Skip to main content

Persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen MZ werkboek

Page 1

WERKBOEK NIVEAU 4

Persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen MZ

Deze uitgave Persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen MZ maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Maatschappelijke zorg. P6-K1-W1 Schrijft het ondersteuningsplan P6-K1-W2 Begeleidt de cliënt bij het versterken van de eigen kracht P6-K1-W3 Ondersteunt de cliënt bij maatschappelijke participatie P6-K1-W4 Betrekt en ondersteunt naastbetrokkenen P6-K1-W5 Voert coördinerende taken uit P6-K1-W6 Begeleidt nieuwe collega’s, stagiaires en/of vrijwilligers

m a at s c h a p p e l i j k e zorg

MZ Persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen MZ WERKBOEK

De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt. De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaal-agogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- / reflectie-opdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff.nl/trajectwelzijn.

Auteur: N. Berta Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

9 789006 622478

MBO_WB_PersBegelSpecifiekeDoelgr_MZ_210x297mm.indd All Pages

13/02/18 08:37


Persoonlijk begeleider speciďŹ eke doelgroepen MZ Niveau 4

N. Berta


Colofon Auteurs N. Berta

Redactie M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

Vormgeving en omslag

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich zich van vaneducatieve educatieveuitgeverij uitgeverijtot toteen eenlearning learning design company. We content, brengenleerontwerp content, leerontwerp en samen. design company. We brengen en technologie technologie samen. Met onze groeiende ervaring enwe een partMet onze groeiende expertise, ervaring enexpertise, leeroplossingen zijn leeroplossingen we vernieuwen een partneren voor scholen van bij het vernieuwen en ner voor scholen zijn bij het verbeteren onderwijs. Zo kunnen verbeteren van onderwijs. kunnen we samen beter recht doen aan deen we samen beter recht doenZo aan de verschillen tussen lerenden en scholen verschillen tussen lerenden en persoonlijker, scholen en ervoor zorgen leren steeds ervoor zorgen dat leren steeds effectiever endat efficiënter wordt. persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen.

Mathilde Karrèr

www.thiememeulenhoff.nl Samen leren vernieuwen. ISBN 978 90 06 62247 8 Eerste druk, eerste oplage, 2018

Opmaak

www.thiememeulenhoff.nl © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2018

Studio Fraaj, Rotterdam

Fotografie omslag

Imago Mediabuilders, Amersfoort

ISBN 978 90 voorbehouden. 06 62247 8 Alle rechten Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudEerste druk, eerste oplage, 2018 igd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, door fotokopieën, opnamen, of enig2018 andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een gegevensbestand, Voor zover het maken van kopieën uitgeautomatiseerd deze uitgave is toegestaan op grondof openbaar in enige vorm of Besluit op enige hetzij elektronisch, van artikel gemaakt, 16B Auteurswet 1912 j° het van wijze, 23 augustus 1985, Stbl. 471 mechanisch, door fotokopieën, opnamen, enig andere manier, zonder en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men deof daarvoor wettelijk verschuldigde voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatieen Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het zover het maken kopieën uit deze uitgave uitgave inis bloemlezingen, toegestaan op readovernemen vanvan gedeelte(n) grond van artikel 16B Auteurswet 191216 j° Auteurswet) het Besluit van 23men augustus 1985, ers en andere compilatiewerken (artikel dient zich tot de Stbl. 471teenwenden. artikel 17 Auteurswet 1912, dient mengebruik de daarvoor wettelijk uitgever Voor meer informatie over het van muziek, film en verschuldigde voldoenzieaan Stichting Publicatie- en het maken van vergoedingen kopieën in het te onderwijs www.auteursrechtenonderwijs.nl. Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel rechten 16 wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere te Auteurswet) menkunnen zich tot dealsnog uitgever meer kunnen doendient gelden, zich tot te dewenden. uitgever Voor wenden. informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. Dezeuitgever uitgave isheeft volledig CO2-neutraal De ernaar gestreefdgeproduceerd. de auteursrechten te regelen volgens ® Het voor deze uitgave gebruikte papier isdie voorzien van het FSC -keurmerk. de wettelijke bepalingen. Degenen desondanks menen zekere rechten Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden. te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


Rondleiding door dit werkboek Het werkboek is verdeeld in thema’s. Een thema in het werkboek sluit precies aan bij een thema in de theorie. Thema 1 Oriëntatie op het werkveld PW

1

Themaopening Je leest waar het thema over gaat en welke hoofdstukken en onderwerpen aan de orde komen.

Dit thema gaat over welzijnswerk. Welzijnswerk noem je ook wel sociaal-agogisch werk. Welzijn heeft te maken met het welbevinden van mensen, met zich ‘gelukkig’ voelen. In het sociaal-agogisch werk houd je je dus bezig met het welzijn van mensen. Je probeert het gedrag van mensen zo te veranderen dat ze zich gelukkig(er) voelen. Het welzijnswerk heeft drie werkvelden: PW, MZ en SW. Elk werkveld heeft zijn eigen doelgroep en aandachtspunten. • Jij hebt gekozen voor PW. Dat staat voor pedagogisch werk. Je houdt je daar bezig met de opvoeding (pedagogiek) en opvang van kinderen en jongeren tot 23 jaar. Er zijn drie opleidingen op niveau 3 en 4. • Bij MZ (maatschappelijke zorg) draait het om het geven van ondersteuning en zorg aan mensen die dat nodig hebben. Binnen MZ zijn er zes opleidingen op niveau 3 en 4. • De afkorting SW betekent sociaal werk. In dit werkveld word je opgeleid om cliënten actief mee te laten doen in de samenleving en hun maatschappelijke positie te verbeteren. SW heeft twee opleidingen, beide op niveau 4. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Sociaal-agogisch werk • sociaal-agogisch werk = welzijnswerk • beroepen in de welzijnssector - kiezen voor sociaal-agogisch werk • beroepshouding Hoofdstuk 2: Pedagogisch werk • een baan als pedagogisch medewerker • werkvelden

Verwerking Verwerkingsopdrachten

1 Sociaal-agogisch werk 1 1

1

1

Bij sociaal-agogisch werk gaat het om het welzijn van mens en samenleving. a Geef een ander woord voor sociaal-agogisch werk.

8

b

1

In dit werkboek staan verschillende soorten opdrachten. Deze helpen je om je de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken.

2

Wat is het doel van sociaal-agogisch werk?

c

Geef een voorbeeld van PW waarmee je dit doel laat zien.

d

Maak een mindmap met als titel: sociaal-agogisch werk. Een mindmap is een woordweb, waarbij je onderwerpen rondom een thema (in dit geval: sociaalagogisch werk) noteert. Je kunt een mindmap gewoon op papier maken, maar het kan ook op een leuke manier digitaal, via ‘Coggle’. Je kunt inloggen in op www.coggle.it met een Google-account. Coggle is gratis. Het werkt eenvoudig, maar er zijn op YouTube ook instructiefilmpjes te vinden.

De welzijnssector bevat verschillende beroepsgroepen. a Welke drie hoofdgroepen kun je onderscheiden?

Verwerking Verwerkingsopdrachten helpen je de theorie te leren en te begrijpen. Ze zijn geordend per hoofdstuk.

1 9

THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW

Toepassing Praktijksituaties hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen.

Toepassing Praktijksituaties Veiligheid en uitdaging De leerlingen van basisschool De Kring hebben hun jaarlijkse sportdag. De kinderen zijn door hun leerkrachten in teams verdeeld. In elk team zit van elke jaargroep een kind. De leeftijdsverschillen zijn dus groot. Dat is bewust gedaan. Kinderen kunnen elkaar zo niet alleen helpen, er ontstaat ook een goede band tussen de verschillende groepen. Naast de activiteiten op de sportdag die elk jaar terugkomen, zijn er ook elk jaar nieuwe activiteiten. Dat maakt de dag voor alle kinderen spannend en uitdagend. Nikki is onderwijsassistent op De Kring. Ze heeft een belangrijk aandeel gehad in de voorbereiding van de jaarlijkse sportdag. Ze zat in de onderzoekscommissie. Een van haar taken was het bedenken van een nieuwe activiteit en de begeleiding ervan op de dag zelf. De leerlingen en hun begeleiders hebben geluk: het is prachtig weer en het belooft een fantastische dag te worden. Nikki begeleidt het spel ‘schat veroveren’. Ze heeft het spel zelf bedacht. Ze legt uit wat de bedoeling is: In het midden van het speelveld staat een kist. Daarin ligt een schat. Aan beide kanten van het veld staat een team achter een lijn, de jongste kinderen vooraan. Op haar fluitsignaal rent het eerste kind van beide teams naar de kist en pakt er een goudstaaf uit. De kinderen rennen terug naar hun team en tikken het volgende kind aan. Pas dan mag die teamgenoot in actie komen om een volgende goudstaaf te veroveren. Als de kist leeg is, is het spel afgelopen en worden de goudstaven geteld. Het team dat het meeste goud heeft veroverd, heeft gewonnen. ‘Duidelijk? Zijn er nog vragen?’ Die zijn er niet, het spel kan beginnen. Als het fluitsignaal klinkt, sprinten de eerste twee kinderen naar het midden van het veld, duiken tegelijkertijd in de kist om een goudstaaf te pakken en knallen met hun koppen tegen elkaar. De EHBO’er kan meteen aan het begin van de dag in actie komen en voor beide kinderen is het voor die dag over en uit. Met een buil op hun hoofd en waarschijnlijk een lichte hersenschudding worden ze vroegtijdig opgehaald door hun ouders. Nikki voelt zich schuldig. Had ze dit kunnen voorkomen?

Vaardigheden om de benodigde beroepsvaardigheden aan te leren. Themaopdrachten grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt dan ook aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken, plannen en problemen oplossen.

1

1

Je maakt de opdracht in een groep van vier studenten. Jullie maken een analyse van de beschreven situatie en jullie bedenken een oplossing waarmee het spel veiliger wordt.

Werkwijze Maak deze analyse aan de hand van de volgende punten en zet je uitkomsten op papier: a Bij deze sportdag is het belangrijk om een goede balans te vinden tussen uitdaging en veiligheid. Geef in je analyse aan waarom die balans belangrijk is.

1 18

THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW

Evaluatie Studiehulp

1 Sociaal-agogisch werk 1

Stelling 1 Een ander woord voor welzijnswerk is sociaal-agogisch werk. 2 Pedagogiek is de wetenschap die zich bezighoudt met het veranderen van het gedrag van mensen. 3 Welzijn is de mate van welbevinden. 4 MZ is de afkorting voor maatschappelijke zorg. 5 MZ bestaat uit zes opleidingen. 6 PW is de afkorting van professioneel werk. 7 Een PW’er kan werken in de kinderopvang. 8 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 9 SW is de afkorting van sociaal werk. 10 De opleiding tot agogisch werker GGZ is een van de opleidingen bij SW. 11 De cliënten waar je werk op is gericht, noem je de doelgroep. 12 Een goede beroepshouding bestaat uit: echtheid, waardering en empathie. 13 Een ander woord voor empathie is inlevingsvermogen. 14 Integer zijn wil zeggen dat je kunt opkomen voor jezelf. 15 Assertief zijn betekent dat je je kunt inleven in de cliënt.

Juist Onjuist

◯ ◯

◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

Evaluatie Studiehulp een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. Antwoorden zijn op te vragen bij je docent.

Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?

1 Pedagogisch werk 2

Stelling 1 Bij PW werk je in de kinderopvang of in het onderwijs. 2 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 3 Onder het bijzonder onderwijs vallen scholen die uitgaan van een bepaalde levensovertuiging. 4 In een kinderdagverblijf komen kinderen van twee tot zes jaar. 5 Peuterspeelzalen zijn er voor kinderen tussen de nul en twee jaar. 6 Een gastouder mag slechts een beperkt aantal kinderen opvangen. 7 Een BSO-plus heeft een thema (zoals sport, kunst of drama) als extra. 8 Een tienercentrum is een vervolg op de buitenschoolse opvang. Er komen jongeren tussen de elf en vijftien jaar. 9 Dagopvang noem je ook wel semiresidentiële of semimurale hulpverlening. 10 24-uursopvang noem je ook wel thuisopvang of ambulante hulpverlening. 11 Een Boddaertcentrum is bedoeld voor kinderen met een meervoudige beperking.

1 28

Juist Onjuist

◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯

Evaluatie evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden voor jouw toekomstige beroep: zet na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.


THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW

Vaardigheden Een vaardigheid heeft een vaste opbouw: Oefenen Toepassen Transfer Oriënteren

Vaardigheden De juiste beroepshouding tonen Oriënteren

1 1

1 2 3

Bestudeer de theorie over kiezen voor sociaal-agogisch werk en beroepshouding. Zoek drie personeelsadvertenties uit jouw toekomstige werkveld. Geef aan hoe je daarin de beroepshouding terugziet.

4

Zoek op het internet naar het kwalificatiedossier Pedagogisch werk (https://www.s-bb. nl/onderwijs/kwalificeren-en-examineren/kwalificatiedossiers) en bekijk dit. Wat zegt dat dossier over een goede beroepshouding?

5

Oefenen 6 7

Bekijk het reflectieschema hierna. Vul op de lijnen nu zelf een hulpvraag in.

Observatielijsten

Observatielijsten Bij sommige vaardigheden horen observatielijsten. Die vind je direct achter in dit werkboek. De observatielijsten zijn geordend per thema. Bovenaan staat bij welke vaardigheid de observatielijst hoort. Een observatielijst kun je gemakkelijk uit je werkboek halen. Zo kun je ze in de klas of in je BPV laten invullen.

Thema 1 Lichamelijke verzorging

277

Zorgvrager wassen op bed 277 Zorgvrager wassen op bed met wasdoekjes 281 Zorgvrager wassen aan de wastafel, onder de douche of in bad 285 Haren wassen op bed 289 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met een elektrisch scheerapparaat 291 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met scheermes en scheerzeep 293 Tandenpoetsen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 295 Gebitsprothese verzorgen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 297 Mondholte reinigen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 299 Therapeutische elastische kousen met een open teenstuk aantrekken 301 Therapeutische elastische kousen met een gesloten teenstuk aantrekken 303 Therapeutische elastische kousen uittrekken 305 Hygiënische verzorging van een baby 307

Thema 2 Hulp bieden bij de opname van voeding en vocht Hulp bieden aan een zorgvrager die zelf niet kan eten en drinken Flesvoeding geven 311

Thema 3 Hulp bieden bij de uitscheiding

309

1 22

309

313

Hulp bij het gebruik van een po op bed 313 Hulp bij het gebruik van een urinaal op bed 317 Verwisselen van een incontinentiemat 319 Externe katheter of condoomkatheter verwisselen 321 Katheterzak verwisselen 325 Verzorgen van een blaaskatheter 327 Laxerende zetpil toedienen 329 Microklysma (microlax) of fosfaatklysma toedienen 331 Hulp bieden bij het manueel verwijderen van ontlasting 333 Hulp bieden bij het opgeven van sputum 335 Hulp bieden bij braken 337 Hulp bieden bij het inbrengen van een tampon bij menstruatie

339

Thema 4 Hygiënisch en ergonomisch verantwoord werken

341

Handen wassen met (vloeibare) zeep 341 Handen desinfecteren met handalcohol 343 Aan- en uittrekken van steriele handschoenen 345 Creëren van een schoon of steriel werkveld 347

1 275

Iconen helpen je op weg In de kantlijn staan icoontjes. Die geven aan wat je in de opdracht kunt verwachten.

1 1 1 1 1 1 1

geeft aan dat je een deel van de theorie (nog een keer) leest om de vraag te kunnen beantwoorden. bij deze opdracht werk je samen met anderen. bij deze opdracht heb je een computer met internet nodig om informatie op te zoeken. bij deze opdracht werk je aan je schrijfvaardigheden, bijvoorbeeld met het schrijven van een uitgebreid antwoord, verslag of rapport. bij deze opdracht laat je de uitkomsten zien in een mondelinge presentatie. geeft aan dat het gaat om een creatieve opdracht. geeft aan dat deze opdracht op niveau 4 is.

Werken met dit werkboek Vind je het prettig om eerst de theorie te lezen en dan te kijken of je het weet en begrepen hebt? Lees dan eerst de theorie en maak daarna de verwerkingsvragen. Ben je meer iemand die het liefst de theorie doorneemt aan de hand van vragen? Start dan met de verwerkingsvragen en leg je theorieboek ernaast. Werk je het liefst vanuit de praktijk? Begin dan met een praktijksituatie of een themaopdracht en kijk of je de vragen kunt beantwoorden met de informatie uit de theorie.


Inhoudsopgave Thema 1 Werkveld van specifieke doelgroepen

11

Verwerking 12 Verwerkingsopdrachten 12 Hoofdstuk 1 Geschiedenis maatschappelijke zorg 12 Hoofdstuk 2 Maatschappelijke opvang en voorzieningen Hoofdstuk 3 Ondersteuningsproces 17

14

Toepassing 21 Praktijksituaties 21 Wie binnen drinkt, doet dat niet op straat 21 Mia lacht even en kust een van haar knuffels 24 Themaopdrachten 26 Evaluatie 31 Studiehulp 31 Hoofdstuk 1 Geschiedenis maatschappelijke zorg 31 Hoofdstuk 2 Maatschappelijke opvang en voorzieningen Hoofdstuk 3 Ondersteuningsproces 32 Evaluatie en reflectie 33

31

Thema 2 Deskundige ondersteuning en begeleiding bieden Verwerking 36 Verwerkingsopdrachten 36 Hoofdstuk 4 Ondersteuningsplan in de praktijk Hoofdstuk 5 Begeleidingsmethodieken 40 Hoofdstuk 6 Werken in een netwerk 44 Hoofdstuk 7 Intercultureel vakmanschap 48 Toepassing 51 Praktijksituaties 51 Kim en Adila 51 Sophie wil moeder en echtgenote blijven Vaardigheden 56 Vertrouwen winnen 56 Themaopdrachten 61

53

Evaluatie 64 Studiehulp 64 Hoofdstuk 4 Ondersteuningsplan in de praktijk Hoofdstuk 5 Begeleidingsmethodieken 65 Hoofdstuk 6 Werken in een netwerk 65 Hoofdstuk 7 Intercultureel vakmanschap 66 Evaluatie en reflectie 68

1 6

36

64

35


Thema 3 Cliënten met psychiatrische stoornissen

70

Verwerking 71 Verwerkingsopdrachten 71 Hoofdstuk 8 Oriëntatie op de geestelijke gezondheidszorg 71 Hoofdstuk 9 Participatie, rehabilitatie en herstelondersteunende zorg Hoofdstuk 10 Persoonlijkheidsstoornissen 76 Hoofdstuk 11 Cliënten met een verslaving 77

74

Toepassing 81 Praktijksituaties 81 Alfred wil geen onverwachte situaties 81 Michael wil weer gaan gebruiken 84 Vaardigheden 87 Omgaan met manipulatieve kritiek 87 Emotionele expressie (EE) laag houden 90 Omgaan met openheid (zelfonthulling) 92 Themaopdrachten 95 Evaluatie 97 Studiehulp 97 Hoofdstuk 8 Oriëntatie op de geestelijke gezondheidszorg 97 Hoofdstuk 9 Participatie, rehabilitatie en herstelondersteunende zorg Hoofdstuk 10 Persoonlijkheidsstoornissen 98 Hoofdstuk 11 Cliënten met een verslaving 98 Evaluatie en reflectie 100

Thema 4 Kwetsbare ouderen en cliënten met dementie

102

Verwerking 103 Verwerkingsopdrachten 103 Hoofdstuk 12 Kwetsbare ouderen 103 Hoofdstuk 13 Cliënten met dementie 106 Hoofdstuk 14 Begeleiding en woonvormen mensen met dementie 109 Toepassing 113 Praktijksituaties 113 Roze ouderen 113 Lijstjescultuur 116 Vaardigheden 118 Gesprek voeren over eenzaamheid 118 Invulling geven aan ‘zintuigactivering’ 120 Themaopdrachten 123 Evaluatie 125 Studiehulp 125 Hoofdstuk 12 Kwetsbare ouderen 125 Hoofdstuk 13 Cliënten met dementie 125 Hoofdstuk 14 Begeleiding en woonvormen mensen met dementie 126 Evaluatie en reflectie 127

1 7

97


Thema 5 Dak- en thuislozen

129

Verwerking 130 Verwerkingsopdrachten 130 Hoofdstuk 15 Wat is dak- of thuisloos? 130 Hoofdstuk 16 Begeleiden van dak- en thuislozen Toepassing 139 Praktijksituaties 139 Iris verkoopt daklozenkranten 139 Leven van twee euro per dag 143 Vaardigheden 146 Het versterken van het zelfvertrouwen van de cliënt Themaopdrachten 149 Evaluatie 151 Studiehulp 151 Hoofdstuk 15 Wat is dak- of thuisloos? 151 Hoofdstuk 16 Begeleiden van dak- en thuislozen Evaluatie en reflectie 153

Thema 6 Justitiële opvang

133

146

152

155

Verwerking 156 Verwerkingsopdrachten 156 Hoofdstuk 17 Gedetineerden 156 Hoofdstuk 18 Het werk van een penitentiair inrichtingsmedewerker Hoofdstuk 19 Regelgeving en voorzieningen 162 Toepassing 166 Praktijksituaties 166 Wesley wordt opnieuw in de isoleercel opgesloten 166 Vaardigheden 169 Constructief handelen in situaties van dreigende agressie Themaopdrachten 172

169

Evaluatie 174 Studiehulp 174 Hoofdstuk 17 Gedetineerden 174 Hoofdstuk 18 Het werk van een penitentiair inrichtingswerker Hoofdstuk 19 Regelgeving en voorzieningen 176 Evaluatie en reflectie 177

Thema 7

Vrouwenopvang

179

Verwerking 180 Verwerkingsopdrachten 180 Hoofdstuk 20 Vrouwenopvang en huiselijk geweld 180 Hoofdstuk 21 De vrouwenopvang biedt hulp 183

1 8

175

159


Toepassing 188 Praktijksituaties 188 Het gezin Frerichs komt in de knel 188 Spanningen in de vrouwengroep 191 Vaardigheden 194 Parafraseren 194 Themaopdrachten 196 Evaluatie 198 Studiehulp 198 Hoofdstuk 20 Vrouwenopvang en huiselijk geweld 198 Hoofdstuk 21 De vrouwenopvang biedt hulp 199 Evaluatie en reflectie 200

Thema 8 Asielzoekers en vluchtelingen

202

Verwerking 203 Verwerkingsopdrachten 203 Hoofdstuk 22 Asielzoekers en vluchtelingen 203 Hoofdstuk 23 Procedures 206 Hoofdstuk 24 Opvang en begeleiding 209 Toepassing 213 Praktijksituaties 213 Khalil wil een veilig leven opbouwen 213 Godsdienstvrijheid in het asielzoekerscentrum Themaopdrachten 219

216

Evaluatie 221 Studiehulp 221 Hoofdstuk 22 Asielzoekers en vluchtelingen 221 Hoofdstuk 23 Procedures 221 Hoofdstuk 24 Opvang en begeleiding 222 Evaluatie en reflectie 223

Thema 9 Coördinatie, kwaliteitszorg, voorlichting

225

Verwerking 226 Verwerkingsopdrachten 226 Hoofdstuk 25 Coördinatie van de hulpverlening 226 Hoofdstuk 26 Kwaliteitszorg en beheer 231 Hoofdstuk 27 Deskundigheidsbevordering en begeleiden van collega’s Hoofdstuk 28 Voorlichting, advies en instructie 245 Toepassing 251 Praktijksituaties 251 De ontwikkeling van Manon Themaopdrachten 254

251

1 9

235


Evaluatie 256 Studiehulp 256 Hoofdstuk 25 Coördinatie van de hulpverlening 256 Hoofdstuk 26 Kwaliteitszorg en beheer 257 Hoofdstuk 27 Deskundigheidsbevordering en begeleiden van collega’s Hoofdstuk 28 Voorlichting, advies en instructie 258 Evaluatie en reflectie 260

Thema 10 Specifieke doelgroepen en samenleving Verwerking 263 Verwerkingsopdrachten 263 Hoofdstuk 29 Maatschappelijke ontwikkelingen Hoofdstuk 30 Ethische dilemma’s 266 Hoofdstuk 31 Wet- en regelgeving 268

262

263

Toepassing 270 Praktijksituaties 270 Dilemma tijdens een gesprek met mantelzorgers 270 Welke regelgeving heeft betrekking op de situatie van Sjannie? Vaardigheden 276 Cliënt leren werken met e-health 276 Themaopdrachten 279 Evaluatie 282 Studiehulp 282 Hoofdstuk 29 Maatschappelijke ontwikkelingen Hoofdstuk 30 Ethische dilemma’s 282 Hoofdstuk 31 Wet- en regelgeving 283 Evaluatie en reflectie 284

1 10

282

273

257


Thema 1 Werkveld van specifieke doelgroepen

1

Vroeger was er geen professionele zorg voor mensen die het moeilijk hadden. Wie oud of ziek was en hulp nodig had, was aangewezen op familie of liefdadigheid. Eeuwenlang moesten ouderen en zwakkeren zelf maar zien hoe zij het redden. Op steun van de overheid hoefden ze niet te rekenen. In dit thema kom je meer te weten over de geschiedenis van de armenzorg tot het sociaal werk, zoals we dat nu kennen. Ook lees je over je kerntaken als persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen en de cliënten met wie je te maken krijgt. Tot slot kom je meer te weten over de methodische wijze waarop je jouw cliënten ondersteunt en begeleidt. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Geschiedenis maatschappelijke zorg • de maatschappelijke zorg voor 1900 • de maatschappelijke zorg vanaf 1900 • de maatschappelijke zorg vanaf 1950 • de maatschappelijke zorg vanaf 1980 Hoofdstuk 2: Maatschappelijke opvang en voorzieningen • werkgebied en taken • voorzieningen • vormen van zorg en hulpverlening • doelgroepen Hoofdstuk 3: Ondersteuningsproces • begeleiding en ondersteuning geven • methodisch werken • stappen in het ondersteuningsproces

1 11


THEMA 1 Werkveld van specifieke doelgroepen

Verwerking Verwerkingsopdrachten

1 Geschiedenis maatschappelijke zorg 1

1

Wie verleende hulp en aan wie in de tweede helft van de 19e eeuw? Vul telkens het juiste woord in. Kies uit: de staat – het Leger des Heils – de familiebanden – dak- en thuislozen – hulpverleners – de kerk – hulpbehoevenden a

Halverwege de 19e eeuw veranderden

en

zwakkeren konden niet meer vanzelfsprekend rekenen op steun van hun naasten. b

organisaties op om de

Als reactie hierop richtten zogeheten

c

Vooral

d

Ook

e

Al sinds 1861 ontfermt

bij te staan. nam hierbij het voortouw. begon zich meer met het probleem bezig te houden. zich over .

2

In de loop van de 19e eeuw kwam er een omslag in de houding ten opzichte van de zwakkeren in de maatschappij. a Waardoor werd de omslag veroorzaakt?

b

3

Tot welke conclusie kwam men?

Welke wet maakte de zwakkeren in één klap onafhankelijk van goedbedoelde hulp en gaf vrouwen de mogelijkheid om te scheiden? Kies het juiste antwoord. a de Wet op de Bejaardenoorden (1961) b de Wet op de Arbeidsongeschiktheid (1967) c de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (1968) d de Algemene Bijstandswet (1965)

1 12


Verwerkingsopdrachten

1 Geschiedenis maatschappelijke zorg

4

De Nederlandse verzorgingsstaat is gebaseerd op een uitgebreid stelsel van sociale voorzieningen. In de jaren tachtig werd de verzorgingsstaat onbetaalbaar. Noem drie oorzaken van dit probleem.

5

Door de problemen in de verzorgingsstaat ontstond de gedachte van een zorgzame samenleving. a Wat is het verschil tussen de verzorgingsstaat en een zorgzame samenleving?

b

Lees de volgende uitspraak.

‘Wij willen de kennis en kunde van ouderen gebruiken, opdat zij weer een rol op zich kunnen nemen in de maatschappij.’

Welke term past bij deze uitspraak?

c

In de tabel staat een aantal kenmerken. Geef bij elk kenmerk aan of het wel of niet past bij een participatiemaatschappij.

Kenmerk

Hoort bij participatiemaatschappij

goedkoper voor de overheid minder regels minder vrijwilligers en mantelzorgers nodig veel controle uitgevoerd door de overheid een ieder draagt naar vermogen bij

1 13

Hoort niet bij participatiemaatschappij


THEMA 1 Werkveld van specifieke doelgroepen

6

Lees de volgende stelling.

Stelling: De participatiemaatschappij draagt bij aan het bestrijden van eenzaamheid onder ouderen.

Ben je het eens of oneens met deze stelling? Leg uit waarom. Gebruik in je uitleg de volgende begrippen: participeren – mantelzorgers – netwerk.

1 Maatschappelijke opvang en voorzieningen 2

1

Om de ‘vraag achter de vraag’ te achterhalen is het van belang dat een persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen de cliënt laat uitpraten. Door open vragen te stellen nodigt hij de cliënt uit om verder te vertellen. Welke van de volgende vragen zijn voorbeelden van doorvraag-vragen? Kies de juiste antwoorden. a Wanneer wilt u onze opvang komen bezoeken? b Wat heeft u nodig om die volgende stap te zetten? c Wilt u gebruikmaken van thuiszorg of regelt u dit zelf? d Wie kan u daarbij helpen? e Wat heeft u zelf al gedaan om deze situatie te veranderen? f Hoe gaat u dat bereiken? g Als ik het goed begrijp wilt u vijf uur aan huishoudelijke hulp? h U wilt op donderdag gebruikmaken van de bezoekregeling?

1 14


Verwerkingsopdrachten

2

2 Maatschappelijke opvang en voorzieningen

Er zijn verschillende soorten (woon)voorzieningen voor de doelgroepen waarmee een persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen gaat werken. Iedere woonvoorziening heeft zijn eigen kenmerken. Combineer elke woonvoorziening met het bijbehorende kenmerk.

Woonvoorziening

3

Kenmerken

1

kleinschalige opvang

A

tijdelijk onderdak, begeleiding en hulp aan mensen die met spoed hun huis moeten verlaten

2

dagopvang

B

plek waar dak- en thuislozen terecht kunnen voor een veilige slaapplaats en een warme douche

3

nachtopvang

C

landelijk netwerk van organisaties die zich bezighouden met de aanpak van en opvang bij geweld in relaties

4

begeleid wonen

D

huiselijke omgeving met rond de zes personen per woning, vaak in de eigen wijk of het eigen dorp, als alternatief voor een verpleeghuis

5

vrouwenopvang

E

laagdrempelige opvang zonder slaapgelegenheid voor cliënten voor wie begeleiding in de eigen omgeving onvoldoende is

6

crisisopvang

F

bedoeld voor mensen die (nog) niet in staat zijn zelfstandig te wonen en tijdelijk ondersteuning nodig hebben

Een persoonlijk begeleider biedt verschillende soorten begeleiding of zorg aan. Vul telkens het juiste woord in. Kies uit: intramurale zorg – extramurale zorg – semimurale zorg – transmurale zorg a

Als meerdere zorgverleners zorg bieden, bijvoorbeeld thuiszorg gecombineerd met de zorg van een huisarts, dan is er sprake van

b

Als de hulpverlening plaatsvindt binnen de muren van de instelling waar de cliënt .

woont, dan is er sprake van c

.

Als de cliënt thuis woont en overdag naar een instelling gaat voor dag- of .

deeltijdbehandeling, dan is er sprake van d

Als de cliënt thuis woont en daar ondersteuning krijgt, zodat hij niet naar een .

instelling hoeft, dan is er sprake van

1 15


THEMA 1 Werkveld van speciďŹ eke doelgroepen

4

Het hebben van een goed sociaal netwerk is belangrijk voor de zelfredzaamheid van ouderen. a Waarom is het voor ouderen vaak een probleem om hun sociaal netwerk aan te spreken?

b

Iemand kan geboren worden met een psychische aandoening of daar in de loop van zijn leven mee te maken krijgen. Er zijn verschillende psychische aandoeningen. Combineer elke omschrijving met de bijbehorende stoornis.

Omschrijving

5

Stoornis

1

Irma heeft borderline en voelt zich vaak snel afgewezen.

A

psychotische stoornis

2.

Mona heeft sinds twee jaar anorexia nervosa.

B

angst- en paniekstoornis

3

Selam heeft regelmatig een hevige aanval van angst die gepaard gaat met zweten, het stokken van de ademhaling, duizeligheid en een gevoel van onwerkelijkheid.

C

stemmingsstoornis

4

Bram is het contact met de werkelijkheid kwijt.

D

eetstoornis

5

Chantal heeft een zware depressie.

E

persoonlijkheidsstoornis

Lees de volgende situatieschets.

De 63-jarige Martijn heeft een doorsneeleven geleid: hij is 32 jaar getrouwd geweest met dezelfde vrouw; hij heeft met haar twee kinderen; hij is leraar van beroep. Zeven jaar geleden zijn Martijn en zijn vrouw gescheiden. De breuk hakte erin. Martijn raakte zijn baan kwijt, begon zichzelf te verwaarlozen en raakte dakloos.

1 16


Verwerkingsopdrachten

a

b

3 Ondersteuningsproces

Waar is de begeleiding van de persoonlijk begeleider op gericht? Kies het juiste antwoord. a voorkomen dat Martijn in een sociaal isolement raakt door sociale activiteiten te stimuleren b ervoor zorgen dat Martijn weer grip krijgt op zijn situatie en proberen zijn zelfredzaamheid te vergroten c verbeteren van de lichamelijke gezondheid en leefomstandigheden van Martijn door goede verzorging en begeleiding d versterken van het zelfbeeld, het zelfvertrouwen, de veiligheid, het sociale netwerk en de weerbaarheid van Martijn Kies telkens het juiste woord. a Bij geestelijke / lichamelijke mishandeling richt de dader schade aan door bijvoorbeeld te schoppen of te slaan. De schade is vaak zichtbaar, deze uit zich bijvoorbeeld in blauwe plekken. b Vaak wordt huiselijk geweld gebruikt vanuit een gevoel van machteloosheid / agressie. c Een pleger van huiselijk geweld die een huisverbod heeft, mag beperkt / geen contact opnemen met de partner of de kinderen.

1 Ondersteuningsproces 3

1

Als persoonlijk begeleider wil je dat jouw cliĂŤnt een actieve rol aanneemt bij het bedenken en de uitvoering van een plan. Het tegenovergestelde van een actieve rol is een passieve rol. Geef bij elk begrip aan of dit past bij een actieve of een passieve rol.

Begrip

Past bij actieve rol

handelend gelaten berustend in eigen kracht komen zelfredzaam verantwoordelijk voelen afwachtend

1 17

Past bij passieve rol


THEMA 1 Werkveld van specifieke doelgroepen

2

Als persoonlijk begeleider breng je samen met de cliënt in kaart wat zijn behoeften zijn. Hierbij kan de cliënt zich een aantal vragen stellen. a Geef bij elke vraag in de tabel aan welk begrip hier bij hoort. Kies uit: eigen verantwoordelijkheid – zelfregie – eigen kracht – zelfredzaamheid Vraag

Begrip

Wat kan de cliënt? Wat wil de cliënt zelf? Wat moet of wat mag de cliënt zelf doen? Welke hulp of begeleiding heeft de cliënt nodig om te kunnen meedoen en zelf dingen te kunnen regelen?

b

3

Het vergroten van de zelfredzaamheid van cliënten is in de praktijk niet altijd even gemakkelijk. Noem drie problemen waarmee je als persoonlijk begeleider te maken kunt krijgen.

Methodisch werken is: te werk gaan volgens een bepaalde werkwijze om een doel te bereiken. Plaats de stappen van methodisch werken in de juiste volgorde. Zet een 1 voor de eerste stap, een 2 voor de volgende stap en zo verder. uitvoeren van de activiteiten volgens planning doelen formuleren vaststellen van behoeften en problemen verzamelen van informatie vaststellen van plannen van activiteiten evalueren

4

Lees de volgende situatieschets.

Mandy vertelt: ‘Omdat ik het lastig vind om met geld om te gaan, heb ik schulden gekregen. Samen met de begeleiding zoek ik nu naar een oplossing. We hebben een vrijblijvend gesprek gehad met een bewindvoerder om te kijken wat de beste keuze is voor mij. Ook vind ik het moeilijk om sociale contacten te krijgen. Ik zat dan ook vaak op mijn kamer, een beetje gamen, appen, je kent het wel. Nu ik een appartement deel met

1 18


Verwerkingsopdrachten

3 Ondersteuningsproces

een huisgenoot, kan ik altijd even een praatje maken. De begeleiding komt op afgesproken tijden en helpt mij bij de dingen die ik lastig vind.’

Bedenk vier persoonlijke doelen die Mandy zichzelf kan stellen. Formuleer deze doelen zo SMART mogelijk.

5

In de tabel staat een aantal doelen. Zijn deze doelen SMART geformuleerd? a Kies bij elke doelstelling in kolom 2 ‘ja’ of ‘nee’. b Geef bij de doelstellingen waarbij je ‘nee’ hebt gekozen, aan welk(e) aspect(en) van SMART ontbreekt / ontbreken. Doe dit in de derde kolom.

Doelstelling

SMART?

We gaan het onderlinge wij-gevoel bevorderen.

ja / nee

In juni van dit jaar wordt een enquête gehouden onder honderd daklozen waarin hun mening over de kwaliteit van eten en drinken in de opvang wordt gevraagd.

ja / nee

Met ingang van 01-01-2018 hebben de cliënt en begeleider structureel maandelijks overleg. Tijdens dit overleg vindt evaluatie plaats van de gemaakte afspraken van de afgelopen maand.

ja / nee

Welke SMARTaspecten ontbreken?

Binnen een jaar moeten de neuzen dezelfde ja / nee kant op staan.

c

We gaan de interne communicatie binnen de organisatie bevorderen.

ja / nee

Binnen drie maanden moet een nieuwe pedagogisch werker aangenomen zijn.

ja / nee

Kies een doelstelling uit de tabel die niet SMART is en maak deze SMART.

1 19


THEMA 1 Werkveld van speciďŹ eke doelgroepen

1

d

Wissel jouw antwoord uit met het antwoord van een medestudent en geef elkaar feedback. Noteer je aandachtspunten.

1 20


Toepassing Praktijksituaties Wie binnen drinkt, doet dat niet op straat Caspar is coördinator van De Kleine Haag, een 24-uursopvang verbonden aan een gespecialiseerde ggz-organisatie. Hij vertelt: ‘De cliënten die binnenkomen hebben al jaren een probleem met alcohol. Op het moment dat ze hier binnen zijn en je zegt: ‘Je moet gaan stoppen met alcohol’, dan komen ze niet meer binnen. Dan gaan ze op straat drinken, dus dat werkt gewoon niet. Het idee is: ‘Wie binnen drinkt, doet dat niet op straat.’ Onze manier van werken is ervoor te zorgen dat mensen binnenkomen. Dat ze het gevoel krijgen dat ze hier veilig zijn en op een rustige manier hun alcohol kunnen nuttigen.’ Om in aanmerking te komen voor deze opvang moet men dak- en thuisloos zijn, een alcoholprobleem hebben, bekend zijn bij de sociale diensten van de gemeente en ingeschreven zijn in de gemeente. Maximum tien halve liters In de opvang wordt iedereen gecontroleerd door een arts en een verpleegkundige. Zij bepalen hoeveel halve liters bier iemand mag drinken op een dag, met een maximum van tien. Op dit moment verblijven 28 alcoholverslaafden in De Kleine Haag. Een deel woont in de opvang, maar men kan ervoor kiezen om hier alleen overdag te zijn. Naast alcohol krijgen de cliënten hier drie maaltijden per dag. Dit brengt structuur in hun leven. Het ontbijt wordt verzorgd door Peter, een stagiair persoonlijke begeleider. ’s Ochtends is het een heel karwei om de bewoners uit hun bed te laten komen. Ze hebben vaak een kater en willen blijven liggen. Je maakt ze wakker voor het ontbijt. Het is een kunst hen hiervoor te motiveren, want de meesten kunnen ’s ochtends niet eten. Ze nemen liever hun eerste biertje dan dat ze moeten eten. Toch blijft Peter het proberen om samen met de bewoners aan tafel te gaan zitten en samen te gaan eten. ‘Ik wil bier, nu!’ Bewoner Frits is een paar dagen terug door de politie binnengebracht. Frits vindt het gratis bier krijgen wel ‘cool’. Zolang hij zijn biertjes mag drinken, is er voor Frits geen probleem. ’s Avonds gaat hij wel nog de straat op om nog meer biertjes te scoren. Die ochtend heeft Frits een fikse kater en kijkt hij Peter boos aan: ‘Ik wil mijn biertje!’ Peter antwoordt: ‘Frits, je kent de afspraken. Je weet dat je je eerste biertje kon halen om 07:30 uur bij het bierlokaal. Het is nu 08:15 uur, tijd voor het ontbijt.’ Frits reageert boos: ‘Ik wil een biertje en niet die stomme boterhammen!’ Peter blijft rustig: ‘Het spijt me, Frits, je volgende biertje kun je krijgen om 09:00 uur bij het bierlokaal, niet eerder. Kom er gezellig bij zitten.’ Frits slaat hard op de tafel en gooit de koffiekan op de grond. ’Verdomme! Geef me bier, nu!’ Twee andere bewoners staan toe te kijken.

1 21


THEMA 1 Werkveld van specifieke doelgroepen

Peter vindt dit een belangrijk moment voor zichzelf. In deze en soortgelijke situaties gaat het erom of hij voor zichzelf kan aantonen of hij geschikt is voor dit werk of niet. Hij heeft zijn collega’s op de hoogte gebracht dat hij wil oefenen in het omgaan met agressief gedrag. 1

Bij de kerntaken van persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen staat: ‘Je zorgt ervoor dat de cliënten die je begeleidt, zich goed voelen en je biedt begeleiding bij zaken als persoonlijke verzorging, vrije tijd, dagbesteding, wonen of werk.’ Is de situatie waarin Peter zich bevindt met Frits een ‘begeleidingssituatie’? Licht je antwoord toe.

2

Hoe kan Peter ervoor zorgen dat de situatie niet escaleert? Geef drie mogelijkheden.

3

Hoe kan Peter voor zichzelf het meeste leerrendement halen uit deze situatie?

4

‘Onze manier van werken is ervoor zorgen dat mensen binnenkomen. Dat ze het gevoel krijgen dat ze hier veilig zijn en op een rustige manier hun alcohol kunnen nuttigen’, aldus de coördinator. a Wat is het doel van deze opvang voor de bewoners?

b

Is bier geven aan mensen met een alcoholverslaving een vorm van ‘ondersteuning bieden in het ontwikkelen van hun zelfredzaamheid’?

1 22


Praktijksituaties

Wie binnen drinkt, doet dat niet op straat

5

Frits vindt het ’cool’ dat hij gratis bier krijgt en houdt zich ’s avonds niet aan de regels. Zolang hij maar bier kan drinken is er voor hem geen probleem. Heeft Frits volgens jou een hulpvraag? Verwerk in je antwoord het basisbehoeftemodel van Maslow.

6

Na het bierincident gaat Peter in gesprek met Frits. Peter wil de hulpvraag van Frits achterhalen. Hij weet niet of Frits hem voldoende vertrouwt om open te communiceren, maar Peter wil het wel proberen. a Noem drie vragen die Peter kan stellen om Frits open met hem te laten praten.

b

7

Hoe moet de houding van Peter zijn tijdens zo’n open gesprek met Frits? Noem twee aspecten.

Peter en Frits hebben een eerste gesprekje gehad. Peter heeft een beter beeld wie Frits is en Frits geeft aan dat hij het een fijn gesprek vond. Frits vertelde dat hij nu niet op straat wil leven (het is winter) en voorlopig in De Kleine Haag wil blijven. Peter geeft aan dat het belangrijk is om de huisregels te volgen. Frits wil in ieder geval proberen om dat voor elkaar te krijgen. Formuleer bij elk aspect van een SMART-doel een doel waaraan Frits kan werken. •

Specifiek:

•

Meetbaar:

•

Acceptabel:

•

Realistisch:

•

Tijdsgebonden:

1 23


THEMA 1 Werkveld van specifieke doelgroepen

Mia lacht even en kust een van haar knuffels Els is woonbegeleider in een kleinschalige woonvoorziening voor ouderen met dementie. ‘Het is hier erg huiselijk, net alsof je bij iemand op bezoek bent. Je ziet meteen wanneer er iemand iets dwarszit, omdat je ze allemaal zo goed kent.’ Er zitten acht bewoners rond de tafel. Sommigen eten zelfstandig, anderen moeten geholpen worden door de begeleider. Het team bestaat uit tien medewerkers. De bewoners hebben 24 uur zorg nodig. Er wordt gewerkt met een dag-, avond- en nachtdienst. Iedere begeleider werkt in zijn eentje en dat wordt vaak wel lastig gevonden. ’s Avonds worden er bewegingssensoren geplaatst, zodat men weet wanneer een van de bewoners uit de kamer komt en gaat dwalen. Er is een wekelijks team-werkoverleg, waarin men elkaar vragen kan stellen als ‘hoe pak je dat aan?, ‘wat doe je wanneer …’ of ‘ik vind het moeilijk om …’. Als iemand iets níet wil, dan moet dat ook niet gebeuren Els vertelt: ‘Deze plek is hun thuis: de bewoners worden hier niet ‘opgenomen’ maar ‘verhuizen’ naar een nieuwe woning. De bewoners zijn allemaal 80-plus en we hebben de inrichting aangepast aan de tijd van zestig jaar geleden.’ Een van de bewoners gaat naar buiten om restjes brood in stukjes te breken om aan de vogeltjes te voeren. Een andere mevrouw zit in een rolstoel en bladert met haar ene, goede, hand een tijdschrift door. Iemand anders staart voor zich uit en zegt helemaal niets. ‘Sommige bewoners zijn niet meer in staat om aan te geven wat zij zelf wel en niet willen. Daarom wordt er bij de intake zoveel mogelijk informatie ingewonnen via de familie. Wat doet iemand thuis? En als iemand iets juist níet wil, dan moet dat ook niet gebeuren.’ De bewoners zitten in het zithoekje, terwijl Els het avondeten aan het bereiden is. Keukenkast opentrekken De zoon van mevrouw Lambrechts komt op bezoek. Hij zet een kan met koffie, ook voor de andere bewoners, en helpt zijn moeder met het drinken van de koffie. De heer Bellemans komt zijn partner Mia bezoeken. Hij kon de zorg voor zijn vrouw niet meer alleen aan, toen zij incontinent werd. Hij buigt zich voorover om zijn vrouw een kus op haar voorhoofd te geven. Mia lacht even terwijl ze een van haar knuffels aait. ‘Thuis viel ze in een week drie kilo af. Toen ze hier kwam wonen kreeg ze direct astronautenvoeding en nu is ze weer keurig op een normaal gewicht. Ze nemen hier de tijd om je te eten te geven. Ze krijgt de aandacht: er kwam een diëtist erbij, ze kreeg fysiotherapie. Mijn vrouw is onlangs 82 jaar geworden en dat werd hier uitgebreid gevierd. Het geeft mij voldoening dat ik mijn vrouw af en toe zie lachen. En dat ik elke dag even kan binnenspringen en een beetje kan meehelpen met koken of eten geven’, zegt de heer Bellemans. Familieleden voelen zich hier thuis. Ze kunnen de keukenkast opentrekken als ze dat willen en meehelpen waar dat kan, ze zijn welkom. Els voegt hieraan toe: ‘Je krijgt ook een hechte band met de familieleden; ze komen sneller naar je toe met vragen of verhalen. Vroeger stond ‘het werk’ voorop, nu wordt er veel maar naar de cliënt geluisterd.’

1 24


Praktijksituaties

Mia lacht even en kust een van haar knuffels

1

Els werkt met acht bewoners, allemaal ouder dan 80 jaar, die lijden aan een vorm van dementie. De setting is kleinschalig en huiselijk. Wat zal de algemene hulpvraag zijn van deze bewoners?

2

Wat is het algemene doel van de ondersteuning van deze cliënten?

3

‘Mijn vrouw is onlangs 82 jaar geworden en dat werd hier uitgebreid gevierd.’ Welke activiteiten zou een persoonlijk begeleider kunnen organiseren rond het thema ‘verjaardag’? Geef twee voorbeelden.

4

Mensen met dementie hebben recht om zelf zoveel mogelijk de regie te voeren over hun eigen leven. Geef een voorbeeld van hoe een persoonlijk begeleider de zelfregie bij mensen met ernstige dementie in acht kan nemen.

5

Els is zelfstandig verantwoordelijk voor een groep van acht mensen met verschillende ondersteuningsbehoeften. Ze is verantwoordelijk voor het huishouden, het koken, het uitvoeren van activiteiten en het rapporteren. Daarnaast moet ze rekening houden met onverwacht bezoek van familieleden of kennissen. Waar moet Els rekening mee houden bij het organiseren van een doordeweekse dag? Ga hierbij in op de factoren planning, informatieoverdracht, verzorging en extra activiteiten.

1 25


WERKBOEK NIVEAU 4

Persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen MZ

Deze uitgave Persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen MZ maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Maatschappelijke zorg. P6-K1-W1 Schrijft het ondersteuningsplan P6-K1-W2 Begeleidt de cliënt bij het versterken van de eigen kracht P6-K1-W3 Ondersteunt de cliënt bij maatschappelijke participatie P6-K1-W4 Betrekt en ondersteunt naastbetrokkenen P6-K1-W5 Voert coördinerende taken uit P6-K1-W6 Begeleidt nieuwe collega’s, stagiaires en/of vrijwilligers

m a at s c h a p p e l i j k e zorg

MZ Persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen MZ WERKBOEK

De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt. De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaal-agogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- / reflectie-opdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff.nl/trajectwelzijn.

Auteur: N. Berta Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

9 789006 622478

MBO_WB_PersBegelSpecifiekeDoelgr_MZ_210x297mm.indd All Pages

13/02/18 08:37


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen MZ werkboek by ThiemeMeulenhoff - Issuu