Skip to main content

9789038225920

Page 1

Bedrijfseconomie

20152105_Bedrijfseconomie_2016_c3.indb 1

04-03-16 09:52


Ivan De Cnuydt

Bedrijfseconomie Een inleiding

20152105_Bedrijfseconomie_2016_c3.indb 3

04-03-16 09:52


Š Academia Press P. Van Duyseplein 8 9000 Gent Tel. 09 233 80 88 info@academiapress.be

Fax 09 233 14 09 www.academiapress.be

Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv.

Vormgeving: Twin Media bv Cover: Twin Media bv

Gent, Academia Press, 2016, 236 p.

ISBN 978 90 382 2592 0 D/2016/4804/059 NUR 780

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgeverij.

20152105_Bedrijfseconomie_2016_c3.indb 4

04-03-16 09:52


5

Inhoud

Woord vooraf

13

0

Inleiding

15

I

Kosten- en opbrengstberekening ter ondersteuning van beslissingen

19

1 Kostenbegrippen

21

1.1 1.2

Het begrip kosten De doeleinden van de kostenberekening 1.2.1 Planning op lange termijn 1.2.2 Planning op korte termijn 1.3 De standaardkostprijsberekening 1.3.1 Bepaling van de standaardkostprijs 1.3.2 Belang van de standaardkostprijs 1.4 Kostenindelingen

22 23 23 23 24 24 24 25

2

De kostensoorten

27

2.1 2.2 2.3

De kosten van grond- en hulpstoffen De arbeidskosten De kosten van de duurzame productiemiddelen 2.3.1 Algemeen

28 29 31 31

20152105_Bedrijfseconomie_2016_c3.indb 5

04-03-16 09:52


6

2.4 2.5 2.6 2.7

2.3.2 Afschrijvingssystemen Fiscaal aanvaarde methoden De lineaire afschrijvingsmethode De degressieve afschrijvingsmethode Fiscaal niet aanvaarde methoden De afschrijving met een vast percentage van de boekwaarde De afschrijving met meerdere afnemende percentages van het totaal af te schrijven bedrag (= AW - RW) Meerdere afnemende percentages op basis van het kleinste rekenkundig gemiddelde Meerdere afnemende percentages op basis van het grootste rekenkundig gemiddelde De afschrijving met meerdere toenemende percentages van het totaal af te schrijven bedrag (= AW - RW) Afschrijving met meerdere toenemende percentages van het totaal af te schrijven bedrag op basis van het kleinste rekenkundig gemiddelde Afschrijving met meerdere toenemende percentages op het totaal af te schrijven bedrag op basis van het grootste rekenkundig gemiddelde Afschrijvingen volgens de bedrijfsdrukte Zuivere bedrijfsdrukte Gemengde bedrijfsdrukte De afschrijving volgens de sinking-fund methode De kosten van de grond De kosten van de diensten van derden De kosten van de belastingen De rentekosten Vragen en opgaven

20152105_Bedrijfseconomie_2016_c3.indb 6

32 33 33 34 38 38 40 40 41 43

43

44 45 45 46 47 49 49 50 50 51

04-03-16 09:52


7

3

Constante en variabele kosten

53

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

De totale constante kosten De totale variabele kosten De totale kosten De gemiddelde en marginale kosten De semivariabele kosten (= gemengde kosten) Constante en variabele kosten en de standaardkostprijs Vragen en opgaven

54 55 57 58 60 61 63

4

Directe en indirecte kosten

67

4.1 Het begrip directe en indirecte kosten 4.2 Verbijzonderingsmethoden 4.2.1 De delingscalculatie 4.2.2 De equivalentiecijfermethode 4.2.3 Opslagmethoden Primitieve opslagmethode Verfijnde opslagmethode 4.2.4 De kostenplaatsen- of productiecentramethode 4.2.5 De activity-based costing (ABC) Vragen en opgaven

68 69 69 70 71 72 76 78 86 89

5

Standaardkostprijs en kostenbeheersing

93

5.1 5.2 5.3 5.4

Functies bedrijfsbudget Diverse stappen bij het budgetteren Systemen van kostenbudgettering De verschillenanalyse 5.4.1 Verschillenanalyse m.b.t. de directe kosten 5.4.2 Verschillenanalyse m.b.t. de indirecte kosten Vragen en opgaven

94 94 96 98 98 101 103

20152105_Bedrijfseconomie_2016_c3.indb 7

04-03-16 09:52


8

6

Direct costing en het verkoop- en productieplan

105

6.1 6.2 6.3

Standaardkostprijs en verkoopplan Direct costing De breakevenanalyse 6.3.1 Er is sprake van homogene fabricage 6.3.2 Er wordt uitgegaan van proportioneel variabele kosten 6.3.3 Er wordt uitgegaan van gelijkblijvende constante kosten 6.3.4 Er wordt uitgegaan van een gelijkblijvende prijs per eenheid 6.4 Uitbesteding 6.5 CommerciĂŤle economie; marktonderzoek Vragen en opgaven

106 107 110 113 115 116 117 118 118 118

7 Investeringsvraagstukken

123

7.1 Investeringen 7.1.1 Wat is investeren? 7.1.2 Soorten investeringen en investeringsbehoeften De vervangingsinvesteringen De uitbreidingsinvesteringen 7.2 De optimale vestigingsplaats 7.3 De optimale bedrijfsgrootte of -capaciteit 7.4 De optimale gebruiksduur = economische levensduur 7.5 Rendement van de investeringen: selectiecriteria 7.5.1 De terugverdientijdmethode (= pay-back periode) 7.5.2 De gemiddelde rendementsmethode (= return on investment) 7.5.3 De methode voor de netto contante waarde (= net present value) 7.5.4 De methode van de interne rendementsgraad (= internal rate of return) Vragen en opgaven

124 124 124 124 124 125 125 126 127 129 131 133

20152105_Bedrijfseconomie_2016_c3.indb 8

135 138

04-03-16 09:52


9

II Financiering 8

Analyse van de financiële structuur van een onderneming

141 143

8.1

De jaarrekening 144 8.1.1 Wie moet zijn jaarrekening publiceren? 144 8.1.2 Wie zijn de potentiële bestemmelingen van de jaarrekening? 145 8.1.3 Aan de informatie te stellen eisen 147 8.2 Begrippen van dubbel boekhouden 148 8.2.1 De balans 148 8.2.2 De resultatenrekening 154 8.3 Cashflowtabel 157 8.3.1 Wat zijn mogelijke cashbronnen in een onderneming? 158 Cashflow uit operationele activiteiten 159 Cashflow uit investeringsactiviteiten 160 Cashflow uit financieringsactiviteiten 160 8.3.2 Cashflow, verschillende benaderingen 160 8.4 Ratio-analyse 163 8.4.1 De liquiditeit 166 Current en quick ratio 166 Het bedrijfskapitaal 168 8.4.2 De efficiëntieratio’s 170 De voorraadrotatie 170 Dagen klantenkrediet 172 Dagen leverancierskrediet 174 8.4.3 De rentabiliteit 177 Rentabiliteit van de omzet 177 Rentabiliteit van het eigen vermogen (= REV) 178 Rentabiliteit van het totale vermogen (= RTV) 181 8.4.4 De solvabiliteit 182 Solvabiliteit 182 Schuldgraad van een onderneming (= debt ratio) 183 Dekkingsratio van het vreemd vermogen door de cashflow 183 8.4.5 Toegevoegde waarde 185

20152105_Bedrijfseconomie_2016_c3.indb 9

04-03-16 09:52


10

9

De financiering van de activa

9.1

Financiering van vaste activa 192 9.1.1 Financiering met eigen vermogen 192 Winstinhoudingen 193 Intensivering van het gebruik van de afschrijvingsgelden 193 Externe financiering met eigen vermogen 195 9.1.2 Financiering met vreemd vermogen op lange termijn 196 Het investeringskrediet 196 De obligatielening 196 De hypothecaire lening 197 197 Financiële leasing (≠ huurkoop) De financiering van de vlottende activa 198 9.2.1 Financiering met eigen vermogen 198 Vorderingen op klanten 199 Voorraden 199 9.2.2 Financiering met vreemd vermogen op korte termijn 200 Het leverancierskrediet 200 Het kaskrediet 201 ‘Straight loan’ 202 Het discontokrediet 202 ‘Factoring’ (= factorering) 203

9.2

191

10

De vermogensmarkt

10.1 10.2 10.3 10.4

De vermogensmarkt en de deelmarkten 206 Het aanbod van vermogen 207 De vraag naar vermogen 208 De confrontatie van vraag naar en aanbod van vermogen op de vermogensmarkt 208

20152105_Bedrijfseconomie_2016_c3.indb 10

205

04-03-16 09:52


11

Bijlagen

211

Bijlage I

212

Verschil tussen enkelvoudige en samengestelde rente Enkelvoudige rente Samengestelde rente

212 212 212

Bijlage II

214

Schema van de balans

214

Bijlage III

215

De resultatenrekening A. Resultatenrekening in staffelvorm B. Resultatenrekening in scontovorm

215 215 218

Oplossingen

221

De kostensoorten 221 Constante en variabele kosten 221 Directe en indirecte kosten 221 Directe en indirecte kosten 222 Direct costing en het verkoop- en productieplan 222 Investeringsvraagstukken 223 Analyse van de financiĂŤle structuur van een onderneming 223

Lijst van afkortingen

224

Lijst van symbolen

225

Lijst van figuren

226

Lijst van tabellen

229

Bibliografie

231

Index

232

20152105_Bedrijfseconomie_2016_c3.indb 11

04-03-16 09:52


13

Woord vooraf

Dit boek is in de eerste plaats bestemd voor studenten in het hoger onderwijs. De ruime groep potentieel geïnteresseerden in de bedrijfseconomie zal evenwel ook zijn gading vinden. De meeste onderwerpen zijn immers verduidelijkt door middel van getallenvoorbeelden (bv. breakevenafzet, direct costing, verschillenanalyse, ratio-analyse) of grafische uitwerkingen. De behandelde materie is verdeeld in twee grote delen. In het eerste deel krijgt de lezer een inzicht in de basisbegrippen van kosten- en opbrengstberekening ter ondersteuning van beleidsbeslissingen. Er wordt aandacht besteed aan de bepaling van de kostensoorten, het onderscheid tussen constante en variabele kosten, de problematiek van de verdeling van de indirecte kosten, de kostenbeheersing, het verkoop- en productieplan en een aantal investeringsvraagstukken. In het tweede deel staat het financieringsprobleem centraal. Een nuttig hulpmiddel in dat verband is de zogenaamde financiële analyse van de onderneming. Het is niet de bedoeling dat de gebruiker een jaarrekening kan opstellen. Wel zou men moeten komen tot het begrijpen en beoordelen van de financiële situatie van een onderneming. We hopen dat dit boek een welkome steun betekent voor alle geïnteresseerden in de bedrijfseconomie. Suggesties en opmerkingen bij de aanpak of bij de uitwerking van dit boek zijn steeds welkom. De gebruiker kan doorheen het boek zijn kennis toetsen aan de hand van een aantal uitgewerkte voorbeelden of door middel van een aantal probleemstellingen waarvoor zelf een oplossing dient te worden gezocht. De oplossingen zijn in bijlage opgenomen.

Sint-Niklaas, voorjaar 2016

De auteur

20152105_Bedrijfseconomie_2016_c3.indb 13

04-03-16 09:52


Inleiding

20152105_Bedrijfseconomie_2016_c3.indb 15

04-03-16 09:52


16

Inleiding

De studie van het economisch handelen in het raam van de bedrijfshuishouding noemen we de bedrijfseconomie. De bedrijfseconomie is een onderdeel van de economische wetenschap. Figuur 0.1  De plaats van de bedrijfseconomie in de economische wetenschap

BEHOEFTEN overvloedig

CONFRONTATIE

MIDDELEN beperkt of schaars

KEUZEPROBLEEM = maximale behoefte­ bevrediging met de ­gegeven middelen = economisch principe

De onderneming wordt geconfronteerd met talrijke behoeften waartegenover slechts een beperkt budget (derhalve: zijn productiemogelijkheden) staat. Vandaar zal hij een keuze moeten maken tussen de verschillende behoeften. Daartoe past hij het economisch principe toe, d.w.z. met de gegeven middelen zoveel mogelijk behoeften trachten te bevredigen. In de bedrijfseconomie heeft men aldus te maken met het schaarsteprobleem. Uit de schaarste groeit het waardeverschijnsel. Zonder schaarste zouden noch economie, noch waarde bestaan. Het doel van de ondernemingsactiviteit is veelal een optimalisatie van de winst (= winstmaximalisatie). Om dit vooropgestelde doel te bereiken is het niet voldoende een zo hoog mogelijk verkoopcijfer te behalen. De onderneming moet tevens trachten de vooropgestelde productiehoeveelheid te realiseren met een minimum aan kosten. Wel dient opgemerkt te worden dat de onderneming bij de planning bewust streeft naar continuïteit op lange termijn. Zo zal men de op korte termijn bestaande winstmogelijkheden bewust prijsgeven, wanneer daardoor de toekomstige winstmogelijkheden van het bedrijf te veel zouden worden geschaad. Voorbeeld: het is vaak geboden dat een monopolist bij zijn winststreven enige matiging betracht. Hij heeft immers nooit een onbeperkte economische machtspositie. Een belangrijke beperking is de reactie van de kopers: als de monopolist zijn prijs hoger vaststelt zullen de consumenten minder van zijn goed kopen. De aanwezigheid van substitutiegoederen voor zijn product zal dit effect versterken. Zo bezit de vervoersmaatschappij NMBS het monopolie van het nationaal reizigersverkeer, maar is er een sterke concurrentie met o.a. het particulier autoverkeer. Verder zal de monopolist rekening moeten houden met een mogelijke toetreding tot de markt van potentiële concurrenten.

20152105_Bedrijfseconomie_2016_c3.indb 16

04-03-16 09:52


17

Inleiding

Ten slotte kan ook de overheid optreden wanneer een monopolist misbruik zou maken van zijn economische machtspositie (bv. door een te hoge prijs vast te stellen). Het is intussen niet altijd zo, dat het behalen van de maximale winst (op lange termijn) ook het enige ‘heilige’ doel van de onderneming is. Haar eigenlijke oogmerk kan ook zijn het verkrijgen van een groter marktaandeel of een maximale omzet, het verzekeren van de werkgelegenheid en het zorgen voor het welzijn van al diegenen die bij de onderneming betrokken zijn. Ook niet-geldelijke motieven kunnen het handelen van de ondernemingsleiding bepalen. Zo kan bijvoorbeeld het vraagstuk van de machtsverhoudingen in de ondernemingen (bv. omwille van meer status en prestige) het beleid in belangrijke mate beïnvloeden. Ook problemen zoals milieuverontreiniging en consumentenbescherming zouden heel wat ondernemingen na(-der) aan het hart moeten liggen. Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen een onderneming en een bedrijf. Een bedrijf is een technisch-organisatorische eenheid die de productiefactoren natuur, arbeid en kapitaal combineert met als doel goederen te produceren of diensten te presteren. Voorbeeld: een staalfabriek, een vervoersbedrijf. Een onderneming is een economisch-juridische eenheid die zich van het bedrijf bedient om haar kapitaal zo renderend mogelijk te maken. Voorbeeld: de nv Sidmar, de bvba Van Machelen. Ondernemen kan gebeuren in verschillende ondernemingsvormen. In België komen onderstaande ondernemingsvormen voor: ◾ de eenmansonderneming.

De wet erkent als handelsvennootschap met rechtspersoonlijkheid:

◾ de vennootschap onder firma, afgekort vof; ◾ de gewone commanditaire vennootschap, afgekort comm. v;

◾ de commanditaire vennootschap op aandelen, afgekort comm. va; ◾ de naamloze vennootschap, afgekort nv; ◾ de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, afgekort bvba; ◾ de eenpersoons besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, afgekort ebvba; ◾ de starters-bvba, afgekort s-bvba; ◾ de coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, afgekort cvba; ◾ de coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid, afgekort cvoa; ◾ het economisch samenwerkingsverband, afgekort esv; ◾ de landbouwvennootschap, afgekort lv.

20152105_Bedrijfseconomie_2016_c3.indb 17

04-03-16 09:52


Kosten- en opbrengstberekening ter ondersteuning van beslissingen

20152105_Bedrijfseconomie_2016_c3.indb 19

1 04-03-16 09:53


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789038225920 by Uitgeverij Lannoo - Issuu