Skip to main content

9789038225562

Page 1

voortman

VOORTMAN-press.indd 1

16/11/15 15:45


Mark Scholliers

VOORTMAN De begindagen van de Gentse katoenindustrie Historiografische fictie

Academia Press

VOORTMAN-press.indd 3

16/11/15 15:45


© Academia Press P. Van Duyseplein 8 9000 Gent Tel. 09 233 80 88 Fax 09 233 14 09 info@academiapress.be www.academiapress.be Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Vormgeving: www.intertext.be Cover: Twin Media Omslagillustratie: de katoendrukkerij van Abraham Voortman op de Vogelenzang aan het begin van de 19de eeuw (© Stadsarchief Gent, IC_AG_L_155_41b) Illustratie titelpagina: Abraham Voortman, kopie van een deel van een schilderij ter beschikking gesteld door de heer Michel Voortman Mark Scholliers Voortman – De begindagen van de Gentse katoenindustrie Gent, Academia Press, 2015, 286 pp. isbn 978 90 382 2556 2 d/2015/4804/170 nur 693

Uitgegeven met steun van de Provincie Oost-Vlaanderen Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgeverij.

VOORTMAN-press.indd 4

16/11/15 15:45


Inhoud

Voorwoord 7 Inleiding 9 Voortman 13 Historische verantwoording en achtergrond

243

Bibliografie 273 Nawoord 277 Dankwoord 279 De Voortman wandeling

VOORTMAN-press.indd 5

281

16/11/15 15:45


Voorwoord

H

et ligt niet voor de hand historiografische fictie te schrijven waar­­in de opkomst van de Gentse katoenindustrie de rode draad vormt. Auteur Mark Scholliers is al sinds de jaren 1970 gebeten door de geschiedenis van het bedrijf van Abraham Voortman, meteen ook het hoofd­personage van dit boek dat de periode 1783-1810 overspant. Hij werkte destijds als weten­ schappelijk medewerker op een onderzoeksproject van het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (nfwo) en publiceerde in dat kader een gortdroog boekje getiteld Bedrijfsgeschiedenis van de firma A. Voort­ man – nv Texas (vub-Press, 1975). Het was aanbevolen lectuur toen ik geschiedenis studeerde in het begin van de jaren 1980, als modelvoorbeeld van hoe goede sociaaleconomische geschiedenis vooral een kwestie is van harde boekhoudkundige data en het geluk te kunnen beschikken over een mooi archief met seriële gegevens op lange termijn. De boekhouding van het katoenbedrijf van Abraham Voortman van 1800 tot 1914 is inderdaad bijna integraal bewaard gebleven. De interesse van Mark Scholliers voor de Gentse economische en sociale geschiedenis van de negentiende eeuw is de afgelopen veertig jaar duidelijk niet afgenomen. Integendeel, in dit boek verweeft hij op een wel bijzonder erudiete manier de bedrijfsgeschiedenis van weleer met de politieke ontwikkelingen van een revolutionair tijdsgewricht. Van saaie en ontoegankelijke kwantitatieve geschiedenis is geen sprake. Het boek begint in 1783, wanneer Abraham Voortman, katoendrukker, vanuit Weesp in Noord-­ Holland naar Gent vertrekt, waar hij zowel getuige als betrokkene is van de radicale transformaties die de industriële revolutie in een provinciestad teweegbrengt. Op de achtergrond spelen zich de grote gebeurtenissen van de Franse revolutie en de Napoleontische expansiedrang af en leren we allerhande zaken over de technologische innovaties in de textielindustrie. Sleutelfiguren als Judocus Clemmen en Lieven Bauwens maken hun op7

VOORTMAN-press.indd 7

16/11/15 15:45


wachting en je hebt als lezer het gevoel te worden meegetrokken in de geschiedenis zoals ze zich ‘echt’ heeft afgespeeld. Maar dit is voor een deel illusie, gecreëerd door een merkwaardige mix van feit en fictie. Historische contextfactoren, personages, locaties, data, feiten en politieke gebeurtenissen zijn allemaal ‘reëel’ en getuigen van de grote historische achtergrond­ kennis van de auteur. Maar daarbovenop laat hij de personages met elkaar communiceren als in een roman, zonder dat je als lezer precies weet wat echt is en wat niet. Behalve de zin voor intrige heeft Scholliers ook veel oog voor de materiële cultuur en het dagelijkse leven van zijn personages. Die aspecten zijn dan weer wél neergezet met zorg voor historische accuratesse. In de historische verantwoording en achtergrond op het einde van het boek wordt meer uitleg gegeven over de betaalmiddelen zoals die toen gebruikt werden of de kleureigenschappen van meekrap. In samenwerking met het miat is bovendien een stadswandeling uitgestippeld, die verwijst naar straten en pleinen uit het verhaal. Hoewel er ongetwijfeld ook kritische bedenkingen geformuleerd kunnen worden bij een dergelijke aanpak, vind ik deze soms zeer spannende historische roman een geslaagd experiment in de publieksgeschiedenis. Hopelijk vindt het zijn weg naar een breed lezerspubliek. Prof. dr. Gita Deneckere Universiteit Gent

8

VOORTMAN-press.indd 8

16/11/15 15:45


Inleiding

D

it werk is het eerste deel van een trilogie die het ontstaan, de groei en de verdere ontwikkeling schetst van de Gentse firma A. Voortman, genoemd naar zijn stichter Abraham Voortman. Het vertelt de geschiedenis van de beginjaren van een van de grootste Vlaamse katoenbedrijven, maar tegelijkertijd handelt het over veel meer dan dat. Naast verhalen over liefde, afgunst, verraad, huwelijk en dood, speelt de industriële revolutie een hoofdrol. Ze is niet alleen bepalend voor het succes van het bedrijf, maar tekent vooral een nieuwe maatschappij uit die tot stand komt te midden van revoluties, oorlogen en economische, politieke en sociale omwentelingen. Het verhaal begint in 1783, wanneer Abraham Voortman vanuit Weesp (Noord Holland) in Gent aankomt. Hij heeft het ambacht van textieldrukker van zijn vader geleerd, een voorman, die er zichzelf in Engeland in had bekwaamd. Abraham is zeventien als zijn vader in 1775 overlijdt, enkele jaren nadat hij ook al zijn moeder had verloren. Eerst probeert hij in Weesp en omstreken werk te vinden. Dat lukt, maar niet voor lang. De vraag naar zijn gespecialiseerde kennis is klein, zeker voor iemand als hij die jong en onervaren is. Regelmatig moet hij met honger gaan slapen. Bovendien, de achttiende eeuw is voor de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën geen gemakkelijke tijd. De Gouden Eeuw is lang voorbij. Met wisselend succes wordt er oorlog gevoerd tegen Spanje, Frankrijk en Engeland, en de spanningen tussen Orangisten en Staats­gezinden lopen hoog op. Op de koop toe wordt Abraham Voortman, als rooms-katholiek, niet altijd zonder achterdocht bejegend. Wanneer in 1780 de vierde oorlog tegen Engeland uitbreekt en als gevolg daarvan de economie snel achteruit gaat, is voor Abraham de maat vol. In 1783 verkoopt hij het ouderlijk huis, laadt al zijn bezittingen op een huifkar en besluit naar Gent te trekken om daar een nieuwe toekomst op te bouwen. In tegenstelling tot de Republiek kennen 9

VOORTMAN-press.indd 9

16/11/15 15:45


de Oostenrijkse Nederlanden immers een groeiende welvaart en een relatieve politieke rust. Hij rekent erop dat de vraag naar ambachtslui, die zoals hij kennis hebben van nieuwe werkwijzen en technieken, er groot is. Het eerste deel van deze trilogie vangt daarom aan in 1783; het laatste eindigt net voor de Eerste Wereldoorlog. Deze periode omvat vijf generaties en loopt ongeveer gelijk met wat sommige historici ‘de lange eeuw’ noemen: de periode van de Franse revolutie tot het begin van de Eerste Wereld­ brand. Het eerste deel ‘Begindagen’ bestrijkt de periode 1783-1810. Het tweede ‘Triomf en verval’ eindigt in 1865, wanneer de Amerikaanse Secessieoorlog zijn beslag krijgt. Het derde deel ‘Nieuw elan’ ziet de heropstanding van de onderneming, de naamsverandering in de nv Texas, en ten slotte de jaren van onvermoede bloei. Het overgrote deel van de gebruikte historische gegevens is goed gedocumenteerd. Daarmee bedoel ik dat de namen, de data, de plaatsen en de vermelde politieke en sociale gebeurtenissen historisch correct zijn. Achteraan in het boek, geef ik in de ‘Historische verantwoording’ per hoofdstuk verdere uitleg hieromtrent. Zelf heb ik indertijd meegewerkt aan een door het voormalige Belgisch Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (nfwo) gesubsidieerd project naar de geschiedenis van de Gentse katoenindustrie. In dit verband heb ik een boekje gepubliceerd ‘Bedrijfsgeschiedenis van de firma A. Voortman – nv. Texas’, vub Uitgaven, 1975, dat gesteund was op de boekhouding van het bedrijf die van 1800 tot 1914 grotendeels bewaard is gebleven. Niettemin is ‘Voortman. De begindagen van de Gentse katoenindustrie’ geen zuivere geschiedschrijving, het is historiografische fictie. De personages heb ik ingekleurd naar eigen inzicht. Sommige intriges zijn door mij bedacht en sommige gebeurtenissen heb ik doelbewust aangedikt opdat het verhaal aan spankracht zou winnen. Maar alles speelt zich af tegen een achtergrond die naar mijn beste weten getrouw is. Nooit is er – voor zover ik heb kunnen nagaan – enige tegenspraak met historisch gedocumenteerde feiten zowel wat betreft de geschiedenis van de firma A. Voortman, als wat betreft de brede economische, politieke en sociale context. In de bibliografie vermeld ik een reeks boeken en bijdragen, zodat iemand die interesse heeft in de materie er zich verder in kan verdiepen. De bijlage bevat een toeristische wandeling met bijhorend commentaar die speciaal voor de lezer van dit boek werd uitgestippeld. Deze wandeling brengt haar/hem langs een aantal gebouwen en plaatsen in Gent die tot op vandaag getuigen van de wereld waarover ik in dit boek vertel. De wandeling begint in het miat, het museum over industrie, arbeid en textiel, dat op vertoon van het bij dit boek gevoegde ticket gratis kan worden bezocht. Dit werk is daarom niet alleen bedoeld als een spannend verslag over het ontstaan en 10

VOORTMAN-press.indd 10

16/11/15 15:45


het verder reilen en zeilen van een van de grootste Vlaamse katoenondernemingen, maar wil de lezer laten proeven van een multimediale ervaring die de spectaculaire economische en sociale veranderingen van eind achttiende, begin negentiende eeuw tot leven wekt. Mark Scholliers

11

VOORTMAN-press.indd 11

16/11/15 15:45


1

I

neengedoken op de bok van zijn huifkar reed Abraham Voortman de binnenplaats op van afspanning ‘In den Gouden Appel’. Met een zucht van opluchting, maar tegelijkertijd wat ontgoocheld en boos, stuurde hij zijn paard richting stallingen. Het water viel met bakken uit de hemel. De grijze, lage wolken gingen al naadloos over in de schemering. In het pikke­ donker verder reizen, was waanzin. Bepakt en bezakt als hij was, moest hij voor de nacht beschutting zoeken; struikrovers en ander gespuis maakten de wegen na zonsondergang onveilig. Dus zou hij hier in Lokeren, in deze herberg aan de rand van de stad, overnachten. Maar het bleef zonde. Hij was op minder dan een halve dag rijden van Gent, zijn eindbestemming. Had hij na zijn vertrek uit Weesp – bijna een week geleden – niet af te reke­ nen gehad met tegenslagen allerhande, dan zou hij al ter plaatse zijn. Vooral dat oponthoud in Breda waar een stomme poortwachter het nodig vond om de schout erbij te halen omdat hij zogezegd goederen vervoerde waarop rechten moesten worden betaald, had hem veel tijd gekost. Ook het slechte weer had niet geholpen: wie houdt er nu rekening mee dat de wegen in augustus door overvloedige regenval herschapen worden in één grote modderpoel en soms zelfs zijn overstroomd? Hij huiverde en hield halt. Toen een knecht kwam toegelopen, stopte hij die snel de teugels toe. Met het hoofd tussen de schouders tegen de felle, met regenvlagen gelardeerde wind, klopte hij liefdevol op de flank van zijn merrie. ‘Doe maar flink je best voor haar. Ze verdient het!’ De stalknecht, nog een jongen, knikte. ‘Komt in orde, heer.’ Net zoals de voorbije dagen, toen hij halt had gehouden om te overnachten, keek Abraham Voortman met weifelende blik naar zijn overjaarse en te zwaar beladen kar. Zijn hele hebben en houden lag erin. Weliswaar uit het zicht, onder het doorweekte linnen van de huif. Maar toch. Iedere keer opnieuw voelde hij ongerustheid de kop opsteken. Gelukkig was alles tot 13

VOORTMAN-press.indd 13

16/11/15 15:45


nog toe naar wens verlopen. Mocht er tijdens deze laatste reisnacht iets mis gaan, dan zou hij het zich nooit vergeven. Zijn geld hield hij in twee leren buidels verstopt onder zijn ruime mantel, dat was geen probleem. Maar het ging hem vooral om de koperen cilinders die in een met hangslot afgesloten houten kist onderaan op de wagen lagen gestapeld. Een dief zou geen moeite hebben om dat te breken. Niet dat hij zou weten waarvoor ze dienden, maar dat zou hem niet weerhouden die blinkende dingen, die glansden als goud, te stelen. ‘Voor je mijn paard verzorgt, wil ik dat je mijn wagen ver van de poort achteraan in de stallingen zet. Begrepen? En vannacht slaap je ernaast.’ ‘Ja...’ De opgeschoten knaap bleef drentelen. ‘Ik moet ook op de andere wagens passen…’ Voortman grijnsde begrijpend en scharrelde in zijn beugel naar kleingeld. Hij wist de onuitgesproken vraag naar waarde te schatten. Hij zou krek hetzelfde hebben gedaan. ‘Hier. Een stuiver. Goed betaald voor een nachtje slapen!’ De jongeman keek eerst achterdochtig naar het koperen muntje. Maar snel trok een glimlach over zijn gezicht. Hij had het herkend. Goed Hollands geld. ‘U kunt op mij rekenen, heer!’ Er voor oplettend zijn hoofd niet aan de balk boven de met ijzer beslagen voordeur te stoten, trad Abraham Voortman de gelagzaal binnen. Recht tegenover hem, achter de hoge toonbank, keek de kastelein hem achterdochtig aan. Hij was een slungelachtige man van middelbare leeftijd met een pafferig, door rode vlekken getekend gezicht en onrustige ogen. Veel volk was er niet. Van het tiental tafeltjes waren er nauwelijks drie bezet. Omdat enkel daarop en op de toog dikke kaarsen brandden, was de ruimte slecht verlicht. Gelukkig hielpen de dansende vlammen van de open haard om de spelonkachtige donkerte te verjagen. Het zag er al bij al niet ongezellig uit. Toen de deur openzwaaide had hij een onbestemde groet geuit, maar hij kreeg van niemand een wederwoord. Hij trok de zwarte wollen jas die door de overvloedige regen woog als lood van zijn schouders, en liep naar de waard toe. ‘Ik wil een bed voor de nacht, een stevige maaltijd, verzorging voor mijn paard en een veilige plaats in de stallingen voor mijn kar.’ De kastelein knikte kort en keek langs Voortman heen, naar het natte spoor dat hij op de stenen vloer had achtergelaten. ‘Een bed is geen probleem, net zomin als verzorging voor uw paard. Vooraf te betalen. Kost u vijf schellingen Vlaams.’ ‘Als mijn avondmaal is inbegrepen.’ De herbergier fronste. Hij vond zijn nieuwe gast een grote mond op hebben voor iemand die er nog zo jong uitzag. Niettemin gaf hij snel toe. 14

VOORTMAN-press.indd 14

16/11/15 15:45


Op zo’n late klant had hij niet meer gerekend. ‘Goed… maar veel is er niet. Een homp roggebrood en wat gedroogd vlees. En een pot zelf gebrouwen bier.’ ‘Dat volstaat. Waar is mijn kamer?’ ‘Eerst betalen, heer.’ ‘Is een gulden vijftig Hollands in orde?’ Voortman had geen Vlaams geld. Zonder op een antwoord te wachten, tastte hij in zijn heuptasje en schoof de muntstukken over de toonbank richting herbergier. Die zuchtte gemaakt en keek kritisch naar het paar munten. Dan woog hij ze al fronsend enkele keren in de rechterhand. Ten slotte stopte hij ze met een snelle beweging in een zijzak van zijn overjaarse gekrakeleerde lederen voorschoot. ‘Ik hoorde al dat u uit het Noorden afkomstig bent. Omdat het uur al zo vergevorderd is, accepteer ik uw geld. Maar u hebt wel heel scherp gerekend,’ loog hij zonder verpinken. Uit ervaring wist hij wat de verschillende munten die hem door reizigers werden aangeboden ongeveer waard waren. Wat niet belette – wanneer hij van tijd tot tijd bij de geldwisselaar langs moest – dat hij vermoedde dat die hem iedere keer te slim af was. Vandaar dat hij met die late reiziger, zoals altijd, ruim in zijn voordeel rekende. Zijn gasten konden toch niet volgen. ‘Uw kamer is boven. Eerste deur links op de gang. Mals bed en propere lakens.’ Hij wees met zijn slecht geschoren kin naar het open trappenhuis. ‘En op de lage kast staat een kan water. Vers van deze morgen.’ ‘Prima. Maar eerst ga ik avondmalen. Serveer me maar aan dat tafeltje bij de open haard.’ Met de benen languit en zijn laarzen dicht bij het vuur opdat ze sneller zouden drogen, ontspande Abraham Voortman zich. Hij was een man van middelbare lengte, aan de struise kant, waardoor hij een wat corpulente aanblik bood. Zijn pikzwarte haar, levendige donkerbruine ogen en scherpe neus maakten dat echter goed. Daardoor en ondanks zijn jonge leeftijd, straalde hij een rustig gezag uit. Het roggebrood had hij tot de laatste kruimel naar binnen gewerkt, samen met het gedroogde rundvlees. De kastelein had hem een tweede tinnen beker uitstekend bier gebracht. Hij voelde zich voldaan, en niet alleen omdat hij smakelijk had gegeten. Morgen zou hij eindelijk in Gent aankomen. Voor zover zware regenval niet opnieuw zijn deel werd, wellicht al kort na de middag. In die grote stad zou hij zijn weg moeten vinden, maar hij wist waar naartoe. Hij tastte in de rechter binnenzak van zijn donkerbruin linnen jasje. Sinds zijn vertrek uit Weesp had hij daar de brief weggeborgen die zijn vader kort voor zijn overlijden had geschreven. Een aanbevelingsbrief gericht aan Judocus Clemmen, een Gentse katoendrukker. Zijn vader had hem eertijds verteld dat hij die man 15

VOORTMAN-press.indd 15

16/11/15 15:45


in Engeland had ontmoet, toen hij daar met de hulp van enkele financiers had geprobeerd een katoendrukkerij op te richten. Die onderneming was op een fiasco uitgedraaid, maar het contact met Clemmen was gebleven. Abraham hoopte maar dat de man zich na al die jaren nog de naam Voortman zou herinneren. Hij wilde er niet aan denken als dat niet zo zou zijn. Hij plooide de brief open, streek hem met de palm van zijn hand vlak en begon het hoekige handschrift te lezen. Weesp, 12 augustus 1775 Weledelgestrenge heer Clemmen, Het is al veel jaren geleden dat ik de eer had u in Engeland te ontmoeten, toen u daar de werkplaats bezocht die ik samen met enkele anderen pro­ beerde op te zetten. Om redenen mij volkomen vreemd, is deze onderne­ ming geen succes geworden en diende ik terug naar Holland te reizen. Intussen heeft mijn enig kind, Abraham, zich eveneens bekwaamd in de kunst van het katoen bedrukken. Meer zelfs, hij heeft de nieuwerwetse kennis verworven om zich daarvoor van cilinders te bedienen. Abraham is katholiek gedoopt, is een harde werker en heeft een rechtlijnig karakter. Nu het met mijn gezondheid de slechte kant opgaat en op de koop toe de handel hier te lande verzwakt, durf ik te hopen dat u mijn zoon een po­ sitie in uw atelier zult willen geven. Uw dienstvaardige, Hendrik Voortman Datzelfde jaar net voor Kerstmis was zijn vader gestorven. Voor de zoveelste keer ging het door hem heen dat het niet vaders bedoeling was geweest dat hij die aanbevelingsbrief lange jaren ongebruikt zou laten. Maar als je zeventien bent en zonder familie achterblijft, ligt het niet voor de hand om alles wat je hebt en kent achter je te laten en in een handomdraai naar Gent te vertrekken. Hij was enkele jaren gaan werken in het nabijgelegen Diemen, had er verkering gekregen, zag zich al trouwen en daar een leven opbouwen. Maar God besliste er anders over. Plots kreeg Grietje hoge koorts. Tien dagen later was ze dood. Voor zijn geestesoog zag hij haar op haar sterfbed liggen. Een bleek, bijna wit engelengezicht in een kapje van fijne, gesteven kant, haar handen boven de lakens tot een gebed in elkaar gestrengeld. De periode nadien was moeilijk geweest. Niet alleen wegens het verlies van zijn aanstaande bruid, maar ook omdat het atelier in Diemen veel minder werk kreeg. Als jongste gezel moest hij regelmatig thuis16

VOORTMAN-press.indd 16

16/11/15 15:45


blijven, waar hij groente kweekte. Zo gingen de jaren voorbij tot de oorlog in 1780 opnieuw uitbrak, ditmaal tegen Engeland. De cijnzen gingen omhoog, de handel kromp schrikbarend en de prijzen liepen op. Op een dag, per toeval – of was het voorbestemd? – had hij vaders oude aanbevelingsbrief tussen andere papieren teruggevonden. Vlug was hij tot een besluit gekomen: in Weesp was er voor hem geen toekomst, de oorlog tegen de veel sterkere Engelsen zou niet veel goeds brengen. Dus stelde Abraham Voortman de ouderlijke woning en het omliggende lapje grond te koop. De moeilijke economische omstandigheden dwarsboomden hem echter. Het duurde een hele tijd vooraleer hij zijn eigendom tegen een nauwelijks aanvaardbare prijs van de hand kon doen. Ten slotte, midden augustus 1783, had hij zijn inboedel op een aftandse huifwagen geladen – een stuk antiek dat hij van een bierhandelaar had gekocht – en was hij naar het zuiden vertrokken. Maar de vraag bleef of een aanbevelingsbrief die dateerde van bijna tien jaar geleden, nog veel indruk zou maken… ‘U zit hier alleen van het vuur te genieten. Stoort het als ik bijschuif?’ Een gezette, rijk geklede man wachtte niet op antwoord en nam plaats op de stoel naast die van Abraham. Hij knoopte zijn bruine overlaarzen los en plaatste ze nauwgezet op de stenen mantel van de open haard. Zijn elegante, fijne, donkergroene schoenen leken wel van zijde. ‘Petrus Vanden Berghe, is de naam. Negociant in lederwaren.’ Hij stak zijn hand uit, die Voortman half opstaand schudde. ‘Abraham Voortman, meester-katoendrukker,’ loog Voortman. Bij zijn vertrek uit Weesp, had hij zich voorgenomen dat hij zich meester zou noemen. ‘Katoendrukker? Dat is interessant. Een ambacht dat meer en meer de aandacht trekt. En u bent al meester? Terwijl u er nog zo jong uitziet…’ Vanden Berghe grijnsde vol begrip. ‘Maar dat zijn mijn zaken niet. Toen u daarstraks met de waard praatte, kon ik horen dat u uit Holland afkomstig bent. Ik zat aan dat tafeltje dicht bij de toog. In het zwakke licht hebt u me wellicht niet opgemerkt.’ Hij glimlachte beminnelijk. Met zijn rechterhand die elegant uit de mouw van zijn met zilverdraad afgewerkte donkerpaarse lange jas stak, gebaarde hij naar de herbergier. ‘Twee potten bier!’ Abraham rechtte zich. Eerst vond hij het vervelend dat hij gezelschap kreeg. Hij was moe van de reis. De warmte van de open haard, samen met het rijkelijk met bier overgoten avondmaal maakten hem slaperig. Bovendien, morgen was een belangrijke dag. Daarom wilde hij vroeg naar bed. Anderzijds… misschien moest hij toch maar de moeite doen om een gesprek te voeren. Die handelaar zag er uiterst welstellend uit en was misschien van Gent. Het kon geen kwaad de laatste nieuwtjes te horen. Hij wreef zich 17

VOORTMAN-press.indd 17

16/11/15 15:45


over het gezicht als om zijn vermoeidheid te doen verdwijnen. ‘Bedankt voor het bier. Smaakt trouwens heel lekker!’ ‘Zoiets brouwt men bij jullie niet, hé?’ De man bestudeerde Voortman gedurende enkele tellen, alsof hij zich afvroeg of hij verder zou gaan. ‘Zomaar op reis? Of zoekt u misschien emplooi? Vergeeft u mij, maar u bent niet de eerste Hollander die de laatste maanden mijn weg kruist. Gaan de zaken bij jullie zo slecht?’ Voortman fronste de wenkbrauwen. Waar hij naartoe ging, en waar­om, dat was zijn zaak. Maar hij slikte een bars antwoord in. Als hij wat informatie wilde lospeuteren, deed hij best wat water bij de wijn. ‘Je kunt niet zeggen dat de handel floreert,’ antwoordde hij vlak. ‘Aan de oorlog met die duivelse Engelsen komt maar geen eind. Er is geen werk. Toch niet voor iemand als ik. De vraag naar luxeproducten, zoals bedrukte katoenen stoffen, is sterk teruggevallen.’ ‘En dus hebt u uw boeltje gepakt…’ Abraham knikte bevestigend. Hij gaapte met overgave, rekte zich uit en krulde zijn tenen naar de warme vlammen. Eerst twijfelde hij of hij door zou gaan, maar ach… wat maakte het uit? ‘Mijn vader zaliger was ook katoendrukker.’ Snel sloeg hij een kruisteken. ‘Een van de eersten in Holland. Op een bepaald ogenblik heeft hij een zekere Clemmen leren kennen. Naar hij zei, iemand die in Gent een grote katoendrukkerij bezit. Het is daar naartoe dat mijn reis me leidt.’ De kastelein onderbrak hem met een ‘Alstublieft, heren!’ Twee pullen bier belandden op tafel. ‘Dat het u goed moge bekomen!’ ‘Gezondheid!’ De potten botsten tegen elkaar. Het bier spatte over de rand van de tinnen bekers. Voortman dronk een flinke slok en boerde met overtuiging. Terwijl hij de bierpul met een klap terug zette, keek hij de handelaar vragend aan. ‘Kent u die Clemmen? Is dat een bekende naam? Met een goede reputatie? Maar misschien bent u niet van Gent…?’ Vanden Berghe glimlachte breed, waardoor zijn bijna tandeloze mond zichtbaar werd. Hij wist de vranke aanpak van zijn gesprekspartner te appreciëren. Al langer dan vandaag had hij ondervonden, dat Hollanders veel meer rechttoe rechtaan waren dan Vlamingen. ‘Het antwoord is ja en nee. Ja, op uw vraag of ik Clemmen ken. Nee, wat betreft mijn afkomst. Ik woon en werk in Antwerpen. Ik probeer mijn zaken zoveel mogelijk per koerier te regelen, maar af en toe moet je ter plaatse met je leverancier gaan onderhandelen. Zo gaat dat nu eenmaal in zaken. Ik ken Clemmen niet persoonlijk, maar hij is een bekend iemand. Stelt veel mensen te werk. U zult 18

VOORTMAN-press.indd 18

16/11/15 15:45


versteld staan hoe groot zijn werkplaats is.’ Hij streek zich over zijn bolle pens die hij zachtjes bleef strelen. ‘Hier in Vlaanderen draaien nijverheid en handel goed.’ Dat was prettig om te horen. Zijn kansen om bij die Gentse katoendrukker werk te vinden, zagen er wellicht niet slecht uit. ‘Komt u van Gent of reist u er naartoe?’ Petrus Vanden Berghe veegde met de rug van zijn hand het bierschuim van zijn lippen. ‘Ik kom er vandaan. Ik had evengoed in de stad kunnen overnachten, maar vanmiddag waren mijn zaken afgehandeld. Dus ben ik naar huis vertrokken. Zonder mijn paard op te jagen, ben ik tot hier geraakt.’ Hij had een wat opgezwollen gezicht, ontsierd door enkele flinke littekens. De man had geleefd, zoveel was duidelijk. Zijn slimme ogen keken je aan vanonder zware, peper met zout wenkbrauwen, die merkwaardig contrasteerden met een kleine, platte neus. ‘U wilt de laatste nieuwtjes kennen, hé?’ ‘Ik was nog nooit in Vlaanderen, laat staan in Gent.’ Voortman voelde zich betrapt. ‘Eigenlijk valt er niet zoveel te melden. Ik zei al dat de handel bloeit. De vorige oogsten waren uitstekend, en als de regen niet te lang aanhoudt, zal het dit jaar niet anders zijn. Dus de mensen leven goed. Bovendien heb je hier en daar nieuwmodische werkplaatsen – zoals die van Clemmen – of worden er nieuwe technieken gebruikt.’ Vanden Berghe trok een afgezakte kous hoger, maakte de kunstig versierde koperen gesp om zijn broek losser en boog zich naar Voortman toe. ‘U weet dat ik negociant in lederwaren ben. Welnu, in Gent vind je de beste kwaliteit. Veel beter dan wat Antwerpen of Brussel leveren. En dat komt omdat Gregorius Bauwens, de leerlooier waarvan ik koop, bijzondere technieken gebruikt. Hij heeft enkele Engelse meesters overtuigd om hun kennis bij hem in de praktijk te brengen. Met schitterende resultaten!’ Hij grijnslachte en streek duim en wijsvinger over elkaar, het universele geldgebaar. Abraham voelde hoe een verwachtingsvolle spanning vocht tegen zijn vermoeidheid en slaap. Wat die handelaar hem vertelde, sloot bijzonder goed aan bij wat hij zelf van plan was. Hij dacht aan de koperen drukcilinders, veilig opgeborgen in de met een hangslot afgesloten houten kist op zijn huifwagen. Veruit de meeste katoendrukkers in Holland werkten met grote houten stempels. Die werden met de hand bediend en gaven niet altijd een mooi egaal resultaat. Hij was er zeker van dat men in Vlaanderen katoen op dezelfde manier bedrukte. Verdorie, hij had die stalknecht een extra stuiver moeten toestoppen! Die koperen cilinders waren zijn toekomst. Die waren als een schat! ‘Wel, heel erg bedankt voor de informatie en het bier. Morgen is een lange dag…’ Hij maakte aanstalten om recht te komen. 19

VOORTMAN-press.indd 19

16/11/15 15:45


‘Weet u waar naartoe in Gent? De werkplaatsen van Clemmen zult u gemakkelijk genoeg vinden, maar een bed voor de nacht…? U wilt de komende weken toch niet heel de tijd in een herberg logeren?’ Vanden Berghe keek hem niet aan, maar begon geurige tabak in een meerschuimen pijp met fijn bewerkte kop te stoppen, die hij uit zijn gordeltas had opgediept. ‘Misschien kan Clemmen me helpen…’ Maar Voortman bedacht dat dit hoogst onzeker was. ‘Ik bezit een woning in Gent, niet ver van het centrum…’ Hij trok met overgave aan de pijp die hij aan een kaarsvlam had aangestoken. Een grijs-witte rook die zoeterig geurde, kronkelde naar boven, naar de zwartgeblakerde steunbalken van het plafond toe. ‘U lijkt me een betrouwbaar persoon. Wellicht katholiek…?’ Voortman knikte instemmend. ‘Als u wilt, kunt u ze van me huren. De prijs is zes ponden Vlaams per jaar. Vooraf te betalen.’ Abraham aarzelde. Hij was net 25 geworden en had sinds het overlijden van zijn vader woelige wateren doorzwommen. Dat had hem gehard. En voorzichtig gemaakt. Misschien was het een genereus aanbod. Maar misschien ook niet. Alleszins was het niet door geschenkjes uit te delen dat die handelaar zich zo’n rijkelijke kledij kon veroorloven. Bovendien, een woning huren zonder ze te hebben gezien, was vragen om problemen. ‘Ik stel uw aanbod zeer op prijs, maar ik neem me voor om in Gent enkele dagen in een afspanning te verblijven. Ik wil rustig de tijd nemen om te zien welke mogelijkheden ik heb. Dan pas ga ik een huurwoning zoeken.’ Petrus Vanden Berghe, lurkend aan de meerschuimen pijp en de rechterhand weggestopt in het jaszakje van waaruit de gouden ketting van zijn horloge kwam kijken, schokschouderde, maar was niet verrast. Die jonge Hollander liet zich niet gemakkelijk overtuigen. ‘Het was een vriendelijk aanbod. Ik begrijp best dat u eerst wilt rondkijken vooraleer te beslissen. Maar mocht de woning u interesseren, ze ligt niet ver van de Drie Torekens, aan het Rabot. Als u in de buurt vraagt naar De Witte Swaen, komt u zo bij mijn eigendom terecht. En u hebt mijn naam. Ik woon in Antwerpen, op de Markgravenlei. Een postiljon zal geen moeite hebben om mij te vinden.’ ‘De Drie Torekens aan het Rabot. De Witte Swaen.’ Voortman herhaalde de plaatsbeschrijving. ‘Ik zal me uw aanbod herinneren.’ Hij stond moeizaam recht. De eindeloze rit op de huifwagen die op de slechte wegen van links naar rechts werd geslingerd, deed zich gevoelen. Hij was een stevig gebouwde man, die als katoendrukker en landbouwer niet bang was om de handen uit de mouwen te steken. Maar nu was het goed geweest. Zijn spieren en gewrichten deden overal pijn. Hij verlangde naar een mals bed. ‘Ik herhaal het, ik ben u dankbaar voor uw aanbod. Ik zal niet nalaten u te contacteren, mocht dit passen. Maar nu roept de slaap…’ 20

VOORTMAN-press.indd 20

16/11/15 15:45


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789038225562 by Uitgeverij Lannoo - Issuu