Skip to main content

9781864503265

Page 1

Als ’t maar geestig is


Willem Vermandere

Als ’t maar geestig is Prenten en vertellementen


Inhoud

Inhoud  5

Jaarwisseling  63

Vindingrijk  121

Tachtig  7

Gelijk  64

Essentieel  124

Leermeester  8

Advies  66

Groen

Bezeten  11

Vleugelslag

Straf  12

Welkom  70

Gezegend  131

Onrust  15

Overtuiging  72

Normaal  132

Alledaagsheid  16

Woestijn  75

Wuk  135

Ons Kerkske

Gastvrijheid  77

Funerair  136

Kerstavond  21

Hunker  78

Kronkelend

Succes  22

Puur  81

Erfenis  140

Bevel

Grotemensenwereld  82

Waarachtigheid  143

Wijs  28

Opdracht  87

Verbeelding  144

Pamflet  30

Kleur  88

Disponibel  147

Uitleg  33

Wegwijzer  91

Plicht  148

Vrijage  34

Troost  92

Plek  151

Vloeien  37

Zout  95

Kiezen  154

Brief  39

Deernis  96

Wanneer  157

Mystiek  40

Gevlucht  99

Bedoeling  159

Beeldensnijder  43

Nomade  100

Huis  160

Belle  44

Chance  103

Tjolen  163

Eetluisteren  47

Storing  104

Maîtresse  164

Terug  49

Asiel  107

Kruidenpot  167

Vrouw  50

Leegte  108

Migrant  168

Blazen  52

Bitte  111

Loslaten  171

Biechtvader  54

Kruis  112

Confessie  172

Levenslang  56

Engelachtig  115

Juist  59

Voortdoen  117

Later  60

Jeunen  118

19

25

69

126

Verwarring  128

139

5


Tachtig Kunnen we misschien iets afspreken? Ge moet mij niet meer vragen: ‘Willem, hoe oud zijt gij nu?’ Vraag mij liever: ‘Willem, van welk jaar zijt gij?’ Ge hoort mij niet klagen. Voor mijn gezegende leeftijd krijg ik veel complimenten. ‘Ge zijt gij nog goed bewaard.’ Tegelijkertijd zijn de mensen bekommerd. ‘Allee, aan uwe leeftijd nog zo werken…’ ‘Pak je nooit vakantie?’ ‘En ben je dat zingen nog niet moe? En heb je nog altijd inspiratie?’ Andere keren word ik berispt. ‘Vermandere, gij altijd met uw werken, altijd maar werken… Ge moet toch ook nog leven, tedju!’ Wat antwoord je dan? ‘Ach, beste mensen, mijn werk ís mijn leven.’ Zwijg mij dus over vakantie. Zelfs alleen maar praten over

vakantie is tijdverlies.

7


Leermeester Zie mij hier weer bezig, met mijn houten paneelkes en mijn mesjes en mijn drukpers. Zie hoe ik mijn prenten aan ’t inkleuren ben. Ik ben zo blij dat ik die techniek nog geleerd heb van broeder Jozef Bossaert in Habay-la-Vieille, ginder diep in de walepays. Dat was een geestige man aan wie ik nog dikwijls terugdenk. Een broeder marist, van een even uitstervend ras als de broeders van de Christelijke Scholen, de broeders van Liefde, de broeders Van Dale en al die andere broederssoorten. We kunnen ons dat niet meer voorstellen, hoe die brave man daar, in zijn klooster dicht bij ’t Groothertogdom, dag in dag uit tekende en schilderde en vooral hout- en linosneden maakte. Hij heeft mij de weg getoond naar de monotypes. Wat jammer dat hij dood is. Hij had mij nog zoveel kunnen leren. Kom, stop met janken. Zwijg en doe voort.

Er moet gewrocht worden.

8


Bezeten Ze kunnen uw werk niet in een of ander vakje steken, ge valt buiten de mode, en daarom is het misschien moeilijk om het mooi te vinden. Ge voelt u alleen. Maar ge zijt er niet ongelukkig om, ge wordt er gewoon wat stiller van, nog wat meer op uzelf geplooid. Zo is uw lot, als ge eigenzinnig werk maakt. Ach, denkt ge dan, vroeg of laat zullen ze het wel snappen. Het contentement dat ge beleeft aan het maken, overtreft al de rest. Het is een bezetenheid om te werken, om een spoor na te laten, iets te zeggen over de tijd waarin ge leeft, iets door te geven aan het nageslacht.

Creatief zijn is religieus zijn. Verbonden zijn met zij die na u komen. Uw eigen herinneringen aan uw ouders en grootouders, uw roots nieuw leven inblazen om ze vervolgens verhevigd door te geven.

11


Straf Lang geleden trad ik op in Groenhove in Torhout. Het publiek bestond er uit een paar honderd bejaarde nonnekes. Aan de ingang was een stand met vrome kerkboeken, bundelingen van psalmen en gebeden, biografieën van heiligenlevens. Ik had er wat in gebladerd, in afwachting dat ik het podium op moest. Een vriendelijke zuster-overste gaf een ontroerende inleiding. ‘De man die nu gaat zingen, is bij zijn geboorte door God gezegend en begenadigd met allerlei talenten…’ Veel te mooi, oeije-joei! Na twee liedjes kon ik het niet meer houden. ‘Ach, zusters,’ zei ik, ‘deze sukkelaar is niet begenadigd, hij is door God gestraft.’ Het werd muisstil in de zaal. Toen flapte ik het eruit: ‘Jullie, zusters, hebben allemaal zulke schone gebedenboeken gekregen bij uw geboorte. Maar tegen mij heeft God gezegd: “Gij, rostekop, gij krijgt geen gebedenboek.

Gij moet uw gebeden zelf schrijven.”’

12


Onrust Ik ben geen politieker die concrete plannen ontwerpt voor een draaglijk samenleven met elkaar. Ik ben een dromer, verzin fabeltjes, vind metaforen voor wat er aan ’t gebeuren is in de wereld. Dat doe ik tamelijk instinctief. Ik lees nogal veel – geleerde en minder geleerde artikels – maar als ik over al die materie examen moest afleggen bij professoren, dan zou ik lelijk gebuisd zijn. Uiteindelijk ben ik ook maar de dienaar van een veel grotere kracht dan mezelf. Artiesten vangen signalen op. Uit de kosmos? Uit de nieuwsberichten? Uit al wat ze lezen, horen en zien? Weet ik veel! Af en toe moet de zanger bevallen van een lied. Dan loopt hij weken, soms maanden, te broeden. Hij dwaalt zuchtend door het huis, zit op alle mogelijke plaatsen op zijn gitaar te tokkelen, roept een sfeer op waarin het lied kan komen en gedijen. Een onrust maakt zich van hem meester. Die eeuwige kwelling. Hij is veroordeeld om alleen maar rust te vinden in zijn eigen creaties.

15


Alledaagsheid In Het boek der rusteloosheid benadrukt de Portugese schrijver Fernando Pessoa dat we ons leven zo monotoon mogelijk moeten houden. Dan wordt alles wonderlijk, het vliegje op uw leesboek een fantastisch mysterie. Pessoa was heel zijn leven kantoorbediende tussen dezelfde vier muren en hij woonde in z’n eentje op een kamer, vier hoog, maar wat een intens bestaan heeft hij geleid met zijn schrijvelarij! Ik herken nogal wat van mezelf in deze man, die vol deernis zit om de kelner in het restaurant, de wasvrouwen in de straat, de kleine mensen zonder aangezicht. Ik herken Steenkerke in Lissabon. Ik herken ons eigen cafÊ in het eethuisje waar Pessoa heel zijn leven zijn maaltijd ging gebruiken.

Ik leef al lang in de verbeelding. Daar heb ik mijn huis gebouwd, vanaf mijn kinderjaren al. Een terugweg is niet mogelijk.

16


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9781864503265 by Uitgeverij Lannoo - Issuu