’s Lands Glorie Jean-Léon Huens Auguste Vanderkelen Jean Schoonjans Met een voorwoord van Bart Van Loo en Vincent Dujardin
Een geïllustreerde geschiedenis van België
3
Inhoud
Voorwoord van Bart Van Loo ...................................................................................
7
Voorwoord van Vincent Dujardin ..........................................................................
8
Nota van de uitgever .....................................................................................................
12
HET BELGISCHE VOLK. Van het begin tot de 15de eeuw .......................
15
DE BELGISCHE STAAT. Van de 15de tot de 18de eeuw .............................
123
HET KONINKRIJK BELGIË .................................................................................
359
Biographie van Jean-Léon Huens ...........................................................................
376
De werkwijze van Jean-Léon Huens ....................................................................
377
Biographie van Auguste Vanderkelen ...................................................................
378
Index van de illustraties ...............................................................................................
379
Voorwoord
‘Duizenden jaren geleden (…) leefden de bewoners van ons land in spelonken (…). Zij gingen op jacht met zeer primitieve wapens van geslepen steen. Zij worden holbewoners genoemd.’ Ik ben veertien als ik deze zinnen lees, en ik kan niet meer stoppen, ik zit op het puntje van mijn stoel. In de komende jaren zou ik de zes delen van ’s Lands Glorie (1949-1961) letterlijk stuklezen. Ze vormden een ‘Sesam open u’: de poort van de grote geschiedenis draaide breed open. Tientallen jaren later beseft de jongeling in mij hoeveel hij daaraan te danken heeft. Wat de reeks niet alleen aantrekkelijk, maar ook onvergetelijk maakte, waren de illustraties van Jean-Léon Huens. Vaak liet hij zich inspireren door schilderijen van oude meesters – mijn eerste Van Eyck of Van der Weyden zag ik door zijn ogen – maar net zo goed ging hij zijn eigen gang. Hij probeerde onverwachte gezichtspunten uit, kadreerde verrassend, schilderde tronies van stervende mensen. Zijn realistische stijl verankerde zich in mijn geheugen. Heeft iemand het over Karel Martel, Godfried van Bouillon of Willem van Oranje, dan verschijnen ze in mijn hoofd zoals hij ze ooit verbeeldde. Het absolute hoogtepunt blijft prentje nummer 182 uit het derde deel, met als titel ‘Nancy’. Telkens ben ik weer veertien. Zie ik het landschap zoals ik het toen zag: een boom, een met sneeuw bedekte vlakte, twee gewapende mannen die in de verte komen aanlopen. Ik verbaasde me over de kaalheid van die overwegend sneeuwwitte illustratie, en las benieuwd de commentaar van tekstschrijver Jean Schoonjans: ‘In 1477 belegerde Karel de Stoute de stad Nancy. Hij vond er de dood in een gevecht waarvan de omstandigheden duister zijn gebleven. Zijn lijk werd, half verslonden door de wolven, onder de sneeuw teruggevonden.’ Opnieuw keek ik naar de prent en toen pas zag ik hoe zich in de schaduw van de boom een donkere vlek aftekende in de sneeuw. Je kon er de contouren van een dood lichaam in ontwaren. Op dat moment werd er in mijn hoofd een zaadje geplant, dat jarenlang zou kiemen en pas dertig jaar later tot volle groei kwam. Prentje nummer 182 zal voor mij altijd de beeltenis blijven waaruit De Bourgondiërs (2019) tevoorschijn is gekomen. Het is simpel: zonder
’s Lands Glorie had ik het ontstaansverhaal van de Lage Landen nooit geschreven. Het mag niet verbazen dat ik met name illustrator Jean-Léon Huens maar evenzeer tekstschrijver Jean Schoonjans voor eeuwig dankbaar zal blijven. Ik juich de heruitgave in één band – zowel in het Frans als het Nederlands, helemaal zoals het destijds het geval was – heel erg toe, en wens ze bijzonder veel lezers toe: oudere nostalgici die hun jong lezershart opnieuw volop in galop voelen gaan, maar net zo goed prille zoekers die het wonder van de geschiedenis hier misschien wel voor het eerst aan den lijve ondervinden. Het letterlijk en figuurlijk historische ’s Lands Glorie heeft alles in zich om de toekomst te veroveren. BART VAN LOO Moorsele, zomer 2022
7
NOTA VAN DE UITGEVER Op 20 juni 2002 kreeg de Belgische illustrator Jean-Léon Huens, die op 24 mei 1982 overleden was, door de Society of Illustrators in New York postuum de ’Hall of Fame Award’ uitgereikt, een onderscheiding die jaarlijks wordt toegekend door een comité dat bestaat uit voormalige voorzitters van deze prestigieuze vereniging en die een kunstenaar bekroont ’voor zijn sublieme bijdrage aan de illustratiekunst’. Hoewel de naam Huens bij de generatie jonge Belgen van vandaag geen belletje meer doet rinkelen, herinneren velen zich nog hoe de prenten die hij maakte voor de albums van ’s Lands Glorie, die tussen 1949 en 1961 bij Uitgeverij Historia verschenen, een onuitwisbare uitwerking hadden op hun jeugdige verbeeldingskracht. Met de hulp van historicus Jean Schoonjans, professor aan de Facultés universitaires Saint-Louis in Brussel, brengt Jean-Léon Huens aan het eind van de jaren 1940 de meest uitgebreide geschiedenis van België in beeld: ze maken bijna 550 prenten op postkaartformaat waarop de grote gebeurtenissen en de belangrijkste figuren van onze vaderlandse geschiedenis tot leven komen, vanaf de eerste holbewoners tot het bewind van Boudewijn I1. Deze onderneming leidt tot de uitgave van zes delen waarin verzamelaars prenten kunnen kleven die ze bekomen door Historiapunten te verzamelen en ze tegen prenten in te ruilen. De geïllustreerde geschiedenis van België van Huens en Schoonjans was verdeeld in drie periodes, die uit elk twee delen bestonden: i. ii. iii.
Het Belgische Volk. Van het begin tot de 15de eeuw De Belgische staat. Van de 15de tot de 18de eeuw Het koninkrijk België
De historische interpretatie van deze collectie had een duidelijke strekking. Het was die van de grote ’vaderlandse historicus’ Henri Pirenne aan wiens boek het duo Huens-Schoonjans een extra artistieke en educatieve dimensie wilde geven, in de tijd dat er zich nog geen donkere wolken samenpakten boven het unitaire België2. De opzet was duidelijk: het immense talent van Jean-Léon Huens inzetten om de Geschiedenis van België van Pirenne, herwerkt door Schoonjans, binnen het bereik van het grote publiek te brengen, voornamelijk van de jeugd.
1.
Vanaf prent 401 gaf Jean-Léon Huens, die inmiddels door diverse Amerikaanse uitgevers in dienst was genomen, de fakkel door (behalve voor de afbeeldingen van de leden van het koningshuis) aan illustrator Augustin Vanderkelen, die zijn werk nauwgezet voortzette, trouw aan de geest van het algemene concept van de reeks. 2. Behalve Pirenne en zijn monumentale, zevendelige Geschiedenis van België die verscheen tussen 1900 en 1932, moeten we ook de verhelderende toelichting van professor Jean Stengers aanbevelen in zijn ’Histoire du sentiment national en Belgique des origines à 1918’, deel I: Les racines de la Belgique. Jusqu’à la Révolution de 1830, Racine, Brussel, 2000, p. 21-23.
12
In die jaren hadden gedrukte afbeeldingen nog maar weinig concurrentie van tv-beelden en het succes was enorm. Historia was tot het midden van de jaren 1960 voortdurend bezig met de herdruk van de plaatjesalbums. De illustraties van Huens, die expressieve kracht koppelen aan het realisme van miniaturen, bleken bijzonder gemakkelijk en doeltreffend in het geheugen van de lezers te blijven hangen. Voor leerkrachten waren ze een ideaal hulpmiddel om de lessen geschiedenis interessanter te maken en ze op een nieuwe manier te kunnen brengen. Veel ouders moedigden hun kinderen aan de prenten te verzamelen als buitenschoolse documentatie die de fascinatie voor de afbeeldingen en opvoedkundige waarden wisten te combineren. In veel Belgische huisgezinnen waren de albums van ’’s Lands Glorie’ het pronkstuk op de boekenplank met ’mooie boeken’ thuis, ze prijkten er naast het Pantheon der winnaars van de Nobelprijs voor Literatuur en de Grote Winkler Prins / les « petits Skira » et les belles éditions de la « Guilde du livre ». De jongeren van de jaren vijftig van de vorige eeuw herinneren zich ook vandaag nog vrij precies die ’iconen’ van de Geschiedenis van België, gemaakt door Jean-Léon Huens. Met deze heruitgave, in een vernieuwde opmaak, willen we het 21ste-eeuwse publiek (opnieuw) laten kennismaken met het integrale iconografische meesterwerk. Het is uiteraard zo dat de geschiedenis van België in het federale en communautaire België van vandaag niet meer op dezelfde manier wordt onderwezen als in die eerste jaren van het bewind van Boudewijn I. De selectie hoogtepunten en historische figuren in de plaatjesalbums van ’’s Lands Glorie’ verschillen op heel wat punten met de huidige zienswijzen van de geschiedenis, gekenmerkt door de opkomst van zowel subnationaliteiten als van de Europese supranationaliteit. De bijschriften bij de illustraties zullen de lezer van vandaag soms overdreven ’belgicistisch’ lijken. Dat doet echter geen afbreuk aan het ongelooflijke talent van een kunstenaar die zijn stempel heeft gedrukt op de fantasie van een hele generatie en die de kunst van historische vulgarisatie tot een nooit geziene perfectie heeft verheven.
13
Het belgische volk van het begin tot de 15de eeuw 15
DE SPELONKEN
Duizenden jaren geleden, in het paleolithische tijdperk, leefden de bewoners van ons land in spelonken, langs de Maas en haar bijrivieren. Zij gingen op jacht met zeer primitieve wapens van geslepen steen. Zij worden holbewoners genoemd...
16
HET RENDIERTIJDPERK
15.000 jaar vóór Christus hebben andere paleolithische volken, wier stenen werktuigen veel beter waren dan die van hun voorgangers, op onze bodem gezwoegd. Het waren de mensen van het zogenaamde rendiertijdperk. Hun leven geleek tamelijk goed op dat der huidige Lappen…
DE HUNEBEDDEN
In het neolithische tijdperk gebruikten de mensen gepolijste steen, wat een grote vooruitgang betekende op de geslepen steen. Die mensen hebben hunebedden opgericht ter nagedachtenis van hun doden. Zulke grafstenen bestaan nog te Weris en elders. Er ontstonden menige legenden rondom overgrote oude stenen...
17
DE PAALDORPEN
Het klimaat moet heel wat beter geworden zijn gedurende het tijdperk van de gepolijste steen. De mensen bewonen geen spelonken meer, ze leven voortaan in de vlakte en bouwen paaldorpen midden in de moerassen.
18
KELTISCHE KRIJGSMAN
DE DRUÏDEN
Gedurende het tijdperk van de metalen, van
De echte hoofden van de Kelten waren de
het brons en van het ijzer, vestigden zich bij
druïden. Ze waren rechters, priesters, geleerden
ons Keltische stammen die waarschijnlijk tot
en tovenaars. In het begin van het jaar plukten ze
hetzelfde ras behoorden als de huidige bewoners
met een gouden sikkel de heilige maretak.
van Bretagne en Ierland. Ze maakten deel uit van de grote familie van de volken van Gallië.
19
DE MORINEN
Omtrent de vierde eeuw vóór Christus wordt ons land bezet door Belgische stammen. Men weet niet of deze van Germaanse of van Gallische oorsprong waren. Een van deze stammen die in moerassen woonden, noemt men de Morinen, een andere de Menapiërs.
20
DE TREVIEREN
Een andere Belgische stam was die van de Trevieren, die onze Ardennen bewoonden. En die, vóór meer dan duizend jaar geleden, reeds wisten hoe hammen te roken.
WAPENS VAN DE OUDE BELGEN
De Belgen waren bijzonder knap in het bewerken van het ijzer. Wij bezitten nog enkele wapens die zij gesmeed hebben. ’Het Gallische IJzer’ werd overal gewaardeerd.
21
DE ROMEINEN
JULIUS CAESAR
Toen de Romeinse legers in 57 vóór Christus
Aan het hoofd van de Romeinse legioenen die
onze grenzen bereikten, waren de Belgen een
ons land binnenvielen, stond Julius Caesar.
gelukkig volk, maar ze leefden in onenigheid.
Caesar was een buitengewoon verstandig en
Het Romeinse volk was het meest geduchte,
zeer eerzuchtig man. Hij was een van de grootste
het best bewapende en het best georganiseerde
veldheren uit de wereldgeschiedenis.
volk van de wereld.
22
’DE DAPPERSTEN...’
Julius Caesar heeft ons een geschiedenis van de verovering van Gallië nagelaten. In dat boek komt voor de eerste maal onze naam voor, Caesar zegt: ’Van al de volkeren van Gallië zijn de Belgen de dappersten.’
23
DE SLAG AAN DE ’SAMBER’ De ontmoeting tussen de Romeinse en de Belgische legers had plaats op de oevers van de Selle. De Nerviërs, door hun koning Boduognat aangevoerd, trachtten er de inval te stuiten, maar ondanks hun dapperheid werden ze verslagen.
AMBIORIX Nadat Caesar de Nerviërs en ook de Aduatieken had verslagen, richtte Ambiorix, de koning der Eburonen, een oproep tot alle Belgische stammen om tegen de bezetters op te staan. De Romeinen verloren verscheidene legioenen, maar omdat het hun ontbrak aan eendracht en nationale geest werden de Belgen verpletterd. De Eburonen werden vervangen door een Germaanse stam: de Tongeren…
24
DE ROMEINSE PROVINCIËN
De Romeinen verdeelden ons land in provinciën, nl. Germania Inferior (hoofdstad: Keulen), Belgica Prima (hoofdstad: Trier) en Belgica Secunda (hoofdstad: Reims).
25
DE ROMEINSE KLEDERDRACHT
ROMEINS HUIS
Gedurende drie eeuwen heersten de Romeinen
De Romeinen hebben hun levens- en bouwwijze
over Belgisch Gallië. Zij voerden er hun kleding,
ingebracht. Er werden grote Romeinse hoeven,
nl. de tunica en de toga, en hun taal, het Latijn,
’villa’s’, gebouwd, en ook andere huizen die meer
in. Het Latijn zou zich later tot het Waals
bescheiden maar zeer goed ingericht waren.
ontwikkelen.
26
Omslag: Koen Surmont – Studio Lannoo Grafische vormgeving: Véronique Lux Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Dit boek is een realisatie van Éditions Racine. Éditions Racine maakt deel uit van de Lannoo Publishers Group. © Éditions Racine, 2022 en © Huens Patrick, Ottignies, 2022 Éditions Racine Tour & Taxis – Entrepôt royal Havenlaan, 86c / 104a B-1000 Brussel www.racine.be www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Als u opmerkingen of vragen heeft, dan kunt u contact opnemen met onze redactie. Dit boek is de nieuwe editie van het gelijknamige boek dat in 2015 verscheen bij Uitgeverij Lannoo.
D. 2022, 6852. 36 – NUR 680 Wettig gedeponeerd: November 2022 ISBN 978-2-39025-224-5