te laten vertalen.7 Het ontlokte de gewezen Manteau-medewerker Jeroen Brouwers, die de taal van Conscience “een met barbaristische wratten overdekt zijnd namaakDiets” vond (Brouwers 1994: 30), volgend schamper commentaar: “Als de Vlamingen zelf de taal van hun oude meesters al niet meer kunnen pruimen, hoe zouden de Hollanders er dan belangstelling voor kunnen hebben?” (Ibid.: 30-31) Zo kon het geloof ontstaan dat àls Conscience zijn volk al had leren lezen, hij de taal van dat arme volk en cours de route ook bijna onherroepelijk had verpest (Deprez 2012: 405).

De stijlkwestie Behalve aan diens naar verluidt meer dan dubieuze taaltje moet de lezer van nu ook wennen aan de overladen en opgesmukte stijl van de eerste grote Vlaamse schrijver. Zo begint bijvoorbeeld De Leeuw van Vlaenderen: “De roode morgenzon blonk twyfelachtig in het oosten, en was nog met een kleed van nachtwolken omgeven, terwyl haer zevenkleurig beeld zich glinsterend in elken dauwdruppel herhaelde” (Conscience 2012: 1). De aanhef van het tweede hoofdstuk is niet minder gezwollen: “De zon klom glansryk op de kim en de verliefde tortelduif dronk de laetste dauwdruppels van de groene bladen der boomen” (ibid.: 17-18). Reeds in 1868, in de openingspassage van zijn roman Lidewyde, parodieerde Conrad Busken Huet op

12


conscience.herdacht.book Page 13 Wednesday, April 27, 2016 1:42 PM

I NLEIDING

Titelpagina Flämisches Stillleben, in drei kleinen Erzählungen von Heinrich Conscience (1845): de eerste Duitse vertaling van Hendrik Conscience, van de hand van Melchior von Diepenbrock [Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, Antwerpen].

Enrique Conscience, El quinto (1875), uitgegeven door de Madrileense uitgeverij Guirnalda y Episodios Nacionales in de reeks ‘Biblioteca de Buenas Novelas’. Deze reeks, met auteurs als Edgar Allen Poe en Charles Dickens, bood “getrouwe vertalingen uit verschillende talen […] ten dienste van de jeugd van vandaag”. El quinto is Spaans voor De loteling [Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, Antwerpen].

Hendrik Conscience, Sketches From Flemish Life (1846): de eerste Engelse vertaling van moderne Nederlandstalige literatuur, uitgegeven door de Londense uitgeverij Longman, Brown, Green and Longmans. In het fonds van deze uitgeverij vindt men omstreeks 1846 onder andere werk van Walter Scott en William Wordsworth, en voorts vulgariserende literatuur en jeugdliteratuur met een stichtend karakter.

13


conscience.herdacht.book Page 14 Wednesday, April 27, 2016 1:42 PM

K RIS H UMBEECK & K EVIN A BSILLIS

meesterlijke wijze de ook toen al sleetse beeldspraak waarmee sommige romantisch gestemde schrijvers nog altijd probeerden een Natureingang in elkaar te knutselen.8 Op hun beurt vonden de Tachtigers de stijl waarvan de als criticus nochtans zo vaak heerlijk scherpe Huet zich in Lidewyde bediende, veel te verhullend om aanspraak te kunnen maken op grote waardering. Maar ze namen Huets proeve van moderne romankunst tenminste wel serieus. Aan Conscience maakte deze zelfverklaarde avant-garde daarentegen nauwelijks woorden vuil.9 In hun ogen moet de schrijver een van deze riemen papier volschrijvende Vlamingen zijn geweest die, in de woorden van Lodewijk van Deyssel, uitblonken door een “volkomen afwezigheid van eenige fijnheid, hoe en waarin ook” (Van Deyssel 1979: 185). Esthetische meerwaardezoekers knappen simpelweg af op de redekunstige stijl en het pathos van de man die zijn volk leerde lezen. Zoveel verbale nadrukkelijkheid ervaren lezers van vandaag als hoogst opdringerig en kan zeker in de ogen van de betere criticus al sinds de Grote Oorlog niet meer voor literatuur met een hoofdletter L doorgaan. Maar juist buiten de esthetisch verantwoorde letteren strekt zich zoals bekend een enorme ruimte uit waar grote drommen lezers van fictie op zoek zijn naar (ont)spanning en (melo)drama. Men zou verwachten dat zeker een roman als De Leeuw van Vlaenderen – die toch een net niet tragisch eindigende liefdesgeschiedenis paart aan flitsende actie en suspense – dat massale publiek kan charmeren. Enige tijd is dat in Vlaanderen evenals soms ver daarbuiten inderdaad ook het geval geweest. Zonder overdrijven kan worden gesteld dat Conscience niet alleen de Vlaamse, maar de hele moderne Nederlandstalige literatuur onder de aandacht van het buitenland heeft gebracht. Zoals Wilken Engelbrecht in deze bundel onderstreept – en ook de door Herbert van Uffelen bijgehouden database Literatur im Kontext duidelijk laat zien – was zijn literaire werk vaak het eerste dat elders uit het Nederlands vertaald werd. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de Scandinavische talen, net als voor het Slovaaks en het Hongaars. Een uitzondering is Frankrijk, waar vóór de publicatie van maar liefst drie Conscience-titels in 1852, al vertalingen waren verschenen van onder anderen Rhijnvis Feith, Jacob van Lennep en Hendrik Tollens. Maar qua populariteit konden Julie (1792), La rose de Dékama (1840) en Les Bataves à la Nouvelle-Zemble (1828) nauwelijks wedijveren met Les souffrances d’une mère (1852), Françoise Van Roosemael (1852) en Comment on devient peintre (1852). In dit verband heeft José Lambert erop gewezen dat met uitzondering van Conscience en in tweede instantie Multatuli, de belangstelling voor Nederlandstalige literatuur in het 19de-eeuwse Frankrijk eerder beperkt was. Wellicht is Conscience zelfs de enige in het Frans vertaalde Nederlandstalige schrijver uit die 14


conscience.herdacht.book Page 15 Wednesday, April 27, 2016 1:42 PM

I NLEIDING

periode naar wiens werk er op de ‘Parijse’ markt werkelijk vraag was (Lambert 1980: 76-80). Maar liefst zestig delen telde Henri Consciences Oeuvres complètes, die tussen 1854 en 1885 in de Franse hoofdstad werden gepubliceerd. Ook in de Duitstalige wereld was Conscience niet de eerste, maar wel de vaakst uit het Nederlands vertaalde fictieschrijver. In 1845 werd de Vlaamse volksschrijver er geïntroduceerd door de katholieke geestelijke Melchior von Diepenbrock. Flämisches Stillleben, in drei kleinen Erzählungen von Heinrich Conscience werd een jaar later in het Engels vertaald (Sketches From Flemish Life, 1846). Nog eens tien jaar later zagen – als tijdschriftfeuilleton – Tsjechische vertalingen van de romans Siska van Roosemael (1844) en Wat eene moeder lyden kan (1843) het licht. Ze waren het begin van een imposante reeks vertalingen die, zoals Wilken Engelbrecht in deze bundel opmerkt, buiten het Duitse taalgebied zijn gelijke in Europa niet zou kennen. Nadat de liberale lezers teleurgesteld waren geraakt over de steeds katholiekere inslag van zijn werk, vond de man die de Vlamingen leerde lezen juist bij Tsjechischtalige gelovigen een dankbaar en vooral ook massaal publiek. Om het laatste zo goed mogelijk te bedienen, werd de handeling van Consciences meer sociaal getinte romans en novellen soms zelfs overgeplaatst naar Moravië, overigens zonder de oorspronkelijke sfeer van zijn verhalen geweld aan te doen. Tegelijkertijd bleef de Vlaamse schrijver het nodige respect genieten als de man die zijn volk wekte uit een slaap van eeuwen. Het zou echter nog tot 1935 duren voordat eindelijk ook De Leeuw van Vlaenderen in het Tsjechisch werd vertaald. De TsjechoSlovaakse Republiek bestond op dat moment nog geen twee decennia en nu de integriteit van het land bedreigd werd door Hitler-Duitsland, beantwoordde een geschiedenis die de eendracht en fysieke weerbaarheid van een volk in triomfantelijke tonen bezong opeens aan een reële behoefte. Wat zijn populariteit echter ook moge hebben bevorderd – zijn sentimentele liefde voor het gewone buitenvolk en zijn passie voor de natie, zijn trouw aan de bestaande orde en zijn heilige geloof in het zelfbeschikkingsrecht van de onderdrukte Vlamingen –, het was toch vooral Consciences nu eens gevoelvolle en dan weer woest meeslepende verteltrant die ook in het buitenland velen wist te charmeren. Op grond van die kwaliteiten was de man die het Vlaamse volk leerde lezen ooit zelfs ‘big’ in Spanje en Argentinië, alsook op de Filipijnen. Er zijn wel een zeventigtal Spaanse vertalingen van Hendrik ‘Enrique’ Conscience bekend (Saguer 2007). Die periode van overweldigend succes ligt echter al lang achter de rug. Consciences internationale reputatie is compleet verdampt. Zelfs in Nederland blijkt de auteur onvoldoende wortel te hebben geschoten om behalve bij een handjevol professionals vandaag nog op enige erkenning te kunnen rekenen. Zoals 15


conscience.herdacht.book Page 16 Wednesday, April 27, 2016 1:42 PM

K RIS H UMBEECK & K EVIN A BSILLIS

Willem van den Berg in dit boek uiteenzet, werd de in eigen land weergaloos populaire verteller in zijn tijd lang niet door alle geletterde Nederlanders op groot enthousiasme onthaald. Halverwege de 19de eeuw groeide in Noord-Nederland weliswaar de belangstelling voor zijn werk, maar bijvoorbeeld een gezaghebbend criticus als de liberaal Hendrik J. Schimmel, zelf auteur van enkele historische romans, vond Conscience slechts van tweede rang. Het bleef ook oorverdovend stil rond de publicatie van diens Batavia. Historisch tafereel uit de XVIIe eeuw (1858), uitgerekend een werk geschreven speciaal met het oog op de ‘Hollandse’ markt. Volgens Van den Berg had Conscience Nederlands sluimerende koloniale kwestie onderschat, zoals pijnlijk duidelijk zou worden toen even later Multatuli’s Max Havelaar of de koffiveilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappy (1860) naast Batavia kwam te staan. Niet alleen lag de nadruk naar de smaak van de ontwikkelde lezer te sterk op het voorbeeldige vaderlandse gedrag van de hoofdpersoon, een Nederlandse modelofficier, het patriottische sentiment waarin het verhaal baadde was sowieso veel te naïef om Consciences ‘Hollandse’ roman werkelijk ernstig te kunnen nemen. Bovendien moet naast de soms hyperemotionele stijl van de Vlaamse volksschrijver (een Jan Frederik Helmers op speed) eveneens zijn taal bij het meer ontwikkelde leespubliek, gewend aan het zuivere Nederlands van pakweg Hildebrand en Everhardus Potgieter, op weerstand zijn gestuit. Die taal accentueerde nog het feit dat dit zo al wat verouderde idealiserende proza over een uitgesproken nationaal onderwerp niet door een Nederlander was geproduceerd, wat de overtuigingskracht geen goed deed. De geringere literaire waardering voor zijn werk verhinderde niet dat Conscience ook in Nederland een uitgever zou vinden. Lisa Kuitert vertelt in dit boek hoe Albertus Willem Sijthoff de samenwerking aanging met Consciences Antwerpse uitgever Jan Petrus van Dieren en in 1867, in Leiden, het eerste van tien delen Romantische Werken liet verschijnen. De restanten van deze aanvankelijk bijzonder vlot verhandelde reeks werden vanaf 1873 door de Rotterdamse boekhandelaar Daniel Bolle verspreid als een goedkope ‘heruitgave’, waardoor Conscience zelfs onder de minst kapitaalkrachtige lezers bekend raakte. De verkoop in NoordNederland was zeker niet vergelijkbaar met die in Zuid-Nederland, maar niettemin een aanzienlijk succes. Overigens ondernam Conscience eind 1867 een promotietournee door Nederland die de nodige geestdrift opwekte, zij het in hoofdzaak bij de gewone lezer. Het lijkt er inderdaad op dat de waardering van een homme des lettres als Conrad Busken Huet een uitzondering op de regel was. De auteur van Het land van Rubens was dan ook geheel doordrongen van de status en de ‘nationale’ betekenis van Conscience in België, zeker sinds hij in 1881 de feestelijkheden 16


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789038226248 by Uitgeverij Lannoo - Issuu