Skip to main content

Van Horen Zeggen - Verhalen uit de Bijbel 2 vmbo-kgt leerwerkboek

Page 1

Verhalen uit de Bijbel 2 VMBO KGT

Over Verhalen uit de Bijbel Dit boek gaat over verhalen uit de Bijbel. Die verhalen komen uit een heel andere tijd en cultuur, maar ze hebben nog steeds waarde voor mensen van nu.

Verhalen uit de Bijbel

De verhalen in dit deel komen uit het Oude en het Nieuwe Testament en hebben te maken met vragen die van alle tijden zijn, zoals: • Hoe komt het onrecht in de wereld en wat kan ik eraan doen? • Wat zijn echte vrienden? • Hoe ga je om met tegenslag en verdriet? • Wat doet verliefdheid met mij? • Wat zijn wonderen? • Hoe ga ik om met anderen en anders zijn? • Hoe zorgen wij voor elkaar en de wereld? Met Verhalen uit de Bijbel ontdek je welke waarde Bijbelverhalen voor jou hebben.

Lennart Becking Cor Jongeneelen Lizet Penson (eindredactie)

9 789006 491920

2 VMBO KGT


4

Wonderen

4 Wonderen

© Museum Catharijneconvent

Dit 15e-eeuwse schilderij is een soort stripverhaal. De man met het bruine gewaad en een stralenkrans van heiligheid om z'n hoofd is Jezus. We zien hem in drie taferelen. Bovenaan op het schilderij zien we hem de stad Jericho verlaten. Rechts in het midden zien we hem praten met een sombere, verdrietige man. Helemaal in het midden van het schilderij zien we een man met een blauw gewaad en een bruine cape die door twee mannen ondersteund wordt. Uit een Bijbelverhaal weten we dat dit de blinde Bartimeüs is die Jezus roept om hulp. Op de voorgrond legt Jezus zijn handen op de ogen van Bartimeüs, waarna hij weer kan zien. Verder zijn er veel mensen die Jezus volgen, waaronder bedelaars en kreupelen, die hopen dat Jezus hen geneest. De Bijbel bevat veel van dergelijke wonderverhalen. Voor gelovigen maken ze duidelijk dat God je helpt als je op Hem vertrouwt.

In dit hoofdstuk leer je: • over wonderverhalen in de Bijbel, • over het wonderlijke leven van Jezus, • over de wonderen die Jezus heeft gedaan en wat ze voor gelovigen betekenen. 2


4.1  Wonderverhalen in de Bijbel

4.1

Wonderverhalen in de Bijbel Je leert: • nadenken over wat jij een wonder vindt, • de kenmerken van een wonderverhaal, • de betekenis van wonderen in het Oude Testament.

1

Om te beginnen – Wat vind jij een wonder? Wat is een wonder eigenlijk? Heb jij wel eens een wonder meegemaakt? Wat vind jij een wonder? Beschrijf dat wonder. Het kan een natuurverschijnsel zijn, of een bepaalde gebeurtenis. Leg ook uit waarom jij het een wonder vindt. Bijvoorbeeld: Voor mij is het een heelal een

een wonder. Als ik 's nachts de sterren zie en ik bedenk dat de aarde waarop ik leef daar maar een klein onderdeel van is, dan vind ik dat een wonder. of Ik vind het een wonder dat ik ben overgegaan naar de tweede klas. Ik ben vorig jaar namelijk drie maanden ziek geweest en heb veel lessen gemist.

Wat is een wonder? Vanouds geloven mensen in wonderen en vertellen ze verhalen hierover. Volgens het woordenboek is een wonder iets buitengewoons, iets waarover men zich verwondert, iets dat men niet verklaren kan. Hier kun je nog aan toevoegen dat veel mensen bovennatuurlijk of goddelijk ingrijpen als de verklaring van een wonder zien. Een wonderverhaal heeft vaak de volgende vier kenmerken: 1 Er gebeurt iets ongewoons, iets dat afwijkt van het gewone. 2 Wat er gebeurt, is onverklaarbaar. 3 Er is verwondering over de afloop. 4 Er is sprake van ingrijpen door een bovennatuurlijke of goddelijke macht.

2

Wonderlijke gebeurtenissen Je ziet hier acht tekstjes. Jongeren beschrijven hierin een wonderlijke gebeurtenis.

Tekst 1 Een vrouw bij ons uit de straat was haar hele leven al blind. Toen ze een keer heel erg moest niezen, kon ze plotseling zien. Volgens de oogarts kwam dit, omdat de druk in haar ogen plotseling veranderde. Maar ik vind het toch wel een heel wonderlijk verhaal.

Tekst 2 Mijn vader heeft vroeger een heel ernstig ongeluk gehad. De auto waarin hij samen met een vriend zat, werd door een trein gegrepen. Van de auto was niet veel meer over. Maar mijn vader en zijn vriend hebben het overleefd. 3


4

Wonderen

Tekst 3 Ik heb gehoord over een Filippijnse vrouw die opeens bloedende wonden in haar handen en voeten kreeg. De mensen noemden het een wonder van God, omdat Jezus diezelfde verwondingen had toen hij aan het kruis stierf.

Tekst 4 Mijn oom en tante zaten in een vliegtuig dat in een hevige storm terechtkwam. Heel veel mensen in het vliegtuig gingen tot God bidden. Na een enorme bliksemflits ontstond er een rode wolk met in het midden een wit verschijnsel. Mijn tante heeft er een foto van gemaakt en hem ons later toegestuurd. Het wit had precies de vorm van een engelenkleed.

Tekst 5 Mijn oma is plotseling gestorven aan een hartaanval. Ze overleed midden in de nacht, om 2.15 uur. Precies op dat tijdstip werd mijn moeder geschrokken wakker.

Tekst 6 Een collega van mijn moeder heeft een bijna-doodervaring gehad op weg naar zijn werk. Hij botste met zijn fiets tegen een auto, vloog door de lucht en belandde hard op het asfalt. Hij raakte bewusteloos. Maar later vertelde hij dat hijzichzelf van bovenaf zag liggen en dat hij zag hoe hulpverleners hem in een ambulance droegen. Hij ging daarna door een tunnel met aan het eind daarvan een helder wit licht. Ineens hoorde hij een stem die zei dat hij zijn kinderen niet achter mocht laten. Toen werd hij wakker in een bed in het ziekenhuis.

Tekst 7 Mijn zus had erg veel last van aanvallen van hoofdpijn. Artsen gaven pijnstillers, maar die hielpen niet echt. Ze ging daarom naar een bijeenkomst met een gebedsgenezeres. Die vrouw legde haar handen op het hoofd van mijn zus en ging tot God bidden voor genezing in naam van Jezus. Op dat moment verdween de pijn en die is later ook niet meer teruggekomen.

Tekst 8 Een klein meisje speelde buiten voor het huis. Haar moeder was binnen en kreeg ineens het gevoel dat er gevaar voor haar dochtertje dreigde. Ze rende naar buiten en trok haar van de stoep de tuin in. Toen reed een dronken man met zijn auto heel hard over de stoep. Als het kind op de stoep was blijven spelen, was ze overreden. Het is een wonder dat ze door haar moeder op tijd is gered. Lees de teksten. Welke van de vier kenmerken van een wonderverhaal passen volgens jou bij elke tekst? Vul de tabel in. Geef aan als je vindt dat de tekst dat kenmerk heeft. Bij elke tekst kunnen er meerdere kenmerken zijn. ongewoon

onverklaarbaar

wonderlijke afloop

goddelijk ingrijpen

Tekst 1

□

□

□

□

2 Tekst 2

□

□

□

□

3 Tekst 3

□

□

□

□

1

4


4.1  Wonderverhalen in de Bijbel

ongewoon

onverklaarbaar

wonderlijke afloop

goddelijk ingrijpen

4 Tekst 4

□

□

□

□

5 Tekst 5

□

□

□

□

6 Tekst 6

□

□

□

□

7 Tekst 7

□

□

□

□

8 Tekst 8

□

□

□

□

Wonderen in de oudheid In de oudheid noemden de mensen bijzondere gebeurtenissen vaak een wonder. Ze geloofden dat alles gebeurde door ingrijpen van god(en) of andere bovennatuurlijke machten. Dat paste in het wereldbeeld van toen. De mensen stelden zich de aarde voor als een platte schijf tussen de hemel en de onderwereld. De hemel boven de aarde werd bewoond door goden. De ruimte tussen de hemel en de aarde was de verblijfplaats van de goede geesten. De onderwereld was de plaats waar de boze geesten verbleven. De machten boven en onder de aarde hadden invloed op wat op aarde gebeurde. Een veilige aankomst na een reis over zee, de redding uit een onweer of een genezing van een ziekte werden gezien als tekenen van de gunst van een goddelijke macht. Tegenslag, ziekte en dood werden gezien als wraak van de goden of als uitingen van de macht van boze geesten.

3

Goddelijk ingrijpen Geloof jij in het ingrijpen van God of een hogere macht bij gebeurtenissen op aarde? Geef uitleg bij je antwoord. Bijvoorbeeld: Nee, want ik geloof niet in God of in hogere

machten. Ja, want God is almachtig.

Wonderen in het Oude Testament Bij Bijbelse wonderverhalen wordt vaak aan de wonderen van Jezus gedacht. Maar ook in het O.T. staan wonderverhalen. In het jodendom worden wonderen gezien als tekenen van Gods macht over de schepping en over de geschiedenis. Een voorbeeld hiervan is het verhaal in het boek Exodus over de bevrijding van de Israëlieten uit de slavernij in Egypte. De joodse leider Mozes vraagt aan de farao van Egypte om zijn volk te laten gaan, maar de farao weigert. Dan helpt God het joodse volk en hij verandert het water van de Nijl in bloed. Maar de farao blijft weigeren. Daarna zorgt God voor nog veel meer rampen of plagen voor de Egyptenaren. Pas na de tiende plaag laat de farao de Israëlieten gaan. Maar hij krijgt spijt en achtervolgt ze. Bij de Rietzee gebeurt weer een wonder. Het water opent zich, zodat de Israëlieten erdoor kunnen reizen. Als het leger van de farao dat ook probeert, sluit het water zich en verdrinken de soldaten van de farao.

© Wikimedia Commons

De zesde plaag. God gaf Aäron (de broer van Mozes) de opdracht om roet in de lucht te gooien in aanwezigheid van de farao. De Egyptenaren kregen een soort huidziekte en ze zaten vol zweren. Ook de raadsmannen van de farao werden besmet. Omdat zij geen medicijn vonden, beschouwden ze deze plaag als een teken van God.

5


4

Wonderen

4

En nu jij – Wonderverhalen uit het Oude Testament Zoek een voorbeeld van een ander wonderverhaal uit het Oude Testament. Beantwoord daarna de vragen. Gebruik hierbij een papieren Bijbel of een Bijbel op internet. Gebruik de QR-code voor tips.

a Welk wonderverhaal uit het O.T. heb je gekozen? Bijvoorbeeld: het Scheppingsverhaal. b Vertel het verhaal in je eigen woorden na. Bijvoorbeeld: God heeft de aarde, de zon en de maan, planten, dieren en mensen in zes dagen geschapen. c Wat is jouw mening over dat verhaal? Ligt je antwoord toe. Eigen antwoord. Bijvoorbeeld: Ik geloof niet in God en dus ook niet

dat hij alles geschapen heeft. Maar ik vind het wel een mooi verhaal. En het blijft de vraag hoe dan wel alles ontstaan is. Het echte antwoord daarop weten we (nog) niet.

4.2

Het wonderlijke leven van Jezus Je leert: • over het leven van Jezus zoals dat in het Nieuwe Testament beschreven wordt, • de betekenis van de naam Jezus Christus, • over de wonderen in het leven van Jezus: geboorte, opstanding uit de dood, hemelvaart.

5

Om te beginnen – Wat weet jij al van Jezus? In het tweede deel van de Bijbel, het Nieuwe Testament, staat het leven van Jezus, zijn woorden en daden, centraal. Wat weet jij al van Jezus? Lees de stellingen. Zijn ze waar of niet waar? Waar

Niet waar

Engelen vertelden aan herders dat Jezus was geboren.

◯

◯

2 Wijzen uit het oosten bezochten Jezus die net was geboren.

◯

◯

3 Jezus is voor christenen niet de Zoon van God.

◯

◯

4 Jezus heeft een aantal zieken genezen.

◯

◯

5 Armen kregen geld door wonderen van Jezus.

◯

◯

1

6


4.2  Het wonderlijke leven van Jezus

Jezus Christus Joden geloven dat in de toekomst God over heel de wereld macht zal hebben. In het O.T. verwijzen profeten verschillende keren naar de komst van een 'Messias'. Dit is Hebreeuws voor 'gezalfde'. Dat betekent: door God uitverkoren. Joodse koningen werden bij hun kroning door een priester gezalfd om te laten zien dat God achter hun kroning stond. De Messias zou ééns komen en dan in naam van God de wereld van al het kwaad verlossen. Christenen wijzen op de band tussen de Joodse koning David en Jezus: beiden zijn in Betlehem geboren en beiden zijn ideale leiders. Bovendien zou Jezus een afstammeling zijn van deze Joodse koning. Christenen geloven dat Jezus de Messias is en noemen hem daarom ook Christus. Christus is de Griekse vertaling van Messias. De naam Jezus komt van de joodse naam Jozua, wat 'God redt' betekent. © Wikimedia Commons Jezus woonde lang in Nazaret. Daarom wordt hij ook Jezus als redder van de wereld. Schilderij van El Greco wel Jezus van Nazaret genoemd. (ca. 1606).

Het Nieuwe Testament Het tweede deel van de Bijbel, het Nieuwe Testament (N.T.) is in het Grieks geschreven, wat toen de wereldtaal was. De verhalen erin gaan over Jezus en zijn volgelingen. De eerste vier boeken van het N.T. gaan vooral over het leven van Jezus, zijn woorden en daden en de betekenis daarvan. Deze vier boeken worden de 'evangeliën' genoemd. Het Griekse woord evangelie betekent 'goed nieuws'' of 'blijde boodschap'. De vier evangeliën zijn geschreven door Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes. Zij worden evangelisten genoemd. De andere boeken van het N.T. gaan over de reizen en de daden van de volgelingen van Jezus om het christendom te verspreiden (Handelingen). Het N.T. bevat veel Brieven aan de eerste christelijke gemeenten over allerlei geloofsonderwerpen. Ook gaat er een boek over de toekomst (Openbaring).

© Wikimedia Commons

De vier evangelisten zoals ze begin 16e eeuw door Jean Bourdichon zijn afgebeeld in het getijdenboek van Anne van Bretagne. De evangelisten hebben allemaal een vast symbool of attribuut. Van links naar rechts: Matteüs met 'de mens' als symbool, Marcus met een leeuw, Lucas met een rund en Johannes met een arend of adelaar.

Ga naar eDition om te leren hoe je kunt zoeken en lezen in de Bijbel.

7


4

Wonderen

6

Het Nieuwe Testament Deze tekst gaat over het Nieuwe Testament. Maak de zinnen volledig. Kies uit: brieven - Christus - God - goed nieuws of blijde boodschap - Handelingen - Nieuwe Testament - Openbaring - uitverkoren - vier - woorden en daden. in de toekomst over de hele wereld 1 Joden geloven dat God macht zal hebben. 2 Jezus wordt Messias genoemd omdat hij door God is uitverkoren 3 De Griekse vertaling van het woord Messias is Christus

. .

4 Het tweede deel van de Bijbel wordt het Nieuwe Testament

genoemd.

5 Het woord 'evangelie' betekent goed nieuws of blijde boodschap . 6 De Bijbel bevat vier

evangeliën.

7 Elk evangelie gaat over de woorden en daden

van Jezus.

8 Over de reizen van de volgelingen van Jezus wordt verteld in het Bijbelboek

Handelingen

.

9 Een aantal brieven

in de Bijbel aan de eerste christelijke

gemeenten bevatten uitleg over allerlei geloofsonderwerpen. 10 Het laatste boek in de Bijbel dat over de toekomst gaat, heeft als titel

Openbaring

.

Een wonderlijk begin Rond het jaar 0 hebben de Romeinen het joodse land Palestina bezet. Ze regeren met harde hand. Opstandelingen worden gedood. In deze moeilijke tijd wordt Jezus geboren. Alleen Matteüs en Lucas vertellen in hun evangelie over de geboorte van Jezus en de wonderlijke gebeurtenissen rondom die geboorte. Zo vertelt Matteüs dat Jozef in een droom van een engel hoort dat zijn verloofde Maria zwanger is van de heilige geest. Ze zal bevallen van een zoon die ze Jezus moeten noemen. Jozef doet wat de engel zegt en enkele maanden later wordt Jezus geboren in het stadje Betlehem. Matteüs vertelt ook dat wijze mannen uit het oosten een ster volgen, op zoek naar de pasgeboren koning van de Joden. Ze vinden Jezus en geven hem goud, wierook en mirre als geschenken. De Joodse koning Herodes wil het kind doden, omdat Jezus voor hem een concurrent zou zijn. Hij geeft bevel alle pasgeboren Joodse jongetjes te doden. Een engel waarschuwt Jozef en Maria en het gezin vlucht naar Egypte. Later keren ze terug naar naar Palestina om daar in Nazaret, een dorp in de noordelijke provincie Galilea, te wonen. Lucas vertelt in zijn evangelie over een engel die aan Maria in Nazaret verschijnt en meedeelt dat de heilige geest over haar zal komen. Ze zal de Zoon van God baren. Door een volkstelling moeten Maria en Jozef op reis gaan naar Betlehem. Daar wordt Jezus geboren. Ze leggen hem in een voederbak omdat ze geen plek in een nachtverblijf kunnen vinden. In die buurt zijn herders hun schapen aan het hoeden. Engelen verschijnen aan hen en vertellen dat de Messias is geboren. De herders bezoeken de pasgeboren baby meteen. Later keren Jozef, Maria en Jezus terug naar Nazaret in de noordelijke provincie Galilea.

8


4.2  Het wonderlijke leven van Jezus

Geboortedatum van Jezus De exacte geboortedatum van Jezus is onbekend. In het Romeinse rijk vierden veel mensen op 25 december een 'zonnefeest'. Na de kortste dagen van het jaar werd het hierna weer wat langer licht. Rond het jaar 350 besloten christelijke machthebbers dat op die datum voortaan de geboorte van Jezus zou worden gevierd. Kerstmis wordt nog steeds wereldwijd gevierd, het is één van de bekendste feesten ter wereld. De christelijke jaartelling begint met de geboorte van Jezus. Of dat ook werkelijk in het jaar 1 was, is niet zeker. De verhalen van Matteüs en Lucas spreken elkaar op dit punt tegen. In de zesde eeuw is besloten om als startpunt van de christelijke jaartelling een jaar te kiezen dat ongeveer tussen de gegevens van Matteüs en Lucas in ligt.

7

Een kerststal Je ziet een foto van een kerststal met Maria, Jozef en de pas geboren Jezus. De voorstelling is een combinatie van de evangeliën van Matteüs en Lucas. Wat verwijst naar welk verhaal?

© Shutterstock / Z. Atletic

verhaal van Matteüs verhaal van Lucas geen van beide verhalen 1 Jezus in de voederbak

◯

◯

◯

2 drie wijze mannen

◯

◯

◯

3 de kameel

◯

◯

◯

4 herders met schapen

◯

◯

◯

5 de os en de ezel

◯

◯

◯

Een wonderlijk leven Over de geboorte en de jeugd van Jezus is bijna niets bekend. De verhalen van de vier evangeliën gaan vooral over de laatste levensjaren van Jezus. Er wordt verteld dat Jezus vanaf zijn dertigste met twaalf discipelen (leerlingen) door Palestina reist. Omdat de discipelen van Jezus de opdracht krijgen om zijn boodschap te verkondigen, worden ze later apostelen (uitgezondenen) genoemd. Jezus vertelt verhalen, houdt toespraken en geneest zieken. Hij krijgt niet alleen volgelingen, maar ook vijanden die bang zijn hun gezag te verliezen. Dit leidt uiteindelijk tot zijn dood aan het kruis in Jeruzalem rond zijn drieëndertigste levensjaar. Op de vrijdag van zijn sterven wordt zijn lijk meteen in een lijkwade gewikkeld en in een rotsgraf gelegd.

© Wikimedia Commons

In het evangelie van Matteüs staat het verhaal dat Jezus op het meer van Galilea twee vissers zag, de broers Simon en Andreas. Hij riep hen: 'Kom, volg mij, ik zal van jullie vissers van mensen maken.' Zij zijn de eerste discipelen van Jezus. Simon wordt later door Jezus Petrus genoemd.

Een wonderlijk einde Volgens verhalen in het N.T. wordt op de zondag na de begrafenis van Jezus ontdekt dat zijn lichaam niet meer in zijn graf ligt. Zijn volgelingen geloven dat hij uit de dood is opgestaan en gaan daarover vertellen. Volgens de verhalen in de Bijbel verschijnt hij zelfs af en toe aan hen. 9


4

Wonderen

De opstanding van Jezus uit de dood is de kern van het christelijk geloof. Christenen vieren dit elk jaar met Pasen. Veertig dagen na Pasen vieren christenen dat Jezus afscheid van zijn leerlingen neemt en in de hemel wordt opgenomen. Deze dag valt altijd op een donderdag en wordt Hemelvaartsdag genoemd. Op de vijftigste dag na Jezus' opstanding uit het graf, voelen zijn volgelingen volgens de verhalen Gods geest op hen neerdalen. Ze raken in 'vuur en vlam' en gaan daarna enthousiast de boodschap van Jezus verkondigen. Dit vieren christenen met Pinksteren.

8

Christelijke feesten a Welke christelijke feesten wordt bij jullie thuis gevierd? Bijvoorbeeld: Kerst en Pasen b Hoe vieren jullie dat? Bijvoorbeeld: we gaan dan naar de kerk naar een speciale dienst. Of: Met Kerst hebben we een kerstboom en eten we uitgebreid met de hele familie aan een lange tafel. Met Pasen zoeken we eieren en krijgen we een chocolade paashaas. c Welk christelijk feest vind jij het mooist? Leg uit waarom. Bijvoorbeeld: Kerstmis, vanwege de mooie sfeer met de kerstboom met lichtjes en veel kaarsen en het gezellig bij elkaar zijn.

9

En nu jij - Een profiel van Jezus Als je een account hebt bij Instagram, Tiktok, Twitter of iets dergelijks, dan heb je daar een profielpagina. Daarop staan persoonlijke gegevens als naam, geboortedatum, woonplaats(en), tijdlijn met gebeurtenissen en activiteiten. Ze zijn belangrijk voor contacten en voor de volgers. Rond het begin van onze jaartelling bestonden deze sociale media natuurlijk niet. Maak een profiel van Jezus, zodat mensen weten wie hij is. • Vermeld zijn gegevens op een A4-tje. • Gebruik de informatie van deze paragraaf, maar je mag ook aanvullende informatie opzoeken. • Neem in elk geval een profielfoto op. Er is natuurlijk geen echte foto van Jezus, maar je kan wel gebruikmaken van een schilderij of tekening. Vermeld de vindplaats daarvan. • Wat vind jij van Jezus? Voeg aan het profiel van Jezus een tekstje toe waarin jij beschrijft hoe jij over Jezus denkt. Lever het resultaat in. Beoordeel je werk. Heb je de belangrijkse informatie over Jezus’ leven vermeld (geboorte, sterven, wie hij was, wat hij deed)? Heb je een goede profielfoto gevonden? Ziet je A4-tje er netjes en aantrekkelijk uit? Eindig je het profiel met jouw mening over Jezus?

10


4.3  Jezus doet wonderen

4.3 Jezus doet wonderen Je leert: • voorbeelden van wonderen in het Oude Testament, • een aantal voorbeelden van de wonderen die Jezus heeft gedaan, • de betekenissen van wonderverhalen over Jezus.

10

Om te beginnen – Welke wonderen van Jezus ken je al? a Volgens de evangeliën verrichtte Jezus allerlei wonderen tijdens zijn leven. Van welke wonderen van Jezus heb je al wel eens gehoord? Bijvoorbeeld: Hij genas zieken, of:

Hij liep over water. b Hoe denk jij over deze wonderen van Jezus? Licht je antwoord toe. Bijvoorbeeld: Sommige wonderen zijn misschien wel echt gebeurd,

zoals zieken die genezen, daar hoor je ook nu nog wel eens van. Maar andere wonderen zijn wel heel bijzonder, zoals lopen over water. Dan moet je echt geloven.

Koninkrijk van God In het jodendom worden wonderen gezien als tekenen van Gods macht. Ook geloven joden dat in de toekomst Gods macht over heel de wereld zichtbaar zal worden. Dit wordt het 'koninkrijk van God' genoemd. Het boek Jesaja uit het Oude Testament gaat over de profeet Jesaja. Volgens deze profeet zal de komst van het koninkrijk van God herkenbaar zijn aan bepaalde tekenen of wonderen, zoals: • blinden kunnen zien, • doven kunnen horen, • verlamden kunnen lopen, • stommen kunnen praten. Volgens christenen heeft Jesaja met zijn profetieën de geboorte van Jezus Christus en zijn lijden als dienaar van God aangekondigd. In de evangeliën staan veel verhalen over wonderen die Jezus © Shutterstock / R. Sedmakova doet. Hij geneest blinden en doven, hij verandert water in wijn, hij geneest zieken en wekt zelfs doden tot leven. Hij geeft een Een muurschildering van de profeet Jesaja grote menigte mensen te eten met een paar broden, hij loopt (Isaias) in de Herz-Jesu-Kirche in Berlijn. De boekrol met Hebreeuwse letters verwijzen over water, brengt een storm tot bedaren, bevrijdt mensen van naar het boek Jesaja in het Oude Testament. Dit Bijbelboek gaat over vertrouwen op God hun bezetenheid en zo zijn er nog veel meer wonderverhalen en hoop voor de toekomst. over Jezus in het N.T. De schrijvers van de evangeliën willen hiermee zeggen: bij Jezus zien we dat hij de tekenen verricht die de profeet Jesaja heeft genoemd. Met andere woorden: in de woorden en daden van Jezus is Gods aanwezigheid op aarde te zien. Een 'wonderverhaal' in het N.T. is dus eigenlijk een verkondiging van het geloof dat Jezus de Messias is, met wie het rijk van God aanbreekt. De verhalen die hierna aan de orde komen, moet je tegen deze geloofsachtergrond begrijpen. 11


4

Wonderen

Wonderen van Jezus Tekst 1 Er was een bruiloft in Kana. De moeder van Jezus was er, en ook Jezus en zijn leerlingen waren op de bruiloft uitgenodigd. Toen de wijn bijna op was, zei de moeder van Jezus tegen hem: 'Ze hebben geen wijn meer.' 'Wat wilt u van me?' zei Jezus. 'Mijn tijd is nog niet gekomen.' Zijn moeder sprak daarop de bedienden aan: 'Doe maar wat hij jullie zegt, wat het ook is.' Er stonden zes grote stenen watervaten. Jezus zij tegen de bedienden: 'Vul de vaten met water.' Ze vulden ze tot de rand. Toen zei hij: 'Schep er nu wat uit, en breng dat naar de ceremoniemeester.' Dat deden ze. En toen de ceremoniemeester proefde wat er in het vat zat, riep hij de bruidegom en zei tegen hem: 'Iedereen zet zijn gasten de goede wijn voor en als ze dronken zijn de minder goede. Maar u hebt de beste wijn tot nu bewaard!' Dit heeft Jezus in Kana, als eerste wonder gedaan: hij toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen geloofde in hem. Naar: Johannes 2: 1-11

Tekst 2 Er werd een blinde bij Jezus gebracht, en men smeekte hem om de man aan te raken. Hij pakte de blinde bij de hand en bracht hem buiten het dorp. Hij deed wat speeksel op zijn ogen, legde er zijn handen op en vroeg: 'Ziet u iets?' De man begon weer te zien en zei: 'Ik zie mensen, het zijn net bomen, maar ze lopen rond.' Daarna legde hij zijn handen op de ogen van de blinde. Deze sperde zijn ogen open en genas; hij zag alles heel helder. Naar: Marcus 8: 22-26

Tekst 3 Toen Jezus uit de boot stapte, zag hij een grote menigte. (...) Hij onderwees hen langdurig. Toen er veel tijd was verstreken, kwamen zijn leerlingen naar hem toe en zeiden: 'Dit is een afgelegen plaats en het is al laat. Stuur hen weg, dan kunnen ze naar de dorpen en gehuchten gaan om eten te kopen.' Maar Jezus zei: 'Geven jullie hun maar te eten. (...) Hoeveel broden hebben jullie bij je? Ga eens kijken.' En nadat ze waren gaan kijken wat ze bij zich hadden, zeiden ze: 'Vijf broden en twee vissen.' Hij zei tegen hen dat ze de mensen opdracht moesten geven om in groepen in het groene gras te gaan zitten. Ze gingen zitten in groepen van honderd en vijftig. Hij nam de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit, brak de broden en gaf ze aan zijn leerlingen om ze aan de menigte uit te delen; ook de twee vissen verdeelde hij onder allen die er waren. Iedereen at en werd verzadigd. Ze haalden de overgebleven stukken brood op, waarmee wel twaalf manden konden worden gevuld, en ook wat er over was van de vissen. Vijfduizend mensen hadden van de broden gegeten. Naar: Marcus 6: 34-44

Tekst 4 Jezus stapte in de boot en stak over, terug naar zijn eigen stad. Een paar mensen probeerden daar een verlamde bij hem te brengen die op een ligmat lag. Omdat zij zo hun geloof in Jezus toonden, zei Jezus tegen de verlamde: 'Wees gerust, uw zonden worden u vergeven.' Daarop zeiden enkele schriftgeleerden: 'Wat een belediging van God!' Jezus wist wat ze dachten en zei: 'Waarom hebt u zulke slechte gedachten? Wat is makkelijker te zeggen: 'uw zonden worden u vergeven?' of: 'sta op en loop'? Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.' Toen zei hij tegen de verlamde: 'Sta op, pak uw ligmat en ga naar huis.' En hij stond op en ging naar huis. Naar: Matteüs 9: 1-7 12


4.3 Jezus doet wonderen

Tekst 5 Jaïrus klampte Jezus aan en zei: 'Mijn dochter van twaalf jaar ligt thuis op sterven. Ze is mijn enige kind. Kom alsjeblieft mee om haar te genezen, zodat ze blijft leven.' Jezus ging mee naar het huis van Jaïrus. Ze hadden het huis van Jaïrus nog niet bereikt, toen er een familielid aankwam die zei: 'Je hoeft Jezus niet meer lastig te vallen, je dochter is al gestorven.' Jezus zei nadrukkelijk tegen Jaïrus: 'Wees niet bang, maar geloof, dan zal ze worden gered.' Toen ze bij het huis waren aangekomen, ging Jezus met de ouders en drie van zijn leerlingen naar binnen. Roerloos lag het meisje op haar bed. Alle aanwezigen waren aan het weeklagen. Jezus zei: 'Houd op met klagen, want ze is niet gestorven, ze slaapt.' Ze lachten hem uit want ze wisten dat het meisje dood was. Jezus nam haar hand vast en zei met luide stem: 'Meisje, sta op'. Ze ging weer ademen en ze stond meteen op. Jezus gaf opdracht haar iets te eten te geven. Ze deden wat Jezus had gezegd. Naar: Lucas 8: 49-56

11

Wonderen van Jezus Lees de wonderen van Jezus. Het zijn bewerkte wonderverhalen uit de Bijbel. Bekijk daarna de afbeeldingen. Vat elk wonderverhaal in één zin samen. Zet die zin bij de juiste afbeelding.

Tekst 3

Tekst 1

Jezus geeft met vijf

Jezus verandert

broden en twee

water in wijn.

vissen vijfduizend mensen te eten. Tekst 2

Tekst 4

Jezus laat een blinde

Jezus laat een

zien.

verlamde lopen.

Tekst 5 Jezus maakt een meisje dat dood lijkt, weer levend.

Genezing van een huidaandoening Het zijn vaak mensen met een gebrek die naar Jezus toekomen voor genezing, zoals verlamden, blinden en doofstommen. In enkele wonderverhalen worden ook melaatsen genoemd: mensen met een huidaandoening. Een voorbeeld staat in het evangelie van Matteüs. Om dit verhaal goed te kunnen begrijpen, moet je wat meer weten van melaatsheid en van de joodse voorschriften in die tijd met betrekking tot melaatsheid. 13


4

Wonderen

In de Bijbel is melaatsheid een verzamelnaam voor veel soorten huidaandoeningen en uitslag. Het kon om een lichte irritatie van de huid gaan, maar ook om een vorm van de ernstige lepra. Tegenwoordig zouden onder 'melaatsheid' ook eczeem, psoriasis of jeugdpuistjes vallen. Veel van dergelijke aandoening zijn erg vervelend, omdat de huid er vies uit ziet, jeukt en anderen bang zijn voor besmetting. Volgens aanwijzingen van Mozes in de Tora moest een persoon met ernstige huiduitslag zich door een priester laten onderzoeken op melaatsheid. Als bij iemand melaatsheid werd vastgesteld, was een gewoon leven in de maatschappij niet langer mogelijk. Melaatsen moesten buiten de steden blijven en mochten in dorpen alleen op afgelegen plekken leven, zodat zij andere mensen niet konden besmetten. Hij moest anderen waarschuwen door 'onrein' te roepen als er iemand in hun buurt kwam. Een genezen melaatse kon pas weer in de samenleving opgenomen worden, als een priester hem weer gezond had verklaard. In de Tora staat de verplichting om dan uit dankbaarheid een offer aan God te brengen.

De melaatse Er kwam een man naar Jezus toe die melaats was. Hij viel voor Jezus op de knieën en zei: 'Heer als u wilt, kunt u mij rein maken.' Jezus stak zijn hand uit, raakte hem aan en zei: 'Ik wil het; word rein.' Op hetzelfde ogenblik was de man van zijn melaatsheid af en was hij rein. 'Denk erom,' zei Jezus hem, 'vertel dit aan niemand, maar ga u aan de priester laten zien en breng het offer dat Mozes heeft voorgeschreven. Dan hebben de mensen bewijs dat u genezen bent.' Bron: Matteüs 8:2-4

12

Genezing van een huidaandoening Lees de tekst Genezen van een huidaandoening en het verhaal De melaatse. Beantwoord de vragen. a Wist de melaatse wie Jezus was? Verklaar je antwoord. Ja, want hij spreekt Jezus aan; hij verwacht dat Jezus hem kan genezen.

b Welke gevoelens had de melaatse ten opzichte van Jezus? Kies twee van de volgende woorden: angst – geloof - onderdanigheid - onzekerheid - pijn twijfel - vertrouwen - wantrouwen

c Op welke manier hield Jezus zich niet volledig aan de regels in de Tora? ◯ Hij sprak met de melaatse. ◯ Hij genas de zieke. Dat mag alleen God. ◯ Hij raakte de melaatse aan.

d Op welke manier hield Jezus zich wel aan de regels in de Tora? De genezen melaatse moet een offer brengen dat Mozes heeft voorgeschreven. e Het was bijzonder dat Jezus de melaatse aanraakte. Want, wie raakt nou iemand met een huidziekte aan! Jij kent in je eigen omgeving vast wel iemand met een huidaandoening. Denk aan veelvoorkomende aandoeningen als jeugdpuistjes, krentenbaard en eczeem. Beantwoord de vragen. 1 Beschrijf kort wie jij kent met een huidaandoening en wat voor huidaandoening dat is. zet ik telkens Eigen antwoord. Bijvoorbeeld: 14bij de ook antwoorden?

Eigen antwoord. Bijvoorbeeld: Mijn neef heeft heel erg last van jeugdpuistjes (acne).


4.3  Jezus doet wonderen

2 Heb jij deze persoon aangeraakt? Zo ja, beschrijf kort hoe dat ging. Zo nee, vertel waarom niet. Eigen antwoord. Bijvoorbeeld: Toen hij jarig was, heb ik hem gewoon

drie kussen gegeven. Of: Toen hij jarig was, kon ik me er niet toe zetten hem drie kussen te geven, dus heb ik hem maar zo’n beetje op zijn schouder geklopt. 3 Hoe zou jij willen dat mensen met jou omgaan als je zo'n huidaandoening hebt? Eigen antwoord.

Bijvoorbeeld: Ik zou willen dat mensen normaal met me omgaan, zoals ze ook met anderen omgaan. Ze krijgen echt zelf geen puisjes als ze mij een kus geven. Of: Ik begrijp dat ze mij niet willen aanraken, ik vind het zelf ook vies.

Storm Een ander bekend wonderverhaal uit het Nieuwe Testament gaat over een storm op het meer van Galilea. Dit meer stond erom bekend dat hevige stormen er heel snel kunnen opkomen, maar ook weer snel kunnen verdwijnen.

Storm op het meer Op zekere dag stapte Jezus met zijn leerlingen in een boot. 'Laten we naar de overkant van het meer gaan,' zei hij. En zij staken van wal. Onder het varen viel Jezus in slaap. Er stak een stormwind op, dwars over het meer; de boot begon water te maken en ze liepen groot gevaar. De leerlingen gingen naar Jezus toe en maakten hem wakker: 'Meester, meester! We vergaan!' Hij werd wakker en sprak de wind en de golven streng toe; ze kwamen tot rust en het werd stil. Tegen zijn leerlingen zei hij: 'Waar is jullie geloof?' Maar zij waren erg geschrokken en zeiden vol verbazing tegen elkaar: 'Wie is hij toch? Hij geeft zelfs de wind en het water bevelen, en die gehoorzamen hem!' Lucas 8:22-25

13

© Wikimedia Commons

Storm op het meer van Galilea. Schilderij van Jan Breughel de Oudere uit 1596.

Storm op het meer Lees het verhaal Storm op het meer.

a Wat verwijt Jezus aan zijn leerlingen? Gebrek aan geloof.

b Wat vertelt dit wonderverhaal over Jezus? Jezus vertrouwt op God en kan daardoor rustig slapen tijdens de storm. Bovendien laat hij zien dat hij de Messias is: hij heeft van God de macht gekregen om de storm (het kwaad in de wereld) te bedwingen. c Hoe denk jij over dit wonder van Jezus? Licht je antwoord toe. Bijvoorbeeld: Ik denk niet dat dit echt zo gegaan is, maar dat het

een verhaal is om te laten zien dat je rustig moet blijven en erop vertrouwen dat het goed komt. Of: Ik denk dat het zo gebeurd is, maar dat dat niet komt, omdat Jezus een wonder deed, maar omdat op dat meer een storm plotseling weer kan gaan liggen. 15


4

Wonderen

14

Je eigen storm Het verhaal over de storm op het meer kan ook symbolisch worden opgevat. De gebeurtenissen gaan dan over de levenszee van de mens. Iedereen beleeft soms rustige en soms onrustige tijden. De ene keer heb je de wind mee en kun je van je leven genieten. De andere keer heb je tegenwind en moet de tegenslag overwinnen. Vooral in de pubertijd wisselen rustig vaarwater en golven van emoties elkaar af. Geloof in jezelf en vertrouwen durven hebben in anderen is dan erg belangrijk. Beantwoord de volgende twee persoonlijke vragen. a Wanneer was geloven in jezelf tijdens een 'stormachtige' periode in je leven erg belangrijk? Bijvoorbeeld: Toen ik in de brugklas voor het eerst een onvoldoende bij

een toets kreeg, ging ik aan mezelf twijfelen. Ik moest mijn onzekerheid overwinnen, meer in mezelf geloven en beter gaan leren. Daarna heb ik geen onvoldoendes meer gekregen. b Wanneer was vertrouwen op een ander tijdens een 'stormachtige' periode in je leven erg belangrijk? Bijvoorbeeld: Vorig schooljaar werd ik gepest. Ik geloofde dat mijn mentor

mentor mij kon helpen. Ik vertelde hem daarom mijn probleem. Hij besprak dit met mijn klasgenoten en gelukkig stopte het pesten daarna.

15

En nu jij - Kwartetspel wonderen Je gaat met de klas een kwartetspel maken over wonderen. Ga als volgt te werk: • Vorm groepjes van vier leerlingen. • Elk groepje kiest in overleg met de docent een wonderverhaal uit het Nieuwe Testament. • De groepsleden maken een opzet voor vier kaarten. • Elke kaart moet dezelfde titel van het wonderverhaal hebben maar het fragment eruit is verschillend. • Dat fragment wordt op de kaart getekend en met één zin uitgelegd. • Als het kwartetspel klaar is, lever je dit stapeltje kaarten bij de docent in. • De docent kopieert de kaarten, zodat het kwartetspel in een volgende les gespeeld kan worden. Beoordeel jullie kwartet. Staat op elke kaart de titel van jullie wonder? Geven de vier zinnen op jullie kaarten samen duidelijk weer hoe het verhaal van het wonder gaat? Zijn de tekeningen bij de fragmenten duidelijk voor jullie klasgenoten? Ging de samenwerking goed?

16


4.4 Tot slot

4.4 Tot slot Ga naar eDition voor de samenvattende opdracht Wonderen. Scan de QR-code voor een overzicht met begrippen bij dit hoofdstuk.

16

Interview over wonderen Je gaat samen met een klasgenoot vier volwassenen interviewen over de wonderen van Jezus. Daarna vergelijken jullie de antwoorden van de vier mensen: wat zijn de verschillen, wat de overeenkomsten? Daar maken jullie een verslag van. a Ter herinnering: Wat zijn de kenmerken van een wonder? ongewoon

onverklaarbaar

wonderlijke afloop

goddelijk ingrijpen

Hoe denken mensen om jou heen over wonderen? • Maak samen een vragenlijst met tien vragen. • Begin met drie persoonlijke vragen naar hun leeftijd, naar hun opleiding en/of beroep en naar hun levensbeschouwing of godsdienst. • Bedenk daarna zeven vragen over hoe hij/zij over de wonderen van Jezus denkt en hoe hij/zij over wonderen in het algemeen denkt. • Neem de interviews af. Noteer meteen de antwoorden bij de vragen. • Bespreek daarna met elkaar de vier interviews. Wat zijn de overeenkomsten en de verschillen bij de antwoorden? Noteer wat jullie zo ontdekken.

b Wat heb je geleerd van de interviews?

• Geef aan wat de overeenkomsten en wat de verschillen zijn in de antwoorden. • Welke conclusies kun je hieruit trekken? • Is jullie idee over wonderen veranderd door de interviews? Als jullie hier verschillende antwoorden hebben, schrijf ze dan allebei op. • Beschrijf tot slot hoe het uitvoeren van de opdracht ging. Denk aan het maken van de vragenlijst, hoe het interviewen ging, hoe jullie samenwerking was en aan het resultaat. • Neem de vragen en de antwoorden van de vier mensen als bijlage in jullie verslag op. Denk eraan dat je naam van de peroon die jullie geïnterviewd hebben, erbij zet. • Lever het verslag bij je docent in. Hebben jullie tien vragen voor het interview bedacht? Hebben jullie een duidelijk overzicht gemaakt van de verschillen en de overeenkomsten in de antwoorden van de geïnterviewden? Hebben jullie duidelijk jullie conclusies vermeld? Hebben jullie duidelijk gemaakt of jullie mening over wonderen veranderd is door de interviews? Hebben jullie het verslag goed uitgewerkt? Denk daarbij aan: goed taalgebruik, een duidelijke indeling, mooi en netjes opgemaakt. Hoe was de samenwerking tussen jullie?

17


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Van Horen Zeggen - Verhalen uit de Bijbel 2 vmbo-kgt leerwerkboek by ThiemeMeulenhoff - Issuu