Skip to main content

9789038225623

Page 1

media-democratie-identiteit.book Page 1 Wednesday, December 23, 2015 2:38 PM

MEDIA, DEMOCRATIE EN IDENTITEIT DE ROL VAN MEDIA IN EEN DEMOCRATISCHE SAMENLEVING


media-democratie-identiteit.book Page 3 Wednesday, December 23, 2015 2:38 PM

MEDIA, DEMOCRATIE EN IDENTITEIT DE ROL VAN MEDIA IN EEN DEMOCRATISCHE SAMENLEVING

Stijn Joye, Daniël Biltereyst & Sofie Van Bauwel (red.)


media-democratie-identiteit.book Page 4 Wednesday, December 23, 2015 2:38 PM

© Academia Press P. Van Duyseplein 8 9000 Gent T. (+32) (0)9 233 80 88 info@academiapress.be www.academiapress.be Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv.

Stijn Joye, Daniël Biltereyst & Sofie Van Bauwel (red.) Media, democratie en identiteit – De rol van media in een democratische samenleving Gent, Academia Press, 2016, 184 pp.

Lay-out: punctilio.be Cover: Twin Media Coverbeeld: Censorship (© Eric Drooker)

ISBN 978 90 382 2562 3 D/2016/4804/001 NUR 741

Behoudens de bij wet voorziene uitzonderingen, mag niets uit deze worden verveelvoudigd en/of vermenigvuldigd door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


media-democratie-identiteit.book Page 1 Wednesday, December 23, 2015 2:38 PM

1

Inhoudstafel

INLEIDING . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

3

DE ROL VAN MEDIA IN EEN DEMOCRATISCHE SAMENLEVING STIJN JOYE, DANIËL BILTEREYST & SOFIE VAN BAUWEL

Deel I

MEDIA EN POLITIEK

NIEUWSMEDIA, DEMOCRATISCH DEBAT EN IDEOLOGISCHE CULTUREN

11

PIETER MAESEELE & DANIËLLE RAEIJMAEKERS

LEED IN BEELD . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

29

REFLECTIES OVER DE SOCIALE ROL VAN MEDIA NA RAMPEN. EEN ANALYSE VAN DE KRANTENBERICHTGEVING OVER HET BUSONGELUK IN SIERRE (2012) STIJN JOYE

VAN CELEBRITY EN POLITIEK NAAR CELEBRITYPOLITIEK . . . . . . . . . . .

45

EEN MACROSOCIOLOGISCHE ANALYSE VAN DE VERANDERENDE ROL VAN BEKENDHEID IN DE BELGISCHE POLITIEK OLIVIER DRIESSENS

Deel II

IDENTITEIT EN JONGEREN

SCHERMEN MET SEKS(UALITEIT) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

63

HET EMANCIPATORISCHE BELANG VAN TELEVISIEREPRESENTATIES VAN SEKS EN SEKSUALITEIT VOOR HET JONGE KIJKPUBLIEK

FREDERIK DHAENENS & ELKE VAN DAMME

INTIMITEITEN EN INCLUSIE IN DIGITALE EN INTERACTIEVE MEDIA . .

79

UITDAGINGEN VOOR EEN GEMEDIATISEERDE MAATSCHAPPIJ SANDER DE RIDDER & SOFIE VAN BAUWEL

ZONDER KLANK: DIASPORAJEUGD . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . EEN PLEIDOOI VOOR KWALITATIEF PUBLIEKSONDERZOEK NAAR IDENTITEIT, MEDIA EN DIASPORA

FIEN ADRIAENS

95


media-democratie-identiteit.book Page 2 Wednesday, December 23, 2015 2:38 PM

2

INHOUDSTAFEL

Deel III

FILM TUSSEN VRIJHEID EN CONTROLE

EEN HALVE EEUW FILMPOLITIEK IN VLAANDEREN (1952-2002) . . . .

115

GERTJAN WILLEMS

FILMCENSUUR IN BELGIË . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

133

OVER DE PRAKTIJKEN VAN DE BELGISCHE FILMKEURINGSCOMMISSIE (1922-2003) DANIËL BILTEREYST & LIESBET DEPAUW

BILLENKLETSERS EN TRANENTREKKERS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

153

REFLECTIES OVER CANONISERINGSPROCESSEN IN DE FILMGESCHIEDENIS LIES VAN DE VIJVER

DE SURROGAATVADERS VAN PAUL THOMAS ANDERSON . . . . . . . . .

163

DE AMERIKAANSE AUTEURSCINEMA VANDAAG ISOLDE VANHEE

OVER DE AUTEURS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

181


media-democratie-identiteit.book Page 3 Wednesday, December 23, 2015 2:38 PM

3

Inleiding De rol van media in een democratische samenleving Stijn Joye, Daniël Biltereyst & Sofie Van Bauwel In Media and Morality: On the Rise of the Mediapolis onderstreept de toonaangevende Britse mediaonderzoeker Roger Silverstone (2007) dat de meeste mensen de wereld, haar inwoners en culturen hoofdzakelijk of soms zelfs uitsluitend zien en ervaren via media. In dit boek, dat door zijn overlijden in 2006 gezien wordt als een briljant testament over de rol van de media, stelt Silverstone dat deze zowat de belangrijkste bronnen vormen voor actuele informatie over de samenleving. Ondanks alle kritiek op én relativering van de macht van media, kunnen we er niet onderuit dat ze een centrale rol spelen in de wijze waarop mensen de hen omringende werkelijkheid en de hele samenleving trachten te begrijpen. Media en diverse andere cultuurproducten zijn cruciaal voor de constructie van identiteit, ideologie en sociale cohesie (Cottle, 2009; McQuail, 2010). Media, zo stellen Kellner en Durham (2012: 1), ‘engage people in practices which integrate them into the established society, while offering pleasures, meanings, and identities.’ Het is vanuit die specifieke invalshoek dat media vaak gekoppeld worden aan noties van democratie en burgerschap (Van Zoonen, 1999; Costera Meijer, 2006). De argumentatie luidt dan dat goed geïnformeerde burgers noodzakelijk zijn voor een democratische samenleving, waarbij media een essentiële rol spelen in ‘defining the world in which citizens operate’ (Lewis, 2006: 305). Dit geldt niet alleen voor traditionele nieuwsmedia. Ook sociale media, fictie en alle mogelijke varianten tussen fictie en factuele informatie zoals reality-tv, verlenen betekenis aan de ons omringende werkelijkheid en samenleving. Centraal daarin staat de idee van representatie en de gemediatiseerde constructie van de ‘werkelijkheid’ (Hall, 2003). Dit impliceert dat beelden en verhalen die we via media te zien en te horen krijgen geen afspiegelingen zijn van deze ‘werkelijkheid’; wat media tonen is altijd een interpretatie en een sociale constructie. In tegenstelling tot wat dikwijls wordt beweerd, zijn media – als centrale maatschappelijke betekenisproducenten – in hun berichtgeving en hun verhalen over de wereld nooit geheel objectief, neutraal of zomaar een doorgeefluik. De bijdrages in dit boek proberen een kritische houding aan te nemen ten aanzien van de rol van media als democratisch instituut. Scherp gesteld gaat een kritische houding er van uit dat media in hun berichtgeving altijd hoogst gecodeerd zijn en dat ze de werkelijkheid construeren vanuit één of meerdere frames. Ze zijn hele-


media-democratie-identiteit.book Page 4 Wednesday, December 23, 2015 2:38 PM

4

INLEIDING

maal geen objectieve, neutrale of betrouwbare mediators; dit ‘ideaal’ is overigens onbereikbaar en misschien ook niet wenselijk. Een kritische reflectie vertrekt daarbij vanuit de vaststelling dat media een plek vormen van strijd en conflict. Daarbij speelt macht een belangrijke rol, of zoals Jensen (2002: 273) het stelt, zijn media ‘sources of power as well as of meaning – mediated meanings can have powerful social consequences.’ Dit gaat gepaard met een maatschappijbeeld dat geconceptualiseerd wordt als een site of struggle, een intens spanningsveld tussen dominantie en verzet in een context van macht. Kellner (1995: 4) wijst hier op een belangrijke rol van kritische mediaonderzoekers, namelijk ‘advancing the democratic project, conceptualizing both how media culture can be a tremendous impediment for democratizing society, but can also be an ally, advancing the cause of freedom and democracy.’ Het is deze complexe doch belangrijke relatie tussen media en maatschappij die centraal staat in dit boek.

Opzet van het boek Media, Democratie en Identiteit vertrekt vanuit kritische wetenschappelijke reflecties over actuele maatschappelijke kwesties en debatten. Centraal staat hierbij de rol die media (kunnen) opnemen in een democratische samenleving. Deze rol wordt in dit boek op verschillende manieren belicht, gaande van concrete empirische cases tot meer theoretische beschouwingen. Gelinkt aan de overkoepelende thema’s van democratie en identiteit, ligt de focus van het boek op de relatie tussen media en de notie van ‘het politieke’ (Mouffe, 2005). De bijdrages gaan in op vraagstukken rond institutionele politiek en beleid; politiek-economische kwesties; de relatie met het sociale en het persoonlijke zoals de constructie van collectieve en individuele identiteiten; of andere vraagstukken met betrekking tot hegemonie, conflict, macht en publieke sfeer. In een tijdsgeest waarin ‘academisch’ bijna een schimpwoord is geworden, worden deze thema’s kritisch behandeld vanuit een uitgesproken academisch, wetenschappelijk perspectief en een maatschappelijke betrokkenheid. Het boek is gegroeid uit een reeks bijeenkomsten en lezingen over de maatschappelijke rol van media, georganiseerd door de Gentse onderzoeksgroep Centre for Cinema and Media Studies (CIMS, Universiteit Gent). Zoals deze verzamelbundel aangeeft, is dit onderzoekscentrum de afgelopen jaren een breder pallet gaan bespelen met aandacht voor wat er zich afspeelt binnen zowel de traditionele nieuwsmedia als binnen de nieuwe digitale media. Veel aandacht gaat daarbij uit naar thema’s als ongelijkheid en discriminatie, zowel in de productie, representatie als consumptie of receptie door mediagebruikers. Onderzoek binnen het CIMS tracht de rol van media te onderzoeken in het (al dan niet) in stand houden of veranderen van traditionele maatschappelijke breuklijnen zoals die in termen van politieke, ideologische, etnische, gender, generatie- en andere verschillen. Een gedeelde doelstelling of ambitie van de verschillende auteurs die hebben meegewerkt aan dit boek is bijgevolg een


media-democratie-identiteit.book Page 5 Wednesday, December 23, 2015 2:38 PM

INLEIDING

5

bijdrage te leveren aan het maatschappelijk debat, waarbij we niet voorbij kunnen aan de vaststelling dat een neoliberale logica ook de Vlaamse universiteiten en de hier heersende wetenschappelijke ‘kennisproductie’ in een ijzeren greep houdt.

Inhoud van het boek Dit boek brengt theoretische essays en empirische studies samen die ingaan op de centrale relatie tussen media, democratie en identiteit. Naast dit hoofdthema dat als een rode draad doorheen het boek loopt, kunnen we drie inhoudelijke clusters onderscheiden.

Media en Politiek Een eerste inhoudelijke cluster gaat dieper in op politiek als instituut in relatie tot media. Pieter Maeseele en Daniëlle Raeijmaekers belichten hoe nieuwsmedia kunnen bijdragen aan de kwaliteit van het democratisch debat en de mate van pluralisme in de zin van alternatieve visies op de maatschappij. Op basis van onderzoek naar de Vlaamse berichtgeving over de federale regeringsonderhandelingen van 2010-2011, wijzen de auteurs op het bestaan van twee ideologische culturen, enerzijds een cultuur van depolitisering en anderzijds een cultuur van politisering. Deze zijn te onderscheiden op basis van discursieve strategieën die er ofwel op uit zijn om de discursieve ruimte voor ideologisch conflict, en dus democratisch debat en burgerschap, te sluiten (depolitisering) ofwel te openen en te cultiveren (politisering). De bijdrage van Stijn Joye gaat eveneens in op de aanwezigheid van discursieve strategieën in de Vlaamse nieuwsverslaggeving. Aan de hand van een kritische discoursanalyse van de berichtgeving over de hoogst gemediatiseerde busramp te Sierre in Zwitserland (2012) exploreert Joye hoe discoursen van (politieke) eenheid en gemeenschap gearticuleerd worden in de context van een nationale ramp. Dit maakt deel uit van een ruimere sociale rol die media in rampsituaties kunnen opnemen. Deze potentiële rol slaat verder op het gegeven van media als publiek forum voor emotionele steun of katalysator van maatschappelijke solidariteit en op het kanaliseren van gevoelens van woede of onrecht die vaak gepaard gaan met intens leed. Het derde hoofdstuk binnen deze cluster is van de hand van Olivier Driessens en focust op een bijzondere exponent van de relatie tussen media en politiek, met name de zogenaamde ‘celebritypolitiek’. Met aandacht voor historische ontwikkelingen en globale processen van mediatisering, personalisering en commodificatie van politiek, nuanceert Driessens het hedendaagse maatschappelijke debat rond bekende personen in de politiek door de veelzijdigheid en complexiteit ervan bloot te leggen. Via de Belgische case wordt aangetoond dat ook de lokale context een belangrijke component is bij het analyseren en begrijpen van celebritypolitiek.


media-democratie-identiteit.book Page 6 Wednesday, December 23, 2015 2:38 PM

6

INLEIDING

Identiteit en Jongeren De volgende drie bijdrages in het boek vertrekken vanuit de premisse dat media een cruciale rol spelen in de identiteitsconstructie van jongeren. Identiteit wordt daarbij niet beschouwd als een vast gegeven, maar als een complex en continu veranderend proces van wording waarbij een actieve rol is weggelegd voor de (jonge) mediaconsument. Het essay door Frederik Dhaenens en Elke Van Damme focust op het emancipatorische belang van fictieve televisierepresentaties van seks en seksualiteit voor het jonge kijkpubliek. De auteurs lieten zich daarbij inspireren door enkele recente cases die wezen op golven van morele paniek naar aanleiding van seksueel gerelateerde thema’s in programma’s die gericht waren op jongeren. In het hoofdstuk worden deze debatten genuanceerd en wijzen de auteurs op het belang van televisie om een ruimte te creëren voor het representeren van diversiteit binnen seksualiteit, zowel met betrekking tot seksuele praktijken als identiteiten. De bijdrage van Sander De Ridder en Sofie Van Bauwel bouwt verder op deze thematiek maar belicht het vanuit het perspectief van digitale en interactieve media. Vertrekkend van wat jongeren doen met sociale media in relatie tot intieme identiteiten, tonen De Ridder en Van Bauwel aan hoe niet alleen normen en waarden rond gender en seksualiteit online worden gereproduceerd, maar ook hoe een inclusief en emancipatorisch potentieel kan gefnuikt worden door een sterke focus op online identiteitsmanagement. Fien Adriaens sluit deze tweede cluster af met een meer theoretische beschouwing over de complexe driehoek media, identiteit en diaspora. Aan de hand van een aantal kwalitatieve publieksonderzoeken fileert Adriaens nauwgezet de rol van media, in het bijzonder televisie, bij de identiteitsvorming van diasporajongeren in België. De auteur geeft daarbij aan dat het bestuderen van identiteit zowel van maatschappelijk als van persoonlijk belang kan zijn. Deze bijdrage geeft bovendien diasporajongeren een stem in de publieke ruimte en in het academisch debat waar ze vaak doodgezwegen worden.

Film tussen Vrijheid en Controle In de derde inhoudelijke cluster komen vier hoofdstukken aan bod die allen een spanningsveld tussen vrijheid en controle bestrijken in een context van voornamelijk het filmmedium en met referenties aan beleid, juridische aspecten en processen van canonisering. Aan de hand van beleidsdocumenten, origineel archiefmateriaal en expertinterviews neemt Gertjan Willems in zijn bijdrage de geschiedenis onder de loep van het filmproductiebeleid in Vlaanderen vanaf 1952 tot 2002. Een rode draad doorheen het historische overzicht is de spanning tussen politieke inmenging en culturele vrijheid. Willems toont aan hoe het filmbeleid te lijden had onder continue en veel-


media-democratie-identiteit.book Page 7 Wednesday, December 23, 2015 2:38 PM

INLEIDING

7

zijdige kritiek, zowel vanuit de sector als vanuit de filmcommissie zelf. Enerzijds wou de filmsector een grotere politieke onafhankelijkheid of creatieve vrijheid, anderzijds werd vaak de politieke apathie of het gebrek aan beleid scherp aangeklaagd. Het volgende hoofdstuk gaat verder in op het proces van disciplinering van media en vrijheid in een context van film. In hun bijdrage gaan Daniël Biltereyst en Liesbet Depauw in op het ontstaan en de ontwikkeling van de oudste mediaregulator van ons land: de Belgische Filmkeuringscommissie. Aan de hand van een systematische analyse van het archiefmateriaal van deze commissie, die in 1921 haar werkzaamheden opstartte en vandaag nog steeds bestaat, gaat dit hoofdstuk in op ruim tachtig jaar filmcensuur in België. De auteurs leggen de klemtoon op de dagelijkse censuurpraktijken van de commissie, met een bijzondere aandacht voor wat geknipt of verboden werd voor kinderen. Aangezien de commissie films beoordeelde op basis van normatief-ethische en/of ideologische gronden en omdat ze daarbij de bescherming van het kind voor ogen had, leent het materiaal zich uitstekend voor filmhistorisch onderzoek én onderzoek naar mentaliteitsgeschiedenis. Afsluiten doen we met twee essays door Lies Van de Vijver en Isolde Vanhee. Beide auteurs plaatsen kritische vraagtekens bij historisch gegroeide canoniseringsprocessen in de context van film. Processen van canonisering worden in de traditie van Foucault (1996 [1969]) benaderd als sturende of controlerende sociale praktijken inzake productie, circulatie, classificatie en consumptie van culturele teksten, in het bijzonder van film. Van de Vijver duidt in haar bijdrage op de politieke aspecten van dit proces van historische filmcanonisering. Vanuit het theoretisch kader van revisionistische filmhistoriografie situeert de auteur een sociaal en een commercieel filmcanon als twee mogelijke voorbeelden van alternatieve filmhistoriografieën. Deze alternatieve canons beschrijven een meer democratisch filmcanon van meezingers, billenkletsers en tranentrekkers. Vanhee wijst daarentegen meer op de creatieve aspecten van filmcanonisering vanuit de centrale notie van ‘auteur’. Aan de hand van de case van regisseur Paul Thomas Anderson, gaat dit hoofdstuk na hoe de cultus van de auteur tot op vandaag de Amerikaanse filmcanon bepaalt doorheen een proces van in- en uitsluiting dat niet alleen esthetische codes, maar ook culturele patronen en politiek-economische overwegingen als leidraad neemt.

Slotwoord Tot slot van deze korte introductie, een woordje over de ‘institutionele’ samenhang tussen bovenstaande hoofdstukken. Met dit collectieve werk wensen we de lezer een staalkaart aan te bieden van de thematische en methodologische rijkdom van de onderzoeksgroep Centre for Cinema and Media Studies aan de hand van bijdrages op basis van lopend en afgerond onderzoek. Enerzijds is het onze doelstelling om academische kennis ruimer te verspreiden dan uitsluitend via wetenschappelijke


media-democratie-identiteit.book Page 8 Wednesday, December 23, 2015 2:38 PM

8

INLEIDING

publicaties en anderzijds willen we vanuit die wetenschappelijke kennis bijdragen aan het publieke debat. De taak van academici bestaat er daar niet zozeer bij in om definitieve en universele antwoorden of oplossingen aan te reiken, maar wel om het debat juist aan te wakkeren door precies nog méér vragen op te roepen. Afsluitend willen we een aantal mensen bedanken die een belangrijke ondersteunende rol hebben gespeeld bij het tot stand komen van dit boek. Allereerst een groot woord van dank aan Lennart Soberon, Jono Van Belle en Susan Vertoont die bereid waren tot het nalezen van de drukproeven en dit met chirurgische precisie hebben gedaan. Ook Academia Press, in het bijzonder Pieter Borghart, en de reviewers wensen we te bedanken voor de feedback en vakkundige begeleiding.

Bibliografie Costera Meijer, I. (2006) De toekomst van het nieuws. Amsterdam: Otto Cramwinckel Uitgeverij. Cottle, S. (2009) Global crisis reporting. Journalism in the global age. Berkshire: Open University Press. Dearing, J. W. & Rogers, E. (1996) Communication concepts 6: Agenda-setting. Thousand Oaks: Sage. Hall, S. (Ed.) (2003) Representation: Cultural representations and signifying practices. Londen: Sage. Jensen, K. B. (2002) A handbook of media and communication research: Qualitative and quantitative methodologies. Londen: Routledge. Kellner, D. M. (1995) Media culture: cultural studies, identity and politics between the modern and the postmodern. Londen: Routledge. Kellner, D. M. & Durham, M. G. (2012) ‘Adventures in media and cultural studies: Introducing the key works’, pp. 1-23 in M. G. Durham & D. M. Kellner (eds.) Media and cultural studies: Key works (second edition). Oxford: Wiley-Blackwell. Lewis, J. (2006) ‘News and the empowerment of citizens’, European Journal of Cultural Studies, 9(3): 303-319. McQuail, D. (2010) McQuail’s mass communication theory, 6th Ed. Londen: Sage. Mouffe, C. (2005) On the political. New York: Routledge. Foucault, M. (1996 [1969]) ‘What is an Author?’ (J. Harari, Vert.), pp. 923-928 in C. Harrison & P. Wood (eds.) Art in theory. 1900-1990. An anthology of changing ideas. Oxford: Blackwell Publishing. Silverstone, R. (2007) Media and morality: On the rise of the Mediapolis. Cambridge: Polity Press. Street, J. (2010) Mass media, politics and democracy. Basingstoke: Palgrave Macmillan. Van Zoonen, L. (1999) Media, cultuur en burgerschap. Amsterdam: Het Spinhuis.


media-democratie-identiteit.book Page 9 Wednesday, December 23, 2015 2:38 PM

DEEL I

MEDIA EN POLITIEK


media-democratie-identiteit.book Page 11 Wednesday, December 23, 2015 2:38 PM

11

Nieuwsmedia, democratisch debat en ideologische culturen Pieter Maeseele & Daniëlle Raeijmaekers Abstract Enorme democratische uitdagingen en een hernieuwde belangstelling voor ideologie roepen klassieke vragen op in verband met de maatschappelijke rol van media in democratische samenlevingen en de relatie tussen media, macht en democratie. Met maatschappelijke ontwikkelingen als ontzuiling van het medialandschap en depolitisering van het politieke discours als achtergrond, levert dit hoofdstuk een bijdrage aan dit debat. Hiertoe wordt een analytisch kader ontwikkeld om na te gaan hoe de beeldvorming door nieuwsmedia kan geëvalueerd worden op de mate waarin democratisch debat en burgerschap worden bevorderd of beperkt met betrekking tot diverse maatschappelijke vraagstukken. Dit wordt vervolgens geïllustreerd aan de hand van recent onderzoek naar de berichtgeving door Vlaamse nieuwsmedia over de federale regeringsonderhandelingen van 20102011. We besluiten met enkele beschouwingen over (onderzoek naar) de relatie tussen Vlaamse nieuwsmedia en democratisch debat in de 21ste eeuw.

Inleiding Een oude Chinese vloek luidt: ‘Moge je in boeiende tijden leven.’ Deze vloek had als doel iemand anders tijden van chaos, onzekerheid en instabiliteit toe te wensen. De 21ste eeuw heeft in dit verband ondertussen zowel op politiek, economisch, sociaal als ecologisch vlak, haar strepen verdiend. We denken maar aan de aanslagen en nasleep van 11 september 2001, de steeds duidelijkere invloed van klimaatveranderingen, de nucleaire catastrofe in Fukushima, en de financieel-economische crisis sinds 2008 met haar vele vertakkingen, zoals het gecontesteerde strikte besparingsbeleid en de enorme werkloosheidscijfers van enkele Zuid-Europese landen. Dichter bij huis hebben we recent het record ‘langste regeringsvorming ooit’ verbroken na een diepgaande politieke crisis in een context van stijgend nationalisme. Deze diverse maatschappelijke vraagstukken brengen enorme democratische uitdagingen met zich mee, zowel op vlak van sociale rechtvaardigheid, gezondheid als milieu. Deze ‘boeiende tijden’ roepen tegelijk een hernieuwde belangstelling op voor de rol van ideologie, zowel bij filosofen als bij nieuwsmedia. De titel van Žižeks boek ‘Eerst als tragedie, dan als klucht’ (2009) verwijst bijvoorbeeld naar hoe de aanslagen van 11 september eerst als tragedie en de financieel-economische meltdown vanaf 2008 vervolgens als klucht het liberalisme een fatale slag toebrachten:


media-democratie-identiteit.book Page 12 Wednesday, December 23, 2015 2:38 PM

12

DEEL I  MEDIA EN POLITIEK

11 september op politiek vlak, in de vorm van de liberaal-democratische utopie, en de financieel-economische crisis op economisch vlak, in de vorm van de utopie van het mondiale neoliberale kapitalisme. Žižek klaagt echter aan dat er daarentegen in de beeldvorming ideologisch geen vuiltje aan de lucht lijkt te zijn, met als gevolg dat niet alleen de denkkaders ontbreken om toekomstige vraagstukken op een succesvollere manier aan te pakken, maar ook dat de beeldvorming van en respons op beide gebeurtenissen de bestaande politieke, economische, sociale en ecologische problemen enkel heeft verdiept en verbreed. Schijnbaar in directe tegenstelling hiermee kiest Vlaanderens grootste kwaliteitskrant De Standaard ervoor om haar vernieuwde editie op maandag 28 januari 2013 in de markt te zetten aan de hand van een serie interviews onder de titel ‘De terugkeer van de ideologie’. Het editoriaal van hoofdredacteur Bart Sturtewagen (28 januari 2013: 2) opent die dag met: De tijd dat de geschiedenis ten einde leek, is voorbij. Ideologie staat weer voluit op de voorgrond. De gedachte dat de waarheid in het midden lag en, belangrijker nog, dat we er allen belang bij hadden dat het zo was, bleek op een illusie gebaseerd. De belofte is verbroken. Het komt niet vanzelf goed op de gulden middenweg. We behoren dan toch niet allen van nature tot de veilige middenklasse. Er zijn winnaars en er zijn verliezers. En het spel wordt niet eerlijk gespeeld. Neen, macht spreekt het hoogste woord. En wie dat woord ondergaat, voelt zich machteloos en zoekt houvast. Ideeën die steun bieden, gedragen door gelijkgezinden, dat wordt het nieuwe betaalmiddel in het maatschappelijke debat. Deze ‘boeiende tijden’, met enorme democratische uitdagingen en een hernieuwde belangstelling voor ideologie, roepen klassieke vragen op met betrekking tot de maatschappelijke rol van media in democratische samenlevingen en de relatie tussen media, macht en democratie. In het licht van die democratische uitdagingen lijkt het meer dan ooit van belang dat nieuwsmedia berichten over de alternatieve analyses en beleidsprogramma’s die op het spel staan bij diverse maatschappelijke vraagstukken, zowel politiek en economisch, als sociaal en ecologisch. Hier stelt zich een duidelijke opdracht voor communicatiewetenschappers in het algemeen, en mediasociologen in het bijzonder, namelijk de analyse van de bijdrage van nieuwsmedia aan een breed democratisch, i.e. ideologisch-pluralistisch, debat. Dit hoofdstuk wil hieraan een bijdrage leveren aan de hand van een analytisch kader dat toelaat om na te gaan hoe de beeldvorming door nieuwsmedia geëvalueerd kan worden op de mate waarin democratisch debat en burgerschap worden bevorderd of beperkt met betrekking tot diverse maatschappelijke vraagstukken. In de eerste paragraaf worden twee ontwikkelingen geschetst die een belangrijke invloed hebben op de vragen die dit hoofdstuk zich stelt, namelijk het debat over ontzuiling binnen communicatiewetenschappen en over depolitisering binnen poli-


media-democratie-identiteit.book Page 13 Wednesday, December 23, 2015 2:38 PM

NIEUWSMEDIA, DEMOCRATISCH DEBAT EN IDEOLOGISCHE CULTUREN

13

tieke filosofie. Vervolgens ontwikkelen we een analytisch kader met als centrale onderzoeksvraag in welke mate nieuwsmedia bijdragen tot de beeldvorming van een maatschappelijk vraagstuk als een debat over politieke keuzes tussen alternatieve toekomsten, of integendeel, als een kwestie van technocratische besluitvorming en/of marktwerking; met andere woorden, tot processen van respectievelijk politisering of depolitisering. Dit wordt geïllustreerd aan de hand van recent onderzoek naar de berichtgeving door enkele Vlaamse nieuwsmedia over de regeringsonderhandelingen van 2010-2011. We besluiten met beschouwingen over (onderzoek naar) de relatie tussen nieuwsmedia en democratisch debat in de 21ste eeuw, met een focus op Vlaanderen.

Maatschappelijke ontwikkelingen In deze paragraaf worden twee ontwikkelingen besproken die zich weliswaar versneld hebben afgespeeld in de laatste decennia van de 20ste eeuw maar tot op vandaag nog steeds een belangrijke invloed uitoefenen op de relatie tussen nieuwsmedia en democratisch debat.

Ontzuiling van het medialandschap Tot de jaren 1960 was België een verzuilde samenleving. Die kenmerkte zich door een vergaande organisatie van het dagelijks leven op grond van drie verschillende ideologieën – het katholicisme, socialisme en liberalisme – waardoor aparte werelden of zuilen ontstonden met afzonderlijke verenigingen en netwerken, zo ook politieke partijen (Huyse, 1987). Ook binnen het medialandschap en de krantenmarkt in het bijzonder was deze ideologische scheiding aanwezig: ingebed in de sociale bewegingen en politieke partijen van één van de zuilen functioneerden gepolitiseerde opiniekranten als woordvoerders voor een specifieke politieke familie of ideologie. In de algemene trend van ontzuiling maakte de ideologische identiteit van deze kranten tijdens de tweede helft van de 20ste eeuw langzaam maar zeker plaats voor een commercieel-strategisch profiel gebaseerd op marktcriteria, waarbij de verschillende kranten hun banden met sociale bewegingen en politieke partijen afwierpen (Biltereyst & Van Gompel, 1997). Vanuit de veronderstelling dat ontzuilde media hun waakhondfunctie ten opzichte van maatschappelijke machtsgroepen ten volle kunnen uitoefenen, werd deze verschuiving algemeen verwelkomd (De Bens & Raeymaeckers, 2010).

Depolitisering van het politieke discours De tweede helft van de 20ste eeuw, en vooral de val van de Berlijnse Muur, heeft volgens verscheidene theoretici een post-ideologisch tijdperk ingeluid. De uitspraak ‘het einde van de geschiedenis’ staat hiervoor symbool (Fukuyama, 1992; Giddens, 1994). Door de overwinning van het kapitalisme en de liberale democratie


media-democratie-identiteit.book Page 14 Wednesday, December 23, 2015 2:38 PM

14

DEEL I  MEDIA EN POLITIEK

over het ‘reëel bestaande socialisme’ voorzag men een toekomst waarbij het bestaan van fundamentele ideologische conflicten (gebaseerd op de categorieën links en rechts en de gelieerde sociale tegenstellingen) haar relevantie heeft verloren ten voordele van het geloof in een universele rationele consensus, waarbij tegengestelde waarden en belangen door experts kunnen worden verzoend via neutrale procedures en technische kennis. Een specifieke school van politieke filosofen bekritiseert deze conceptualisering echter als niet zozeer post-ideologisch, maar post-politiek en post-democratisch (Rancière, 1998; Žižek, 1999; Mouffe, 2005): de essentie van democratische politiek, namelijk de confrontatie van tegengestelde naar hegemonie strevende politieke projecten, wordt immers verlaten voor een ge-de-politiseerd technocratisch beheer van sociale, economische en ecologische vraagstukken binnen het kader van een onvermijdelijk hegemonisch neoliberaal project en globale marktkrachten. In dit proces van depolitisering wordt het politieke omgevormd van een kwestie van ideologische strijd tot een kwestie van ‘goed bestuur’: besluitvorming wordt niet langer gebaseerd op politieke uitgangspunten, maar op expertgedreven kennis en een boekhoudkundige terminologie. Dit heeft als gevolg dat technocratische besluitvorming en marktoverwegingen het eigenlijke politieke debat vervangen. Een democratische strijd tussen alternatieve (economische, ecologische, enz.) toekomsten voorbij de gegeven socio-politieke status-quo wordt op die manier onmogelijk gemaakt.

Analytisch kader Vertrekkende vanuit bovenstaande bezorgdheden wordt in deze paragraaf een analytisch kader voorgesteld met als doel het evalueren van mediadiscoursen op de mate waarin zij een bijdrage leveren aan democratisch debat en burgerschap met betrekking tot specifieke maatschappelijke vraagstukken. Er wordt dieper ingegaan op de conceptuele fundamenten, vooraleer de empirische keuzes aan bod komen. Eerst is het noodzakelijk om de bestaande conceptuele en empirische focus in vergelijkbaar onderzoek te verleggen.

Van politiek naar het politieke Gedreven door de ontzuilingthese wordt internationaal en nationaal onderzoek naar pluralisme in de pers vooral gekenmerkt door (kwantitatieve) inhoudsanalyses naar de mate van partisan media bias in ontzuil(en)de of commerciële mediasystemen. Dit wordt geoperationaliseerd als de verschillende niveaus van aandacht voor (en evaluatie van) specifieke politici of politieke partijen door specifieke media (bv. Distelmans, 1999; D’Alessio & Allen, 2000; Groseclose & Milyo, 2005; Larcinese, Puglisi & Snyder, 2011). Hier moeten echter twee kanttekeningen bij worden gemaakt: ten eerste hebben de processen van depolitisering, ontzuiling en vermarkting niet alleen de profilering van media beïnvloed, maar ook die van politieke


media-democratie-identiteit.book Page 15 Wednesday, December 23, 2015 2:38 PM

NIEUWSMEDIA, DEMOCRATISCH DEBAT EN IDEOLOGISCHE CULTUREN

15

partijen: die zijn in het algemeen naar het politieke centrum opgeschoven in een strijd om het label ‘volkspartij’ te kunnen claimen (Verstraete, 2004). In deze context van ideologische convergentie is het potentieel misleidend om conclusies te trekken over ideologisch pluralisme op basis van partijvoorkeuren in mediaberichtgeving. Ten tweede mag men pluralisme niet beperken tot politiekgedreven kwesties, maar moet men dit verbreden naar de diversiteit van maatschappelijke vraagstukken: naast politiek, ook economisch, sociaal en ecologisch. Daarom is er nood aan een analytisch kader dat toelaat om deze – conceptuele en empirische – focus op politiek, in termen van politici en politieke partijen, te overstijgen ten voordele van een focus op het politieke: de ideologische assumpties en voorkeuren tegenover een gegeven politiek-maatschappelijke orde (Mouffe, 2005; Carvalho, 2007).

Conceptuele keuzes Conceptueel put dit kader hoofdzakelijk uit de politieke filosofie van de Belgische filosofe Mouffe (2005), met specifieke aandacht voor haar invulling van democratische politiek, debat en burgerschap. Aan de basis ligt de veronderstelling dat antagonisme1 en conflict als constitutieve elementen gelden van democratische politiek. Elke vorm van consensus is immers gebaseerd op uitsluitingsmechanismen en de naturalisering2 van bepaalde machtsrelaties, en verdient daarom continu geproblematiseerd te worden. Ten tweede heeft een goed functionerende democratie nood aan het botsen van politieke posities die collectieve identificatievormen aanbieden met duidelijk onderscheiden democratische posities, met andere woorden; aan een invulling van de wij/zij tegenstelling aan de hand van politieke categorieën. Een postpolitiek begrip van democratische politiek maakt van eenieder die het oneens is met die maatschappelijke consensus een fundamentalist, conservatief of extremist aan de hand van een moralisering en rationalisering van het politieke. Dit betekent dat de wij/zij tegenstelling, respectievelijk, in de morele categorieën van ‘goed’ of ‘kwaad’ wordt ingevuld, of geneutraliseerd wordt door aan de hand van ‘rationele’ argumenten tussen ‘rationele’ experts naar een consensus te streven. Andere auteurs (Goeminne, 2010; Swyngedouw, 2010) hebben hieraan toegevoegd hoe depolitiseringsprocessen de ruimte voor conflict en verzet sluiten door de beeldvorming te verschuiven van een politieke strijd tussen alternatieve maatschappijvisies naar een strijd tussen een ‘wij’, die wordt geuniversaliseerd en sociaal gehomogeniseerd (door structurele ongelijkheden en conflicten te negeren), en een ‘zij’, die wordt geëxternaliseerd en geobjectiveerd van tegenstander tot vijand.3 Via het verwijderen van zowel fundamentele politieke tegenstellingen als van tegenstanders, door van deze laatste vijanden (van de consensus) te maken, maakt een consensuspolitiek het onderscheid tussen legitieme ‘verantwoordelijke’ deelnemers en illegitieme ‘onverantwoordelijke’ deelnemers in het debat, en ondermijnt daarmee een democratisch debat. Tevens wordt democratisch burgerschap ondermijnd omdat op die manier wordt vermeden dat collectieve identiteiten


media-democratie-identiteit.book Page 16 Wednesday, December 23, 2015 2:38 PM

16

DEEL I  MEDIA EN POLITIEK

op basis van passie en verontwaardiging politiek worden gemobiliseerd in een democratisch proces (zie ook Maeseele, 2015). Hieruit leiden we niet enkel af dat vanuit het perspectief van democratische politiek een analytische keuze vóór politisering en conflict boven consensus moet worden gemaakt, maar tevens dat democratisch debat en burgerschap worden beperkt aan de hand van processen van depolitisering en aangemoedigd aan de hand van processen van politisering. Een analytisch kader dat het mogelijk maakt om mediadiscoursen te evalueren op de mate waarin zij een bijdrage leveren aan democratisch debat en burgerschap veronderstelt dus de volgende accumulatieve niveaus: ten eerste, de erkenning dat aan elk maatschappelijk vraagstuk een ideologisch conflict ten grondslag ligt. Ten tweede, de nood aan de creatie van een discursieve ruimte om de aard en mate van ideologische strijd en verzet bloot te leggen. Ten derde, de identificatie binnen die ruimte van discursieve strategieën die erop uit zijn haar ofwel opnieuw te sluiten (depolitiseren) of haar te cultiveren (politiseren). In het eerste geval worden bijvoorbeeld op basis van de assumptie van een (bestaande, dus vooraf gedefinieerde) morele, rationele, wetenschappelijke of economische consensus, de legitieme eisen van verantwoordelijke actoren onderscheiden van de illegitieme radicale eisen van onverantwoordelijke actoren. Hierdoor wordt niet alleen één specifieke handelingswijze genaturaliseerd tot een noodzakelijkheid, maar wordt een tegensprekelijk (ideologisch) debat geëvacueerd ten voordele van consensuele technocratische besluitvorming en/of (‘vrije’) marktwerking: hierbij wordt de site of struggle verschoven van een ideologische strijd tussen alternatieve toekomsten naar een strijd tussen goed en kwaad, rationeel en irrationeel, wetenschappelijk en niet-wetenschappelijk, en economisch en niet-economisch. In het geval van politisering worden de tegengestelde assumpties, waarden en belangen die tegengestelde posities onderliggen, onthuld in plaats van verhuld, door die te relateren aan onderliggende alternatieve maatschappijvisies, die zo onderwerp van publiek debat worden gemaakt. Op die manier wordt niet alleen een democratisch debat mogelijk gemaakt tussen botsende, maar legitieme, eisen van politieke tegenstanders, maar ook een democratische strijd tussen alternatieve toekomsten voorbij de gegeven socio-politieke status-quo (zie ook Maeseele, et al., 2014; Pepermans & Maeseele, 2014; Raeijmaekers & Maeseele, 2015; Raeijmaekers & Maeseele, in druk). Conceptueel komen we dan tot volgend onderzoekskader: wanneer nieuwsmedia bijdragen tot de beeldvorming van een maatschappelijk vraagstuk als een (ideologisch) debat over politieke keuzes tussen alternatieve toekomsten, dus tot processen van politisering, dan worden democratisch debat en burgerschap bevorderd. Dragen ze daarentegen bij tot een beeldvorming van een maatschappelijk vraagstuk als een (vooraf gedefinieerde, consensuele) kwestie van technocratische besluitvorming en/of marktwerking, dus tot processen van depolitisering, dan worden democratisch debat en burgerschap beperkt.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789038225623 by Uitgeverij Lannoo - Issuu