De Poorter
Jaargang 31, december 2025, nummer 6
De wijkkrant voor de binnenstad
Het nationaal Onderwijsmuseum gered? Op 30 september nam de Tweede Kamer een motie aan voor behoud van de rijkssubsidie voor het Nationaal Onderwijsmuseum. Eerder had de Dordtse gemeenteraad vrijwel unaniem een motie van gelijke strekking aangenomen voor de gemeentesubsidie. Dit was voor velen een opluchting, omdat de vooruitzichten voor het museum sinds dit voorjaar somber waren: zowel de gemeente Dordrecht als het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen verklaarden toen de subsidies aan het museum stop te willen zetten. Het museum zou daardoor meer dan 65 procent van zijn inkomsten kwijtraken en moeten sluiten. Is met het aannemen van de recente moties het museum nu gered? Volgens Hans van de Bunte, sinds 1 juli interim-directeur van het museum, is dat nog niet zeker. Zijn opdracht is om het museum ofwel af te bouwen, of het een nieuwe toekomst te geven. Sinds het afronden van zijn studie kunstbeleid en museummanagement heeft hij meer dan 30 jaar ervaring in de museumsector. Hij heeft de samenwerking van de Leidse musea vormgegeven, was hoofd Publiek en Presentatie bij het Tropenmuseum en startte als beleidsmedewerker bij de Nederlandse Museumvereniging. De laatste zeven jaar woonde hij met zijn gezin in Kuching op Maleisisch Borneo, waar hij leidinggaf aan de ontwikkeling en
realisatie van het Borneo Cultures Museum. Positieve ontwikkeling
Volgens Van de Bunte kan de minister de motie van de Tweede Kamer nog naast zich neerleggen. Maar door deze motie zijn de eerste stappen naar het behoud van het museum wél gezet. Voor de gemeente Dordrecht is dit een positieve ontwikkeling. Sluiting van het museum zou betekenen dat het gebouw De Holland weer lange tijd leeg zou komen te staan. De gemeente ontvangt dan Hans van de Bunte, zijn opdracht is om het museum ofwel af te bouwen, of het een nieuwe toekomst te geven. Foto Willy Leferink geen huur, die trouwens ongeveer even hoog is als de gemeentelijke Lees verder op pag. 2 subsidie voor het museum.
Ellen Honings, tolk van de stemlozen Het was ooit een weeshuis (1575) en later (1874) de eerste openbare school van Dordrecht, nu is het het woonhuis van Ellen Honings, maar vooral de zaal en productiehuis van het Weeshuistheater. Van daaruit komen prikkelende en prachtige voorstellingen tot stand die je aan het denken zetten. Ik denk aan City of Joy waarin acht jongeren met wortels in onder andere Oekraïne, Syrië, Koerdistan, Turkije en Nederland zich presenteren, zoekend naar gemeenschap. Of Sugar Works, een wandeling langs het door handel in suiker rijk geworden Dordrecht waar een toevallige voorbijgangster ons confronteert met de slavernij en uitbuiting die daarmee gepaard ging. Ellen en Erik-Ward Geerlings schrijven en regisseren niet alleen in Dordt Ellen Honings in haar Weeshuistheater.
maar ook in Rotterdam met Babel, het Huis voor inclusieve podiumkunst. “We werken met een klein team, nodigen ook niet professionele gastacteurs uit, en verbinden onze projecten vaak aan thema’s die in Dordrecht leven. We spelen niet alleen op locatie, maar trekken letterlijk de stad in met wandelvoorstellingen, zoals Happy End en Bezoek de BijenHoek. De stad is ons decor”, zegt Ellen Honings. Wie is Ellen Honings?
“Ïk ben geen geboren Dordtse. Ik verhuisde pas op mijn 16e naar Dordt. Mijn wieg stond in Vlaardingen, zat in Goes op het gymnasium, volgde Theaterwetenschappen in Utrecht, maar ook Dramatherapie. Die twee: theater en therapie zijn mijn twee dromen.” Geen wonder dat ze na de regie opleiding voor doelgroepen in Rotterdam ze in Amsterdam 4 jaar postHBO gestalttherapie volgde. Hoe oud was je toen je klaar
was daarmee? (ze is van 1979) “Ik was toen 42 jaar. Ik schreef in mijn jonge jaren ook gedichten en werd op Poetry International in 2001 aangekondigd als een aanstormend talent. Ik was ook actief binnen de literaire Stichting Perspektief. Intussen woonde ze wel samen met een architect in Dordrecht met wie ze twee kinderen kreeg. Met hem kocht ze in 2017 het sterk verwaarloosde voormalige schoolgebouw. Ze verdeelden het gebouw en de enorme klus van het opknappen van haar kant van de ruïne kwam door de scheiding alleen op haar neer. Al die tijd had dit werkpaard ook haar therapiepraktijk. En ze wilde met alle geweld voorstellingen maken. Het theater als broedplaats voor de wijk met bijvoorbeeld een musical voor ouderen. Ze werkte samen met Hans Plomp, maar ook met Marien Jongewaard (die Simon Vinkenoog speelde), zoals ook Karel de Rooy, van Mini en Maxi. Lees verder op pag. 2
In deze krant:
Warm welkom in een magische winkel pag 3
Matchmaken geeft positieve energie pag 4
Rewriting history pag 4
Buddingh’ memorial in de bieb pag 5
Verhaal: Over oud en nieuwjaar pag 6
Kom naar het Lichtjesfestival pag 6
Bewoners weten het beste wat er speelt in de wijk l Buurtwerk Dordrecht