Skip to main content

9789001464031

Page 1

HOERA! DE DEMOCRATIE IS NIET PERFECT


www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Vormgeving: Mario Debaene Portretfoto: Eric de Mildt © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2019 en Joël De Ceulaer D/2019/45/545 – ISBN 978 90 014 64031 – NUR 740 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


5

INHOUD 9 INLE IDING

WAAROM DE DEMOCRATIE ALTIJD ZAL TEKORTSCHIETEN

21 HOOFDSTUK 1

DE DEMOCRATIE IS ONBEVREDIGEND

59 HOOFDSTUK 2

DE DEMOCRATIE IS ONGRIJPBAAR

99 HOOFDSTUK 3

DE DEMOCRATIE IS ONRECHTVAARDIG

1 37 HOOFDSTUK 4

DE DEMOCRATIE IS ONVERZOENLIJK

171 HOOFDSTUK 5

DE DEMOCRATIE IS ONVERSTANDIG

205 HOOFDSTUK 6

DE DEMOCRATIE IS ONMOGELIJK

241 E PILOOG

OVER VOORUITGANG EN VUISTREGELS

2 60 VE R ANT WOORDING EN DANK 2 62 NOTE N 2 68 BIBLIOGR AFIE


‘Wat vraagt u van de samenleving en van haar bestuur? We moeten elkaar goed begrijpen. Wilt u de menselijke geest een zeker niveau geven, zodat hij de zaken van deze wereld grootmoedig in ogenschouw kan nemen? Wilt u de mensen een soort verachting voor materiële goederen bijbrengen? Wenst u diepe overtuigingen bij hen te doen postvatten of te onderhouden en hen op grote opofferingen voor te bereiden? Gaat het u erom de zeden te polijsten, de manieren te verbeteren, de kunsten te doen schitteren? […] Als dat volgens u het hoofddoel is dat de mens zich in een samenleving voor ogen moet stellen, kies dan niet voor de democratie; zij zal u niet met zekerheid naar dat doel leiden. Lijkt het u daarentegen zinvol de intellectuele en morele activiteit van de mens toe te spitsen op de noden van het materiële leven en haar te gebruiken om welstand teweeg te brengen; denkt u dat de rede de mens meer van pas komt dan het genie; streeft u niet naar heroïsche deugden, maar naar vreedzame gewoonten; ziet u liever ondeugden dan misdaden, en geeft u er de voorkeur aan minder heldendaden te zien, als er daardoor ook minder euveldaden voorkomen; […] is ten slotte volgens u het belangrijkste doel van het staatsbestel niet om de natie in haar geheel meer macht […] te verschaffen, maar om elk van haar burgers zoveel mogelijk voorspoed te bezorgen en hun zoveel mogelijk ellende te besparen: maak dan de standen gelijk en kies voor de democratie.’1 Alexis de Tocqueville, Over de democratie in Amerika (1835-1840)


9

WAAROM DE DEMOCRATIE ALTIJD ZAL INLEIDING

TE KORT SCHIE TEN


10 INLEIDING

Ik ga u drie vragen stellen. Vraag één. Wordt u soms ook overvallen door een licht gevoel van nostalgie naar de tijd dat het land nog bestuurd werd door grote staatslieden? Vindt u de politieke moraal vandaag toch niet meer wat hij geweest is? Bent u teleurgesteld in de nieuwe generatie politici? Troost u. U bent niet de enige. En zeker niet de eerste. In 1835 – dat is straks twee volle eeuwen geleden – had de Franse schrijver Alexis de Tocqueville precies hetzelfde gevoel bij het aanschouwen van de Verenigde Staten van Amerika. Hij vond, in die toen nog zeer prille democratie, dat de politieke moraal erop achteruitgegaan was, en dat de grote figuren van pakweg dertig jaar eerder nergens meer te bespeuren waren.2 Vraag twee. Wordt u weleens dieptreurig bij de vaststelling dat het er in de politiek vandaag zo heftig en genadeloos aan toegaat? Dat campagnes almaar negatiever worden en er geen rem meer lijkt te staan op de smerige, persoonlijke aanvallen die men zich permitteert, een slechte gewoonte die uit Amerika komt overgewaaid? Troost u. U bent niet de enige. En zeker niet de eerste. In 1828 – jawel, straks twee eeuwen geleden – namen de zittende president John Quincy Adams en volksheld generaal Andrew Jackson het tegen elkaar op bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Een van de wapens die tegen Jackson werden ingezet, was laster. Zijn tegenstanders lieten het verhaal circuleren dat Jackson ooit duizend indianen, Native Americans, had vermoord, een dutje had gedaan tussen hun lijken en de volgende ochtend bij wijze van ontbijt van die lijken had gegeten. Jackson als kannibaal – dat was, om het in hedendaagse termen te zeggen, fake news van het zuiverste water, waar zelfs Donald Trump een puntje aan kan zuigen. Vraag drie. Overkomt het u weleens dat u de verdeeldheid in onze samenleving betreurt en zou willen dat we allemaal een


11

DE TWEE COMPONENTEN En toch bestaat er tegenwoordig een breed gedragen gevoel dat de democratie en de politici die haar bevolken flink aan het ontsporen zijn. Niet alleen in de vs, waar redelijke mensen hun adem inhouden tot het rijk van Trump voorbij is, maar ook in Europa, in België en Nederland. Op zich is dat niet vreemd. Het gevoel een crisis zonder weerga te beleven is van alle tijden, en treft alle domeinen van het menselijke en maatschappelijke leven. Blijkbaar houden we van de illusie dat we in een heel bijzonder tijdperk leven, een tijdperk met meer problemen en uitdagingen dan ooit tevoren. Dat idee maakt ook óns bijzonder, want wij moeten al die obstakels dus zien te overwinnen. De vraag die mij al geruime tijd bezighoudt, heeft betrekking op de democratie. Hoe is het daarmee gesteld? Bevindt die zich in een diepe crisis? En zo ja, van welke aard is die crisis dan precies, en wat kunnen we doen om die op te lossen?

W A A R O M D E D E M O C R AT I E A LT I J D Z A L T E K O R T S C H I E T E N

beetje beter met elkaar konden opschieten? Dat u de sociale media vervloekt en bang bent dat het met die polarisering tussen links en rechts, progressief en conservatief, nooit meer goed komt? Troost u. Ook op dat punt is er niets nieuws onder de zon. Neem alleen nog maar de recente geschiedenis. Vlak na de Tweede Wereldoorlog kende België twee episodes van straatprotest waarbij verschillende kampen elkaar bijna letterlijk de kop insloegen: in 1950 bij de Koningskwestie en in 1955 bij de Schoolstrijd. Telkens stonden twee groepen – respectievelijk Walen versus Vlamingen en katholieken versus vrijzinnigen – lijnrecht tegenover elkaar. In vergelijking met de sfeer die toen heerste, valt het hier met de politieke polarisering vandaag geweldig mee.


12 INLEIDING

Om begripsverwarring te vermijden, begin ik met een definitie. Wat we meestal bedoelen als we het kortweg over ‘democratie’ hebben, bestaat eigenlijk uit twee componenten: wij leven in een ‘democratische rechtsstaat’. Dat systeem is ‘democratisch’ omdat het volk zichzelf bestuurt, en het is een ‘rechtsstaat’ omdat de rechten van elk individu worden beschermd. Die twee componenten – de stem van het volk en de rechten van het individu – kunnen met elkaar botsen. Daarom is het goed om ze van elkaar te onderscheiden. Letterlijk betekent ‘democratie’ dat het volk de macht uitoefent – uit het Grieks: demos is volk, kratein is heersen. De wieg van dat systeem staat in het Griekenland van vijf eeuwen voor onze jaartelling. Al bestaat er volgens de Australische historicus John Keane, auteur van The Life and Death of Democracy (2009), heel wat bewijs dat de democratie nog ouder is. Volgens Keane ontstond ze in Syrië-Mesopotamië, ruim 2500 jaar voor onze jaartelling. Keane noemt die eerste vormen van democratie ‘vergaderdemocratie’: de vrije en gelijke burgers van de stad – dus geen vrouwen, slaven en armen – kwamen samen om zaken van algemeen belang te bespreken. Iedereen kon zijn zegje doen, over sommige kwesties werd gestemd, voor sommige functies werden de kandidaten bij loting aangewezen, voor andere door middel van verkiezingen. Aan het einde van de achttiende eeuw werd de ‘representatieve democratie’ uitgevonden en ingevoerd in Frankrijk en in de Verenigde Staten. Al hadden de Verenigde Staten wel een beslissende voorsprong, gelet op het feit dat de Franse Revolutie niet meteen een stabiele democratie opleverde. In een representatieve democratie vergaderen de burgers niet meer met z’n allen, maar kiezen ze politici die hen ‘representeren’ of vertegenwoordigen. Die representatieve democratie vond snel zijn weg van de vs


13

D E K L O O F E N D E L I TA N I E Hoe zit het nu met die crisis? Bevindt dat systeem van ons zich in de problemen, hoe komt dat, en wat kunnen we eraan doen? En over welke component van ons systeem gaat het:

W A A R O M D E D E M O C R AT I E A LT I J D Z A L T E K O R T S C H I E T E N

naar heel Europa. Sinds de negentiende eeuw kunnen ook bij ons gelijke burgers in het stemhokje de leiders van hun voorkeur kiezen. Wie een meerderheid van de stemmen behaalt of een meerderheid kan vormen door een akkoord te sluiten met anderen, krijgt de macht. Aanvankelijk had niet iedereen stemrecht, tegenwoordig wel: het is one man (m/v/x), one vote. En majority rule, het beginsel dat de meerderheid het voor het zeggen krijgt – met dien verstande dat de meerderheid na de volgende verkiezingen een heel andere kan zijn, en het beleid dus kan wijzigen. Dat is de ene component van ons systeem, de democratische component, wat ik democratie in de smalle betekenis van het woord zou willen noemen: de meerderheid is de baas. Het probleem met de meerderheid is dat ze vaak ongenadig kan zijn voor minderheden of individuen. Om dat te voorkomen, kennen we behalve de democratie ook de rechtsstaat. Omdat die rechtsstaat voortkomt uit de liberale traditie, de filosofische school die het vrije individu als prioriteit heeft, noemen we de ‘democratische rechtsstaat’ ook wel de ‘liberale democratie’. De liberale democratie heeft op zich dus niets te maken met de liberale partij of met het kapitalisme – al delen ze wel hun filosofische wortels. De liberale democratie is simpelweg: bestuur bij meerderheid met respect voor minderheid en individu. Wij leven in een liberale democratie: de bevolking wordt vertegenwoordigd in het parlement; individu en minderheid worden beschermd door grondwet en wetgeving.


14 INLEIDING

over de manier waarop we door onze democratisch verkozenen worden vertegenwoordigd, of over de manier waarop we door de rechtsstaat worden beschermd? Dat de vertegenwoordiging van het volk er slecht aan toe is, lees ik al drie decennia. Eigenlijk heb ik nooit een periode gekend waarin die boodschap niet bijna onafgebroken werd herhaald. Ik was nog maar pas afgestudeerd en aan de slag als journalist, toen het Vlaams Blok in 1991 fors doorbrak in Vlaanderen. De verklaring voor het succes van die partij werd gezocht in de kloof tussen burger en politiek. Er schortte iets, zo heette het, aan de manier waarop de representatieve democratie werkte. De andere partijen hadden zich vastgereden in een foute, oude politieke cultuur, en moesten het over een andere boeg gooien. Om eerlijk te zijn: ik heb nooit goed begrepen wat men dan precies bedoelde met de Nieuwe Politieke Cultuur waartoe een aantal politici zich in de loop van de jaren negentig per se wilde bekeren. Het had te maken met transparantie, de afschaffing van dienstbetoon en de invoering van meer burgerparticipatie, maar het bleef allemaal zweverig en ijl. Het was een vage vorm van idealisme, opgewekt ter bestrijding van het kwaad dat was opgedoken in de vorm van het Vlaams Blok, maar ook ter bezwering van de zaak-Agusta, die de sociaaldemocratische partij had gecorrumpeerd, en later in de jaren negentig ter verzoening van het volk met Het Systeem dat gefaald had bij de jacht op kindermoordenaar Marc Dutroux. Met die Nieuwe Politieke Cultuur – kortweg npc – zou men dat evenwel allemaal oplossen. De democratie vertoonde een paar mankementjes, maar die ging men repareren. Ondertussen is die Nieuwe Politieke Cultuur verdwenen in de nevelen van de tijd. Alleen de zogeheten progressieve frontvorming – het verlangen naar een soort fusie van de partijen op links, die ook deel uitmaakte van het npc-amalgaam –


15

MEERDERHEID EN MENSENRECHTEN Tegenwoordig maken we ons ook zorgen over een heel andere kwestie. De kloof tussen burger en politiek bestaat nog altijd – al willen sommigen die nu niet meer vullen met beter bestuur, maar met actiegroepen en delibererende panels van al dan niet door loting aangewezen burgers. Maar er is een geheel nieuw probleem opgedoken. Niet zozeer het verkiezingssysteem, maar de rechtsstaat – die andere component van onze liberale democratie – bevindt zich in een

W A A R O M D E D E M O C R AT I E A LT I J D Z A L T E K O R T S C H I E T E N

steekt nog af en toe de kop op. Verder werd er niets meer van vernomen. De diagnose dat er iets fundamenteels schort aan onze democratie is overeind gebleven. Ze wordt in Vlaanderen vertolkt door onder meer socioloog Luc Huyse en schrijver David Van Reybrouck, met heel wat politieke wetenschappers en journalisten in hun kielzog. De analyses verschillen, maar de meesten zijn het er nog altijd over eens dat er iets mis is met de link tussen burger en politicus, dat de kiezers geen gezonde connectie meer hebben met de verkozenen des volks. Dat politici niet meer weten wat er leeft, en dat de burger zich niet herkent in het bestuur. De kloof tussen die twee werelden – die van de bestuurders en die van de bestuurden – is qua klacht een blijvertje gebleken. Het crisisgevoel over onze democratie had lange tijd vooral betrekking op de representatie. De remedies hadden vooral tot doel om de ‘verdwaalde’, ‘boze’ kiezer terug naar de stal der traditionele partijen te leiden, door ‘beter te besturen’, door samenlevingsproblemen ‘beter te benoemen’, enzovoort. Alles om de kloof – altijd opnieuw die Verduivelde Kloof – tussen burger en politiek te dichten. Tot zover de litanie van de voorbije dertig jaar.


16 INLEIDING

crisis. Zo bekeken is er niet te weinig, maar misschien wel te véél democratie: als sommige verkozenen het voor het zeggen kregen, zouden onze mensenrechten op het spel staan. We leven in liberale democratieën die almaar minder liberaal dreigen te worden. Niet alleen in Rusland en Turkije kalft de rechtsstaat af, ook in de Europese Unie is dat het geval: van Polen en Hongarije tot Italië vreten verkozen leiders aan de liberale component van het systeem. Van een kloof met de burger is ineens geen sprake meer. Integendeel, misschien is de kloof met de burger eerder te smal geworden, in plaats van te breed. Misschien moet de meerderheid wat beter in toom gehouden worden, dat is per slot van rekening waar de rechtsstaat voor dient. Als een meerderheid van de bevolking alle moslims wil deporteren, dan is dat strikt genomen een democratische verzuchting, die op liberale gronden niet kan worden ingewilligd. Minderheden deporteren doen we niet, ook niet als het gros van het volk – de demos – dat wil. Na eerst een paar decennia de kloof te hebben betreurd, zouden velen vandaag misschien willen dat de kloof wat breder was, dat de rechtsstaat de wil van de massa wat méér in toom zou houden, ter bescherming van de mensenrechten. Die verschuiving in het debat over de democratie fascineert mij in hoge mate. En heeft mij de voorbije jaren aangezet om op zoek te gaan naar de ziel van de democratie. Wat is de kern van het systeem waarin wij leven? Hoe robuust is die kern? En als er een probleem is, waar zit dat dan precies? Hebben we de voorbije decennia de juiste vragen gesteld? En wat verwachten we eigenlijk van de democratie? Zijn die verwachtingen realistisch? Dit boek is de vrucht van mijn zoektocht en het heeft één overheersende focus: de democratie is een gebrekkig systeem. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar het heeft serieuze consequenties. Ik nodig u uit om die te ontdekken, om eens door mijn


17

Z E S F U N DA M E N T E L E G E B R E K E N Ziedaar mijn stelling: de democratie kent gebreken die onoplosbaar zijn, maar die er altijd bij zullen horen. Het zijn er zes in totaal. Om te beginnen, dat is hoofdstuk 1, zal de democratie onze wensen nooit kunnen inwilligen. De democratie is onbevredigend. Welk beleid er ook wordt gevoerd, het zal altijd iemand boos maken. Maar dat is niet erg, want die ontevredenheid kunnen kiezers in het stemhokje uit volle borst tot uiting brengen. Om de zoveel tijd krijgen wij de kans om het beleid een andere kant op te sturen, als het vorige bestuur niet bracht

W A A R O M D E D E M O C R AT I E A LT I J D Z A L T E K O R T S C H I E T E N

bril naar de democratie te kijken. Niet de bril van de theoreticus en de utopist, maar die van een journalist die al een paar decennia beroepshalve de politiek volgt, en die het voorrecht heeft gehad talloze schrandere denkers te mogen interviewen. In die zin maak ik hier de balans op van mijn dertig jaar journalistiek. Ik zal uitvoerig citeren uit vele interviews die ik in al die jaren heb kunnen doen. Als u bereid bent om mee door mijn bril te kijken, dan zult u onze democratische rechtsstaat niet meer zien als een systeem waarvan de gebreken bugs of mankementjes zijn die moeten worden gefikst, maar features of eigenschappen die er onlosmakelijk bij horen. Dan zult u zien dat ons systeem zich niet in een diepe crisis bevindt, maar op een moment van herverkaveling en heronderhandeling. Het politieke landschap, de representatieve democratie, wordt door de kiezer herverkaveld. En zowel de relatie tussen democratie en rechtsstaat als die tussen natiestaat en internationale organisaties wordt volop heronderhandeld. We naderen geen eindpunt, we staan niet voor de afgrond, we maken een verklaarbare en relatief normale evolutie door.


18 INLEIDING

wat daarvan verwacht werd of kon worden. Dat is nu juist het prettige aan die kloof tussen bestuurders en bestuurden: als de bestuurders ons niet bevallen, dan stemmen we ze weg. Een tweede fundamenteel, onoplosbaar gebrek van de democratie is dat ze ongrijpbaar is. Wat voor de ene expert een symptoom is van een doodzieke democratie, vindt de andere juist een teken van vitaliteit. De wispelturigheid van de kiezer, bijvoorbeeld. Vroeger stemde men zijn hele leven op dezelfde partij. Tegenwoordig is de kiezer onvoorspelbaar en loopt hij eerst Fortuyn, dan Wilders, en dan Baudet achterna. Of eerst Dewinter, dan Leterme, en dan De Wever. De klassieke partijen kalven af, en ook dat kan slecht nieuws zijn, omdat de stabiliteit van het systeem in gevaar is, of goed nieuws, omdat de kiezer het politieke landschap herverkavelt in functie van de nieuwe maatschappelijke breuklijnen. In hoofdstuk 3 werk ik de eeuwenoude spanning tussen democratie en rechtsstaat verder uit. Daarmee zitten we midden in het debat over de liberale democratie. Als in steeds meer landen mensenrechten op de tocht staan omdat de meerderheid autoritaire leiders verkiest, dan mogen we besluiten dat het representatieve systeem onrechtvaardig kan zijn jegens minderheden en individuen. Het is wat Alexis de Tocqueville in 1835 al de tirannie van de meerderheid noemde. Omgekeerd kan een liberale rechtsorde uit de hand lopen en de wil van de meerderheid verwaarlozen. Dat is wat er schort aan de Europese Unie, bijvoorbeeld, en de reden waarom populisten zo graag supranationale organisaties bestrijden. De hoop op een consensus, een manier om onze meningsverschillen rationeel en in het algemeen belang op te lossen, stel ik in hoofdstuk 4 ter discussie. Wie wil weten hoe we in elkaar zitten en waarom we botsen, vindt meer antwoorden in de sociale psychologie dan in de politieke wetenschap. Waarom is de ene mens conservatief en de andere progressief? En hoe


19 W A A R O M D E D E M O C R AT I E A LT I J D Z A L T E K O R T S C H I E T E N

moeten we aan politiek doen, in het besef dat we elkaar op vele thema’s nooit zullen vinden? Is geweldloosheid niet het halve werk, en vrede de kern van de democratie? Hoofdstuk 5 is er voor de intellectuelen die – al dan niet stiekem – vinden dat de gewone man (m/v/x) niet slim genoeg is om mee te beslissen over het beleid, en die de democratie liever zouden vervangen door een epistocratie, waarbij iedereen die wil gaan stemmen, eerst een examen zou moeten afleggen. Zou dat een betere wereld opleveren? Ik ben bang van niet. Waarmee ik ook weer niet gezegd wil hebben dat er een soort diepere wijsheid schuilt in het collectief, zoals sommigen denken. Is het concept van the wisdom of crowds, de wijsheid van de massa, van toepassing op de democratie? Helaas. In hoofdstuk 6, ten slotte, vertel ik hoe Nobelprijswinnaar Kenneth Arrow ooit dacht dat hij de laatste spijker in de doodskist van de democratie had geslagen, door te bewijzen dat het logisch onmogelijk is om onze individuele voorkeuren te vertalen in een collectieve wil. Altijd als je dat probeert, ontstaan er paradoxen. Wie wil achterhalen wat de bevolking van land x, y of z precies wil, stelt een onbeantwoordbare vraag. Het hangt er maar van af wat je precies aan de kiezer vraagt, en ook: hoe je dat doet. Mochten Donald Trump en Hillary Clinton het in Frankrijk tegen elkaar hebben opgenomen, dan zou Clinton wellicht gewonnen hebben. Zij had drie miljoen stemmen meer. Dat Trump het haalde, ligt aan het kiessysteem, niet aan zijn populariteit bij de meerderheid van de Amerikaanse bevolking. Ik zal in hoofdstuk 6 ook uitleggen waarom ik veel bezwaren heb tegen loting en deliberatie. Weg met de democratie, dan maar? Nee. Leve de democratie! In een epiloog zal ik met een paar vuistregels aangeven hoe we kunnen leren leven met dat onbevredigende, ongrijpbare, onrechtvaardige, onverzoenlijke, onverstandige en onmogelijke systeem van ons. En hoe we beide componenten ervan – de de-


20 INLEIDING

mocratie en de rechtsstaat – kunnen versterken. Tot slot. Dit boek gaat niet over de Wetstraat of het Binnenhof, maar – veel algemener en van een grote afstand – over de organisatievorm die de wereld heeft veroverd sinds hij voor het eerst werd ingevoerd aan het einde van de achttiende eeuw. Daarom is Alexis de Tocqueville (1805-1859) onze reisgenoot. In 1831 trok de Franse aristocraat negen maanden lang met vriend en collega-onderzoeker Gustave de Beaumont door de Verenigde Staten, om op verzoek van de Franse overheid een studie te maken van het Amerikaanse gevangenissysteem. Tijdens zijn reis door de Verenigde Staten begreep Tocqueville dat er iets fundamenteels veranderd was in de wereld, iets dat volgens hem niet meer kon worden teruggedraaid. Hoewel hij een groot deel van zijn eigen familie had verloren bij de Franse Revolutie, begreep hij dat de democratie onontkoombaar was, en superieur aan de aristocratie. Zijn magnum opus Over de democratie in Amerika (1835-1840) is bijna twee eeuwen nadat het voor het eerst verscheen nog altijd een van de beste, spannendste en meest inzichtelijke boeken die ooit over ons systeem zijn geschreven. Daarom geven citaten van Tocqueville bij het begin van elk hoofdstuk in dit boek de toon aan en zal ik geregeld naar hem verwijzen. Tocqueville was de eerste die over de moderne democratie schreef, en zijn visie is nog altijd actueel. Ik wens u veel leesplezier. Joël De Ceulaer, Merelbeke, 29 juli 2019


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789001464031 by Uitgeverij Lannoo - Issuu