Skip to main content

9789038226170

Page 1

Typologie en heuristiek van de bronnen voor de geschiedenis van de middeleeuwen — Steven Vanderputten Jelle Haemers - Tim Soens


D/2016/4804/086 - ISBN 978 90 382 2617 0 – NUR 780

Vormgeving cover: Studio Lannoo Vormgeving binnenwerk: bvba Le Pur et l’Impur © De auteurs en Academia Press, Gent, 2016 Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv

Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgeverij Academia Press Prudens Van Duyseplein 8 9000 Gent België www.academiapress.be


inhoudstafel

WOORD VOORAF

9

1. Begripsomschrijving en toelichting

11

2. Geschreven bronnen uit de middeleeuwen: geen vanzelfsprekendheid 2.1 Over de orale tegenhanger van het geschreven woord 2.2 Een ongeletterde, ‘pre-geletterde’ of ‘post-geletterde’ samenleving? 2.3 Latere tendensen 2.4 Bewaring van de bronnen

17 17 19 25 31

3. Beknopt overzicht van handboeken en bibliografieën voor de studie van de middeleeuwse samenleving 3.1 Handboeken 3.2 Woordenboeken 3.2.1 Verklarende woordenboeken 3.2.2 Vertalende woordenboeken 3.2.3 Dialectkunde 3.2.4 Woord- en handboeken voor toponymie en cartografie 3.3. Bibliografieën 3.3.1 Lopende bibliografieën 3.3.2 Retrospectieve bibliografieën 3.3.3 Elektronische full-textcollecties 3.4 Bronnenrepertoria 3.4.1 Bronnenrepertoria per regio - nationale ondernemingen 3.4.2 Bronnenrepertoria per type 3.5 Archiefgidsen 3.5.1 Wereldwijd 3.5.2 Nederland 3.6 Collecties van uitgegeven bronnen 3.6.1 Hagiografische en kerkhistorische bronnen 3.6.2 Nationale bronnenreeksen

35 35 36 36 37 38 39 43 44 48 51 53 53 54 65 65 65 68 68 71


3.7 Specifieke zoekinstrumenten 3.7.1 Biografie, genealogie en prosopografie 3.7.2 Heraldiek en Zegelkunde 3.7.3 Metrologie 3.7.4 Numismatiek en muntgeschiedenis 3.7.5 Chronologie 4. Typologie van middeleeuwse geschreven bronnen 4.1 De verhalende bronnen 4.1.0 Verhalende bronnen 4.1.1 Geschiedschrijving 4.1.2 Afgeleiden en emulaties van de antieke historiografie 4.1.3 Originele middeleeuwse genres 4.1.4 Hagiografische bronnen 4.2 Juridische bronnen 4.2.1 Wet- en regelgeving 4.2.2 Rechtspraak 4.2.3 Oorkonden 4.3 Administratieve en boekhoudkundige bronnen 4.3.1 Statische bronnen 4.3.2 Dynamische bronnen 4.4 Andere brontypes 4.4.1 Politieke traktaten en redevoeringen 4.4.2 Schriftvormen uit de christelijke geloofspraktijk 4.4.3 Wetenschappelijke geschriften 4.4.4 Pamfletten en aanplakbrieven

81 81 85 87 89 92 97 98 98 99 124 128 132 135 135 145 151 160 160 168 184 184 185 186 187


1. Begripsomschrijving en toelichting

Dit handboek heeft tot doel de bachelorstudent geschiedenis vertrouwd te maken met de voornaamste geschreven bronnen uit de West-Europese middeleeuwen en haar/hem te wijzen op de mogelijkheden en beperkingen van de studie van deze bronnen voor het historische onderzoek. Dit houdt vijf verschillende zaken in: •• In de eerste plaats gaat dit handboek over bronnen. Centraal in de behandeling van deze bronnen staan vragen die verband houden met hun ontstaan, overlevering, functie en potentieel voor het historische onderzoek. Het hoeft geen betoog dat een historicus in de eerste plaats geïnteresseerd is in wat de bronnen hem/haar vertellen. Dat impliceert dat teruggrijpen naar rechtstreekse getuigenissen uit de middeleeuwen onontbeerlijk is voor een geslaagd onderzoek. We beschikken vanuit die optiek dus over twee soorten bronnen, die ons respectievelijk rechtstreekse en onrechtstreekse informatie geven. Daarbij komen ook concrete problemen om de hoek kijken, zoals imitatie, compilatie, plagiaat en dergelijke. •• We behandelen enkel de geschreven bronnen. Archeologische, iconografische en materiële bronnen komen hier niet aan bod. In feite kunnen we stellen dat deze cursus zich dan ook concentreert op het potentieel dat teksten in zich hebben voor het onderzoek. Daarbij is een reflectie over de rol en het specifieke gebruik van het schrift als communicatiemiddel in de middeleeuwse samenleving noodzakelijk. We zullen onder andere zien hoe geschreven teksten allesbehalve neutrale informatiedragers zijn. In mindere mate behandelt dit boek literaire bronnen, zoals de dichtkunst, proza of


Geschreven bronnen uit de middeleeuwen: geen vanzelfsprekendheid

31

2.4 Bewaring van de bronnen

De bewaring van middeleeuwse bronnen kan je niet zonder meer in een overzichtelijk schema voorstellen, aangezien vaak een combinatie van factoren verantwoordelijk is voor de eventuele bewaring van documenten. Algemeen kan men stellen dat de bewaarcondities voor overheids- en kerkelijke archieven beter waren dan voor privé-archieven, en dat de sociale en economische achtergrond van groepen eveneens een belangrijke rol speelt. •• Er is, om te beginnen, ontzettend veel verloren gegaan: >> Natuurrampen, brand, vocht, schimmel en dergelijke meer >> Natuurlijke vergankelijkheid van het materiaal (hout, textiel,…) >> Verwoesting naar aanleiding van oorlogshandelingen, brandstichting, diefstal, … >> Selectie en vernietiging van documenten in het kader van de bewaringspraktijk >> Selectie en vernietiging van archieven en teksten om bestuurstechnische, didactische en andere redenen >> Selectie en vernietiging van teksten om ideologische redenen >> Veel documenten zijn vernietigd omdat ze voor de tijdgenoot of latere generaties geen nut meer hadden •• Wat wel bewaard is gebleven, kan je in twee grote groepen opdelen: >> Ambtelijke stukken in archieven: meestal is de archieforganisatie uit de tijd van de Franse Revolutie van toepassing. Toen werden veel documenten uit bestuursinstellingen van het ancien régime (kloosters, leenhoven, landsheerlijke bestanden, …) door de staat geconfisqueerd en ter beschikking gesteld in publieke archiefdepots. Dit gebeurde echter, zeker in onze streken, niet consequent. Sommige parochiearchieven of adellijke bescheiden berusten nog steeds in een kerk of een kasteel… >> Niet-ambtelijke stukken (verhalende, liturgische, wetenschappelijke bronnen) kwamen terecht in bibliotheken. Als een niet-ambtelijke bron is overgeleverd in boekvorm, dan spreken we van een handschrift of manuscript. De bewaring van bronnen hangt dus niet louter van materiële omstandigheden af. Soms ondoorgrondelijke selectiemechanismen waren aan het werk. Om bepaalde maatschappelijke redenen zullen groepen, instellingen en individuen bronnen opzettelijk bewaren, en andere vernietigen. Meer nog, doelbewust


3. Beknopt overzicht van handboeken en bibliografieën voor de studie van de middeleeuwse samenleving

De volgende bladzijden bieden een zeer selectief overzicht van de belangrijkste instrumenten voor het aanleggen van een bibliografie over een middeleeuwse onderwerp en het opsporen van middeleeuwse geschreven bronnen. Een vollediger beeld wordt gegeven in de volgende handboeken:

3.1 Handboeken Algemene handboeken H.W. Goetz, Proseminar Geschichte: Mittelalter, Stuttgart, 2006³, vooral 40-95. M. Mostert, Apparaat voor de studie van de Middeleeuwen, Hilversum, 1994. R.C. Van Caenegem, Introduction aux sources de l’histoire médiévale: typologie, histoire de l’érudition médiévale, grandes collections, sciences auxiliaires, bibliographie, Turnhout, 1997. Enkele thematische handboeken J. Art (ed.), Hoe schrijf ik de geschiedenis van mijn gemeente?, Gent, 1993-1998, in het bijzonder deel 2: Middeleeuwen en moderne tijd, 12de tot 18de eeuw en deel 3a-b: Hulpwetenschappen. De herziene uitgave voor de studie van de middeleeuwen in


Beknopt overzicht van handboeken en bibliografieën voor de studie van de middeleeuwse samenleving

71

3.6.2 Nationale bronnenreeksen Met het nieuwe elan van de ‘nationale’ staten in de negentiende eeuw, kende ook de ‘nationale’ geschiedschrijving een enorme opstoot: elke Europese natiestaat, zowel zij die teruggingen op een vorstendom uit het ancien régime (Frankrijk, Verenigd Koninkrijk), dan wel de nieuwe creaties van de negentiende eeuw (België; Duitsland; Italië…), voelde de behoefte aan een nationale geschiedenis. Daarbij hoorden telkens ook grote uitgavenprojecten, waarin de bronnen voor deze nationale geschiedenis voor onderzoek en het brede publiek beschikbaar werden gemaakt. Aangezien de historische wortels van de natiestaat vaak in de middeleeuwse periode werden gezocht, kregen middeleeuwse bronnen dan ook buitengewoon veel plaats toebedeeld in deze bronnenreeksen. Populair waren vooral historiografische werken: kronieken, annalen, memoires, etc., naast ook wetteksten en de oudst bewaarde oorkondencollecties of cartularia. Andere bronnentypes – bv. administratieve bronnen uit de late middeleeuwen – treft men veel minder vaak aan in deze nationale bronnenreeksen. De negentiendeeeuwse uitgaven waren lang niet altijd even historisch kritisch: lange tijd berustten uitgaven niet op een vergelijking van de verschillende versies van een tekst, of op de oudst bekende tekst, maar simpelweg op de meest direct toegankelijke versie die de uitgever ter zijner beschikking had. Inzonderheid voor middeleeuwse kronieken geldt daarbij wel eens de wet van de remmende voorsprong: deze teksten werden vaak vroeg in de negentiende eeuw uitgegeven, maar op een weinig wetenschappelijke wijze. Omdat er al een uitgave bestond, was de incentive voor latere historici echter klein om een nieuwe editie te verzorgen, en bleef men dus lange tijd met de verouderde versie werken. Merken we nog op dat de meeste reeksen (behalve de Monumenta Germaniae Historica) weinig planmatig zijn opgevat: documenten werden en worden uitgegeven al naargelang ze door historici worden aangeleverd.

A. Frankrijk Ons overzicht van de nationale bronnenreeksen starten we in Frankrijk, waar reeds in de achttiende eeuw een groot ‘nationaal’ project werd opgestart door de ‘Académie des Inscriptions et Belles Lettres’. Nieuwe publicaties, en een digitale versie van sommige oudere, zijn te vinden op http://www.aibl.fr/publications/ collections/. M. Bouquet e.a. (eds.), Recueil des historiens des Gaules et de la France, Parijs, 1738-1786 en 1806-1904, 24 vol (vanaf 1806 uitgegeven door de Académie des Inscriptions et Belles-Lettres). De oudste volumes werden heruitgeven


4. Typologie van middeleeuwse geschreven bronnen

De beste manier om de enorme massa bronnen uit de middeleeuwen te klasseren, is ze onder te brengen in een aantal grote types, die we eerst op een verantwoorde manier moeten definiëren. De voornaamste criteria voor een dergelijke definitie zijn het ontstaan en het voorkomen van de bronnen, hun ontwikkeling en hun bewaring. Daarna kunnen we ons vragen stellen rond de waarde en betrouwbaarheid van ieder brontype, het gezichtspunt van waaruit dit oorspronkelijk geschreven is, de soort informatie die je eruit kan halen, enzovoort. Een strikte typologie van het bronnenmateriaal is vanuit didactisch oogpunt nuttig, maar moet op een soepele manier worden toegepast. Het behoort tot de opdracht van de mediëvist om zich flexibel op te stellen ten opzichte van zijn bronnen en de variabiliteit van het schriftgebruik in de middeleeuwen in rekening te brengen tijdens zijn onderzoek. Er zijn dus best een aantal ‘hybride’ bronnen, die kenmerken van verschillende brontypes bevatten, want natuurlijk is de hiernavolgende typologie een ‘rationalisatie post factum’. Traditioneel worden de geschreven bronnen uit de middeleeuwen opgedeeld in twee grote groepen: de verhalende of narratieve bronnen, en de archivalische bronnen. De meest eenvoudige manier om het onderscheid tussen beide duidelijk te maken, is te vertrekken vanuit de tweede groep. Archivalische bronnen zijn de producten van het beheer en de instandhouding van een instelling, in de brede zin van het woord. Daarbij kan het gaan om individuen, groepen, instellingen stricto sensu, staten, en andere vormen van sociale, doelmatige organisatie. Deze teksten kunnen van private of publieke aard zijn, van sociale, economische, politieke of normatieve inhoud, maar hun gemeenschappelijk kenmerk bestaat erin dat zij tot doel hebben de werking van een instelling te verzekeren. Bij narratieve bronnen wensen auteurs in de eerste plaats informatie te verspreiden, hun lezers te overtuigen van een bepaalde opinie, een historisch voorbeeld te gebruiken om een hedendaagse boodschap te geven, en dergelijke. We beginnen ons overzicht met de verhalende bronnen.


112

Volks-, dynastische en regionale kronieken Ook in een wereldlijke context vond het legitimerende potentieel van kronieken gretig aftrek. Een eerste groep teksten die vooral voor de vroege middeleeuwen een belangrijke rol speelt, zijn de geschiedenissen van de Germaanse volkeren. Deze teksten zijn vaak onze enige informatiebron voor de geschiedenis en vooral ook de voorgeschiedenis van de volksverhuizingen en de deelnemers daaraan. Problematisch is echter het feit dat vele van deze teksten vaak in een grondig gewijzigde situatie zijn opgetekend: bijvoorbeeld na de kerstening, of na de integratie van een stam in het Romeinse staatsbestel. In de Historia Francorum van bisschop Gregorius van Tours (zesde eeuw) vinden we bijvoorbeeld het kritische standpunt van een lid van een Gallo-Romeinse senatorenfamilie terug. Dit werk werd aangevuld door pseudo-Fredegarius (zevende eeuw) en in een anoniem Liber historiae Francorum (achtste eeuw). Auteurs die we al eerder tegenkwamen, zoals Isidorus van Sevilla (Historia Gothorum, Wandalorum, Sueborum) en Beda Venerabilis (Historia ecclesiastica gentis Anglorum) zijn ook in deze types werkzaam geweest. Verder vermelden we Paulus Diaconus met zijn Historia Langobardorum (achtste eeuw) en Saxo Grammaticus (Gesta Danorum, twaalfde-dertiende eeuw), die een erg subjectief standpunt inneemt ten opzichte van de niet-christelijke periode. Onder invloed van de studie van antieke voorbeelden, die via de Karolingische renaissance weer in zwang waren geraakt, vond vanaf het begin van de negende eeuw een nieuw type seculiere geschiedschrijving opgang. In eerste instantie betroffen de teksten het gehele Karolingische rijk. Zo gebruikte een auteur als Nithard in zijn Historiarum libri IV de werken van Sallustius en Suetonius als model voor zijn interpretatie van de gebeurtenissen na de dood van Lodewijk de Vrome. Na het uiteenvallen van de verschillende Frankische vorstendommen lag dit genre grotendeels stil, en ontstond er schoorvoetend een regionale geschiedschrijving. In eerste instantie focuste dit genre op het legitimeren van de machtsaanspraken van nieuwe of recent opgestane vorstengeslachten. Deze genealogieën sluiten aan bij oeroude orale tradities, die te maken hebben met de organische, historische herinnering van vooral familiale groepen. De meeste teksten zijn duidelijk op literaire modellen gebaseerde constructies, die tot doel hadden de tegenwoordige groep machthebbers te legitimeren. Vaak gebeurde dat door de oudst bekende stamvader te koppelen aan een roemrijk geslacht, zoals Trojaanse families of de Karolingers, of aan een heilige. Behalve dat Mattheüs I een belangrijke inspiratie was voor dit soort teksten, kunnen we nog


Typologie van middeleeuwse geschreven bronnen

135

Hagiografische bronnen zijn ontelbare keren herwerkt, herschreven, aangevuld en bijgewerkt. Dat maakt van deze teksten een typische evolutieve bron, die, naarmate de tijd van de eerste redactie verder weg komt te liggen, meestal daalt in feitelijke waarde. Toch neemt dat niet weg dat deze bronnen essentiële getuigen zijn van a) fasen uit de geschiedenis waarover we anders nauwelijks over informatie zouden beschikken, b) crisismomenten in de geschiedenis van groepen, ongeacht de tijd tussen het leven van de heilige en dat specifieke moment en c) de geschiedenis van het religieuze leven (activeren en heractiveren van cultussen). Niet enkel voor de religieuze geschiedenis, maar in het bijzonder ook voor de mentaliteitsgeschiedenis zijn dit dus essentiële bronnen. Van deze heiligenlevens werden omwille van hun voorbeeldfunctie ook bloemlezingen en compilaties gemaakt. Die staan dan bekend onder de namen martyrologia (al sinds de vijfde eeuw, vermoedelijk nog ouder), exemplaria en legendaria (collecties lezingen voor tijdens de dienst). Een bekend voorbeeld is de Legenda Aurea van Jacobus de Voragine (dertiende eeuw).

4.2 Juridische bronnen

4.2.1 Wet- en regelgeving Er zijn twee geledingen in het middeleeuwse recht: a. Gewoonterecht of volksrechten: rechten, ontstaan uit mondeling overgeleverde regels, die de sociale omgang binnen een bepaalde groep regelen. Dit recht is volledig gebaseerd op concrete voorvallen, die steeds opnieuw worden aangehaald om gelijkaardige problemen en situaties aan te pakken. Het is zowat de belangrijkste rechtsbron in de middeleeuwen. Het gewoonterecht werd mondeling overgeleverd door mensen die vertrouwd waren met de regels. Deze gewoontes worden coutumes (‘costuimen’) genoemd. Vanaf de vroege middeleeuwen streefden vorsten ernaar dit recht op schrift te stellen om te beschikken over een geijkt referentiepunt. De bekendste voorbeelden zijn de volksrechten, onder meer van de Saliërs, Bourgondiërs, Franken enzovoort. In de volle en late middeleeuwen bleef de mondelinge traditie primeren. Enkel in uitzonderlijke gevallen werden rechtsregels neergeschreven, namelijk bij een eventuele herhaaldelijke overtreding van gebruikelijke regels, of als tegenreactie bij de poging van een vorst om nieuwe wetgeving te doen gelden. Ook praktijkbronnen (vonnissen) vermelden


160

[10] Vort, so betoghen wie hu dat daer sijn scepenen ende hare raet die langhe tijd tgoet van der ghemeente ute hebben ghegheven, warof dat wie ons svarlike beclaghen, […] so begheren wie also menighen man te hebbene van der ghemeente alse scepenen hebben van haren rade, ende omdat ju wel kenlic es dat wies meest ghelden ende wie noit wisten war al tgoet ghevaren es.

4.3 Administratieve en boekhoudkundige bronnen Administratieve bronnen komen voort uit het bestuur van een bepaalde instelling, of het beheer van een eigendom door een privé-persoon. Deze documenten helpen de eigenaar om dat eigendom te beheren, zoals ze de bestuurders van een staat, een stad, een klooster, een ambacht en dergelijke helpen om de normale gang van zaken in hun instelling te garanderen. Het betreft boekhoudkundige instrumenten, notulen, lijsten van personen, en zaken die het dagelijkse bestuur van de instelling vergemakkelijken. Bovendien maken ze de controle door derden mogelijk. Er bestaan twee soorten administratieve bronnen: statische, die een bepaalde situatie weergeven zoals ze op een bepaald ogenblik is of hoort te zijn; en dynamische, die voortdurend worden aangevuld en dus verschillende fasen in een ontwikkeling documenteren.

4.3.1 Statische bronnen Statische bronnen hadden een normatief karakter, hoewel ze uit de bestuurlijke praktijk van kerkelijke en wereldlijke besturen en grootgrondbezitters stamden. Ze geven als het ware een versteende kijk op een bepaalde situatie, zoals het bezit van een instelling op het moment van de opstelling van de bron. Dergelijke documenten konden wel een dynamisch karakter krijgen als ze werden bijgehouden door middel van notities in de kantlijn, maar dat was niet altijd het geval. Deze aanvullingen of correcties passen de bron aan een nieuwe situatie aan (omdat het bezit van de instelling groeide of verkleinde). Voorbeelden zijn de libri censuales (cijnsregisters), toltarieven, lijsten van heffingen op ingevoerde producten, tarieven van tienden en andere belastingen. Speciale brontypes zijn pouillés (brengen het fiscale systeem van een bisdom in kaart) en het zogenaamde ‘Transport van Vlaanderen’. Deze later veelvuldig aangepaste fiscale


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789038226170 by Uitgeverij Lannoo - Issuu