Skip to main content

9789038225104

Page 1

EEN PLATTEGROND VAN DE MACHT Carl Devos (red.)

2015_Plattegrond_DEF.indb 3

21-08-15 08:52


© De auteurs © Academia Press P. Van Duyseplein 8 9000 Gent Tel. 09/233 80 88 info@academiapress.be   www.academiapress.be Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Vormgeving binnenwerk en cover: Twin Media Omslagillustratie: Universiteitsbibliotheek Gent Devos, Carl (red.) Een plattegrond van de macht. Inleiding tot politiek en politieke wetenschappen Gent, Academia Press, 2015, 622 p. (Derde, volledig herwerkte, editie, tweede oplage 2015) ISBN 978 90 382 2510 4 D/2015/4804/131 NUR1 754 U 2372 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of vermenigvuldigd door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

2015_Plattegrond_DEF.indb 4

21-08-15 08:52


WOORD VOORAF Voor u ligt de derde, grondig herziene uitgave van Een plattegrond van de macht. Inleiding tot politiek en politieke wetenschappen. De eerste editie van dit handboek verscheen in 2011 als een uitwerking van De kleermakers en de keizer. Inleiding tot politiek en politieke wetenschappen (september 2006). In vergelijking met zijn voorganger telde Een plattegrond van de macht nieuwe hoofdstukken, andere werden opgefrist, de meeste werden diepgaand aangepast, geactualiseerd en uitgebreid. Omdat het daardoor een heel ander boek geworden is, was ook een nieuwe titel op zijn plaats.

voornaamste auteurs van een politicologisch onderwerp. Wat zijn politiek, macht, breuklijnen, politieke cultuur, parlement, verkiezingen, politieke partijen, enz.? Daarom is er veel aandacht voor de definities of omschrijvingen van sleutelbegrippen en -processen en voor de uiteenlopende invalshoeken en benaderingen van waaruit dit kan gebeuren; uiteraard met respect voor het gebrek aan consensus die deze oefeningen zo vaak typeren. Daarbij proberen we de essentie, de kern van die begrippen en concepten terug te vinden. Dat hoort zo in een inleidend, kennismakend handboek. Duidelijke taal is ook onmisbaar om te weten wat we precies bedoelen als we met elkaar over politiek spreken. Dit handboek wil deze taal der politiek en politicologie aanleren en richt zich niet op de meest actuele wetenschappelijke onderzoeksresultaten of de laatste empirische data. We brengen elementen en bouwstenen aan die lezers in staat moeten stellen om zelf kritisch en gefundeerd na te denken over politiek en politieke en sociale wetenschappen. Daartoe zijn kennis van en inzicht in de basics van de politiek en de politieke wetenschappen onmisbaar. Daarom leggen we bijv. uit wat een partij, politieke elite of democratie is. Die fundamentele inzichten hebben we verzameld door internationale literatuur te combineren met eigen inzichten en ervaringen die we over de jaren heen in dit vak hebben opgedaan. Want hoe veel er ook in dit boek staat, het is en blijft een selectie, een keuze van wie de pen vasthoudt.

In de tweede druk van Een plattegrond van de macht werden in bijna alle hoofdstukken beperkte inhoudelijke en tekstuele aanpassingen doorgevoerd. De grootste verandering was de actualisering van het handboek aan de politieke actualiteit. In deze derde grondig herziene druk werd het hele boek doorlopen en werden sommige paragrafen geschrapt en enkele nieuwe toegevoegd. Daarnaast werden alle data geactualiseerd. Zo werken we o.a. onze voorbeelden van het kiesstelsel uit met de recentste verkiezingsuitslagen en hebben we bij de bespreking van het federaal parlement meer precieze veranderingen, die het gevolg zijn van de zesde staatshervorming, verwerkt (en die bij de redactie van de tweede uitgave nog niet beschikbaar waren). Daarnaast werd in alle hoofdstukken waar nodig de literatuur geactualiseerd en de inzichten met de meest recente aangevuld. De opzet van dit handboek is door de jaren heen evenwel onveranderd gebleven: ook deze editie van Een plattegrond van de macht wil een aantal ‘wat’- en ‘hoe’-vragen beantwoorden. Zo wordt dit boek een inleiding tot politiek én tot politieke wetenschappen. Bij de ‘wat’-vragen gaan we in op de betekenis, de inhoud, de historische context en/of

Daarnaast beantwoorden we ‘hoe’-vragen: welke vragen kunnen we ons stellen over al deze onderwerpen? Vanuit welke invalshoeken kunnen we die bekijken? Welke elementen ervan bestuderen wetenschappers, en hoe doen ze dat? Naarmate het handboek vordert, worden die ‘hoe’-vra-

V 2015_Plattegrond_DEF.indb 5

21-08-15 08:52


gen als het ware nog uitgebreid. Het boek richt zich zowel op processen als op de instituties van de politiek. Eerst komen algemene en vaak abstracte onderwerpen aan bod, zoals politiek, politicologie, ideologie of macht, daarna worden de onderwerpen concreter. Dan gaat het o.a. over politieke partijen, het parlement, verkiezingen, de administratie, de regering of de Europese integratie. In die hoofdstukken worden de ‘hoe’-vragen nog anders bekeken: we focussen ons dan op hoe zo’n proces of instelling concreet werkt. Om zo dicht mogelijk bij de leefwereld en kennis van de meeste lezers te blijven en de informatie voor hen zo bruikbaar mogelijk te maken, hebben we de uiteenzetting vanuit een Vlaams-Belgische case opgezet. Illustraties komen doorgaans vanuit die context, een handboek in comparatieve politicologie is dit dus niet. Dat wil zeggen dat we aantonen hoe de regering, het parlement of het openbaar bestuur in België werkt. We richten ons daarbij vooral op het federale beleidsniveau, maar hebben ook aandacht voor de bijzonderheden van het Vlaamse beleidsniveau. Het boek opent met een kennismaking met politiek (hoofdstuk 1) en politieke wetenschappen (hoofdstuk 2). De politieke wetenschappen zijn geen waardevrije discipline, maar dat betekent daarom niet dat de denkkaders waarmee politicologen werken gelijkgesteld kunnen worden aan ideologieën (hoofdstuk 3). Die zijn heel belangrijk in het politieke bedrijf, maar om idealen te realiseren is macht (hoofdstuk 4) nodig. Macht is in elk systeem ongelijk verdeeld: ook in een democratie bestaan elites (hoofdstuk 5). Gelukkig kan ook de massa participeren in de politiek (hoofdstuk 6), bijvoorbeeld via de – zeker in België almachtige – politieke partijen (hoofdstuk 7). Deze kernactoren spelen een essentiële rol in het parlement (hoofdstuk 8) en in de regering (hoofdstuk 9). Deze publieke instellingen proberen het maatschappelijk verkeer te reguleren, en dat doen ze o.a. via het openbaar bestuur (hoofdstuk 10). In heel veel landen spelen deze processen zich af binnen een democratie (hoofdstuk 11). Binnen zo’n regime zijn vertegenwoordiging en verkiezingen (hoofdstuk 12) cruciaal. Omdat de politiek zich niet tot het statelijk niveau beperkt, belichten we in de twee laatste hoofdstukken de Europese (hoofdstuk 13) en internationale (hoofdstuk 14) politiek.

Een plattegrond van de macht is, zoals de ondertitel aangeeft, een inleiding in politiek en politieke wetenschappen. Volledigheid noch specialisatie is wat we met dit boek beogen, maar we willen wel een grondige fundering gieten. Macht is een cruciaal, zo niet het meest essentiële onderdeel van politiek. Dit verkennend handboek probeert lezers een ruwe plattegrond te bieden van ‘de politiek’, zodat ze zelf op verkenning kunnen gaan, in de politiek of in de politieke wetenschappen. Want de politiek is van ons allemaal. Dit handboek probeert lezers wegwijs te maken in de politiek, maar hoe lijvig het ook is, meer dan een eerste kennismaking kan dit niet zijn. Het is in een eerste instantie bedoeld voor de vele studenten die aan de Universiteit Gent een inleiding in de politicologie volgen. Niet enkel die studenten, maar al wie geïnteresseerd en bij voorkeur gefascineerd is door politiek, kan deze plattegrond als uitvalsbasis gebruiken om de wonderbaarlijke wereld van de politiek beter te leren kennen. Daarom streven we nadrukkelijk een langetermijngebruik van dit boek na. Het wordt ook in hogere opleidingsjaren en door wie niet op de onderwijsbanken zit gebruikt om meer inzicht te verwerven in het politieke bedrijf, of om via de referenties en verwijzingen naar belangrijke auteurs meer informatie te zoeken over de hoofdvragen van de politieke wetenschappen. Tot slot wil ik de vele collega’s die aan deze en vorige versies meewerkten en de enthousiaste crew van uitgeverij Academia Press hartelijk danken voor hun volgehouden inzet en professionalisme. Voorliggend handboek is het werk van velen, ook van medewerkers die er niet meer in vernoemd worden maar die in de voorbije jaren bijdroegen tot eerdere versies van deze hoofdstukken. Ook de vragen en opmerkingen van de vele duizenden lezers van de vorige edities hielpen ons om elke keer een sterkere uitgave op te stellen. Hopelijk geeft het u zin om u op dit boek te storten en vooral om u op de een of andere manier in politiek vast te bijten. Carl Devos, september 2015

VI 2015_Plattegrond_DEF.indb 6

21-08-15 08:52


INHOUD 1  WAT IS POLITIEK?

1

Carl Devos 1 Inleiding 2 Wat is politiek? 2.1 Geschiedenis 2.2 Essentially contested concept? 2.3 Indeling 1: de vier dimensies van Heywood 2.4 Indeling 2: domein- en aspectbenaderingen 2.4.1  Aspectbenaderingen 2.4.2  Domeinbenaderingen 2.4.3  Voor- en nadelen 2.5 De relativiteit van indelingen. Over Schmitt en Easton 2.5.1  Carl Schmitt 2.5.2  David Easton 2.6 Omschrijving van politiek: naar een synthese 2.7 Politiek en conflicten 3 Uitleiding Referenties

1 2 4 6 7 9 9 12 13 13 14 16 18 19 22 23

2  DE WETENSCHAP DER POLITIEK Carl Devos 1 Inleiding 2 De wetenschappelijke studie van politiek 2.1 Zijn politieke wetenschappen wetenschap? 2.2 Een discipline met taalproblemen 2.3 Een afzonderlijke discipline? 3 Benaderingen in de wetenschap der politiek 3.1 Inleiding 3.2 Behavioralisme 3.3 Institutionalisme 3.4 Rationele keuzebenaderingen 3.4.1  Speltheorie 3.4.2  Olsons theorie van het collectief handelen 3.4.3  Theorieën over coalitie en regeringsvorming 3.5 Systeembenaderingen 3.6 Interpretatieve, constructivistische benaderingen 3.7 Structurele benaderingen

25 25 25 25 34 36 37 37 40 43 46 48 50 52 54 56 57

VII 2015_Plattegrond_DEF.indb 7

21-08-15 08:52


3.8 Marxisme 4 Uitleiding Referenties

60 62 63

3  IDEOLOGIEËN

65

Carl Devos & Kasper Ossenblok 1 Inleiding 2 Waar komt ‘ideologie’ vandaan? 2.1 Geschiedenis van het concept ideologie 2.2 Discussies over ideologie 3 Wat is ideologie? 4 De morfologie van ideologieën 5 Links en rechts: een GPS in de politiek? 5.1 Oorsprong van links-rechts 5.2 Relevantie van links-rechts 5.3 Ontdubbeling van links-rechts 6 Een beknopt overzicht van enkele ideologieën 6.1 Inleiding 6.2 Liberalisme 6.3 Conservatisme 6.3.1  Basispunten van het conservatisme 6.3.2  Christendemocratie: het personalisme 6.4 Socialisme 6.5 Nationalisme 6.6 Ecologisme 7 Het einde van de ideologie? 8 Politieke theorie 8.1 Wat is politieke theorie? 8.2 Hoofdvragen van de politieke theorie 8.3 Methode van de politieke theorie 8.3.1  De rol van normatieve intuïties 8.3.2  Het reflectief equilibrium 8.3.3  Vuistregels voor het denken 8.4 Normatieve politieke theorie is geen ideologie 8.5 John Rawls: een theorie van rechtvaardigheid 9 Uitleiding Referenties

65 67 67 68 70 71 72 72 74 76 77 77 79 81 82 83 86 88 90 92 93 93 94 96 96 97 98 99 101 104 106

4  DE USP VAN POLITIEK EN POLITICOLOGIE: MACHT Carl Devos 1 Inleiding: macht is een moeilijk vak 2 Wat is macht? 2.1 De bestanddelen van macht: de visie van Dennis Wrong 2.2 De moeilijke verhouding tussen macht en invloed 3 Vormen van macht 4 Bronnen van macht 5 Dimensies van macht 5.1 De eerste dimensie: het pluralisme

109 109 111 112 114 116 117 119 119

VIII 2015_Plattegrond_DEF.indb 8

21-08-15 08:52


5.2 De tweede dimensie: de kritiek op het pluralisme van Bachrach en Baratz 5.3 De derde dimensie: de visie van Steven Lukes 6 Potentiële, ‘onzichtbare’ macht? 7 Structurele macht 8 Het meten van macht 8.1 De reputatiemethode 8.2 De decisie- of besluitvormingsmethode 8.3 Het effectenonderzoek 8.4 De positiemethode en het netwerkonderzoek 8.5 Meting van macht in termen van machtsbronnen 9 Uitleiding Referenties

5 MACHT IN WEINIG HANDEN

121 123 125 128 132 134 134 136 136 138 139 140

143

Carl Devos & Hilde Van Liefferinge 1 Inleiding: over de studie van elites 2 Elite: oorsprong, beschrijving en criteria 3 ‘Rule by all’, ‘rule by many’ of ‘rule by the happy few’? 3.1 Het pluralisme 3.2 Het elitisme 3.3 Het (neo)corporatisme 4 Hedendaags eliteonderzoek: definities en stromingen in politiek rekruteringsonderzoek 5 Procesbenaderingen van politieke rekrutering 6 Centrale elementen van het politieke rekruteringsproces 6.1 Sociale achtergrond 6.1.1  Politieke elitesocialisatie 6.1.2  Sociaaldemografisch profiel 6.2 Motivatie en ambitie 6.3 Kandidatenselectie 6.3.1  Methodes van kandidatenselectie 6.3.2  Selectiecriteria 6.3.3  Kandidatenselectie in België 7 Politieke carrières 8 Uitleiding Referenties

6  MACHT IN VEEL HANDEN

143 145 147 148 152 159 165 167 170 170 170 172 174 176 177 178 180 182 185 186

191

Carl Devos & Tony Valcke 1 Inleiding 2 Politieke cultuur 2.1 Inleiding 2.2 Wat is ‘politieke cultuur’? 2.3 The Civic Culture 2.3.1  Almond en Verba 2.3.2  Politieke legitimiteit en politiek vertrouwen 2.3.3  Kritiek op Almond en Verba 2.4 Subculturen en breuklijnen 2.4.1  Wat is een breuklijn?

191 191 191 192 195 195 197 200 201 201

IX 2015_Plattegrond_DEF.indb 9

21-08-15 08:52


2.4.2  Lipset en Rokkan 2.4.3  Postmaterialisme en nieuwe breuklijnen 3 Politieke socialisatie 3.1 Inleiding 3.2 Wat is politieke socialisatie? 3.3 Socialisatieagenten 3.4 Kindertijd, adolescentie of volwassenheid? 4 Politieke participatie 4.1 Inleiding 4.2 Verschillende benaderingen en evolutie van het concept 4.3 Verschillende vormen van politieke participatie 4.3.1  Conventionele en niet-conventionele vormen van politieke participatie 4.3.2  ‘Invited’ en ‘invented’ spaces 4.3.3  Debat over nieuwe participatievormen 4.4 Verklaringen voor de variatie in politieke participatie 4.5 Stemgedrag 4.5.1  Stemrecht of stemplicht? 4.5.2  Waarom gaan mensen stemmen? 4.5.3  Stemkeuze 4.5.4  ISPO en PARTIREP 5 Sociale bewegingen 5.1 Inleiding: een heel grote familie 5.2 Begripsaf bakening 5.3 Ontstaan van sociale bewegingen 5.3.1  De collective behavior theory 5.3.2  De mass society benadering 5.3.3  De theorie van de relatieve deprivatie 5.3.4  The resource mobilization benadering 5.3.5  The political opportunity benadering 5.4 Organisatorische evolutie 6 Uitleiding Referenties

7  PARTIJEN EN PARTIJSYSTEMEN

202 204 206 206 207 208 210 211 211 212 214 214 215 218 222 225 225 227 228 232 234 234 235 237 237 237 237 238 239 240 241 243

249

Carl Devos en Kristof Steyvers 1 Inleiding: wat is een politieke partij? 2 Het ontstaan van politieke partijen 2.1 De institutionele benadering 2.2 Het traditionele breuklijnenmodel 2.3 Naar nieuwe breuklijnen? 3 Typologieën van partijen 3.1 Kaderpartijen vs. massapartijen 3.2 De catch-all party 3.3 Massabureaucratische vs. electoraal-professionele partijen 3.4 Cartel parties 3.5 Business-firm partijen 3.6 Partijtypes in meerlagigheid: van franchise tot federatie 4 Functies en disfuncties van partijen

249 253 253 255 257 258 260 262 263 264 267 269 272

X 2015_Plattegrond_DEF.indb 10

21-08-15 08:52


4.1 De programmatische functies 272 4.2  Positionele partijfuncties 274 4.3 Civiele functies 276 4.4 Disfuncties van partijen 277 4.5 Particratie 278 4.6 Functieverlies van partijen 281 5 Partijorganisatie 281 5.1 De partijvoorzitter en het dagelijks bestuur 282 5.2 Het partijbureau en de partijraad 283 5.3 Het partijcongres 284 5.4 De partijafdelingen en nevenorganisaties 285 5.5 De partijleden 285 6 Partijsystemen 287 6.1 Omschrijving en indelingen 287 6.2 Indeling volgens het aantal partijen 288 6.2.1  Eenpartijsysteem 289 6.2.2  Dominant partijsysteem 289 6.2.3 Tweepartijensysteem 290 6.2.4  Meerpartijensystemen 291 6.2.5  Aantallen gekwalificeerd 292 6.2.6  Aantallen verklaard 294 6.3 De indeling van Sartori 295 7 Uitleiding 297 Referenties 298

8  STAAT EN PARLEMENT

303

Carl Devos & Catharina Dehullu 1 Inleiding 2 De staat 2.1 Wat is een staat? 2.1.1  Enkele definities 2.1.2  Bestanddelen van ‘de staat’ 2.2 Begrippen die aanleunen bij de staat 2.3 De staat en zijn burgers 3 Typologieën van politieke stelsels 3.1 Liberale Democratie vs. autoritarisme 3.1.1  democratische staten 3.1.2  Autoritarisme: dictatuur en totalitarisme 3.2 Presidentieel vs. parlementair systeem 3.3 Unitaire vs. (con)federale staten 3.3.1  Unitaire staten 3.3.2  Federale staten 4 Parlementen 4.1 Wat is een parlement? 4.2 Functies van parlementen 4.2.1 Wetgeving 4.2.2  Controle 4.2.3  Conflict management

303 303 304 304 305 307 309 310 311 311 312 314 314 315 316 319 320 320 321 321 321

XI 2015_Plattegrond_DEF.indb 11

21-08-15 08:52


4.2.4 Volksvertegenwoordiging 322 4.2.5  Rekrutering, selectie en training 322 4.2.6 Legitimatie 322 4.2.7 Agendasetting 323 4.3 Structurele kenmerken van een parlement 323 4.3.1  Unicamerale en bicamerale parlementen 323 4.3.2  Duur en samenstelling van parlement 324 4.3.2.1  Duur van de legislatuur 325 4.3.2.2  Samenstelling Kamer 326 4.3.2.3  Samenstelling Senaat 326 4.3.2.4  Samenstelling deelstaatparlementen 327 4.4 Interne organisatie van het parlement 328 4.4.1  Indelingen van toepassing op ieder parlementslid 329 4.4.2  Politieke organen van het parlement 331 4.4.3  Beheersorganen van het parlement 333 5 De wetgevende macht van het parlement 334 5.1 Bevoegdheidsverdeling binnen het federaal parlement 334 5.2 Hoe komt een wet tot stand? 336 5.2.1 Initiatief 336 5.2.2  Behandeling in de Kamer 336 5.2.3  Verder verloop van de procedure 337 5.2.4  Bekrachtiging, af kondiging en bekendmaking 339 5.3 Quid de Senaat? 339 5.4 Wetten met een bijzondere meerderheid 339 5.5 De alarmbelprocedure 340 5.6 Het parlement als grondwetsherziener 340 6 Lopende zaken 341 7 Relatie tussen parlement en regering: de controlerende taak van het parlement 341 7.1 Vragen, interpellaties, moties, resoluties en aanwezigheid van de Ministers 342 7.1.1  Parlementaire vragen 342 7.1.2  Interpellaties en moties 342 7.1.3 Resoluties 344 7.1.4  Aanwezigheid van een minister 344 7.1.5  Controlerecht en adviesrol van de Senaat 344 7.2 Parlementaire onderzoekscommissies 345 7.3 Controle naar aanleiding van de goedkeuring van de begroting 345 7.4 Vertrouwen geven aan de regering 345 8 Politieke verantwoordelijkheid 346 9 Staatsvormen en parlement bestuderen 348 10 Uitleiding 350 Referenties 351

9  DE UITVOERENDE MACHT: DE REGERING Carl Devos & Nicolas Bouteca 1 De uitvoerende macht: de regering staat centraal 1.1 Inleiding 1.2 Het staatshoofd 1.2.1  Het presidentiële regime

355 355 355 358 359

XII 2015_Plattegrond_DEF.indb 12

21-08-15 08:52


1.2.2  Parlementaire systemen: constitutionele monarchie 1.2.3  Tussen parlementair en presidentieel regime: semipresidentiële regimes 2 De uitvoerende macht in België 2.1 De uitvoerende macht op het federale niveau: de koning en zijn ministers 2.1.1  Presidentialisering van de democratie: het toenemende politieke belang van de premier 2.1.2  Ministers en staatssecretarissen 2.1.3  Ministerraad, kernkabinet en kroonraad 2.2 De vorming van de federale regering 2.3 Het ontslag van de federale regering 2.3.1  Op eigen inititatief 2.3.2  Op inititatief van de kamer 2.3.3  Lopende zaken 2.4 Hoe komen regeringsbesluiten van de uitvoerende macht tot stand? 2.5 De uitvoerende macht op regionaal niveau 3 Hoe wordt de regering in haar taken ondersteund? 3.1 Ministeriële kabinetten: functies en kritiek 3.2 Enkele aanvullende beleidsinstrumenten 3.2.1  De begroting 3.2.2  Het Rekenhof 3.2.3  De Raad van State 3.2.4  Het Grondwettelijk Hof en bevoegdheidsconflicten 3.2.5  Het overlegcomité en belangenconflicten 4 Regering bestuderen 5 UItleiding Referenties

10  OPENBAAR BESTUUR EN BELEIDSVORMING Filip De Rynck 1 Inleiding 2 Openbaar bestuur, publieke sector, sturen en bestuurskunde 2.1 Sferen in de samenleving 2.2 Wat is bestuurskunde? 2.3 De wereld van de publieke sector 2.3.1  De klassieke overheid 2.3.2  Overheid op afstand: de ‘semioverheid’ 2.3.3  Overheid in netwerking 2.3.4 Marktsturing 2.3.5 Slot 3 Van Weber naar NPM en NPG 3.1 Het bureaucratiemodel van Max Weber 3.2 Kritiek op de neutrale ambtenaar 3.3 Het nieuw publiek management (NPM): een nieuw paradigma 3.4 Van NPM naar NPG: new public governance 3.5 Slot 4 Hoeveel en welke overheid willen we? 4.1 Het BBP als maatstaf ? 4.2 Het aantal ambtenaren: hoeveel en zijn er te veel? 4.3 Interne verschuivingen

360 361 362 362 363 365 367 371 375 376 376 377 379 380 382 382 388 388 390 390 391 392 393 397 398

401 401 401 401 403 405 405 407 409 410 411 411 412 414 415 417 419 419 420 420 421

XIII 2015_Plattegrond_DEF.indb 13

21-08-15 08:52


4.4 De overheid: een bedrijf ? 4.5 Hervormen op zijn Belgisch/Vlaams? 4.6 Slot 5 Binnenlands bestuur als object van beleid en macht 5.1 Bestuursvormen in het binnenlands bestuur 5.2 Het management van bestuurlijke relaties 6 Beleidsvorming en de verhouding politici-ambtenaren 6.1 Inleiding 6.2 De klassieken en de modellen: de beleidsvoorbereiding 6.3 Beleid is ook beleidsuitvoering, uitvoering is ook beleid 6.4 Beleidsnetwerken 7 Uitleiding Referenties

11  DEMOCRATIE EN VERTEGENWOORDIGING Carl Devos 1 Inleiding: democratie is een werkwoord 2 Wat is democratie? 2.1 Op zoek naar een onmogelijke definitie 2.2 Deliberatieve democratie 2.3 Niet-democratische systemen 2.4 Criteria en voorwaarden van democratie 2.5 Classificaties 3 Bestanddelen van democratie 3.1 Door, voor en van het volk 3.2 Naar een omschrijving van de centrale principes van de liberale parlementaire democratie 4 Pacificatiedemocratie 4.1 Stabiele democratie in verdeelde samenlevingen 4.2 Voorwaarden voor pacificatiedemocratie, met een bijzondere rol voor de elites 4.3 Hedendaagse betekenis en functioneren? 4.4 Categorieën van democratie volgens Lijphart 5 Democratie en vertegenwoordiging 5.1 Inleiding 5.2 Een korte geschiedenis van het begrip ‘vertegenwoordiging’ 5.3 Vormen van vertegenwoordiging 5.3.1  Vertegenwoordiging als een formele structuur 5.3.2  Descriptieve en symbolische vertegenwoordiging 5.3.3  Substantiële vertegenwoordiging 6 Modellen van vertegenwoordiging 6.1 Delegate model 6.2 Trustee model 6.3 Mandate model 6.4 Resemblance model 6.5 ‘Creatieve’ vertegenwoordiging 6.6 Vertegenwoordiging van bovenaf, van onderuit, vooraf en achteraf 7 Uitleiding Referenties

423 425 425 426 426 427 428 428 429 431 432 433 434

437 437 439 439 443 445 446 453 455 458 461 463 463 464 467 468 470 470 472 475 475 476 477 477 477 478 480 481 482 483 485 486

XIV 2015_Plattegrond_DEF.indb 14

21-08-15 08:52


12  VERKIEZINGEN EN KIESSYSTEMEN Tom Schamp & Carl Devos 1 Inleiding 2 Kieswetgeving 2.1 Van elitair kiesrecht tot veralgemeende opkomstplicht: de case België 2.1.1  Het cijnskiesrecht (1831-1893) 2.1.2  Het algemeen meervoudig stemrecht voor mannen (1893-1921) 2.1.3  Het algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen (1921-1948) 2.1.4  Het algemeen enkelvoudig stemrecht (sinds 1948) en latere uitbreidingen van het kiesrecht 2.1.5  Recente kieswethervormingen 2.2 Het perpetuum mobile van de Belgische kieswetgeving: capita selecta 3 Vele soorten kiessystemen 3.1 Kenmerken van kiessystemen 3.2 Meerderheidskiessystemen 3.2.1  Relatieve meerderheidssystemen 3.2.2  Absolute meerderheidssystemen 3.3 Proportionele kiessystemen 4 Het Belgische kiessysteem 4.1 Verkiesbaarheid en kieslijsten 4.2 Het verloop van de stemming 4.3 Hoeveel zetels in welke kieskring? 4.4 De verkiezingen van de federale en deelstatelijke of regionale parlementen 4.4.1  De ‘theorie’ 4.4.2  De ‘praktijk’ 4.5 De verkiezingen van de gemeente- en provincieraden (in Vlaanderen) 4.5.1  De provincieraadsverkiezingen 4.5.2  De gemeenteraadsverkiezingen 5 Het perpetuum mobile van de Belgische representatieve democratie: capita selecta 5.1 Een federale kieskring? 5.2 De rechtstreekse verkiezing van de burgemeester? 5.3 De veralgemening van de volksraadpleging? 6 Uitleiding Referenties

13  DE EUROPESE UNIE

491 491 493 495 495 498 500 501 503 506 510 512 513 515 516 518 521 521 525 525 527 527 531 532 537 540 546 546 548 549 551 552

557

Jan Orbie & Hendrik Vos 1 Inleiding 2 Het Europese integratieproject: historisch overzicht 2.1 Hoe het begon 2.2 Verdieping van de Europese integratie 2.3 Aarzeling en nationale soevereiniteit 2.4 Uitbreiding van de Europese club 3 De instellingen van de Europese Unie: hoe werkt de Unie? 3.1 Soorten beslissingen 3.2 Europese instellingen en organen 4 Europese integratietheorieën 4.1 Neofunctionalisme

557 558 558 559 561 562 564 564 565 569 569

XV 2015_Plattegrond_DEF.indb 15

21-08-15 08:52


4.2 Intergouvernementalisme 4.3 Verfijningen van de grote theorieën 4.4 Nieuw institutionalisme 4.4.1  Rationele keuze nieuw institutionalisme: belangen via instellingen 4.4.2  Historisch nieuw institutionalisme: belang van de tijd 4.4.3  Sociologisch nieuw institutionalisme: belang van ideeën 4.5 De comparativistische school 4.6 Multi-level governance 5 De invloed van de EU op de nationale politiek: Europeanisering 5.1 Europeanisering als onderzoeksdomein 5.2 Een voorbeeld: de impact van de EU op de begrotingen van de lidstaten 5.2.1  Bottom-up: meer macht voor de EU 5.2.2  Top-down: europeanisering van begrotingsbeleid 6 Politiek debat: wat voor EU willen we? 6.1 Contestatie van het Europese project 6.2 Een democratisch deficit? 7 Uitleiding Referenties

14  INTERNATIONALE POLITIEK

571 572 574 574 576 577 578 580 580 580 583 583 584 585 586 588 593 595

597

Goedele De Keersmaeker, Peter Debaere & Thijs Van de Graaf 1 Inleiding: internationale politiek in een geglobaliseerde wereld 2 Internationale betrekkingen: vier theoretische scholen 2.1 Historische bronnen: realisten en liberalen/idealisten 2.2 Het neorealisme 2.3 Het radicalisme 2.4 Het constructivisme 3 De actoren in de internationale betrekkingen 3.1 Belang van analyseniveaus 3.2 De grootmachten 3.3 Internationale organisaties 4 Focus op De Verenigde Naties 4.1 De Veiligheidsraad 4.2 De Algemene Vergadering 4.3 Het Internationaal Gerechtshof 4.4 De Sociaal-Economische Raad 4.5 Het VN-Secretariaat 4.6 De Verenigde Naties: toepassing van de theoretische kaders 5 De grote thema’s 5.1 Oorlog en vrede 5.2 Internationale politieke economie 5.3 Transnationale vraagstukken 6 Uitleiding: waarover gaat het in internationale politiek? Referenties

597 600 600 602 606 608 611 611 611 612 613 614 616 616 617 617 617 619 619 620 621 622 623

XVI 2015_Plattegrond_DEF.indb 16

21-08-15 08:52


Hoofdstuk 1

WAT IS POLITIEK? Carl Devos

1  INLEIDING

correcte definitie of omschrijving van een foute of minder goede te onderscheiden. Vaak blijft die omschrijving dan ook vaag, zoals in de visie dat politiek ‘betrekking heeft op het sturen van een samenleving’ of ‘op het geheel van afspraken die nodig zijn om het geordend leven in een grote groep mogelijk te maken’.

E

en politicoloog bestudeert ‘de politiek’. Dat is een van de weinige kenmerken die hem of haar identificeren of onderscheiden. De eigenheid van de politicologie als discipline gaat vaak niet verder dan deze mededeling. Op de studie van de politiek heeft de politicologie evenwel geen monopolie. Ook vanuit andere disciplines – zoals sociologie, psychologie, geschiedenis, recht, economie, communicatiewetenschappen – wordt politiek bestudeerd. Wat een politicoloog tot politicoloog maakt, is niet zozeer dat hij uitsluitend politiek als studieonderwerp heeft, maar vooral dat hij het meest van alle andere sociale wetenschappers politiek bestudeert en alle nuttige inzichten uit die andere disciplines integreert en toepast op het domein van de politiek. De politicologie is m.a.w. een integratiewetenschap waarin inzichten en methodes uit zusterdisciplines als ondersteuning gebruikt worden voor de studie van politieke verschijnselen en processen.

De omschrijving van politiek is het onderwerp van politicologische – bijvoorbeeld, moeten we de besluitvorming in een turnclub ook bestuderen of niet? – maar ook van politieke discussies. Dat komt o.a. omdat wat politiek is, volgens veel definities datgene is wat door de staat, door de overheid geregeld mag, kan of zelfs moet worden. Wat politiek is, wordt vatbaar voor politiek en dus voor collectief, lees overheidsoptreden. ‘Politieke’ kwesties worden immers via politieke instellingen en dus via specifieke, publieke (in tegenstelling tot privé-) regels en methoden behandeld. Politiek is als het ware een deeldomein van de samenleving, met vage, veranderende grenzen. Vandaar de vaak gehoorde discussie: is dit een politiek probleem? Mag of moet de politiek zich daarmee bezighouden? Wat is de reikwijdte van politiek? Dat is nog iets anders dan de vraag welke inhoud de politiek binnen die grenzen moet krijgen, welk beleid er t.a.v. politieke problemen gevoerd moet worden.

Een inleiding op de politieke wetenschappen kan niet anders dan starten met de evidente vraag: wat is politiek? Met andere woorden: wat is het studiedomein van de politicologie? Wat maakt verschijnselen en processen tot politieke, dus tot politicologisch relevante verschijnselen en processen? Die vraag is fundamenteel, maar zeker niet evident. Ze is fundamenteel omdat ze raakt aan de essentie van de discipline, haar af bakening en inhoud. Ze is niet evident omdat politiek moeilijk te omschrijven is. Er zijn weinig criteria die het mogelijk maken om een

Het beantwoorden van de vraag ‘wat is politiek’ is niet enkel fundamenteel en delicaat, maar ook noodzakelijk. Dat antwoord is het onderwerp van het eerste hoofdstuk. Over de bestanddelen, de basisingrediënten of sleutelconcepten van politiek bestaan zoveel verschillende visies,

1 2015_Plattegrond_DEF.indb 1

21-08-15 08:52


Wat is Politiek?

Hoofdstuk 1

dat een unanieme definitie van politiek nooit zal bestaan. Het behoort zelfs tot de essentie van politiek dat er geen eensgezindheid is over wat politiek is, toch in een vrije samenleving. Politiek gaat immers over macht, over belangen en waarden, over keuzes en beslissingen in een competitieve omgeving van schaarste van middelen en verdeeldheid over doelstellingen en prioriteiten, over de koers van onze samenleving.

ritorium gelden. Ze gelden voor iedereen en veel omvangrijker, ze regelen veel verschillende levensdomeinen. Dat is een ander lidmaatschap dan het functionele lidmaatschap van een organisatie. Wie aan het territoriale lidmaatschap van een staat wil ontsnappen, moet als het ware verhuizen naar een ander territorium, waar dezelfde of andere regels gelden. Vandaag neemt de territorialisering van politiek vooral de vorm van staten aan. Die is intern in verschillende territoria verdeeld (gemeenten, provincies, gemeenschappen en gewesten) en engageert zich samen met andere staten in internationale verbanden. Zoals verderop in dit handboek zal blijken, is de staat vandaag minder dominant dan pakweg een eeuw geleden. Processen van decentralisering, federalisering en Europese integratie maken dat andere territoriale verdelingen van de samenleving belangrijker zijn geworden.

2  WAT IS POLITIEK? De term politiek is af komstig van het Oudgriekse πολιτεια of politeia (politika), dat verwijst naar alles wat betrekking heeft op de burgerlijke samenleving, op het leven als burger in de samenleving en op het bestuur van de gemeenschap. De bestuurlijke context waarin deze term begrepen moet worden, is die van de polis of stadstaat. Het adjectief politikos (‘de burger of polis betreffend’) stond er tegenover idiotikos, dat ‘privé’ of ‘individueel’ betekende. Een politès was dus een burger in zijn hoedanigheid van ‘publiek persoon’, terwijl een idiotès verwees naar diezelfde burger in zijn privéleven. Verder is het voor een goed begrip van de Griekse polis van belang dat er nog geen onderscheid gemaakt werd tussen ‘publiek‘ en ‘politiek’.

Het is evident dat er op een dergelijk territorium ook mensen moeten leven voordat er van politiek sprake kan zijn. Naast de vereiste van (onaf hankelijk) grondgebied, heeft politiek zoals we dat in het voorliggende boek begrijpen, ook betrekking op een bevolking, een samenleving. Politiek wordt soms omschreven als de activiteit via dewelke in die samenleving bindende collectieve beslissingen worden genomen, waarmee men de problemen die voortkomen uit het leven in die samenleving vreedzaam probeert op te lossen.

Politiek heeft betrekking op een samenleving die verbonden is aan een territorium (zoals staten, gemeenten, provincies, deelstaten, de EU of internationale organisaties van staten). Er zijn ook niet-territoriaal gebonden verenigingen waarbij men zich kan aansluiten, denk aan de katholieke kerk. Het lidmaatschap van een dergelijke territoriaal gebonden samenleving is een ander soort lidmaatschap dan bijvoorbeeld van een studentenclub. Het lidmaatschap van die club is meer vrijblijvend en minder omvattend. Studenten doen allerlei activiteiten samen en net daardoor worden ze lid van hun studentenvereniging: het lidmaatschap is gericht op enkele specifieke doelen. Er gelden regels die binnen de club, een beperkt deeldomein van het studentenleven, gerespecteerd moeten worden, maar die daarbuiten en voor niet-studenten niet gelden. Wie lid is van een territoriaal gebonden samenleving, moet evenwel alle regels volgen die op dat ter-

Politiek varieert tussen het regelen van een heel beperkt aantal aspecten van die samenleving tot het heel diep ingrijpen in allerlei kleine aspecten van die samenleving. De politiek kent over de tijd heen een evolutie: in de loop van de 19de eeuw moest de politiek zich maar met een beperkt aantal zaken inlaten. Dat kwam neer op een soort minimal state, die vooral zorgde voor orde en tucht, de bescherming van grenzen en van het eigendomsrecht, en die slechts een beperkt aantal ‘verzorgende taken’ opnam waarvoor ook belastingen nodig waren. Daartegenover staat de hedendaagse nanny state, de alomtegenwoordige, ‘interventionistische’ welvaartsstaat die zich op vraag van velen over veel en veel verschillende onderwerpen moet buigen. ‘De politiek moet optreden’, horen we vaak, of ‘dat is de verantwoordelijkheid van de

2 2015_Plattegrond_DEF.indb 2

21-08-15 08:52


Carl Devos

Hoofdstuk 1

politiek’. Dat gaat over onderwerpen waarvan nog maar decennia geleden gedacht werd dat de politiek zich daar niet mee hoefde te bemoeien. De afspraken over wat de politiek mag of moet doen, variëren dus door de tijd heen en op basis van ‘de behoeften aan politiek’ binnen de samenleving die de politiek moet organiseren. De manier waarop de politiek dat doet – de vorm van het politieke bestuur – kan sterk verschillen. De studie van die variatie – classificatie van politieke systemen – is een centraal onderwerp van de politicologie. Via die classificaties proberen politicologen inzicht te krijgen in het ontstaan en functioneren van al die vormen van politiek.

dat de mens ‘van nature een (sociaal) politiek dier’ is: politiek zou niet enkel onvermijdelijk, maar ook de hoogste menselijke activiteit zijn, dé activiteit die ons van andere soorten onderscheidt. Vele duizenden jaren na Aristoteles geldt nog altijd dat politiek “has many faces and can be a force for good as well as evil. The core of politics, however, is about human beings making important decisions for themselves and for others.” (Almond e.a. 2008:1) Politiek is “the process by which communities pursue collective goals and deal with their conflicts authoritatively by means of government.” (Sodaro 2004:30) Politicologie is dan “a set of techniques, concepts and approaches whose objective is to increase the clarity and accuracy of our understanding about the political world.” (Danziger 2003:6) Als mensen politiek bestuderen, dan maken ze als het ware een ontologisch1 statement, omdat hiermee alvast impliciet een begrip van wat politiek is, moet vervat liggen. Zeggen dat je politiek bestudeert, impliceert dat het moet bestaan en dat je het kan bestuderen, dat het te vatten is. Daarom moeten we kunnen achterhalen wat de aard – the nature – van ‘het politieke’ is. En dat is onduidelijk. Nochtans heeft het antwoord op die vraag belangrijke epistemologische2 gevolgen.

Politiek kan immers veel zijn: het gebruik van macht, de bindende publieke allocatie van schaarse waarde, het beheer van de staat, het nemen van collectieve beslissingen, de kunst van het besturen of regeren, het georganiseerde meningsverschil, de kunst van het haalbare, de strijd om belangen, de organisatie van conflict en consensus, de bepaling van wie wat wanneer en hoe krijgt, enz. Politiek als “the process through which power and influence are used in the promotion of certain values and interests.” (Danzinger 2005:4) Een definitie van politiek opmaken die alle elementen omvat die we intuïtief als ‘politiek’ beschouwen, is volgens Hague en Harrop onmogelijk. Deze auteurs vatten de essentie van politiek samen in drie aspecten: “politics is a collective activity, involving people who accept a common membership or at least acknowledge a shared fate. Politics involves reconciling an initial diversity of views and interests through discussion. Communication is therefore central to politics. Political decisions become authoritative policy for a group, binding members to agreements that are implemented by force if necessary.” (2007:3-4) Van Aristoteles is de uitspraak

Voor sommigen moet politiek een zeer breed begrip zijn: “The political is an adjective that can be applied to a whole range of activities. Or at least it should be.” (McAuley 2003:3) Wie politiek omschrijft als “the activity through which people make, preserve and amend the general rules under which they live” (Heywood 2013:2), komt inderdaad tot een heel brede invulling. Hij vult aan dat politiek “is thus inextricably linked to the phenome2  Epistemologie is de leer over of studie van het kennen. Wat kunnen we weten over de wereld en hoe kunnen we dat te weten komen? Kan een politicoloog ‘echte’ of ‘objectieve’ relaties tussen politieke fenomenen zien? Zo ja, hoe? Als we ervan uitgaan dat er geen politieke wereld buiten onze veronderstellingen, buiten onze ‘interpretaties’ erover bestaat, dan is het epistemologische gevolg van deze ontologische stelling dat geen enkele politicoloog ‘objectief’ kan onderzoeken, aangezien hij evenzeer onderhevig is aan de sociale constructie van betekenis. Volgens sommigen doen onderzoekers bijgevolg niet meer dan het interpreteren van interpretaties van andere spelers.

1  Ontologie verwijst naar de leer over of studie van het zijn, over de natuur der dingen. Centraal daarin is bijvoorbeeld de vraag of er een echte wereld is buiten onze kennis erover. Bestaan er sociale fenomenen buiten de betekenis die wij eraan geven? Volgens anti-foundationalists is het antwoord neen, volgens de foundationalists is het antwoord ja. Bestaan er bijvoorbeeld fundamentele verschillen tussen klassen of geslachten die altijd en overal blijven bestaan? Dat is een ontologisch vraagstuk.

3 2015_Plattegrond_DEF.indb 3

21-08-15 08:52


Wat is Politiek?

Hoofdstuk 1

na of conflict and cooperation.” (Heywood 2013:2) Voor anderen dan weer moeten we politiek zeer precies omschrijven: “The variety of definitions is extensive. But if we are to study and understand this pervasive phenomenon, we must be precise about what it means, and take care to define and use this term and others in a generally acceptable and consistent way.” (Jackson & Jackson 1997:6) Voor de eerste past politiek bijna overal op, de ander wil het precies omschrijven. Op de vraag ‘wat is politiek?’ bestaat “helaas geen antwoord […] dat niet voor bestrijding vatbaar is. Politicologen verschillen onderling grondig van mening over de manier waarop de politieke werkelijkheid het best kan worden gekend en hanteren, in samenhang daarmee, ook sterk uiteenlopende omschrijvingen van het object van hun wetenschappelijke bezigheid – politiek. […] Het meningsverschil richt zich onder meer op de reikwijdte van politiek.” (van Putten 1994:29) Een van de manieren om politiek toch te omschrijven, is na te gaan welke betekenis aan dit begrip in de geschiedenis is gegeven.

telmomenten uit de geschiedenis van het concept politiek. Het gaat om een eigenzinnige selectie van slechts enkele uit ontelbare mogelijkheden. We beschrijven ze kort. We vermelden ze omdat ze enkele van de verschillende gezichten van politiek laten zien. Het zijn evenwel belangrijke gezichten van politiek, die bepalend zijn voor de invulling van dat complexe concept. Voor het begin van politiek wordt vaak naar Plato (427347 v.C.), de leermeester van Aristoteles, verwezen. Bekend zijn bijvoorbeeld de filosofische dialogen Politikos (De Staatsman) en vooral Politeia (Het Bestel), een werk dat tussen 380 en 370 v.C. geschreven zou zijn. De leermeester van Plato, Socrates, is er min of meer alomtegenwoordig in. Het verhaal in dialoogvorm speelt zich wellicht af rond 410 v.C. Het is hét “voorbeeld van alle andere bespiegelingen over een heilstaat”, aldus vertaler Molegraaf in een zeer toegankelijke vertaling van dit meesterwerk (2000). Plato gelooft sterk in arbeidsverdeling, waardoor iedereen, in het belang van de hele samenleving, zijn eigen vaardigheden en talenten optimaal kan ontwikkelen. Iedereen moet op zijn manier bijdragen tot de staat. De staat is een organisch geheel en iedereen heeft daarin een specifieke plaats. Burgers moeten zichzelf zien als een deel van een groter geheel en de regels van dat geheel respecteren. De vrije wil is ondergeschikt aan het staatsbelang en de leiding van de staat ligt bij een daartoe speciaal opgeleide groep van wijzen. Bij Plato wordt de staat geleid door een speciaal opgeleide klasse van koningen-wijsgeren. Die zijn, geheel onbaatzuchtig, enkel bezig met het goede bestuur van de staat, ze werken enkel voor het algemeen belang. Gewone burgers bemoeien zich niet te veel met het bestuur van de staat en moeten vooral werken, de vrije wil is ondergeschikt aan het staatsbelang.

2.1  GESCHIEDENIS Het woord politiek is, zoals gezegd, afgeleid van het Griekse politika, dat verwijst naar ‘de zaken die met de polis te maken hebben’. Polis verwijst naar de stadstaten, naar de stedelijke samenleving in het klassieke Griekenland. Griekenland bestond, in de 6de-5de eeuw v.C., uit een reeks zelfstandige politieke gemeenschappen, de stadstaten (Tromp 1995:3-20). De polis stond voor de geordende samenleving, alleen daarin kon de mens tot volle ontplooiing komen. De mens is lid van de geordende gemeenschap en hoorde ook deel te nemen aan het publieke leven ervan: de mens als burger van de polis (zoön politikon). Wie zich niet of nauwelijks inliet met het wel en wee van de polis, was een idiotès. Van bij het ontstaan is de conceptuele betekenis van ‘politiek’ echter meerduidig. Dat blijkt reeds uit Aristoteles’ (384-322 v.C.) traktaat Politica, de eerste theoretische verhandeling over politiek.

Aristoteles nam deze invulling van politiek als een organisch gegroeid geheel van zijn leermeester over. Volgens deze filosoof was een volwaardig menselijk leven – eudaimonia of het goede leven – enkel mogelijk binnen een politieke gemeenschap. Het eudemonisme (eu, ‘goed’ en daimon, ‘ziel’) staat voor het streven naar geluk, naar een ‘goede ziel’. Dat goede leven verwijst niet naar genot, maar naar een volwaardig leven waarin alle mense-

Sinds het ontstaan van het concept politiek werd het vaak heel anders ingevuld. We belichten hieronder enkele sleu-

4 2015_Plattegrond_DEF.indb 4

21-08-15 08:52


Carl Devos

Hoofdstuk 1

Tito Livio, ofte de commentaren bij de eerste tien boeken van Titus Livius. Maar veel bekender van deze auteur is uiteraard zijn Il Principe (geschreven tussen 1513 en 1515, verschenen in 1532). Daarin gaat het niet over de republiek en de voordelen van het vivere politico. Het is een verhandeling over de vraag hoe vorsten macht kunnen verwerven en nadien behouden, hoe ze hun staat moeten besturen. In dat boek duikt het woord politico in de aristotelische betekenis niet op.

lijke capaciteiten beleefd kunnen worden om zo alle morele deugden te ontwikkelen. De politiek is dus niet beperkend, maar laat integendeel mensen toe om volwaardig te leven. Al geldt dat bij Aristoteles enkel voor vrije mannen, niet voor kinderen, vrouwen, vreemdelingen of slaven, die in de politiek geen enkele rol konden spelen. De polis was immers niet enkel een institutioneel gegeven, het was een morele en politieke gemeenschap. Wie zich enkel om zijn eigen zaken bekommert, leeft geen volwaardig leven. Politikos kan niet zomaar gelijkgesteld worden met politiek zoals we dat vandaag gebruiken, gesteld dat er over dat laatste overeenstemming zou zijn: de sfeer van de politiek was er niet duidelijk te onderscheiden van andere maatschappelijke sferen en stond er tegenover het begrip idiotès, ter aanduiding van al wie zich buiten het maatschappelijk leven stelde. Het nastreven van het goede leven impliceerde betrokkenheid bij de publieke zaak, beraadslagen, toespraken houden, recht spreken, verantwoordelijkheid dragen, enz. Kortom, alle menselijke capaciteiten volwaardig tot uiting laten komen. De polis is m.a.w. meer dan een institutie, het is een morele en politieke gemeenschap, gericht op autonomie en zelf bestuur, waarin de directe democratie (zie hoofdstuk 11) als waarde en doel op zichzelf belangrijk is.

In Il Principe (vertaald als De Vorst of De Heerser) – een van de bekendste politieke boeken uit de geschiedenis – komt een andere invulling van (hetzelfde woord) politiek naar voren. Het gaat om de techniek van de macht, om de middelen die nodig zijn om macht te verwerven en te behouden, om de staat te beschermen. In de periode van Machiavelli ontstaan de staten. Het begrip staat is afgeleid van het Latijnse status regis, of ‘de toestand van de vorst’. Na verloop van tijd wordt het begrip onpersoonlijker, tot het niet langer betrekking heeft op een persoon die de macht bezit, maar op de staat als abstractum. Politiek krijgt dan de negatieve associatieve betekenis van de amorele kunst die beoefend moet worden om de staat tegen binnen- en buitenlandse vijanden te beschermen. Politiek verwijst dan naar het nieuwe verschijnsel staat en naar een techniek (sluw, geslepen) om met macht om te gaan. Nog een hele tijd zal er concurrentie zijn tussen dit begrip van politiek en het origineel van Aristoteles, dat verwees naar het bedachtzame, deugdelijke, weloverwogen bestuur op basis van wijsheid en inzicht (in het Latijn prudentia).

De bekende frase van Aristoteles dat de mens een zoön politikon is, moet niet zozeer vertaald worden als ‘politiek dier’, maar als ‘sociaal wezen’, d.w.z. iemand die met anderen samenleeft. Volgens Aristoteles zoekt de mens gezelschap van andere mensen op, eerst in een gezin, maar bij uitbreiding in een samenleving. Politieke samenlevingen en systemen ontstaan dus spontaan. Bij Aristoteles verwijst politiek, de meesterwetenschap, in zijn meest algemene betekenis naar de zoektocht naar de Goede Samenleving, naar het nastreven van het goede leven d.m.v. deelname aan de publieke zaak in de context van de polis. Politiek is bij Aristoteles altijd gebaseerd op dialoog, het is een sociale activiteit.

Wanneer op het einde van de 18de eeuw, met o.a. de Franse revolutie, nieuwe politieke stromingen ontstaan (conservatisme, liberalisme en later socialisme), groeit een nieuw, dynamisch begrip van politiek. Het verwijst niet meer naar Machiavelli’s mantenere lo stato, maar naar de organisatie binnen de staat. Het is een uitdrukking van het verlichtingsideaal dat de mens en de samenleving vervolmaakt kunnen worden en dat daarvoor handelingen nodig zijn. Politiek staat hier voor de manier waarop het gedachtegoed van nieuwe stromingen gerealiseerd moet worden. Het gaat om de tegenstelling tussen

Bij Niccolò Machiavelli (1469-1527) is politico of het vivere civile de uitdrukking van het republikeinse regime. Dat beschreef hij vooral in zijn Discorsi sopra la prima deca di

5 2015_Plattegrond_DEF.indb 5

21-08-15 08:52


Wat is Politiek?

Hoofdstuk 1

allerlei ideeën over hoe de samenleving georganiseerd moet zijn, om wat er moet gebeuren om het wenselijke te realiseren. Deze betekenis is vandaag nog steeds populair. Het einde van grote ideologische tegenstellingen wordt dan ook vaak als het einde van de politiek gezien.

gekleurde alcohol of kwik bij een zekere luchtdruk). De wetenschap beschikt hiermee over een algemeen aanvaard, objectief meetinstrument (de thermometer) om veranderingen in temperatuur heel precies te meten en zodoende ‘kouder’ of ‘warmer’ onmiskenbaar af te lezen. De ‘natuurlijke’ werkelijkheid heeft geen eigen taal, maar de wetenschap heeft een universele taal ontwikkeld om ondubbelzinnig over de natuur te communiceren.

Deze korte wandeling in de geschiedenis van het woord ‘politiek’ laat zien hoe hieraan verschillende betekenissen werden gegeven, niet enkel conceptuele, maar ook associatieve. Politiek als een groot moreel streven of als techniek om macht te behouden? Vandaag zijn er verschillende conceptuele en associatieve betekenissen van politiek in omloop. Bovendien beïnvloeden concrete verschijnselen in de politiek de hedendaagse betekenis van dit begrip. Sinds de klassieke oudheid is politiek omschreven als de zoektocht naar de beste staatsvorm om de menselijke deugden te realiseren, als de handelingen die nodig zijn om macht te verkrijgen, te behouden of uit te oefenen, als het handhaven van de vrede, als the art of government, als de organisatie van besluitvorming, als de kunst van het haalbare, als methoden ter verzoening van het onverzoenbare belangen, als …

De sociale werkelijkheid, daarentegen, zit barstensvol taal. De politicoloog moet zoals andere sociale wetenschappers over en binnen de samenleving in de taal van die samenleving over politiek communiceren. Hij beschikt niet over een ‘objectieve’ wetenschapstaal. In de politiek bestaat veel warmte en koude, maar geen objectieve thermometer die aanduidt wat de temperatuur nu precies is. De wetenschappelijke taal over politiek is de taal van de samenleving en dus van de politiek zelf. In de taal van de politiek is de betekenis van woorden de inzet van discussie en strijd. De filosoof W.B. Gallie (1955) heeft het over essentially contested concepts. Het gaat om concepten waarvan de essentie continu onderwerp van debat is: “what makes these concepts contested is the fact that they appear as signifiers with empirical referents, while they are actually essentially evaluative concepts. [...] Due to the fact that essentially contested concepts are loaded terms, they become inextricably tied to the normative agenda of the user of the word.” (Haugaard & Ryan 2012:10)

2.2  ESSENTIALLY CONTESTED CONCEPT? Zoveel tegelijk. Er bestaat geen door iedereen aanvaarde, onomstreden volledige betekenis van politiek. Vrijwel iedereen weet wat er ongeveer mee bedoeld wordt, maar de betekenis aflijnen is moeilijk. In de omgangstaal zorgt dat zelden voor problemen, in de wetenschap van de politiek is dat vervelend. Omschrijven wat temperatuur is, is niet evident, maar wellicht gemakkelijker dan het definiëren van het begrip politiek. Temperatuur duidt relatieve koude of warmte aan. Omdat het om een subjectieve waarneming gaat waarover iedereen een mening kan hebben (is het nu warm of niet?), zijn ‘koud’ en ‘warm’ woorden met een sterk associatieve betekenis. Temperatuur an sich heeft echter geen associatieve betekenis, het is de toeof afname van koude of warmte gemeten (operationele betekenis) via de daling of stijging van temperatuuraanduiding (bv. Celsius, Fahrenheit) op een thermometer, die als meetinstrument op zijn beurt gebaseerd is op natuurwetenschappelijke kennis (bv. uitzetting en krimping van

William Connolly gaat daar in zijn boek The Terms of Political Discourse (1983) verder op in en stelt dat alle centrale begrippen (macht, belang, vrijheid, elite, klassenstrijd, ideologie, etc.) in de politiek wezenlijk betwist zijn. De invulling van ‘politiek’ is open, zoals gezegd het onderwerp van ‘politieke’ strijd. Op de vraag ‘wat is politiek?’ bestaat “no incontrovertibly right answer. There are many key concepts in the study of politics that are ‘essentially contested’, including politics itself. These essentially contested concepts reflect differing and competing interpretations of the world and human society. A politics student needs to understand these competing perspectives and different answers, and weigh them against the available

6 2015_Plattegrond_DEF.indb 6

21-08-15 08:52


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789038225104 by Uitgeverij Lannoo - Issuu