Skip to main content

Loopbaan en Burgerschap Maart 2026

Page 1


Een uitgave van

Nummer 10 - Maart 2026

Janneke ter Bille

GENERATIE Z BEGRIJPEN

Generatie Z zegt niet zomaar ‘ja en amen’. Als je niet uitlegt waarom een les belangrijk is, ben je ze kwijt

IN ACTIE MET

DE METHODE

YOUNG IMPACT

VAN JOES

‘Probeer juist een tabula rasa te zijn’

‘Burgerschap leer je niet enkel uit een boek’

GEZONDE SCHOOL

STOP MET HERSENMYTHES

Vapen is allesbehalve onschuldig

Laura Batstra over labels en mis-informatie

EUROPESE UNIE

BAREND OVER AI

IN JE LOKAAL

IN DE KLAS

Verkiezing heeft invloed op vele aspecten

De schaduwkant alleen doet jongeren tekort

Leren omgaan met geld in de klas

begint op geldlessen.nl

Op geldlessen.nl vind je alles voor e ectieve nanciële educatie in de klas, trainingen voor docenten, verdiepende kennissessies en bovenal: heel veel lesmaterialen over omgaan met geld voor het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en mbo.

Volle kracht vooruit Voorwoord

Met het nieuwe kabinet en een nieuw regeerakkoord lijkt er ook wat meer focus op mbo te komen. En dat is hard nodig, want opnieuw is de instroom in het mbo gedaald, zo blijkt uit cijfers over 2025. Wel was er een lichte stijging van instroom bij de technische mbo-opleidingen.

De vraag om mbo-geschoolde mensen blijft stijgen, dus die focus op het mbo wordt steeds belangrijker. Gelukkig is de nieuwe regering van plan om te bezuiniging op het Regionaal Investeringsfonds terug te draaien. Er wordt zelfs gesproken over uitbreiding van dit fonds. Ook wordt kritisch gekeken naar gelijkheid als het gaat om voorzieningen en stagevergoedingen. En op bepaalde vlakken zal er meer aandacht komen. Denk aan continue ontwikkeling, financiële zekerheid van scholen en de weerbaarheid en het mentale welzijn van studenten.

Dus we kunnen vol goede moet aan de slag en met volle kracht vooruit. Bijvoorbeeld met AI, want dat gaat in de huidige maatschappij een steeds grotere rol spelen. Barend Last weet hier alles van en vindt: “Je doet studenten onrecht als je hen daarin niet onderwijst, want AI is overal.” Lees het interview op pagina 22

Dat technologische ontwikkelingen ook niet stilstaan bewijst het verhaal op pagina 48 . Want hoe kan eye-tracking een bijdrage leveren aan het onderwijs? Ellen Kok en Corina Breukink houden zich bezig met onderzoek op dit gebied.

En dat teksten van W.F. Hermans prima op het mbo in te zetten zijn, bewijst geschiedenis- en burgerschapsdocent Joes Kuijs. “Literatuur is geen elitaire hobby. Ze helpt je het leven te begrijpen, te bevragen en er soms ook om te lachen”, vertelt hij in het artikel op pagina 08 . Hij raadt aan de student serieus te nemen en de lat hoog te leggen.

Ook sprak ik met Laura Batstra die de laatste Mulock Houwer lezing verzorgde, maar boodschap en missie is helder: stop de desinformatie over ‘labels’. Stoornissen – zoals ze nu vaak genoemd worden –zoals adhd, autisme en zelfs dyslexie zijn niet waar te nemen in hersenen. En dat wordt nog steeds zo verkondigd. En wat kun je hier als onderwijsinstelling dan mee? Dat lees je op pagina 30

Zelf een inspirerend verhaal? Mail de redactie!

Veel leesplezier!

Wiesette Haverkamp

Hoofdredacteur Loopbaan & Burgerschap

Ideeën, vragen, verzoeken voor Loopbaan & Burgerschap? Mail naar burgerschap@onderwijsinformatie.nl

Volg @loopbaanenburgerschap ook op Facebook, LinkedIn en Instagram!

‘De training gaf me handvatten en gesprekstechnieken om weerbaar te zijn bij gesprekken over gevoelige onderwerpen.’

Oud-deelnemer over de training

Training Effectiever in dialoog

Leer samen met jouw team verbindende gesprekken voeren in de klas over gevoelige onderwerpen

Hoe ga je als docent om met lastige opmerkingen of polariserende meningen in de klas?

De training E ectiever in dialoog geeft je kennis en laat je vaardigheden oefenen om juist dan rust, begrip en verbinding te creëren

SCAN

VOOR MEER INFORMATIE

WAT LEER JE?

• Handvatten om gesprekken over maatschappelijk gevoelige thema’s te voeren

• Meer zicht op welke opmerkingen jou raken en waarom

• Gespreksmodel Geweldloze Communicatie toepassen

• Oefenen met casussen uit de praktijk

• Ervaring en handelingsmogelijkheden uitwisselen met collega docenten

VOOR WIE?

Docenten en onderwijsprofessionals in het mbo die hun dialoogvaardigheden willen verbeteren in de klas.

Inhoud

NUMMER 10 | maart 2026

NKO Stagediscriminatie? Dit kun je doen

10

26

De Nederlandse Bank Hoe praat je met studenten over geld?

Volg ons

48 Wat leren we van eyetracking?

@loopbaanenburgerschap

Colofon

Hoofdredactie

Wiesette Haverkamp

Vormgeving

Martin Hollander, Tom Venema

Medewerkers

Esmee Weerden, Erik Ouwerkerk

Foto’s

Shutterstock, Erwin Winkelman Fotografie

Jorieke Philippi Fotografie (Cover)

Redactie

Jobmbo Dit is waarom studentenparticipatie onmisbaar is

08 W.F. Hermans op mbo? Ja!

42

14 ‘Politiek is interessanter dan ik dacht’

20 Week van het geld: Geldsprookjes

22 AI in de klas: sneller, verder of anders?

28 Cultuuronderwijs met Cultuurkaart

30 Stop met hersenmythes

33 Leer studenten de weg naar hulp

34 ‘Wij gunnen elke mbo’er leesplezier

45 Column - Burgerschap: niet meer even erbij

030 - 241 70 44, burgerschap@onderwijsinformatie.nl, postbus 40266, 3504 AB Utrecht

Sales 030 - 241 70 21, account@edg.nl

Klantenservice 030 - 241 70 20, klantenservice@edg.nl

Verschijning en verspreiding

Loopbaan & Burgerschap magazine verschijnt 2 keer per jaar. Verspreiding via gecontroleerde distributie door EDG Media bij mbo-instellingen in Nederland.

Loopbaan & Burgerschap magazine is een uitgave van

©Copyright 2026 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, overgenomen of openbaar gemaakt zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. De uitgever is niet aansprakelijk voor enig handelen op grond van de in dit blad gegeven adviezen of gedane mededelinge n.

&Loopbaan Burgerschap

Tips van de redactie

Vraag nog net subsidie aan voor geldlessen

Heb jij een tip voor de redactie?

Stuur dan een e-mail naar: burgerschap@onderwijsinformatie.nl

Toe aan verduurzaming?

Is het bij jou tijd voor verduurzaming? Er bestaat nu de Regeling mbo verduurzamen (MVR). Met deze regeling krijgt de onderwijsinstelling subsidie om één of meer duurzaamheidscoördinatoren in dienst te nemen om zo stappen te zetten naar een duurzame mbo-instelling.

De aanvraagperiode duurt tot en met 16 oktober. Het maximale bedrag per aanvraag is € 285.000. Het totale budget bedraagt € 1.995.000. Mbo’s krijgen subsidie voor 75% van de kosten.

Scan de QR-code voor alle mogelijkheden en voorwaarden.

Het Nibud stelt dat 40 procent van de 18 tot 30-jarigen moeite heeft om rond te komen. Het CBS geeft aan dat drie procent van de jongeren tussen 16 en 25 jaar zelfs problematische schulden heeft. Daarom heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 10 miljoen euro beschikbaar gesteld voor geldlessen, financiële steunpunten en hulp bij financiële opvoeding. De subsidie is verspreid over drie jaar te besteden.

Door subsidie aan te vragen kunnen onder meer mbo’s helpen studenten geldwijs te maken. De subsidieaanvraag is tot en met 16 maart 17.00 uur in te dienen.

Meer informatie is te vinden op geldlessen.nl/subsidie of scan de QR-code om gelijk de aanvraag te doen.

Vijf jaar na de start van de coronacrisis gaat het weer beter met leerlingen en studenten, zo blijkt uit de eindevaluatie van het Nationaal Programma Onderwijs (NP Onderwijs). De evaluatie laat verbeteringen zien als het gaat om dat de leer- en studievertragingen door corona en om de verbetering van het welbevinden onder leerlingen en studenten. De tijdelijke coronagelden van € 8,5 miljard liepen van 2021 tot 2025.

Het NP Onderwijs is het 1e programma waarin scholen werden aangemoedigd gebruik te maken van bewezen effectieve interventies. Hierbij konden scholen kiezen uit een menukaart met maatregelen zoals klassenverkleining, instructie in kleine groepen of de inzet van (extra) onderwijsassistenten. Ook werd het geld ingezet om te zorgen dat ruim 9000 onderzoekers met een tijdelijk contract hun (door corona vertraagde) onderzoek alsnog af konden ronden.

Onderwijs herstelt na coronacrisis

In het mbo, hbo en op universiteiten namen studievertragingen als gevolg van de coronapandemie flink af. In 2022 gaf 32% van de stu-denten aan studievertraging te hebben door corona, nu nog slechts 8%. Wel is een grotere groep leerlingen en studenten die gedurende de pandemie de overgang hebben gemaakt van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs of van voortgezet onderwijs naar vervolgonderwijs, kwetsbaarder gebleken.

Welbevinden herstelt Tijdens de coronapandemie stond het welbevinden van leerlingen en studenten onder druk, inmiddels zitten leerlingen en studenten in alle onderwijssectoren weer beter in hun vel. In 2022 kampte nog 23% van de studenten met een (zeer) slecht mentaal welzijn. In 2025 is dat 12%.

Aandacht voor welbevinden werd daarnaast structureel ingebed in het onderwijs en ook de ondersteuningsstructuren op onderwijsinstellingen verbeterden. Daarnaast wordt er na het NP Onderwijs ook verder gewerkt aan het versterken van het welbevinden van studenten, bijvoorbeeld met de Werkagenda mbo en het Landelijk Kader Studentenwelzijn (hoger onderwijs).

MBO Raad luidt noodklok over afname studenten

De instroom in het mbo is weer gedaald. In 2025 begonnen 156.300 studenten aan een mbo-opleiding, het jaar ervoor waren dat er 1.400 meer. Dat blijkt uit nieuwe instroomcijfers van de MBO Raad. In 2024 kozen nog 157.700 studenten voor het middelbaar beroepsonderwijs. Voorzitter Adnan Tekin luidt de noodklok: “Het mbo is onmisbaar voor het realiseren van de belangrijkste maatschappelijke ambities van ons land. Werkgevers staan te springen om onze studenten. Tegelijkertijd nemen de studentenaantallen de afgelopen jaren consequent af.”

Wel groeit het aantal studenten dat kiest voor een technische mbo-opleiding van 18.900 naar circa 20.000. Een tekortsector, waar meer vraag dan aanbod is. Er is sprake van een kleine groei, mede gedreven door de inzet van mbo-scholen en gunstige arbeidsmarktperspectieven.

Daarnaast blijft het aantal studenten in het zorgdomein stabiel op ongeveer 50.000. Binnen dat totaal

zijn wel verschuivingen zichtbaar, maar ook hier is bij meerdere cruciale opleidingen sprake van groei. Zo neemt het aantal studenten verpleegkunde licht toe, groeit helpende zorg en welzijn en laat ook de opleiding verzorgende IG een lichte stijging zien.

“Het is goed om te zien dat zorgopleidingen stabiel zijn, maar ook hier wordt de opgave door vergrijzing alleen maar groter”, besluit Tekin.

Met open vizier het klaslokaal in

De grootste uitdaging van het burgerschapsonderwijs ligt bij de docent”

Samen teksten van W.F Hermans lezen of historische parallellen trekken tussen gildes uit de Middeleeuwen en burgerlijke emancipatie vandaag de dag? Velen zullen denken dat die activiteiten alleen zijn weggelegd voor gymnasiasten of (universitaire) studenten. Dat beeld klopt niet, bewijst geschiedenis- en burgerschapsdocent Joes Kuijs.

Tekst: Erik Ouwerkerk

De historicus en leraar op het Nova College in Haarlem begint met vragen als: “Waar praat je over met familie en vrienden?”, “Waar denk je veel over na?” Wat de vraag ook is, het belangrijkste is dat de leraar zich afstemt op de leerling zodat die zich vrij voelt om woorden te geven aan wat hem of haar bezighoudt. Dat kan door te schrijven, te lezen of in gesprek te gaan, met een AI-programma, de docent of zijn klasgenoten geeft Kuijs aan.

“In plaats van mijn eigen ideeën over burgerschap op te leggen of een draaiboek (lesboek) te volgen, probeer ik het gesprek te openen. Door samen met de leerling te bevragen wat burgerschap inhoudt, kun je veel verder komen dan het sturende kader waar veel burgerschapslessen vanuit gaan. Ook met mbo-studenten kun je tot een doorleefd en doordacht begrip komen van de maatschappij en ieders rol daarin. Ik heb hiervoor een methode ontwikkeld die prima voldoet aan de nieuwe eisen.”

Pressiegroepen Kuijs zag in gesprek met zijn leerlingen dat ze zich meer bewust werden van hun omgeving en de afspraken, regels en instituties daarin. Maar hoe konden ze met hun eigen talenten en persoonlijkheid ook daadwerkelijk bijdragen aan de maatschappij?

In zijn zoektocht naar het antwoord, kwam hij uit bij zijn promotieonderzoek, waarin hij onderzocht hoe conservatieve pressiegroepen in naoorlogs Nederland invloed uitoefenden op politieke besluitvorming. “Ik liet de scholieren ook pressiegroepen oprichten, uiteraard vanuit hún zorgen en idealen. Als je daarop aansluit met een concreet onderwerp dat hen aangaat,

Probeer om juist als docent een tabula rasa te zijn

van migratie tot woningnood en armoede, kom je snel tot de kern van soms best abstracte begrippen.”

Zo kwam het dat BBL’ers installatietechniek hun zorgen hadden over duurzaamheid. Ze zagen in de praktijk dat collega-installateurs de klanten soms lieten zitten met zonnepanelen die bij installatie niet bleken te werken door lekkende batterijen. Dat was slecht voor het milieu en gaf hen als beroepsgroep bovendien een slechte naam. “Ze wilden zich daarom committeren aan een bepaalde kwaliteit en zich beroepsmatig verenigen. We kwamen door het gesprek hierover toen samen tot de vergelijking met de manier waarop de gildes in de Middeleeuwen ontstonden. In die tijd was het de adel die bij de gildes belasting inde, in ruil voor bescherming en burgerrechten. Een sociaal contract dus.”

De docent als tabula rasa

Dat de gildes en het moderne vakmanschap in de les burgerschap bij elkaar zouden komen door de ontstaansgeschiedenis van burgerrechten, had de docent uit Castricum niet konden bedenken. Dat zijn leerlingen moesten uitzoeken hoe het idee van burgerschap verband houdt met het ontstaan van steden en stadsrechten, daar had hij al op aangestuurd met een van zijn opdrachten uit zijn zelfgemaakte werkboek.

“Je geeft dus een aanzet, maar gaat verder met open vizier het gesprek aan en kijk waar het heen leidt. Probeer als het ware om juist als docent een tabula rasa te zijn, zoals de beroemde verlichtingsdenker René Descartes in zijn Meditaties beschreef. Hij pleitte ervoor om vooroordelen opzij te zetten om het gesprek te openen en daarmee tot meer inzicht te komen.” Als de opening er is, kan er heel veel. Zo heb ik eens in een half uur aan een Syrische jongen de complete geschiedenis van burgerschap in Nederland uitgelegd, simpelweg omdat zijn verbazing over en bewondering van het concept zo groot was. Als het contact er is, kun je ook W.F. Hermans lezen – mijn literaire held.

W.F Hermans

Staan Hermans’ thema’s niet te ver af van de dagelijkse werkelijkheid van mbo’ers? Kuijs vindt van niet. “Literatuur is geen elitaire hobby. Ze helpt je het leven te begrijpen, te bevragen en er soms ook om te lachen.” Mbo-studenten hebben misschien meer herhaling nodig dan leeftijdgenoten en de onderwerpen moeten aansluiten bij het hier en nu, maar aan intelligentie ontbreekt het hen niet. Integendeel: juist doordat zij via werk en stage al diep verweven zijn met het volwassen leven, herkennen zij de zoektocht naar schoonheid, de worsteling met imperfectie, misverstanden en falende systemen.

Literatuur helpt je het leven te begrijpen, te bevragen en er soms ook om te lachen

De absurditeit bij Hermans spiegelen zij moeiteloos aan regels en procedures die zij zelf dagelijks tegenkomen. Het lezen gaat niet vanzelf. De zinnen zijn lang, de woorden lastig. Toch gaan ze de confrontatie aan, omdat ze voelen dat de tekst ertoe doet — niet alleen literair, maar ook als oefening in burgerschap.

Kuijs denkt even na en besluit dan: “Misschien is burgerschap voor leerlingen uiteindelijk niet zo moeilijk en ligt de grootste uitdaging bij de docent: wie de lat hoog legt, moet verdragen dat een leerling er niet in één keer overheen springt. Soms pas bij de tiende poging. Maar precies daar, in dat geduld en in dat vertrouwen, ontstaat onderwijs dat leerlingen serieus neemt — niet als onbeschreven bladen, maar als burgers in wording.”

Meer info: pahistoria.nl

Het werkboek is gratis te bestellen via pahistoria@yahoo.com

Joes Kuijs

(H)erkennen, bespreekbaar maken en melden van stagediscriminatie

Een opmerking over je huidskleur, minder of andere taken krijgen bij je stage in de kinderopvang dan de vrouwelijke stagiairs, of niet worden aangenomen voor een stageplek bij een lokaal bedrijf omdat je geen streekachternaam hebt. Stagediscriminatie komt voor in veel verschillende vormen en is sector- en opleiding specifiek. Daarom is er geen algemene aanpak die voor alle scholen en opleidingen werkt. Onderzoeker Iris Andriessen stelde met haar team een professionaliseringspakket samen, dat docententeams ondersteunt bij het herkennen, erkennen en bespreekbaar maken van stagediscriminatie.

“Je eerste ervaring met de arbeidsmarkt moet positief zijn, een die vertrouwen geeft voor de toekomst. Stagediscriminatie is iets wat al het vertrouwen kan wegnemen en enorme gevolgen heeft. Het kan leiden tot schooluitval, studievertraging of gevoelens van eenzaamheid”, aldus Iris Andriessen. Zij is Lector Samenlevingspedagogiek bij de Fontys Hogeschool. In 2007 werd haar interesse gewekt rond het thema discriminatie. Na jarenlang onderzoek naar vormen van discriminatie op de arbeidsmarkt, specialiseerde zij zich in stagediscriminatie. Vanuit het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs (voorheen NRO) ontvingen zij en haar team financiering voor een onderzoeksproject dat gaat over stagediscriminatie binnen het mbo.

Professionalisering rond stagediscriminatie

Aan het onderzoek namen drie regionale opleidingscentra (ROC) deel: ROC Nijmegen, Summa

en Vista. Meer dan tien opleidingen werden in het onderzoek opgenomen en alle opleidingsniveaus. Met de deelnemende docenten, hun leidinggevenden en studenten werden een vragenlijst en verdiepende interviews afgenomen. Vervolgens ging een kleiner groepje aan de slag met de design thinking methode, waarmee verschillende interventies en tools werden ontworpen voor de deelnemende scholen.

De inspanningen vanuit de drie ROC’s hebben geleid tot de ontwikkeling van een professionaliseringspakket. Iris: “Als je als school besluit dat je aan de slag wilt met stagediscriminatie, dan is de eerste stap om te onderzoeken wat er speelt bij jou op school. Daarom zit er in het pakket een vragenlijst voor zowel studenten als docenten. Bij de deelnemende ROC’s hebben we acht bijeenkomsten ingepland van ongeveer twee uur, verspreid over een studiejaar en die werden geleid door mensen uit ons onderzoeksteam. Aan deze bijeenkomsten namen docenten, mensen

Scan de QR-code en ontdek de kijkwijzer : een praktisch hulpmiddel voor mbo-scholen om discriminatie te herkennen, bespreekbaar te maken en effectief aan te pakken.

uit het management en studenten deel. Als scholen dit zelf willen organiseren, dan kunnen zij de Powerpoints en kennisclips gebruiken die in het professionaliseringspakket zitten.”

Stagekaarten: welke taken en werkzaamheden horen bij de stage?

De eerste interventies zijn ondertussen ontworpen door de deelnemende scholen. Zo maakte ROC Nijmegen voor niveau 2 Dienstverlening zogenaamde ‘stagekaarten’. Als studenten stage gaan lopen bij een verpleeghuis of verzorgingstehuis, dan kunnen ze op deze stagekaart zien welke taken er allemaal bij de stage horen. Maar ook wat ze wettelijk gezien niet mogen doen, zoals het toedienen van medicatie en medicinale crème. Dit helpt bij het voorkomen van discriminatie op opleidingsniveau.

Gesprekstechnieken oefenen via rollenspellen

Bij Summa wordt lesgegeven over wat stagediscriminatie is en hoe je het bespreekbaar kunt maken. Docenten en studenten hebben deze lessen samen ontwikkeld. In de lessen zijn gesprekstechnieken opgenomen en studenten gaan vervolgens deze vaardigheid oefenen via rollenspellen. Door deze oefening, is de drempel om stagediscriminatie bespreekbaar te maken al direct een stuk lager.

In gesprek met de student

Maar wat doe je als docent, als je school nog geen professionalisering aanbiedt op dit thema, maar je wel een student krijgt die stagediscriminatie meldt?

Iris: “Als een student jou in vertrouwen neemt en (het gevoel van) stagediscriminatie meldt, reageer er dan met empathie op. Vragen die de discriminatie in twijfel trekken, moet je vermijden, want het brengt studenten in een lastige situatie. Laat de student vervolgens vertellen wat de ervaring inhield: wat werd precies gezegd? Vraag daarna wat wenselijk is voor de student. Wilt hij of zij dat jij het als docent/stagebegeleider bespreekbaar maakt bij het stagebedrijf, of juist niet? Ga ook na waar de angst zit bij de student. Vaak zijn studenten bang dat als ze stagediscriminatie aankaarten, dit kan zorgen voor studievertraging, conflict met het stagebedrijf, een slechte beoordeling of dat ze gelopen stage-uren kwijt zijn.”

Toch gebeurt het dat wanneer (een gevoel van) stagediscriminatie besproken is met het stagebedrijf, er niets mee wordt gedaan. Wat kun je dan als docent doen? Iris: “Je kunt de samenwerking met zo’n bedrijf opzeggen en een melding maken bij SBB. Daarnaast kun je ook nog melding maken bij het College voor de Rechten van de Mens of bij discriminatie.nl.”

Kortom: de rol van docenten en/of mentoren blijft cruciaal in het begeleiden van stages. Het professionaliseringspakket kan scholen hierin ondersteunen. De eerste ervaringen met het pakket zijn positief. Iris: “We kregen terug van docenten dat ze na de 8 bijeenkomsten meer vertrouwen hadden in zichzelf, maar ook in het team. Met die eerste resultaten zijn we erg blij!”

Wil jij als school in schooljaar 26-27 meedoen in de pilot voor het testen van het volledige professionaliseringspakket? Stuur dan een mail naar Iris: i.andriessen@fontys.nl

Scan de QR-code om het webinar terug te kijken waarin Iris Andriessen meer vertelt over stagediscriminatie. Je vindt hier ook de link naar het professionaliseringspakket.

Iris Andriessen

burgerschap MBO

Nieuwe doorlopende leerlijn.

WHY burgerschap mbo neemt studenten serieus. De basiskennis en -vaardigheden zijn volledig afgestemd op de nieuwe kwalificatie-eisen. Filosofische en ethische vragen en opdrachten leren studenten verder te kijken dan droge feiten. De onderwerpen zijn herkenbaar, actueel en gekoppeld aan het dagelijks leven en de beroepspraktijk.

niveau 3/4

Uniek basisjaar speciaal voor niveau 1.

Vier thema’s over actuele maatschappelijke onderwerpen die studenten uitdagen.

STAP NU OVER!

€22,95 basisjaar entree

€29,95 basisjaar niveau 2 en 3/4 per student all in!

Klaar voor de nieuwe kwalificatieeisen voor burgerschap.

Elke les een mbo-student in de spotlights

Flexibel door zelf samenstellen en aanvullen van lesmateriaal.

Inclusief digitale portfoliotool

Gemaakt door mbo-docenten burgerschap.

inclusief digitale mywhy-omgeving waarom why?

niveau 2

Vier thema’s met basiskennis en -vaardigheden, gericht op de beroepspraktijk.

‘Met name jullie manier van werken en de inhoudelijke benadering van het vak Burgerschap spreken ons erg aan.’

Ricardo - Talland College

Beroepen van de toekomst: je toekomst verbeeld

Hoe ziet de wereld er in 2050 uit en wat vind jij belangrijk voor die wereld?

Wie wil jij zijn, wat wil jij betekenen, wat is je rol? Deze vragen staan centraal in het nieuwe programma van Museon-Omniversum ‘Je toekomst verbeeld’.

Loopbaan & Burgerschap en Museon Foto’s: Bart van Vliet

In dit LOB-programma krijgen leerlingen niet alleen een inkijkje in de stad van de toekomst, maar gaan ze ook zelf bedenken hoe toekomst er uit moet zien. In 2024 is Museon-Omniversum samen met de Gemeente Den Haag begonnen met het ontwikkelen van een doorlopende leerlijn voor loopbaanoriëntatie. Het uitgangspunt is leerlingen van het po en vo en studenten van het mbo laten nadenken over hun eigen toekomst en welke rol zij daarin willen spelen.

Vorig jaar is als eerste in deze lijn het vo-programma Je toekomst verbeeld ontwikkeld met behulp van docenten en scholieren uit Den Haag en omgeving. Het programma bestaat uit: een film in de Dome, een opdracht in het museum en een verwerkingsopdracht waarbij de leerlingen met elkaar aan de slag gaan. Het programma richt zich op leerlingen die nog een profiel-/sectorkeuze moeten maken en op een andere manier, buiten school, tijd krijgen om na te denken over wat zij belangrijk vinden en hoe dat zich vertaalt naar hun eigen toekomst en werkomgeving.

Nadat leerlingen inspiratie op hebben gedaan met de film Cities of the Future, gaan ze met een toekomstpaspoort in het museum uitzoeken welk toekomst-

type zij zijn. Op basis van dat toekomsttype moeten ze in groepjes aan de slag om een stad te bouwen waarbij elke leerling na het vormgeven van de eigen omgeving aan de slag gaat met de uitdagingen die passen bij leven en werken in een stad van de toekomst.

Ook voor mbo

Dit kalenderjaar wordt ook het programma voor het mbo ontwikkeld. Daarbij wordt nauw samengewerkt met docenten, studenten en het bedrijfsleven. Het uitgangspunt van het programma is dat studenten een inkijkje krijgen in de toekomst van de sector waar hun studie toe behoort, welke stappen er nog gezet moeten worden en welke rol de studenten daarin kunnen spelen. Verwacht wordt dat dit programma volgend kalenderjaar in het aanbod zit.

Wil je meedenken over het mbo-programma?

Neem dan contact op via educatie@museon-omniversum.nl

Nieuwkomers van Koning Willem I College ervaren democratie van dichtbij

In de Statenzaal leren dat je een stem hebt

Voor de mbo-studenten uit de klassen van docent Hajar Boutaieb van het Koning Willem I College in Den Bosch is het een bijzondere dag. Ze schuiven niet aan in een klaslokaal, maar in de imposante Statenzaal van het Provinciehuis. De stoelen zitten comfortabel. Dat moet ook wel: Provinciale Statenleden zitten hier soms tot diep in de nacht te vergaderen, horen ze niet veel later van Burgerlid van Provinciale Staten Noah Brok (24).

Tekst: Esmee Weerden Beeld: Erik Winkelman Fotografie

De mbo­studenten zijn hier vandaag met een heel ander doel. Ze spelen het Provinciespel van ProDemos, onder leiding van gastdocent Daphne Paris. Geen theorie uit een boek, maar zelf ervaren hoe besluitvorming werkt. ProDemos wil jongeren niet alleen informeren, maar ook activeren. “We willen laten zien dat politiek altijd met hun leven te maken heeft”, zegt Daphne. “Het gaat erom dat ze leren wat er mogelijk is en dat ze begrijpen dat hun stem telt.” Ook ontdekken ze dat de besluiten die hier worden genomen niet losstaan van hun dagelijkse leven. In deze zaal zitten Statenleden die namens de inwoners van de provincie ­ en dus ook namens deze studenten ­ besluiten nemen ove onderwerpen die direct of indirect invloed hebben op hun dagelijks leven.

Een andere leeromgeving

Voor docent Hajar Boutaieb is dat de reden waarom ze met haar klassen in het Provinciehuis van Den Bosch is. “Op school blijft burgerschap een begrip”, zegt ze. “Hier krijgen woorden een plek. Studenten zien waar vergaderd wordt, waar beslissingen worden genomen en hoe dat gaat.”

Hajar geeft les in burgerschap en begeleidt studenten die onderwijs combineren met inburgering. Ze ervaart dagelijks hoe groot de stap is die deze jongeren zetten. “Veel van hen komen uit landen waar actief meebeslissen of je mening uitspreken geen vanzelfsprekend onderdeel is van de samenleving. Het idee dat je je mening mag delen, en dat daar ook naar geluisterd wordt, is voor sommigen echt nieuw.”

Daarom gelooft ze sterk in leren buiten het klaslokaal.

“Als je iets alleen uitlegt, blijft het vaak abstract. Maar als studenten het zien en meemaken, blijft het beter hangen. De volgende keer dat ik in de klas praat over een voorzitter of over debatteren, weten ze meteen waar het over gaat. Ze hebben het hier zelf gedaan.”

“Jullie zijn vandaag de baas”

De studenten nemen plaats aan de grote vergadertafels. De microfoons staan klaar. Gastdocent Daphne van ProDemos trapt het Provinciespel af. De nieuwsgierigheid is zichtbaar, net als de spanning.

“Het belangrijkste vandaag”, zegt Daphne rustig, “is dat jullie mogen zeggen wat jullie vinden en wat jullie belangrijk vinden. Jullie zijn vandaag de baas.”

Er wordt gelachen, maar ook even vlug naar elkaar gekeken. Het idee dat je hier, in deze zaal, het woord mag voeren, vraagt om gewenning. Daphne neemt daar bewust de tijd voor. Ze praat rustig, herhaalt uitleg waar nodig en moedigt studenten aan om hulpmiddelen te gebruiken. De vertaalapp mag erbij. Alles om ervoor te zorgen dat iedereen mee kan doen.

Het inzicht dat keuzes altijd consequenties hebben, wordt zichtbaar begrepen

Politiek dichtbij

In groepjes bedenken de studenten wat zij belangrijk vinden voor de provincie Noord­Brabant. Al snel komen thema’s op tafel die dicht bij hun eigen leven liggen: nachtbussen, betaalde stageplekken, veiligheid en wonen.

“Overdag is de bus goedkoper dan ’s nachts”, zegt een student. “Dat voelt niet eerlijk. En het is ook niet veilig als ze niet rijden.” Een ander groepje bespreekt stageplekken. “Ik werk zestien uur per week”, vertelt een student. “Waarom zou dat gratis moeten zijn?”

De studenten moeten ook een partijnaam en slogan bedenken. Dat blijkt minstens zo uitdagend. Zinnen worden hardop geoefend, woorden opgezocht. “Wij gaan voor het juiste”, kiest een groepje uiteindelijk. Een ander zegt: “Wij willen uw leven beter maken.” Daphne knikt. “Dat zijn mooie uitgangspunten.”

Wanneer de groepjes hun plannen presenteren, ontstaat vanzelf een vaste vorm. “Dank u wel, voorzitter”, zeggen studenten beleefd voordat ze beginnen. Een formaliteit die hoort bij echte Statenvergaderingen en die ze verrassend snel eigen maken.

Kiezen betekent afwegen

In het tweede deel van het spel mogen de studenten blokken met voorzieningen kiezen die zij een plek geven op de kaart van de provincie, zoals een buslijn, een fabriek of natuur.

Hlib kiest voor een bos. “Dat is belangrijk voor zuurstof”, legt hij uit. Er wordt kort doorgevraagd: waar komt het bos en wat betekent dat voor andere keuzes? Bij de stemming blijkt de steun net onvoldoende. Met acht van de zeventien stemmen gaat het voorstel niet door.

“Dat is soms lastig”, zegt Daphne. “Maar het laat wel zien hoe besluitvorming werkt. Je kunt niet alles tegelijk doen.” Het inzicht dat keuzes altijd consequenties hebben, wordt zichtbaar begrepen.

In gesprek met de provincie

Na de pauze schuift Burgerlid Noah Brok aan. Hij vertelt over zijn werk in de Provinciale Staten en over de onderwerpen waar zij zich mee bezighouden: woningbouw, openbaar vervoer, energie en veiligheid.

“Politiek lijkt soms ingewikkeld”, zegt hij, “maar eigenlijk is het heel praktisch. Je hebt een bepaald bedrag en daar moet je keuzes mee maken. Net als boodschappen doen.”

De studenten stellen vragen. Over het woningtekort, over veiligheid op straat, over verlichting op fietspaden en over waarom de nachtbus regelmatig te laat komt. Noah antwoordt geduldig en in begrijpelijke taal. Hij legt uit dat geld en prioriteiten een rol spelen en dat ze altijd afwegingen moeten maken.

Student Romina luistert aandachtig. Na afloop zegt ze: “Ik had veel vragen in mijn hoofd. Vandaag heb ik ze kunnen stellen.” Ze glimlacht. “Dat voelt goed.”

Kansen krijgen en pakken

Volgens Hajar zit daar de kracht van deze dag. “Je ziet studenten groeien. In het begin zijn ze voorzichtig. Maar als je ze vertrouwen geeft, durven ze steeds meer. Soms zijn juist de stille studenten degenen met de sterkste ideeën. Nieuwkomers zijn enorm

gedreven. Ze willen leren, meedoen en verder komen. Ze weten dat ze kansen krijgen en pakken die ook.”

Zelf put Hajar ook uit haar eigen achtergrond. Ze is geboren en getogen in Den Bosch, met ouders die ooit naar Nederland kwamen. “Ik weet hoe het is om te leren navigeren in een nieuwe maatschappij. Dat helpt mij om studenten te begeleiden. Alles is mogelijk, maar je moet wel weten hoe het systeem werkt.”

Een begin dat blijft hangen

Aan het eind van de middag ruimen de studenten hun papieren op. Er zijn foto’s gemaakt, vragen gesteld en beslissingen genomen. Politiek is nog steeds complex, maar voelt minder ver weg dan aan het begin van de middag. “Het was anders dan ik verwachtte”, zegt Romina. “Maar ik vond het heel leerzaam.”

Voor Hajar is dat waar ze op hoopte. “Je weet nooit wat studenten meenemen uit zo’n dag. Maar als ze later denken: dit herken ik, hier heb ik iets over geleerd, dan is deze dag geslaagd.”

Het Provinciespel maakt deel uit van een breder geheel aan educatieve activiteiten van ProDemos, Huis voor democratie en rechtsstaat. Hun educatieve visie: jongeren leren de spelregels van de democratie en rechtsstaat het beste door ze zelf te ervaren. Door actief te ontdekken wat hun rechten zijn en hoe besluitvorming werkt, krijgen ze inzicht in hoe ze later zelf invloed kunnen uitoefenen.

ProDemos biedt het Provinciespel kosteloos aan voor alle leerjaren van mbo entree t/m 4. Meld je samen met je hele klas aan via: prodemos.nl/provinciespel

De belastingaangifte komt er weer aan

Via belastingles.nl help je je studenten op weg

De belastingaangifte staat voor de deur. Vanaf 1 maart mag Nederland aangifte inkomstenbelasting doen over 2025. Veel studenten hebben een bijbaan, vakantiebaan of stage, maar doen geen aangifte. Wist je dat de meeste studenten geld terug kunnen krijgen van de Belastingdienst? Het lesmateriaal ‘Laat geen geld liggen’ kan hierbij helpen.

Om het geld terug te krijgen, moeten studenten wel aangifte doen. In het lesmateriaal ‘Laat geen geld liggen’ van de Belastingdienst wordt uitgelegd waarom we belasting betalen, waar het geld voor gebruikt wordt, en hoe je zelf aangifte kunt doen. Het lesmateriaal is te vinden via belastingles.nl en is te gebruiken voor in het mbo.

Aangifte doen loont

Veel studenten weten niet dat ze belastingaangifte kunnen doen, bijvoorbeeld omdat ze denken dat je 18 jaar of ouder moet zijn om aangifte te kunnen doen. En dat klopt niet. Zodra je werkt, kan je aangifte doen. Voor studenten met een bijbaan of stage kan het zelfs lonen om aangifte te doen. De kans is namelijk aanwezig dat er te veel belasting is betaald en door aangifte te doen, krijgen ze het geld terug.

Bij studenten is in de meeste gevallen de aangifte zo gedaan: inloggen, gegevens checken die vooraf ingevuld staan, én de aangifte versturen. Nog voordat ze de aangifte versturen, zien ze in de aangifte app of in Mijn Belastingdienst óf en hoeveel ze terugkrijgen. In sommige gevallen moeten ze bijbetalen. Dit komt gelukkig minder vaak voor.

Voor de klas

Stoom jij je studenten klaar voor de belastingaangifte? Met het lesmateriaal ‘Laat geen geld liggen’ maken studenten kennis met de Belastingdienst, waarom we aangifte doen, én hoe je aangifte doet. Het materiaal bestaat onder meer uit een quiz, een filmpje en 3 casussen om te oefenen met het aangifteprogramma. Het lesmateriaal is zo ontwikkeld dat iedere docent er mee aan de slag kan. Als je belastingles.nl opent, kom je meteen in het lesmateriaal. Achter de button voor docenten staan een handleiding en een handige begrippenlijst.

Gastlessen tijdens de Week van het geld

Liever dat een gastdocent van de Belastingdienst voor de klas komt staan? Dat kan! Tijdens (en rondom!) de Week van het geld kunnen gastlessen geboekt worden. Dit jaar start de Week van het geld op 23 maart. Vraag dus snel een gastles aan.

Op de websites weekvanhetgeld.nl/gastles of geldlessen.nl/lesmateriaal/laat-geen-geld-liggen/ vind je informatie over het aanvragen van een gastles. Vragen? Neem contact op met de Belastingdienst via gastlessen@belastingdienst.nl

Generatie Z in de klas Duidelijkheid, vrijheid en verbinding

Wie met jongeren werkt, hoort het overal: ‘deze generatie is anders’. Ze lijken moeilijk te motiveren, stellen eindeloos veel vragen en accepteren niet zomaar dat iets ‘nu eenmaal zo is’. Maar wat zegt dat eigenlijk over generatie Z – en vooral: wat betekent het voor docenten? Pedagoog en generatie-expert Janneke ter Bille deelt haar inzichten uit de praktijk.

Tekst: Wiesette Haverkamp

“Afhankelijk van welke bron je leest, begint generatie Z ergens rond 1995”, vertelt Janneke. “Ze zijn opgegroeid met internet, smartphones en sociale media. De jongsten zitten nu in klas 2 of 3 van het voortgezet onderwijs, de oudste zijn twintigers. Deze generatie kent geen wereld zonder technologie – online en offline zijn voor hen volledig met elkaar verweven.”

Dat heeft invloed op hun manier van leren én communiceren. “Ze staan altijd ‘aan’. De wereld is groot, maar via hun telefoon direct bereikbaar. Dat maakt ze vindingrijk, creatief en nieuwsgierig. Tegelijkertijd zie je dat de mentale druk toeneemt. Ze voelen een constante prikkelstroom en dat eist zijn tol.”

Een belangrijk verschil met eerdere generaties zit in de opvoeding, zegt Janneke. “De babyboomers groeiden op in een vrij autoritaire opvoedstijl: ‘Je doet wat ik zeg, punt.’ In de generaties daarna werd het steeds losser. Ouders wilden hun kinderen meer betrekken bij beslissingen, en met de komst van de zogenoemde curling- en pamperouders werd geluk belangrijker dan gehoorzaamheid.”

Dat had ook invloed op scholen. “Docenten zijn meegegaan in die verschuiving. Velen willen graag aardig gevonden worden of vermijden conflicten.

Dat is begrijpelijk, want niemand wil klachten of boze ouders. Maar als je te veel in die conflictvermijding blijft hangen, verlies je gezag. En daarmee ook de verbinding met je studenten.”

Waarom, waarom, waarom

Het beeld van ‘lastige studenten’ komt volgens Janneke vooral voort uit misverstanden. “Generatie Z zegt niet zomaar ‘ja en amen’. Ze willen weten waarom iets moet. Als jij niet uitlegt waarom een opdracht of les belangrijk is, ben je ze kwijt. Ze zijn gewend om eerst het resultaat te zien, en daarna pas de stappen ernaartoe – net als in de filmpjes op social media. Dus leg uit: dit is wat we gaan doen, dit is het resultaat en dáárom is het relevant.”

Ze benadrukt dat dit niet betekent dat die jongeren geen grenzen willen. “Ze hebben juist behoefte aan duidelijkheid. Ze willen weten waar ze aan toe zijn. Alleen: ze accepteren gezag niet meer vanzelf-

Foto Jorieke Philippi
Janneke ter Bille

sprekend. Respect moet je verdienen. Als docent krijg je dat niet door streng te zijn, maar door consequent, eerlijk en voorspelbaar te handelen.”

Janneke maakt onderscheid tussen streng en duidelijk. “Streng voelt voor studenten als macht. Duidelijkheid is iets anders: dat gaat over grenzen stellen. Tot hier en niet verder. En als je eroverheen gaat, dan volgt een consequentie. Dat is niet hard of autoritair – het is betrouwbaar. Strengheid roept weerstand op. Duidelijkheid geeft veiligheid.”

Van manager naar begeleider

Onderwijsinstellingen managen teveel volgens Janneke. “We nemen jongeren teveel werk uit handen. Alles staat al in een systeem, toetsen zijn gepland, cijfers berekend. En dan zeggen wíj: ze nemen geen eigenaarschap! Maar hoe kunnen ze dat ook leren als we alles voor ze regelen? Laat ze plannen, fouten maken, verantwoordelijkheid nemen. Daardoor groeien ze. Een manager lost problemen op. Een begeleider helpt de ander zelf oplossingen te vinden.”

veel docenten willen graag aardig gevonden worden of vermijden conflicten

Wat betekent dit in de praktijk? “Begin met de relatie”, zegt Janneke stellig. “Relatie, competentie en autonomie zijn de basis van motivatie. Sta bij de deur, maak oogcontact, zeg goedemorgen. Dat zijn kleine dingen die er enorm toedoen. Als studenten zich

gezien voelen, is de kans dat ze meebewegen veel groter.” Ook pleit ze voor reflectie bij docenten. “Vraag jezelf af: waarom koos ik voor dit vak? Wat wil ik jongeren leren, wat is mijn eigen ‘unique selling point?’ Voor de een is dat humor, voor de ander rust of structuur, waarmee ze studenten bereiken. Dat maakt je menselijk en herkenbaar. Je hoeft geen vriend van je studenten te zijn: het is een docentstudentrelatie. Maar oprechte aandacht is wel nodig.”

Grenzen stellen hoort daar nadrukkelijk bij. “Als studenten weten dat jij doet wat je zegt, dan weten ze waar ze aan toe zijn.” Volgens Janneke hebben jongeren die voorspelbaarheid nodig ook al verzetten ze zich er soms tegen. “Ze willen vrijheid, maar hebben structuur nodig. Dat lijkt tegenstrijdig, maar het gaat hand in hand. Binnen duidelijke kaders kunnen ze autonomie ervaren. En dat is precies waar ze naar verlangen.”

Van ‘moeilijk’ naar ‘mogelijk’

Generatie Z vraagt om een andere houding, maar niet om een compleet nieuw onderwijssysteem, vindt Janneke. “We hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden. Het begint met nieuwsgierigheid. Kijk verder dan het gedrag: wat zit erachter? Een student die brutaal doet, zegt misschien eigenlijk: ‘Zie mij, hoor mij, geef mij richting’.”

Janneke besluit: “We kunnen veel leren van deze generatie. Ze zijn ondernemend, creatief en denken in mogelijkheden. Ze dagen ons uit om eerlijker, duidelijker en menselijker te zijn. En als we dat doen, dan zie je iets moois gebeuren: studenten die niet tegen je werken, maar mét je. Dat is de kracht van echte verbinding.”

Week van het geld 2026

Financiële sector geeft gratis gastlessen in de klas

Wil je geldzaken bespreekbaar maken onder je studenten? Dan is de Week van het geld, georganiseerd door Wijzer in geldzaken, de kans om dit op een luchtige en praktische manier te doen. Dit jaar met het thema ‘Geldsprookjes: te mooi om waar te zijn?’.

Het thema helpt jongeren om kritisch na te denken over alles dat ze zien en horen als het gaat om geldzaken. Ze worden namelijk regelmatig geconfronteerd met onjuiste of onrealistische ideeën over geld. Denk aan het luxeleven van influencers op social media, misleidende reclames én het idee dat geld ‘makkelijk’ of ‘snel’ te verdienen is. Deze sprookjes kunnen leiden tot onverstandige of risicovolle geldkeuzes.

Deze gastlessen kun je aanvragen

• Nu voor later

• 18+? Verzekeren dus!

• Laat geen geld liggen

• Blij dat je betaald hebt

• Handelen in crypto’s of beleggen

• Hoe word ik rijk?

• Slapend rijk, wakker worden!

weekvanhetgeld.nl/mbo/gastles

weekvanhetgeld.nl

TE MOOI OM WAAR TE ZIJN?

Onderwijsinstellingen kunnen eenvoudig meedoen aan de Week van het geld door een gratis themapakket of gastles aan te vragen. Met de kant-en-klare lessen uit de themapakketten kunnen docenten zelf een geldles verzorgen. Daarnaast is het mogelijk een gastles aan te vragen. Financieel experts van bijvoorbeeld banken, verzekeraars, pensioenfondsen en het ministerie van Financiën komen dan een gastles geven in de klas.

Gastlessen Week van het geld

De Pensioenfederatie en de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) werken mee aan de Week van het geld door gastlessen te verzorgen. Margot van der Veldt, communicatieadviseur bij de Pensioenfederatie, vertelt meer over de gastles Nu voor later en Sasja van der Knoop, beleidsadviseur financiële educatie van de NVB, legt uit wat de gastles Blij dat je betaald hebt inhoudt.

Gastles: Nu voor later

“We richten onze financiële educatie rondom pensioen bewust op mbo-studenten, omdat zij sneller dan anderen de arbeidsmarkt opgaan”, zegt Margot van der Veldt “Het is belangrijk dat vroegtijdig het zaadje wordt geplant: pensioen, daar moet ik iets mee.”

De gastles Nu voor later gaat niet alleen over de verre toekomst, maar ook over het nu. Studenten kijken bijvoorbeeld in de gastles naar hun eigen loonstrookje en ontdekken wat er wel – en soms ook niet – automatisch geregeld is. “Negen van de tien studenten kijken nooit echt naar hun loonstrook”, zegt Van der Veldt. “Tijdens de les zien ze of ze pensioen opbouwen, of niet, en wat dat betekent.”

De gastles sluit aan bij het thema Geldsprookjes, omdat de les zich richt op de onjuiste aanname dat je financiële verantwoordelijkheden kunt blijven uitstellen. “Een veelgehoorde gedachte is: dat komt later wel”, aldus Van der Veldt. “Onze boodschap is juist: wacht niet te lang. Maak vroegtijdig bewuste keuzes, zodat je weet wat je later kunt verwachten. Zelfs als je ervoor kiest om geen pensioen op te bouwen, prima – maar dan wel omdat je weet wat je doet.”

De gastles duurt één uur en is interactief, met quizvragen en groepsopdrachten. Jaarlijks bereikt de Pensioenfederatie hiermee zo’n 2.500 mbo-studenten. “We merken dat er na afloop vaak nog vragen komen.

Dan weet je: het onderwerp is blijven hangen.”

Margot van der Velde

Sasja van der Knoop

Gastles: Blij dat je betaald hebt “Banken maken zich sterk voor financiële educatie”, zegt Sasja van der Knoop. “De financiële sector ontwikkelt zich enorm snel. Door digitalisering kunnen sommige mensen niet meekomen. Daarom vinden we het belangrijk om jongeren voor te bereiden op financiële verantwoordelijkheid.”

De mbo-gastles is gebouwd rond de film Blij dat je betaald hebt (gemaakt door jongeren, voor jongeren) en een digitale quiz. De les gaat over fast money, sociale druk en de veerkracht die jongeren nodig hebben om overeind te blijven. In de film volgt de klas het hoofdpersonage Kai, bij wie het misgaat na een reeks onverstandige geldkeuzes. Door fear of missing out en het ‘you only live once’-idee koopt hij herhaaldelijk spullen via achteraf betalen. De schulden die daardoor ontstaan, maken hem kwetsbaar voor geldcriminaliteit: hij laat zich gebruiken als geldezel. “Je lijkt zo snel geld te kunnen verdienen, maar dat is een geldsprookje”, zegt Van der Knoop. “Als iets te mooi lijkt om waar te zijn, is dat vaak ook zo. En in dit geval is het bovendien strafbaar.”

Na elk filmfragment volgen vragen die het gesprek in de klas op gang brengen. Er zijn ook praatkaarten en een lesbrief voor een vervolgles, over waar je terechtkunt voor hulp bij geldproblemen. De gastles is gratis aan te vragen, net als het materiaal om de les zelf te geven.

23 t/m 27 maart 2026

Gastles of themapakket aanvragen?

Doe ook mee met de Week van het geld en vraag voor jouw klas een gratis gastles of themapakket aan. Ga naar weekvanhetgeld.nl/mbo of scan de QR-code en vraag direct aan!

AI in de klas: sneller, verder of anders naar een bestemming

Is kunstmatige intelligentie een bedreiging of een aanleiding om opnieuw te bepalen waar onderwijs eigenlijk voor is? Onderwijskundige, schrijver en leraar Barend Last staat niet argwanend, maar nieuwsgierig tegenover AI. Niet omdat hij blind gelooft in technologie, maar omdat AI volgens hem een vergrootglas legt op een vraag in het onderwijs die we voor ons uitschuiven: waartoe zijn wij hier op aarde, wat verstaan we onder goed onderwijs?

Barend kent het onderwijs van binnenuit. Hij begon als leerkracht in het primair onderwijs, werkte als schoolleider en onderwijskundige en docent aan de universiteit, schreef meerdere boeken over onderwijs en technologie en staat inmiddels weer één dag per week voor groep 3.

Volgens hem neemt de kloof tussen docenten die dagelijks met AI werken en collega’s die het mijden, toe. Dat baart Barend zorgen: “AI is overal aanwezig, maar het gesprek erover wordt vaak eenzijdig gevoerd. In Nederland overheerst in de media een sfeer van voorzichtigheid, soms zelfs ‘pessimistische verlamming’: een term die digitaal antropologe Payal Arora gebruikt. Daarbij ligt een focus op risico’s, waarschuwingen en verboden, waardoor experiment en verwondering verdwijnen. Digitale geletterdheid gaat bij ons vooral over ‘pas op’.”

Digitale geletterdheid gaat bij ons vooral over ‘pas op’

Barend vindt het bovendien opvallend dat iedereen verbaasd is over de vermeende daling van leesvaardigheden: “Maar over achterblijvende digitale geletterdheid maakt iedereen zich minder druk. Terwijl juist dat steeds bepalender wordt in hoe studenten leren, werken en meedoen.”

Hij ontkent de risico’s van AI niet, maar pleit voor een andere volgorde: eerst verwondering, dan reflectie. “Denk aan een kind dat samen met een chatbot een verhaal bedenkt. Dat kind denkt niet aan bias of

Tekst: Wiesette Haverkamp

dataveiligheid, maar aan het plezier van samen creëren. Dáár ligt het vertrekpunt. Alleen oog hebben voor de schaduwkant is jongeren tekortdoen. Voor veel studenten is technologie óók verbinding, wereldvergroting en vaardigheidsontwikkeling. Wie AI meteen als zondebok neerzet, mist het onderliggende probleem. De kernvraag is niet ‘wat kan AI?’ maar ‘wat is goed onderwijs?’.” Onderwijs heeft als opdracht om kinderen en jongeren op te leiden tot mensen die zich kunnen redden in de samenleving, die zich kunnen ontplooien en zich leren verhouden tot anderen. “Maar de samenleving verandert steeds, dus de basis verandert mee.” Herijken vindt hij een noodzakelijke reflex. Kijk naar wetgeving, de samenleving en wat studenten nodig hebben. AI heeft impact op samenleving én onderwijs, dus je kunt het niet wegdenken. “Dus vind ik het onethisch om kinderen en jongeren níét voor te bereiden op een wereld waarin AI al overal is. Daarom de vraag ‘wat is goed onderwijs, en hoe past AI daar binnen?’.”

AI ziet hij niet als los thema: “We hebben meer talige vaardigheden nodig, omdat we in taal – gesproken en geschreven – in gesprek gaan met systemen. We hebben wiskundige vaardigheden nodig om te snappen dat AI niet ‘magisch’ is, maar gebouwd op modellen en waarschijnlijkheden. We hebben burgerschap nodig, omdat AI heel concrete maatschappelijke dilemma’s versnelt: denk aan het genereren en verspreiden van naaktbeelden. En we hebben digitale vaardigheden nodig om kritisch bewust en constructief nieuwsgierig met AI om te gaan. Tegelijk waarschuwt Barend dat technologie het zicht kan ontnemen op diepere problemen in het onderwijs: “Toetsing die al jaren onder druk staat. Motivatie die structureel wordt ondermijnd. Vroege selectie en systemen waarin jongeren vooral leren voor cijfers. AI heeft die problemen niet veroorzaakt, maar maakt ze wel zichtbaar.”

Het gaat om veranderen zonder de essentie te verliezen. Hij vergelijkt: “Videotheken bestaan niet meer, maar we kijken nog steeds films. De essentie blijft bestaan, de route ernaartoe verandert. Zo zie ik onderwijs ook: leren blijft, maar bepaalde vormen sterven af en het nieuwe moet nog vorm krijgen. Dat maakt mensen angstig – zeker in een tijd waarin AI razendsnel ‘meegeleverd’ wordt.” En dat ‘meegeleverd worden’ is belangrijk, zegt hij. “We hebben AI niet voor alles nodig. Maar als je iets googelt, krijg je steeds vaker automatisch een AI-antwoord. De technologie wordt je opgedrongen, of je erom vraagt of niet. Dat dwingt onderwijsinstellingen positie te kiezen: negeren kan niet, verbieden is zelden houdbaar. Dan rest de vraag: wat doen we met dit instrument, zónder onze pedagogische kern te verliezen?”

ik vind het onethisch om kinderen níét voor te bereiden op een wereld waarin

AI al overal is

Pedagogische waarde als kern

Voor Barend staat die pedagogische waarde op één. “Onderwijsinstellingen zijn ontmoetingsplaatsen waarin iets kan ontstaan dat je niet volledig vooraf kunt plannen.” Precies dat schuurt volgens hem met hoe onderwijs vaak is ingericht: te veel methodes, te veel protocol en dus te schraal. “Er ontstaat weinig ruimte om perspectieven te bespreken of om betekenis te maken van wat er gebeurt. Terwijl juist die momenten – een vraag uit de klas, een onverwachte wending, een discussie – onderwijs vormend maken.” Daarom gebruikt hij AI bij voorkeur niet als antwoordmachine, maar als aanleiding om beter onderwijs te organiseren. Zelf werkt bij in het basisonderwijs. De Napoleon-les is voor hem een voorbeeld. In plaats van alleen vertellen over Napoleon en daarna vragen maken, kun je met de klas vragen formuleren voor een digitale avatar van Napoleon. Die avatar antwoordt. “Daarna begint het pas: ‘Klopt wat het systeem zegt? Hoe weten we dat? En wie bepaalt eigenlijk wat “waar” is?’. Dan wordt AI een tool om de weg naar kennis en interactie anders in te richten – relevanter, aantrekkelijker en onderzoekender. >>

Barend benadrukt dat dit geen pleidooi is voor ‘AI overal’. Hij kiest kritisch bewust. “Het is belangrijk om af te wegen: kunnen we hier het beste AI gebruiken of is een andere didactische vorm beter? Soms is verkleden als Napoleon krachtiger dan een avatar. Soms maakt een digitale vorm juist iets mogelijk dat anders niet kan.”

Optimaliseren binnen het systeem

Barend is het fundamenteel oneens met hoe het onderwijs vaak is ingericht, maar hij is tegelijk realistisch: werkend in het huidige systeem moet je daarbinnen optimaliseren. Bij taal gebruikt hij een mix: boeken, wisbordjes, methodesoftware of YouTube-filmpjes. Soms maakt hij met AI een eenvoudige tool om letters te flitsen op het digibord. AI gebruikt hij ook bij lesvoorbereiding: feedback op zijn instructie, ideeën voor vragen, aandachtspunten. Bij rekenen en schrijven werkt hij ‘gewoon’ met pen en papier, maar ondersteunt hij waar nodig met digitale hulpmiddelen. Zo bouwde hij een appje om splitsen te visualiseren, omdat zijn leerlingen het zo beter begrepen.

Hij leest met de kinderen boeken, werkt met digitale prentenboeken en kan hij – als het past – iets animeren met AI. Zo schetsten zijn leerlingen nietbestaande dieren, die hij met AI omzette naar een kunstwerk. Daarna bespreekt hij het: creativiteit, keuzes, wat ‘echt’ is en wat niet. En er wordt ook gewoon geknutseld. “AI is één van de instrumenten, niet het doel.”

Ook in het mbo kun je natuurlijk mixen samenstellen.

Autonomie en motivatie

Een terugkerend punt bij Barend is autonome motivatie. Studenten die zelf kunnen kiezen –binnen kaders– maken andere keuzes dan jongeren die in een systeem zitten waar autonomie structureel wordt gefrustreerd. In een systeem zonder autonomie kiezen kinderen sneller de weg van de minste weerstand, zeker als alles draait om cijfers en afvinken.

Dan wordt AI al snel een snelle route naar ‘klaar’. “Etymologisch betekent onderwijs ‘de weg wijzen en ondersteuning bieden. Dat betekent: wel kaders, structuur en verwachtingen, maar ook ruimte om een eigen route te leren kiezen. Daar past AI bij, mits het in dienst staat van dat leerproces.”

Soms is verkleden als Napoleon krachtiger dan een avatar

Bij de inbedding van AI houdt Barend drie perspectieven naast elkaar: onderwijs met AI (AI als steiger en ondersteuning), onderwijs over AI (AI als onderwerp in het curriculum) en onderwijs verstoord door AI (AI die leren in de weg zit). Die laatste is reëel: een student die een fout AI-antwoord niet kan beoordelen, raakt de weg kwijt. “Daar zit nog een crux: hoe technologie zichzelf presenteert. ChatGPT en AIsamenvattingen zijn ontworpen om het makkelijk te maken. Die ‘makkelijkheid’ beïnvloedt gedrag. Motivatie en doel staan dus in wisselwerking met de techniek. Wie dat negeert, overschat de autonomie van de gebruiker en onderschat het ontwerp van de tool.”

Drie manieren om AI te gebruiken

Barend onderscheidt drie invalshoeken voor het gebruik van AI in onderwijs. Die vormen samen een praktisch én filosofisch kader.

• Sneller tot dezelfde bestemming. AI kan taken verlichten, zoals het schrijven van een e-mail, het voorbereiden van een les of het maken van een eerste samenvatting. “Zoals een e-bike je sneller ergens brengt.”

• Tijdwinst, zodat je iets anders kunt doen. Tijdwinst door AI kan ruimte geven om ergens anders mee bezig te gaan. We doen nu eenmaal veel routineuze, betekenisloze taken op een dag. Die kunt je prima delegeren.

• Verder komen dan voorheen mogelijk was. AI verrijkend gebruiken door dieper in iets duiken. Oftewel: met je e-bike naar nieuwe, nog nooit ontdekte bestemmingen reizen.

Voor wie nog aan het begin staat, heeft Barend een simpel advies: begin bij de chatbot zelf. “Zeg gewoon: ik heb geen idee wat ik met jou moet. Kun je me helpen? Help me eens om een goede vraag te formuleren.” In die wisselwerking ontstaat inzicht, niet door denken uit te besteden, maar door het te versterken.

BEGELEIDEN MET JE HOOFD, HART ÉN LIJF

Dat geldt misschien nergens zo sterk als in het mbo. Als mbo-professional begeleid je dagelijks jongeren die leren door te doen, door te ervaren en door zichzelf tegen te komen in hun opleiding, stage en leven. Begeleiding gaat niet alleen over praten of plannen maken, maar over aansluiten bij wat er werkelijk gebeurt. In gedrag, in gevoel en in je lijf.

Bij BiOND zien we begeleiden als een vak dat zich ontwikkelt in de praktijk. Door te oefenen, te reflecteren en soms door letterlijk in beweging te komen. Daarom zoeken we bewust naar vormen van begeleiding waarmee je net die extra stap kunt zetten. Wat doet spanning met een student?

Wat laat gedrag zien dat niet in woorden wordt uitgesproken? En hoe blijf je als professional stevig, up to date en aanwezig?

Die vragen komen terug in ons aanbod voor het mbo. Zo laat de training Body at Work zien hoe lichaamsbewustzijn kan helpen om gedrag beter te begrijpen en begeleiding effectiever te maken. Door ervaren en reflecteren ontdekken begeleiders hoe lijf en brein elkaar beïnvloeden, en wat dat vraagt in gesprekken met en begeleiding van studenten.

Ook tijdens het BiOND Congrestival krijgt ervaren een centrale plek. Interessante deelsessies over bijvoorbeeld boksen als werkvorm laten je onderzoeken wat beweging en grenzen leren aangeven kunnen betekenen voor emotieregulatie, weerbaarheid en contact.

BiOND verbindt begeleiders die hun vak serieus nemen. Professionals die weten dat goede begeleiding geen vast recept is, maar een voortdurend afstemmen op de student, de omgeving en jezelf. En precies daar, midden in de praktijk, ontstaat ruimte voor groei.

Goede begeleiding vraagt om voortdurende reflectie en ontwikkeling, niet los van de praktijk, maar er middenin

Onze vereniging biedt verbinding, vertegenwoordiging en scholing voor begeleiders in het vo en mbo. Samen werken we aan een stevig fundament waardoor zij met vertrouwen de begeleiding kunnen bieden die jouw leerlingen verdienen.

Lees meer op biond.nu

In gesprek over geld bij DNB

Hoe ga je met je studenten het gesprek aan over geld in een wereld vol verleidingen en onrealistische verwachtingen? De Nederlandsche Bank (DNB) kan hierbij helpen. Studenten zijn welkom in De Nieuwe Schatkamer om te leren over geld en economie. Ook is DNB partner van de Week van het geld. Van 18 tot en met 27 maart tussen 14.30 en 17.00 uur verzorgt de bank daarom allerlei activiteiten in De Nieuwe Schatkamer.

Wanneer je je studenten wilt onderwijzen over geld en de economie, ben je bij De Nieuwe Schatkamer van De Nederlandsche Bank aan het goede adres. Hier vinden regelmatig tentoonstellingen plaats en je kunt met je studenten meedoen aan rondleidingen. Ook online is veel studiemateriaal te vinden. Voor docenten zijn er lespakketten: handig als voorbereiding op een bezoek of om na afloop dieper in een onderwerp te duiken. Op de website vind je verder animaties en video’s waarmee studenten van alles te weten komen over geld en de economie. In deze filmpjes geven experts van De Nederlandsche Bank tekst en uitleg over onderwerpen zoals inflatie, betalen, duurzame welvaart, witwassen of hacken.

Geldsprookjes

Tijdens de Week van het geld, een initiatief van het platform Wijzer in geldzaken, gaan leerlingen en studenten overal in het land aan de slag met financiële educatie. Onder het motto ‘jong geleerd is oud gedaan’ wil het platform kinderen en jongeren voorbereiden op financiële redzaamheid in de toekomst. Dit jaar is het thema ‘Geldsprookjes:

te mooi om waar te zijn?’. De luxe-levens van influencers, reclames met ‘nu-of-nooit’-deals en verhalen over snel geld verdienen: jongeren komen er dagelijks mee in aanraking. Niet alles dat blinkt, is goud. Geldsprookjes zijn verleidelijke, maar vaak onjuiste of onrealistische ideeën over geld, die jongeren kunnen aanzetten tot onverstandige en soms zelfs risicovolle keuzes.

Ook DNB is onderdeel van dit initiatief. Alle activiteiten die de bank in De Nieuwe Schatkamer verzorgt, dragen bij aan de financiële educatie van jouw studenten. Vanaf de basisschool komt steeds meer bij kijken als het gaat om geld: online shoppen, Tikkies, sociale druk en mogelijk het eerste bijbaantje. Jongeren krijgen meer vrijheid, maar ook meer te maken met verleidingen. In de workshop ‘Hoe word je rijk?’ voor studenten op 24 maart praat Annelou van Noort met hen over de thema’s waar jongeren mee te maken hebben, en geeft ze handvatten om daar op een bewustere manier mee om te gaan.

Speciale inspiratiemiddag

Speciaal voor docenten verzorgt DNB op 25 maart een inspiratiemiddag met een programma vol kennis, inspiratie en netwerkmomenten. De bezoekers die zich hiervoor hebben aangemeld ontdekken samen met DNB hoe financiële kennis en vaardigheden niet alleen studenten, maar ook docenten sterker maken voor de toekomst. Zo geeft voormalig directeur van het Centraal Planbureau, prof. dr. Coen Teulings een prikkelend college en zijn er interactieve workshops. De middag wordt feestelijk afgesloten met een hapje en een drankje én de bekendmaking van de DNB Financiële Meester Award 2026.

Voor één klas is er op 18 maart de mogelijkheid om mee te doen met een debattraining: ‘Hoe denken jouw leerlingen over finfluencers?’. Tijdens deze training gaan de leerlingen aan de slag met debatteren en ontwikkelen ze vaardigheden als presentatie en argumentatie. Aan de hand van een aantal actieve debatwerkvormen voeren de jongeren het gesprek over verschillende financiële en geldgerelateerde onderwerpen. Aan het eind van de training weten de

leerlingen hoe ze voor de groep moeten staan, hoe ze een goed argument kunnen bedenken en hebben ze elkaars ideeën over geldgerelateerde zaken geleerd.

Ook kan een klas meedoen met het peer education programma MoneyWays. DNB maakt hiermee geld en geldproblemen bespreekbaar onder jongeren. Dit wordt gedaan met behulp van peer educators: jonge rolmodellen die met het delen van hun persoonlijke verhaal het gesprek openbreken met jongeren.

De Nieuwe Schatkamer

De financiële educatie van DNB is veel breder dan alleen de Week van het geld. Je kunt het hele jaar een bezoek brengen aan De Nieuwe Schatkamer Meer informatie hierover vind je op www.denieuweschatkamer.nl/educatie .

Meer informatie en aanmelden Benieuwd naar alle activiteiten rondom de Week van het geld? Scan de QR-code om alles te bekijken en je kosteloos aan te melden.

Cultuuronderwijs in het MBO: een slimme investering

Maak gebruik van de extra financiële middelen

Het is een open deur, maar we beginnen er toch maar even mee: cultuuronderwijs past perfect bij het mbo. Het maakt lessen levendiger, geeft studenten nieuwe ervaringen en biedt docenten extra mogelijkheden om hun onderwijs te verrijken.

Cultuureducatie is geen extraatje, maar een waardevolle aanvulling op het mbo: het verdiept burgerschap, versterkt de schoolcultuur en biedt kansen die verder gaan dan wat een methode alleen kan bieden.

Ook de samenwerking met culturele instellingen maakt het onderwijs sterker. Hun workshops, voorstellingen, programma’s en expertise brengen vakken tot leven en bieden studenten concrete, inspirerende ontmoetingen met de wereld buiten school.

Met de CJP Cultuurkaart groeit een kleine investering al snel uit tot grote meerwaarde voor studenten én docenten. Hieronder vind je alle belangrijke informatie over de CJP Cultuurkaart.

1. Wat is de CJP Cultuurkaart?

De CJP Cultuurkaart is een programma dat twee sterke elementen combineert: een budget dat het ministerie van OCW beschikbaar stelt voor cultuur in de les, én een gratis CJP-kortingspas voor alle studenten. Met het Cultuurkaart-budget kan de school samenwerken met culturele instellingen zoals theaters, musea, filmhuizen of maatschappelijke organisaties. Studenten profiteren daarnaast van hun eigen kortingspas, waarmee ze buiten school voordelig toegang krijgen tot allerlei culturele activiteiten.

2. Voor wie is de CJP Cultuurkaart bedoeld?

Alle v(s)o- en mbo-scholen in Nederland kunnen deelnemen aan het programma. Het beschikbare Cultuurkaart-budget kan gebruikt worden voor alle vakken. Het Cultuurkaartsysteem laat toe om een brede invulling te vinden die past bij het beleid en de keuzes van de school.

3. Hoe werkt de CJP Cultuurkaart precies?

Scholen kiezen zelf hoe ze deelnemen:

Optie 1 – School investeert in Cultuuronderwijs In 2026 investeert de school € 12 per student. CJP voegt daar in eerste instantie € 6 aan toe. Daar komt rond april nog een bedrag van rond de € 5 euro bij (afhankelijk van deelname).

Het totale bedrag is besteedbaar tot het einde van het kalenderjaar.

Optie 2 – School betaalt alleen administratiekosten De school betaalt € 2,75 per student. CJP stort € 6 op de kaart van de student, dit kan door de individuele student worden besteed. Klassikale besteding is hierbij niet mogelijk.

4. Wat zijn de voordelen voor scholen?

De Cultuurkaart levert direct extra financiële middelen (minimaal € 10 per student) op om cultuur in te zetten in het onderwijs. Vaak is één samenwerking met een culturele partner al voldoende om de investering eruit te halen. Daarnaast krijgen studenten een gratis CJP-lidmaatschap met aantrekkelijke kortingen. Docenten krijgen toegang tot professioneel en inspirerend aanbod dat lessen aantrekkelijker en betekenisvoller maakt.

5. Waar kan het Cultuurkaart‑budget worden besteed?

Bij meer dan 1700 organisaties door heel Nederland. Van grote culturele instellingen tot kleinere, vakgerichte kunstenaar, artiesten of workshopdocenten. Steeds meer aanbieders ontwikkelen speciaal aanbod voor het mbo en vakken als Burgerschap, Nederlands en LOB.

6. hoe werkt dat met het Cultuurkaart budget precies?

Zodra de Cultuurkaart-bestelling van de school is verwerkt en de factuur door de school betaald is, stort CJP het totaal Cultuurkaart-budget in het schoolaccount, waar de budgethouder het kan beheren en besteden.

Als de school culturele activiteiten boekt bij

Cultuurkaart- acceptanten, dienen deze organisaties hun weborder in op het CJP-portaal. CJP controleert de aanvraag en betaalt het bedrag rechtstreeks uit aan de culturele instelling. Vanuit het schoolaccount is steeds te zien hoeveel budget beschikbaar is en welke bestedingen zijn gedaan.

7. Doet mijn school al mee?

Veel mbo-colleges zijn al aangesloten. Elke school heeft een eigen budgethouder die het account beheert. Weet je niet zeker of jouw school is aangemeld? Mail dan naar support@cjp.nl , CJP helpt je graag verder.

8. Hoe meld ik onze school aan?

De budgethouder maakt een schoolaccount aan via scholen.cjp.nl.

Het Cultuurkaart- budget wordt besteld (voor gebruik in 2026 uiterlijk vóór 15 maart).

Het budget kan direct worden ingezet voor cultuur in de lessen. Studenten activeren hun lidmaatschap en profiteren meteen van hun voordelen.

9. Waar vind ik advies of inspiratie?

cjp.nl/cultuurkaart : praktische informatie en een overzicht van aanbod. Lokale culturele instellingen, ideaal voor samenwerking in de regio.

Regionale CMK- ondersteuners, via cultuureducatiemetkwaliteit.nl.

LKCA, kennis, voorbeelden en inspiratie voor cultuur in het onderwijs.

Cultuurverandering: stop met taaie hersenmythes, investeer in vakmanschap

Voorspelbaarheid maakt het voor kinderen makkelijker om zich te voegen naar regels

Foto: Reyer Boom

Psychische stoornissen zijn niet te zien op hersenscans: dat was een van de boodschappen van adjunct-hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen Laura Batstra tijdens de Mulock Houwer-lezing. Ze vindt het onbegrijpelijk dat deze mis-informatie nog steeds als waarheid verspreid wordt en pleit voor een andere bril, die niet kijkt naar wat er mis is met de jongere, maar hoe de onderwijscontext zo ingericht kan worden dat de meeste jongeren mee kunnen doen.

Tekst: Wiesette Haverkamp

Laura Batstra gaf deze lezing tweede helft van vorig jaar op uitnodiging van Nederlands Jeugdinstituut, Defence for Children, Pro Juventute en de Canon zorg voor jeugd. Middels deze lezing willen de organisatorische partijen meer aandacht geven aan het werk en de betekenis van vernieuwers en invloedrijke denkers en doeners uit de geschiedenis van de jeugdzorg.

“Vaak ontstaan problemen voor het eerst op een onderwijsinstelling”, vertelt Laura. “Thuis kun je om gedrag heen bewegen, maar in de klas moet een kind of jongere voldoen aan regels, tempo en verwachtingen. Niet alle leerlingen en studenten floreren in de context van school of een onderwijsinstelling. Ze kunnen daardoor juist een plek zijn waar labels snel circuleren.” Niet alleen omdat ouders ermee komen, zegt Laura: onderwijsinstellingen leggen óók druk op ouders. “Als een kind/jongere als druk in de klas wordt ervaren, wordt al snel gezegd ‘laat ‘m testen op ADHD’, want dan denken ze dat er een verklaring of handvatten komen.” Ze pleit voor een nieuwe benadering.

Laura ontwikkelde in Groningen vanaf 2010 een leerlijn over overmedicalisering: het steeds vaker in stoornis- en ziektetermen praten over eigenschappen en gedrag. Niet alleen medicatie is daarbij relevant, maar vooral het frame. In de DSM – waar bijvoorbeeld ADHD officieel staat als Attention Deficit Hyperactivity Disorder – gaat het om gedragsbeschrijvingen. En precies daar zit volgens Laura een hardnekkig misverstand: “Zo’n classificatie vertelt niet dat breinen anders werken op een manier die je kunt aanwijzen. We hebben allemaal verschillende breinen. We zijn in feite allemaal neurodivers. Hersenen hebben uiteraard alles te maken met gedrag, maar gedrag ontstaat óók in context. En die context is bij kinderen en jongeren extra bepalend, zeker omdat het brein plastisch is en zich blijft ontwikkelen op basis van ervaringen en omgeving.”

Stoornissen níet te zien op scans

Laura probeert al jaren mensen op het goede been te zetten. Variaties in eigenschappen en gedrag bestaan,

en sommige gedragingen matchen minder goed met hoe we de samenleving en bijvoorbeeld onderwijsinstellingen hebben ingericht. Toch blijft de hersenmythe hardnekkig, mede door hoe wetenschappelijke resultaten in de media zijn beland. Ze noemt een groot hersenonderzoek (met zo’n 3000 scans) waarover werd gezegd dat ADHD ‘te zien is op hersenscans’. In werkelijkheid ging het om een piepklein groepsverschilletje: statistisch significant door het grote aantal deelnemers, maar klinisch gezien ‘nul relevant’. De groepen overlapten juist voor 90 tot 95%. Toch presenteerden de onderzoekers en de media de uitkomst alsof je ADHD bij individuen zou kunnen aanwijzen. “Terwijl uit die scans juist blijkt dat het níét te zien is.”

Dat wetenschappers soms overtrokken conclusies trekken, heeft volgens Laura te maken met perverse prikkels: studies met opvallende resultaten publiceren beter. “Als je schrijft: deze dure hersenstudie toonde niets aan, dan wordt dat minder snel opgepikt.” Dat ze dit verhaal al vijftien jaar vertelt, onderstreept hoe taai hersenmythes zijn. “Ik vind het ook onbestaanbaar dat de overheid, die toch zegt te willen >>

demedicaliseren, niets tegen het voortbestaan van deze medicaliserende misinformatie doet.”

Labels: erkenning én risico

Waarom blijven labels zo aantrekkelijk? Laura ziet dat ze op korte termijn erkenning geven. In een samenleving waarin iedereen moet excelleren en waarin competitie overal aanwezig is, voelt een ‘verklaring’ voor degenen die niet optimaal mee kunnen komen soms als opluchting. Dat geldt ook voor ouders. “Als er kritiek is op jouw kind, voel je je als ouder enorm kwetsbaar.” Een label kan dan beschermen: het gedrag is niet expres. Maar dat classificeren is minder objectief dan vaak wordt gedacht. Bij bijvoorbeeld ADHD-diagnostiek worden vooral ouders, leerkrachten en docenten bevraagd. Het zijn hún waarnemingen die tellen. “De ene leerkracht vindt drie keer per dag door de klas roepen al heel vaak, terwijl het een ander pas opvalt bij drie keer per uur.” Of een jongere ‘voldoet’ aan de criteria hangt dus sterk af van draagkracht, stress en interpretatie van volwassenen.

Laura vindt niet dat stoornissen als oorzaken moeten worden gezien. Ten eerste is het geen oorzaak, maar een benaming voor een aantal gedragingen waarvan een groepje psychiaters lang geleden heeft bedacht dat die onwenselijk zijn binnen de door onszelf ingerichte maatschappij. Daarnaast zegt ze: “Als we het als verklaring zien, denken we: de oorzaak is ADHD, dus we hoeven niet meer verder te kijken.” En daarmee raken mogelijke echte oorzakelijke factoren buiten beeld: een onrustige thuissituatie, structureel slaaptekort, trauma, of over- of ondervraging op school. Terwijl juist daar vaak iets aan te doen is, op pedagogische en didactische wijze.

Het sociale model van inclusief onderwijs Voor onderwijsinstellingen pleit Laura daarom voor een andere bril. Niet: wat is er mis met deze kind/ jongere? Maar: hoe kunnen we onze onderwijscontext zo inrichten dat alle kinderen/jongeren mee kunnen doen en floreren? Dat is de kern van het sociale model van inclusief onderwijs, waarnaar zij samen met haar team en met basisschoolkoepel Proloog (22 scholen) en met steun van NRO vijf jaar onderzoek doet. Dit model verlegt de focus van individuele tekorten naar de inrichting van de leeromgeving. “Nu leggen we problemen met labels bij het kind of de jongere, terwijl je net zo goed kunt zeggen: de context is beperkt.”

Dat vraagt geen snelle oplossingen, maar een cultuurverandering. In het onderzoek worden daarom niet alleen leerkrachten, maar ook schoolleiders, ouders en leerlingen betrokken. Het doel is om samen te ontdekken welke kleine aanpassingen al grote winst

Het doel is om samen te ontdekken welke kleine aanpassingen al grote winst opleveren

opleveren – en om scholen te trainen om consequent vanuit die context te denken.

Wat je al kunt doen

Laura ziet volop mogelijkheden die niet hoeven te wachten op nieuw beleid. Goede voorlichting aan onderwijspersoneel is cruciaal: een classificatie levert geen kant-en-klare aanpak op. Met investeren in pedagogisch vakmanschap kun je wel stappen maken. Daarnaast noemt ze veilige schoolculturen met duidelijke regels en routines. “Voorspelbaarheid maakt het voor jongeren makkelijker om zich te voegen naar regels.” Zeker na het basisonderwijs, waar docenten vooral vakgericht zijn opgeleid, valt met pedagogiek nog veel winst te behalen.

Scholen en onderwijsinstellingen kunnen dit volgens

Laura niet individueel oplossen. Juist door gezamenlijk op te trekken – binnen besturen, regio’s en richting politiek – kan het onderwijs sterker van zich laten horen. Nu gaat er veel geld naar de GGZ, terwijl problemen aan de voorkant vaak al ontstaan in overbelaste, prikkelrijke leeromgevingen.

Psychisch leed bestaat, benadrukt Laura. Maar het helpt niet als kinderen en jongeren geloven dat het komt door een hersendefect. Beter is het om zoals psychiater Floortje Scheepers te spreken van ontregeling: iets tijdelijks dat kan veranderen. Haar ideaalbeeld? Reguliere scholen die zo zijn ingericht als veel speciale scholen nu: kleinere klassen, meer handen in de klas en leerkrachten die zijn opgeleid in het omgaan met diversiteit. Dat vraagt om maatschappelijke keuzes. “We laten kinderen en jongeren nu eerst vastlopen in overbelaste systemen”, zegt Laura, “en vertellen ze daarna dat het aan hen ligt. Waarom zijn we daar niet massaal woedend over?”

De Mulock Houwer-lezing

Laura verzorgde dit jaar De Mulock Houwer-lezing. En dat ging over dit onderwerp. Scan de QR-code om deze lezing te bekijken

Weten jouw studenten de weg naar hulp te vinden?

Onderzoek wijst uit dat een kwart van de jongeren te maken krijgt met een strafbaar feit of andere ingrijpende gebeurtenis.

Maar het vinden van de juiste hulp na bijvoorbeeld een ongeval, vervelende online ervaring of mishandeling is vaak lastig.

Het lesprogramma ‘Weet jij hoe je hulp kan krijgen?’ leert mbo-studenten wat een ingrijpende gebeurtenis met je doet, hoe herstel werkt en wat Slachto erhulp Nederland voor je kan betekenen.

Wat biedt het lesprogramma?

• Direct inzetbaar online lesmateriaal

• 5 herkenbare casussen

• Interactieve werkvormen en opdrachten

• Sluit aan bij de 4 dimensies van burgerschapsonderwijs

Studenten ontdekken waar ze hulp kunnen vinden na een ingrijpende gebeurtenis en hoe ze een ander kunnen ondersteunen.

Gratis lesprogramma van Slachto erhulp

Nederland

Dicht bij de belevingswereld van jouw studenten

Het lesprogramma volgt vijf jongeren met ingrijpende ervaringen. In elke les staat één verhaal centraal. Dat verhaal opent het gesprek over moeilijke situaties, zonder dat studenten direct over zichzelf hoeven te praten.

Je start met een introductieles en kiest daarna één of meerdere themalessen:

• Lisa’s (20) naaktbeelden werden rondgestuurd

• Lars (18) werd door zijn beste vriend opgelicht met beleggen

• Noor (19) was getuige van een heftig verkeersongeval

• Mounir (17) werd bedreigd tijdens het gamen

• Denise (18) werd mishandeld

Wil jij jouw studenten verder helpen?

Meld je nu gratis aan via onderwijsinformatie.nl/slachto erhulp en start direct!

“Wij gunnen elke mbo’er leesplezier!” – maar dat ontstaat niet vanzelf

Het mbo-veld kwam 6 februari bijeen tijdens Heel mbo leest verder! Deze studiedag toont dat leesbevordering in het mbo geen randverschijnsel meer is én onderstreept een belangrijke realiteit: leesplezier ontstaat niet vanzelf.

Wie wil dat studenten vaker en met meer vertrouwen lezen, heeft meer nodig dan een losse actie of een bevlogen docent. Het vraagt om bewuste keuzes, vaste aandacht in het onderwijsteam, visie én om borging.

Ineke de Roo is specialist mbo bij Stichting Lezen en voormalig docent Nederlands. “Leesplezier is geen luxe”, zegt ze. “Het is een basisvoorwaarde om je te ontwikkelen. Het is belangrijk voor burgerschap en draagt bij aan kansengelijkheid in het mbo.”

Wij gunnen elke mbo’er leesplezier: de missie van Stichting Lezen is helder en uitgewerkt in vijf pijlers. Ze geven richting aan mbo-scholen die lezen niet vrijblijvend willen maken, maar willen verankeren in beleid, cultuur en onderwijspraktijk. Stichting Lezen ondersteunt mbo-scholen bij die aanpak.

1. Positieve benadering en herstel van vertrouwen

Veel mbo-studenten hebben negatieve leeservaringen opgedaan. Ze associëren lezen met falen, met ‘onder gemiddeld’ zijn, of met schoolse verplichtingen. Dat maakt lezen kwetsbaar. “Erken dat lezen voor veel studenten niet vanzelf gaat”, zegt Ineke. Veiligheid betekent: geen schaamte, geen dwang, maar ruimte. Een student die een boek niet afmaakt, faalt niet. “Er is geen wet die zegt dat je een boek uit moet lezen”, aldus Ineke. Leesplezier begint bij het juiste boek op het juiste moment. Soms begint dat met

Tekst: Wiesette Haverkamp

kleine stappen. Ineke vertelt hoe ze als mbo-docent elke week een gedicht voorlas in de klas. Toen ze het een keer vergat, merkte een student op: ‘Mevrouw, het gedicht staat niet klaar’. Dus zelfs bij studenten die niet als ‘lezers’ bekendstaan, kan nieuwsgierigheid naar lezen groeien.

2. Leiderschap en borging in beleid

Op veel mbo-opleidingen zijn enthousiaste docenten actief bezig met lezen, maar ontbreekt structurele verankering. Initiatieven blijven daardoor kwetsbaar. “Dan wordt het een hobbyproject of een one day wonder”, zegt Ineke. Leesbeleid werkt wanneer het gedragen wordt door schoolleiding en bestuur en zo een plek krijgt in het onderwijsbeleid en het curriculum. Dat betekent: vaste leestijd, middelen voor een actuele collectie, samenwerking met de bibliotheek en duidelijke afspraken binnen teams. Het is bovendien een strategische keuze. “Scholen concurreren om studenten”, zegt Ineke. “Aandacht voor lezen laat zien dat je studenten niet alleen opleidt voor een diploma, maar ook voor hun plek in de samenleving.”

3. Vakoverstijgend werken

Lezen is niet alleen een taak van de docent Nederlands. In elk vak speelt taal een rol en is leesbegrip nodig. Ineke ziet kansen in de koppeling met burgerschap, dat in het mbo steeds belangrijker wordt. “Je kunt thema’s als democratie of identiteit uit een methode behandelen, maar een boek biedt verdieping”, zegt ze. “Het houdt een spiegel voor en opent een venster op de wereld.”

Vakoverstijgend werken vraagt om afstemming. Bepaal in teamverband welke thema’s centraal staan en welke teksten daarbij passen. Ook beroepscontexten bieden aanknopingspunten: een verhaal over topsport bij motorvoertuigentechniek, of over klantcontact bij hospitality. Verhalen maken abstracte thema’s concreet en bespreekbaar.

4. Betekenisvolle inhoud

Stichting Lezen pleit voor rijke, betekenisvolle teksten: verhalen die raken aan identiteit, samenleving en beroep. Niet elk boek hoeft literair te zijn, maar losse, instrumentele teksten schieten tekort. “Betekenis ontstaat ook door het gesprek”, zegt Ineke. “Een strip kan een goede start zijn, zeker voor studenten met weinig leeservaring. Maar een graphic novel of kort verhaal biedt vaak meer taal, meer gelaagdheid en

meer mogelijkheden tot reflectie.” En wie meer leest, leert ook beter praten over wat die leest.. Studenten gaan voorbij ‘leuk’ en ‘stom’ en leren hun mening onderbouwen. Dat is waardevol voor taalontwikkeling én voor burgerschap en kritisch denken.

5. Een rijke leesomgeving

Steeds meer mbo-opleidingen investeren in een schoolbibliotheek of een boekenplein. Dat kan door een samenwerking aan te gaan met de Bibliotheek in het kader van het programma de Bibliotheek op school. Zichtbaarheid helpt: boeken nodigen uit. Ook presentatie doet ertoe, bijvoorbeeld door kaften naar voren te zetten in plaats van alleen de ruggen. Daarnaast is leestijd cruciaal. Idealiter is die structureel en begeleid. “Niet alleen een half uur in stilte”, vindt Ineke. “Maar met een docent die meeleest, kort napraat en zelf laat zien dat lezen ertoe doet.” Op sommige scholen gebeurt dat schoolbreed, met lezen op het rooster voor iedereen. Zo wordt lezen iets normaals binnen de school.

Waar begin je?

Neem tijd voor het bouwen van een leescultuur. “Wat jarenlang is afgebroken, herstel je niet in twee jaar”, zegt Ineke. Reken op meerdere jaren om beleid, uitvoering en cultuur goed te laten landen. Haar advies om te beginnen: maak een plan, bij voorkeur samen met de bibliotheek, en voer het gesprek met teamleider en directie. Leg uit waarom lezen essentieel is: voor studiesucces, voor burgerschap, voor kansengelijkheid en voor doorstroom naar het hbo, waar de hoeveelheid leesstof fors toeneemt. En vergeet niet: iedereen houdt van verhalen. “Voor iedereen is er een boek dat past”, zegt Ineke.

Meer weten?

Stichting Lezen ondersteunt mbo-scholen als kennis- en expertisecentrum en denkt mee over leesbeleid, samenwerking met bibliotheken en praktische aanpakken. Neem contact op via info@stichtinglezen.nl of via ideroo@lezen.nl.

Young Adult: een ingang naar leesplezier

Young Adult-boeken sluiten aan bij de leefwereld van jongeren en vergroten hun leesmotivatie. In Kwestie van Lezen 22 vind je achtergronden, boekentips en praktische ideeën voor het mbo. Op lezen.nl vind je ook de brochure Meer lezen, beter in taal – mbo met praktische handvatten voor het mbo.

Wat verandert er voor jou als docent in het burgerschapsonderwijs?

De nieuwe kwalificatie-eisen voor burgerschap in het mbo geven meer richting, maar vragen ook om keuzes. De inhoud van het vak is voortaan opgebouwd rond vier thema’s. Als docent kun je die thema’s op verschillende manieren inzetten: volg ze één voor één, of verbind ze in samenhangende thema’s die aansluiten bij de leefwereld van je studenten. Wat betekent dit concreet voor je lespraktijk?

Loopbaan & Burgerschap en Noordhoff

De kracht van thematisch werken met NU Burgerschap

Voor studenten is het belangrijk om overzicht te hebben. Ze moeten begrijpen waarom een onderwerp relevant is en hoe verschillende aspecten met elkaar samenhangen. Daarom hebben de makers van NU Burgerschap de lesmethode ondergebracht in acht duidelijke thematische hoofdstukken. Een thematische opbouw helpt, omdat:

✔ onderwerpen geplaatst kunnen worden in een rijke, herkenbare context;

✔ studenten vraagstukken kunnen bekijken vanuit meerdere perspectieven;

✔ kennis, ervaringen en handelen logisch samenkomen.

De kwalificatie-eisen voor burgerschap in het mbo omvatten veel verschillende onderwerpen, situaties en invalshoeken. Veel eisen komen in meerdere hoofdstukken terug. Door een thematische aanpak kun je als docent gericht specifieke thema’s, zoals politiek of klimaat, behandelen en er tegelijkertijd van verzekerd zijn dat alle kwalificatie-eisen voor burgerschap worden afgedekt.

Financiële educatie, mentale gezondheid en aandacht voor SDG’s

Naast de thema’s uit het adviesrapport zijn er onderwerpen die volgens Noordhoff té belangrijk zijn om binnen het vak Burgerschap buiten beschouwing te laten. Financiële educatie en mentale gezondheid spelen namelijk een belangrijke rol in het leven van jongeren. Daarom hebben we ervoor gekozen om deze, vanuit de verschillende kwalificatie-componenten, te ‘verburgerschappen’. Hetzelfde geldt voor onderwijs over de Sustainable Development Goals (SDG’s): door een thema in te richten over leefomgeving, komt het onderwerp duurzaamheid in de volle breedte aan bod, waarbij verschillende perspectieven mogelijk zijn.

Door de ogen van de auteur

Anne Beth Sijp-Peerdeman is o.a. docent Nederlands en burgerschap geweest en is nu één van de auteurs van NU Burgerschap. Ze vertelt: ons team heeft hard gewerkt aan de derde editie van NU Burgerschap en we zijn trots op het resultaat! Dankzij een team met diverse professionele kennis en ervaring, hebben we een methode liggen die praktisch en werkbaar is voor docenten, goed is afgestemd op de belevingswereld van studenten én die inhoudelijk en didactisch zorgvuldig is uitgewerkt.

Wil je de 3e editie van NU Burgerschap ontdekken?

Vraag vandaag nog je kosteloze proefkatern aan!

Scan de code of ga direct naar nuburgerschap.noordhoff.nl

De waarde van casusgericht werken

met De maatschappij dat zijn WIJ

De maatschappij dat zijn WIJ legt op een begrijpelijke manier uit hoe spanningen in de samenleving ontstaan met herkenbare voorbeelden. Studenten analyseren maatschappelijke spanningen, reflecteren op hun mening en ontdekken hoe die beïnvloed wordt door waarden, ervaringen en sociale media. De maatschappij dat zijn WIJ volgt de vier nieuwe burgerschapsthema’s uit het kwalificatiedossier en bevat vier katernen: thema A t/m D. Maar de methode gaat verder dan alleen ‘de stof behandelen’.

Zo werkt het:

• Eerst snappen, dan doen:

Studenten ontdekken eerst waar elk thema echt over gaat, met heldere uitleg en opdrachten. Zo leggen ze de basis: welke mechanismen spelen hier eigenlijk mee?

• Dan het echte werk:

Studenten verdiepen zich in maatschappelijke spanningen. Hoe ontstaan die? Waarom zijn het spanningen? En hoe zie je dat terug in de samenleving?

• Actuele casussen: Studenten werken met herkenbare, actuele voorbeelden: de casussen. Deze vormen het kloppend hart van de lessen: studenten analyseren, discussiëren en reflecteren. Ze ontwikkelen hun eigen standpunt én leren hoe dat beïnvloed wordt door waarden, ervaringen en sociale media.

“Mijn normen en waarden zijn: altijd respect hebben, beleefd zijn, iets goed doen voor een ander.”

Stefanie, Student Verpleegkunde, Noorderpoort

Natuurlijk wordt deze nieuwe methode gemaakt mét jongeren. De Young Reporters, het jongerenteam van Noordhoff-Codename Future zijn de ogen én oren onder de jongeren als het gaat om actuele onderwerpen, trends en nieuwtjes. Verschillende achtergronden, verschillende mbo-studenten, één missie: jongeren een stem geven! Want wie weten er nou beter wat er speelt onder jongeren dan jongeren zelf.

“Ik vind dat mensen netjes met elkaar om moeten gaan en elkaar moeten respecteren.”

Teddy, Student Fashion Tailor, Zadkine

Wil je De maatschappij dat zijn WIJ ontdekken?

Vraag vandaag nog je kosteloze proefkatern aan!

Scan de code of ga direct naar ganaar.link/dmdzw

Adaptief onderwijs voor Loopbaan en Burgerschap in het mbo

De kwalificatie-eisen voor burgerschap in het mbo zorgen voor veel beweging. Logisch: scholen moeten laten zien hoe studenten burgerschap niet alleen begrijpen, maar ook toepassen in en rondom de school én in relatie tot hun beroep. Tegelijk zoeken veel docenten naar houvast. Want burgerschap is meer dan “een vak erbij”: het raakt aan identiteit, werkcultuur, samenwerking, diversiteit en democratie en vraagt per opleiding om een aanpak die past bij de context.

Blauwdruk Burgerschap: leren vanuit context

Blauwdruk Burgerschap is een flexibele, thematische methode die aansluit op de nieuwe kwalificatieeisen in het mbo. De doelen zijn verwerkt in de lessen, zodat inhoud en borging kloppen en docenten direct aan de slag kunnen.

Het onderscheid zit in de aanpak: Blauwdruk start niet bij abstracte begrippen, maar bij de belevingswereld van de student, de opleiding en de werkomgeving. Democratie, diversiteit, werkcultuur en grensoverschrijdend gedrag betekenen namelijk iets anders in een werkplaats dan in een zorgomgeving of salon. Door die context als uitgangspunt te nemen, worden onderwerpen concreter, veiliger en beter bespreekbaar — met voorbeelden die studenten herkennen.

Blauwdruk is beschikbaar in digitale vorm én als werkboek en flexibel inzetbaar in de lespraktijk. Elk hoofdstuk werkt toe naar een eindopdracht die wordt vastgelegd in een burgerschapsportfolio. Zo krijgen studenten inzicht in hun ontwikkeling en houden docenten overzicht op voortgang en opbrengst.

Loopbaan en burgerschap in één doorlopende lijn

Burgerschap raakt direct aan keuzes, motivatie en professionele vaardigheden. Daarom sluit de methode Grondstof Loopbaan daar naadloos op aan: dezelfde visie en didactiek en een samenhangende werkwijze voor begeleiding. Zo vormen de methodes samen een rode draad door de opleiding.

Grondstof Loopbaan werkt aan loopbaancompetenties en beroepsvaardigheden. De methode past zich aan op basis van antwoorden van studenten en di erentieert naar sector en beroepscontext. Ook is er ruimte voor persoonlijke interesses en talenten. Zo ervaren studenten de inhoud als relevanter en betekenisvoller.

Typisch LesLab

LesLab ontwikkelt al meer dan 12 jaar lesmethodes vanuit één duidelijke visie: onderwijs sluit pas écht aan wanneer het zich vormt rond de student en de beroepscontext. Daarbij staat de docent in zijn kracht als begeleider en coach. Vanuit die visie ontwikkelde LesLab Blauwdruk Burgerschap en Grondstof Loopbaan met dezelfde didactische basis.

Bij LesLab denken we mee met wat jongeren aanspreekt en wat docenten nodig hebben. Ons team bestaat uit (oud-)docenten; daarom zijn de lessen klik-en-klaar, zonder ingewikkelde software of uren voorbereiding.

De methodes zijn los inzetbaar, maar samen extra sterk: Adaptief op basis van studentantwoorden Context en opdrachten passen bij sector en beroep

Kant-en-klaar en flexibel inzetbaar

Doorlopende leerlijn met portfolio-opbouw Digitaal en in werkboekvorm Actueel en bij de tijd!

Begin vandaag met Blauwdruk én Grondstof!

Neem contact met ons op of plan een demonstratie: www.leslab.nl | info@leslab.nl | 024 220 0110

Nieuwsgierig? Scan de QR-code en vraag direct een demo aan.

Opleiden voor een toekomst die we nog niet kennen?

AI zet loopbaanleren en burgerschap op scherp. Het confronteert ons met vragen over werk, identiteit en verantwoordelijkheid die we niet kunnen uitstellen. Tegelijkertijd biedt het kansen om onderwijs betekenisvoller te maken, mits we het benaderen als een pedagogisch en maatschappelijk vraagstuk, niet alleen als technologische ontwikkeling.

Loopbaan & Burgerschap en Renée Pet-Cools van CPS

“De vraag is niet of AI een plek krijgt in het onderwijs. De vraag is hoe wij AI kunnen inzetten als verlengstuk van het onderwijs”, zegt onderwijskundig beleidsmedewerker Sharon Hiemstra-De Witte tijdens een studiereis naar BETT in Londen (de internationale onderwijsbeurs over technologie en leren).

Deze uitspraak benoemt precies het spanningsveld waar veel scholen nu in zitten. AI is geen toekomstmuziek meer, maar dagelijkse praktijk. Studenten gebruiken het al, bedrijven experimenteren ermee en scholen zoeken naar richting. Tegelijkertijd roept AI fundamentele vragen op over loopbaanontwikkeling, burgerschap en de vaardigheden waarvoor we opleiden.

Loopbaanleren in een tijd van AI

Loopbaanleren gaat in het mbo al lang niet meer alleen over kiezen voor een beroep. Het gaat over identiteitsontwikkeling en het vermogen om je te verhouden tot veranderingen op de arbeidsmarkt. AI legt hier een extra laag overheen. Welke vaardigheden blijven van waarde als taken worden geautomatiseerd of ondersteund? Niet wat je doet staat centraal, maar hoe je denkt, afweegt en besluit.

Op basis van onderzoeken naar generatieve AI, is een trendanalyse gemaakt naar benodigde toekomstige vaardigheden. Deze zijn vergeleken met de huidige mbo-kwalificatiedossiers gastvrijheid. De uitkomst was confronterend: een deel van wat studenten nu formeel moeten aantonen, sluit beperkt aan bij de denk-, afwegings- en beslisvaardigheden die in veel analyses van generatieve AI als essentieel voor toekomstig vakmanschap worden gezien. Dat roept een ongemakkelijke vraag op: leiden we studenten voldoende op voor wendbaarheid en kritisch handelen of vooral voor het uitvoeren van taken die snel veranderen of zelfs verdwijnen?

“AI leert ons niet wat we moeten denken. Onderwijs over AI leert ons hoe we vragen stellen, keuzes maken en verantwoordelijkheid nemen”, vertelt Sharon. Precies dát zijn de vaardigheden die in een beroepspraktijk met generatieve AI steeds belangrijker worden, en die ons dwingen opnieuw te kijken naar wat we in het mbo onder vakmanschap verstaan. Bij mbo-teams die wij vanuit CPS begeleiden werken we vanuit de spanning tussen formele kwalificatiedossiers en de vaardigheden die in een beroepspraktijk met generatieve AI cruciaal blijken: denken, afwegen, professioneel oordelen en verantwoor-

Bett UK, Londen januari 2026

delijkheid nemen. Samen onderzoeken we hoe we deze vaardigheden kunnen implementeren in onderwijsontwerp en loopbaanleren, zonder de kwaliteit van examinering los te laten. Tegelijkertijd is het belangrijk om hier zorgvuldig te blijven. Een AI-gegenereerde trendanalyse is geen bewijs op zichzelf, maar het hardop stellen van deze vraag over toekomstig vakmanschap is wél waardevol.

Burgerschap als meer dan een vak Burgerschap is in mijn ogen niet alleen maar een vak, maar een wezenlijk onderdeel van de vorming tot vakman en mens die de hele opleiding draagt. Het mbo is een oefenplaats waar studenten leren omgaan met wat de samenleving op hen afvuurt: verschillen, dilemma’s, macht en verantwoordelijkheid.

De snelle ontwikkeling van AI maakt dat deze burgerschapsopgave verandert en urgenter wordt. Aan de orde van de dag zijn vragen als: Wat doe je als een AI-oplossing efficiënt is, maar schuurt met jouw waarden? Hoe voorkom je dat AI denken en oordeelsvorming vervangt door snelle consumptie van antwoorden? Waar eindigt de technologie en waar begint jouw eigen, unieke stem als burger en professional? En wiens wereldbeeld wordt eigenlijk gereproduceerd door de AI-systemen die we gebruiken?

Daarom is het risicovol om AI alleen te benaderen als een instrumentele vaardigheid. Vanuit mijn ervaring als docent burgerschap en persoonlijk leiderschap, herken ik hoe deze vragen dagelijks in de klas en in teams terugkomen. Onderwijs met de rappe opkomst van AI vraagt om ruimte voor morele oordeelsvorming, kritische reflectie en gesprek. Dat vraagt iets van het curriculum, maar vooral van de

professionele ruimte van docenten. Dat vraagt om scherpte, om twijfel durven uitspreken en om samen leren. Precies daar ligt de kracht van het mbo.

De rol van de docent en duurzame schoolontwikkeling

Bij de AI-trainingen van CPS kijken we naar AI niet als losse innovatie, maar als onderdeel van duurzame schoolontwikkeling. Dat betekent niet alleen samen richting bepalen, maar juist ook aandacht voor implementatie: hoe keuzes landen in het dagelijks handelen van docenten, in onderwijsontwerp, toetsing en begeleiding. Duurzame verandering vraagt om bewuste keuzes en structurele ruimte om te oefenen.

Dit betekent:

• Maak als opleiding bewuste keuzes in tools die passen bij jullie visie op vakmanschap en houd daar meerdere jaren aan vast.

• Vertrek vanuit leerdoelen gebaseerd op vaardigheden voor de toekomstige beroepspraktijk en bepaal daarna waar AI het leren daadwerkelijk versterkt.

• Maak het onderwerp van gesprek. Betrek studenten bij wat goed onderwijs is met hun perspectief op AI.

De docent blijft hierin cruciaal. Niet als uitvoerder van technologie, maar als pedagogisch- en didactisch leider die richting geeft, vragen stelt en voorleeft wat verantwoordelijk handelen betekent. Dat is iets wat AI niet kan en niet mag vervangen.

Renée Pet-Cools is adviseur en trainer bij CPS Onderwijsontwikkeling en advies. Haar expertise ligt op het snijvlak van pedagogiek, didactiek, AI, burgerschap en schoolontwikkeling.
Sharon Hiemstra - De Witte is onderwijskundig beleidsmedewerker bij De Rooi Pannen.

Van klaslokaal naar maatschappij

Waarom studentenparticipatie onmisbaar is

Het mbo-lokaal is meer dan een plek om vaardigheden te oefenen of toetsen voor te bereiden. Voor veel studenten is het de eerste omgeving waarin zij ervaren hoe inspraak werkt, hoe je samen beslissingen neemt en hoe jouw stem verschil kan maken. Studentenparticipatie is daarmee niet iets extra’s, maar een essentieel onderdeel van burgerschap: het vormt de basis waarop zelfvertrouwen, eigenaarschap en maatschappelijk bewustzijn worden gebouwd.

Wanneer studenten merken dat hun feedback leidt tot verandering, groeit hun zelfvertrouwen én hun geloof dat ze later ook kunnen bijdragen aan de maatschappij. Het verhaal van Salih Erdal laat dat mooi zien. Hij begon als klassenvertegenwoordiger, groeide door naar de studentenraad en vertegenwoordigt nu via JOBmbo alle mbo-studenten in Nederland.

Bij JOBmbo zien we dagelijks dat participeren te leren is. Daarom geven we op scholen gastlessen over participatie, waarin studenten leren hoe inspraak werkt, hoe je je mening onderbouwt en ervaren ze actief wat participatie betekent. Daarnaast organiseren we evenementen en maandelijkse overleggen waarin studenten uit het hele land kunnen laten horen wat zij belangrijk vinden.

Door studenten een podium te geven (op school), wordt de stap van klaslokaal naar de maatschappij kleiner. Wie leert zijn stem te gebruiken, zal dat later ook blijven doen, als professional, als burger en als deelnemer aan onze democratie.

Interview met Salih Erdal, penningmeester JOBmbo

1. Wie ben je en welke studie doe je?

Mijn naam is Salih Erdal en ik ben 19 jaar jong en geboren en getogen in hartje Rotterdam. Daar volg ik ook de opleiding Creative Software Development aan het Grafisch Lyceum Rotterdam. Ook doe ik nu een bestuursjaar bij JOBmbo.

2. Wat dacht je toen je mentor je vroeg om klassenvertegenwoordiger te worden?

Dat vond ik eerst niks en dat komt voornamelijk omdat ik op de middelbare school een beeld kreeg dat je dan werd gezien als ‘het kindje van de docent’. Eenmaal op het mbo begonnen mijn klasgenoten en mentor mij aan te moedigen om klassenvertegenwoordiger te worden. Ik spreek mij namelijk graag uit als we ergens tegen aan lopen.

3. Wanneer merkte je dat je stem echt verschil kon maken binnen de klas?

Al snel werd ik gevraagd om de mening van mijn klas op te halen over de eerste toetsweek. Wat ik toen ophaalde, werd in de tweede toetsweek gebruikt. Dat voelde als een groot succes!

4. Wat heb je geleerd in je rol als klassenvertegenwoordiger dat je later hielp in de studentenraad?

Veel, zoals een goed gesprek voeren met een open blik en daardoor echte meningen ophalen van studenten. Dit heb ik ook kunnen inzetten bij mijn College van Bestuur (CvB), dat was een succes.

5. Wat vond je het leukste aan het vertegenwoordigen van álle studenten op je mboinstelling?

Dat blijft natuurlijk écht impact maken. We hebben bijvoorbeeld een poster gemaakt voor studenten met ondersteuningsbehoeften om te laten zien waar ze terecht konden. Daar was iedereen erg positief over.

6. Hoe ben je uiteindelijk bij JOBmbo terecht gekomen en wat sprak je daarin aan?

Lid zijn van de studentenraad beviel goed, dus toen een goede vriend vertelde dat er een ‘landelijke studentenraad’ bestaat, dacht ik ‘daar moet ik heen!’. Ik heb gelijk gesolliciteerd. Ik kreeg veel reacties van mensen uit mijn omgeving (hbo en wo geschoold) die twijfelden of ik er wel klaar voor was.

Ik vind het fijn dat ik kan laten zien, dat na bijna 2 bestuursjaren, ik er echt wel klaar voor was. Helaas worden mbo-studenten nog vaak onderschat.

7. Denk je dat participatie iets is dat je al in je hebt of iets dat je leert?

Participatie kun je zeker leren, door vertrouwen en motivatie. Ik ben van kleins af aan al bezig met kleine vormen van participatie (zie foto met voormalig kamerlid Mustafa Amhaouch). Er zijn ook veel studenten die dit pas leren tijdens hun studietijd, waar burgerschapslessen een grote rol spelen. Ook het stimuleren van je mening uiten, debatlessen of zelf enquêtes invullen, helpen bij participatie.

8. Hoe helpt participatie op school je later mee te doen in de maatschappij en democratie?

Participatie op school laat zien hoe belangrijk het is dat je een mening hebt en deze mag uiten in Nederland. In de klas zit je met allemaal verschillende soorten studenten uit verschillende steden en met een eigen identiteit. Dit kan je dus eigenlijk zien als een minisamenleving, een mooie en hele belangrijke plek om te oefenen met participeren. Hierdoor krijgen studenten zelfvertrouwen en wordt de drempel om mee te doen in de maatschappij kleiner.

9. Hoe kijk je naar de toekomst: zie je jezelf later in de politiek of op een andere manier actief in de samenleving?

Ik wil eigenlijk nog heel veel dingen doen. Het lijkt me tof om bij verschillende maatschappelijke organisaties te werken en daarin altijd het belang van het mbo meenemen. Ik wil mijn stem blijvend laten horen en anderen deze mogelijkheid ook bieden.

Praktische informatie gastlessen

De gastlessen zijn altijd gratis. Zijn er meerdere klassen van dezelfde school geïnteresseerd? Dan plannen we de lessen op één dag achter elkaar in.

Gastles aanvragen

Wil je met jouw klas aan de slag met participatie?

Meld je dan aan via jobmbo.nl/gastlessen

Kunst als ingang voor gesprek over mentale gezondheid en identiteit

Hoe help je jongeren om woorden te geven aan wat hen bezighoudt? Thema’s als mentale gezondheid, identiteit en prestatiedruk zijn niet altijd makkelijk bespreekbaar in de klas. Het Van Gogh Museum en Stichting Kikid laten zien dat kunst daarbij een krachtig en laagdrempelig startpunt kan zijn. Met fysieke museumprogramma’s en digitale lessen bieden zij docenten in het voortgezet onderwijs en mbo concrete handvatten voor het vak burgerschap.

In het museum: Open up met Vincent en Jouw verhaal, mijn verhaal

Voor het voortgezet onderwijs is er de rondleiding

Open up met Vincent. Leerlingen onderzoeken hoe Vincent via zijn kunst uitdrukking gaf aan gevoelens als eenzaamheid, twijfel en hoop. Vanuit het kijken naar schilderijen gaan zij in gesprek over emoties, veerkracht en omgaan met druk. Het gesprek start vanuit beeldvorming van Vincent en sluit van daaruit aan bij hun eigen leefwereld.

Voor mbo is er daarnaast het programma (rondleiding én workshop) Jouw verhaal, mijn verhaal, waarin identiteit centraal staat. Leerlingen en studenten reflecteren op vragen als: wie ben ik, wat vormt mij en hoe verhoud ik mij tot anderen? Door Van Goghs persoonlijke verhaal te verbinden aan hun eigen

perspectief ontstaat ruimte voor uitwisseling. In de workshop wordt verbeeld wat tijdens de interactieve rondleiding naar voren kwam. Daarmee sluit het programma goed aan bij burgerschap en loopbaanontwikkeling.

Online verdieping:

Sterrenstof x Van Gogh Museum

Als verlengstuk van het museumbezoek – of als zelfstandig lesmateriaal – ontwikkelden het Van Gogh Museum en Kikid vier nieuwe Sterrenstof-lessen over mentale gezondheid. De gratis lessen zijn geschikt voor vo en mbo en kunnen via het digibord worden gegeven. In één lesuur werken leerlingen aan thema’s als vriendschap, sombere gevoelens, prestatiedruk en hulp zoeken. Met duidelijke instructies en creatieve werkvormen openen jongeren van Kikid het gesprek aan de hand van bovenstaande thema’s, jezelf zijn en vertalen Van Goghs verhaal naar het heden. Leerlingen kijken, praten en reflecteren en gaan aan de slag met creatieve opdrachten.

Eén samenhangend aanbod

Samen vormen de museumprogramma’s en Sterrenstof een flexibel onderwijsaanbod. Docenten kunnen kiezen voor een museumbezoek, digitale lessen of een combinatie van beide. Zo krijgt mentale gezondheid binnen burgerschap een structurele plek – met kunst als verbindende factor.

kikid.nl/aanbod

Een stevige kennisbasis

Wie ergert zich aan collega’s of leidinggevenden die het werk van jou als burgerschapsdocent onvoldoende serieus neemt? Wees gerust. Dit is binnenkort definitief voorbij. Geen collega’s die ‘het er even bij doen’ of ‘burgerschapsonderwijs geven om het pensioen te halen’. Er worden daadwerkelijk eisen gesteld aan wie het mag geven.

De veranderingen in het burgerschapsonderwijs gaan steeds sneller. In de nieuwe kwalificatieeisen zijn vier nieuwe thema’s beschreven. Deze inhoudelijke thema’s vervangen de oude ‘dimensies’. Als alles meezit gaan de nieuwe eisen in vanaf augustus 2027. Begin dit schooljaar is de speciale ‘Handreiking’ geschreven waarbij de thema’s worden geconcretiseerd. Docenten kunnen hiermee direct aan de slag. Nu de vraag: wíe mag dat burgerschapsonderwijs in de toekomst geven?

Het ministerie van Onderwijs heeft al eerder opdracht gegeven om criteria te formuleren waaraan docenten burgerschap in de toekomst moeten voldoen. Deze criteria moeten aansluiten bij wat van mbo-studenten wordt verwacht in lijn met de nieuwe kwalificatie-eisen. Dat betekent dat docenten niet alleen een pedagogischdidactisch getuigschrift (PDG) moeten hebben. Zij moeten daarnaast een stevige kennisbasis ontwikkelen. Dat uit zich in een bijscholingstraject van 30 studiepunten, oftewel een half jaar studie. Op dit moment werken verschillende hogescholen dit opleidingstraject uit.

Uit welke onderdelen bestaat dit traject? Naar alle waarschijnlijkheid worden docenten meegenomen in de basiskennis van politicologie en sociologie. Deze inzichten zijn cruciaal om boven de inhoud van de nieuwe thema’s te staan. Verder moeten docenten uiteraard een visie op burgerschapsonderwijs ontwikkelen om deze

vervolgens te vertalen naar de context van de school waarop zij werken en de specifieke doelgroep waarmee zij werken. Het bijscholings-traject zal vermoedelijk ook bijdragen aan het pedagogisch-didactisch handelen van de docent om een open leerklimaat te ontwikkelen waarin studenten zich vrij voelen om met elkaar in gesprek te gaan over gevoelige maatschappelijke onderwerpen.

pedagogisch-didactisch handelen van de docent om een open leerklimaat te ontwikkelen

Ongetwijfeld zullen er vrijstellingen worden verleend voor docenten die kunnen aantonen boven-staande punten in voldoende mate onder de knie te hebben. Maar een docent voor de klas met (sociaal-wetenschappelijke) inzichten wordt eindelijk de standaard. Na vijftien jaar nemen we mbo-studenten serieus en zal de kwaliteit van burgerschapsonderwijs verbeteren.

Koen Dogterom

Senior begeleider educatieve programma’s ProDemos – Huis voor democratie en rechtsstaat

Koen is werkzaam als Senior begeleider educatieve programma’s bij ProDemos. Daarnaast is hij werkzaam als lerarenopleider maatschappijleer aan de Hogeschool van Amsterdam en was hij lid van de vakvernieuwingscommissie maatschappijleer en burgerschap.

‘Zeker op een praktijkschool is goede slaap cruciaal’

Veel studenten kampen met een structureel slaaptekort. Dat merken ze ook op het Hout- en Meubileringscollege (HMC) in Rotterdam en Amsterdam. Voor een praktijkschool, waar veiligheid cruciaal is, kan dat grote gevolgen hebben. Daarom werkt deze mbo-school aan het thema Slaap met Gezonde School.

Alle studenten van het Hout- en Meubileringscollege (HMC) vullen jaarlijks de online vragenlijst van Test Je Leefstijl in. Daaruit blijkt dat veel van hen minder of minder goed slapen dan gezond voor hen is. Dit sluit aan bij een landelijk probleem: de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2024 wijst uit dat ruim 19,5 procent van de jongvolwassenen meestal slecht of zeer slecht slaapt. “Erg zorgelijk”, stelt Monique Kester, die het vak woningstofferen geeft op locatie Rotterdam van het HMC. “Ik merk zelf ook dat onze studenten sneller moe zijn dan vroeger. Terwijl het juist op een praktijkschool als de onze zo belangrijk is dat studenten fit achter de machine staan.”

Ik merk zelf ook dat onze studenten sneller moe zijn dan vroeger

Met slaaptekort zit je minder goed in je vel Monique zet zich in om samen met haar collega Wilma Dierx, die burgerschap en Nederlands geeft op locatie Amsterdam van het HMC, een bijdrage te leveren aan het gezond leven, leren en ontwikkelen van studenten.

Daarom werken ze met de Gezonde School-aanpak, waarbij scholen aan de slag gaan met één of meer gezondheidsthema’s die de school zelf kiest en die terugkomt in alle onderdelen van de school: educatie, schoolomgeving, signalering en beleid. Slaap is één van de tien gezondheidsthema’s. Dit thema is wellicht wat minder bekend, maar heeft grote invloed op het functioneren van studenten. Want als je niet genoeg slaapt heeft dat een groot effect op je cognitieve vermogen. Het tast ook je focus en concentratie aan en je zit minder goed in je vel.

Aandacht op verschillende manieren

Wilma vertelt: “Om studenten bewuster te maken, hebben we het in de lessen burgerschap over het belang van een gezond slaapritme. Ook is er een uitgebreide, thematische workshop geweest voor alle leerjaren, die werd gegeven door onze Gezonde

School-adviseur van de GGD. Die PowerPointpresentatie delen we nu met studieloopbaanbegeleiders, om die zo structureel met alle klassen – én op individueel niveau – te bespreken.” Daarnaast worden op beide locaties jaarlijks Mental Health-activiteiten georganiseerd – in

ik denk dat de smartphone en

verslavende sociale media ook een grote rol spelen bij slaapgebrek

Rotterdam twee dagen, in Amsterdam een hele week – waar studenten in gesprek gaan over goede slaap. Aan de hand van stellingen worden nieuwe inzichten opgedaan. Ook ervaren ze een militaire slaapoefening: een twee minuten durende ontspanningsoefening.

De smartphone als boosdoener

Maar niet alleen het belang van goede slaap moet duidelijker worden, er moet ook gekeken worden naar de oorzaken, weten de twee Gezonde School-coördinatoren. Monique: “Dat is bijvoorbeeld prestatiedruk. Studenten vertellen dat slaap er soms bij inschiet door lange dagen en veel huiswerk.” Wilma plaatst daar een kanttekening bij. “Ze noemen zichzelf vaak perfectionistisch, maar ik denk dat de smartphone en verslavende sociale media ook een grote rol spelen bij slaapgebrek.”

Daarom willen Monique en Wilma de aandacht voor slaap gaan combineren met het werken aan het Gezonde School-thema Mediawijsheid. “Gelukkig zijn daarvoor veel Gezonde School-activiteiten beschikbaar”, weet Wilma. “De Gezonde Schoolaanpak biedt echt veel handvatten om thema’s integraal en schoolbreed aan te pakken. We gaan dus moedig voorwaarts om ons steentje bij te dragen aan beter uitgeruste studenten!”

Meer inspiratie?

Wil je meer kennis en kunde over werken met de Gezonde School-aanpak?

Meld je aan op Jouw.gezondeschool.nl

Heeft jouw school een steuntje in de rug nodig?

Tussen 2 maart en 13 april is de inschrijving geopend voor stimuleringsregelingen van Gezonde School Kijk op Gezondeschool.nl

Eye-tracking in het onderwijs: wat leren we van kijken?

Eye-tracking is een techniek waarmee je meet waar iemand naar kijkt, in welke volgorde en hoe lang. Onderzoekers gebruiken het al jaren om leerprocessen beter te begrijpen, bijvoorbeeld bij lezen, rekenen en andere taken waarbij visuele informatie een rol speelt. Maar de vraag die steeds vaker opkomt is praktischer: wat kan eye-tracking het onderwijs opleveren?

Tekst: Wiesette Haverkamp

In gesprek met onderzoeker aan de Universiteit Utrecht doctor Ellen Kok (die eye-tracking breder inzet binnen onderwijsonderzoek) en lerarenopleider/ onderzoeker Corina Breukink (die oogbewegingsdata van vo-leerlingen verzamelde, analyseerde en vertaalde naar een concrete leesinterventie) ontstaat een genuanceerd beeld. Eye-tracking is kansrijk wanneer je scherp hebt wat je wilt weten, én als je voorzichtig bent met conclusies. Eye-tracking in de klas is kansrijk als je kunt laten zien waar het hapert en waar mogelijke oplossingen zitten.

Ellen: “Een eye tracker is eigenlijk gewoon een hele goede camera met infraroodlampje. Met die camera kun je vastleggen waar iemands blik heen gaat. Dat levert zicht op patronen: leest iemand lineair door, gaat iemand terug, blijft iemand hangen bij een woord, of wordt er juist veel overgeslagen?”

Tegelijkertijd is de beperking dat kijken niet hetzelfde is als denken. Ellen waarschuwt dat je niet moet doorschieten in interpretaties. “Dat iemand ergens lang naar kijkt, wil niet zeggen dat hij erover nadenkt. Je kunt bijvoorbeeld met je ogen door een tekst

Dat iemand ergens lang naar kijkt, wil niet zeggen dat hij erover nadenkt Ellen Kok

gaan en achteraf merken dat je niet meer weet wat je gelezen hebt. Daarom combineren onderzoekers eye-tracking vaak met andere data, zoals interviews of opdrachten.

Drie toepassingen:

van voordoen tot docentfeedback

Ellen onderscheidt drie manieren waarop eye-tracking in en rond onderwijs ingezet wordt.

1. Voordoen met blik als een extra laag

Deze toepassing is al veel onderzocht. Het idee: je laat aan een leerling zien hoe een docent een taak aanpakt, inclusief waar diegene op let. Dat kan bij tekst, wiskunde en bijvoorbeeld röntgenfoto’s. Het gaat daarbij om de visuele aanpak die iemand gebruikt.

2. Kijkgedrag van leerlingen zichtbaar maken voor docenten of leerlingen

Kijkgedrag van leerlingen aan docenten of peer-to-peer aan leerlingen laten zien. Het doel is adaptiever onderwijs: als je kunt zien waar het misgaat, kun je gerichter helpen. Ellen benoemt wat docenten teruggeven: “Ik heb geen idee wat mijn leerlingen aan het doen zijn.” Door kijkgedrag in kaart te brengen kun je bijvoorbeeld onderzoeken of een leerling een strategie gebruikt die past bij de opdracht, of juist niet. Corina onderzocht het peer-to-peer leren (verderop in dit artikel).

3. Kijkgedrag terug aan de leerling als feedback Dit is onderzocht, maar levert niet automatisch iets op. Ellen deed twee studies waarin het terugkijken van eigen kijkgedrag ‘eigenlijk niks’ toevoegde. In een voorbeeld uit het hoger onderwijs bleek dat studenten de röntgenfoto’s wel goed bekeken, maar dat hun interpretatie niet klopte. De les: kijkgedrag zichtbaar maken heeft alleen zin als het probleem ook dáár zit. Anders zit de bottleneck in een volgende stap: begrijpen wat je ziet.

Een volgende stap: van visualisaties naar dashboards

Een praktische drempel is dat visualisaties bekijken tijd kost. Het is niet realistisch dat docenten voor elke leerling een heatmap of filmpje bekijken. Ellen werkt daarom aan een volgende stap: kunnen we data over kijkgedrag gebruiken om docenten via een dashboard signalen te geven? Bijvoorbeeld: deze jongere lijkt alleen één alinea te lezen, of deze student blijft opvallend lang hangen. Dan kan een docent kiezen met wie een gesprek nodig is, zonder alles handmatig te moeten bekijken.

Corina’s leesonderzoek: van meten naar lesprogramma

Corina begon in 2018 aan haar promotieonderzoek, met twee centrale vragen: begrijpen leerlingen verschillende teksttypen (poëzie versus proza) even goed, en ontwikkelen ze zich daarin? En hoe vertalen

Leerlingen reageerden

vaak verrast:

‘Ik wist niet dat ik zo las’

we wat we weten uit onderzoek naar een effectief leesprogramma voor havo 4 en vwo 4?

In een eerste studie lazen leerlingen uit havo 2 en 4 en vwo 2, 4 en 6 van papier teksten met vragen: vier poëzieteksten en vier prozateksten (twee korte verhalen, twee zakelijke teksten). Dat raakt meteen een brede discussie die al lang speelt: meet je met teksten met vragen tekstbegrip, of trainen leerlingen vooral een ‘foefje’ voor de vraagstelling? Corina zag een opvallend verschil: proza ging in ontwikkeling vooruit, poëzie bleef achter. Deze uitkomst wordt geplaatst in de onderwijscontext: leerlingen lijken meer vertrouwd met het lezen van prozateksten en het beantwoorden van (begrips)vragen hierbij, dan met het lezen en begrijpen van poëzie. Dat past bij wat in veel lessen Nederlands gebruikelijk is: een sterke focus op zakelijke teksten en toetsgerichte leesactiviteiten, terwijl poëzie in de praktijk vaak overwegend analytisch wordt benaderd.

Daarna volgde een eye-trackingonderzoek met grotendeels dezelfde vier proza- en vier poëzieteksten waarin het leesproces van leerlingen werd onderzocht. Leerlingen lazen deze teksten eerst zonder en daarna met een begripsvraag van een laptopscherm, terwijl hun oogbewegingen werden opgenomen. Die begripsvragen waren geen ‘expertvragen’ zoals bij examens, maar om diep lezen en diep tekstbegrip uit te lokken: zorgvuldig lezen, de hele tekst lezen, teruglezen in de tekst, heen en weer gaan in de tekst, tekst(delen) herlezen. Wat bleek: zonder vraag gingen leerlingen >>

Corina Breukink

voor een eerste keer relatief snel en vooral lineair door de tekst. Ze gaan weinig terug in de tekst. Corina verduidelijkt: “Je ziet hoe leerlingen lezen (waar en hoe lang ze ergens kijken en in welke volgorde) , maar je weet nog niet waarom ze dit doen en wat ze erbij denken. Daarom werden jongeren ook geïnterviewd met behulp van hun eigen oogbewegingsfilmpjes. Leerlingen reageerden vaak verrast: ‘Ik wist niet dat ik zo las.’ Door het terugkijken konden ze uitleggen waarom ze ergens lang bleven hangen of waarom ze teruggingen naar een eerdere alinea.”

Scannned lezen is niet altijd verkeerd

De gecombineerde bevindingen uit studie 1 (tekstbegripstudie) en 2 (leesprocesstudie met eyetracking technologie) duiden erop dat expliciete aandacht voor diep-leesprocessen in de klas nodig is.

Leren van peers: contrasterende leesprocessen

Die combinatie van beelden en interviewdata leidde tot een lesreeks voor havo 4 en vwo 4, gebaseerd op observerend leren en leren van peers. Leerlingen kijken samen met de docent naar korte filmpjes van twee contrasterende leesprocessen. Eerst bij informatieve teksten, daarna bij korte verhalen, daarna bij poëzie. Bij een kort verhaal zien leerlingen bijvoorbeeld eerst een model dat stukken overslaat en niet terugleest, en daarna een model dat juist zorgvuldig leest en terugkijkt. Belangrijk detail: de filmpjes tonen geen ‘expertlezers’. Het gaat om leren van peers met wie de leerlingen in de klas zich kunnen identificeren. De leerlingen lezen eerst actief zelf de teksten, voordat zij observeren hoe de leerlingmodellen dezelfde tekst lezen. Corina: “De lessen volgen een vierslag: observeren, vergelijken, evalueren van leesprocessen van peers en reflecteren op het eigen leesproces. Zo komt het onderwijsleergesprek over het lezen en begrijpen

van de inhoud van teksten op gang zonder dat het plenair over de leesproblemen van de leerlingen in de klas gaat.”

In een quasi-experimentele opzet (met interventie- en controleklassen) werd ook gemeten met cloze-tests: teksten waarin op strategische plekken woorden ontbreken. Daarmee kom je niet weg met oppervlakkig lezen. Corina concludeert op basis van onder meer voor- en nameting, evaluaties en interviews met leerlingen en docenten dat leerlingen zich bewuster werden van een leesproces, meer inzicht kregen in wat ze doen en hoe het anders kan. Ze zag dat ze op alle teksttypen (zakelijke tekst, kortverhaal en poëzie) vooruitgingen in vergelijking met leerlingen die de reguliere leeslessen volgden.

Wanneer is ‘scannen’ slim, en wanneer niet?

Een nuancepunt: scannend lezen is niet altijd verkeerd. De oogbewegingsfilmpjes uit Corina’s oogbewegingsstudie laten zien dat leerlingen kijken naar wat er ‘ingepompt’ is: vaak scannend en lineair (titel, tussenkopjes) en vanuit de vragen lezend. Ellen vult aan dat die strategie soms passend is, afhankelijk van het leesdoel: “Specifieke informatie zoeken? Dan is een hele tekst (lineair) en gedetailleerd lezen inefficiënt.

Maar moet je een tekst samenvatten of in zijn geheel begrijpen, dan werkt scannen niet. Eye-tracking kan helpen om dat verschil zichtbaar te maken: sluit het leesgedrag aan op de taak, of doen leerlingen het verkeerd om?”

Eye-tracking in de klas: nog duur, wel in beweging

Een eye-tracker kun je als cameraatje op een laptop plakken, maar de professionele onderzoeks-systemen zijn duur: 20.000 tot 30.000 euro, per camera met software. Daarom wordt gekeken naar wat er mogelijk is met webcams. Nu is dat nog grof (bijvoorbeeld in kwadranten op een scherm), maar Ellen ziet al dat je ermee kunt meten of iemand één alinea leest of de hele tekst. De ambitie is een website waarop docenten een tekst of rekentaak aanbieden en globaal kunnen zien waar leerlingen vastlopen.

De andere kant van die ontwikkeling is minstens zo belangrijk: eerst uitzoeken waar docenten behoefte aan hebben. ‘Ze doen deze taak verkeerd, maar ik weet niet waarom’, is volgens Ellen het type vraag waar eye-tracking (of webcamvarianten) mogelijk iets kan toevoegen, vooral als het visuele de bottleneck is. Eye-tracking belooft dus geen snel trucje. Het is een hulpmiddel dat kan helpen om leerprocessen bespreekbaar te maken en gerichter te handelen. Kansrijk, maar nog zoekend, en vooral: afhankelijk van de vraag die je durft te stellen.

METHODES VOOR BURGERSCHAP

Boom uitgeverij

Help studenten groeien

Als docent bereid je studenten niet alleen voor op hun beroep, maar ook op de toekomst en hun rol in de samenleving.

De burgerschapsmethodes van Educatheek geven structuur, verdieping en actuele thema’s voor de lessen. Bekijk de beste methodes op: Strux

Met StruX begeleid je studenten stap voor stap naar zelfstandigheid en vergroot je hun kansen op de arbeidsmarkt.

Deviant

KIES

Met KIES daag je studenten actief uit om kritisch na te denken, samen te werken en bewuste keuzes te maken in de samenleving.

Breingeheimen

Breingeheimen

Met Breingeheimen geef je studenten praktische kennis over werken, geld, democratie en samenleving. Ondersteund door een werkboek én kant-enklare lesvoorstellen.

EDUCATHEEK.NL/BURGERSCHAP

Ben jij mbo-docent Burgerschap?

En denk jij ook al na over het verplichte instellingsexamen?

Wij ook. Daarom hebben we onze methode al helemaal voorbereid op de nieuwe burgerschapseisen én het instellingsexamen dat vanaf 2027-2028 ingaat.

Omdat scholen zelf mogen kiezen hoe ze examineren, op basis van wat aansluit bij hun schoolvisie en visie op het vak, bieden we in Generation 24/7 de volgende mogelijkheden aan:

Portfolio met reguliere opdrachten en praktijk- en stageopdrachten toegepast op het thema.

Rubric, inzetbaar voor de gehele module of op basis van de afsluitende opdracht.

Vaardigheden rubric, bijvoorbeeld om debatvaardigheden zo objectief mogelijk te beoordelen.

Burgerschap examineren

hoeft niet ingewikkeld te zijn. Met Generation 24/7 werk je toe naar het instellingsexamen op een manier die past bij jouw lessen en jouw studenten. Vraag jouw gratis proefaccount aan!

Maak het jezelf gemakkelijk

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook