In de praktijk komt het voor dat mensen, vooral wanneer zij iets ouder worden, graag terugkijken naar de periode die achter hen ligt. Of het nu om gebeurtenissen, kinderen of foto’s gaat, met alle herinneringen welke daarmee samengaan.
Een foto... een herinnering DEEL 2
Geachte lezer,
Enige tijd geleden sprak iemand mij van rond 1930 aan. Hij zei tegen mij dat hij Hengelo kende van voor 1940. Hij zag de wederopbouw in de vijftiger jaren, en nu Hengelo niet te stuiten is in de vaart der volkeren, voor de derde maal. Voor u ligt deel twee van ‘een foto.. een herinnering’. Gesterkt door het succes van deel één, wens ik u veel kijk- en leesplezier.
Uitgeverij Het Twentsche Land ISBN 978-90-806483-9-5
Marinus van Rooy
Marinus van Rooy
Ansichtkaarten met beschrijving van historisch Hengelo DEEL 2 Marinus van Rooy
Tekst:
Marinus van Rooy
Foto’s: Foto’s omslag:
Archief Marinus van Rooy Jennifer Gumbs
Uitgever: Vormgeving:
Het Twentsche Land Marian Beerten
Druk:
Copy Allright De Lutte / Oldenzaal
De verhalen zijn eerder gepubliceerd in Hengelo Journaal Overname, reproductie e.d. alleen toegestaan met bronvermelding en na schriftelijke toestemming.
ISBN: 978-90-806483-9-5 © 2011 Uitgeverij Het Twentsche Land
Voorwoord
5
Columns Oldenzaalsestraat Bartelinkslaantje Molenstraat Burgemeester Jansenplein Langestraat Stadhuis Anninksweg Enschedesestraat Nieuwstraat Oldenzaalsestraat Bornsestraat Drienerstraat Emmaweg Oude Molenweg Amstel Hotel Markt Noodwinkels Oldenzaalsestraat Wemenstraat Bornestraat Bentheimerstraat Koekkoekweg Oldenzaalsestraat Geerdinksweg Burgemeester Jansenstraat St. Antoniusklooster
6 8 10 12 14 16 18 20 22 24 26 28 30 32 34 36 38 40 42 44 46 48 50 52 54 56
Inhoud
Voorwoord ‘Een foto ... een herinnering’ is een rubriek in Hengelo Journaal waarin een stukje geschiedenis van Hengelo aan de orde komt. Aan de hand van oude foto’s maakt Marinus van Rooy met u een wandeling door de stad, zoals die er in de vorige eeuw heeft uitgezien. De foto’s komen uit het eigen, zeer uitgebreide archief van de heer Van Rooy. Hij is een geboren en getogen Hengeloër en heeft 43 jaar bij Holec gewerkt. Hij was 30 jaar voorzitter van de Historische Sociëteit van Oald Hengel en is archivaris van de VGO (Vereniging Gemeenschappelijk Onderhoud) van de begraafplaats aan de Bornsestraat. U heeft een boekje in handen waarvan de titel een diepere betekenis heeft; Wanneer men wat ouder wordt is het een menselijk gegeven dat er regelmatig teruggeblikt wordt op datgene wat voorbij is. Daarbij komt het al gauw voor dat men het verleden gaat romanticeren, want de mooie herinneringen blijven in het geheugen gegrift. De mindere verdwijnen naar de achtergrond.Van veel van de gepubliceerde foto’s van voor 1944 is in de binnenstad bijna niets terug te vinden. Veel is er verdwenen tijdens het bombardement in oktober 1944. Voeg daarbij de sloopwoede tussen 1950 en 1960, dan is het verklaarbaar dat veel van de cultuurhistorische panden van onze voorvaderen verdwenen zijn. Door middel van de in dit boekje gepubliceerde foto’s wil ik u laten zien dat Hengelo in het verleden veel heeft gehad om trots op te zijn. Marinus van Rooy
5
Oldenzaalsestraat “Na afloop van de geschiedenis moest hij de tol betalen’’ Dit is een uitdrukking die in het dagelijkse leven nogal eens gezegd wordt wanneer zich iets heeft voorgedaan. Dit gezegde vindt zijn oorsprong in het feit dat men voor 1900 op belangrijke toegangswegen, voor men het dorp of de stad inkwam, een tolhuisje moest passeren en dan was men verplicht tol te betalen aan de tolgaarder. Enige tijd geleden heb ik met u gesproken over de Oldenzaalsestraat waar ook Gait van n’Tol geruime tijd zijn dorstige klanten van het nodige vocht voorzag. Over de bewoners van dit café gaat dit verhaal, en de overige tolhuisjes die op de Hengelose grond aanwezig waren. De begaanbaarheid der wegen was voor 1900 dermate slecht dat o.a. de Brinkstraat in Hengelo ‘’de Beenbrekersstroat ’’ werd genoemd. Om het onderhoud en verbetering der wegen te kunnen betalen, ging men over tot het heffen van tol voor verkeer dat in het dorp moest zijn. Men bouwde drie tolhuisjes in Hengelo. Een aan de Bornsestraat ter hoogte van de plek waar nu Snackbar Eetcafé de Snieder is gevestigd. De volgende aan de Deldenerstraat op de plek waar Hotel de Kroon in het verleden heeft gezeten. Voordat de naam’’ ’n Kattensted’’ uitgevonden werd droeg de Javastraat de naam van 1e Tolweg. De derde stond ter hoogte van hotel Pentrop, nu een Chinees wokrestaurant. U merkt het al, alle tolhuisjes stonden aan het begin van het dorp. De bedoeling was het ingaande verkeer tol te laten betalen. Als voorbeeld o.a. een bespannen boerenkar met paard 20 cent, twee paarden aan de hand vervoerd 40 cent, voor een hondenkar 11/2 cent. Vooral op marktdagen, wanneer boeren uit Driene, Hasselo, Delden en Borne naar de veemarkt of goederenmarkt kwamen op woensdag en zaterdagen, was er druk verkeer. Fiets en voetgangers mochten gratis passeren. Op het tolhuis was een tolgaarder aangesteld. Deze taak was geen vetpot, de tolgaarder ging overdag naar de fabriek of ander werk, en zijn vrouw verzorgde de tol. Ontduiken van tolgelden was natuurlijk vanzelfsprekend en aan de orde van de dag, en van een ongestoorde nachtrust was vaak geen sprake, het passeren in de nachtelijke uren kwam regelmatig voor. De tolgelden waren in 1898 verleden tijd en de afbraak van de tolhuisjes liet niet lang op zich wachten. Allen werden voor 1930 afgebroken. Wanneer wij de foto boven dit artikel bekijken zien we links G.J. 6
Veldkamp de cafébeheerder (beter bekend als Gait van ’n Tol), zijn echtgenote en zoon Arie, voor de geopende deur van het café staan. De foto is genomen in 1956. Op deze plaats, van het café aan de Oldenzaalsestraat, heeft dus nooit een tolhuis gestaan. De vader van Gait van ‘nTol , J.A. Veldkamp, was de tolgaarder van het tolhuis aan de Bornsestraat, in die tijd bekend als Tol Jenske. Hij was dus in functie als tolgaarder maar daar kon hij de broek niet van ophouden. Als bijbaan kocht hij melk bij de boeren op die hij met zijn hondenkar uitventte in Hengelo. Er is een foto bekend waarop een echtpaar aanwezig is waarvan het vermoeden is dat dit Tol Jenske zou kunnen zijn. Met hondenkar en een melkemmer aan zijn arm zou dit goed mogelijk kunnen zijn. In 1929 moest Tol Jenske zijn tolhuis verlaten en werd het afgebroken. Op 82 jarige leeftijd overlijd hij in 1940. Zoon G.J. Veldkamp, begint zijn café aan de Oldenzaalsestraat in 1936. Deze plek was goed gekozen. Het was een doorgaande weg voor veel boeren uit Driene, Oldenzaal en Hasselo, die dan na de wekelijkse veemarkt hier hun laatste onderhandelingen, over het verkochte vee, met veel handgeklap bezegelden. Als mijn inlichtingen juist zijn is het herhaaldelijk voorgekomen dat het handgeklap en voetgestamp dermate vormen aannam, van de tientallen veehandelaren tegelijk, dat Gait diverse keren zijn kast met voezelglaasjes ondersteunen moest om niet onder het geweld te bezwijken. Bekijken we de foto, dan zien wij vader en moeder Veldkamp en zoon Arie welgemoed in de deuropening naar de fotograaf kijken. Gait is in hemdsmouwen en zijn echtgenote in een mouwloze schort die in die tijd veel gedragen werd. De deuren van het café zijn op drie plaatsen voorzien van tuindeuren. Dit wijst erop dat toen in 1936 dit zo gemaakt was, dat men buiten voor het café plaats kon nemen om de diverse glaasjes te nuttigen. Later toen het verkeer drukker werd was dit verleden tijd. Het bord met ‘’verlof A’’ aan de gevel, geeft aan dat er alcoholische dranken verkrijgbaar zijn. Links een geopend uitschuifraam, daarnaast een houten reclamefiguur dat laat zien dat er ijs verkocht werd. In de tijd dat de foto gemaakt is zal de prijs voor een ijsje vermoedelijk vijftig cent geweest zijn. Wij kijken met enige weemoed naar het café van Gait van ’n Tol, welke vele jaren dorstige kelen gesmeerd heeft. Carnavalsvereniging de Weidemennekes heeft hier jarenlang haar buiten residentie gehad nadat de Weidehoek
aan de Weideweg gesloten werd. Nadat café Pentrop van eigenaar verwisseld was kwam Pentrop biljartclub hier bijeen. Ook heeft het café jarenlang een dartsclub een
thuishaven gegeven. Wij groeten de familie Veldkamp en dit stukje straatbeeld uit 1956 met de achterliggende gedachte, ‘’niets blijft hetzelfde, alles zal veranderen’’.
Café Oldenzaalsestraat, Gait van ‘n Tol, 1956 7
Bartelinkslaantje Voor een groot aantal lezers van deze krant zal bijgeplaatste foto een onbekend beeld zijn. Deze foto is door mij gemaakt in 1980. Ik stond op de Oldenzaalsestraat en maakte deze prent van de blokhut gelegen aan het Bartelinkslaantje en gebruikt door de scouting groep St. Marcellinus. Het lijkt mij goed om een kleine uitleg te geven wat scouting zeggen wil voor we verder gaan m.b.t. de foto. De oprichting van de scouting vond zijn oorsprong in Engeland omstreeks 1900. De oprichter van de verkennerij, nu scouting geheten, was Lord Baden Powell. De kerngedachte van de scouting is buitenleven, dienstvaardigheid, expressie, sport en spel. Om kort te gaan van jongens van 12 tot 20 jaar menswaardige mensen te maken. Nu in 2008 kennen wij c.a. 125.000 leden van de scouting in Nederland, waarvan 25.000 kader leden die meer dan 1500 regionale troepen leiden. Op 22 februari 1933 waren een aantal onderwijzers gegrepen door bovenstaande scouting gedachte. In de O.L. Vrouwe parochie Hengelo vond de oprichting plaats van een verkenners beweging geheel in stijl zoals Lord Baden Powell dit voor ogen had. De mannen van het eerste uur waren de heren Van de Werf en Lambert. Natuurlijk was er ook een aalmoezenier nodig en dat was kapelaan Noordman. De grote moeilijkheid was om geschikte ruimte te vinden voor de troep bijeenkomsten waarmee men de jeugd onder des kundig leiding de kunst van het verkennen bij zou kunnen brengen. Met hulp van allerlei kanten werden een stuk grond gevonden, gunstig gelegen een eind buiten Hengelo waar het rumoerige volkje het spel kon spelen. Met hulp van vele vrijwilligers waaronder de heer Stegeman werd een grote partij spoorbiels georganiseerd. Goed, dan heb je spoorbiels maar nog geen blokhut. Geen nood, de Noork zou de Noork niet zijn als ook dit probleem in 1933 niet opgelost zou worden. In 1933, de crisistijd was in volle omvang aanwezig. Het geld was beteun en in die tijd werd een dubbeltje geen 3 maar 6 maar omgedraaid voor de uitgave volgde. Een groot aantal vrijwilligers bood zich aan om de blokhut van de spoorbiels op te bouwen zoals ie nu op de foto aanwezig is. Een groot aantal verhalen uit het eerste begin zijn mij verteld waarvan ik u de belangrijksten door wil 8
geven. Een hijskraan om de biels op de plaats te krijgen was er niet of kostte geld, dus dat deed men met mankracht. Een wc met closetspoeling was er de eerste jaren ook niet, geen nood, een goede verkenner weet voor alles een oplossing. Men maakte een hudo (d.w.z. houd uw darmen open) een gat in de grond gegraven tussen 2 bomen die dicht bij elkaar stonden. Een stevige tak vastgeknoopt aan elke boom en laten vallen de handel, een schepje zand er over heen en klaar is kees. Nu was het soms de gewoonte als je door een andere een poets gebakken was, het touw los te maken en wel zo dat het niet opviel. Het gewicht van de persoon in kwestie deed de rest, en dan maar lachen op een veilige afstand. Evenmin was er geld om een vloer aan te leggen, de eerste jaren was het een lemen vloer. De herinneringen voor iedere verkenner zijn om nooit te vergeten. Vooral de zomerkampen waren hoogtepunten, waar men reeds maanden tevoren voor oefende en naar uitzag. Het kleurige heuvellandschap rondom Ootmarsum, Denekamp en het Springendal, ze vormden bij herhaling het doelwit van verkenning in het begin en vele jaren daarna. De wekelijkse troepavonden waren en zijn er voor de handvaardigheden, leren seinen, kaart en kompas lezen, allerlei soorten knopen leggen en iedere dag een goede daad. In 1937 werd in Vogelenzang de wereldjamboree gehouden waar dertigduizend jongens uit de gehele wereld aanwezig waren. Het jaar 1941 was geen gunstig jaar voor de verkennerij. De bezetter verbood de bijeenkomsten in welke vorm dan ook, verboden was het uniform te dragen. Men kwam nog wel in het geheim bijeen en smeedde plannen voor wanneer men weer vrij zou zijn. Op 8 januari 1941 ging er een schok door een ieder die de verkennerij een warm hart toe droeg. Op die dag meldde de BBC dat Lord Robert Baden Powell op 83 jarige leeftijd was overleden. Dit was een groot verlies voor de miljoenen in meer dan vijftig landen. In 1945 werd de verkennersbeweging in de Noork weer met frisse moed opgepakt. De blokhut had inmiddels de naam Immenshoeve gekregen, genoemd naar de bouwpastoor der O.L. Vrouwekerk. De palmpasen optocht werd gestart en word nog ieder jaar gehouden. De closetspoeling deed zijn werk en zowaar er was elektrische verlichting. Na 1945 werd de vrouwelijke tak van de verkennerij opgericht en dat werden gidsen genoemd.
In 1983 ging de jongens en meisjestak samen onder de naam Cunera-Marcellinus. Veel vijftig e zestigplussers zullen met enige weemoed terug denken aan hun verkenner en gidsentijd. Een aantal heb i k gesproken en steeds was het, “ O, wat ’n mooi’n tied was dat, dat wol ik nog wal weer opnieuw doon.” Maar de tijd gaat verder, de blokhut van de foto wordt in 1983 afgebroken om plaats te maken
voor het huidige onerkomen wat op zaterdag 12 november 1983 door burgermeester C.P.M. Bevers werd geopend. We zijn nu 75 jaar verwijderd van de oprichting in 1933. De blokhut uit 1933 aan de rand van een weg, het verkeer dat in de verte voortraast over de Oldenzaalsestraat, het lijkt voor velen nog zo kort geleden. Maar het is voorgoed verleden tijd.
Blok scouting St. Marcellinus, Bartelinkslaantje 1980 9
Molenstraat Mocht er een straat in Hengelo zijn waar van na het bombardement 6 en 7 oktober 1944 niets van de oorspronkelijke bebouwing terug te vinden is, dan is het de Molenstraat, zoals het op de foto aanwezig is. Onze bevrijders hebben op vrijdag 6 en zaterdag 7 oktober 97 ton bommen boven Hengelo afgeworpen. Vrijdag 6 Oktober hebben 26 Marauder bommenwerpers van de Amerikaanse luchtmacht 67 ton bommen op Hengelo laten vallen. Doel was het station onklaar te maken. Toen dit niet naar tevredenheid gelukt was kwam men zaterdag 7 Oktober terug om wat nauwkeuriger te werk te gaan, men was met 35 Marauders terug gekomen en toen werd met het afwerpen van 30 ton bommen ook het station geraakt. Vrijdag 6 Oktober werd van grote hoogte gebombardeerd met alle gevolgen van dien. Veel straten rondom het station werden in puin veranderd, er waren over beide dagen 151 dode burgers te betreuren. Vernield werd o.a. deze Molenstraat die na de bommenregen dermate vernield was dat een grote ruïne overbleef. De Molenstraat was tijdens de opname van de foto in 1935 tot aan oktober 1944 een gezellige winkelstraat waar een grote verscheidenheid aan waren verkocht werd. Een groot aantal winkeliers en bedrijven waren hier gevestigd. Een enkel woonhuis was aanwezig en de zakenlieden woonden meestal boven hun winkel. Een groot verschil met nu in 2008 waar we veel leegstand zien en men van gemeentewege pogingen in het werk stelt om het centrum leefbaar te maken. Zoals u bekend zal zijn, de herinneringen in deze krant wil een terugblik zijn doormiddel van een foto met een verhaal erbij. Meestal kies ik een foto voor de groep zestig plussers omdat ik uit uw belangstelling begrepen heb dat uw herkenning nog aanwezig is. Wanneer het zo uitkomt, af en toe, een prent uit de veertiger en vijftiger jaren. Dan heb ik het gevoel de andere partij ook een plezier te doen. De Molenstraat was een straat die haar begin had bij het station waar rechts café Deters en links hotel café Eulderink. De straat eindigde bij Slagerij Wilke rechts en Pezie herenkleding links, daar waar de Brinkstraat begon. De Molenstraat heeft haar naam te danken aan een windmolen die hier gestaan heeft tot ongeveer 1880, later 10
verplaatst naar Weerselo. De Hengelose wind mag dan af en toe sterk zijn en flink overkomen bij de niet geboren Hengeloër. Maar een windmolen heeft alleen recht van bestaan bij voldoende wind. Uitbreiding van ons dorp, o.a. door vestiging van grote bedrijven, Stork, Dikkers, N.K.S. Bierbrouwerij enz. nam haar de wind uit het zwerk. Daarbij de bebouwing en de windvangerij was weg. Eerst een blik op de straat welke zoals steeds met foto’s uit die tijd een rustig beeld. Geen auto’s wel een transportfiets met een grote rieten mand voor op. Dit was een soort boodschappenfiets waar men de waren in rondbracht die besteld waren o.a. bij de slager. Links manufacturen beddenmagazijn van A.J. Mentink welk hier in 1915 reeds met de handel begon. Na 1945 is zoon G.F. Mentink verhuisd naar de overzijde. Naast Mentink had Mau Cohen zijn groentezaak, tevens was hij marktkoopman. Blekman met zijn schoen- en lederhandel was de volgende zaak. Op de hoek met een straatje linksaf was aanwezig sigaren magazijn E.J. ter Horst. De blinde muur waar we tegen aan kijken was een straat links welk luisterde naar de naam Franse Padje. Ondanks mijn naspeuring is het mij niet duidelijk waar deze naam vandaan komt, dit straatje kwam uit op de Telgen. Mocht iemand van de lezers weten waar de naam Franse Padje haar naam aan te danken heeft houd ik mij aanbevolen. Links verder waren nog zaken welke luisterden naar de namen o.a. v. Wezel goud en zilverwerk, Ahne kleermaker, Koopman kapper. Midden achter ziet u een deel van het station 2de klasse gebouwd door Heukelom. Rechts op de hoek een prachtig pand waarvan de eigenaar H. Van Tongeren in de deuropening aanwezig is. Dit pand gebouwd in 1890 was een hotel – café met een zeer goede naam.Dr. Jozef Silvester beter bekend als Menthol kwam hier regelmatig biljarten. Kijkt u eens langs de gevel omhoog en u ziet enen prachtige gevel met een mooi balkon. Een aantal aandachtige voorbijgangers welke naar de verrichtingen van de fotograaf kijken. Verder rechts naar ht station komen wij winkels tegen die o.a de naam Vennink bakkerij, J.B. Bruist hoedenwinkel, Wouda schoenmakerij droegen. Met een laatste blik op de Molenstraat van 5 meter breed neem ik afscheid van u door u te groeten.
Hengelo, Molenstraat, 1935 11
Burgemeester Jansenplein Enige maanden geleden vroeg ik u om een reactie omtrent deze rubriek, of u deze op prijs stelt en of hij bij u in de smaak valt. Een groot aantal schriftelijke en telefonische aanbevelingen zijn mijn ten deel gevallen om hiermee door te gaan. Onder de steunbetuigingen was één persoon die deze herinneringen het belangrijkste van deze courant vond. Dat is dan wel mooi en stel ik zeer op prijs, maar u moet bij dit alles niet vergeten dat dit een blad is met advertenties van zakenlieden en het nieuws uit ons dorp. Er was ook iemand die vroeg om een herinnering met foto te besteden aan de oude apotheek met zijn prachtige torentje. Allereerst wil ik u danken voor de positieve blijken van waardering en ga nu de vraag van het torentje inlossen. Uit mijn archief heb ik een prent gezocht die ruim honderd jaar oud is. De opname is uit 1900, het poststempel op de achterzijde vermeld 1903 ten teken van verzending. Het onderschrift geeft aan Hotel “Mercurius”. Bij de zestigplussers is het beter bekend als apotheek Venlet. De geschiedenis van dit pand aan het Burgemeester Jansenplein ligt in een ver verleden. Het is mij niet mogelijk in dit korte verhaal alles uitvoerig te beschrijven. Met grote stappen zal ik door de jaren heen gaan en alleen dat vertellen wat voor u van belang is en het meest in het geheugen ligt. Dit pand stond tot 1963 op het Burgemeester Jansenplein, daar waar nu eetcafé “De Blauwe Engel” gevestigd is. De eerste bouwactiviteiten voor een café in bescheiden omvang op deze plaats, heeft een begin in de zeventiende eeuw. Het kreeg de naam café “Snapop”. Dit vind ik een zeer toepasselijke naam wanneer wij van de naam snaps uitgaan, waar alcoholische versnaperingen genuttigd worden. Op een bepaald moment in 1890 komt een zeker Jan Hendrik Prévoo in de geschiedenis tevoorschijn. Hij is werkzaam bij de marechaussee en laat zijn oog vallen op de dochter Johanna Petronella Smit, die bij haar vader achter de tapkast in het bovengenoemde café aanwezig is. Van het een komt het ander en ook toen heeft de natuur zijn loop gehad. Het stel gaat trouwen en Jan Hendrik komt in bij de zaak en hij viel meteen met zijn neus in de boter. Tijdens marktdagen, jaarmarkten enz. die in die tijd voor de deur van het café gehouden werden, stond de jonge Bernadien achter de tapkast met een stralende lach de dorstige klanten te bedienen. Jan Hendrik haar man zag dat het goed was en dacht: “Opmaak dut de botter verkoop’n.” Toen de vader van Ber12
nadien kwam te overlijden, heeft Jan Hendrik de zaak grondig aangepakt. Hij had al enige jaren de Hengelose Wind door zijn haren gevoeld, dus hij dacht nu of nooit. Hij geeft het architectenbureau Van der Goot & Kruisweg opdracht een fraai hotel te bouwen, voorzien van warm en koud stromend water, tevens bordjes aan de muur om niet op de grond te spugen, want in die tijd rookte men weinig sigaretten en werd er veel gepruimd. Grote zalen voor vergadering en verkopen, tevens zestien hotelkamers. In die tijd was de verlichting met petroleumlampen. Jan Hendrik liet verlichting aanleggen voor gloeilampen. De stroom kwam van het Twents Centraal Station, gelegen aan de Bornsestraat, daar waar later het HEIM haar onderkomen vond. Jan Hendrik was geen lang leven gegeven. Hij overlijdt op 33-jarige leeftijd en laat zijn vrouw en zeven kinderen achter. Zij verkoopt het hotel in 1908, maar de volgende eigenaar kan zijn draai in de Hengelose wind niet vinden. De deur van het hotel gaat op slot en de grote zalen lenen zich uitstekend voor het houden van bioscoopvoorstellingen die toen juist in opkomst waren. Toen was het nog een film zonder geluid, waarbij ingehuurde krachten de explicatie verzorgden. Uitleg werd gegeven wat er op het witte doen te zien was, als het romantisch werd kwam er een viool aan te pas. De tijd gaat verder en we zijn in 1926 aangekomen. Na een grondige binnenshuis verbouwing begint de heer C.N. Venlet er zijn apotheek. De heer Venlet was bekend in Hengelo sinds 1901. Hij had reeds een apotheek van de dames Ter Marsch overgenomen, daar waar later Koop zijn apotheek had. Venlet koopt dus in 1926 de bioscoop en start zijn apotheek. Hij had het voordeel dat toen juist de huisartsen hun huisapotheken als verleden tijd beoordeelden. In 1944 overlijdt Venlet. Hij wordt opgevolgd door de heer F. van Leent. Deze heer was een vrijgezelle persoon met een grote belangstelling voor de geschiedenis van Hengelo en een regelmatig bezoeker van het Historisch Museum. Met Piet Hamer heb ik hem regelmatig bezocht. Dat hij Oald Hengel een goed hart toedroeg blijkt uit het feit dat na zijn overlijden het Historisch Museum als een zijner erfgenamen aangemerkt werd. Een der zalen in het museum is met zijn naam geëerd. Rond 1963 werd dit prachtige pand afgebroken voor herinrichting van het Burgemeester Jansenplein. De foto
geeft een rustig beeld, kenmerkend voor 1900. Links drie staande personen, ernaast een overdekte handkar met grote wielen, waarbij de eigenaar juist in zijn kar duikt om de bestelde spullen voor het hotel af te leveren. Rechts een platte lange kar met een huif er boven wat een huifkar genoemd werd. Een paard ervoor met de voerman links kijkend naar de fotograaf. Onder het geboomte een koetsje voor vervoer der gasten van en naar het hotel. Rechts
achter de bomen een oud pand wat in 1930 afgebroken is om plaats te maken voor lunchroom/hotel Ten Hoopen. Een laatste blik op hotel “Mercurius� met zijn prachtige torentje en balkon zegt ons dat er omstreeks 1960, met de bouw van ons nieuwe stadhuis en de herinrichting, veel van het erfgoed onze voorvaderen verdwenen is om Hengelo op te stuwen in de vaart der volkeren. En al dat verlorene stemt mij droevig.
Burgemeester Jansenplein, later apotheek Venlet, 1900 13
Langestraat De naam Langestraat doet vermoeden dat dit een straat moet zijn van behoorlijke lengte. In Hengelo hebben we echter een Langestraat van enkele honderden meters, van Deldenerstraat tot Burg. Jansenplein. Dit is een klein stukje in vergelijking met b.v. de Langestraat in Delden. Die is enkele kilometers lang. Dit stukje Langestraat in Hengelo, door mij gefotografeerd in 1976, is en oud stukje Hengelo, waar we met enig recht trots op mogen zijn. Dit stukje bestaat uit oude bebouwing uit de 17e en 18e eeuw. Het staat op de monumentenlijst en we moeten er dus zuinig op zijn. Tijdens het maken van de foto stond ik met de rug naar de toren van het stadhuis en keek richting Deldenerstraat. Er staan vijf panden op. Hiervan wil ik u vertellen wat in 1976 de bestemming ervan was en in de tijd daarvoor, voor zover mijn herinnering toereikend is. Het is een rustig moment. We zien twee wandelaars, twee geparkeerde auto’s en parkeermeters. Die laatste waren er toen al. De gemeente kon ook toen niet alleen van de Hengelose Weend leven. Links de kapperszaak van Ferdinand Boersma. Tijdens het maken van de foto had Ferdinand de kappersschaar al opgeborgen. Behalve kapper was hij een erkend kunstschilder van stillevens. Wanneer hij even geen klanten had, nam hij plaats achter zijn ezel om zijn talenten op het doek tot uitdrukking te brengen. In 1934 begon hij in dit pand met zijn kapsalon tot hij, naar ik meen, in 1975 stopte. Als je zijn zaak binnenkwam rook het altijd naar terpentijn en verf. In 1978 is er in het Historisch Museum een tentoonstelling van zijn werk geweest. Ook was hij een zeer gewaardeerd lid van het Koninklijk Hengelo’s Mannenkoor. In 1979 is hij overleden. In dit pand op nr. 25 vinden we nu café Het Uurwerk. Nummer 27, het pand met het spitse dak, is vòòr 1890 gebouwd. Op de gevel is Nijhoff vermeld. Hier was tot 1910 de kledingzaak van de gebroeders Oostvogel gevestigd met als handel Hoeden-Petten-Pelterijen. In 1910 ging Oostvogel naar de Enschedesestraat/hoek Nieuwstraat. Van 1910 tot 1953 was Westenburger de bewoner van dit pand. In 1953 komt de heer J.P.J.L.M. Nijhoff met zijn zadelmakerij van de Burg. Jansenstraat naar deze winkel. Hij moest daar weg i.v.m. de bouw van het nieuwe stadhuis. Toen zijn vader stopte, heeft Harry Nijhoff samen met zijn vrouw de zaak voortgezet. Inmiddels was men overgegaan op het ritsen inzetten, knoopsgaten maken en de verkoop van o.a. leer en knopen, want het zadels voor paarden herstel14
len was verleden tijd. Tot 1989 heeft de zaak haar klanten bediend, toen werd het een bruin café en het heet nu café De Peppel. Vervolgens het witbepleisterde pand op nr. 29. Ik ken dit onder de naam van de familie Küster. Of dit een café of een hotel was, is mij niet bekend. We vinden hier nu bistro De Bourgondiër. In het volgende prachtig gebouwde pand op nr. 31 heeft jarenlang G. Vos zijn sigarenzaak gehad. Daarvoor zat er boekhandel G.P. Hoekstra. Een sigarenzaak levert nu geen broodwinning meer op, dus dat is verleden tijd. Hier hebben we nu café biljart Janine. Dan volgt een open ruimte met , zo’n 20 meter uit de rooilijn naar achteren, de smederij en constructiewerkplaats van de firma Rengers, reeds lang vertrokken naar de Krabbenbosweg. Een aantal jaren heeft het pand leeg gestaan en het heeft verschillende bestemmingen gehad. Afgelopen september ging ik er een kijkje nemen en zag dat op de oude fundamenten iets nieuws was opgebouwd. Het vooruitstekende donkere pand, nr. 36, is bekend als het Lambooyhuis en is vermeld op de landelijke monumentenlijst. Over dit huis is wel een volledig artikel te schrijven, maar ik zal u de hoofdpunten aangeven. Het huis is gebouwd vòòr 1800 als dorpsboerderij. Het is een hallehuis met stenen plinten, gemaakt van hergebruikte grafstenen. In dit huis heeft vanaf 1919 de heer J. Lambooy met zijn familie gewoond. Hij was huis- en decoratieschilder en had zijn werkplaats naast het huis, nu nog aanwezig. De familie Lambooy had een zoon Herman die te werk was gesteld aan de Leusveenschool in het lokaal waar borstels en bezems gemaakt werden. De heer Lambooy was een zeer begaafd persoon: hij heeft o.a. 40 jaar tekenlessen gegeven op avondscholen. Op 80-jarige leeftijd is hij overleden. De plinten van de hergebruikte grafstenen zijn links aan de voorkant van het huis te zien. Als u op de knieën gaat, zijn de initialen nog zichtbaar. De vraag is waar dit vandaan komt, wie zet er nu grafstenen aan zijn huis? Vermoedelijk zijn ze afkomstig van de Algemene Oude Begraafplaats aan de Bornsestraat. Deze begraafplaats is enkele keren geruimd en er werd per opbod verkocht. In 1800 leefde men nog niet in zo’n welvaart als nu. De heer Theo Wolvecamp (1925-1992) nam hier in 1972 zijn intrek om zijn kunst als Cobra-schilder gestalte te geven. Het laatste stukje muur is van slagerij Van Gelder en gebouwd vòòr 1940. Het pand heet nu Innocent. Hier wil ik
nog een andere keer aandacht aan besteden met een foto waarop het pand beter zichtbaar is. In het stukje op de foto vinden we nu vier horecazaken, voor liefhebbers van
alcoholische versnaperingen voldoende keus. Het doet mij wel iets dat men voor diverse zaken een Nederlandse naam gezocht en gevonden heeft.
Langestraat richting Deldenerstraat, 1976 15
Stadhuis Wanneer men vanuit Enschede Hengelo binnenkwam en het viaduct op de Enschedesestraat voorbij was, kon men tot 1962 deze blikvanger op de foto van ver reeds zien. Een groot aantal keren is mij verzocht om een foto met een verhaal te plaatsen van dat mooie oude stadhuis. Ontelbaar zijn de souvenirs op bekers en tegeltjes waarbij dit stadhuis aanwezig is. Het roept bij vele vijftig- en zestigplussers herinneringen op waar ik graag aan wil voldoen. In het verleden heb ik eerder dit stadhuis beschreven, maar dat zullen de diegenen die zich dat herinneren mij vergeven om het zo voor de anderen mogelijk te maken. Deze keer heb ik een foto uitgezocht waarop een muziektent midden voor het raadhuis aanwezig is. Hengelo kreeg in 1798 bij koninklijk besluit de opdracht om een gemeenteraad te vormen en zo tot zelfstandige gemeentelijke besluiten te komen. U zult zich afvragen of daarvoor alles op de boerenfluitjes werd geregeld. Hengelo stelde in 1798 nog weinig voor. Een samenraapsel van door elkaar staande boerenwoningen. Gemeentelijke besluiten werden genomen in Delden waaronder men als dorp viel. Zowaar in 1802 had Hengelo een eigen gemeentebestuur en een raadhuis aan de Willemstraat. De raadsbesluiten werden genomen in een verbouwde woning met een raadzaal van vier bij vier meter en daarbij nog een turfhok. In 1861 werd een stuk tuin aangekocht van de weduwe Walkate. Het duurde tot 1868 voor het benodigde geld bijeen was, zodat de aanbesteding tot bouw van een raadhuis plaats kon vinden. Het gebouw was in het eerste begin eenvoudig van opzet. Het bestond uit de bebouwing op de begane grond en de eerste verdieping. Dat is duidelijk te zien daar waar de boogvensters met luiken aanwezig zijn. Tevens was er ruimte voor arrestanten en een brandweerwagen. Hengelo ontwikkelde zich. In 1876 werd een post- en telegraafkantoor gebouwd, herkenbaar op de foto rechts. De ruimte was vrijgekomen nadat de eerder genoemde weduwe Walkate haar boerderij aan de gemeente verkocht had. Door de ontwikkeling van Hengelo groeide de bevolking in een geweldig tempo. Hengelo telde in 1870 vijfduizend inwoners en in 1900 vijftienduizend. De oorzaak lag bij de metaalbedrijven als Stork, Dikkers en HEEMAF. Alles wat dit met zich meebracht, was onder an16
dere huisvesting. De aanleg van straten moest in goede banen worden geleid. De gemeenteambtenaren bogen zich over dit vraagstuk en streken zich herhaaldelijk door het schaarse haar. Ruimtegebrek was het probleem en de oplossing werd gevonden door een verdieping op het raadhuis te bouwen. Zo gezegd, zo gedaan. Tevens kwam er een klok met een klokkentorentje en een heus balkon waar de burgermeester met het college plaats kon nemen om de Hengelose groei te kunnen waarnemen. Men keek en zag dat het goed was. De Hengelose wind streek hen bevallig over het gezicht. De ruimte voor het stadhuis werd markt genoemd en de nu genoemde burgermeester Jansenstraat, Marktstraat. De verbouwing vond plaats in 1898 en Hengelo ontwikkelde zich verder. Bovengenoemde naamaanduiding heeft geduurd tot ongeveer 1928. Wij hadden in die tijd een burgermeester met de naam Jansen. Bij zijn afscheid werd hij geĂŤerd met bovengenoemde namen voor zijn vele verdiensten ten behoeve van Hengelo. De muziektent voor het stadhuis werd gebouwd in 1912. De bedoeling was dat de diverse muziekverenigingen hier hun bekwame kunsten zouden laten horen. Een deel der raadsleden was tegen, omdat deze muziektent een dermate grote ruimte in beslag zou nemen wat voor de beschikbare ruimte van de markt af zou gaan. Voor het stadhuis werd een goederen- en fruitmarkt gehouden. Het was in die tijd normaal dat boeren uit Driene, Hasselo, Delden en Oldenzaal hier naartoe kwamen met onder andere boter, eieren en stro om dit te verkopen. Daarnaast werd er vee verhandeld wat verderop geschiedde voor de Lambertuskerk en op de Enschedesestraat. Later werd de markt en veemarkt verplaatst naar de Oldenzaalsestraat/ Wemenstraat nadat in 1930 de afbraak van het textielbedrijf de Twentse Bond had plaatsgevonden. Door de raadslieden werden links en rechts de voelhorens uitgestoken wat de plaatselijke middenstand van de te bouwen muziektent dacht. Dat ging wel heel anders dan nu met de inspraak hetgeen nu duidelijk zal zijn. Nu is er inspraak en na de inspraak volgt er overleg. Na het overleg volgt de raadsvergadering waar de bevolking zijn zegje mag doen. Maar dan zijn we al een aantal jaren verder. In 1912 gingen de raadslieden enkele cafĂŠs langs op de
markt. Deze juichten het plan toe en deze zagen het geheel zitten. Stoeltjes voor het cafĂŠ, een zwoele zomeravond en een goed gevuld glas. Dat was dus dikke mik: bouwen met die handel! Als mijn inlichtingen juist zijn, is het voorgekomen dat vooral na 1914 tot 1918 in de eerste wereldoorlog de hier gelegerde militairen hun nummertjes opvoerden onder het baldakijn van deze tent. De oorlog was in 1918 voorbij en het muziekgebeuren ook. In 1920 werd de muziektent verplaatst naar de gemeentetuin wat wij nu kennen als Prins Bernhardplantsoen, maar in 1920 was prins Bernhard nog niet waargenomen. Rest mij is te melden dat de foto is gemaakt in 1918. Ik
wil verklaren waarom ik het huis van de vroede vaderen de naam heb gegeven als raadhuis, stadhuis en zoals wij het nu kennen als gemeentehuis. Men was blij dat er in Hengelo in 1802 een raad was, dus raadhuis. In 1930 begon de Hengelose wind aan te wakkeren, alhoewel men daar in Enschede al bezwaren tegen had. Stork, Dikkers, HEEMAF metaalstad, allemaal vakmensen, dus stadhuis. In 1970 werd het duidelijk dat Hengelo wel stadsalures had, maar geen stadsrechten zoals onder andere Oldenzaal en Enschede dus gemeentehuis. Er werd vanuit Enschede goedkeurend geknikt. Met enige weemoed kijken we naar de foto waarop geen beweging van enig verkeer merkbaar is.
Stadhuis in Hengelo, 1918 17
Anninksweg Op een rustige zondagmorgen in 1975 heb ik deze opname gemaakt. Een lichtbewolkte lucht, de boom op de achtergrond volop in het groen en geen verkeer, slechts één persoon op de fiets. We kijken naar café Anninkshook, gelegen naast het belastingkantoor aan de Anninksweg. Aan dit café is een rijke geschiedenis verbonden, die ik in grote lijnen zal proberen weer te geven. Rechts naast de voordeur ziet u een witte gevelsteen met de tekst ‘1 Nov. 1895 G.J.B.’ Dit geeft aan dat de eerste uitbater J. Beltman vòòr 1900 zijn café had. Goed gelegen aan een centrale toegangsweg naar centrum en markt voor boeren uit Driene die met vee en andere handel naar de markt gingen. Dit zal Beltman geen Hengelose windeieren gelegd hebben. Hengelo had tot 1935 een goede veemarkt en nadat het vee verhandeld is, smaakt een borreltje uitstekend, vooral wanneer de handel goed is verlopen. G.J. Beltman begon dus zijn café en slijterij in 1895 en ging door tot 1960. Toen nam de heer Schutten het over. Hij is niet zo erg lang cafébaas geweest: in 1970 kwam Van de A, die tot 1981 zijn klanten hier bediende. Ik herinner mij nog goed de familie Kolner die tot de afbraak in 1995 hier tot volle tevredenheid van hun klanten hun diensten aanboden. In de tijd van Beltman, Schutten en Van de A waren er veel bruiloften en partijen. Later kwamen er grote veranderingen. Vanaf 1960 deed men bij Anninkshook zijn schriftelijk examen voor het rijbewijs en startte men er het praktijkexamen. Hier hebben een groot aantal Hengeloërs met bevende knieën het bericht van de examinator afgewacht: ‘geslaagd!’ of ‘u gaat het nog eens overdoen’. Toen de gebroeders Herman en Leo Kolner de leiding kregen in 1981 volgden vele activiteiten elkaar in snel tempo op. Een aantal verbouwingen vond plaats en vooral het bowlingcentrum was in trek. De slijterij werd uitgebreid, want een ‘heel of half moätje’ halen was met het stijgen van de welvaart verleden tijd. Men kocht het nu per fles. Een ‘moätje’ was een klein plat flesje, waar vier of twee borreltjes in konden. De welvaart heeft velen dorstig gemaakt. Een groot aantal Hengelose paartjes vierden hun bruiloft bij Anninkshook en hebben er goede herinneringen aan. De carnavalsvereniging De Noorkermennekes had hier vanaf 1982 tot de afbraak in 1995 haar residentie. Ook de Hookkeels vonden hier hun 18
onderkomen tot ze naar Hotel Royal gingen. Verder waren er bingo- en bridgeavonden. Ook kan ik mij herinneren dat er pluimveetentoonstellingen gehouden werden. Naast al deze bezigheden werden er koffietafels na een begrafenis gehouden en Oald Hengel heeft hier vele jaren een gastvrij onthaal gehad met haar winterprogramma. En dan ben ik vast nog een aantal activiteiten vergeten, waar de familie Kolner haar handen dagelijks meer dan vol aan had. Anninkshook werd zelfs wel eens ‘de huiskamer van Hengelo’ genoemd. Toen bekend werd dat de familie Kolner alles verkocht had en dat er nieuwbouw zou komen, ging er een zucht van teleurstelling door verschillende besturen van verenigingen. Hun ‘huiskamer’ ging weg en tevens zou een bekend en vertrouwd stukje Hengelo verleden tijd worden. Met de afbraak van het naastgelegen belastingkantoor kwam een grote hoek vrij voor de nieuwbouw van ’t Annink. Velen van u hebben een goede herinnering aan Herman en Leo Kolner, vooral door hun gemoedelijke wijze van optreden en zakendoen. Leo Kolner is een aantal jaren geleden overleden. De gevelsteen ‘1 Nov. 1895 G.J.B.’ is na afbraak door de familie Kolner geschonken aan het Historisch Museum en is te bezichtigen in de tuin aan de Beekstraat. Naast Anninkshook zien we een blok van vier woningen. In de eerste van links woonde de familie Beltman tot haar vertrek. De tweede werd gebruikt als magazijn voor het cafégebeuren. Het derde was de werkplaats van schoenmaker Zengerink. Ik weet niet of hij er ook woonde. Van het vierde huis is de bewoner mij niet bekend. Tegenover deze woningen waren de werkplaats en en het woonhuis van aannemer Beltman, een broer van de caféhouder. Dit was het verhaal van een bekend en geliefd onderkomen in Hengelo, alleen nog aanwezig in onze herinnering. Kijkt u eens naar de houten betimmering aan de daklijst bij de hoofdingang, een houten versiering, die ik nu bij de nieuwbouw mis. Ik wil met u nog even terug naar mijn ‘Herinnering’ van 25 oktober. Hierin beschreef ik de lederzaak Nijhoff, die in 1989 naast Boersma stopte. De zaak werd met een andere eigenaar onder de naam Nijhoff voortgezet aan de overzijde naast fotozaak Bertelink. In 1993 verhuisde Nijhoff naar de Drienerstraat, waar men, evenals in het verleden, de klanten graag van dienst wil zijn.
Anninksweg met cafĂŠ-restaurant Anninkshook, 1975 19
Enschedesestraat Voor de eerste herinnering van 2006 heb ik gekozen voor een foto van de Enschedesestraat. De foto geeft een goed overzicht van de prachtige gevelrij linksboven en middenvoor ziet u een merkwaardig waterpompje. Deze foto is genomen in 1949 bij de ingang van de Telgen (rechts), richting Drienerstraat. Het pompje op de voorgrond stond daar tot 1955 en was een overblijfsel uit 1920. Toen stond hier een grote waterpomp met een groot aantal aansluitingen om het vee op dit gedeelte van de Enschedesestraat (toen Markt) van drinken te kunnen voorzien. Hengelo had tot 1930 op deze plaats een druk bezochte veemarkt, die na de afbraak van textielfabriek de Twentse Bont aan de Oldenzaalsestraat daar naartoe verplaatst werd. Zo had men het hele marktgebeuren bij elkaar op de Nieuwe Markt. Op de woensdag en zaterdag was er de groente- en warenmarkt en eens per 14 dagen op vrijdag de veemarkt. Met het verplaatsen van de veemarkt uit het centrum naar de Oldenzaalsestraat (nu parkeergarage Thiemsbrug) ging een lang gekoesterde wens van veel Hengelose zakenlieden in vervulling. Want stelt u zich eens voor: Je hebt je zaak schoon en alles op orde en de deur gaat om 9 uur open. Tegen 10 uur komen de eerste klanten met stro, hooi en aanverwante zaken van de veemarkt aan hun voeten de zaak in. Daarnaast waaiden er bij het open- en dichtgaan van de winkeldeur nog allerlei ongerechtigheden naar binnen. Men had in die tijd nog wel het voordeel dat de klant de deur open moest doen om binnen te komen. Als ik nu wel eens door het centrum fiets, of het nu 20 graden boven of onder het vriespunt is, zijn de deuren open. En dan denk ik wel eens: “De verwarming kost daar vermoedelijk minder dan bij mij thuis”. Het pompje op de foto was een overblijfsel van één grote centrale waterpomp. Aan de pomp op de foto zit één aansluiting. Beide pompen dienden om na afsluiting van de veemarkt alle ongerechtigheden weg te spuiten. De Hengelose veemarkt stond goed aangeschreven. Ook o.a. uit Zwolle, Deventer en Kampen kwamen de veehandelaren naar hier. Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog liep de belangstelling duidelijk terug. Hiervoor zijn verschillende oorzaken aan te wijzen. In de oorlog was het de voedselschaarste en na 1945 de verplaatsing uit het centrum. Veehandel deed je af met veel handgeklap en een borrel. De gelegenheid voor de borrel was aan de 20
Enschedesestraat volop aanwezig: café Kole, café Falkman (nu ’t Pleintje) en George Schildkamp (nu De Appel). Op de nieuwe plek waren café Wilmink (Wemenstraat), café Smithuis (Burg. Jansenstraat) en natuurlijk Gait van ’n Tol (Oldenzaalsestraat) in de buurt. Op de foto zien we dat het een zonnige dag is: zomerse kleding en blad aan de boom. Opvallend is dat er geen auto te zien is, slechts voetgangers en fietsers. Rechts op de foto zien we nieuwbouw uit 1946, want deze hoek had er tijdens het bombardement van 6 en 7 oktober ’44 behoorlijk van langs gekregen. Sigarenmagazijn J. Hilberink was er gevestigd (nu parfumerie Bevelsborg). Links achter de boom een stukje met wat vroeger hotel De Halve Maan was (nu de HEMA). Omstreeks 1950/1960 was hier de meubelzaak van Platvoet, die als bijnaam ’n Plat’n had. Vervolgens een brede ingang, waar het koetsje van De Halve Maan toegang had. Toen de foto gemaakt werd, was dit de ingang van een bewaakte rijwielstalling van de heer Kroeze. Voor 5 cent werd je fiets goed bewaakt en niet vogelvrij, zoals nu. Het eerste neergelaten zonnescherm hoorde bij Apotheek Koop, een aantal jaren geleden vertrokken naar de De Wetstraat (nu Bij Brigitte). Achter het tweede zonnescherm was de winkel van opticien Anton Heijn. Hij stond bekend als ‘de knapste man van Hengelo’. Met veel charmante woorden en gebaren wist hij vooral zijn damesklanten een duurder montuur te verkopen dan ze oorspronkelijk van plan waren. Op het volgende adres vinden we fotograaf A. Rutgers. Dit was een uitstekende fotograaf, die vooral kundig was in het maken van staatsieportretten van bruidsparen. Ook heeft hij enige tijd als bedrijfsfotograaf voor Heemaf gewerkt. Hier vinden we nu Zeeman en Van Leest. Het volgende pand was bewust zonder zonnescherm, want alles wat daarbinnen verhandeld werd, moest blinken. Hier was nl. de Amsterdamse Bank gevestigd. U begrijpt het al: als iets blinkt en schittert, happen beleggers eerder toe. Het derde zonnescherm hoorde bij boekhandel Broekhuis, die hier al in 1890 gevestigd was. Men had er vroeger ook een boekbinderij bij. Later nam de heer Van de Maar
de zaak over. Enkele jaren geleden verhuisde de zaak naar de Wemenstraat. Het mooie ronde geveltje hoorde bij Cinema Palace, in die tijd geëxploiteerd door de familie Koper. Het hoog opgetrokken pand was het Amstel Hotel met uitbater J.B. Bolhuis. In 1948 had men er juist een aantal verdiepingen op gebouwd. In het Amstel Hotel was niet zomaar iedereen welkom. Wanneer je niet volgens de toen geldende normen gekleed was, kwam de dienstdoende kelner met een kaartje op het dienblad met de tekst ’Uw bezoek wordt niet op prijs gesteld’. Het laatste pand voor de ingang van de Drienerstraat was van de firma G.F. Ruepert. Dit was een galanteriewinkel waar je alles kon kopen, van wasknijpers tot kinderwagens. Ook was er een ijzerzaak aan verbonden, die was links aan het begin van de Drienerstraat. Nu vinden we hier Intertoys.
Omdat dit de eerste ‘herinnering’ van 2006 is, wil ik u als lezer graag danken voor de vele persoonlijke en telefonische reacties in het afgelopen jaar, waaruit blijkt dat u deze rubriek op prijs stelt. Bedenk echter wel dat ik de situatie beschrijf van de foto: wat er op voorkomt met een beetje ervoor en een beetje erna. Het voert te ver om alles te noemen. Tevens wil ik mijn informanten bedanken voor het luisterend oor als ik twijfel of denk “Ik geloof dat ik wat ouder word.” Ik eindig met u alle goeds voor 2006 te wensen, met veel gezondheid. ‘At ow de leu wat kwoads andoot schriew dat met ’n vinger in het zaand. Mer at ze ow biejstoat in owwn noad En zo ow treft in ow gemood,’t is weerd daj dàt ow in ’t härte braandt.
Hengelo (O), Enschedesestraat, 1949 21
Nieuwstraat Op de foto de Nieuwstraat uit 1950, waarin velen van u een tastbare herinnering kunnen vinden. De fotograaf stond met zijn rug naar het station op de kruising met de Molenstraat en zijn camera naar de Enschedesestraat gericht. Het is zomer, gezien de jongens in korte broek links en de dames in lichte zomerjurken in het midden. Er zijn drie auto’s te zien en een aantal fietsers en wandelaars. Deze straat maakte voor en na de Tweede Wereldoorlog deel uit van het ‘beroemde rondje’: het rondje voor de jeugd om je te laten zien en om gezien te worden. Want, zoals Wim Sonneveld eens zei, de natuur moet zijn loop hebben. Het was jarenlang o.a. bij de Hengelose jeugd de gewoonte om ’s zaterdags en ’s zondags bij goed weer en vooral voldoende licht het rondje te lopen. Het begon in de Nieuwstraat, bij Hamburg rechtsaf de Molenstraat in, Brinkstraat bij slager Willie rechtsaf, aangekomen aan de Enschedesestraat bij Oosterholt Wiegerink rechtsaf, tot aan de Nieuwstraat bij Oostvogel weer rechts. En vooral de ogen open om te zien wat er zoal in het wild rondliep. De meisjes liepen linksom en de jongens rechtsom; dat was een ongeschreven wet. Wat dacht je wat, je moest alles goed bekijken; de Hengelose jeugd was niet op het achterhoofd gevallen. Dit is zo doorgegaan tot de zestiger jaren en plots was het gedaan. Dit stuk van de Nieuwstraat was, in tegenstelling tot de Brink en de Molenstraat, de bombardementen van oktober 1944 redelijk goed doorgekomen. Vanaf de Spoorstraat t/m Menting op de hoek van de Molenstraat was alles plat. Met de beschrijving van de panden op de foto beginnen we links. Op de hoek met de Molenstraat zat Hamburg Delicatessen (hier niet zichtbaar). Tot enkele jaren geleden is Hamburg steeds op deze plek gebleven. In de toekomst komt er een foto waarop de zaak wel goed zichtbaar is. Als tweede winkel was hier Magasin de Paris, handel in lederwaren en aanverwante artikelen. Nu vinden we er Cecil kleding, Douglas, Promiss en Trekpleister. De volgende zaak was Wagenaar kleding, dan poelier Mientjes, schoenhandel BATA , schoenenzaak Van Haren en Ten Heggeler diervoeders. Op de hoek met de Nieuwsteeg was 22
slagerij A. van Engel. Deze heer Van Engel is in de oorlog weggevoerd en niet teruggekeerd. Naar ik meen heeft zijn knecht de zaak onder dezelfde naam voortgezet. Hier vinden wij nu reisbureau D-Reizen. Hiertegenover was de banketbakkerij van Wolf. Die is niet zichtbaar, dus komen we er later op terug. Als we naar rechts kijken zien we, op de gevel en het zonnescherm, Elec. Koffiebranderij-kruidenierswinkel Van der Horst. Deze bestond al in 1915. Als u geïnteresseerd bent, loopt u naar de achterzijde van dit pand aan de Veldbleekstraat. Daar ziet u een oud pakhuis, compleet met katrol bovenin om de spullen naar boven te takelen en in het pakhuis op te slaan. Dit is het enige pakhuis in Hengelo waar dit nog aanwezig is. Hierna een langgerekt pand met de naam Elektra vertikaal op de gevel. Dit viel onder beheer van de IJssel Centrale en was een toonkamer van allerlei huishoudelijke gebruiksartikelen, van koelkasten tot stofzuigers. Hier kon de klant zijn keus bepalen en kopen. In deze zaak was in 1947 een grote wederopbouwtentoonstelling te zien, compleet met bouwmaquettes. Hengelo was in 1947 grotendeels ontdaan van puin. Maar alles moest weer opgebouwd worden. Het motto was ‘Samen de schouders eronder!’ Het nieuwe marktplein, het station, alles werd je voorgeschoteld. Het zag er prachtig uit. Toen dacht men heel anders over b.v. het marktplein dan nu in 2006. Op deze plaats vinden wij nu café De File. Op nr. 29 en 31 was de heer Kolthof gevestigd met zijn schilderswinkel, al vòòr 1900 onder deze naam aanwezig. Hij verkocht alle materialen voor kunst- en huisschilders. Een stukje glas, een foto inlijsten, alles was mogelijk. De heer Kolthof slofte op zijn gemak rond in zijn gele stofjas en wist alles zonder haast feilloos te vinden. Op nr. 27 sigarenzaak Lampe, later Tempelman kleding. Nu vinden we er Hunkemöller lingerie. We zijn nu aangeland op de hoek met de B.P. Hofstedestraat, vroeger Schoolstraat geheten. Op deze hoek zat tot 1940 de winkel van Zijlstra, later Albino en daarna G.J. Stoelinga lederwaren. Nu zit Centre Jeans in de winkel. Aan het eind van de Nieuwstraat kijkt u uit op het pand van Rupert, nu Intertoys, aan de Enschedesestraat. De Nieuwstraat is een straat met een rijk verleden. Als u er nu komt, kijkt u dan eens naar boven langs de gevelrij;
die is lang zo intact gebleven. De onderzijde met winkels is dermate aan verandering onderhevig, dat het bijna niet
bij te sloen is. Wanneer je een maand ergens niet geweest bent, zit er weer een heel andere winkel.
Hengelo (O), Nieuwstraat, 1950 23
Oldenzaalsestraat De vorige keer vertelde ik u over een foto van de Oldenzaalsestraat richting centrum, deze keer kijken we de andere kant op, richting Oldenzaal. Dat de aanwonenden in 1988 een zucht van verlichting slaakten omdat men verlost was van het doorgaande verkeer, kan men goed begrijpen als men de foto’s bekijkt in het boek ‘De lange weg van Oost naar West, van E8 tot A1’ van Jan Haverkate uit 1988. Dagelijks stonden er lange rijen vrachtauto’s van Pentrop tot de Thiemsbrug. Vergeleken daarmee ademt deze foto uit 1956 veel rust uit. In 1971 is men van mening dat er een weg om Hengelo heen geleid moet worden. In de vergaderingen die volgen spreekt men van ‘de hoed’ bij Hengelo. Door de vorm wordt het geheel gaandeweg als bisschopshoed aangeduid. Niet veel later volgt de naam kardinaalshoed en die is gebleven. Op de foto is alles nog rustig wat het verkeer betreft. Maar dat begint te veranderen. Ongeveer 10 jaar na de Tweede Wereldoorlog gaat Hengelo mee in de vaart der volkeren. De welvaart komt op gang, er is voldoende werk en degene die werken wil, vindt een baan. De eerste tv’s worden door de Hengelose zakenlieden in de huiskamers geplaatst. En wie nog geen tv heeft, gaat bij iemand anders kijken. Dat werkt voor de zakenlieden uitstekend, want de volgende maand hebben er weer meer mensen een kijkkast. Ook kon je in die tijd een ‘Haagse tv’ aanschaffen. Je liet een antenne op het dak monteren, maar de tv liet nog even op zich wachten. Voor de buitenwacht had je een tv. Dit was geen gebakken ‘Hengeler Weend’, maar een ‘Haagse tv’.Op de foto zien we aan de lange schaduw van de boom rechts, die blad draagt, dat de zon schijnt. Een geparkeerde auto rechts, een wandelaar links en een fietser in het midden. Ik heb deze foto uitgezocht, omdat het zicht links niet belemmerd wordt door het verkeer. Dit stuk wordt in 1800 ‘De Galgenmors’ genoemd. Links een gedeelte van een huis, dat in 1959 bewoond wordt door E.J. Zweerink. Het huis met trapgeveltje en zonnescherm is van schildersbedrijf Eysink. Dan volgt een vrijstaand huis op nr. 185 en dan een viertal oude woningen, die omstreeks 1900 gebouwd moeten zijn. Gezien de dakkapellen heeft er daarna nog een verbouwing plaatsgehad. 24
Hier woonden o.a. J.H.J. Peters, H.J. Peters en Leusink. Enige tijd geleden werd ik gewezen op iets bijzonders aan één van deze woningen. Na onderzoek bleek dat op nr. 187 een molentje in de verbouwde gevel aanwezig was. Verderop komt dit nog aan de orde. We kijken verder de rij langs en zien een paal met een bord ‘Esso’ eraan. Dit is de plaats waar in het verleden garage Bruins haar klanten van dienst was. Het is in 2005 afgebroken en nu komt er nieuwbouw. Garage Bruins lag aan een breed pad, want er moest ruimte zijn voor de auto’s. In het begin van de Tweede Wereldoorlog stonden hier veel Duitse auto’s om in de bekende camouflagekleuren gespoten te worden. Dit brede pad werd ook wel het ‘zwarte pad’ genoemd. Het gaf tevens toegang tot Snijders met zijn kolenopslagschuren. Aan de andere kant heeft Joop Kist Behang geruime tijd zijn handel gehad. Hier vinden we nu Direct Makelaar IJland. Voorbij gagage Bruins wil ik u enkele namen geven die ongetwijfeld nog vers in het geheugen zullen zijn. Wij denken hierbij aan Peca eethuis en café Peters, beiden onder die naam nog aanwezig. We kijken rechts en voorbij de vuilnisemmer begint de Oude Postweg. Een grote boom op de hoek met een beschermpaaltje ervoor geeft de weg aan, die er nu ook nog is. De Oude Postweg was de weg van Deventer naar Münster. In vorige eeuwen werd hij gebruikt door met paard bespannen wagens voor personenvervoer, door postwagens die ook tegen betaling mensen meenamen en door lopend voetvolk. De weg voerde door heidevelden en moerasgebied. Je moest altijd op je hoede zijn voor gevaar langs de weg, want ook toen was het ‘Let op, je vijand slaapt nooit’. Op de plek waar de fotograaf stond om deze foto te maken, was in het verleden de sigarenzaak Bevelsborg, later bloemenzaak Oude Groeninger. We zien twee hoog opgetrokken woningen en dan een grote open ruimte, die leidde naar de opslagplaats van aannemer Bos. Zijn woonhuis en kantoor waren aan de Lijsterweg. Vervolgens de Boerenleenbank, later Rabobank. Deze hoek zal in de toekomst een grote verandering ondergaan. De ruimte met opslagplaats werd jaren geleden in gebruik genomen door Daan Leuveld, de uitbater van discotheek Groothuis. Verderop was de bakkerij van de firma J.G.P. Adrichem.
Het molentje in de gevel van nr. 187 zal vermoedelijk een herinnering zijn aan de windmolen die aan de linkerzijde aan de Oude Postweg stond. De bekende Hengelose fotograaf Hubers maakte omstreeks 1900 een foto van deze molen, die op de plaats stond waar nu Electrosan staat. De molen stond op een stuk grond met de naam Norkeveld, later de Noork genoemd. Het is niet geheel duidelijk wanneer de molen gebouwd is: vermoedelijk rond 1850, en in 1915 afgebroken. De stadsbouw rukte op en de elektriciteit deed zijn intrede.
En u weet, een windmolen heeft wind nodig. Boeren uit Driene en Hasselo zijn jarenlang met hun karren vol graan naar deze molen gereden om op hun beurt te wachten. Want ook toen gold: ‘Wie het eerst komt, het eerst maalt’. De molen stond bekend onder de naam ‘Groothoes mölle’ en de beheerder was Menso Groothuis. De boeren aan de andere kant van Hengelo, b.v. uit Woolde, gingen naar de molen aan de Enschedesestraat, de molen van Weggeman. Die is nog aanwezig, de wieken zijn er echter afgehaald.
Hengelo, Oldenzaalsestraat, 1956 25
Bornsestraat Veel Hengelose mensen weten niet dat achter deze gevel van de oude Algemene Begraafplaats aan de Bornsestraat een kerkhof ligt, waarvan de geschiedenis een aantal eeuwen teruggaat. Zekerheid over het vroegste begin is niet te vinden, maar het zal ongeveer 500 jaar geleden zijn dat hier het begin van Hengelo lag.
geleid dat dit stukje groen in het centrum bewaard is gebleven. In 1970 is het tot rijksmonument verklaard. Frederika ter Horst, de grondlegger van dit alles, is geëerd met een borstbeeld op sokkel, dat staat op de begraafplaats. Het beeld is ontworpen en vervaardigd door de vroegere archivaris Piet Hamer.
Gedurende eeuwen was dit de enige begraafplaats in Hengelo. In de 18e eeuw kregen de Joden een stuk grond van de heer van het Huis Hengelo om een begraafplaats te maken aan de Dennenbosweg. In 1840 werd de r.k. begraafplaats geopend aan de Oldenzaalsestraat, tegenover de ingang van de Deurningerstraat. Daarna gingen de r.k. mensen hun doden begraven aan de Deurningerstraat. In 1910 werd de algemene begraafplaats aan de Oldenzaalsestraat geopend. De begraafplaats aan de Bornsestraat heeft nauwe betrekkingen gehad met het Huis van Hengelo, dat gestaan heeft op het Thiemsland, voordat de HEEMAF er was. Er was een kasteel met een kerk en een hof, later kerkhof, heel eenvoudig dus. Het Huis van Hengelo had zijn begin in 1383 en eindigt in 1810. De begraafplaats betekent veel voor de geschiedenis van Hengelo. Een eindeloos lange rij burgers is hier ter ruste gelegd. Niet alle graven zijn terug te vinden, want het kerkhof is een groot aantal keren geruimd en heringericht. Slechts enkelen hadden een gedenksteen. De oudste steen met opschrift die er nu nog is, dateert van 1625. Dat wil niet zeggen dat degene wiens naam erop vermeld is, er ook werkelijk onder ligt. Dit houdt verband met de herinrichting. U kent ongetwijfeld de naam Heemafstraat. Deze weg liep tot 1890 langs de grachten van Huis Hengelo, over de begraafplaats naar de Bornsestraat, richting Borne. De begraafplaats wordt in stand gehouden door een bestuur en een aantal adviserende leden onder de naam VGO (Vereniging Gemeenschappelijk Onderhoud). In 1912 werd deze VGO op initiatief van een aantal Hengeloërs opgericht. Het kerkhof had veel achterstallig onderhoud en zag er niet fraai uit. Mej. Frederika ter Horst was de grote animator. Zij nam een aantal fabrikanten in de arm, o.a. Stork en Ekker. Het resultaat was dat in 1894 dit poortgebouw tot stand kwam, ontworpen door de architecten Van der Goot en Kruisweg. Paden werden aangelegd en bomen geplant. Er kwam een doodgraver in vaste dienst, die tevens het onderhoud verzorgde. Dit alles heeft ertoe
In het begin vertelde ik dat op de begraafplaats een kerkje heeft gestaan. Laten we dit gemakshalve de slotkapel noemen, want het kerkje hoorde bij het Huis van Hengelo. In 1982 zijn de funderingsresten van de kapel teruggevonden. Piet Hamer en ondergetekende hebben grafpaaltjes in het hoofdpad aangebracht om de lengte van de kapel aan te geven. Mocht u dit willen weten en zien, vraagt u mij er t.z.t. naar. Het bestuur van de VGO wil in samenwerking met het gemeentebestuur deze begraafplaats zien als een wandelgebied voor de Hengelose gemeenschap. U kunt iedere dag rondwandelen of een kijkje nemen, van zonsopgang tot zonsondergang. Een groot aantal omwonenden heeft deze plaats van rust al ontdekt. In deze ‘Herinnering’ is het niet mogelijk de rijke geschiedenis van deze plek te belichten. Het is de geboorteplaats van Hengelo, zo rond het Huis Hengelo, waar alles begonnen is. Wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van de begraafplaats, wil ik het boekje ‘Kerk, Hof en Kerkhof’ aanraden. Het is verschenen ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de VGO in 1982 en voor enkele euro’s te koop bij het Historisch Museum aan de Beekstraat.
26
Poortgebouw oude Algemene Begraafplaats, Bornestraat, 1975 27
Drienerstraat Deze foto is wat ouder dan de gebruikelijke foto’s en is geplaatst op verzoek van een aantal bewoners van ’t Woolde. Zij hebben veel herinneringen bij deze foto en waarschijnlijk een aantal lezers ook. Het is de Drienerstraat, gefotografeerd in 1935. De straat dankt zijn naam aan het feit dat het de toegangsweg is naar Driene. De fotograaf stond met zijn rug naar de ingang van de Nieuwstraat. Vermoedelijk maakte hij de opname vanuit een bovenverdieping van Oostvogel. We zien weinig auto’s, kenmerkend voor deze tijd. Wel een aantal voetgangers, waarvan één met een zgn. bakfiets. Veel bakkers, slagers en kruideniers hadden in die tijd een aantal bezorgers in vaste dienst om de bestelde goederen bij hun klanten af te leveren en dat ging dan per transportof bakfiets. Aan de boom rechts zien we dat het zomer is. Dit blijkt ook uit de muur rechts, die geen vaste bezoekers heeft. Hierop kom ik later terug. Links zien we een aantal letters op de gevel, die horen bij de firma Rupert, een zaak in huishoudelijke artikelen. We zien ook Zilmeta, een naam die de 60-plusser goed in de oren zal klinken. Zilmeta was een merk van tafelbestek. Bij de verkoop hiervan werd het verhaal verteld dat na een groot aantal jaren, bij voorbeeld bij je zilveren huwelijk, bij dagelijks gebruik er slijtageplekken zichtbaar konden zijn. Dit was dan een goede gelegenheid om aan je kinderen een nieuw bestek te vragen. Zo ging dat toen: reclame op radio en tv was nog niet uitgevonden, maar mond-op-mondreclame deed het uitstekend. Verder zien we neergelaten zonneschermen in een motief dat nu, na 75 jaar, weer gangbaar is. Rupert had naast zijn huishoudelijke artikelen ook een ijzerwinkel. Die was ernaast en had een aparte ingang. Wanneer je de winkel binnenkwam, was het eerste wat opviel een groot aantal laadjes met schroefjes, boutjes en hangen sluitwerk. Ook kon je er kippengaas en een kruiwagen kopen. Op deze plek vinden we nu Intertoys. De volgende zaak was een breed uitgebouwde etalage van meubelzaak Eshuis. Wat mij vooral is bijgebleven, is de grote ingangspartij. Dit zal geweest zijn voor de grote meubelstukken, want er was geen achteringang. Hier is nu Hong Fong. In de rij verderop waren veel zaken, o.a. de bekende groente- en fruitzaak van Fransen en de kapperszaak van Willy Baartman. Bij deze kapper wisselden 28
voetballiefhebbers vaak heftig van gedachten tijdens het wachten. Soms had ik het idee dat de heer Baartman bij een bepaalde klant de knipbeurt iets langzamer afwerkte om zo het voetbalvuurtje de kans te geven om tot volle ontplooiing te komen. Iets verder vonden we slagerij A. Gieraad, smederij B.R. Bevers en A. Reef. Deze laatste had een winkel in diervoeders. In het voorjaar had hij in zijn etalage een oranje lamp hangen met daaronder een aantal kuikentjes die parmantig rondstapten. Via een zijingang kwam je bij het magazijn, waar je gezochte eikels en kastanjes in kon leveren. Rond 1943 was je ook welkom met afgeknipte bramenbladeren; daarvan werd thee gemaakt. De eikels brachten een dubbeltje per kilo op. Op deze plek vinden we nu Italiaans restaurant Roma. We gaan nu de rechterkant van de Drienerstraat bekijken. Hiervan is niets meer terug te vinden. Tijdens het bombardement van 6 en 7 oktober is alles weggevaagd. Net buiten beeld rechts waren het kantoor van notaris ten Doescate en de Rotterdamse Bank. Het gebouw met de hoge, markante gevel, gebouwd in 1920, hoorde bij bakkerij Borchert, inderdaad familie van Roosje Borchert die met dr. Jozef Silvester (‘Menthol’) was getrouwd. Op de gevel zien we ‘IJsbar’ en ‘Patates Frites’ staan en op het zonnescherm ‘Automatiek’. Dit was een drukbezochte uitgaansgelegenheid voor de Hengelose jongeren. Vooral zaterdags- en zondagsmiddags was het er erg druk. Na de voetbalwedstrijden van Hengelo, Tubantia en Achilles werd hier ‘nagevoetbald’, waarbij de wedstrijden van luid commentaar voorzien werden. Het ging er soms heftig aan toe. Er werd ijs en patat verkocht. Veel mensen denken dat de patat pas na 1945 in Nederland zijn intrede deed. Dit blijkt dus niet zo te zijn. Ook was er een automatiek, waar de warme hapjes niet aan te slepen waren, want voetbal maakt hongerig. In de zaak stond een aantal voetbalspelen waarvan druk gebruik werd gemaakt. Regelmatig vloog het balletje dat als voetbal dienstdeed, uit de bak. Helaas heeft dit pand met zijn mooie gevel geen lang leven gehad. Nu vinden wij hier Ophof Opticiens. Naast Borchert was de bakkerij en de oven was aan de straatkant gebouwd. Dit was een welkome gelegenheid voor de mensen die hun boterham op straat moesten verdienen. In het koude jaargetijde stonden er soms wel tien
personen op een rij om hun handen en achterzijde te verwarmen. Na Borchert de groentezaak van A. van Noort. Hier vinden we nu de Wereldwinkel, zeker de moeite waard om te bezoeken. Nu in 2006, 70 jaar later, zien we
veel zaken in de Drienerstraat die na een tijdje weer verdwenen zijn. In de tijd van de foto had je het idee dat een zaak altijd bleef, ook al door het feit dat de zaak door de kinderen werd voortgezet. Nu lijkt dit verleden tijd te zijn.
Hengelo (O), Drienerstraat, 1935 29
Emmaweg Deze keer een foto van de Emmaweg, genoemd naar koningin Emma, een straat met een bebouwing van voor en na 1900. Deze straat wordt ook wel het Amsterdamse straatje genoemd vanwege de grote verscheidenheid aan winkels en andere bedrijven. Ter oriëntatie: links de ingang Dorpsmatenstraat, rechts Helmersstraat. Bij het maken van de foto in 1975 stond ik op de plaats waar de Berflobeek onder de weg door gaat, via de Helmersstraat de Deldenerstraat kruist, zich samenvoegt met de Drienerbeek en zich dan via de Bankastraat naar Borne spoedt.
heetten de Helmersstraat, Tollensstraat, Jacob Catsstraat en Vondelstraat de 1ste t/m 4de Emmadwarsweg.
Rechts op de hoek zien we een zaak waar blijkbaar antiek verkocht werd. In 1980 kwam Club Romance in dit pand, een zaak waar het oudste beroep ter wereld wordt uitgeoefend en men zich liggend probeert staande te houden. In een ver verleden was dit een geheel andere, ik mag wel zeggen een ietwat droge zaak, waar o.a. poeders, pillen en hoestdrankjes verkocht werden. Het was een drogisterij, waar de familie Jacobs jarenlang haar klanten ontving. Deze familie had een bijzondere dochter, die in Hengelo bekendstond als ‘Mina van ’n kuierdraad’. Mina werkte op het telegraaf- en telefoonkantoor van de PTT, toen nog in de kinderschoenen. Dit telegraafkantoor was gevestigd in de B.P. Hofstedestraat. Daar bracht Mina dagelijks de telefoonverbindingen tot stand.
De Emmaweg loopt door tot de Lansinkesweg, onderweg twee viaducten passerend, waarover de treinen naar Delden en Borne rijden. Deze viaducten zijn gebouwd in 1902 met een straatbreedte van 2 meter. Dit heeft mij altijd in hoge mate verwonderd. In 1978 werd de straatbreedte aangepast. Het verkeer was toen een stuk drukker geworden.
Na drogisterij Jacobs hadden we o.a. groentewinkel Van Noort. Hier vinden we nu een coffeeshop. Ook was hier de zaak van Redemeijer, die nu een eindje verderop onder die naam nog aanwezig is. Dit is één van de weinige radio- en tv-zaken die de concurrentiestrijd heeft overleefd. De heer Redemeijer heeft al geruime tijd de zaak aan zijn knecht overgedragen, die nog steeds de naam Redemeijer in ere houdt. Voor zover mij bekend, woonde hier ook de familie Speelman. De heer Speelman was portier bij Hazemeijer en woonde later verderop in de Emmaweg. Op deze plek vinden we nu Emma’s Eetcafé en coffeeshop Happy Days. Op de hoek van de Tollensstraat was geruime tijd het Hollands café Anny & Wally. Nu komt daarin café bar Caluta. U ziet het, voor dorstige klanten voldoende gelegenheid om de kelen te smeren. We zijn aangeland bij de 2e Emmadwarsweg. Dit zal u wat vreemd in de oren klinken, maar vòòr 1920 30
Aan de andere kant op de hoek van de Tollensstraat heeft enige tijd de zaak van de heer Bosker gezeten. Hij had een handel in matrassen en vulde die ook voor klanten die deze ter reparatie aanboden. Hij vertelde mij in 1980 dat hij jarenlang bij de firma Tasche ook dit werk had gedaan. Verderop vinden we de ijzerzaak van Sanders, daarvoor was hier Kwast gevestigd.
Links zien we een oud pand uit 1900, wat past bij de spullen die er verkocht worden. De familie A. Rörink verkoopt hier allerlei artikelen uit grootmoeders tijd. Voorheen had de heer R. Roelvink hier zijn handel. Hij verhuurde caféstoelen, tafels en aanverwante artikelen. Ook verkocht hij drank. De verhuur was voornamelijk voor familiefeesten die thuis gehouden werden. Bij een trouwerij of een 25of 40-jarig huwelijksfeest ging men niet naar een hotel of café als het ook thuis kon, dat was te duur. Men leefde toen nog niet in de welvaart die wij nu kennen.. De heer Roelvink bracht zijn spullen op zijn bakfiets vrolijk fluitend naar zijn klanten in heel Hengelo en daarbuiten. In het tweede huis op nummer 3 woonde schoenmaker H.A. Leurink. Vervolgens, met het schuine dak, op nummer 5 het Ned. Hervormd Weeshuis met in het portiek een gevelsteen met de initialen G.H. en H.K. 1894. De naam ‘Ned. Herv. Weeshuis’ staat nog steeds op de gevel. Dit is niet het oudste weeshuis van Hengelo. Dat was sinds 1889 op de hoek van de Adamsweg en de Albrechtsweg. Vervolgens kwam leesbibliotheek Loek. Hier werden boeken uitgeleend en verkocht die voor die tijd een ondeugend karakter hadden. Hoe verder alles precies op rij zat, is mij onbekend, maar ik kan wel een aantal namen noemen. Op nummer 7 kapper Witsmeer, nu een knut-
selzaak. Ook was er de groente- en fruitzaak van Krabbenbos, later gedreven door schoonzoon H.J. Bisseling, die later, nadat hij uit de groentehandel was, de bijnaam ‘de rattenvanger van Hengelo’ kreeg. Hij was bij de gemeente in dienst en met de heer Stubbe trok hij er op uit om de ratten te bestrijden (“Ratten gezien? Meldt ze.”) Verderop richting Beatrixstraat, waar woningen uit 1900 stonden, is nu nieuwe bebouwing gekomen.
Enkele weken geleden was ik op de plek waar ik in 1975 deze foto maakte. Ik realiseerde mij dat dit niet meer mogelijk is, want de straat is rechts geheel in beslag genomen door auto’s. ‘Mina van ’n kuierdraad’ was indertijd uit een groot aantal dames gekozen vanwege haar duidelijke uitspraak en bespraaktheid. Wanneer Mina nu wist wat er van haar ouderlijk huis en straat geworden was, zou ze vermoedelijk sprakeloos zijn.
Emmaweg, 1975 31
Oude Molenweg Hengelo heeft op haar grondgebied twee watermolens gekend. Eén stond er achter wat vroeger het ‘Vereenigingsgebouw’was en nu de naam ‘Het Wapen van Hengelo’draagt. Die molen werd gevoed door het water van de Berflobeek. In 1872 werd daar bij werkzaamheden een compleet vloedwerk van een watermolen opgegraven. Dat stuk grond werd ‘De Molenkamp’ genoemd. Dit klinkt ons bekend in de oren, want wij kennen de Molenkampweg. De andere molen stond in de buurt van de Schalkburgerstraat op een stuk grond dat in 1833 aan het Huis Hengelo toebehoorde. Deze molen werd gevoed door de beken die hier nu nog aanwezig zijn. Zo komen wij aan de naam Oude Molenweg, genoemd naar de molen die er stond tot 1868. In dat jaar werd hij door de storm vernield. Bovenstaande foto is door mij gemaakt in 1979, juist vòòr de afbraak aan de rechterzijde. Hengelo had in 1960 plannen ontwikkeld om het doorgaande verkeer om het centrum heen te leiden: citywegen die het centrum zouden ontlasten. De Oude Molenweg was er daar één van. Verkeer uit o.a. Haaksbergen met bestemming Oldenzaal, Delden of Borne kon om het centrum heen via de Oude Molenweg, Oldenzaalsestraat en Thiemsbrug. Alle voorbereidingen waren klaar en onteigeningen gedaan. In 1980 kreeg alles zijn beslag, afbraak volgde en de weg werd breder. Bij het nemen van de foto stond ik ongeveer ter hoogte van het belastingkantoor met de lens gericht naar de Elsbeekweg en de Oldenzaalsestraat. Rechts een wit huis, dat opviel omdat het altijd zo keurig geschilderd was, met een gevelsteen rechts naast de voordeur. Hierop staat vermeld 1 mei 1900, met de initialen H.B. en J.J.A. Deze gevelsteen is op mijn verzoek met toestemming van de eigenaar uit de gevel verwijderd en is nu te bewonderen in de tuin bij het Historisch Museum. Dan komt een blok van twee woningen, waarin op nr.18 hoofd der school G. Van Dalen woonde. Daarna volgt een open ruimte, een hek en een speelplaats, met iets teruggelegen op nr. 16 de ‘School met de Bijbel’, een christelijke school. Deze school was gebouwd in 1895 en lag wat verder van 32
de straat af in verband met het lawaai. De school had de voor die tijd typerende bouw met hoge ramen, zodat de kinderen niet naar buiten konden kijken. Als we uitgaan van de gedachte ‘bij de les blijven’, was dit goed gezien. Naast de school op nr. 14 woonde wed. Knijbentz. Vervolgens een rij burgerwoningen, waar o.a. op nr. 12 de familie Kamphuis woonde. Het witte, hoog opgetrokken gebouw, dat in 1979 bekendstond als de ‘Witte Prijzenhal’, is in 1947 verbouwd tot een groentegroothandel voor de gebr. Izaak en Levi Cohen. Deze twee broers van Joodse afkomst waren de dans ontsprongen door in 1940 naar Engeland te vluchten. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen zij als militair terug en begonnen hier hun handel. Vòòr 1940 had de familie Cohen een groentegroothandel in de goederenloods van het GOLSstation aan de Parallelweg l.s. Deze is in oktober 1944 tijdens de bombardementen vernield. In de voormalige Witte Prijzenhal vinden wij nu Super De Boer. Vervolgens café De Oude Molen, bij Hengeloërs bekend als café Ter Welle. Voor 1959 was Van Veen de uitbater. Dit café werd in de vijftiger en zestiger jaren veel gebruikt voor de zogenoemde dagbruiloften van Hengelose bruidsparen. Het was raadzaam om zeker een half jaar vantevoren te bespreken, als men er een bruiloft wilde houden. Op deze plaats vinden wij nu YIPs Snooker- en Dartscentrum. Na het café komen de Elsbeekweg en de Spechtweg, waar jarenlang kwekerij Vos was gevestigd. De kwekerij is enige jaren geleden afgebroken ten behoeve van nieuwbouw die in de toekomst zal komen. Links is weinig te zien. De bebouwing is daar bijna intact gebleven. Er is een fietspad aangelegd en de geparkeerde auto’s zijn verleden tijd. Ik kan mij voorstellen dat er mensen zijn die zich afvragen hoe de watermolens gevoed werden door de beken. Als je nu in die beken kijkt moet je drie keer kijken om één keer water te zien. In 1960 is Hengelo voor de laatste keer ondergelopen door overstroming van de beken. Wie dit gezien heeft, weet genoeg. De beken waren tot de rand gevuld. Een grote kolkende stroom water perste zich door Hengelo. Het oppervlaktewater werd in die tijd
anders opgevangen dan nu, 50 jaar later. Overvloedige regenval en dooiwater zorgden er, vooral in januari en februari, voor dat Hengelo regelmatig vol liep. Ook speelde mee dat Hengelo laag ligt ten opzichte van de omliggende gemeenten. In 1950 werden plannen ontwikkeld om het water om Hengelo heen te leiden door kunstmatig gegraven beken en het water in het kanaal te lozen. In 1965 was het zover. We denken hierbij aan het water dat o.a. van Oldenzaal en omstreken komt via een gegraven beek. Een voorbeeld is de beek aan de Leutinkveldweg bij het Lonnekermeer. Ik heb gelezen dat er mensen zijn
die zich inzetten om de beken weer bevaarbaar te maken; een plan dat valt toe te juichen. Zij verkeren daarbij in de gelukkige omstandigheid dat het water in de beken vrij schoon is. Gelukkig wordt niet alles meer in de beken geloosd. In 1942 bond ik mijn schaatsen onder op de beek achter de Polswoningen aan de Oldenzaalsestraat en na een stukje schaatsen zag ik dat de closetspoeling van woningen aan de Schalkburgerstraat zijn aansluiting op de beek had. We zijn er gelukkig veel op vooruitgegaan.
Oude Molenweg 1979 33
Amstel Hotel De brandlucht nog aanwezig, de puinresten opgeruimd, een grote open ruimte. Dat is over van de plek waar enige tijd geleden een felle brand twee panden verwoestte. Uw reacties daarop hebben deze keer mijn keuze bepaald voor deze foto. Veel van mijn lezers zijn 60-plussers en zullen zich de situatie op de foto herinneren. De discussie over wat op deze plek gebouwd gaat worden, is nog niet ten einde. Wat mij wel verwondert is dat ik nog geen naam heb horen noemen voor deze open plek. Hengeloërs zijn meesters in het bedenken van namen en bijnamen voor dingen in Hengelo. Ik denk hierbij aan de open plek aan de Beursstraat na afbraak van het Concertgebouw. De bouw van het Rabotheater werd uitgesteld vanwege de grondverontreiniging. Tot 1920 had daar de gasfabriek gestaan, die toen verplaatst werd naar de Twekkelerweg. De bouwers van het nieuwe theater wisten niet dat de grond ernstig verontreinigd was. Indien men op de juiste plek geïnformeerd had, was er veel moeite bespaard gebleven. Het schoonmaken van de grond kostte veel geld en de Hengeloërs noemden deze plek ‘het financiële gat van Hengelo’. In afwachting van de nieuwbouw hier aan de Enschedesestraat stel ik voor deze plek ‘het Amstelkwartier’ te noemen. De foto is genomen in 1938. De fotograaf stond met zijn rug naar de Nieuwstraat. De rustige sfeer van deze jaren blijkt duidelijk uit de opname. Gezien de kleding van de gasten in de rieten stoelen is het een goede temperatuur om buiten te zitten. Rechts zien we een gedeelte van de zaak van G.F. Rupert met huishoudelijke artikelen. De naam Gero hoorde bij Zilmeta, de naam van tafelbestek. De naam Amstel is drie maal op de foto te zien: twee maal op de gevel en een keer op het fietsenrek rechts. Het hotel is gebouwd in 1928. In september was alles gereed en konden de gasten ontvangen worden in voor die tijd een modern hotel met warm en koud stromend water. De eerste uitbater was G.B. Smit. Op de plaats van het Amstel Hotel stond tot 1927 de drukkerij van Klaasez. De heer Smit had het goed gezien om een hotel in het centrum te bouwen. De Halve Maan, gelegen op de plaats waar nu de Hema is, had een aantal jaren daarvoor haar deuren gesloten. De voorkant geeft nog het idee van rust en sfeer, 34
men kon rustig buiten zitten, want het verkeer was nog niet zo druk. De bovenverdieping had een aantal kamers voor overnachtingen met aan de voorzijde een balkon met bloembakken. In 1948 heeft men de gevel veranderd en er een verdieping op gebouwd. In 1970 werd de naam Amstel Hotel veranderd in Postiljon Hotel. Dit heeft naar ik meen geduurd tot 1990. Toen kwamen onderin winkels en het bovengedeelte werd verhuurd voor bewoning. Links, waar de auto met nr. E36330 staat, was de ingang van de bioscoop Cinema Palace, voor velen onder u een kostbare herinnering. De mogelijkheden tot ontspanning en vermaak waren in het verleden niet zo uitgebreid als nu. Om je favoriete filmster te zien moest je wel naar binnen. Of je nu kwam voor Tarzan, Johnny Weissmüller of Ingrid Bergman, met een nekkrampkaartje voor 25 cent zag je heel wat. Voor zover mijn herinnering reikt, zal ik u de ingang van de cinema beschrijven. De voorzijde was normaal open, alleen ’s nachts afgesloten met een ijzeren hekwerk. In het midden van de hal stond een kassa voor de kaartverkoop. Van 25 cent voor de eerste vijf rijen tot het balcon voor een gulden vijftig. Rechts in de hal grote platen aan de wand van de film die op dat moment gespeeld werd. Links hetzelfde met grote letters ‘Binnenkort verwacht’ voor de komende week. Vervolgens ging je vier traptreden op en je betrad een halfdonkere zaal, waar je opgewacht werd door een plaatsaanwijzer, gewapend met een zwaaiende zaklantaarn, die je naar je plaats bracht. Wanneer je tijdig aanwezig was, kon je kennis nemen van het Polygoon Journaal met de stem van Philip Bloemendaal, een stem om nooit te vergeten. Dan kwam de reclame, met als laatste Van Winsen en dan ging er een zucht door de zaal en ging men er recht voor zitten: de hoofdfilm begon! Zondagsmiddags was er een korte filmvertoning en ’s avonds in het weekend om 18.45 en om 21.00 uur. Ik heb mensen gekend die op een hol de cinema uitliepen om naar het Concertgebouw te gaan, waar de film om 21.00 uur begon. Bij de cinema had de familie E. Nap en later Veenhuizen het beheer, in het Concertgebouw de familie Koper. In mijn stukjes van 23 april 2002 en 17 januari 2006 heb ik de rij zaken ernaast beschreven, die nu niet zichtbaar zijn. Met een laatste blik op deze historische panden
nemen wij er afscheid van. Let u eens op de mooie ronde bovengevel van de bioscoop, waarin de naam Cinema Palace in letters is weergegeven. U hebt hieraan vast herin-
neringen uit uw jonge tijd, want toen was het vaak zo dat de eerste kennismaking met de wederhelft tot stand kwam door het aanbieden van een bioscoopje.
Amstel Hotel Hengelo, 1938 35
Markt Op 2 september 1958 werd op dit marktplein met een groots opgezette taptoe de feestweek ter gelegenheid van de wederopbouwfeesten afgesloten. Men kon toen niet vermoeden dat er ruim 40 jaar later zoveel kritiek op dit plein naar voren zou komen. In ’58 was men blij over een ruim plein te beschikken voor grote feestelijke bijeenkomsten, de markt en de kermis. De discussies over de invulling en aankleding van het plein zullen voorlopig nog wel even doorgaan. Toen de fotograaf in 1960 de foto maakte, stond hij op wat toen de Cosa genoemd werd (tot voor kort was hier de Music-Store). Na de bombardementen van 6 en 7 oktober ’44 waren er al plannen gemaakt om de grotendeels vernielde binnenstad te herbouwen, ruim van opzet met centraal een groot plein. Na de sloop van de puinresten in Brinkstraat, De Brink en Molenstraat in 1957 was de weg vrij om een grote open ruimte te maken. Zo te zien is er aan de aankleding van het plein sinds 1958 weinig veranderd. Er is nieuwe vloerbedekking gekomen, maar dat was omdat het stadserf gestalte moest krijgen. In 1982 was het stadserf bijna voltooid. Alleen het marktplein moest nog een nieuwe bestrating hebben. Alles werd er in één keer uitgehaald en op een hoop gegooid. Maar o wee, de groep Doe Wat had toen juist Hengelo uitgekozen als verzamelpunt van alle groepen uit Nederland. Het legerkamp was opgeslagen bij De Weidehoek aan de Wegtersweg. Nu weet ik dat gemeentearbeiders hard kunnen werken, maar toen ... Eén dag voor Doe Wat in Hengelo arriveerde, moesten alle stenen en ander los materiaal van het marktplein verwijderd worden. Ik heb daar bij gestaan en jawel, in een halve dag was het plein vrij van losse stenen, die zo gemakkelijk in de hand liggen om te kijken wie het beste mikken kan. Alles liep gelukkig met een sisser af: Doe Wat ging in optocht naar Holland Signaal en daar bleef het bij. Op de foto zien we rechts drie auto’s: een Morris, een Italiaanse Fiat en een grote Volkswagen. De winkels op de achtergrond zijn na 1945 allemaal vernieuwd en gemoderniseerd. Rechts zien we, met zonnescherm, modewinkel Bruist. Het lijkt mij dat Bruist bijna op dezelfde plek herbouwd heeft, alleen juist tegenover de plaats waar men in het verleden aan de Brinkstraat zat. U herinnert zich misschien de winkel met die prachtige ronde eta36
lageruit, naast de Renner. Vervolgens de grote winkel van H.F. van Baaren, waarvan de etalage om de hoek tot in de Beekstraat doorliep. Van Baaren was een winkel in huishoudelijke artikelen, sinds 1930 op deze plek. Dan zijn we op de hoek van de Beekstraat, waarin het Historisch Museum ligt.. Tot de afbraak was hier een intiem pleintje met een transformatorhuisje in een klein plantsoentje. Het grote pand op de hoek is van de Twentsche Courant, te zien aan de letters op het dak. In 1950 verhuisde men hierheen vanuit Oldenzaal. Hier was meer ruimte –het aantal abonnees groeide gestaag- en Hengelo was meer centraal gelegen. Op deze foto is het kantoor nog klein, maar dat veranderde later na de verdwijning van de firma Berger en Friesendorp op de hoek van de Marskant. Drie generaties Berger hebben op deze plek hun handel gehad, voordat de laatste Berger naar de Marskant ging. Daarvoor was hier de goedkope winkel gevestigd, die samen met het huis van wethouder Kruize deze hoek van de Brink vormde. De winkel in huishoudelijke artikelen van Berger was alom bekend in Hengelo. Ik zie de heer Berger nog zo voor me, met een ietwat vermoeide tred door winkel en magazijn lopend, kijkend over zijn bril bij het zoeken naar dat waar de klanten om vroegen. In 1930 was deze zaak gebouwd met een voor die tijd zeer opmerkelijke etalage. Op de hoek met de Marskant de firma Johan Friesendorp. Boven in de gevel was deze naam aangebracht in een prachtig tegelornament. Friesendorp had een ijzerhandel en machinerieën. Met Berger is dit de enige zaak die het bombardement van 6 en 7 oktober overleefd had in deze hoek van de Brink. In 1996 volgde afbraak van de Twentsche Courant en Friesendorp en werd V&D gebouwd. Boven Friesendorp steekt zeer parmantig de watertoren van de firma Stork omhoog, daar waar nu de brandweerkazerne haar onderkomen heeft aan de Lansinkesweg. Op de hoek met de Marskant kunnen we een lege plek zien, die later bebouwd werd door de IJsselcentrale en kantoorboekhandel Lorjé. Nu, 46 jaar later, is dit allemaal al weer afgebroken en vinden we daar de Rabobank, die op onze eurocenten past. Het plein nog eens overziend, denk ik dat het inderdaad een kaal plein is. Maar wanneer men er iets omheen gaat bouwen ter aankleding en verfraaiing, is de bereik-
baarheid veel minder. Toen het plein in 1958 klaar was, prees men zich gelukkig met zo’n ruim plein. Voor die tijd stonden de marktkramen verspreid door ons dorp. Laten
we hopen dat de discussies over het marktplein weer een aanvang nemen en dat er in de naaste toekomst een voor ieder aanvaardbare oplossing komt.
Markt Hengelo, 1960 37
Noodwinkels Enige tijd geleden kreeg ik het verzoek van een zanger van het Koninklijk Hengelo’s Mannenkoor om een stukje te schrijven over de noodwinkels, waaraan hij veel goede herinneringen heeft. Dergelijke verzoeken bereiken mij regelmatig. Het is mij niet mogelijk daar altijd op in te gaan; voor deze zanger wil ik echter een uitzondering maken. De noodwinkels –het woord zegt het al- zijn uit nood geboren. Na het bombardement van 6 en 7 oktober 1944 lag een groot deel van de binnenstad in puin. De zakenlieden zaten met hun handen in het schaarse haar, want hoe moest het verder met hun handel, nu de winkels grotendeels vernield waren. In de winter van ‘44/’45 waren er plannen ontwikkeld om de zakenlieden tijdelijk ergens onder te brengen. Dat was goed gezien, want dan konden de neringdoenden hun handel weer opzetten en tevens met hun schaarse artikelen aan klantenbinding doen. Ook speelde mee dat men nu een heel nieuwe opzet voor de binnenstad kon maken. Weg met de smalle winkelstraten als de Brinkstraat en de Molenstraat. Bredere straten, een groot marktplein en Hengelo opstuwen in de vaart der volkeren! Gekozen werd voor een groot open terrein aan de Oldenzaalsestraat/Wemenstraat, wat toen de Nieuwe Markt genoemd werd. Hier werd woensdags en zaterdags warenmarkt gehouden, en eens per 14 dagen op vrijdag veemarkt, wat daar toen nog van over was. Veel vee was de pan in gegaan en de weinige paarden waren door de Duitsers gevorderd voor legeractiviteiten of voor eigen vluchtvervoer. Kort na de bevrijding, op 3 april 1945, begonnen de werkzaamheden. Er was werkvolk genoeg. In de fabrieken was geen werkmateriaal, maar puin en afbraakwerk voldoende in het centrum. De nog bruikbare stenen werden ter plekke afgebikt. Op handkarren, bakfietsen en een aangelegd smalspoor werden de stenen o.a. vervoerd naar deze plek. Voortvarend werd de bouw uitgevoerd, zodat op 22 december 1945 de feestelijke opening kon plaatsvinden. Het was in die tijd niet zo eenvoudig om aan het benodigde bouwmateriaal te komen. Mij bleek, na informatie, dat men o.a. voor electrozaken die ingebouwd moesten worden, per handkar naar Enschede ging en na een halve dag terug was. Het puinafval ging o.a. per afgedankte legertrucks en smalspoor naar een der kleigaten bij de Oelerbrug. 38
De firma Overbeek van de steenfabriek aan de Steenbakkersweg had voor de fabricage van haar stenen twee kleigaten gegraven. Wie de Oelerbrug opgaat, ziet rechts nog een kleigat. Het andere is dichtgegooid met afval uit de binnenstad. Volgens mijn informatie was dit kleigat 40 meter diep. Sportduikers waren bevreesd voor de grote diepte. Ik heb vernomen dat er nog drie oude legertrucks op de bodem liggen. Door de grote diepte en het slechte materiaal van de auto’s was het niet mogelijk om uit de diepte omhoog te komen. Na 61 jaar rusten zij daar nog steeds. Misschien een idee voor belangstellenden om onderdelen voor hun oude voertuigen op te diepen? De firma’s Stork en Dikkers lieten nog gietzand in het kleigat gooien, zodat het niet meer zichtbaar was. In die tijd was het de gewoonte om grote stukken muur, die nog redelijk intact waren, uit het centrum naar de haven te brengen. Deze stukken werden per boot naar de kustgebieden vervoerd, waar ze gebruikt werden bij het verstevigen van onze kustlijn. Op 22 december was dus de feestelijke opening van de noodwinkels. Ook werd op die dag een expositie van de wederopbouwplannen geopend onder de naam ‘Dag van de wederopbouw’.Deze expositie was in wat toen bekendstond als ‘Electro’, een zaak van de IJsselcentrale, aan de Nieuwstraat. Hier vinden wij nu café De File. De foto is gemaakt in 1947, enkele jaren na de opening. Er is een rozenperk aangelegd om het geheel een goed aanzien te geven. Zover mijn herinnering reikt, zal ik u enkele zakenlieden noemen die hier een tijdelijk onderkomen hadden. Er was veel wisseling, omdat de winkeliers een ander onderkomen vonden of omdat hun zaak herbouwd was. We vonden er o.a. Mantel Kleding, Witkam Boekhandel en ook de firma Wienk uit de Drienerstraat was er. Dit was een winkel waar van alles te koop was, van knikkers tot wasknijpers. Er waren veel Wienks in Hengelo, dat was soms verwarrend. U weet, Hengeloërs waren en zijn steengoed in het geven van bijnamen.Zo werd deze Wienk uit de Drienerstraat aangeduid als ‘Knikkerwienk’. Wienk uit de Hertzogweg was ‘Bötterwienk’, want die handelde in boter. Verder was er nog Keeswienk’, die stond met zijn kaashandel op de markt. Eén van de noodwinkels werd gebruikt door Herman Haverkate, om te beginnen met
zijn reclamebureau onder de naam Artifex Publiciteit. Café Nieuwenhuis zat met zijn café aan de Wemenstraat. Van zijn zaak, gelegen aan de beek, naast de groentewinkel van Antje ten Voorde, was niet veel meer over. Eén der zonen van Nieuwenhuis heeft nog jarenlang het doel
verdedigd van de voetbalclub GOLTO. De foto is gemaakt vanaf een verhoogd gedeelte van het Anthoniusklooster, richting Wemen- straat en Oldenzaalsestraat. Dit klooster is in 1973 afgebroken. Het hoge gebouw rechts is nu nog aanwezig en was in die tijd een ulo-school.
Hengelo, Noodwinkels, 1946 39
Oldenzaalsestraat Bij het zien van deze foto zullen velen met hun gedachten teruggaan naar belevenissen die zich daar binnen de muren hebben afgespeeld. Geboorte, overlijden of herstel na een ziekte of operatie hebben bij velen hun sporen achtergelaten. Deze foto is genomen in 1930, toen geborgenheid en vaste normen en waarden nog vanzelfsprekend waren. Voor het begin van dit ziekenhuis moeten we teruggaan tot 1908. Een aantal nonnen kwam vanuit het moederhuis in Boxmeer naar Hengelo om in een gehuurd pand op de hoek van de Paul Krügerstraat en de Bothastraat een ziekenhuisje te beginnen. Al gauw werd de ruimte te klein. Door de expansie van de grote metaalfabrieken als Stork, Dikkers, Heemaf en Hazemeijer was de bevolkingsaanwas sterk toegenomen. Er werd uitgekeken naar een groot stuk grond om een nieuw ziekenhuis te bouwen. In 1913 werd een stuk grond aan de Oldenzaalsestraat aangekocht. De Eerste Wereldoorlog (1914-1918) gaf wat vertraging, maar in 1917 werd met de bouw begonnen. In 1918 konden de eerste patiënten ontvangen worden. Het gebouw was zeer bescheiden van opzet en besloeg ongeveer de helft van wat nu op de foto te zien is. Wanneer we nu de foto bekijken, zien we een flink gebouw met de hoofdingang in het midden. Dit is niet altijd zo geweest: het eerste gebouw had de hoofdingang rechts opzij. Via dubbele deuren kwam men binnen. Het eerste gebouw in 1908 beschikte over 6 bedden, in 1918 waren er aan de Oldenzaalsestraat 12 en in 1930 was het aantal bedden gegroeid tot 75. E blik op de foto laat zien dat het winter is. Geen bladeren aan de bomen, de mensen in winterkleding. Links zien we een stukje van een transformatorhuis, waaraan –niet zichtbaar- de ijssalon van de firma Kiphart was gebouwd. Achter de moeder met kind zien we een hoog opgetrokken gevel met een beeld en een kruis. Dit was de kapel van het ziekenhuis. De kapel betekende veel voor de nonnen. Veel patiënten die weer enigszins uit de voeten konden, begaven zich naar de kapel om bemoediging en vertroosting te zoeken. Toen in 1991 het ziekenhuis werd afgebroken, vroeg iemand mij of ik een foto van de binnenzijde van de kapel had. Zij had er zoveel goede herinneringen 40
aan en er troost gevonden na een zware bevalling. Het beeld boven in de gevel is bewaard gebleven. Op initiatief van de heer W. Nijenhuis, actief binnen het Historisch Museum, is het in 1996 aan de achterzijde van het museum geplaatst, met een gedenksteen erbij. Ook de letters Gerardus Majella, die jarenlang boven de hoofdingang prijkten, zijn door bovengenoemde heer bewaard gebleven en zijn nu te zien aan de voorkant van het museum. Op mensen zoals hij, die waakzaam zijn over ons cultureel erfgoed, moeten we trots en zuinig zijn. Het ziekenhuis is steeds uitgebreid, maar in 1950/1951 komt de grote uitbreiding richting Jan van Galenstraat, waardoor het beddenaantal op 200 kon komen. Slechte herinneringen heb ik aan de bouw van de verpleegstersflat met 135 kamers in de tuin. In 1968 was men met de bouw begonnen. Hoe hoger de flat werd, hoe slechter mijn beeld op tv. In die tijd woonde ik aan de Kortenaerstraat en laat men nu juist achter mijn huis die flat bouwen. Zolang er geen glas in zat, ging het nog wel, daarna was de pret over. De golven van ontvangst gingen over mijn huis. De overburen hadden geen centje pijn. Ik mocht graag naar de verrichtingen op voetbalgebied kijken, maar ik zag door het slechte beeld drie voetballen en drie scheidsrechters. Zoals gezegd werd het ziekenhuis in 1991 afgebroken. De samenwerking met het andere ziekenhuis was een feit. Toen ik tijdens de afbraak daar in de buurt was, stapte een man van zijn fiets, verschoof zijn pet en mompelde, wel zo dat ik het goed kon horen: “Zo, dat biw ok a weer kwiet’. Velen zullen bij het lezen van dit stukje denken aan de nonnen, die hier zo veel goed werk verricht hebben. Deze nonnen waren van de congregatie Julie Postel. Wie herinnert zich niet de naam van zuster Bernadien, de operatiezuster die hier was van 1908 tot 1960? Of die van geneesheer-directeur Van IJzeren, chirurg dr. Boelens en vooral Jans Kolner, keukenhulp en manusje-van-alles. Hij was in 1883 in Weerselo geboren en overleed in 1976. Tot slot wil ik nog zuster Gemma Klein Gunnewiek noemen, die op mijn verzoek een aantal jaren geleden veel informatie gaf. Het ziekenhuis is weg. Er is een prachtig gebouw voor in
de plaats gekomen, waar de mensen prettig wonen. Onze gedachten gaan terug naar de nonnen en verpleegsters
die zoveel jaren hun goede krachten gaven voor de zieke en behoeftige mens.
St. Geradus Majella Ziekenhuis, Oldenzaalsestraat, Hengelo (O), 1930 41
Wemenstraat Met deze foto kan en wil ik graag een groot aantal mensen een plezier doen. Het is voor de vijftigplussers een uitermate bekend beeld dat veel herinneringen los kan maken. Reeds eerder heb ik deze omgeving beschreven, echter niet in de situatie als waarin de foto in 1955 gemaakt is. Ook al omdat het oude stadhuis hier centraal aanwezig is, zie ik een groot aantal aanknopingspunten waarover ik u kan vertellen. Als we onze blik richten op het straatleven, kunnen we vaststellen dat er geen auto te zien is. De welvaart van nu, die het mogelijk maakt dat in 2007 bijna iedereen een heilige koe heeft, had in 1955 zijn intrede nog niet gedaan. Het onderschrift van de foto zou u op een dwaalspoor kunnen brengen. Voor alle duidelijkheid, midden voor is de Enschedesestraat, overgaand in het Burgermeester Jansenplein, rechtsaf is de Weemenstraat. Fietsers en voetgangers bepalen hier het straatbeeld met rechtsachter een grote open boerenwagen, geparkeerd waar vroeger de ingang was van fietshandel van Wezel. Vooraan in het midden zien we een vrouw over het zebrapad wandelen hetgeen ook een tijdsbeeld is. Centraal in het midden het oude stadshuis, een symbool van een stukje monumentaal stadsbeeld uit het verleden. Regelmatig hoor ik: ‘dat stadhoes had’n ze nooit mot’n afbrek’n, dat was zo mooi’. Inderdaad, 46 jaar nadat het in 1962 is afgebroken, komen de verhalen los, dat men er gehuwd is, er de kinderen na de geboorte liet inschrijven in de burgerlijke stand enz. enz. Het besluit tot afbraak was reeds tien jaar voor 1962 genomen. Het verkeer uit Enschede, Borne en Delden moest snel door het centrum haar weg kunnen vinden en het stadshuis stond in de rooilijn. In 1970 dacht men daar weer geheel anders over en ging men ringwegen projecteren om het centrum heen. Het Historisch Museum aan de Beekstraat zit reeds enige tijd met ruimtegebrek en men zoekt een geschikte plaats om haar activiteiten uit te kunnen breiden. Indien dit stadshuis er nu nog gestaan had, zou dit dé oplossing geweest zijn. Gedane zaken nemen echter geen keer. Het stadhuis zoals u het op de foto ziet, is zoals het in 1897 gebouwd is. Daarvoor was het een gebouw zonder bovenverdieping, balkon, trappenhuis en torentje met uurwerk. 42
Tussen deze eerste bouw, in 1868, en de forse uitbreiding in 1897 is slechts 29 jaar gelegen. Bij dit alles moet u niet vergeten dat Hengelo door zijn bevolkingsaanwas een grote aantrekkingskracht had op de omringende plaatsen. Veel mensen uit Oldenzaal, Borne en Enschede hadden werk gevonden bij Stork en later bij Dikkers en Heemaf. Daarbij hadden zij de behoefte om de frisse gezonde ‘Hengeler Weend’ om de oren te voelen. Vandaar de grote aanwas en de rest vult u zelf maar aan. Wij kijken naar rechts en zien een monumentaal gebouw met op de zijgevel de naam Apotheek. Dit is een pand met een lange geschiedenis. Gebouwd in 1890 deed het eerst dienst als Hotel Mercurius, daarna was het een bioscoop. Omstreeks 1935 begon apotheker Venlet hier zijn zaken waarna hij opgevolgd werd door Van Leent. Aan de heer Van Leent bewaart het Historisch Museum een goede herinnering. Na zijn overlijden heeft Van Leent een som geld geschonken aan het museum. Uit dank hiervoor heeft men de grote ontvangstzaal naar hem genoemd. In 1966 is de apotheek afgebroken. Van Leent bediende, tot de nieuwbouw gereed was, zijn klanten in de naast gelegen kerk der Doopsgezinden. Wat mij opvalt aan de zijgevel, naast de letters Apotheek, is de lange schoorsteen. Geen pretje voor zwarte piet in de Sint Nicolaastijd. Rechts het gebouw van Ten Hoopen lunchroom. Bovenop het dak de neonverlichting Blix die aan en uit floepte. Die maakte na de zestiger jaren plaats voor Philips Triomf Der Techniek. Gebouwd in 1932 ging het pand mee in de welvaart. Vooral na 1960 volgde uitbreiding. Het pand ernaast werd in 1973 gekocht, daar waar u de letters SNE nog op de gevel kunt zien. Dit was na de verbouwing een snelbuffet geworden, de keuken was verplaatst en hier was het eten op een snelle manier verkrijgbaar. De heer Ten Hoopen heeft een groot aantal jaren zijn niet geringe werklust in de zaak gelegd. Na zijn overlijden heeft zijn dochter Irene de zaak voortgezet. Tot slot wil ik u deelgenoot maken van iets wat op de foto aanwezig is maar wat je nu niet meer ziet. Rechts bij de ingang van de Weemenstraat zien we zebrapaden. Om de voetgangers te geleiden zijn er paaltjes met kettingen geplaatst.
Hengelo, Wemenstraat, 1955 43
Bornsestraat Deze keer kijken we naar een foto, met daarop een straat die al geruime tijd onder die naam bekend is. Op oude kaarten van Hengelo zien wij dat deze weg luisterde naar de naam ‘Weg naar Borne’. In 1920 toen Hengelo tot ontwikkeling was gekomen, kreeg het de naam Bornsestraat. De fotograaf stond tijdens de opname op de Beukweg. Deze naam kunt u lezen op de lantaarnpaal waarop het naambordje bevestigd is. Mensen vragen mij wel eens hoe ik weet in welk jaartal de foto gemaakt is. Soms is dat moeilijk, maar door goed te kijken kun je veel zien. In veel gevallen kan ik het zien door de te dragen kleding, of een afgestempelde poststempel op de achterkant van een ansichtkaart. Maar wat als er geen volk te zien is of te ver afstaan, zoals op deze foto. In zo’n geval moeten er andere bronnen aangeboord worden. Als hulpmiddel heb ik deze keer de toren van de Lambertusbasiliek achter in het midden. Tot ongeveer 1932 was de grote wijzerplaat van het uurwerk geplaatst bij de galmgaten van de klokken. In 1932 werden de wijzerplaten daar bevestigd waar ze nu nog aanwezig zijn, op het schuine vlak waar de spits van de toren begint. Dit heeft wel een groot nadeel, want regelmatig weet Hengelo niet hoe laat het is. Nu is het genoegzaam bekend dat de Hengeler leu trots zijn op de Hengeler Weend. Wanneer de wind flink aanwakkert, vangt het uurwerk zo veel wind, dat het van slag raakt met alle gevolgen van dien. Aan de pastoor van deze kerk werd eens gevraagd, of hij het erg vond dat zijn gelovigen niet de juiste tijd wisten om tijdig ter kerke te gaan. Zijn antwoord was ludiek, want dit verhaal gaat nog altijd in Hengelo rond. Hij zei: ‘Dat uurwerk is niet zo erg, God zorgt er wel voor dat mijn mensen tijdig in de kerk zijn. Maar wat erger is, is dat mijn kippen erdoor van de leg raken.’ Wanneer wij de foto bekijken die in 1930 genomen is, zien wij bomen nog volop in het blad zitten en gezien de lange schaduwen dat het op het eind van de zomer is. De foto is genomen richting Thiemsbrug. Links zien we een tuin met een hek en wat groen, dat bij een woonhuis hoorde op de hoek van de Beukweg, daar 44
vinden wij nu een apotheek Dutmer. Vervolgens in 1930 de snoepwinkel van J.F. Kolweij en de sigarenzaak van A.J. Hollink. Dan zijn we aangeland bij een doodlopend straatje, welke nu uitkomt op de Dennenbosweg, maar in 1930 doodlopend was. Aan dit weggetje stonden een aantal woningen, waar onder andere de bekende familie Wendels woonde, de bekende scharensliep. In 1925 vestigde zich hier reeds ijssalon D. van der Poel en IJzerhandel firma Ter Braak, met handel in haarden en kachels, had hier ook een goedlopende zaak. In het hoge huis met acht vensters op de bovenste etages was de drogisterij Waanders-Grobben. Het lager gelegen woonhuis met de grote reclameplaat op het dak, lijkt mij in 1930 leeg te staan, gezien het feit dat het grote raam is dichtgemaakt. Op deze plek vinden wij nu op nummer 20 coffeeshop Moonlight. Het volgende pand werd bewoond door de familie Voskamp. In de panden verderop naar de Dennenbosweg was onder andere een slagerij gevestigd waarvan mij de naam ontschoten is, ook was er nog een kapsalon met de naam Ribé, wat stond voor Rie Beltman. In deze panden kwam onder andere in latere jaren de hengelsportzaak van de familie Grutterink. Het laatste pand voor de Dennenbosweg was een café met de naam Wilmink, met in 1936 dansschool E. Bokdam. Hier op deze hoek vinden wij nu ijszaak D. van der Poel. Het iets terug liggende laatste huis werd bewoond door de familie Zehender Traus, directeur van een der textielfabrieken in Hengelo. Arie van de Berg heeft hier na 1945, toen zijn café na het bombardement van 1944 onbewoonbaar was geworden op de Telgen, nog enige tijd zijn café gehad. Grote nieuwbouw in de vorm van betonnen dozen vinden we hier op deze plaats. In het midden de toren van de Lambertusbasiliek, met boven de bomen het dak van het Anthoniusgesticht waar nonnen les gaven aan Hengelose schoolkinderen. Rechts het gebouw van het Centraal Station. Dit is het gebouw waar vanuit in 1900 de eerste elektrische stroomvoorziening naar de burgerij werd geleverd. Dit was in 1900 alleen voor notabelen in Hengelo weggelegd, want
de rest van de burgerij moest zich vooralsnog behelpen met gas en kaarslicht. Na het vertrek van deze stroomvoorziening naar de IJsselcentrale aan de Wegtersweg, heeft HEEMAF dit gebouw een groot aantal jaren als kan-
toor in gebruik gehad. Ongeveer 25 jaar geleden is het HEIM er ingetrokken en inmiddels verhuisd naar de Industriestraat. Niet zichtbaar op de foto zijn de gebouwen rechts van de HEEMAF.
Hengelo, Bornsestraat, 1930 45
Laan bij de Bentheimerstraat, nu Heemafstraat Een groot aantal straatnamen in Hengelo is verbonden aan personen die zich in het verleden verdienstelijk hebben gemaakt voor Hengelo en zo in onze herinnering voortleven. Enkele voorbeelden zijn de Burgermeester Jansenstraat, August Vordingstraat, Dr. Delhezstraat en de Wethouder Voogeertstraat. Er bevinden zich in Hengelo echter slechts twee straten die genoemd zijn naar Hengelose bedrijven waaraan deze stad haar ontwikkeling en welvaart te danken heeft. De bekendste is wel de C. T. Storkstraat op het Tuindorp. Op de afgedrukte foto, uit 1895, is de Heemafstraat te zien. Ongetwijfeld zal bij u de vraag opkomen hoe dit mogelijk is aangezien de Laan b/d Bentheimerstraat vermeld wordt. Dit behoeft enige uitleg. De postkoets was voor 1860 een belangrijk vervoermiddel. Niet alleen de post werd vervoerd, maar ook de gaande en komende man. De route die van Deventer naar Bentheim liep passeerde Hengelo. In Hengelo werd in die tijd de Deldenerstraat vanaf de Marskant tot aan de Thiemsbrug de Bentheimerstraat genoemd. Dit veranderde na 1900 in de Deldenerstraat. De weg naar Bentheim is nu nog terug te vinden in de naam Postweg die via het vliegveld richting Oldenzaal en de Lutte verder gaat. De naam Laan b/d Bentheimerstraat bleef tot 1920 toen het de naam Heemafstraat kreeg. HEEMAF was rond 1900 uit Borne naar Hengelo gekomen. In het begin nog erg bescheiden maar het bouwde geleidelijk steeds verder uit. De Heemafstraat is een straat met een hoge leeftijd van 500 jaar. Op de oude kadastrale kaart van 1821 zien wij dat deze weg vanaf de Deldenerstraat afbuigt, haar weg vindt naar de havezathe van het Huis van Hengelo, langs het kerkhof loopt en op de Bornsestraat uitkomt. Het droeg toen de naam Kerkweg. Dit is niet zo verwonderlijk want bij het Huis van Hengelo stond toen een kerkje, waar later het kerkhof omheen is aangelegd. Dit was dus een veel betreden weg aangezien er toen nog mensen in Hengelo waren die regelmatig ter kerke gingen. Twintig jaar geleden heeft ondergetekende met een groep van Oald Hengel graafwerkzaamheden verricht in het centrale pad op het kerkhof om zo de funderingsresten van deze kerk te vinden, en zo de historische gegevens te achterhalen. Geïnteresseerden kan ik wijzen op het boekje Kerk Hof Kerkhof dat de geschiedenis weergeeft en dat verkrijgbaar is bij het Historisch Museum aan de Beekstraat. 46
We hebben het dus met een eeuwenoud straatje van doen dat toegang gaf tot het Huis van Hengelo. Dit Huis van Hengelo stond op de plaats waar later de HEEMAF kwam en had tot 1800 haar grote bloeiperiode. De foto laat een besneeuwd landschap zien met rechts enkele woningen met bomen op de achtergrond die de laan vormden tot het Huis van Hengelo. Midden op de foto ziet u links een hekwerk dat de plaats aangeeft van de brug en de Drienerbeek die nu nog te zien zijn. Het bruggetje werd in vroeger tijd de ‘sluizenbrug’ genoemd. Waar en hoe deze naam ontstaan is blijft, ondanks grondig naspeurwerk, in nevelen gehuld. Aannemelijk is dat een groot aantal beken Hengelo doorsneden, zich op enkele plaatsen samenvoegden en bij de Bankastraat als één beek de weg naar Borne volgden. Het kan ook zijn dat de naam sluizenbrug verband hield met een tweetal textielbedrijven, de Twentse Bond gelegen aan de Oldenzaalsestraat, en de Hengelose Bond aan de Bornsestraat en Deldenerstraat. Men had veel spoelwater nodig voor de verfafdelingen en wat was er makkelijker dan het water op te stuwen en zo te gebruiken? Enige jaren geleden is in de restanten van de Hengelose Bond een afsluitstuk bij de beek gevonden. Rechts zien we enkele woningen staan met de huisnummers 8, 10, 12 en 14. Deze woningen zijn nu nog aanwezig. Op de foto zijn de nummers 8 en 10 bewoond en zien ze er goed uit. In 1930 woonde op nummer 8 E. Groothuis en op nummer 10 J. H. Voogd, in 1950 waren dit respectievelijk R. Iankman en H.J. Eertman. De nummers 8 en 10 zijn momenteel onbewoond en staan op de gemeentelijke monumentenlijst. Dit zijn woningen die uniek zijn voor Hengelo. Er bevindt zich een gevelsteen voor de nummers 8 en 10 met de volgende initialen: GMS – ETL - 1882 Het bijzondere aan deze woningen is dat ze een gemeenschappelijke voordeur hebben. Men kwam vervolgens in een klein portaaltje met links en rechts een deur die toegang gaf tot de eigen woning. Ik ben naar aanleiding van deze herinnering op zoek gegaan naar deze straat en heb de woningen bezocht. Toen ik achter de nummers 8 en 10 kwam vielen mij spontaan de gaten in de sokken. Wat een gemeentelijk monument moet zijn of worden, is één grote bouwval. Wanneer de
gemeentelijke monumentencommissie deze twee woningen wil behouden en in de toekomst als monument wil aanmerken, is er haast geboden. Ik vrees dat een flinke storm grote problemen gaat geven en dan kunnen de stadsrondleiders van het Historisch Museum over de puinhopen zeggen: ‘Hier stonden monumenten uit 1882’. Daar waar rechts een aantal mensen te zien is, bevindt zich de beek en begon het terrein van de HEEMAF. Links was de portiersloge met rechts, tot 1935, een groot bord met de tekst ‘Tijd is Geld’. Jarenlang hebben arbeiders
uit de omringende plaatsen deze straat gebruikt om op hun werkplaats bij de HEEMAF te komen. Bekend is dat tot 1955, onder andere uit de richting Hardenberg, de zogenaamde ‘Klompentrein’ op het station in Hengelo aankwam. In alle vroegte vertrok men uit de woonplaats om tijdig met de werkzaamheden bij Stork, Dikkers of de HEEMAF te kunnen beginnen. Inderdaad, deze werkzaamheden begonnen ’s morgens om 07.00 of 07.30 uur. Het hangwerk tot middernacht voor de televisie moest toen nog uitgevonden worden.
Laan bij de Bentheimerstraat, nu Heemafstraat, 1900 47
Koekkoekweg Zoals ik u in mijn vorige verhalen heb verteld werd en wordt Hengelo doorsneden door een aantal beken. Dit was voor 1870 een weldaad voor Hengelo. De huisweverijen die in die tijd nog veelal aanwezig waren konden op de diverse bleken in Hengelo hun weefgoed te bleken leggen waardoor het meer opbracht. We hadden in Hengelo een aantal bleken waarvan de naam nu nog steeds door klinkt in de geschiedenis van Hengelo. Wat dacht u onder andere van de naam Veldbleekstraat? De meest gebruikte en bekendste was de ter Horstenbleek welke gelegen was aan de Deldenerstraat. Bleken waren een laag gelegen stuk grond, gelegen naast de beken. Met emmers werd het water uit de beek gehaald, over het weefgoed gegooid en de zon deed de rest. Wij zien op de foto een rustig landschap en na bestudering kom ik tot de wetenschap dat het januari is, gezien de half vergane boerenkoolstammen links vooraan. Een bruggetje over de Elsbeek. De Elsbeek heeft zijn naam te danken aan de vele elzen die op de oevers en langs de beek groeiden en dat ging goed omdat de grond voldoende vocht bevatte. Het is verwonderlijk dat de landerijen die u op de foto ziet niet onder water staan in deze tijd van het jaar. De zestigplussers onder u weten maar al te goed dat in januari met veel regenval en sneeuw smeltwater regelmatig half Hengelo onder liep. Vooral de binnenstad moest het ontgelden. De Elsbeek komt samen met de Drienerbeek in de buurt van de Colensostraat, dan is de naam Drienerbeek, gaat verder richting Oldenzaalsestraat onder de Thiembrug door. En dan had je het gelazer want bij de Bankastraat komt de Berflobeek er bij in. Dus een opeenhoping van water, geen snelle afvloeiing met gevolg, overstroming! Bij de Bankastraat wordt het de Woolderbeek en zo gaat het richting Borne. Om het wateroverlast tot het verleden te laten horen heeft men in 1960 plannen ontworpen om het water buiten Hengelo op te vangen en om te leiden. We denken hierbij onder andere aan de Leutingveldweg bij het Lonnekermeer met zijn kunstmatig gegraven beek. Een uitstekend idee van de toenmalige bestuurders van Hengelo, want half Hengelo onderwater was geen pretje. Het gevolg is nu wel dat de beken in Hengelo geen of weinig water bevatten wat de Beekbusters zorgen baart. 48
Het plan van de Beekbusters om de beken te bevaren is zonder meer toe te juichen. Hierbij wil ik wel graag aangeven dat ze geluk hebben dat de waterratten die in 1946, toen het hoogwater was, in grote getale de beken uit vluchten nu gelukkig verleden tijd is. Terug naar de foto en wat ik mij herinner en waarnaar ik geïnformeerd heb ga ik u vertellen. Links voor de brug stonden tot ongeveer 1955 een blok van twee woningen gebouwd in 1880 en in 1945 die bewoond werden door de familie Webbink en Drenth. Over deze Elsbeek kunnen u veel mensen verhalen vertellen wat er in hun jeugd zoal te beleven viel. Natuurlijk als het hard gevroren had werd erop geschaatst. Ook zomers was het feest. Kousen en schoenen uit en met je blote voeten in de beek om als sport “katviskes” te vangen. Dit waren kleine kikkervisjes die in een jampot met groen gedaan werden. Thuis werd vol trots de vangst getoond en de andere dag weer teruggebracht naar de beek, anders gingen ze dood. Het zal in 1943 geweest zijn dat ik met een buurjongen op een zomersedag gewapend met een schepnetje poogde “katviskes” te vangen. Het lukte niet. Op ons geploeter kwamen de jongens van Nijhof af. Geknooi, geknooi werd er geroepen. De familie Nijhof woonde iets naar rechts niet zichtbaar op de foto. Wij deden het verkeerd. Weg met dat stomme schepnetje. Er werd een kolenzeef bij hen uit de schuur gehaald. Zo mot julie dat doon werd ons gezegd. De zeef werd onder het overhangend gras gestoken en tientallen “katviskes” lagen in de zeef. De familie Nijhof woonde op een kleine verhoging dat werd ook wel genoemd Niehof op n’bult. Mijn vermoeden is dat men bij de bouw van dit dubbelblok rekening heeft gehouden met de hoge waterstand. De familie Nijhof had, zoals zoveel Hengeloërs een bijnaam, en die luide ‘n Poedel. Ondanks mijn speurwerk kwam ik niet achter de betekenis en herkomst van deze naam. Het blok van twee woningen in het midden werd in de tijd van de foto op nr. 23 bewoont door G. Grobben welke stoker en tuinman was op het Anthonius Gesticht aan de Burgermeester Jansenstraat. Op nr. 25 woonde H. Grobben. Midden achter de woningen aan de Reigerweg genoemd naar de vogelbuurt. Voor mij ligt een platte-
grond van Hengelo uit 1917 en wordt de Reigerweg 1e Oliemaatweg genoemd, en de Koekoekweg Elsbeek dwarsweg. Geheel achter midden woningen aan de Lijsterweg
en rechts het gebouw dat nu een ontmoetingscentrum is. Dit had in de dertigerjaren een familie als cafĂŠ onder de naam Koekoek.
Koekkoekweg richting Reigerweg, 1960 49
Oldenzaalsestraat De komst van allerlei grote winkelketens is de ondergang geweest van de vele buurtwinkeltjes die er tot aan 1960 op bijna iedere hoek van een straat aanwezig waren. De herkenbaarheid en persoonlijke benadering verdwenen toen ook. In de buurtwinkel werd de klant direct herkend en was er tijd voor een gemoedelijk praatje over alles wat men bezig hield. Wie herkent uit die tijd niet de winkels in kruidenierswaren die de naam droegen van onder andere Spar, Henco, Sperwer, Albino en Vege. Niet alleen boven genoemde soorten winkels waren er. Je had in iedere buurt toch wel een fietsenmaker of rijwielhersteller. En dan de sigarenzaken, ook hier waren er veel van, want toen gelde noch “het is geen man die niet roken kan”. Dat genoemde soorten zaken veel op de hoek van een straat gevestigd waren, had natuurlijk zijn reden. Dat was niet voor niets “want reclame doet verkopen”. Het voordeel op zo’n hoek was, winkelingang op de hoek, etalage links en rechts mooi opgemaakt want “opmaak dut de botter verkoopn”. Afgebeeld op de foto is een Sperwer winkel aan de Oldenzaalsestraat nummer 232, waarvan de opname van 1965 is. Op de gevel rechts en links boven het raam ziet u het Sperwerwinkelteken. Het huis is gebouwd in 1928 met huisnummer 220, later na 1960 kreeg het nummer 232. Links en rechts naast de winkeldeur de etalage waar de goederen zichtbaar waren. Het fietsenrek heeft als opschrift Persil. Tot 1933 was in deze winkel een slagerij gevestigd van K.H.J. Sueters. In 1947 wordt deze opgevolgd door G.A. Oude Ophuis Kruidenier. De naam Oude Ophuis zal bij velen in de Noork herinneringen losmaken. De vrouw van Oude Ophuis komt te overlijden waarna hij huwde met Annie Pot in 1947. Deze Annie Oude Ophuis- Pol heeft jarenlang de zaak geleid met Mina Pigge, Deze Mina was ongehuwd. De heer Oude Ophuis was werkzaam bij Stork, voor aanvang en na zijn werk bij Stork hielp hij in magazijn en winkel. De beide dames Annie en Mina, Annelies Andre en vader hebben dertig jaar lang deze zaak geleid, tot in 1975 de deur voorgoed gesloten werd. Deze zaak stond in de Noork goed aangeschreven. Heel vaak kwam het voor dat Moeder in de huishouding onder andere tijdens de inmaak zout of suiker te kort kwam. “To goat even noa Mina hen en haalt 50
mie een poond sukker”. Op een hol erheen zonder geld, want het werd opgetekend in een boekje. Eén maal per week werd er afgerekend. Dat was een andere tijd dan nu, wanneer men hoog opgepakte winkelwagentjes rijdt waar het bijna afvalt. Dat het aanpakken was vertelde mij zoon André. Er waren dagen van ’s morgens 7.00 uur tot ’s avonds 20.00 uur. Eén keer is het voorgekomen dat Mina door een ongelukje haar onderarmen had verbrand, door een val van de keldertrap met een pan hete soep in de handen. Evengoed was zij de andere morgen om 7.00 uur weer present om de spullen uit het magazijn te halen en de vakken in de winkel te vullen. Wanneer u nu langs deze voormalige winkel komt, ziet u dat deze op de hoek ligt met de Beethovenlaan. In 1973 is deze Beethovenlaan aangelegd ter ontsluiting van klein en groot Driene, tevens het viaduct van de spoorlijn Hengelo – Oldenzaal. Het pakhuis t.b.v. de opslag voor de winkel is aangebouwd in 1960. In het begin van deze herinnering vertelde ik u dat vele buurtwinkels het niet meer konden bolwerken. Zo ook deze zaak, velen uit de Noork gingen niet naar de winkel van Oude Ophuis, maar naar Mina en Annie waar men zo goed en gezellig geholpen werd. Enige tijd heeft dit pand, welke 14 kamers bevatte, te koop gestaan. In mei 2006 is het door de directie van Hengelo Journaal aangekocht. Hier wordt het blad ontworpen en uitgegeven. Het pakhuis wordt weer bemand en fungeert als kantoor. Zoon André en echtgenote hebben tot mei 2006 dit huis bewoond en zijn naar Beuningen verhuist. Soms als ik die grote supermarkten zie, dan denk ik wel eens dat ik door de bomen het bos niet meer zie. Enige tijd geleden telde ik 20 soorten jam en 15 soort waspoeder. In de tijd van Mina waren er hooguit 3 soorten jam .Als ik met wat andere mensen spreek, merk ik vaak dat zij de persoonlijke aanspraak missen in de winkels, maar dat is voorgoed voorbij. Wat ook voorbij is, is dat er tot 1960 wel 5 verschillende melkboeren en 3 bakkerskarren kwamen in één straat voor hun klanten. Nu zie ik in één winkel 15 soorten brood met een klein prijsverschil. Wat ik u tot slot nog melden kan is dat Mina op 93-jarige leeftijd is overleden en dat Annie op 5 augustus 2006, met een leeftijd van 93 jaar en na een liefdevolle verzorging in Hooghagen is heengegaan.
Oldenzaalsestraat, 1965 51
Geerdinksweg Op deze foto staan twee jongens in korte broek een vlieger op te laten. Deze voorstelling heeft mij aan het denken gezet over wat ik hieronder graag wil verwoorden. Straatspelen waren, toen de foto gemaakt werd in 1938, een normaal verschijnsel. Zestigplussers zullen het zich nog met veel plezier kunnen herinneren. In de tijd van de zestigplussers was het normaal dat je bij een bekende fietsenmaker een oud fietswiel vroeg. Als je deze dan kreeg, was je de koning te rijk. Je kon dit wiel als een hoepel gebruiken. Uren kon je, samen met je vriendjes, je vermaken met het beoefenen van “het knikkerspel”. Ook het spel “land veroveren” was een zeer bedreven spel. En met de hele buurt “moeder mag ik overvaren, ja of neen” spelen. En dan het spel der meisjes “touwtje springen”. Soms vraag ik mij wel eens af, waar zijn al die kinderen gebleven om deze eenvoudige spelletjes te spelen? Wat doen ze nu? Zitten ze allemaal achter de TV of de computer? Zeer zeker, het verkeer is enorm toegenomen en een vlieger op straat oplaten is nu niet meer mogelijk. Maar het spel “boompje verwisselen” zou dat niet kunnen? Ik zie het niet gebeuren. Ziet u een kind achter een hoepel aanhollen? Laten we vol goede moed de foto ontleden en kijken wat er zoal te zien is. De prent is in 1938 gemaakt door een voor mij onbekende fotograaf. Het is zomerweer met een lichte bewolking. Op de voorgrond ziet u de Geerdinksweg, welke met een bocht naar rechts in een rechte lijn haar weg vervolgt. Via de spoorwegovergang HengeloDelden komt deze uit op de Deldenerstraat. Linksaf is de Wilderinksstraat. De fotograaf stond met zijn rug naar de klok gekeerd die bekend is onder de naam “Nijverheidsklok”, zogenaamd naar de buurt de Nijverheid. De klok is geplaatst in 1925 en is zichtbaar vanaf de Oelerweg. Deze klok heeft veel meer bekendheid dan die op het Wilbert. Wanneer je in Hengelo de weg vraagt richting de Nijverheid krijg je al gauw het antwoord: “Op de Oelerweg bie de klok rechtsof en dan is ’t better even wier te vroagn” Er wordt de laatste tijd veel gebouwd in Hengelo. Zo is ook deze plek met omgeving flink op de schop geweest. De rijtjeswoningen aan de Wilderinksstraat hebben plaats moeten maken voor de flat Klokstee, met fraaie winkels en woningen. Wat mij aan die flat vooral opvalt is de 52
naam die eraan gegeven is. Na een groot aantal jaren is dan eindelijk het besef bij de gemeentelijke naamgevers doorgedrongen, om van oudsher bekende plekken die naam te geven die herkenbaar zijn bij de Hengelose bevolking. We kijken naar links en zien op de voorgrond een tweetal winkels. Het geval wil dat de linker zaak aan de Wilderinksstraat genummerd is met een twee. In 1938 behoorde deze winkel bij Barend van Noord die hier zijn groentezaak dreef. Nu vinden wij daar de cafetaria “de Kastelein”. Rechts op de foto was de sigarenzaak van G. Landman aan de Geerdinksweg. Nu vinden wij daar “Gemakshop Bekker & Zn”. Landman heeft in het verleden een groot aantal rokers binnen zijn deur gehad. Zijn slagzin was: “een tevreden man is een man die roken kan”. Kijken we verder naar links de rij langs, zien we een aantal aaneengesloten rijwoningen met de nummers 3 t/m 17. Het bouwjaar van deze woningen is 1923. Hoe lang deze woningen daar nog blijven zal de toekomst ons leren. Naar ik neem te weten, komt hier een grote rotonde waarbij Kastelein en Bekker moeten verdwijnen van die plaats. Rechts zien wij een groot hoekpand met neergelaten zonnescherm. Daar wist in 1938 kapper J. Vrielink, met scheerkwast en schaar, zijn klanten een kopje kleiner te maken. Geerdinksweg nr 4 blijkt nu een woonhuis te zijn, zoals ik na mijn inspectie zag. In de gevel zijn nog, in witte letters, de woorden kappersigaren en sigarenmagazijn zichtbaar. Met deze herinnering zijn we bijna aan het eind van het jaar 2007 gekomen. Het is ongewis wat 2008 ons gaat brengen. Tevredenheid en gezondheid wil ik u en de uwen graag toewensen. Enige tijd geleden las ik:”wees niet zo vastbesloten in het najagen van wijsheid, dat je onderweg vergeet te leven”.
Geerdinksweg, 1938 53
Burgemeester Jansenstraat Voor velen van u is deze foto, die in 1964 is gemaakt door apotheker de heer van Leent, een beeld uit een ver verleden. Terwijl dat toch nog maar 43 jaar geleden is. De heer van Leent stond ter hoogte van wat nu lederzaak Engbers is, gericht naar de Thiemsbrug. Het lijkt mij een wat donkere winterdag met, behalve enkele auto’s, weinig verkeer. Ons stadhuis had in november 1963 zijn feestelijke opening gehad, en men kon in de loop van 1964 een aanvang maken met de afbraak en invulling van de Burgemeester Jansenstraat. Links zien wij de bebouwing van het stadhuis met mozaïek in de gevel. Op de eerste gevel links, waar de schaduw op valt, staan de letters broodbanketbakkerij J. Smithuis. Op deze plaats heeft de heer Smithuis vele jaren zijn brood en banket verkocht. Later werd dit voortgezet door zijn zoon A. Smithuis. Hij verhuisde, na afbraak, met de zaak naar het Onland. Na de bakkerij kwam in deze rij o.a. als eerste sigarenmagazijn Meenks, Zadelmakerij Nijhof welke later naar de Langestraat vertrok, Smithuis stalhouderij en tenslotte Smithuis café met toebehoren. Enkele keren is hier de naam Smithuis genoemd. Dit stukje burg. Jansenstraat, van Thiemsbrug tot bakkerij Smithuis, werd ook wel eens het Smithuis straatje genoemd. Wij zijn links aangekomen op de Thiemsbrug. Daar kijken we tegen de gevel aan waarin, toen in 1964, Holland Signaal nog aanwezig was. Later kwam daar garage Kempers en de Kijkshop. Het volgende beeld dat we krijgen, in het midden, is bij u bekend als de locomotief. Een laatste overblijfsel van de gebouwen van HEEMAF. De heer Keus, directeur van HEEMAF, heeft dit gebouw in 1940 zo laten bouwen. Het bedrijf leverde in die tijd producten aan de NS (Nederlandse Spoorwegen). Er zijn natuurlijk mensen die anders menen, maar alles goed en wel, het is duidelijk een schip. Het verhaal is bij mij ook bekend en misschien mag ik het uitleggen. De heer Keus heeft voor hij directeur van HEEMAF werd gevaren. Welnu, naar aanleiding daarvan heeft hij gedacht “als ik een ronde gevel laat bouwen heb ik het gevoel als ik op kantoor ben dat ik op de boeg van een schip sta”. Dit is een pracht van een verhaal voor op verjaardagen en partijen, waarbij uiteindelijk de waarheid wel in het midden zal liggen. Verderop in de Bornsestraat, bij de ingang van de Dennenbosweg en de Beukweg, wordt alles onduidelijk en kunnen we dat beter een andere keer belichten. Er 54
is meer te zien aan de rechterzijde waar een verbouwde stadsboerderij uit 1728 staat. Paardenslager A. Snijders heeft hier zijn zaak in de dertiger jaren geopend en zijn klanten bediend tot de afbraak volgde. Daarna heeft hij, met zijn zoon, een nieuw onderkomen gevonden aan de P.B. Hofstedestraat. In 1728 is deze boerderij gebouwd. Tijdens de afbraak in 1968 kwam er een eiken draagbalk tevoorschijn met het jaartal 1728. Deze balk is in 1968 naar het Historisch Museum aan de Beekstraat gebracht. Daar kunt u hem bewonderen als een historisch erfdeel van onze voorvaderen. Naast Snijders kwam Bloemendaal rijwielherstelinrichting, tevens verkoop van rijwielen. Naast Bloemendaal de Joodse synagoge waarvan ik in 1941 het vernielde interieur zag. Na afbraak heeft men een nieuwe synagoge gebouwd aan de Dorpsmatenstraat. Gesprekken worden nu gevoerd over wat men wil doen met dit kerkgebouw, gezien het aantal kerkgangers. Het volgende grote gebouw stond bekend onder de naam St. Anthonius. De bouw hiervan is ontstaan voor 1900. Afbraak volgde in 1976. Dit gebouw heeft een rijke en uitgebreide geschiedenis. Het is voor mij niet mogelijk dit nu weer te geven. Het lijkt mij beter hier in de toekomst een gehele herinnering aan te wijden nadat ik een goede foto opgezocht heb waarop alles pontificaal aanwezig is. Afbraak van het klooster volgde in 1973. Met enige weemoed kijken we deze straat in waarvan de bebouwing ongeveer 43 jaar geleden gesloopt is. De straat moest breder worden gemaakt om de heilige koe breed baan te geven. U ziet op de foto drie rijstroken van elk drie meter breed. Enkele weken geleden heb ik de straatbreedte gemeten. Deze is nu 18 meter breed. U ziet onze welvaart is de laatste 43 jaar toegenomen. Ik meen te betwijfelen of onze welvaart gelijke tred met ons welzijn heeft gehouden.
Burgemeester Jansenstraat, 1964 55
St. Antoniusklooster Het eerste wat aan deze foto opvalt zijn de drie volwassenen en tien kinderen in hun Ot en Sien-kleding, die vol aandacht naar de fotograaf kijken en wachten tot de foto gemaakt is. Hieruit blijkt dat toen de prent gemaakt is in 1910 men nog niet zo veel haast had zoals nu in 2008. Regelmatig ga ik met mijn camera op pad om daar waar de veranderingen in ons dorp plaatsvinden vast te leggen. Dat is zeer riskant werk want ondanks mijn voorzichtigheid wordt ik steeds bijna van de sokken gereden. U kijkt naar een foto van de Burgermeester Jansenstraat waaraan een deel der Hengelose bevolking goede herinneringen bewaart. In januari j.l. schreef ik u dat dit gebouw een rijke geschiedenis heeft waaraan wij nu een gehele herinnering zullen besteden. Dit markante gebouw stond tot 1973 op de plaats waar nu het stadskantoor staat. De oorsprong van dit St. Anthoniusklooster ligt aan het eind van de negentiende eeuw. Op deze plaats stond een boerderij met een flink stuk grond. Hierin woonde een godsdienstige vrouw met de naam Klopen Naatje. Het kerkbestuur van de St. Lambertus kwam bij haar boerderij om grond te kopen voor plannen om scholen en een klooster te bouwen. Zij stemde toe zonder daar een cent voor te vragen. Echter wel met de voorwaarde dat het kerkbestuur zou zorgen tot haar dood voor bewoning en onderhoud. Dit alles is in goede harmonie opgelost. Er werd voortvarend aangepakt en in 1895 kon men met de bouw beginnen. Architect Van der Goot ontwierp het gebouw in het begin met een verdieping en zeer bescheiden van opzet. De bedoeling was een klooster voor nonnen en een school voor lager onderwijs voor de vrouwelijke jeugd. Dit was goed gezien want dan konden de nonnen het onderwijs verzorgen. De eerwaarde zusters die dit gebouw in bezit namen kwamen uit Koningsbosch en droegen de naam Dochters van het Kostbaar Bloed. Wat deze nonnen voor de Hengelose jeugd betekend hebben is van zeer grote waarde geweest. Men startte in 1897 met een lagere school en een zogenaamde bewaarschool of groep één. Onderwijs werd gegeven in lezen en schrijven, matjes vlechten en knippen op de kleuterklas. Over normen, waarden en respect voor de ander werd niet gesproken, dat kreeg je van huis mee en was voor die tijd normaal. Rechts op de foto het gebouw dat bedoeld was als kapel en verblijfplaats voor de nonnen. In 1897 ging de bewaarschool open en gin56
gen de handwerklessen van start. Het vrouwelijk deel van Hengelo werd hier onderwezen. Mocht u denken dat alleen het katholieke volksdeel hun kinderen naar deze school zonden heeft u het mis. Ook veel niet-katholieken stuurden hun kinderen naar deze school. De kwaliteit van het onderwijs gaf hier de doorslag. In die tijd was het de gewoonte dat voor aanvang der lessen op deze school een gebed gezegd werd met het maken van het kruisteken. Toen ik enige tijd geleden iemand hier naar vroeg die niet katholiek was maar wel deze school gevolgd had hoe dit thuis werd ontvangen, was het antwoord: “O, dat kruuskes maak’n leern mien va wal of.” In 1900 werd de leerplicht van kracht. De industrie kwam goed op gang met Stork, Dikkers, HEEMAF met gevolg een groter aanbod leerlingen. In 1908 was het ruimtegebrek dermate hoog dat het linkergebouw met een verdieping werd uitgebreid, zodoende was men een groot aantal klaslokalen rijker. Maar de situatie in Hengelo veranderde. In 1916 werd de St. Ludgerusschool in gebruik genomen, met de meisjes ingang aan de kerkstraat en de jongens aan de W. de Clercstraat. Ja, zo ging dat toen. In 1932 volgde de Mariaschool aan de Oude Postweg. De tijd ging verder en de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) was voorbij. De uitbreidingen aan het St. Anthoniusgesticht volgden elkaar in een rap tempo op. Een aantal klassen werden ingericht om een ULO school te starten. Met de komst van pastoor A.J. Weyenborg uit Lichtenvoorde in 1920 werd er weer aan uitbreiding gedaan. Handwerklessen werden er reeds gegeven. Voor naai en kniplessen tevens een lokaal waar typelessen gegeven werden. Een nieuw gebouw verrees aan de Oldenzaalsestraat waar later pianoles gegeven werd. Er was grond vrijgekomen aan de Oldenzaalsestraat waar het textielbedrijf de Twentse Bond in 1930 was afgebroken. De Tweede Wereldoorlog (1940-1945) is niet onopgemerkt voorbijgegaan aan dit markante gebouw. In 1941 werden klooster en scholen in beslag genomen door de Duitse bezetting. Wat dit inhield kunt u begrijpen. Honderden soldaten werden gehuisvest in dit gebouw. Hengelo was in die tijd vol met Duitsers, telling wees uit dat in ‘41/’42 vijfduizend Duitse soldaten in Hengelo gelegerd waren. Aan de Oldenzaalsestraat tegenover Van Kleef was de hoofdingang voor de in en uitgang der militairen. Hier was ook een wachtpost compleet met wachthokje aanwezig. Deze gewapende wacht werd regelmatig
afgelost. Onder veel gekletter en laarzengeklap werd de paradepas gedaan. Vol ontzag heb ik dit vele keren gezien en is voor altijd op mijn netvlies gebrand. Na 1945 volgde een moeizame opbouw. Het K.J.V. gebouw van de pianoen typelessen was door de bombardementen van 1944 vernield. Hierdoor kwam er ruimte om de noodwinkels en het koďŹƒehuis te bouwen. Nadat nog een aatal jaren onze buitenlandse werknemers er gehuisvest zijn geweest volgde in 1973 de afbraak. Na 1973 lag het grondgebied jarenlang ongebruikt. In het stadhuis werd overlegd wat te doen en welke bestemming dit moest krijgen. Plannen waren er voldoende, onder andere een aanbieding van V&D en C&A om er een grote winkelketen te bouwen. Dat moest overlegd worden in het stadhuis. Na het overleg moest er gesproken worden. Het duurde en duurde net zo lang tot V&D en C&A zich terugtrokken. Het stadskantoor werd gebouwd en de bibliotheek. U weet inmiddels hoe
het met dit gebouw gesteld is. Afbraak zal over enige tijd volgen. Nu is dit niet onoverkomelijk want het gebouw is bekend als de zogenaamde revolutiebouw. Het is slecht geĂŻsoleerd enzovoort. Uit zeer betrouwbare bron van de medewerkers van het stadskantoor heb ik vernomen dat bij koud weer muts en sjaal onder handbereik zijn en bij harde Hengelose wind iets zwaars op de papieren van het bureau liggen om het afwaaien tegen te gaan. Wat rest is de herinnering en een tastbaar iets wat bewaard is gebleven. Boven in de gevel in het linkergebouw stond een beeld van St. Anthonius. In Hengelo deed jarenlang het verhaal de ronde dat bij afbraak iemand het beeld op een bakfiets heeft meegenomen. Dit liet mij niet met rust totdat ik het ontdekte bij iemand in de tuin. In 2006 is het door de eigenaar welwillend afgestaan en is nu aanwezig in de tuin van de St. Lambertus aan de Wemenstraat waar het zijn herstel afwacht.
St. Anthoniusklooster, Hengelo, 1910 57