Skip to main content

Evaluatierapport pilootprojecten Erfgoedbeleving (deel 2): Mercatoreiland Rupelmonde

Page 1


WOORD VOORAF

Ons rijke erfgoed is een belangrijke troef voor de ontwikkeling van Vlaanderen als toeristische bestemming. Over heel Vlaanderen zijn erfgoedlocaties verspreid die, mits de juiste herbestemming, een groot toeristisch potentieel hebben. Om dit potentieel te onderzoeken, heeft Toerisme Vlaanderen verschillende pilootprojecten opgezet. Deze projecten hebben als doel om te onderzoeken hoe erfgoedsites toeristisch herbestemd kunnen worden en om op basis van dit onderzoek een toeristisch herbestemmingsmodel te ontwikkelen voor erfgoedeigenaars, ondernemers en overheden. De resultaten van dit onderzoek worden gepresenteerd in een reeks evaluatierapporten, waarvan dit de tweede publicatie is.

Dit rapport analyseert het herbestemmingstraject van het pilootproject “Mercatoreiland” in de Graventoren en de getijdenmolen van Rupelmonde. Het doel van dit pilootproject is het toeristische potentieel van de herbestemming van intellectueel erfgoed te onderzoeken. Door de nadruk te leggen op de invloed van Gerard Mercator, een van ‘s werelds grootste cartografen, wordt intellectueel erfgoed ingezet als een unieke toeristische attractie. Het rapport analyseert de eerste fase, het onderzoek van de site en het onderzoek naar het potentieel van de site, en de tweede fase, het ontwerpend onderzoek inclusief de beslissing voor het finale ontwerp, van het pilootproject.

Het pilootproject wordt gefinancierd door directe investeringen van Toerisme Vlaanderen. Toerisme Vlaanderen verwierf de Graventoren in erfpacht van de familie Oste voor 50 jaar, en de getijdenmodel in erfpacht van gemeente Kruibeke voor 27 jaar. Er is 50.602 euro geïnvesteerd voor het doorlopen van de eerste en tweede fase. De derde fase van de realisatie van het pilootproject is opgestart. De restauratiewerken in de getijdenmolen gaan van start in 2027 en lopen tot 2029. De restauratiewerken in de Graventoren zullen later uitgevoerd worden.

Voor meer informatie over de andere pilootprojecten verwijs ik graag door naar www.samenherbestemmen.be

Vliet
Vliet
KASTEELHOEVE
SCHEEPSWERF
OUDE

HOOFDSTUK 1

MERCATOREILAND

Rupelmonde, voor fervente fietsers is het een gekend rustpunt na de overtocht over de Schelde. Hier begint het Waasland. Ooit was Rupelmonde een belangrijk centrum van het graafschap Vlaanderen, vandaag een klein en pittoresk polderdorp. Twee relicten getuigen van het rijke verleden: de Graventoren en de getijdenmolen. Een masterplan ligt op tafel. Een terugblik op het proces en een vooruitblik op de toekomst…

Met de Pilootprojecten Erfgoedbeleving wil Toerisme Vlaanderen een nieuwe visie op toerisme in de praktijk uittesten en breed ingang doen vinden. ‘Reizen naar Morgen’ heeft de ambitie om het toerisme op een nieuwe leest te schoeien: niet zozeer het klassieke, internationale en prestigieuze massatoerisme, maar een toerisme dat rekening houdt met de draagkracht van de plek, dat ingebed is in de gemeenschap en een hefboom vormt voor lokaal ondernemerschap. Kortom, een verbindend en inclusief toerisme, dat de lokale identiteit versterkt in plaats van onder druk zet.

Het pilootproject Mercatoreiland in Rupelmonde is wat dat betreft een interessante testcase, aangezien het hier gaat om een relatief bescheiden site in een

nog pittoresk te noemen polderdorp. Het Mercatoreiland is kleiner in omvang (en investeringsbudget) dan pakweg de SintGodelieveabdij in Brugge, het Rubenskasteel in Zemst of het kasteel van Poeke in Aalter. Wat valt er te zien en te beleven? Op het eerste gezicht is het allemaal niet heel erg groots of spectaculair: een open plek aan de oevers van de Schelde met daarop de zogenaamde Graventoren, een restant van wat ooit een imposante waterburcht was op de grens van het graafschap Vlaanderen, en een (nog werkende!) getijdenmolen uit de 16de eeuw. In 2022 nam toerisme Vlaanderen de Graventoren, de getijdenmolen en het Mercatoreiland in erfpacht, met als doel de historische plek nieuw leven in te blazen en op de kaart te zetten als toeristische bestemming.

Boegbeeld van VLaams Vernuft

De opzet van de Pilootprojecten Erfgoedbeleving is dat Toerisme Vlaanderen zelf de handen uit de mouwen steekt, onderzoekt wat mogelijk en haalbaar is, bewoners en andere stakeholders betrekt in een participatietraject en via de realisatie van de pilootprojecten lessen trekt om ook andere (publieke of private) partijen in staat te stellen erfgoedplekken te herontwikkelen volgens de filosofie van Reizen naar Morgen. Voor het Mercatoreiland is projectleider Sam Versele de drijvende kracht. Versele: “Wat het Mercatoreiland onderscheidt van de andere pilootprojecten is dat we hier niet zozeer de plek – of, in de woorden van Reizen naar Morgen, de ‘ziel van de plek’ – als uitgangspunt nemen voor de toeristische herbestemming, maar ons narratief ophangen aan de historische figuur van Mercator. Mercator is het centrale thema van het project en zijn wetenschappelijk erfgoed vormt de kern van de herwaardering van het Mercatoreiland.” Alles in het dorp ademt namelijk Mercator: de kleine Gerard Cremer is hier geboren, groeide er op en genoot er zijn eerste opleiding. Als jonge snaak was hij getuige van de bouw van de getijdenmolen, een technisch hoogstandje voor die tijd, en als 32-jarige zat hij zeven maanden lang gevangen in de kerkers van het Gravenkasteel op verdenking van ketterij. Mercator is, kortom, de figuur die de verschillende elementen op de site met elkaar verbindt in één heldere verhaallijn.

Het verhaal van Mercator vormt bovendien een dankbare kapstok om er een hedendaags narratief aan op te hangen over wetenschappelijke vooruitgang, kennis als grondstof, het vrije denken, intellectueel vakmanschap, ondernemerszin, innovatie en dergelijke meer. Dat past in het kraam van een Vlaanderen dat zichzelf graag in de markt zet als een ‘innovatieve kennisregio’ en zich beroemt op de hersenen van zijn bevolking als voornaamste ‘natuurlijke grondstof’. Om die brand story uit te schrijven, nam Toerisme Vlaanderen het Amsterdamse bureau Studio Louter onder de arm. In hun onderzoek naar het intellectuele erfgoed van Mercator portretteren ze Mercator als een boegbeeld van ‘Vlaams Vernuft’. Versele: “We willen het verhaal over Mercator verbinden met hedendaagse waarden van openheid en vrijheid van meningsuiting en potentiële bezoekers aanzetten tot nadenken over actuele thema’s zoals vrijheid van denken en wetenschappelijke vooruitgang.”

WIE WAS MERCATOR?

De bekendste Rupelmondenaar aller tijden? Dat is zonder enige twijfel Mercator (1512-1594). De jonge Gerard De Cremer werd hier geboren, groeide er op en begon er zijn opleiding. Als cartograaf en geograaf heeft hij een blijvende impact gehad op de manier waarop we ons de wereld voorstellen. Zijn belangrijkste uitvinding is de zogenaamde ‘Mercatorprojectie’, die een revolutie betekende voor de navigatie op zee. De Mercatorprojectie was een duidelijk antwoord op de vraag: hoe projecteer je een bol op een plat vlak? Uniek aan de deze projectie is dat ze het mogelijk maakt om rechte lijnen te trekken die overeenkomen met constante kompasrichtingen. Dit maakte navigatie op zee veel eenvoudiger. Daar staat tegenover dat de Mercatorprojectie gebieden dichter bij de Noord- en Zuidpool groter afbeeldt dan in werkelijkheid, wat leidt tot een vertekend beeld van de verhoudingen tussen landen en werelddelen.

De betekenis van Mercator gaat nog verder dan dat. Hij was ook graveur en kalligraaf en bouwde globes en tal van instrumenten, zoals het Astrolabium, dat

gebruikt werd om de positie van sterren en hemellichamen te meten. Daarnaast was hij ook filosoof, kosmograaf, theoloog en een van de leidende figuren van het humanisme die in nauw contact stond met de Europese intelligentsia van zijn tijd.

Het mag niet verwonderen dat Mercator, zoals vele andere wetenschappers in die woelige eeuw van religieuze spanningen, door de katholieke overheden beschuldigd werd van ketterij. In 1544 werd Mercator gearresteerd en naar Rupelmonde gebracht, waar hij gedurende zeven maanden gevangen zat in de kerkers van het Gravenkasteel. Uiteindelijk werd hij vrijgelaten na tussenkomst van invloedrijke vrienden, maar zijn werk werd door de kerkelijke autoriteiten nauwlettend in de gaten gehouden. Nadien verhuisde Mercator naar Duisburg. Hier werkte hij verder aan zijn beroemde kaarten, globes en de Mercatorprojectie, ver weg van het risico op vervolging.

Mercatormuseum

Zoals gezegd is voor dit pilootproject niet zozeer de plek, maar wel de figuur van Mercator het vertrekpunt. Versele ziet het verhaal dan ook veel breder dan enkel de locatie in Rupelmonde. “Het project bestaat uit drie onderdelen: het Mercatoreiland, het nieuwe Mercatormuseum in Sint-Niklaas en een ‘on-tourbeleving’ gericht op de academische wereld. Deze drie onderdelen zijn met elkaar verbonden en vormen één geheel.”

Project rond mercator:

Van de on-tourbeleving is momenteel nog weinig concreet gerealiseerd, maar de ambitie bestaat erin om in 2026 de figuur en het denken van Mercator weerklank te doen vinden in Europese academische netwerken aan de hand van een reizend event ondersteund door digitale media.

Eind 2025 opende het nieuwe museum zijn deuren en ontsluit het zijn collectie – met topstukken zoals een door Mercator vervaardigde aardglobe, hemelglobe en monumentale wereldkaart – op een hedendaagse manier onder meer met gebruik van moderne technologieën zoals artificial intelligence en augmented reality. Zo is er een ar-gesimuleerde en ai-gestuurde Mercator-avatar gemaakt waarmee bezoekers, jong en oud, op een aan hun niveau aangepaste manier in gesprek kunnen treden met de meester. Versele: “Die technologie brengen we ook naar het Mercatoreiland, om op die manier de figuur van Mercator en de historische context waarin hij opgroeide, weer tot leven te wekken.” Daarover later meer…

Herbestemmingsonderzoek

Terug naar het Mercatoreiland. Wat kan deze plek bieden? Welke nieuwe toeristische bestemming zal ze krijgen? Wat kan ze betekenen in het verhaal van Mercator? Om dit te onderzoeken startte Toerisme Vlaanderen verschillende studies op: een bouwhistorisch onderzoek door Archivaria, een herbestemmingsonderzoek door RE-ST architecten en een participatietraject uitgevoerd door Endeavour.

Een bouwhistorisch onderzoek is verplichte kost bij elk herbestemmingsproject. De lijvige studie van Archivaria vertelt over de ontstaans- en bouwgeschiedenis van de Graventoren en getijdenmolen, wijst op het historische belang en beschrijft de bouwkundige staat van het erfgoed. Het vormt de onmisbare basis voor de architecten om op verder te werken. Uit die studie bleek onder meer dat de funderingen van de Graventoren scheuren vertonen en dat er wellicht aanzienlijke investeringen nodig zijn om de stabiliteit te waarborgen. De getijdenmolen en de aangebouwde molenaarswoning en brandweersarsenaal zijn er veel beter aan toe. Ze werden al eens gerestaureerd in de jaren 1980 en 1990 en een herbestemming ervan zal veel minder investeringen vergen.

Het herbestemmingsonderzoek werd uitgevoerd door de tandem van enerzijds RE-ST architecten, dat instond voor de opmaak van een toekomstvisie en masterplan, en anderzijds Endeavour, dat het participatietraject in goede banen leidde. Hoewel beide opdrachten apart aanbesteed werden, beslisten beide bureaus toch om intensief samen te werken en hun werkzaamheden op elkaar af te stemmen.

Participatie

Het aldus gezamenlijk gevoerde cocreatie- en ontwerpproces was opgebouwd rond vier sleutelmomenten. Hanne Van Gils van Endeavour vertelt: “Het project startte met een feestelijke kick-off, georganiseerd door Toerisme Vlaanderen. Het was een soort minifestival met alles erop en eraan: muziekoptredens, eetstandjes, enzovoort. Er kwamen zo’n 400 mensen uit Rupelmonde en de omliggende dorpen. Hier hebben we de mensen voor het eerst laten weten dat we aan de slag wilden gaan met het Mercatoreiland, de getijdenmolen en de Graventoren. Tijdens dit evenement hebben we verschillende informele interviews afgenomen om de mensen snel te laten reageren op het idee van een herbestemming van het eiland.”

Daarna vonden er twee werkmomenten of workshops plaats waar telkens zo’n 40 tot 50 mensen, vooral gepassioneerde lokale bewoners, ondernemers, verenigingen en bestuurders of ambtenaren van de gemeente hun ideeën en perspectieven deelden. Van Gils: “Tijdens de eerste workshop lieten we de mensen nadenken over wat de plek voor hen betekent, welke verhalen er leven en welke ervaringen ze hebben, wat leidde tot een rijke oogst aan verhalen en herinneringen. Daarnaast nodigden we verschillende experten uit: erfgoeddeskundigen van het agentschap Onroerend Erfgoed, een molenexpert, maar ook mensen die bezig zijn met de regionale ontwikkeling van heel de Scheldevallei. Voor

ons was het ook belangrijk om te kijken naar de waarde van de plek op een veel grotere schaal. Hoe kan het project zich ook doortrekken tot in de polders? Hoe kan de plek zich inbedden in een thematisch fietsroutenetwerk? Ook die ruimere vraagstukken hebben we meegenomen in ons onderzoek en de gesprekken.”

Een van de elementen die uit de eerste workshop naar voren kwam, is dat het Mercatoreiland een belangrijke plaats inneemt in het gemeenschapsleven van Rupelmonde en omstreken. Het groene eiland is een geliefde ontmoetings- en recreatieplek en jaarlijks vinden er grote evenementen plaats, zoals Repmond Rock, een muziekfestival dat ongeveer 2000 mensen trekt, en de folkloristische Schellekesfeesten, waarbij de stoet met reuzen zijn apotheose beleeft op het Mercatoreiland. Daarnaast is de plek ook erg belangrijk voor recreatieve fietsers, die er een rustpunt vinden in hun tochten door de polders van het Waasland. Ook het veer over de Schelde brengt in de zomermaanden veel fietstoeristen naar Rupelmonde. Versele: “De herontwikkeling en herwaardering wordt door iedereen met open armen onthaald, maar we moeten wel erkennen dat Rupelmonde een kleine plek is met een beperkte draagkracht. De lokale overheid heeft voorwaarden opgelegd om de toestroom van toeristen te beheersen en te voorkomen dat de locatie overbelast raakt. We richten ons dus op veeleer kleinschalige evenementen en organische bezoekersstromen.”

Scenario-onderzoek

Op basis van de eerste input en gesprekken met experten bedachten de architecten van REST voor elk van de onderdelen – de Graventoren, de getijdenmolen en de publieke ruimte van het eiland – verschillende ruimtelijke scenario’s om die tijdens een tweede workshop, enkele maanden later, te presenteren en te bespreken. Architect Dimitri Minten van RE-ST: “We bedachten voor elk van de gebouwen verschillende scenario’s, die varieerden van heel minimale tot maximale ingrepen. Het doel van die scenario’s was niet zozeer om er eentje uit te kiezen, maar wel om ideeën uit te testen en reacties uit te lokken bij de verschillende stakeholders: de omwonenden, de gemeente, Toerisme Vlaanderen of het agentschap Onroerend Erfgoed. Niet alle scenario’s waren dus even realistisch of werkbaar, maar ze leidden wel tot waardevolle inzichten. Dankzij het scenario-onderzoek kwamen wensen, verwachtingen, bezwaren en praktische vragen gemakkelijker naar boven – en konden we in een volgende fase toewerken naar een ‘voorkeurscenario’.”

De architecten legden de verschillende scenario’s voor aan de deelnemers van de tweede workshop. Deze had een andere opzet dan de eerste: ze was georganiseerd als een soort marktplaats waar de deelnemers vrij konden rondlopen en de verschillende scenario’s op hun eigen tempo verkennen. Het doel van het evenement was om input en reacties van lokale stakeholders te verzamelen en ze te combineren met professionele inzichten van experts uit toerisme, erfgoed of de brandweer. Minten: “De tweede workshop draaide om het leggen van een puzzel: het balanceren tussen minimale impact en meer ingrijpende veranderingen.”

Graventoren: van ruïne tot luxesuite

De scenario’s voor de Graventoren varieerden van een minimaal scenario met een veeleer ruïneuze, open structuur die toelaat om bijvoorbeeld kunstwerken te plaatsen in een openluchtomgeving, tot maximale scenario’s met een verwarmde museale ruimte of een exclusief gastenverblijf of luxesuite, waarbij een tweede structuur naast en bovenop de toren geplaatst wordt. Uiteindelijk werd gekozen voor een voorkeurscenario dat verschillende opties combineert: de Graventoren als een niet-verwarmde maar gesloten ruimte, mét een extern uitkijkpunt. In de toren worden de ramen weer opengebroken, zodat er opnieuw vergezichten ontstaan over Rupelmonde en de Schelde. De verdiepingen van de toren kunnen dienen als tentoonstellingsruimtes of als kleine vergaderruimtes of workshopplekken. Naast de toren komt een externe trap met een uitkijkplatform bovenop de toren. Minten: “Een externe trap maakt het beheer veel eenvoudiger, omdat het gebouw niet constant geopend en bemand hoeft te worden. Het voorstel vindt een balans tussen enerzijds niet al te ingrijpende en dure ingrepen in het erfgoed en anderzijds het waarborgen van de toegankelijkheid.”

De Graventoren zal dus voornamelijk kleine polyvalente en tijdelijke invullingen kennen. Hier kan bijvoorbeeld het verhaal van Mercator worden verteld. Ook de kelder van de toren, waar Mercator opgesloten zat, kan een belangrijke rol spelen. Bezoekers kunnen er in dialoog gaan met de ai-gestuurde Mercator-avatar. De geschiedenis van de plek zal ook tot leven worden gewekt in een digitale augmented reality-reconstructie van het Mercatoreiland. Deze wordt opgebouwd met de Unreal Engine, een krachtige gameengine die ook augmented reality ondersteunt. Dit laat bezoekers toe om de site zo historisch correct mogelijk te herbeleven zoals ze ooit was in haar gloriedagen. Versele: “Bezoekers zullen bijvoorbeeld in staat zijn om digitaal door de oude ophaalbrug te lopen en de historische schepen en ambachten van toen te zien. Deze ervaring kan worden aangeboden via verschillende apparaten, zoals VR-brillen of schermen. Dit project heeft veel potentieel om een unieke toeristische ervaring te bieden en misschien extra inkomsten te genereren via betalende opties. Deze applicaties hebben we gerealiseerd in samenwerking met het Mercatormuseum. Beide plekken zullen een complementair verhaal vertellen over het leven, het werk, de tijd en de impact van Mercator.”

GRAVENTOREN

De huidige Graventoren is het laatste overblijfsel van een imposante middeleeuwse waterburcht met maar liefst 17 torens. De kolossale vesting, strategisch gelegen aan de monding van de Rupel in de Schelde, beschermde het graafschap Vlaanderen tegen oostelijke aanvallen en bewaakte de grens met het hertogdom Brabant. De geschiedenis van de burcht gaat terug tot de vroege middeleeuwen. In de 13de eeuw liet gravin Margaretha van Constantinopel de houten motte ombouwen tot een versterkte waterburcht, met torens en een ommuring in Doornikse kalksteen. In de 14de eeuw werd de burcht verder uitgebreid.

Naast een verdedigende functie had de burcht ook een bestuurlijke en economische rol. Ze diende als centrum voor de tolheffing op de scheepvaart langs Schelde en Rupel, wat aanzienlijke inkomsten genereerde. Het kasteel diende ook als archief voor belangrijke documenten van het graafschap Vlaanderen en als gevangenis. Bekende historische figuren zoals Mercator hebben hier gevangen gezeten. Dankzij het Gravenkasteel

ontwikkelde Rupelmonde zich tot een welvarend handelscentrum, dat volgens sommigen zelfs had kunnen uitgroeien tot een stad van het kaliber van Antwerpen.

In de 16de en vooral 17de eeuw verminderde het strategische belang van het Gravenkasteel. Met het verlies van de militaire functie en de verhuizing van het archief werd de burcht verlaten en beetje bij beetje ontmanteld. De stenen van de burcht, voornamelijk Doornikse kalksteen, werden hergebruikt voor de bouw van huizen en andere bouwwerken in de omgeving. Onder meer de kerk van Rupelmonde is opgetrokken met materialen uit de ruïnes van de burcht. In de 19de eeuw werd besloten om een van de torens van de burcht opnieuw op te bouwen. De bovenbouw van deze ‘Graventoren’, die grotendeels uit baksteen bestaat, werd toegevoegd aan de middeleeuwse onderbouw. De Graventoren werd in de volksmond de ‘belvédère’ genoemd, vanwege het prachtige uitzicht dat men vanaf de top van de toren had over de Schelde en het polderlandschap. In 1982 werd de Graventoren beschermd als monument.

SCENARIO-ONDERZOEK

Scenario 1: Museale ontsluiting

dakverdieping

Scenario 2: Toren als drager van kunst

dakverdieping

Scenario 3: Toren als polyvalente drager

dakverdieping

Scenario 4: Toren als vakantieverblijf en publiek uitkijkpunt

dakverdieping

GRAVENTOREN: VOORKEURSCENARIO

De Graventoren wordt een niet-verwarmde maar gesloten ruimte met eenvoudige voorzieningen zoals banken of tafels. De verdiepingen van de toren kunnen dienen als tentoonstellingsruimtes of workshopplekken. Een externe trap leidt naar een uitkijkplatform.

nieuwe trap polyvalente ruimte uitkijkdak

niveau +1
niveau -1
niveau +4
niveau 0
niveau +2 dakverdieping
niveau +3

Getijdenmolen: molenmuseum en belevingscentrum

Ook voor de getijdenmolen onderzochten de architecten verschillende en functies en scenario’s (weliswaar minder uiteenlopend dan die voor de Graventoren), zoals een molenmuseum, een belevingscentrum, een bed and breakfast, een vakantiewoning, een bakkerij, een fietsenverhuurpunt, horeca, workshopruimtes, een verenigingshuis, enzovoort. Uiteindelijk werd gekozen voor de combinatie van belevingscentrum/molenmuseum met horeca, artisanale bakkerij en streekwinkel. Het complex – bestaande uit de molen, de voormalige molenaarswoning en de latere aanbouw van het brandweerarsenaal – bevat daarnaast verblijfsaccommodaties (vakantiewoning of bed and breakfast) en enkele polyvalente ruimtes.

De scenario’s lagen voor de getijdenmolen minder ver uit elkaar dan voor de graventoren. Dat is begrijpelijk want de nog werkzame molen uit de 16de eeuw dicteert voor een groot deel de bestemming. Versele: “Een werkende getijdenmolen is een belangrijke toeristische trekpleister. Het feit dat deze getijdenmolen nog operationeel is en daadwerkelijk graan kan malen, is een uniek fenomeen wereldwijd, en zal heel wat bezoekers aantrekken. Dan spreek ik niet alleen over een niche-publiek – in Europa bestaat namelijk een hechte ‘molen-community’ – maar ook een veel breder geïnteresseerd publiek. Het was voor iedereen dan ook evident om de molen te ontwikkelen als molenmuseum of belevingscentrum.”

Het onderzoek naar technische haalbaarheid van de verschillende scenario’s was vooral zaak van overleg met de brandweer en de erfgoeddiensten. Brandveiligheid blijft een cruciale maar heikele factor bij de herbestemming van erfgoedgebouwen. Meer bepaald voor een bed and breakfast – waar de strenge brandregels voor een hotel gelden – moeten bijkomende vluchtwegen voorzien worden. Dat is natuurlijk niet evident in een beschermd erfgoed, maar na overleg met het agentschap Onroerend Erfgoed bleek dat het geen probleem zou vormen om eventueel aan de buitenzijde uitschuifbare brandladders te voorzien of om boven de Vliet een uitstekend platform te bouwen dat kan dienen als vluchtweg. Voor een vakantiewoning zijn de regels voor brandveiligheid minder streng, maar hier gaven de bewoners te kennen dat dit mogelijk meer overlast voor de buurt zou kunnen veroorzaken, vooral als die woning door grote groepen of gezinnen wordt gehuurd. Ten slotte werd er gekeken naar de mogelijkheid om een platform en terras te integreren bij de getijdenmolen. Dit zou een aantrekkelijke ruimte kunnen worden voor horecabezoekers. In sommige scenario’s zou de uitbreiding ook ruimte bieden voor commerciële functies, zoals een bakkerij, waar bezoekers producten kunnen kopen en op het terras kunnen consumeren.

Naast het Gravenkasteel speelde de getijdenmolen een cruciale rol in de economische ontwikkeling van Rupelmonde. De molen werd gebouwd in 1517 en was een technologisch hoogstandje voor die tijd. De bouw van dit unieke bouwwerk trok veel aandacht en er werkten ambachtslieden uit heel Vlaanderen aan mee. De molen groeide al snel uit tot een regionaal centrum van handel en bedrijvigheid.

De getijdenmolen van Rupelmonde is een uniek voorbeeld van middeleeuwse techniek. Hij maakte gebruik van de eb- en vloedbewegingen van de Schelde om graan te malen. Het principe achter de werking van een getijdenmolen is eenvoudig maar geniaal: bij vloed vloeit het water via de Vliet in een

spaarbekken. Bij eb stroomt het water terug naar de Schelde en zet een rad in beweging. Naast het malen van graan diende de molen ook om het waterpeil in de grachten rond het Gravenkasteel te reguleren, wat de verdedigingscapaciteit van de burcht vergrootte.

Gedurende de eeuwen onderging de getijdemolen verschillende renovaties of moest hij heropgebouwd worden na verwoestingen, zoals die tijdens de Gentse opstand in de 16de eeuw. De getijdenmolen en de aanpalende molenaarswoning werden in 1982 beschermd als erfgoed en in de jaren 1990 gerestaureerd. Vandaag wordt de getijdenmolen van Rupelmonde beschouwd als de oudste nog werkzame getijdenmolen ter wereld.

TECHNOLOGISCH HOOGSTANDJE

niveau 0

Scenario 1

• verenigingshuis

• B&B

• molenmuseum

• fietsverhuur

niveau +1

niveau +2

Scenario 2

• infopunt

• B&B

• bakkerij

• workshopruimtes

• verbruiksruimte

niveau 0

M

+1

+2

niveau
niveau

niveau 0

Scenario 3

• horeca

• B&B

• molen

• verenigingshuis

+1

niveau
niveau +2

Scenario 4

• bakkerij

• vakantiehuis

• molen

• polyvalent gebruik

niveau +1 niveau 0

niveau +2

de molenaarswoning

GETIJDENMOLEN:

brandweerarsenaal

De getijdenmolen bestaat uit drie onderdelen: de molen (a), de molenaarswoning (b) en het brandweerarsenaal (c).

Het gebouw wordt omgevormd tot een belevingscentrum met horeca, artisanale bakkerij en streekwinkel. Daarnaast bevat het complex zes gastenkamers en enkele polyvalente ruimtes.

Molen en belevingscentrum

De maalmolen is publiek toegankelijk en wordt uitgerust met een belevingscentrum, dat uitleg geeft over de geschiedenis en werking van de molen.

B&B

De voormalige molenaarswoning zal dienen als B&B, mits aanpassingen om de brandveiligheid te waarborgen, zoals de toevoeging van een tweede vluchtroute.

Loft

De bovenste verdieping van de molenaarswoning wordt in gebruik genomen als loft, die kan dienen als woon- of verblijfsruimte voor de exploitanten of als vakantieverblijf.

Polyvalente ruimte

De eerste verdieping van het voormalige brandweerarsenaal en de eerste verdieping van de molen worden in gebruik genomen als polyvalente ruimte die verhuurd kan worden aan lokale organisaties.

Horeca en infopunt/onthaal

De voormalige radkamer van de molen biedt plaats aan een brasserie. De horecafunctie staat in verbinding met het Mercatorplein, zodat ze ondersteunend kan werken bij events.

Bakkerij en winkel

Het voormalige brandweerarsenaal wordt omgevormd tot een ambachtelijke bakkerij met streekproductenwinkel.

Polyvalente zaal

De zolderverdieping kan gebruikt worden als polyvalente ruimte mits ingrijpende aanpassingen op het vlak van stabiliteit en brandveiligheid, zoals het brandwerend maken van de zoldervloer, gecompartimenteerde trappen en bijkomende vluchtwegen.

Snede
Oostgevel
Zuidgevel

Mercatoreiland

Tijdens de workshops werd ook, zij het beknopter, gesproken over de publieke ruimte rond de erfgoedsites. Belangrijke thema’s waren de multi-programmeerbaarheid van de ruimte, de toegankelijkheid voor het publiek en de wens van veel bewoners om te beschikken over meer zitplaatsen en banken. Een van de scenario’s stelt voor om een kunstwerk of symbolisch landmark aan de kant van de Schelde te plaatsen. Er werd ook gekeken naar de mogelijkheid om een paviljoen te bouwen dat ondersteunend kan werken voor evenementen zoals de muziek- of folklorefestivals. De discussies hierover waren echter erg beknopt omdat meteen duidelijk was dat er momenteel onvoldoende budget voorhanden is.

SCENARIO-ONDERZOEK

Participatie: belang en valkuilen

Hoe wordt het participatietraject geëvalueerd door de deelnemers en de verschillende partners? “Het participatietraject is erg vlot verlopen, met weinig spanningen en conflicten”, zegt Van Gils. Het herbestemmingsproject is dan ook weinig gecontesteerd en werd daarentegen verwelkomd door de bewoners. Het blijft al bij al een kleinschalig project zonder al te veel negatieve impact op de gemeenschap en het dorp. Dan kan men zich natuurlijk de vraag stellen waarom het nog nodig is om tijd en middelen investeren in zo’n traject? Wat heeft het participatietraject opgebracht? Waarin bestond het doel, het nut en het belang? Of was het overbodig en onzinnig?

Versele: “Zo’n participatietraject is noodzakelijk, omdat je lokaal engagement wil stimuleren en aan de slag gaat met een plek die de mensen dierbaar is. Het is een plek vol verhalen en herinneringen, waar je ook heel veel kunt uithalen. Het is belangrijk om betrokkenheid en vertrouwen te creëren. Ik werk nu al drie jaar op dit project. Ik ken meer mensen in Rupelmonde dan in mijn eigen dorp. Als ik in de straten rondloop, herkennen mensen mij omdat ik er heel aanwezig ben. Ik ga naar evenementen, ik nodig de mensen uit op onze activiteiten, ik werk met lokale verenigingen. Het is belangrijk om een band te ontwikkelen met de bewoners, naar hen te luisteren en te tonen dat je de plek met hen deelt.”

Een tweede vraag die zich stelt is hoe men moet omgaan met de vele voorstellen die geformuleerd worden voor een site. Versele: “Het proces is essentieel om een breed draagvlak te creëren, maar het brengt ook soms uitdagingen met zich mee. Tijdens de workshops en gesprekken komen soms wilde ideeën naar boven. Sommige van die voorstellen zijn praktisch haalbaar, terwijl andere minder realistisch zijn. Veel mensen hebben sterke meningen over wat er met de locatie moet gebeuren, maar het is onmogelijk om iedereen tevreden te stellen.” Het pilootproject is immers gebonden aan een aantal randvoorwaarden: enerzijds moet het project rekening houden met de draagkracht van de plek en met de wensen van de bewoners, anderzijds moet het project ook praktisch en financieel haalbaar zijn. Men moet rekening houden met het beschikbare investeringsbudget, de restricties die het erfgoed oplegt, de vereisten van de brandweer, de rendabiliteit van het project, enzovoort. Dat zijn allemaal zaken die niet per definitie met elkaar te verzoenen zijn.

Minten zegt hierover het volgende: “Onze strategie bestond erin om de lokale bevolking inzicht te geven in het proces en hun feedback en reacties te verzamelen, zonder hen echter de verantwoordelijkheid te geven om beslissingen te nemen over de definitieve scenario’s. De uiteindelijke beslissing ligt bij de opdrachtgever. Die moet met verschillende zaken rekening houden, zoals de vereisten van de brandweer, de investeringskosten, de rendabiliteit van het project.” Van Gils sluit zich hierbij aan: “Je moet op voorhand duidelijk aangeven wat de inzet is van het participatietraject. Een goed ‘verwachtingsmanagement’ tijdens de workshops is van groot belang. Hoewel bewoners hun mening konden geven over de voorgestelde scenario’s, zijn zij niet verantwoordelijk voor de uiteindelijke beslissingen. Transparantie hierover vanaf het begin is cruciaal om misverstanden te voorkomen.”

De opzet van de Pilootprojecten Erfgoedbeleving bestaat erin dat Toerisme Vlaanderen investeert in de restauratie of renovatie van het erfgoed. Maar na deze eenmalige investering, als het erfgoed is opgeknapt, is het aan de exploitant om een economisch duurzaam businessmodel te ontwikkelen en op eigen benen te staan. Hoe is het gesteld met de rendabiliteit van het voorgestelde programma?

De getijdenmolen bevat behalve een molenmuseumen en een belevingscentrum ook gastenlogies, horeca, een ambachtelijke bakkerij en een winkel voor streekproducten. Hoewel de molen niet extreem winstgevend zal zijn, is het project wel rendabel. Versele: “Het feit dat deze getijdenmolen uit de 16de eeuw nog operationeel is en daadwerkelijk graan kan malen, is een uniek fenomeen wereldwijd, en zal heel wat bezoekers aantrekken. Een rendabiliteitsstudie toont aan dat twee mensen hier een goed inkomen uit kunnen halen, met genoeg middelen om een fonds voor erfgoedbehoud te creëren. De bakkerij en de winkel voor streekproducten zullen wellicht het meeste opbrengen, terwijl de bed and breakfast zal zorgen voor regelmatige inkomsten, maar geen intensief werk vereist, vooral beperkt tot schoonmaak en onderhoud.” De Graventoren is een ander verhaal. Hoewel de molen en de streekproductenwinkel belangrijke trekpleisters zijn, wordt de Graventoren gezien als een potentieel grotere publiekstrekker vanwege de unieke ervaring van het uitkijkpunt en de historische betekenis. Fietstoeristen zullen waarschijnlijk niet speciaal voor de molen komen, maar de Graventoren kan dienen als rustpunt en ontmoetingsplek. De toevoeging van een augmented of virtual reality-ervaring, die de 16de-eeuwse burcht en omgeving digitaal tot leven kan brengen, zou de attractiewaarde van de Graventoren verder kunnen versterken, en misschien ook wel bijkomende inkomsten kunnen genereren.

Hoe dan ook, zal de Graventoren pas in een volgende fase kunnen worden aangepakt vanwege de hoge restauratiekosten. Er zijn namelijk scheuren ontdekt in de ondergrondse structuren, wat zorgt voor stabiliteitsproblemen. Het huidige beschikbare budget is toereikend voor de herbestemming van de getijdenmolen, maar niet voor de restauratie en herbestemming van de Graventoren. De financiering zal dus elders en/of in een latere fase moeten gezocht worden.

De belevingsstrategie

Zoals Versele al opmerkte, wijkt de aanpak van dit pilootproject op een aantal punten af van het traject van de andere pilootprojecten. Versele: “Voor een herbestemmingproject zijn een aantal stappen noodzakelijk. Je moet een bouwhistorisch onderzoek voeren, zodat je weet wat al dan niet mogelijk is. Je moet het onderzoek voeren naar de ziel naar de plek (of in het geval van het Mercatoreiland, naar de centrale figuur van de plek), want zo kan je een narratief ontwikkelen. Je moet burgers en experten consulteren in een participatietraject om te onderzoeken wat al dan niet gewenst is. Net als bij de andere pilootprojecten hebben we al die noodzakelijke stappen doorlopen, maar wat dit project uniek maakt, is dat we hier voor het eerst ook een ‘belevingsstrategie’ hebben uitgewerkt. Hiervoor hebben we een beroep gedaan op Cederik Haverbeke van Executxr.”

Volgens Versele betekent de belevingsstrategie binnen het Mercatorproject een fundamentele verschuiving ten opzichte van klassieke herbestemmingsprojecten. In plaats van te vertrekken vanuit de herbestemming van het erfgoed, het programma of de economische haalbaarheid, is het uitgangspunt van de belevingsstrategie het gewenste effect op het publiek. Niet de fysieke invulling van de site staat centraal (zoals “we willen hier een bakkerij of een museum”), maar wel: wat moet het project teweegbrengen bij de potentiële bezoekers? In het geval van dit pilootproject bestaat het doel erin om het intellectuele erfgoed van Mercator opnieuw tot leven te wekken en mensen trots te maken op hun geschiedenis. Versele: “De herbestemming is daarmee geen doel op zich, maar een middel om betekenisvolle ervaringen te creëren en de gewenste doelen te bereiken. Het Mercatorproject vertrekt niet vanuit een plek maar wel vanuit een verhaal, een narratief rond de figuur van Mercator. Dat narratief vormt de spil waarrond de het Mercatoreiland, het Mercatormuseum en de on-tourbeleving voor de academische wereld wordt opgebouwd.”

Aan deze aanpak is ook een businessmodel gekoppeld. De belevingsstrategie vertrekt vanuit de gewenste effecten bij het publiek en vertaalt die naar concrete acties, zoals het vooropstellen van gewenste bezoekersaantallen en de opmaak van een gedetailleerde publiekswerking. Versele: “De juiste boodschap moet via het juiste kanaal bij de juiste doelgroep terechtkomen. Dit gebeurt via verhalen, interactieve technologieën, tentoonstellingen en activiteiten, telkens afgestemd op de behoeften en interesses van gezinnen, jongeren, scholen, erfgoedliefhebbers, academici, enzovoort. Voor jongere doelgroepen worden bijvoorbeeld digitale ervaringen ontwikkeld zoals een vr-applicatie, die betalend kan aangeboden worden. Voor oudere doelgroepen is een meer ‘analoge’ aanpak wenselijk, zoals een bezoek aan de molen of het museum. Het draait om beleven, niet gewoon kijken naar oude spullen. De bedoeling is dat je als bezoeker echt iets voelt of meemaakt. Je leert bij, maar je wordt ook geraakt of verrast. De belevingsstrategie wil ervoor zorgen dat meer mensen op een boeiende manier kennismaken met Mercator, zijn werk en zijn erfgoed. Ik ben ervan overtuigd dat elk pilootproject een duidelijke belevingsstrategie moet hebben.”

HOOFDSTUK 2:

TIJDSLIJN

Februari 2022

Principieel akkoord met de familie Oste over de erfpacht van de Graventoren

Juni 2022

Principieel akkoord met de gemeenteraad van Kruibeke over de erfpacht van de getijdenmolen

September 2022

februari 2023: Bouwhistorisch onderzoek

Februari 2023

Kennismakingsevenement voor buurtbewoners

Maart 2023

Toerisme Vlaanderen verwerft de erfpacht van de Graventoren en de getijdenmolen

Maart-april 2023

Participatieworkshops

Juni 2023

Oplevering onderzoeksresultaten over het potentieel van de plek

Oktober 2023

Bekendmaking herbestemming

Februari 2024

Aankondiging tijdens een event en vrienden van het project een eerste vorm van digitale projectie van een animatie op

Eind 2027

Start renovatiewerken getijdenmolen

Juni 2025

Lancering van de opdracht voor het ontwerp

2026

Heraanleg van de parkingzone tussen toren en molen

event voor buurtbewoners en de plek, gekoppeld aan digitale beleving, namelijk een op de gebouwen

HOOFDSTUK 3 INTERVIEWS STAKEHOLDERS

ARCHITECT MASTERPLAN

Mentaal verval van een plek gaat altijd het fysieke verval vooraf.
Dimitri

Scenario-onderzoek

“Het doel van onze studie bestond erin om een nieuwe geschikte bestemming te vinden voor de Graventoren en de getijdenmolen. Om dit te onderzoeken bedachten we voor elk van de gebouwen verschillende scenario’s, die varieerden van heel minimale tot maximale ingrepen. Voor de Graventoren bijvoorbeeld ging dat van het minimale scenario van een veeleer ruïneuze openluchtstructuur die kan dienen als een drager van kunstwerken, tot een verwarmd en museaal gebouw of een exclusief gastenverblijf. Het doel van die scenario’s was niet zozeer om er eentje uit te kiezen, maar wel om ideeën uit te testen en reacties uit te lokken bij de verschillende stakeholders: de omwonenden, de gemeente, Toerisme Vlaanderen of het Agentschap Onroerend Erfgoed. Niet alle scenario’s waren dus even realistisch of werkbaar, maar leidden wel tot waardevolle inzichten. Dankzij het scenario-onderzoek kwamen wensen, verwachtingen, bezwaren en praktische vragen gemakkelijker naar boven.”

Het belang van participatie

“Sam Versele, een centrale figuur van het pilootproject, heeft veel tijd en energie gestoken in het creëren van een groep lokale enthousiastelingen. Door regelmatig bijeenkomsten te organiseren, ontstond er een energieke groep van veertig tot vijftig mensen, die belangrijke input leverden tijdens het ontwerpproces. Hoewel zij geen beslissingsbevoegdheid hadden, was hun feedback waardevol voor het verkrijgen van draagvlak. Hun reflecties dienden als basis voor de projectleider om een uiteindelijke beslissing te nemen.”

“Het participatietraject speelt een centrale rol in het begrijpen van de ziel van een plek, door te onderzoeken hoe de plek vandaag nog leeft in de lokale gemeenschap. Dit zoeken naar aanknopingspunten heeft tijd nodig. Ik ben blij dat Toerisme Vlaanderen de nodige ruimte heeft geboden om dit traject te doorlopen. De Vlaamse overheid had evengoed een zak geld op tafel kunnen leggen en zeggen: dit gaan we hier doen! Zo’n snelle top-downaanpak werkt natuurlijk niet. Er is tijd nodig om zo’n project duurzaam te verankeren in de gemeenschap.” “Tijdens het ontwerp- en participatietraject is enthousiasme gewekt voor de site. Dat is cruciaal. Mentaal verval van een plek gaat altijd het fysieke verval vooraf. Als mensen de Graventoren en de getijdenmolen niet meer interessant genoeg vinden en links laten liggen, dan zal een overheid er ook geen middelen voor vrijmaken. Het is dus essentieel dat de gemeenschap zich betrokken voelt bij het project!”

PARTICIPATIE-EXPERT

Het zou onjuist zijn om een kleine groep te laten beslissen welk project wordt uitgevoerd.

Weinig controverse

“Het Mercatoreiland was voor ons een heel positief project. Als wij ingeschakeld worden, is er meestal sprake van een moeilijke situatie of een conflict en moeten we strategieën bedenken om mensen rond de tafel te brengen en tot een vergelijk te komen. Hier in Rupelmonde was dat toch wel anders. Het pilootproject riep weinig controverse op. Wat kan je er nu op tegen hebben om de getijdenmolen en de Graventoren te restaureren en open te stellen voor het publiek? De participatiemomenten verliepen dan ook erg vlot, het waren veeleer gezellige sociale bijeenkomsten met de dorpse gemeenschap.”

Nog geen draaiboek

“De projectleider, Sam Versele, heeft het pilootproject stevig in handen genomen. Hij zocht actief de lokale gemeenschap op en wist een sterke connectie te maken. Zijn betrokkenheid

Hanne Van Gils // Endeavour

en resultaatgerichte stijl van projectmanagement hebben ervoor gezorgd dat het project snel van de grond kwam en de basis werd gelegd voor stevige lokale connecties.”

“Er bestaan nog geen draaiboeken voor dit type van pilootprojecten bij Toerisme Vlaanderen. Het was ook voor de projectleider nog wat zoeken, bijvoorbeeld wanneer je welke externe expertise betrekt. Dit had als gevolg dat er verschillende partijen bij verschillende stappen werden betrokken. Een aandachtspunt hierbij is kennisoverdracht. Nuanceringen en inzichten kunnen op die manier verloren gaan.”

“Bij Endeavour werken we vaak in multidisciplinaire teams waarin we samen met een ontwerpbureau en ander experten (zoals erfgoeddeskundigen, historici, sociologen, financiële of juridische experten, scenografen of kunstenaars) aan een herbestemmingsproject werken. Dan kunnen we ons co-creatieproces afstemmen op het onderzoeks- en ontwerpproces, wat zorgt voor een waardevolle kruisbestuiving. Bij het Mercatoreiland werden verschillende deelopdrachten apart aanbesteed. Alles was erg gefragmenteerd. Naar mijn mening is dat minder efficiënt, minder snel en bovendien duurder. Gelukkig werken wij regelmatig samen met de architecten van RE-ST, waardoor we onze werkzaamheden toch goed op elkaar konden afstemmen.”

“Het project kwam, voor ons, redelijk abrupt ten einde. Er waren nog een aantal onzekerheden, zoals het verdienmodel, waardoor er geen finaal, afsluitend moment was. Ook niet naar de deelnemers van de eerdere workshops toe. We hadden ons eindrapport opgeleverd en waren vragende partij om een meeting te houden met de volgende ploeg om onze kennis door te geven. Dat is er nooit echt van gekomen en ik weet vandaag dus ook niet heel precies wat er staat te gebeuren met het Mercatoreiland. Dat is spijtig, want we hebben daar veel energie in gestoken. Het is belangrijk dat de kennis die opgedaan is niet verloren gaat.”

Een goed ‘verwachtingsmanagement’

Een veelvoorkomend misverstand bij participatie- of co-creatietrajecten – en dat was ook hier in Rupelmonde het geval – is de vraag om de resultaten te kwantificeren. Hoeveel mensen verkiezen dit of dat? Daar willen we echter niet aan meewerken, omdat het een misleidend beeld schept. Hoewel de vertegenwoordiging zeer divers was, mag je er niet van uitgaan dat de beperkte groep representatief is voor de volledige gemeenschap. Het zou onjuist zijn om een kleine groep te laten beslissen welk project wordt uitgevoerd. Bovendien bestaat er een verschil tussen wat mensen willen en wat mogelijk is. Je moet ook rekening houden met juridische, brandtechnische en financiële aspecten. De uiteindelijke beslissing ligt daarom bij de projectleider en de opdrachtgever.”

“Het doel van een participatietraject bestaat er vooral in om de stemming in de gemeenschap te peilen, inzicht te krijgen in wat er leeft, ideeën op te doen en draagvlak te creëren. Daarom is een goed ‘verwachtingsmanagement’ tijdens de workshops van groot belang. Hoewel bewoners hun mening konden geven over de voorgestelde scenario’s, waren zij niet verantwoordelijk voor de uiteindelijke beslissingen. Transparantie hierover vanaf het begin is cruciaal om misverstanden te voorkomen.”

Integrale toeristische kaart

“Het Mercator-narratief dient momenteel als waardevolle kapstok om de verschillende onderdelen van de plek met elkaar te verbinden. Ik vond dit soms te beperkend. Hoewel Mercator een cruciale historische figuur is, zijn er veel andere boeiende verhaallijnen die eveneens verbonden zijn met de plek. Denk aan de technologische ontwikkelingen van die tijd, de relatie van het stadje met het water, de havenactiviteiten, de geschiedenis van de Schellekeswijk, lokale legendes, de scheepswerf, de inpoldering van het landschap en recentere ontwikkelingen zoals de aanleg van overstromingsgebieden in het kader van het Sigmaplan. Het zou waardevol zijn om ook de bredere landschappelijke, maatschappelijke en historische context mee te nemen in het verhaal.”

“Tijdens onze consultaties met experts en beleidsmakers hebben we daarom ook experten en beleidsmakers gesproken die werk verrichten rond fietsroutenetwerken of waterbeheer en natuurbehoud in de overstromingsgebieden. Ik zie veel potentieel in het ontwikkelen van een nieuwe ‘integrale toeristische kaart’ die al deze losse verhaallijnen en elementen met elkaar verbindt. De herbestemming van het Mercatoreiland biedt volgens mij een unieke kans om een samenhangend en rijk beeld te schetsen van de historische en culturele rijkdommen van de omgeving, wat de aantrekkingskracht van de hele regio zou kunnen vergroten.”

“Ik had het gevoel dat er weinig belangstelling was voor deze brede aanpak, wellicht omdat het te complex lijkt voor toeristische publiekswerking. Natuurlijk is storytelling essentieel voor het succes van toeristische projecten, maar men moet oppassen dat erfgoed niet gereduceerd wordt tot een eenvoudig ‘verhaaltje’ om bezoekers aan te trekken. Het moet meer zijn dan marketing; het moet een diepere verbinding met de plek en haar rijke geschiedenis mogelijk maken.”

BUURTVERENIGING

Een kleine wederdienst voor de blijvende toegang tot alle faciliteiten.
Jasper Van Hoey // penningmeester vzw Het Schelleke

“De Schellekesfeesten zijn een folkloristisch evenement met wortels in de Schellekeswijk, een oude schipperswijk gelegen achter het Mercatoreiland. Op de eerste zaterdag van augustus trekken we langs alle cafés van het dorp voor oude volksspelen, gevolgd door muziekoptredens op het Mercatoreiland en vuurwerk boven de Schelde. Op zondag is er een ambachtenmarkt en trekt een stoet met reuzen door het dorp. Rupelmonde heeft zelf zeven reuzen, allemaal geïnspireerd door de rijke lokale geschiedenis. Onze belangrijkste reus is Mercator. Daarnaast komen er ook reuzen uit Wallonië, Frankrijk en andere Europese landen naar Rupelmonde. Het is dorpse folklore, maar uiteindelijk komt de wereld naar Rupelmonde.”

“De samenwerking met Toerisme Vlaanderen en Sam Versele verliep zeer vlot. Sam heeft ons als organisator van de Schellekesfeesten van in het begin uitgenodigd om mee aan tafel te zitten. Toerisme Vlaanderen heeft onze vereniging steeds ondersteund, onder andere door ervoor te zorgen dat we de faciliteiten die we eerder gebruikten, konden blijven gebruiken. Voorheen werden die faciliteiten, zoals openbare toiletten, waterpunten en elektriciteitsvoorzieningen, door de gemeente beheerd. Sinds Toerisme Vlaanderen verantwoordelijk is voor het Mercatoreiland, zijn er kleine dingen veranderd. Een voorbeeld hiervan is dat we nu meer verantwoordelijkheid dragen voor het netjes achterlaten van het terrein, zoals het opruimen van sigarettenpeuken na het evenement. We beschouwen dat als een kleine wederdienst voor de blijvende toegang tot alle faciliteiten.”

Het project geniet brede steun vanuit de buurt.

Dimitri Van Laer // voormalige schepen en burgemeester van Kruibeke;huidige schepen van cultuur en onroerend erfgoed van de fusiegemeente Beveren-Kruibeke-Zwijndrecht

“Ik was aanwezig bij enkele participatiemomenten, die op een zeer professionele manier werden georganiseerd. Dit werd duidelijk gewaardeerd door de bewoners. Rupelmonde is een kleine gemeenschap, en bijna iedereen heeft kunnen deelnemen en zijn stem laten horen. Hierdoor geniet het project brede steun vanuit de buurt. Het Mercatoreiland blijft toegankelijk voor het publiek, en Toerisme Vlaanderen zet zich in om bestaande evenementen en tradities, zoals de Schellekensfeesten en Repmond Rock, te ondersteunen en voort te zetten.” LOKALE BESTUURDER

“We hebben de getijdenmolen en het Mercatoreiland in erfpacht gegeven aan Toerisme Vlaanderen. De gemeente beschikt niet over voldoende middelen om de restauratie van de getijdenmolen en de Graventoren zelf te realiseren. Eerder werkten we al succesvol samen met Toerisme Vlaanderen bij de restauratie van kasteel Wissekerke, dat gedeeltelijk werd herbestemd tot museum. Deze positieve ervaring heeft de weg vrijgemaakt voor een nieuwe samenwerking, waar we vol vertrouwen aan beginnen.”

PROJECTPARTNER 5

Het pilootproject is een perfecte aanvulling op ons museumaanbod en een unieke kans om het museum naar een hoger niveau te tillen.
Ward Bohé // directeur Mercatormuseum

“Al vroeg in de 19de eeuw begon de Koninklijke Oudheidkundige Kring van het Land van Waas met het verzamelen van het erfgoed van Gerard Mercator. De unieke collectie omvat onder meer veertig atlassen en twee zeldzame globes, vervaardigd door Mercator zelf. Sinds 1907 wordt de verzameling tentoongesteld in het Mercatormuseum in SintNiklaas. Het museum is momenteel gesloten en verhuist naar het veel grotere Stedelijk Museum Zwijgershoek. Daar presenteren we vanaf eind 2025 een volledig vernieuwde tentoonstelling op een oppervlakte van 1150 m2. De herinrichting biedt een eigentijds narratief en een frisse scenografie. Terwijl we vroeger een traditioneel documentair en chronologisch verhaal vertelden, vertrekken we nu vanuit de leefwereld van de bezoekers. Welke kaarten gebruiken mensen vandaag? Denk aan Google Maps, Waze, weerkaarten of kaarten uit nieuwsberichten over geopolitieke situaties of de verkiezingen in de VS. Vanuit die herkenbare context duiken we in de wereld van kaarten: wat is een kaart, hoe werden en worden ze gemaakt, en waarvoor worden ze gebruikt? De tentoonstelling combineert 300 originele objecten – waaronder kaarten, atlassen, globes en instrumenten – met moderne technologieën zoals virtual reality en toepassingen van artificiële intelligentie.”

“Ik ben zelf niet rechtstreeks betrokken bij het pilootproject, maar we zijn wel gevraagd om het narratief van Studio Louter mee te ontwikkelen. Daarnaast zijn er belangrijke verbindingen tussen het Mercatormuseum en het Mercatoreiland. Zo wordt er een metahuman-avatar van Gerard Mercator gecreëerd, die we in ons museum tot leven zullen brengen en die ook een plek krijgt in Rupelmonde. Daarnaast wordt er een digitale reconstructie gemaakt van het Gravenkasteel, die we integreren in een van de hoofdstukken van onze tentoonstelling. Het pilootproject voor het Mercatoreiland is een perfecte aanvulling op ons museumaanbod en een unieke kans om het museum naar een hoger niveau te tillen. Sint-Niklaas en Rupelmonde liggen niet ver van elkaar en dat opent mogelijkheden voor het fietstoerisme.”

EIGENAAR-BEWONER

Streven naar een evenwichtige ontwikkeling die het erfgoed waardeert en tegelijkertijd respect toont voor de lokale gemeenschap.
Wannes

Oste // voor de familie Oste, eigenaar van de Graventoren

“Onze voorouders hebben de Graventoren en de omliggende gronden, waaronder het eiland, de voormalige scheepswerf en de nabijgelegen polders, ooit gekocht van de nazaten van de Graaf van Vlaanderen. Op deze gronden deden ze aan landbouw. Hoewel mijn broer en zus nog steeds op de kasteelhoeve wonen, is onze familie inmiddels gestopt met landbouwactiviteiten, en zijn veel van onze gronden onteigend. De Graventoren verhuurden we aan de gemeente, die er het museum uitbaatte. Helaas beschikken noch wij, noch de gemeente over voldoende middelen om de toren goed te onderhouden en te restaureren. Daarom ben ik blij dat we de Graventoren in erfpacht hebben kunnen geven aan Toerisme Vlaanderen. Het is een logische en noodzakelijke stap om dit waardevolle erfgoed toegankelijk te houden en te bewaren voor toekomstige generaties.”

“We namen deel aan het participatietraject van Toerisme Vlaanderen en waren onder de indruk van de grote interesse in het erfgoed. Dankzij de uitgebreide promotie door Toerisme Vlaanderen, aangevuld met enthousiaste mond-tot-mondreclame, kreeg het project veel aandacht. Er is brede steun vanuit de gemeenschap voor het voorstel om een uitkijktoren te realiseren met uitzicht over de Schelde.”

“De restauratie van de Graventoren zal nog even op zich laten wachten, aangezien de toren kampt met ernstige structurele problemen. Anders dan de getijdenmolen is het onwaarschijnlijk dat de Graventoren financieel rendabel gemaakt kan worden. Bezoekers zullen waarschijnlijk niet bereid zijn te betalen voor een toegangsticket, en zelfs al je maar een symbolische euro vraagt om naar boven te gaan, heb je al veel busladingen nodig om uit de kosten te geraken. Het is natuurlijk ook niet de bedoeling dat het dorp overspoeld wordt door het massatoerisme. Het is belangrijk om te streven naar een evenwichtige ontwikkeling die het erfgoed waardeert en tegelijkertijd respect toont voor de lokale gemeenschap. Wij vinden het belangrijk dat Toerisme Vlaanderen in haar communicatie, projecten en veranderingen altijd met respect voor de erfbewoners gehandeld heeft.”

HOOFDSTUK 4: LESSEN

Niet alleen de plek, maar ook een narratief kan het vertrekpunt zijn

Een betekenisvol herbestemmingsproject hoeft niet altijd te vertrekken vanuit de ‘ziel van de plek’. Een krachtig narratief – zoals de figuur van Mercator – kan evengoed het fundament vormen voor erfgoedbeleving.

Vertrek van een sterk narratief, maar laat ruimte voor verbreding

Storytelling is waardevol, maar moet meer zijn dan een marketinginstrument. Breid het verhaal uit met landschappelijke, maatschappelijke en historische lagen om de complexiteit en gelaagdheid van de plek volledig tot zijn recht te laten komen.

Verbreed de impact via strategische partnerschappen

Samenwerkingen met musea, universiteiten en lokale actoren versterken het project en zorgen voor een bredere en meer gespreide publiekswerking.

Een belevingsstrategie is een cruciaal instrument

Herbestemming is geen doel op zich, maar een middel. Vertrek vanuit het gewenste effect op het publiek en vertaal dat naar concrete belevingen die raken en bijblijven. Een belevingsstrategie combineert een sterk verhaal met formats afgestemd op de verschillende doelgroepen, en koppelt dat aan concrete publieksdoelen.

Werk multidisciplinair en geïntegreerd

Vermijd het opdelen van opdrachten in losse delen. Een geïntegreerde aanpak voorkomt kennisverlies, bevordert samenwerking en zorgt voor een coherente visie doorheen alle projectfasen.

6 7 8 9

Een projectleider met lokaal engagement maakt het verschil

De sterke betrokkenheid van de projectleider op het terrein – met aanwezigheid op evenementen en persoonlijk contact – is cruciaal voor vertrouwen en verbinding met de gemeenschap.

Ken en respecteer de draagkracht van de plek

Programmeer niet te zwaar. Houd bij de programmatie rekening met de schaal, het huidige gebruik en de betekenis van de plek voor de gemeenschap. Bouw verder op bestaande praktijken en tradities.

Een participatief traject loont – mits duidelijk verwachtingsmanagement

De participatie van bewoners en stakeholders creëert draagvlak, betrokkenheid en enthousiasme. Maak van bij de start duidelijk wat inspraak wel en niet betekent. Bewoners kunnen meedenken en adviseren, maar beslissingen liggen bij de opdrachtgever.

Technologie opent nieuwe deuren voor beleving

Innovaties zoals ar, vr en ai maken het mogelijk om erfgoed op nieuwe, toegankelijke en gelaagde manieren te ontsluiten voor diverse doelgroepen.

COLOFON

Verantwoordelijke Uitgever

Peter De Wilde, Toerisme Vlaanderen, Grasmarkt 61, 1000 Brussel

Redactie

Joeri De Bruyn (Public Space) Rein Meus, Sam Versele (Toerisme Vlaanderen)

Wettelijk depot

D/2026/5635/1

Meer informatie

www.toerismevlaanderen.be www.samenherbestemmen.be

Copyrights

Jan Crab, MAP, Stad Sint-Niklaas, Mural Zwijgershoek Karl Meersman

Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt op welke wijze dan ook zonder schriftelijke vermelding van Toerisme Vlaanderen.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook