Skip to main content

9789038224954

Page 1

Vennootschapsrecht 2015_Opmaak 1 10/08/15 16:55 Pagina III

Harald De Muynck –

Kevin De Muynck

Vennootschapsrecht in België

EDITIE 2015


Vennootschapsrecht 2015_Opmaak 1 10/08/15 16:55 Pagina IV

©

Academia Press P. Van Duyseplein 8 9000 Gent Tel. 09/233 80 88 Info@academiapress.be

Fax 09/233 14 09 www.academiapress.be

Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv.

Vormgeving & zetwerk: bvba Le Pur et l’Impur De Muynck, Harald & De Muynck, Kevin Vennootschapsrecht in België Gent, Academia Press, 2015, XIV + 288p. ISBN 978 90 382 2495 4 D/2015/4804/116 NUR1 826 U2357 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of vermenigvuldigd door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Vennootschapsrecht 2015_Opmaak 1 10/08/15 16:55 Pagina V

Inhoudsopgave

Woord vooraf

XIII

Hoofdstuk 1 – Inleidende begrippen 1.1. De vennootschap 1.1.1. Een contract 1.1.2. Personen 1.1.3. Iets in gemeenschap brengen 1.1.4. Nauwkeurig omschreven activiteit 1.1.5. Vermogensvoordeel 1.2. De handelsvennootschap met rechtspersoonlijkheid 1.2.1. Handelsvennootschap 1.2.2. Rechtspersoonlijkheid 1.2.3. Soorten handelsvennootschappen met rechtspersoonlijkheid 1.3. De oprichting en openbaarmakingsformaliteiten van een handelsvennootschap 1.3.1. De oprichting 1.3.2. De openbaarmakingsformaliteiten 1.4. De naamgeving van een vennootschap 1.5. De jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening 1.5.1. De jaarrekening 1.5.2. Het jaarverslag 1.5.3. De geconsolideerde jaarrekening 1.5.4. Het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening 1.5.5. Openbaarmaking van de (geconsolideerde) jaarrekening 1.6. De controle van de (geconsolideerde) jaarrekening 1.6.1. De controle 1.6.2. De benoeming van de commissaris(sen) 1.6.3. De bevoegdheden van de commissaris(sen) 1.6.4. Het controleverslag 1.6.5. De controle in ondernemingen met ondernemingsraad 1.6.6. De aansprakelijkheid van de commissaris 1.7. Nietigheid en einde van de vennootschap 1.7.1. Principe van nietigheid

V

1 1 2 5 6 11 13 14 14 14 15 16 16 22 36 39 39 40 41 42 42 46 47 47 48 51 52 53 53 53


Vennootschapsrecht 2015_Opmaak 1 10/08/15 16:55 Pagina VI

Vennootschapsrecht in België 1.7.2. 1.7.3. 1.7.4.

Het einde van de vennootschap De vereffening van een vennootschap Ontbinding en vereffening in één akte

Hoofdstuk 2 – De naamloze vennootschap (NV) 2.1. De oprichtingsvoorwaarden 2.1.1. Het aantal vennoten 2.1.2. Wijze van oprichting 2.1.3. Het kapitaal 2.2. De aansprakelijkheid 2.3. De effecten en hun overdracht en overgang 2.3.1. De vorm van de effecten 2.3.2. De categorieën van effecten 2.3.3. Overdracht en overgang van effecten 2.4. De organen van een NV 2.4.1. Raad van bestuur 2.4.2. Algemene vergadering van aandeelhouders 2.4.3. Algemene vergadering van obligatiehouders 2.5. Bepalingen inzake kapitaalwijziging 2.5.1. Kapitaalverhoging 2.5.2. Kapitaalvermindering 2.5.3. Aflossing van het kapitaal 2.5.4. Winstverdeling 2.6. Einde van de NV 2.6.1. Nietigheid 2.6.2. Afloop van de duur 2.6.3. Voltrekking van het maatschappelijk doel 2.6.4. De gerechtelijke ontbinding om een wettige reden 2.6.5. Door een besluit van de algemene vergadering der aandeelhouders 2.6.6. Eénhoofdig worden 2.6.7. Verlies van maatschappelijk kapitaal 2.7. Openbaar beroep op spaarwezen Hoofdstuk 3 – De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BVBA) 3.1. De oprichtingsvoorwaarden 3.1.1. Het aantal vennoten 3.1.2. Oprichtingsformaliteiten 3.1.3. Het kapitaal 3.2. De aansprakelijkheid 3.3. De effecten en hun overdracht en overgang 3.3.1. De vorm van de effecten 3.3.2. De categorieën van effecten 3.3.3. Overdracht van effecten 3.4. De organen van een BVBA 3.4.1. De zaakvoerders 3.4.2. Algemene vergadering van vennoten

VI

55 56 59 61 61 61 62 64 66 67 67 71 75 77 77 85 94 98 98 105 106 106 109 109 109 109 109 110 110 110 111

113 113 113 114 115 118 119 119 120 122 123 123 126


Vennootschapsrecht 2015_Opmaak 1 10/08/15 16:55 Pagina VII

Inhoudsopgave

3.5.

3.6.

3.7.

3.4.3. Algemene vergadering van obligatiehouders Bepalingen inzake kapitaalwijzigingen 3.5.1. Kapitaalverhoging 3.5.2. Kapitaalvermindering 3.5.3. Winstverdeling Einde van de BVBA 3.6.1. Nietigheid van de BVBA 3.6.2. Afloop van de duur 3.6.3. Voltrekking van het maatschappelijk doel 3.6.4. De gerechtelijke ontbinding om een wettige reden 3.6.5. Door een besluit van de algemene vergadering der vennoten 3.6.6. Eénhoofdig worden 3.6.7. Verlies van het maatschappelijk kapitaal BVBA Starter

129 130 130 133 134 135 135 136 136 136 136 136 137 137

Hoofdstuk 4 – De coöperatieve vennootschappen (CVBA en CVOA) 4.1. De oprichtingsvoorwaarden 4.1.1. Het aantal vennoten 4.1.2. Wijze van oprichting 4.1.3. Het kapitaal 4.2. De aansprakelijkheid 4.3. Effecten en hun overdracht en overgang 4.3.1. Vorm en categorieën van effecten 4.3.2. Overdracht en overgang van aandelen 4.4. De organen van een coöperatieve vennootschap 4.4.1. Bestuur 4.4.2. Algemene vergadering van vennoten 4.5. Bepalingen inzake kapitaalwijziging 4.5.1. Kapitaalverhoging 4.5.2. Vermindering van het vaste gedeelte van het kapitaal 4.5.3. Uitkering van de waarde van de aandelen 4.5.4. Winstverdeling 4.6. Einde van de coöperatieve vennootschap 4.6.1. Nietigheid 4.6.2. Afloop van de duur 4.6.3. Voltrekking van het maatschappelijk doel 4.6.4. De gerechtelijke ontbinding om een wettige reden 4.6.5. Door een besluit van de algemene vergadering der aandeelhouders 4.6.6. Eénhoofdig worden 4.6.7. Verlies van maatschappelijk kapitaal

147 148 148 148 149 152 152 152 153 156 156 156 159 159 161 162 162 162 162 163 163 163

Hoofdstuk 5 – De vennootschap onder firma (V.O.F.) 5.1. Firma 5.2. Oprichtingsvoorwaarden 5.2.1. Het aantal vennoten 5.2.2. Wijze van oprichting

167 167 167 167 168

VII

163 163 164


Vennootschapsrecht 2015_Opmaak 1 10/08/15 16:55 Pagina VIII

Vennootschapsrecht in België

5.3. 5.4. 5.5. 5.6.

5.2.3. Het kapitaal De aansprakelijkheid De deelnemingen en hun overdracht Organen van een V.O.F. Einde van de V.O.F. 5.6.1. Afloop van de duur 5.6.2. Tenietgaan van de zaak of voltrekking van de handeling 5.6.3. De éénhoofdigheid van de V.O.F. 5.6.4. Door de vennoten

168 168 169 170 171 171 171 172 172

Hoofdstuk 6 – De gewone commanditaire vennootschap (Comm.V) 181 6.1. Oprichtingsvoorwaarden 181 6.1.1. Het aantal vennoten 181 6.1.2. Wijze van oprichting 182 6.1.3. Het kapitaal 182 6.2. De deelnemingen en hun overdracht 182 6.3. De organen 182 Hoofdstuk 7 – De commanditaire vennootschap op aandelen (Comm. VA) 7.1. Oprichtingsvoorwaarden 7.2. Aansprakelijkheid 7.3. De effecten en hun overdracht 7.4. Organen

187 187 187 187 188

Hoofdstuk 8 – Vennootschappen met een sociaal oogmerk (VSO) 8.1. Kenmerken

191 191

Hoofdstuk 9 – De landbouwvennootschap (LV) 9.1. Algemene bepalingen 9.2. Oprichting en samenstelling van het kapitaal 9.3. Effecten en hun overdracht 9.3.1. De effecten 9.3.2. Overdracht van aandelen 9.4. De organen van de landbouwvennootschap 9.4.1. Bestuur 9.4.2. Algemene vergadering van vennoten 9.5. Controle 9.6. Winstverdeling 9.7. Ontbinding

195 195 196 197 197 197 198 198 199 200 201 201

Hoofdstuk 10 – Het economisch samenwerkingsverband (ESV) 10.1. Het doel 10.2. De oprichting 10.3. Aansprakelijkheid 10.4. Uittreding en uitsluiting 10.5. Bestuur en vertegenwoordiging

203 203 204 205 205 206

VIII


Vennootschapsrecht 2015_Opmaak 1 10/08/15 16:55 Pagina IX

Inhoudsopgave 10.5.1. Zaakvoerder 10.5.2. De vergadering van de leden 10.6. Ontbinding

206 207 209

Hoofdstuk 11 – Het Europees economisch samenwerkingsverband (EESV) 211 11.1. Het doel 211 11.2. Beperkingen 211 11.3. Leden 212 11.4. De oprichtingsovereenkomst 213 11.5. De organen 213 11.5.1. De gezamenlijk handelende leden 214 11.5.2. De bestuurder(s) 214 11.6. De ontbinding 215 Hoofdstuk 12 – De maatschap, de tijdelijke handelsvennootschap en de stille vennootschap 217 12.1. De maatschap 217 12.1.1. Definitie 217 12.1.2. Kenmerken 217 12.2. De tijdelijke handelsvennootschap 218 12.2.1. Definitie 218 12.2.2. Kenmerken 218 12.3. De stille handelsvennootschap 218 12.3.1. Definitie 218 12.3.2. Kenmerken 219 Hoofdstuk 13 – De Europese vennootschap (SE) 13.1. Definitie 13.1.1. Naamloze vennootschap 13.1.2. Rechtspersoonlijkheid 13.1.3. Kapitaal 13.1.4. Aansprakelijkheid 13.2. Wijze van oprichting 13.2.1. Oprichting via een fusie 13.2.2. Oprichting door middel van de oprichting van een holding-SE 13.2.3. Oprichting door middel van de oprichting van een dochter-SE 13.2.4. Oprichting door de omvorming van een ‘gewone’ naamloze vennootschap 13.3. Organen van de Europese naamloze vennootschap 13.3.1. De algemene vergadering van aandeelhouders 13.3.2. Het dualistisch stelsel 13.3.3. Het monistisch stelsel 13.4. Jaarrekening en geconsolideerde jaarrekening 13.5. Ontbinding, liquidatie, insolventie en staking van betaling

221 221 221 221 222 222 222 222 223 223 223 224 224 225 227 228 228

IX


Vennootschapsrecht 2015_Opmaak 1 10/08/15 16:55 Pagina X

Vennootschapsrecht in België Hoofdstuk 14 – De Europese coöperatieve vennootschap (SCE) 14.1. De oprichting 14.1.1. Wijze van oprichting 14.1.2. De oprichtingsakte 14.2. Doel 14.3. Kapitaal 14.4. Organen 14.4.1. De algemene vergadering van vennoten 14.4.2. Het dualistisch stelsel 14.4.3. Het monistisch stelsel 14.4.4. De jaarrekening 14.4.5. Ontbinding en omzetting

229 229 229 230 230 230 231 231 231 232 233 233

Hoofdstuk 15 – De vereniging zonder winstoogmerk (vzw) 15.1. Omschrijving 15.1.1. Rechtspersoonlijkheid 15.1.2. Zonder winstoogmerk 15.1.3. De leden van de vereniging 15.2. De algemene vergadering 15.2.1. De bijeenroeping 15.2.2. De taken 15.3. De boekhouding 15.3.1. Algemeen 15.3.2. Kleine vzw’s 15.3.3. Grote vzw’s 15.4. De openbaarmakingsformaliteiten 15.4.1. Het verenigingsdossier 15.4.2. De publicatie in het Belgisch Staatsblad 15.5. Het einde van de vereniging 15.5.1. De nietigheid 15.5.2. De ontbinding 15.5.3. De omzetting naar een vennootschap

235 235 235 238 239 239 239 240 241 241 241 244 246 246 247 254 254 254 256

Hoofdstuk 16 – De stichting 16.1. Omschrijving 16.1.1. Rechtshandeling 16.1.2. Aanwending van een vermogen 16.1.3. Belangeloos doel 16.1.4. Private stichting – stichting van openbaar nut 16.2. De oprichting 16.3. Het bestuur 16.4. De boekhouding 16.5. Het einde van de stichting

259 259 259 259 260 260 261 263 263 264

Hoofdstuk 17 – Corporate Governance 17.1. Corporate governance in grote ondernemingen 17.1.1. Inleiding

265 265 265

X


Vennootschapsrecht 2015_Opmaak 1 10/08/15 16:55 Pagina XI

Inhoudsopgave 17.1.2. Het directiecomité van een NV 17.1.3. De vaste vertegenwoordiger 17.1.4. Zaakvoerder bij een BVBA 17.1.5. Belangenconflictenregeling 17.1.6. Onafhankelijke bestuurders 17.1.7. Algemene vergadering der aandeelhouders 17.1.8. Onafhankelijke commissarissen 17.2. Corporate governance in kleine en middelgrote ondernemingen 17.2.1. Inleiding 17.2.2. Aanbevelingen voor alle niet-beursgenoteerde ondernemingen 17.2.3. Aanbevelingen voor familiale ondernemingen 17.2.4. Aanbevelingen voor kleine niet-beursgenoteerde ondernemingen

266 266 267 267 267 270 272 274 274

279

Bibliografie

283

Wetteksten

285

Van dezelfde auteur

287

274 278

XI


Vennootschapsrecht 2015_Opmaak 1 10/08/15 16:55 Pagina XII


Vennootschapsrecht 2015_Opmaak 1 10/08/15 16:55 Pagina XIII

Woord vooraf

Dit werk heeft als hoofddoel de lezer kennis te laten maken met de basisprincipes van het vennootschapsrecht. Eerder dan in te gaan op technische details en juridische spitsvondigheden werd er hier dan ook geopteerd om de lezer wegwijs te maken in de hoofdkenmerken van een vennootschap in het algemeen en de voornaamste vennootschapsvormen in het bijzonder. Achtereenvolgens worden de naamloze vennootschap, de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, de coöperatieve vennootschappen, de vennootschap onder firma en de commanditaire vennootschappen besproken. Er wordt eveneens stilgestaan bij de minder gekende vormen zoals de vennootschap met een sociaal oogmerk, de landbouwvennootschap, de economische samenwerkingsverbanden, de maatschap, de tijdelijke vennootschap, de stille vennootschap en de Europese (coöperatieve) vennootschappen. Daarnaast wordt eveneens aandacht besteed aan de verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, en er is eveneens een hoofdstuk toegevoegd dat volledig gewijd is aan ‘corporate governance’. Er kan dan ook gesteld worden dat dit werk uitermate geschikt is voor iedereen die geïnteresseerd is in een vlot leesbare en toch vrij volledige inleiding in het vennootschapsrecht.

XIII


Vennootschapsrecht 2015_Opmaak 1 10/08/15 16:55 Pagina XIV


Vennootschapsrecht 2015_Opmaak 1 10/08/15 16:55 Pagina 1

Hoofdstuk 1

Inleidende begrippen

De bedoeling van dit eerste hoofdstuk is kennis te maken met de verschillende basisbegrippen die gebruikt zullen worden in het vervolg van dit werk. In de volgende hoofdstukken zal er dan dieper ingegaan worden op de verschillende vennootschapsvormen.

1.1.

De vennootschap

Voor een exacte omschrijving van de term ‘vennootschap’ kunnen we gaan kijken in de Wet van 7 mei 1999, zijnde de Wet houdende het Wetboek van Vennootschappen (W. Venn.) (Belgisch Staatsblad 6 augustus 1999): “Een vennootschap wordt opgericht door een contract op grond waarvan twee of meer personen overeenkomen iets in gemeenschap te brengen met als doel één of meer nauwkeurig omschreven activiteiten uit te oefenen en met het oogmerk aan de vennoten een rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel te bezorgen. In de gevallen bepaald in dit wetboek, kan zij worden opgericht door een rechtshandeling uitgaande van één persoon die goederen bestemt tot één of meer nauwkeurig omschreven activiteiten. In de gevallen bepaald in dit wetboek kan de vennootschapsakte bepalen dat de vennootschap niet is opgericht met het oogmerk aan de vennoten een rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel te bezorgen.” (art. 1 Wetboek van vennootschappen) In deze wettelijke omschrijving zijn een aantal essentiële elementen te onderscheiden: • een vennootschap wordt opgericht door een contract • personen • iets in gemeenschap brengen

1


Vennootschapsrecht 2015_Opmaak 1 10/08/15 16:55 Pagina 2

Vennootschapsrecht in België • •

nauwkeurig omschreven activiteiten vermogensvoordeel

1.1.1.

Een contract

In de wetsbepaling wordt uitdrukkelijk gesteld dat er bij een vennootschap sprake is van een contract. Gezien dit een essentieel kenmerk is, zal er eerst dieper ingegaan worden op de kenmerken van een contract zoals deze omschreven staan in het burgerlijk wetboek. ‘Een contract is een overeenkomst waarbij een of meer personen zich jegens een of meer andere verbinden iets te geven, te doen, of niet te doen.’ (art. 1101 B.W.) Om te kunnen spreken van een geldig contract dient dit te voldoen aan een aantal voorwaarden op het vlak van toestemming, bekwaamheid, voorwerp en oorzaak. ‘Tot die geldigheid van een overeenkomst zijn vier voorwaarden vereist: • de toestemming van de partij die zich verbindt; • haar bekwaamheid om contracten aan te gaan; • een bepaald voorwerp als inhoud van de verbintenis; • een geoorloofde oorzaak van verbintenis.’ (art. 1108 B.W.)

1.1.1.1. Toestemming Onder toestemming verstaan we de wilsovereenstemming van de verschillende partijen betreffende de essentiële elementen van de overeenkomst. De toestemming kan uitdrukkelijk of stilzwijgend zijn. De wet voorziet in een aantal gevallen waar er sprake kan zijn van een ongeldige toestemming. Het gaat hier meer specifiek om toestemming die werd gegeven door dwaling, door geweld werd afgeperst of door bedrog werd verkregen. ‘Geen toestemming is geldig, indien zij alleen door dwaling is gegeven, door geweld afgeperst of door bedrog verkregen.’ (art. 1109 B.W.)

2


Vennootschapsrecht 2015_Opmaak 1 10/08/15 16:55 Pagina 3

Hoofdstuk 1 – Inleidende begrippen •

Dwaling

De dwaling is een ‘onvrijwillige’ verkeerde voorstelling van de werkelijkheid, die een van de partijen tot het sluiten van de overeenkomst brengt, terwijl ze dit zeker niet zou hebben gedaan als ze over de juiste informatie had beschikt. De dwaling kan echter enkel ingeroepen worden indien een ‘redelijk’ mens in dezelfde omstandigheden zou hebben gedwaald, en indien de dwaling betrekking heeft op de zaak van de overeenkomst. Er kan in principe geen sprake zijn van dwaling indien deze dwaling alleen de persoon betreft met wie de overeenkomst werd afgesloten, tenzij deze overeenkomst hoofdzakelijk uit aanmerking van deze persoon werd aangegaan. •

Geweld

Geweld is het uitoefenen van of het bedreigen met een fysieke of morele dwang teneinde iemand te laten contracteren. Er is niet alleen sprake van geweld als het gepleegd wordt door een contracterende partij ten aanzien van de andere contracterende partij. Dit is ook het geval als het gepleegd wordt door een derde en/of als er sprake is van geweld ten aanzien van de echtgenoot of echtgenote van een van de partijen of tegen zijn bloedverwanten in de nederdalende of in de opgaande lijn. Om de nietigverklaring van de overeenkomst te kunnen vorderen moet het geweld echter van die aard zijn dat het indruk maakt op een ‘redelijk’ mens en hem kan doen vrezen dat hij zelf of zijn vermogen aan een aanzienlijk en dadelijk kwaad is blootgesteld. Bij de interpretatie van deze voorwaarden wordt er rekening gehouden met de leeftijd, het geslacht en de stand van de betreffende personen. •

Bedrog

Bedrog is een list, een kunstgreep die door één van de partijen wordt aangewend om de tegenpartij te brengen tot het sluiten van de overeenkomst. ‘Bedrog is een oorzaak van nietigheid van de overeenkomst, wanneer de kunstgrepen, door een van de partijen gebezigd, van dien aard zijn dat de andere partij zonder die kunstgrepen klaarblijkelijk het contract niet zou hebben aangegaan.’ (art. 1116 B.W.) 3


Vennootschapsrecht 2015_Opmaak 1 10/08/15 16:55 Pagina 4

Vennootschapsrecht in België Bedrog is dus in feite een soort dwaling, maar men veronderstelt hier wel de kwade trouw van een van de partijen. Het bedrog dient steeds te worden bewezen door de partij die het contract wil doen verbreken.

1.1.1.2. Bekwaamheid ‘Eenieder kan contracten aangaan, indien hij daartoe door de wet niet onbekwaam is verklaard.’ (art. 1123 B.W.) Gezien het de regel is dat men er van uitgaat dat iedereen bekwaam is om te handelen, dient de onbekwaamheid van de contracterende partij dus uitdrukkelijk in de wet voorzien te zijn. ‘Onbekwaam om contracten aan te gaan zijn: minderjarigen, beschermde personen en, in het algemeen, al degenen aan wie de wet het aangaan van bepaalde contracten verbiedt.’ (art. 1124 B.W.) De nietigheid van de afgesloten overeenkomst kan echter enkel gevraagd worden door de onbekwame zelf of door de persoon die zijn belangen behartigt en dus niet door de ‘bekwame’ tegenpartij.

1.1.1.3. Voorwerp ‘Ieder contract heeft tot voorwerp iets dat een partij zich verbindt te geven of dat een partij zich verbindt te doen of niet te doen.’ (art. 1126 B.W.) Het voorwerp mag niet ingaan tegen de wetten die de openbare orde en de goede zeden betreffen, d.w.z. dat het voorwerp geoorloofd moet zijn. Daarnaast dient het voorwerp eveneens in de handel verkrijgbaar te zijn. 1.1.1.4. Oorzaak De oorzaak is de reden waarom men zich verbindt in de overeenkomst. ‘Een verbintenis, aangegaan zonder oorzaak of uit een valse oorzaak of uit een ongeoorloofde oorzaak, kan geen gevolg hebben.’ (art. 1131 B.W.) ‘De oorzaak is ongeoorloofd, wanneer zij door de wet verboden is, of wanneer zij strijdig is met de goede zeden of met de openbare orde.’ (art. 1133 B.W.)

4


Vennootschapsrecht 2015_Opmaak 1 10/08/15 16:55 Pagina 5

Hoofdstuk 1 – Inleidende begrippen

1.1.2.

Personen

1.1.2.1. Soorten personen ‘Een persoon is elk wezen, fysisch of juridisch, dat geacht wordt rechten en plichten te hebben.’ Uit deze omschrijving blijkt duidelijk dat men een onderscheid dient te maken tussen ‘fysische personen’ enerzijds en ‘juridische personen’ anderzijds. In de wetsbepalingen inzake vennootschappen wordt er enkel gesproken over ‘personen’, zonder dat er verdere verduidelijkingen of specificaties vermeld worden. We kunnen er hier dan ook van uitgaan dat de oprichting van een vennootschap in het algemeen zowel kan geschieden door ‘natuurlijke personen’ als door ‘rechtspersonen’. •

natuurlijke personen

De fysische, fysieke of natuurlijke personen zijn alle menselijke wezens en zij alleen. •

rechtspersonen

Rechtspersonen, juridische personen of morele personen zijn groeperingen van fysieke personen aan dewelke de wet het voordeel van rechtspersoonlijkheid toestaat teneinde het hen mogelijk te maken, als groepering, eigen rechten en plichten te hebben. Bij een rechtspersoon is de ‘persoon van de groepering’ dus gescheiden van deze van de natuurlijke personen die er eventueel deel van uitmaken. Opmerking Alhoewel nergens in de Vennootschapswet uitdrukkelijk gesteld wordt dat een éénmans-BVBA (zie later) enkel zou opgericht mogen worden door natuurlijke personen, blijkt o.a. uit art. 213 W. Venn. dat dit uiteindelijk toch wel de bedoeling was: ‘Niettegenstaande enig hiermee strijdig beding, is de oprichter-rechtspersoon hoofdelijk aansprakelijk voor alle verbintenissen aangegaan, zolang de vennootschap als enige vennoot slechts de rechtspersoon telt die deze vennootschap alleen heeft opgericht. Indien in de eenhoofdig geworden besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid de enige vennoot een rechtspersoon is, en indien binnen een jaar geen nieuwe vennoot in de vennootschap is opgenomen of deze niet is ontbonden, wordt de enige vennoot geacht hoofdelijk borg te staan voor alle 5


Vennootschapsrecht 2015_Opmaak 1 10/08/15 16:55 Pagina 6

Vennootschapsrecht in België verbintenissen van de vennootschap ontstaan na de vereniging van alle aandelen in zijn hand, tot een nieuwe vennoot in de vennootschap wordt opgenomen of tot de bekendmaking van haar ontbinding.’ (§2 art. 213 W. Venn.)

1.1.2.2. Aantal personen Uit de bepaling blijkt dat het uitgangsprincipe is dat er twee of meer personen dienen te zijn om een vennootschap op te richten. Dit noemt men de “pluraliteitsvereiste”. Op deze regel is echter één grote uitzondering geformuleerd: ‘in de gevallen bepaald bij de wet, door de wilsuiting van één enkele persoon die een rechtshandeling tot bestemming van goederen verricht’. Deze bepaling heeft betrekking op de mogelijke oprichting van een ‘éénmans-BVBA’.

1.1.3.

Iets in gemeenschap brengen

De bedoeling van de oprichting van een vennootschap is dat de oprichters iets ‘in gemeenschap’ brengen. Daaruit kunnen we afleiden dat iedere oprichter iets in de vennootschap dient in te brengen. Deze inbreng kan bestaan uit ‘geld’ of uit ‘natura’.

1.1.3.1. Inbreng van geld De inbreng van een bepaalde som geld is de meest voorkomende vorm van inbreng. Op te merken valt dat bij de verschillende vennootschapsvormen andere regels bestaan op het vlak van het bij de oprichting al dan niet volledig volstorten van de in te brengen som. In bepaalde gevallen is het mogelijk dat een oprichter belooft om een bepaalde som te zullen inbrengen, maar dat de vennootschap (indien toegelaten door de wet) bij de oprichting slechts een gedeelte onmiddellijk opvraagt. De rest van de beloofde som dient slechts effectief te worden gestort indien de onderneming daar in de toekomst om vraagt. Opmerking De vennoot die een geldsom in de vennootschap moest inbrengen, en dit niet gedaan heeft, is, van rechtswege en zonder dat een vordering nodig is, de intrest van die som verschuldigd, en dit te rekenen vanaf de dag waarop de geldsom betaald moest worden. (art. 23 W. Venn.) 6


Vennootschapsrecht 2015_Opmaak 1 10/08/15 16:55 Pagina 7

Hoofdstuk 1 – Inleidende begrippen In geval van inbreng in geld, te storten bij het verlijden van de akte, moet dit geld bij een Besloten Vennootschap met Beperkte Aansprakelijkheid, een Naamloze Vennootschap, een Commanditaire Vennootschap op Aandelen en een Coöperatieve Vennootschap met Beperkte Aansprakelijkheid vóór de oprichting van de vennootschap door middel van storting of overschrijving gedeponeerd worden op een bijzondere rekening. Het moet hierbij gaan om een rekening bij een in België gevestigde kredietinstelling waarop de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen van toepassing is, en ze dient geopend te zijn op naam van de vennootschap in oprichting. Een bewijs van die deponering (bankattest) wordt aan de akte gehecht. Deze bijzondere rekening wordt uitsluitend ter beschikking gehouden van de op te richten vennootschap. Over die rekening kan dan ook alleen worden beschikt door personen die bevoegd zijn de vennootschap te verbinden, en dit slechts nadat de optredende notaris aan de kredietinstelling bericht heeft gegeven van het verlijden van de oprichtingsakte. Opmerking Indien de vennootschap niet binnen de drie maanden na de opening van de bijzondere rekening is opgericht, wordt het geld teruggegeven aan de deposanten die erom verzoeken.

7


Vennootschapsrecht 2015_Opmaak 1 10/08/15 16:55 Pagina 8

Vennootschapsrecht in België Voorbeeld bankattest BEWIJS VAN STORTING OF OVERSCHRIJVING OP EEN SPECIALE REKENING GEOPEND MET HET OOG OP ❏ Oprichting ❏ Kapitaalverhoging van een vennootschap (met x aanduiden wat van toepassing is)

BEGUNSTIGDE (naam van de op te richten vennootschap) REKENINGNUMMER

De ………………… Bank NV te ………………… Bevestigt hiermede dat de in hoofde genoemde rekening werd gecrediteerd voor een bedrag van ……………… Op verzoek van de op de keerzijde vermelde deponent(en) en ingevolge zijn (hun) storting of overschrijving. De ………………… Bank NV zal dit bedrag ter beschikking stellen: • hetzij van de begunstigde, vertegenwoordigd door de personen die de vennootschap geldig binden en na overlegging van een schriftelijke verklaring van de optredende notaris, waarin het verlijden van de akte van oprichting of kapitaalverhoging wordt bevestigd. • hetzij van de deponent(en) of zijn (hun) rechthebbenden(n) en op zijn (hun) verzoek, ingeval drie maanden verstreken zijn sedert de storting of overschrijving, zonder dat de bank in kennis is gesteld van de oprichting der vennootschap of kapitaalverhoging in de vormen zoals aangeduid in de voorgaande alinea. Te ………………… ………………… Bank NV

DEPONENTEN NAAM

ADRES

DATUM VAN STORTING OF OVERSCHRIJVING

Totaal

8

BEDRAG


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789038224954 by Uitgeverij Lannoo - Issuu