Emanciperen kun je leren Kracht en macht, altijd en overal
Gunter Bombaerts
Emanciperen kun je leren Kracht en macht, altijd en overal
Woord vooraf door Marleen Temmerman
D/2013/45/257 - ISBN 978 94 014 1050 2 - NUR 745 Vormgeving cover: Koen Bruyñeel Vormgeving binnenwerk: Wendy De Haes © Gunter Bombaerts & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2013. Uitgeverij LannooCampus maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgeverij LannooCampus Erasme Ruelensvest 179 bus 101 3001 Leuven België www.lannoocampus.be
5
Inhoud
Dankwoord
11
Maakbaarheid, altijd en overal. Woord vooraf door Marleen Temmerman
13
Inleiding: De emancipator in de maatschappelijke storm
17
DEEL I THEORETISCH KADER MET VOORBEELDEN
23
1
Vele spanningsvelden in een situatie 1.0 Inleiding 1.1 Situatie 1.2 Spanningsvelden in een situatie 1.3 Conclusie
25 25 26 29 45
2
Oplossingen positioneren 2.0 Inleiding 2.1 Kracht en macht herinterpreteren 2.1.1 Probleem en polarisatie 2.1.2 Herinterpretatie van het systeem zelf 2.1.3 Positioneren, kracht en macht 2.2 Kracht- en machtselementen uit de situatie 2.2.1 Vraag te moeilijk? Neem een andere vraag! 2.2.2 Nieuwe wij’s 2.2.3 Cultuur en eigenheid door uitsluiting 2.2.4 Soepel gebruik van fundamenten 2.2.5 Gedrag liegt niet
47 47 48 48 49 50 51 51 53 55 57 59
6
Emanciperen kun je leren
2.2.6 Ik ben niet bang voor de tandarts (en voor ‘feiten’) 2.2.7 Maar het gaat toch niet over de hoofddoek … 2.2.8 De situatie is maakbaar op vele manieren 2.3 Positionisme 2.3.1 Sterkte van elementen 2.3.2 Netwerken maken met opeenvolgende situaties 2.3.3 Netwerken beschermen voor toekomstige situaties 2.3.4 Positionisme 2.4 Enkele gevolgen van positioneren 2.4.1 Het lot van elementen uit de situatie ligt in handen van latere gebruikers 2.4.2 Beschuldigingen zijn netwerkversterkingen 2.4.3 Neutraliteit bestaat niet 2.4.4 Relationaliteit 2.5 Conclusie 3 Empowerment 3.0 Inleiding 3.1 Niet-empowerende ondersteuning 3.1.1 Zes klassieke manieren om niet te empoweren 3.1.2 Gevangen in het web 3.1.3 Nood aan een andere benadering 3.2 Kracht 3.2.1 Een definitie van empowerment 3.2.2 Participatie van emancipator en emanciperende 3.2.3 Bewustwording 3.2.4 Controle en veerkracht 3.2.5 Versterking, greep op eigen situatie 3.2.6 Proces 3.2.7 Verschillende niveaus 3.2.8 Empowerment maakt het verschil 3.3 Krachtgerichte basishouding 3.3.1 Krachtgerichte ruimte creëren 3.3.2 Krachtgerichte vragen 3.3.3 Krachtgerichte ruimte afbakenen 3.4 Krachtgerichte methodieken 3.4.1 Draaglast-draagkrachtbalans 3.4.2 Narratieve hulpverlening
59 62 65 65 65 66 67 69 69 69 70 71 71 73 75 75 75 75 84 93 93 93 94 95 96 98 100 100 101 103 103 104 105 106 106 108
INHOUD
3.4.3 De winnaarsspeech 3.4.4 Cliëntoverleg 3.4.5 Krachtgericht groepswerk 3.4.6 Kwartiermaken 3.4.7 Ervaringsdeskundige en tandemmethodiek 3.5 Conclusie
7
109 110 111 112 113 114
4 Emancipatie 117 4.0 Inleiding 117 4.1 Minoriteit en dominant 117 4.1.1 Inleiding 117 4.1.2 Minoriteit 118 4.1.3 Illustratie 124 4.1.4 De relationele begrippen minoriteit en dominant als basis 125 4.2 Dynamisch evenwicht 125 4.2.1 De minoriteit en de dominant wegen de voor- en nadelen 125 4.2.2 Culturele bestendiging van het evenwicht 128 4.2.3 Vormen van aanpassing 136 4.2.4 Een onmisbaar deel van het emancipatieproces 139 4.3 Emancipatiestrijd 139 4.3.1 Voorwaarden voor het ontstaan van een emancipatiebeweging 140 4.3.2 Situatie van de emancipatiestrijd 144 4.3.3 Fasen in een emancipatieproces 146 4.4 Paulo Freire en zijn radicale actie naar pluralisme 149 4.4.1 Depositair onderwijs 149 4.4.2 Problematiserend onderwijs 150 4.4.3 Grensthema’s 153 4.4.4 Coöperatie en culturele synthese 154 4.4.5 Conclusie 155 4.5 Machtsgerichte basishouding 156 4.5.1 Emancipatie die krijg je niet, die grijp je 156 4.5.2 Positie van de emancipator 157 4.5.3 Rollen van de emancipator 159 4.5.4 Machtsgerichte aanpak 160 4.6 Conclusie 162
8
Emanciperen kun je leren
DEEL II ILLUSTRATIES VAN DE THEORIE
165
5
Armoede en jeugdwerk 167 5.1 Armoede scheidt armen van niet-armen 167 in het jeugdwerk 167 5.2 Illustraties empowerment en emancipatie 171 5.2.1 Toegankelijkheid, toeleiding en diversiteit bij de dominant 171 5.2.2 Amusement en consumptie bij de minoriteit 174 5.2.3 Empowerment en emancipatie vanuit de minoriteit 176 5.2.4 Emancipatie vanuit de dominant 178 5.2.5 Gelijkheid is beter voor iedereen 180 5.3 Empowerend en emancipatorisch jeugdwerk bestaat, maar is precair 183
6
50-plussers en de arbeidsmarkt 6.1 Vergrijzing 6.2 Illustraties empowerment en emancipatie 6.2.1 Ontgrijzing en krachtgericht denken 6.2.2 De hofnar-en kanariestrategie 6.2.3 Leeftijdsbewust personeelsbeleid 6.2.4 Argumentarium 6.2.5 Arbeidsorganisatie 6.2.6 Vakbond 6.2.7 Sensibiliseringscampagnes van de overheid 6.3 Empowerment en emancipatie zijn overal mogelijk
185 185 188 188 192 197 199 207 212 216 217
7
Burgerparticipatie en kernafval 7.1 Van zeedumping naar gestrande nucleaire afvalberging 7.2 Illustraties empowerment en emancipatie 7.2.1 Belgisch partnerschapmodel en empowerment 7.2.2 Draagvlak creĂŤren, netwerken bouwen 7.2.3 Een sterke procesbegeleider van het partnerschapproces is mogelijk 7.2.4 BelgiĂŤ is te klein voor kritische tegenexpertise 7.2.5 Eigen keuze van verschillende niveaus
219 219 221 221 225 228 231 236
INHOUD
7.3 Empowerment en emancipatie zijn altijd mogelijk
9
241
8
Hoofddoek en onderwijs 243 8.1 Een hoofddoekenverbod zonder principiĂŤle uitspraak 243 8.2 Illustraties empowerment en emancipatie 245 8.2.1 Macht is de grens van empowerment 245 8.2.2 De lat hoger leggen met emancipatie is durven springen 249 8.2.3 Van polarisatie naar culturele synthese 252 8.2.4 Dynamisch concept van identiteit depolariseert 260 8.3 Positionisme is belangrijk in empowerment en emancipatie 264
9
De emancipator empowered
267
Bronnen 271 Noten 276
11
Dankwoord
Theorie over en praktijk van emancipatie, die grijp je niet, die krijg je. Het is me dan ook een waar genoegen mijn dank voor de vele bijdragen aan dit boek hier uit te drukken. Ik dank mijn compagnons de route in de situaties die ik in dit boek bespreek. Al mijn ex-scoutsmaatjes, Akabe-medestrijders en de leden van ‘ploeg diversiteit’. In het bijzonder Wouter Hillaert voor de gezamenlijke zoektocht naar een diverser jeugdwerk. Al mijn ex-collega’s van het departement Werk en Sociale Economie, en in het bijzonder van de cel ‘Evenredige Arbeidsdeelname en Diversiteit’ en van het ‘expertisecentrum Leeftijd en Werk’. Ik dank ook de diversiteitsconsulenten van de SERR/RESOCS voor hun ondersteuning en praktijkinput. In het bijzonder wil ik Hilda Martens van de Universiteit Hasselt danken voor de vele discussies over leeftijdsbewust personeelsbeleid. Al mijn ex-collega’s van PISA (Programme of Integration of Social Aspects in nuclear research) en bij uitbreiding alle collega’s van het Studiecentrum voor Kernenergie die deelnamen aan de boeiende interdisciplinaire discussies. Dank aan de leden van FANC, NIRAS, PaLoFF, STOLA en MONA om over deze onderwerpen van gedachte te wisselen. Speciale dank aan MONA voor hun openheid om mij als observator aan hun werkgroepvergaderingen te laten deelnemen. In het bijzonder wil ik Gilbert Eggermont bedanken voor zijn gewaardeerde steun. Ik dank ook de Hogeschool Universiteit Brussel en de collega’s en studenten van de opleiding Sociaal Werk voor de boeiende feedback op mijn ideeën. In het bijzonder dank ik Harry Parys voor de ondersteu-
12
Emanciperen kun je leren
ning vanuit de HUB voor dit boek. Ik leerde zelf nog veel bij van de verschillende gastsprekers bij het vak ‘Emancipatie en Empowerment’: Bob Jacobs (directeur Kras), Hakim Benichou (neutraliteit.be), Christ Vaneste (diversiteitsconsulent ABVV), Siham Benmammar (minderhedenforum), Resul Tapmaz (toenmalig schepen van Personeel en IT stad Gent) en Elke Vandermeerschen (Vlaams netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen). Ik dank mijn promotor Johan Braeckman voor de boeiende ondersteuning tijdens mijn doctoraat. Misschien wat ongewoon, maar ik zou ook een paar auteurs willen vermelden op wie ik zo gesteund heb en die mijn denken zo beïnvloed hebben dat ik hun dank verschuldigd ben. Diderik Batens voor de theorie van de menselijke kennis en Bruno Latour voor zijn actor-netwerktheorie. Kristel Driessens, Sophie Michielsens, Koen Vansevenant en Tinne Van Regenmortel voor de empowermenttheorie. J. Hendriks en Paulo Freire voor de theorie van emancipatie. Lannoo Campus bedank ik voor de goede samenwerking en voor de mogelijkheid mijn manuscript uit te geven. Marleen Temmerman bedank ik voor haar voorwoord. Ik dank Katrien Lauwerysen, Toon Van den Brempt en Els Van Waes voor de feedback op het manuscript. Ik dank ook Stan, Bob, Carlo en Jasper voor de discussies tijdens de zoektocht naar de bron – het leven is een bol. En Jana en Lukas omdat ik in alle rust op hen mocht babysitten. Ik sluit graag af met mijn ouders Maria en Jos, mijn kinderen Kaat, Marie, en Jakob en mijn vrouw Charlotte. De tijd en mentale ruimte nodig om de lijnen zelf te schrijven en dat wat tussen de lijnen geschreven staat, heb ik aan hen te danken.
13
Maakbaarheid, altijd en overal
Ongelijkheid en onrechtvaardigheid zijn van alle tijden. De strijd tegen ongelijkheid en onrechtvaardigheid ook. De essentie van die strijd is al altijd dezelfde geweest. Een beetje zoals ‘de jeugd van tegenwoordig’ die zowel vandaag als in de tijd van de filosoof Plato, 2400 jaar geleden, belerende commentaar kreeg van de ‘minder jeugdigen’. Maar de manier waarop die ‘jeugd van tegenwoordig’ het te verduren krijgt, is ook een kind van onze tijd natuurlijk. Zo ook met de strijd tegen ongelijkheid en onrechtvaardigheid. In deze strijd lijken er twee tegengestelde evoluties te zijn. Nooit waren de randvoorwaarden voor het bevechten van onrechtvaardigheid zo gunstig. En toch groeit er een belangrijke onverschilligheid tegenover onrecht. Nooit waren de mogelijkheden om ongelijkheid te bevechten zo uitgebreid. De bron van deze nieuwe stroom mogelijkheden is zeker de digitale evolutie. Digitaal is er gigantisch veel informatie beschikbaar en eenvoudig vindbaar. Het maakt ook mogelijk dat de media die kritisch en minder mainstream zijn, ook de kans krijgen om zich vlot te verspreiden. Denk maar aan initiatieven als De Wereld Morgen die met beperkte middelen toch een redelijke spreiding realiseren omdat ze niet gebonden zijn aan drukkerij- en verdelingsbeslommeringen. Maar vooral sinds organisaties als Wikileaks gevoelige informatie publiek maken, kunnen we ook veel meer systeemkritische inlichtingen vinden. Het evenwicht tussen bescherming van de natiestaat en democratische en open behandeling van gevoelige informatie is geen eenvoudig spanningsveld. De relatief hoge mate van vrijheid van meningsuiting in enkele landen maakt het mogelijk dat deze initiatieven
14
Emanciperen kun je leren
op zijn minst bestaan. Hun uitgebreidheid en slagkracht maakt deel uit van een voortdurend proces van zelfbescherming en openheid. Bovenop die evolutie komt nog dat in verschillende landen de scholingsgraad stijgt. Steeds meer mensen kunnen lezen. Steeds meer mensen zijn hoger opgeleid. Zo kunnen ook steeds meer mensen de beschikbare informatie verwerken en interpreteren. Toch neemt de strijd tegen onrechtvaardigheid helemaal niet diezelfde hoge vlucht als de randvoorwaarden ervan. De Grote Verhalen staan minder duidelijk tegenover elkaar en kunnen dus moeilijker grote groepen mobiliseren. Kapitalisme versus communisme, christelijke versus humanistische zuilen, rechts tegen links. De ideeën op zich zijn niet meer de motoren van de verandering. Velen vinden ze niet meer valabel, bruikbaar of serieus. En diegenen die ze wel nog waardevol vinden, vinden ze vaak zelf te weinig genuanceerd om als leidraad te gebruiken. Het denken en realiseren van veranderingen lijkt veel technischer te zijn geworden. Een veranderingsstreven stoot snel op ingewikkelde organisatorische, ambtelijke, financiële en juridische structuren en kluwens. En het botst op erg technische en wetenschappelijke controverses waar de tegengestelde feiten in veranderings- en behoudsgezinde kampen als waarheden gebruikt worden. In dit hele proces wordt communicatie gedomineerd door polariserende, vaak sensatiezoekende korte discussies. Alles moet te vatten zijn in artikels van enkele lijnen en een oneliner. Diezelfde positieve digitale evolutie maakt korte artikels vergankelijker – niet omdat ze niet traceerbaar zijn, maar door de snelheid en veelheid. Zo krimpt de ruimte en de evidentie van ‘tragere’, diepgaandere onderzoeken en communicaties. Bovenop die evolutie komt nog dat de lezer van dit boek het waarschijnlijk niet al te slecht heeft. Hij komt minder op voor zijn eigen situatie omdat dat nu eenmaal niet hoeft. De strijd tegen onrechtvaardigheid wordt meer caritatief en gericht op de zwakke andere. De strijd kan daardoor ook gemakkelijker als vrijblijvend-als-het-past gevoerd worden. Ondanks de positieve randvoorwaarden vraagt het toch nog te veel energie om systeemkritische informatie op te zoeken en de structuren ermee te doen bewegen. De stap naar helemaal geen strijd meer voeren is klein ...
Maakbaarheid, altijd en overal
15
Zo sluipt een belangrijk veranderingsbeperkend element in ons denken. De overtuiging van de maakbaarheid van de samenleving sijpelt langzaam weg. Of, erger, de noodzaak om de maatschappij verder vorm te geven wordt niet meer aangevoeld. In dit boek geeft Gunter Bombaerts daar enkele illustraties van. Het jeugdwerk bijvoorbeeld wordt spel op een eiland. Het richt zich op animatie of op persoonlijke ontwikkeling. Maar het doet dit los van enige veranderingsgerichte maatschappijkritiek. Het verliest zijn ontvoogdende kracht. Ook de sociale strijd wordt in het denken gesmoord. Betogingen voor betere arbeidsvoorwaarden bijvoorbeeld worden erg scherp veroordeeld als niet meer van deze tijd. Voor technische evoluties in de maatschappij is helemaal geen kritische aandacht. Denk maar aan nucleair afval, stralingsgevaar enzovoort. We ondergaan gelaten technologische veranderingen. En – het lijkt van kwaad naar erger te gaan – existentiële zingevingsvraagstukken worden helemaal in de kiem gesmoord. Het hoofddoekendebat gaat te vaak enkel over de lap stof of een theoretische islam. Het betrekt niet de sociale, vaak achtergestelde situatie van de moslims. En al helemaal niet de uitdaging waar gematigde moslims als individu of familie voor staan. Zij moeten in die achtergestelde situatie vele invloeden tot een consequent geheel vormen; invloeden van hun gemeenschap, hun school- of werksituatie, nieuwe relatievormen, de digitale evolutie enzovoort. Gunter Bombaerts gaat daar in zijn boek tegen in. In plaats van te focussen op zwaktes pleit hij voor kracht en empowerment als een fundamenteel andere aanpak. En hij schuwt niet het oudere woord emancipatie en de daarbij horende noodzaak tot maatschappijkritisch denken. Bombaerts pleit duidelijk voor een maakbare samenleving en hij werkt daartoe expliciet een manier van denken uit die in elke concrete situatie kan zoeken naar fundamentele veranderingsmogelijkheden. De auteur toont erg concreet aan dat empowerment en emancipatie niet gelden voor enkel hulpverlening of nicheprojecten. De enthousiaste, maar kwetsbare wereld van het jeugdwerk kan verandering realiseren met betrekking tot structuren en systemen. Ook in een competitieve en economische bedrijfsomgeving kunnen empowerment en emancipatie van 50-plussers op een innovatieve en moderne manier
16
Emanciperen kun je leren
ondersteund worden. Zowel vakbonden als de human resources van de organisatie zelf kunnen hier hun bijdrage leveren. Empowerment en emancipatie is ook mogelijk in technische discussies, bijvoorbeeld over de berging van nucleair afval. En de discussie over de hoofddoek kan constructief en win-win zijn voor moslim en niet-moslim in Vlaanderen als er gezocht wordt naar gedeelde betekenisgeving. Maakbaarheid, altijd en overal. Als hoofd van het Departement voor Reproductieve Gezondheid en Onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie wil ik deze visie onderstrepen. In het streven naar een wereldwijde verbetering van de reproductieve en seksuele gezondheid zijn empowerment en emancipatie en geloof in de maakbaarheid essentieel. Recent onderzoek verricht door ons departement van de WGO in meer dan 80 landen van de wereld toont aan dat meer dan een vrouw op drie ooit in haar leven slachtoffer is van fysisch of seksueel geweld. Elke dag worden meer dan 39 000 kinderen uitgehuwelijkt. Elke dag sterven 800 vrouwen als gevolg van zwangerschap en bevalling. Vrouwen zijn niet alleen de helft van de wereldbevolking, ze maken ook nog eens de andere helft en verdienen onze zorg en respect. Gunter Bombaerts brengt met dit boek een fundamenteel, onderbouwd en bevlogen pleidooi voor empowerment en emancipatie, waarin theorie en praktijk in elkaar zijn vervlochten. Iedereen die vanuit de praktijk of vanuit de theorie in empowerment en emancipatie ge誰nteresseerd is, zal dit boek met interesse lezen. Ik wens u dan ook een boeiende lectuur en veel constructieve emancipatorische actie toe. Marleen Temmerman
17
Inleiding: De emancipator in de maatschappelijke storm
‘Rusthuis geeft stille generatie stem terug’ ‘Uit de kast werkt beter’ ‘Blanke migrantjes voor Australië’ ‘“We horen nergens thuis” De “kut-Marokkanen” van Molenbeek bijten van zich af’ ‘Jongeren leren nee zeggen tegen reclame’ ‘Jeugdbeweging spreekt blanke middenklasse aan’ ‘Hoofddoekenprotest aan scholen verboden’ Het is niet moeilijk een lijst krantenkoppen bij elkaar te sprokkelen die te maken hebben met emancipatie of empowerment. Individuen, groepen of gemeenschappen proberen hun eigen situatie te verbeteren vanuit een achtergestelde positie: jongeren, ouderen, armen, asielzoekers, mensen met een handicap of met medische of psychische problemen, vrouwen en mannen, homo’s en lesbiennes, transseksuelen, arbeiders en bedienden. Als we het ruim bekijken, kunnen we hier ook dierenwelzijn bij betrekken. De gretigheid waarmee media op de thema’s springen, toont hoe gevoelig empowerment en emancipatie zijn. De processen raken de samenleving in het diepst van haar eigenheid. De discussies zijn dan ook evident gedreven en emotioneel. Ze zijn vaak ook bitsig en scherp. Iemand die bij de processen betrokken is waar mensen hun situatie proberen te verbeteren, staat vaak midden in een maatschappelijke storm.
18
Emanciperen kun je leren
Dat is op het eerste zicht een schril contrast met de titel van dit boek, Emanciperen kun je leren. De titel zou een beeld op kunnen roepen met een hoog jaren-zeventig-gehalte van een naïeve beweging op haar retour. Je zou je door de titel een groep goed menende, maar psychisch zwakke vrouwen kunnen inbeelden die proberen elkaar wijs te maken dat ze iets aan hun leefsituatie kunnen doen. Terwijl ze daar zo zitten, zo zou het beeld verder kunnen gaan, praten ze zichzelf aan dat ze kunnen leren emanciperen. Maar ze leren niets essentieels en isoleren zich verder van de rest van de maatschappij die sneller en sneller moderniseert en ontwikkelt. Juist omwille van dit beeld is de titel Emanciperen kun je leren nu veertig jaar later zo sterk. Het is van alle tijden dat mensen vanuit een achtergestelde positie streven naar een volwaardige plaats in de samenleving. Emanciperen grijpt fundamenteel in op machtsstructuren en is daarom een potentiële bedreiging voor diegenen die de macht bezitten. Emancipatie als naïef of gedateerd afdoen, is maar een van de vele manieren om groei te fnuiken. Met dit boek wil ik het pleidooi voor emancipatie blijven voeren. De titel geeft meteen het moeilijkste spanningsveld van emancipatie aan. Emancipatie, dat is per definitie iets dat je niet krijgt, maar dat je moet grijpen. ‘Emanciperen kun je leren’ geldt dus voor die emanciperenden die voor zichzelf opkomen. Zij kunnen meer inzicht verwerven in de dynamiek van emancipatie en beter voor hun situatie opkomen. Maar met dit boek richt ik me vooral tot iedereen die de maatschappelijke stormen niet uit de weg wil gaan en wil nadenken over emancipatie van anderen: studenten sociaal werk, sociaal werkers, ouders, personen die in een organisatie als vrijwilliger of professional aan emancipatie of empowerment werken (zoals personeelswerkers of schooldirecties, maar ook wetenschappers die burgers meer willen betrekken). Ik spreek over deze verzameling personen als emancipatoren. Hoewel de naam emancipator eerder destructief klinkt, zoals ‘transformator’ of ‘terminator’ of zoiets, zegt het wel waar het op aan komt. Een emancipator kan opkomen voor zichzelf en voor mensen in een soortgelijke situatie of hij kan opkomen voor emanciperenden die hun situatie willen verbeteren. Zo zit in de titel ook dat je emancipatie kunt aanleren. Dit kan op voorwaarde dat dat leren geen eenrichtingsverkeer is van de alwetende le-
Inleiding: De emancipator in de maatschappelijke storm
19
raar. ‘Niemand onderwijst iemand anders, noch onderwijst iemand zichzelf, maar enkel onderwijzen mensen elkaar door hun interactie met de wereld’, stelde Paulo Freire (1973) in Pedagogie van de onderdrukten. Dit boek is er dus voor emanciperenden en emancipatoren. Het vertrekt vanuit de positieve boodschap dat er altijd en overal een mogelijkheid is om kracht en macht op te bouwen. Overal betekent ook overal. In het boek bespreek ik vier erg verschillende toepassingsdomeinen die het brede spectrum illustreren. Jongeren in armoede komen voor zichzelf op via jeugdbewegingen. Ouderen komen voor zichzelf op in commerciële organisaties. Burgers komen voor zichzelf op tijdens een besluitvormingsproces van de berging van nucleair afval. Leerlingen komen voor zichzelf op bij het dragen van een hoofddoek. Maatschappelijke discussies over gevoelige thema’s verzanden vaak in gepolariseerde situaties. De betrokkenen in de discussie blijven bij hun eigen mening en zoeken naar machtsargumenten om hun eigen gelijk door te drukken. Ook toon ik aan dat er altijd een mogelijkheid is kracht en macht te herinterpreteren. Op voorwaarde dat emanciperenden en emancipatoren met een juiste bril naar de werkelijkheid kijken. In hoofdstuk 1 en 2 schets ik die bril. In de manier van naar de werkelijkheid kijken – ik noem het in dit boek positionisme – zijn alledaagse, concrete situaties erg belangrijk. Daarom gebruik ik het begrip situatie op een specifieke manier. In hoofdstuk 1 start ik dan ook met vier uiteenlopende, kortdurende en heel concrete situaties die zich kunnen voordoen in een emancipatieproces. Jeugdleiders ontmoeten kinderen die leven in armoede. Een 50-plusser stelt een existentiële vraag aan een personeelswerker. Een milieuactiviste eist een milieuambtenaar om actie te ondernemen tegen de plannen voor een nucleaire berging. Twee moslimleerlingen worden naar de directeur gestuurd omdat ze een hoofddoek dragen. Aan de hand van dertien spanningsvelden toon ik in dit hoofdstuk dat er enorm veel manieren zijn om te reageren in die concrete, kortdurende emancipatiesituaties. Toch is die veelheid aan mogelijkheden niet voldoende. Veel processen lopen vast in een gepolariseerd discours.
20
Emanciperen kun je leren
Mensen zetten zichzelf tegenover elkaar en zoeken naar oplossingen door hun eigen mening zo sterk mogelijk naar voren te schuiven. Zo ontstaat een negatieve spiraal die steeds meer polariserend werkt en de situatie steeds meer doet vastlopen. In hoofdstuk 2 stel ik dat de grootste uitdagingen van emancipatieprocessen gepolariseerde situaties zijn. Maar als er een fundamenteel nieuwe kijk in het debat komt, bereiken de betrokkenen eerder een depolariserende oplossing. De ‘herinterpretatie’ van de situatie leidt hier eerder tot een oplossing. Naast de vele acties die mogelijk zijn, heeft een concrete situatie, hoe kortdurend ook, enorm veel elementen in zich. Ik ga in op die elementen en formuleer per element een benadering om het emancipatieproces te depolariseren. Wie is er wel en niet aanwezig? Welke waarden, normen of groepsculturen spelen er? Welk probleem wordt er gesteld? Deze manier van kijken vanuit het positionisme heeft gevolgen. Beschuldigingen in een verhit debat kunnen gezien worden als technieken om je gelijk te bekomen in plaats van fundamentele of fundamentalistische kritieken. Ook ‘neutraliteit’ bestaat dan niet meer. In plaats daarvan wordt relationaliteit erg belangrijk als een synthese tussen essentialisme en relativiteit. Een emancipator heeft met deze bril een krachtige positie om altijd en overal te leren emanciperen. In hoofdstuk 3 en 4 werk ik verder uit wat deze visie betekent voor emancipatie. In hoofdstuk 3 behandel ik de krachtenbenadering. Veel te veel acties vertrekken vanuit zwaktes die verbeterd moeten worden en stellen zo – vaak impliciet, maar daarom erg pertinent – het niet-kunnen centraal. Empowerment is de verzamelnaam voor benaderingen die vertrekken vanuit kracht en die in een proces leiden tot bewustwording en greep op de eigen situatie. De processen versterken individuen, organisaties of gemeenschappen waardoor ze greep krijgen op hun eigen situatie en hun omgeving via het verwerven van controle, het aanscherpen van kritisch bewustzijn en het stimuleren van participatie. De herinterpretatie om van kracht in plaats van zwakte te vertrekken, is fundamenteel. Ik schets de krachtgerichte basishouding van de emancipator en bespreek verschillende krachtgerichte methodieken. De waarderende conclusie is dat dit een enorm belangrijke kijk is met
Inleiding: De emancipator in de maatschappelijke storm
21
erg veel mogelijkheden. Toch merk ik op dat theorieën over empowerment vaak een belangrijk element vergeten uit te werken. Dit element is macht. In hoofdstuk 4 over emancipatie ga ik daarop in. Ik schets de interactie tussen de dominanten – de groepen die de macht bezitten – en de minoriteiten – de groepen die geen of minder macht bezitten. De minoriteiten streven naar een volwaardige plaats in de samenleving vanuit een achtergestelde positie. Dit kan informeel via gelijkgerechtigdheid, zelfstandigheid en eerlijkere maatschappelijke verhoudingen en formeel via de toekenning van gelijke rechten en gelijkstelling voor de wet. Ik beschrijf het emancipatieproces met de begrippen dynamisch evenwicht en emancipatiestrijd. Zo zien we hoe zowel de dominant als de minoriteit de voor- en nadelen afweegt, onder welke voorwaarden een emancipatiestrijd ontstaat en welke fasen er in een proces zijn. Een geëngageerd voorbeeld met behulp van de theorie van Paulo Freire illustreert dit. Hieruit destilleer ik een machtsgerichte basishouding en machtsgerichte methodieken. Het raken aan machtsevenwichten is zeer gevoelig en veel empowerende acties hebben daarom vaak moeite met emancipatie. Dat geldt zeker voor de emancipator vanuit de dominant die zijn ‘eigen volk’ op de tweede plaats stelt. Emancipatieprocessen zijn erg precair. In hoofdstuk 5 tot en met 8 werk ik de vier concrete situaties verder uit; daarmee wordt tevens de praktijk verdiept. Tegelijkertijd illustreer en verdiep ik daarmee de theorie. Je kunt jezelf, maar ook de ander, leren emanciperen en daarbij altijd en overal kracht en macht centraal stellen. Jeugdleiders ontmoeten kinderen die leven in armoede. In hoofdstuk 5 verhelder ik de begripsverwarring in het jeugdwerk tussen toegankelijkheid, toeleiding en diversiteit enerzijds en empowerment en emancipatie anderzijds. Jeugdwerk dat inzet op meer amusement en consumptie maakt jongeren veeleisend arrogant. Jeugdwerk dat daarentegen inzet op empowerment en emancipatie zaait erkenning en oogst geëngageerde, zelfbewuste en enthousiaste jongeren. Ik laat zien dat dit precair is, maar ook mogelijk, zowel vanuit de minoriteit als vanuit de dominant.
22
Emanciperen kun je leren
Een 50-plusser stelt een existentiële vraag aan een personeelswerker. In hoofdstuk 6 wijs ik op het belang van de krachtgerichte benadering via het concept ontgrijzing. Een personeelswerker met informele macht kan de hofnar- en kanariestrategie toepassen in een organisatie. Mensen die het moeilijk hebben, worden zo niet als last, maar als signaalfunctie gezien. Dit is de basis voor een leeftijdsbewust personeelsbeleid waar ik dieper inga op een argumentarium, de innovatieve arbeidsorganisatie en de rol van de vakbond. Emancipatie en empowerment zijn overal mogelijk, ook in concurrentiële omgevingen. Een milieuactiviste eist van een milieuambtenaar om actie te ondernemen tegen de plannen van een nucleaire berging. In hoofdstuk 7 toon ik in twee modellen hoe burgers krachtgericht kunnen participeren aan besluitvorming van hoogtechnologische ontwikkelingen. Het is belangrijk dat een emancipatieproces geleid wordt door een niet-betrokken partij. Ook is doelbewuste tegenexpertise belangrijk om de diepgewortelde vooronderstellingen in wetenschappelijke inzichten in dialoog te kunnen benaderen. Zo wordt duidelijk dat emancipatie altijd mogelijk is, ook in discussies waar ‘wetenschappelijke waarheden’ impliciet of expliciet stellen dat er helemaal geen discussie meer is. Twee moslimleerlingen worden naar de directeur gestuurd omdat ze een hoofddoek dragen. De acties van een school tonen het belang van draagkracht van een individuele school en tegelijkertijd de grenzen van empowerment. Door de lat hoger te leggen met een emancipatiebeweging en te vertrekken vanuit een flexibele definitie van identiteit, kan de gepolariseerde situatie geherinterpreteerd worden. In dit hoofdstuk illustreer ik het belang van het herinterpreteren zoals het in het positionisme wordt uitgelegd. Zo hoop ik dat dit boek een algemene inleiding geeft in de theorievorming met betrekking tot empowerment en emancipatie, en daar ook een bijdrage aan levert. Ik hoop tegelijkertijd met dit boek voeding te geven aan de emancipatoren en emanciperenden in volle actie. Terwijl dit boek geschreven is aan de wal, staan zij dagelijks in de empowerment- en emancipatiestormen. Veel leesgenot en veranderingskracht!
DEEL I
THEORETISCH KADER MET VOORBEELDEN
25
1 Vele spanningsvelden in een situatie
1.0 Inleiding In de inleiding schetste ik al de grote uitdaging van emancipatie- en empowermentprocessen. De discussies lopen vaak vast in gepolariseerde situaties waar iedereen gelooft in zijn eigen gelijk. De betrokkenen poneren hun eigen mening met machtsargumenten om hun eigen visie te doen gelden. Ik werk in de komende twee hoofdstukken een manier van kijken uit die de depolariserende kijk ondersteunt. Ik zal aantonen dat er altijd en overal, in elke situatie, mogelijkheden bestaan om kracht en macht te herinterpreteren. Om dit te illustreren, presenteer ik vier uiteenlopende voorbeelden van kortdurende en heel concrete situaties die zich kunnen voordoen in een emancipatieproces. Jeugdleiders ontmoeten kinderen die leven in armoede. Een 50-plusser stelt een existentiĂŤle vraag aan een personeelswerker. Een milieuactiviste eist van een milieuambtenaar om actie te ondernemen tegen de plannen van een nucleaire berging. Twee moslimleerlingen worden naar de directeur gestuurd omdat ze een hoofddoek dragen. Aan de hand van dertien spanningsvelden laat ik in dit hoofdstuk zien dat er enorm veel manieren zijn om te reageren in die concrete, kortdurende emancipatiesituaties.
26
Emanciperen kun je leren
1.1 Situatie Het is mijn overtuiging dat oplossingen voor de grote verhalen te vinden zijn in een concrete afgebakende situatie. Maatschappelijke uitsluiting of discriminatie, machtsontplooiing van een groep ten opzichte van een andere, beknotting van individuele groei enzovoort: ze worden allemaal uitgeoefend in een opeenvolging van concrete situaties. Om de grote verhalen aan te pakken, moet je eerst naar die concrete situaties kijken. In de inleiding gaf ik enkele voorbeelden van uitdagingen in emancipatie- en empowermentprocessen, zoals de toegankelijkheid in het jeugdwerk, de lage werkzaamheidsgraad van 50-plussers op de arbeidsmarkt, het gebrek aan participatie in besluitvorming over kernafval en het hoofddoekendebat op school. Laten we één fictieve, maar realistische situatie voor elk van deze vier emancipatie- en empowermentvoorbeelden verzinnen. Hiermee kunnen we doorheen het boek de theorieën en concepten steeds terugkoppelen naar de praktijkvoorbeelden. Met deze vier uiteenlopende voorbeelden kun je illustreren hoe er in wel erg verschillende situaties toch steeds mogelijkheden bestaan om kracht en macht te herinterpreteren. En ik werk in de komende twee hoofdstukken een manier van kijken uit die de depolariserende kijk ondersteunt juist vanuit praktische situaties. We gebruiken dus deze en andere situaties om een beter zicht te krijgen op de mogelijkheden van empowerment en emancipatie. 1 Stel, je bent jeugdleider in de jeugdbeweging van je wijk. En je weet dat kinderen van de nabijgelegen wijk geen lid zijn van jullie vereniging. Niet toevallig een wijk waar de kinderen meestal geen goede schoolresultaten halen, waar niet toevallig veel ouders werkloos zijn en waar ook niet toevallig een flink aantal minder verzorgde appartementsgebouwen zijn. Je wandelt samen met twee andere jeugdleiders langs het veldje dat jouw wijk scheidt van die andere wijk. Karel en Kenny zijn zeven en negen jaar en hangen er wat rond. Jullie raken met hen in ge-
deel 1 | Vele spanningsvelden in een situatie
27
sprek en je vertelt dat jullie bij de jeugdbeweging zitten. Karel en Kenny kijken je geïnteresseerd aan. Wat doe je?
2 Stel je bent personeelsmedewerker bij autoassemblagebedrijf Kiwi dat trots is op zijn charter Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. ‘Headquarters’ vraagt Kiwi Belgium elk jaar vijf procent efficiënter te werken. Fons, een 56-jarige werknemer, zit in het onderhoudsteam. Hij doet zijn werk nog zielsgraag, maar kan het tempo niet meer aan. Je bent op weg naar je bureau en je komt Fons tegen in een productiehal. Boven het geratel van de machines roept hij dat hij uitkijkt naar het nieuwe model, de Kiwi 5c, dat jullie binnenkort gaan samenstellen. Hij zegt ook dat hij benieuwd is, maar ook wat schrik heeft voor de nieuwe technologie die hiermee gelanceerd wordt. En dat hij het meeste schrik heeft van het tempo. Dan gaat er een bel en moet Fons snel weg. Wat doe je? 3 Stel, je bent milieuambtenaar van de gemeente Eppedette. De Belgische regering is op zoek naar een bergingsplaats voor laagradioactief afval. Eppedette werd recent genoemd als een van de gemeenten die in aanmerking komen voor de berging van het laagradioactief afval. Mia Wittevrongel, notoire voorzitter van een kleine, maar militante milieugroep ‘Eppedette proper ende nette’, komt bij je langs op je bureau. Ze zegt dat dat toch niet kan en eist dat je actie onderneemt. Wat doe je? 4 Stel, je bent directeur van de school Den Boom staat op den Berg. Op een dag komen Faiza en Hayat, twee scholieren van zeventien, je bureau binnen. Ze dragen een hoofddoek. Ze zeggen dat een leerkracht hen gestuurd heeft omdat ze een hoofddoek dragen. Tot dan toe droegen de moslimmeisjes op jouw school geen hoofddoek en is daar ook geen regel over. Zij zeggen dat ze die willen blijven dragen. Wat doe je?
28
Emanciperen kun je leren
In de vier situaties zie je steeds hetzelfde terugkomen. Je zit in een bepaalde situatie en op een fractie van een seconde moet je kiezen en zul je kiezen. En je kiest uit heel veel verschillende mogelijkheden. Oneindig veel mogelijkheden, onmenselijk weinig tijd, zo lijkt het wel. Of moeten we zeggen, menselijk1 weinig tijd. Want we zijn dat gewoon sinds onze geboorte: in een fractie van een seconde een keuze maken die een belangrijke impact kan hebben. Heel menselijk dus. Integendeel, het is niet-menselijk om een keuze te maken in een concrete situatie waar we oneindig veel nadenken. Je kunt Fons niet een jaar figuurlijk in de koelkast stoppen en daar eens grondig over nadenken. Je hebt dan trouwens ook al een keuze gemaakt, namelijk Fons een jaar in de koelkast te stoppen … We kunnen niet anders dan keuzes maken. Hieronder ga ik in op een aantal spanningsvelden in keuzes die we moeten maken in situaties die te maken hebben met empowerment en emancipatie. In een fractie van een seconde kiezen we automatisch in vele van de spanningsvelden die in paragraaf 1.2 worden geafficheerd. Een actie of beslissing impliceert vele stellingnames. We moeten zo’n spanningsveld zien als een continuüm tussen twee extremen. In zo’n spanningsveld nemen we zelden de extreme optie. Meestal kiezen we voor een tussenpositie die een beetje van het ene en een beetje van het andere uiterste heeft. Daarbij komt nog dat in een goed begeleidingsproces verschillende opties in een spanningsveld meestal worden afgewisseld. Op een bepaald moment is het ene, dan weer het andere uiterste zinvol. En die verschillende stellingnames hebben ook verschillende effecten. Maar wat dat effect is, hangt van heel veel dingen af. Dat is onmogelijk exact te voorspellen. Ik kan hier in dit boek ook niet zeggen welke verschillende mogelijkheden de beste zijn in een toekomstige situatie. We kunnen niet exact voorspellen. Maar het maakt ons wel bewust van de vele keuzes die we maken en de mogelijke gevolgen die dat voor volgende stappen in een empowerment- of emancipatieproces kan hebben. Een goed zicht op de mogelijke spanningsvelden maakt dat je bewuster kunt kiezen.
deel 1 | Vele spanningsvelden in een situatie
29
Ik vertel hier het verhaal vanuit de emancipator die emanciperenden ondersteunt. De nadruk in dit boek ligt op de emancipator uit de dominante, overheersende groep. Een sociaal werker, een personeelswerker, een milieuambtenaar of een directeur, ze behoren allemaal tot de groep die de macht in handen heeft. Toch begeleiden ze vaak een proces van emanciperenden uit de groep die minder macht heeft zoals jongeren in armoede, 50-pluswerknemers, bezorgde burgers of scholieren met een hoofddoek.
1.2 Spanningsvelden in een situatie 1
Ga je loslaten of ondersteunen?
Veel mensen zijn spontaan geneigd om tot (veel) ondersteunende actie over te gaan in een emancipatie- of empowermentproces. Weinig ondersteunen lijkt een gemakkelijkheidsoplossing en sowieso een minder constructieve optie te zijn in vergelijking met veel doen. Dit moeten we nuanceren. Tijdens een ondersteuning krijgt de emanciperende hulp. Dat is goed. Maar als je ondersteunt, gebeuren er een heleboel dingen. Als je iemand helpt, stel je je al snel boven iemand anders. Als jij Kenny en Karel, Fons, Mia, of Faiza en Hayat op een of andere manier helpt, geef je hen een duwtje. Maar je ontneemt hen ook een groeikans. Jij bent de ‘leider’/‘begeleider’ en je duwt de ander impliciet in een ‘volger’rol. Je legt al snel, zonder dat je het beseft, jouw denkpatroon met jouw idealen en streefdoelen op. Je kunt kiezen om los te laten. En zo doe je eigenlijk niet ‘niets’, maar creëer je de mogelijkheid voor mensen om voor zichzelf op te komen. Een kans die ze niet krijgen bij eender welke ondersteuning die je biedt. Toch is ook hier een waarschuwing op zijn plaats. Zorg verlenen impliceert dat iemand die erg hulpbehoevend is, minder snel verder doolt en daarom nog dieper in de put geraakt.