Skip to main content

PrimaOnderwijs #1 September 2026

Page 1


Voor alle professionals in het onderwijs

Nummer 1 - September 2026

‘Vaak zagen mensen eerst het dossier en pas daarna mij. Je wordt beoordeeld op wat er over je geschreven staat.’

Veteranen zijn niet altijd oude mannen van 80, of altijd stoere mannen

‘Begin eerst eens met je eigen buurt, je eigen stad en je eigen land’

Verschijnt 5x per jaar

Woltring: Jongens leren vaker via uitproberen: trial and error

4 REDENEN om naar de NOT te komen:

WAAR ONDERW S VOORUITGAAT

Jaarbeurs Utrecht 19 t/m 23

NOT & EDTECH MAINSTAGE

De eerste sprekers z n bekend:

Waar onderwijs vooruitgaat: op de NOT krijgen nieuwe ideeën de ruimte om uit te groeien tot blijvende verandering, voor een impact die verder reikt dan vandaag.

2 Mainstages: NOT én EdTech, powered by IPON.

4 theaters met inhoudelijke sessies over actuele uitdagingen en ontwikkelingen.

5 vernieuwde segmenten; Lesgeven met impact, Slim leren & technologie, De leeromgeving van morgen, Leren buiten de klas, Samen groeien.

Praktische oplossingen, producten en inzichten van experts die je direct kunt toepassen in de praktijk.

Karim Amghar

Dagvoorzitter

NOT Mainstage

Elvira Pont

Auteur, trainer en ontwikkelaar LeesInzicht

Stephanie Meuleman

Dagvoorzitter

EdTech Mainstage

Als eerste op de hoogte z n? Meld je aan voor de event updates!

Geef de ruimte! burgerschap voorwoord

Wat doen we met kinderen en jongeren die zich minder of zelfs niet gehoord voelen? Of degenen die buitengesloten worden in maatschappelijke discussies? Want dat is wél het gevolg van verharding van maatschappelijke discussies en extreme online meningen.

Jullie bereiden leerlingen voor op toetsen en diploma’s, én op hun plek in de samenleving. Maar hoe geef je daar goed vorm aan? Want wat hebben kinderen en jongeren nu nodig om zich te ontwikkelen tot betrokken, respectvolle en kritische burgers?

Burgerschapsonderwijs blijft actueel. In De Staat van het Onderwijs 2026 benadrukt de Inspectie opnieuw het belang van doelgericht en samenhangend burgerschapsonderwijs. De nieuwe kerndoelen voor burgerschap komen steeds dichterbij. Die moeten scholen meer houvast geven bij de invulling van het leergebied. Daarbij blijft ruimte voor een eigen invulling, passend bij de visie van de school en de lokale context waarin leerlingen opgroeien. Die ruimte zorgt ervoor dat burgerschapsonderwijs op veel verschillende manieren vorm krijgt. Van het voeren van gesprekken over maatschappelijke thema’s tot samenwerken in de wijk, van leerlingenparticipatie tot aandacht voor mediawijsheid en inclusie.

“Burgerschap begint niet bij verkiezingen of maatschappelijke thema’s, maar bij het gevoel dat je onderdeel bent van een gemeenschap.” Volgens Elijah Delsink, voorzitter van de Landelijke Belangenvereniging (LBVSO | LsBX funderend en vervolgonderwijs) is de belangrijkste vraag daarom niet óf iedereen erbij hoort, maar hoe scholen ervoor zorgen dat iedereen daadwerkelijk mee kan doen. Lees het interview op pagina 6

Burgerschap betekent ook oog hebben voor elkaars verschillen. Ontwikkelingspedagoog en jongensdeskundige Lauk Woltering pleit voor meer aandacht voor de ontwikkeling van jongens. “Het onderwijs vraagt vroeg om stilzitten, plannen, luisteren en verwoorden. In die vaardigheden hebben meisjes gemiddeld een voorsprong en dan concluderen we dat jongens ongemotiveerd zijn of niet willen.” Zijn visie vind je op pagina 32

“Een gemeenschap heeft sterke individuen nodig. Mensen die zelfstandig durven denken, maar zich óók verbonden weten met anderen. Dat leer je niet uit een boek, maar doordat je iedere dag ervaart wat het betekent om ergens bij te horen.” Dat vindt filosoof Ad Verbrugge. Hij vindt de nieuwe kerndoelen nog te vrijblijvend. Hij komt op pagina 14 aan het woord.

Wie of wat is jouw voorbeeld als het gaat burgerschapsonderwijs? Ik hoor dat graag via het e-mailadres van de redactie.

Veel leesplezier!

Wiesette Haverkamp Hoofdredacteur PrimaOnderwijs

Ideeën, vragen, verzoeken voor PrimaOnderwijs? Mail naar redactie@primaonderwijs.nl

Volg @PrimaOnderwijs ook op Instagram, LinkedIn, Facebook en Spotify.

De leukste klaaropdracht

Met Squla oefenen leerlingen van groep 1 t/m 8 spelenderwijs met de lesstof van school.

Zelfstandig werken

Leerlingen oefenen met wat ze in de klas leren, op hun eigen niveau.

Meer ruimte voor begeleiding

Terwijl leerlingen zelfstandig oefenen, heb jij ruimte voor extra aandacht.

Vertrouwd door leerkrachten

Meer dan 21.000 leerkrachten gebruiken Squla in de klas.

Gratis in de klas

Squla is gratis beschikbaar in de klas. Activeer via Basispoort of meld je aan via squla.nl/leerkracht

Nummer 1 september 2026

Inhoud

Voor alle professionals in hetonderwijs

14

Ad Verbruggen “Burgerschap begint bij een gemeenschap”

36

Arnhem: het netwerk waarin kinderen opgroeien

58

DNB: Mee met een rondleiding door De Nieuwe Schatkamer

Volg ons

42 Kom in actie voor CliniClowns @ primaonderwijs

Colofon

Hoofdredactie

Wiesette Haverkamp

Vormgeving

Martin Hollander

Medewerkers

Marco van den Berg, Klaske Delhij, Esmee Weerden, Malini Witlox

Beeld

Shutterstock, iStock, Unsplash

Redactie

KiKa helpt bij praten over kanker in de klas 53

06 Elijah Delsink: ‘Hoe kan iedereen erbij horen?”

10 Hoe monitor je burgerschapsonderwijs?

16 Open leermateriaal geeft ruimte

19 Hoe lees je met een leesbeperking?

22 NKO: Leer je klas goed managen

24 Legeroefening als burgerschapsonderwijs

30 Eduard van Beinumschool leidt kinderen op tot burgers van morgen

32 We zijn vergeten hoe jongens zich ontwikkelen’

38 Anne Frank Stichting: Maak democratie en rechtsstaat behapbaar

41 Kindertelefoon zoekt vrijwilligers

50 Skinfluencers: hoe betrouwbaar zijn die?

55 Actief aan de slag met wereldburgerschap

69 Circulaire economie in de klas

030 - 241 70 44, redactie@primaonderwijs.nl, postbus 40266, 3504 AB Utrecht

Sales 030 - 241 70 21, account@edg.nl

Klantenservice

030 - 241 70 20 klantenservice@edg.nl

Verschijning en verspreiding PrimaOnderwijs verschijnt 5 keer per jaar. Verspreiding via gecontroleerde distributie door EDG Media bij alle basisscholen en scholen in het voortgezet onderwijs in Nederland. Naast het magazine biedt PrimaOnderwijs een wekelijkse nieuwsbrief en de website www.primaonderwijs.nl

Met 100.000 lezers het grootste blad voor alle onderwijsprofessionals.

PrimaOnderwijs is een uitgave van

©Copyright 2026 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, overgenomen of openbaar gemaakt zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. De uitgever is niet aansprakelijk voor enig handelen op grond van de in dit blad gegeven adviezen of gedane mededelinge n.

Burgerschap begint met de vraag: Hoe kan iedereen erbij horen?

Burgerschap gaat vaak over democratie, de rechtsstaat of maatschappelijke vraagstukken. Volgens Elijah Delsink, voorzitter van de Landelijke Belangenvereniging (LBVSO | LsBX funderend en vervolgonderwijs) van en voor leerlingen en studenten (4-27 jaar) met een ondersteuningsbehoefte, beperking en neurodiversiteit, begint het veel eerder. “Burgerschap begint niet bij verkiezingen of maatschappelijke thema’s, maar bij het gevoel dat je onderdeel bent van een gemeenschap.” Volgens hem is de belangrijkste vraag daarom niet óf iedereen erbij hoort, maar hoe scholen ervoor zorgen dat iedereen daadwerkelijk mee kan doen.

Tekst: Wiesette Haverkamp

Die overtuiging komt voort uit zijn eigen schooltijd. Als kleuter stond Delsink voor de deur van weer een nieuwe basisschool. Hij was non-verbaal en had al een uitgebreid dossier met onder meer autisme, TOS, dyspraxie, dyslexie en hoogbegaafdheid. Zijn vertrouwen in het onderwijs was al vroeg beschadigd. Tot juf Willemijn hem welkom heette: “Eenmaal binnen bij ons, blijf je bij ons.” “Zij besloot éérst dat ik erbij hoorde. Daarna ging ze samen met mij uitzoeken hoe.”

Eerst het kind

Volgens Delsink ligt daarin een belangrijke les voor het onderwijs. “Vaak zagen mensen eerst het dossier en pas daarna mij. Je wordt beoordeeld op wat er over je geschreven staat, in plaats van op wie je bent. Mijn basisschool deed iets bijzonders. Ze begon opnieuw, zonder vooroordelen.”

Dat betekent niet dat ondersteuningsbehoeften worden genegeerd. “Ze zagen de hordes die ik moest nemen, maar dachten vervolgens: hoe zorgen we

ervoor dat Elijah daaroverheen kan springen?” Die manier van kijken mist hij nog vaak in het debat over inclusief onderwijs. “We kijken vanuit het bestaande systeem en vragen vervolgens hoe leerlingen daarin passen. Maar de vraag zou moeten zijn: wat hebben leerlingen nodig om mee te kunnen doen, en hoe richten we het onderwijs daarop in?” Die manier van denken ziet hij ook terug in verschillende onderzoeksen ontwikkeltrajecten rond inclusief onderwijs. “Als je een omgeving ontwerpt die werkt voor leerlingen die de meeste ondersteuning nodig hebben, profiteert uiteindelijk iedereen daarvan.” Volgens Delsink is dat precies de omslag die scholen moeten maken: niet uitgaan van de gemiddelde leerling, maar onderwijs ontwerpen waarin verschillen vanaf het begin zijn meegenomen.

Burgerschap leer je door ontmoeting

Voor Delsink raakt die vraag direct aan burgerschap. “Samenleven leer je niet uit een lesboek. Dat leer je door mensen te ontmoeten die anders denken, leren, communiceren en leven dan jijzelf.”

Volgens hem groeien veel kinderen nog altijd op in gescheiden werelden. Leerlingen met een beperking of ondersteuningsbehoefte volgen niet altijd onderwijs samen met leeftijdgenoten. “Terwijl we later wel verwachten dat zij samenwonen, werken, studeren en deelnemen aan dezelfde samenleving.” Daarom zouden inclusie, neurodiversiteit en beperking volgens hem een vanzelfsprekend onderdeel van burgerschapsonderwijs moeten zijn. Niet als losse les of projectweek, maar verweven in het dagelijks schoolleven. “Omgaan met verschillen leer je niet tijdens een projectweek. Dat is een proces van jaren: samen leren, samenwerken, misverstanden oplossen en ontdekken dat iemand die anders lijkt uiteindelijk ook gewoon een klasgenoot is.”

Volgens Delsink geldt dat niet alleen voor leerlingen met een ondersteuningsbehoefte, maar net zo goed voor verschillen in afkomst, religie of seksuele oriëntatie. “Burgerschap gaat uiteindelijk over de vraag of iedereen werkelijk kan meedoen.” Volgens Delsink is dat bovendien niet alleen een verhaal over leerlingen met een beperking. Dezelfde houding geldt volgens hem voor alle andere verschillen. Burgerschap vraagt niet om het wegpoetsen van verschillen, maar om leerlingen te leren dat die verschillen een normaal onderdeel zijn van de samenleving.

De leraar maakt het verschil

Leraren spelen daarin volgens hem een grotere rol dan zij misschien denken. Niet doordat zij overal specialist in zijn, maar doordat zij iedere dag laten zien wat

normaal is. “Leerlingen kijken voortdurend naar hoe volwassenen reageren. Als een leraar laat zien dat verschillen normaal zijn en iedereen erbij hoort, nemen leerlingen dat vaak vanzelf over.” Ook kleine aanpassingen kunnen veel betekenen. “Voor sommige leerlingen is ondersteuning vanzelfsprekend, voor anderen niet. Zij moeten steeds uitleggen of verdedigen waarom iets nodig is. Wanneer ondersteuning een normaal onderdeel van school wordt, voelen leerlingen zich niet alleen gedoogd, maar echt welkom.” Volgens Delsink hoeven scholen dat niet alleen te doen. “Haal experts naar binnen. Niet om alles over te nemen, maar om leraren en schoolteams te helpen leren. Daarna groeit de ervaring vanzelf.”

Geen tegenstelling

De LBVSO | LsBX pleit volgens Delsink nadrukkelijk niet voor het verdwijnen van het gespecialiseerd onderwijs. “Voor sommige leerlingen blijft dat nodig. De uitdaging is niet óf gespecialiseerd onderwijs óf inclusief onderwijs. De uitdaging is hoe beide elkaar kunnen versterken.”

Als voorbeeld noemt hij Orion College Zuidoost in Amsterdam. Daar ziet hij hoe leerlingen met verschillende achtergronden, ondersteuningsbehoeften en talenten samen opgroeien. “Vanaf de eerste schooldag leren kinderen dat verschillen normaal zijn.” Daarmee komt hij terug bij de les die hij als kleuter meekreeg.

“Een kind hoort er echt bij wanneer het niet meer afhankelijk is van uitzonderingen, geluk of goodwill. Wanneer het niet steeds hoeft uit te leggen waarom het mee mag doen. Eerst besluit je dat een kind erbij hoort. Daarna ga je samen uitzoeken hoe.”

Elijah Delsink

Literatuur leert je anders kijken De kracht van aandachtig lezen

Waarom vinden leerlingen een personage sympathiek, arrogant of zelfs ‘hoerig’?

Is dat hun eigen oordeel, of nemen ze ongemerkt het perspectief van de verteller over?

Volgens docent Nederlands en promovendus Sarah Badwy begint daar de kracht van literatuuronderwijs. Verhalen leren leerlingen niet alleen beter lezen, maar ook aandachtiger kijken: naar perspectieven, naar anderen en naar zichzelf.

Tekst: Wiesette Haverkamp

Literatuur is meer dan een middel om leesvaardigheid te oefenen of gevoelige onderwerpen te bespreken.

Verhalen kunnen leerlingen helpen nadenken over zichzelf, over anderen en over de manier waarop we samenleven. In haar promotieonderzoek ontwerpt Badwy een didactische benadering om met leerlingen naar representaties in literaire teksten te kijken: wie vertelt, kijkt en handelt? Vanuit welk perspectief?

Wie krijgt een stem en wie niet? En wat betekent dat voor de rolverdeling tussen de personages?

“Leerlingen zijn geneigd om met de verteller mee te gaan”, zegt Badwy. “Daardoor nemen ze beschrijvingen van personages soms direct over, zonder zich af te vragen wie eigenlijk aan het woord is en vanuit welk perspectief een personage wordt beschreven.”

Dit ziet Badwy ook terug in haar onderzoek naar Joe Speedboot van Tommy Wieringa. In die roman beschrijven mannelijke vertellers vrouwelijke personages. “Dan vinden leerlingen dat een vrouwelijk personage zich hoerig gedraagt, terwijl dat het oordeel is van de mannelijke ik-verteller. Ze staan er onvoldoende bij stil dat ze eigenlijk alleen de blik van een ander personage op haar lezen.

Eerst lezen, dan onderzoeken

Volgens Badwy ligt daar een belangrijke opdracht voor het literatuuronderwijs. Leerlingen leren een tekst niet sneller of beter te lezen, maar aandachtiger. Daarna ontstaat ruimte om overtuigingen en beeldvorming in een verhaal te onderzoeken. Vragen als Wie krijgt een stem? En wie niet? zijn daarbij essentieel. In haar eigen lessen merkt Badwy dat leerlingen soms al moeite hebben om vast te stellen wie precies vertelt. Toch is juist dat volgens haar een belangrijke eerste stap om overtuigingen (van een personage) in een tekst te herkennen en bespreekbaar te maken.

Literatuur als oefenplaats voor burgerschap

Die bewustwording raakt direct aan burgerschapsonderwijs. Volgens Badwy gaat burgerschap ook over de manier waarop we naar anderen kijken.

“Wanneer je leest over zogenaamde ‘anderen’, kom je ook in contact met je eigen overtuigingen.” Literatuur biedt daarbij een veilige context. Leerlingen onderzoeken normen en waarden van verzonnen personages in een verhaalwereld en dus gaat het gesprek niet direct

Foto: Annemarie Terhell

over henzelf of klasgenoten. Deze manier van lezen leert leerlingen kritisch kijken naar perspectieven en de manier waarop mensen over elkaar spreken. Dat betekent niet dat iedereen hetzelfde moet denken. Juist niet. Het gaat er volgens Badwy om dat leerlingen leren nadenken over hun eigen aannames en openstaan voor andere perspectieven.

Niet oordelen maar onderzoeken

Gesprekken over representatie kunnen gevoelig liggen. Volgens Badwy is het niet de bedoeling dat leerlingen zoeken naar ‘fouten’ in een tekst: “Kritisch lezen gaat over bevragen en onderzoeken.”

Haar aanpak begint bij nauwkeurig lezen. Eerst kijken leerlingen naar de (vertel)vorm van het verhaal: wie vertelt over wie? Daarna onderzoeken ze welk beeld er bijvoorbeeld doorklinkt van mannelijkheid of vrouwelijkheid én wat er met die overtuigingen gebeurt. Welke aannames klinken daarin door? En wat gebeurt er met die aannames in het verhaal? Zo’n kritische en onderzoekende houding vindt Badwy productiever dan direct oordelen. Immers, zodra een tekst wordt bestempeld als goed of fout, valt er weinig meer te ontdekken.

belangrijkste: onderzoek voordat je oordeelt. Die aanpak vraagt tijd. Leerlingen moeten vertragen, nauwkeurig lezen en hun conclusies onderbouwen met wat er ín de tekst staat. Volgens Badwy levert dat uiteindelijk meer op: “Literatuur leert leerlingen niet wat ze moeten denken”, besluit Badwy. “Maar wel hoe ze aandachtiger kunnen kijken naar verhalen, naar anderen en uiteindelijk ook naar zichzelf.”

Literatuur leert hoe ze aandachtiger kunnen kijken naar verhalen, naar anderen en uiteindelijk ook naar zichzelf

De kracht van literatuur

Burgerschapsonderwijs krijgt op scholen op allerlei manieren vorm in klassengesprekken, debatten of excursies. Toch heeft literatuur volgens Badwy een eigen kracht. “Verhalen zetten leerlingen aan het denken. Ze kunnen herkenning oproepen, maar ook vervreemding. Beide ervaringen zijn waardevol, omdat ze informatie geven over jezelf als lezer en mens.” Docenten hoeven boeken te kiezen die expliciet over burgerschapsthema’s gaan. Alle verhalen bevatten personages die keuzes maken, botsen met anderen en zichzelf en zich moeten verhouden tot de buitenwereld.

Wat kunnen docenten morgen doen?

Badwy geeft drie aandachtspunten voor docenten. Begin bij de tekst: wie vertelt het verhaal en vanuit welk perspectief? Wie krijgt welke rol toebedeeld? Maak vervolgens onderscheid tussen wat een verteller zegt en wat je daadwerkelijk over personages weet. Je kunt namelijk alleen iets te weten komen over een personage dat zelf spreekt. En misschien wel het

Dat is volgens Badwy de kracht van literatuur: verhalen bieden geen pasklare antwoorden, maar nodigen uit om vragen te stellen, perspectieven te onderzoeken en met meer aandacht naar de wereld te kijken.

Taal is altijd politiek

Meer weten over de relatie tussen taal, lezen en burgerschap? Luister dan naar de podcast De wetenschap achter lezen. In aflevering 6, Taal is altijd politiek, gaat Sarah Badwy dieper in op taal, representatie en perspectief in het onderwijs.

Meer weten? Scan de QR-code.

Goed leesonderwijs begint bij lezende leraren

Nieuwsgierig hoe je zulke gesprekken in jouw lessen kunt voeren? Op lezeninhetpo.nl en lezeninhetvo.nl vind je praktische voorbeelden, onderzoeksinzichten en inspiratie. Elke leraar kan bijdragen aan een school waarin lezen leeft.

lezeninhetpo.nl

lezeninhetvo.nl

Sarah Badwy

Monitoring begint niet bij een vragenlijst, maar bij een visie

Veel scholen willen weten of hun burgerschapsonderwijs oplevert wat ze voor ogen hebben. Voelen leerlingen zich thuis? Leren zij omgaan met verschillen? Ontwikkelen zij de kennis, vaardigheden en houding die nodig zijn om actief deel te nemen aan de samenleving? Toch blijkt juist het monitoren van burgerschapscompetenties voor veel scholen een ingewikkelde opgave.

Waar begin je? Wat evalueer je eigenlijk? En hoe zet je monitoring in om beter onderwijs te geven? Die vragen vormden de aanleiding voor twee nauw samenhangende ontwikkelingen. Promovendus

Diede Vonken onderzoekt aan de Universiteit van Amsterdam hoe scholen hun burgerschapsonderwijs betekenisvol kunnen monitoren door te kijken naar hoe een school werkt als oefenplaats. Tegelijkertijd ontwikkelde het Expertisepunt Burgerschap de handreiking Evalueren van burgerschapscompetenties: een praktische aanpak voor po/go/vo-scholen. Waar het onderzoek inzicht geeft in de vragen waar scholen mee worstelen, biedt de handreiking een praktische route om aan de slag te gaan.

Vonken start na de zomer samen met zes scholen uit het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en gespecialiseerd onderwijs een ontwerptraject om een monitoringssystematiek te ontwikkelen. Daarvoor sprak zij de afgelopen maanden uitgebreid met schoolleiders, docenten en andere onderwijsprofessionals. “Veel mensen zien monitoring in eerste instantie

als een opgelegde taak”, vertelt zij. “Ze denken aan toetsen, vragenlijsten en verantwoording afleggen. Daar worden ze niet direct enthousiast van. Maar zodra je doorvraagt, blijken er wel degelijk redenen te zijn waarom scholen inzicht willen krijgen in hun burgerschapsonderwijs.”

Uit de gesprekken kwam een opvallend beeld naar voren. Scholen willen graag weten hoe het met hun leerlingen gaat, welke kennis en vaardigheden zij ontwikkelen en hoe zij hun onderwijs kunnen verbeteren. Tegelijkertijd denken veel onderwijsprofessionals bij monitoring vooral aan meten door middel van toetsen en vragenlijsten. Daardoor zien zij niet altijd dat zij al volop monitoren, bijvoorbeeld via observaties, gesprekken met leerlingen, portfolio’s of evaluaties van projecten.

Verrassend ver Nog opvallender vond Vonken dat juist de scholen die zichzelf het meest zoekend noemden, vaak al verrassend ver waren. Sommige hadden uitgebreide portfoliosystemen ontwikkeld, andere combineerden observaties met vragenlijsten of brachten hun onderwijsaanbod systematisch in kaart. “Scholen die zeiden

De publicatie zorgt ervoor dat je de juiste keuzes maakt die het beste passen bij jouw school. lid onderwijspanel burgerschap

dat ze nog niet zo ver waren, bleken soms juist al over veel belangrijke vragen te hebben nagedacht. Dat laat zien hoe complex dit onderwerp is.”

Volgens haar is monitoring bovendien geen vastomlijnd begrip. “Monitoring betekent dat je over langere tijd iets systematisch in kaart brengt. Maar wat je precies volgt en hoe je dat doet, hangt af van je visie op onderwijs en burgerschap. Daarom bestaat er ook niet één goede manier van monitoren.” Dát inzicht vormde voor het Expertisepunt Burgerschap de aanleiding om de nieuwe handreiking te ontwikkelen, vertelt Veerle van der Weijden. Zij ondersteunt scholen dagelijks bij het vormgeven van hun burgerschapsonderwijs en werkte samen met drie collega’s aan de publicatie.

“We merkten dat scholen graag willen beginnen met monitoren, terwijl er eigenlijk nog allerlei stappen aan voorafgaan. Als je nog niet weet welke doelen je hebt of wat je visie op burgerschap is, weet je ook niet waarop je wilt monitoren.”

De juiste stappen

Die gedachte sluit aan bij het bestaande zesstappenplan van het Expertisepunt Burgerschap. Dat stappenplan helpt scholen eerst een visie op burgerschap te ontwikkelen, leerdoelen vast te stellen en hun onderwijs daarop in te richten. Monitoring is pas de laatste stap. De nieuwe handreiking bouwt daar rechtstreeks op voort en laat zien hoe scholen vervolgens passende evaluatie-instrumenten kunnen kiezen. Zo ontstaat één samenhangende aanpak in plaats van losse activiteiten.

Volgens Van der Weijden beginnen veel scholen nog vanuit de verkeerde vraag. Zij zoeken meteen naar een vragenlijst of toets, vaak ingegeven door de wens om aan de eisen van de Onderwijsinspectie te voldoen.

“Je moet eerst bedenken waarom je wilt evalueren. Wil je je onderwijs verbeteren? Wil je beter aansluiten bij de behoeften van leerlingen? Of wil je verantwoording afleggen? Dat uitgangspunt bepaalt uiteindelijk ook welk instrument past.”

Daarmee krijgt monitoring een andere betekenis. Niet controleren om het controleren, maar informatie verzamelen waarmee het onderwijs beter wordt.

“Bij kennis kun je soms alleen

met een vragenlijst of toets werken”, zegt Van der Weijden.

“Maar burgerschap gaat ook over houdingen en gedrag. Dat vang je niet alleen in een vragenlijst.”

De handreiking nodigt scholen daarom nadrukkelijk uit eerst te kijken welke instrumenten zij al gebruiken. Denk aan portfolio’s, observaties, veiligheidsmetingen of reflectiegesprekken. Vaak leveren die ook waardevolle informatie op over burgerschapscompetenties. Pas wanneer daar hiaten ontstaan, is het nodig om aanvullende instrumenten te zoeken. Daarbij moeten visie, leerdoelen, onderwijsaanbod en evaluatie voortdurend op elkaar aansluiten.

Blijven ontwikkelen

Komend schooljaar zet het Expertisepunt Burgerschap een volgende stap met leernetwerken waarin scholen samen met experts nieuwe manieren ontwikkelen om het effect van burgerschapsonderwijs zichtbaar te maken. Vooral voor houdingen, vaardigheden en schoolcultuur ontbreken nog passende instrumenten. De leernetwerken moeten daarvoor nieuwe instrumenten ontwikkelen.

Volgens Vonken moet burgerschapsonderwijs ruimte bieden aan verschillende perspectieven. Monitoring mag daarom nooit worden gebruikt om te controleren of leerlingen allemaal hetzelfde denken. Het gaat erom zichtbaar te maken hoe scholen een omgeving creëren waarin leerlingen leren omgaan met verschillen en hun eigen positie kunnen ontwikkelen.

Van der Weijden kijkt vanuit dezelfde gedachte naar de school als democratische oefenplaats. “Je kunt wel monitoren, maar als je vervolgens niets met de resultaten doet, heeft monitoren eigenlijk geen zin”, stelt zij. “Je wilt weten wat jouw leerlingen nodig hebben en hoe je jouw onderwijs daarop kunt aanpassen. De handreiking helpt daarbij.”

Scan de QR-code voor de handreiking Evalueren van burgerschapscompetenties.

Groeien in je vak?

Zet

Ontdek het actuele aanbod op medilexonderwijs.nl/aanbod

Trauma bij leerlingen

Van signaleren tot steunen: traumasensitief werken met kinderen en jongeren

Vrijdag 2 oktober 2026

Krachtig kleuteronderwijs

Een stevige basis voor startende leerkrachten in groep 1-2

Maandag 26 oktober 2026

www.medilexonderwijs.nl/trauma www.medilexonderwijs.nl/kleuters

Hoe leren écht werkt

Zó laat je leerlingen onthouden, begrijpen en toepassen

Donderdag 26 november 2026

Verdiepend lezen in het po

Effectief verdiepend leesonderwijs in de midden- en bovenbouw

Woensdag 16 december 2026

Perfectionistische leerlingen

Prestatiedruk, perfectiestress en piekeren aanpakken

Maandag 23 november 2026

www.medilexonderwijs.nl/perfectionisme

Aan de slag met gedrag

Regie en structuur als fundament voor een krachtig leerklimaat

Maandag 25 januari 2027

www.medilexonderwijs.nl/leren www.medilexonderwijs.nl/gedrag

www.medilexonderwijs.nl/verdiependlezen

Scan de QR code voor ons complete aanbod

Po en vo Po en vo Po
Po Po en vo Po en vo

Kinderrechten als fundament voor sterk burgerschapsonderwijs

Een kinderrechtenorganisatie die zich bezighoudt met burgerschapsonderwijs in het basisonderwijs?

Voor Stichting Lot’s Foundation is het een logische verbinding. Burgerschap gaat over samenleven, verantwoordelijkheid nemen en respect hebben voor jezelf én voor anderen. Kinderrechten vormen daarvoor een belangrijk fundament. Ze leren kinderen dat iedereen rechten heeft én rekening moet houden met de rechten van anderen. Via het educatief platform Wereldwijs met Lot biedt Lot’s Foundation lesactiviteiten aan rond belangrijke burgerschapsthema’s.

Een van die thema’s is leerlingparticipatie. Leerlingparticipatie is een belangrijke uitwerking van de nieuwe kerndoelen burgerschap. Door actieve werkvormen oefenen leerlingen in democratisch handelen, samenwerken, eigenaarschap en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Bij leerlingparticipatie denken veel mensen al snel aan leerlingenraden, enquêtes of grote projecten. Maar echte participatie begint veel kleiner. Het begint met een eenvoudige vraag: “Wat zouden jullie graag willen veranderen?” Of: “Wat kunnen we vandaag al doen om die verandering in gang te zetten?”

Burgerschap leer je niet alleen uit een methode. Het ontstaat wanneer leerlingen ervaren dat hun stem ertoe doet en zij echt invloed kunnen uitoefenen

Een manier om hiermee te starten is een klassenvergadering of een wekelijkse verbetervraag. Leerlingen brengen zelf onderwerpen in, bespreken mogelijke oplossingen en maken samen afspraken. Zo wordt participatie een vanzelfsprekend onderdeel van de

schooldag. Wanneer leerlingen merken dat hun ideeën serieus worden genomen, gebeurt er iets bijzonders. Ze voelen zich betrokken, denken mee over oplossingen en nemen verantwoordelijkheid voor hun omgeving. Het gaat erom dat leerlingen ervaren dat hun stem ertoe doet en dat zij daadwerkelijk verschil kunnen maken.

Ook bij de beleidsmatige inrichting van burgerschapsonderwijs ondersteunt Lot’s Foundation basisscholen. In de Leerkring Burgerschap worden materialen, zoals doorgaande vaardigheidslijnen en een handelingswijzer burgerschap, in de praktijk getest en verder ontwikkeld. Elf pilotscholen onderzoeken hoe zij hun burgerschapsonderwijs beter kunnen afstemmen op hun eigen leerlingpopulatie, doelgerichter kunnen werken en de ontwikkeling van leerlingen op een betekenisvolle en werkbare manier kunnen volgen en bespreken.

De eerste inzichten uit deze samenwerking zijn veelzeggend. Veel scholen starten vanuit een bestaande lesmethode, terwijl burgerschap juist begint bij de vraag: wat hebben onze leerlingen nodig? Vanuit die vraag blijkt een methode niet altijd het beste vertrekpunt. Burgerschap beperkt zich niet tot een methode of een aantal losse lessen. Het komt terug in vrijwel iedere leersituatie.

Alle materialen zijn beschikbaar via Wereldwijs met Lot. Scholen vinden hier lesactiviteiten, doorgaande leerlijnen, een praktische handelings-wijzer en een leerlijn leerlingparticipatie voor groep 1 tot en met 8.

Benieuwd hoe dit er in de praktijk uitziet? Bezoek dan www.wereldwijsmetlot.nl

Burgerschap begint niet bij een les, maar bij een gemeenschap

Scholen zijn bezig met burgerschap. De nieuwe kerndoelen geven richting, lesmethodes worden vernieuwd en leerlingen leren over democratie, de rechtsstaat en maatschappelijke vraagstukken. olgens losoof d erbrugge dreigt daarbij een fundamentelere vraag uit beeld te raken. iet: hoe geven we burgerschapsonderwijs? Maar: vormen scholen eigenlijk nog wel gemeen schappen waarin burgerschap kan ontstaan?

Tekst: Wiesette Haverkamp

“Burgerschap leer je niet uit een methode”, zegt Verbrugge. “Je leert het doordat je onderdeel bent van een gemeenschap en daar verantwoordelijkheid voor leert nemen.” Om dat uit te leggen gebruikt hij een herkenbaar voorbeeld: een voetbalteam. Elf spelers met verschillende kwaliteiten, talenten en rollen vormen samen één team. Niet omdat ze hetzelfde zijn, maar omdat ze zich verbonden weten met hetzelfde doel en dezelfde spelregels. “Dat geldt ook voor een samenleving. We voeren eindeloze discussies over identiteit, maar daar gaat het uiteindelijk niet om. Het gaat erom of mensen zich onderdeel voelen van een gemeenschap.”

Meer dan rechten alleen

Verbrugge grijpt terug op Aristoteles, die een burger omschreef als iemand die deelneemt aan een politieke gemeenschap. De vorm van democratie is veranderd, maar de kern is volgens hem nog altijd actueel: een

burger is niet alleen iemand met rechten, maar ook iemand die een gemeenschap mede vormgeeft. “Je bent lid van een gemeenschap. Dat betekent dat je verantwoordelijkheid draagt. Je stemt je af op anderen, je luistert en draagt bij.”

Dat begint niet pas wanneer jongeren achttien worden en mogen stemmen. Volgens Verbrugge begint burgerschap al in het gezin, waar kinderen leren rekening te houden met anderen. Daarna volgen school, sportvereniging, buurt en uiteindelijk de samenleving.

Gemeenschap vóór identiteit

Volgens Verbrugge is de maatschappelijke discussie te veel verschoven naar identiteit, terwijl het gemeenschapsgevoel afneemt. Globalisering, internationalisering en migratie veranderen de Nederlandse samenleving ingrijpend. Dat vraagt volgens hem juist om

aandacht voor wat mensen verbindt. Tegelijkertijd ziet hij dat mensen wel degelijk behoefte hebben aan verbondenheid. Dat blijkt volgens hem bijvoorbeeld tijdens een EK of WK voetbal, wanneer mensen zich weer even onderdeel voelen van iets groters.

Taal speelt een cruciale rol bij gemeenschapszin. “Een gemeenschap heeft een gedeelde taal nodig. Als je elkaar niet meer verstaat, wordt het moeilijk om samen een publiek debat te voeren.” Zijn kritiek richt zich daarbij niet op afkomst of huidskleur. “Het gaat erom of mensen de gemeenschap waarin zij leven omarmen.”

Vanuit diezelfde gedachte plaatst hij ook vraagtekens bij wereldburgerschap. “Natuurlijk mag je je verantwoordelijk voelen voor de wereld. Maar begin eerst eens met je eigen buurt, je eigen stad en je eigen land.”

Onderwijs is cultuuroverdracht

Juist daarom kent Verbrugge het onderwijs een grote verantwoordelijkheid toe. Niet omdat scholen alle maatschappelijke problemen kunnen oplossen, maar omdat zij de plek zijn waar kinderen dagelijks ervaren hoe een gemeenschap functioneert. “Onderwijs is cultuuroverdracht. Je draagt taal over, geschiedenis, tradities, omgangsvormen en kennis. Maar ook de vraag: hoe leven wij samen?” Dat gaat volgens hem veel verder dan theoretische kennis. “Het gaat ook om hoe je je gedraagt. Luister je naar elkaar? Spreek je elkaar aan? Neem je verantwoordelijkheid?”

Daarom ziet hij burgerschap niet als een afzonderlijk vak. “Dat we er een vak van maken, laat eigenlijk zien dat we niet goed begrijpen wat onderwijs is.” Volgens hem hoort burgerschap zichtbaar te zijn in de hele schoolcultuur: in de manier waarop leerlingen en leraren met elkaar omgaan, in gezamenlijke tradities, activiteiten en een gedeelde taal.

Een school is al een gemeenschap Verbrugge noemt scholen de deelgemeenschappen waarop een samenleving uiteindelijk rust. Juist daarom is hij kritisch op grootschalige onderwijsorganisaties. “Een school moet geen leerfabriek worden.” Volgens hem hebben leerlingen behoefte aan overzicht, structuur en menselijke maat. Een school moet een plek zijn waar kinderen zich gekend voelen en waar ze, als het thuis moeilijk is, op adem kunnen komen.

“Een school kan een baken van stabiliteit zijn. Met betrokken leraren, een heldere structuur en een veilige omgeving voorkom je veel problemen voordat je ze hoeft te behandelen.” Dat vraagt volgens hem om sterk leiderschap. “Het begint bij de schoolleiding. Die bepaalt samen met het team de cultuur van de school.”

Ad Verbrugge

Die cultuur begint volgens Verbrugge met een eenvoudige boodschap: iedereen doet mee. “Solidariteit betekent dat we ons allemaal inzetten voor elkaar. Daar horen ook duidelijke grenzen bij.” Hij pleit voor hoge verwachtingen, duidelijke consequenties en een gedeelde verantwoordelijkheid voor de schoolgemeenschap. “Lage verwachtingen zijn uiteindelijk een vorm van verwaarlozing.”

Kritisch denken vraagt om kennis

Ook kritisch denken krijgt volgens Verbrugge pas betekenis wanneer leerlingen beschikken over kennis. “Kritisch denken begint niet met een mening, maar met kennis.” Daar hoort volgens hem ook zelfkritiek bij. “Vraag jezelf af: klopt wat ik denk eigenlijk wel? Waar baseer ik dat op?”

Juist daarom vindt hij de nieuwe kerndoelen voor burgerschap te abstract. Ze beschrijven volgens hem vooral wat leerlingen moeten leren, terwijl de vraag hoe een school als gemeenschap functioneert veel belangrijker is.

Uiteindelijk draait burgerschap volgens Verbrugge om een ogenschijnlijk eenvoudige vraag: voelen leerlingen zich verantwoordelijk voor de mensen om hen heen? “Een gemeenschap heeft sterke individuen nodig. Mensen die zelfstandig durven denken, maar zich óók verbonden weten met anderen. Dat leer je niet uit een boek, maar doordat je iedere dag ervaart wat het betekent om ergens bij te horen.”

Hoe open leermateriaal ruimte geeft voor betekenisvol burgerschapsonderwijs

Geen klas is hetzelfde. Waarom zou je leermateriaal dat wel zijn?

De ene klas wil praten over de boerenprotesten, de andere over de oorlog in Oekraïne. Burgerschapsonderwijs leeft bij de actualiteit en bij de leerlingen die voor je zitten. Dat vraagt om lessen die meebewegen. Geschiedenisdocent Pauline Bos combineert daarom haar lesmethode met open leermateriaal.

Tekst: Esmee Weerden

Wie Pauline Bos een geschiedenisboek ziet openslaan, moet niet verwachten dat de klas pagina voor pagina de methode doorwerkt. De methode vormt de basis, maar daaromheen bouwt ze haar lessen op met open leermateriaal. Dat is lesmateriaal dat gratis beschikbaar is en dat leraren vrij kunnen gebruiken, aanpassen, combineren en delen met anderen. Zo sluit het naadloos aan bij haar leerlingen op haar school in het Groningse Leek.

“Ik ben nooit het type docent geweest dat braaf het boek volgt”, vertelt ze lachend. “Je geeft altijd les in een context. Op een school in Groningen spelen nu eenmaal andere onderwerpen dan op een school in Amsterdam. Dan wil je ook materiaal gebruiken dat daarbij past.”

Pauline ontwikkelt zelf leermateriaal, maar maakt net zo graag gebruik van materiaal van collega’s. “Zelf leermateriaal ontwikkelen vind ik ontzettend leuk. Maar lesgeven is ook gewoon een druk beroep. Dan is het fijn als je kwalitatief goed materiaal kunt vinden dat je direct kunt gebruiken of kunt aanpassen aan je lessen.”

Ruimte voor maatwerk

Dat leraren steeds vaker methodes combineren met eigen lessen, ziet ook programmamanager Martine Kramer van Impuls Open Leermateriaal (IOL), een Nationaal Groeifondsprogramma. “Er wordt in het onderwijs ontzettend veel mooi leermateriaal ontwikkeld. De uitdaging is: hoe vind je snel materiaal dat inhoudelijk klopt en direct bruikbaar is?”

Daarom investeerde IOL samen met Kennisnet in de doorontwikkeling van Wikiwijs. Via Wikiwijs vinden leraren deze materialen en themacollecties, waaronder Burgerschap, voor het primair en voortgezet onderwijs.

Pauline Bos

De materialen zijn geselecteerd door de themaredactie, getoetst aan het Kwaliteitsmodel en sluiten aan bij de nieuwe kerndoelen.

“Zo kunnen leraren direct aan de slag met bronnen waarvan de kwaliteit al is beoordeeld. Het is ook niet de bedoeling om bestaande methodes te vervangen. Die vormen vaak een stevige basis. Open leermateriaal biedt juist de mogelijkheid om bestaande methodes te verrijken.”

Burgerschap begint bij de leerling

Voor Pauline liggen geschiedenis en burgerschap dicht bij elkaar. “Burgerschap gaat over mens zijn en samenleven. Geschiedenis laat zien hoe mensen dat door de tijd heen hebben gedaan.”

In haar lessen komen actuele thema’s en historische bronnen samen. Ze zet haar leerlingen graag zelf aan het denken. “Geschiedenis is een enorm reservoir van wat mensen gedacht en gedaan hebben. Dat geeft aanleiding om te vragen: hoe zou jij gehandeld hebben? Begrijp je waarom iemand toen een andere keuze maakte?”

Diezelfde vragen staan centraal in het open leermateriaal dat Pauline samen met collega’s ontwikkelt binnen

Bouwstenen Mens & Maatschappij. Daarin wordt steeds van leerlingen gevraagd dat ze zelf, goed onderbouwd, positie kiezen ten opzichte van zowel de lesstof als actuele gebeurtenissen. “Wat leerlingen hier, op de grens van Groningen en Drenthe, bezighoudt, is anders dan in de grote stad. De boerenprotesten leven hier bijvoorbeeld sterk. Dan ontstaat vanzelf een gesprek. Waarom denkt iemand daar anders over? En kun je het oneens zijn zonder tegenover elkaar te komen staan?”

Vakmanschap centraal

Burgerschap is in de nieuwe kerndoelen een eigen leergebied dat vakoverstijgend is opgezet. Het beperkt zich daarmee niet tot geschiedenis: ook binnen vakken als Nederlands en aardrijkskunde liggen volop kansen om verschillende perspectieven te onderzoeken en het gesprek met leerlingen aan te gaan.

Martine: “Juist dan wordt het vakmanschap van de leraar belangrijk. Open leermateriaal helpt dan om bewuste keuzes te maken: wat bied je aan, wanneer en waarom? Zo kun je onderwijs bieden dat past bij jouw leerlingen en onderwijsvisie.”

Onderwijs maak je samen

Ook samenwerking speelt daarin een belangrijke rol. “Onderwijs maak je samen. Hoe meer leraren materiaal gebruiken, verbeteren en met elkaar delen, hoe rijker het wordt.” Pauline onderschrijft dat. “Als meerdere onderwijsprofessionals kritisch naar

leermateriaal kijken en het verder ontwikkelen, wordt het uiteindelijk alleen maar beter. Verschillende invalshoeken zorgen voor meer diepgang.”

Neus eens rond

Voor leraren die aan de slag willen met open leermateriaal heeft Pauline een tip. “Begin klein. Neus gewoon eens rond online. Misschien kom je wel een les tegen die je morgen al kunt gebruiken. Vraag jezelf steeds af: wat hebben mijn leerlingen nodig om dit doel te bereiken? Dat kan een hoofdstuk uit een lesboek zijn, maar ook open leermateriaal in de vorm van een historische bron, een opdracht of een actuele casus. Ik hoop vooral dat collega’s nieuwsgierig worden. Dan ontdekken ze vanzelf hoeveel moois er al beschikbaar is.”

Direct aan de slag

Zin om zelf te starten? De collectie Burgerschap van Impuls Open Leermateriaal helpt je snel goed, gratis leermateriaal te vinden.

Op openleermateriaal.nl/burgerschap vind je aparte collecties voor het primair en voortgezet onderwijs. Gebruik het materiaal direct in je lessen, pas het aan waar nodig en deel jouw versie weer met collega’s.

Ontdek ook de andere themacollecties, volg webinars en workshops, laat je inspireren door praktische handreikingen en kennisproducten en krijg ondersteuning bij het samenstellen van een doordachte leermiddelenmix.

Meer informatie: openleermateriaal.nl

Martine Kramer

Veilig Verkeer Nederland, dé specialist in verkeerseducatie voor groep 1 t/m 8

Met de VVN Verkeersmethode leer je kinderen veilig en zelfstandig deelnemen aan het verkeer, met lessen die aansluiten bij hun belevingswereld.

Waarom kiest 73% van de basisscholen voor de VVN Verkeersmethode?

• Doorlopende leerlijn voor groep1t/m 8

• Weinig voorbereidingstijd

• Flexibel inzetbaar

• Klassikale lessen, digitale verwerking en werkboeken

• GRATIS VVN Minecraft Verkeerseducatie

• Goede voorbereiding op het Nationaal VVN Verkeersexamen

Verkeersregels kennen is één ding. Ze toepassen isiets anders.

Maaike en Kaoutar, landelijk schoolaccountmanagers bij Veilig Verkeer Nederland (VVN), spreken dagelijks met basisscholen.

“Wat we vaak terughoren, is dat verkeerseducatie tegenwoordig om veel meer gaat dan verkeersregels leren. Leerkrachten willen kinde-

ren voorbereiden op de praktijk. Hoeschat je een druk kruispunt in? Wat doe je als een situatie anders loopt dan verwacht? De VVN Verkeersmethode helpt kinderen om daar stap voor stap vertrouwd mee teraken.”

“Daarnaast waarderen scholen dat de methode weinig voorbereiding vraagt en leerlingen actief betrekt met herkenbare voorbeelden, video’s en opdrachten. Dankzij de doorlopende leerlijn bouwen kinderen ieder jaar verder aan hun verkeerskennis en verkeersinzicht.”

Zo bereid je leerlingen niet alleen voor op het Nationaal VVN Verkeersexamen, maar zorg je vooral dat ze veilig en zelfstandig kunnen deelnemen aan hetverkeer.

Wij helpen jullie graag met jullie keuze.

Neem gerust contact met ons op voor advies of meer informatie.

Gratis proeflicentie aanvragen?

Enthousiast geworden en meteen een gratis proeflicentie aanvragen: Scan de QR-code of ganaar vvn.nl/proeflicentie

Kaoutar Bouich

k.bouich@vvn.nl, 06 42 47 82 22

Maaike Gobel

m.gobel@vvn.nl, 06 12 46 91 44

VVN Schoolaccountmanagers Maaike en Kaoutar

Passend Lezen: ieder kind toegang tot verhalen

Een boek openslaan lijkt vanzelfsprekend. Toch geldt dat niet voor iedereen. Kinderen met dyslexie, een visuele beperking of andere leesbeperking lopen vaak vast bij het lezen van een gewoon boek. Bibliotheekservice Passend Lezen wil ervoor zorgen dat ook zij kunnen genieten van verhalen én hun taalontwikkeling blijven ontwikkelen.

PrimaOnderwijs & Passend Lezen

“Wij zijn een bibliotheek voor mensen met een leesbeperking”, vertelt relatiemanager Sandra van Wagensveld. “Dat kan gaan om kinderen met dyslexie of een visuele beperking, maar ook om leerlingen die door een lichamelijke beperking niet zelfstandig een boek kunnen vasthouden of omslaan.” Passend Lezen biedt verschillende vormen van aangepaste lectuur, zoals gesproken boeken, brailleboeken, grootletterboeken en zogeheten karaokeboeken, waarbij leerlingen tegelijkertijd lezen én luisteren.

Dyslexie

Leesbeperkingen komen vaker voor dan veel mensen denken. Alleen al dyslexie komt naar schatting voor bij zo’n 5 tot 10 procent van de bevolking. Vrijwel iedere school heeft dus leerlingen die baat kunnen hebben bij aangepaste lectuur. Voor leerkrachten is het daarom waardevol om te weten welke mogelijkheden er zijn. Volgens Sandra gaat het om veel meer dan technisch leren lezen. “Door verhalen te luisteren vergroten kinderen hun woordenschat, leren ze complexe zinsconstructies kennen en doen ze kennis van de wereld op. Minstens zo belangrijk is dat ze ontdekken welke verhalen bij hen passen en plezier krijgen in lezen.”

Voor scholen is er een organisatieaccount waarmee leerkrachten kunnen kennismaken met de collectie en verschillende leesvormen kunnen uitproberen.

Zo kunnen zij samen met leerlingen ontdekken welke ondersteuning het beste aansluit. “Wat voor het ene kind werkt, hoeft voor het andere kind niet te werken. Sommige leerlingen vinden een grootletterboek prettig, terwijl anderen liever niet willen opvallen in de klas. Juist daarom is het belangrijk om verschillende vormen uit te proberen.”

Luisteren met je oren

Een belangrijk uitgangspunt is dat leerlingen zoveel mogelijk kunnen meedoen met hun klasgenoten. Tijdens de Kinderboekenweek of wanneer een populaire titel in de klas wordt gelezen, zijn deze boeken vaak ook beschikbaar in aangepaste vorm. “Het is mooi als een leerling kan meepraten over hetzelfde boek als de rest van de klas. Dat vergroot niet alleen het leesplezier, maar ook het gevoel erbij te horen.” Wie zich verder wil verdiepen, kan luisteren naar de podcastserie Lezen met je oren. Daarin delen onderwijsprofessionals, auteurs en ervaringsdeskundigen praktische ideeën om leesplezier en leesbevordering voor leerlingen met een leesbeperking te versterken. De serie laat zien dat aangepast lezen niet draait om beperkingen, maar juist om mogelijkheden.

Luister nu naar onze podcast op Spotify

Sandra van Wagensveld

Digitaal Opgroeien

Digitaal opgroeien hoort bij deze tijd: leren, spelen en contact maken gebeurt steeds vaker online. Daarom is het belangrijk dat kinderen en jongeren, met hulp van hun omgeving, veilig en bewust online kunnen zijn én de kansen van de digitale wereld kunnen benutten.

Op Digitaal Opgroeien vind je praktische materialen, toolkits en betrouwbare informatie over bijvoorbeeld schermtijd, sociale media, privacy en online gedrag. De informatie is gericht op ouders en opvoeders, professionals, vrijwilligers, jongeren en kinderen, met tips en handvatten voor verschillende leeftijden, in meerdere talen. Er is er ook aandacht voor ouders met een licht verstandelijke beperking (LVB) of beperkte taalvaardigheid

Lees meer op digitaalopgroeien.nl

Praktische inzichten voor scholen

De online leefwereld van jongeren: wat vraagt dat van scholen?

Van online groepsdruk tot digitale leermiddelen: online en offline lopen steeds meer in elkaar over, ook in het onderwijs. Hoe ga je daar als school mee om?

Daarom ontwikkelde de gemeente Amsterdam samen met het Amsterdamse onderwijs een publicatie met concrete handvatten voor een veilige en bewuste digitale leeromgeving in het voortgezet (speciaal) onderwijs. Een editie voor het primair (speciaal) onderwijs volgt binnenkort.

De publicatie biedt scholen ondersteuning bij: het ontwikkelen en hanteren van een helder schermbeleid; het versterken van digitale geletterdheid; het vergroten van de (online) veiligheid; het bewust inzetten van technologie, waaronder AI.

Download de publicatie

Scan de QR code of ga naar: amsterdam.nl/innovatie/onderwijs

Professioneel armpje drukken

In mijn eerste jaar als adviseur en trainer bij CPS viel ik met mijn neus midden in de spreekwoordelijke boter van de Maatschappelijke Stage. Gefaseerd ingevoerd vanaf 2007 en verplicht gesteld vanaf schooljaar 2011/2012. Mijn collega Jump Koch was een pionier op dit thema en zat zelfs regelmatig met de staatssecretaris aan tafel om haar te adviseren.

Toen het tijd werd zijn expertise te bundelen in een boek, zocht hij een schrijfmaatje en dat werd ik. Wij werkten al veel samen op scholen om te helpen bij de invoering van de ‘MaS’, en zo konden we al onze inzichten mooi samen brengen in ‘Het Grote Inspiratieboek voor Maatschappelijke Stage’. Trots als een pauw waren we natuurlijk, en het boek vond gretig aftrek.

Maar voordat we ook maar de eerste letter op papier gingen zetten, hebben we de fundamenten eerst eens even goed met elkaar doorgesproken. ‘Professioneel armpje drukken’ heet dat in ons vak, en hier ging het vooral over wat we eigenlijk vonden van dit ‘verplichte vrijwilligerswerk’. Jump was een fervent voorstander, ik had daarentegen ernstige twijfels. Juist daarom vulden we elkaar goed aan, denk ik.

Mijn standpunt werd vooral bepaald door de overtuiging dat je niet alles de school kan binnenhalen. Zo stonden mijn eerste jaren als docent in het teken van de Basisvorming, en daar werd het vak Verzorging in het curriculum opgenomen. De bedoeling was dat leerlingen op school moesten leren over seksualiteit en persoonlijke hygiëne. Daarnaast werd ook geleerd hoe je een gezonde maaltijd moest bereiden en hoe je daarna de keuken netjes schoonmaakt. Dat vond ik toen al vreemd, want dat waren allemaal zaken die ik vanuit huis had meegekregen. Zoals ik al eerder schreef in een voorgaande column, begrijp ik dat niet

alle kinderen een dergelijke totaalopvoeding krijgen, maar moet het onderwijs het dan oplossen?

Zo ook het idee dat je zo af en toe zonder vergoeding iets over hebt voor een ander en je inzet voor een betere wereld. Vrijwilligerswerk dus. Ik verwacht van ouders dat ze dat hun kinderen bijbrengen en dat niet aan de school overlaten. En laat ik vooral niet vergeten te benadrukken hoe leuk dat vrijwilligerswerk vaak was en dat ik daar veel van geleerd heb! Nog steeds trouwens!

Jump en ik kwamen uiteindelijk tot de conclusie dat we bovenstaande discussie buiten het boek moesten houden. Waarom? We krijgen allemaal salaris, en als iets moet dan moet dat. En als het dan moet, doe het dan in ieder geval goed. Dat boek heeft daaraan bijgedragen begrepen we uit de enthousiaste reacties van de lezers.

Maar goed, midden in de huidige trend van ‘burgerschapsonderwijs’ is het verstandig om soms weer even terug te gaan naar de basis, en professioneel armpje te drukken met je collega’s. Wat hoort nou eigenlijk bij de opvoeding en wat hoort thuis op school?

Sander van Veldhuizen

Sander van Veldhuizen

Leidraden klassenmanagement helpen je bewuster te doen wat je al goed doet

Het is de eerste dag na een schoolvakantie. De energie is er, de focus nog niet. Je probeert de les te starten, maar het duurt even voordat iedereen zit, een lesboek open heeft en je echt kunt beginnen. Niets dramatisch. En toch kost het je tien minuten die je aan rekenen of wiskunde wilde besteden. Het is een herkenbaar moment voor veel leraren. Hoe je hiermee omgaat, valt of staat met goed klassenmanagement.

Tekst: Esmee Weerden

Goed klassenmanagement is cruciaal om je leerlingen tot leren te laten komen. Met een ordelijke lesomgeving kun je een productief klasklimaat creëren. Hierin help je je leerlingen om mee te doen met de les en zich sociaal en emotioneel te ontwikkelen. Ter ondersteuning van leraren ontwikkelde het Nationaal Kennis-instituut Onderwijs (NKO) twee leidraden klassenmanagement, voor po en vo, gebaseerd op onderzoek en op ervaringen uit de praktijk.

Leerkracht en coördinator opleiden in het primair onderwijs Ronel Graver-Holierook en wiskundedocent vmbo-t en starterscoach in het voortgezet onderwijs Arthur Rigter werkten er beiden aan mee en vertellen wat het nut is van klassenmanagement.

Van wetenschap naar praktijk

Veel van wat in de leidraden staat, doen leraren al. De vraag is of je ook weet waarom. Ronel neemt de groepssamenstelling als voorbeeld. “Onderzoek laat

zien dat de manier waarop je leerlingen groepeert invloed kan hebben op samenwerking en het klasklimaat.” Ze was er als leerkracht altijd al mee bezig, maar zonder die redenering. “Nu kan ik het uitleggen aan anderen en daarmee ook bijsturen als het minder goed loopt.”

Preventief handelen

De leidraden zijn opgebouwd rond zes aanbevelingen: werk aan een goede relatie met de groep, zorg voor duidelijke regels en routines, richt je lokaal slim in, creëer een uitdagend leerklimaat, waardeer positief gedrag en reageer alert op ordeverstoringen.

Ronel Graver-Holierook

Arthur: “Twee derde van de leidraad gaat over wat je kunt doen vóórdat je les begint. Dat is ook wat ik bespreek met startende docenten. Waarom stond je met je rug naar de klas terwijl ze binnenkwamen? Waarom begroette je ze niet bij de deur? Die opdrachten die klaar hadden moeten liggen?” Hij pauzeert even. “Je hebt zoveel invloed op wat leerlingen doen, door wat jij van tevoren regelt.”

Schoolbrede afspraken

Op de school van Arthur werken ze met heldere schoolbrede afspraken. Docenten staan bij de deur als leerlingen binnenkomen. Links op het bord staat het lesdoel en een korte omschrijving van de les. Er zijn afkortingen voor werkvormen: ZS voor zelfstandig stilwerken, ZF voor zelfstandig fluisterend werken. Bij ZS loopt Arthur een vaste route door de klas en reageert hij alleen op een vraagteken die een leerling op zijn of haar tafel legt. “Leerlingen weten precies wat er van ze verwacht wordt. Er is geen discussie of onduidelijkheid.”

Routines werken het sterkst als de hele school dezelfde taal spreekt. Een opgeruimd lokaal, vaste overgangsmomenten, een jas aan de kapstok: voor

Theo Wubbels, em. hoogleraar Onderwijswetenschappen (Universiteit Utrecht), voorzitter leidraadcommissie Klassenmanagement po & vo:

“In literatuur over klassenmanagement ligt de nadruk vaak op reacties van leraren: wat doe je wanneer een leerling niet meedoet. Ronel en Arthur laten goed zien dat preventief werken om de lessen soepel te laten verlopen helpt om ordeverstoringen te voorkomen. Natuurlijk zijn reacties op afleiding en onrust ook nodig, maar je loopt er altijd het risico mee dat je de relatie met je leerlingen verslechtert. En een goede relatie met je leerlingen is essentieel om ze te laten leren. Vandaar dat preventie zo belangrijk is en dat je, wanneer je hebt moeten corrigeren, je de relatie herstelt.

Bij goed klassenmanagement komt veel kijken. Zeker aan het begin van je loopbaan kan dat overweldigend zijn maar ook voor ervaren leerkrachten heeft klassenmanagement vaak uitdagingen. Ik hoop dat leraren de leidraden zullen gebruiken om veel te oefenen met preventieve en reactieve acties. De ervaring leert dat je daarmee klassenmanagement goed onder de knie kunt krijgen.”

de ene leerkracht vanzelfsprekend, voor de ander niet. Ronel: “Onderzoek toont aan dat de inrichting van een lokaal invloed heeft op concentratie, leren en het functioneren van de klas. Maak hier dus schoolbrede afspraken over. Dan is het helder voor iedereen, ook voor de leerlingen.”

Bewust doen

Veel van de aanbevelingen klinken misschien als open deuren. Arthur: “Zoveel van wat docenten doen zit zo dicht bij ons normale handelen, dat we bij onderzoeksuitkomsten denken: tuurlijk, logisch. Maar dan nog: hoe vaak zeg je het hardop?” Hij geeft een voorbeeld. “Je zegt dat je positief gedrag waardeert. Prima. Maar hoeveel complimenten heb je vandaag gegeven? En heb je ze ook gegeven aan die drie leerlingen achterin die de hele les stil waren, terwijl jij je druk maakte om de leerlingen vooraan?”

Ronel sluit af met een tip: “Lees de leidraden niet om te achterhalen wat er misgaat. Lees ze om te begrijpen waarom iets bij jou werkt. Dan ga je bewuster doen wat je al goed doet. En dat merken leerlingen.”

De leidraden klassenmanagement po en vo zijn ontwikkeld door het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs (NKO) en gratis te downloaden of te bestellen, inclusief een poster met de aanbevelingen.

Po-leidraad

Scan de QR-code:

Vo-leidraad

Scan de QR-code:

Prima

Echte legeroefening als onderdeel van lessen burgerschap

Een grote legerhelikopter hangt boven het terrein van het Dongemond College in Raamsdonksveer. Militairen klemmen hun handen en voeten om een dik touw en glijden naar beneden. Met hun wapens in de aanslag proberen ze een gijzeling te beëindigen. Gelukkig is het een oefening van Defensie.

Het Dongemond was niet zomaar gekozen. Het is één van de circa vijftig Unesco-scholen in Nederland die extra aandacht besteden aan thema’s als democratie, mensenrechten, werelderfgoed, oorlog en vrede.

De school combineerde de militaire oefening met de burgerschapslessen. Na afloop van de oefening werd in de klas uitgebreid gesproken over oorlog, vrijheid en democratie. “En al jaren bezoeken leerlingen uit de tweede klas Kamp Vught”, vertelt teamleider Maaike Depmann, die verantwoordelijk is voor het burgerschapsprogramma.

Andre Kuipers op bezoek

Depmann: “Unesco is voor ons de taal waarmee we burgerschap omarmen. We zijn in de klas ook veel bezig met duurzaamheid. Astronaut André Kuipers is hier bijvoorbeeld geweest om aandacht te vragen voor klimaatverandering. En de leerlingen gingen bij bedrijven in de regio op snuffelstage om te kijken of die duurzamer konden werken, bijvoorbeeld door

afvalscheiding.” Bij speciale Unesco-themadagen kiezen leerlingen bijvoorbeeld een locatie die op de werelderfgoedlijst staat. Daar maken ze een presentatie over met maquettes.

Levi van Erp, docent geschiedenis en maatschappijleer, denkt dat je bij bijna ieder vak kunt proberen om de leerlingen iets extra’s mee te geven. “Bij het vak Engels kun je bijvoorbeeld een tekst laten lezen over een theaterstuk of je kunt ze een tekst laten lezen over de Amerikaanse verkiezingen. En bij natuurkunde kun je ingaan op de ethiek van bepaalde experimenten.”

Oorlogsveteraan voor de klas

Zelf grijpt hij iedere kans aan om met zijn leerlingen de diepte in te gaan. Zo nodigde hij een oorlogsveteraan uit om te vertellen over zijn ervaringen in Afghanistan, Libanon en oud-Joegoslavië. “Hij vertelde over de lastige keuzes die je als militair soms in een split second moet maken en zijn afwegingen daarbij. Maar hij vertelde ook hoe het is om als soldaat opeens in een andere cultuur terecht te komen. De mooiste vraag kwam van een leerling die hem vroeg wat het met hem

Tekst Malini Witlox

deed om te zien hoe de situatie nu in Afghanistan is, waarna hij vertelde dat dat hem zeer deed.” De leerlingen beseften door de gastles ook dat veteranen niet altijd oude mannen van 80 of altijd stoere mannen waren. Het breekt met het beeld wat ze hadden.”

Bang

voor oorlog

Oorlog is sowieso iets dat de leerlingen bezighoudt door de spanningen in de wereld, merkt Van Erp. Dat komt onder meer door filmpjes die de leerlingen op TikTok zien, soms met oorlogstaal. “Ze zijn bang dat de oorlog zich naar Nederland uitbreidt. Ik leg uit dat geen enkel land baat heeft bij een Wereldoorlog en ik leg uit hoe de Verenigde Naties werken. Ze zijn ook op de leeftijd dat ze een brief van Defensie krijgen over de (opgeschorte) dienstplicht. Zo’n brief maakt wel iets los. We hebben het ook over een militair dienjaar. Zou jij je daarvoor aanmelden? Dan gaan ze ook uit zichzelf met elkaar in discussie.”

Ook toen de overheid iedereen adviseerde om een noodpakket te kopen, leefde dat in de klas. “Bij de ene leerling namen de ouders de overheidsfolder heel serieus, de andere ouder totaal niet. Daar hebben we het dan over.”

In zijn klassen besteedt de docent ook veel aandacht aan staatsinrichting. Zo bezoekt hij met leerlingen de Tweede Kamer. “Dan zien ze dat politici die ze op tv zien, ook gewone mensen zijn, die een kopje koffie gaan halen en die ze aan kunnen spreken.”

Jongerengemeenteraad

Bij de gemeenteraadsverkiezingen verzorgde Van Erp, samen met de gemeente Drimmelen, een debat op school met stellingen die door de leerlingen verzonnen waren. Wethouders en lijsttrekkers gingen in discussie over onder meer de slechte verlichting op fietspaden. “En we doen als school mee aan de jongerengemeenteraad waarbij de leerlingen voor één dag als gemeenteraadslid fungeren. Ze zien dan van dichtbij hoe lokale politiek werkt en wat het poldermodel is.”

Tijdens hun schoolperiode moeten de leerlingen zich

acht uur lang inzetten voor hun lokale omgeving. Zo’n maatschappelijke stage is een van de meest tastbare vormen van burgerschap, meent Van Erp. “Zo ging een leerling die goed kan zingen, zingen in het verzorgingshuis. Anderen maakten de omgeving schoon. Dan zien ze ook dat als ze zelf een blikje op straat gooien, een ander het op moet ruimen.”

Koken voor buurtbewoners

Het Dongemond heeft een enorme keuken waar leerlingen leren koken en leren serveren. Buurtbewoners kunnen daar goedkoop eten. “Die gesprekken tussen leerlingen en buurtbewoners zijn zo ontroerend. Oudere mensen komen uit hun eenzaamheid. En de leerlingen doen aan burgerschap, zonder dat ze het merken. De buurtbewoners zijn ook echt geïnteresseerd in de leerlingen, zo vroeg een vrouw een paar weken later aan een leerling hoe haar examen was gegaan. Dat twee groepen die elkaar anders niet zouden spreken, zo met elkaar omgaan, is heel fijn om te zien.”

‘Laat als leerkracht zien hoe je respectvol met verschillen omgaat’

Een leerling die zijn mening niet durft te geven uit angst om te worden uitgelachen. Een docent die twijfelt of hij het gesprek over Gaza, de manosfeer of discriminatie wel moet aangaan. Het lijken voorbeelden van sociale veiligheid, maar volgens Amina Saydali, directeur van Stichting School & Veiligheid, raken ze minstens zo sterk aan burgerschap. Sterker nog: zonder een sociaal veilige school kunnen leerlingen nauwelijks leren wat het betekent om burger te zijn.

Tekst: Marco van den Berg

“Veel scholen zien burgerschap en sociale veiligheid nog als twee verschillende opdrachten”, zegt ze. “Dat is begrijpelijk, omdat ze ook vanuit verschillende wetten en beleidsstukken worden aangereikt. Maar als je kijkt naar de bedoeling erachter, dan overlappen ze grotendeels. Juist die verbinding willen wij zichtbaar maken.” Volgens Saydali zit die overlap al in de burgerschapsopdracht zelf. Leerlingen moeten niet alleen leren over democratie, gelijkwaardigheid en vrijheid, maar scholen hebben óók de opdracht om een schoolcultuur te creëren waarin die waarden zichtbaar zijn.

“Een school moet zorgen dat leerlingen kunnen oefenen met burgerschap. Dat kan alleen in een omgeving waarin zij zich veilig voelen. Eigenlijk vragen beide opdrachten hetzelfde: zorg voor een klimaat waarin iedereen zich kan ontwikkelen en zichzelf kan zijn.”

De aandacht verschuift daardoor van regels naar cultuur. Veiligheid is volgens haar veel meer dan een protocol of pestbeleid. “Veiligheid moet vooral voelbaar zijn. Dat ontstaat in de manier waarop mensen dagelijks met elkaar omgaan. Leerlingen

hebben daarin een rol, maar minstens zo belangrijk is het voorbeeld van de volwassenen. Leraren laten iedere dag zien hoe je respectvol met verschillen omgaat, hoe je luistert naar elkaar en hoe je een gesprek voert zonder elkaar weg te zetten.”

Dat gebeurt niet alleen tijdens een les over democratie of diversiteit. Ook de manier waarop een docent reageert op een vervelende opmerking, hoe leerlingen samen afspraken maken over de klassensfeer of hoe een mentor een conflict begeleidt, draagt volgens Saydali bij aan burgerschap. “Leerlingen leren minstens zoveel van wat ze volwassenen zien doen als van wat ze uit een lesboek halen.”

De school als oefenplaats

Daarin ligt volgens Saydali de kracht van scholen. Zij noemt de school de plek waar jongeren kunnen oefenen met samenleven. “We leven in een tijd waarin veel contacten zich afspelen binnen onze eigen bubbel. Op school ontmoeten leerlingen juist mensen die anders denken, een andere achtergrond hebben of anders naar de wereld kijken. Misschien zijn scholen wel de laatste plekken waar jongeren elkaar nog iedere dag fysiek ontmoeten in zo’n grote diversiteit.”

Dat maakt de school ook tot een veilige oefenplaats voor de democratische rechtsstaat. “Leerlingen hoeven het niet met elkaar eens te zijn. Dat is niet het doel van burgerschap. Het gaat erom dat je leert omgaan met verschillen. Dat je ontdekt: mijn mening mag er zijn, maar die van een ander ook.” Wel zijn duidelijke grenzen nodig. “Ik noem dat weleens de vangrails. Onze grondwet en onze democratische basiswaarden vormen de kaders waarbinnen dat gesprek plaatsvindt. Je mag van mening verschillen, maar discriminatie of uitsluiting horen daar niet bij. Dat is tegelijkertijd een veiligheidsnorm én een burgerschapsnorm. Dan zie je hoe dicht die twee eigenlijk bij elkaar liggen.”

Schurende gesprekken niet uit de weg

Die uitgangspunten worden beter zichtbaar wanneer actuele onderwerpen de klas binnenkomen. Oorlogen, polarisatie, online haat, discriminatie of de invloed van de manosfeer kunnen emoties oproepen en docenten voelen zich lang niet altijd zeker genoeg om zulke gesprekken te begeleiden. “Dat begrijp ik heel goed”, zegt Saydali. “Docenten hebben ontzettend veel op hun bord en dit zijn geen makkelijke gesprekken. Tegelijkertijd zijn dit precies de gesprekken waarvoor de school bedoeld is.”

Ze spreekt bewust over schurende gesprekken. “Jongeren moeten ergens kunnen oefenen met het voeren van een gesprek met iemand die het fundamenteel met hen oneens is. Of met iemand die geraakt wordt door een onderwerp waar jij heel anders naar kijkt. Dat leer je niet vanzelf.”

Volgens haar hoeft een docent niet meteen te beginnen met de meest explosieve onderwerpen. “Je kunt dat opbouwen. Begin met onderwerpen waar verschillen van inzicht zijn, maar waar de spanning nog beperkt is. Oefen met luisteren, doorvragen,

nieuwsgierig zijn en het verkennen van andere perspectieven. Die vaardigheden heb je later ook nodig wanneer een onderwerp wél heel gevoelig ligt.”

Gespreksleidraad

Daarom presenteerden Stichting School & Veiligheid en het LAKS in 2025 een gespreksleidraad voor maatschappelijk gevoelige onderwerpen. Ook ondersteunt de organisatie scholen met trainingen, e-learnings en andere praktische handreikingen om docenten meer vertrouwen te geven bij het begeleiden van dit soort gesprekken. Scholen kunnen tevens gebruikmaken van een subsidieregeling om personeel verder te scholen in het voeren van schurende gesprekken, vertelt Saydali. “We verwachten niet dat iedere docent dit vanzelf kan. Het is echt een vaardigheid die we graag helpen verder te ontwikkelen.”

Lastige maatschappelijke onderwerpen vragen volgens de handreiking niet alleen om moed, maar ook om een goede voorbereiding. Tijdens het gesprek draait het om de rol van de docent als gespreksleider. Die geeft ruimte aan uiteenlopende opvattingen, maar stelt tegelijk duidelijke grenzen wanneer uitspraken kwetsend of discriminerend zijn.

Een goede dialoog draait niet om overtuigen, maar om begrijpen. Daarom begint een gesprek met gezamenlijke spelregels, gevolgd door het onderscheiden van feiten en meningen, het onderzoeken van verschillende perspectieven en het terugblikken op wat leerlingen van elkaar hebben geleerd. Volgens Saydali oefenen jongeren daarmee de vaardigheden die zij later ook in de samenleving nodig hebben.

Op zoek naar de gespreksleidraad om maatschappelijk gevoelige onderwerpen te bespreken in de klas? Scan de QR-code

Heb je nog vragen?

Neem contact op met het Adviespunt van School & Veiligheid. Dat kan op schooldagen van 09.00 tot 16.00 uur via tel.nr. 030 285 66 16 of via adviespunt@schoolenveiligheid.nl

Amina Saydali

Jeugdbibliotheek.nl

Renaissance in een nieuw licht

Da Vinci, Rafaël en Michelangelo bij Fabrique des Lumières

Stel je voor: je leerlingen staan midden in de werkplaats van Leonardo da Vinci. Zijn uitvindingen bewegen om hen heen, zijn schetsboeken ontvouwen zich op de muren, en zijn blik op de wereld wordt voelbaar in de ruimte zelf. Geen schoolboek, geen scherm, maar een echte ontmoeting met een van de meest invloedrijke kunstenaars die ooit heeft geleefd.

PrimaOnderwijs & Fabrique des Lumières

Vanaf 18 september 2026 maakt Fabrique des Lumières in Amsterdam dit mogelijk met de immersive experience Renaissance: Da Vinci, Raphael, Michelangelo. Gedurende 52 minuten worden leerlingen volledig ondergedompeld in het leven en werk van drie meesters die de westerse kunst en cultuur voor altijd hebben veranderd. Grootschalige projecties vullen de muren en vloeren van de voormalige industriële ruimte, waardoor bezoekers zich letterlijk middenin Florence en Rome bevinden, vijf eeuwen geleden en toch verrassend dichtbij.

Wat de ervaring bijzonder maakt, is de inhoudelijke diepgang. De tentoonstelling is mede ontwikkeld door kunsthistoricus Florian Métral en wordt verteld vanuit het perspectief van Giorgio Vasari: tijdgenoot van de drie meesters en auteur van het grondleggende werk De levens van de kunstenaars uit 1550. Zijn stem

begeleidt leerlingen door de gedachtewereld, het privéleven en de artistieke keuzes van Da Vinci, Rafaël en Michelangelo. Dat maakt het bezoek niet alleen visueel indrukwekkend, maar ook inhoudelijk toegankelijk voor verschillende leeftijden.

Voor de klas biedt dit bezoek volop aanknopingspunten. Jongere leerlingen leren kunst en cultuur niet alleen bekijken maar ook beleven, en ontwikkelen waardering voor wat mensen vroeger maakten en waarom. Da Vinci’s uitvindingen en anatomische tekeningen trekken dat nog verder, richting wetenschap, techniek en de eeuwige menselijke nieuwsgierigheid. Voor oudere leerlingen zijn er directe raakvlakken met ckv, geschiedenis en beeldende kunst, en past het bezoek goed binnen de kaders van Cultuureducatie met Kwaliteit.

Elk van de drie hoofdstukken in de experience biedt stevige aanknopingspunten voor nabespreking in de klas: Michelangelo’s zoektocht naar de figuur die al in het marmer verborgen zat. Rafaëls fresco’s als visuele filosofie. Da Vinci’s onverzadigbare nieuwsgierigheid naar mens en natuur. Abstracte begrippen worden hier tastbaar, bespreekbaar en onvergetelijk.

Fabrique des Lumières biedt arrangementen voor schoolgroepen. Renaissance: Da Vinci, Raphael, Michelangelo is te zien vanaf 18 september 2026.

Scan de QR-code voor meer informatie voor het onderwijs.

De Eduard van Beinumschool maakt burgerschap tastbaar

‘Wie zijn onze leerlingen en wat hebben zij nodig?’

Na een positief inspectiebezoek vroeg directeur Thomas Hoek zijn team: “Wat doen we eigenlijk al, en waar kunnen we nog steviger op inzetten?”

Het antwoord was eensgezind: “Burgerschap.” In de twee jaren die volgden, bouwde de Eduard van Beinumschool een burgerschapsplan dat recht doet aan de ambitie van Stichting BOOR: kinderen opleiden tot de burgers van morgen. De nieuwe kerndoelen hebben de school geholpen om te checken of ze op de goede weg zijn.

Tekst: Esmee Weerden

De Eduard van Beinumschool is een kleine openbare basisschool en staat in de wijk Hillegersberg. Veel ouders zijn hoogopgeleid en welvarend. Daarvan bestaat een deel uit expats die na een paar jaar weer vertrekken. Ook is er een minder zichtbare groep leerlingen voor wie de thuissituatie een stuk minder stabiel is. Een gemengder beeld dan de wijk op het eerste gezicht suggereert.

Precies daarom begon de school niet bij de burgerschapsdoelen, maar bij de vraag wie hun populatie eigenlijk is en welke uitdagingen zij hebben. Het team besprak dit in meerdere werksessies. Pas daarna werden concrete doelen in het burgerschapsplan geformuleerd, de zogenoemde vijf D’s: draag je eigen verantwoordelijkheid, denk divers, durf jezelf te zijn, doe digitaal slim en deel de democratische waarden.

Thomas noemt die volgorde in de aanpak cruciaal: “Eerst kijken wie je leerlingen zijn, dan pas bepalen wat ze nodig hebben. Niet andersom.” De aanpak sluit naadloos aan bij de nieuwe kerndoelen voor burgerschap, die scholen meer houvast bieden bij de invulling van het leergebied. “Toen de nieuwe kerndoelen verschenen, was ons plan al klaar. Het paste wel heel

goed. De nieuwe kerndoelen maken nog explicieter onderscheid in kennis, houding, vaardigheid en ervaring. Dat zit ook in onze doelen verwerkt. Het gaf ons de bevestiging dat we op de goede weg zitten.”

Filosofie als belangrijke pijler

Charlotte Magnée is kleuterleerkracht en kartrekker burgerschap. Ze stapte in toen het plan er lag en haar taak is het levend houden ervan. Een van de instrumenten die de school daarvoor inzet, is kinderfilosofie.

De nieuwe kerndoelen gaven ons de bevestiging dat we op de goede weg zitten

De dialoog is daarbij een belangrijk onderdeel. Dat het burgerschapsplan werkt in de praktijk, ervaarde Thomas onlangs tijdens een lesbezoek aan groep 4. “Ik zag hoe leerlingen van zeven, acht jaar samen redeneerden over een opdracht: welk beeld is het oudste? Een kind zei rustig tegen een klasgenoot: ‘Jij denkt er anders over.’ En ging gewoon door. Niet: wie heeft er gelijk. Maar: hoe denk jij erover? Geweldig, toch?”

Burgerschap gaat over samenleven.

Dat leer je niet alleen in een klaslokaal

Burgerschap in alles verweven

Burgerschap zit verder verweven in de dagelijkse omgang: hoe los je op dat je allebei op die step wil?

Hoe ga je om met iemand die een andere taal spreekt?

Maar ook in schoolbrede activiteiten. Zo bezochten leerlingen een kerk, een moskee en een synagoge. “De kinderen keken hun ogen uit. En anderen waren trots, want zij gingen daar zelf elke week naartoe”, vervolgt Thomas.

Om te bewaken dat het niet bij losse activiteiten blijft, werkt de school met een matrix. Per periode koppelen leerkrachten activiteiten aan de vijf D’s en reflecteren klassen op hun eigen gedrag. Ook de allerkleinsten doen mee. Charlotte: “Bij de kleuters stemmen we al. Als we een boek gaan voorlezen, legt iedereen een blokje neer. Heel eenvoudig, maar democratisch. Ze hebben allemaal een stem.”

Draagvlak begint bij het team

Het team was van begin af aan betrokken bij het ontwikkelen van het burgerschapsplan. Dat merkt Charlotte aan het draagvlak. “Het is niet van bovenaf opgelegd. Iedereen weet waarvoor we het doen. En dat maakt het makkelijker om het ook echt vol te houden.”

De kartrekkersrol is daarin onmisbaar, zegt ze. “Iemand moet de vinger aan de pols houden en regelmatig inchecken om te vragen hoe het gaat en wat het team nodig heeft.” Ze heeft daarvoor ruimte in haar week gekregen, ook al is die schaars. De school werkt met expertteams van collega’s die elk een focusgebied bewaken.

Thomas voegt toe: “Ook betrekken we ouders. De burgerschapsdoelen staan in elke nieuwsbrief. Ouders lezen welk doel centraal staat en wat we daarvoor doen. Volgend schooljaar beginnen we met dialoogtafels. Wij maken uiteindelijk de besluiten, maar we willen dat iedereen begrijpt waarom. Burgerschap gaat over samenleven. Dat leer je niet alleen in een klaslokaal.”

Miranda van Baaren, Onderwijscoördinator OCW

“Wat mij aanspreekt aan de aanpak van de Eduard van Beinumschool is dat zij beginnen met de vraag: wie gaat hier eigenlijk naar school en vanuit welke visie bieden wij onderwijs aan? Dat is wat mij betreft het juiste startpunt. Pas als je weet wie je leerlingen zijn en wat zij nodig hebben, kun je bepalen waar je hen naartoe wilt brengen. De nieuwe kerndoelen helpen daarbij. Ze maken concreter wat leerlingen moeten kennen, kunnen en ervaren en bieden houvast om bewuste keuzes te maken die passen bij de eigen leerlingpopulatie.

Mijn tip aan scholen is daarom: begin bij je leerlingen en de bedoeling van het onderwijs dat je wilt bieden.

Ga met elkaar in gesprek over wat jouw leerlingpopulatie nodig heeft en welke kennis, vaardigheden en ervaringen je hen wilt meegeven. Gebruik vervolgens de karakteristiek van het leergebied en de kerndoelen als kompas om die gezamenlijke visie te vertalen naar betekenisvol burgerschapsonderwijs dat past bij de eigen schoolcontext.”

Meer informatie en inspiratie:

Charlotte Magnée en Thomas Hoek van de Eduard van Beinumschool in Rotterdam

Een blik op hoe jongens zich ontwikkelen

ie de huidige discussies volgt over de manosfeer ndrew ate of de etfli serie Adolescence, krijgt al snel de indruk dat er iets aan de hand is met jongens. Volgens Woltring moeten we vérder terugkijken. Veel verder. “De discussie gaat vaak over hoe jongens zich gedragen. Ik ben vooral geïnteresseerd in hoe jongens zich ontwikkelen: gedrag komt ergens vandaan.”

Tekst: Wiesette Haverkamp

Jongens doen het gemiddeld slechter op school dan meisjes. De cognitieve verschillen zijn aan het einde van de basisschool vaak beperkt, maar op sociaalemotioneel gebied lopen veel jongens achter. Ze blijven vaker zitten, krijgen vaker een diagnose en verlaten vaker voortijdig het onderwijs. Volgens ontwikkelingspedagoog en jongensdeskundige Lauk Woltring is dat geen toeval. “We hebben jarenlang veel aandacht gehad voor meisjes – terecht overigens –maar ondertussen zijn we vergeten hoe jongens zich ontwikkelen.”

Volgens Woltring begint het verschil al vroeg. Jongens rijpen gemiddeld langzamer en onregelmatiger dan meisjes, niet alleen lichamelijk maar ook op het gebied van taalontwikkeling, planning, impulscontrole en zelfregulatie. Wanneer opvoeders daar onvoldoende op aansluiten, kan dat leiden tot onveilige hechting, eenzaamheid of agressief gedrag*.

“Meisjes zijn gemiddeld eerder in staat om vooruit te kijken, emoties onder woorden te brengen en zich aan te passen aan verwachtingen. Jongens leren vaker via uitproberen. Via trial and error.” Dat verschil heeft volgens hem gevolgen zodra kinderen naar school gaan. “Het onderwijs vraagt al vroeg om stilzitten, plannen, luisteren en verwoorden. Dat zijn vaardigheden waarin meisjes gemiddeld een voorsprong hebben. Vervolgens concluderen we dat jongens ongemotiveerd zijn of niet willen.”

Volgens Woltring ligt de werkelijkheid ingewikkelder. “Ze willen wel, maar kunnen nog niet wat er van hen gevraagd wordt. Daardoor raken ze gefrustreerd of haken af. Het is belangrijk hen uit te dagen op het niveau waar ze bijna aan toe zijn.”

Woltring is daarom kritisch op de manier waarop het onderwijs georganiseerd is. “Jongens die beweeglijk zijn, experimenteren of grenzen opzoeken, worden sneller gezien als lastig.” Daarmee verdwijnen volgens

Lauk Woltring

hem juist kwaliteiten uit beeld en krijgt ook het zelfvertrouwen van jongens een knauw. “Experimenteren, lef, autonomie, nieuwsgierigheid en verzet zijn waardevolle eigenschappen. Alleen passen ze niet altijd netjes binnen het huidige systeem.”

Volgens Woltring voelen veel jongens praten al snel als verantwoording afleggen. “Alles wat je zegt, kan tegen je worden gebruikt.

Dan houd je je mond liever.” Daarom pleit hij voor gesprekken vanuit nieuwsgierigheid in plaats van verwijt. Niet: waarom deed je dat?

Maar: wat gebeurde er precies? En wat waren de gevolgen?

mannen huilen niet, laat je niet kennen.” Dat klinkt misschien ouderwets, maar die boodschappen zijn nog steeds aanwezig. Thuis en op school krijgen jongens vaker correcties dan begeleiding. “Wanneer je leert door uitproberen, maak je vaker fouten, waardoor je vaker op je kop krijgt. Op een gegeven moment gaan sommige jongens zich afsluiten.”

Meer bewegen, minder toetsen

Wat kunnen scholen doen? Volgens Woltring begint het met anders kijken naar gedrag. “Een jongen die wiebelt, hoeft niet ongeïnteresseerd te zijn. Misschien reguleert hij juist zijn energie.” Veel jongens zijn voortdurend bezig hun gedrag te corrigeren. Tegen de tijd dat dat lukt, is de les bijna voorbij.

*Meer hierover op zijn website www.laukwoltring.nl en in het boek De ontwikkeling van jongens in het onderwijs (2019, 3e druk 2022 Lannoo Campus)

Hij pleit niet voor minder structuur, maar voor meer ruimte om verschillen in ontwikkeling serieus te nemen. “Kinderen worden vooral ingedeeld op leeftijd, verplichte leerstof en jaargroep. Terwijl de belangrijkste vraag zou moeten zijn: waar staat dit kind nu en wat heeft het nodig om verder te groeien?” Liever ziet hij onderwijs dat beter aansluit bij de ontwikkelingsleeftijd van kinderen, bijvoorbeeld met meer maatwerk en deelcertificaten. Dat jongens vaker afhaken, heeft volgens Woltring niet alleen met school te maken, maar ook met de boodschappen die ze thuis en in de media krijgen.

“Veel jongens groeien op met ideeën als: stel je niet aan, echte

“Wanneer kinderen zich fysiek prettig voelen, komt er juist ruimte voor leren.” De belangrijkste taak van een leraar? Kinderen zien. “Niet alleen zien wat er fout gaat, maar vooral zien waar een kind goed in is.” Hij geeft een voorbeeld uit trainingen die hij aan scholen verzorgt. “Ik vraag leraren één kwaliteit te noemen van een leerling die ze lastig vinden. Dan blijkt vaak dat het brutale kind een natuurlijke leider is. Of dat de druktemaker ontzettend creatief is.” Volgens Woltring zit daar de sleutel. “De kwaliteiten die voor problemen zorgen, zijn – na enige bewerking – vaak dezelfde kwaliteiten die later van waarde blijken te zijn.” Ook effectief is elkaars werk laten nakijken. Wie een ‘boeiende fout’ ontdekt en kan uitleggen waarom die interessant is, krijgt een extra punt. “Jongens gaan daar enorm op aan.”

Mannelijke rolmodellen

Volgens Woltring blijven mannelijke rolmodellen belangrijk, zonder vrouwelijke leraren tekort te doen. “Een goede juf kan enorm veel betekenen voor een jongen. Maar hoe je man wordt, leer je uiteindelijk toch van mannen.” Daarmee bedoelt hij niet dat iedere klas een meester nodig heeft. “Het gaat erom dat jongens verschillende voorbeelden zien van mannelijkheid. Mannen die grenzen stellen, verantwoordelijkheid nemen, emoties tonen, vriendelijk zijn en respectvol omgaan met anderen.”

“Veel jongens zoeken voorbeelden. Als ze die niet vinden op school of thuis, gaan ze elders kijken.”

Andrew Tate ziet hij vooral als een signaal. “Als jongens zich tot zulke figuren aangetrokken voelen, moeten we niet alleen zeggen dat het fout is. We moeten ook onderzoeken wat hen aanspreekt.” “Jongens serieus nemen is misschien wel het belangrijkste wat we kunnen doen.” Zijn boodschap aan scholen is daarom eenvoudig. “Stop met kijken naar wat jongens tekortkomen. Kijk naar wat ze nodig hebben om te groeien. Dan blijkt vaak dat er veel meer mogelijk is dan we denken.”

Meer rust. Meer structuur. Beter onderwijs.

Inspirerende uitgaven voor meer rust in de klas, effectief lesgeven en betere leerresultaten

Extra taalsteun die werkt

Minder corrigeren, meer lesgeven

Met Taakspel stimuleer je op een positieve manier gewenst gedrag, waardoor onrust afneemt en leerlingen beter samenwerken en met meer focus werken. Zo ontstaat een prettiger klassenklimaat én houd jij meer tijd over voor goed onderwijs.

Taakspel is er voor groep 3 t/m 8 van het basisonderwijs, voor kleutergroepen en voor leerlingen in het gespecialiseerd onderwijs.

Zo word je een excellente leerkracht

Auteur Doug Lemov deelt alle geheimen achter die leerkrachten waarbij het allemaal vanzelf lijkt te gaan. Ontdek 63 praktisch technieken en ervaar de positieve effecten zelf.

Doordacht

Passend

Lesmodel

Ontdek een onderscheidend lesmodel dat structuur, veiligheid en plezier in leren brengt, gebaseerd op de nieuwste wetenschappelijke inzichten.

Leer gedrag begrijpen

Druk, teruggetrokken of moeite met contact? Ontdek wat het gedrag van een kind je vertelt en hoe je daar in de groep goed op inspeelt. Ontdek ons complete aanbod aan uitgaven voor een

De Miljoenennotaposter 2027 komt eraan!

Ieder jaar op Prinsjesdag presenteert de overheid de Miljoenennota. Om scholieren te leren wat deze nota inhoudt, is er een Miljoenennotaposter. De poster geeft een begrijpelijk overzicht van de verwachte inkomsten en geplande uitgaven van 2027. Hang deze poster op in je lokaal en je hebt de actuele cijfers altijd binnen handbereik! Handig wanneer je in de klas aandacht besteedt aan overheids nanci n of gerelateerde onderwerpen.

De nieuwe Miljoenennotaposter 2027 wordt even na Prinsjesdag verstuurd aan docenten economie in het voortgezet onderwijs. Wil je ook een Miljoenennotaposter in jouw klaslokaal? Ga naar onderwijsinformatie.nl/minfin en bestel een gratis exemplaar.

Miljoenennota 2025

Op de afbeeldingen zie je de edities van 2025 en 2026.

Opgroeien doe je samen

Wanneer een kind zich ontwikkelt, gebeurt dat nooit in een vacuüm. Gezinnen, scholen, leeftijdsgenoten, buurten en maatschappelijke organisaties spelen allemaal een rol in de kansen die kinderen krijgen en de manier waarop zij opgroeien.

Kinderen leren, spelen en ontwikkelen zich in relatie tot anderen. Ouders, leraren, leeftijdsgenoten, sportverenigingen, buurtbewoners en hulpverleners vormen samen het netwerk waarin zij opgroeien. Die gedachte staat centraal in het concept van de Pedagogische Wijk.

De Pedagogische Wijk is geen methode of afgebakend programma, maar een manier van kijken naar opgroeien. De wijk wordt gezien als een pedagogisch ecosysteem waarin iedereen invloed heeft op de ontwikkeling van kinderen en jongeren en daar gezamenlijk verantwoordelijkheid voor draagt. In Arnhem-Oost wordt deze benadering toegepast binnen het Nationaal Programma Arnhem-Oost. Daar vormt de leefomgeving van kinderen het vertrekpunt. Want wie ontwikkeling wil begrijpen, moet ook kijken naar de omstandigheden waarin kinderen opgroeien.

Meer dan individuele verschillen Kansenongelijkheid wordt vaak zichtbaar op school. Sommige leerlingen hebben een achterstand in taal, rekenen of sociale vaardigheden. Toch ontstaan die verschillen meestal niet op school zelf. Ze hangen vaak samen met factoren als financiële zorgen thuis,

gezondheidsproblemen, beperkte sociale netwerken of een gebrek aan passende ondersteuning. Wie alleen naar het individuele kind kijkt, mist daarom een belangrijk deel van het verhaal.

De Pedagogische Wijk verlegt het perspectief naar de wisselwerking tussen kind en omgeving.

Talent alleen is niet voldoende. Kinderen hebben ook een omgeving nodig waarin dat talent tot bloei kan komen. Wanneer die omgeving onder druk staat, heeft dat gevolgen voor hun kansen. Ongelijkheid is dan vaak het resultaat van een opeenstapeling van omstandigheden.

Daarom richt de Pedagogische Wijk zich niet alleen op hulp wanneer problemen ontstaan, maar ook op het versterken van de omgeving als geheel. Door te investeren in relaties, samenwerking en betrokkenheid ontstaat een stevigere basis voor ontwikkeling.

Veiligheid als fundament

Een belangrijk uitgangspunt is dat ontwikkeling alleen mogelijk is wanneer kinderen zich veilig voelen. Die veiligheid gaat verder dan fysieke veiligheid. Het gaat ook om sociale en emotionele veiligheid: het gevoel erbij te horen, gezien te worden en fouten te mogen maken. Op school, thuis, op straat en bij sportclubs. Voor onderwijsprofessionals is dat een herkenbaar uitgangspunt. Leren lukt immers beter wanneer leerlingen zich veilig voelen. Maar hetzelfde geldt voor de wijk als geheel. Een kind dat zich gesteund voelt door de volwassenen om zich heen, ontwikkelt meer zelfvertrouwen en veerkracht.

Een stabiele start vormt de basis voor vertrouwen, weerbaarheid en verdere groei

Van de eerste duizend dagen tot volwassenheid

Binnen de Pedagogische Wijk wordt ontwikkeling gezien als een doorgaande lijn die al begint vóór de geboorte en doorloopt tot in de volwassenheid. Veel aandacht gaat uit naar de eerste duizend dagen: de periode vanaf de zwangerschap tot ongeveer het tweede levensjaar. Onderzoek laat zien dat deze fase van grote invloed is op gezondheid, hechting en latere ontwikkeling.

Een stabiele start vormt de basis voor vertrouwen, weerbaarheid en verdere groei. Maar niet ieder gezin begint vanuit dezelfde uitgangspositie. Daarom vraagt een goede start om tijdige ondersteuning. Na deze eerste levensfase verschuift de aandacht naar spelen, ontdekken en leren. Kinderen ontwikkelen taal, sociale vaardigheden en zelfvertrouwen. Scholen spelen hierin een belangrijke rol. Niet alleen als plek waar kennis wordt opgedaan, maar ook als gemeenschap waarin kinderen leren samenwerken en hun plek vinden tussen anderen.

Ruimte voor identiteit

Tijdens de adolescentie komen nieuwe ontwikkelvragen naar voren. Jongeren zoeken naar wie zij zijn, welke waarden zij belangrijk vinden en welke richting zij op willen.

Dat vraagt om ruimte én begeleiding. Binnen de Pedagogische Wijk wordt gezocht naar manieren waarop scholen, ouders, jongerenwerkers en andere betrokkenen gezamenlijk kunnen optrekken. Niet door jongeren voortdurend te sturen, maar door beschikbaar te zijn wanneer dat nodig is. Een sterke pedagogische omgeving biedt zowel vrijheid als houvast. Ze geeft jongeren de kans om zichzelf te ontdekken, terwijl er volwassenen aanwezig zijn die ondersteuning kunnen bieden.

Samen verantwoordelijkheid nemen

De overgang naar studie, werk en zelfstandig wonen vormt opnieuw een belangrijke stap. Ook hier blijkt dat niet iedere jongere dezelfde kansen heeft.

De Pedagogische Wijk richt zich daarom op het creëren van omstandigheden waarin iedere jongere een eerlijke kans krijgt om die overgang succesvol te maken. Dat vraagt om samenwerking tussen onderwijs, welzijn, zorg, werkgevers en bewoners. De ervaringen in Arnhem-Oost laten zien wat er gebeurt wanneer een wijk zichzelf ziet als medeopvoeder. Niet omdat ouders minder verantwoordelijk zijn, maar omdat kinderen profiteren van een omgeving waarin volwassenen samen optrekken.

De kern van de Pedagogische Wijk is daarmee eenvoudig: een kind ontwikkelt zich nooit alleen. Wie gelijke kansen wil bevorderen, moet daarom niet alleen investeren in het kind, maar ook in de wereld om dat kind heen.

Meer weten over de Pedagogische Wijk?

De Pedagogische Wijk is een beweging die zich blijft ontwikkelen. In het magazine over de Pedagogische Wijk wordt zichtbaar hoe deze aanpak in de praktijk vorm krijgt, met verhalen van kinderen, ouders en professionals.

Vraag het magazine aan en ontdek hoe Arnhem-Oost werkt aan een omgeving waarin opgroeien weer een gezamenlijke verantwoordelijkheid is.

Democratie en rechtsstaat: verrassend alledaagse kost

Hoe maak jij thema’s als democratie en de rechtsstaat relevant en behapbaar voor je leerlingen? Voor veel jongeren voelen de begrippen democratie en rechtsstaat als iets vaags en abstracts, alsof het weinig tot niets met hun dagelijks leven te maken heeft. In dit artikel vertelt Noëlle Beerepoot - educator bij de Anne Frank Stichtinghoe je dit thema kunt aanvliegen in jouw klas.

Wereldwijd staat de democratie onder druk en neemt het aantal autocratische regimes toe. Democratie is een heet hangijzer. Gelijke rechten, vrijheid en democratie zijn niet vanzelfsprekend. Dat geldt ook voor Nederland. Hoewel er brede maatschappelijke steun is voor onze democratische rechtsstaat, is deze niet onvoorwaardelijk.

Vertalen naar het dagelijks leven

“Democratie en rechtsstaat klinken als abstracte begrippen. De kunst is die te vertalen naar het dagelijks leven van jongeren. Ik zie echt een honger bij jongeren om grip te krijgen op deze thema’s door de actualiteit. Wat betekent democratie voor mij? Wat is aanlokkelijk aan bijvoorbeeld een sterke leider met veel macht? Maar ook; wat is de keerzijde daarvan?

Voor wie is dat een voordeel, voor wie een nadeel?

En in wat voor soort samenleving wil je wonen?

Daarover een open gesprek voeren, dat onderzoeken, dát werkt bij jongeren”, vertelt Noëlle Beerepoot.

De Tweede Wereldoorlog en de Holocaust tonen de uiterste gevolgen als de democratische rechtsstaat wegvalt. De afbraak van de rechtsstaat was bepalend voor de levensloop van Anne Frank en miljoenen anderen. Een goed functionerende democratische rechtsstaat biedt bescherming aan minderheden, mede door de grondrechten die voor iedereen gelden. De Anne Frank Stichting ontwikkelt al jaren educatief materiaal op thema’s als de Holocaust, discriminatie en vooroordelen en sinds kort ook op democratie en rechtsstaat.

Noëlle Beerepoot: “Het lesmateriaal van de Anne Frank Stichting maakt bij democratie steeds een koppeling naar het dagelijks leven, want democratie is meer dan verkiezingen en staatsinrichting. Daarnaast focust het zich op de democratische waarden en wat die voor

jongeren betekenen. Het maakt duidelijk dat democratie niet eenvoudig noch feilloos is, maar dat het alternatief niet per se voor iedereen beter uitpakt. Als docent kun je bijvoorbeeld gespreksopeners over grondrechten gebruiken: ‘welke vind je belangrijk, wat als een grondrecht wegvalt, wie raakt dat?’ Dat doet jongeren beseffen dat democratie kwetsbaar is en dat je het kwijt kan raken.”

Verrassende startvraag: noem voordelen van een dictatuur Een startvraag die goed werkt in de klas is: wat zijn de voordelen aan een dictatuur? “Het is een vraag die niet vaak gesteld wordt, maar wel verfrist. Het is een ontregelende vraag is en het schept ruimte dat je dat mag onderzoeken”, zegt Beerepoot. “Natuurlijk moet je óók naar de nadelen van een dictatuur kijken en vervolgens de voor- en tegens van een democratie bekijken.”

Snelheid en daadkracht klinkt aanlokkelijk boven afstemming en overleg, maar waar ligt die grens? Wanneer snij je de bocht van democratische besluitvorming te kort af? Dit onderzoeken zet leerlingen

Les ‘Een heel gewone dag’

Zeven uur opstaan, ontbijten en naar school fietsen. Hoe ziet jouw gemiddelde dag eruit? En wat heeft dat te maken met democratie of dictatuur? Dat ontdekken leerlingen met deze les.

De les ‘Een heel gewone dag’ maakt een concrete verbinding tussen je dagelijks leven en het politieke systeem waarin je leeft. Want de regels die gelden, bepalen mede je dag. De anti-Joodse maatregelen die het naziregime invoerde, hadden grote gevolgen voor Joden. Leerlingen onderzoeken die maatregelen en de stapsgewijze uitsluiting en ontmenselijking die dat tot gevolg had. Vervolgens maken ze de connectie met hun eigen dagelijks leven.

De werkvorm is afwisselend individueel, in groepjes en soms plenair. De korte explainervideoclip van twee minuten vat de les ten slotte samen en maakt de begrippen democratie en dictatuur - en de invloed op jouw heel gewone dag - kraakhelder.

aan het denken over de onderliggende waarden van een democratie en dictatuur. Het materiaal maakt invoelbaar wat een autocratisch systeem kan betekenen voor jouw dagelijks leven.

Versterken democratische vaardigheden De werkvormen versterken vaardigheden als luisteren, je (genuanceerd) uitspreken, kennis krijgen over historische context en verschillende perspectieven onderzoeken. Allemaal vaardigheden die horen bij een democratische cultuur. “Het materiaal traint leerlingen woorden te geven aan gedachten over grote begrippen als vrijheid, gelijkheid en solidariteit”, aldus Beerepoot. “Het materiaal is als een verrassings-ei; je wordt nieuwsgierig en wilt het uitpakken. Door voorbeelden uit het dagelijks leven wordt het thema democratie behapbaar en invoelbaar.”

“Leerlingen waren verbaasd over de bizarre anti-Joodse maatregelen. En hoe een impact dat heeft op je gewone dag. Dat werd heel duidelijk met deze les.” Ellen Hardeman, docent Engels, VMBO Havo VWO, Zaandam

Praktische informatie

Les: ‘Een heel gewone dag’

Duur: 45 tot 60 minuten

“Bij het wegstrepen van hun gewone dag, zag je dat er wat gebeurde met de leerlingen. Die vertaalslag - van jouw dag nú naar een dag toen - dat maakte deze les heel sterk.”

Evelyn Wempe, leerkracht groep 8, Spaarndam

Doelgroep: PO groep 7/8 & VO onderbouw

Lesmateriaal: werkblad, docentenhandleiding met powerpoint en een korte explainervideoclip.

Gratis verkrijgbaar via: annefrank.org/democratie

oktober

DAG VAN DE LERAAR

Beknopte uitgaven

Verras je team met een passend cadeau. Ontvang tijdelijk korting met onze speciale actie.

Kinderboeken

Pockets

5 minuten spellen

Bestellen of actievoorwaarden bekijken?

Scan de QR-code of ga naar: shop.bazalt.nl/inspiratie/dag-van-de-leraar

Word ook vrijwilliger bij De Kindertelefoon!

oek jij zinvol vrijwilligerswerk dat fle i bel te combineren is met je baan, gezin of hobby’s? Vind jij het ook belangrijk dat kinderen en jongeren in vertrouwen kunnen praten over álles wat hen bezighoudt? En ben je goed in luisteren? an is vrijwilligerswerk bij e inder telefoon misschien wel iets voor jou.

In je bol

Ben je al bekend met het online platform In je bol? In je bol is dé vindplek voor mentale gezondheid, speciaal voor jongeren van 16 t/m 27 jaar. Met betrouwbare en begrijpelijke informatie, ervaringen van anderen en tips en tools om zelf aan de slag te gaan. Jongeren kunnen er terecht voor een luisterend oor via telefoon en chat én ontdekken welke laagdrempelige hulp er verder is, online of in de buurt.

In je bol is ontwikkeld door zeven initiatiefnemers: Stichting De Kindertelefoon, MIND Us, WijzijnMIND, 113 Zelfmoordpreventie, Stichting Join Us, Transformers Community, @ease - inloophuiskamers voor jongeren.

Meer informatie vind je op injebol.nl en specifiek over de toolkits voor o.a. onderwijsprofessionals: injebol.nl/toolkits

Bij De Kindertelefoon praten kinderen en jongeren gratis en anoniem over allerlei onderwerpen. Van verliefdheid tot stress. Van vervelende thuissituaties tot mentale gezondheid. En jij kunt het verschil maken door een luisterend oor te bieden.

Wist je dat je al vanaf 3 uur per week aan de slag kunt?

Meer weten over vrijwilligerswerk bij De Kindertelefoon? Kijk dan snel op kindertelefoon.nl/vrijwilliger en meld je aan voor één van onze vijf locaties: Groningen, Tilburg, Nijmegen, Amsterdam of Utrecht.

Wist je dat De Kindertelefoon…

• Ruim 1.000 gesprekken per dag voert met kinderen en jongeren via chat en telefonie over allerlei onderwerpen?

• Een nieuwe website heeft? Naast ons lesmateriaal vind je video’s voor in de klas, tips en handvatten voor gesprekken over lastige onderwerpen zoals pesten en huiselijk geweld en nog veel meer! Kijk op kindertelefoon.nl/onderwijs

• Een gratis les van 30 minuten heeft ontwikkeld? In deze korte les ‘praten lucht op’ maken leerlingen op een laagdrempelige manier kennis met De Kindertelefoon en de kracht van praten. Kijk voor meer informatie op kindertelefoon.nl/onderwijs

• Gratis posters en flyers voor in de klas heeft die je kunt aanvragen door een e-mail met adresgegevens te sturen naar voorlichting@kindertelefoon.nl ?

• Periodiek onderzoek doet naar thema’s die leven onder kinderen en jongeren op basis van geanonimiseerde gespreksdata? Kijk op kindertelefoon.nl/nieuws voor ons laatste onderzoek over geweld.

Als slapen niet vanzelfsprekend is

Foto’s Ditta van Gent Fotografie

Voor veel kinderen is bedtijd een rustig moment. Nog even een verhaaltje, een knuffel en dan lekker slapen. Maar in het ziekenhuis is dat vaak anders. Na een dag vol onderzoeken, behandelingen en spannende momenten kan ontspannen voor het slapengaan moeilijk zijn.

In de donkere wintermaanden lijken de avonden in het ziekenhuis al helemaal eindeloos te duren. Kinderen voelen zich vaak angstig en kunnen alle indrukken van de dag moeilijk verwerken. Op die momenten brengen de CliniClowns speciale bedtijdbezoeken.

Als de afdeling langzaam stil wordt, verschijnen de clowns met lichtjes, zachte muziek en spel. Geen drukte of grote grappen, maar alle aandacht voor één kind. Even de spanning van de dag loslaten en de avond rustig afsluiten.

Dat maakte ook voor Lotte (2) een groot verschil.

Na een bovenbeenbreuk lag ze ruim twee weken in het ziekenhuis. Tijdens een bedtijdbezoek kwamen de CliniClowns zachtjes haar kamer binnen.

“Ze namen echt de tijd. Lotte riep steeds: ‘Leuk! Leuk!’ Ze bloeide helemaal op. Het maakte haar hele dag beter en gaf haar een fijne afsluiting van de dag”, vertelt haar vader.

Een goede nachtrust is belangrijk voor ieder kind, zeker als je ziek bent. Daarom zijn deze bezoeken zo waardevol. Ze geven kinderen een ontspannen afsluiting van een dag die vaak veel van hen vraagt.

Het maakte haar hele dag beter en gaf haar een fijne afsluiting van de dag

Overdag zorgen de CliniClowns voor een flinke dosis humor en energie, maar ’s avonds is het spel anders. “Overdag is het spel soms grootser”, zegt Martin (CliniClown Mimus). “Maar ’s avonds spelen we vaak zacht en ingetogen. Zodat kinderen rustig de nacht in gaan.”

Kom met jouw school in actie

Als de lichten dimmen in het ziekenhuis, kan de opbrengst van jullie schoolactie daar het verschil maken. Met een sponsorloop, pyjamadag of een andere actie maken jullie meer bedtijdbezoeken van CliniClowns mogelijk. Zo geven jullie kinderen in het ziekenhuis een ontspannen afsluiting van de dag én laten jullie leerlingen ervaren hoe bijzonder het is om samen iets voor een ander te betekenen.

Kom in actie via cliniclowns.nl/steun-ons/scholen

Vijftien jaar Apple in de klas

Van een lokaal vol iMacs tot de MacBook Neo voor elke leerling

Op het Christelijk Lyceum Zeist hoef je niemand te overtuigen van de meerwaarde van Apple in het onderwijs. De school werkt er al mee sinds 2010. Alle 1300 leerlingen hebben een eigen MacBook. En komend schooljaar stappen ze over op de MacBook Neo. Systeembeheerders Paul van Dijk en Paul van Rens vertellen hoe die keuze is ontstaan, waarom de MacBook zo goed past bij hun onderwijs en wat het hen oplevert in de dagelijkse praktijk.

PrimaOnderwijs & Amac

Paul van Dijk werkt al sinds 2007 op het CLZ. De overstap naar Apple begon, zoals dat vaker gaat, met een probleem. “Onze computers waren gewoon niet meer toereikend voor het onderwijs dat we wilden bieden. We hadden Novell clients staan in een computerlokaal en de schoolbibliotheek. Dat was het dan.”

De oplossing was een internetaansluiting via Ziggo, buiten het officiële schoolnetwerk om. Een experiment dat zo goed beviel, dat de school de stap durfde te maken. Apple Nederland kwam langs om te beoordelen of de school geschikt was. Na een aantal gesprekken mochten ze van start. In 2010 stond er een lokaal met dertig iMacs. Daarna volgde het besluit om elke nieuwe eerstejaars een eigen MacBook te geven. Stap voor stap, jaar voor jaar.

MacBook, niet iPad

Paul van Rens werkte op zijn vorige school altijd met

iPads. Op het CLZ is het bijna uitsluitend MacBook. Dat is geen toeval. “Een iPad is prima voor de eerste twee jaar”, zegt Paul van Dijk. “Maar als leerlingen profielwerkstukken gaan maken of serieuzer gaan werken, schiet een iPad voor onze school tekort. Dan heb je een los toetsenbord nodig, een hoes, en dan zit je qua prijs eigenlijk al op het niveau van een MacBook.”

Op het CLZ gaat de MacBook zes jaar mee: van de eerste klas tot het eindexamen. “Die visie hebben we nog steeds. En die klopt nog steeds.”

De MacBook Neo: aangenaam verrast

Komend schooljaar schrijft het CLZ de MacBook Neo voor aan nieuwe eerstejaars. De keuze daarvoor was verrassend eenvoudig. Van Rens: “We hebben een aantal exemplaren aangeschaft om zelf te testen. Meegegeven aan docenten en leerlingen, van leerjaar een tot en met vijf. En iedereen was aangenaam verrast. Snelheid, gebruik, het formaat. Iedereen was positief.”

Van Dijk vult aan: “Het is draagbaar, eenvoudig te bedienen en er zit weinig poespas aan. Voor meer dan negentig procent van de leerlingen is het meer dan voldoende. Ik weet niet of dat het doel was van Apple, maar het sluit heel dicht aan bij wat een educatief device zou moeten zijn.”

De leerlingen die hem mochten testen waren zo enthousiast dat sommigen spijt hadden. Ze zeiden: “had ik maar gewacht tot deze beschikbaar was.”

Zero touch: het begint thuis

Naast de keuze voor de MacBook Neo heeft ook de aanschaf zelf een flinke hoeveelheid werk uit handen genomen. Het CLZ werkt via het bestelportaal van Amac. Ouders loggen in, bestellen de MacBook, en die wordt thuis bezorgd. Kant-en-klaar, via zero touch installatie.

“Alles met betrekking tot het bestellen van de MacBook loopt buiten ons om”, zegt Van Rens.

“Wij kunnen onze focus leggen op de dingen die wij belangrijk vinden. En vragen over het bestelproces?

Die krijgen we eigenlijk helemaal niet meer.”

Van Dijk herinnert zich hoe het vroeger ging.

“We hadden avonden in de aula, ouders die meekwamen, vaders die de machine liever zelf uitpakten dan hun kind. Dat speelt zich nu allemaal thuis af. Voor ons werk is dat echt perfect.”

Amac bouwt voor iedere school een webshop op

Dit werkt gewoon.

En dat doen we al vijftien jaar

maat, zodat ouders en leerlingen eenvoudig de juiste Apple-producten kunnen bestellen, direct gekoppeld aan de MDM-omgeving van de school. Meer weten? Kijk op pro.amac.nl/webshop-voor-scholen.

Een partij die je kent

Het CLZ werkte eerder met een andere leverancier. De overstap naar Amac pakte goed uit. Wat beide Pauls het meest waarderen is simpel: persoonlijk contact en specialisme.

“Je hebt iemand die je kent. Als je belt, ken je het gezicht”, zegt Van Dijk. “Jullie zijn echt gespecialiseerd op Apple. Dat is de core business. En dat zie je. Dat geeft vertrouwen, niet alleen in het product, maar ook in de organisatie eromheen.”

Van Rens noemt de vaste contactpersoon bij Amac als concreet voorbeeld. “Hij checkt regelmatig in, ook als er eigenlijk niets is. Dat was in het verleden echt anders. Dat gebeurde gewoon niet.”

Amac begeleidt scholen door heel Nederland bij de inzet van Apple in het onderwijs. Van aanschaf en uitrol tot beheer, support en training. Als Apple Premium Education Partner en Apple Authorized Service Provider zorgt Amac dat scholen zich kunnen focussen op wat echt telt.

Benieuwd hoe Apple werkt op jouw school?

Amac denkt graag met je mee.

Kijk op pro.amac.nl/onderwijs of neem contact op met het educatieteam.

‘Neem

leerlingen serieus en geef ruimte om te ontdekken’

Een jaar geleden won pabostudente Irene de Beer (23) een prijs voor haar afstudeerscriptie over ‘Eerste Hulp Bij Burgerschap’. Een paar maanden later volgde ook nog de titel Nationaal Onderwijstalent 2025. Waarom viel haar aanpak op? En wat ziet ze inmiddels terug in haar eigen klas?

Tekst: Marco van den Berg

Tijdens haar stage in groep 6/7 aan basisschool Bernadette in het Brabantse Mariahout viel Irene de Beer op hoe weinig leerlingen in aanraking kwamen met mensen die anders zijn dan zijzelf. Het is immers een klein dorp en de school telt zo’n 140 leerlingen. Dat werd pijnlijk zichtbaar toen een nieuwe leerling op school kwam. Haar moeder droeg een hoofddoek, wat direct vragen opriep bij sommige kinderen. “Een leerling vroeg hardop: ‘Wat doet die vrouw met die hoofddoek op óns schoolplein?’”

Een pijnlijke opmerking, zonder dat die leerling het doorhad. Al vaker had Irene gemerkt dat leerlingen soms bepaalde uitspraken deden. “Ik besefte: hier ligt een opdracht voor mij als leerkracht. Je kunt nog zo druk zijn met taal en rekenen, maar het begint ook bij hoe kinderen naar andere mensen kijken.”

Zo ontstond het idee voor haar afstudeeronderzoek aan Hogeschool de Kempel. Die scriptie groeide uit tot ‘Eerste Hulp Bij Burgerschap’, een praktische aanpak die haar niet alleen de scriptieprijs opleverde, maar later ook de titel Nationaal Onderwijstalent 2025.

Inmiddels staat ze vier dagen per week voor de klas. Daarnaast werkt ze één dag aan de verdere ontwikkeling van haar aanpak. Ze lacht: “Ik kom uit een ondernemende familie en het heeft mij vanaf het begin al leuk geleken om met onderwijsontwikkeling aan de slag te gaan.”

Een bubbel doorprikken

Irene noemt haar leerlingen niet onverdraagzaam. Wel ziet ze dat veel kinderen opgroeien in een kleine sociale bubbel. “Ze komen weinig in aanraking met mensen die er anders uitzien, een andere geloofsovertuiging hebben of uit een andere omgeving komen. Dan ontbreken ervaringen die helpen om je in een ander te verplaatsen.”

Ze hoorde het vooral terug in opmerkingen. Tijdens het klassikaal kijken naar het Jeugdjournaal werd een jongen met een donkere huidskleur direct gekoppeld aan een lager schooladvies. Er werden stellige uitspraken gedaan over homoseksualiteit. Niet uit kwaadwillendheid, benadrukt ze, maar vanuit onwetendheid. “Veel kinderen hebben nauwelijks in de gaten dat iets kwetsend kan zijn.” Tijdens haar

onderzoek merkte Irene dat veel leerkrachten burgerschap belangrijk vinden, maar niet goed weten hoe ze ermee aan de slag moeten. “Sommigen beginnen al te zuchten als ze het woord burgerschap horen. Ze hebben het gevoel dat er wéér iets bijkomt.”

Daarnaast merkte ze dat gevoelige onderwerpen vaak worden vermeden. “Leerkrachten vinden het soms lastig om hun rol te bepalen. Ze horen opmerkingen in de klas, maar er wordt zelden echt tijd genomen om door te vragen.” Ook uit angst voor reacties van ouders. Want die kunnen er zijn. Zo van: waar bemoeit de school zich mee? “Maar ik leg dan uit dat kinderen opgroeien in een samenleving met veel meningen en vragen. Dus leer ze dan om die bespreekbaar te maken.” Zo ontwikkelde ze een praktisch hulpmiddel waarmee een leerkracht meteen aan de slag kan. Het pakket bevat voorbeeldlessen, twintig kinderboeken, reflectieopdrachten en 25 opdrachtkaarten rond thema’s als democratie, discriminatie en identiteit. De opdrachten sluiten aan bij de wettelijke burgerschapsdoelen, maar ook bij vakken als taal en lezen.

“Leerkrachten zeggen vaak dat ze geen tijd hebben. Daarom heb ik gezocht naar manieren waarop burgerschap en andere vakken elkaar versterken.” Vanuit het idee: kinderen moeten zelf ontdekken, onderzoeken en in gesprek gaan.

De burgerschapsmuur

In haar klas is dat ook zichtbaar. Kinderen werken aan opdrachten, maken producten en hangen die op in de klas. Langzaam groeide een complete ‘burgerschapsmuur’. “Ze kwamen ‘s morgens binnen en liepen meteen naar die muur. Dan gingen ze verder met een gesprek van de dag ervoor. Wat heb jij geleerd? Wat heb jij ontdekt?” Het doel is niet dat leerlingen allemaal uitkomen bij een bepaalde mening of visie. “Maar wel dat ze leren nadenken, beter luisteren en ontdekken dat er ook andere perspectieven zijn.” Daarnaast moeten ze leren begrijpen hoe hun woorden bij anderen kunnen binnenkomen. Ook dat besef is belangrijk. De kinderen die zij vorig jaar in groep 7 had, zitten nu bij haar in groep 8. Daardoor ziet ze van dichtbij wat anderhalf jaar bewust werken aan burgerschap oplevert.

“We hadden het er laatst nog over. Hoe zij er toen in stonden en hoe we nu met

Prijswinnaar

Irene de Beer

elkaar praten. Dat betekent niet dat er nooit meer iets gebeurt. Maar er is wel echt een andere houding ontstaan.”

Drie lessen voor collega’s

Wat kunnen andere leerkrachten hiervan leren? Irene hoeft daar niet lang over na te denken. Ga het gesprek aan. Neem leerlingen serieus. En geef ruimte om te ontdekken. “Als er iets leeft in je groep, neem daar dan de tijd voor. Soms is dat op dat moment belangrijker dan die perfecte rekenles.”

Daarnaast pleit ze ervoor om voorbij de eerste reactie van een leerling te kijken. “Verdiep je in waar iets vandaan komt. Achter de leerling die het hardst roept, zit vaak een verhaal.” En vooral ook dagelijks oefenen. “Want veel volwassenen vinden het nog altijd moeilijk om te luisteren, te nuanceren en nieuwsgierig te blijven naar iemand die anders denkt dan zij. Dat blijft een opdracht voor ons allemaal.”

LESPAKKET

BESTEL HET SINTERKLAASJOURNAAL LESPAKKET OP EDUCATHEEK.NL! Een lespakket voor groep 1-4 (ook geschikt voor kinderdagverblijf) en een lespakket voor groep 5-6.

Gezonde voeding op school: maak samen een goede start

Op school kunnen leerlingen hun talenten ontdekken en zich breed ontwikkelen. Gezond eten en drinken is hiervoor belangrijk. Gezond eten en drinken geeft leerlingen genoeg energie en voedingsstoffen om te spelen en te leren. De start van het schooljaar is een goed moment om daar aandacht aan te besteden. Het Voedingscentrum heeft allerlei materialen die daarbij kunnen helpen.

PrimaOnderwijs & Voedingscentrum

Goede voeding is vooral een taak van ouders en verzorgers. Toch vervult school als tweede thuis voor veel leerlingen een belangrijke voorbeeldfunctie. Door gezond eten en drinken te stimuleren, draag je bij aan betere eetgewoonten én kansengelijkheid. Kinderen die al jong gezonde eetgewoonten aanleren en die meenemen naar hun volwassen leven, hebben later minder kans op gezondheidsproblemen, zoals overgewicht en diabetes type 2.

Gezond is steeds meer de norm

Uit onderzoek blijkt dat bijna driekwart van de basisscholen afspraken heeft over eten en drinken. Denk aan vaste groente- en fruitdagen en uitsluitend water drinken. Gezonde voeding op school is daarmee steeds vaker de norm. Ook in het voortgezet onderwijs werkt 70% van de schoollocaties actief aan het gezonder maken van de kantine. Zo wordt er meestal bruin- of volkorenbrood, groente en fruit en water aangeboden.

Nog winst te behalen

Maar er is ook nog winst te behalen. Vervang witbrood vaker door bruin- of volkorenbrood. En door te kiezen voor gezond broodbeleg, zoals 100% pindakaas en hummus, krijgen leerlingen minder suiker en verzadigd vet binnen. De lunch is bovendien een perfect moment om wat extra groente en fruit te

eten, denk aan paprika of cherrytomaatjes. Scholen kunnen ouders ondersteunen met gezonde inspiratie.

Op de agenda?

Maak een goede start van het schooljaar en gebruik de praktische middelen van het Voedingscentrum tijdens informatieavonden of in de klas. Denk aan een voorbeeld voedingsbeleid, folders en posters met gezonde lunchtrommels en pauzehappen. Er zijn ook gratis lesmaterialen beschikbaar voor zowel primair als voortgezet onderwijs.

Stel een pakket met voorlichtingsmaterialen samen dat past bij jullie school en inspireer ouders en leerlingen. Er is ook een leuke actie! Scan de QR-code of kijk op www.voedingscentrum.nl/back2school

Heb je vragen?

Bij ons team Voeding op school kun je vragen stellen over een gezonde en duurzame leeromgeving. Mail onderwijs@voedingscentrum.nl of bel tijdens spreekuren op maandag tussen 10.00-13.00 uur en donderdag tussen 13.00-16.00 uur. Telefoonnummer: 070-306 88 75

Skinfluencers maken lessen mediawijsheid actueler dan ooit

Iedere dag zien miljoenen jongeren op ik ok en nstagram hoe influencers de perfecte huid beloven. egelijkertijd doen op sociale media spookverhalen de ronde over zonbescherming. e lmpjes zijn professioneel gemaakt de adviezen klinken overtuigend en de producten vliegen over de digitale toonbank. Maar hoe betrouwbaar zijn die tips eigenlijk?

Met serums, retinol, collageenmaskers en uitgebreide skincare-routines van soms wel tien stappen zou een gave huid binnen handbereik liggen, beweren deze skinfluencers. Zoals sommigen ook vertellen dat zonnebrandcrème schadelijk of zelfs kankerverwekkend is, terwijl daarvoor geen wetenschappelijk bewijs bestaat.

De ongefundeerde verhalen en beweringen zijn hardnekkig. “Er zit een enorme markt achter”, weet arts-onderzoeker Mila Poelhekken van ziekenhuis Alrijne. “Juist daarom is het belangrijk dat jongeren leren om kritisch naar dit soort informatie te kijken.” Dat is precies het uitgangspunt van Ontmasker Nepnieuws, het lesprogramma van het Nationaal Huidfonds. Aan de hand van herkenbare voorbeelden leren leerlingen hoe zij betrouwbare gezondheidsinformatie kunnen onderscheiden van slimme marketing en misinformatie. Daarbij gaat het niet alleen om de vele skincare-routines die rondgaan, maar ook om hardnekkige fabels over zonbescherming. Nieuw onderzoek van ziekenhuis Alrijne laat zien dat die aandacht hard nodig is.

Poelhekken voerde het onderzoek samen met dermatoloog Sebastiaan van der Bent uit. Het idee ontstond niet achter een bureau, maar op de polikliniek. Daar zagen zij en hun collega’s steeds vaker jongeren met huidproblemen. Opvallend was dat veel van hen

uitgebreide skincare-routines volgden die zij via sociale media hadden ontdekt. “We wilden weten of dermatologen in heel Nederland dezelfde ontwikkeling zagen.” Samen met collega’s vroegen Poelhekken en Van der Bent 168 Nederlandse dermatologen (sommigen nog in opleiding) naar hun ervaringen. Meer dan negen op de tien maken zich zorgen over de invloed van sociale media op huidverzorging. Vrijwel allemaal komen zij misinformatie tegen in de spreekkamer en bijna een kwart ziet dat jongeren medische hulp uitstellen omdat zij eerst online adviezen opvolgen.

Niet alles wat populair is, werkt ook

Volgens Poelhekken zit het probleem niet zozeer in één product, maar in de manier waarop skincare wordt gepresenteerd. “Veel claims zijn ergens op gebaseerd. Retinol kan bijvoorbeeld bij acne goed werken. Maar zodra allerlei producten worden gecombineerd, weten we niet meer wat die combinatie doet. Daar is vaak geen wetenschappelijk bewijs voor.”

Tekst: Marco van den Berg
Mila Poelhekken

Juist die stapeling van producten baart dermatologenzorgen. De huidbarrière kan beschadigd raken, maar ook kan irritatie, eczeem of contactallergieën ontstaan. Soms krijgen jongeren juist acne door de producten of de manier waarop zij die gebruiken. Toch wil Poelhekken sociale media niet volledig afschrijven. “Er zijn ook dermatologen die via Instagram of TikTok goede informatie delen. Het is dus niet zo dat alles onzin is. Maar je moet kritisch blijven. Dat geldt net zo goed voor berichten waarin wordt beweerd dat zonnebrandcrème schadelijk of giftig zou zijn. Ook daarvoor ontbreekt wetenschappelijk bewijs.”

Meer dan een les over huidverzorging Volgens Poelhekken gaat dit onderwerp uiteindelijk over veel meer dan een gezonde huid. “Ik denk dat leerlingen zich bewust moeten zijn van de marktwerking achter deze industrie. Dan begrijpen ze misschien ook beter waarom skinfluencers dit soort filmpjes maken.”

Daar ligt volgens haar een mooie kans voor het onderwijs. Docenten hoeven geen dermatoloog te zijn om hierover met leerlingen in gesprek te gaan. Een les over skincare verandert al snel in een gesprek over mediawijsheid. Wie vertelt dit? Waarom wordt juist dit product aanbevolen? Is er wetenschappelijk bewijs? En wie verdient eraan?

Minder is vaak beter

Op sociale media lijkt het soms alsof een gezonde huid begint met een kast vol producten. Dermatologen adviseren juist het tegenovergestelde. “Less is more, zeg ik altijd. Voor een gezonde jonge huid heb je

“Dit onderzoek bevestigt wat wij al langer zien: jongeren laten zich sterk beïnvloeden door online trends en influencers. Dat maakt het des te belangrijker dat zij op school leren hoe ze betrouwbare informatie kunnen onderscheiden van misinformatie en slimme marketing.”

meestal genoeg aan een milde reiniger, eventueel een hydraterende crème en een zonnebrandcrème. Meer heb je eigenlijk niet nodig.” Vooral de populaire routines met tien of meer stappen zijn volgens haar onnodig. Dat eenvoudige advies kan ook docenten helpen. Niet omdat zij leerlingen moeten vertellen welke crème zij moeten kopen, maar omdat het laat zien hoe belangrijk het is om populaire trends niet klakkeloos over te nemen.

Ook goed nieuws

De populariteit van skincare heeft volgens Poelhekken ook een positieve kant. “Er is meer aandacht voor zonbescherming. Dat is echt winst.” Wel bestaan daar nog steeds misverstanden over. Zo denken veel mensen dat factor 50 ervoor zorgt dat je minder bruin wordt. “Dat klopt niet. Het verschil zit vooral in hoe lang je beschermd bent. Ons advies is simpel: smeer van april tot en met september iedere ochtend zonnebrandcrème. Ben je langer dan twee uur buiten, smeer dan opnieuw.” Andere adviezen zijn: blijf in de schaduw en draag beschermende kleding. Kortom weren, kleren én smeren.

Poelhekken hoopt vooral dat leerlingen één boodschap onthouden. “Blijf zelf nadenken. Vraag bij twijfel advies aan een deskundige en volg skinfluencers op TikTok niet blind.”

Meld je aan via onderwijsinformatie.nl/ontmasker-nepnieuws

Ben jij creatief?

Ontwerp je LEGO®-puzzel

In de aanloop naar Wereldschoolmelkdag op 23 september a.s. kun je meedoen aan de landelijke ontwerpwedstrijd voor basisschoolleerlingen. Drink een lekker glas melk, laat je fantasie de vrije loop en ontwerp jouw eigen LEGO®-puzzel! Van de winnende ontwerpen wordt een echte puzzel van LEGO-blokjes ontworpen. Zo kun je jouw ontwerp steeds weer opnieuw bouwen!

De hoofdprijs?

Zo doe je mee

• Download het sjabloon op www.wereldschoolmelkdag.nl en maak jouw ontwerp

• Lever je ontwerp t/m 22 september digitaal in via de website

Wat kun je winnen?

In drie leeftijdscategorieën (4 t/m 6 jaar, 7 t/m 8 jaar en 9 t/m 11 jaar) worden per groep vijf winnaars gekozen. De winnaars ontvangen hun eigen ontworpen LEGO®-puzzel.

Eén creatieve topper wint een uitstapje met de hele klas naar LEGO® Discovery Centre in Scheveningen!

Download nu het sjabloon via de QR-code en doe mee! Doe dit t/m 22 september.

Praten over kanker in de klas?

KiKa helpt je gratis op weg

Bijna iedere klas krijgt er een keer mee te maken: een leerling, ouder of bekende die kanker heeft. Jaarlijks krijgen bijna 600 kinderen in Nederland kanker. Als leerkracht wil je er dan zijn voor je klas. Maar hoe begin je zo’n gesprek?

PrimaOnderwijs & Kika

Daar helpt KiKa je graag bij. Onze bevlogen gastdocenten geven gastlessen op basisscholen door heel Nederland. In een interactieve les van ongeveer een uur leren kinderen wat kanker is, wat een behandeling betekent en hoe je er kunt zijn voor een klasgenoot die ziek is. Zo ontstaat er begrip in plaats van angst.

Een moeilijk onderwerp, op een lichte manier De KiKa gastdocenten weten hoe je met kinderen over kanker praat. De les is eerlijk, maar nooit zwaar. Met spelvormen, kaarten en ruimte voor alle vragen die kinderen hebben. Want kinderen mogen alles vragen, ook de vragen waar jij misschien geen antwoord op weet.

Ik zag dat de les een grote indruk achterliet op de kinderen. Eerlijk gezegd vond ik het vooraf best spannend, omdat het wel over een beladen onderwerp gaat.

Maar de gastdocente deed dit zo goed door middel van een filmpje, haar eigen ervaringen en die krachtkaartjes die je kon inzetten, waardoor het interactief wordt en informatief. Juf Noor, groep 8.

Gratis en zonder voorbereiding

De gastles kost niets. En jij hoeft niets voor te bereiden: de KiKa gastdocent neemt alle materialen mee en verzorgt de hele les. Jij hoeft alleen je klas en een lokaal met digibord te regelen. Na afloop weet je bovendien zelf beter hoe je het gesprek met je leerlingen kunt voortzetten.

Wil je een gastles van KiKa in jouw klas?

Scan de QR-code of ga naar kika.nl/voorlichting en vraag de gastles eenvoudig aan.

PrimaOnderwijs

Start het nieuwe schooljaar goed met Dunk voor burgerschap

Geef op een doelgerichte en creatieve manier invulling aan burgerschap op school! Dunk zit vol met actieve lesmomenten en kennislessen. Zo ontdekken kinderen op speelse wijze wat waardevol is voor henzelf en de ander. En hoe zij bij kunnen dragen aan een mooiere wereld en een rechtvaardige samenleving. Laat hun wereld groeien!

‘De leerlingen vinden het heel leuk. Ook in groep 8, en daar vinden ze lang niet alles leuk meer. Ze voelen zich belangrijk en worden serieus genomen.’

- De Groenling, IJsselmuiden over Dunk

Dit is Dunk:

Æ Sluit perfect aan op de definitieve conceptkerndoelen

Æ Lesactiviteiten variërend van 5 tot 40 minuten

Æ Thematische aanpak

Æ Inclusief portfolio om de voortgang te monitoren

Æ Mét aandacht voor de schoolcultuur

www.dunkvoorburgerschap.nl/proefabonnement

Wereldburgerschap in actie

Oorlog, armoede, klimaatverandering. Leerlingen krijgen het dagelijks mee via het nieuws, sociale media en gesprekken thuis. Grote vraagstukken, die voor een kind al snel ongrijpbaar zijn. Wat kun je daaraan doen? Meer dan je denkt! En het is nog leuk ook.

Dat is precies waar de Wilde Week om draait: leerlingen laten ervaren dat hun eigen actie écht iets verandert, ook al lijkt een probleem nog zo ver weg.

Tijdens deze landelijke actieweek komen honderden sponsoracties van jong en oud samen voor échte projecten tegen armoede, opgezet door gemeenschappen wereldwijd. Dit jaar deden 89 projecten mee in 33 landen. Leerlingen, ouders en buurtgenoten haalden ruim 900.000 euro op, en Wilde Ganzen verdubbelde dat tot 1,8 miljoen euro!

Maar de impact van hun inzet reikt verder. Kinderen die op jonge leeftijd ervaren dat ze iets kunnen bijdragen, ontwikkelen meer empathie en een sterker besef dat hun eigen handelen ertoe doet. Ook buiten de klas. De Wilde Week biedt een laagdrempelige manier om dat in de praktijk te laten zien.

Rennen voor Gambia

Irene de Jong organiseerde een sponsorloop op een basisschool in Baarn, gevolgd door een veiling waar leerlingen én leraren aan meededen. De opbrengst ging naar een schoolproject van de FUN Foundation in Gambia.

“Het motiveert enorm,” vertelt ze. “Kinderen rekenen meteen uit dat hun bijdrage ineens twee keer zoveel waard is.”

Doe mee in april 2027

Van koekjesverkoop tot loterij

Een sponsoractie hoeft niet groot te zijn om indruk te maken. Een koekjesverkoop, sponsorloop of loterij, elk idee wordt door de verdubbeling van Wilde Ganzen direct een stuk waardevoller. En dat voelen kinderen: wat wij doen, telt echt dubbel.

Wereldburgerschap zonder sponsoractie: #GeefzeVleugels

Actief wereldburgerschap is meer dan geld ophalen. Daarom kunnen scholen ook gratis meedoen met de tekenwedstrijd #GeefzeVleugels. Met raamstiften, krijt of papier geven leerlingen ‘vleugels’ aan een project in het buitenland. Laagdrempelig én creatief!

Over Wilde Ganzen

Wilde Ganzen streeft sinds 1957 naar een wereld waarin mensen armoede op eigen kracht kunnen doorbreken. Van schoon drinkwater tot inclusief onderwijs: we versterken wat lokaal al gebeurt, samen met mensen die het beste weten wat er nodig is. Meer weten? Ga naar wildeganzen.nl.

De volgende editie van de Wilde Week vindt plaats van 9 tot en met 16 april 2027. Wil jouw school meedoen? Meld je aan via de QR-code of mail naar wildeweek@wildeganzen.nl

Prima

Daan raakt zijn toehoorders tijdens de Nationale Voorleeswedstrijd

“Vroeger zag ik de winnaars van de Nationale Voorleeswedstrijd weleens op televisie”, vertelt Daan Baeten (12). “Dan dacht ik: wauw, die zijn beroemd.” Dat hij zelf ooit op dat podium zou staan, had hij nooit durven denken. “Ik was eigenlijk helemaal niet goed in lezen.” Dat had ook invloed op zijn leesplezier.

Tekst: Wiesette Haverkamp Foto’s Annemarie Terhell

Daarom is zijn verhaal volgens leerkracht Britt Renzen zo bijzonder. De leerling van basisschool RKBS Scharn in Maastricht werd dit jaar uitgeroepen tot beste voorlezer van Nederland. “De Nationale Voorleeswedstrijd laat kinderen ontdekken hoeveel plezier er in lezen zit”, vertelt ze. “Lezen wordt ineens veel meer dan woorden op papier. Het wordt iets van de hele klas.”

Van schoolfinale naar landelijk podium

Voor Britt begint de Nationale Voorleeswedstrijd al ruim vóór de finale. “In de klas praten kinderen over boeken, oefenen ze samen en leeft de wedstrijd echt. Toen Daan steeds een ronde verder kwam, leefde de hele school met hem mee. Kinderen waren benieuwd hoe het verder ging en volgden iedere nieuwe stap. Dan merk je dat lezen ineens iets gezamenlijks wordt.”

Voor Daan begon het avontuur in zijn eigen klas. Via de schoolfinale, de lokale ronde in de bibliotheek, de regionale en provinciale finale belandde hij uiteindelijk op het podium van TivoliVredenburg. “Hoe verder ik kwam, hoe spannender het werd”, vertelt hij. “Bij de provinciale finale dacht ik wel: nu wordt de concurrentie groter.” Opvallend genoeg verdween dat gevoel tijdens de landelijke finale vrijwel meteen. “Ik had verwacht dat iedereen elkaar als concurrent zou zien, maar dat was helemaal niet zo. Achter de schermen oefenden we samen, aten we met z’n allen lunch en wensten we elkaar succes. Iedereen hielp elkaar.”

Daardoor voelde de finale volgens hem helemaal niet als een wedstrijd. “Het was meer alsof we samen een voorstelling gingen geven. Dat maakte het juist zo leuk.”

Een verhaal moet je voelen

Voor de wedstrijd koos Daan een fragment uit Achtstegroepers huilen niet van Jacques Vriens. “Ik had eerst de film gezien en daarna het boek gelezen. Dat vond ik nog mooier. Het verhaal sleept je echt mee. Het is verdrietig, maar ook grappig.”

De jury prees zijn expressieve lichaamstaal, sterke verteltechniek en eigen stijl. Zelf denkt Daan dat vooral de keuze van het fragment belangrijk was. “Je moet een stukje kiezen dat mensen raakt.” Tijdens het voorlezen gebruikte hij niet alleen zijn stem, maar ook zijn lichaam. “Als er stond dat iemand zijn handen een halve meter uit elkaar hield, dan deed ik dat. En als het in het verhaal stil werd, liet ik ook een stilte vallen.”

Volgens Britt maakte juist dat het verschil. “Iedereen

Kinderen leren presenteren, werken aan intonatie, durven voor een groep te staan en ontdekken hoe ze een publiek kunnen meenemen

zat in het verhaal. Je vergat dat je naar een wedstrijd zat te kijken. Toen Daan klaar was, dacht je alleen maar: jammer dat het afgelopen is.”

Meer dan voorlezen

Volgens Britt zit de kracht van de Nationale Voorleeswedstrijd niet alleen in het voorlezen zelf. “Kinderen leren presenteren, werken aan intonatie, durven voor een groep te staan en ontdekken hoe ze een publiek kunnen meenemen. Maar misschien nog belangrijker: ze gaan nadenken over welk boek écht bij hen past.” Kiezen is volgens haar essentieel. “Kinderen mogen een boek uitzoeken dat aansluit bij hun interesses. Geef kinderen die ruimte. Dan lezen ze niet omdat het moet, maar omdat ze nieuwsgierig zijn.”

Op RKBS Scharn krijgt leesmotivatie sowieso veel aandacht. Iedere week wordt er voorgelezen, leerlingen bezoeken regelmatig de schoolbibliotheek en boeken worden op verschillende manieren onder de aandacht gebracht. Zo liet een stagiaire onlangs twee volledig ingepakte boeken zien. “Je zag alleen de titel”, vertelt Daan. “Daarna liet ze de voorkant zien en uiteindelijk las ze de achterkant voor. Steeds veranderden kinderen van mening. Dan ontdek je dat je niet alleen op de kaft moet afgaan.”

Ook Britt probeert lezen op verschillende manieren aantrekkelijk te maken. “Je hoeft lezen niet altijd achter een tafeltje te doen. Laat kinderen elkaar boeken aanraden, zoek eens een fijn leesplekje in de klas of ga lekker buiten lezen. Maak het leuk en zichtbaar.”

Van leesstress naar leesplezier

Misschien is Daan zelf wel het beste voorbeeld van wat leesmotivatie kan opleveren. “Ik was vroeger altijd zenuwachtig voor de leestoetsen. Ik las niet zo snel en dacht eigenlijk dat ik niet goed was in lezen.” Door de voorleeswedstrijd ging hij steeds vaker oefenen. Niet omdat het moest, maar omdat hij zijn verhaal zo goed mogelijk wilde vertellen. “Nu weet ik veel beter welke boeken ik leuk vind. Dat maakt lezen prettiger.” Voor kinderen die lezen nog niet zo leuk vinden, heeft hij een eenvoudig advies. “Vraag in de bibliotheek welk boek bij jou past. Als je een boek vindt dat echt bij je past, wordt lezen vanzelf leuker.” Scholen moedigt hij aan: “Doe mee aan de Nationale Voorleeswedstrijd. Natuurlijk is het leuk dat het een wedstrijd is, maar uiteindelijk is het vooral één groot feest. En misschien ontdek je wel, net als ik, dat je veel meer van lezen houdt dan je zelf dacht.”

Meedoen?

De Nationale Voorleeswedstrijd is bedoeld voor leerlingen uit groep 7 en 8 van de basisschool. Doet jouw klas komend schooljaar mee?

Het begint allemaal bij de schoolronde.

Meer informatie vind je op denationalevoorleeswedstrijd.nl/meedoen en bekijk de inhoud van de deelname-envelop die in september op de mat valt.

Scan de QR-code en doe mee!

Een rondleiding door De

Nieuwe

Schatkamer DNB boeit leerlingen met interactiviteit en juiste taal

“Kom, ik wil dit spel nog een keer doen!” Een van de leerlingen van de derde klas havo en vwo van Het Rhedens troont energiek een vriendin mee terug naar één van de interactieve spellen bij De Nederlandsche Bank (DNB). Ze nemen als ‘bankpresident’ plaats aan de vergadertafel van de Europese Centrale Bank. Klinkt saai, maar de klasgenoten buigen zich over een interactieve tafel waarbij je moet puzzelen om de inflatie van alle eurolanden beperkt te houden en dat doen ze gemotiveerd.

De school uit Dieren neemt deel aan een rondleiding bij DNB. “Het geeft heel duidelijk haakjes om je les aan op te hangen”, vertelt economiedocent Wijnand Jakobs.

Na het openingsverhaaltje worden de aanwezige leerlingen in groepjes verdeeld om onder begeleiding van een gids – de Kennismaker - die de taal van de jongeren spreekt De Nieuwe Schatkamer te verkennen. Ze schuiven aan, bij een vitrinetafel. Onder het glas zien we stapels gehavend geld. Bij alle stapels wordt een verhaal verteld: de jongeren raden of een verhaal waar of niet waar is.

De gids legt uit: “Als geld beschadigd is, mag je het bij DNB omruilen als er meer dan 50% van een biljet herkenbaar is. Jullie zien hier een hoop verbrand geld. De eigenaar beweerde dat hij met zijn gezin op weg was naar zijn vakantieadres. Tijdens de reis gingen er allerlei lampjes branden op het dashboard, waarop hij de wegenwacht heeft gebeld. Tijdens het wachten

besloot hij met zijn gezin te gaan lunchen. Omdat hij 1000 euro cash bij zich had, en dat niet mee wilde nemen, verstopte hij dat in een schoen in de bagage. Toen het gezin aan de lunch zat, vloog de auto in de fik. Waar of niet waar?” Sommige leerlingen vinden het een wat vergezocht verhaal. “Toch is dit waar”, vertelt de Kennismaker. De leerlingen geven vervolgens correct aan dat niet alle biljetten voor meer dan 50% herkenbaar zijn. “Dat klopt, de man kreeg 180 euro terug”, wordt hen uitgelegd.

Digitale euro triggert

Verderop in de rondleiding wordt van alles toegelicht over betalen: pin, contant, crypto. De gids legt uit dat de ECB (de Europese Centrale Bank waaronder DNB valt) bezig is met een eigen Europees betaalmiddel als tegenhanger van de Amerikaanse digitale dollar: de digitale euro. Het verhaal triggert de leerlingen: “Gaat die digitale euro er écht komen?” De gids geeft aan dat dit gebeurt wanneer de nodige wetgeving wordt aangenomen.

De groep staat nog even stil bij de wand die álle stappen laat zien die een betaling doorloopt in de seconde dat je online een pizza hebt besteld en afgerekend. De verbazing van de jongeren is hoorbaar bij het zien van al die controlepunten. Twee ruimtes die de leerlingen ook bezoeken, staan vol met interactieve spellen. Behalve bankpresident zijn, kunnen leerlingen digitaal op de vloer aan de slag met veilig betalen, waarbij ze verdachte betalingen uit de geldstroom moeten vegen. Ook kunnen ze de echtheid van geld checken en een ruilspel doen. De gids neemt hen mee langs allerlei informatieve gedeeltes. Ze luisteren ingespannen wanneer het gaat over de veranderende goudprijs: “Dus goedkoop inkopen en duur weer verkopen”, concludeert een leerling. Ook is de aandacht zichtbaar bij het verhaal over Walraven van Hall, de man die zorgde dat het verzet werd gefinancierd door grote staatscheques te vervalsen met toestemming van de Nederlandse staat.

het bezoek is tweeledig:

je werkt aan je relatie met de leerling én creëert haakjes voor later in je lessen

“Ik ben verbaasd dat hier zóveel geld lag opgeslagen”, zegt een leerling naderhand.

Haakjes voor later

De leerlingen lopen daarna door enorme deuren van een halve meter dik voor de kluisexperience. Eenmaal binnen krijgen de leerlingen een korte film op de wanden te zien. Via beeld en geluid krijgen ze een idee hoe hier vroeger de nationale geldvoorraad lag opgeslagen, evenals een deel van de Nederlandse goudvoorraad.

Voor economiedocent Wijnand zit de waarde van het bezoek niet alleen in de kennis die leerlingen opdoen. “Het doel van het bezoek is tweeledig: je werkt aan je relatie met de leerling én creëert haakjes voor later in je lessen” vertelt hij. “Ik geloof niet dat leerlingen nu alles onthouden wat ze horen. Maar straks, als ik inflatie of monetair beleid uitleg, kan ik zeggen: weet je nog dat we bij De Nederlandsche Bank zijn geweest? Dan hebben ze daar meteen een beeld bij.” Dat is volgens hem waardevol, zeker omdat veel van zijn derdejaars leerlingen pas later echt met economische theorie aan de slag gaan. “Veel van wat hier wordt aangeboden, komt uitgebreid terug in de bovenbouw. Doordat ze het nu al gezien hebben, wordt het later veel concreter. Ze hebben onbewust een beeld in hun hoofd gekregen dat mijn uitleg straks tastbaar maakt.”

Dat de leerlingen nieuwsgierig zijn, merkt hij tijdens de rondleiding voortdurend. Vragen over de digitale euro, betalingsverkeer en inflatie volgen elkaar snel op. “Ze vinden het zeker leuk. De kluis maakt indruk, maar ook de verhalen achter het geld. Bovendien mogen leerlingen hier zelf ontdekken en dingen uitproberen. Het is eigenlijk een soort NEMO van de financiële wereld.” Voor Wijnand staat daarom vast dat het bezoek een verrijking is voor zijn onderwijs. “Het brengt de theorie dichter bij de werkelijkheid. En dat is precies wat je als docent graag wilt.”

Meer informatie en aanmelden

Ook met jouw klas naar

De Nieuwe Schatkamer van De Nederlandsche Bank? Ga naar denieuweschatkamer.nl/educatie of scan de QR-code.

Hoe meer je van de wereld weet …

Burgerschap envolledig logisch geïntegreerd.

… hoe nieuwsgieriger je wordt!

Wereldoriëntatie voor groep 4 t/m 8

Nieuwe lessen boven én onder water

Het schooljaar is weer begonnen. In ARTIS kunnen leerlingen zich een heel schooljaar komen verwonderen over natuur, elk seizoen weer. Bij een schoolbezoek kun je gratis een les boeken. Van een safari met een ARTIS-docent tot een lesblad of interactieve planetarium show op maat. Alle lessen sluiten naadloos aan op de kerndoelen.

Bekijk het volledige aanbod op artis.nl/onderwijs

Vanaf dit schooljaar is het nieuwe ARTIS-Aquarium ook voor het onderwijs weer te bezoeken. Water vormt het grootste leefgebied op aarde. Het is zoet of zout, warm of koud, donker of licht, rustig of woest, helder of troebel. In het nieuwe Aquarium maak je een reis langs al die gebieden van de zandbodem van de Noordzee, tot kleurrijke maar kwetsbare koraalriffen in de Cariben, en van groene vloedbossen in de Amazone tot onze Amsterdams gracht. Dit zijn de ‘thuizen’ van het onderwaterleven. Kom en ontmoet de zeekat, anemoon of melkkikker in hun thuizen. Of doe mee aan een van de interactieve spellen die kriskras door het Aquarium te vinden zijn.

Watermissie

€6,50 per leerling incl. entree ARTIS en het ARTIS-Aquarium

Bezoek het nieuwe ARTIS-Aquarium met de klas en ga op Watermissie. Gele koffervissen, oranje kwallen, roze koralen en zeekatten die van kleur veranderen: het leven onder water is veel diverser dan je denkt.

Met deze watermissie zullen leerlingen leren hoe belangrijk water is voor al het leven op aarde.

Poepsafari

€6,50 per leerling incl. entree ARTIS

Deze buitenles voert je langs een aantal iconisch diersoorten en laat de leerlingen alles ontdekken over poep- en eetgewoontes. Waarom ziet poep er bij verschillende dieren anders uit?

Hoe zijn voeding en gezondheid met elkaar verbonden? En ja, daar hoort het ruiken van olifantenpoep ook bij. Zelf de poep van het jongste olifantenkalf van 4 maanden kan worden onderzocht. Alleen voor de echte durfals!

Reis door het heelal

€6,50 per leerling inclusief entree ARTIS en het ARTIS-Planetarium

Wat is het verschil tussen een planeet en een maan?

Wat zweven er allemaal voor ruimte-vaartuigen door de ruimte? Hoe groot is het heelal? Leerlingen zoeken naar antwoorden in ons zonnestelsel terwijl ze er in het Planetarium doorheen vliegen. Aansluitend op het programma kan je met de klas de dierentuin bezoeken.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in voor de onderwijs nieuwsbrief via de QR-code. artis.nl/onderwijs/nieuwsbrief

PrimaOnderwijs & ARTIS

Een ode aan de leraar

Iedereen heeft die ene leraar die het verschil maakte. Maar wat maakt die leraar nou precies bijzonder? Ter ere van het 190-jarig jubileum wilde Noordhoff een ode brengen aan deze leraren. Simon Keizer sprak met drie leerlingen die hun leraar nooit zijn vergeten. Over deze verhalen schreef hij één nummer.

PrimaOnderwijs & Noordhoff

Bijna iedereen kent het wel: die ene leraar die net even verder keek dan de cijferlijst. Die zag wat er nog meer in een kind zat. Het zijn de mensen die je nooit vergeet. Toen Noordhoff voor zijn 190-jarig bestaan een eerbetoon wilde maken, moest het daarover gaan. Niet over het bedrijf, niet over de boeken, maar over de leraren. Want die maken het verschil. Al bijna twee eeuwen, elke dag opnieuw. Namens Noordhoff sprak Simon Keizer met drie leerlingen, uit drie generaties onderwijs. Eén vraag stond centraal: welke leraar maakte voor jou het verschil? Hun drie verhalen bracht hij samen in één nummer.

De jongen die gewoon kind mocht blijven

Bradley was twaalf toen hij ziek werd. Chemokuren, ziekenhuisbezoeken, een wereld die op zijn kop stond. En midden in dat alles stond juf Sabrina. In de klas deed ze niet moeilijk over zijn ziekte. Ze liet hem gewoon kind zijn, net als de rest. En als hij er wél over wilde praten, was ze er. Wat juf Sabrina deed, staat in geen enkele methode. Ze zag een kind dat meer nodig had dan rekenen en taal. En ze gaf dat. Dat is misschien wel het mooiste dat onderwijs kan betekenen.

De leerling die een schrijver bleek

Ryanne dacht niet dat ze het in zich had. Tot meester Rob iets in haar zag wat zij zelf nog niet zag. Hij gaf haar het vertrouwen dat ze ergens goed in kon worden. Niet met loze complimenten, maar met echte aandacht. Ze ging

Wat de drie verhalen delen, is één ding: de leraar zag het kind.

Niet het cijfer, niet het probleem, maar de persoon erachter

schrijven. En bleek het te kunnen. Het boek dat ze maakte, ligt nu in de koffiekamer van haar oude school. Meester Rob geloofde in haar voordat ze het zelf deed. Daardoor durfde ze te kijken of het waar was. Het is een verhaal dat vaak terugkomt. Een leraar die zegt: ik zie iets in jou. En dat dat moment verandert alles.

De man die nu zelf voor de klas staat

Arno vond school niet bijzonder. De gewone vakken waren saai, de rapporten lieten te wensen over. Maar één uur per week was anders: muziek, bij meneer Van Liempdt. Die had een podium in zijn lokaal, speelde piano met een passie die aanstak. En hij gaf Arno het vertrouwen om er zelf op te gaan staan. Iets wat hij een jaar eerder nooit voor mogelijk had gehouden. Na school koos Arno voor het bedrijfsleven. Goede baan, bonussen, drie kinderen. Een gouden kooi, noemde hij het zelf. Maar op zijn 36e stelde hij zichzelf de vraag die hij niet meer kon omzeilen: doe ik dit de rest van mijn leven? Hij zei zijn baan op. Werd muziekdocent. Want meneer Van Liempdt had hem iets meegegeven wat nooit meer losliet: volg je passie. Nu wil hij voor zijn leerlingen zijn wat meneer Van Liempdt voor hem was. Hetzelfde podium. Dezelfde passie.

De les die blijft

Wat de drie verhalen delen, is één ding: de leraar zag het kind. Niet het cijfer, niet het probleem, maar de persoon erachter. Drie leraren die meer meegaven dan lesstof. Lessen die het klaslokaal voorbij reizen. Het leven mee gaan. Noordhoff noemt dat Doorgeeflessen.

Het nummer dat eruit voortkwam, voerde Simon live op voor de drie leraren. Zij wisten vooraf niet dat het over hen ging. Op het moment dat het kwartje viel, was het te zien: het besef dat ze echt iets hadden betekend. Veel leraren beseffen dat niet. Ze doen gewoon hun werk. En dat is precies waarom ze zijn gaan lesgeven.

De leraar maakt het verschil

Onderwijs maak je niet alleen. Het is de leraar die het verschil maakt. Voor de klas, in de dagelijkse ontwikkeling van leerlingen. Alleen de leraar kent de klas en weet wat een kind écht nodig heeft. Noordhoff staat daarin naast de leraar. Al 190 jaar. Met leermethodes die meebewegen, van de eerste leerboeken tot het laatste examen inclusief de kerndoelen van vandaag. Dat ondersteunt, verlicht en versterkt. Zodat de leraar meer ruimte heeft om het verschil te maken.

Over de campagne

Ter ere van zijn 190-jarig bestaan zet Noordhoff de leraar in het zonnetje. Bekijk de volledige verhalen van Arno, Ryanne en Bradley of bekijk de reactie van de leraren op het lied. Kijk op noordhoff190.nl

Schrijvend leren en leren schrijven Dieper denken activeren in alle leerjaren bij alle vakken

De schrijfvaardigheid van leerlingen staat al jaren onder druk. Dat heeft niet alleen gevolgen voor hun schrijfprestaties, maar ook voor hun tekstbegrip, vakinhoudelijk leren en denkontwikkeling. De Hochman-methodiek biedt hiervoor een krachtige, bewezen aanpak. Door leerlingen stap voor stap expliciet te leren formuleren en schrijven, leren zij kennis beter te verwerken, verbanden te leggen en hun denken helder onder woorden te brengen. Deze aanpak is toepasbaar in alle leerjaren en bij alle vakken.

De Hochman-methodiek helpt scholen omdat deze:

• leraren in het primair, voortgezet en vervolgonderwijs praktische, direct toepasbare handvatten biedt;

• schrijf- én denkvaardigheid versterkt;

• ook tekstbegrip en vakinhoudelijk leren vergroot;

• onduidelijkheden en misconcepties bij leerlingen zichtbaar maakt;

• taalbewust lesgeven ondersteunt in alle leerjaren en vakken.

De Hochman-methodiek

Door leerlingen te laten beschrijven, vergelijken en verklaren, worden zij gedwongen hun kennis te ordenen en verbanden expliciet te maken. Tegelijkertijd leren zij steeds preciezer formuleren, complexere zinnen gebruiken en hun gedachten helder op papier zetten. Ze leren dus niet alleen dóór te schrijven, maar ontwikkelen tegelijkertijd hun schrijfvaardigheid.

Een sterke basis

Zinnen vormen de basis. Als leerlingen geen duidelijke,

In de Hochman-methodiek worden schrijfactiviteiten altijd ingebed in de inhoud die je onderwijst. Geef je les over klimaatverandering, dan gaan ook de schrijfopdrachten daarover, zelfs op zinsniveau. Door de strategieën aan te passen aan jouw lesstof versterken leerlingen tegelijkertijd hun kennis én hun schrijfvaardigheid. Belangrijk is dat je de strategieën steeds opnieuw terug laat komen in de instructie, zodat leerlingen ze actief leren toepassen. De inhoud bepaalt daarbij steeds de moeilijkheidsgraad van de activiteiten.

samenhangende zin kunnen schrijven, zullen zij ook geen duidelijke alinea of goed gestructureerde tekst schrijven. Activiteiten op zinsniveau kunnen daarbij minstens zo uitdagend zijn als langere schrijfopdrachten, soms zelfs uitdagender. Daarom oefenen alle leerlingen, ongeacht leerjaar of vaardigheidsniveau, met het formuleren van verschillende soorten zinnen. De methodiek biedt hiervoor veel voorbeelden van zinsactiviteiten die in alle vakken en op alle niveaus toepasbaar zijn.

De Hochman-methodiek in de onderwijspraktijk

De kracht van de aanpak van Hochman zit in de eenvoud van de toepassing. Het onderstaande praktijkvoorbeeld laat zien hoe dat er concreet uit kan zien.

De strategieën gebruiken om lesmaterialen aan te passen

Methodes bieden vaak begripsvragen. Meestal kun je die krachtiger maken én tegelijkertijd de schrijfinstructie versterken.

Voorbeeld basisonderwijs

Als je klas De Gorgels heeft gelezen, beantwoorden ze misschien vragen als:

1. Waarom kon Melle niet slapen?

2. Wat zag hij midden in de nacht?

3. Wie hielp Melle om de Brutelaars tegen te houden?

In plaats daarvan kun je de volgende activiteit geven:

Maak de zinnen af met want, maar en dus Melle kon niet slapen, want ________ Melle kon niet slapen, maar _________ Melle kon niet slapen, dus __________

Voorbeeld voortgezet onderwijs, scheikunde

Na het bestuderen van verschillende soorten subatomaire deeltjes, krijgen leerlingen waarschijnlijk vragen als:

1. Welke soorten subatomaire deeltjes bevat een atoom?

2. Waarom worden elektronen aangetrokken tot positieve objecten?

3. Hoe gedragen protonen zich?

4. Wat betekent neutraal?

De docent paste de vragen op de volgende manier aan:

Vul de zin aan na het signaalwoord.

1. Een atoom bevat drie soorten subatomaire deeltjes, namelijk _______

2. Elektronen hebben een negatieve lading. Als gevolg daarvan _______

3. Protonen stoten elkaar af. Daarentegen _______

4. Het neutron is neutraal. Met andere woorden,

Heb je vragen of wil je advies? Je bereikt me via y.pullens@cps.nl

Als je lesgeeft aan beginnende schrijvers, meertalige leerlingen, leerlingen met leerproblemen of leerlingen die schrijven zoals ze spreken, is het belangrijk dat zij eerst begrijpen wat een volledige zin is. Dat vraagt meer dan alleen een definitie. Leerlingen hebben oefening nodig in het onderscheiden van volledige en onvolledige zinnen, het aanvullen van fragmenten en het corrigeren van doorlopende zinnen.

Ook vaardigere schrijvers profiteren van werken op zinsniveau. Zij gebruiken deze strategieën tijdens het schrijven, reviseren en redigeren van hun teksten en bij toetsvragen of verwerkingsopdrachten. Zo blijft aandacht voor zinsbouw bijdragen aan de kwaliteit van hun schrijven.

Idealiter oefenen alle leerlingen, ongeacht hun leerjaar, iedere dag enkele zinsactiviteiten, zowel mondeling als schriftelijk. Ook wanneer zij langere teksten gaan schrijven, blijven deze vaardigheden essentieel. Bij het uitwerken van tekstschema’s, het schrijven van teksten én het reviseren bouwen leerlingen steeds verder op de stevige basis die zij met zinsactiviteiten hebben gelegd.

Wil je graag meer inzicht in deze aanpak en weten hoe je die in je dagelijkse lespraktijk kunt inzetten? CPS Uitgeverij brengt deze maand De schrijfrevolutie uit. Dit is de Nederlandse vertaling en bewerking van The Writing Revolution 2.0 Hierin wordt de Hochmanmethodiek uitgebreid toegelicht en krijgen leraren praktische handvatten om die direct toe te passen in hun onderwijs.

ISBN 9789065083128

Burgerschap: het vak van de twijfel

‘Mijn klas hoeft geen

25 mini-me’s op te leveren’

Al is burgerschapsonderwijs niet nieuw, want het bestaat al twintig jaar, toch stelt het leerkrachten nog steeds voor vragen en dilemma’s. Dat merkt Jeroen van Waveren, expert burgerschapsonderwijs en onderwijsadviseur. Dat komt vooral omdat het vak een compleet andere rol vraagt van de onderwijsprofessional: “Want wat ís ‘een goede burger’? Dat roept meteen al vragen op. Je helpt de leerlingen te filosoferen, hun eigen mening te vormen. Dat is een uitdaging. Als onderwijsprofessional ben je opgeleid om boven de materie te staan, het juiste antwoord te weten. Bij burgerschap is er geen ‘juist antwoord’.”

Tekst: Klaske Delhij en Emma Kraanen

Juist dat kan dilemma’s en twijfel oproepen, merkt Van Waveren. “Je bent opgeleid als leerkracht/docent: bij rekenen of taal sta je boven de materie. Jij hebt de kennis, jij weet het goede antwoord. Bij burgerschap is er niet één antwoord.”

Burgerschap leidt tot discussie

Hoe willen we samenleven? Dat is de kernvraag van burgerschapsvraagstukken. “De basisprincipes die hierbij centraal staan zijn vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit, tezamen met samenleven in een democratie. Die principes zijn ook gelijk onderwerp van discussie.” Scholen hebben immers de vrijheid om onderwijs naar religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging te geven (geregeld in de Grondwet, artikel 23). Tegelijkertijd kunnen verschillen in levensvisie botsen en tot discussie leiden: denk bijvoorbeeld aan een christelijke school die zich moet verhouden tot een homoseksuele leerling. Van Waveren: “Als onderwijsprofessional neem je ook altijd je eigen geschiedenis, persoonlijke waarden en normen mee. Daar ontkom je niet aan. Dat is niet erg, zolang je jouw eigen perspectief niet als de enige waarheid presenteert. Er moet ruimte zijn voor verschillende perspectieven.”

Lastige positie

Leerkrachten en docenten voelen zich verantwoordelijk om hun leerlingen de juiste kennis mee te geven, maar verkeren in een lastige positie. “De druk in het onderwijs is enorm en dan voelt het voor onderwijsprofessionals ook nog alsof ze maatschappelijke problemen moeten oplossen en ‘goede burgers’ moeten afleveren”, legt Van Waveren uit. Hij ziet dat burgerschapsonderwijs onder druk staat door polarisatie, mondige ouders, actuele thema’s rondom inclusiviteit en diversiteit en maatschappelijke verwachtingen.

Een onmogelijke opgave?

Ook over burgerschapsonderwijs zelf lopen de opvattingen uiteen. “Sommige ouders laten hun kind geen Jeugdjournaal kijken, omdat ze hen niet op jonge leeftijd aan alle wereldproblematiek willen blootstellen. Anderen zijn anti-Harry Potter, omdat tovenarij en hekserij ingaat tegen hun christelijke geloofsovertuigingen. Maar op veel scholen kijken ze het Jeugdjournaal in de klas, het is onderdeel van de lessen. Het is voor een leerkracht heel ingewikkeld als ouders het daar niet mee eens zijn.” Ook thema’s als corona en vaccinatie, de pietendiscussie en de oorlog in Palestina laten zien hoe scherp meningen kunnen botsen. Het is complex om leerlingen én de discussie in de klas op een goede manier te begeleiden. Als leerlingen standpunten uiten waar je je als leraar niet in kunt vinden, moet je je daartoe wel verhouden. “Als leraar krijg je continu de vraag om ‘het goede’ te doen, maar wat is ‘goed’? Dat kan als een onmogelijke opgave voelen.”

Het hoeft

niet perfect

Daarom is het belangrijk om grenzen aan te geven en duidelijk te zijn over gedeelde waarden en normen op school en in de samenleving. Dan gaat het over de basisprincipes: gelijkwaardigheid, diversiteit, elkaar niet buitensluiten, zero tolerance tegenover geweld. Die principes worden breed gedragen, maar kunnen ook complex zijn. Daarom adviseert Van Waveren: onderzoek de dilemma’s samen en bespreek situaties en kwesties. Als onderwijsprofessional ben je een rolmodel, maar het hoeft niet perfect, is hij van mening. “Het is belangrijk om je leerlingen te laten zien dat je niet de wijsheid in pacht hebt. Bespreek wat je voelt en het ongemak mag er zijn. Je hoeft niet overal een antwoord op te hebben. Ga met je klas op onderzoek: hoe komen we tot een antwoord op deze vraag?” Het is vervolgens aan de leerling om hierin zijn eigen weg te vinden. “Als leraar mag je je eigen mening geven, zolang je het niet presenteert als de enige juiste mening.” De meeste leerkrachten en docenten denken hierover zeker na. Mijn klas hoeft geen 25 mini-me’s op te leveren, hoort Van Waveren vaak.

Maak je eigen afweging

Hebben onderwijsprofessionals behoefte aan extra tools of juist aan een vrije, persoonlijke interpretatie van het vak? “Ik zie dat heel veel leerkrachten en docenten goed en vaak creatief bezig zijn met burgerschapsvraagstukken.” Burgerschap is, naast dat je er wekelijks tijd voor inruimt, ook een onderwerp dat je tussendoor kunt behandelen. “Als er in de pauze iets op het schoolplein gebeurt, of ze zien iets online: wat doe je dan? Laat je het gaan of besteed je er tijd aan? En hoeveel tijd?”, schetst hij. “Je klas is de samenleving in het klein, een veilige plek om te leren omgaan met verschillende culturen, perspectieven en conflicten. Het is heel waardevol om zulke momenten te benutten, maar soms niet altijd praktisch.” Hij wil maar zeggen: elke keer maakt de onderwijsprofessional zijn eigen afweging, en dat is prima.

Acadin is dé digitale leeromgeving voor de talentvolle, meer- en hoogbegaafde leerlingen (groep 1-8) in het primair onderwijs. Een omgeving die is gevuld met >675 interessante en uitdagende leeractiviteiten over allerlei onderwerpen. Speciaal geselecteerd om het leren op school voor deze kinderen te verrijken. Acadin helpt leerkrachten leerlingen te prikkelen met uitdagende leerstof waar ze hun tanden in kunnen zetten, maar ook met korte opdrachten voor de laatste 10 minuten van de les. Kenmerkend voor deze leeractiviteiten is dat ze een open karakter hebben. Leerlingen leren niet alleen feitenkennis en vaardigheden, ze leren ook hoe ze moeten leren.

“Acadin heeft veel voordelen, je ziet kinderen echt opbloeien!”

“Acadin beviel zo goed dat het al snel schoolbreed is ingevoerd.”

“Acadin kan worden ingezet voor alle leerlingen, maar is vooral interessant voor leerlingen die wel wat extra uitdaging kunnen gebruiken.”

Interesse?

Opbouw Acadin

Inhoud – >675 leeractiviteiten groep 1-8

Planningsmodule – activiteiten toekennen met startdatum en deadline

Begeleidingsmodule – beoordelen, portfolio

Meer informatie over Acadin vindt u op www.acadin.nl. U kunt zich hier ook aanmelden voor het gratis webinar op 21 september 2026 (van 15.30 - 16.15 uur) of voor een gratis proefabonnement (tien weken). www.acadin.nl | info@acadin.nl | (070) 315 41 00

HÉT VAKEVENT VOOR KINDEROPVANG & PRIMAIR ONDERWIJS

Wat gebeurt er met gebruikte verpakkingen?

Circulaire economie in de klas

Hoe leg je leerlingen uit wat circulaire economie betekent?

Niet als abstract begrip, maar als iets dat ze dagelijks tegenkomen. In hun broodtrommel, bij het pakje melk in de pauze of in de fles die ze inleveren voor statiegeld. Met zulke herkenbare voorbeelden kun je als docent het gesprek op gang brengen: waar komen grondstoffen vandaan en wat gebeurt er met verpakkingen na gebruik?

Verantwoord omgaan met grondstoffen en producten weer een tweede leven geven, krijgt steeds meer aandacht. Maar hoe geef je circulaire economie ook in het klaslokaal een plek? Om het voor leerlingen concreet en leuk te maken, helpt het als ze zelf ontdekken hoe die kringloop werkt en welke rol ze daarin spelen. En daar ligt een belangrijke rol voor leerkrachten. Nederland wil in 2050 volledig circulair zijn. De generatie die nu in de klas zit, moet straks kunnen leven en werken in een samenleving waarin grondstoffen zo lang mogelijk worden hergebruikt.

Leren door te ontdekken met kosteloos lespakket

Het lespakket Circulaire Economie - Van verpakking tot nieuwe grondstof is ontwikkeld met de kennis van experts van Verpact. Leerlingen uit groep 7 en 8 en de onderbouw van het vmbo gaan actief aan de slag met grondstoffen, verpakkingen, recycling en statiegeld. Ze onderzoeken waar materialen vandaan komen, waarom hergebruik belangrijk is en hoe verpakkingen opnieuw onderdeel kunnen worden van de keten. Zo wordt circulariteit niet alleen uitgelegd, maar vooral zichtbaar en begrijpelijk gemaakt.

Het lespakket is kant-en-klaar en kosteloos beschikbaar. Elke les bevat een presentatie voor het digibord,

De

werkbladen en een docentenhandleiding. De lessen bieden ruimte voor gesprekken, stellingen, quizvragen en creatieve doe-opdrachten en zijn in één of enkele lesuren in te zetten. Daardoor passen ze eenvoudig binnen vakken en thema’s als duurzaamheid, burgerschap, mens & maatschappij, biologie, economie en techniek. Het materiaal sluit bovendien aan op de kerndoelen van 2028.

Van klaslokaal naar praktijk

Scholen die zich aanmelden, kunnen ook gratis donatiebakken bestellen voor statiegeldflesjes en -blikjes. Zo krijgt het onderwerp direct een plek in de schoolpraktijk: leerlingen zamelen in, praten over wat er met het materiaal gebeurt en zien hoe een verpakking opnieuw waarde krijgt.

Zo komt circulaire economie dichterbij de leefwereld van leerlingen. Niet als los thema, maar als iets dat begint met kleine handelingen in en rondom de klas.

Aan de slag

Scan de QR-code om je aan te melden en direct aan de slag te gaan met het lespakket.

Verder informatie is te vinden op: www.verpact.nl/lespakket

 Nieuwe kerndoelen

 120+ activerende werkvormen

 Burgerschap op maat

PrimaOnderwijs & LesLab

Actief burgerschap Gepersonaliseerd

en op maat!

De burgerschapsvraag blijft prangend. Scholen hebben weinig tijd, maar moeten wél laten zien dat ze samenhangend werken aan de nieuwe kerndoelen. En ondertussen wordt er nogal wat op het schoolplein neergelegd: wereldburgerschap, democratisering, polarisatie. Stuk voor stuk grote thema’s. Daar een aansprekende, hanteerbare draai aan geven?

Dat is precies waar LEF voor gemaakt is.

Burgerschap moet stevig staan LEF sluit aan bij de belevingswereld van jongeren en durft die thema’s aan te snijden met prikkelende, eigenwijze werkvormen. Het resultaat: opschudding én verbinding in de klas, en houvast en structuur voor de docent.

Met LEF werk je aan een complete leerlijn aan de hand van diverse thema’s. Elk thema werkt toe naar een eindopdracht die landt in een digitaal portfolio, waarmee je aantoont dat je school voldoet aan de wet burgerschap. Zet LEF in als aanvulling op je eigen aanpak of als volledige leerlijn, en geef je burgerschap een stevige plek in je curriculum.

Twaalf thema’s LEF bestaat uit twaalf thema’s, verdeeld over twee delen. In deel 1 verkennen leerlingen hun eigen wereld; denk aan: wie ze zijn tegenover de ander, hun leven online, de toekomst van de planeet, omgaan met verleiding en keuzes, en hun eigen invloed op hun omgeving.

In deel 2 wordt het persoonlijker met thema’s als: weerbaarheid, grote levensvragen, geldzaken, kritisch denken, liefde en relaties, en de werking van macht.

Activerend, concreet en tastbaar

Het onderscheid zit in de didactiek. LEF heeft een reputatie als het om activerend leren gaat, en dat is precies wat jongeren van deze tijd nodig hebben: met elkaar in dialoog, ervaren, spelen, oefenen en die ervaringen verwerken in een opdracht. Niet te talig, niet te complex, maar concreet en tastbaar. We hebben het lef om verder te kijken en zetten de docent in zijn kracht met de bijgeleverde docententools.

In een paar klikken voorbereid

Een les voorbereiden kost nauwelijks tijd. Per les kies je uit drie versies – geleid, gemiddeld of vrij – en er staat direct een kant-en-klare lespresentatie voor je klaar. De verwerking gebeurt in het werkboek of in de digitale licentie. En aangezien elke school anders is, werkt LEF volledig klassikaal én blended, met vaste burgerschapslessen of verweven in bestaande vakken.

“Ik ben erg enthousiast over de lessen van LEF. Ze zijn praktisch en bieden veel houvast. De verschillende thema’s kun je zowel inzetten binnen een vaste leerlijn, zoals wij doen, als in losse lessen.’’

Nina Burgers, docent burgerschap en maatschappijleer, Het Rijks Nijmegen

Gepersonaliseerd en gedifferentieerd

LEF leert je kennen. In de digitale licentie kom je een onderscheidende kracht van LEF tegen. Op basis van de antwoorden die leerlingen geven, past de digitale omgeving zich automatisch aan. Vragen en contexten sluiten steeds beter aan bij de interesses en leefwereld van jóúw leerlingen. Zo wordt burgerschap met LEF elke les persoonlijker en effectiever.

Begin vandaag met LEF!

Contact: neem contact met ons op, we staan voor je klaar! Bel ons of maak een afspraak voor een demonstratie.

www.leslab.nl | info@leslab.nl | 024 220 0110

Benieuwd hoe het werkt? Vraag een gratis demo aan en verleg je grens met LEF!

LEF burgerschap

 Kant-en-klare lespresentaties

 Kies: geleid, gemiddeld of vrij

 Selecteer relevante thema’s

 Kwalificeer met het burgerschapsportfolio

Klaar voor de samenleving met LesLab

LesLab ziet de school en de klas als een minisamenleving waarin leerlingen hun plek ontdekken, oefenen met samenleven en stap voor stap groeien richting de wereld daarbuiten. Nodig ons vooral uit op jouw school, we denken graag met je mee!

Column #Daniëlle

Breng de leukste gesprekken op gang met vragen

Wanneer ik tegen m’n jongste zeg dat ik nog even een column heb te schrijven, kijkt hij me vragend aan. ‘Over burgerschap’ zeg ik snel. Op de vraag of hij wel weet wat burgerschap is, is ‘nou, dat weet ik eigenlijk niet precies’ zijn enige en goede antwoord. Hij weet het namelijk niet.

Ik leg in Jip & Janneke-taal uit wat burgerschap is. Hij noemt al snel dat iedereen gewoon zichzelf moet zijn. En rent dan naar buiten, de trampoline en het mooie weer lonkt.

Wanneer ik m’n laptop heb opgestart, eten we eerst een ijsje aan de tuintafel en kletsen we nog even verder. Al snel gaat het over snoeppapiertjes die we niet op de grond moeten gooien, maar in een afvalbak en het inleveren van statiegeldflesjes. Ook kom ik nog even terug op zijn woorden dat iedereen zichzelf moet zijn. Stel nou dat iemand al z’n hele leven lelijk praat over anderen, regelmatig iemand uitscheldt en ook nog z’n snoeppapiertjes op de grond gooit: moet hij (of zij) dan wel zichzelf blijven? Dat blijkt een interessante vraag.

Het blijft even stil, er wordt nagedacht.

In de klas stellen we elkaar ook regelmatig dit soort vragen. Het brengt vaak de leukste gesprekken op gang. Het zet aan tot nadenken, meningen vormen en discussie (lees; chaos). De vraag hoe iemand zich heeft te gedragen, kwam in de klas ook al eens voorbij. ‘Doen waar je zelf zin in hebt’ bleek al snel een zin die lekker klinkt, maar volgens iedereen niet gaat werken. Iets bijdragen aan de maatschappij, goed zorgen voor de natuur en voor een ander worden vaak als belang-

rijke genoemd. En dat begint al in het klein, op school. Een leerlingenraad, goede gewoontes bedenken die helpende zijn om het samen goed te hebben, (kleine, die soms voelen als grote) conflicten leren oplossen en het samenwerken in groepsverband.

De 10-jarige, die jongste dus, weet inmiddels z’n eigen zin aan te vullen; ‘Jezelf blijven en niet automatisch mee gaan doen met anderen. Vooral niet met de rare dingen.’ Op mijn vraag wat dan rare dingen zijn, kijkt hij me verbaasd aan. Dat schijn ik gewoon te moeten weten. De buurjongen komt met geluid de tuin binnen en samen vertrekken ze. Op mijn vraag wie het stokje van het ijsje, dat van een afstandje op tafel is gegooid, gaat opruimen komt meteen de vraag of ik dat wel even wil doen. ‘Iets doen voor een ander is burgerschap, mam’.

Wanneer m’n oudste even later de tuin binnenloopt, stel ik hem ook meteen de vraag wat volgens hem goed burgerschap kan zijn. Overvallen door m’n vraag wordt z’n tas geopend, komt daar stokbrood en een dip uit. ‘Dat ik dit niet in m’n eentje opeet?’ Ook de 19-jarige heeft kennelijk wel iets geleerd over burgerschap ;)

@_jufb_

De leukste muzikale projecten in Het Concertgebouw

Ontdek het nieuwe aanbod educatieprojecten voor het basisonderwijs voor schooljaar 2026-2027. Wij hebben voor elke leeftijd, van kleuters tot achtstegroepers, een project op maat. Met boeiend lesmateriaal voor in de klas en als kers op de taart een spetterend concert in Het Concertgebouw. De projecten sluiten perfect aan bij de belevingswereld van de leerlingen en bij de kerndoelen zoals 54 en 56.

PrimaOnderwijs & Het Concertgebouw

Muziek verbindt, van muziek word je blij, je voelt je er beter door. Komen jullie dit jaar ook met je leerlingen naar Het Concertgebouw? Mis dit muzikale avontuur niet, en geef je klas nu op!

www.concertgebouw.nl/educatie

Symfonie voor wiebelkonten (groep 5 en 6)

Zo is het project Symfonie voor wiebelkonten voor groep 5 en 6 in de Grote Zaal van Het Concertgebouw een muzikale ontdekkingstocht die kinderen hun leven niet vergeten. Het is een concert met het Nederlands Philharmonisch, waarin niks moet en veel mag.

Hoe vaak heb jij het zinnetje ‘zit nou eens stil!’ gehoord? Thuis tijdens het avondeten, in de klas of misschien in de trein. Maar als je stilzit, maak je toch niets mee? Precies! En daarom gaan wij ontdekken wat er gebeurt als je niet alleen maar stilzit, maar ook op zoek gaat naar avontuur. Hoe klinkt een klapstoel? Kun je muziek maken met slaande deuren?

Tijdens dit vrolijke concert met het Nederlands Philharmonisch ben jij de hoofdpersoon van een ontdekkingstocht waarop niets moet en veel mag. Er is alleen een klein probleempje: Rutger, de portier: toffe peer hoor, maar een beetje stijfjes... Hij houdt niet van verrassingen, niet van chaos en zeker niet van rommel. Waarom eigenlijk niet? Ontdek het zelf tijdens dit concert in de Grote Zaal van Het Concertgebouw! ◗

Ga naar www.concertgebouw.nl/educatie of scan de QR-code voor meer informatie.

Dit is een gezamenlijk project van Het Concertgebouw en het Nederlands Philharmonisch. Nederlands Philharmonisch

Leonard Evers dirigent

Rutger de Bekker acteur

Eric Robillard regie

Desirée van Gelderen lichtontwerp

PrimaOnderwijs
Met je klas naar het Van Gogh Museum

Kunst die leerlingen van dichtbij raakt

Een schoolbezoek aan het Van Gogh Museum is meer dan een cultureel uitstapje. Leerlingen staan oog in oog met wereldberoemde schilderijen en ontdekken dat kunst niet alleen iets is om naar te kijken, maar ook iets om over te praten, op te reageren en zelf mee aan de slag te gaan.

PrimaOnderwijs & Van Gogh Museum

Voor het primair onderwijs biedt het Van Gogh Museum programma’s die leerlingen actief betrekken bij het leven en werk van Vincent van Gogh. In het museum ontdekken kinderen dat Vincent niet alleen een beroemde kunstenaar was, maar ook een mens die zocht, twijfelde, oefende en bleef proberen. Juist tussen de echte schilderijen komt dat verhaal dichtbij.

Waarom met je klas naar Van Gogh?

Kinderen leren door te kijken, te vragen, te onderzoeken en te doen. Een bezoek aan het Van Gogh Museum sluit daar direct op aan. Leerlingen zien schilderijen die ze misschien al kennen van afbeeldingen, maar ervaren in het museum pas echt hoe kleur, penseelstreek, formaat en detail werken. Wat zie je als je langer kijkt? Welke kleuren vallen op? Hoe zou het zijn om in dit landschap te staan? Waarom schilderde Vincent bloemen, bomen, portretten en zijn eigen gezicht steeds weer anders? Door dit soort vragen worden leerlingen gestimuleerd om aandachtig te kijken en hun eigen waarnemingen onder woorden

te brengen.Daarmee draagt een museumbezoek bij aan kunstzinnige oriëntatie, taalontwikkeling, wereldoriëntatie, burgerschap en sociaal-emotionele ontwikkeling. Leerlingen ontdekken dat er niet altijd één goed antwoord is en dat je verschillend kunt kijken naar hetzelfde kunstwerk.

Rondleiding of workshop: een programma dat past bij je groep Het Van Gogh Museum ontvangt basisscholen met verschillende vormen van museumbezoek. Klassen kunnen deelnemen aan een rondleiding of een workshop volgen. Tijdens een rondleiding neemt een museumdocent de klas mee langs schilderijen van Vincent van Gogh. Leerlingen kijken samen, delen wat ze zien en leggen verbanden tussen Vincents kunst, zijn leven en hun eigen ervaringen. De nadruk ligt niet op zoveel mogelijk informatie, maar op actief ontdekken.In workshops gaan leerlingen zelf aan de slag. Ze ervaren hoe kleur, lijn, beweging en materiaal kunnen helpen om iets uit te drukken. Daarbij gaat het niet om mooi of perfect maken, maar om proberen, onderzoeken en verbeelden. Precies zoals Vincent dat zelf ook deed. Voor leerkrachten en cultuurcoördinatoren is een bezoek aan het museum een concrete manier om cultuureducatie betekenisvol te maken. Het bezoek biedt een rijke ervaring buiten de klas en sluit tegelijk aan bij thema’s als aandachtig kijken, jezelf uitdrukken, samenwerken en reflecteren. Voor groep 1 en 2 is er Camille & kleur. Samen met een museumdocent gaan kleuters in het museum op zoek naar alle kleuren van de regenboog. En misschien helpt Camille ook nog mee: Camille Roulin, het zoontje van Vincents vriend de postbode, dat Vincent in 1888 portretteerde.

Voor groep 3 tot en met 8 is er Kijken met Vincent In deze rondleiding vertelt een museumdocent het bijzondere verhaal van Vincent van Gogh, met kijken als uitgangspunt. Leerlingen ontdekken onderweg meer over schildertechniek, kleurgebruik, compositie, licht, materiaal, thematiek en smaak. Er is ook Kijken met Vincent met workshop: na de rondleiding gaan leerlingen zelf creatief aan de slag in een van de ateliers van het Van Gogh Museum.

Kunst als ingang voor gesprek

Ook voor zorgcoördinatoren en intern begeleiders kan een bezoek aan het Van Gogh Museum waardevol zijn. Kunst biedt een laagdrempelige en veilige manier om met leerlingen in gesprek te gaan over gevoelens, onzekerheid, vriendschap, troost en doorzetten. Vincent van Gogh schreef veel brieven. Daarin vertelde hij over wat hem bezighield, waar hij naar verlangde en hoe hij bleef zoeken naar zijn plek in de wereld. Zijn kunst en levensverhaal bieden aanknopingspunten voor herkenbare vragen: wat helpt als iets niet meteen lukt? Waar word je rustig van? Wie of wat geeft jou steun? In het museum gebeurt dat niet zwaar of ingewikkeld, maar via kunst. Een schilderij, kleur of detail kan een gesprek openen zonder dat leerlingen direct over zichzelf hoeven te praten. Zo ontstaat ruimte voor verwondering, herkenning en verbinding.

Bereid je bezoek voor in de klas

Een museumbezoek wordt nog sterker wanneer leerlingen vooraf al kennismaken met Vincent van Gogh. Met het online lesmateriaal van Van Gogh op school haal je Vincent alvast de klas in en kunnen leerlingen zich voorbereiden op wat ze in het museum gaan zien. De online lessen ondersteunen het fysieke bezoek.

Ze helpen leerlingen om met meer herkenning, nieuwsgierigheid en vragen het museum binnen te stappen. Na afloop kunnen de lessen worden gebruikt om het bezoek te verdiepen en terug te halen in de klas.

Plan je bezoek met de klas

Breng Vincent van Gogh tot leven voor je leerlingen. Het Van Gogh Museum biedt rondleidingen, workshops en zelfstandig museumbezoek voor het primair onderwijs. Bereid je bezoek voor met Van Gogh op school en laat leerlingen in het museum ervaren hoe kunst kan raken, verrassen en aan het denken zetten.

Bekijk het actuele aanbod en boek je schoolbezoek vangoghmuseum.nl/basisonderwijs

Eindelijk inzicht in wat ze graag lezen!

Hebban in de Klas voor primair onderwijs is hét nieuwe leesbevordingsplatform voor basisscholen. Het is een veilige, besloten omgeving waarin jouw leerlingen eenvoudig gaan bijhouden wat ze willen lezen of al hebben gelezen. De kinderen kunnen elkaar boeken tippen en recensies achterlaten. Zo bouwen zij ongemerkt een leesdossier op!

Op Hebban in de Klas voor primair onderwijs:

n inspireren kinderen elkaar om nieuwe boeken te ontdekken

n Kun jij jouw liefde voor kinderboeken delen met jouw leerlingen én collega’s

n heb jij inzage in de leesontwikkeling van al jouw leerlingen

n krijg jij ondersteuning van jouw lokale leesmediaconsulent

Met Hebban in de Klas vergroot je niet alleen het plezier in lezen; je laat jouw leerlingen ook ervaren hoe zij gepast met elkaar omgaan in een besloten digitale omgeving. Een belangrijke vaardigheid!

Op middelbare scholen is Hebban in de Klas inmiddels een begrip.

Boeken zijn eenvoudig op het persoonlijke plankje te zetten

Hier zien leerlingen wat klasgenoten van dit boek vinden

Meld je gratis aan op Hebbanindeklas.nl

Ga ook voor een schooljaar vol leesplezier en maak een gratis account aan op hebbanindeklas.nl

Op de boekenplankjes zie je wat er door jouw groep gelezen wordt

Doe de klassenchallenge en behaal gezamenlijk jullie leesdoel

Bij elk gelezen boek kunnen jouw leerlingen een korte recensie schrijven

Jij bepaalt welke boeken meedoen met de boekenbingo

Leerlingen geven sterren of schrijven een recensie

Maak themalijsten rondom een onderwerp naar keuze

Leerlingen kunnen elkaars boekenplankjes bekijken

Leerlingen kunnen ook zien wat jij aan het lezen bent!

Hebban in de Klas wordt ontwikkeld en ondersteund door:

Nieuw: virtuele escaperoom voor groep 7 en 8 Ontdek de slagerij!

PrimaOnderwijs & Meat Your Future

Een speelse leerervaring

In deze escaperoom is Harold opgesloten in een koelcel. Het is aan de leerlingen om hem te bevrijden door uitdagende opdrachten op te lossen. Tijdens het spel leren ze over productkennis, de beroepen in de slagerij en de veelzijdigheid van dit ambacht. De escaperoom speelt zich af in een 360° virtuele omgeving waarin leerlingen vrij kunnen rondkijken en ontdekken.

Leerzaam, interactief en digitaal

De escaperoom is ontworpen om samenwerking, probleemoplossend denken en logisch redeneren te stimuleren. Tegelijkertijd biedt het programma een verrassend kijkje in een vak dat misschien minder bekend is, maar vol vakmanschap en verhalen zit. Alles gebeurt digitaal, waardoor je de activiteit eenvoudig in jouw klas kunt organiseren zonder extra materialen.

Met de nieuwe unieke virtuele escaperoom ‘Ontdek de slagerij!’ kunnen leerlingen in groep 7 en 8 op een speelse manier samenwerken, leren en ontdekken. Dit interactieve programma neemt je klas mee in de wereld van de slagerij en biedt een verrassende combinatie van educatie en avontuur.

Help Harold uit de koelcel!

De virtuele escaperoom is gemakkelijk aan te vragen via www.meatyourfuture.nl. Geef je leerlingen deze unieke kans om spelenderwijs te leren, terwijl zij samenwerken om Harold te bevrijden!

Hij deed eerst zo lief. Nu gaan mijn naaktfoto’s door de hele school.

Wist je dat 1 op de 2 jongeren te maken krijgt met online seksueel misbruik of seksuele intimidatie?

Met de gratis WTFFF?!-lessen over online seksueel misbruik zorg je samen voor een veilige (online) schoolomgeving.

Ga naar de gratis WTFFF?!-lessen over online seksueel misbruik

De overstap naar Mac was nog nooit zo haalbaar.

MacBook Neo in het onderwijs.

Wat Amac biedt

Apple-beheer

De belangrijkste voordelen op een rij.

•Tot 16 uur batterijduur

•Licht en makkelijk mee te nemen

•Snel, stabiel en betrouwbaar

•Gaat jarenlang mee

•Werkt perfect met Microsoft 365 en Google Workspace

Repair & support

Centraal beheer van al je devices. Altijd iemand beschikbaar.

Trainingen

Uitrolservice

Zelfvertrouwen in de klas. Klaar voor gebruik op dag één.

Lease en Device as a Service

Betaalbaar en voorspelbaar.

Onderwijs met Apple begint bij Amac. pro.amac.nl/onderwijs

Meer weten? Kijk op pro.amac.nl/onderwijs

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook