Skip to main content

9789038225661_2f1a8dbc6a221a

Page 1

Cartografie


CARTOGRAFIE Prof. Dr. Ph. De Maeyer Dr. K. Ooms


© Philippe De Maeyer © voor deze uitgave: Academia Press P. Van Duyseplein 8 9000 Gent Tel. 09/233 80 88 Info@academiapress.be www.academiapress.be Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv.

Fragment uit ‘Carte Topographique de la Forêt de Soigne et de ses Environs, levée sous la direction de Mr. Le Comte de Ferraris’ (1770), verschaald, oorspronkelijke schaal 1:29500 (Cartotheek Vakgroep Geografie, UGent) Ph. De Maeyer, K. Ooms Cartografie Gent, Academia Press, 2015, ix + 366 pp.

ISBN 978 90 382 2566 1 D/2015/4804/162 U 2402 NUR1 930

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of vermenigvuldigd door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever en auteurs. De uitgever en auteurs zijn niet verantwoordelijk voor mogelijke schade te wijten aan het gebruik van dit boek. De uitgever heeft geprobeerd al de rechthebbenden op te sporen; personen of instanties die zich toch in hun rechten voelen geschaad, gelieve contact op te nemen met de uitgever.


:225' 9225$) Cartografie is een discipline die zowel wetenschappelijke, technische, esthetische als historische en beschouwelijke aspecten omvat. In het eerste hoofdstuk wordt de discipline gesitueerd in het breder kader van de geografie en de geomatica. In het tweede hoofdstuk worden de geschiedenis van de cartografie en de historische cartografie samen behandeld. Hierbij worden drie klemtonen gelegd: de ontwikkeling van het wereldbeeld en de kennis en voorstelling van de wereld in de Westerse wereld, de opkomst en ontplooiing van landsdekkende grootschalige cartografie en de cartografie van het huidige België vanaf het einde van de 18de eeuw. In het derde hoofdstuk wordt het basisvocabularium met betrekking tot kaarten gedefinieerd en uitgebreid: cartografische semiologie en syntaxis besproken. Ook teksten worden in een afzonderlijk hoofdstuk behandeld. De planimetrische voorstelling en reliëfvoorstelling worden in het vijfde en zesde hoofdstuk voorgesteld. Generalisatie krijgt een afzonderlijke behandeling, net zoals de thematische kaarten. Daarna volgt een inleiding tot de technische aspecten van de kaartproductie. Kleuren zijn een essentieel element bij cartografische voorstellingen en worden dus ook in dit hoofdstuk uitgediept. Het boek eindigt met een bespreking van het kaartgebruik en de laatste trends in cartografie. De illustratie van dit boek werd mogelijk dank zij o.a. de inbreng van het Nationaal Geografisch Instituut dat kaartuitsnedes ter illustratie leverde en de documenten uit de cartotheek van de Vakgroep Geografie van de UGent. Een uitgave is nooit vrij van zetduiveltjes of foutjes. Mogelijke aanvullingen zullen we ± in afwachting van een volgende uitgave ± plaatsen op http://www.geografie.ugent.be/cartogis/publications/books. Suggesties zijn steeds kristien.ooms@ugent.be Philippe De Maeyer Kristien Ooms

welkom:

philippe.demaeyer@ugent.be

of


,1+28'67$)(/ WOORD VOORAF .......................................................................................... I INHOUDSTAFEL ......................................................................................... III 1 INLEIDING ................................................................................................ 1 1.1 CARTOGRAFIE .......................................................................................... 1 1.1.1 Definitie .................................................................................................. 1 1.1.2 Evolutie .................................................................................................. 3 1.1.3 Deeldisciplines ....................................................................................... 4 1.2 CARTOGRAFISCH PRODUCT..................................................................... 4 1.3 CARTOGRAFISCH COMMUNICATIEPROCES ............................................ 7 1.4 KAARTPRODUCTEN ................................................................................ 12 1.5 GEOMATICA............................................................................................ 13 1.6 LUCHTFOTO¶S EN SATELLIETBEELDEN ................................................ 16 1.7 GRAFISCHE VOORSTELLINGEN ............................................................. 16 1.8 COMPUTERCARTOGRAFIE EN GIS ........................................................ 17 2 BEKNOPTE HISTORISCHE CARTOGRAFIE EN GESCHIEDENIS VAN DE CARTOGRAFIE ...................................................................... 19 2.1 INLEIDING ............................................................................................... 19 2.2 OUDSTE VORMEN VAN CARTOGRAFIE .................................................. 20 2.3 CARTOGRAFIE IN DE OUDHEID .............................................................. 21 2.3.1 Egypte en het Oude Nabije Oosten ....................................................... 21 2.3.2 Griekse logografen, historici en geografen ........................................... 22 2.3.3 Het Romeinse Rijk onder invloed van het Hellenisme ......................... 34 2.3.4 Pragmatische Romeinse cartografie ..................................................... 36 2.4 CARTOGRAFIE IN DE MIDDELEEUWEN.................................................. 37 2.4.1 Arabische cartografie in de Middeleeuwen .......................................... 38 2.4.2 Cartografie in West-Europa in de Middeleeuwen ................................ 40 2.5 TOPOGRAFISCHE EN CHOROGRAFISCHE KAARTEN IN DE 15DE TOT 17DE EEUW ....................................................................................................... 46 2.5.1 Italiaanse cartografie ............................................................................ 49 2.5.2 Portugese cartografie ............................................................................ 49 2.5.3 Duitse cartografie ................................................................................. 49 2.5.4 Zuid-Nederlandse cartografie in de 16de eeuw ..................................... 51 2.5.5 De Gouden Eeuw van de Nederlandse cartografie ............................... 56 2.5.6 Chorotopografische cartografie in Frankrijk in de 17de eeuw ............... 57


Inleiding

2.5.7 Stadsplattegronden................................................................................ 58 2.5.8 Kaartboeken .......................................................................................... 58 2.6 DE BLOEIPERIODE VAN DE GLOBES ....................................................... 59 2.7 CARTOGRAFIE OP HET EINDE VAN DE 17DE EN IN DE 18DE EEUW .......... 62 2.7.1 Historische achtergrond voor België .................................................... 62 2.7.2 Bloei van de Franse geodesie ............................................................... 64 2.7.3 Franse cartografen ................................................................................ 65 2.7.4 Rol van de kaartuitgevers naast de militaire en institutionele cartografie .............................................................................................................. 65 2.8 TOPOGRAFISCHE KAARTSERIES IN DE 17DE EN 18DE EEUW ................... 66 2.8.1 Frankrijk ............................................................................................... 66 2.8.2 Fricx ...................................................................................................... 67 2.8.3 Andere topografische en chorografische cartografen ........................... 68 2.8.4 Ferraris .................................................................................................. 68 2.8.5 J.B. de Bouge ........................................................................................ 75 2.8.6 De soorten kaarten tijdens de Franse inlijving ...................................... 75 2.8.7 L. Capitaine en P. Chanlaire ................................................................. 75 2.8.8 Tranchot - von Müffling kaarten .......................................................... 76 2.9 NAPOLEONTISCH KADASTER EN ZIJN EVOLUTIE ................................. 76 2.9.1 Regiodekkende voorlopers ................................................................... 76 2.9.2 Historische context ............................................................................... 76 2.9.3 Ontstaan van het kadaster ..................................................................... 77 2.9.4 Het kadaster onder het Hollandse Bewind ............................................ 78 2.9.5 Het Belgische kadaster ......................................................................... 79 2.10 HOLLANDS BEWIND ................................................................................ 80 2.11 TOPOGRAFISCHE CARTOGRAFIE IN BELGIË TOT DE TWEEDE WERELDOORLOG .................................................................................... 81 2.11.1 Vander Maelen en zijn Établissement Géographique de Bruxelles .. 81 2.11.2 Talrijke kleine cartografische uitgevers ............................................ 83 2.11.3 Kadastrale atlassen ........................................................................... 83 2.11.4 Van Dépôt de la Guerre tot Militair Cartografisch Instituut: de eerste basiskaart (1860-1939) ..................................................................... 85 2.12 TOPOGRAFISCHE CARTOGRAFIE IN BELGIË NA DE TWEEDE WERELDOORLOG ................................................................................... 89 2.12.1 Van Militair Geografisch Instituut tot Nationaal Geografisch Instituut .......................................................................................................... 89 2.12.2 Andere 'officiële' topografische kaartuitgaven ................................. 93 2.12.3 Orthofoto's: een aanvullend landsdekkend document....................... 94 2.12.4 Regionalisering en complementariteit .............................................. 94 2.13 THEMATISCHE KAARTSERIES IN DE LAATSTE 150 JAAR ...................... 95 2.13.1 Geologische kaart ............................................................................. 95 2.13.2 Bodemkaart ....................................................................................... 97 2.13.3 Geomorfologische kaart.................................................................... 98 2.13.4 Vegetatiekaart en Biologische Waarderingskaart ............................. 99 iv


Inleiding

2.13.5 Nationale atlas ................................................................................ 100 3 CARTOGRAFISCHE SEMIOLOGIE EN SYNTAXIS ..................... 101 3.1 SEMIOLOGIE ......................................................................................... 103 3.2 CARTOGRAFISCHE SYNTAXIS .............................................................. 108 3.3 LEESBAARHEIDSREGELS...................................................................... 110 3.3.1 Perceptiegrens..................................................................................... 110 3.3.2 Onderscheidingsgrens......................................................................... 110 3.3.3 Differentiatiegrens .............................................................................. 110 3.3.4 Grafische dichtheid ............................................................................. 111 3.3.5 Contrast .............................................................................................. 111 3.4 ESTHETISCHE ASPECTEN ...................................................................... 111 3.5 COMBINATIE VAN GRAFISCHE VARIABELEN KLEUR EN GRIJSWAARDE . ............................................................................................................... 115 3.6 VOORSTELLEN VAN ONZEKERHEID .................................................... 116 3.7 VOORSTELLEN VAN BETWISTE OBJECTEN ......................................... 118 3.8 PERSONEN MET VISUELE HANDICAP ................................................... 120 4 TEKSTEN ............................................................................................... 123 4.1 KENMERKEN......................................................................................... 123 4.1.1 Karakters en karaktercombinaties....................................................... 124 4.1.2 Lettertype, lettersoort en font ............................................................. 124 4.1.3 Corpus of corps................................................................................... 126 4.1.4 Letterdikte ......................................................................................... 127 4.1.5 Recht - cursief..................................................................................... 128 4.1.6 Kapitaal ± onderkast ........................................................................... 128 4.1.7 Letterbreedte ....................................................................................... 128 4.1.8 Spatiëring............................................................................................ 128 4.1.9 Oriëntatie ............................................................................................ 129 4.1.10 Kleur ............................................................................................... 129 4.1.11 Grijswaarde .................................................................................... 130 4.1.12 Onderlijning.................................................................................... 130 4.1.13 Regelval of regelverloop ................................................................ 130 4.1.14 Speciale effecten ............................................................................. 131 4.2 SEMIOTISCHE BENADERING V AN DE TEKSTEN .................................. 131 4.3 KARAKTERS, GLYPHEN EN FONTEN IN EEN GEÏNFORMATISEERDE OMGEVING ............................................................................................ 133 4.4 PLAATSING............................................................................................ 135 4.4.1 Puntlocatie .......................................................................................... 137 4.4.2 Lineaire objecten ................................................................................ 141 v


Inleiding

4.4.3 Zonale objecten................................................................................... 143 4.5 SPELLING EN TAALGEBRUIK................................................................ 145 4.5.1 Endoniemen en exoniemen ................................................................. 145 4.5.2 Bronnen voor exacte spelling ............................................................. 146 4.5.3 Taalgebruik ......................................................................................... 148 4.6 NAAMKEUZE ......................................................................................... 149 5 RELIËFVOORSTELLING ................................................................... 153 5.1 HOOGTE EN DIEPTE ............................................................................. 154 5.2 REFERENTIEVLAKKEN IN BELGIË ....................................................... 155 5.2.1 Algemene Waterpassing (Nivellement Général NG).......................... 156 5.2.2 Nauwkeurige Waterpassing (Nivellement de Précision NP) .............. 156 5.2.3 Tweede Algemene Waterpassing (TAW) ........................................... 156 5.2.4 Andere referentievlakken in België .................................................... 158 5.2.5 Reductievlakken t.b.v. de bathymetrie ................................................ 159 5.2.6 Aansluitende buitenlandse altimetrische netten .................................. 161 5.2.7 Aansluitende buitenlandse bathymetrische netten .............................. 161 5.2.8 Transformatie van geocentrische naar altimetrische data: het geval België .................................................................................................. 162 5.3 KWANTITATIEVE HOOGTEVOORSTELLING ........................................ 164 5.3.1 Absolute kwantitatieve hoogtevoorstelling ........................................ 164 5.3.2 Relatieve kwantitatieve hoogtevoorstelling ........................................ 177 5.4 KWALITATIEVE RELIËF-/HOOGTEVOORSTELLING ............................ 183 5.4.1 Perspectieve en pseudoperspectieve kaart(modellen) ......................... 184 5.4.2 Systematische schrapjesmethode, hellingsschrapjes of hellingsarcering .. ............................................................................................................ 184 5.4.3 Schaduwschrapjes ............................................................................... 187 5.4.4 Reliëfschaduwering ............................................................................ 188 5.4.5 Gecombineerde reliëfvoorstelling....................................................... 190 5.4.6 Reliëfcontourmethode......................................................................... 190 5.4.7 Totaalvoorstellingen ........................................................................... 191 5.5 DIGITALE HOOGTEMODELLEN ............................................................ 191 5.6 BLOKDIAGRAM EN RUIMTELIJK MODEL ............................................. 192 5.7 RELIËFPROFIELEN ............................................................................... 193 5.7.1 Reliëfprofiel ........................................................................................ 193 5.7.2 Profielenreeksen ................................................................................. 195 5.7.3 Toepassingen ...................................................................................... 196 5.8 RELIËFMODELLEN ............................................................................... 197 5.9 GEOMORFOGRAFISCHE EN GEOMORFOLOGISCHE KAARTEN ........... 198 5.10 HOOGTE/DIEPTE EN RELIËF MODELLEREN IN EEN GIS ..................... 199

vi


Inleiding

6 GENERALISATIE ................................................................................. 201 6.1 PROBLEEMSTELLING ........................................................................... 201 6.2 CONCEPTUELE GENERALISATIE .......................................................... 203 6.2.1 Selecteren ........................................................................................... 203 6.2.2 Samenvoegen ...................................................................................... 206 6.2.3 Symboliseren ...................................................................................... 207 6.2.4 Benadrukken of verwaarlozen ............................................................ 208 6.3 GRAFISCHE GENERALISATIE ............................................................... 208 6.3.1 Vereenvoudigen .................................................................................. 208 6.3.2 Vergroten ............................................................................................ 209 6.3.3 Verplaatsen ......................................................................................... 209 6.3.4 Samenvoegen ...................................................................................... 210 6.3.5 Selecteren ........................................................................................... 210 6.4 AUTOMATISATIE EN ALGORITMES ...................................................... 210 6.4.1 Lijngeneralisatie ................................................................................. 211 6.4.2 Vlakgeneralisatie ................................................................................ 212 6.4.3 Holistische benadering ....................................................................... 214 7 THEMATISCHE CARTOGRAFIE ..................................................... 215 7.1 OMSCHRIJVING .................................................................................... 215 7.2 KARTEERMETHODES ........................................................................... 215 7.3 KAARTTYPES EN KAARTSOORTEN ...................................................... 217 7.4 INDELING NAARGELANG DE AARD VAN DE DATA ............................... 217 7.4.1 Inventarisatiekaarten........................................................................... 218 7.4.2 Analytische kaarten ............................................................................ 218 7.4.3 Synthesekaarten .................................................................................. 220 7.5 INDELING NAAR VOORSTELLINGSWIJZE............................................. 221 7.5.1 Figuratieve kaarten ............................................................................. 221 7.5.2 Stippenkaarten .................................................................................... 226 7.5.3 Isolijnen- en isopletenkaarten ............................................................. 227 7.5.4 Choropletenkaarten ............................................................................ 229 7.5.5 Chorochromatische kaarten of mozaïekkaarten .................................. 232 7.5.6 Bewegings- of fluxkaarten.................................................................. 234 7.5.7 Andere kaarttypes ............................................................................... 238 7.6 CARTOGRAMMEN EN (CARTO)DIAGRAMKAARTEN ............................ 238 7.7 (VERHOUDINGS)STROKENDIAGRAMKAARTEN ................................... 239 7.8 MAZENDIAGRAMKAARTEN .................................................................. 240 7.9 ANAMORFOSEKAART ........................................................................... 241 7.10 CARTOGRAFISCHE SYNTHESEKAARTEN ............................................. 245 7.10.1 Superpositiekaarten of polythematische kaarten ............................ 245 vii


Inleiding

7.10.2 Modellenkaarten ............................................................................. 246 7.10.3 Choreemkaarten .............................................................................. 251 7.11 TIJD IN BEELD ....................................................................................... 254 7.11.1 Fluxdiagram .................................................................................... 254 7.11.2 Fluxkaart ......................................................................................... 256 7.11.3 Ruimte-tijd kubus ............................................................................ 257 7.11.4 Map iteration .................................................................................. 258 8 CARTOGRAFISCH PRODUCTIEPROCES ...................................... 259 8.1 INLEIDING ............................................................................................. 260 8.2 PRODUCTIEPROCES VAN BASISKAARTEN............................................ 266 8.3 PRODUCTIEPROCES VAN NAVIGATIE- EN ORIËNTATIEKAARTEN ...... 269 8.4 PRODUCTIEPROCES VAN THEMATISCHE KAARTEN ............................ 270 8.4.1 Kaartminuut van thematische kaarten................................................. 270 8.4.2 Cartografische informatie-analyse ...................................................... 272 8.5 PRODUCTIEPROCES VAN CARTOGRAFISCHE SYNTHESEKAARTEN .... 272 8.6 TECHNISCHE ASPECTEN BIJ REPRODUCTIE ANALOGE KAARTEN ...... 272 8.6.1 Druktechnisch proces bij vlakdruk ..................................................... 274 8.6.2 Plotters en printers .............................................................................. 284 8.6.3 Nabewerking en veredeling van papieren kaartdocumenten .............. 284 8.7 KLEUREN ............................................................................................... 285 8.7.1 Signatuur............................................................................................. 285 8.7.2 kleur .................................................................................................... 287 8.7.3 Kleurenmodellen en kleurenschalen ................................................... 292 8.7.4 Color management systems ................................................................ 315 8.7.5 Gebruik en perceptie van kleuren ....................................................... 316 8.7.6 Selectie van gamma's voor cartografische voorstellingen .................. 318 8.7.7 Kleurenset ........................................................................................... 318 9 KAARTGEBRUIK EN CARTOMETRIE ........................................... 323 9.1 KAARTGEBRUIK ................................................................................... 323 9.2 NAUWKEURIGHEID VAN DE KAART ..................................................... 323 9.3 CARTOMETRIE...................................................................................... 324 9.3.1 Benaderingswijze................................................................................ 324 9.3.2 Lengtemetingen .................................................................................. 326 9.3.3 Richting±hoek±azimut±magnetische declinatie.................................. 327 9.3.4 Coördinaatmetingen............................................................................ 329 9.3.5 Oppervlaktemetingen.......................................................................... 329 9.3.6 Hoogtevoorstellingen.......................................................................... 331 9.4 TOPOGRAFISCHE KAARTANALYSE ...................................................... 333 viii


Inleiding

9.5 GEBRUIK VAN NAVIGATIE- EN ORIËNTATIEKAARTEN ....................... 334 9.6 GEBRUIK VAN THEMATISCHE KAARTEN ............................................. 334 10 NIEUWE TRENDS IN CARTOGRAFIE .......................................... 337 10.1 WEBCARTOGRAFIE .............................................................................. 337 10.1.1 De ontwikkeling van het Internet en het World Wide Web ............. 337 10.1.2 Soorten webcartografie ................................................................... 338 10.1.3 Gebruik van XML, GML en SVG .................................................. 342 10.1.4 Map Serving ................................................................................... 343 10.1.5 Cartografie via het Internet vs. de papieren kaart ........................... 347 11 BIJLAGE .............................................................................................. 349 11.1 EENHEDEN ............................................................................................ 349 11.1.1 SI-eenheden .................................................................................... 349 11.1.2 Afgeleide eenheden ........................................................................ 349 11.1.3 Veelvouden ..................................................................................... 349 11.1.4 Decimale teken ............................................................................... 350 LITERATUUR ............................................................................................. 351 INDEX ........................................................................................................... 357

ix


,1/(,',1*

1 1.1

1.1.1

CARTOGRAFIE Definitie

Cartografie werd in 2003 door de International Cartographic Association (ICA) 1 gedefinieerd als 2 : the discipline dealing with the art, science and technology of making and using maps. Deze omschrijving van het begrip cartografie door de ICA, is een bijsturing van eerdere definities: - in 1966 werd cartographie door de ICA gedefinieerd als l’ensemble des études et des opérations, scientifiques, artistiques et techniques, intervenant à partir des résultats d’observations directes ou de l’exploitation d’une documentation, en vue de l’élaboration et de l’établissement de cartes, plans et autres modes d’expression, ainsi que dans leur utilisation3 ; - in 1973 definieerde de ICA cartografie als: the art, science and technology of making maps, together with their study as scientific documents and works of art. In this context maps may be regarded as including all types of maps, plans, charts and sections, three-dimensional models and globes representing the Earth or any celestial body at any scale4; - in 1995 werd voor cartografie door de ICA de definitie: Cartography is the discipline dealing with the conception, production, dissemination and study of maps weerhouden. Deze definitie werd toen ook geadopteerd door de Nederlandse Vereniging voor Kartografie5, namelijk cartografie is het vakgebied dat zich bezighoudt met de conceptie, productie, verspreiding en studie van kaarten. In het kader van dit boek wordt er voor geopteerd cartografie eerder te benaderen als het geheel van wetenschappelijke, technische (en artistieke) activiteiten gericht op de conceptie, productie, verspreiding, gebruik en studie 1

de missie van de International Cartographic Association (ICA) is to ensure that geospatial information is employed to maximum effect for the benefit of science and society through promotion and representation of the discipline and profession of Cartography and GI Science internationally

2

op de 12th General Assembly van de ICA, gehouden te Durban

3

de Glossaire Français de Cartographie - uitgegeven door de Comité Français de Cartographie - neemt voor cartographie deze definitie over 4

deze definitie vindt men ook in de Encyclopedic Dictionary of Cartography in 25 languages (Joachim Neumann, 1997)

5

definitie naar Nederlandse Vereniging voor Kartografie (thans is deze vereniging opgegaan in GIN, Geo-Informatie Nederland, sectie Kartografie en Geovisualisatie)


Inleiding

van cartografische producten. Men beperkt zich dus in deze niet tot kaarten (analoge of digitale), maar men beschouwt de bredere waaier van de cartografische producten. Hoewel het kaartmaken een millennia oude activiteit is, werd de term cartografie slechts in in hte midden van de 19de eeuw voor het eerst gebruikt. Voordien sprak men, als het om kaartmakers ging, dan ook niet van cartografen, maar van geografen of kosmografen. Volgende voorbeelden illustreren dit: - typerend YRRU GH YHUZLM]LQJ QDDU µJHRJUDDI¶ is dat de Fransen de cartografen belast met de kartering van het territorium en de slagvelden vanaf 1557 les géographes du roi noemden. Later werden deze cartografen les ingénieurs et géographes ordinaires du roi genoemd en sinds 1726 spreekt men kortweg van ingénieurs géographes6; - in de Hondius-Mercator-atlas (1607) vindt men een lofrede van Peter Bertius die als volgt begint: Gerardo Mercatori et Iudoco Hondio, Cosmographis (…) (over Gerardus Mercator en Iudocus Hondius, Cosmografen (…)).

Figuur 1.1 – Gerardo Mercatori et Iudoco Hondio, Cosmographis … (over Gerardus Mercator en Iudocus Hondius, Cosmografen …), lofrede van Peter Bertius in de Hondius-Mercator-atlas (1607) (beeld: KOKW).

Een kaart7 is - als resultaat van de creatieve inspanning van een auteur - een (grafische) voorstelling (meestal op een plat vlak) van de geografische realiteit, waarbij de ruimtelijke samenhang van geselecteerde objecten of verschijnselen op het oppervlak van de aarde (of een ander hemellichaam) wordt weergegeven. Kaart komt van het laat-Latijn carta, dat op zijn beurt afstamt van het Grieks ȤȐȡIJĮ, en verwijst naar een (papyrus)blad. Dezelfde stam vindt men in vele talen terug: carte (Fr.), ɤɚɪɬɚ (karta) (Russ.), carta (Ital.) ... In het Engels heeft 6

het diploma en de titel van ingénieur géographe worden nog steeds afgeleverd aan de geografen-cartografen die afstuderen aan de Franse École Nationale Supérieure de Géographie

7

ICA (1995, bevestigd in 2003): a map is a symbolised image of geographical reality, representing selected features or characteristics, resulting from the creative effort of its author’s execution of choices, and is designed for use when spatial relationships are of primary relevance

2


Inleiding

chart de EHSHUNWH EHWHNHQLV YDQ PDULHQH NDDUW µmap¶ is de algemene term voor een kaart. Dit laatste vindt zijn origine in het Latijnse mappa. Het verwijst naar een lap stof en verwijst dus, zoals kaart, naar de drager van de cartografische informatie. Dezelfde stam vindt men terug in het Italiaanse mappa, het Spaanse mapa en het Franse mappemonde. In de terminologie worden beeld en drager dus door elkaar gebruikt. Zo staat in het klassieke Grieks ʌȓȞĮȟ (pinax) voor een tablet waarop een tekening, dus ook een kaart, werd voorgesteld. In het Latijn vindt men de vertaling tabula terug. Een andere term voor wereldkaart is in het Grieks ʌİȡȚȩįȠȢ ȖĮȓĮȢ (periodos gês), wat staat voor ronde of cirkel van de aarde en wat men in de Renaissance vertolkte door orbis terrarum en forma orbis terrarum. Het begrip cartografie heeft dus enerzijds dezelfde Latijn-Grieks stam carta ȤȐȡIJĮ en anderzijds de Latijnse suffix -graphia, afgeleid van het Griekse werkwoord ȖȡȐijİȚȞ (schrijven, voorstellen). Een cartografisch product is een werk met als hoofdbestanddeel cartografische informatie. Hiertoe behoren natuurlijk kaarten, maar ook de zogenaamde kaartverwante afbeeldingen zoals globes, driedimensionale voorstellingen, enz., alsook digitale cartografische bestanden. De cartografie is onweerlegbaar verbonden met de Geografische Informatie Wetenschap. Voor de ICA is Geographic Information Science (GIScience): the scientific context of spatial information processing and management, including associated technology as well as commercial, social and environmental implications. Information processing and management include data analysis and transformations, data management and information visualisation. 1.1.2

Evolutie

De kaart is heden ten dage steeds minder een voorstelling op een bestendige grafische drager (zoals papier); steeds meer gebruikt men andere platformen voor de visualisatie van kaartbeelden (bijvoorbeeld computerschermen of het scherm van een PDA Personal Digital Assistant, smartphone, tablet - zoals de iPad - of het scherm van een navigatiesysteem). De band van de cartografie met ICT is vandaag nog moeilijk weg te denken. In een eerste fase - vanaf midden jaren 1980 - maakte de invoering van de informatica in het cartografisch productieproces het mogelijk de productie van analoge (papieren) kaarten te versnellen. Slechts in een tweede fase - vanaf eind jaren 1980 - werd GIS (Geografische Informatiesystemen) in het productieproces ingeschakeld. Bij de conventionele kaartseries (topografische, JHRORJLVFKH « NDDUWHQ JHEHXUGH het beheer van de gegevens per kaartblad. Slechts bij het begin van de jaren 2000 werd het effectief mogelijk de gegevens naadloos (seamless) te beheren. Maar naast een beheers- en analysetool van 3


Inleiding

geografische informatie biedt een GIS ook visualisatiefaciliteiten. Het ganse proces van beheer, analyse en communicatie wordt nu in belangrijke mate gerealiseerd met behulp van GI-platformen. De informatica levert thans niet alleen technologie voor kaartproductie, maar maakt gebruik van de informatica om interactief geografische data te beheren, te analyseren en voor te stellen (zie Hoofdstuk 14). De algemene regels van de cartografische beeldleer zijn echter ook op deze beelddragers van toepassing, doch zal voor elke type drager de implementatie van die regels verschillen. Het internet laat ook toe cartografische informatie te verspreiden. Dit kan onder de vorm van statische of dynamische kaartjes en onder de vorm van inactieve of LQWHUDFWLHYH SDJLQD¶V 'DDUELM NDQ JHEUXLN worden gemaakt van map-serving, dit is de integratie van een GIS met de communicatiefaciliteiten van het internet. Vanaf zijn PC of tablet kan een gebruiker geografische bevragingen en analyses verrichten via een internetconnectie op een dataset en GI-software die zich op ander platforms bevinden. 1.1.3

Deeldisciplines

De cartografie omvat in de eerste plaats wetenschappelijke, in het bijzonder wiskundige, aspecten. De cartografie doet immers beroep op de geodesie en op projecties - het is beter van transformaties te spreken (zie Hoofdstuk 4). Deze aspecten van de cartografie behoren tot wat men klassiek de wiskundige cartografie noemt. Daarnaast doet de cartografie beroep op de statistische methodes om de gegevens te analyseren en te klasseren. De aspecten van de symboolleer, elementen uit de perceptieleer, de methodeleer van het redactioneel ontwerpen, van de vormgeving en het gebruik van de kaarten noemt men de theoretische cartografie. Soms spreekt men van praktische cartografie om het geheel van de handelingen betrokken bij de kaartvervaardiging te omschrijven. De technische aspecten zijn van belang; de cartografische productie is vandaag slechts mogelijk dankzij de ondersteuning van verschillende technieken: topografie, ICT, reproductietechnieken ... Daarnaast moet ook zorg besteed worden aan de esthetische aspecten; in deze zin kan een kaart ook een stukje kunst zijn. Historische cartografie en de geschiedenis van de cartografie zijn ook disciplines die tot de cartografie horen (zie Hoofdstuk 2).

1.2

CARTOGRAFISCH PRODUCT

Zoals hoger vermeld, is een cartografisch product een werk met als hoofdbestanddeel cartografische informatie. Deze cartografische informatie kan

4


Inleiding

bestaan onder de vorm van een kaartproduct, meestal kortweg kaart genoemd, of onder de vorm van kaartverwante voorstellingen. Het kaartproduct bestaat uit een kaartbeeld en uit (kaart)randinformatie die nodig is om de kaart te lezen en te analyseren. Figuur 1.2 illustreert het begrip cartografisch product en kaartproduct. Titel artikel Tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst Tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst Tekst tekst tekst tekst tekst tekst

Tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst Tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst Tekst tekst tekst tekst tekst tekst

cartografisch product

kaartproduct

aaaa bbbbb N

Tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst Tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst

Tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst Tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst tekst

kaartbeeld

Figuur 1.2 – Cartografisch product met kaart

Kaartverwante voorstellingen zijn grafische afbeeldingen van de aarde of een deel ervan, die geen kaarten zijn. Zo kan men de globes, blokdiagrammen, reliëfmodellen enz. tot de kaartverwante voorstellingen rekenen. Het is een open vraag in hoeverre producten die enkele kaarten ter illustratie bevatten - en waarbij de betrouwbaarheid van de voorstelling weinig ter zake doet - ook nog kaartverwante voorstellingen dienen genoemd te worden.

5


Inleiding

geologische doorsnede

reliëfmodel

globe

kaartillustratie op verpakking: nog een kaartverwante voorstelling?

Figuur 1.3 – Kaartverwante voorstellingen

6


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789038225661_2f1a8dbc6a221a by Uitgeverij Lannoo - Issuu