Skip to main content

9789038224008

Page 1

vlaamse.opstand.book Page 1 Monday, October 27, 2014 3:24 PM

De strijd om het regentschap over Filips de Schone. Opstand, facties en geweld in Brugge, Gent en Ieper (1482-1488)


vlaamse.opstand.book Page 3 Monday, October 27, 2014 3:24 PM

Historische MonografieĂŤn Vlaanderen 2

De strijd om het regentschap over Filips de Schone Opstand, facties en geweld in Brugge, Gent en Ieper (1482-1488)

Jelle Haemers


vlaamse.opstand_00a.fm Page 4 Friday, November 14, 2014 2:05 PM

Historische Monografieën Vlaanderen 2 Deze publicatie is een gemeenschappelijke uitgave van de vzw Genootschap voor Geschiedenis te Brugge en de vzw Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent. Ze kwam tot stand met financiële steun van het Agentschap voor Kunsten en Erfgoed (Vlaanderen) en de provincie Oost-Vlaanderen.

© Academia Press Eekhout 2 9000 Gent T. (+32) (0)9 233 80 88 info@academiapress.be

F. (+32) (0)9 233 14 09 www.academiapress.be

Jelle Haemers De strijd om het regentschap over Filips de Schone – Opstand, facties en geweld in Brugge, Gent en Ieper (1482-1488) Gent, Academia Press, 2014, 360 pp.

ISBN 978 90 382 2400 8 D/2014/4804/195 U2255 NUR 684

Lay-out: punctilio.be Cover: Press Point Illustratie cover: Fragment van een paneel uit ca. 1490 dat de belegering van Jeruzalem door Titus in 70 na Christus voorstelt, maar dat duidelijk zinspeelt op de belegering van Gent door Keizer Frederik III in 1488 (Museum voor Schone Kunsten, Gent, inv. 1958-AE)

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgeverij.


vlaamse.opstand.book Page 1 Monday, October 27, 2014 3:24 PM

Inhoudsopgave WOORD VOORAF . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

3

I.

INLEIDING . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Wat is al geschreven over de ‘Vlaamse Opstand’? . . . . . . . . . . . . . Wat is al geschreven over ‘middeleeuwse staten’? . . . . . . . . . . . . . . Wat is al geschreven over ‘opstanden’?. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Bronnen en methode. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Opbouw en chronologie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

7 12 15 23 30 33

I.

PRELUDE (1482-1483) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1. Wat voorafging aan Maria’s dood . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2. Politieke onduidelijkheid over het regentschap van Filips de Schone . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3. Het ontstaan van de eerste regentschapsraad . . . . . . . . . . . . . .

37 37

II.

DE VLAAMSE REGENTSCHAPSRAAD (1483-1485) . . . . . . . . . . . . . . . . 1. De samenstelling van de raad . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2. Drie stadstaten, propaganda en repressie . . . . . . . . . . . . . . . . . 3. Het beleid: een zenuwcrisis . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4. Een woelig einde . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5. Besluit: de ‘federale stedenbond’ . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

97 97 113 126 152 160

III.

HET REGENTSCHAP VAN MAXIMILIAAN (1485-1488) . . . . . . . . . . . . . 1. Machtsovername en repressie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2. Het beleid van regent Maximiliaan, inzonderheid te Brugge . . 3. Groeiend verzet. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4. Gevangen te Brugge . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5. Besluit: factiestrijd. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

167 167 203 236 253 269

IV.

EPILOOG: VAN BRUGGE TOT SLUIS (1488-1492) . . . . . . . . . . . . . . . .

273

V.

ALGEMEEN BESLUIT . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

279

VI.

BIJLAGEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1. Het overheidspersoneel tijdens de Vlaamse Opstand . . . . . . . .

291 291

64 82

1


vlaamse.opstand.book Page 2 Monday, October 27, 2014 3:24 PM

DE STRIJD OM HET REGENTSCHAP OVER FILIPS DE SCHONE

2. Enkele Brugse netwerken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3. Tabellen bij de grafieken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

295 297

VII. BRONNEN EN BIBLIOGRAFIE . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1. Lijst van afkortingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2. Bronnen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3. Bibliografie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

301 301 301 304

INDEX . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

339

ILLUSTRATIES . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

347

2


vlaamse.opstand.book Page 3 Monday, October 27, 2014 3:24 PM

Woord vooraf ‘Het academische leven is dus een onvoorspelbaar kansspel’, besloot Max Weber in een befaamde voordracht voor de studenten van de universiteit van München op 7 november 1917.1 De bekende Duitse wetenschapper vervolgde: ‘als jonge wetenschappers raad komen vragen over hun habilitering, is de verantwoordelijkheid van aanmoediging bijna niet te dragen. Is hij een jood, dan zeg je uiteraard ‘lasciate ogni speranza’.2 Maar ook ieder ander moet je de volgende gewetensvraag stellen. ‘Denkt u dat u het volhoudt dat jaar in jaar uit de ene na de andere middelmatige figuur boven u uitstijgt, zonder dat u vanbinnen verbitterd en verloren raakt?’ Dan krijg je telkens weer hetzelfde antwoord: ‘Natuurlijk, ik leef immers alleen voor mijn roeping!’. Ik heb echter maar heel zelden meegemaakt dat iemand dat uithield zonder innerlijke schade op te lopen’. Hoewel hij geen rooskleurig beeld ophing van het academische leven, stak Weber nadien toch de lof over de roeping om wetenschap te bedrijven. Want ondanks de moeilijke situatie voor jonge academici aan de universiteit bleef hij overtuigd van de meerwaarde die wetenschappelijk onderzoek betekent voor de samenleving als geheel, en de academicus in het bijzonder. Voor zijn toehoorders hield hij dan ook een vurig pleidooi om steeds liefde te koesteren voor het academische beroep, de ‘belevenis’ van de wetenschap op te zoeken, en gedreven onderzoek te voeren. ‘Want niets is voor de mens van waarde als hij het niet met gedrevenheid doen kan’.3 Bij het afsluiten van de redactie van dit manuscript heb ik vaak aan de wijze woorden van Weber gedacht. Niet enkel inspireerden zijn baanbrekende ideeën over de politieke geschiedenis van de Westerse samenleving me mateloos, ook zijn algemene bespiegelingen over het academische beroep vond ik treffend. Want, toegegeven, in het onvoorspelbare academische kansspel heb ik geluk gehad. De kansen om te studeren, aan de UGent te doctoreren en nadien aan de KU Leuven te doceren heb ik met beide handen gegrepen, en op die manier zijn mooie opportuniteiten uitgemond in wat ik nu ben: een volbloed wetenschap1 2

3

Vertaald door Hans Driessen in Weber, Wetenschap als beroep, 13. Met dit citaat uit Dantes Inferno (‘Laat alle hoop varen’) verwijst Weber naar de geringe carrièrekansen voor Joden aan de universiteiten in het (Tweede) Duitse Keizerrijk (dat op het moment van zijn voordracht het laatste levensjaar tegemoet ging). Weber, Wetenschap als beroep, 14.

3


vlaamse.opstand.book Page 4 Monday, October 27, 2014 3:24 PM

DE STRIJD OM HET REGENTSCHAP OVER FILIPS DE SCHONE

per. Het antwoord op de vraag of die tocht geleid heeft tot innerlijke schade laat ik aan derden over (als die er is, dan is die eerder een moeilijk definieerbare vorm van gekte ten gevolge van de werkdruk of van de eenzame gedrevenheid om te blijven studeren), maar de ervaring met de academische wereld resulteerde zeker niet in verbitterde frustratie. Integendeel, elke dag opnieuw stemt het me tevreden dat ik het academische beroep kan uitoefenen. De idee dat het me nooit alleen gelukt was om die kansen te grijpen, maakt me vooral dankbaar ten opzichte van de vele collega’s, vrienden en familie die ze geschapen hebben, of me (doorgaans meer dan ze denken) hielpen om ze met Webers gedrevenheid waardevol te benutten. Veel dank ben ik verschuldigd aan Marc Boone, de promotor van de doctoraatsverhandeling en het project dat tot dit boek aanleiding hebben gegeven, namelijk de verschillende IUAP-projecten van het Federaal Wetenschapsbeleid van België.4 Zonder het lovenswaardige initiatief van de overheid om wetenschappelijke gemeenschappen over taal- en universitaire grenzen heen te laten samenwerken, was ik mogelijks niet aan de universiteit begonnen. Binnen dat vruchtbare kader had mijn promotor gelukkig minder scrupules dan Weber om jongelingen aan te moedigen om voor het wetenschappelijke bedrijf te kiezen. Zijn onophoudelijke steun tijdens mijn onderzoek, én nadien, vormde steevast een welkome hulp. Collega-proximus en partner in crime (of beter: in rebellie) Jan Dumolyn is evenzeer schuldig. Zijn begeesterende verbale slagkracht tormenteerde steeds de rustige vastheid in mijn denken, en het heeft geleid (en leidt nog steeds, soms tot grote wanhoop van ons lezerspubliek) tot talrijke publicaties over onze geliefde themata. Andere collega’s uit een roemrijk tijdperk van de Vakgroep Middeleeuwse Geschiedenis aan de UGent ben ik eveneens erg dierbaar. Uitgewaaid over verschillende universiteiten in binnen- en buitenland verspreiden ze net als ik het wetenschappelijke virus aan hun nieuwe instellingen, en zijn ze nog steeds steun en toeverlaat in de moeilijke maar ook de ontelbare leuke momenten van het academische bestaan. Ik denk in het bijzonder aan Peter Stabel, Tim Soens, Frederik Buylaert, Bart Lambert, Bram Vannieuwenhuyze, Anne-Laure Van Bruaene, Elodie Lecuppre-Desjardin, Hannes Lowagie, Jonas Braekevelt, en vele anderen. Aan de KU Leuven kwam ik terecht bij uiterst fijne collega’s, zoals Brigitte Meijns en Paul Trio, die totnogtoe uiterst welwillend standhouden tegen het Gentse geweld. Het is tekenend dat ik velen onder hen ook – of soms zelfs overwegend – ‘na de uren’ ontmoet, want juist in de ‘Bourgondische momenten’ van ons bestaan zijn banden voor het leven gegroeid. 4

4

Interuniversitaire Attractiepolen, fases V, 10; VI, 32; VII, 26 (www.belspo.be/iap en www.cityandsociety.be).


vlaamse.opstand.book Page 5 Monday, October 27, 2014 3:24 PM

WOORD VOORAF

Talrijke collega’s in binnen- en buitenland, studiegenoten, confraters van de Jonge Academie, en gedreven doctoraatsstudenten wens ik hier aan te halen, alleen al voor de stimulerende en warme menselijke omgeving die ze me dagelijks bieden. Niet in het minst de ‘nestors’ van de stadsgeschiedenis in België, Walter Prevenier en Raymond Van Uytven, verdienen woorden van lof en dank, want bij hen kon ik steeds terecht voor wijze raad. Wim Blockmans, Jean-Marie Cauchies, Maarten Prak en door Academia Press aangeduide referenten maakten trefzekere en welkome opmerkingen op eerdere versies van dit werk. In het bijzonder Christian Liddy ben ik erg erkentelijk voor de leerrijke gesprekken en hartelijke ontvangst tijdens mijn verblijf in Durham. We hebben er een hechte vriendschap opgebouwd, zoals ik ook bij vele andere collega’s in Sevilla, Santander, York, Rome, Oxford, Amsterdam en andere leuke plekken altijd welkom ben. In Leuven staan Valerie Vrancken, Andrea Bardyn en vele andere collega’s me gelukkig bij om de zware taken van het docentschap in menig opzicht te verlichten. De Jonge Academie verdient ook een vermelding, want deze kring van jonge wetenschappers biedt me een vruchtbare omgeving om over wetenschappelijke en bredere universitaire vraagstukken na te denken. Ook de bestuursleden van de ‘Maatschappij’ en de ‘Emulatie’ dank ik van ganser harte voor de mogelijkheid om dit werk in hun gemeenschappelijke reeks te publiceren, en voor de hulp die velen onder hen me boden tijdens de totstandkoming van dit boek. Ik draag het op aan onze zoontjes, Robin en Niels, die met hun onweerstaanbaar gelach en geschreeuw zin en plezier aan het leven geven. Sofie, mijn levensgezellin in alle betekenissen van het woord, maakt me dagelijks gelukkig. Mijn ouders maakten alles mogelijk, mijn broer en zus zijn onmisbaar. Met Lars en Joris reizen we de kleine en grote kantjes van de wereld rond, en dan zijn er nog de vele andere familieleden en vrienden die weten dat ze belangrijk voor me zijn. Veel van wat zij doen maakt me dankbaar en blij. Het heeft op zijn minst de innerlijke schade weten te beperken. Jelle Haemers Gent-Leuven, juni 2014

5


vlaamse.opstand.book Page 7 Monday, October 27, 2014 3:24 PM

I. Inleiding Te Deum laudamus. In de ochtend van 16 mei 1488 zette een processie aan op de Burg van Brugge. Na een misviering in de Sint-Donaaskerk droegen clerici met gepaste praal enkele relikwieën naar de verblijfplaats van Maximiliaan van Oostenrijk in de Sint-Jakobsstraat.5 Hij was de zoon van de Habsburgse keizer van het Heilig Roomse Rijk, Frederik III, en elf jaar voordien gehuwd met de Bourgondische hertogin en gravin van Vlaanderen, Maria van Bourgondië. Sinds haar overlijden in 1482 beschouwde Maximiliaan zichzelf als voogd en regent van hun minderjarige zoon Filips, die het graafschap Vlaanderen van zijn moeder had geërfd. Maar dat regentschap was zwaar gecontesteerd: het was het brandpunt in een aanslepend conflict tussen Maximiliaan en een grote groep onderdanen. De Brugse ceremonie van 16 mei 1488 vormde het voorlopige orgelpunt van dat conflict, want het zou het einde van Maximiliaans regentschap inluiden. Nadien zou een regentschapsraad de voogdij over graaf Filips en het bestuur in Vlaanderen overnemen. Met een luisterrijke processie in Brugge maakten Maximiliaans tegenstanders aan iedereen duidelijk dat zij voortaan het regentschap zouden uitoefenen. Vanzelfsprekend vormden de toekomstige machthebbers in het graafschap de voorhoede van de ommegang van 16 mei, die door het Te Deum werd begeleid. Met name liepen enkele Vlaamse edelen en vertegenwoordigers van de drie grootste steden van het graafschap voorop: Gent, Brugge en Ieper, die de ‘Drie Leden van Vlaanderen’ werden genoemd. Zij hadden zich hevig verzet tegen het regentschap van Maximiliaan en uiteindelijk de politieke strijd in hun voordeel beslecht. De ceremonie van 16 mei toonde aan de buitenwereld dat de machtsverhoudingen in het graafschap veranderd waren. Maar de nieuwe machthebbers hoopten eveneens om ook Gods genade af te smeken voor een goede afloop van de gebeurtenissen. Want die was allerminst zeker. Enkele jaren voordien had de regentschapsraad al het bestuur in Vlaanderen uitgeoefend. Na het onverwachte overlijden van Maria van Bourgondië op 27 maart 1482 ten gevolge van een ongelukkige 5

De ceremonie van 16 mei wordt uitvoerig beschreven door ’t Boeck van al ’t gene, 222-4; Dits die Excellente Cronike, 246r; Molinet, Chroniques, II, 10; Despars, Cronycke van den lande, IV, 403-5; Diegerick, Correspondance des magistrats, 213-8. Zie ook Blockmans, Um 1488, 279-80; Wellens, La révolte brugeoise, 50-2 en Gilliodts-Van Severen, La captivité de Maximilien, 419-20. Essentieel voor een beter begrip van deze ceremonie waren Lecuppre-Desjardin, La ville des cérémonies; Mareel, Voor vorst en stad; Brown, Civic ceremony. Maximiliaan verbleef in het voormalige huis van Jean Gros en Jacob van Savoye in de Sint-Jakobsstraat, dat zijn vertrouweling Filips van Kleef in 1487 als bruidschat had ontvangen (Haemers, Philippe de Clèves, 43).

7


vlaamse.opstand.book Page 8 Monday, October 27, 2014 3:24 PM

DE STRIJD OM HET REGENTSCHAP OVER FILIPS DE SCHONE

val van haar paard in het kasteelpark te Wijnendale bij Brugge, was er strijd uitgebarsten in Vlaanderen om wie het regentschap over de driejarige Filips de Schone zou uitoefenen. De organisatoren van de Brugse optocht van 16 mei 1488 eisten toen reeds het regentschap op omdat ze Maximiliaan van wanbeleid betichtten. Maria’s echtgenoot was volgens hen verantwoordelijk voor de overtreding van rechten en privileges in de afgelopen jaren, de verspilling van belastinggeld, en de keizerszoon had zijn directe vertrouwelingen steeds meer macht toegeschoven ten nadele van de traditionele gezaghebbers in de steden van het graafschap. Vlaanderen was overigens niet het enige landsdeel dat zich tegen Maximiliaan verzette, want ook in de andere gewesten, zoals Brabant, Namen en Holland, was er om gelijkaardige redenen verzet tegen hem. Het verweer was echter het hevigst in Vlaanderen, waar een regentschapsraad werd opgericht in de loop van 1483. In alle steden lichtte de raad de Maximiliaangetrouwen uit het pluche ten voordele van sympathiserende families en vertegenwoordigers van de ambachten. Pas na een lange oorlog konden Maximiliaan en zijn medestanders tijdens het voorjaar van 1485 het bestuur opnieuw overnemen. Maar niet voor lang. Want in de ceremonie van 16 mei 1488 was de Habsburgse prins als het ware het ‘lijdend voorwerp’. Andermaal diende hij toe te zien hoe zijn rivalen met pompeuze rituelen het regentschap inpalmden, en in Brugge wederom het gezag uitoefenden. Bijgevolg namen ook de Brugse schepenen en het bestuur van elk ambacht aan de processie deel. Ze volgden na de vertegenwoordigers van de Vlaamse steden, en gingen die van de andere gewesten zoals Brabant en Holland vooraf. In de Sint-Jakobsstraat vervoegde ook Maximiliaan de stoet. Te voet. Dat was een vernedering van jewelste. De Habsburger was in 1486 namelijk als Rooms-koning gehuldigd, een titel die hem tot kroonprins in het ‘Heilig Roomse Rijk der Duitse Natie’ maakte (dat is het Rijk dat zich van Antwerpen tot Krakau en van Kiel tot Siena uitstrekte). De toekomstige keizer, grootvader van Karel V, diende zich in 1488 achter het Brugse werkvolk naar de Grote Markt te begeven. De processie was een triomftocht voor eenieder die Maximiliaans beleid had verafschuwd, en een feestelijke gebeurtenis voor diens tegenstanders. Fakkels, klokgelui en muziek begeleidden dan ook de stoet naar de Markt. Daar besteeg Maximiliaan samen met leden van het hof het balkon op het huis ‘Cranenburg’ waar hij twee maand tevoren de terechtstelling van zijn hofmeester en topadviseur Pieter Lanchals had aanzien. Op een tribune voor de ‘Cranenburg’, waarop ook een altaar en een troon was getimmerd, namen de vertegenwoordigers van de andere gewesten, inclusief van de Drie Leden, op versierde banken plaats. De Brugse schepenen en de dekenen van de ambachten verzochten de gedeputeerden van de andere gewesten ‘met vele scone ende zoete 8


vlaamse.opstand.book Page 9 Monday, October 27, 2014 3:24 PM

INLEIDING

woorden’ of zij bij de Habsburgse vorst om vergiffenis wilden vragen voor de gebeurtenissen van de voorbije maanden, zoals de terechtstelling van Pieter Lanchals. De gedeputeerden stemden in met het verzoek en ze smeekten op hun knieën om genade voor de Bruggelingen. De genereuze prins verleende hen onmiddellijk gratie, ‘twelcke zo compasselic was om hooren […] dat een steenen harte, indien dat moghelic ware, gheweent zoude hebben’, aldus een tijdgenoot die de ceremonie bijwoonde.6 Daarna verliet Maximiliaan het balkon van de ‘Cranenburg’ en betrad hij de Grote Markt om de met gouden en rood fluweel bekleedde troon te bestijgen. Op de tonen van het Te Deum viel hij op de knieën voor het altaar. De Roomskoning zwoer plechtig op de Brugse relieken de ‘Akte van Eenheid’ van 12 mei en de ‘Vrede van Brugge’ van 16 mei ‘ghestadelick, vastelick ende omverbrekelick’ te onderhouden en alle overtreders zwaar te straffen.7 Maximiliaan vergaf de Bruggelingen nogmaals alle zonden en nadat de Vrede van Brugge voorgelezen was, hechtte hij het zegel van zijn zoon Filips de Schone aan de oorkonde. Het was zijn laatste daad als regent, want het verdrag ontnam hem het regentschap over de minderjarige graaf en legde het in de schoot van een raad van adellijke verwanten van de graaf en vertegenwoordigers van de Drie Leden van Vlaanderen, net als enkele jaren voorheen. Tot slot zwoeren ook de aanwezige edelen, de vertegenwoordigers van de Staten en de Drie Leden van Vlaanderen de Vrede van Brugge na te leven. Het stadsbestuur strooide van op het balkon van het Belfort muntstukken rond en alle klokken in de stad luidden. Om twee uur ’s middags liep de ceremonie op zijn eind. Tijdens een gemeenschappelijke maaltijd bereikte ook Filips van Kleef, de zoon van Vliesridder Adolf, de stad. Na intensieve onderhandelingen was Filips, een belangrijke vertrouweling en generaal van Maximiliaan, in de Vrede van Brugge als gijzelaar aangeduid. In ruil voor de vrijlating van zijn heer werd hij aan Gent uitgeleverd en Filips was zelfs verplicht de wapens op te nemen tegen elke overtreder van de Vrede. In een tweede misviering in de kerk van Sint-Donaas in de vooravond zwoer Filips de Vrede na te leven. Samen met zijn verwant Filips van Bourgondië-Beveren begeleidde hij Maximiliaan naar de Kruispoort waar de moegetergde vorst de stad verliet. Aan de leiding van troepen die kort tevoren bij Brugge aangekomen

6

7

Met name de Ieperse boodschapper Jan Steelant, die zich onder de toeschouwers op de Markt bevond (Diegerick, Correspondance des magistrats, 215). Despars, Cronycke van den lande, IV, 404. Maximiliaan beloofde ‘int woort van den prinche ende als coninck up ons trauwe ende eere nemmermeer daer yegens te commene, te doen commene, of te laten doen commene of ghedooghen, ghecommen of ghedaen te zijne, directelick of indirectelic, in wat manieren dat sij, naer onsen vermoghen al naer inhouden, voorme ende tenuere van der lettere van desen voorseiden paeyse, eendrachtichede, unye ende allianchie’ (Dits die Excellente Cronike, 252v).

9


vlaamse.opstand.book Page 10 Monday, October 27, 2014 3:24 PM

DE STRIJD OM HET REGENTSCHAP OVER FILIPS DE SCHONE

waren, reisde Maximiliaan naar zijn vader te Leuven. Het werd een vredig weerzien, maar gezien de omstandigheden ook een heel bitter treffen.8 In dit boek leest u over deze omstandigheden. Het gaat na waarom Maximiliaan en zijn tegenstanders zo verbeten strijd gevoerd hebben om het regentschap over Filips de Schone. In de bestaande historiografie wordt het conflict tussen beide partijen afgedaan als een typisch treffen tussen staat en steden in de middeleeuwen. In een laatste oprisping zouden de steden er gevochten hebben voor de instandhouding van de eigen rechten tegen een vorst die op weg was een centrale staat in de Nederlanden te stichten. Maar was de motivatie van beide partijen om de wapens op te nemen, echt zo eenduidig? Dit boek zal aantonen dat de meningen ernstig verdeeld waren over welke ‘staatsvorm’ het graafschap diende te besturen. Maar een duidelijke tegenstelling ‘stad’ versus ‘staat’ was er allerminst. Voor- én tegenstanders van het regentschap van Maximiliaan wensten een centraal bestuur in Vlaanderen te behouden, geen van beide stelde de geprivilegieerde positie van de steden in vraag. Wél waren er hevige meningsverschillen over de machtsconcentratie aan het hof. Terwijl Maximiliaan en zijn medestanders het als een zenuwcentrum van het besluitvormingsproces beschouwden, wensten hun tegenstanders de steden meer inspraak te geven. Maar de scheidslijn tussen voor- en tegenstanders van een sterke centrale bestuursvorm liep niet gelijk met de klassieke opdeling ‘stad’ en ‘staat’. Sommige groepen in de steden waren immers hevige voorstander van een machtsuitbreiding van het Habsburgse hof, terwijl een belangrijke factie edelen van dat hof eerder de invloed van de vorst aan banden wenste te leggen. Economische en maatschappelijke belangen botsten nu eenmaal tussen personen die in dezelfde steden leefden en werkten, en hun visie om tegenstellingen en conflicten op te lossen verschilde danig. In een ander werk ging ik de voorgeschiedenis van de strijd om het regentschap over Filips de Schone te lijf – in het eerste hoofdstuk van dit boek krijgt de lezer een inkijk in de voornaamste vaststellingen van die zoektocht.9 Hier daarentegen onderzoek ik de krijtlijnen van het eigenlijke conflict met de bedoeling de maatschappelijke beweegredenen te ontrafelen van stadsgenoten om de pen en de wapens tegen elkaar op te nemen in een bittere strijd die vele kenmerken van een burgeroorlog aannam. Wie koos partij voor wie, en waarom? Ik ga ook na wat de inzet was van de verbeten strijd. Het regentschap over de jonge graaf bleek een excuus voor Maximiliaan en zijn opponenten om de bestuursstructuur van het graafschap naar eigen goeddunken in te richten. Met name kozen laatstgenoemden voor een regentschapsraad, terwijl de Habsburgse 8 9

10

Heinig, Ein bitter-freudiges familientreffen, 183-4 en Wiesflecker, Kaiser Maximilian I., 218-20. Haemers, For the common good.


vlaamse.opstand.book Page 11 Monday, October 27, 2014 3:24 PM

INLEIDING

vorst duidelijk een bestuur vanuit het hof voorstond. In dit boek onderzoek ik waarom die regentschapsraad het uiteindelijk niet gehaald heeft van de centrale bestuursvorm die Maximiliaan het graafschap had opgelegd. Maar toch was de Weense prins in 1488 het lijdend voorwerp van een vernederende ceremonie. Meer nog, tot tweemaal toe hebben de tegenstanders van de vorst hun gelijk gehaald en zelf een alternatieve bestuursvorm in het graafschap ingericht. In 1483 en 1488 verwijderde een omvangrijk verbond van edelen en stedelingen de in hun ogen onrechtmatige regent van het beleid en richtten ze zelf het bestuur op territoriaal niveau in. Het werd een federale stedenbond die een grote autonomie aan de steden liet, maar toch een aantal zaken op centraal, ‘federaal’ niveau wenste te reguleren. In de jaren tussen 1485 en 1488 daarentegen bestuurden Maximiliaan en zijn medestander het graafschap op hun manier. Met name vanuit het centrum, het hof, waarbij vertrouwelingen van de vorst in ruil voor onderlinge steun het lokale beleid uitstippelden. Maar ook die bestuursvorm liet nog een grote autonomie aan de steden; van een louter centrale bestuurde ‘staat’ was geen sprake. Veel hangt natuurlijk af van de definitie van deze begrippen. Bijgevolg analyseert dit boek nauwgezet wat die inhouden, hoe beide partijen het graafschap bestuurden, en reikt het een hypothetische verklaring aan voor hun beider op- en ondergang. Die luidt als volgt. Een voorname reden waarom beide bestuursvormen het niet van elkaar gehaald hebben ligt in het feit dat geen van beide voldoende legitimiteit bezat om stand te houden tegen de aanval van de tegenstander. Zowel Maximiliaan als de regentschapsraad konden op een zekere autoriteit en traditie rekenen om het gezag in het graafschap uit te oefenen, maar hun bewind bleef broos. Waren beide bestuursvormen een geloofwaardig alternatief om het graafschap te regeren, de concurrent kon evenzeer op geldende gewoontes en rechten terugvallen om zijn rechtmatige claim op het regentschap te verdedigen. Noch overklaste één van beide partijen de ander met voldoende financiële en militaire middelen. Zowel de regentschapsraad als het Habsburgse hof en hun beider medestanders hadden kapitaal en materiaal ter hunner beschikking om elkaar te bekampen, maar opnieuw bleek dat ontoereikend om de bovenhand te halen. Evenmin was de maatschappelijke aanhang van beide kemphanen afdoende geworteld. Maximiliaans bondgenoten bleken niet in staat om de sociale netwerken van de aanhangers van de regentschapsraad te breken, en vice versa. Kortom, beide partijen hielden elkaar in evenwicht, en konden, eenmaal de andere uitgeput, zij het met moeite en tijdelijk, het bestuur van het graafschap overnemen. Een eensluidend antwoord op de algemene vraag waarom een gewest op een bepaalde manier bestuurd wordt, en op de specifieke zoektocht waarom de regentschapsraad het op lange termijn niet gehaald heeft, is er niet. Elk van de 11


vlaamse.opstand.book Page 12 Monday, October 27, 2014 3:24 PM

DE STRIJD OM HET REGENTSCHAP OVER FILIPS DE SCHONE

aangehaalde aspecten, met name de sociale, economische, financiële en ideologische achtergrond van beider bestuursvormen zal ik in detail analyseren, met de bedoeling aan te tonen dat een combinatie van factoren de afloop van het conflict bepaald heeft. Van dit complexe verhaal wil ik u in dit boek overtuigen, maar eerst dien ik aan te stippen waar de traditionele historiografie van de zogenaamde ‘Vlaamse Opstand’ mijns inziens tekortschiet om het conflict te verklaren.

Wat is al geschreven over de ‘Vlaamse Opstand’? In een eerder artikel met Louis Sicking herdoopte ik de strijd om het regenschap over Filips de Schone als de ‘Vlaamse Opstand’, naar analogie van de ‘Nederlandse Opstand’ die ongeveer een eeuw later om zich heen zou grijpen. In beide conflicten drongen opstandige steden en edelen een bestuurlijk alternatief aan de heersende dynastie op, zij het dan dat die in het zestiende-eeuwse Noorden uiteindelijk een permanent karakter heeft gekregen.10 In het Zuiden kon de Habsburgse dynastie toen het pleit winnen, zoals dat in de vijftiende eeuw in de gehele Nederlanden het geval was geweest. Uiteindelijk hebben de opstandelingen in 1492 Maximiliaan namelijk als regent erkend, terwijl diens achterkleinzoon Filips II zijn heerschappij niet over alle regio’s van de Nederlanden heeft weten te herstellen. Een eeuw eerder had de Vlaamse Opstand na het overlijden van Maria van Bourgondië in 1482 een aanvang genomen. Het heeft een decennium strijd om het regentschap over haar minderjarige zoon opgeleverd. Dit boek beschrijft niet de volledige Opstand, want mijn onderzoek eindigt bij de gevangenschap van Maximiliaan, het orgelpunt in de strijd om het regentschap over Filips, die uiteindelijk vanaf 1493 als meerderjarige zijn taken als graaf zonder regent zou uitvoeren. De reden waarom dit boek zich beperkt tot 1488 zijn divers. Ten eerste bestaan er over de daaropvolgende jaren afdoende publicaties voor wie op zoek is naar feiten en verhalen uit die periode (ik haal ze later aan), maar ook werden de krijtlijnen van het laatste derde van de Vlaamse Opstand tijdens de voorafgaande periode geschapen. De beweegredenen en oorzaken van de gebeurtenissen na de gevangenschap van Maximiliaan vallen dus af te lezen in een grondig onderzoek naar de periode tussen 1482 en 1488. Maar waarom was dit onderzoek nodig? ‘Le règne de Maximilien attend encore son historien’, merkte de Brugse kanunnik Charles Carton in 1840 op toen hij een artikel wijdde aan ‘les ravages que fit Maximilien dans la West-Flandre’.11 Aan deze kanttekening koppelde hij de 10 11

12

Haemers & Sicking, De Vlaamse Opstand, 346-7. In de Annales de la Société d’Emulation (vol. 2, p. 406).


vlaamse.opstand.book Page 13 Monday, October 27, 2014 3:24 PM

INLEIDING

belofte de voornaamste bronnen over de geschiedenis van deze periode uit te geven, maar de regering van Maximiliaan van Oostenrijk vond zijn historicus voorlopig niet. Enkel een aantal Brugse erudieten, zoals Louis Gilliodts-Van Severen, schonken terloops aandacht aan de opstand van 1488, maar een diepgaande analyse bleef uit. In de aanvang van de twintigste eeuw behandelde ook de befaamde mediëvist Henri Pirenne deze periode stiefmoederlijk. ‘1477’, een ander jaar waarin de Vlaamse steden tegen de Bourgondische dynastie opstand voerden, en ‘1488’ waren volgens hem dan wel belangrijke momenten in de vorming van een ‘nationaal’ gevoel in de Nederlanden, maar de oprispingen van het stedelijke ‘particularisme’ verhinderden, aldus de eminente historicus, de vorming van een ‘staat’.12 In dit boek hanteer ik (in tegenstelling tot vroegere studies) de term ‘particularisme’ niet meer. Pirenne haalde het begrip bij Duitse geleerden, die ermee nogal meewarig verwezen naar een in hun ogen voorbijgestreefde politieke reactie van geprivilegieerde steden die kost wat kost hun voorrechten wensten te behouden, tegen het ontstaan van meer landelijke wetgeving in.13 Ook de Belgische grootmeester ontwaarde in de geschiedenis van de Nederlanden namelijk een voortschrijdende politieke evolutie: het ontkiemen van nationale staten. De vorming ervan werd volgens Pirenne echter tegengewerkt door onderdanen die enkel hun eigen, privileges (‘privé-wetten’) en ‘particuliere’ belangen nastreefden. Stedelijke opstanden tegen de Bourgondisch-Habsburgse dynastie konden in Pirennes oeuvre bijgevolg op weinig sympathie rekenen: ‘Le particularisme politique était encore trop puissant à la fin du XVe siècle pour qu’une constitution parlementaire pût s’établir en Belgique’.14 In navolging van Henri Pirenne werd ‘1477’ als het eindpunt van de ‘Bourgondische geschiedenis’ van de Nederlanden geijkt, of toch als een (soms jammerlijke) onderbreking in een eenmakingsproces beschouwd. Niet toevallig kwamen de opstanden van 1477 en 1488 pas voor het voetlicht toen in de naoorlogse decennia de aandacht van historici voor politiek protest toenam. In 1965 schreef Robert Wellens, dé historicus van de Staten-Generaal, de eerste integrale studie over de Brugse opstand van 1488; en, belangrijker nog, Wim Blockmans brak definitief de ban in 1974 met een overzichtsartikel over de gebeurtenissen in de periode 1482-1492. Beiden interpreteerden deze turbulente jaren als een strijd tussen middeleeuwse steden, ‘trop jalouses de leur autonomie’, 12 13 14

Pirenne, The formation and constitution, 495. Dumolyn, Henri Pirenne en het particularisme, 732-3; Boone, Cities in late medieval Europe, 330-1. Pirenne, Le rôle constitutionnel, 270 – een gelijkaardige opmerking in diens Histoire de Belgique, III, 54. Pirennes teleologische visie op de politieke geschiedenis van de Bourgondische Nederlanden was erop gericht het ontstaan van België te verklaren en zelfs te rechtvaardigen (Haemers, De dominante staat, 457; zie ook Prevenier, Ceci n’est pas un historien en Tollebeek, At the crossroads om Pirennes visie te kaderen).

13


vlaamse.opstand.book Page 14 Monday, October 27, 2014 3:24 PM

DE STRIJD OM HET REGENTSCHAP OVER FILIPS DE SCHONE

zoals Wellens het verwoordde, en een autocratisch, ‘modern’ regime, in de woorden van Blockmans.15 Hun beider bijdragen zijn nog steeds essentieel om het conflict te begrijpen, maar gaan nog uit van een botsing van groepen die pleitten voor politieke stilstand en tegenstanders die ‘vooruitgang’ op het oog hadden. Bovendien gaan ze amper de maatschappelijke motivatie na die voor- en tegenstanders van stedelijke autonomie hadden. De redenen voor hun strijd worden belicht, maar ‘een menselijke invulling’ ontbreekt: wie waren de personen die Maximiliaan verdedigden, waarom wisselden sommigen van kamp, en hoe oefenden ze hun macht uit? De complexiteit van de materie, het gebrek aan voorstudies en het ronduit ontoegankelijke bronnenmateriaal schrokken nadien menig historicus af om het ‘vergeten tijdvak’ van de dood van Karel de Stoute tot het aantreden van Karel V als meerderjarig vorst (1477-1515) te bestuderen. Net geen half millennium na de dood van Filips de Schone in 1506 schreef diens biograaf dat de regering van de ‘laatste hertog van Bourgondië’ nog steeds in een historiografisch vacuüm vertoeft.16 Evenmin hebben de talrijke biografen van Maximiliaan van Oostenrijk diepgaand onderzoek gevoerd naar de beweegredenen van de onderdanen om de Habsburgse kroonprins in 1488 vast te houden. Ze onthouden enkel dat de toekomstige keizer met het ‘Bourgondische huwelijk’ zijn rijk danig heeft uitgebreid, weliswaar na talrijke moeilijkheden te hebben overwonnen.17 Nochtans herbergt de periode 1477-1492 voldoende fascinerende historiek om ze als ‘testcase’ aan pregnante onderzoeksvragen te onderwerpen. Terwijl in de beginjaren van de eenentwintigste eeuw Hans Cools en Frederik Buylaert de positie van de Vlaamse adel in het conflict trotseerden, zocht ik een dieperliggende verklaring in de interne situatie in de Vlaamse steden.18 Het onderzoek gaf aanleiding tot een monografie over de regering van Maria van Bourgondië (1477-1482) die in 2009 verscheen. Dat onderzoek naar het tijdvak dat de Vlaamse Opstand voorafging, deed me besluiten dat er toen een diepgaande partijstrijd in Vlaanderen woedde tussen voor- en tegenstanders van Maximiliaans heerschappij. Van een strijd tussen ‘oud’ en ‘nieuw’ was weinig sprake. Beide 15

16

17

18

14

Wellens, La révolte brugeoise, 6 (zie ook diens Les Etats-généraux); Blockmans, Autocratie ou polyarchie, 307. Een decennium na deze publicatie bundelde Wim Blockmans een aantal richtinggevende artikelen over het zogenaamde breukpunt van 1477 in boekvorm (Blockmans, 1477). Cauchies, Philippe le Beau, vii-xi. In 2006, 500 jaar na diens dood, ondernam de KBR een poging om Filips uit de vergetelheid te halen met een tentoonstelling, zie de cataloog van Bousmanne, Wijsman & Thieffry, Philippe le Beau. Er was ook de gelegenheidspublicatie van Fagel, Geurts & Limberger, Filips de Schone. Zie bijvoorbeeld Rapp, Maximilien d’Autriche, 95; Hollegger, Maximilian I, 100 en Wolff, Die doppelregierung, passim. De beste biografie blijft Wiesflecker, Kaiser Maximilian I. Cools, Mannen met macht; Buylaert, Sociale mobiliteit (en later diens Eeuwen van ambitie). Aan te vullen met Haemers, Adellijke onvrede en Opstand adelt.


vlaamse.opstand.book Page 15 Monday, October 27, 2014 3:24 PM

INLEIDING

partijen hoopten hun visie op de inrichting van het landsbestuur door te drukken, maar geen van beide haalde de overhand. De onderdanen van de toekomstige Rooms-koning waren actieve spelers op het politieke toneel die met hun netwerken, ideologie en kapitaal rivaliseerden om de macht. In plaats van een treffen tussen onderdaan en vorst bleek de Vlaamse Opstand eerder een strijd tussen twee facties, met uiteraard een grote groep omstanders die met processies en andere middelen overtuigd werden van het grote gelijk. Uiteindelijk evolueerde het conflict bijna tot een burgeroorlog (1488-1492) waarin beide facties het met de wapens tegen elkaar opnamen.19 Zo dadelijk laat ik de hoofdpersonages aan het woord, maar eerst dien ik terug te komen op het onontbeerlijke theoretische kader van deze studie. Van een oprisping van het stedelijk particularisme spreek ik niet meer, maar wat is dan de meer recente visie op de politieke fenomenen van de vijftiende eeuw?

Wat is al geschreven over ‘middeleeuwse staten’? De omvangrijke literatuur over de vorming van ‘staten’ en de (re)actie of ‘opstanden’ ertegen heeft deze studie beslissend beïnvloed, maar toch zijn er belangrijke bedenkingen te maken over het gebruik van deze begrippen in het historische onderzoek. Beide hebben een geladen betekenis, die hun beladen geschiedenis duidelijk maakt. We starten ons overzicht met twee theoretici die het debat naar de vorming en de werking van staten fundamenteel hebben beïnvloed, namelijk Karl Marx en Max Weber. Marx’ functionalistische visie ziet de staat als een instelling die bovenal de dominantie van de heersende klasse ondersteunt, rechtvaardigt en reproduceert.20 In tegenstelling tot het oordeel van Wilhelm-Friedrich Hegel, die de staat als de verdediger van het algemeen belang van de volledige maatschappij beschouwde, stelde Marx dat de staat enkel de eigendomsbelangen van de heersende elite behartigde. De staat was een instrument in handen van de economisch dominante klasse om eigendomsrelaties te exploiteren. Webers comparatieve historische sociologie daarentegen ontwierp een ideaaltype van de staat, een referentiekader dat, ook al is het gebaseerd op de empirische realiteit, een hypothetisch model vormt dat telkens weer aan de historische werkelijkheid dient te worden getoetst.21 In de praktijk is dus nergens een ‘ideaaltype’ van de staat werkzaam, maar de Weberiaanse definitie is voor historici een handig concept om het onderzoek naar staten aan te vatten. Historici die 19

20 21

Voor het voorjaar van 1488 is Wellens, La révolte brugeoise, nog steeds de referentie (aangevuld met Van Leeuwen, De Vlaamse wetsvernieuwing, passim). Voor de periode nadien raadplege men De Fouw, Philips van Kleef; Vrancken, Papieren munitie, en Haemers, Philippe de Clèves. Haldon, The state, 1-4 en van den Berg, The immanent Utopia, 15-42. Kalberg, Max Weber’s, 9-15 en 92-4.

15


vlaamse.opstand.book Page 16 Monday, October 27, 2014 3:24 PM

DE STRIJD OM HET REGENTSCHAP OVER FILIPS DE SCHONE

zich in de tweede helft van de twintigste eeuw hebben gewijd aan het onderzoek naar de ‘moderne staat’ zijn vooral schatplichtig aan het Weberiaanse staatsconcept. De ideaaltypische definitie van de staat bij Weber (en ook bij Norbert Elias) sluit de functionalistische visie op de staat van Marx niet uit, want soms combineren historici beide. Max Weber definieert een (ideaaltypische) staat als een stel gedifferentieerde instituties die vanuit een politiek centrum een geografisch afgebakend territorium besturen, waarover de centrale macht door middel van een monopolie van fysiek geweld een bindende wetgeving kan afdwingen.22 Of, zoals Weber het zelf verwoordde, de staat is ‘een overheersingsrelatie van mensen over mensen die gebaseerd is op de legitieme (dat wil zeggen als legitiem beschouwde) toepassing van geweld’.23 Fysiek geweld, of, ruimer genomen, dwang wordt door een andere historisch socioloog, Charles Tilly, omschreven als elke (bedreigende of effectieve) handeling die schade veroorzaakt aan geviseerde personen of hun goederen.24 Het geweldmonopolie van de staat zal weliswaar nooit totaal zijn, maar zoals Wim Blockmans stelt, staten tenderen naar de uitoefening van overwegende bestuursmacht in hun territorium.25 Staten hebben namelijk een dominante positie verworven ten opzichte van andere instituties in het territorium waarover ze regeren. Meer nog, ze hebben niet enkel een monopolie op fysieke dwang, maar ook op fiscale inkomsten.26 Fiscale afroming benutten heersers om centrale instellingen te onderhouden en een concurrentiestrijd of oorlog te voeren met andere staten of interne politieke tegenstanders. Ook al is het dwangmonopolie van een staat nooit totaal, de concentratie van dwangmiddelen verschaft de heersers wel de mogelijkheid om hun beleid met geweld aan anderen op te dringen en dit om een geïnstitutionaliseerde vorm van controle over onderdanen uit te oefenen.27 Sommige historici zien bijvoorbeeld een evolutie van ‘domaniale staten’ naar ‘fiscale staten’ aan het werk. Middeleeuwse feodale staten haalden hun financiën aanvankelijk voornamelijk uit inkomsten van het persoonlijke domein van vorsten, maar aangezien deze middelen ontoereikend waren om onder meer grootschalige oorlogen te voeren en een omvangrijk staatsapparaat uit te bou-

22 23

24 25 26

27

16

Mann, The autonomous power, 112-3; Bruhns, Ville et Etat, 4 en Ertman, State formation, 369-70. Uit een voordracht voor de universiteit van München in 1919. Hij vulde aan: ‘Er kan dus pas sprake zijn van een staat als de overheerste mensen zich voegen naar het gezag waarop de heersers aanspraak maken’, zie de vertaalde tekst in Weber, Wetenschap als beroep, 45. Tilly, Coercion, capital, 19. Blockmans, Van buitenaf bekeken, 589. Zie ook Tilly, Reflections on the history, 27. Een staat kan pas zijn geweldsmonopolie in stand houden als het ook een belastingmonopolie heeft. In geen enkel opzicht heeft het ene monopolie voorrang op het andere, het gaat om twee aspecten van dezelfde monopoliepositie (Elias, Het civilisatieproces, 435). Giddens, The nation-state, 9-10 en 19-20.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789038224008 by Uitgeverij Lannoo - Issuu