Mama, papa, weet je ‌ ? Ik heb kwaliteiten! Een inspirerend boek voor ouders, leraren en opvoeders over het ontdekken en ervaren van kwaliteiten bij jonge kinderen
Liesbet Moortgat Chris Van Dam met medewerking van Daniel Ofman bezieler kernkwadrantenmodel Dr. Myriam Le Fevere de Ten Hove kinderpsychiater en medeoprichter van het Korzybski Instituut
Hoofdstuk 1: Inspirerende denkkaders • 1
Colofon
Bij dit inspiratieboek is ook een prentenboek beschikbaar: Bob en Pablo, ISBN 978 90 382 2461 9 © Academia Press Eekhout 2, 9000 Gent Tel. 09 233 80 88 info@academiapress.be www.academiapress.be Vormgeving: www.ocestbeau.com Illustaties: © Ruth Van Wichelen ‘Mama, papa, weet je …? Ik heb kwaliteiten!’ Liesbet Moortgat, Chris Van Dam Gent, Academia Press, 2015, 160 p. ISBN 9789038224633 D/2015/4804/61 NUR 847 U2260 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of vermenigvuldigd door middel van druk, fotokopie, microfilm of op andere wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever.
2 • Mama, papa, weet je … ? Ik heb kwaliteiten!
Inhoudstafel Voorwoord Hoofdstuk 1: Inspirerende denkkaders.............................................. 7 1.1. 1.2 1.3 1.4
Het kernkwadrantenmodel.................................................................. 9 Het oplossingsgericht model............................................................. 32 Oplossingsgericht onderwijs.............................................................. 52 Kernkwadranten en oplossingsgericht werken: hand in hand................ 58
Hoofdstuk 2: Train jezelf.................................................................63 2.1. Inleiding........................................................................................... 64 2.2. Oefeningen....................................................................................... 65
Hoofdstuk 3: Bob en Pablo...............................................................75 3.1. Inleiding.......................................................................................... 76 3.2. Verhaal............................................................................................ 77 3.3. Bespreking....................................................................................... 96 3.4. Andere inspirerende verhalen............................................................. 97
Hoofstuk 4: Spelend leren................................................................99 4.1. Inleiding.........................................................................................100 4.2. Speelse oefeningen.......................................................................... 101 4.2.1. In de kring............................................................................ 101 4.2.2. Leeshoek..............................................................................106 4.2.3. Hoekenwerk ........................................................................106 4.2.4. Atelier..................................................................................108 4.2.5. Bewegingslessen en bewegingstussendoortjes.........................109 4.2.6. Levensbeschouwelijke vakken ................................................ 110 4.3. Heen- en weermap........................................................................... 110 4.4. Feest vieren......................................................................................111
Hoofdstuk 5: Mooie praktijkvoorbeelden.........................................113 5.1. Op bezoek in de derde kleuterklas bij Juf Tania................................... 114 5.2. Op bezoek in het eerste leerjaar bij Juf Christa..................................... 118 5.3. Op bezoek in het tweede leerjaar bij Juf Doortje...................................120
Hoofdstuk 1: Inspirerende denkkaders • 3
Hoofdstuk 6: Bijlagen................................................................... 123 Dankwoord.................................................................................. 156 Literatuur..................................................................................... 158 Trefwoordenregister..................................................................... 159
4 • Mama, papa, weet je … ? Ik heb kwaliteiten!
Voorwoord Iedereen heeft kwaliteiten! Dit lijkt vanzelfsprekend… Toch zijn er heel wat kinderen en jongeren, maar ook ouders, leraren en opvoeders die geen duidelijk zicht hebben op hun kwaliteiten en de bijhorende valkuilen. We zijn ervan overtuigd dat op jonge leeftijd weten en ervaren wat je eigen kwaliteiten en valkuilen zijn, een meerwaarde heeft. Van zodra jij je hiervan bewust bent, kan je jezelf uitdagen en kwaliteiten gericht en actief inzetten, voor jezelf en in interactie met andere mensen, jong of oud. Dit inspiratieboek is ontwikkeld voor kinderen van de derde kleuterklas en eerste graad basisonderwijs. Zowel leraren, ouders als opvoeders binnen een leefgroep kunnen met het aangeboden materiaal aan de slag. De theoretische onderbouw, het werkmateriaal, de ervaringen uit de praktijk en een dialoog met Daniel Ofman en Myriam Le Fevere de Ten Hove maken van het geheel een mooi inspiratieboek. Het benoemen van kwaliteiten en valkuilen is er niet op gericht om kinderen en jongeren te “taxeren”. Kwaliteiten verwijzen naar persoonlijke eigenschappen die voor- of nadelig kunnen werken voor jezelf en/of voor anderen. Het is een manier van “zijn” maar of het gedrag al dan niet wenselijk is, hangt af van situatie tot situatie. Werken rond kwaliteiten mag dus niet uitmonden in het toekennen van “etiketten” of “labels”. We zetten kinderen, ouders, leraren en opvoeders aan om te spreken over en te werken rond kwaliteiten, zodat kinderen hun natuurlijke “kracht” kunnen aanwenden tijdens hun leerproces of in relatie met anderen. Rekening houdend met de leer- en ontwikkelingsvaardigheden van jonge kinderen, wordt in het boek de nadruk gelegd op het ontdekken van kwaliteiten. Het inzoomen op valkuilen, uitdagingen en allergieën vraagt reflectie- en abstractievermogen, wat bij kleuters en jonge kinderen onvoldoende aanwezig is. In dit inspiratieboek en in het werkmateriaal wordt gefocust op: • het ervaren (voelen) van kwaliteiten • het beschrijven van deze ervaringen • het ontwikkelen van een “taal” die het mogelijk maakt te spreken over kwaliteiten • het benoemen van kwaliteiten bij zichzelf en anderen
Hoofdstuk 1: Inspirerende denkkaders • 5
Afhankelijk van de groep en het kind en/of gebeurtenissen kunnen de valkuilen geïntroduceerd worden. Dit is echter geen noodzaak, het mag zeker geen prioriteit zijn, eerder een opportuniteit wanneer de situatie dit aanbiedt en toelaat. We hebben er ook bewust voor gekozen om het thema “kwaliteiten en valkuilen” te benaderen met een oplossingsgerichte bril. In het oplossingsgericht denken legt men de nadruk op wat werkt i.p.v. wat niet werkt, op de gewenste situatie i.p.v. op het probleem, op een positieve benadering i.p.v. een negatieve focus, op complimenteren i.p.v. op het kleineren of afbreken, op kwaliteiten i.p.v. op de tekortkomingen, … De oplossingsgerichte benadering focust op de kwaliteiten en is tegelijk mild voor de valkuilen door ze te erkennen en ze ook te vertalen naar een leerkans of -uitdaging.
6 • Mama, papa, weet je … ? Ik heb kwaliteiten!
Hoofdstuk 1: Inspirerende denkkaders Informatie voor ouders, leraren en opvoeders
Hoofdstuk 1: Inspirerende denkkaders • 7
In dit eerste hoofdstuk willen we de volwassenen rondom het kind warm maken voor twee heel boeiende en inspirerende denkkaders. De informatie is beperkt en heel concreet. We dagen je uit om de bijhorende oefeningen (deel 2 “Train jezelf ”) te maken, want de kracht van de denkkaders ligt in het ervaren ervan. Een kleine waarschuwing vooraf: dit boek is niet vrijblijvend. Het neemt je mee en “besmet” je, je blik op jezelf en je omgeving zal veranderen. Wil je meer of verdiepend lezen, dan raden we je aan om één van de volgende werken te lezen: • “Hé, ik daar” - Daniel Ofman • “Aan de slag met je klas” - Liesbet Moortgat • “Survivalkit voor leraren” - dr. Myriam Le Fevere de Ten Hove e.a. De referenties van deze vlot leesbare werken vind je terug in de bibliografie, samen met heel wat andere nuttige literatuur.
8 • Mama, papa, weet je … ? Ik heb kwaliteiten!
1.1. Het kernkwadrantenmodel Het Kernkwadrant of het Kwadrant van Ofman is een model om de eigenschappen te beschrijven die bij een persoon horen. Deze eigenschappen zijn uniek voor elke persoon. Het model is opgesteld door Daniel Ofman. Het model introduceert vier begrippen en visualiseert de onderlinge samenhang ervan op een heel eenvoudige manier.
Kernkwaliteit
Valkuil Te veel van het goede
+
-
Negatief tegenovergestelde
Positief tegenovergestelde
-
+ Te veel van het goede
Allergie
Uitdaging © Daniel Ofman
Hoofdstuk 1: Inspirerende denkkaders • 9
Dialoog met Daniel (1)
Chris
Daniel, enkele jaren geleden heb jij met Albert Heemeijer het kernkwadrantenmodel geïntroduceerd bij jongeren. Wij gingen op verkenning met de vraag of we ook jonge kinderen vertrouwd kunnen maken met het kernkwadrant. Het was een boeiende en leerrijke zoektocht. Zo hebben we opgemerkt dat jonge kinderen, naast het ontdekken van kwaliteiten, ook een nieuwe “taal” aanleren. Hierbij valt het op dat kinderen - en de volwassenen rondom hen - heel vaak “kwaliteiten” verwarren met “talenten”. Werken rond talenten is “hot” in België. Talenten zijn voor ons eerder een ‘gave of natuurlijke aanleg’, terwijl kwaliteiten eerder ‘persoonskenmerken’ zijn. Wat is jouw mening over het maken van het onderscheid? Welke voor- of nadelen brengt het maken van dit onderscheid met zich mee?
10 • Mama, papa, weet je … ? Ik heb kwaliteiten!
Daniel
Wat je zegt klopt. Talenten en kwaliteiten versterken elkaar. Je zou kunnen zeggen dat je je kernkwaliteiten nodig hebt om van je talenten een succes te maken. Neem bijvoorbeeld muzikaliteit. Als je het talent gekregen hebt om mooi piano te spelen, dan wil dat nog niet zeggen dat dit talent ook tot bloei komt. Want zonder doorzettingsvermogen, discipline, vastberadenheid en gevoeligheid of inbeeldingsvermogen, zal je nooit een succesvolle muzikant worden. Je zou ook kunnen zeggen dat je met je kwaliteiten ‘kleur’ geeft aan een talent. Als je zorgvuldigheid als kernkwaliteit hebt, zal je een pianostuk bijvoorbeeld anders uitvoeren dan wanneer je enthousiasme als kernkwaliteit hebt. Je kernkwaliteit is iets dat voor jou vanzelfsprekend is, het kost je geen enkele moeite. Je kunt bijna niet anders dan je kernkwaliteiten uitdrukken in alles wat je doet. Het is je aard en het maakt je uniek.
Hoofdstuk 1: Inspirerende denkkaders • 11
Wat is een kernkwaliteit? Volgens Daniel Ofman heeft elke persoon een aantal kernkwaliteiten. Het zijn specifieke eigenschappen die een persoon “uniek” maken en de persoonlijkheid “kleuren”. Kernkwaliteiten worden niet altijd ingezet, maar ze zijn wel altijd aanwezig aangezien ze tot de kern van de persoon behoren. Dit betekent niet dat iemand niet kan evolueren en ontwikkelen doorheen de jaren. Zara is een echte doorzetter. Wanneer ze met haar gezin op vakantie is en een dagtocht maakt in de bergen, dan gaat ze tot het uiterste. Zara is degene die samen met haar papa nog een stuk verder wandelt terwijl broer, zus en mama reeds een middagpauze nemen. Ook op school zal ze volharden en niet vlug opgeven. Dankzij haar doorzettingsvermogen - haar unieke kwaliteit - slaagt Zara erin om vijf uur dans op een vlotte manier te combineren met haar schoolwerk.
Kernkwaliteiten en talenten … toch wel een verschil Om verwarring te voorkomen, maken we reeds van bij het begin een onderscheid tussen “talenten” (vaardigheden) en “kernkwaliteiten” (eigenschappen). Een talent verwijst naar een natuurlijke (aangeboren) aanleg die ervoor zorgt dat een persoon heel goed kan worden in iets, met andere woorden een specifieke “vaardigheid” kan ontwikkelen. Enkele voorbeelden: • Dansers en gymnasten hebben doorgaans “lange spiergroepen” die ervoor zorgen dat ze heel lenig (kunnen) zijn. • Topmuzikanten hebben vaak een “absoluut gehoor”. • Kinderen met een taal- en rekenknobbel. Kwaliteiten verwijzen naar aangeboren persoonlijke eigenschappen. Zo heb je gevoelige, rationele, sociale, avontuurlijke, voorzichtige … mensen. Zoals reeds eerder gezegd worden kwaliteiten niet altijd ingezet, maar zijn ze wel altijd aanwezig. Ook talenten - in de brede zin van het woord - zijn potentieel aanwezig, maar ze worden pas zichtbaar door gedrag te stellen in de juiste context. Zo krijgen jonge voetballers die “gespot” worden de kans om te trainen met de beste trainers. Een leraar kan de muzikaliteit van een kind opmerken; deze aandacht kan het kind aanzetten om iets te gaan doen met muziek. “Talenten en kwaliteiten” zijn woorden die vaak door elkaar gebruikt worden. Het verschil is dan ook heel subtiel. Het risico bestaat erin dat mensen enkel de 12 • Mama, papa, weet je … ? Ik heb kwaliteiten!
“zichtbare vaardigheden” als talent of kwaliteit gaan benoemen. Aangeboren, persoonlijke eigenschappen zijn minder tastbaar en geraken - ten onrechte - op de achtergrond. Wanneer we Zara vragen om één van haar kwaliteiten te benoemen, zegt ze: “Ik ben goed in ballet.” Dit is inderdaad zo, maar wat zijn de talenten en kwaliteiten die dit mogelijk maken? Van nature uit is Zara lenig en heeft ze “aanleg” om te sporten. Daarnaast heeft Zara een enorm doorzettingsvermogen. Dit is een kwaliteit die ze zeker en vast ook zal moeten inzetten, als ze echt goed wil worden in ballet. In het televisieprogramma “Wilde Zwanen” heeft één van de leraren van de Koninklijke Balletschool Antwerpen een boodschap voor haar leerlingen: “Ballet is fijn, maar doet een beetje pijn”. Deze leerlingen werden één voor één geselecteerd op basis van hun “talent”. Om dit talent te ontplooien en om het ver te schoppen in de balletwereld zijn kwaliteiten zoals doorzetting, veerkracht en ambitie een noodzakelijke troef. Besluit: “doorzettingsvermogen” is één van Zara’s kwaliteiten. De praktijk leert ons dat talenten bij jonge kinderen opgemerkt en benoemd worden. Het spreken over de onderliggende kwaliteiten gebeurt vaak niet (expliciet). Het kan voor ouders, leraren en opvoeders dan ook een mooie uitdaging zijn om zichtbare talenten te benutten om kwaliteiten bij jonge kinderen bespreekbaar te maken. (derde kleuterklas): Juf: “Waar ben jij goed in?” Zoë: “Ik kan goed dansen …” Juf: “Als Zoë heel goed kan dansen, welke kwaliteit heeft zij dan? Wat zorgt ervoor dat zij dit goed kan?” Kaat: “Het kunnen, het durven …” Tijn zegt enthousiast: “Ik weet het: niet beschaamd zijn!” Juf: “Dit is goed gezegd, Zoë heeft “durf ”, dit is een kwaliteit.” Dankzij het gebruik van het kernkwadrantenmodel krijgt het kind (en de volwassenen rondom het kind) een ruimere, misschien zelfs rijkere woordenschat. We besluiten met een uitspraak van een juf uit het eerste leerjaar: “Het is mooi om met deze methodiek van de kwaliteiten te werken, maar dit leer je niet zomaar op één week. Het zou beter zijn om daar minstens een volledig jaar rond te werken en er iedere week één of meerdere kwaliteiten uit te kiezen. De kinderen zijn deze taal nog niet gewend en ook voor mij is het zoeken om ze te verwoorden.” Hoofdstuk 1: Inspirerende denkkaders • 13
Dialoog met Daniel (2)
Chris
Ik vind het mooi dat kinderen op jonge leeftijd hun kwaliteiten ontdekken. Anderzijds houdt dit ook een risico in. We leven in een maatschappij waarin kinderen die afwijken van de “norm” al gauw een “etiket of label” krijgen. Soms is een diagnose nuttig en zinvol, soms ontneemt het kansen en mogelijkheden. Ik ben een beetje bezorgd dat het werken met kwaliteiten verengd wordt tot het geven van een “label”. Wat is volgens jou het fundamenteel verschil tussen het maken van een kwadrant en het geven van een label (aan jezelf of een ander)? Op welke manier kunnen we dit labelen voorkomen?
14 • Mama, papa, weet je … ? Ik heb kwaliteiten!
Daniel
Allereerst is het van belang dat je het kernkwadrant voor jezelf gebruikt en niet primair op een ander richt. Niemand is in staat een kernkwadrant van mij te maken behalve ik zelf, want ik ben de enige die bij mij naar binnen kan kijken. Als je een kwadrant van een ander maakt is dat per definitie geen kernkwadrant maar een gedragskwadrant, want wat je bij de ander waarneemt, is gedrag. Daarnaast is het, zoals al eerder gezegd, van belang dat je je realiseert dat je niet drammerig of betuttelend bent, maar drammerigheid of betutteling als valkuil/allergie hebt. Daarom is het belangrijk dat je de zelfstandige naamwoorden gebruikt (zoals zorgvuldigheid of pietepeuterigheid) en geen bijvoeglijke naamwoorden (zoals zorgvuldig of pietepeuterig). Een label is iets waarmee je de persoon beschrijft (bijvoorbeeld: je bent star, flexibel of wispelturig). Als je jezelf of een ander beschrijft als iemand die een valkuil heeft van starheid, een kwaliteit van flexibiliteit et cetera, dan laat je de persoon heel en zeg je impliciet dat die persoon veel meer is dan star of wispelturig of flexibel. Met andere woorden, het is daarmee geen label meer waarin iemand gevangen zit, maar het zijn kenmerken uit een heel scala van kwaliteiten, valkuilen, uitdagingen en allergieën. Door het gehele kwadrant steeds te benadrukken verklein je de kans dat iemand ‘pietepeuterigheid’ als label opgeplakt krijgt. Als je iemand in je omgeving iets wil teruggeven van wat jij in die persoon waarneemt, geef hem of haar dan alsjeblieft minstens vier aspecten terug, namelijk de kwaliteit die je ziet of voelt, de mogelijke valkuil die je af en toe meent waar te nemen, de uitdaging die je meent te zien en de mogelijke allergie. Ik zeg met opzet steeds ‘meent’, want wat je in een ander waarneemt, wordt natuurlijk gekleurd door je eigen kwadranten. Je kunt een ander niet objectief waarnemen. Daarom is mijn advies altijd: “bemoei je eerst met jezelf, voordat je een ander gaat vertellen wie hij of zij is”. Door jezelf beter te leren kennen, leer je vanzelf ook anderen beter kennen en zul je steeds minder geneigd zijn een ander een label op te plakken. Zelfkennis maakt je milder in je oordelen omdat je vanzelf gaat ontdekken dat elk mens uniek is, niet beter of slechter, maar anders.
Hoofdstuk 1: Inspirerende denkkaders • 15
Niet labelen, wel kwaliteiten benoemen Kwaliteiten benoemen is niet hetzelfde als labelen. Er worden al genoeg diagnoses gesteld in onze maatschappij, dus willen wij absoluut de kinderen niet met kwaliteiten labelen. Een kind heeft dus een bepaalde kwaliteit waarover hij/zij kan beschikken, maar hij/zij is deze kwaliteit niet. Enkele voorbeelden van kwaliteiten: aandacht, bescheidenheid, lef, competitiviteit, … In het vierde hoofdstuk vind je een beperkt overzicht van kwaliteiten (met toelichting en voorbeeld).
Kwaliteiten benoemen en complimenteren Het kind kan complimenten krijgen over wat hij/zij doet met een kwaliteit, bijvoorbeeld “Dit heb jij op een creatieve manier gedaan”. Geef vooral procescomplimenten (over de actie, het gedrag) in plaats van persoonscomplimenten “Jij bent creatief ”. Wanneer we het oplossingsgericht denkkader bespreken, gaan we uitgebreider in op het geven van procescomplimenten. Indien je als begeleider het kwadrant van een kind invult, noteer dan niet alleen de kwaliteit maar ook enkele complimenten die je het kind kan geven.
16 • Mama, papa, weet je … ? Ik heb kwaliteiten!
Procescomplimenten: • je hebt dit op een creatieve manier aangepakt • jij hebt veel ideeën • je brengt een origineel idee in de groep
Kernkwaliteit
Valkuil Te veel van het goede
CREATIVITEIT
CHAOS +
-
Negatief tegenovergestelde
Positief tegenovergestelde
-
+ Te veel van het goede
Allergie
Uitdaging © Daniel Ofman
SAMENGEVAT • • • •
Talenten benoemen is eenvoudiger dan kwaliteiten benoemen. Iedereen heeft meer dan één kwaliteit. We laten kinderen kwaliteiten ontdekken, maar labelen niet. We geven vooral procescomplimenten over de kwaliteiten i.p.v. persoonscomplimenten.
Hoofdstuk 1: Inspirerende denkkaders • 17
Dialoog met Daniel (3)
Chris
Het zou leuk zijn indien kinderen naast hun kwaliteiten ook hun valkuilen herkennen. Kinderen leren die kennen omdat ze er regelmatig tegenaan lopen, opmerkingen hierover krijgen van hun ouders en begeleiders, … Hierdoor leren ze zich wapenen en oefenen ze zich in het goedpraten van hun valkuil. Dit is een spontaan en natuurlijk proces. Eén van de sterke aspecten aan het kernkwadrantenmodel vind ik het “normaliserende karakter”. Daniel, heeft het volgens jou voordelen om kinderen op jonge leeftijd reeds bewust te maken van hun valkuilen en dit ook te “normaliseren”? Wat zijn volgens jou mogelijke nadelen?
18 • Mama, papa, weet je … ? Ik heb kwaliteiten!
Daniel
Het zou mooi zijn als we niet zo ingewikkeld zouden doen over het gegeven dat we allemaal valkuilen hebben. Er is geen enkel mens die geen valkuilen heeft. Dus naarmate een mens (jong of oud) zichzelf leert accepteren als inspirerend, mooi en imperfect, soms uit balans en soms in de omgang met anderen niet zo elegant, wordt hij of zij steeds meer gebalanceerd. Met andere woorden wat we te leren hebben, is niet dat we moeten veranderen, maar dat we zijn zoals we zijn, mooi en onvolmaakt. Anna Terruwe beschreef dit prachtig in een gedicht: “Jij mag zijn zoals je bent om te worden wie je bent en nog niet kunt zijn. En je mag het worden Op jouw manier en in jouw tijd.” Ik heb nog nooit een betere beschrijving gevonden van de houding die ouders en leerkrachten ten opzichte van hun kinderen zouden kunnen hebben. Mag je dan geen grenzen stellen aan ongepast gedrag? Natuurlijk wel, maar wat zij beschrijft, is de intentie waarmee je naar de ander kijkt, namelijk vol mededogen en respect. Oordelen is iets anders dan veroordelen. Het kernkwadrant kan je helpen te ontdekken waar je JA tegen zegt in de ander (kwaliteit en uitdaging) in plaats van NEE (valkuil en allergie).
Hoofdstuk 1: Inspirerende denkkaders • 19
Wat zijn valkuilen? Elke kwaliteit heeft – zoals een muntstuk – een keerzijde. We noemen deze keerzijde een valkuil. Het is zoals yin en yang, kwaliteit en valkuil horen bij elkaar, ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een kwaliteit wordt een ”valkuil” wanneer de kwaliteit “te sterk” ingezet wordt. Je kan het ook uitdrukken als “te veel van het goede”. Wanneer een persoon “onder druk” komt te staan (wegens ziekte, vermoeidheid, stress, tegenslag, ruzie, …) zal hij of zij de unieke kernkwaliteiten nog meer inzetten en in de valkuil belanden. Zara is een doorzetter. Toen ze 4 jaar was, maakte ze een zeer mooie bergwandeling met papa, mama en broer. Prachtig weer, een uniek landschap en een mooie beklimming. Zonder te klagen of zeuren tijdens de wandeling bereikte ze de top van de berg. Daar aangekomen was ze echter volledig uitgeteld. In dit voorbeeld wordt duidelijk dat Zara, wellicht door vermoeidheid, “over haar grens ging”. Dit is de valkuil die ze bij haar kwaliteit “doorzettingsvermogen” heeft gekregen. Besluit: “over haar grenzen gaan” is één van Zara’s valkuilen.
Valkuilen … benader ze niet als werkpunten! Valkuilen kunnen het jou of anderen knap lastig maken. De omgang met anderen raakt al snel verstoord. Je voelt je niet goed in je vel, je doet dingen die je eigenlijk niet wil doen. Heel vaak zullen ouders, leraren of opvoeders de valkuil benoemen als werkpunt, iets dat kinderen moeten aanpakken, veranderen of wegwerken. Aangezien een valkuil inherent verbonden is aan een kwaliteit, dus aan de kern (wie de persoon is), kan je dus niet zo maar verlangen om een valkuil “weg te werken”. De kunst ligt in het herkennen en benoemen van de onderliggende kwaliteit. Pas dan kan je – samen met het kind – nagaan wanneer deze kwaliteit helpend is voor zichzelf en anderen en wanneer niet. Wanneer een kind de eigen valkuil(en) (her-)kent en weet dat ze zich ontwikkelen vanuit een innerlijke kracht, krijgt dit kind moed om een aantal moeilijkheden aan te pakken of te voorkomen. Inzicht in het kernkwadrant bevordert met andere woorden de verantwoordelijkheidszin. Daarom vinden wij het belangrijk dat ouders, leraren en opvoeders de kernkwadranten van zichzelf en hun kinderen leren uittekenen. We hopen dat een andere communicatie zelfvertrouwen en daadkracht bij kinderen activeert. 20 • Mama, papa, weet je … ? Ik heb kwaliteiten!