Skip to main content

5410574919021

Page 1

Kaarten die 1000 geschiedenis 100 schreven — Martijn Storms —

jaar wereldgeschiedenis

in oude kaarten

Onder redactie van Michiel van Groesen, Kasper van Ommen, Anne-Isabelle Richard, Alicia Schrikker, Martijn Storms en Garrelt Verhoeven


Woord vooraf Kaarten die geschiedenis schreven is de treffende titel van het prachtboek dat u in handen heeft. Het gaat in dit boek niet in de eerste plaats om de cartografische achtergrond van de kaarten en atlassen, maar om hun historische betekenis. Het zijn kaarten die de geschiedenis niet alleen inzichtelijk maken, maar haar vaak mee hebben bepaald. Lang niet altijd is dat een geschiedenis om trots op te zijn. Veel van de kaarten uit de collectie van de Universitaire Bibliotheken Leiden dragen bijvoorbeeld de sporen van het koloniale verleden van Nederland en van andere Europese mogendheden. Maar juist daarom is de verzameling kaarten en atlassen vandaag de dag een rijke bron van onderzoek naar dat verleden. Het is een terechte keuze om in het jaar dat Leiden is aangewezen als European City of Science 2022, deze bijzondere collectie in de etalage te zetten met een fraaie expositie in het Museum Volkenkunde en met deze prachtige uitgave, die zowel in het Nederlands als in het Engels verschijnt. Het doet recht aan de rijkdom van de cartografische verzamelingen en aan het bij uitstek internationale karakter van onze collectie. De basis voor die collectie werd in 1872 gelegd, toen kaartenverzamelaar Johannes Tiberius Bodel Nijenhuis zijn enorme cartografische verzameling naliet aan de Universiteit Leiden. En deze uitgave is vooral ook bedoeld als een aansporing aan studenten, docenten, onderzoekers en andere liefhebbers om de collecties te raadplegen, bij ons in Leiden op de Leeszaal Bijzondere Collecties, of via de digitale collecties op onze website. Een omvangrijk project zoals dit kan alleen maar slagen door de betrokkenheid en het enthousiasme van vele mensen. Ik wil hier in de eerste plaats mijn grote waardering uitspreken voor Martijn Storms, Jef Schaeps, Kasper van Ommen en Garrelt Verhoeven, de initiatiefnemers voor deze publicatie uit de kring van de Bijzondere Collecties. Conservator Martijn Storms was de afgelopen twee jaar de drijvende kracht achter het project en nam het leeuwendeel van de teksten voor zijn rekening. Veel dank ook aan de redactie van het boek, samengesteld uit Michiel van Groesen, Anne-Isabelle Richard en Alicia Schrikker, alle drie Leidse onderzoekers van de faculteit Geestwetenschappen, en aangevuld met boekhistorici Kasper van Ommen en Garrelt Verhoeven namens de Universitaire Bibliotheken Leiden. Tevens dank aan de auteurs die bereid waren één of meer van de essays in dit boek te schrijven: Sunil Amrith, Eduard van de Bilt, Peter Bisschop, Jeroen Bos, André Bouwman, Mirjam de Bruijn, Marco Caboara, Koen De Ceuster, Joseph Christensen, Raymond Fagel, Karwan Fatah-Black, Miko Flohr, Carrie Gibson, Marissa Griffioen, Charles van den Heuvel, Henk den Heijer, Tycho van der Hoog, Rivke Jaffe, Alexander Kent, David Koren, Radu Leca, Fan Lin, Thomas Lindblad, Ariel Lopez, Margot Luyckfasseel, Tsolin

Nalbantian, Djoeke van Netten, David Onnekink, Ruud Paesie, Niek Pas, Norbert Peeters, Nydia Pineda de Ávila, Judith Pollmann, Marianne Ritsema van Eck, Cyrus Schayegh, Giles Scott-Smith, Carolien Stolte, Limin Teh, Harrie Teunissen, Inge Van Hulle, Bram Vannieuwenhuyze, Guy Vanthemsche, Arnoud Vrolijk en Robert-Jan Wille. En we zijn ook heel vereerd dat Ilja Leonard Pfeijffer een persoonlijk voorwoord voor dit boek wilde schrijven. Ik bedank hier ook graag alle medewerkers van de Universitaire Bibliotheken Leiden die op uiteenlopende wijzen een bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van dit boek: Anneke Beekhof, Saskia van Bergen, Jos Damen, Carola van der Drift, Marc Gilbert, Kevin Idenburg, Doris Jedamski, Nicolien Karskens, Nadia Mishkovskyi-Kreeft, Ernst-Jan Munnik, Lam Ngo, Joke Pronk, Carlo Verstijlen en Vincent Wintermans. Jaap de Vreugd en Jacqueline Abrahamse waren verantwoordelijk voor de fotobestellingen. Eva van ’t Loo en Nico van Rooijen verzorgden de digitalisering van alle afgebeelde kaarten uit onze collecties. Dank ook aan *Asterisk voor de vertaling van de teksten, en aan John Steegh en Paula van Gestel-van ’t Schip voor hun inhoudelijke hulp. Niet in de laatste plaats wil ik dank zeggen aan onze partners van Uitgeverij Lannoo, directeur Maarten Van Steenbergen, uitgever Pieter De Messemaeker, redactrices Ineke Vander Vekens, Tamsin Shelton en Els Peeters, vormgever Stef Lantsoght en alle andere medewerkers van de uitgeverij. Van meet af aan hebben zij veel enthousiasme getoond voor dit project, voortbouwend op het fundamentele concept van De geschiedenis van Nederland in 100 oude kaarten van Marieke van Delft en Reinder Storm, en zijn Belgische evenknie De geschiedenis van België in 100 oude kaarten. Met veel professionaliteit en gedrevenheid hebben zij de publicatie van dit omvangrijke boek in goede banen geleid, waarvoor ik hen zeer wil bedanken. Het resultaat mag er zijn: een even fraai als omvangrijk boek met 100 kaarten uit tien eeuwen wereldhistorie, 100 kaarten die geschiedenis schreven, gekozen uit de vele duizenden kaarten en atlassen die we in onze bibliotheek beheren en dagelijks beschikbaar stellen. Ik durf wel aan te nemen dat ook Bodel Nijenhuis trots zou zijn geweest op deze publicatie, die in alle opzichten recht doet aan het enorme historische en cartografische belang van de collectie kaarten en atlassen in de Universitaire Bibliotheken Leiden.

Kurt De Belder Bibliothecaris van de Universiteit Directeur Universitaire Bibliotheken Leiden

5


Inhoud en tijdlijn 800

1490

Kloostercartografie p. 18

1193

1578

Om Afrika naar Azië p. 26

p. 30

p. 22

De wereld als een vogel

Een versterkingsplan voor La Goletta p. 38

1533

1574

De heimweekaart van een verbannen bisschop

p. 34

Van kaart tot monument

1593

1598

Van vredelievende maagd tot ijzeren dame p. 46

p. 42

1602

De grillige grenzen van de Lage Landen p. 52

p. 49

1600

Een combinatie van geleerdheid en religiositeit

De Atlantische Oceaan op de rug van een dier

1712

1751

Het eiland van Californië p. 126

1708

Stromen door de tijd p. 122

Dieren in een mensenwereld p. 158

1715

Een mysterieuze Dampierrekaart p. 130

1721

Een vreedzaam beeld van een wrede stad p. 134

1725

p. 146

p. 138

Aroomfortuin

1698

p. 118

Afrika aan de wand

p. 142

1730

Afscheid van het ellendige Zuidland

1734 1735

Een samenkomst van kennis

p. 150

Schatkaart leidt tot berging p. 154

1741

Taalkaarten van het Onzevader


1631

1640

De Atlantische wereld als prooi p. 66

De wereld in segmenten p. 56

1625

p. 62

De belegering van Bahia… of van Sluis?

1621

De strijd tegen de Waterwolf p. 78

1632

1621

1663

Aanmonsteren voor de Braziliaanse kust p. 70

1633

p. 86

1658

Noodgedwongen tussenstop op Sint-Helena

Een rampzalig project in Bimilipatnam p. 166

1757

Een VOC-kaart van een verdeeld eiland p. 170

1758

Philadelphia en omgeving smelten samen

p. 98

1684

Het lessen van de dorst naar kennis

p. 106

Een platte globe van het hemelgewelf

p. 90

p. 110

1695

Natuurkundige aardkloodts ontvouwinge

1775

De verleidelijke fictie van orde en overwinning p. 174

Visualiseren van een Nieuw Domein p. 186

1765

1784

De cirkels van Kandy p. 178

Een routekaart voor de keizer p. 190

p. 182

Waterbouwkunde in Spanje

1752

De mythe van de schone oorlog p. 114

De wedloop van de wereldatlassen

1771

p. 162

1663

1662

Een rondje om Vuurland

1696

Van tragedie tot anti-Engelse propaganda p. 102

Theater van een andere wereld p. 82

p. 59

1756

1666

1645

p. 74

Over varen en vergeten

Kaarsrecht door de duinen p. 94

1784

p. 194

Plantages langs de Demerara

1786

Bloedbad op het eiland Kodiak p. 204

p. 197

1785

Rechte wegen voor Irkoetsk

1785

p. 200

Op zoek naar Atlantis

1789

De dynamiek van de delta p. 208


1825

1799

Elmina, een stadstaat in West-Afrika p. 212

1799

Holland op zijn smalst p. 216

p. 220

1807

De Leidse buskruitramp

1848

Binnen de muren van het kasteel van Edo p. 232

1815

Van Edo naar Nagasaki p. 224

p. 228

Strijd op de Parijse barricaden p. 252

1825

De topografie van het oude Rome p. 236

1815

1832

De roemrijke Slag bij Waterloo

p. 240

p. 248

De reis van cholera morbus

p. 244

p. 256

1847

1854

Polders in de Wadden

Oorlogstheater rond de Krim

1837

Handschrift, koperplaat en druk

1919

Nieuwe grenzen na de Eerste Wereldoorlog p. 316

1920

Een koloniaal eldorado met een duistere rand p. 320

1928

Een meerlagige OttomaansTurkse kaart p. 324

1943

1935

Vliegende paardenkracht p. 344

Propaganda tijdens het interbellum p. 332

1931

1940

Armenië op de kaart p. 328

Topografie van terreur p. 340

1950

Kibbelen over Congolese talen p. 348

1952

Een nieuwe kijk op de Sahara p. 352

p. 358

1952

De mondiale rol van Canada

1918

p. 312

De tentakels van het Britse rijk

1936

p. 336

Een zeppelin boven de Suikerbroodberg


1861

1908

De kerstening van de wereld p. 264

Uitbreidingsplan van Den Haag p. 300

1879

1913

Op zoek naar goud p. 280

1861

p. 260

1870

Oorlogsverslaggeving avant la lettre

p. 268

De vroegste kaart van de oostelijke Himalaya

1866 1867

Het Europa van de vrede

1954

De Native Courts van Nigeria p. 360

p. 272

Kanonnen voor de kust

1886

p. 288

p. 292

1890

De koninklijke graven Een bijzondere van Kotagede explosie op Krakatau

1883

p. 284

Een paspoort naar de hemel

Reclame voor Jamaica p. 364

Onderdrukt en in verzet p. 380

1984

Een glimp van de Sovjet-visie op Utopia p. 392

1975 1976

Bestuurlijke districten van China p. 383

2007

Mythevorming rond Kim Il Sung p. 386

1956

In de stijl van De Stijl p. 400

1985

Zoektocht naar een nationale visie

p. 396

In het voetspoor van Charles Darwin

1960

p. 372

Een pelgrimskaart uit India

1977

‘Den wielrijder van dienst’

1917

De hel in kaart gebracht

Gas uit een grensland p. 376

1970

1897

p. 296

p. 308

1967

1954

p. 368

p. 276

De fosfaatmijn van Santa Barbara p. 304

p. 389

Het strategische belang van het Panamakanaal

2013

Een verticale Chinese wereldkaart p. 404


De reizende wijsvinger Ilja Leonard Pfeijffer

Waar begint het mee? Wat doet het besef van elders ontluiken? Ieder mens, hoe bevoorrecht ook, gaat pas houden van de plek waar hij geboren is wanneer hij andere plekken op de wereld heeft gezien en misschien zelfs dan niet. Het bekende lokt ons niet, want dat kennen we al. Het is hooguit een plek om te schuilen, later, wanneer de tranen als regen uit de hemel vallen. Ik ben geboren in een wijk en opgegroeid in een andere wijk, daar vlakbij. Mijn wijk was veilig en goed, maar begrensd door de Doctor H.J. van Mooklaan, de Sir Winston Churchilllaan en de Monseigneur Bekkerslaan, die ik van mijn moeder geen van alle mocht oversteken. Ik respecteerde dat verbod, want ik was een braaf kind, maar mijn verlangen naar de wijde wereld buiten de grenzen van mijn wijk was ontvlamd.

De allereerste mensen in hun allereerste grotten hadden het ook niet altijd gemakkelijk, stel ik mij zo voor. Er was nooit genoeg van de goede dingen, zoals voedsel, en altijd te veel van de slechte dingen, zoals vijanden met grotere knuppels en enge botjes door hun neus, die ’s nachts kwamen, wanneer de vuren angstig beefden. Vroeg of laat vat het idee post dat het elders beter is. Of misschien begint het niet zo. Misschien begint het met nieuwsgierigheid. De horizon is de schuld van alles, omdat die verdomde horizon er alleen maar lijkt te zijn met het doel om ons nieuwsgierig te maken naar wat erachter ligt. ‘Utinam ne in nemore Pelio,’ dichtte de Romeinse oerdichter Ennius. ‘Ach, was toch nooit in het heilige woud de allereerste boom onder de allereerste bijl geveld en was toch nooit het allereerste schip gebouwd.’ Dat was volgens hem het begin van alle ellende, toen we er zo nodig op uit moesten trekken in plaats van rustig met pantoffels en mok chocolademelk bij de kachel te blijven zitten. Maar dat is achterafgepraat van Ennius. De eerste boom was al lang geveld en de schepen waren al eeuwen eerder uitgevaren om uit te vinden wat er zich achter de horizon zou kunnen bevinden. Het is wat ons mensen tot mensen maakt. Vanaf het moment dat we ons op twee benen hebben verheven, zijn we gaan lopen en we zijn nooit meer opgehouden. Inmiddels voelen we ons vastgeplakt aan onze kleine planeet, maar Mars, Proxima Centauri, de Andromedanevel en de grote verte lonken nog steeds. Toen ik een jaar of elf was, verzon ik mijn eigen land. Ik noemde het Mocanië. Het was niet belangrijk waar het lag, als het maar ver genoeg weg lag om te kunnen bestaan. En het allereerste dat ik deed om mijn land te laten bestaan, was een landkaart tekenen. Toen ik de steden, rivieren, bergen en bossen had ingetekend, was ik al vertrokken. Dankzij mijn landkaart kon ik de Doctor H.J. van Mooklaan, de

Sir Winston Churchilllaan en de Monseigneur Bekkerslaan oversteken en wonen in een land dat ver buiten mijn wijk lag. Ik herinner me dat mijn opa en oma een mooie, grote, oude atlas in de boekenkast in hun woonkamer hadden liggen. Tijdens de zondagse visites mocht ik, terwijl de grote mensen hun tijd verdeden met conversatie over concrete aangelegenheden, de atlas pakken, naar de eettafel sjouwen en die doorbladeren. Met mijn wijsvinger heb ik op die zondagen wereldreizen gemaakt. Terwijl mijn vinger over de gedetailleerde, gekleurde landkaarten gleed, keek ik op al die plekken die ik aandeed verwonderd om mij heen om te ontdekken hoe het daar was. En hoe ver het was. Hoe ver alles was. Hoe ontzettend veel verre dingen er eigenlijk zijn. Er wordt wel gezegd dat een landkaart een schematische, sterk vereenvoudigde, weergave op schaal is van de werkelijkheid. Dat is een grove leugen. Niets is meer bezijden de waarheid dan dat. Het is precies andersom. Een landkaart is geen afgeleide van de werkelijkheid in de wereld, hij creëert de wereld, zoals een gedicht gevoel schept. Een landkaart maakt de wereld mogelijk, omdat de wereld pas begint te bestaan door onze voorstelling van de wereld. Als de wereld een verhaal is, is de landkaart het boek waarin dit verhaal wordt verteld. Hoe kunnen we denken dat het verhaal zou bestaan als het boek nooit was geschreven? Vrijheid definiëren we in termen van de mogelijkheid om alle kanten op te kunnen en we ervaren het als onze grootste beperking dat we het tijdreizen wel hebben bedacht, maar nog niet hebben uitgevonden. Terwijl we met een constante snelheid van één seconde per seconde in één richting door de tijd reizen, overvalt ons het af en toe onstuitbare verlangen om sneller vooruit te gaan of om te keren. Wat zou er achter de horizon van morgen kunnen liggen? Weinig

10


Ilja Leonard Pfeijffers kaart van Mocanië, zijn verbeelde eilandengroep tussen Groot-Brittannië en Frankrijk met een eigen taal en geschiedenis (Literatuurmuseum Den Haag).

in gedachten afstanden afleggen binnen het wereldbeeld van vroeger, waardoor we, wanneer we verbaasd om ons heen kijken, niet alleen in een ander land zijn aangekomen, maar ook in een andere tijd. Zoals een moderne landkaart de wereld van nu creëert, zo roept een historische kaart, met vergane steden en verdronken continenten, met vreemde grenzen en witte plekken, met tekeningen van leeuwen en zeemonsters, niet alleen de oude wereld op, maar ook de nieuwsgierigheid van toen. Dat is misschien een antwoord op mijn vraag. Waar het mee begint, is nieuwsgierigheid. Een landkaart is gestolde nieuwsgierigheid en een historische landkaart vertelt het verhaal van tijden toen er nog veel meer nieuwsgierigheid was dan nu, omdat de wereld vele malen groter was dan nu. Wat het besef van elders doet ontluiken, is ons vermogen om de nauwkeurig uitgetekende nieuwsgierigheid na te reizen met onze wijsvinger.

goeds waarschijnlijk, maar ik ben er wel nieuwsgierig naar. De geschiedenis is een eindeloze reeks fascinerende plekken, waar we maar wat graag een bezoek aan zouden willen brengen, althans ik. Ik wil de allereerste mensen in hun allereerste grot bezoeken en de dichter Ennius ontmoeten. Het oude Egypte, Athene, Alexandrië, Rome, al die middeleeuwen, de lente in Florence tijdens de renaissance, thee drinken met Chinese keizers in de Verboden Stad, schaatsen met Avercamp toen er nog winters bestonden in Amsterdam in de tijd van Vondel en Rembrandt, tempels van de Inca’s en Azteken bezoeken voordat die toeristisch werden, Mozart horen, met Napoleon op veldtocht, met Amundsen naar de Zuidpool, dansen op de Titanic en dan wel op tijd teruggeflitst worden, roaring twenties, Parijs, New York, ongestoord heel veel roken met echte kunstenaars in echte cafés, mijn jeugd in de wijk – als ik eraan denk hoe graag ik dat allemaal zou willen zien, kan ik wel huilen. Historische kaarten zijn een wonder. Zij bevredigen de fernweh naar legendarische tijden voor wie zo’n gevoelige wijsvinger heeft dat hij ermee kan reizen. Dankzij een historische landkaart kunnen we

11


De wereld als een vogel (1193) 2 —

22


23


2 —

1193 — De wereld als een vogel

Het islamitische wereldbeeld van al-Istakhri

De oudste atlas in de collecties van de Universitaire Bibliotheken Leiden is een Perzisch manuscript uit het einde van de 12de eeuw. Het werk is getiteld Kitab al-masalik wa’l mamalik, wat betekent ‘boek van routes en koninkrijken’ of ‘boek van wegen en landen’. De eerste kaart in dit boek is een cirkelvormige, schematische wereldkaart, waarop met name de blauwe vlakken met grote rode cirkels opvallen. Voor de hedendaagse kaartlezer is het niet gemakkelijk om de locaties op de kaart te herkennen en te plaatsen. De geografische vormen van de afgebeelde landen zijn sterk vereenvoudigd en symbolisch voorgesteld. Bovendien is de kaart georiënteerd op het zuiden, wat de herkenning bemoeilijkt.

Overgeleverde kaarten uit de islamitische traditie kun je niet los zien van de geschriften waarvan zij doorgaans deel uitmaakten. De nadruk op die tekstuele bronnen doet vermoeden dat de kaarten vooral bedoeld waren voor de geletterde, stedelijke elite in de islamitische samenleving. Bovendien werden kaarten in de islamitische wereld tot in de 18de eeuw vrijwel uitsluitend verspreid in de vorm van manuscripten. De vroegste geografische bronnen waren lijsten van plaatsen langs pelgrims- en postroutes in het Midden-Oosten. Verscheidene auteurs werkten die lijsten vervolgens uit tot geografische geschriften, die vaak de titel Kitab almasalik wa’l mamalik hadden. Dat type werk groeide uit tot de geografische standaard. De Griekse geografische traditie, vastgelegd in de Geographia of Kosmographia van Claudius Ptolemaeus in de 2de eeuw na Christus, heeft de vroege Arabische geografie sterk beïnvloed. Het werk van Ptolemaeus is in zekere zin een handleiding om kaarten te maken. Het bestaat uit een opsomming van ongeveer 8000 plaatsnamen met de vermelding van hun geografische lengte- en breedtegraad. Ook in de Arabische wereld verschenen geografische tabellen met plaatsnamen en coördinaten. Die gegevens vastleggen in een kaart bleef aanvankelijk uit, net als bij Ptolemaeus. Een typisch kenmerk van de vroegst bekende Arabische wereldkaarten is dat ze juist niet op een projectiemethode en exacte geografische locaties zijn gebaseerd. Wat wel overeenkomt met Ptolemaeus, is het idee

Maker(s) Abu Ishaq Ibrahim ibn Muhahammad al-Farisi al-Istakhri (kaartmaker) Titel [Wereldkaart in een samenvatting van] Kitab al-masalik wa’l mamalik Plaats van uitgave [Perzië] Datum 1193 [islamitische jaartelling: 589] Techniek Manuscriptatlas Afmetingen 42 x 62 cm Schaal Ca. 1:30.000.000 Oriëntatie Noorden beneden Signatuur Collectie Oosterse handschriften, Or. 3101

Kaart van de Arabische Zee in al-Istakhri’s Boek van wegen en landen (Or. 3101).

24


van een bolvormige of ‘sferische’ wereld waarvan slechts één helft bewoonbaar is. Een van de vroegste wereldkaarten in de Arabisch-islamitische traditie was een grote wereldkaart uit de 9de eeuw, vervaardigd op initiatief van kalief al-Ma’mum. Ze bleef jammer genoeg niet bewaard en is slechts bekend via een aantal tegenstrijdige verwijzingen in werken van latere auteurs. De meeste bewaarde islamitische wereldkaarten uit de middeleeuwen behoren tot de werken van de zogenaamde Balkhi-school van geografen, vernoemd naar de Perzische veelzijdige geleerde Abu Zayd Ahmad ibn Sahl al-Balkhi (849/850-934). Latere geografen zouden voortbouwen op het werk van de vroegste auteurs uit die traditie. Wereldwijd zijn 59 manuscripten bekend die je tot de werken van deze geografenschool kunt rekenen en die dateren van de 11de tot de 19de eeuw. Originele manuscripten van Balkhi zelf zijn niet overgeleverd. Dat geldt eveneens voor de werken van Abu Ishaq Ibrahim ibn Muhammad al-Farisi al-Istakhri (?-957). Het oudst bewaarde handschrift dateert uit 1086 en is van Abu al-Qasim Muhammad ibn Hawqal (?-na 978). De meeste manuscripten uit de Balkhi-school zijn kopieën of samenvattingen van het werk van die drie geografen. In elk van de handschriften zijn 21 kaarten opgenomen: een wereldkaart, drie zeekaarten (van de Middellandse Zee, de Arabische Zee en de Kaspische Zee) en zeventien provinciekaarten. Van de provinciekaarten hebben er dertien betrekking op de Perzischtalige provincies van het islamitische rijk. De overige vier provincies zijn het Arabische schiereiland, Syrië, Egypte en Noord-Afrika (inclusief het Iberische schiereiland) waar Arabisch werd gesproken. De hier afgebeelde wereldkaart komt uit een samenvatting van het Boek van wegen en landen van al-Istakhri uit 1193. Het overgeleverde manuscript is dus een kopie van het origineel en werd meer dan twee eeuwen na Istakhri’s dood vervaardigd. In dit handschrift bevinden zich achttien gekleurde kaarten. Deze wereldkaart is een goed voorbeeld van het vroege model van het islamitische wereldbeeld in de school van al-Balkhi en is stereotiep voor dat wereldbeeld vanuit een Perzisch-islamitisch perspectief. De in het middeleeuwse Perzië bekende wereld strekte zich uit van zuidelijk Europa en noordelijk Afrika in het westen tot China in het oosten. De geografie is sterk vereenvoudigd en kenmerkt zich door gestileerde rechte en gebogen lijnen. De kaart lijkt meer ontworpen te zijn voor mnemonische doeleinden, dus eerder om ze gemakkelijk uit het hoofd te kunnen leren dan om ze praktisch te gebruiken. Dergelijke kaarten speelden dan ook een rol in het aardrijkskundig onderwijs. In dit wereldbeeld kun je de vorm van een vogel herkennen, met het Arabische schiereiland als kop, Azië en Afrika als vleugels en Europa als staart. Dat maakt het eenvoudiger om het kaartbeeld in grote lijnen te onthouden. De kaart kent een zekere mate van symmetrie door de twee grote zeeën, de Indische Oceaan en de Middellandse Zee. Die hebben elk drie eilanden die zijn weergegeven als drie grote rode cirkels. In de Middellandse Zee zijn dat, van links naar rechts, Cyprus, Kreta en Sicilië. Rode lijnen geven de grenzen aan tussen de ver-

Kaart van de Middellandse Zee in al-Istakhri’s Boek van wegen en landen (Or. 3101).

schillende gebieden in het islamitische rijk. Die verdeling is het meest gedetailleerd in het Midden-Oosten en in Perzië. De provinciale indeling in Perzië in min of meer rechthoekige gebieden valt op. Buiten de Arabische wereld wordt de indeling minder nauwkeurig. In Rusland en Azië (India, Tibet, China) zijn de landen en regio’s weergegeven met concentrische cirkels. Rivieren zijn doorgaans rechte lijnen, zoals duidelijk te zien is bij de Nijl in Afrika en de Eufraat en Tigris die in de Perzische Golf uitmonden. De wereldkaarten in de werken van de Balkhi-school verschillen allemaal enigszins van elkaar, hoewel ze een gestileerd uiterlijk en een sterke vereenvoudiging gemeen hebben. De ronde wereldkaart van de latere beroemde geograaf Muhammad al-Idrisi (11001165/1166) komt in sterke mate overeen met die van de Balkhischool, maar de landvormen in met name Europa en de Arabische wereld zijn op die kaart al herkenbaarder voor een westerse blik. Ook voegde al-Idrisi klimaatzones toe aan zijn wereldkaart. De sterk vereenvoudigde wereldkaart uit de Balkhi-school heeft in grote mate het wereldbeeld bepaald in de Arabisch-islamitische wereld. De overgeleverde manuscriptatlassen zijn niet alleen heel vroege, maar ook unieke bronnen om de islamitische cultuurgeschiedenis te bestuderen. (ms)

25


Plantages langs de Demerara (1784) 46 —

196


47 —

Rechte wegen voor Irkoetsk (1785)

197


Topografie van terreur (1940) 83 —

340


341


83 —

1940 — Topografie van terreur

SS-plan voor het joodse getto in Warschau

In november 1940 bakende de SS’er Max Jesuiter (1897-1972) op een geheime plattegrond van Warschau met paars potlood het gebied af van een snel in te stellen joods getto. Dit unieke ontwerp komt voort uit een verordening van de Duitse gouverneur van het district Warschau. De grillige grenzen zijn echter het resultaat van ruzies tussen joden en Polen over de aan hen toegewezen leefruimte. Weinig straten, werkplaatsen en huizen bleven zeker, de chaos nam toe. Polen trokken meestal aan het langste eind en de aanhoudende inperkingen bezorgden de joden extra paniek. Het getto, voor zo’n 400.000 joden, kwam bijna geheel overeen met dit SS-plan. Chaim Kaplan (1880-1942) schreef in zijn dagboek: ‘We zitten gevangen binnen een dubbele muur: een bakstenen muur voor ons lichaam en een muur van stilte voor onze ziel.’

De geheime plattegrond van Warschau werd gemaakt door de Generale Staf van het Duitse leger. Zijn afdeling voor militaire geografie, ook wel Topographietruppe genaamd, produceerde velerlei oorlogskaarten door lokale kaarten te bewerken op basis van luchtfoto’s en informatie verzameld door spionnen. Symbolen in rood en paars duiden op kazernes en wapendepots, vliegvelden en radiozenders, fabrieken en overheidsgebouwen, postkantoren en papierfabrieken, bakkerijen, slagers en brouwerijen, treinstations en ziekenhuizen en nog veel meer. Samen met doelwitfoto’s werd deze kaart ook gebruikt bij de voorbereiding van de luchtaanvallen op Warschau in september 1939. Het zwaarste bombardement richtte vooral verwoestingen aan in de oude joodse wijk. Dat bombardement vond plaats op 25 september; in de joodse kalender was dit Jom Kipoer, Grote Verzoendag. Al op zaterdag 4 november 1939 riep de SS een buitengewone zitting van de pas geïnstalleerde Joodse Raad bijeen om de joden te verplichten zich binnen enkele dagen te concentreren in de oude joodse wijk. Ze bracht kaarten mee waarop verschillende grenzen waren ingetekend. Het plan om een getto op te richten verspreidde zich als een lopend vuurtje en veroorzaakte paniek. Een kroniekschrijver merkte op: ‘Families verspreid over de stad, die geassimileerd zijn aan de Poolse bevolking, krijgen nu de opdracht

Maker(s) Generalstab des Heeres (uitgever), Max Jesuiter (tekenaar/ gebruiker) Titel Mil. Geo. Stadtplan Warschau Plaats van uitgave Berlijn Datum 1939-1940 Techniek Kleurendruk op papier Afmetingen 90 x 85 cm Schaal 1:20.000 Oriëntatie Noorden boven Signatuur Collectie Steegh-Teunissen, w.2t.92

Getto-plan in Nowy Kurier Warszawski van 15 oktober 1940.

342


Uitsnede van het Stadtplan von Warschau / Plan Miasta Warszawy, begin 1941 (coll.s/t w.2t.7).

Detail van de hoofdkaart met het ingetekende getto.

om te verhuizen naar joodse wijken, naar een gemeenschap waarmee ze vaak niets meer gemeen hebben.’ Na moeizame onderhandelingen tussen voorzitter Adam Czerniaków (1880-1942) van de Joodse Raad en de militaire commandant van de stad gaven de Duitsers hun plan op. Zo wekten ze de indruk dat het mogelijk was om met de Duitse bezetter overeenkomsten te sluiten. Maanden later, in maart 1940, kreeg de Joodse Raad het bevel straten rond de oude joodse wijk af te zetten omdat het een door epidemieën bedreigd gebied zou zijn (Seuchensperrgebiet). Kaplan noteerde in zijn dagboek: ‘Ze behandelen joden als melaatsen’. Het opstellen van hekken viel samen met anti-joodse acties. In dezelfde week werden winkels beroofd, appartementen geplunderd, traditioneel uitziende joden in elkaar geslagen en antisemitische leuzen geroepen. Het waren door de nazi’s geïnspireerde, maar door Poolse hooligans uitgevoerde excessen. Dit had het gewenste propaganda-effect: de Polen werden gecompromitteerd en de Duitsers konden zich presenteren als verdedigers van de joden. We zien hier een dubbel beeld: joden bedreigen niet-joden omdat ze dragers van besmettelijke ziektes zouden zijn en tegelijkertijd worden de joden bedreigd. Beide claims komen uit op dezelfde maatregel, het afsluiten van de joodse wijk. Op 12 oktober 1940, opnieuw Jom Kipoer, maakte een decreet het getto onvermijdelijk. Op 15 oktober publiceerden de onder Duitse controle staande kranten, de Gazeta Żydowska en de Nowy Kurier Warszawski, het nieuwe plan. Alle joden van Warschau die buiten dit gebied woonden, moesten binnen een paar weken verhuizen naar het getto, dat enkele van de armste en dichtstbevolkte delen van de stad omvatte. Dit besluit om het gebied met de oude joodse wijk als getto aan te wijzen, riep nieuwe angsten op, maar de joden koesterden nog enige hoop dat het ergste voorkomen kon worden: een gesloten getto. In het dagboek van Kaplan staat: ‘Het is moeilijk leven in een tijd waarin je niet zeker bent van morgen, en er is geen grotere marteling dan afwachten’. Dit krantenkaartje van 15 oktober 1940 was het eerste openbare plan van het getto van Warschau. Terwijl elders wonende families koortsachtig hun eigendommen verkochten en op zoek gingen

naar een plek in dit getto, werd de ruzie over de grenzen ervan alsmaar groter. De volgende dag al bleek dat grensstraten aan weerszijden bestemd waren voor arische mensen. Joden moesten eruit. Daardoor zouden veel gettomuren door achtertuinen gaan lopen. En dit was niet de laatste wijziging. Integendeel, de chaos werd groter. Op 22 oktober merkte Kaplan op: ‘De Poolse kant begon te onderhandelen – in deze buurt hebben ze een kerk; een ander blok wordt voornamelijk bewoond door ariërs; ... hier is een fabriek waar duizenden arische arbeiders werken ... Zo sneden ze ... straat na straat af van de joodse wijk, en werden de grenzen van het getto steeds krapper.’ Door dit voortdurende terugdringen van grenzen moesten duizenden gezinnen meerdere keren verhuizen. We zien hier ook hoe de nazi’s erin slaagden hun raciale termen te framen, omdat het citaat spreekt over ruzies tussen ariërs en joden in plaats van tussen katholieke Polen en joodse Polen. De datum waarop SS-Sturmbannführer Max Jesuiter, hoofd van het SS-stafbureau, het Judenghetto intekende op de geheime kaart van Warschau moet ongeveer 12 november zijn. Op 14 november publiceerde de Nowy Kurier Warszawski immers nog een deelplan met een grenswijziging aan de oostkant van het getto. Vergeleken met het ontwerp van Jesuiter werd een protestantse enclave uit het getto gehaald. Deze kleine enclave, met evangelisch ziekenhuis en gereformeerde kerk, staat wel op een DuitsPoolse stadsplattegrond uit begin 1941. Op 16 november werd het getto gesloten. Mensen konden alleen met speciale werkpassen het getto voor bepaalde tijden verlaten. De poorten werden bewaakt door de Duitse gendarmerie, door de Poolse politie en van binnenuit door de joodse politie. De grillige vormen van dit getto waren het resultaat van de druk van Poolse leiders op de Duitse autoriteiten. Zij bepleitten de belangen van christenen tegenover de Joodse Raad, die slechts enkele kleine wijzigingen gerealiseerd wist te krijgen. De gedwongen hervestiging van 113.000 christelijke Polen tegenover 138.000 joodse Polen maakte conflicten van ‘joden versus Polen’ grimmiger. En dit was slechts het begin van het Getto van Warschau. (ht)

343


www.lannoo.com Registreer u op www.lannoo.com en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Onder redactie van Michiel van Groesen, Kasper van Ommen, Anne-Isabelle Richard, Alicia Schrikker, Martijn Storms en Garrelt Verhoeven

tekstredactie Ineke Vander Vekens en Els Peeters vertalingen Ed van Eeden voor *Asterisk vormgeving Studio Lannoo in samenwerking met Keppie & Keppie coverafbeeldingen voor

achter (boven)

achter (onder)

Anoniem, Het Spaens Europa, 1598 (collbn Port 212 n 3). Maximilien-Henri de Saint-Simon (kaartmaker) en Pieter Mol (graveur), Carte Plani-Sphère d’une portion des quatres parties du monde, circa 1785 (collbn Port 144 n 188). Netai Dass Ghose (ontwerper) en Kailasha Pustakalaya (uitgever), Map of Gaya, 1960 (collbn 054-19-006).

frontispice

Prent van de Leidse Sphaera, een door een uurwerk aangedreven model van het zonnestelsel naar de ideeën van Nicolaus Copernicus, circa 1670. De Leidse Sphaera stond in de 18de eeuw opgesteld in de Universiteitsbibliotheek. Tegenwoordig is hij te bewonderen in Museum Boerhaave (collbn Port 315-ii n 31).

pagina 4

Gerard Hofsted van Essen, tekening van het Naghsh-e Jahan Plein in Isfahan, 1703 (collbn 314-i n 58).

schutbladen

Wereldkaart met westelijk en oostelijk halfrond (voorste schutblad) en noordelijk en zuidelijk halfrond (achterste schutblad) uit de Cedid Atlas Tercümesi, Istanbul, 1803-1804 (collbn Atlas 81).

Digitale collectie Universitaire Bibliotheken Leiden: digitalcollections.universiteitleiden.nl Steun het Bodel Nijenhuis Fonds: www.luf.nl © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2022 en Universitaire Bibliotheken Leiden d/2022/45/482 – isbn 978 94 014 8529 6 – nur 680 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
5410574919021 by Uitgeverij Lannoo - Issuu