Sportfederaties_Opmaak 1 15/06/15 08:51 Pagina I
ORGANISATIE EN MANAGEMENT VAN SPORTFEDERATIES IN VLAANDEREN RESULTATEN VAN HET VLAAMSE SPORTFEDERATIE PANEL 2.0 (VSFP2.0)
Sportfederaties_Opmaak 1 15/06/15 08:51 Pagina III
ORGANISATIE EN MANAGEMENT VAN SPORTFEDERATIES IN VLAANDEREN RESULTATEN VAN HET VLAAMSE SPORTFEDERATIE PANEL 2.0 (VSFP2.0)
Jeroen Scheerder Elien Claes Erik Thibaut
colofon_Opmaak 1 8/12/15 11:49 Pagina 1
Management & Bestuur in Sport (MBS) Reekseditor: Jeroen Scheerder MBS 1 Europa in beweging. Sport vanuit Europees perspectief (2007, herdruk 2009) Jeroen Scheerder, Charlotte Van Tuyckom & An Vermeersch (eds.) ISBN: 978 90 382 1170 1 MBS 2 Sport, bestuur en macht. Wedijver in een internationale arena (2009) Jeroen Scheerder & Bert Meulders (eds.) ISBN: 978 90 382 1479 5 MBS 3 Meten en weten over zweten. Methoden van sociaalwetenschappelijk sportonderzoek (2011) Charlotte Van Tuyckom, Steven Vos & Jeroen Scheerder ISBN: 978 90 382 1818 2 MBS 4 Beweging in beleid/beleid in beweging. Het publieke beheer van de sport- en bewegingssector (2012, eerste herziene uitgave 2013, tweede herziene uitgave 2014) Jeroen Scheerder & Hanne Vandermeerschen ISBN: 978 90 382 2026 0 MBS 5 Sport- en beweegmanagement in de Lage Landen. Strategisch en operationeel managen van sport- en beweegorganisaties (2012, tweede druk 2013) Steven Vos & Jeroen Scheerder ISBN: 978 90 382 1976 9 MBS 6 De regels van het spel. Management van sport en beweging (2014) Steven Vos & Jeroen Scheerder ISBN: 978 90 382 2313 1 MBS 7 De krijtlijnen van het speelveld. Organisatie en planning van sport en sportbeleid in Vlaanderen (2013, tweede druk 2014) Jeroen Scheerder & Steven Vos ISBN: 978 90 382 2082 6 MBS 8 Geen sportcultuur zonder sportinfrastructuur. Management en marketing van sportaccommodaties en sportevenementen (2015) Jeroen Scheerder & Steven Vos (eds.) ISBN: 978 90 382 2469 5 MBS 9 Organisatie en management van sportfederaties in Vlaanderen. Resultaten van het Vlaamse Sportfederatie Panel 2.0 (VSFP2.0) (2015) Jeroen Scheerder, Elien Claes & Erik Thibaut ISBN: 978 90 382 2507 4 Academia Press P. Van Duyseplein 8, 9000 Gent Tel. 09/233 80 88 Fax 09/233 14 09 Info@academiapress.be www.academiapress.be Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Opmaak: Le Pur et L’Impur Cover: Thomas Ameye Jeroen Scheerder, Elien Claes & Erik Thibaut Organisatie en management van sportfederaties in Vlaanderen Resultaten van het Vlaamse Sportfederatie Panel 2.0 (VSFP2.0) Gent, Academia Press, 2015, XVI + 422 p. ISBN 978 90 382 2507 4 D/2015/4804/128 NUR 843 U 2369 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of vermenigvuldigd door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Sportfederaties_Opmaak 1 15/06/15 08:51 Pagina V
“From a research perspective, the public governance of sport is something of a black box: we know it exists but we lack research insight as to how and why it functions.� Groeneveld (2009: 424)1
1
Groeneveld, M. (2009). European sport governance, citizens and the state. Public Management Review 11(4): 421-440.
V
Sportfederaties_Opmaak 1 15/06/15 08:51 Pagina VII
INHOUDSTAFEL GEEN SPORTCULTUUR ZONDER SPORTINFRASTRUCTUUR MANAGEMENT EN MARKETING VAN SPORTACCOMMODATIES EN SPORTEVENEMENTEN
INHOUDSTAFEL
VOORWOORD INLEIDING HOOFDSTUK 1 SPORTFEDERATIES IN TIJDSPERSPECTIEF
XI XIII 1
1. Sportfederaties van vroeger tot vandaag 2 1.1 Institutionalisering en de-institutionalisering van de clubgeorganiseerde sport 2 1.2 Middenveld, overheid en markt in de sportsector 8 1.3 Wetgevend kader 12 2. Sportfederaties vandaag 16 2.1 Sportfederaties: positie in de Vlaamse sportsector 16 2.2 Sportfederaties: tussen (inter)nationaal en (boven)lokaal niveau 20 2.3 Sportfederaties: input en output 22 3. Sportfederaties van vandaag naar morgen 25 3.1 Implicaties van het sportfederatiedecreet van 2001 25 3.2 De weg naar een nieuw decreet op de sportfederaties 26 HOOFDSTUK 2 SPORTFEDERATIES BESTUDEERD
31
1. Onderzoek naar sportfederaties in Vlaanderen 2. Toelichting bij het Vlaamse Sportfederatie Panel 2.0 2.1 Primaire bronnen 2.2 Secundaire bronnen 3. Categorisering van sportfederaties 3.1 Categorie 1: decreet 3.2 Categorie 2: capaciteit 3.3 Categorie 3: leden 3.4 Categorie 4: aanbod
32 33 33 38 40 42 42 45 48
HOOFDSTUK 3 SPORTFEDERATIES IN CIJFERS
51
1. Deelname aan clubsport 1.1 Evolutie van (club)sportparticipatie 1.2 Profiel van de clubsporter 1.3 Populariteit van sporten
52 52 59 81 VII
Sportfederaties_Opmaak 1 15/06/15 08:51 Pagina VIII
ORGANISATIE EN MANAGEMENT VAN SPORTFEDERATIES IN VLAANDEREN RESULTATEN VAN HET VLAAMSE SPORTFEDERATIE PANEL 2.0 (VSFP2.0)
VIII
2. Clubgeorganiseerd sportaanbod 2.1 Sportfederaties 2.2 Sportclubs 3. Financiële ondersteuning 3.1 Evolutie van subsidies 3.2 Financiële omvang 3.3 Subsidiëring naar kenmerken van sportfederaties
84 84 93 100 101 105 107
HOOFDSTUK 4 TRANSPARANTIE EN COMMUNICATIE
115
1. Analyse van statuten en websites 1.1 Algemeen 1.2 Per item 2. Samenstelling van de Raad van Bestuur 3. Besluit 3.1 Algemene resultaten 3.2 Resultaten op clusterniveau
116 117 121 134 135 135 136
HOOFDSTUK 5 GOOD GOVERNANCE
137
1. Good governance: what’s in a name 2. Good governance bij Vlaamse sportfederaties 2.1 Leeswijzer bij de spindiagrammen 2.2 Management en communicatie (GG1) 2.3 Kennis en ontwikkeling (GG2) 2.4 Strategie en ethiek (GG3) 2.5 Bereik van doelgroepen (GG4) 2.6 Extra stellingen 3. Besluit 3.1 Algemene resultaten 3.2 Resultaten op clusterniveau
138 141 141 142 154 164 172 178 181 181 183
HOOFDSTUK 6 DIENSTVERLENING
185
1. Dienstverlening: what’s in a name? 2. Dienstverlening bij Vlaamse sportfederaties 2.1 Strategische positionering (DV1) 2.2 Personeel (DV2) 2.3 Dienstenbeleid (DV3) 2.4 Perceptie en kwaliteit (DV4) 2.5 Communicatie (DV5) 2.6 Perceptie over samenwerking (DV6) 2.7 Huidige samenwerkingsverbanden (DV7)
186 189 195 205 209 215 220 231 234
Sportfederaties_Opmaak 1 15/06/15 08:51 Pagina IX
INHOUDSTAFEL
2.8 Perceptie over concurrentie (DV8) 2.9 Verandering/vernieuwing (DV9) 2.10 Perceptie over verandering/vernieuwing algemeen (DV10) 3. Besluit 3.1 Algemene resultaten 3.2 Resultaten op clusterniveau
242 247 253 260 260 263
HOOFDSTUK 7 INNOVATIE
267
1. Innovatie als kans voor de federatie- en clubgeorganiseerde sport 1.1 Naar een sportfederatie versie 2.0? 1.2 Conceptueel kader voor innovatie 2. VSFP1.0 en VSFP2.0: verandering en vernieuwing 2.1 Verandering en vernieuwing binnen de Vlaamse sportfederaties 2.2 Perceptie over verandering en vernieuwing bij de Vlaamse sportfederaties 2.3 FinanciĂŤle (on)afhankelijkheid van overheidssubsidies 3. Innovatie in de praktijk 3.1 Praktijkvoorbeelden uit Vlaanderen 3.2 Praktijkvoorbeelden uit het buitenland
268 268 271 278 278 281 284 286 286 288
UITLEIDING
289
REFERENTIES
295
APPENDICES Appendix A: Overzicht van de indelingen volgens de tien criteria Appendix B: Overzicht van de sportfederaties en gehanteerde afkortingen Appendix C: Figuren statuten- en websitesanalyse Appendix D: Tabellen en spindiagrammen good governance Appendix E: Tabellen en spindiagrammen dienstverlening Appendix F: Tabellen en spindiagrammen verandering/vernieuwing VSFP1.0 – VSFP2.0
305 305 325 328 337 355
BIOGRAFIE AUTEURS
421
418
IX
Sportfederaties_Opmaak 1 15/06/15 08:51 Pagina XI
VOORWOORD GEEN SPORTCULTUUR ZONDER SPORTINFRASTRUCTUUR MANAGEMENT EN MARKETING VAN SPORTACCOMMODATIES EN SPORTEVENEMENTEN
VOORWOORD
De georganiseerde sportsector, sportfederaties en clubs in eerste instantie, staat vandaag voor een aantal uitdagingen van formaat. Zowel huidige als toekomstige leden hebben andere verwachtingen dan voorheen. De sector dient in te spelen op een snel evoluerende maatschappelijke context. De getrouwheid van leden, inzet van vrijwilligers en een regelmatig engagement staan meer en meer onder druk. Clubs en sportfederaties kunnen door middel van professionalisering en een aangepast vrijwilligersbeleid beter inspelen op het steeds sneller wijzigende verwachtingspatroon van de sporters. Om die uitdagingen succesvol aan te kunnen, hebben sportorganisaties in een eerste fase nood aan een kritische kijk op hun functioneren. Het onderzoek van professor Scheerder en zijn team, naar management, bestuurlijke aspecten en intern beleid van de federaties, geeft een onverbloemd beeld van hoe sportfederaties momenteel in de huidige maatschappelijke context functioneren en zich positioneren in het Vlaamse sportlandschap. Voor vele organisaties kan deze studie worden beschouwd als een nulmeting, waarop onder andere de toekomstvisie en het beleid van federaties kan worden geĂŤnt. De invalshoek van dit onderzoek en de verspreiding van de resultaten ervan zijn vrij uniek in Vlaanderen. Ik wil professor Scheerder en zijn team dan ook bedanken voor deze waardevolle bijdrage aan de verdere ontwikkeling van onze sector. Lode Grossen Voorzitter Vlaamse Sportfederatie
XI
Sportfederaties_Opmaak 1 15/06/15 08:51 Pagina XIII
INLEIDING
INLEIDING
Sportfederaties spelen een belangrijke rol in het aanbieden van sportactiviteiten. Bijna anderhalf miljoen Vlamingen komen dankzij het clubgeorganiseerde aanbod op een actieve manier met sport in contact. In die zin bekleden sportfederaties een aanzienlijke maatschappelijke functie. Zij bekleden een intermediaire positie tussen lokale sport op clubniveau en internationale sport op topniveau enerzijds, en fungeren als een brug tussen de sportieve burger en de centrale overheid anderzijds. Bovendien voeren de sportfederaties ook heel wat doelstellingen van het Vlaamse sportbeleid uit. Voor de realisatie van deze taken worden de sportfederaties in sterke mate ondersteund door de overheid. Het wetgevende kader daarvoor is het decreet op de sportfederaties van 13 juli 2001. Vandaag staan sportfederaties voor belangrijke uitdagingen. Heel wat sportparticipanten zijn veeleisende consumenten geworden, op zoek naar een kwalitatief en flexibel aanbod. Bovendien blijken steeds meer mensen hun sportgading buiten de club te vinden, met name in het anders- en lichtgeorganiseerde aanbod. Denken we maar aan de populariteit van heel wat laagdrempelige sportinitiaties à la Start to Run, sportieve massa-evenementen zoals stadslopen en wielertochten of informele, zelfgeorganiseerde groepen waar in licht verband gesport wordt. Andere en nieuwe sport- en beweegbehoeften zijn vandaag legio. Niet alleen het profiel van de (potentiële) beoefenaars is gewijzigd, ook dat van de aanbieders is sterk geëvolueerd. Sportvraag en sportaanbod houden elkaar in evenwicht. Naast federaties en clubs, bieden ook overheden, commerciële actoren en andere middenveldorganisaties vandaag heel wat sportactiviteiten aan, en dit zowel voor een competitief als recreatief publiek. Federaties en clubs beschikken niet langer over een monopolie wat het organiseren van sport betreft. Bijgevolg is ook de positie van de georganiseerde sport aan verandering onderhevig. Sport staat niet los van de samenleving en de verschuivingen die zich binnen de samenleving voordoen – denken we maar aan vergrijzing, verkleuring, commercialisering, individualisering of medicalisering – hebben ook een impact op het sportgebeuren. Heel wat van deze ontwikkelingen vormen belangrijke uitdagingen, maar tegelijkertijd ook kansen voor de georganiseerde sportsector. In het voorliggende boek staat het Vlaamse sportfederatielandschap centraal. Meer bepaald handelt dit werk over hoe dit landschap zich gedurende de voorbije decennia ontwikkeld heeft, wat de positie en betekenis van sportfederaties is, en hoe sportfederaties vandaag invulling geven aan hun bestuurlijke en dienstverle-
XIII
Sportfederaties_Opmaak 1 15/06/15 08:51 Pagina XIV
ORGANISATIE EN MANAGEMENT VAN SPORTFEDERATIES IN VLAANDEREN RESULTATEN VAN HET VLAAMSE SPORTFEDERATIE PANEL 2.0 (VSFP2.0)
nende taken. De focus zal voornamelijk op dit derde element liggen, en aldus op aspecten van organisatie en management. We maken daarvoor uitgebreid gebruik van de gegevens die verzameld werden in het kader van het Vlaamse Sportfederatie Panel 2.0 (VSFP2.0). In 2010 werd met de eerste wave van het VSFP van start gegaan (zie Scheerder et al., 2012). Vier jaar later, in de zomer van 2014, werd de tweede wave gelanceerd. De eerste wave stond in het teken van het innovatie- en prestatiemanagement van Vlaamse sportfederaties. In de tweede wave ligt de focus op good governance en de dienstverlening van Vlaamse sportfederaties. In dit boek zullen we hoofdzakelijk rapporteren over de bevindingen uit de tweede wave. Waar mogelijk zullen we echter ook een vergelijking doorheen de tijd maken. Onderzoek naar de werking van sportfederaties kan inzichten bieden om de positie en de betekenis van deze actoren te versterken. Ook voor overheidsinstanties kan het aangereikte studiemateriaal een meerwaarde betekenen bij het verder uitstippelen en vormgeven van het toekomstige beleid inzake de federatie- en clubgeorganiseerde sport. Dit boek bestaat uit zeven hoofdstukken (zie Figuur 1). In een eerste hoofdstuk worden de Vlaamse sportfederaties bekeken vanuit een tijdsperspectief. We werpen een blik op het verleden, het heden en de toekomst van deze sector. Vervolgens geven we in hoofdstuk twee toelichting bij de opzet van het onderzoek, het verzamelde onderzoeksmateriaal en de gehanteerde methode. Vanaf het derde hoofdstuk worden de resultaten gepresenteerd van het Vlaamse Sportfederatie Panel 2.0 (VSFP2.0). In hoofdstuk drie maken we een analyse van de vraag- en aanbodzijde, alsook van de financiĂŤle ondersteuning van de sportfederaties. In hoofdstuk vier onderzoeken we, op basis van een verkennende website- en statuten-analyse, in welke mate de Vlaamse sportfederaties transparant zijn en in welke mate ze communiceren over diverse aspecten van hun werking en aanbod. In de hoofdstukken vijf en zes worden de resultaten gerapporteerd van de online bevraging bij de Vlaamse sportfederaties. Deze hoofdstukken hebben respectievelijk betrekking op aspecten van good governance en dienstverlening. Het zevende en laatste hoofdstuk focust op innovatie binnen het Vlaamse sportfederatielandschap. Tot slot worden de belangrijkste bevindingen op een rijtje gezet.
XIV
Sportfederaties_Opmaak 1 15/06/15 08:51 Pagina XV
INLEIDING
Figuur 1 Schematisch overzicht van de opbouw van het boek
Met dit werk wensen we een empirisch onderbouwde bijdrage te leveren tot de kennis en het inzicht van de sportfederatiesector in Vlaanderen. We richten ons daarbij niet uitsluitend tot de sportfederaties zelf. Ook voor andere sectoren binnen en buiten de sport kunnen de gepresenteerde resultaten relevant zijn. Voor studenten en andere geĂŻnteresseerden kan dit werk ook een eerste kennismaking zijn met de organisatie en werking van sportfederaties in Vlaanderen. Dit boek vormt het negende nummer in Management en Bestuur in Sport (MBS). In deze reeks ligt de focus op de sociaalwetenschappelijke analyse van sport en beleid. Jeroen Scheerder, Elien Claes en Erik Thibaut Juni 2015
XV
Sportfederaties_Opmaak 1 15/06/15 08:51 Pagina 1
Hoofdstuk 1
SPORTFEDERATIES IN TIJDSPERSPECTIEF
Sportfederaties_Opmaak 1 15/06/15 08:51 Pagina 2
ORGANISATIE EN MANAGEMENT VAN SPORTFEDERATIES IN VLAANDEREN RESULTATEN VAN HET VLAAMSE SPORTFEDERATIE PANEL 2.0 (VSFP2.0)
1
Sportfederaties van vroeger tot vandaag
1.1
Institutionalisering en de-institutionalisering van de clubgeorganiseerde sport
De bakermat van de moderne sport ligt in het 18de- en 19de-eeuwse Engeland (Guttmann, 2004; Mandell, 1984). Doorgaans wordt de ontwikkeling van de moderne sportbeweging in verband gebracht met de opkomst van de industriële samenleving en de daaraan gekoppelde processen van verstedelijking, modernisering en bureaucratisering (Renson, 1975; Stokvis, 2010). In de periode van de industriële revolutie werden met name aan de Engelse public schools sportachtige vermaken2 omgevormd tot moderne sporten. Men spreekt in deze context van een versportingsproces (zie Elias & Dunning, 1986). Kenmerkend daarbij was het ontstaan van een ‘teamkarakter’ (Kugel, 1977: 130-131). Vaste sportploegen werden opgericht, waaruit later de eerste sportclubs zouden ontstaan. Sporten als cricket, golf en rugby, maar ook voetbal, hockey, atletiek, roeien, badminton, paardrijden, etc. hebben allemaal onmiskenbaar Britse roots. In de periode waarin GrootBrittannië tot een imperiale grootmacht zou uitgroeien, hebben de Britten ‘hun’ sporten vervolgens wereldwijd geëxporteerd (Mangan, 1986). Gebaseerd op het industriële productieproces kunnen onder meer rationalisatie en kwantificatie als belangrijke kenmerken van de moderne sport worden beschouwd (zie Guttmann, 1978). Indien atleten en teams zich op een gelijke manier met elkaar wilden meten, was het van belang gestandaardiseerde reglementen voorop te stellen en na te leven. Ook het beoordelen van prestaties en het bijhouden van records veronderstellen een vorm van standaardisatie. Al vlug bleek er bijgevolg nood te zijn aan een administratieve en organisatorische omkadering. Dit luidde het ontstaan in van de eerste bovenlokale sportorganisaties, lees: de eerste nationale sportbonden (Stokvis, 2010). De oprichting van nationale – en nadien internationale – sportbonden neemt een belangrijke plaats in het hierboven aangehaalde versportingsproces (Dejonghe, 2010: 12-13). Nationale sportbonden werden niet alleen opgericht om gestandaardiseerde regels op te stellen, maar ook om nationale competities te organiseren, resultaten en records te homologeren, nationale kampioenen aan te duiden, nationale teams te selecteren in functie van internationale competities, etc. (Stokvis, 2010: 104). De eerste sportbonden werden in de 19de eeuw in Groot-Britannië opgericht, denken we maar aan voetbal (1863), zwemmen, (1869), rugby (1871), atletiek (1880), tennis (1888), etc. (Demasure, 1989; Guttmann, 2004; Renson, 1975). De oprichting van sportfederaties op het Europese vasteland zou spoedig volgen. 2
2
Die sportachtige vermaken hadden de Engelsen evenwel gedurende de voorgaande eeuwen zelf ontleend van Frankrijk en Italië (Guttmann, 2004; Rijsdorp, 1977: 47).
Sportfederaties_Opmaak 1 15/06/15 08:51 Pagina 3
HOOFDSTUK 1 SPORTFEDERATIES IN TIJDSPERSPECTIEF
Zo werden in België heel wat – toen nog nationale – sportfederaties vóór de Tweede en zelfs nog vóór de Eerste Wereldoorlog opgericht. In Tabel 1.1 geven we een overzicht van de oprichtingsjaartallen van de eerste sportbonden in België. Tabel 1.1 jaartal 1865 1882 1887 1889 1892 1895 1902 1902 1904 1907 1912 1912 1921 1921 1927 1931 1933 1934
Oprichting van nationale sportbonden in België3 sportfederatie Belgische Turnbond Belgische Wielerbond Belgische Roeibond Belgische Loopbond4 Belgische Katholieke Turnbond Belgische Unie van Atletieksportverenigingen5 Belgische Zwembond Belgische Tennisbond Socialistische Turnbond Belgische Hockeybond Belgische Atletiekbond Belgische Voetbalbond Belgische Zeilbond Belgische Korfbalbond Belgische Basketbalbond Belgische Rugbybond Belgische Tafeltennisbond Belgische Kanobond Bronnen: Rosseel (1985); Van Meerbeek (1993)
Ook van Vlaamse sportfederaties was reeds sprake in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw, denk bijvoorbeeld aan de Vlaamse Atletiekbond, de Vlaamse Boksbond, de Vlaamse Kaatsbond, de Vlaamse Rol- en IJsschaatsbond, de Vlaamse Tennisfederatie, de Vlaamse Voetbalbond, de Vlaamse Wielerunie en de
3
4
5
In deze tabel geven we een Nederlandse vertaling van de verschillende sportbonden. De oorspronkelijke benaming was doorgaans in het Frans. We spreken in de vertaling consistent van ‘bond’, hoewel in de (latere) Nederlandse benamingen van de nationale sportbonden ook van ‘federatie’, ‘verbond’, ... gesproken werd. De Fédération belge des Sociétés de Courses à Pied werd mogelijk vroeger dan 1889 gesticht (Van Schoore in Demasure, 1989: 7). De Union belge des Sociétés de Sports Athlétiques (UBSSA) was een sportfederatie die uit meerdere sportsecties bestond, namelijk voetbal, atletiek, wielrennen, hockey, boksen en tennis (Demasure, 1989: 9).
3
Sportfederaties_Opmaak 1 15/06/15 08:51 Pagina 4
ORGANISATIE EN MANAGEMENT VAN SPORTFEDERATIES IN VLAANDEREN RESULTATEN VAN HET VLAAMSE SPORTFEDERATIE PANEL 2.0 (VSFP2.0)
Vlaamse Zwembond6 (Renson, 2006; Scheerder et al., 2011c). Hun oprichting was voornamelijk het gevolg van de taaldiscriminatie die Vlamingen ondervonden in het Belgische sportbestel (Renson, 2000). Deze regionale bonden waren verenigd in het Algemeen Vlaams Sportverbond (AVS), maar zouden na WOII opnieuw opgeslorpt worden door de nationale bonden (Renson, 2006; Renson & Delheye, 2000). Een heuse en decretaal verankerde opsplitsing van de nationale sportbonden in een Franstalige en een Nederlandstalige vleugel zou er evenwel pas veertig jaar later komen met het in werking treden van het zogenaamde ‘splitsingsdecreet’ van 1977 (infra). Naar aanleiding van de culturele autonomie was er immers een einde gekomen aan de unitaire sportadministratie zodat Vlaanderen en Wallonië – en later ook de Duitstalige Gemeenschap – een volwaardig en onafhankelijk sportbeleid konden voeren (Scheerder & Vos, 2013). Reeds van bij haar ontstaan streefde de moderne sport naar een autonome organisatiecultuur, zonder al te veel inmenging en bemoeienis van buitenaf (Scheerder & Vandermeerschen, 2014). De moderne sportbeweging heeft met name altijd veel belang gehecht aan een sterke mate van (overheids)onafhankelijkheid en zelfregulatie (Chappelet, 2010). Szymanski (2006) stelt dat de moderne sport in Groot-Brittannië tot ontwikkeling kon komen juist omdat de overheid zich aldaar sinds de Verlichting steeds minder bemoeide met (het controleren van) het verenigingsleven. In het Angelsaksische organisatiemodel staan liberale waarden zoals vrijheid, zelfredzaamheid, particulier initiatief, etc. centraal. Een van de basisprincipes waarop de clubgeorganiseerde sport gebouwd is, betreft dan ook de idee dat sport en overheid best zoveel en zover mogelijk van elkaar gescheiden zouden zijn. De sterke drang naar autonomie die de moderne sport kenmerkt, verklaart ook grotendeels de relatief lange aanloop, onder meer in België, tot de oprichting van een sterke overheidsadministratie bevoegd voor sport. Het zelfregulerende en hiërarchische karakter van de club- en federatiegebonden sport heeft ook met zich meegebracht dat er in de sportsector – in tegenstelling tot andere sectoren – pas relatief recent aandacht is gekomen voor aspecten van onder meer good governance (cf. Chaker, 2004; Council of Europe, 2012; IOC, 2008; Katwala, 2000; zie ook verder in dit boek). Tot medio vorige eeuw waren sportclubs en sportfederaties zo goed als de enige actoren die sturing en vorm gaven aan de sportpraktijk. Het sportaanbod dat door deze actoren werd verzorgd, focuste in sterke mate op de competitiesport in
6
4
Met uitzondering van de Vlaamse Atletiekbond en de Vlaamse Tennisfederatie werden de hier opgesomde sportbonden erkend door het toenmalige Commissariaat-Generaal voor Lichamelijke Opvoeding en Sport (CGLOS). Het CGLOS was een nationale sportadministratie die tijdens WOII bestond en waarbinnen voor Vlaanderen en Wallonië een afzonderlijke commissaris was aangesteld (Renson, 2006: 90-91).