e
ng
auf das
at
A1
Vo r b
er
itu
tif
ik
Goethe-Zer
ZugSpitze
TEXTARBEITSBUCH 1 VMBO-BK
A1
ZugSpitze Dit lesboek is van: Ik zit in klas: Mijn docent heet:
mijn foto
TEXTARBEITSBUCH 1
VMBO-BK
A1
Arrangement ZugSpitze Aantal delen bij start in leerjaar 1 met Duits: Leerjaar
vmbo-bk
vmbo-gt(h)
havo(v)
vwo(h)
1
2 delen
2 delen
2 delen
2 delen
2
2 delen
2 delen
2 delen
2 delen
3
2 delen
2 delen
2 delen
2 delen
4
examendeel
examendeel
Aantal delen bij start in leerjaar 2 met Duits: Leerjaar
vmbo-bk
vmbo-gt(h)
havo(v)
vwo(h)
2
3 delen
3 delen
3 delen
3 delen
3
3 delen
3 delen
3 delen
3 delen
4
examendeel
examendeel
Auteurs Marijke Dekker, Christina Divendal, Carine Ettema, Marcel den Hollander, Evelyn de Jong, Willemijn van Kreel, Renier Meuwissen, Yolande Schyns, Zdena ten Veen. Vormgeving Crius Group, Hulshout, België Omslag Branding, Utrecht, Nederland
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 463354 Eerste druk, zevende oplage, 2021 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2017
Inhalt
Inhalt u Werken met ZugSpitze
u Zwischenstufe
u Einleitung Deutsch(land) ist spitze! 6
D-Prüfung 106 Sprachfest
738m
Eckbauerbahn
109
Literatur 110 Lernecke 111
u Schritt 1-4 (A1) Schritt
1
Hören Willkommen!
11
Schritt
2
Lesen Bekannt und berühmt
17
Schritt
3
Gespräche führen Das ist doch… 24
Schritt
4
Hören Ich hätte gerne
u Verbessern, Wiederholen und Grammatik+ 113
30
u Vokabellisten 126 u Zwischenstufe D-Prüfung 37
u Grammatikübersicht A1 127
Literatur 40
u Aussprache-Übersicht 131
Sprachfest
672m
Farchant 39
Lernecke 41
u Schritt 5-8 (A1) Schritt
5
Gespräche führen Hmmm… lecker!
Schritt
6
Gespräche führen Viel Erfolg! 49
Schritt
7
Sprechen Die Freizeit
55
Schritt
8
Lesen Herzlichen Glückwunsch!
62
43
D-Prüfung 70 708m
Garmisch-Partenkirchen 73
Literatur 74 Lernecke 75
u Schritt 9-12 (A1) Schritt
9
Schritt
u Staatkundige kaart Duitsland 134 u Geografische kaart Duitsland 135 u Arbeitsblätter 137 u Colofon 143
u Zwischenstufe Sprachfest
u Leerstofoverzicht 133
Schreiben Viel Spaß im Urlaub!
77
10
Lesen Sommer-Spaß im Freizeitpark
86
Schritt
11
Hören Zug verpasst
92
Schritt
12
Gespräche führen Sonst noch etwas?
99
u Wanderpass vmbo-BK 145
3
4
Werken met ZugSpitze
Werken met ZugSpitze Met ZugSpitze leer je op een leuke en uitdagende manier om je te redden in de Duitse taal. Doordat de lesstof in kleine stapjes wordt aangeboden, is het meteen duidelijk wat je aan het leren bent en waarom het handig is om dat te kennen en/of te kunnen. Hoe je met ZugSpitze werkt, lees je hier.
u Het boek Bij ZugSpitze werk je met één boek. Hierin staan de uitleg, teksten en opdrachten bij elkaar. Daarnaast maak je ook gebruik van audio- en videomateriaal. Dat kun je vinden op de methodesite, maar je kunt het ook gemakkelijk bekijken op een mobieltje of tablet. Bij elke opdracht waar audio of video bij hoort, vind je in het boek namelijk een QR-code. Als je de code scant met een QR-reader, kun je meteen gaan luisteren of kijken. Veel leesteksten zijn bijvoorbeeld ingesproken en bij de grammatica vind je uitlegfilmpjes. Bij elke luisteropdracht is altijd een luisterfragment beschikbaar.
u Stap voor stap naar de top ZugSpitze is opgebouwd uit kleine paragrafen, die we Schritte noemen. Schritt betekent in het Nederlands stap en dat is niet toevallig. Met ZugSpitze leer je namelijk stap voor stap Duits spreken, lezen, schrijven en verstaan. In elke Schritt staat steeds één leerdoel centraal. Je leert bijvoorbeeld hoe je jezelf in het Duits voorstelt, een kaart schrijft of de weg vraagt.
A1
Hören | Du kannst ...
Aan het eind van elke Schritt vind je een stempelopdracht. Dit is steeds de laatste opdracht, waarmee je zelf test of je het leerdoel beheerst. Het kan ook zijn dat je dit samen met je klasgenoten doet. Als je de stempelopdracht hebt gehaald, mag je een stempel bij je docent ophalen. Je docent zet de stempel bij de stempelopdracht in je boek, of in je eigen persoonlijke
wandelkaart, die je achterin dit boek kunt vinden en uitscheuren. Vraag wel eerst even aan je docent of dit mag.
u ZugSpitze? De methode is genoemd naar de hoogste berg in Duitsland, de Zugspitze. ZugSpitze VMBO-BK Met elke behaalde Schritt, kom je stap voor stap dichter bij de top van de Zugspitze. ERK-Wanderpass Door stempels te halen, kun je voor jezelf heel simpel bijhouden welke dingen je allemaal al kunt en welke je nog moet leren bij Duits.
u Even op adem komen Net als in het echte leven kun je natuurlijk niet altijd door blijven lopen. Je hebt soms ook even de tijd nodig om op adem te komen en te genieten van het uitzicht. Daarom is er in de boeken ook regelmatig een Zwischenstufe (tussenstop) ingevoegd. Hier kun je alles wat je geleerd hebt, nog een keer herhalen of verbeteren. Een zelftoets vertelt je precies welke onderdelen je nog achterin het boek moet herhalen of verbeteren voor de toets. Ook kun je in een Zwischenstufe aan de slag met het Sprachfest (taaltaak) of de Literatur (leestekst). Dit zijn onderdelen voor extra uitdaging en verdieping.
u Volle kaart = ERK-certificaat ZugSpitze is geschreven op basis van leerdoelen uit het ERK (Europees Referentie Kader). Het ERK is een manier om aan te geven hoe goed iemand het Duits beheerst. Er staat bijvoorbeeld A1, A2 of B1 op je boek. Dit zijn de ERK-niveaus. A1 is het eerste niveau, C2 het hoogste. Je begint in ZugSpitze met A1 en je werkt steeds door naar een hoger niveau. Omdat voor elk ERK-niveau precies is vastgelegd wat je moet kennen en kunnen, weet je
Werken met ZugSpitze
f
Omdat ZugSpitze is geschreven met het ERK als uitgangspunt, word je als vanzelf klaargestoomd voor het GOETHE-examen Duits. Met dit examen kun je een ERK-
u Pictogrammen audio
examenvraag
spreken
spreken In dit boek worden de volgende pictogrammen gebruikt: examenvraag
woordenboek
lezen ZIEL Online
spreken
Eerste opdracht van een Schritt Online
Laatste (stempel)opdracht
groepsopdracht
Vaardigheid schrijven
schrijven
groepsopdracht
B2
lezen
Vaardigheid luisteren
tweetallen
schrijven
Vaardigheid gesprekken voeren
Vaardigheid lezen
A2
B1
B2
Opdracht in tweetallen
Groepsopdracht
lezen
B1
Klassikale opdracht schrijven
Herhalingsopdracht
B1
Extra opdracht B2
A2
Opdracht waarbij je het woordenboek nodig hebt.
A2
Vaardigheid spreken LERNEN Als
je dit ziet staan, weet je dat je de stof moet leren voor het proefwerk. Alles wat je kijken regarder moet leren is in het boek ook herkenbaar aan de blauwe achtergrondkleur.
Vaardigheid kijken
21st century skills
Grammar
Remediërende opdrachten kijken regarder kijken regarder
Grammar
Herhalingsopdrachten Plusopdrachten
gesprek
gesprek gesprek
klassikaal
extra opdracht
herhalen extra opdracht
herhalen
herhalen
x a m n A1 e
-E
Au
u Officieel certificaat
certificaat behalen, dat overal in de wereld erkend wordt. Zelfs als je Duits niet als eindexamenvak kiest, kun je er dus toch iets moois aan overhouden. ZugSpitze bereidt voor op de examens A1 en A2. e! Aan het eind van A1 en A2 it z vind je in het boek altijd een GOETHE-examen om te testen of je klaar bent voor het echte zu m Go ethe werk. Vraag je docent om je verder te helpen als je interesse hebt om een GOETHE-certificaat te gaan behalen. Sp
precies hoeveel stappen je moet nemen om dat niveau te behalen. Zo bestaat niveau A1 uit 32 leerdoelen en je moet dus even zoveel stappen nemen / stempels behalen om dit niveau te bereiken. Een volle kaart met 32 A1-stempels betekent dus dat je niveau A1 hebt behaald!
5
6
Einleitung
Deutsch(land) ist spitze!
Deutsch(land) ist spitze!
ZSO_VWO_1_00_17.pdf
1
donderdag6-10-16
10:33
Osts ee
Meer dan 100 miljoen mensen spreken Duits. Onze oosterburen spreken Duits, de Oostenrijkers ook en het is de belangrijkste taal in Zwitserland. Deze taal ga jij nu ook leren. Is Duits moeilijk? Dat valt wel mee. Het lijkt veel op het Nederlands. Je kunt al meer Duits dan je denkt. Maar beginnen doe je bij het begin. Het startsein is gegeven. Helemaal onderaan de Zugspitze.
see Nord
Hamburg
NIEDERLANDE Amsterdam
POLEN
Nijmegen Essen
DEUTSCHLAND
Düsseldorf
Dresden
Bonn BELGIEN Frankfurt TSCHECHIEN
LUXEMBURG
Aufgabe 1 Zugspitze en Spitze? Herzlich willkommen in Süddeutschland bij de Zugspitze. De Zugspitze is de hoogste berg in Duitsland. Hij is 2950 meter hoog.
Berlin
Hannover
Stuttgart FRANKREICH
0
50
München ÖSTERREICH
100 km
1 : 9.000.000
SCHWEIZ
Zugspitze
Herzlich willkommen in Süddeutschland is een welkomsgroet. Wat betekent deze zin, denk jij? Dit boek heet Zugspitze. Waarom? Omdat je het leren van een taal zou kunnen vergelijken met het beklimmen van een berg. Super cool en soms best lastig. Maar als je boven op de bergtop staat, kan je trots uitroepen: Spitze! Dat geldt ook voor het leren van de Duitse taal. Soms moeilijk, soms makkelijk. Maar als je straks Duits kunt, dan kan je trots uitroepen: Spitze! Wat betekent Spitze, denk jij? Omcirkel het juiste antwoord. top (gaaf) / stom / makkelijk / moeilijk
Einleitung
Deutsch(land) ist spitze!
Aufgabe 2 Deutschlandquiz Wat weet je over Duitsland? Kruis de juiste antwoorden aan. 1 Duitsland is een … £ A koninkrijk (een koningshuis). £ B republiek (geen koningshuis). 2 De kleuren van de Duitse vlag zijn … £ A goud (geel), zwart, rood. £ B zwart, rood, goud (geel). 3 Duitsland is … £ A drie keer groter dan Nederland. £ B negen keer groter dan Nederland. 4 Er wonen … mensen in Duitsland. £ A 16 miljoen £ B 82 miljoen
5 De hoofdstad van Duitsland is … £ A Berlijn. £ B Hamburg. 6 De grote havenstad is … £ A Berlijn. £ B Hamburg. 7 Het Duitse voetbalteam wordt … genoemd. £ A die Fußballspieler £ B die Mannschaft 8 Het lievelingseten van Duitsers is … £ A braadworst. £ B hamburger.
Aufgabe 3 Welke merken komen uit Duitsland? Duitse producten staan bekend om hun goede kwaliteit, ze gaan lang mee. Weet jij welke merken uit Duitsland komen? Omcirkel het merk dat niet uit Duitsland komt. 1 Automerken Opel – Renault – Porsche – Mercedes – BMW – Volkswagen – Audi 2 Verzorgingsproducten Nivea – L’Oréal – Schwarzkopf – Wella 3 Winkels Mediamarkt – Douglas – Aldi – Hema – Lidl 4 Snoep Haribo – Ola (ijs) – Kinder (chocolade) – Mars
7
8
Einleitung
Deutsch(land) ist spitze!
Aufgabe 4 Die Bundesrepublik Deutschland
Republiek Duitsland heeft geen koningshuis. Daarom is het geen monarchie, maar een republiek. De ‘baas’ van de republiek is de president. Aan het hoofd van de Duitse regering staat een Bundeskanzler of Bundeskanzlerin (bondskanselier).
Politieke partijen Een grote Duitse partij is het CDU. Deze partij kun je vergelijken met het CDA. Twee andere grote partijen zijn de SPD (vergelijkbaar met de PvdA) en Die Grünen (vergelijkbaar met GroenLinks).
Bundesländer Duitsland is verdeeld in 16 Bundesländer. Deze kun je vergelijken met onze provincies. Maar ze hebben meer macht dan onze provincies.
Hoofdstad De hoofdstad van Duitsland is Berlijn.
Oost- en West-Duitsland Tot 1990 was Duitsland verdeeld in twee landen: West-Duitsland en Oost-Duitsland. Ook Berlijn was verdeeld in twee steden. Er stond een muur. Aan de ene kant van de muur was Oost-Berlijn, aan de andere kant was West-Berlijn. Na de val van de muur in 1989 is Duitsland in 1990 officieel één land geworden.
Nationale feestdag De nationale feestdag is sinds 1990 op 3 oktober. Hij heet De Dag van de Duitse Eenheid.
Lees de tekst over Duitsland. Vul de gegevens in. Gebruik het internet om het antwoord op vraag 2 op te zoeken. 1 Land:
Bundesrepublik Deutschland
2 Bundeskanzler(in): 3 Grote politieke partijen: 4 Aantal Bundesländer: 5 Nationale feestdag: 6 Naam nationale feestdag:
en
en
Einleitung
Deutsch(land) ist spitze!
Aufgabe 5 Berlin ist spitze! A Het symbool van Berlijn is de Berlijnse Beer. Je komt hem overal tegen en hij ziet er steeds anders uit. In dit boek heeft de Berlijnse Beer ook een rol. Als je hem ziet, dan krijg je informatie over Duitsland.
Op Seite 137 (Arbeitsblatt 1) vind je een knipblad met een beer. Hij is nog helemaal wit. Kleur hem in. Bijvoorbeeld in de kleuren van de vlag van Duitsland of trek hem een Lederhose aan en oranje Hollandse klompen. Bedenk iets leuks of grappigs. Knip daarna jouw beer uit en hang hem op in het lokaal. B In Berlijn zie je dit stoplicht (= Ampel) op straat. In dit boek krijg je van het groene Ampelmännchen tips. Bijvoorbeeld hoe je het best woordjes kunt leren. Het rode Ampelmännchen zie je wanneer je een vraag over Duitsland moet beantwoorden. De Ampelmännchen hebben een naam. Welke naam hoort bij welk Ampelmännchen? Omcirkel de juiste kleur. Geher Steher
= grünes / rotes Ampelmännchen = grünes / rotes Ampelmännchen
Aufgabe 6 Lola en haar vrienden In dit boek leer je Lola Reichert, haar familie en haar vrienden kennen. Lola komt uit Nederland, maar ze heeft Duitse ouders. Deze zomer is ze met haar moeder naar Duitsland verhuisd. Voordat je met de eerste Schritt (stap) begint, stelt Lola zich aan jullie voor. Hallo! Ich bin Mehmet.
Hallo! Ich bin Lola. Hi! Ich bin Lola Reichert. Ich komme aus Utrecht. Ich wohne in Berlin. Ich bin 15 Jahre alt.
Hallo! Ich heiße Laura.
Laura, Mehmet und Daniel sind meine Freunde. Berlin ist echt voll spitze! Lola
Hallo, mein Name ist Daniel.
9
10
Einleitung
Deutsch(land) ist spitze!
A Luister hoe Lola zich voorstelt. Lees mee. B Kruis richtig (goed) of falsch (fout) aan. 1 De achternaam van Lola is Reichert. 2 Lola komt uit Amsterdam. 3 Ze woont in Berlijn. 4 Ze is 15 jaar. 5 Ze heeft vier vrienden. 6 Ze vindt Berlijn vet gaaf.
R
F
£ £ £ £ £ £
£ £ £ £ £ £
Aufgabe G ZugSpitze-Spiel Je hebt nu al aardig wat geleerd over Duitsland. Het wordt tijd dat je begint met het beklimmen van de ZugSpitze. Maar hoe moet je dat doen? 1 Zoek twee of drie klasgenoten uit, met wie je het spel wilt spelen. 2 Knip het ZugSpitze-Spiel op Seite 139 (Arbeitsblatt 2) uit. 3 Knip een speelfiguur uit (Arbeitsblatt 3, Seite 141). Plak hem op karton, zodat hij rechtop blijft staan. 4 Zorg ervoor dat je groep een dobbelsteen heeft. Nu kun je met het spel beginnen. Het gaat hetzelfde als ganzenbord. De jongste speler begint. Hij gooit met de dobbelsteen. Hij zet zijn pion het aantal plaatsen, dat hij heeft gegooid vooruit. Als hij op een veld komt met een opdracht, dan moet hij die meteen uitvoeren. De eerste speler, die de top bereikt, heeft gewonnen. Viel Spaß! (Veel plezier!) Spelaanwijzigingen: 4.
Je bent je bergspullen vergeten. Ga terug naar start.
7.
Een berggeit schuift je twee plekken vooruit.
11. Je overnacht in een berghut. Je moet een beurt overslaan. 16. Je hebt warme chocolademelk gedronken en je hebt weer energie. Je mag nog een keer gooien. 22. Je bent uitgenodigd voor een jodelconcert. Je moet drie plaatsen terug. 23. Je hebt een tip gekregen van een andere bergbeklimmer. Je mag drie plaatsen vooruit. 28. Het weer is slecht. Je kunt niets zien. Je moet een beurt overslaan. 31. Het is erg glad. Je glijdt twee plekken terug. 34. Je bent heel moe. Je moet een beurt overslaan. 36. Je bent er! Je hebt de top bereikt! Gefeliciteerd!
Nu ben je er klaar voor. Je kunt met Schritt 1 (stap 1)
van de beklimming beginnen. Viel Spaß!
Schritt 1 Hören video
1
Willkommen!
manuel (Fr) / leren (Eng en Du)
Willkommen!
11
audio
examenvraag
woordenboek
Online
tweetallen
groepsopdracht
21st century skills
Grammar
nakijken
leertip
A1
Hören | Du kannst andere Personen verstehen, wenn sie sich vorstellen. Iconen om differentiatieniveaus aan te geven
Aufgabe 1 Willkommen Lola kommt aus Utrecht. In den Sommerferien (zomervakantie) ist sie mit ihrer (haar) Mutter nach Berlin umgezogen (verhuisd). Heute (vandaag) ist downloaden der erste Tag in ihrer neuen Schule. Lola stellt sich derformulier/kopieerblad Klasse vor. Lola: Lehrer: Lola: Lehrer: Lola: Lehrer: Lola: Lehrer: Lola: Lehrer: Lola:
Hallo! Ich heiße Lola Reichert. Wie alt bist du? 15. Du kommst aus Holland? Ja, aus Utrecht. Und wo wohnst du? Ich wohne in der Veteranenstraße 19 in Berlin. Du hast auch einen Bruder (broer)? Ja, Thomas. Er wohnt in Utrecht. Willkommen in Berlin, Lola. Und willkommen in der Klasse! Danke.
A Luister hoe Lola zich aan de klas voorstelt. Lees de tekst mee. B Vul Lola's gegevens in het Nederlands in.
Naam: Lola Reichert Leeftijd: Geboorteplaats: Woonplaats: Straat: Broers / zussen:
klassikaal
extra opdracht
alternatief
Schritt 1 Hören video
Willkommen! audio
examenvraag
spreken
Aufgabe 2 Grammatik: Hoofdletters manuel (Fr) / leren (Eng en Du)
woordenboek
Online
lezen
Midden in een Duitse zin staan soms woorden met een hoofdletter. Net zoals in het Nederlands kan het daarbij gaan om eigennamen van bijvoorbeeld personen of steden (Lukas, Frankfurt). Maar anders dan in het Nederlands worden in het Duits groepsopdracht schrijven ook zelfstandigetweetallen naamwoorden altijd met een hoofdletter geschreven (Stadt, Telefonnummer, Adresse).
LERNEN
12
nakijken
B1 B2 A2 Met een hoofdletter schrijf je dus: – elk eerste woord van de zin. – namen van personen, steden, landen, rivieren, (Daniel, Amsterdam, Holland, Rhein). – alle woorden waar je de, het of een voor kunt zetten. Dat zijn de zelfstandige naamwoorden. (Vater, Stadt, Bus). 21st century skills
leertip
kijken regarder
Grammar
A Lees de uitleg. B Welke woorden schrijf je met een hoofdletter? Kleur deze woorden rood. Iconen om differentiatieniveaus aan te geven
1 ich wohne in amsterdam.
gesprek
2 heißt er jan? 3 er wohnt in deutschland. 4 was ist deine telefonnummer? 5 maaike kommt aus valkenburg.
Aufgabe 3
formulier/kopieerblad downloaden
klassikaal
extra opdracht
herhalen
Yoska heeft op Facebook contact met een knappe jongen. Ze heeft hem nog nooit ontmoet. Hij wil graag haar adres en telefoonnummer hebben. Zij vertelt over hem aan haar beste alternatief vriend. Samen bekijken ze zijn foto’s op Facebook. gesprekken voeren Luister naar het gesprek. Omcirkel het juiste antwoord.
Naam: Leeftijd: Adres: Telefoonnummer dat Yoska geeft:
Fabi / Franz Möwick 16 / 18 Großer Grasbrook 19 / Kleiner Grasbrook 19 Hamburg
0 12 345678910
Schritt 1 Hören
Willkommen!
13
video
audio
examenvraag
manuel (Fr) / leren (Eng en Du)
woordenboek
Online
tweetallen
groepsopdracht
21st century skills
Grammar
Aufgabe 4
Steckbrief Name: Esra Yilmas Alter: 15 Jahre alt Wohnort: Köln Adresse: Joseph-Stelzmann-Straße 20 Musikinstrument: Gitarre Lieblingsessen: Bratwurst
nakijken
Steckbrief leertip
Name: Martin Schmidt Alter: 15 Jahre alt Wohnort: München Adresse: Klenzestraße 7 Musikinstrument: Trompete Lieblingsessen: Pizza
Iconen om differentiatieniveaus aan te geven
Lees de Steckbriefe van Esra en Martin. Vul in het Nederlands de gegevens in. Naam:
Esra Yilmaz
Martin Schmidt
Naam:
formulier/kopieerblad downloaden
Leeftijd:
Leeftijd:
Woonplaats:
Woonplaats:
Adres:
Adres:
Muziekinstrument:
Muziekinstrument:
Lievelingseten:
Lievelingseten:
klassikaal
Aufgabe 5 Cleo en haar vriend spreken geen Nederlands. Ze vinden het knap dat Nederlandse leerlingen op school Duits leren. Luister hoe Cleo en haar vriend zich aan je voorstellen. Vul de ontbrekende woorden in. Junge
Mädchen
Voornaam
____
Cleo
Achternaam
Mager
_____
Adres + huisnummer
Waldstraße, Nummer _
B _ _ _ _ _ erstraße, Nummer 3
Woonplaats
D _ _ _ mu _ d
Binz
Leeftijd
13
__
extra opdracht
alternatief
14
Schritt 1 Hören video
Willkommen! audio
examenvraag
spreken
Online
lezen
groepsopdracht
schrijven
Aufgabe 6 woordenboek A Omcirkel de zes Duitse steden.
manuel (Fr) / leren (Eng en Du)
Düsseldorf – Zürich – Dresden Paris – Rom – Essen – Aachen tweetallen
Hamburg – Zwolle – Berlin nakijken
B1
B2
A2
B Schrijf de vetgedrukte letters van de Duitse steden achter de P. Welk Duits automerk staat er nu? Gevonden automerk: P _ _ _ _ _ _ 21st century skills
leertip
kijken regarder
Grammar
Aufgabe 7 Grammatik: Hoofdletters Maak zinnen met de volgende woorden. Denk er aan dat sommige woorden met een gesprek hoofdletter moeten beginnen.
Iconen om differentiatieniveaus aan te geven
1 heiße – salt – ich – ismael
Ich heiße Ismael Salt.
2 in – bonn – wohne – ich
3 ist – adresse – kaiserstraße 34 – meine
4 bin – 14 – ich
Aufgabe 8
formulier/kopieerblad downloaden
klassikaal
extra opdracht
herhalen
Vul je eigen gegevens in. Ich heiße… (vul je naam in) Ich wohne in… (vul je woonplaats in)
alternatief gesprekken voeren
Ich bin… (vul je leeftijd in) Ich habe… (kies het juiste antwoord en vul het aantal in) Bruder (broer) Brüder (broers) Schwester (zus) Schwestern (zussen) £ keine Geschwister (geen broers en zussen)
Q U I Z
Was sind die populärsten Vornamen in Deutschland? £ A Ben und Mia £ B Mustafa und Emine £ C Peter und Heidi
Schritt 1 Hören video
Willkommen! audio
15 examenvraag
Aufgabe 9 manuel (Fr) / leren (Eng en Du)toeristen deze woordenboek De Dom van Keulen is wereldberoemd. Elk jaar bezoeken duizenden stad. Veel toeristen komen voor de Dom en de oude binnenstad. Op de beide tekeningen zie je de Dom en de binnenstad van Keulen.
Zoek de tien verschillen tussen de twee tekeningen. Omcirkel ze.
Online
tweetallen
groepsopdracht
21st century skills
Grammar
klassikaal
extra opdracht
nakijken
leertip
Iconen om differentiatieniveaus aan te geven
formulier/kopieerblad downloaden
alternatief
16
Schritt 1 Hören video
ZIEL
Willkommen! audio
examenvraag
spreken
Stempeln, bitte!
manuel (Fr) / leren (Eng en Du)
woordenboek
A1
Online
lezen
Kannst du jetzt verstehen, wenn andere Personen sich vorstellen? Teste dich selbst! tweetallen
Wähle Aufgabe A oder B. Viel Erfolg!
groepsopdracht
schrijven
Kies opgave A of B. Veel succes! B1
Aufgabe A
B2
A2
nakijken
Je gaat luisteren naar vier korte gesprekjes. In deze gesprekjes vertellen jongeren over zichzelf. Luister naar de vier gesprekjes. Kruis richtig (juist) of falsch (fout) aan. 21st century skills
leertip
Grammar
kijken regarder
1 De tweeling heet Marianne en Annemarie. 2 Het meisje is 18 jaar oud. 3 De jongen is 20 jaar oud. 4 Het meisje woont in de Landstraße.
Iconen om differentiatieniveaus aan te geven
gesprek
5 De jongen woont in Keulen.
R
£ £ £ £ £
F
£ £ £ £ £
Aufgabe B De Duitse Lotte wil Nederlands leren. Ze verhuist binnenkort met haar ouders naar Eindhoven. Vandaag is de eerste les Nederlands. Lotte is nieuw in de groep. Ze is een beetje zenuwachtig. De andere mensen in de groepherhalen zijn een heel stuk ouder. Er liggen formulier/kopieerblad downloaden klassikaal extra opdracht geen boeken op de tafels. Wel laptops. Maar die zijn allemaal dicht. Vreemd. Zit Lotte wel bij de juiste groep? Luister naar het gesprek. Kruis de juiste antwoorden aan. alternatief 1 Wat is de achternaam van Lotte? £ Kammer gesprekken voeren 2 Hoe oud is ze? 3 Waar woont ze? 4 Hoe oud is Franz geworden? 5 Op welk huisnummer wordt de taalles gegeven?
£ 12 £ Berlijn £ 20 £ 11
Vier oder mehr Antworten richtig? Hol dir einen Stempel!
Weißt du eigentlich, dass… …man (je / men) in Deutschland ‘Guten Tag’ sagt? In Österreich sagt man ‘Grüß Gott’ und in der Schweiz (Zwitserland) ‘Grüezi’.
£ Schneider £ 16 £ Dresden £ 50 £ 21
Schritt 2 Lesen
2 A1
Bekannt und berühmt
Bekannt und berühmt
Lesen | Du kannst Texte über Personen lesen und Informationen über diese Personen verstehen.
Aufgabe 1 Bekannt und berühmt Lola ist mit Laura, Mehmet en Daniel in der Stadt. Sie sind im KaDeWe. Das ist das größte Kaufhaus (warenhuis) von Berlin. Lola, Laura, Mehmet und Daniel sehen sich die Zeitschriften an (bekijken de tijdschriften).
Musik, Stars, Fashion, Trends.
Mode, Kosmetik, Stars, Musik.
Für viele DIE Fußballzeitschrift.
DIE Sportzeitschrift.
Welk tijdschrift past het best bij wie? Omcirkel het juiste antwoord. 1 Lola wil later muziekvideo’s maken.
BRAVO
2 Mehmet wil graag profvoetballer worden.
BRAVO
3 Daniel wil later een eigen sportwinkel openen.
BRAVO
4 Laura wil een bekende beautyblogster worden.
BRAVO
£ £
£
£
£
Mädchen
£
Mädchen
£
Mädchen
£
Mädchen
£
Kicker
£
Kicker
£
Kicker
£
Kicker
£
Sport Bild
£
Sport Bild
£
Sport Bild
£
Sport Bild
17
Schritt 2 Lesen
Bekannt und berühmt
Aufgabe 2 Vokabeln
LERNEN
18
de vader de moeder de broer de zus de woonplaats het adres het e-mailadres wonen het huisnummer het telefonnummer
der Vater die Mutter der Bruder die Schwester der Wohnort die Adresse die E-Mail-Adresse wohnen die Hausnummer die Telefonnummer
dank je, dank u Duitsland Holland ja nee niet de postcode de familie (het gezin) het meisje de jongen
danke Deutschland Holland ja nein nicht die Postleitzahl die Familie das Mädchen der Junge
A Luister naar de woordjes en lees mee.
T I P P
Blauw, rood, groen In de woordenlijst hebben alle zelfstandige naamwoorden een kleur. Zelfstandige naamwoorden zijn woorden, waar je ‘de’ of ‘het’ voor kunt zetten (de voetballer, het huis). In de woordenlijsten zijn alle der-woorden blauw. die-woorden rood. das-woorden groen. Om makkelijker te onthouden of een woord een der-, die- of das-woord is, hebben ze in de woordenlijst een eigen kleur gekregen.
B Maak de woorden af. 1 de woonplaats der Wohn ort
6 de moeder
die Mut
2 de vader
der Vat
7 Duitsland
Deutsch
3 het adres
die Adr
8 Holland
Hol
4 de postcode
die Postleit
9 niet
ni
5 de familie
die Fam
J de jongen
der Jun
C Welk woord past erbij? 1 Der Vater und die Mutter 2 Der Junge und das 3 Die Adresse und die 4 Holland und 5 Ja und 6 Die Hausnummer und die 7 Der Bruder und die 8 Der Wohnort und die Postleitzahl
Schritt 2 Lesen
Bekannt und berühmt
Aufgabe 3 Grammatik: Umlaut
LERNEN
De twee puntjes op een Duitse letter heten ‘Umlaut’. Hij komt alleen voor op de a, de u, de o en de au. Dat zijn de klinkers in het woord ’Auto’. Als de ‘au’ een ‘Umlaut’ krijgt, staat hij op de ‘a’, dus: Verkäufer. De a, o en u worden met Umlaut anders uitgesproken dan zonder Umlaut. Ook kan de betekenis van een woord met of zonder Umlaut veranderen: • schon = al • schön = mooi. A Lees de informatie over de Umlaut. B Op welke letters kan een Umlaut staan? Zet een Umlaut op die letters. 1 M ä dchen
6 fur (voor)
2 konnen (kunnen)
7 uber (over)
3 mussen (moeten)
8 Gebaude (gebouw)
4 spat (laat)
9 Koln
5 bose (boos)
J Manner (mannen)
Aufgabe 4 Aussprache: Eszett
De letter Eszett (ß) kent het Nederlands niet. Deze letter spreek je uit als een S. In Aufgabe 1 staat er een Eszett (ß) in het woord Fußballzeitschrift.
A Lees de informatie over de Eszett. B Hoe schrijf je de Eszett (ß)? Kijk naar het voorbeeld. Probeer daarna zelf een paar keer een Eszett (ß) te schrijven.
C Zoek in dit boek vijf woorden met een ß en schrijf ze op.
Weißt du eigentlich, dass… …Deutschland zwei Formel-1Rennstrecken hat? Das sind der Hockenheimring und der Nürburgring.
LERNEN
Eszett
19
20
Schritt 2 Lesen
Bekannt und berühmt
Aufgabe 5 A Das bestbezahlte
C Erfolgreiche (succesvolle) deutsche
Gisela Bündchen 38,5 Millionen Euro.
Tokio Hotel Rammstein
Cara Delevingne 7,8 Millionen Euro.
The Baseballs
Doutzen Kroes 7,5 Millionen Euro.
B Beste Formel-1aller Zeiten
D Beste aller Zeiten
Michael Schumacher
Steffi Graf
Juan Manuel Fangio
Martina Navratilova
Alain Prost
Margaret Court
Bekijk de lijstjes. Vul het juiste woord uit het kader in de titels in. Let op! Er blijven twee woorden over. Weltrangliste | Tennisspielerin | Topmodell | Popgruppen | Rennfahrer | Formel
Aufgabe 6
Steckbrief
Steckbrief
Name: Beruf: Geburtsdatum: Geburtsort: Nationalität: Größe: Hobby:
Name: Beruf: Geburtsdatum: Geburtsort: Nationalität: Größe: Hobby:
Julian Draxler Fußballspieler 20.09.1993 Gladbeck Deutscher 1.87 cm Musik
Maria Ehrich Schauspielerin 26.02.1993 Erfurt Deutsche 1.74 cm Filme
Lees de Steckbriefe van Julian en Maria. Omcirkel de juiste persoon. 1 Wie is voetballer?
Julian / Maria
2 Wie is filmster?
Julian / Maria
3 Wie is ouder?
Julian / Maria
4 Wie is groter?
Julian / Maria
5 Wie kijkt graag films?
Julian / Maria
Schritt 2 Lesen
Bekannt und berühmt
Aufgabe 7 Sandra is fan van de zangeres Elif Demirezer. Luister naar wat Sandra over haar idool vertelt. Kruis richtig (goed) of falsch (fout) aan. 1 Elif schrijft de teksten van haar liedjes zelf.
R F
2 Haar liedjes zijn romantisch. 3 Ze heeft een Duits en een Turks paspoort. 4 Ze heeft blonde, lange haren. 5 Ze heeft meegedaan aan het televisieprogramma ‘Popstars’. 6 Ze heeft ‘Popstars’ gewonnen.
£ £ £ £ £ £
£ £ £ £ £ £
Aufgabe 8 Vokabeln Vertaal het woord in het Duits. De woordjes komen uit de woordenlijst van Aufgabe 2. 1 e-mailadres
Was ist deine (jouw) E-Mail-Adresse ?
2 jongen
Wie heißt (hoe heet) der
?
3 ja
, das ist gut.
4 nee
, das ist nicht gut.
5 dank je 6 moeder
Ist das deine
7 Nederland
Ich komme aus
8 broer
Mein (mijn)
. heißt Florian.
9 zus Meine J huisnummer
?
heißt Jasmina.
Was ist die
?
Aufgabe 9 Grammatik: Umlaut Lees de woorden. Op welk vier woorden hoort een Umlaut? Zet de Umlaut op de juiste letter. 1 die Väter (vaders) 4 die Mutter (moeders) 7 die Kinder (kinderen) 2 die Schwestern (zussen) 3 die Sohne (zonen)
5 die Bruder (broers) 6 die Eltern (ouders)
Aufgabe J Vul een woord uit Aufgabe 2 in. Hamburg:
der Wohnort
Sigimann@gmail.com die 98 die 51000 Aachen
die
0612345643 die Sonnenallee 33
die
8 die Tochter (dochters) 9 die Neffen (neven)
21
22
Schritt 2 Lesen
Bekannt und berühmt
Aufgabe K Wat hoort bij elkaar? Welke sporten zie je? Wie het snelst alle combinaties heeft gevonden, heeft gewonnen! Kies uit: A American Football | B Tischtennis | C Golf | D Eishockey | E Basketball | F Bowling | G Billard | H Baseball | I Beachvolleyball | J Tennis | K Fußball
1 6
2
3
5
9
4 7
8 J
K
1
2
Q U I Z
3
4
5
6
7
8
Die Brüder Grimm haben Märchen (sprookjes) geschrieben. Sie lebten in Deutschland. £ ja £ nein
9
❿
⓫
Schritt 2 Lesen
ZIEL
Bekannt und berühmt
Stempeln, bitte! A1
Kannst du jetzt Texte über Personen lesen und Informationen über diese Personen verstehen? Teste dich selbst!
Wähle Aufgabe A oder B. Viel Erfolg! Kies opgave A of B. Veel succes!
Aufgabe A Een Duitse moeder appt haar zoon, Markus, over een Duitse ster. Lees de WhatsApps. Beantwoord daarna de vragen in het Nederlands. Markus! Ich habe den Film ’Fack ju Göhte’ gesehen. Der türkische Schauspieler spielt gut. Wie heißt der? Der heißt Elyas M’Barek. Das ist kein Türke. Elyas ist Deutscher. Er ist in München geboren. Sein Vater ist Tunesier. Seine Mutter kommt aus Österreich. Nein??!! Echt? Der sieht aber sehr türkisch aus.
1 Hoe heet de Duitse ster van wie de moeder de naam wil weten?
2 Uit welk land, denkt de moeder, dat hij komt? 3 In welk land is hij geboren? 4 Wie komt er uit Oostenrijk?
Aufgabe B
Steckbrief Vorname: Name: Nationalität: Geburtsdatum: Geburtstag: Geburtsort: Größe: Hobby: Lieblingsessen:
Sebastian Vettel deutsch 3. Juli 1987 Freitag Heppenheim 1.75m Sport Pasta
Lees de Steckbrief. Omcirkel het juiste antwoord. 1 Wat is de achternaam van deze F1-racer? Freitag / Vettel 2 Op welke dag is hij geboren? maandag / vrijdag 3 Wat is zijn hobby? muziek / sport 4 Wat is zijn lievelingseten? pasta / pizza
Drei Punkte oder mehr? Hol dir einen Stempel!
23
Zwischenstufe | Schritte 1-4 | Farchant
2. SPRACHFEST: Mein Steckbrief Aufgabe: Je maakt een Steckbrief van jezelf en presenteert die voor de klas. ERK-Niveau: A1 Fertigkeiten: lezen en schrijven Dauer: 2 uur Arbeitsweise: zelfstandig, alleen Arbeitsmaterial: vel stevig papier, viltstiften, schaar, plaksel, foto van jezelf, woordenboek Situatie: Je bent op vakantie met een Duitse jongerenorganisatie. Iedereen moet zichzelf voorstellen met een Steckbrief. Plan van aanpak: 1 Lees het voorbeeld. 2 Maak nu een Steckbrief over jezelf net zoals het voorbeeld. Neem een dik vel (gekleurd) papier. Plak een leuke foto van jezelf op. Schrijf de woorden, die links in het voorbeeld staan, netjes en zonder fouten over. Vul de Steckbrief met je eigen gegevens in.
Steckbrief Vorname: Sebastian Name: Vettel Nationalität: deutsch Geburtsdatum: 3. Juli 1987 Geburtstag: Freitag Geburtsort: Heppenheim Größe: 1.75m Hobby: Sport Lieblingsessen: Pasta
Vul bij Idol de naam van jouw idool in. Andere woorden die je kunt gebruiken bij Hobby en Lieblingsessen staan in de kaders. Staat jouw Hobby of Lieblingsessen er niet bij, gebruik dan een woordenboek. Hobby Musik | tanzen (dansen) | Fernsehen (televisie) | Filme (films) | Internet | Freunde (vrienden) | lesen (lezen) | malen (schilderen) | zeichnen (tekenen) | kochen (koken) | shoppen | Tiere (dieren) Lieblingsessen Pizza | Pommes (frites) | Hamburger | Bratwurst | Döner Kebab | Süßigkeiten (snoep) | Chips | Eis (ijs) 3 Presenteer je Steckbrief aan je klasgenoten.
Beoordeling: Ziet je Steckbrief er mooi uit? Zitten er geen fouten in je Steckbrief ?
39
40
Zwischenstufe | Schritte 1-4 | Farchant
3. LITERATUR Dieser Gruß heute am Morgen – Unbekannter Dichter –
Dieser Gruß heute am Morgen, vertreibt den Kummer und die Sorgen! Und bringt er dir dann auch noch Glück, habe ich ihn dir gerne geschickt.
A Lees het gedicht. B Lees de vertaling van het Duitse gedicht. Welk schuingedrukte woord is de juiste vertaling? Omcirkel in elke zin het juiste antwoord. Deze groet vandaag en morgen / in de ochtend, verdrijft de kommer (= ellende, problemen) en de rust / zorgen. En brengt hij (= de groet) jou dan ook nog een glimlach / geluk, heb ik hem jou graag gebracht / gestuurd. C Schrijf in het Nederlands een persoon op (opa, buurvrouw, jarige vriendin, enzovoort) aan wie je dit gedicht zou kunnen schrijven en leg kort uit waarom je hem / haar gekozen hebt.
Zwischenstufe | Schritte 1-4 | Farchant
4. LERNECKE LERNEN
VOKABELN SCHRITT 2
de vader de moeder de broer de zus de woonplaats het adres het e-mailadres wonen het huisnummer het telefonnummer
der Vater die Mutter der Bruder die Schwester der Wohnort die Adresse die E-Mail-Adresse wohnen die Hausnummer die Telefonnummer
dank je, dank u Duitsland Holland ja nee niet de postcode de familie (het gezin) het meisje de jongen
danke Deutschland Holland ja nein nicht die Postleitzahl die Familie das Mädchen der Junge
REDEMITTEL SCHRITT 3 Je zegt / Je vraagt
Du sagst / Du fragst
Hilfswörter für die Antwort
1 Goedendag. Hoe heet jij?
1 Guten Tag! Wie heißt du?
Hallo! Ich heiße …
2 Hoe oud ben je?
2 Wie alt bist du?
Ich bin … Jahre alt.
3 Waar kom je vandaan?
3 Woher kommst du?
Ich komme aus …
4 Heb je broers en zussen?
4 Hast du Geschwister?
Ja, ich habe eine Schwester und einen Bruder.
5 Wie is dat?
5 Wer ist das?
… meine Mutter.
6 Tot ziens.
6 Auf Wiedersehen!
Tschüs!
GRAMMATIK: HOOFDLETTERS Midden in een Duitse zin staan soms woorden met een hoofdletter. Net zoals in het Nederlands kan het daarbij gaan om eigennamen van bijvoorbeeld personen of steden (Lukas, Frankfurt). Maar anders dan in het Nederlands worden in het Duits ook zelfstandige naamwoorden altijd met een hoofdletter geschreven (Stadt, Telefonnummer, Adresse). Met een hoofdletter schrijf je dus: – elk eerste woord van de zin. – namen van personen, steden, landen, rivieren, (Daniel, Amsterdam, Holland, Rhein). – alle woorden waar je de, het of een voor kunt zetten. Dat zijn de zelfstandige naamwoorden. (Vater, Stadt, Bus).
41
42
Zwischenstufe | Schritte 1-4 | Farchant
LERNEN
GRAMMATIK: UMLAUT
De twee puntjes op een Duitse letter heten ‘Umlaut’. Hij komt alleen voor op de a, de u, de o en de au. Dat zijn de klinkers in het woord ’Auto’. Als de ‘au’ een ‘Umlaut’ krijgt, staat hij op de ‘a’, dus: Verkäufer. De a, o en u worden met Umlaut anders uitgesproken dan zonder Umlaut. Ook kan de betekenis van een woord met of zonder Umlaut veranderen: • schon = al • schön = mooi.
GRAMMATIK: VRAAGWOORDEN De meest voorkomende vraagwoorden in het Duits zijn: wo wohin woher wie was wann warum welche wer
waar waar … heen waar … vandaan hoe wat wanneer waarom welke wie
Wo wohnst du? Wohin fahren Sie? Woher kommt ihr? Wie ist dein Vorname? Was macht ihr da? Wann sind Sie in Köln? Warum bleiben Sie zu Hause? Welche Augenfarbe hast du? Wer steht da?
Waar woon jij? Waar rijdt u heen? Waar komen jullie vandaan? Hoe is jouw voornaam? Wat doen jullie daar? Wanneer bent u in Keulen? Waarom blijft u thuis? Welke kleur ogen heb jij? Wie staat daar?
Verbessern, Wiederholen und Grammatik+
Verbessern, Wiederholen und Grammatik+
Grammatik: Verbessern (Schritt 1-4) Aufgabe 1 Hoofdletters A Welke woorden schrijf je in het Duits met een hoofdletter? Kruis het juiste antwoord aan.
£ A Elke eerste woord van de zin. £ B Elke eerste woord van de zin en eigennamen. £ C Elke eerste woord van de zin, eigennamen en zelfstandige naamwoorden. B Welke zeven woorden in het kader schrijf je in het Duits met een hoofdletter? Schrijf ze op.
samira | volkswagen | drei | blau (blauw) | grammatik | ich (eerste woord van een zin) | belgien (België) | alt | tag | donau (rivier)
Aufgabe 2 Umlaut A Op welke letters kan een Umlaut voorkomen? Kruis het juiste antwoord aan.
£ £ £ £
A a, e, ei. B a, o, u, au. C e, i, ei. D o, u, au.
B In alle zes woorden ontbreekt de Umlaut. Zet een Umlaut op de juiste letter. 1 spater (later)
4 das Gebaude (het gebouw)
2 konnen (kunnen)
5 der Niederlander (de Nederlander)
3 mussen (moeten)
6 Osterreich (Oostenrijk)
Aufgabe 3 Vraagwoorden A Wat betekenen de vraagwoorden? Trek een lijn tussen de Duitse en de Nederlandse vraagwoorden met dezelfde betekenis. wann
hoe warum
was
waar waarheen
welche wer
waarom waarvandaan
wie wo
wanneer wat
woher wohin
welke wie
113
114
Verbessern, Wiederholen und Grammatik+ B Omcirkel in elke zin het juiste vraagwoord. 1 Wann / Wo bist du geboren? In Mainz. 2 Wann / Wohin machst du deine Hausaufgaben (je huiswerk)? Nach dem Essen (na het eten). 3 Was / Wie heißt dein Klassenlehrer? Herr Dijcks. 4 Welche / Wer E-Mail-Adresse hast du? bjimmik@gmail.com. 5 Was / Woher machst (doe) du? Ich mache meine (mijn) Hausaufgaben. 6 Warum / Wer ist das? Das ist mein Bruder.
Grammatik: Wiederholen (Schritt 1-4) Aufgabe 4 Hoofdletters In de tekst staan geen hoofdletters. Kleur de woorden die een hoofdletter moeten krijgen. heute ist lola im ‘olympiastadion berlin’. das ist das stadion von hertha BSC berlin. mehmets mannschaft (team) hat ein fußballspiel gespielt. mehmet hat fünf tore (doelpunten) geschossen. nach dem spiel stellt er lola seinem trainer karl vor.
Aufgabe 5 Umlaut A Op zes woorden moet een Umlaut. Schrijf de woorden, die met een Umlaut moeten op. Zet de Umlaut op de juiste letter. Sohne | Schild | spat | Osterreich | eins | Tur | Zahne | denn | konnen 1 2
3
5
4
6
B Zet de vetgedrukte letters van de zes woorden, die je bij opdracht A hebt opgeschreven, achter elkaar. Welk woord komt eruit? Gevonden woord:
Aufgabe 6 Vraagwoorden Vul het juiste Duitse vraagwoord in. 1
kommst du?
Ich komme morgen.
2
lange bleibst (blijf) du? Ich bleibe zwei Tage (dagen).
3
kommst du?
Ich komme aus Breda.
4
suchst (zoek) du?
Ich suche mein Telefon.
5
fahren (rijdt) Sie (u)?
Ich fahre nach Deutschland.
Verbessern, Wiederholen und Grammatik+
6
wohnst du?
Ich wohne in Dresden.
7
sind Sie (u)?
Ich bin der Vater von Nico.
8
Hausnummer ist das?
Die 234.
9
kommst du nicht mit?
Ich habe die Grippe (griep).
J
wohnt er?
Er wohnt in Köln.
Grammatik+ (Schritt 1-4) Aufgabe 7 Hoofdletters Lees de tekst. Elk woord is met een hoofdletter geschreven. Geef de woorden, die niet met een hoofdletter geschreven moeten worden een kleur. Hallo! Ich Heiße Max. Ich Wohne In Trier. Ich Habe Einen Bruder Und Eine Schwester. Ich Suche Einen Brieffreund Oder Eine Brieffreundin. Wir Können Per E-Mail Oder Über WhatsApp Kontakt Aufnehmen. Meine Hobbys Sind Computerspiele Spielen und Fußball Spielen.
Aufgabe 8 Umlaut Op twee woorden in elke zin hoort een Umlaut. Zet een Umlaut op de juiste letter van het juiste woord. 1 Ich bin nicht spater als halb funf. 2 Willst du ein Brotchen mit Kase (broodje met kaas)? 3 Zurich liegt nicht in Osterreich. 4 ‘Tschuss‘ sagt die freundliche Verkauferin (vriendelijke verkoopster). 5 Das Madchen wohnt in Dusseldorf. 6 Hier! Dieser Doner Kebab ist fur dich. 7 Elyas M’Barek ist kein Turke. Er kommt aus Munchen. 8 Wir mussen in Koln umsteigen (overstappen).
115
116
Verbessern, Wiederholen und Grammatik+
Aufgabe 9 Vraagwoorden Maak een Duitse vraag bij de antwoorden. 1
Ich heiße Sandra.
2
Ich wohne in Binz.
3
Ich komme aus der Schweiz.
4
Meine E-Mailadresse ist Lolalola@gmail.com.
5
Ich gehe in die Stadt.
6
Das ist meine Mutter.
7
Ich komme morgen.
8
mit ? Ich komme nicht, weil (omdat) ich die Grippe habe.
Grammatik: Verbessern (Schritt 5-8) Aufgabe J Het werkwoord haben A Wat is de juiste werkwoordsvorm? Maak het rijtje compleet.
ich
haben h___
du er / sie / es
h___ h__
wir ihr sie / Sie
___en __b_ ___en
B Vertaal de onderstreepte werkwoorden in het Nederlands. 1 Er hat ein Fahrrad. 2 Habt ihr Hunger? 3 Haben Sie Haustiere? 4 Haben sie Haustiere? 5 Es hat geregnet (geregend). 6 Hast du viele Freunde?
ZugSpit ze ZugSpitze is dé methode Duits waarmee uw leerlingen op een leuke en uitdagende manier de Duitse taal snel onder de knie krijgen. Leerlingen werken met ZugSpitze stap voor stap, heel gericht aan één ERK-leerdoel, waardoor ze snel het gevoel hebben iets te kunnen en tegelijkertijd optimaal voorbereid worden op het Goethe-examen.
9 789006 463354