Skip to main content

9782873869700

Page 1

1

de brandweerkazerne CHARLEROI


3

Philippe Samyn Architect & Ingenieur

de brandweerkazerne CHARLEROI Alain Sabbe Hugues Wilquin


4


5


6


7


8


9


10


11


13

inhoud

inleiding 1 Brandweerman zijn 2 DE WEDSTRIJD 3 STUDIE EN ONTWERP 4 plannen 5 HET PROJECT EN DE WERKELIJKHEID 6 Design & build 7 vlaggenschip voor duurzaamheid en energieoptimalisatie 8 DE TECHNISCHE INSTALLATIES 9 ARTISTIEKE INTERVENTIE verantwoording

15 19 37 43 135 167 179 199

209 247 252


14


15

inleiding Brussel, Waterloosesteenweg 1537. 1 april 2016, 8.55 u.

welzijn van de anderen, bijvoorbeeld door de plek waar je gegeten hebt schoon te maken en elke dag je werkplek op te ruimen. Een groep die één is en waar we elkaar vertrouwen!

Ghislain André is aanwezig. Eerst hoor ik de snel pratende stem. Hij wisselt een paar vriendelijke woorden met de secretaresse en begroet een medewerker die langs de receptie loopt. Dan verschijnt hij, kaarsrecht en een jeugdige uitstraling, gekleed in pak met wit hemd en een vlinderdas. Hij trekt voorzichtig zijn jasje uit, steekt een pijp aan en steekt van wal. ‘Mijn aandacht voor duurzame ontwikkeling dateert van 1971-1972. Ik studeerde toen aan MIT (Massachusetts Institute of Technology). Ik moest een keuzevak kiezen. Ik nam de opties door en koos de cursus van Jay Wright Forrester. De pionier van de systeemtheorie … Jay Wright … System Dynamics … Urban Dynamics … Hij stelde zich vragen over de Club van Rome, waarvan hij medeoprichter was, over het evenwicht in de wereld …, World Dynamics! Dat boek beschrijft hoe je modellen kunt opstellen voor complexe interacties op het vlak van economie, demografie en milieu. Het was het begin van de jaren 1970. Ja, dat was het moment waarop ik gevoelig ben geworden voor duurzame ontwikkeling en waar de kiem ligt voor mijn systeemaanpak van de wereld.’

Al mijn opdrachtgevers zijn bijzonder, maar sinds de crisis van 2008 doe ik vaak mee aan wedstrijden, want de markt van de gewone opdrachten is ingestort. Het paradigma is veranderd! Tegelijkertijd blijf ik onderzoek doen. Ik haat mijn gebrek aan verbeelding. Ik dwing mezelf om fouten te bedenken. Ontwerpen dwingt me ertoe op zoek te gaan. Een zoektocht die mijn benaderingswijze stimuleert …, maar die zoektochten kunnen ook ontregelend zijn: de veranderlijkheid van volumes, de verticale stad, witte zonnepanelen, het gebruik van vacuümglas, geperforeerde staalplaten in combinatie met PFTE-folie … ik geloof in de deugden van de theorie! Mijn inspiratiebronnen: Dom Hans van der Laan (Het plastisch getal, De Architectonische Ruimte) en Christopher Alexander (A pattern language) … Hij laat ons zijn grafiek zien op basis /met een basis van 1,35 m, geïnspireerd door Hans van der Laan. Hij begint sneller te spreken, de ideeën rollen als golven zijn mond uit …

Hij schenkt ons een kop koffie uit.

Hij vertelt over de wedstrijd van de provincie Namen die hij onlangs gewonnen heeft, het herstellen en uitbreiden van het Maison de la culture, een gebouw van Victor Bourgeois.

‘Wij hebben hier een echte gemeenschap van medewerkers … fantastische medewerkers. Een groep die functioneert omdat we altijd alle vertrouwen in elkaar hebben. We hebben één sleutel, één telefoonnummer en één e-mailadres. En iedereen waakt over het

‘De openbaring … de openbaring is belangrijk! De sporen die de voorgangers hebben achtergelaten zijn aanwezig, maar niet alles is zichtbaar. Elke vorm kan zichtbaar gemaakt worden. Vandaar mijn voorstel voor de “uitstekende cilinder”, die de “halvemaan-

Perspectief van de wedstrijd gewonnen door Philippe Samyn and Partners voor het Maison de la Culture van de provincie Namen. (Ref. 01 | 628) Via het dossiernummer tussen haakjes kunnen de details van dit project bekeken worden op www.samynandpartners.com


16

vorm” van Victor Bourgeois accentueert en ermee harmonieert! Ik was er vast van overtuigd dat we daar iets nodig hadden, maar ik heb veel steun nodig gehad om een allesomvattend, inpassend ontwerp te bedenken … dat was niet echt eenvoudig!’

Hij staat op en schenkt ons een zoveelste kop koffie in. ‘Verplichtingen. Als kind kun je, als volwassene moet je … je bent het aan jezelf verplicht! Je bent gebonden door kennis, ik weet dus ik moet! Dus experimenteer ik, ik ga op zoek, ik twijfel aan alles!

Hij windt zich op. ‘Weg met de perfectie! Gegalvaniseerde bloembakken op geperforeerde staalplaten smaken naar new age levensmysteries! Ik haat ook architectuur die naar het grote gebaar en naar gladheid streeft. Doen wat iedereen wil zien, die drang naar schijn in plaats van naar zijn … Dat is net als een modegril van voorbijgaande aard. De schaduwlijn is belangrijk, die geeft het gebouw karakter en die vloeit ook voort uit de technische nood aan bescherming: de drempel, de druiplijst, het overstek van het dak om de muren te beschermen … ook de weerkaatsing is belangrijk!’ Hij wendt zijn blik naar het raam. ‘Je moet ook eerlijk zijn. Hier heb ik me vergist. De openslaande vleugels van de ramen gapen, ze zijn te hoog. Proporties zijn zo fascinerend! Maar een openslaande raamvleugel met glas mag maximaal 2 m2 groot zijn! Voor ramen die niet opengaan geldt dat natuurlijk niet!’ Voorbij het open raam, op de binnenplaats van de voormalige boerderij, springt een fontein aan. Het geklater wiegt en ritmeert ons gesprek. ‘Onbuigzaamheid, precisie, ethiek! Dat zijn de regels van ons nog altijd vrije beroep! Helaas zal het in de geglobaliseerde wereld misschien niet veel meer verschillen van dat van een zakenman! Het “Meneer de architect” uit de jaren 1950 zal dan verdwenen zijn!’ Hij trekt een paar keer aan zijn pijp. Hij beschrijft hoe in Canada de nieuwe ingenieurs bij de Société des Sept Gardiens hun engagement belijden, waarvan het ritueel in 1925 in Montreal door Rudyard Kipling werd ingevoerd. ‘De ingenieur verbindt zich ertoe zijn werk van ingenieur als een roeping te zien en respect te hebben voor de verplichtingen die hij heeft tegenover zijn klanten, tegenover zijn mede-ingenieurs en tegenover de samenleving waar hij deel van uitmaakt, verplichtingen die hij met zelfdiscipline en uit vrije wil zal nakomen omdat hij zijn woord heeft gegeven … Dat is dus een ethisch engagement tegenover de wereld!’

Op een onsamenhangende manier komen we tot samenhang. Niets werkt verlammender dan gedwongen samenhang vanaf het begin! Bijgevolg ben ik ook beducht voor zelfgenoegzame ingenieurs, “liegende ingenieurs”, ingenieurs die nergens aan twijfelen, die zich veilig wanen voor kritiek omdat de anderen hun zelfbedachte abracadabra niet begrijpen.’ Hij beantwoordt een telefoontje. ‘Schoonheid! Schoonheid? … Mijn hart gaat liever op zoek naar poezie dan naar schoonheid! Dualiteiten: poëzie, schoonheid; zachtheid, kracht; aarzeling, macht; het vergankelijke, het eeuwige … Schoonheid hoeft niet ingewikkeld te zijn, hoeft niet duur te zijn; poëzie hoeft ook niet duur te zijn, maar ligt wel ingewikkelder!’ Hij staat op en verdwijnt een paar minuten om samen met een medewerker een probleem op te lossen. Hij komt terug. ‘De brandweerkazerne van Charleroi is ons meest recente project, naast Revit. Revit (uitgegeven door Autodesk) is CAD-software die zich concentreert op het in modellen gieten van gegevens van een gebouw (BIM, Building Information Modeling). Het is en multiprofessionele software voor mensen die actief zijn in de bouwsector (architecten, ingenieurs, technici en ondernemers …). De kazerne in Charleroi is een intense en zware samenwerking. 63 plannen, 208 gedetailleerde plannen, meer dan 1700 e-mails intussen en nog is het niet klaar, 2 jaar ontwerpen in samenwerking met S.M. Thomas & Piron Bâtiment – CIT Blaton en hun onderaannemers. Dan is een strikte methodologie onmisbaar, en die zie je ook terug in onze codering van kartons en documenten. Alles wordt geklasseerd, alles wordt geregistreerd.’ ‘De kazerne van Charleroi, dat is investeren in mensen!’ Hij staat op en groet ons. We spreken af elkaar een andere vrijdag terug te zien.


17


18


19

1 Brandweerman zijn


20


21

een roeping die teruggaat tot de kindertijd Een kinderdroom die werkelijkheid wordt

‘Ik werd kort voor de Tweede Wereldoorlog geboren, in 1940, in een heel gewoon gezin’, vertrouwt François Hallet (fictieve naam) me toe, terwijl zijn charmante echtgenote me een stukje aanbiedt van de heerlijke aalbessentaart die ze speciaal voor mijn bezoek heeft gebakken, en uit mijn kopje de lekkere geur van warme koffie opstijgt. Het was rond diezelfde periode, kort voor de oorlog, dat het brandweerkorps van Charleroi werd samengesteld. Het was gestationeerd in het stadhuis van Charleroi en bestond toen uit een vijftiental brandweermannen, bijgestaan door de mobiele colonne van de Civiele Bescherming die voorheen de brandbestrijding in de stad Charleroi voor haar rekening nam. Het wagenpark van de Brandweerdienst van Charleroi bestond in die tijd uit slechts één bestelwagentje en twee brandweerwagens met een open laadbak waar de brandweermannen op banken en blootgesteld aan weer en wind konden plaatsnemen. Die brandweervoertuigen hadden: – geen ingebouwde pomp (de wagens hadden nog een aanhangwagen met een onafhankelijke pomp); – geen ladder (er bestond wel een houten ladder van 14 m, die op een aanhangwagen moest worden vervoerd en die enkel op vraag werd gebruikt; de ladder moest manueel worden bediend, met een kruk, en werd soms aangevuld met een haakladder die enkel met de nodige acrobatie te gebruiken was); – geen watertank (met behulp van brandslangen, waarvan het uitrollen soms een hele tijd in beslag nam, werd de pomp aangesloten op brandkranen of zelfs beken, regenwaterreservoirs of gierputten); – zelfs geen hoge- of middelhogedrukhaspels. De brandspuiten waren nog niet uitgerust met een kraan en de vraag om het ventiel open of dicht te draaien moest doorgegeven worden aan de pompverantwoordelijke, wat uiteraard tot extra schade leidde. F. : ‘Ik heb enkel de lagere school gedaan. Op mijn veertiende moest ik van

mijn vader gaan werken, als zetter bij een drukker in Charleroi. Daarna brak de tijd van de legerdienst aan, en ik vervulde mijn plicht door mij aan te sluiten bij de groene baretten, als paracommando-parachutist. Toen sloot mijn job als zetter absoluut niet meer aan bij mijn behoeftes en ambities. Ik had nood aan een meer fysieke job. Ik solliciteerde bij de politie en bij de brandweer. Ik kon bij allebei aan de slag, maar ik heb voor de brandweer gekozen en ben mijn kinderdroom achternagegaan!’

Toen François in 1961 als 21-jarige werd ingelijfd bij de Brandweerkazerne van Charleroi, waren daar nog iets minder dan tien leden van de mobiele colonne van de Civiele Bescherming actief. François trad binnen samen met vijf andere collega’s en kreeg het registratienummer 45, als laatste van zijn lichting. Hij was dus de 45e professionele brandweerman die toegelaten werd bij dit brandweerkorps, waarvan er al acht waren weggevallen (twee waren overleden, vier waren met pensioen gegaan en twee anderen waren ontslagen). Deze 37 functionarissen (officieren, onderofficieren, korporaals, chauffeurs en manschappen) hebben de brandbestrijdingsdienst verzekerd van een zone die ongeveer overeenstemt met de huidige met slechts zeven voertuigen (drie autopompen, een luchtladder van 32 m, een hulpverleningsvoertuig, een bestelwagen en een commandowagen), dankzij de steun van de ‘politieagenten-brandweerlui’ die permanent aan de brandweerkazerne verbonden waren. F. : ‘Ik had me aangesloten uit passie, zonder te informeren naar het aantal

werkuren of het salaris. Ik woonde in die tijd nog bij mijn ouders. Zoals dat toen gebruikelijk was, moest ik mijn loon volledig aan mijn vader afstaan om hem niet ten laste te zijn. Toen ik voor het eerst werd betaald, besefte ik pas dat ik ongeveer een derde minder verdiende dan in de privé. Weet u, vaak werden we ervan beschuldigd dat we niks anders deden dan hele dagen kaarten! Dat dat de reden was waarom onze salarissen zo laag waren! Maar daar was niks van aan, we waren voortdurend aan het werk! Mijn vader gaf me de raad te stoppen, maar ik wilde toch liever doorgaan, en daarnaast kluste ik bij als zetter, op mijn inhaaldag, om de andere dag dus. Op materieel vlak was het zo een pak comfortabeler!’ De kazerne had nog geen intercomvoorziening en dus werd het leven bepaald door gerinkel, vergelijkbaar met morsesignalen, dat in alle lokalen te horen was en vanuit de centrale door de verantwoordelijke in gang werd gezet: ononderbroken signaal voor een eerste vertrek, ∙ ∙ ∙ drie korte signalen voor een schouwbrand, ∙ ­­ — een kort signaal gevolgd door een lang voor de oproep van de wachtkamer … Eveneens in 1961 roept het ministerie van Volksgezondheid de Medische Hulpdiensten in het leven. De ‘Dienst 900’ is verbonden met de brandweerkorpsen, onder meer met dat van Charleroi dat een ziekenwagen krijgt die bij toerbeurt bestuurd wordt door enkele daartoe aangewezen brandweermannen.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9782873869700 by Uitgeverij Lannoo - Issuu