Skip to main content

9789038226002

Page 1

Digitaal aan de slag De digitale schrijfhulp bij dit boek laat toe om snel en praktisch de juiste hulp te vinden tijdens het schrijven van je tekst.

met Schrijven: van verslag tot eindwerk Gebruik deze unieke code om je te registreren op www.eindwerkschrijven.be of mijnscriptieschrijven.nl. Inclusief 1 jaar gratis toegang tot het platform ‘digitale schrijfhulp’.


Schrijven: van verslag tot eindwerk do’s & don’ts Leen Pollefliet

Achtste, herwerkte druk


Verkorte inhoudsopgave 1 Bezin voor je begint

5 Structureer je ideeën ­duidelijk

Wat? Doel? Duidelijkheid en degelijke arbeids­methode Vertrouwelijke informatie in een eindwerk

Titels en tussenkoppen Hoofdstukken, paragrafen, alinea’s, ­zinnen Verwijswoorden en signaalwoorden Opsommingen Voorkeursplaatsen

2 Overwin je schri jfangst in vi jf stappen

6 Lay-out aantrekkelijk

Schrijven, communicatief huzarenstukje Schrijven in vijf stappen Samengevat

Algemene richtlijnen Opmaak Typografie: spaties Nog even dit …

3 Deel je ­eindwerk ­correct in en refereer zoals het hoort Vooraf een woordje uitleg – schema Bedrukte kaft – blanco blad – titelblad Woord vooraf Abstract Inhoudsopgave Lijst met figuren – Lijst met tabellen Lijst met afkortingen Inleiding Corpus, eigenlijke tekst van het e ­ indwerk Conclusie Bronvermelding en referentielijst Bijlage Blanco blad – kaft

4 Formuleer je ideeën juist Vooraf Formuleer zakelijk Formuleer duidelijk en exact Formuleer taalkundig juist Formuleer in de juiste tijd

Conclusie Referentielijst Geraadpleegde werken Bi jlagen

1  Vaak voorkomende taal­problemen 2  Bronnen: stappenplan en wegwijzer 3  IOSSTO-schrijfwijzer voor een kwaliteitsvol eindwerk en ­beoordelingsformulier 4  Wetenschappelijk artikel 5  Populairwetenschappelijk artikel 6  Academische poster: opstellen en ­presenteren

Eigen notities

XVII


XVIII


Inhoudsopgave

Inhoudsopgave Oh, wat hou ik van ...  VII Houvast voor heldere communicatie  IX Van filosofen, wetenschappers en kunstenaars …  IX Liefste lezeres, hooggeachte lezer  IX Partner, wijn en eindwerk: geest en lichaam  X Woord vooraf  XIII Verkorte inhoudsopgave  XV Inhoudsopgave  1 Inleiding  11

1

2

Bezin voor je begint  14

1 Wat? Doel?  16 2 Duidelijkheid en degelijke arbeidsmethode  17 3 Vertrouwelijke informatie in een eindwerk  19

Overwin je schrijfangst in vijf stappen  20

1 Schrijven, communicatief huzarenstukje  22 2 Schrijven in vijf stappen  23 Oriënteren 23 Doel? Wat wil je bereiken met je eindwerk?  24 Onderwerp? 24 Publiek? 25 Randvoorwaarden? 25 Voorbereiden 26 Brainstormmethode 26 Vaste vragen en subvragen  26 Opstellen van tekstschema  30 Wat en waarom?  30 Enkele uitgewerkte voorbeelden van tekstschema’s  32 Uitvoeren: het schrijven zelf  33 Eerste versie = kladversie  33 Tweede schrijfronde  34 Laatste schrijfronde, de eindredactie  34 Reflecteren 35 3 Samengevat 35

1


Inhoudsopgave

3

2

Deel je e ­ indwerk ­correct in en refereer zoals het hoort  36

1 Vooraf een woordje uitleg – schema  38 2 Bedrukte kaft – blanco blad – titelblad  40 Kaft met titel  40 Blanco blad  41 Titelblad 41 3 Woord vooraf  41 4 Abstract 42 Korte samenvatting  42 Kernwoorden 45 5 Inhoudsopgave 46 6 Lijst met figuren – Lijst met tabellen (facultatief)  48 7 Lijst met afkortingen (facultatief)  49 8 Inleiding 50 9 Corpus, eigenlijke tekst van het eindwerk  51 Structuur 51 Indeling 52 Figuren en tabellen  52 Figuren: tekeningen, foto’s en grafieken  52 Figuren, algemeen 52 Figuren, grafieken 55 Tabellen 56 Voetnoten 57 Verklarende voetnoot  57 Voetnoot als bronvermelding  59 10 Conclusie 59 11 Bronvermelding en referentielijst  61 Documentatie beoordelen  61 Auteursrechten, voor digitale en niet-digitale werken  62 Niet-digitale werken  63 Digitale werken  63 Wanneer pleeg je plagiaat?  64 Wanneer pleeg je inbreuk op het auteursrecht?  64 Wanneer schend je het auteursrecht niet?  64 Hoe kun je schending van auteursrecht voorkomen?  64 Plagiaatzoekers 65 Citeren, parafraseren en verwijzen  65 Citeren 65 Parafraseren met citaat  66 Parafraseren 67 Verwijzen 67 Verschillende refereerstijlen  68 Een norm?  68 Enkele standaardstijlen  68 EndNote? 71


Inhoudsopgave Wat zijn digitale en niet-digitale documenten?  72 Bronvermelding in de tekst (APA-stijl)  72 Niet-digitale werken met auteur(s)  73 Boek, tijdschriftartikel, rapport, syllabus, brochure … van één auteur  73 Werk van meerdere auteurs  74 Meerdere werken: meerdere auteurs met zelfde mening  75 Meerdere werken van zelfde auteur  76 Boek met bijdragen van verschillende auteurs  76 Bron uit tweede hand, indirecte verwijzing  77 Werk met of zonder datum  77 Niet-digitale werken zonder auteur  77 Documenten met korte of lange titel  78 Norm 79 Juridische teksten 79 Digitale werken met auteur(s)  80 Digitale werken zonder auteur  80 Figuren en tabellen: digitaal en niet-digitaal  82 Persoonlijke communicatie  83 Sociale media: Twitter – tweet – blog – forum  84 Twitter – tweet  84 Blog en forumbericht  85 Bronvermelding in de referentielijst (APA-stijl)  85 Niet-digitale werken  87 Boeken, syllabi, brochures … met auteur(s)/redacteur(s)  87 Artikelen uit boeken of tijdschriften met auteur(s)/met of zonder redacteur(s) 94 Werken zonder auteur  98 Digitale werken  99 Digitale werken met auteur(s)  101 Digitale werken zonder auteur  105 Persoonlijke communicatie  108 Sociale media: Twitter – tweet – blog – forum  110 Samengevat: cursief of niet?  111 Rangschikking 111 12 Bijlage 114 13 Blanco blad – kaft  116

4

Formuleer je ideeën juist  118

1 Vooraf 120 2 Formuleer zakelijk  120 Passief- of actiefconstructie?  123 Dynamisch? 125 Gebruik dynamische werkwoorden in plaats van naamwoorden  125 Betreft-constructie 126 3


Inhoudsopgave Zijn + …end  126 Persoonlijk? 127 Mogen ‘ik’, ‘wij’, ‘jij’ of ‘jullie’ worden gebruikt in een eindwerk?  127 Vermijd ‘men’  128 Schrijfstijl in stageverslag – reflectierapport  128 Stageverslag 128 Reflectierapport 130 3 Formuleer duidelijk en exact  131 Gebruik de juiste woorden voor je doelgroep  131 Schrijf concreet en objectief  132 Vermijd overbodige woorden  134 Vermijd nietszeggende voorzetseluitdrukkingen  134 Vermijd het overbodige gebruik van ‘kunnen’, ‘zullen’, ‘willen’  135 Gebruik geen tautologieën en geen pleonasmen  135 Vermijd ambtelijke afkortingen  136 Verzorg je zinsbouw  137 Varieer de zinslengte  137 Schrijf volwaardige zinnen  141 Varieer de zinsbouw  143 Vermijd zware tang  143 Vermijd lange woorden  144 Gebruik positieve formuleringen  145 4 Formuleer taalkundig juist  146 Juiste signaal- en verwijswoorden  146 Overeenstemming in getal  147 Overeenstemming in geslacht  148 Plaats van werkwoordsvormen  149 Symbolen van fysische grootheden en eenheden  149 Getallen in woorden of in cijfers  150 5 Formuleer in de juiste tijd  151

5

4

Structureer je ideeën duidelijk  154

1 Titels en tussenkoppen  156 Titel 156 Tussenkop 157 2 Hoofdstukken, paragrafen, alinea’s, zinnen  157 Alinea’s – inhoud  159 Alinea’s – soorten  160 Verbindende alinea  160 Thematische alinea  160 3 Verwijswoorden en signaalwoorden  160 Verwijswoorden 160 Signaalwoorden 161


Inhoudsopgave

4 Opsommingen 162 Volledige zinnen  162 Zinsdelen 163 Erg korte delen  163 Antwoord bij meerkeuzevragen  163 Grammaticale gelijkwaardigheid  164 5 Voorkeursplaatsen 165

6

Lay-out aantrekkelijk  166

1 Algemene richtlijnen  168 2 Opmaak 168 Marges 169 Uitlijningen 169 Letters 170 Lettertype en lettergrootte  170 Kapitalen 171 Cursivering 172 Nadruk 172 Titels 173 Tussenkoppen 175 Interlinie 176 Figuren en tabellen  177 Witregels en paginaovergangen  178 Nummeringen 179 Paginanummering 180 Opsommingen 181 Koptekst of voettekst  183 Inbinden 183 3 Typografie: spaties  184 Decimale tekens  184 Tekens 184 Tijd 188 Valuta 188 4 Nog even dit …  189

Conclusie  193 Referentielijst  195 Geraadpleegde werken  195

5


Inhoudsopgave

Bijlagen  198 Bijlage 1  Vaak voorkomende taalproblemen  201 Thema 1  Werkwoorden  203

1 Stam 203 2 Tegenwoordige tijd  203 3 Verleden tijd  204 Regelmatig werkwoord  204    Onvoltooid verleden tijd  204    Voltooid deelwoord 205      Vorming met -ge 205      Vorming niet met -ge  205      Onscheidbare werkwoorden 206    Let op vermommingen  206 Onregelmatig werkwoord  206 Voltooid deelwoord met of zonder hulpwerkwoorden  207 4 Adjectieven afgeleid van een voltooid deelwoord  208 5 Engelse werkwoorden  208 Wat is de juiste stam?  208 Vervoeging 210 Werkwoorden met koppelteken (-) en apostrof (’)  212

Thema 2  Klasseren of classeren? Deklasseren of declasseren?  213

1 ‘k’ of ‘c’?  213 2 ‘k’ of ‘qu’?  214

Thema 3  URLs of URL’s? Vips of vip’s?  215

1 Initiaalwoorden 215 2 Letterwoorden 216 3 Verkortingen 217 4 Woordvormen van cijfers, initiaal­woorden, losse letters en symbolen  218 5 Woordvormen van letterwoorden en verkortingen  218

Thema 4  Aaneenschrijven of niet? Koppelteken? Trema?   220

6

1 2 3 4 5 6

Hoofdregel 220 Rangtelwoorden 221 Combinaties met cijfers of losse letters die een categorie of een soort aangeven  221 Conventionele eenheid  222 Maataanduider 222 Combinaties met voorzetsels en bijwoorden  223 Voornaamwoordelijk bijwoord  223 Voorzetselbijwoord van een samengesteld werkwoord  223 Combinaties van een bijwoord en een voorzetsel  224 Combinaties van voorzetselbijwoorden  224


Inhoudsopgave

7 Twijfelgevallen 224 Combinaties van zelfstandige naamwoorden en werkwoorden  224 Combinaties met ‘te’  225 Zelfstandige naamwoorden afgeleid van een werkwoordelijke uitdrukking  225 Woorden met een andere schrijfwijze, volgens de betekenis  225 8 Samentrekking 226

Thema 5  Hoofdletters: prof. of Prof.?  227

1 Aanspreekvormen, functiebenamingen en titulatuur  227 2 Voornaamwoorden ‘u’ en ‘uw’  228 3 Merken 228 4 Letteraanduidingen 229 5 Duitse woorden  230 6 Korte vergelijking tussen Nederlands, Engels, Duits en Frans: hoofdletter of niet?  230

Thema 6  Afkortingen  232

1 2 3 4

Afkortingen van organisaties  232 Afkortingen uit een vreemde taal  232 Echte afkortingen  233 Symbolen 233

Thema 7  Gelegenheidsontleningen  235 Thema 8  Leestekens – de komma  238

1 Gebruik 238 2 Verschil in betekenis  240

Thema 9  Verwijswoorden  241

1 Die – dat  241 2 Dit – deze  242 Vooruitwijzend 242 Terugverwijzend: spaarzaam gebruik voor vlotte stijl  242 Samengevat 244 3 Wat 244 4 Waarmee – met wie?  245 5 Sommige – sommigen  246 Sommige, vele, enkele, beide, andere  246 Sommigen, velen, enkelen, beiden, anderen  247 6 Hen – hun – ze  247 Personen 247 Niet-personen 248

Thema 10  Trappen van vergelijking  249

1 Problemen bij de vorming  249 2 Als 250 3 Dan 250

7


Inhoudsopgave

Thema 11  Contaminaties  252 Thema 12  Twee keer hetzelfde  253

1 Pleonasme 253 2 Tautologie 254

Bijlage 2  Bronnen: stappenplan en wegwijzer  257

1 Stappenplan APA-refereerstijl  257 Bepaal welke soort bron  257 Bronvermelding in de tekst  258 Bronvermelding in referentielijst  258 2 Bronnen-wegwijzer 259 Bron in tekst  259    Niet-digitaal – met auteur  259    Niet-digitaal – zonder auteur  260    Digitaal – met auteur  260    Digitaal – zonder auteur  260    Sociale media 261    Persoonlijke communicatie 261 Bron in referentielijst  261    Niet-digitaal – met auteur  261    Niet-digitaal – zonder auteur  262    Digitaal – met auteur  262    Digitaal – zonder auteur  263    Sociale media 263    Persoonlijke communicatie 263    Rangschikking 263

Bijlage 3  IOSSTO-schrijfwijzer voor een kwaliteitsvol ­eindwerk en ­beoordelingsformulier  265

1 IOSSTO-schrijfwijzer 265 2 Beoordelingsformulier eindwerk  269

Bijlage 4  Wetenschappelijk artikel  271

1 2 3 4

Wat? 271 Opbouw en structuur?  271 Taal en schrijfstijl?  273 Lay-out?   273

Bijlage 5  Populairwetenschappelijk artikel  275 8

1 Wat? Doel?  275 2 Voor wie?  276 3 Opbouw en structuur?  276


Inhoudsopgave

Opbouw   276 Titel 276 Inleiding 277 Middenstuk 277 Slot – conclusie  278 4 Taal en schrijfstijl?  278 5 Lay-out en illustraties?  280 Lay-out 280 Illustraties 281

Bijlage 6  Academische poster: opstellen en presenteren  283

1 Academische poster opstellen  283 Wat? 283 Voor wie?  283 Opbouw en structuur?  284 Taal? 286 Lay-out? 286    Uniek en visueel  286    Programma en formaat  286    Structuur 287    Marges, kolommen en kaders  288    Wit en rust  289    Achtergrond 289    Letters 290    Grafische voorstellingen 291 Enkele voorbeelden van goede, aantrekkelijke, visueel sterke posters  292 2 Academische poster presenteren (postersessie)  293 Doel van een postersessie?  293 Inhoud 293 Poster op A4  293 Mondelinge uitleg  294 Praktisch 294

Eigen notities  298 ­

9


Hoofdstuk 1

|

Bezin voor je begint

1 Bezin voor je begint

Wat? Doel?

Duidelijkheid en degelijke arbeids­methode

Vertrouwelijke informatie in een eindwerk

2 Overwin je schrijfangst in vijf stappen 3 Deel je ­eindwerk ­correct in en refereer zoals het hoort 4 Formuleer je ideeën juist 5 Structureer je ideeën ­duidelijk 6 Lay-out aantrekkelijk Bijlagen

14


Hoofdstuk 1

Bezin voor je begint

|

Bezin voor je begint

1

15


Hoofdstuk 1

|

Bezin voor je begint

1 Wat? Doel?

Maakt een eindwerk van jou een high potential? Een eindwerk of scriptie is een afstudeerwerk dat in de masterjaren meestal een masterproef of masterscriptie wordt genoemd. In de bachelorjaren is dit een ­bachelorproef, een bachelorscriptie, een vakoverschrijdend eindproject of een vakintegrerend project. In bepaalde onderwijsinstellingen is het een afstudeerverslag. In alle gevallen is het een getypt werkstuk waarin je als student een probleem onderzoekt dat iets te maken heeft met de richting waarin je wilt afstuderen. Tijdens het laatste jaar van je studies schrijf je een dergelijk eindwerk, dat moet voldoen aan bepaalde normen. Misschien is het de eerste keer dat je zo consciÍntieus een onderzoekdossier moet opstellen en misschien begrijp je zelfs niet goed waarom een eindwerk schrijven noodzakelijk is om je diploma te halen. De impact echter op de vorming van je persoonlijkheid zal in vele gevallen van levenslange aard zijn. 16


Hoofdstuk 1

|

Bezin voor je begint

Terwijl je werkt aan je eindwerk:

• • • • • • • • • • • •

oefen je je in zelfstudie en verruim je je theoretische achtergrondkennis; vorm je je persoonlijkheid; toets je je verworven wetenschappelijke en technische kennis aan de praktijk; kunnen je docenten een algemene appreciatie van jou als student ontwikkelen; kunnen de resultaten van jouw onderzoek nieuwe informatie bevatten en ­lever je een bijdrage voor de wetenschap; leer je problemen onderscheiden; leer je een schema ontwerpen volgens een persoonlijk standpunt; leer je bereikbare documentatie opsporen, aanvragen, selecteren en raadplegen; leer je brongegevens analyseren en synthetiseren; leer je al die informatie tot een logisch geheel opbouwen; leer je die informatie op een aanvaardbare manier formuleren; bereid je je grondig voor op de beroepspraktijk.

Jij bepaalt dus de waarde van je eindwerk! Vergeet ook niet dat een eindwerk nooit echt volledig af is. Op een bepaald ogenblik moet je je eindwerk afronden. Ook na het afstuderen kan een eindwerk vruchten afwerpen … Ten eerste kan een eindwerk misschien het begin zijn van een uitgebreider onderzoek. Ten tweede krijg je een stuk ervaring mee als je een eindwerk schrijft en die ­ervaring is nuttig als je gaat solliciteren. Je hebt immers geleerd je ideeën en ­bevindingen te structureren. Je hebt geleerd zelfstandig ’iets’ te creëren.

Je eindwerk is de op je studies en … je visitekaartje voor de toekomst!

2 Duidelijkheid en degelijke arbeidsmethode In het beroepsleven moet je een goede planning kunnen opstellen. Als student moet je dit leren: een eindwerk schrijven is een mooie les in leren structureren en plannen.

17


|

Hoofdstuk 1

Bezin voor je begint

De wet van Patton: Een goed plan vandaag is beter dan een perfect plan morgen.

Een eindwerk uitwerken is niet enkel tijdrovend, maar slorpt ook veel energie op. Indien je dit alles binnen bepaalde grenzen wilt houden, moet je tijdig beginnen en een degelijke arbeidsmethode aanvaarden en volhouden. Het is evident dat je de opzet van het eindwerk logisch en gestructureerd aanpakt. Zorg ervoor dat je een antwoord hebt op de volgende vragen voor je start met het eigenlijke werk:

• Wie is mijn promotor? Bij welke andere docenten kan ik ook terecht als ik ­vragen heb of als er wat misloopt?

• Is de opdracht duidelijk? Weet ik precies wat er van mij wordt verwacht? • Wat is de precieze timing?

Het is ten stelligste aangeraden dat je die timing zelf met je promotor bespreekt en bepaalt. Natuurlijk probeer je je strikt aan dat schema te houden. Op die manier voorkom je onaangename verrassingen (een noodzakelijk toe­ s­tel wordt te laat geleverd, de promotor is niet beschikbaar of aanspreekbaar door verschillende redenen).

• Verwacht mijn promotor nog andere zaken dan vermeld in deze handleiding? • Heeft mijn opleiding een eigen bundel samengesteld met specifieke voorwaarden?

Zoek je (co-)promotor regelmatig op. Promotoren bepalen nog steeds voor een groot deel wat voor hen toegelaten is wat betreft de vormgeving, de inhoud, de volgorde van de verschillende onderdelen, de bronvermelding … Vergeet niet dat je een waardering voor je eindwerk wilt. Jij moet die zelf verdienen!

Als je merkt dat er iets fout loopt in de commu­nicatie tussen jou en je promotor, blijf dan niet bij de pakken zitten. Neem contact op met je promotor en bespreek de problemen dadelijk. Probeer op die manier communicatie­ stoornissen uit de weg te ruimen. Misschien kan een ombuds­dienst je hierin extra ondersteuning bieden.

18


Hoofdstuk 1

|

Bezin voor je begint

3 Vertrouwelijke informatie in een eindwerk Het is mogelijk dat je onderzoek – en dus ook je eindwerk – (bedrijfs)vertrouwe­ lijke informatie bevat die niet mag worden gepubliceerd. Het kan gaan over ­geschreven, elektronische, mondelinge, visuele of eender welke andere vorm (technische en andere) informatie, bijvoorbeeld documenten, kennis, data, tekeningen, foto’s, filmmateriaal, modellen en prototypes …

Vraag aan je promotor (op de onderwijsinstelling, maar ook in het bedrijf waar je mogelijk je onderzoek doet) of je onderzoek (bedrijfs)vertrouwelijk is.

In dit geval kan aan de student gevraagd worden om een ‘Verklaring van vertrouwelijkheid’ te ondertekenen, die geldt voor een periode van tien jaar vanaf de ondertekening. Door de ondertekening verklaart de student dat de vertrouwelijke informatie pas mag worden publiek gemaakt, na voorafgaande schriftelijke toestemming. In vele gevallen werkt de student twee eindwerken af: een versie met de vertrouwelijke informatie die niet aan derden mag worden bekendgemaakt en een – uitgedunde – zonder die vertrouwelijke informatie. Na de mondelinge verdediging moet de student de verkregen vertrouwelijke ­informatie terug bezorgen aan het bedrijf.

19


Hoofdstuk 2

|

Overwin je s chrijfangst in vijf stappen

1 Bezin voor je begint

2 Overwin je schrijfangst in vijf stappen

Schrijven, communicatief huzarenstukje

Schrijven in vijf stappen

Samengevat

3 Deel je ­eindwerk ­correct in en refereer zoals het hoort 4 Formuleer je ideeën juist 5 Structureer je ideeën ­duidelijk 6 Lay-out aantrekkelijk Bijlagen

20


Hoofdstuk 2

|

Overwin je s chrijfangst in vijf stappen

Overwin je schrijfangst in vijf stappen

2

21


Een boek lezen zou even opwindend moeten zijn als erin bladeren. Adriaan Morriën

Academia Press Van Duyseplein 8 9000 Gent Tel. 09 233 80 88 Info@academiapress.be www.academiapress.be Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Vormgeving en opmaak: Goedhart Ontwerp Illustraties: Herr Seele Inkleuring van de illustraties: Herr Seele en Ines Schweiger Leen Pollefliet www.leenpollefliet.be Schrijven: van verslag tot eindwerk – do’s & don’ts Gent, Academia Press, 328 pp. Achtste, herwerkte druk 2016 ISBN 978 90 382 2600 2 D/2016/4804/069 NUR 624 © Leen Pollefliet © Academia Press Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of vermenigvuldigd door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever en van de auteur.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789038226002 by Uitgeverij Lannoo - Issuu