Skip to main content

9789401410939

Page 1

HENRY VAN DE VELDE passie func t ie schoonheid


HENRY VAN DE VELDE passie func t ie schoonheid

Thomas Fรถhl Sabine Walter Werner Adriaenssens


inhoud

inleiding T homas Fรถhl

22

schilder KUNST

bloemen werf

meubels interieurs

metaal kunst

Gerda Wendermann

Werner Adr iaenssens

Werner Adr iaenssens

Antje Neumann

50

68

88

1 48

ceramiek Ingeborg Becker

174


inhoud

textiel ontwerp

boek ontwerp

Linda Tschöpe

John Dieter Br inks

190

212

architectuur Léon Ploegaerts

levens loop

Bibliografie

index

296

298

T homas Föhl

236

286


1914

07-08

16


17


1935

17-18

36


37


1939

22-23

42


43


88


‘Als een wervelwind verspreidde de naam Van de Velde zich niet alleen in de artikels van de belangrijkste Duitse kranten maar ook in de besprekingen van de meest eminente critici. Van de ene dag op de andere genoot ik in Duitsland een bekendheid die zich verder zou uitbreiden en die zou leiden tot een ware bedevaart van bezoekers naar Bloemenwerf die een onderhoud wensten met de apostel van de stilistische vernieuwing.’ — Henry van de Velde over de doorbraak in Duitsland in zijn memoires, 1897

89


MEUBELS INTERIEURS

1904

106

Schommelstoel Mahonie, leder Museum f端r Angewandte Kunst, Frankfurt am Main

1905

107

Bijzettafeltje Witgelakt hout Design museum Gent

13 4


MEUBELS INTERIEURS

1908

1908

108

109

Krukjes van de tennisclub in Chemnitz Witgelakt beukenhout

Vestibule in de tennisclub van Chemnitz

Staatliche Museen zu Berlin – Preussischer Kulturbesitz, Kunstgewerbemuseum

Klassik Stiftung Weimar

135


1902 ‘03

1903

145

146

Jardinière en bestek Modell I die vermoedelijk hoorden bij de schenking van zilverwerk aan de groothertog Wilhelm Ernst van Saksen-Weimar en Eisenach

Vork Modell I Zilver

Fonds Henry van de Velde, ENSAV – La Cambre, Brussel

Verzameling SAM

166


meta alkunst

1903 ‘11

147

Taartscheppen Modell I (1903) Modell II (1909) Modell III (1910 ‘11) Zilver Verzameling SAM Privéverzameling, Kunstsammlungen Chemnitz

147

148

148

149

1903

1905 ‘06

149

Oestervork Modell I Zilver

Oestervork Modell I Zilver

Privéverzameling

Verzameling SAM Privéverzameling

167


BOEK ontwerp Gebiologeerd door de lijn als ornament John Dieter Brinks

209

Zeven ontwerpen

Waarheen zijn weg hem ook leidde, Henry van de Velde verklaarde dat hij ’s nachts nooit de ogen sloot voordat hij in het boek had gelezen dat op dat moment op zijn nachtkastje lag. En hij heeft nooit dat eigenaardige trekje ontkend, namelijk dat hij in elke fase van zijn leven boven het hoofd van zijn bed een boektekst aan de muur bevestigde, de drie strofen van een van de ontroerendste sonnetten van August von Platen: ‘Wie de schoonheid heeft aanschouwd met ogen…’ De kalligrafie was een cadeau van een van zijn leerlingen, een boekbindster. Hijzelf heeft in zijn leven talrijke artikels geschreven met daarin theorieën en visies die de voedingsbodem zouden vormen voor meer dan tien boeken van zijn hand. Als zestigjarige probeerde hij de hoofdbetekenis van het boek door een duidelijke formule te veralgemenen: het boek is in staat de mens te stimuleren door zijn nut en te verleiden door zijn schoonheid. Het is het pain quotidien culturel, ons geestelijke voedsel in een door nut beheerst dagelijks leven, evenals een monument de la pensée, een gedenkteken van de geest. De rusteloze, bergen verzettende en letters verbindende geest die ons van alle levende wezens onderscheidt – en die toch een lichaam nodig heeft om zijn boodschap te verkondigen: het boek. En een lichaam dat met zijn kwaliteiten pronkt: een mooi boek. ‘Met Van de Velde had hij de liefde voor het mooie boek gemeen,’ dat verklaarde een van zijn opdrachtgevers die hem al vele jaren kende, vooral omdat de kunstenaar ‘zich steeds tot in het kleinste detail voor de vormgeving van een boek inzette’.1 Wat ons het meest interesseert, is het antwoord op twee vragen: waarom wijdde Henry van de Velde zich aan de vormgeving van boeken? En ook: hoe gaf hij ze vorm? We verdiepen ons in de drie periodes van zijn bijna vijftig jaar omspannende activiteit in de boekkunst en we gaan daarbij in op belangrijke werken uit die periodes. Maar vooraf moeten we ons over vier theorieën buigen, want zonder inzicht in die theorieën is elke beschouwing over de door hem vormgegeven boeken ongefundeerd. Met de eerste theorie, die de grondslag voor de andere vormt, haken we in op het begrip ‘schoonheid’ dat we daarnet zomaar even ter sprake hebben gebracht. Van de Velde was al vroeg tot de overtuiging gekomen dat schoonheid en doelmatigheid elkaar niet uitsloten. Dit werd lange tijd algemeen aangenomen, maar het tegendeel is waar: ze bepalen elkaar. Precies dat voorwerp waarvan de vorm overeenstemde met het nuttige gebruik ervan, ‘zonder figuratieve of naturalistisch overladen ornamenten uit de vroegere tijd’ en ongeacht of het een werktuig, een stoel of een boek was, bestempelde

21 4

Van de Velde als ‘mooi’. Want ‘de perfecte aanpassing van een vorm aan haar doel resulteert ook altijd in schoonheid.’2 De tweede theorie volgt uit de eerste en betekende eveneens een revolutie in de traditionele betekenis van het begrip kunst. Want als het perfect doelmatige het perfect schone kon zijn, dan kon een werk van Van de Velde het tot dan toe strak geldende onderscheid opheffen tussen de drie klassieke kunsten – architectuur, beeldhouwkunst en schilderkunst – en de ‘arts décoratifs’, de toegepaste kunst, minachtend ook de ‘arts mineurs’ genoemd. Die stap zou bepalend worden voor de verhouding van de kunstenaar tot het boek. Dit inzicht betekende concreet dat Van de Velde in 1892 voorgoed stopte met schilderkunst en in plaats daarvan in de zomer van dat jaar zijn eerste boekband ontwierp voor de dichtbundel Dominical van Max Elskamp; in de ogen van Van de Velde was dat dus een kunstwerk. De derde theorie vult de twee eerste aan, in de zin dat ze de blik ertoe verleidt het kunstwerk op te nemen. De schoonheid lag precies in het doelmatige en het op nuttigheid gerichte voorwerp kon uitgroeien tot kunstwerk. Bijgevolg wilde Van de Velde niet langer voor de individuele, bemiddelde kenner – voor de ‘connaisseur’ – werken, maar zijn visies en werken moesten zoveel mogelijk mensen bereiken. Vanaf dan was het zijn belangrijkste doel door zijn kunstwerken, en ook door de oplages van door hem vormgegeven boeken, een ‘moderne blijmoedigheid’ tot stand te brengen.3 Die blijmoedigheid was reeds door Schopenhauer en Nietzsche, de vereerde mentoren van Van de Velde, als het hoogste in dit leven bereikbare levensgevoel geprezen: ‘Gouden blijmoedigheid, kom…’ Ook die theorie voerde dwingend tot de wens een zo groot mogelijk aantal lezers of kijkers te bereiken en gelukkig te maken door de vormgeving van een boekband. We beoordelen de sterkste kracht van de scheppingsdrang van Henry van de Velde verkeerd als we naast alle esthetische aspecten niet ook oog hebben voor deze ethische component in zijn werk.

1893

209

Max Elskamp, Salutations dont d’angéliques, Brussel, Lacomblez Klassik Stiftung Weimar, Herzogin Anna Amalia Bibliothek

1893

210

Omslag van het tijdschrift Van nu en straks, Brussel, Xavier Havermans Verzameling Pascal en Louise de Sadeleer

Henry van de Velde


210

Met de vierde theorie, waarmee we onze blik op de vormgeving van boeken richten, sloeg hij nog een keer een brug naar de eerste theorie. Welk stijlmiddel, welke kunstgreep maakte van iets nuttigs iets moois, van iets moois iets nuttigs? De kunstenaar was nog maar dertig jaar toen hij daarop antwoordde: niet het opgezette, figuratieve, banale ornament, maar de krachtige, eigenzinnige, vitale lijn. Waarom voelde dat ornament banaal aan? Omdat het in de ogen van Van de Velde sinds de renaissance, barok en rococo en uiteindelijk op vreselijke wijze, met de heropleving van al die stijlen en hun ornamenten in de 19de eeuw, heeft laten zien dat het esthetisch vermogen continu achteruit is gegaan. Waarom voelde de lijn vitaal aan? Omdat, volgens de theorie van Van de Velde, de lijn over een eigen kracht beschikte die de hand van de kunstenaar leidde, geïnspireerd door temperament en gemoedsgesteldheid, door een voorbeeld in de natuur of onder het voorwendsel van een doel dat moet worden bereikt, maar die uiteindelijk, volgens zijn woorden ‘door een onbewuste macht werd gedreven’.4 Als favoriete voorbeeld haalt de kunstenaar het moment aan, in lang vervlogen tijden, toen een enthousiaste mens voor het eerst met zijn teen de afdruk van de gestaag aanrollende golven in het zand als lijn natekende. Die mens leerde zich zo te laten inspireren door de elementen af te beelden en algauw zijn enthousiasme en passie op kunstzinnige wijze te uiten, bijvoorbeeld op vazen, door de krachtige welvingen van lijnen, en insprongen en uitstulpingen van lijnen. Zo wordt bijna elk ontwerp voor boekbanden van Henry van de Velde gekenmerkt door het spel van corresponderende lijnen, door lijnen die vlakken openen en uitsluiten, omvatten en verjongen. Dat geldt in bijzondere mate voor de houtsnede die hij maakte voor de ingenaaide uitgave van zijn eerste boek, Dominical van Max Elskamp. Boekont werp

1892

211

Max Elskamp, Dominical, Antwerpen, Buschmann Verzameling Pascal en Louise de Sadeleer

n o ten 01 Sam van Deventer aan Herta Hesse, 5.11.1963. Van de VeldeGesellschaft, Hagen. 02 Henry van de Velde, ‘Was ich will’, in: Die Zeit, Wenen, 9.3.1901. 03 Henry van de Velde, ‘Der neue Stil’, in: Van de Velde 1907a, p. 71. 04 Henry van de Velde, ‘Das neue Ornament’, in: Van de Velde 1901, p. 97 e.v.

215


228

232


1899

229

Etiketten voor Tropon Osthaus Museum Hagen

1898 ‘99

228

Tropon. Die Kraftküche Verzameling SAM

233


n o ten 01 We vermelden de complete catalogus over de ruimtelijke kunst en de toegepaste kunst van Henry van de Velde in zes boekdelen, waarvan in 2009 het eerste deel over metaalkunst is verschenen (zie Föhl/Neumann 2009); het tweede deel over textielkunst zal in de herfst van 2013 verschijnen, deel drie over de ceramiek in de herfst van 2014. Daarnaast vermelden we – ook al is die onvolledig – de publicatie ‘Gesamtwerk’, Pecher 1981.

Over typografie en boekkunst zie Weber 1994 en, recenter en uitgebreider, Brinks 2007. 02 Aangezien veel van de vroege teksten van Van de Velde door hun zeldzaamheid weinig toegankelijk zijn, werd doorgaans gebruikgemaakt van de herdrukken. We vermelden de belangrijkste teksten van de kunstenaar, zoals het in 1894 voor het eerst als privédruk in Brussel verschenen manifest Déblaiement d’Art en de teksten Aperçus en vue d’une Synthèse d’art (Brussel 1896), Die Renaissance im modernen Kunstgewerbe (Berlijn 1901) en de Kunstgewerbliche Laienpredigten (Leipzig 1902). Beschikbare herdrukken zijn o.a.: Déblaiement d’Art suivi de La triple offense à la beauté, Le nouveau, Max Elskamp, La voie sacrée, La colonne, Brussel 1979; kunstgewerbliche Laienpredigten, Berlijn 1999; Formules de la beauté architectonique moderne, Brussel 1978; Formules d’une esthétique moderne, Brussel 1923; Pages de doctrine, Brussel 1942. 03 Zie Ploegaerts/Puttemans 1987 met een catalogus van de architecturale werken en aantoonbare binnenhuisinrichtingen van Van de Velde. 04 In de context van de literatuur door tijdgenoten over Van de Velde vermelden we in chronologische volgorde van verschijnen: Osthaus 1920; Maurice Casteels, Henry van de Velde, Brussel 1932; Herman Teirlinck, Henry van de Velde, Brussel 1959; Hammacher 1967; recenter ook: Sembach 1989; Steven Jacob, Henry Van de Velde. Wonen als kunstwerk, een woonplaats voor kunst, Leuven 1996; tot slot Föhl 2010a. In verband met biografische teksten zie Van de Velde 1962; Van Loo 1992, 1995, en Ploegaerts 1999a. 05 Vgl. Nikolaus Pevsner, Pioneers of Modern Design, Harmondsworth 1975, 1981; van dezelfde auteur: The Sources of Modern Architecture and Design, New York/Toronto 1968;

theorie van het woonhuis

Architectuur vormt slechts een deel van het œuvre van Henry van de Velde, maar wel een belangrijk deel. Na zijn vroege werk als schilder en graficus spitste hij zich vooral toe op toegepaste kunst, onder andere op het vlak van meubelen, textiel, metaalkunst, ceramiek, sieraden, verlichting, typografie en boekkunst.1 Daarnaast schreef hij tal van artikels en boeken over zijn creatieve overwegingen.2 Het architecturale werk van Van de Velde is tegenwoordig voldoende bekend om te kunnen beoordelen hoe groot zijn invloed op de moderne kunst is geweest.3 Zijn werk omvat de periode van het laatste decennium van de 19de eeuw tot het einde van de jaren 1930 en pikt de verschillende elkaar opvolgende stromingen van die tijd op zonder daarbij ooit aan de grillen van de mode toe te geven.4 Vreemd genoeg wordt Henry van de Velde in de meeste boeken over de geschiedenis van de moderne architectuur als een pionier van de moderne kunst beschouwd. In Duitsland wordt zijn naam daarentegen vooral met de jugendstil geassocieerd en in de Romaanse landen met de korte periode van de art nouveau.5 Maar de vele monografieën die aan hem zijn gewijd, stellen dat beeld bij.6 Om de originaliteit van zijn denken te begrijpen stellen we hier zijn grootste projecten en belangrijkste realisaties voor. Daarbij beperken we ons tot de woongebouwen – de grootste uitdaging voor een architect – vooral in het licht van zijn publicaties, zodat het mogelijk wordt zijn ideeën te volgen over de nieuwe stijl, over de ‘logische vormgeving’ en over de tot dusver niet gepubliceerde theorie van een vorm- en ornamentiekleer.7 Tegen die achtergrond wordt vooral aandacht besteed aan de huizen die Van de Velde voor eigen gebruik ontwierp en waarbij hij niet door wensen van de klant werd ingeperkt en zijn creativiteit de vrije loop kon laten.8 Dit opzet lijkt extra zinvol aangezien zijn carrière als architect begon met de vormgeving van een eigen huis en het individuele woonhuis een belangrijke plaats innam in zijn werk. Het ging Van de Velde daarbij niet zozeer om het voorschrijven van een nieuwe stijl, hij wou die vooral op de bewoners afstemmen. Walter Benjamin beschreef dat als volgt: ‘Bij Van de Velde is het huis de plastische voorstelling van de persoonlijkheid. Het ornament is voor dat huis wat de handtekening voor het schilderij is.’9 Deze studie zou een preciezer beeld kunnen schetsen van een architectuurstijl die gebaseerd was op de overeenstemming van vorm en logica en die Van de Veldes idee over de ‘logische schoonheid’ bepaalde aan de hand van een nieuwe definitie over de rol van de ornamentiek. De ‘nieuwe stijl’ komt in verschillende varianten in de volledige 20ste

258

eeuw terug. De kunstopleiding

Na zijn studie aan de academie in Antwerpen verbleef hij in 1884 korte tijd in Parijs. Daar werkte hij in het atelier van Emile Carolus-Duran en verkeerde hij in de kunstenaars- en muziekkringen van de metropool.10 In België werd hij in 1888 opgenomen in de vereniging Les XX van Octave Maus, en met die groep zou hij tot 1893 verschillende keren werk tentoonstellen.11 Hij knoopte tal van contacten aan in literaire kringen (Mallarmé, Verhaeren, Verlaine) en in het kunstenaarsmilieu (Finch, Khnopff, Rops, Seurat), schreef als correspondent voor het tijdschrift L’Art Moderne en was medeoprichter van de Association pour l’Art. Hij exposeerde in Den Haag, werkte mee aan het tijdschrift Van Nu en Straks van zijn vriend Auguste Vermeylen, creëerde zijn wandtapijt Engelenwake, hield spreekbeurten, gaf een cursus met de titel Cours d’arts d’industrie et d’ornementation, publiceerde zijn eerste Kunstgewerbliche Laienpredigt en gaf met Déblaiement d’Art zijn manifest over een nieuwe visie op kunst uit.12 De eerste stappen als architect

In 1895 ontwierp Henry van de Velde de plannen voor zijn eerste huis, Bloemenwerf. Hij was een jonge dertiger, pas getrouwd. De schilder dacht erover na zijn carrière over een andere boeg te gooien en hij wou vooral een thuis voor zijn gezin, een huis dat aan zijn eisen voldeed.13 Ondanks enkele minpunten, die bij de eerste poging van een autodidact

1927 ‘28

253

Villa Schinkel, Blankenese bij Hamburg Koninklijke Bibliotheek van België, Archief en Museum van de Franstalige Literatuur

Henry van de Velde


1927 ‘28

254

La Nouvelle Maison, Tervuren Gevelzicht Foto Sergysels, Brussel Koninklijke Bibliotheek van BelgiĂŤ, Archief en Museum van de Franstalige Literatuur

archi tec tuur

259


architec tuur

262


architec tuur

1927 ‘28

257

La Nouvelle Maison, Tervuren Interieurzichten Foto Sergysels, Brussel Koninklijke Bibliotheek van BelgiĂŤ, Archief en Museum van de Franstalige Literatuur

263


1929 ‘31

259

Hospice Heinemann, Hannover Klaus-JĂźrgen Sembach, Munchen

266


ca.1931 ‘32

260

Tweewoonst Robert en Désirée De Bodt, Brussel Koninklijke Bibliotheek van België, Archief en Museum van de Franstalige Literatuur

267


278


279


H e n r y va n d e V e l d e


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook