Skip to main content

9782390251460

Page 1

Kunst van de 20ste & 21ste eeuw


KONINKLIJKE MUSEA VOOR SCHONE KUNSTEN VAN BELGIË


[7]

Voorwoord [9]

Kunst van na 1900 in de KMSKB [19]

Geselecteerde werken [73]

Opzienbarende legaten [139]

Kunst op papier, kunst van papier [211]

Videokunst in de KMSKB

[233]

De Vrienden van de KMSKB en de collecties [235]

Beknopte bibliografie [238]

Index van de kunstenaars


Als land van schilders en schilderijen

Voorwoord

heeft België in de loop der jaren belangrijke Over welke moderniteit hebben we het wan-

kunstenaars voortgebracht die de kunst-

neer het gaat over een museum dat in 1802

geschiedenis hebben beïnvloed, maar ook

werd opgericht door Napoleon Bonaparte?

werken waarvan de culturele identiteit veel

Er is hier sprake van een zeker anachronisme.

sterker is dan de debatten die die willen ont-

Zowel in retrospect vanuit het standpunt van

kennen. Van Pieter Bruegel de Oude tot

de strijd tussen de klassieken en de moder-

Marcel Broodthaers, over Léon Spilliaert, Rik

nen, als anticiperend wanneer we vertrekken

Wouters, Paul Delvaux en natuurlijk René

van de betekenis die Baudelaire aan de term

Magritte. Zonder de hedendaagse kunstenaars

gaf. In beide gevallen is er sprake van schoon-

te vergeten, van wie de werken eveneens al-

heid of Schoonheid, van vergankelijkheid of

maar moeilijker aan te kopen zijn. Die zijn des

eeuwigheid. In beide gevallen is het uitgangs-

te belangrijker omdat België, op het kruispunt

punt vervat in een centrale tekst die de tijd in

van culturen en als land van verzamelaars,

een verhaal giet. Dit verhaal heeft een kader.

wemelt van kunstenaars met een bruisende

Het in 1880 opgetrokken gebouw van Alphonse

creativiteit. De KMSKB zijn dan ook trots

Balat was aanvankelijk bedoeld voor tijdelijke

werk te kunnen tonen van kunstenaars als

tentoonstellingen en artistieke salons, om

Pierre Alechinsky, Jan Fabre, Luc Tuymans,

zeven jaar later het schrijn te worden van het

Thierry De Cordier, Wim Delvoye of, recenter,

Museum voor Oude Kunst. Sindsdien is het als

van Rinus Van de Velde en David Claerbout. Ondanks de beperkte middelen en een

universeel bedoelde centrale verhaal uit elkaar gespat en er ontstond een wirwar aan micro-

bescheiden aankooppolitiek biedt de collec-

verhalen gebaseerd op de eigenheden van ge-

tie ook een panorama van de internationale

meenschappen die zich almaar meer in zich-

kunst. Na een eerste elan naar aanleiding van

zelf keerden. Meer dan ooit wil het museum

Expo 58, volgden in de jaren 1980–90 legaten

een verbindende plek zijn die garant staat voor

en schenkingen, waardoor onze reeds relevante

een open blik op de andere en de diversiteit

collectie uitgebreid kon worden met werk van

van al zijn mogelijke expressievormen.

andere belangrijke internationale kunstenaars, van Anselm Kiefer tot Christian Boltanski,

De moderniteit van een museum dat zijn

van Thomas Struth tot David Altmejd.

blik tegelijk op het verleden, het heden en de

De KMSKB bezitten meer dan twintig-

toekomst moet richten, berust niet alleen op zijn activiteiten (tentoonstellingen, bezoeken,

duizend werken, waarin elk eigentijds medium

partnerships) maar ook op zijn aankoopbeleid.

in al zijn diversiteit is vertegenwoordigd, van

Een museum dat zijn collecties niet uitbreidt,

olieverfschilderijen tot video’s, sculpturen,

is ten dode opgeschreven. De ambitie om de

tekeningen, foto’s en installaties. Aan de hand

‘tijdgeest’ en datgene wat een stempel zal

van een honderdtal werken biedt deze publica-

drukken op de kunstgeschiedenis te capteren,

tie daarvan een relevant overzicht. Dit boek is

is niet nieuw. In de jaren 1920 werd onder

de tegenhanger van de uitgave met de hoogte-

leiding van conservator Hippolyte Fierens-

punten van onze collectie oude kunst, maar

Gevaert begonnen met de aanleg van een

ook het begin van een nieuwe reeks publica-

collectie van ‘levende’ kunst. Deze collectie

ties over onze culturele rijkdom. Over musea,

moderne en eigentijdse kunst moest een

die meer dan ooit bijdragen aan de opbouw

overzicht bieden van de belangrijkste bewe-

van de maatschappij van morgen, die veelvor-

gingen en artistieke ontwikkelingen ontstaan

mig, nieuwsgierig en tolerant is. Een maat-

in de twintigste eeuw. Dat gebeurde vooral

schappij naar het beeld van een collectie (en

aan de hand van werk van Belgische kunste-

omgekeerd): tegelijk modern en eigentijds.

naars, maar na de oorlog en onder impuls van Philippe Roberts-Jones kwam er ook aan-

Michel Draguet

dacht voor grote buitenlandse kunstenaars.

Algemeen Directeur

7


De zalen van het Museum voor Moderne Kunst, gebouwd door Roger Bastin. Gezicht in het begin van de jaren 1990.


Kunst van na 1900 in de KMSKB GESCHIEDENIS VAN DE COLLECTIES

Medio jaren 1960 nam de uitbouw van de ver-

Moderne schilder- & beeldhouwkunst

zameling een hoge vlucht met aanwinsten van De verzameling moderne schilder- en beeld-

werk van internationaal bekende namen als

houwkunst uit de periode 1900–68 is minstens

Max Ernst, Salvador Dalí, Henry Moore, Josef

even rijk en divers als het artistieke leven in

Albers, Francis Bacon of Otto Dix – stijlzuiver

België in die periode. Zij weerspiegelt het grote

en esthetisch kwaliteitsvol, maar zonder

bevrijdende avontuur van de moderne kunst in

directe verankering in de plaatselijke kunst-

ons land en daarbuiten, maar niet zonder de

scène. Zodoende gaf het museum blijk van

behoudsgezinde tendensen hun plaats toe te

zijn uitgesproken ambitie om een internatio-

kennen. De collectie omvat werk van wereld-

nale collectie op topniveau te ontwikkelen,

beroemde kunstenaars als René Magritte,

waarnaar het ook handelde. De opening in 1984 van het lang verwachte

Francis Bacon en Alexander Calder, maar ook van lokale en in de vergetelheid geraakte

Museum voor Moderne Kunst onder impuls

figuren als Micheline Boyadjian, Paul Maas

van hoofdconservator Philippe Roberts-Jones

of Antoni Zydrón. Een blik op de ontstaans-

en ontworpen door architect Roger Bastin,

geschiedenis van de verzameling geeft aan

vormt een mijlpaal in de geschiedenis van de

dat zij in de loop van de jaren 1920 onder impuls van hoofdconservator Hippolyte FierensGevaert uitgebouwd werd als een verzameling ‘levende’ kunst, in het spoor van de eigentijdse artistieke ontwikkelingen (afb. 1). Kunstenaars als Oscar Jespers en later Paul Delvaux adviseerden de administratie bij het aankoopbeleid. Na 1945 en vooral later, onder invloed van de wereldtentoonstelling in 1958, groeide bij de beleidsmakers een historische, internationaal georiënteerde bewustwording. Hoofdconservator Paul Fierens streefde ernaar om op basis van een uitgekiende aanwinstenpolitiek de verzameling retrospectief naar een

[Afb. 1] De zaal Fierens-Gevaert met moderne kunst in 1927.

Europees en internationaal niveau te tillen.

9


verzameling en stimuleerde de belangstelling

bijeengebracht had, met werken van Belgi-

bij zowel het grote publiek als de verzame-

sche kunstenaars als Gaston Bertrand, Pol

laars. Niet toevallig werd in de daaropvolgende

Bury, Eugène Dodeigne (afb. 2), Vic Gentils,

jaren de collectie verrijkt met twee spectacu-

Pol Mara en Reinhoud, maar ook klinkende

laire legaten. In 1996 schonk Irène Scutenaire-

buitenlandse namen als Georges Braque, Marc

Hamoir een indrukwekkende verzameling

Chagall, Giorgio de Chirico, Joan Miró, Asger

surrealistische kunst, bestaande uit 254 schil-

Jorn of Claes Oldenburg. Daarmee was de col-

derijen, sculpturen, objecten en werken op

lectie definitief op de internationale kaart ge-

papier, waarvan 101 gesigneerd door of toe-

zet. Mede onder invloed van het veranderende

geschreven aan René Magritte. Niet minder

economische klimaat werd zij de daaropvol-

impressionant was de generositeit van Alla

gende decennia punctueel verder ontwikkeld

Goldschmidt-Safieva. Zij legateerde in 1990

op basis van voortschrijdend wetenschappe-

de integrale verzameling die haar echtgenoot

lijk onderzoek. Vandaar dat de verzameling

Bénédict vooral na de Tweede Wereldoorlog

vandaag een uniek panorama biedt van de geschiedenis van de moderne kunst in België, rijk in haar verscheidenheid en met evenveel aandacht voor haar eigenheid als voor de context waarin zij tot stand kwam. Anno 2020 behelst deze belangrijke deelcollectie van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België 1123 schilderijen en 300 beeldhouwwerken uit de periode tussen 1900 en 1968. Sinds de herschikking van de collecties in 2018 is de periodisering afgelijnd op basis van het cultuurhistorische, stilistische en kunsttheoretische referentiekader van het modernisme, met de ontwikkeling naar de abstractie en de conceptuele kunst als richtinggevend principe. Omstreeks 1968 – scharniermoment bij uitstek in de cultuurgeschiedenis van de twintigste eeuw – is deze evolutie ingehaald door een nieuwe, andersoortige actuele kunst, die gefocust is op processen, systemen en de relatie tussen subject en kunstwerk. Moderne kunst was op dat moment immers geschiedenis geworden. Bij het aanvangsjaar 1900 kan er evenwel een kanttekening geformuleerd worden. Kantelmomenten die het aanzicht van de kunst van de twintigste eeuw bepalen, vallen nu eenmaal niet precies samen met het aanvangsjaar ervan. Vanaf de laatste decennia van de negentiende eeuw voltrok zich immers een verschuiving op het vlak van de autonomie van de beeldende middelen (kleur, lijn, vlak) en pas kort na de eeuwwisseling zien we een

[Afb. 2] Eugène Dodeigne (Rouvreux [BE] 1923 – Bondues [FR] 2015), Vrouw, [1952], hout, 145 × 22 × 23 cm. Legaat Alla GoldschmidtSafieva, Brussel, 1990, inv. 11238.

nieuwe, vrije omgang met buitenartistieke materialen (texturen, collage, assemblage, readymade).

10


Een eigen profiel In de eerste jaren van de twintigste eeuw keek de Belgische kunstscene nog op naar wat in Parijs gebeurde en bewoog zij zich meer dan ooit op de snijlijn van traditie met avant-garde. Als geen ander getuigt het oeuvre van schilder en beeldhouwer Rik Wouters van de onrustig zoekende houding van een jonge generatie op de drempel van de nieuwe tijd. Het is pas tijdens en kort na de Eerste Wereldoorlog dat er zich ook hier een ongebreidelde artistieke dynamiek ontspon, die in een recordtempo het aanzicht van de eigentijdse kunst in heel Europa en daarbuiten veranderde. De belangrijke kracht- en breuklijnen waarlangs deze evolutie liep, worden op een unieke manier weerspiegeld in deze verzameling. Tegelijk biedt de collectie een overzicht van de verschillende manieren waarop Belgische kunstenaars vernieuwende tendensen hebben geïnterpreteerd en individueel geassimileerd. Zo is er bijvoorbeeld het enthousiasme van

[Afb. 3] Gustave De Smet (Gent [BE] 1877 – Deurle [BE] 1943), Beatrijs, [1923], olieverf op doek, 140 × 100 cm. Geschonken door het Comité Fierens-Gevaert, 1927, inv. 4678.

Jules Schmalzigaug, die al in 1912 in de ban geraakte van de dynamische urbane ritmes van het Italiaanse futurisme en een eigen getemperde beeldtaal ontwikkelde. Een vergelijkbaar geval betreft E.L.T. Mesens, die in

caties. Zij getuigen van het geestelijk klimaat

Zürich dada ontdekte, een kennismaking met

in het interbellum en de contacten tussen kun-

het subversieve die niet zonder gevolg bleef

stenaars onderling. Tegelijk spelen ze een aan-

voor de ontwikkeling van het surrealisme.

wijsbare rol in de wereld van de kunsthande-

Op basis van hun ervaring met het Franse

laars, galeriehouders en verzamelaars of zijn

purisme en het Duitse expressionisme tijdens

ze van grote betekenis voor critici en publicis-

hun ballingschap slaagden ook Gust De Smet

ten. In mindere mate geldt dit ook voor werken

(afb. 3) en Frits Van den Berghe erin een eigen

behorend tot de zuivere beelding, de stroming

idioom te ontwikkelen, waarin internationale

die tijdens de roaring twenties als eerste de

en regionale aspecten op een unieke manier

abstractie propageerde, met Victor Servranckx

met elkaar versmelten.

als spreekbuis. Op dat moment was Georges

Worden de expressionistische en vooral

Vantongerloo in Nederland reeds de weg van

de surrealistische ensembles van de collectie

De Stijl ingeslagen. In al deze ensembles is

vandaag als de rijkste beschouwd, dan is dat

zowel het baanbrekende werk van de pioniers

te danken aan het feit dat zij als entiteit ge-

vertegenwoordigd als latere interpretaties

tuigen van het artistieke, culturele en maat-

door de epigonen. Bijgevolg ligt de meer-

schappelijke netwerk dat aan de basis van

waarde van deze ensembles niet enkel in

deze kunststromingen lag. De samenstelling

de esthetische kwaliteiten van elk kostbaar

van deze ensembles is coherent en veelzijdig

object op zich, maar ook in hun gedocumen-

en de kunstwerken hebben vaak een gelijk-

teerde onderlinge samenhang.

lopend tentoonstellingsparcours gemeen of

In de loop van de jaren 1930 en ook tij-

vormen het onderwerp van eigentijdse publi-

dens de Tweede Wereldoorlog zijn de collec-

11


ties verrijkt met eigentijds figuratief werk, waaruit een maatschappelijk-culturele tendens spreekt om naar een bestaande orde terug te keren. Zo getuigt bijvoorbeeld het werk van Louis Buisseret of Albert Van Dyck van de herwaardering van een klassieke kunst en van de interesse voor de oude Italiaanse meesters en hun navolgers uit de negentiende eeuw, zij het naar de twintigste eeuw vertaald. Het resultaat is een vrij conventionele kunstproductie, met tal van minder bekende namen die destijds populariteit genoten, maar tegenwoordig vaak in de vergetelheid zijn geraakt. Als er vandaag in de verzameling kunstwerken bewaard worden waarvan de museale waarde niet altijd even overtuigend is, dan heeft dat niet alleen te maken met een gewijzigd smaakoordeel, maar ook met de veranderde objec-

[Afb. 5] Hans Arp (Straatsburg [FR] 1886 – Locarno [IT] 1966), Mirr, [1936], verguld brons, 38,5 × 32 × 34 cm. Gekocht van de kunstenaar op de tentoonstelling ‘50 jaar moderne kunst’, 1958, inv. 6815.

tieven van de aankoopcommissies. Deze particulariteit wortelt in de beleidskeuzes van de wisselende administraties, die een politiek voorstonden die minstens even gefocust was op de ondersteuning van de lokale kunstenaar als op de excellentie van zijn productie. Met

de verzameling. De ensembles CoBrA- en

wisselend succes dus.

post-CoBrA-tekeningen, -gouaches en andere

Vanaf 1948 ontwikkelde zich onder im-

werken op papier zijn daarentegen rijk en ge-

puls van dichter Christian Dotremont een

diversifieerd, met de oosters geïnspireerde

dynamische vleugel van de CoBrA-groep in

kalligrafieën van Pierre Alechinsky als blik-

Brussel. Toch bekleedt de schilder- en beeld-

vanger. In diezelfde naoorlogse jaren sijpelde

houwkunst van de eerste naoorlogse Euro-

ook het abstracte modernisme geleidelijk aan

pese avant-garde een bescheiden plaats in

de collectie binnen via de generatie van de Jeune Peinture belge. Het werk van jonge kunstenaars als Antoine Mortier, Louis Van Lint en Jo Delahaut mag dan niet onder één noemer te vatten zijn, het ongebreidelde streven naar vrije expressie hebben deze lyrische abstracten alvast gemeenschappelijk. In het kader van de wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel had een van de eerste naoorlogse overzichtstentoonstellingen van de internationale avant-garde plaats: ‘50 jaar moderne kunst’ (afb. 4). In de marge van dit evenement werden onder meer schilderijen van Karel Appel, Jean Dubuffet en Hans Hartung voor de verzameling verworven, en minstens even interessante sculpturen van

[Afb. 4] De tentoonstelling ‘50 jaar moderne kunst’ tijdens Expo 58 in Brussel. De werken van Kenneth Armitage, Victor Vasarely en Serge Poliakoff werden aangekocht door de KMSKB.

Hans Arp (afb. 5), Germaine Richier en Ossip Zadkine. De toekomst zag er veelbelovend uit en er werden solide keuzes gemaakt.

12


Hoewel er duidelijk voor geopteerd werd

Voor werken gebaseerd op technologie of be-

om de verzameling een internationaal gezicht

staande uit industriële materialen, en voor

te verlenen, duurde het tot 1967 alvorens de

installaties op heel groot formaat is een bij-

popart en het nouveau réalisme, met werk van

zondere aanpak nodig – het exposeren of

Allen Jones, Arman en de Belgische Evelyne

transporteren ervan vergt een complexe logis-

Axell, hun intrede deden in de verzameling.

tiek. Aangezien ze vaak uit diverse materialen

Daarbij speelden enthousiaste verzamelaars

bestaan, stellen zich ook specifieke problemen

van hedendaagse kunst een stimulerende rol,

op het vlak van conservering en restauratie.

die ook voor de verdere uitbouw van de verza-

Tussen de twee chronologische entiteiten be-

melingen van kapitaal belang is gebleken. [FV]

staat er echter geen scherpe breuk. De collectie eigentijdse kunst ligt chronologisch in het natuurlijke verlengde van die van de mo-

Kunst na 1968

derne kunst – de datum 1968 is eerder flexibel. Terwijl de collectie meer en meer verrijkt werd

Ook typologisch zijn ze verwant: veel kunste-

met actuele kunst, ontstonden nieuwe interna-

naars vertegenwoordigd in de collectie eigen-

tionale stromingen, die de museale instellin-

tijdse kunst (Raoul De Keyser [afb. 6], Walter

gen voor nieuwe uitdagingen stelden. Onder-

Swennen, Léon Wuidar, Roman Opalka, On

zochten popart en nouveau réalisme elk op

Kawara, Marthe Wéry, Philippe Vandenberg)

een eigen manier de aard van het kunstwerk

gebruiken dezelfde media, zoals olieverf op

en zijn relatie tot de maatschappij, dan zetten

doek of paneel, als kunstenaars uit de mo-

het minimalisme, de conceptuele kunst en de

derne collectie. In de jaren die volgden op de oprichting

videokunst alles op losse schroeven. In 1968 en 1969 verschenen Art After Philosophy van

van het Museum voor Moderne Kunst werden

Joseph Kosuth, Statements van Lawrence

in België talrijke evenementen georganiseerd

Weiner en Sentences on Conceptual Art van

die de eigentijdse kunst bij een breder publiek

Sol LeWitt, publicaties waarin een nieuwe

bekendmaakten: de tentoonstellingen ‘Place

kunsttheorie werd ontwikkeld gericht op de

Saint-Lambert Investigations’ in Luik (1985)

dematerialisatie van het kunstwerk.

en ‘Chambres d’amis’ in Gent (1986), een jaar later gevolgd door de opening van het

1968 (tevens het jaar waarin Marcel Duchamp overleed) vormde dus een breek-

Museum voor Hedendaagse Kunst in Ant-

punt, of liever, een nieuw vertrekpunt, hoe-

werpen (MuHKA). In 1992 werd de Belg Jan

wel een werk als One and Three Chairs van

Hoet gevraagd om Documenta IX in Kassel

Joseph Kosuth – een installatie bestaande

te leiden, een erg opgemerkte editie. Het jaar

uit een stoel, een fotografische reproductie van de stoel en van de definitie van het woord ‘stoel’ in een woordenboek – reeds in 1965 een nieuwe stroming aankondigde waarin taal belangrijker werd dan vorm. De tentoonstelling ‘Live in Your Head: When Attitudes Become Form’, die Harald Szeeman in 1969 in de Kunsthalle van Bern organiseerde, betekende de doorbraak van deze nieuwe artistieke tendensen. De onderverdeling van de collectie moderne kunst van de KMSKB in twee chronologische entiteiten – van 1914 tot 1968 en van 1968 tot vandaag – berust dus op historische

[Afb. 6] Raoul De Keyser (Astene [BE] 1930–2012), N.O.B., 1987, olieverf op doek, 190 × 251,5 cm. Aangekocht in 1989, inv. 10952.

argumenten, maar heeft ook te maken met verschillende conservatorische vereisten.

13


en de minimal art, enkele jaren later bevestigd met de aankoop van werk van Donald Judd, Dan Flavin, Joseph Kosuth, On Kawara, Carl Andre en, nog later, Lawrence Weiner. In dezelfde periode werden monumentale stukken van Richard Long en Giovanni Anselmo aan de collectie toegevoegd. Rond de eeuwwisseling breidde de collectie gestaag uit, maar in een lager tempo, gezien de inflatie van de prijzen op de markt van de hedendaagse kunst. Toch werd belangrijk werk aangekocht van Panamarenko, Jan Fabre en Luc Tuymans en van buitenlandse kunstenaars als Daniel Buren en Niele Toroni, die een Europees antwoord gaven op het Amerikaanse minimalisme en conceptualisme. Ook de laatste jaren is er nog altijd

[Afb. 7] Sol LeWitt (Hartford [US] 1928 – New York [US] 2007), Wall Drawing nr. 426 [1985], gewassen tekening op de muur, 385 × 618,5 cm. Aangekocht in 1985 en gerealiseerd in situ in 1986, inv. 10537.

sprake van een evenwicht tussen nationale en internationale kunst. Zo werden werken verworven van uiteenlopende kunstenaars als Thierry De Cordier, Georges Meurant (afb. 8), Chéri Samba (afb. 9), Roger Ballen, Gao Xing-

daarop organiseerden de KMSKB de tentoon-

jian, Jeff Kowatch, Debbie Brown Napaltjarri,

stelling ‘Kunst in België na 1980’ met werk van

Mary Brown Napangardi en Tjawina Porter

een dertigtal kunstenaars. Aan de andere kant

Nampitjinpa. Met creaties van Sol LeWitt en

van de Kunstberg, in het voormalige warenhuis

Lawrence Weiner en de integratie van werken

Old England, hadden tussen 1993 en 1995 drie

van Nicolas Party en Joseph Kosuth in het

tentoonstellingen met eigentijdse kunst plaats

Magritte Museum, werd er ook bijzondere

(‘Le Jardin de la Vierge’, ‘Toscani al muro’ en

aandacht besteed aan in-situwerken. De col-

‘Les Fragments du désir’). Deze periode culmineerde in de opening van twee nieuwe instellingen voor hedendaagse kunst: in 1999 het SMAK in Gent en in 2002 het MACS in Le Grand Hornu. Vanaf dat ogenblik was er in de KMSKB ook veel meer aandacht voor de eigentijdse kunst, zowel van Belgische als van buitenlandse kunstenaars. In het begin van de jaren 1990 werden meerdere werken kort na hun ontstaan verworven, wat wijst op een ambitie om de artistieke actualiteit op de voet te volgen. Dat was onder meer het geval voor werk van Didier Vermeiren, Christian Boltanski, Marthe Wéry, Tony Cragg, Lili Dujourie, Wim Delvoye en Anselm Kiefer. De Wall Drawing nr. 426 van Sol LeWitt (1985, afb. 7) kreeg in 1986 een plaats aan de ingang van het Museum

[Afb. 8] Georges Meurant (Etterbeek [BE] 1948), Zonder titel, [2019], olieverf op doek, 120 × 120 × 4 cm. Aangekocht in 2020, inv. 12590.

voor Moderne Kunst, een duidelijk bewijs van de belangstelling voor de conceptuele kunst

14


– een kunstenaar die kort geleden nog als modern werd beschouwd, kan mettertijd de lieveling worden van de wereld (en de handelaars) van de hedendaagse kunst. Rekening houdend met de twee flexibele ijkpunten bevat de collectie (schilderijen, sculpturen, installaties en videokunst) van na 1968 en/of van eigentijdse kunst tussen de 300 en 350 werken. Een weliswaar bescheiden, maar in vele opzichten rijk ensemble, dat hopelijk in de toekomst nog verder zal worden uitgebreid. [PYD] De collectie werken op papier [Afb. 9] Chéri Samba (Kinto M’Vuila [CD] 1956), Ik ben een rebel, 1999, acrylverf op doek, 81 × 100 cm. Aangekocht in 2020, inv. 12602.

Wat omvang betreft is de collectie ‘werken op papier – moderne kunst’ de grootste van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, maar vanwege de grote kwetsbaarheid

lectie videokunst, die in 1991 is opgestart met

van de gebruikte materialen en technieken is

werk van Nam June Paik, is recentelijk uit-

ze ook de minst zichtbare. Uit de naam van

gebreid met werk van Angel Vergara, Agnès

de collectie blijkt al meteen dat het om een

Guillaume en Emmanuel Van der Auwera.

grote verscheidenheid aan werken gaat, met

Tot slot van dit beknopte, allerminst

als enige gemene deler de aard van hun dra-

volledige overzicht, willen we wijzen op de

ger of materiaal: papier. In tal van musea is

bijzondere plaats die het werk van Marcel

dit type werken ondergebracht in een aparte

Broodthaers inneemt in de collectie, die door-

afdeling, het zogenaamde prentenkabinet.

drongen is van zijn geest. De KMSKB bezit-

De collectie moderne kunst van de

ten een uitgebreid ensemble van zijn werken

KMSKB – volgens onze criteria bevat ze wer-

(meer dan zeventig), aangevuld met talrijke

ken van kunstenaars geboren vanaf 1748 – is

archiefdocumenten van zijn hand of over hem.

pas laat tot stand gekomen in de context van

Deze verzameling ontstond in het begin van

het toenmalige Musée royal de Peinture et

de jaren 1980 en wordt nog constant uitge-

de Sculpture. Pas in 1919 werd de naam uit-

breid. Zoals reeds gezegd is het jaar 1968

gebreid tot ‘Schone Kunsten’. De intentie om

geen onwrikbaar ijkpunt. Kapstok met mossel-

een collectie moderne tekeningen aan te leg-

schelpen en Rode kookpan met mosselschelpen

gen, ontstond ook pas in het begin van de

van Broodthaers (pp. 156–157) dateren van

twintigste eeuw. Het verzamelen richtte zich

1965 en passen volledig in de conceptuele

aanvankelijk vooral op ‘moderne’ kunstenaars

stroming. Ook opmerkelijk in dat verband is

van de negentiende eeuw, maar vanaf de jaren

Zonder titel (22 januari 1964) (pp. 152–153)

1960 was er ook aandacht voor werk uit de

van Dan Flavin, een emblematisch minimalis-

twintigste en later voor werk uit de eenen-

tisch werk uit 1964. Anderzijds zijn er werken

twintigste eeuw.

ontstaan en verworven in de jaren 1970 of

Die nieuwe bloei in de collecties moderne

1980 die veel meer aansluiten bij de moderne

en eigentijdse kunst was het gevolg van de

dan bij de hedendaagse kunst zoals we die

introductie in 1965 van een nieuwe structuur

vandaag begrijpen. Deze eigenaardigheid, die

in onze instelling, die voorzag in een departe-

we kunnen samenvatten als het verschil tus-

ment Moderne Kunst en een onderverdeling

sen een eigentijdse collectie en een collectie

van de collecties op basis van materialen en

eigentijdse kunst, brengt ons tot een tweede

technieken. De collectie moderne tekeningen

ijkpunt, dat al even flexibel is als het eerste

kreeg eindelijk een eigen plaats binnen de

15


een voor grafische kunsten – deze twee secties zouden er echter nooit komen. Er werd werk verworven van kunstenaars als Horst Antes, Pierre Alechinsky, Karel Appel, Jo Delahaut, Paul Delvaux, Eugène Dodeigne, Christian Dotremont, Paul Klee, Walter Leblanc, Jules Lismonde, Henri Michaux, Jozef Peeters, Victor Servranckx en Frits Van den Berghe. Andere namen ontbreken nog steeds (onder meer Frans Masereel) of werden pas veel later in de collectie opgenomen, zoals Marcel Duchamp. Het legaat Goldschmidt-Safieva (zie pp. 74–75) zorgde in 1990 niet alleen voor een

[Afb. 10] David Hockney (Bradford [GB] 1937), American Landscape Pie, 1965, vetkrijt op papier, 35,5 × 42,8 cm. Legaat Alla Goldschmidt-Safieva, inv. 11182.

substantiële verrijking van de collectie werken op papier van Belgische en buitenlandse kunstenaars, maar gaf ook een nieuw elan aan de aankooppolitiek waarvan de dynamiek in de jaren 1970 sterk verminderd was. De collectie

organisatie van het museum, hoewel ze aan-

werken op papier werd verrijkt met kunst van

vankelijk om praktische redenen samenge-

onder meer Gaston Bertrand, Marc Chagall,

voegd werd met die van de beelden. Het sys-

Roel D’Haese, Eugène Dodeigne, Hans Har-

teem van aanwinsten werd toen echter nog

tung, David Hockney (afb. 10), Paul Klee,

steeds (sinds 1933) door drie aparte commis-

Louis Van Lint, Pablo Picasso (afb. p. 75),

sies beheerd: oude kunst, moderne kunst en

Marc Tobey, Cy Twombly en Ossip Zadkine.

beeldhouwwerk. De aankoop van werken op papier viel aanvankelijk onder de aankoopcommissie voor schilderkunst, maar speelde amper een rol in het aankoopbeleid. Dat veranderde in 1979 met de oprichting van een nieuwe commissie verantwoordelijk voor de aankopen op het vlak van beeldhouwkunst, tekeningen, moderne affiches en ook fotografie. Deze trage evolutie was te wijten aan de geringe belangstelling van de Belgische musea en het publiek voor werken op papier, enkele internationale grote namen uitgezonderd. De collectie werken op papier kende pas na de Tweede Wereldoorlog een echte structurele ontwikkeling. Dat was te danken aan een vernieuwde interesse voor buitenlandse kunst en aan de intentie om de vertegenwoordiging in de collecties van bepaalde stromingen als het surrealisme, het expressio-

[Afb. 11] Marcel Duchamp (Blainville [FR] 1887 – Neuilly-sur-Seine [FR] 1968), Van of door Marcel Duchamp of Rrose Sélavy (De doos in de vorm van een koffer), [1958], kartonnen doos overtrokken met stof, met 68 voorwerpen, uit een reeks van 30 exemplaren, 9 × 37,7 × 40 cm. Aangekocht in 2000, inv. 12082.

nisme en CoBrA te versterken. De visie van de nieuwe hoofdconservator Philippe RobertsJones speelde hierbij een grote rol. Hij wilde binnen het museum nieuwe afdelingen oprichten, zoals een afdeling voor fotografie en

16


Kieckens in 1997, en de schenking van werken van Jozef Peeters en enkele van zijn vrienden door Ronny en Jessy Van de Velde in 1985. Het zijn echter vooral de kunstenaars zelf of hun erfgenamen die gezorgd hebben voor de uitbreiding van de collectie werken op papier. Dankzij hun gulheid bezitten de KMSKB de grootste collectie werken van Pierre Alechinsky, vooral geschonken tussen 1971 en 1980 (een verzameling vergelijkbaar met die van het Centre Pompidou in Parijs), een belangrijke collectie tekeningen van Gaston Bertrand (geschonken in 1980), van Paul Delvaux (schenkingen in 1976 en 1977), van Rik Wouters (geschonken door de provincie Brabant in 1994 en legaat Delporte-Livrauw in 1976) of Felix De Boeck (geschonken door de kunstenaar in 1971). De nawerking van de fenomenen waar we het eerder over hadden, is tot op vandaag mee bepalend voor de inhoud en de structuur van de collectie werken op papier. Enerzijds werden deze werken verworven in de context van een museum dat oorspronkelijk uitsluitend

[Afb. 12] Jan Fabre (Antwerpen [BE] 1958), Zonder titel, 1989, blauwe bic, wandelend blad op geprepareerd papier, 219,5 × 151,5 cm. Aangekocht in 1991, inv. 11312.

steunde op de pijlers schilderkunst en beeldhouwkunst. Anderzijds ontstond de collectie in een periode waarin de grenzen tussen artistieke disciplines vervaagden en waarin de

Tussen 1997 en 2000 werden drie werken van

Koninklijke Musea geleidelijk hun actieterrein

Duchamp (afb. 11) in de collectie opgenomen en

uitbreidden en een grotere autonomie kregen

ook tekeningen van Jan Fabre (afb. 12), David

op het vlak van aankoopbeleid. De collectie

Nash (afb. p. 143), Sol LeWitt, Mimmo Pala-

werken op papier verschilt expliciet van de

dino, Christo & Jeanne-Claude (afb. p. 141),

tekeningen- of prentenkabinetten van andere

Mario Merz, Blinky Palermo, Joseph Kosuth,

musea. Het is een museale collectie, met

Douglas Huebler en Victor Brauner, en een

zowel autonome werken (die zijn ingelijst en

uitgebreide verzameling werken van Marcel

permanent in de zalen kunnen worden geëx-

Broodthaers. Vanaf 2000 werden ook inspan-

poseerd) als voorbereidende of documentaire

ningen geleverd om werken van grote heden-

werken in verband met kunst in de andere

daagse fotografen zoals Thomas Struth,

collecties. Ze bevat tekeningen in alle moge-

Thomas Ruff en Andreas Gursky aan te kopen,

lijke technieken en ook collages, foto’s, gra-

maar de fotografie blijft eerder marginaal ver-

vures en tal van affiches uit alle periodes en

tegenwoordigd. Het museum kocht niet alleen

van alle artistieke stromingen, vanaf het begin

werken aan, maar kon ook door schenkingen

van de negentiende eeuw tot op vandaag. [IRS]

en legaten zijn collectie werken op papier substantieel verrijken. Naast het eerder vermelde legaat Goldschmidt-Safieva, met zijn uiterst divers en internationaal karakter, waren er ook nog het legaat Scutenaire-Hamoir in 1996 (zie pp. 73–74) of het legaat van Germaine

17


INDEX VAN KUNSTENAARS Deze index bevat alleen de namen van de moderne en hedendaagse kunstenaars, schilders, beeldhouwers, fotografen, architecten en groepen. Cursieve cijfers verwijzen naar afbeeldingen; de in vetjes gedrukte cijfers verwijzen naar de teksten gewijd aan een kunstwerk van het Museum.

Albers, Josef 9, 162-163 Alechinsky, Pierre 7, 12, 16, 17, 74, 124, 128, 139, 142, 142, 146-149 Altmejd, David 7, 228-229, 233 Andre, Carl 14, 164-165 Anselmo, Giovanni 14, 188-189 Antes, Horst 16 Appel, Karel 12, 16, 110, 128, 139, 146 Archipenko, Alexander 48 Arman 13, 130-131 Armitage, Kenneth 12 Arp, Hans 12, 12, 88, 119 Art abstrait 110, 134 Art abstrait-Formes 109 Art construit 109 arte povera 136, 184, 188, 191, 196 Axell, Evelyne 13 Bacon, Francis 9, 120-121 Baes, Rachel 74 Baj, Enrico 110 Balla, Giacomo 40 Ballen, Roger 14 Barry, Robert 168 Baselitz, Georg 198 Bastin, Roger 8, 9 Baugniet, Marcel-Louis 52 Bazaine, Jean 124 Becher, Bernd en Hilla 219 Bertrand, Gaston 10, 16, 17, 72, 74, 75, 104 Beuys, Joseph 172 Blaue Reiter (Der) 38 BMPT 174, 186 Boccioni, Umberto 40, 166 Boetti, Alighiero 184 Boltanski, Christian 7, 14, 200-201 Bonnet, Anne 104 Bourgeois, Victor 52, 90 Boyadjian, Micheline 9 Brancusi, Constantin 42, 92, 164 Braque, Georges 10, 42, 44-45, 66, 75, 78, 90 Brauner, Victor 17 Broodthaers, Marcel 7, 15, 17, 75, 139, 156-159, 172, 192, 203, 214, 233 Brown Napaltjarri, Debbie 14 Brown Napangardi, Mary 14 Brusselmans, Jean 92-93, 231 Buisseret, Louis 12 Buren, Daniel 14, 174, 178, 186-187 Bury, Pol 10, 74, 75, 108, 119, 134-135 Calder, Alexander 9, 118-119, 134 Campendonck, Heinrich 139 Cantré, Joseph 139 Cercle d’Art prospectif 211

César 160 Cézanne, Paul 20, 28, 30, 42, 102 Chagall, Marc 10, 16, 26-27, 75, 139 Charlier, Jacques 192-193, 211 Chirico, Giorgio de 10, 36-37, 56, 75, 88, 126 Christo en Jeanne-Claude 17, 139, 141, 141 Claerbout, David 7, 216-217 Claus, Emile 28 Claus, Hugo 139 Coleman, James 213 Colinet, Paul 74 CoBrA 12, 16, 110, 124, 128, 134, 146 Corneille 110 Cragg, Tony 14 Dada 11, 80, 130 Dalí, Salvador 9, 88, 100-101, 115 Darboven, Hanne 139, 168 De Boeck, Felix 17, 139 De Cordier, Thierry 7, 14, 224-225 De Decker, Anny 172 De Keyser, Raoul 13, 13, 170-171, 220 Delahaut, Jo 12, 16, 108-109 Delaunay, Robert 26, 106, 119 Delaunay, Sonia 106 Delcol, Roland 74 Delvaux, Paul 7, 9, 16, 17, 96-99, 100, 139 Delvoye, Wim 7, 14, 204-205 Denis, Maurice 106 Derain, André 20, 90, 102 De Saedeleer, Valerius 34 De Smet, Gustave 11, 11, 58, 66-67, 139 De Smet, Léon 66 De Troyer, Prosper 46-47 De Vlaminck, Maurice 20-21 d’Haese, Roel 10, 16, 75, 160-161 Dibbets, Jan 168 Dine, Jim 156 Dix, Otto 9, 56-57 Dodeigne, Eugène 10, 10, 16, 75, 140 Donas, Marthe 48-49 Dotremont, Christian 12, 16, 110, 128-129, 139-140, 142, 146 Douglas, Stan 213 Dubuffet, Jean 12, 126 Duchamp, Marcel 13, 16, 16, 42, 70, 119, 130, 168, 182 Dujourie, Lili 14, 206-207, 212 Eemans, Marc 74 Ehrenbourg, Ilya 26 Ensor, James 28, 75, 126, 146 Ernst, Max 9, 75, 76, 80-81, 100, 110, 120, 126

238

Espace 124 Evenepoel, Henri 75 Fabre, Jan 7, 14, 17, 17, 140, 226-227, 233 Fabro, Luciano 184 Fautrier, Jean 126 Flavin, Dan 14, 15, 152-153 Flouquet, Pierre-Louis 52-53 Fontana, Lucio 18, 110, 133, 166-167 Frankenthaler, Helen 170 Freundlich, Otto 106 Gailliard, Jean-Jacques 52 Gauguin, Paul 102 Gentils, Vic 10, 75 Geys, Jef 215 Glass, Philip 109 Goldschmidt-Safieva, Alla en Bénédict 10, 16, 17, 26, 36, 38, 44, 72, 74, 74, 75, 76, 106, 110, 112, 123, 134, 154, 156 Gordon, Douglas 212, 213 Graverol, Jane 74 Gris, Juan 66 Grosz, George 56 Guillaume, Agnès 15, 214, 214 Gursky, Andreas 17, 219, 219 Hartung, Hans 12, 16 Hayter, Stanley William 209 Held, Al 170 Helhesten 110 Hepworth, Barbara 116 Heyrman, Hugo 172 Hockney, David 16, 16, 140, 231 Höfer, Candida 219 Huebler, Douglas 17, 168 Itten, Johannes 162 Ives, Charles Edward 170 Jacob, Max 26 Jespers, Floris 46 Jespers, Oscar 9, 46, 90-91 Jeune Peinture belge 12, 104, 108, 124, 134 Jones, Allen 13, 154-155 Joostens, Paul 46, 144, 145 Jorn, Asger 10, 75, 110-111, 146 Judd, Donald 14, 194-195 Kandinsky, Wassily 38, 106 Kaprow, Allan 182 Kawara, On 13, 14, 168, 178, 180-181 Kelly, Ellsworth 109, 170 Kiefer, Anselm 7, 14, 198-199


Klee, Paul 16, 38-39, 126, 142, 143 Klein, Yves 133, 166 Kokoschka, Oskar 22-23, 68 Kosuth, Joseph 13, 14, 17, 168-169, 203 Kounellis, Jannis 184-185 Kowatch, Jeff 14 Lam, Wifredo 115, 150-151 Le Corbusier 110, 115, 216 Léger, Fernand 26, 42-43, 52, 62, 66, 110, 119 Leisgen, Barbara en Michael 142 Lennep, Jacques 211 LeWitt, Sol 13, 14, 14, 17, 140, 168, 174 Lhote, André 48 Lichtenstein, Roy 156 Lismonde, Jules 16, 142, 143 Lizène, Jacques 211 Lohaus, Bernd 172 Long, Richard 14, 196-197 Maas, Paul 9 Mack, Heinz 133, 133 Macke, August 38 Maes, Karel 52, 140 Magnelli, Alberto 124 Magritte, René 7, 9, 10, 73, 73, 74, 74, 82-87, 88, 98, 134, 140, 156, 168, 192, 233 Malevich, Kasimir 162, 209 Man Ray 76, 88 Manzoni, Piero 133, 166 Mara, Pol 10, 75 Marc, Franz 38 Mariën, Marcel 74, 145 Masereel, Frans 16 Masson, André 76, 78-79 Matisse, Henri 20, 90, 102-103 Mathieu, Georges 112-113 Matta Echaurren, Roberto 114-115 Mendelson, Marc 104, 142, 143 Merz, Mario 17 Mesens, E.L.T. 11, 74, 140, 144, 145 Meurant, Georges 14, 14 Michaux, Henri 16, 126-127 Minne, Joris 34 Miró, Joan 10, 75, 76-77, 110, 119 Moderne Kunst 46 Modigliani, Amedeo 26 Mondriaan, Piet 52, 94, 119, 182, 209 Monier, Georges 52 Moore, Henry 9, 116-117, 140, 140 Moreau, Gustave 102 Mortier, Antoine 12, 104-105 Mosset, Olivier 174, 186 Munch, Edvard 120 Muybridge, Eadweard 120 Nakajima, Yoshio 172 Nash, David 17, 140, 142, 143 Neuen Wilden 198 Newman, Barnett 170 Nicholson, Ben 109, 116 Nolde, Emil 22, 68-69, 146, 231

Nyst, Jacques-Louis 211 Oldenburg, Claes 10, 75, 156 Opalka, Roman 13, 178-179 Op de Beeck, Hans 215, 215 Paik, Nam June 15, 210, 211, 211, 213, 214 Paladino, Mimmo 17 Palermo, Blinky 17, 140 Panamarenko 14, 138, 140, 172-173 Paolini, Giulio 184 Parmentier, Michel 174, 186 Party, Nicolas 14 Pascali, Pino 184 Peeters, Jozef 16, 17, 46, 52, 133, 140 Penck, A.R. 198 Penone, Giuseppe 140, 141 Permeke, Constant 58-61, 62, 104, 140 Pevsner, Anton 119 Picabia, Francis 70-71, 76 Picasso, Pablo 16, 42, 44, 66, 68, 75, 75, 76, 78, 90, 120, 124, 150, 164, 231 Piene, Otto 132-133 Pistoletto, Michelangelo 136-137 Poirier, Anne en Patrick 190-191 Poliakoff, Serge 12, 106-107 Pollock, Jackson 112 Pope, Nicholas 140 Porter Nampitjinpa, Tjawina 14 Prini, Emilio 184 Provost, Nicolas 213, 213 Raveel, Roger 170 Reich, Steve 109 Renoir, Pierre Auguste 28, 74, 231 Richier, Germaine 12 Richter, Gerhard 219 Rivera, Diego 115 Rodchenko, Aleksandr 164 Rodin, Auguste 164 Rothko, Mark 170, 231 Route libre, La 124 Ruff, Thomas 17, 219 Russolo, Luigi 40 Ryman, Robert 140 Samba, Chéri 14, 15 Sant’Elia, Antonio 216 Schirren, Ferdinand 46, 54-55 Schlichter, Rudolf 56 Schmalzigaug, Jules 11, 40-41, 140, 144, 145 Schoonhoven, Jan 133 Schwitters, Kurt 130 Section d’Or (La) 48 Segal, George 156, 182-183 Servaes, Albert 34 Servais, Max 74 Servranckx, Victor 11, 16, 50-51, 52, 140, 140 Simon, Armand 74 Spilliaert, Léon 7, 24-25, 75 Stella, Frank 109, 170

239

Stijl, de 11, 48, 51, 52, 94 Struth, Thomas 7, 17, 218-219 Strzeminski, Wladyslaw 209 Swennen, Walter 13 Tanguy, Yves 88-89, 115, 134 Terragni, Giuseppe 216 Theys, Koen 213, 213 Ting, Walasse 146, 148 Tinguely, Jean 160 Tobey, Marc 16 Toroni, Niele 14, 174-175, 178, 186 Torres-Garcia, Joaquín 115 Tuymans, Luc 7, 14, 220-221 Twombly, Cy 16, 122-123, 140, 142 Uecker, Günther 133, 133 Van den Abeele, Albijn 34 Vandenberg, Philippe 13 Van den Berghe, Frits 11, 16, 58, 62-65, 66, 140 Vandenhove, Charles 174 Van der Auwera, Emmanuel 15, 214, 214 Vandercam, Serge 140, 145, 145 Van de Velde, Rinus 7, 140, 142, 230-231 Van de Woestyne, Gustave 34-35 Van Doesburg, Theo 52, 94 van Dooren, Edmond 140 Van Dyck, Albert 12 Van Eetvelde, Catharina 140, 222223 Van Gogh, Vincent 102 Van Kerckhoven, Anne-Mie 140 Van Lint, Louis 12, 16, 104, 124-125 Van Ostaijen, Paul 46, 90 Vantongerloo, Georges 11, 94-95 van Warmerdam, Marijke 214 Vasarely, Victor 12 Vedova, Emilio 166 Vercammen, Wout 172 Vercruysse, Jan 202-203 Vergara, Angel 15, 214, 232, 233 Vermeiren, Didier 14 Viallat, Claude 174 Viola, Bill 212 Vostel, Wolf 212 Weiner, Lawrence 13, 14, 168, 176-177 Wéry, Marthe 13, 14, 208-209 Willems, Robert 74 Wouters, Rik 7, 11, 17, 28-33, 46, 54 Wuidar, Léon 13 Xingjian, Gao 14 Zadkine, Ossip 12, 16, 90 Zero 133, 166 Zydrón, Antoni 9


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9782390251460 by Uitgeverij Lannoo - Issuu