Krijtlijnen 2014_Opmaak 1 20/02/14 13:25 Pagina I
DE KRIJTLIJNEN VAN HET SPEELVELD ORGANISATIE EN PLANNING VAN SPORT EN SPORTBELEID IN VLAANDEREN
Krijtlijnen 2014_Opmaak 1 20/02/14 13:25 Pagina III
DE KRIJTLIJNEN VAN HET SPEELVELD ORGANISATIE EN PLANNING VAN SPORT EN SPORTBELEID IN VLAANDEREN
Jeroen Scheerder & Steven Vos
Krijtlijnen 2014_Opmaak 1 20/01/16 13:30 Pagina IV
Management & Bestuur in Sport (MBS) Reekseditor: Jeroen Scheerder MBS 1 Europa in beweging. Sport vanuit Europees perspectief (2007, herdruk 2009) Jeroen Scheerder, Charlotte Van Tuyckom & An Vermeersch (Eds.) ISBN: 978 90 382 1170 1 MBS 2 Sport, bestuur en macht. Wedijver in een internationale arena (2009) Jeroen Scheerder & Bert Meulders (Eds.) ISBN: 978 90 382 1479 5 MBS 3 Meten en weten over zweten. Methoden van sociaalwetenschappelijk sportonderzoek (2011) Charlotte Van Tuyckom, Steven Vos & Jeroen Scheerder ISBN: 978 90 382 1818 2 MBS 4 Beweging in beleid/beleid in beweging. Het publieke beheer van de sport- en bewegingssector (2012, herziene uitgave 2013) Jeroen Scheerder & Hanne Vandermeerschen ISBN: 978 90 382 2026 0 MBS 5 Sport- en beweegmanagement in de Lage Landen. Strategisch en operationeel managen van sport- en beweegorganisaties (2012, tweede druk 2013) Steven Vos & Jeroen Scheerder ISBN: 978 90 382 1976 9 MBS 6 De regels van het spel. Management van sport en beweging (2014) Steven Vos & Jeroen Scheerder ISBN: 978 90 382 2313 1 MBS 7 De krijtlijnen van het speelveld. Organisatie en planning van sport en sportbeleid in Vlaanderen (2013, tweede druk 2014) Jeroen Scheerder & Steven Vos ISBN: 978 90 382 2082 6 (tweede druk: 978 90 382 2314 8) Š Academia Press P. Van Duyseplein 8 9000 Gent Tel. 09 233 80 88 info@academiapress.be
Fax 09 233 14 09 www.academiapress.be
Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Opmaak: Le Pur et L’Impur Cover: Thomas Ameye Jeroen Scheerder & Steven Vos De krijtlijnen van het speelveld. Organisatie en planning van sport en sportbeleid in Vlaanderen Gent, Academia Press, 2014, XVI + 264 p. ISBN 978 90 382 2314 8 D/2014/4804/93 NUR 843 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of vermenigvuldigd door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Krijtlijnen 2014_Opmaak 1 20/02/14 13:25 Pagina V
“[…] while policy areas such as the environment and social welfare have been subject to extensive analysis […], sport has remained on the margins. This marginalization contrasts with the recognition of sport by many governments as an increasingly important area of policy.” Houlihan (2005: 163)
V
Krijtlijnen 2014_Opmaak 1 20/02/14 13:25 Pagina VII
INHOUDSTAFEL
INHOUDSTAFEL
Voorwoord
XI
Inleiding
XIII
1. 2. 3. 4.
XIII XIV XIV XVI
Situering Sport, what’s in a name? Doelstellingen en opbouw Doelpubliek
DEEL 1: BELEIDSRUIMTE: HET
SPEELVELD VAN HET SPORTBELEID IN
VLAANDEREN
Hoofdstuk 1: Vraag en aanbod 1. Sportbeoefening 1.1 Sport? 1.2 Sport: een socio-cultureel construct 1.3 Sport(beoefening) gedefinieerd 1.4 Tijd voor sport? 1.5 Sportbeoefening in vergelijking met andere vrijetijdsactiviteiten 1.6 Deelname aan sport (in clubverband) 1.7 Sportvoorkeur 2. Sportaanbod 2.1 Evolutie van het aantal sportaanbieders 2.2 Organisatorisch profiel van sportaanbieders 2.3 (Doel)publiek van sportaanbieders 3. Tewerkstelling in de sportsector 3.1 Omvang en evolutie van de tewerkstelling in de sportsector 3.2 Kenmerken van de tewerkstelling in de lokale sportsector 3.3 Tewerkstellingssituatie van afgestudeerden in de lichamelijke opvoeding 4. Economische betekenis van de sportsector 4.1 Uitgaven aan sportbeoefening (microniveau) 4.2 Sportaanbieders (mesoniveau) 4.3 Economische betekenis van sport in Vlaanderen (macroniveau)
1 2 4 4 6 13 19 21 24 27 29 29 33 35 45 48 51 59 65 66 73 77
VII
Krijtlijnen 2014_Opmaak 1 20/02/14 13:25 Pagina VIII
DE KRIJTLIJNEN VAN HET SPEELVELD ORGANISATIE EN PLANNING VAN SPORT EN SPORTBELEID IN VLAANDEREN
Hoofdstuk 2: Organisatie van de sport 1. Sfeer 1: sportomgeving (multi-sectormodel) 1.1 Maatschappelijke inbedding van sport 1.2 Vier clusters van sectoren in de sportomgeving 1.3 Publieke/collectieve versus private/particuliere oriëntatie 2. Sfeer 2: sportsector (multi-actormodel) 2.1 Sportsector als onderdeel van de dienstenen belevenissensector 2.2 Vier strata in de sportsector 2.3 Middenveld, overheid en markt in de sportsector 2.4 Zes profitsectoren in de sportsector 3. Sfeer 3: sportstructuur (multi-levelmodel) 3.1 Organisaties in de sport 3.2 Publieke sport(beleids)organisaties in de Vlaamse sportsector 3.3 Zeven niveaus in de sportstructuur 4. Sfeer 4: sportcultuur (multi-modimodel) 4.1 Sportcultuur als basis van sportstructuur 4.2 Versporting en ontsporting 4.3 Vijf modi van sportbeoefening/sportbeleving 4.4 Het uitgebreide kerkmodel van de sport
95 99 120 127 129 129 131 136 144 144 144 146 151
DEEL 2: BELEIDSONTWIKKELING: HET IN VLAANDEREN
153
TOT STAND KOMEN VAN HET SPORTBELEID
Hoofdstuk 3: Beleidshistoriek 1. Fasen in de ontstaansgeschiedenis van het Vlaamse sportbeleid 1.1 Fase 1: het sportbeleid in Vlaanderen vóór de culturele autonomie 1.2 Fase 2: beleidseuforie na de golden sixties (1969-1981) 1.3 Fase 3: de economisch moeilijke jaren (1981-1992) 1.4 Fase 4: naar een heropleving (1992-1999) 1.5 Fase 5: de verzelfstandiging van het sportbeleid (1999-2004) 1.6 Fase 6: ontwikkeling van een tweesporenbeleid (2004-heden) 2. Beleidsoverschrijdende initiatieven met betrekking tot sport 2.1 Maatschappelijke participatie en sport 2.2 Toerisme en sport 2.3 Volksgezondheid, welzijn en sport 2.4 Onderwijs en sport
VIII
84 86 86 89 94 95
154 156 156 157 161 162 165 166 173 173 177 178 180
Krijtlijnen 2014_Opmaak 1 20/02/14 13:25 Pagina IX
INHOUDSTAFEL
Hoofdstuk 4: Beleidsvorming 1. Beleidsproces 1.1 Beleidscyclus 1.2 Beleidsbetrokkenen 1.3 Sportbeleidsproces in de praktijk 2. Beleidsinstrumentarium 2.1 Beleidsinstrumenten 2.2 Beleidsinterventiestijlen 2.3 Vlaams sportmodel 3. Beleidsexcursie: wetgevend kader van het sportbeleid in Vlaanderen 3.1 Vlaams bestuursniveau: Beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport & Media 3.2. Lokale bestuursniveau: gemeentelijke en provinciale sportdiensten 3.3 Clubgeorganiseerde sport: sportfederaties 3.4 Sport en onderwijs: onderwijsgebonden sport 3.5 Sportbeoefening 3.6 Sporttakspecifieke regelgeving 3.7 Sportbelendende en sectoroverschrijdende regelgeving
182 184 186 190 193 199 200 202 205 207
Uitleiding
229
Referenties
231
209 210 217 222 223 225 227
Appendices 249 Appendix 1: Afbakening van sportactiviteiten conform SBV-onderzoek 249 Appendix 2: Overzicht van de erkende en gesubsidieerde sportfederaties in Vlaanderen anno 2009 251 Appendix 3: Prototype van organogrammen m.b.t. organisaties in de sector van de verenigingssport, de overheidssport en de commerciële sport 255 Appendix 4: Panathlon-verklaring ‘Ethiek in de jeugdsport’ 257 Appendix 5: Hoffelijkheidscode ‘Ik fiets hoffelijk’ 260 Biografie auteurs
263
IX
Krijtlijnen 2014_Opmaak 1 20/02/14 13:25 Pagina XI
VOORWOORD
VOORWOORD
‘Door samenspel scoren’ is de baseline van mijn sportbeleid, want ik geloof heel sterk in samenwerking als basisingrediënt voor toekomstige successen. Samenwerking creëert linken tussen mensen, stimuleert de uitwisseling van kennis en ervaring én maakt het mogelijk dat iedereen zijn eigen sterke punten maximaal kan uitwerken en delen met de anderen. Het bevorderen van het samenspel tussen de diverse actoren in het werkveld is dan ook mijn voornaamste bekommernis. Enkel op die manier kunnen we ervoor zorgen dat de sportparticipatie verhoogt. Het Vlaamse sportbeleid wil immers zoveel mogelijk mensen aanzetten om, ieder op zijn niveau, zo geregeld mogelijk te sporten in kwaliteitsvolle omstandigheden. Want sporten is gezond, daar hoeven we niemand meer van te overtuigen. Sport is plezier en ontspanning, fysieke en mentale fitheid, vaardigheden opdoen én sociaal contact in één klap. Natuurlijk moet iedereen op een gezonde en kwaliteitsvolle manier kunnen sporten. Daarom zorgen we ook voor de nodige randvoorwaarden om een permanent en divers sportaanbod te ontwikkelen op maat van elke Vlaming. Meer samenwerken en verder professionaliseren is verder ook de kern van het topsportbeleid, want Sport voor Allen en Topsport gaan steeds hand in hand. Topatleten zorgen er met hun prestaties voor dat meer mensen aan het sporten gaan, en hoe meer mensen er sporten, hoe meer talenten er gevonden kunnen worden. Ik ben ervan overtuigd dat deze publicatie een boeiend naslagwerk is voor iedereen die geïnteresseerd is in of meewerkt aan de realisatie van een gezond, duurzaam en resultaatgericht sportbeleid. Veel leesplezier! Philippe Muyters Vlaams minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport
XI
Krijtlijnen 2014_Opmaak 1 20/02/14 13:25 Pagina XIII
INLEIDING
1.
Situering
In dit boek staan de organisatie en de planning van de sport en het sportbeleid in Vlaanderen centraal. Meer bepaald gaat het in dit werk om hoe het Vlaamse sportlandschap gestructureerd is enerzijds, en hoe dit landschap beheerd en bestuurd wordt anderzijds. In landen met een actief stimuleringsbeleid inzake sport, kan de manier waarop sport georganiseerd en gepland wordt, vaak niet losgekoppeld worden van hoe het land staatkundig ingericht en bestuurd wordt. Zeker in zogenaamde meertalige federale staatsstructuren – zoals voor België het geval is – wordt het beleid inzake culturele aangelegenheden (o.a. sport) en onderwijs (o.a. lichamelijke opvoeding) doorgaans toevertrouwd aan subnationale structuren, met name de deelstaten. In België is ‘sport’ dan ook een bevoegdheid van de gemeenschappen. Vandaar dat Vlaanderen sinds het begin van de jaren zeventig (eerste staatshervorming) een autonoom publiek sportbeleid voert. Hoewel de Vlaamse overheid intussen dus reeds meer dan vier decennia een eigen beleid inzake sport voert, is sport in Vlaanderen in eerste instantie geen overheidsaangelegenheid. Integendeel, een aanzienlijk deel van het sportgebeuren wordt mogelijk gemaakt dankzij het aanbod van ongeveer 24 000 sportclubs waarvan meer dan anderhalf miljoen mensen lid zijn en waarin meer dan 400 000 vrijwilligers actief zijn. Voor hun werking zijn deze clubs evenwel in sterke mate afhankelijk van overheidssubsidies. Ook de Vlaamse sportfederaties doen voor een groot stuk beroep op middelen en ondersteuning die zij van de Vlaamse overheid ontvangen. Sportfederaties en hun sportclubs vormen samen met andere burgerinitiatieven – zoals lichte sportgemeenschappen of socio-culturele verenigingen met een sportaanbod – het zogenaamde maatschappelijke middenveld van de sport. Naast het verenigingsleven en de overheid zijn er in Vlaanderen ook steeds meer commerciële organisaties actief op de sportmarkt. Voor deze organisaties komt het er op aan om zoveel mogelijk financiële winst te genereren via sport. Daarbij gaat het onder meer om het aanbieden van sportactiviteiten in een commerciële setting – denken we maar aan een fitnesscentrum, een tennis- of squashbaan, een
XIII
Krijtlijnen 2014_Opmaak 1 20/02/14 13:25 Pagina XIV
DE KRIJTLIJNEN VAN HET SPEELVELD ORGANISATIE EN PLANNING VAN SPORT EN SPORTBELEID IN VLAANDEREN
overdekte skipiste, een indoor klimmuur, een bowlingcenter, een kartingcircuit, etc. – of de organisatie van een sportevenement, zoals bijvoorbeeld de Antwerp 10 Miles & Marathon en de Ronde van Vlaanderen voor Wielertoeristen. Ook de omkadering van topatleten op het gebied van training, management en marketing gebeurt steeds meer door commerciële (sport)organisaties. De organisatie van de sport in Vlaanderen wordt dus zowel door publieke als private actoren, non-profit en for-profit spelers, als clubgeorganiseerde en andersgeorganiseerde aanbieders vorm gegeven. Zowel het maatschappelijke middenveld, de overheid als meer recent ook de markt zijn in Vlaanderen dus betrokken bij het organiseren van sportactiviteiten en/of de omkadering, de infrastructuur, ... die deze activiteiten mogelijk maken. Het sportbeleid dat in Vlaanderen gevoerd wordt, staat logischerwijze niet los van deze organisaties. Meer nog, het Vlaamse sportbeleid is steeds meer een ‘samenspel’ tussen middenveld, overheid en markt.
2.
Sport, what’s in a name?
In dit boek verwijzen we naar sportactiviteiten, sportinfrastructuur, sportorganisaties, sportbeleid, .... Gezien de ontwikkelingen binnen, maar ook buiten de sportsector, is het echter steeds meer aangewezen om over sport- en bewegingsactiviteiten, sport- en bewegingsinfrastructuur, sport- en bewegingsorganisaties, sport- en bewegingsbeleid, etc. te spreken. Hoewel een strikt onderscheid tussen sport en beweging niet altijd even eenvoudig of eenduidig gemaakt kan worden, is duidelijk dat een te enge definitie van ‘sport’ niet langer houdbaar en/of wenselijk is gezien de maatschappelijke betekenis van sport, beweging, fysieke activiteit, etc.1 Vanuit een gezondheidsperspectief dringt een verbreding van het sportconcept zich op, bijvoorbeeld omdat ook andere vormen van fysieke activiteit een gezondheidswaarde hebben. Ook vanuit een sociaal perspectief blijkt een ruimer concept aangewezen. Door bijvoorbeeld alleen rekening te houden met clubsport, dreigt men immers groepen die minder makkelijk of geen toegang hebben tot deze vorm van sportbeoefening buiten beschouwing te laten. Om onze tekst echter vlot leesbaar te houden, zulllen we evenwel het begrip ‘sport’ blijven hanteren, doch dit dus met een zo ruim mogelijke invulling.
3.
Doelstellingen en opbouw
Dit boek heeft tot doel inzicht te verschaffen hoe de sport in Vlaanderen georganiseerd is enerzijds en hoe het sportbeleid in Vlaanderen tot stand komt anderzijds. Hoewel het Vlaamse sportbeleid een publiek gegeven is, betekent dit geens1
XIV
Een conceptuele afbakening van de begrippen ‘sport’ en ‘sportbeoefening’ komt aan bod in het eerste hoofdstuk van het eerste deel (zie ook Scheerder & Vandermeerschen, 2013; Van Tuyckom, Vos & Scheerder, 2011).
Krijtlijnen 2014_Opmaak 1 20/02/14 13:25 Pagina XV
INLEIDING
zins dat alleen de overheid bij dit beleid betrokken is. Vandaar dat we in dit werk in eerste instantie nagaan welke organisaties er in de Vlaamse sportsector actief zijn, om vervolgens stil te staan bij de ontwikkeling en de implementatie van het Vlaamse sportbeleid. Het voeren van een sportbeleid vraagt met andere woorden om een onderbouwd inzicht in de structuren en organisaties die de actieve sportbeoefening mogelijk maken. Vervolgens kan het ‘samenspel’ tussen deze actoren in beeld worden gebracht, met name het sportbeleid dat uit deze dynamiek voortkomt. Figuur I.1
Opbouw van het boek ‘De krijtlijnen van het speelveld’
Het voorliggende werk is opgebouwd uit twee delen (zie Figuur I.1). In het eerste deel staat de beleidsruimte van het Vlaamse sportbeleid centraal. Meer bepaald gaan we na hoe het speelveld van het sportbeleid in Vlaanderen eruit ziet. Vooreerst staan we stil bij vraag en aanbod in het Vlaamse sportlandschap, geven we een beeld van de tewerkstelling in de Vlaamse sportsector alsook een indicatie van de economische betekenis van de sport in Vlaanderen. Vervolgens focussen we uitgebreid op de organisatie van de sport. Daarbij beschrijven we hoe en waar de Vlaamse sportsector zich in een ruimere context situeert (sportomgeving), brengen we in kaart welke spelers actief zijn (sportsector), geven we aan hoe deze actoren zich ten aanzien van elkaar positioneren (sportstructuur) en welke vormen van sportbeoefening en sportbeleving onderscheiden kunnen worden (sportcultuur). Op deze manier presenteren we een algemeen beeld van het speelveld waarop het Vlaamse sportbeleid tot stand komt. Uit deze mapping zal blijken dat meerdere en heel diverse actoren bij het Vlaamse sportbeleid betrokken (kunnen) zijn.
XV
Krijtlijnen 2014_Opmaak 1 20/02/14 13:25 Pagina XVI
DE KRIJTLIJNEN VAN HET SPEELVELD ORGANISATIE EN PLANNING VAN SPORT EN SPORTBELEID IN VLAANDEREN
Het tweede deel van dit boek zoomt in op de ontwikkeling van het Vlaamse sportbeleid. We staan achtereenvolgens stil bij de beleidshistoriek, het beleidsproces en het beleidsinstrumentarium. Dit laat toe om een zicht te krijgen op de evolutie van het sportbeleid in Vlaanderen, alsook om inzicht te verwerven in het mechanisme van de beleidsvoering met betrekking tot sport en de middelen waarmee dit beleid gerealiseerd wordt. In dit werk presenteren we een aantal modellen op basis waarvan we de organisatie en planning van de sport willen verduidelijken. Een model is een voorstelling van de werkelijkheid, maar niet noodzakelijk een reproductie ervan. Om tot een model te komen dienen immers vaak heel wat specificaties en details te worden weggelaten. Het gaat dus om een vereenvoudiging van de realiteit. Daarin worden desalniettemin essentiële onderdelen van de werkelijkheid opgenomen en gepositioneerd, alsook de onderlinge verhouding tussen deze elementen aangegeven. Een dergelijke reductie vervangt de werkelijkheid niet, maar kan haar wel illustreren.
4.
Doelpubliek
Met dit boek trachten we een bijdrage te leveren tot het in kaart brengen van de sportsector en het sportbeleid in Vlaanderen. Het richt zich in eerste instantie tot studenten, beleidsmakers en professionals die actief zijn in de sportsector. Ook mensen die interesse hebben in sport en/of beleid zullen ongetwijfeld hun gading in dit werk vinden. Tegelijkertijd hopen we dat het lezerspubliek met deze ‘sportkaart’ niet alleen een kompas in handen heeft, maar ook de nodige inspiratie aangeleverd krijgt om kritisch te aanschouwen en vervolgens constructief bij te dragen bij het verder uitbouwen van het sportbeleid in Vlaanderen. Gebruikers van dit werk roepen we bij deze dan ook graag op om hun suggesties en commentaren bij de inhoud aan de auteurs over te maken. Jeroen Scheerder en Steven Vos Maart 2013 Bij de tweede druk van dit boek werden een aantal aanvullingen opgenomen en enkele minimale tekstuele correcties doorgevoerd. Jeroen Scheerder en Steven Vos Februari 2014
XVI
Krijtlijnen 2014_Opmaak 1 20/02/14 13:25 Pagina 1
DEEL 1:
BELEIDSRUIMTE: HET
SPEELVELD VAN HET SPORTBELEID IN VLAANDEREN
Krijtlijnen 2014_Opmaak 1 20/02/14 13:25 Pagina 2
Hoofdstuk 1
Vraag en aanbod
Krijtlijnen 2014_Opmaak 1 20/02/14 13:25 Pagina 3
Hoofdstuk 1
Vraag en aanbod Vooraleer uitgebreid stil te staan bij de organisatie van de sport in Vlaanderen, wensen we eerst een beeld te geven van de ‘vraag’ en het ‘aanbod’ met betrekking tot sport. In eerste instantie bakenen we de begrippen ‘sport’ en ‘sportbeoefening’ af. Vervolgens gaan we na in welke mate er tijd beschikbaar is voor actieve sportdeelname en brengen we de omvang en de ontwikkeling van de sportbeoefening en het sportaanbod in Vlaanderen in kaart. Ook de tewerkstelling in en de economische betekenis van de Vlaamse sport worden bestudeerd. Op die manier werpen we een eerste blik op het Vlaamse sportlandschap. Voor dit overzicht maken we gebruik van bevindingen uit beschikbare studies. We beperken ons daarbij tot een beschrijving van de gegevens. Voor meer duiding en diepgaandere analyses verwijzen we naar de oorspronkelijke bronnen. Het luik met betrekking tot het ‘sporttijdsbudget’ doet beroep op gegevens uit Vlaams tijdsbestedingsonderzoek (Glorieux e.a., 2001; 2006). Tijdsonderzoek biedt het voordeel dat we een redelijk gedetailleerd beeld krijgen van de bezigheden van mensen in hun alledaagse context en de tijd die ze hieraan besteden. Op die manier kan ook in kaart gebracht worden hoeveel tijd er voor actieve sportbeoefening wordt uitgetrokken. Om een zicht te krijgen op de participatie in vrijetijdsactiviteiten, maken we gebruik van gegevens uit meerdere participatiestudies. Voor het luik omtrent sportbeoefening gebruiken we de gegevens uit Vlaanderen sport! (Scheerder e.a., 2013). Dit is een onderzoek waarin de evolutie van de actieve sportbeoefening in de periode 1969-2009 in kaart wordt gebracht. Daarnaast wordt in dit boek eveneens een overzicht gegeven van het gevoerde breedtesportbeleid in Vlaanderen en wordt cijfermateriaal gepresenteerd met betrekking tot de uitgaven aan sport. Vandaar dat we ook voor de economische betekenis van sport in Vlaanderen van dit werk gebruik zullen maken. Het luik inzake het sportaanbod bundelt enkele opvallende resultaten uit twee basisstudies, met name het Vlaamse Sportclub Panel 2009, afgekort VSP09 (Scheerder & Vos, 2010b) en het Vlaamse Fitness Panel 2009, afgekort VFP09 (Scheerder & Vos, 2010c)2, aangevuld met bevindingen uit het BMS-rapport Sport in clubverband (Deel 1)3 (Scheerder e.a., 2011b). Het materiaal met betrekking tot 2
3
Beide panels werden ontwikkeld door de Onderzoeksgroep Sport- & Bewegingsbeleid van de KU Leuven in samenwerking met het Steunpunt Beleidsrelevant Onderzoek Cultuur, Jeugd & Sport. Het tweede deel van Sport in clubverband focust op de uitdagingen voor de clubgeorganiseerde sportsector in Vlaanderen (Scheerder e.a., 2012).
3
Krijtlijnen 2014_Opmaak 1 20/02/14 13:25 Pagina 4
DE KRIJTLIJNEN VAN HET SPEELVELD ORGANISATIE EN PLANNING VAN SPORT EN SPORTBELEID IN VLAANDEREN
de gemeentelijke sportdiensten is afkomstig van twee basispublicaties (Scheerder & Vos, 2009a; 2009b). De resultaten met betrekking tot de omvang en ontwikkelingen langs aanbodzijde werden reeds eerder in overzichtsartikels gepubliceerd (zie Vos & Scheerder, 2011; 2012a). Voor het luik inzake de tewerkstelling in de Vlaamse sportsector baseren we ons op de overzichtsartikels van Scheerder e.a. (2010d; 2010e). Het oorspronkelijke onderzoeksmateriaal is ook hier afkomstig van de reeds eerder vernoemde panels, met name het Vlaamse Sportclub Panel 2009 (Scheerder & Vos, 2010b) en het Vlaamse Fitness Panel 2009 (Scheerder & Vos, 2010c), alsook van de studie naar semi-agorale arbeid in de Vlaamse sportsector (Scheerder e.a., 2010a).
1.
Sportbeoefening
1.1
Sport?
Zijn het voetballen in een club, het tafeltennissen in competitieverband of het fietsen op een wielerbaan wél sportactiviteiten en het trappen tegen een bal op een stadspleintje, het pingpongen in de tuin of de fietsuitstap met het gezin langs bewegwijzerde fietsroutes juist niet? Zijn snelwandelen en schoonspringen sport en een vakantiewandeling of een duik in een subtropisch zwembad niet? Is een grondoefening in het turnen een sportactiviteit en een balletperformance daarentegen niet? Wat met een fijnmotorische fysieke activiteit als darts, een gemotoriseerde competitie met omgebouwde auto’s of het gedigitaliseerde wii’en in de huiskamer? En de zogenaamde denksporten als schaken, dammen of bridge? Of activiteiten als duivenmelken, hengelen, petanque, tafelvoetbal, vinkenzetten, … allemaal sport? En wat met de verplichte uren lichamelijke opvoeding op school, de fietsverplaatsing naar het werk of de wandeling naar de bakker? Is met andere woorden de (fysieke) activiteit op zich, de tijdsduur, de intensiteit of de frequentie van de sportbeoefening, dan wel de organisatorische context, het gezelschap, de locatie, de tijdsperiode of de motivatie bepalend om van ‘sport’ en een ‘sportactiviteit’ te kunnen spreken? Duidelijk is in ieder geval dat de grenzen van het eertijds strikt aflijnbare sportconcept diffuus geworden zijn. Vandaag staat ‘sport’ bijgevolg voor een brede waaier aan (fysieke) activiteiten. Alleen al een blik op lijsten van sporttakken en sportdisciplines4 maakt duidelijk dat het hedendaagse sportlandschap niet alleen heel 4
4
We verwijzen bijvoorbeeld naar de Atlas van de sport (Van Vlaenderen e.a., 2007) waarin een aanzet gegeven wordt tot de inventarisatie van alle sportdisciplines in België. In hun opsomming komen de auteurs van dit werk aan 108 sporttakken en 897 sportdisciplines. In de sporttakkenlijst die gehanteerd wordt in functie van de tienjaarlijkse Studie naar de Bewegingsactiviteiten in Vlaanderen (SBV) komen Scheerder e.a. (2013) aan een 230-tal sporten. In beide bronnen gaat het om uitgebreidere lijsten van sporten dan het geval was bij voorgaande meetpunten.