WERKBOEK NIVEAU 3&4
Zorg voor de omgeving PW
Deze uitgave Zorg voor de omgeving PW maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande kerntaak uit het kwalificatiedossier Pedagogisch werk. B1-K1-W3 Richt ruimten in ter voorbereiding op activiteiten De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.
pedagogisch werk
PW Zorg voor de omgeving PW WERKBOEK
De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaalagogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- / reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff .nl/trajectwelzijn.
Auteur: J.H.M. Jacobs-Laagland Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde
9 789006 622515
MBO_WB_Welzijn_Zorg voor de omgeving_PW_210x297mm.indd All Pages
2/03/17 12:51
Zorg voor de omgeving PW Niveau 3 & 4
J.H.M. Jacobs-Laagland
Colofon Colofon Auteur J.H.M. Jacobs-Laagland
Redactie M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde
ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een Over ThiemeMeulenhoff learning design company. Wezich brengen content, leerontwerp ThiemeMeulenhoff ontwikkelt van educatieve uitgeverij toten een learning technologie samen. onze content, groeiende expertise,en ervaring en samen. design company. WeMet brengen leerontwerp technologie leeroplossingen zijn we een partner voor bij het vernieuwen Met onze groeiende expertise, ervaring enscholen leeroplossingen zijn we eenen partverbeteren van onderwijs. Zo kunnen samen beter recht doen de ner voor scholen bij het vernieuwen enwe verbeteren van onderwijs. Zoaan kunnen verschillen tussenrecht lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steedsen we samen beter doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen persoonlijker, en efficiënter wordt.effectiever en efficiënter wordt. ervoor zorgen effectiever dat leren steeds persoonlijker, vernieuwen. Samen leren vernieuwen.
Taalkundige redactie Tekst 2000, Utrecht
www.thiememeulenhoff.nl of via de Klantenservice 033 448 3800
Vormgeving en omslag
978 90 90 06 066 225155 ISBN 978 62251 eerste oplage, oplage,2017 2016 Eerste druk, derde
Studio Fraaj, Rotterdam ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, Amersfoort, 2016 2016 © ThiemeMeulenhoff,
Fotografie omslag Mathilde Karrèr Photography, Rotterdam
Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort
rechten voorbehouden. voorbehouden. Niets Nietsuit uitdeze dezeuitgave uitgavemag magworden wordenverveelvouAlle rechten verveelvoudigd, in een geautomatiseerd gegevensbestand, digd, opgeslagenopgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaarof openbaar in gemaakt, in enige op enige wijze, hetzij elektronisch, gemaakt, enige vorm of op vorm enigeofwijze, hetzij elektronisch, mechanisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, enig andere zonder door fotokopieën, opnamen, of enig andereofmanier, zondermanier, voorafgaande voorafgaande schriftelijkevan toestemming schriftelijke toestemming de uitgever.van de uitgever. Voor zover uituit deze uitgave is toegestaan op grond zoverhet hetmaken makenvan vankopieën kopieën deze uitgave is toegestaan op van artikel Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus Stbl. 1985, 471 grond van 16B artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 231985, augustus en artikel 1912, dient 1912, men de daarvoor wettelijk verschuldigde Stbl. 471 17 en Auteurswet artikel 17 Auteurswet dient men de daarvoor wettelijk vergoedingen voldoen aan Stichting Publicatieen Reproductierechten verschuldigde te vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KBPostbus Hoofddorp Reproductierechten Organisatie (PRO), 3060,(www.stichting-pro.nl). 2130 KB Hoofddorp Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze van uitgave in bloemlezingen, rea(www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen gedeelte(n) uit deze uitgave ders en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16zich tot de uitgever te wenden. Voorzich meer overtehet gebruikVoor van muziek, Auteurswet) dient men totinformatie de uitgever wenden. meer film en het maken van in hetvan onderwijs www.auteursrechtenonderwijs.nl. informatie overkopieën het gebruik muziek,ziefilm en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de De uitgever heeft ernaar gestreefd auteursrechten regelen volgens wettelijke bepalingen. Degenen die de desondanks menentezekere rechten te de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd.
Deze uitgave is volledig -neutraal papier geproduceerd. Het voor deze uitgaveCO gebruikte is voorzien van het FSC®-keurmerk. 2 ® Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze-keurmerk. heeft Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
plaatsgevonden.
Rondleiding door dit werkboek Het werkboek is verdeeld in thema’s. Een thema in het werkboek sluit precies aan bij een thema in de theorie. Thema 1 Oriëntatie op het werkveld PW
1
Themaopening Je leest waar het thema over gaat en welke hoofdstukken en onderwerpen aan de orde komen.
Dit thema gaat over welzijnswerk. Welzijnswerk noem je ook wel sociaal-agogisch werk. Welzijn heeft te maken met het welbevinden van mensen, met zich ‘gelukkig’ voelen. In het sociaal-agogisch werk houd je je dus bezig met het welzijn van mensen. Je probeert het gedrag van mensen zo te veranderen dat ze zich gelukkig(er) voelen. Het welzijnswerk heeft drie werkvelden: PW, MZ en SW. Elk werkveld heeft zijn eigen doelgroep en aandachtspunten. • Jij hebt gekozen voor PW. Dat staat voor pedagogisch werk. Je houdt je daar bezig met de opvoeding (pedagogiek) en opvang van kinderen en jongeren tot 23 jaar. Er zijn drie opleidingen op niveau 3 en 4. • Bij MZ (maatschappelijke zorg) draait het om het geven van ondersteuning en zorg aan mensen die dat nodig hebben. Binnen MZ zijn er zes opleidingen op niveau 3 en 4. • De afkorting SW betekent sociaal werk. In dit werkveld word je opgeleid om cliënten actief mee te laten doen in de samenleving en hun maatschappelijke positie te verbeteren. SW heeft twee opleidingen, beide op niveau 4. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Sociaal-agogisch werk • sociaal-agogisch werk = welzijnswerk • beroepen in de welzijnssector - kiezen voor sociaal-agogisch werk • beroepshouding Hoofdstuk 2: Pedagogisch werk • een baan als pedagogisch medewerker • werkvelden
Verwerking Verwerkingsopdrachten
1 Sociaal-agogisch werk 1 1
1
1
Bij sociaal-agogisch werk gaat het om het welzijn van mens en samenleving. a Geef een ander woord voor sociaal-agogisch werk.
8
b
1
In dit werkboek staan verschillende soorten opdrachten. Deze helpen je om je de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken.
2
Wat is het doel van sociaal-agogisch werk?
c
Geef een voorbeeld van PW waarmee je dit doel laat zien.
d
Maak een mindmap met als titel: sociaal-agogisch werk. Een mindmap is een woordweb, waarbij je onderwerpen rondom een thema (in dit geval: sociaalagogisch werk) noteert. Je kunt een mindmap gewoon op papier maken, maar het kan ook op een leuke manier digitaal, via ‘Coggle’. Je kunt inloggen in op www.coggle.it met een Google-account. Coggle is gratis. Het werkt eenvoudig, maar er zijn op YouTube ook instructiefilmpjes te vinden.
De welzijnssector bevat verschillende beroepsgroepen. a Welke drie hoofdgroepen kun je onderscheiden?
Verwerking Verwerkingsopdrachten helpen je de theorie te leren en te begrijpen. Ze zijn geordend per hoofdstuk.
1 9
THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW
Toepassing Praktijksituaties hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen.
Toepassing Praktijksituaties Veiligheid en uitdaging De leerlingen van basisschool De Kring hebben hun jaarlijkse sportdag. De kinderen zijn door hun leerkrachten in teams verdeeld. In elk team zit van elke jaargroep een kind. De leeftijdsverschillen zijn dus groot. Dat is bewust gedaan. Kinderen kunnen elkaar zo niet alleen helpen, er ontstaat ook een goede band tussen de verschillende groepen. Naast de activiteiten op de sportdag die elk jaar terugkomen, zijn er ook elk jaar nieuwe activiteiten. Dat maakt de dag voor alle kinderen spannend en uitdagend. Nikki is onderwijsassistent op De Kring. Ze heeft een belangrijk aandeel gehad in de voorbereiding van de jaarlijkse sportdag. Ze zat in de onderzoekscommissie. Een van haar taken was het bedenken van een nieuwe activiteit en de begeleiding ervan op de dag zelf. De leerlingen en hun begeleiders hebben geluk: het is prachtig weer en het belooft een fantastische dag te worden. Nikki begeleidt het spel ‘schat veroveren’. Ze heeft het spel zelf bedacht. Ze legt uit wat de bedoeling is: In het midden van het speelveld staat een kist. Daarin ligt een schat. Aan beide kanten van het veld staat een team achter een lijn, de jongste kinderen vooraan. Op haar fluitsignaal rent het eerste kind van beide teams naar de kist en pakt er een goudstaaf uit. De kinderen rennen terug naar hun team en tikken het volgende kind aan. Pas dan mag die teamgenoot in actie komen om een volgende goudstaaf te veroveren. Als de kist leeg is, is het spel afgelopen en worden de goudstaven geteld. Het team dat het meeste goud heeft veroverd, heeft gewonnen. ‘Duidelijk? Zijn er nog vragen?’ Die zijn er niet, het spel kan beginnen. Als het fluitsignaal klinkt, sprinten de eerste twee kinderen naar het midden van het veld, duiken tegelijkertijd in de kist om een goudstaaf te pakken en knallen met hun koppen tegen elkaar. De EHBO’er kan meteen aan het begin van de dag in actie komen en voor beide kinderen is het voor die dag over en uit. Met een buil op hun hoofd en waarschijnlijk een lichte hersenschudding worden ze vroegtijdig opgehaald door hun ouders. Nikki voelt zich schuldig. Had ze dit kunnen voorkomen?
Vaardigheden om de benodigde beroepsvaardigheden aan te leren. Themaopdrachten grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt dan ook aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken, plannen en problemen oplossen.
1
1
Je maakt de opdracht in een groep van vier studenten. Jullie maken een analyse van de beschreven situatie en jullie bedenken een oplossing waarmee het spel veiliger wordt.
Werkwijze Maak deze analyse aan de hand van de volgende punten en zet je uitkomsten op papier: a Bij deze sportdag is het belangrijk om een goede balans te vinden tussen uitdaging en veiligheid. Geef in je analyse aan waarom die balans belangrijk is.
1 18
THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW
Evaluatie Studiehulp
1 Sociaal-agogisch werk 1
Stelling 1 Een ander woord voor welzijnswerk is sociaal-agogisch werk. 2 Pedagogiek is de wetenschap die zich bezighoudt met het veranderen van het gedrag van mensen. 3 Welzijn is de mate van welbevinden. 4 MZ is de afkorting voor maatschappelijke zorg. 5 MZ bestaat uit zes opleidingen. 6 PW is de afkorting van professioneel werk. 7 Een PW’er kan werken in de kinderopvang. 8 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 9 SW is de afkorting van sociaal werk. 10 De opleiding tot agogisch werker GGZ is een van de opleidingen bij SW. 11 De cliënten waar je werk op is gericht, noem je de doelgroep. 12 Een goede beroepshouding bestaat uit: echtheid, waardering en empathie. 13 Een ander woord voor empathie is inlevingsvermogen. 14 Integer zijn wil zeggen dat je kunt opkomen voor jezelf. 15 Assertief zijn betekent dat je je kunt inleven in de cliënt.
Juist Onjuist
◯ ◯
◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
Evaluatie Studiehulp een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. Antwoorden zijn op te vragen bij je docent.
Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?
1 Pedagogisch werk 2
Stelling 1 Bij PW werk je in de kinderopvang of in het onderwijs. 2 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 3 Onder het bijzonder onderwijs vallen scholen die uitgaan van een bepaalde levensovertuiging. 4 In een kinderdagverblijf komen kinderen van twee tot zes jaar. 5 Peuterspeelzalen zijn er voor kinderen tussen de nul en twee jaar. 6 Een gastouder mag slechts een beperkt aantal kinderen opvangen. 7 Een BSO-plus heeft een thema (zoals sport, kunst of drama) als extra. 8 Een tienercentrum is een vervolg op de buitenschoolse opvang. Er komen jongeren tussen de elf en vijftien jaar. 9 Dagopvang noem je ook wel semiresidentiële of semimurale hulpverlening. 10 24-uursopvang noem je ook wel thuisopvang of ambulante hulpverlening. 11 Een Boddaertcentrum is bedoeld voor kinderen met een meervoudige beperking.
1 28
Juist Onjuist
◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯
Evaluatie evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden voor jouw toekomstige beroep: zet na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.
THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW
Vaardigheden Een vaardigheid heeft een vaste opbouw: Oefenen Toepassen Transfer Oriënteren
Vaardigheden De juiste beroepshouding tonen Oriënteren
1 1
1 2 3
Bestudeer de theorie over kiezen voor sociaal-agogisch werk en beroepshouding. Zoek drie personeelsadvertenties uit jouw toekomstige werkveld. Geef aan hoe je daarin de beroepshouding terugziet.
4
Zoek op het internet naar het kwalificatiedossier Pedagogisch werk (https://www.s-bb. nl/onderwijs/kwalificeren-en-examineren/kwalificatiedossiers) en bekijk dit. Wat zegt dat dossier over een goede beroepshouding?
5
Oefenen 6 7
Bekijk het reflectieschema hierna. Vul op de lijnen nu zelf een hulpvraag in.
Observatielijsten
Observatielijsten Bij sommige vaardigheden horen observatielijsten. Die vind je direct achter in dit werkboek. De observatielijsten zijn geordend per thema. Bovenaan staat bij welke vaardigheid de observatielijst hoort. Een observatielijst kun je gemakkelijk uit je werkboek halen. Zo kun je ze in de klas of in je BPV laten invullen.
Thema 1 Lichamelijke verzorging
277
Zorgvrager wassen op bed 277 Zorgvrager wassen op bed met wasdoekjes 281 Zorgvrager wassen aan de wastafel, onder de douche of in bad 285 Haren wassen op bed 289 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met een elektrisch scheerapparaat 291 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met scheermes en scheerzeep 293 Tandenpoetsen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 295 Gebitsprothese verzorgen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 297 Mondholte reinigen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 299 Therapeutische elastische kousen met een open teenstuk aantrekken 301 Therapeutische elastische kousen met een gesloten teenstuk aantrekken 303 Therapeutische elastische kousen uittrekken 305 Hygiënische verzorging van een baby 307
Thema 2 Hulp bieden bij de opname van voeding en vocht Hulp bieden aan een zorgvrager die zelf niet kan eten en drinken Flesvoeding geven 311
Thema 3 Hulp bieden bij de uitscheiding
309
1 22
309
313
Hulp bij het gebruik van een po op bed 313 Hulp bij het gebruik van een urinaal op bed 317 Verwisselen van een incontinentiemat 319 Externe katheter of condoomkatheter verwisselen 321 Katheterzak verwisselen 325 Verzorgen van een blaaskatheter 327 Laxerende zetpil toedienen 329 Microklysma (microlax) of fosfaatklysma toedienen 331 Hulp bieden bij het manueel verwijderen van ontlasting 333 Hulp bieden bij het opgeven van sputum 335 Hulp bieden bij braken 337 Hulp bieden bij het inbrengen van een tampon bij menstruatie
339
Thema 4 Hygiënisch en ergonomisch verantwoord werken
341
Handen wassen met (vloeibare) zeep 341 Handen desinfecteren met handalcohol 343 Aan- en uittrekken van steriele handschoenen 345 Creëren van een schoon of steriel werkveld 347
1 275
Iconen helpen je op weg In de kantlijn staan icoontjes. Die geven aan wat je in de opdracht kunt verwachten.
1 1 1 1 1 1 1
geeft aan dat je een deel van de theorie (nog een keer) leest om de vraag te kunnen beantwoorden. bij deze opdracht werk je samen met anderen. bij deze opdracht heb je een computer met internet nodig om informatie op te zoeken. bij deze opdracht werk je aan je schrijfvaardigheden, bijvoorbeeld met het schrijven van een uitgebreid antwoord, verslag of rapport. bij deze opdracht laat je de uitkomsten zien in een mondelinge presentatie. geeft aan dat het gaat om een creatieve opdracht. geeft aan dat deze opdracht op niveau 4 is.
Werken met dit werkboek Vind je het prettig om eerst de theorie te lezen en dan te kijken of je het weet en begrepen hebt? Lees dan eerst de theorie en maak daarna de verwerkingsvragen. Ben je meer iemand die het liefst de theorie doorneemt aan de hand van vragen? Start dan met de verwerkingsvragen en leg je theorieboek ernaast. Werk je het liefst vanuit de praktijk? Begin dan met een praktijksituatie of een themaopdracht en kijk of je de vragen kunt beantwoorden met de informatie uit de theorie.
Inhoudsopgave Thema 1 Ruimte en inrichting
8
Verwerking 9 Verwerkingsopdrachten 9 Hoofdstuk 1 Een functionele en sfeervolle ruimte 9 Hoofdstuk 2 Inrichting op basis van ontwikkelingsdoelen
15
Toepassing 27 Praktijksituaties 27 Inrichting van een moderne school 27 Herfstsfeer in de peuterspeelzaal 30 Themaopdrachten 33 Evaluatie 36 Studiehulp 36 Hoofdstuk 1 Een functionele en sfeervolle ruimte 36 Hoofdstuk 2 Inrichting op basis van ontwikkelingsdoelen Evaluatie en reflectie 38
Thema 2 Spel- en ontwikkelingsmaterialen
36
40
Verwerking 41 Verwerkingsopdrachten 41 Hoofdstuk 3 Spel- en ontwikkelingsmaterialen in de reguliere kinderopvang Hoofdstuk 4 Spel- en ontwikkelingsmaterialen in het basisonderwijs en het vervolgonderwijs 48 Hoofdstuk 5 Spel- en ontwikkelingsmaterialen in de gespecialiseerde kinderopvang 53
41
Toepassing 57 Praktijksituaties 57 Materialen en middelen voor buitenspelen op het kinderdagverblijf 57 Sportdag op de basisschool 60 Speciaal onderwijs, cluster 2 64 Vaardigheden 67 Materialen kiezen en ontwikkelen voor een verkeersdag in het vmbo 67 Themaopdrachten 70 Geïntegreerde opvang 70 Evaluatie 72 Studiehulp 72 Hoofdstuk 3 Spel- en ontwikkelingsmaterialen in de reguliere kinderopvang 72 Hoofdstuk 4 Spel- en ontwikkelingsmaterialen in het basisonderwijs en in het vervolgonderwijs 72 Hoofdstuk 5 Spel- en ontwikkelingsmaterialen in de gespecialiseerde kinderopvang en het speciaal onderwijs 73 Evaluatie en reflectie 74
Thema 3 Schoon en ordelijk
76
Verwerking 77 Verwerkingsopdrachten 77 Hoofdstuk 6 Een schone en ordelijke omgeving 77 Hoofdstuk 7 Onderhoud van de ruimte en materialen 81 Hoofdstuk 8 Ondersteunen en begeleiden bij een schone en ordelijke omgeving 85 Toepassing 88 Praktijksituaties 88 Ordelijk werken en opruimen in de handarbeidles 88 Orde in je hoofd 91 Orde en structuur in de Voor- en Vroegschoolse Educatie 94 Vaardigheden 97 Samen met kinderen en jongeren zorgen voor een schone en ordelijke lunchruimte 97 Themaopdrachten 99 Evaluatie 100 Studiehulp 100 Hoofdstuk 6 Een schone en ordelijke omgeving 100 Hoofdstuk 7 Onderhoud van ruimte en materialen 100 Hoofdstuk 8 Ondersteunen en begeleiden bij een schone en ordelijke omgeving 101 Evaluatie en reflectie 102
Thema 4 Veilig en gezond
104
Verwerking 105 Verwerkingsopdrachten 105 Hoofdstuk 9 Veiligheid en gevaar 105 Hoofdstuk 10 Hygiënisch en gezond 114 Hoofdstuk 11 Verantwoordelijkheid voor het milieu Toepassing 120 Praktijksituaties 120 Veilig op weg naar de BSO 120 Zindelijkheid, schoon en hygiënisch 123 Een schoon milieu 126 Vaardigheden 128 Risico-inventarisatie en -evaluatie uitvoeren Themaopdrachten 132
117
128
Evaluatie 134 Studiehulp 134 Hoofdstuk 9 Veiligheid en gevaar 134 Hoofdstuk 10 Hygiënisch en gezond 134 Hoofdstuk 11 Verantwoordelijkheid voor het milieu Evaluatie en reflectie 136
135
Thema 1 Ruimte en inrichting
1
Een goede inrichting van de verblijfsruimte is belangrijk voor kinderen om er fijn te spelen en te leren. Dat geldt zowel voor de kinderopvang als op school. Vaak wordt een ruimte voor meerdere activiteiten gebruikt. Met de inrichting houd je daar rekening mee. De inrichting van een ruimte moet functioneel, maar ook sfeervol zijn. Het is belangrijk dat de kinderen en jongeren zich in de ruimte optimaal kunnen ontwikkelen. Bovendien wil jij als pedagogisch medewerker, specialistisch pedagogisch medewerker of onderwijsassistent natuurlijk prettig kunnen werken in de ruimte. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1 Een functionele en sfeervolle ruimte • voorbereiding • praktische inrichting • kleurgebruik en sfeer • inrichten van een werkplek • slaapkamers inrichten • speciale doelgroepen • inrichting van de buitenruimte Hoofdstuk 2 Inrichting op basis van ontwikkelingsdoelen • inrichting van de ruimte voor baby’s en peuters in de dagopvang • inrichting van de ruimte voor basisschoolkinderen • inrichting van de ruimte in het voortgezet onderwijs
1 8
Verwerking Verwerkingsopdrachten
1 Een functionele en sfeervolle ruimte 1 1
1
Een goede inrichting van een ruimte is belangrijk voor kinderen om te kunnen spelen en te leren. a Waar houd je rekening mee als je een ruimte moet (her)inrichten? Noem twee voorbeelden.
b
Beschrijf de doelgroep waar jij in jouw leerbedrijf mee werkt.
c
Beschrijf ook de inrichting van de ruimte in jouw leerbedrijf, waar de kinderen of jongeren verblijven.
d
Geef jouw mening over de inrichting van de ruimte in jouw leerbedrijf en motiveer je antwoord. • Vind je dat er sprake is van een ‘praktische inrichting’? Dat alle meubilair op een logische plek is geplaatst, er is nagedacht over looproutes, aparte hoeken, er ruimte is gecreëerd, de ruimte een zekere rust uitstraalt, er ergonomisch gewerkt kan worden, enzovoorts? Waarom wel / niet?
•
Wat vind je van de keuze van overige inrichtingselementen, zoals verlichting en stoffering? Waarom vind je dat?
1 9
THEMA 1 Ruimte en inrichting
2
•
Wat vind je van het kleurgebruik in de ruimte? Leg uit waarom je dat vindt.
•
Waaraan kun je zien dat de inrichting van de ruimte afgestemd is op het gebruik ervan door jouw doelgroep?
In de theorie worden randvoorwaarden genoemd waar je bij de inrichting van een ruimte rekening mee moet houden. a Met welke randvoorwaarden moet je rekening houden als je een ruimte wilt inrichten?
b
Welke factoren bepalen de sfeer in een ruimte?
c
Kleuren hebben een grote invloed op de sfeer die een ruimte uitstraalt. Welke effecten kun je zoal met kleur bereiken?
1 10
Verwerkingsopdrachten
d
1
e
3
1 Een functionele en sfeervolle ruimte
Verlichting kan een belangrijke bijdrage leveren aan de sfeer in een bepaalde ruimte. Welke van onderstaande stellingen geeft dat juist weer? a Direct licht is sfeervoller dan indirect licht. b Bij sfeerverlichting maken we vooral gebruik van direct daglicht. c Kleur en sterkte van de lamp spelen geen rol bij sfeerverlichting. d ’s Avonds is verlichting bepalend voor de sfeer in een ruimte. Bespreek jouw antwoord op de vorige vragen met een medestudent die met een andere doelgroep werkt. Welke verschillen zie je dan in de inrichting van de beide ruimtes?
f
De ruimte waarin je momenteel aan het werk bent, is waarschijnlijk ingericht voor de doelgroep waar je zelf deel van uitmaakt. Benoem de randvoorwaarden voor de inrichting van deze ruimte.
g
Benoem ook de overige inrichtingselementen die gekozen zijn.
Zet achter de doelgroep in het schema hierna, met welke middelen je tegemoet kunt komen aan de wensen en behoeften van de doelgroep. De sfeerbepalende factoren mag je meerdere keren gebruiken. Middelen en sfeerbepalende factoren • pasteltinten en een rustige inrichting • functionele hoeken zoals poppenhoek, bouwhoek • brede deuren en geen obstakels • glijbaan • zandtafel • gedempte geluiden • vaklokaal voor creatieve activiteiten en praktijkvakken • inrichting met overzicht op de hele ruimte • ruimte om samen te komen en te praten • leeshoek • computerruimte • gladde vloeren • podium
1 11
THEMA 1 Ruimte en inrichting
Doelgroep
Middelen en sfeerbepalende factoren
Babygroep
Peutergroep
Onderbouw Basisschool
Bovenbouw Basisschool
Speciaal onderwijs of dagopvang
BSO
VO
1 12
Verwerkingsopdrachten
1 Een functionele en sfeervolle ruimte
Doelgroep
Middelen en sfeerbepalende factoren
MBO
4
In de kinderopvang spélen kinderen niet alleen, ze slápen er ook. Voor baby’s en peuters zijn een of meerdere slaapjes overdag erg belangrijk. Daar moet je dus al bij de inrichting aandacht aan besteden. Waarvoor kies je bij het inrichten van een babykamer op het kinderdagverblijf? Zet een kruisje in de kolom van je keuze en geef een korte toelichting waarom je hiervoor kiest.
A 1
A Een grote slaapruimte voor alle kinderen op de groep B Meerdere kleine slaapvertrekken
2
A Zachte tinten en gedempt licht B Felle primaire kleuren en daglicht
3
A Een gemakkelijke stoel in de ruimte B Geen ander meubilair in de ruimte dan een bedje of de bedjes
4
A Elk kind slaapt steeds in hetzelfde bedje B Elk kind slaapt waar het op dat moment het beste uitkomt
B
1 13
Toelichting
THEMA 1 Ruimte en inrichting
5
In de kinderopvang en in het onderwijs werk je met kinderen en jongeren met verschillende culturele achtergronden. a Hoe kun je bij de inrichting van een ruimte rekening houden met culturele verschillen?
b
Een ruimte die volledig ingericht is voor rolstoelgebruik heeft zeven kenmerken. Welke zeven kenmerken zijn dit? 1 2 3 4 5 6 7
c
Sommige kinderen zijn allergisch of lijden aan een vorm van astma. Hoe kun je bij de inrichting hieraan tegemoetkomen?
d
Kinderen hebben doorgaans meer moeite met stilzitten dan volwassenen. Zij maken daarom intensiever gebruik van de ruimte. Het gebruik van wandelwagens en rolstoelen kan beschadigingen geven aan de ruimte en meubilair. Hoe zou jij ervoor zorgen dat een ruimte bestand is tegen intensief gebruik?
1 14
Verwerkingsopdrachten
1
6
2 Inrichting op basis van ontwikkelingsdoelen
In de theorie wordt onderscheid gemaakt tussen functionele en sfeervolle ruimtes. a Het is mogelijk een ruimte zowel functioneel alsook sfeervol in te richten. Geef een voorbeeld van zo’n ruimte.
b
Maak met een voorbeeld duidelijk dat een sfeervolle ruimte niet altijd functioneel is.
1 Inrichting op basis van ontwikkelingsdoelen 1 2
1
Bij de inrichting van een verblijfsruimte houd je rekening met de specifieke ontwikkelingsbehoefte van de doelgroep. a Welke kennis van de doelgroep heb je nodig als je met de inrichting van een ruimte voor baby’s in wilt spelen op de ontwikkeling die baby’s doormaken?
b
Welke kennis van de doelgroep heb je nodig als je met de inrichting van een verblijfsruimte voor peuters in wilt spelen op de ontwikkeling die peuters doormaken?
c
In de theorie staat beschreven dat peuters en kleuters een behoefte hebben aan autonomie. Leg met eigen woorden uit wat daarmee wordt bedoeld.
1 15
THEMA 1 Ruimte en inrichting
d
2
1 1
Hoe kun je bij de inrichting van een verblijfsruimte voor kinderen rekening houden met hun behoefte aan autonomie?
Op een kinderdagverblijf, peuterspeelzaal en in het onderwijs is buitenspelen belangrijk en nodig! Het vormt een vast onderdeel van het dagelijkse programma. a Leg uit waarom buitenspelen zo belangrijk is.
b
Geef aan welke verschillen je kunt zien tussen de speelruimte op een doorsnee kinderdagverblijf en de speelplaats van de basisschool.
c
In de theorie vind je de criteria waaraan de inrichting van een buitenruimte moet voldoen. Ga aan de hand van de checklist hierna met drie of vier personen op onderzoek uit. Bezoek een drietal speelplaatsen voor kinderen. Ga kijken op (bijvoorbeeld) een kinderdagverblijf, een basisschool Ên een speelruimte in een woonwijk. Het is natuurlijk het mooiste als er op dat moment ook kinderen aan het spelen zijn. Als je foto’s wilt maken let er dan op dat je niet zomaar kinderen mag fotograferen zonder toestemming van de ouders. Check of de speelruimte voldoet aan de criteria die in de checklist staan en geef aan waarom.
1 16
Verwerkingsopdrachten
2 Inrichting op basis van ontwikkelingsdoelen
Ja / nee
Checklist buitenruimte 1 Naam van de instelling waar deze speelruimte bij hoort:
Ziet de buitenruimte er leuk en aantrekkelijk uit? Als dat zo is, zullen kinderen die voor het eerst komen kijken al gauw gaan spelen, kijken nieuwe ouders er met plezier rond en ga jij gemakkelijk met de groep naar buiten. Als de kinderen niet graag naar buiten gaan, is de buitenruimte waarschijnlijk aan een opknapbeurt toe. Misschien voelen de kinderen er zich niet op hun gemak. Kun je het hele terrein overzien? Is er een omheining? Als kinderen steeds dingen doen die niet mogen of steeds ruzie maken op plekken die jij moeilijk in de gaten kunt houden, is de ruimte voor de pedagogisch werkers slecht georganiseerd. Zijn er plekken waar kinderen zich verborgen wanen zonder dat je ze echt uit het oog verliest? Kinderen moeten zich kunnen terugtrekken en rustig alleen kunnen spelen (bijvoorbeeld in een zitkuil). Anders zullen ze steeds opnieuw naar plaatsen trekken waar ze niet mogen komen om zo hun behoefte aan privacy te bevredigen. Of ze gaan juist erg aan jou hangen, om zo even bij de andere kinderen weg te zijn. Is de buitenruimte verdeeld in verschillende sferen en zones? Dit kan voorkomen dat je veel tijd kwijt bent aan het uit elkaar houden van kinderen van verschillende leeftijdsgroepen en kinderen die met verschillend spel bezig zijn. Is er voldoende ruimte om samen te spelen, eventueel ook met andere leeftijdsgroepen?
1 17
Motivatie
THEMA 1 Ruimte en inrichting
Is er voldoende plek om te rijden of te fietsen? Is het duidelijk waar je mag fietsen? Anders zullen de ‘mobiele’ kinderen het hele terrein overheersen en constant andere kinderen in hun spel storen. Is er genoeg ruimte voor klimmende kinderen, maar niet rond plekken waar kinderen bouwen? Als ze op een kluitje moeten spelen, zullen ze al gauw met elkaar in aanvaring komen. Is er een plek waar de kinderen zich even bij jou kunnen terugtrekken, zoals een bank? Is al het spelmateriaal veilig, compleet en heel?
Zijn de klimtoestellen veilig en geschikt voor de leeftijdsgroep? Word je nerveus als je ze bovenop het klimrek ziet staan? Gebeuren er te veel ongelukken? Als je onnodig vaak te hulp moet schieten, is het voor de kinderen niet veilig om hun gang te gaan of ze spelen er helemaal niet op. Is er voldoende spelmateriaal? Hiermee kun je voorkomen dat kinderen onnodig op elkaar moeten wachten, en zich in de tussentijd gaan misdragen. En als er voldoende spelmateriaal is, voorkom je dat jij steeds moet ingrijpen om bijvoorbeeld vechtende kinderen uit elkaar te halen. Is er een schone zandbak met gevarieerd speelgoed? Als kinderen weinig in de zandbak spelen of steeds speelgoed bij anderen wegpakken, is het tijd om daar wat aan te doen. Is de buitenruimte uitdagend, met steeds weer nieuwe dingen om te ontdekken? Als je afwisseling brengt in het spelmateriaal, zullen de kinderen zich niet snel vervelen. Nodigt de buitenruimte uit tot verschillende soorten spel? Kom je ook bij het buitenspelen verschillende spelvormen tegen?
1 18
Verwerkingsopdrachten
2 Inrichting op basis van ontwikkelingsdoelen
Is er een (indien van toepassing) plek voor baby’s waar ze veilig kunnen liggen, rollen en kruipen?
Ja / nee
Checklist buitenruimte 2 Naam van de instelling waar deze speelruimte bij hoort:
Ziet de buitenruimte er leuk en aantrekkelijk uit? Als dat zo is, zullen kinderen die voor het eerst komen kijken al gauw gaan spelen, kijken nieuwe ouders er met plezier rond en ga jij gemakkelijk met de groep naar buiten. Als de kinderen niet graag naar buiten gaan, is de buitenruimte waarschijnlijk aan een opknapbeurt toe. Misschien voelen de kinderen er zich niet op hun gemak.
Kun je het hele terrein overzien? Is er een omheining? Als kinderen steeds dingen doen die niet mogen of steeds ruzie maken op plekken die jij moeilijk in de gaten kunt houden, is de ruimte voor de pedagogisch werkers slecht georganiseerd.
Zijn er plekken waar kinderen zich verborgen wanen zonder dat je ze echt uit het oog verliest? Kinderen moeten zich kunnen terugtrekken en rustig alleen kunnen spelen (bijvoorbeeld in een zitkuil). Anders zullen ze steeds opnieuw naar plaatsen trekken waar ze niet mogen komen om zo hun behoefte aan privacy te bevredigen. Of ze gaan juist erg aan jou hangen, om zo even bij de andere kinderen weg te zijn.
1 19
Motivatie
THEMA 1 Ruimte en inrichting
Is de buitenruimte verdeeld in verschillende sferen en zones? Dit kan voorkomen dat je veel tijd kwijt bent aan het uit elkaar houden van kinderen van verschillende leeftijdsgroepen en kinderen die met verschillend spel bezig zijn.
Is er voldoende ruimte om samen te spelen, eventueel ook met andere leeftijdsgroepen?
Is er voldoende plek om te rijden of te fietsen? Is het duidelijk waar je mag fietsen? Anders zullen de ‘mobiele’ kinderen het hele terrein overheersen en constant andere kinderen in hun spel storen.
Is er genoeg ruimte voor klimmende kinderen, maar niet rond plekken waar kinderen bouwen? Als ze op een kluitje moeten spelen, zullen ze al gauw met elkaar in aanvaring komen.
Is er een plek waar de kinderen zich even bij jou kunnen terugtrekken, zoals een bank?
Is al het spelmateriaal veilig, compleet en heel?
Zijn de klimtoestellen veilig en geschikt voor de leeftijdsgroep? Word je nerveus als je ze bovenop het klimrek ziet staan? Gebeuren er te veel ongelukken? Als je onnodig vaak te hulp moet schieten, is het voor de kinderen niet veilig om hun gang te gaan of ze spelen er helemaal niet op.
1 20
Verwerkingsopdrachten
2 Inrichting op basis van ontwikkelingsdoelen
Is er voldoende spelmateriaal? Hiermee kun je voorkomen dat kinderen onnodig op elkaar moeten wachten, en zich in de tussentijd gaan misdragen. En als er voldoende spelmateriaal is, voorkom je dat jij steeds moet ingrijpen om bijvoorbeeld vechtende kinderen uit elkaar te halen.
Is er een schone zandbak met gevarieerd speelgoed? Als kinderen weinig in de zandbak spelen of steeds speelgoed bij anderen wegpakken, is het tijd om daar wat aan te doen.
Is de buitenruimte uitdagend, met steeds weer nieuwe dingen om te ontdekken? Als je afwisseling brengt in het spelmateriaal, zullen de kinderen zich niet snel vervelen.
Nodigt de buitenruimte uit tot verschillende soorten spel? Kom je ook bij het buitenspelen verschillende spelvormen tegen?
Is er een (indien van toepassing) plek voor baby’s waar ze veilig kunnen liggen, rollen en kruipen?
Checklist buitenruimte 3 Naam van de instelling waar deze speelruimte bij hoort:
Ja / nee
Ziet de buitenruimte er leuk en aantrekkelijk uit? Als dat zo is, zullen kinderen die voor het eerst komen kijken al gauw gaan spelen, kijken nieuwe ouders er met plezier rond en ga jij gemakkelijk met de groep naar buiten. Als de kinderen niet graag naar buiten gaan, is de buitenruimte waarschijnlijk aan een opknapbeurt toe. Misschien voelen de kinderen er zich niet op hun gemak.
1 21
Motivatie
THEMA 1 Ruimte en inrichting
Kun je het hele terrein overzien? Is er een omheining? Als kinderen steeds dingen doen die niet mogen of steeds ruzie maken op plekken die jij moeilijk in de gaten kunt houden, is de ruimte voor de pedagogisch werkers slecht georganiseerd.
Zijn er plekken waar kinderen zich verborgen wanen zonder dat je ze echt uit het oog verliest? Kinderen moeten zich kunnen terugtrekken en rustig alleen kunnen spelen (bijvoorbeeld in een zitkuil). Anders zullen ze steeds opnieuw naar plaatsen trekken waar ze niet mogen komen om zo hun behoefte aan privacy te bevredigen. Of ze gaan juist erg aan jou hangen, om zo even bij de andere kinderen weg te zijn.
Is de buitenruimte verdeeld in verschillende sferen en zones? Dit kan voorkomen dat je veel tijd kwijt bent aan het uit elkaar houden van kinderen van verschillende leeftijdsgroepen en kinderen die met verschillend spel bezig zijn.
Is er voldoende ruimte om samen te spelen, eventueel ook met andere leeftijdsgroepen?
Is er voldoende plek om te rijden of te fietsen? Is het duidelijk waar je mag fietsen? Anders zullen de ‘mobiele’ kinderen het hele terrein overheersen en constant andere kinderen in hun spel storen.
Is er genoeg ruimte voor klimmende kinderen, maar niet rond plekken waar kinderen bouwen? Als ze op een kluitje moeten spelen, zullen ze al gauw met elkaar in aanvaring komen.
1 22
Verwerkingsopdrachten
2 Inrichting op basis van ontwikkelingsdoelen
Is er een plek waar de kinderen zich even bij jou kunnen terugtrekken, zoals een bank?
Is al het spelmateriaal veilig, compleet en heel?
Zijn de klimtoestellen veilig en geschikt voor de leeftijdsgroep? Word je nerveus als je ze bovenop het klimrek ziet staan? Gebeuren er te veel ongelukken? Als je onnodig vaak te hulp moet schieten, is het voor de kinderen niet veilig om hun gang te gaan of ze spelen er helemaal niet op.
Is er voldoende spelmateriaal? Hiermee kun je voorkomen dat kinderen onnodig op elkaar moeten wachten, en zich in de tussentijd gaan misdragen. En als er voldoende spelmateriaal is, voorkom je dat jij steeds moet ingrijpen om bijvoorbeeld vechtende kinderen uit elkaar te halen.
Is er een schone zandbak met gevarieerd speelgoed? Als kinderen weinig in de zandbak spelen of steeds speelgoed bij anderen wegpakken, is het tijd om daar wat aan te doen.
Is de buitenruimte uitdagend, met steeds weer nieuwe dingen om te ontdekken? Als je afwisseling brengt in het spelmateriaal, zullen de kinderen zich niet snel vervelen.
Nodigt de buitenruimte uit tot verschillende soorten spel? Kom je ook bij het buitenspelen verschillende spelvormen tegen?
Is er een (indien van toepassing) plek voor baby’s waar ze veilig kunnen liggen, rollen en kruipen?
1 23
THEMA 1 Ruimte en inrichting
3
In de theorie wordt uitgelegd dat de inrichting van een uitgekiende leerruimte voorwaarden schept voor het werken volgens een didactisch concept. a Wat is een didactisch concept?
1
b
Bespreek in een groepje van drie personen welke verschillende onderwijsvisies je zoal kunt onderscheiden. Noteer jullie conclusies.
1
c
Noem vijf verschillende onderwijsvisies.
1
d
Werk samen drie verschillende visies uit op hoofdlijnen. Of werk ieder een van de drie visies uit en verwerk ook de informatie van de anderen op deze plaats. Je kunt informatie vinden op internet. Visie 1
Visie 2
Visie 3
1 24
Verwerkingsopdrachten
1 1
e
2 Inrichting op basis van ontwikkelingsdoelen
Bespreek met elkaar de belangrijkste verschillen en de consequenties die de betreffende visie heeft op de inrichting van de ruimte(s).
4
Scholen voor voortgezet onderwijs en scholen voor middelbaar beroepsonderwijs hebben allemaal hun eigen kenmerken. De scholen profileren zich op open dagen. Sommige scholen leggen het accent op talen en bieden het onderwijs tweetalig aan, bijvoorbeeld zoveel mogelijk in het Engels. Andere scholen onderscheiden zich van andere scholen door veel aandacht te besteden aan creativiteit of muziek, dans of vrije expressie. a Praat met je studiegenoten in een groepje van 3 of 4 personen over de school waar jij voortgezet onderwijs volgde. Waar besteedde de school extra aandacht aan? Waar merkte je dat aan? b Jongeren zoeken elkaar op buiten de lessen en vinden een gezellige ontmoetingsruimte belangrijk. Welke ontmoetingsruimtes waren er op jouw school voor voortgezet onderwijs? Hoe vonden jullie de sfeer van de ontmoetingsruimte? c Bespreek met elkaar hoe de ontmoetingsruimte is op jullie ROC. Noteer de conclusies.
5
Baby’s en peuters maken pas gebruik van de mogelijkheden die een ruimte hun biedt als ze zich veilig voelen. a Welke twee vormen van veiligheid worden in de theorie genoemd?
b
c
Noteer achter de omschrijving om welke vorm van veiligheid het gaat. •
Het kind durft te laten merken dat het boos, blijf of verdrietig is.
•
Het kind durft vrij te bewegen en voelt zich beschermd tegen gevaren.
Noteer achter elke actie welke vorm van veiligheid je creëert. •
Bij de inrichting van het speellokaal zorg je dat de kast waar de kinderen van afspringen niet te dicht bij het wandrek staat.
•
Je creëert met hoepels, blokken en pittenzakken een hoekje waar kinderen rustig kunnen spelen.
1 1
6
Scholen voor voortgezet onderwijs en scholen voor middelbaar beroepsonderwijs hebben allemaal hun eigen kenmerken. De scholen profileren zich op open dagen. Sommige scholen leggen het accent op talen en bieden het onderwijs tweetalig aan, bijvoorbeeld zoveel mogelijk in het Engels. Andere scholen onderscheiden zich van andere scholen door veel aandacht te besteden aan creativiteit of muziek, dans of vrije expressie.
1 25
WERKBOEK NIVEAU 3&4
Zorg voor de omgeving PW
Deze uitgave Zorg voor de omgeving PW maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande kerntaak uit het kwalificatiedossier Pedagogisch werk. B1-K1-W3 Richt ruimten in ter voorbereiding op activiteiten De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.
pedagogisch werk
PW Zorg voor de omgeving PW WERKBOEK
De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaalagogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- / reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff .nl/trajectwelzijn.
Auteur: J.H.M. Jacobs-Laagland Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde
9 789006 622515
MBO_WB_Welzijn_Zorg voor de omgeving_PW_210x297mm.indd All Pages
2/03/17 12:51