Skip to main content

9789020995466

Page 1

nederlands

J O N G E R E N C AT E C HI S MU S VA N DE K AT H O L IEK E K ER K

Met een woord vooraf door paus Benedictus XVI


Hoe je dit boek kunt gebruiken De Jongerencatechismus behandelt, in de taal van jongeren, heel het katholieke geloof zoals dat gepresenteerd is in de Catechismus van de katholieke kerk (CKK) (1997), zonder naar volledigheid te streven. Hij bestaat uit vragen en antwoorden en verwijst bij elke kwestie naar een paginanummer in de CKK, waar uitvoeriger op de kwestie wordt ingegaan. Aansluitend wil een kort commentaar jongeren inzicht geven in het onderwerp en laten zien wat het voor hen persoonlijk en existentieel betekent. Daarnaast biedt de Jongerencatechismus in de marge afbeeldingen aan, samenvattingen en definities, Schriftcitaten en citaten van heiligen en geloofsleraren, maar ook van schrijvers die niet gelovig zijn. Aan het slot staat een zaakregister, waarin concrete kwesties gemakkelijk kunnen worden opgezocht. Leeswijzers Schriftcitaat (alle Bijbelvertalingen werden ontleend aan de Nieuwe Bijbelvertaling, 2004.) citaat van een heilige, geloofsleraar of auteur definitie verwijzing naar een andere passage in YOUCAT

Samengesteld door de Oostenrijkse Bisschoppenconferentie met toestemming van de Duitse Bisschoppenconferentie (29.11.2010) en de Zwitserse Bisschoppenconferentie (06.12.2010). De Oostenrijkse Bisschoppenconferentie verleende het Nihil obstat op 3 maart 2010. Voor de Nederlandse versie werd de goedkeuring ontvangen van Mgr. E. de Jong en Mgr. P. Hoogmartens.

www.lannoo.com

Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Zesde druk Oorspronkelijke titel  YOUCAT Oorspronkelijke uitgever  Pattloch Verlag GmbH & Co. KG, München Vormgeving en illustraties  Alexander von Lengerke, Keulen Opmaak  Keppie & Keppie © Nederlandse vertaling  Uitgeverij Lannoo nv Vertaling  Maria ter Steeg, Jantsje Post en Huub Stegeman © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2011 D/2011/45/274 - ISBN 978 90 209 9546 6 – NUR 728 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


inhoud WOORD VOOR AF

Brief van Paus Benedictus XVI aan de jongeren DEEL I

Wat wij geloven 13 Waarom wij kunnen geloven 14 | Wij mensen staan open voor God 14 God komt naar ons mensen toe 16 | Mensen geven antwoord aan God 25 De christelijke geloofsbelijdenis 28 | Ik geloof in God de Vader 31 Ik geloof in Jezus Christus 51 | Ik geloof in de Heilige Geest 73 DEEL II

Hoe wij de christelijke geheimen vieren 101

DEEL III

Hoe wij in Christus het ware leven vinden 161 Waartoe wij op aarde zijn, wat wij moeten doen en hoe Gods Heilige Geest ons daarbij helpt 162 | De waarde van de mens 162 De mensengemeenschap 180 | De kerk 190 | De Tien Geboden 193 'Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht' 194 | 'Heb uw naaste lief als uzelf' 202 DEEL I V

Hoe wij kunnen bidden 257 Het gebed in het christelijk leven 258 | Bidden: hoe God ons zijn nabijheid schenkt 258 | De bronnen van het bidden 270 | De weg van het bidden 274 | Het gebed van de Heer: het Onzevader 280 REGI S T ER

Zaakregister 288 Definities 298 Afkortingen 299 Bijlage 300 Dank 301 Herkomst afbeeldingen 301

INHOUD

God gaat in heilige tekenen met ons om 102 | God en de heilige liturgie 104 Hoe wij het mysterie van Christus vieren 108 | De initiatiesacramenten (doop, vormsel en eucharistie) 116 | De genezingssacramenten (boete en ziekenzalving) 133 | De sacramenten van gemeenschap en zending (wijding en huwelijk) 143 | Andere liturgische vieringen 156

4 5


BR I E F VA N PAUS BE NE DI C T US X V I A A N DE J O N GE R E N

Jonge vrienden en vriendinnen, Hiermee vraag ik jullie om een ongewoon soort boek te lezen. Ongewoon is het vanwege de inhoud, maar ook door de manier waarop het tot stand is gekomen. Over dat ontstaan wil ik iets zeggen, omdat daaraan meteen het bijzondere van dit boek duidelijk wordt.

6 7 PA U S B E N E D I C T U S X V I

Paus Johannes Paulus II heeft toen een kloek besluit genomen. Hij vond dat alle bisschoppen van de wereld samen een boek moesten schrijven, waarin zij die vragen zouden beantwoorden. Aan mij vroeg hij om dat werk van de bisschoppen te coรถrdineren en te zorgen dat wat de bisschoppen schreven een echt boek zou worden, niet alleen maar een opeenstapeling van stukken tekst. Dat boek moest ouderwets de Catechismus van de katholieke kerk heten, maar wel degelijk iets opwindend nieuws worden. Het moest laten zien wat de katholieke kerk in deze tijd gelooft en hoe je een gelovige kunt zijn die zijn verstand gebruikt.

WOORD VOOR AF

Eigenlijk is het voortgekomen uit een ander boek, dat in de jaren tachtig van de vorige eeuw ontstond. Het was toen een moeilijke tijd, voor de kerk evengoed als voor de samenleving. Er was behoefte aan nieuwe richtingwijzers naar de toekomst. Na het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) en alle veranderingen in onze cultuur wisten veel mensen niet meer wat christenen eigenlijk geloven; wat de kerk aan boodschap heeft en of zij eigenlijk wel iets te zeggen heeft; en hoe dat dan past in de fundamenteel veranderde cultuur. Is het christendom nog wel iets van deze tijd? Kun je vandaag de dag redelijkerwijs nog wel gelovig zijn? Dat vroegen ook goede christenen zich af.


Ik schrok dat ik dat moest gaan doen. Eerlijk gezegd was ik niet zeker of zo een onderneming zou kunnen slagen. Want hoe kun je nu verwachten dat auteurs van over de hele wereld samen een leesbaar boek schrijven? Hoe konden mensen die niet alleen geografisch, maar ook in intellectueel en spiritueel opzicht in heel verschillende continenten leven, samen een tekst tot stand brengen die innerlijke samenhang heeft en ook in ieder continent begrijpelijk is? Daar kwam bij dat ook die bisschoppen niet in hun eentje konden gaan schrijven, maar dat samen moesten doen met hun collega-bisschoppen en met hun plaatselijke kerkgemeenschappen. Ik moet toegeven dat ik het nog steeds een wonder vind dat het uiteindelijk gelukt is. We kwamen drie of vier keer per jaar bij elkaar, een week lang, en discussieerden stevig over de losse stukken die intussen tot stand gekomen waren. Eerst moesten we natuurlijk beslissen hoe we het boek gingen opbouwen. Die opbouw moest eenvoudig zijn, zodat de auteurs, die we in verschillende groepen hadden opgedeeld, een duidelijke opdracht meekregen en hun bijdragen niet in een gecompliceerd systeem hoefden in te voegen. Diezelfde opbouw vinden jullie ook in dit boek. Hij is gewoon overgenomen uit de eeuwenlange ervaring met catechese: wat wij geloven – hoe wij de christelijke geheimen vieren – hoe wij in Christus het ware leven vinden – hoe wij moeten bidden. Ik wil hier niet vertellen hoe wij ons vervolgens langzaam door alle kwesties heen geworsteld hebben totdat het eindelijk een boek was. Er is natuurlijk kritiek mogelijk op zo een boekwerk, en niet eens weinig: het is mensenwerk en daardoor onvolmaakt, het kan beter. Toch is het een belangrijk boek: het getuigt van eenheid in verscheidenheid. De vele stemmen konden samen een groot koor vormen, omdat wij beschikten over de gemeenschappelijke partituur van het geloof, die de kerk vanaf de apostelen door de eeuwen heen gedragen heeft. Waarom vertel ik dat allemaal? Toen we destijds het boek maakten, moesten wij al vaststellen dat niet alleen de continenten en de nationale culturen onderling verschillend zijn, maar dat er ook binnen elke samenleving weer verschillende ‘continenten’ bestaan: arbeiders denken anders dan boeren, natuurweten-


schappers anders dan filologen, ondernemers anders dan journalisten, jongeren anders dan ouderen. Bij ons spreken en denken moesten we dus een positie innemen die deze verschillen oversteeg, we moesten eigenlijk vooral kijken waar de overeenkomsten lagen. Al doende beseften wij steeds meer dat de tekst in de taal van allerlei leefwerelden overgebracht moet worden om daar de mensen te kunnen bereiken bij hun eigen denken en vragen.

8 9 PA U S B E N E D I C T U S X V I

Nogal wat mensen zeggen mij: jongeren van tegenwoordig interesseert dat niet. Dat bestrijd ik, en ik weet zeker dat ik gelijk heb. Jongeren van tegenwoordig zijn niet zo oppervlakkig als wordt gedacht. Zij willen weten waar het in het leven werkelijk om gaat. Een detective is spannend, omdat wij dan meegevoerd worden in andermans lot, dat ook het onze had kunnen zijn. Het voorliggende boek is spannend, omdat daarin ons eigen lot ter sprake komt en omdat het daarom ten diepste over onszelf gaat. Ik nodig jullie uit: bestudeer de catechismus! Dat is wat ik heel graag zou willen. Deze catechismus praat jullie niet naar de mond. Hij maakt het jullie niet gemakkelijk. Hij vraagt jullie namelijk om een nieuw leven te gaan leiden. Hij legt jullie de boodschap van het evangelie voor als de ‘kostbare parel’ (Mat. 13:46) waarvoor je alles moet overhebben. Daarom vraag ik jullie: bestudeer de catechismus enthousiast en met volharding! Besteed er tijd aan. Studeer in de stilte van je kamer, lees hem samen met iemand anders, een vriend of vriendin, leer met an-

WOORD VOOR AF

Tijdens de Wereldjongerendagen van de laatste jaren – Rome, Toronto, Keulen, Sydney – hebben jonge mensen uit de hele wereld elkaar ontmoet, jongeren die gelovig willen zijn, die God zoeken, van Christus houden en gezelschap zoeken voor onderweg. In die context kwam het idee op: zouden wij niet moeten proberen de Catechismus van de katholieke kerk in de taal van jongeren over te brengen? De belangrijke elementen ervan te laten weerklinken in de wereld van jonge mensen van tegenwoordig? Natuurlijk zijn er ook onder de jongeren van tegenwoordig weer veel verschillen. Nu is er dan onder de ervaren leiding van Christoph Schönborn, de aartsbisschop van Wenen, een Youcat voor jongeren tot stand gekomen. Ik hoop dat veel jonge mensen zich door dit boek laten meenemen.


deren samen, in groepen of netwerken, gebruik het internet om van gedachten te wisselen. Blijf over je geloof in gesprek, op wat voor manier dan ook. Je moet weten wat je gelooft. Je moet je geloof net zo goed kennen als een IT-specialist zijn computersysteem. Je geloof moet je vertrouwd zijn zoals een goede musicus het stuk dat hij speelt. Ja, jullie moeten nog veel meer met het geloof vertrouwd zijn dan de generatie van jullie ouders dat was. Want jullie moeten de uitdagingen en verleidingen van deze tijd krachtig en vastbesloten aankunnen. Jullie hebben Gods hulp nodig, anders droogt jullie geloof op als een dauwdruppel in de zon. Met Gods hulp hoeven jullie niet toe te geven aan consumptiegedrag, verdrinkt jullie liefde niet in de zee van pornografie, zijn jullie trouw aan de zwakken onder ons en laten jullie slachtoffers niet in de steek. Eén ding wil ik jullie ten slotte nog meegeven, nu jullie je gaan verdiepen in de catechismus. Jullie weten allemaal hoe ernstig de geloofsgemeenschap de laatste tijd beschadigd is door het kwaad, door de zonde die binnengedrongen is in het hart van de kerk. Gebruik dat niet als uitvlucht om weg te lopen voor Gods aangezicht. Breng jullie pure en vurige liefde binnen in de kerk, hoe vaak haar gelaat door mensen ook misvormd is. ‘Laat uw enthousiasme niet bekoelen, maar laat u aanvuren door de Geest en dien de Heer’ (Rom. 12:11). Toen Israël op een dieptepunt in haar geschiedenis was, riep God niet belangrijke en aanzienlijke mensen te hulp, maar een jongere. Hij heette Jeremia. Jeremia voelde zich overvraagd: ‘Nee, Heer, mijn God! Ik kan het woord niet voeren, ik ben te jong’ (Jer. 1:6). Maar God liet zich niet van de wijs brengen: ‘Zeg niet: “Ik ben te jong.” Richt je tot iedereen naar wie ik je zend en zeg alles wat ik je opdraag’ (Jer. 1:7). Ik zegen jullie en bid elke dag voor jullie allemaal.

Benedictus XVI


Wanneer je deze YOUCAT met geloof leest en overweegt, kan hij je leven veranderen. Wanneer je vanuit deze YOUCAT met anderen je geloof deelt, kan hij ons samenleven veranderen. Patrick Hoogmartens Bisschop van Hasselt en referent voor catechese in de Vlaamse bisdommen

10 11 PA U S B E N E D I C T U S X V I

Everard de Jong Bisschop referent voor jeugd en jongeren Nederland

WOORD VOOR AF

Beste jongere. Ik weet niet waar je nu bent, of wat je door je hoofd voelt gaan. Maar dit boek is een uitnodiging. Een uitnodiging voor een special date. Een date met een wereld die je waarschijnlijk nog niet helemaal of helemaal niet kent. Een lifestyle die in het begin wat vreemd over kan komen, maar die, als je je erin verdiept en je er aan overgeeft, een echte verrijking voor je leven kan zijn. Deze wijze van leven is ons voorgeleefd door Jezus. Dit boek gaat dus eigenlijk over Hem. Over wie Hij is, en wat Hij gedaan heeft. Wie Hem hebben aangekondigd, wie Hem zijn gevolgd, en wat Hij met het leven van mensen heeft gedaan. Welke mensen nog steeds proberen te leven zoals Hij en wiens leven Hij totaal op zijn kop heeft gezet. Als je bang bent voor verandering, moet je dit boek niet lezen, maar mis je wel iets fenomenaals. Als je andere dingen belangrijker vindt, o, zo zonde. Want als je je erdoor laat inspireren, kan je leven niet meer stuk. Het wordt nooit meer hetzelfde. Je hebt elke dag avontuur. HĂŠt avontuur van de ware liefde! Tot zelfs na de dood! Try before you die!


deel i


rage

n

v

Wat wij geloven 12 13

Waarom wij kunnen geloven 14 Wij mensen staan open voor God 14 God komt naar ons mensen toe 16 Mensen geven antwoord aan God 25 De christelijke geloofsbelijdenis 28 Ik geloof in God de Vader 31 Ik geloof in Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God 51 Ik geloof in de Heilige Geest 73


God wil dat alle mensen worden gered en de waarheid leren kennen.

EER S T E SEC T IE

Waarom wij kunnen geloven 1

1 Tim 2:4

Mensen en menselijke dingen moet men kennen om ze te beminnen. God en goddelijke dingen moet men beminnen om ze te kennen. BL A ISE PASC AL (1623-1662, Franse wiskundige en filosoof)

God is liefde. 1 Joh. 4:16b

De maat van de liefde is mateloze liefde. H. FR ANC ISCUS VAN SALES (1567-1622, betekenisvolle BISSCHOP, geniaal zielzorger, stichter van een congregatie en kerkleraar)

Liefde is zich verheugen over het goede; het goede is de enige bestaansgrond voor de liefde. Liefhebben wil zeggen dat je een ander goed wilt doen. H. THOMAS VAN AQUINO (1225-1274, richtinggevende geestelijke figuur uit de middeleeuwen, kerkleraar en de grootste theoloog van de kerk)

Waartoe zijn wij op aarde?

Wij zijn op aarde om God te kennen en lief te hebben, naar zijn wil het goede te doen, en ooit in de hemel te komen. [1-3, 358] Mens zijn wil zeggen: bij God vandaan komen en naar God toe gaan. Onze oorsprong gaat verder terug dan onze ouders. Wij komen bij God vandaan, in wie alle geluk in de hemel en op aarde bestaat, en wij worden thuis verwacht in zijn eeuwige en grenzeloze heerlijkheid. Daartussenin leven wij op deze aarde. Soms ervaren wij de nabijheid van onze Schepper, maar vaak ervaren we ook helemaal niets. Opdat we de weg naar huis zouden vinden heeft God ons zijn Zoon gezonden, die ons bevrijd heeft van de zonde, ons verlost van alle kwaad en ons feilloos naar het ware leven leidt. Hij is 'de Weg, de Waarheid en het Leven'. (Joh. 14:6). 285 2

Waarom zijn wij door God geschapen?

God schiep ons uit vrije wil en belangeloze liefde. [1-3] Het hart van een liefdevol mens vloeit over van liefde. Hij wil zijn vreugde met anderen delen. Dat heeft hij van zijn Schepper. Hoewel God een mysterie is, mogen wij toch op menselijke wijze over Hem denken en kunnen wij zeggen: uit de ‘overvloed’ van zijn liefde heeft Hij ons geschapen. Hij wilde zijn eindeloze vreugde met ons delen, wij zijn geschapen uit liefde. HOOFDS T UK 1

Wij mensen staan open voor God 3

Waarom zoeken wij naar God?

God heeft een verlangen in ons hart gelegd waarmee wij Hem kunnen zoeken en vinden. De H. Augustinus zegt: ‘U hebt ons naar u toe geschapen, en rusteloos is ons hart tot het rust vindt in u.’ Dit verlangen naar God noemen wij religie. [27-30]


RELIGIE

BENEDIC TUS X V I, 01-06-2006

Het hoort bij de natuur van de mens dat hij zoekt naar God. Heel zijn streven naar waarheid en geluk is uiteindelijk een zoeken naar wat hem volstrekt draagt, volstrekt bevredigt, volstrekt in dienst neemt. Een mens is pas dan helemaal zichzelf als hij God gevonden heeft. ‘Wie de waarheid zoekt, zoekt God, of hij dat nu weet of niet’ (H. Edith Stein). 5, 281-285 4

Kunnen wij het bestaan van God met

ons verstand erkennen?

Ja, het menselijke verstand kan God met zekerheid kennen. [31-36, 44-47] De wereld kan haar oorsprong en doel niet in zichzelf hebben. Er is meer dan je kunt zien in alles wat bestaat. Ordening, schoonheid en ontwikkeling van de wereld

Het was Gods bedoeling dat de mensen Hem zouden zoeken en Hem al tastend zouden kunnen vinden, aangezien Hij van niemand van ons ver weg is. Want in Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij. Hand. 17:27-28a

14 15 [I] H O O F D S T UK 1 – W I J ME N SE N S TA A N O P E N V O O R G O D

De christelijke vreugde berust op de zekerheid dat wij door God bemind zijn, persoonlijk bemind door onze Schepper (…), met een liefde vol hartstocht en trouw, groter dan onze eigen trouweloosheid en onze zonden, een vergevingsgezinde liefde.

DEEL I – WAT W I J GEL OV EN

Onder religie kun je, algemeen gesproken, een relatie met het goddelijke verstaan. Een religieus mens erkent dat er een goddelijke macht bestaat, die hemzelf en de wereld geschapen heeft, waarvan hij afhankelijk is en waartoe hij bestemd is. Hij wil het goddelijke tegemoetkomen en eer brengen door zijn manier van leven.


Het belangrijkste menselijke vermogen is het verstand. Het hoogste doel van het verstand is God te kennen. H. ALBERTUS DE GROTE (rond 1200-1280, dominicaan, universeel geleerde, kerkleraar en een van de grootste theologen van de kerk)

Daarom denken mensen maar al te graag dat het niet waar is of twijfelachtig wat zij liever niet waar willen hebben. PIUS X I I, Humani Generis

verwijzen boven zichzelf uit naar God. Ieder mens staat open voor het ware, het goede en het schone. Hij hoort in zichzelf de stem van het geweten, die hem stimuleert tot het goede en waarschuwt voor het kwade. Wie met verstand dit spoor volgt, zal God vinden. 5

BL A ISE PASC AL

Tussen Schepper en het geschapene bestaat grote gelijkenis, maar nog groter is het verschil tussen beide. Vierde Concilie van Lateranen, 1215

als zij Hem toch met hun verstand kunnen kennen?

De onzichtbare God kennen is een grote opgave voor de menselijke geest. Veel mensen schrikken daarvoor terug. Sommigen willen God ook niet kennen, omdat zij dan hun leven moeten veranderen. Wie zegt dat vragen naar God zinloos is omdat er toch geen antwoord op is, maakt het zichzelf te gemakkelijk. [37-38] 357 6

Wat niet te begrijpen is, is daarom nog niet minder werkelijk.

Waarom ontkennen mensen dat God bestaat,

Kun je God wel vatten in begrippen?

Kun je zinvol over Hem spreken?

Hoewel wij mensen beperkt zijn, en God zo oneindig groot is dat Hij nooit in onze eindige menselijke begrippen past, kunnen wij toch zinvol over Hem spreken. [39-43, 48] Wij spreken met onvolmaakte beelden en beperkte voorstellingen over God. Alle spreken over God staat dus onder het voorbehoud dat onze taal niet in staat is Gods grootheid te vatten. Daarom moeten wij ons spreken over God steeds weer uitzuiveren en verbeteren. HOOFDS T UK 2

God komt naar ons mensen toe 7

Waarom moest God zich tonen opdat

wij weten hoe Hij is?

De mens kan met het verstand kennen dat God bestaat, maar niet hoe Hij werkelijk is. Maar omdat God graag gekend wil worden, heeft Hij zich geopenbaard. [50-53, 68-69] God hoefde zich niet aan ons te openbaren. Hij openbaarde zich – uit liefde. Net zoals je in de liefde tussen mensen alleen dan iets te weten komt van iemand van


wie je houdt, als die persoon zijn hart voor je opent, zo weten wij alleen iets van Gods innerlijk, omdat de eeuwige en geheimvolle God zichzelf uit liefde voor ons heeft geopenbaard. Vanaf de schepping heeft God telkens weer tot de mensen gesproken, via de aartsvaders en de profeten tot aan de definitieve openbar ing in zijn Zoon Jezus Christus. In Hem heeft Hij zijn hart voor ons uitgestort en ons laten zien wie Hij in wezen is. 8

Hoe openbaart God zich in het Oude Testament?

9

Wat laat God van zichzelf zien als Hij

zijn Zoon naar ons zendt?

God laat ons in Jezus Christus zien hoe diep en barmhartig zijn liefde voor ons is. [65-66, 73] Door Jezus Christus wordt de onzichtbare God zichtbaar. God wordt een mens zoals wij. Dat laat zien hoe ver Gods liefde gaat: Hij draagt al onze lasten. Hij gaat elke weg met ons. Hij is aanwezig in onze verlatenheid, ons lijden,

OPENBARING Openbaring betekent: God opent zichzelf, Hij laat zichzelf zien en richt in vrijheid het woord tot de wereld.

16

Het geluk dat jullie zoeken, het geluk waar jullie recht op hebben, heeft een naam en een gezicht: Jezus van Nazareth. BENEDIC TUS X V I, 18-08-2005

INCARNAT IE (Latijn: caro, carnis = vlees, menswording) Menswording van God in Jezus Christus. Fundament van het christelijke geloof en van de hoop op de verlossing van de mens.

17 [I] H O O F D S T UK 2 – G O D KO M T N A A R O N S ME N SE N T O E

God laat zich ervaren in de geschiedenis. Met Noach sluit Hij een verbond dat alle levende wezens gered zullen worden. Hij roept Abraham en maakt hem tot ‘vader van vele volken’ (Gen. 17:5), en in hem zegent Hij ‘alle volken op aarde’ (Gen. 12:3). Het volk Israël dat uit Abraham voortkomt, rekent Hij tot zijn eigendom. Aan Mozes stelt Hij zich voor met zijn naam. Zijn mysterievolle naam is , meestal geschreven als Jahwe; die naam betekent ik ken die is (Ex. 3:14). Hij bevrijdt Israël uit de slavernij van Egypte, sluit op de Sinaï een verbond met hen en geeft hun via Mozes de Wet. Steeds weer stuurt God profeten naar zijn volk, om het op te roepen tot ommekeer en hernieuwing van het verbond. De profeten kondigen aan dat God een nieuw en eeuwig verbond zal sluiten, waarin alles radicaal vernieuwd en voorgoed verlost zal zijn. Dit verbond zal bedoeld zijn voor alle mensen.

Tweede Vaticaans Concilie, Dei Verbum 2

DEEL I – WAT W I J GEL OV EN

God toont zich in het Oude Testament als een God die de wereld uit liefde geschapen heeft en de mensen trouw blijft, zelfs wanneer zij zich in zonde van Hem afkeren. [54-64, 70-72]

Het heeft God in zijn goedheid en wijsheid behaagd zichzelf te openbaren en het geheim van zijn wilsbesluit bekend te maken, waardoor de mensen door Christus, het vlees geworden Woord, in de Heilige Geest toegang hebben tot de Vader en deelgenoten gemaakt worden van de goddelijke natuur.


In Jezus Christus heeft God een menselijk gezicht gekregen en is Hij onze vriend en broeder geworden. BENEDIC TUS X V I, 06-09-2006

Op velerlei wijzen en langs velerlei wegen heeft God in het verleden tot de voorouders gesproken door de profeten, maar nu de tijd ten einde loopt, heeft Hij tot ons gesproken door zijn Zoon. Hebr 1:1-2

Zonder Jezus weten wij niet wie God is, wat het leven en de dood en wie wij zelf zijn. BL A ISE PASC AL

MISSIE (Latijn: missio = zending) Missie is het wezen van de kerk, het is Jezus’ opdracht aan alle christenen om in woord en daad het evangelie te verkondigen, zodat alle mensen in vrijheid kunnen kiezen voor Christus.

Want wat ik heb ontvangen en aan u heb doorgegeven, gaat terug op de Heer zelf. Paulus in 1 Kor. 11:23

onze angst voor de dood. Hij is waar wij niet meer verder kunnen, om de deur naar het leven voor ons open te maken. 314 10

Is met Jezus Christus alles gezegd,

of gaat de openbaring na Hem nog door?

In Jezus Christus is God zelf in de wereld gekomen. Hij is Gods laatste woord. Door naar Hem te luisteren kunnen alle mensen in alle tijden weten wie God is en wat nodig is om heil te vinden. [66-67] Met het evangelie van Jezus Christus is de openbaring van God tot voltooiing gekomen. De Heilige Geest voert ons steeds dieper binnen in de waarheid, zodat wij haar verstaan. Bij sommigen breekt Gods licht zo sterk door dat zij ‘de hemel open’ zien (Hand. 7:56). Zo zijn de grote pelgrimsplaatsen als Guadalupe in Mexico of Lourdes in Frankrijk ontstaan. Die ‘privéopenbaringen’ van zieners kunnen het evangelie van Jezus Christus niet overtreffen. Niet iedereen hoeft ze helemaal te geloven. Maar ze kunnen ons wel helpen om het evangelie beter te verstaan. Of ze waarheid bevatten, wordt door de kerk getoetst. 11

Waarom geven wij het geloof door?

Wij geven het geloof door omdat Jezus ons opdraagt: ‘Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen’ (Mat. 28:19). [91] Een ware christengelovige laat de overdracht van het geloof niet alleen aan specialisten over (leraren, geestelijken, missionarissen). Je bent christen ten dienste van anderen. Dat wil zeggen: elke echte christen wil graag dat God ook bij anderen komt. Hij zegt tegen zichzelf: ‘De Heer heeft mij nodig! Ik ben gedoopt en gevormd, en ik ben ervoor verantwoordelijk dat de mensen in mijn omgeving over God horen en de waarheid leren kennen’ (1 Tim. 2:4b). Moeder Teresa maakte een goede vergelijking: ‘Je ziet vaak draden hangen langs de straten. Zolang er geen elektriciteit door stroomt, is er geen licht. Die draad, dat zijn jij en ik. God is de stroom. Wij hebben het vermogen de stroom door ons heen te laten gaan en zo het licht van de wereld te ontsteken dat


Het is dringend noodzakelijk dat er een nieuwe generatie apostelen komt, geworteld in het Woord van Christus, in staat antwoord te geven op de uitdagingen van onze tijd en bereid overal het evangelie te verkondigen. BENEDIC TUS X V I, 22-02-2006

12

Hoe weten we wat bij het ware geloof hoort?

Het ware geloof vinden we in de Heilige Schrift en in de levende traditie van de kerk. [76, 80-82, 85-87, 97, 100] Het Nieuwe Testament is ontstaan uit het geloof van de kerk. Schrift en traditie horen bij elkaar. Geloof wordt niet in de eerste plaats via teksten doorgegeven. In de jonge Kerk werd gezegd dat de Heilige Schrift ‘veeleer neergeschreven was in het hart van de kerk dan op perkament.’ Reeds de eerste leerlingen en de apostelen kwamen vooral via de levende gemeenschap met Jezus in aanraking met het nieuwe leven. Tot deze gemeenschap, die na de verrijzenis op een andere wijze verder bestond, nodigde de jonge Kerk mensen uit. De eerste christenen ‘bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap,

PAUS FR ANC ISCUS t ijdens de Wereldjongerendagen in Rio, 2013

18 19 [I] H O O F D S T UK 2 – G O D KO M T N A A R O N S ME N SE N T O E

JEZUS is – maar wij kunnen ook weigeren ons daarvoor te lenen en daarmee de duisternis kans geven zich verder uit te breiden.’ 123

DEEL I – WAT W I J GEL OV EN

Weten jullie wat het beste middel is om jongeren te evangeliseren? Een andere jongere. Dat is de weg die ieder van jullie moet gaan!


APOSTEL (Grieks: apostolos = bode, gezondene) Verwijst in het Nieuwe Testament allereerst naar de twaalf mannen die door Jezus geroepen werden zijn naaste medewerkers en getuigen te zijn. Ook Paulus kon zichzelf beschouwen als een door Christus geroepen APOSTEL .

LEERAMBT Aanduiding van de opdracht van de katholieke kerk om het geloof te presenteren, het met de hulp van de Heilige Geest uit te leggen en tegen vervalsing te beschermen.

Mediteer vaak over het Woord van God, en laat de Heilige Geest je onderrichten. Dan zul je ontdekken dat Gods gedachten niet onze gedachten zijn; je zult de ware God leren aanschouwen en de historische gebeurtenissen met zijn ogen lezen; je zult de geweldige vreugde voelen die aan de waarheid ontspringt. BENEDIC TUS X V I, 22-02-2006

braken het brood en wijdden zich aan het gebed’ (Hand. 2:42). Zij waren één met elkaar en hadden ook ruimte voor anderen. Dat is de kern van het geloof tot op vandaag: christenen nodigen andere mensen uit om kennis te maken met een gemeenschap met God, die vanaf de tijd van de apostelen in de katholieke kerk onvervalst is bewaard. 13

Kan de kerk in geloofskwesties dwalen?

De geloofsgemeenschap als geheel kan in het geloof niet dwalen, omdat Jezus zijn leerlingen beloofd heeft dat Hij hun de Geest van de waarheid zal zenden en hen in de waarheid zal houden (Joh. 14:17). [80-82, 85-87, 92, 100] Net zoals de leerlingen volledig vertrouwen hadden in Jezus, zo kan een christen zich helemaal verlaten op de kerk bij zijn zoeken naar de weg die naar het leven leidt. Omdat Jezus Christus zelf zijn apostelen de opdracht gegeven heeft om te verkondigen, heeft de Kerk een leer ambt (ambt = opdracht) en mag zij niet zwijgen. Individuele kerkleden kunnen zich natuurlijk wel vergissen en zelfs ernstige fouten maken, maar als geheel kan de kerk nooit buiten Gods waarheid raken. De kerk draagt een levende waarheid met zich mee door de tijd, een waarheid die groter is dan zijzelf. Die heet het depositum fidei, het geloofsgoed dat bewaard moet worden. Wanneer die waarheid openlijk wordt bestreden of aangetast, is het de plicht van de kerk om weer te laten oplichten ‘wat overal, altijd en door allen geloofd is’ (H. Vincentius van Lérins †450). 14

Is de Heilige Schrift waar?

De Heilige Schriften leren 'met zekerheid, trouw en zonder dwaling' de waarheid, omdat zij geïnspireerd zijn, d.w.z. op ingeving van de Heilige Geest geschreven zijn en daarom 'God tot auteur' hebben (Tweede Vaticaans Concilie, Dei Verbum 11). [103-107] De bijbel is niet kant-en-klaar uit de hemel komen vallen en is ook niet door God aan mensen machinaal gedicteerd. Je kunt het beter zo zeggen: ‘God heeft voor de samenstelling van de Bijbel mensen uitgekozen en van


hen met al hun vermogens en krachten gebruikgemaakt, om hen al datgene wat Hij wilde, en dat alleen, als ware auteurs te boek te doen stellen’ (Tweede Vaticaans Concilie, Dei Verbum 11). Teksten die erkend werden als Heilige Schrift moesten algemeen aanvaard zijn in de kerk. In de gemeenten moest daar eenstemmig over gezegd worden: ‘Ja, in deze tekst spreekt God zelf tot ons – dat is geïnspireerd door de Heilige Geest!’ Welke van de vele geschriften uit de eerste christentijd echt door de Heilige Geest geïnspireerd zijn, is vanaf de 4de eeuw vastgelegd in de canon van de Heilige Schrif ten. 15

Hoe kan de Heilige Schrift ‘waarheid’ zijn,

als niet alles wat erin staat juist is?

De Bijbel wil ons geen historische feitelijkheden of natuurwetenschappelijke inzichten geven. De schrijvers waren ook kinderen van hun tijd. Zij hadden tijdgebonden culturele vooronderstellingen en deelden in de dwalingen van hun tijd. Maar in de Heilige Schrift staat onfeilbaar zeker alles wat de mens moet weten over God en over zijn weg naar verlossing. [106-107, 109] Hoe kun je de Bijbel op de juiste wijze lezen?

De Heilige Schrift moet biddend gelezen worden, d.w.z. met de hulp van de Heilige Geest, die haar heeft geïnspireerd toen ze ontstond. De Schrift is het Woord van God en bevat Gods beslissende zelfmededeling aan ons. [109-119, 137] De Bijbel is als het ware een lange brief die God aan ieder van ons schrijft. Daarom moet je de Heilige Schriften met grote liefde en eerbied tot je nemen. Om te beginnen moet je Gods brief echt lezen, dat wil zeggen, je moet er niet wat dingetjes uitpikken en de rest laten liggen. Van het totaal van de Schriften moet je vervolgens leren begrijpen wat het hart en het mysterie ervan is: Jezus Christus – over Hem spreekt de hele Bijbel, ook het Oude Testament. Je moet dus de Heilige Schriften lezen in hetzelfde, levende geloof van de kerk waarin ze ook ontstaan zijn. 491

CANON (Latijn: canon = meetsnoer, richtlijn) De verzameling Heilige Schriften van Oude en Nieuwe Testament.

BIJBEL Als ‘Bijbel’ (Grieks: biblos = boek) duiden joden en christenen een verzameling Heilige Schriften aan die in een tijdspanne van meer dan 1000 jaar ontstaan is, en die voor hen de plechtige vastlegging van hun geloof is. De Bijbel van de christenen is uitgebreider dan die van de joden, omdat er naast hun geschriften ook de vier Evangeliën, de brieven van de H. Paulus en de overige geschriften van de jonge kerk in opgenomen zijn.

20 21 [I] H O O F D S T UK 2 – G O D KO M T N A A R O N S ME N SE N T O E

16

(Latijn: inspiratio = inblazing) Gods invloed op de menselijke auteurs van de Bijbel, waardoor God zelf aan de oorsprong staat van de Heilige Schriften.

DEEL I – WAT W I J GEL OV EN

INSPIRAT IE


De Bijbel is de liefdesbrief van God aan ons. SØREN K IERKEGA ARD (1813-1855, Deense filosoof)

OUDE TESTAMENT (Latijn: testamentum = erfenis) Eerste deel van de Bijbel als geheel en de joodse Heilige Schrift. Het Oude Testament van de katholieke kerk omvat 46 boeken: historische geschriften, profetische geschriften en de wijsheidsliteratuur, inclusief de psalmen.

NIEUWE TESTAMENT Het tweede deel van de Bijbel als geheel. Daarin staan de eigen teksten van het christendom, namelijk de vier evangeliën, de Handelingen van de Apostelen, veertien Brieven van Paulus, zeven katholieke brieven en de Openbaring van Johannes.

De boeken van de Bijbel ( canon) HE T OUDE T E S TAMEN T

(46 boeken)

Historische boeken Genesis (Gen.), Exodus (Ex.), Leviticus (Lev.), Numeri (Num.), Deuteronomium (Deut.), Jozua (Joz.), Rechters (Recht.), Ruth (Ruth.), Het eerste boek Samuël (1 Sam.), Het tweede boek Samuël (2 Sam.), Het eerste boek Koningen (1 Kon.), Het tweede boek Koningen (2 Kon.), Het eerste boek Kronieken (1 Kron.), Het tweede boek Kronieken (2 Kron.), Ezra (Ezra), Nehemia (Neh.), Tobit (Tob.), Judit (Judit), Ester (Est.), Het eerste boek Makkabeeën (1 Mak.), Het tweede boek Makkabeeën (2 Mak.) Wijsheidsboeken en psalmen Job (Job), Psalmen (Ps.), Spreuken (Spr.), Prediker (Pred.), Hooglied (Hoogl.), Wijsheid van Salomo (W.), Wijsheid van Jezus Sirach (Sir.) De profeten Jesaja (Jes.), Jeremia (Jer.), Klaagliederen (Klaagl.), Baruch (Bar.), Ezechiël (Ezech.), Daniël (Dan.), Hosea (Hos.), Joël (Joël), Amos (Am.), Obadja (Ob.), Jona (Jona), Micha (Micha), Nahum (Nah.), Habakuk (Hab.), Sefanja (Sef.), Haggaï (Hag.), Zacharia (Zach.), Maleachi (Mal.) HE T NIEUWE T E S TAMEN T

(27 boeken)

De evangeliën Mattheüs (Mat.), Marcus (Marc.), Lucas (Luc.), Johannes (Joh.) De Handelingen van de apostelen (Hand.) De Brieven van Paulus aan de christenen van Rome (Rom.), eerste brief aan de christenen van Korinthe (1 Kor.), tweede brief aan de christenen van Korinthe (2 Kor. ), brief aan de Galaten (Gal.), brief aan de christenen van Efeze (Ef.), De brief aan de christenen van Filippi (Filip.), brief aan de christenen van Kolosse (Kol.),


eerste brief aan de christenen van Tessalonica (1 Tes.), tweede brief aan de christenen van Tessalonica (2 Tes.), eerste brief aan Timotheüs (1 Tim.), tweede brief aan Timotheüs (2 Tim.), brief aan Titus (Tit.), brief aan Filemon (Filem.), brief aan de Hebreeën (Hebr.) De katholieke brieven brief van Jakobus (Jak.), eerste brief van Petrus (1 Petr.), tweede brief van Petrus (2 Petr.), eerste brief van Johannes (1 Joh.), tweede brief van Johannes (2 Joh.), derde brief van Johannes (3Joh), brief van Judas (Judas) De Apokalyps of Openbaring van Johannes (Op.) Welke betekenis heeft het Oude Testament

voor christenen?

Het Oude Testament laat zien dat God de wereld schept en in stand houdt en de mensen leidt en vormt. Ook de boeken van het Oude Testament zijn Woord van God en Heilige Schrift. Zonder het Oude Testament kun je Jezus niet begrijpen. [121-123, 128-130, 140]

18

Welke betekenis heeft het Nieuwe Testament

voor christenen?

In het Nieuwe Testament komt Gods openbaring tot voltooiing. De vier Evangeliën volgens Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes vormen het hart van de Heilige Schrift en de kostbaarste schat die de kerk bezit. Daarin laat Gods Zoon zien wie Hij is, en komt Hij ons tegemoet. In de Handelingen van de Apostelen horen wij over het begin van de kerk en over de werking van

God van Abraham, God van Isaak, God van Jacob – niet van filosofen en geleerden! God van Jezus Christus. Alleen te vinden en te behouden door de wegen te gaan die het evangelie wijst. De Franse filosoof BL A ISE PASC AL, na een Godservaring

Pas als wij de levende God ontmoeten in Christus, leren wij wat leven is. Niets is mooier dan door het evangelie, door Christus gevonden te worden. BENEDIC TUS X V I, 24-04-2005

Als je de Schrift niet kent, ken je Christus ook niet. H. HIËRONYMUS (347-419, kerkvader, kerkleraar, exegeet en Bijbelvertaler)

22 23 [I] H O O F D S T UK 2 – G O D KO M T N A A R O N S ME N SE N T O E

In het Oude Testament begint een groot, gelovig leerproces, dat in het Nieuwe Testament een beslissende wending neemt en uitloopt op het einde van de wereld en de wederkomst van Christus. Het Oude Testament is veel meer dan een voorspel op het Nieuwe Testament. De geboden en profetieën voor het volk van het Oude Verbond en de beloften die ze bevatten voor alle mensen, zijn nooit herroepen. In de boeken van het Oude Verbond ligt een onvervangbare schat aan wijsheid en gebeden opgeslagen; met name de psalmen behoren tot het dagelijkse gebed van de kerk.

SØREN K IERKEGA ARD

DEEL I – WAT W I J GEL OV EN

17

Wij moeten niet de Bijbel onder kritiek stellen, maar de Bijbel moet ons onder kritiek stellen.


De Heilige Schrift is niet iets van het verleden. De Heer spreekt niet in het verleden, maar in het heden, Hij spreekt op dit moment met ons, Hij schenkt ons licht, wijst ons de weg van het leven, schenkt ons gemeenschap en leidt ons op die manier binnen in de vrede. BENEDIC TUS X V I, 29-03-2006

Lezen in de Heilige Schrift betekent dat wij bij Christus te rade gaan. H. FR ANC ISCUS VAN ASSISI (1182-1226, ‘de grootste christen na Christus’, stichter van een orde, mysticus)

de Heilige Geest. In de brieven van de apostelen wordt het mensenbestaan naar al zijn facetten in Christus’ licht geplaatst. In de Openbaring van Johannes zien wij al iets van het einde der tijden. [124-127, 128-130, 140] Jezus is alles wat God tegen ons wil zeggen. Het hele Oude Testament is voorbereiding op de menswording van Gods Zoon. Alle beloften van God worden vervuld in Jezus. Wie christen wil zijn, verbindt zich steeds dieper met het leven van Christus. Daarvoor moet je de Evangeliën lezen en ervaren. Madeleine Delbrêl zegt: ‘Door zijn woord zegt God tegen ons wie Hij is en wat Hij wil; Hij zegt het eens en voorgoed, bedoeld voor elke dag opnieuw. Als wij het evangelieboek in de hand houden, moeten wij bedenken dat daarin het Woord woont dat in ons mens wil worden; het Woord wil aanstekelijk zijn, zodat wij op nieuwe plaatsen, in nieuwe tijden, in een nieuwe sociale omgeving Christus’ leven opnieuw vorm geven’. 19

Welke rol speelt de Heilige Schrift in de kerk?

De kerk put alle leven en kracht voor zichzelf uit de Heilige Schrift. [103-104, 131-133, 141] Behalve Christus’ aanwezigheid in de heilige eucharist ie is er niets dat de kerk met meer eerbied vereert dan Gods aanwezigheid in de Heilige Schrift. In de heilige Mis luisteren wij staande naar het evangelie, want in de mensenwoorden die wij horen, spreekt God zelf tot ons. 128


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789020995466 by Uitgeverij Lannoo - Issuu