WERKBOEK NIVEAU 3&4
Ontwikkeling en activiteiten PW
Deze uitgave Ontwikkeling en activiteiten PW maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Pedagogisch werk. B1-K1-W2 Bereidt de uitvoering van activiteiten voor B1-K1-W5 Stimuleert de ontwikkeling door het aanbieden van activiteiten De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.
pedagogisch werk
PW Ontwikkeling en activiteiten PW WERKBOEK
De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaalagogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie/ reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff .nl/trajectwelzijn.
Herz
ien
Auteurs: M. Baseler A.C. Verhoef Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde
9 789006 978537
MBO_WB_Welzijn_ontwikkelingenactiviteiten_PW_210x297mm.indd All Pages
27/03/18 09:23
Ontwikkeling en activiteiten PW Niveau 3 & 4
M. Baseler A.C. Verhoef
Colofon
Redactie
ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een Over ThiemeMeulenhoff learning design company. Wezich brengen content, uitgeverij leerontwerp ThiemeMeulenhoff ontwikkelt van educatieve tot en een learning technologie samen. onzecontent, groeiende expertise,enervaring en samen. design company. We Met brengen leerontwerp technologie leeroplossingen zijn expertise, we een partner voor scholen bij het vernieuwen en Met onze groeiende ervaring en leeroplossingen zijn we een partner verbeteren Zo kunnen we samen rechtZo doen aan we de voor scholenvan bij onderwijs. het vernieuwen en verbeteren vanbeter onderwijs. kunnen verschillen scholen entussen ervoorlerenden zorgen dat leren steeds samen betertussen recht lerenden doen aan en de verschillen en scholen en persoonlijker, en efficiënter wordt. ervoor zorgen effectiever dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt.
M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde
Samen leren vernieuwen. vernieuwen.
Taalkundige redactie
www.thiememeulenhoff.nl
Colofon Auteur M. Baseler A.C. Verhoef
Tekst2000, Utrecht
Vormgeving en omslag
ISBN 978 90 90 06 0697853 9785377 Tweede druk, druk, eerste eersteoplage, oplage,2018 2018
Studio Fraaj, Rotterdam
© ThiemeMeulenhoff, ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, Amersfoort, 2018 2018
Fotografie omslag
Alle rechten rechten voorbehouden. voorbehouden. Niets Nietsuit uitdeze dezeuitgave uitgavemag magworden worden verveelvoudigd, opgeslagen in in een een geautomatiseerd geautomatiseerdgegevensbestand, gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in in enige vorm of openbaar gemaakt, enige vormofofop openige enigewijze, wijze,hetzij hetzij elektronisch, elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, fotokopieën, opnamen, opnamen, of ofenig enigandere anderemanier, manier,zonder zonder voorafgaande schriftelijke toestemming toestemming van van de deuitgever. uitgever.
Mathilde Karrèr Photography, Rotterdam
Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort
Technisch tekenwerk DDCom, Veldhoven Tiekstra Media, Groningen
Illustraties Roel Seidell, Groningen, blz. 44
Foto’s Collectie Fries Museum, Leeuwarden © blz. 11
Voor zover zoverhet hetmaken makenvan vankopieën kopieën deze uitgave is toegestaan op uituit deze uitgave is toegestaan op grond grond van 16B artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 231985, augustus 1985, van artikel Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus Stbl. 471 Stbl. 471 17 en Auteurswet artikel 17 Auteurswet dient men de daarvoor wettelijk en artikel 1912, dient 1912, men de daarvoor wettelijk verschuldigde verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatieen Reproductierechten Reproductierechten Organisatie (PRO), 3060, 2130 KB Hoofddorp Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KBPostbus Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). (www.stichting-pro.nl). het overnemen gedeelte(n) uit deze uitgave Voor het overnemen vanVoor gedeelte(n) uit deze van uitgave in bloemlezingen, in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken 16 zich tot readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet)(artikel dient men Auteurswet) men Voor zich meer tot deinformatie uitgever over te wenden. Voorvan meer de uitgever tedient wenden. het gebruik muziek, film informatie over gebruik van onderwijs muziek, film en het maken van kopieën in en het maken vanhet kopieën in het zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de De uitgever heeft ernaar gestreefd auteursrechten regelen volgens wettelijke bepalingen. Degenen die de desondanks menentezekere rechten te de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Deze uitgave is volledig -neutraal papier geproduceerd. Het voor deze uitgaveCO gebruikte is voorzien van het FSC®-keurmerk. 2 Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden. plaatsgevonden.
Rondleiding door dit werkboek Het werkboek is verdeeld in thema’s. Een thema in het werkboek sluit precies aan bij een thema in de theorie. Thema 1 Oriëntatie op het werkveld PW
1
Themaopening Je leest waar het thema over gaat en welke hoofdstukken en onderwerpen aan de orde komen.
Dit thema gaat over welzijnswerk. Welzijnswerk noem je ook wel sociaal-agogisch werk. Welzijn heeft te maken met het welbevinden van mensen, met zich ‘gelukkig’ voelen. In het sociaal-agogisch werk houd je je dus bezig met het welzijn van mensen. Je probeert het gedrag van mensen zo te veranderen dat ze zich gelukkig(er) voelen. Het welzijnswerk heeft drie werkvelden: PW, MZ en SW. Elk werkveld heeft zijn eigen doelgroep en aandachtspunten. • Jij hebt gekozen voor PW. Dat staat voor pedagogisch werk. Je houdt je daar bezig met de opvoeding (pedagogiek) en opvang van kinderen en jongeren tot 23 jaar. Er zijn drie opleidingen op niveau 3 en 4. • Bij MZ (maatschappelijke zorg) draait het om het geven van ondersteuning en zorg aan mensen die dat nodig hebben. Binnen MZ zijn er zes opleidingen op niveau 3 en 4. • De afkorting SW betekent sociaal werk. In dit werkveld word je opgeleid om cliënten actief mee te laten doen in de samenleving en hun maatschappelijke positie te verbeteren. SW heeft twee opleidingen, beide op niveau 4. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Sociaal-agogisch werk • sociaal-agogisch werk = welzijnswerk • beroepen in de welzijnssector - kiezen voor sociaal-agogisch werk • beroepshouding Hoofdstuk 2: Pedagogisch werk • een baan als pedagogisch medewerker • werkvelden
Verwerking Verwerkingsopdrachten
1 Sociaal-agogisch werk 1 1
1
1
Bij sociaal-agogisch werk gaat het om het welzijn van mens en samenleving. a Geef een ander woord voor sociaal-agogisch werk.
8
b
1
In dit werkboek staan verschillende soorten opdrachten. Deze helpen je om je de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken.
2
Wat is het doel van sociaal-agogisch werk?
c
Geef een voorbeeld van PW waarmee je dit doel laat zien.
d
Maak een mindmap met als titel: sociaal-agogisch werk. Een mindmap is een woordweb, waarbij je onderwerpen rondom een thema (in dit geval: sociaalagogisch werk) noteert. Je kunt een mindmap gewoon op papier maken, maar het kan ook op een leuke manier digitaal, via ‘Coggle’. Je kunt inloggen in op www.coggle.it met een Google-account. Coggle is gratis. Het werkt eenvoudig, maar er zijn op YouTube ook instructiefilmpjes te vinden.
De welzijnssector bevat verschillende beroepsgroepen. a Welke drie hoofdgroepen kun je onderscheiden?
Verwerking Verwerkingsopdrachten helpen je de theorie te leren en te begrijpen. Ze zijn geordend per hoofdstuk.
1 9
THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW
Toepassing Praktijksituaties hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen.
Toepassing Praktijksituaties Veiligheid en uitdaging De leerlingen van basisschool De Kring hebben hun jaarlijkse sportdag. De kinderen zijn door hun leerkrachten in teams verdeeld. In elk team zit van elke jaargroep een kind. De leeftijdsverschillen zijn dus groot. Dat is bewust gedaan. Kinderen kunnen elkaar zo niet alleen helpen, er ontstaat ook een goede band tussen de verschillende groepen. Naast de activiteiten op de sportdag die elk jaar terugkomen, zijn er ook elk jaar nieuwe activiteiten. Dat maakt de dag voor alle kinderen spannend en uitdagend. Nikki is onderwijsassistent op De Kring. Ze heeft een belangrijk aandeel gehad in de voorbereiding van de jaarlijkse sportdag. Ze zat in de onderzoekscommissie. Een van haar taken was het bedenken van een nieuwe activiteit en de begeleiding ervan op de dag zelf. De leerlingen en hun begeleiders hebben geluk: het is prachtig weer en het belooft een fantastische dag te worden. Nikki begeleidt het spel ‘schat veroveren’. Ze heeft het spel zelf bedacht. Ze legt uit wat de bedoeling is: In het midden van het speelveld staat een kist. Daarin ligt een schat. Aan beide kanten van het veld staat een team achter een lijn, de jongste kinderen vooraan. Op haar fluitsignaal rent het eerste kind van beide teams naar de kist en pakt er een goudstaaf uit. De kinderen rennen terug naar hun team en tikken het volgende kind aan. Pas dan mag die teamgenoot in actie komen om een volgende goudstaaf te veroveren. Als de kist leeg is, is het spel afgelopen en worden de goudstaven geteld. Het team dat het meeste goud heeft veroverd, heeft gewonnen. ‘Duidelijk? Zijn er nog vragen?’ Die zijn er niet, het spel kan beginnen. Als het fluitsignaal klinkt, sprinten de eerste twee kinderen naar het midden van het veld, duiken tegelijkertijd in de kist om een goudstaaf te pakken en knallen met hun koppen tegen elkaar. De EHBO’er kan meteen aan het begin van de dag in actie komen en voor beide kinderen is het voor die dag over en uit. Met een buil op hun hoofd en waarschijnlijk een lichte hersenschudding worden ze vroegtijdig opgehaald door hun ouders. Nikki voelt zich schuldig. Had ze dit kunnen voorkomen?
Vaardigheden om de benodigde beroepsvaardigheden aan te leren. Themaopdrachten grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt dan ook aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken, plannen en problemen oplossen.
1
1
Je maakt de opdracht in een groep van vier studenten. Jullie maken een analyse van de beschreven situatie en jullie bedenken een oplossing waarmee het spel veiliger wordt.
Werkwijze Maak deze analyse aan de hand van de volgende punten en zet je uitkomsten op papier: a Bij deze sportdag is het belangrijk om een goede balans te vinden tussen uitdaging en veiligheid. Geef in je analyse aan waarom die balans belangrijk is.
1 18
THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW
Evaluatie Studiehulp
1 Sociaal-agogisch werk 1
Stelling 1 Een ander woord voor welzijnswerk is sociaal-agogisch werk. 2 Pedagogiek is de wetenschap die zich bezighoudt met het veranderen van het gedrag van mensen. 3 Welzijn is de mate van welbevinden. 4 MZ is de afkorting voor maatschappelijke zorg. 5 MZ bestaat uit zes opleidingen. 6 PW is de afkorting van professioneel werk. 7 Een PW’er kan werken in de kinderopvang. 8 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 9 SW is de afkorting van sociaal werk. 10 De opleiding tot agogisch werker GGZ is een van de opleidingen bij SW. 11 De cliënten waar je werk op is gericht, noem je de doelgroep. 12 Een goede beroepshouding bestaat uit: echtheid, waardering en empathie. 13 Een ander woord voor empathie is inlevingsvermogen. 14 Integer zijn wil zeggen dat je kunt opkomen voor jezelf. 15 Assertief zijn betekent dat je je kunt inleven in de cliënt.
Juist Onjuist
◯ ◯
◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
Evaluatie Studiehulp een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. Antwoorden zijn op te vragen bij je docent.
Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?
1 Pedagogisch werk 2
Stelling 1 Bij PW werk je in de kinderopvang of in het onderwijs. 2 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 3 Onder het bijzonder onderwijs vallen scholen die uitgaan van een bepaalde levensovertuiging. 4 In een kinderdagverblijf komen kinderen van twee tot zes jaar. 5 Peuterspeelzalen zijn er voor kinderen tussen de nul en twee jaar. 6 Een gastouder mag slechts een beperkt aantal kinderen opvangen. 7 Een BSO-plus heeft een thema (zoals sport, kunst of drama) als extra. 8 Een tienercentrum is een vervolg op de buitenschoolse opvang. Er komen jongeren tussen de elf en vijftien jaar. 9 Dagopvang noem je ook wel semiresidentiële of semimurale hulpverlening. 10 24-uursopvang noem je ook wel thuisopvang of ambulante hulpverlening. 11 Een Boddaertcentrum is bedoeld voor kinderen met een meervoudige beperking.
1 28
Juist Onjuist
◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯
Evaluatie evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden voor jouw toekomstige beroep: zet na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.
THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW
Vaardigheden Een vaardigheid heeft een vaste opbouw: Oefenen Toepassen Transfer Oriënteren
Vaardigheden De juiste beroepshouding tonen Oriënteren
1 1
1 2 3
Bestudeer de theorie over kiezen voor sociaal-agogisch werk en beroepshouding. Zoek drie personeelsadvertenties uit jouw toekomstige werkveld. Geef aan hoe je daarin de beroepshouding terugziet.
4
Zoek op het internet naar het kwalificatiedossier Pedagogisch werk (https://www.s-bb. nl/onderwijs/kwalificeren-en-examineren/kwalificatiedossiers) en bekijk dit. Wat zegt dat dossier over een goede beroepshouding?
5
Oefenen 6 7
Bekijk het reflectieschema hierna. Vul op de lijnen nu zelf een hulpvraag in.
Observatielijsten
Observatielijsten Bij sommige vaardigheden horen observatielijsten. Die vind je direct achter in dit werkboek. De observatielijsten zijn geordend per thema. Bovenaan staat bij welke vaardigheid de observatielijst hoort. Een observatielijst kun je gemakkelijk uit je werkboek halen. Zo kun je ze in de klas of in je BPV laten invullen.
Thema 1 Lichamelijke verzorging
277
Zorgvrager wassen op bed 277 Zorgvrager wassen op bed met wasdoekjes 281 Zorgvrager wassen aan de wastafel, onder de douche of in bad 285 Haren wassen op bed 289 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met een elektrisch scheerapparaat 291 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met scheermes en scheerzeep 293 Tandenpoetsen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 295 Gebitsprothese verzorgen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 297 Mondholte reinigen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 299 Therapeutische elastische kousen met een open teenstuk aantrekken 301 Therapeutische elastische kousen met een gesloten teenstuk aantrekken 303 Therapeutische elastische kousen uittrekken 305 Hygiënische verzorging van een baby 307
Thema 2 Hulp bieden bij de opname van voeding en vocht Hulp bieden aan een zorgvrager die zelf niet kan eten en drinken Flesvoeding geven 311
Thema 3 Hulp bieden bij de uitscheiding
309
1 22
309
313
Hulp bij het gebruik van een po op bed 313 Hulp bij het gebruik van een urinaal op bed 317 Verwisselen van een incontinentiemat 319 Externe katheter of condoomkatheter verwisselen 321 Katheterzak verwisselen 325 Verzorgen van een blaaskatheter 327 Laxerende zetpil toedienen 329 Microklysma (microlax) of fosfaatklysma toedienen 331 Hulp bieden bij het manueel verwijderen van ontlasting 333 Hulp bieden bij het opgeven van sputum 335 Hulp bieden bij braken 337 Hulp bieden bij het inbrengen van een tampon bij menstruatie
339
Thema 4 Hygiënisch en ergonomisch verantwoord werken
341
Handen wassen met (vloeibare) zeep 341 Handen desinfecteren met handalcohol 343 Aan- en uittrekken van steriele handschoenen 345 Creëren van een schoon of steriel werkveld 347
1 275
Iconen helpen je op weg In de kantlijn staan icoontjes. Die geven aan wat je in de opdracht kunt verwachten.
1 1 1 1 1 1 1
geeft aan dat je een deel van de theorie (nog een keer) leest om de vraag te kunnen beantwoorden. bij deze opdracht werk je samen met anderen. bij deze opdracht heb je een computer met internet nodig om informatie op te zoeken. bij deze opdracht werk je aan je schrijfvaardigheden, bijvoorbeeld met het schrijven van een uitgebreid antwoord, verslag of rapport. bij deze opdracht laat je de uitkomsten zien in een mondelinge presentatie. geeft aan dat het gaat om een creatieve opdracht. geeft aan dat deze opdracht op niveau 4 is.
Werken met dit werkboek Vind je het prettig om eerst de theorie te lezen en dan te kijken of je het weet en begrepen hebt? Lees dan eerst de theorie en maak daarna de verwerkingsvragen. Ben je meer iemand die het liefst de theorie doorneemt aan de hand van vragen? Start dan met de verwerkingsvragen en leg je theorieboek ernaast. Werk je het liefst vanuit de praktijk? Begin dan met een praktijksituatie of een themaopdracht en kijk of je de vragen kunt beantwoorden met de informatie uit de theorie.
Inhoudsopgave Thema 1 Inleiding ontwikkeling en activiteiten Verwerking 11 Verwerkingsopdrachten 11 Hoofdstuk 1 Over ontwikkelingspsychologie Hoofdstuk 2 Inleiding activiteiten 16 Hoofdstuk 3 Spel en ontwikkeling 20
10
11
Toepassing 27 Praktijksituaties 27 Hoe verschillend kinderen kunnen reageren 27 Hassan heeft een taal- en spraakachterstand 29 De kinderen op bso Het Luchtkasteel willen liever chillen en gamen Themaopdrachten 34 Evaluatie 35 Studiehulp 35 Hoofdstuk 1 Over ontwikkelingspsychologie Hoofdstuk 2 Inleiding activiteiten 35 Hoofdstuk 3 Spel en ontwikkeling 36 Evaluatie en reectie 37
35
Thema 2 Ontwikkeling van baby’s en peuters
39
Verwerking 40 Verwerkingsopdrachten 40 Hoofdstuk 4 Prenatale ontwikkeling en geboorte 40 Hoofdstuk 5 Ontwikkeling van de baby 44 Hoofdstuk 6 Activiteiten en spel bij de baby 52 Hoofdstuk 7 Ontwikkeling van de peuter 57 Hoofdstuk 8 Activiteiten en spel bij de peuter 63 Toepassing 67 Praktijksituaties 67 Het temperament van Lennette 67 Pieter en Zasja spelen in de zandbak 69 Verschillende soorten spel in Het Speelhuis 71 Vaardigheden 74 Stimuleren van de ontwikkeling bij een baby 74 Themaopdrachten 76
31
Evaluatie 78 Studiehulp 78 Hoofdstuk 4 Prenatale ontwikkeling en geboorte 78 Hoofdstuk 5 Ontwikkeling van de baby 78 Hoofdstuk 6 Activiteiten en spel bij de baby 79 Hoofdstuk 7 Ontwikkeling van de peuter 80 Hoofdstuk 8 Activiteiten en spel bij de peuter 80 Evaluatie en reectie 82
Thema 3 Ontwikkeling van kleuters
84
Verwerking 85 Verwerkingsopdrachten 85 Hoofdstuk 9 Ontwikkeling van de kleuter 85 Hoofdstuk 10 Activiteiten en spel bij de kleuter
91
Toepassing 96 Praktijksituaties 96 Joshua en Ahmed spelen in de verkleedhoek 96 Van slang tot krokodil: spel op het schoolplein 98 Creatief met kranten op de overblijf 101 Vaardigheden 103 Stimuleren van de ontwikkeling bij een kleuter 103 Themaopdrachten 108 Evaluatie 111 Studiehulp 111 Hoofdstuk 9 Ontwikkeling van de kleuter 111 Hoofdstuk 10 Activiteiten en spel bij de kleuter 111 Evaluatie en reectie 113
Thema 4 Ontwikkeling van schoolkinderen
115
Verwerking 116 Verwerkingsopdrachten 116 Hoofdstuk 11 Ontwikkeling van het schoolkind 116 Hoofdstuk 12 Activiteiten en spel bij het schoolkind 122 Toepassing 128 Praktijksituaties 128 Op huisbezoek bij een nieuwe leerling met een pestverleden 128 De Power Rangers staan klaar voor de aanval 130 Rekenen en taal in gezinshuis De Zwaan 131 Vaardigheden 134 Stimuleren van de sociale ontwikkeling bij een schoolkind 134 Themaopdrachten 138
Evaluatie 141 Studiehulp 141 Hoofdstuk 11 Ontwikkeling van het schoolkind 141 Hoofdstuk 12 Activiteiten en spel bij het schoolkind 141 Evaluatie en reectie 143
Thema 5 Ontwikkeling van pubers en adolescenten
145
Verwerking 146 Verwerkingsopdrachten 146 Hoofdstuk 13 Ontwikkeling van de puber 146 Hoofdstuk 14 Ontwikkeling van de adolescent 152 Hoofdstuk 15 Activiteiten bij pubers en adolescenten
158
Toepassing 164 Praktijksituaties 164 Marcella voelt zich ontzettend rot 164 Marika maakt de balans op 166 Vic loopt stage bij De Vrolijkheid 168 Vaardigheden 171 Problemen oplossen met jongeren 171 Themaopdrachten 174 Evaluatie 176 Studiehulp 176 Hoofdstuk 13 Ontwikkeling van de puber 176 Hoofdstuk 14 Ontwikkeling van de adolescent 177 Hoofdstuk 15 Activiteiten bij pubers en jongeren 177 Evaluatie en reectie 179
Thema 6 Problemen in de ontwikkeling
181
Verwerking 183 Verwerkingsopdrachten 183 Hoofdstuk 16 Als de ontwikkeling anders gaat 183 Hoofdstuk 17 Ontwikkelingsstoornissen en problemen Hoofdstuk 18 Sociale problematiek 196 Hoofdstuk 19 Activiteiten en spel 202 Toepassing 207 Praktijksituaties 207 De kinderen van juf Aysel in groep 5 207 Agnita wordt gepest 210 Reza heeft een traumatisch verleden 212 Vaardigheden 214 Emotionele steun bieden 214 Themaopdrachten 217
186
Evaluatie 218 Studiehulp 218 Hoofdstuk 16 Als de ontwikkeling anders gaat 218 Hoofdstuk 17 Ontwikkelingsstoornissen en problemen Hoofdstuk 18 Sociale problematiek 219 Hoofdstuk 19 Activiteiten en spel 220 Evaluatie en reectie 221
218
Thema 1 Inleiding ontwikkeling en activiteiten
1
Als pedagogisch werker houd je je veel bezig met het bedenken, organiseren en begeleiden van activiteiten. Dat doe je met een reden: je stimuleert er de ontwikkeling van kinderen en jongeren mee. Er zijn verschillende soorten activiteiten, met verschillende doelen. Kinderen en jongeren ondernemen natuurlijk ook zelf activiteiten die belangrijk zijn voor hun ontwikkeling. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Over ontwikkelingspsychologie • korte geschiedenis van de ontwikkelingspsychologie • ontwikkelingspsychologie, wat is dat? • ontwikkelingsaspecten • factoren die de ontwikkeling bepalen • voorwaarden voor ontwikkeling Hoofdstuk 2: Inleiding activiteiten • activiteiten • algemene indeling van activiteiten • verschillende soorten activiteiten • waarom doen mensen activiteiten? • activiteitenprogramma Hoofdstuk 3: Spel en ontwikkeling • soorten spel • spel en ontwikkeling • spelbevorderende en spelbelemmerende factoren
1 10
Verwerking Verwerkingsopdrachten
1 Over ontwikkelingspsychologie 1
1
De ideeĂŤn over de opvoeding en ontwikkeling van kinderen zijn niet altijd geweest zoals nu. a Welke uitspraak is juist? Kies het juiste antwoord. a Pas in de 17e eeuw begon het denken over de sociale en geestelijke veranderingen die de mens in de loop van zijn leven ondergaat. b In de 17e eeuw bestonden drie denkrichtingen over de opvoeding en ontwikkeling van kinderen: (1) een kind is een onbeschreven blad, dat je alles kan en moet leren door middel van belonen en straffen; (2) een kind is pas op een bepaalde leeftijd eraan toe om een bepaald iets te leren; (3) een kind is een mini-volwassene, bij wie de ontwikkeling vanzelf gaat als het maar goed te eten krijgt en in een gezonde omgeving opgroeit. c In de 17e eeuw bestonden twee denkrichtingen over de opvoeding en ontwikkeling van kinderen: (1) een kind is een onbeschreven blad, dat je alles kan en moet leren door middel van belonen en straffen; (2) een kind is een mini-volwassene, bij wie de ontwikkeling vanzelf gaat als het maar goed te eten krijgt en in een gezonde omgeving opgroeit. b Bekijk de afbeelding van dit schilderij. Bij welke denkrichting over de opvoeding en ontwikkeling van kinderen past dit schilderij? Kies het juiste antwoord.
1 11
THEMA 1 Inleiding ontwikkeling en activiteiten
a
c
d
e
2
Het kind is een onbeschreven blad, in een gezonde omgeving verloopt de ontwikkeling vanzelf. b Het kind is een mini-volwassene, in een gezonde omgeving verloopt de ontwikkeling vanzelf. c Het kind is een onbeschreven blad, het kind moet alles leren door straf en belonen. d Het kind is een mini-volwassene, het kind moet alles leren door straf en belonen. Waaraan kun je zien dat het schilderij past in de denkrichting ‘het kind als minivolwassene’?
Vanaf welke eeuw is men goed gaan kijken naar de ontwikkeling van kinderen? Kies het juiste antwoord. a Vanaf de 18e eeuw b Vanaf de 19e eeuw c Vanaf de 20e eeuw d Vanaf de 21e eeuw Welke uitspraak is juist? Kies het juiste antwoord. Men is op een bepaald moment goed gaan kijken naar de ontwikkeling van kinderen, omdat … a filosofen pas toen begonnen te schrijven over de sociale en geestelijke veranderingen die de mens in de loop van zijn leven ondergaat. b men vanuit de eerdere visie dat kinderen mini-volwassenen waren of een onbeschreven blad, geen aandacht had voor de eigen manier waarop kinderen zich ontwikkelden.
In het begrip ontwikkelingspsychologie liggen twee woorden besloten, namelijk: ontwikkelen en psychologie. a Kies de juiste woorden. Ontwikkelen is vooruitgaan / duurzaam veranderen / groeien. Psychologie is de wetenschap die de ontwikkeling / groeiprocessen / menselijk gedrag bestudeert. b Welke 9 ontwikkelingsfasen onderscheiden we? Zet ze in de juiste volgorde. Zet een 1 voor de eerste fase, een 2 voor de volgende fase en zo verder. Ongeboren kind Kleuter Schoolkind Puber Peuter Volwassene Adolescent Baby Oudere mens
1 12
Verwerkingsopdrachten
c
Bij elke ontwikkelingsfase horen bepaalde kenmerkende gedragingen. Geef aan in welke ontwikkelingsfase jij verkeert en geef een voorbeeld van kenmerkend gedrag dat daarbij hoort.
d
Wat is een ontwikkelingstaak? Kies het juiste antwoord. a Een ontwikkelingstaak is bepaald kenmerkend gedrag dat hoort bij een ontwikkelingsfase. b Een ontwikkelingstaak is een stap die ieder kind of iedere jongere in zijn ontwikkeling moet nemen om verder te komen in die ontwikkeling. c Ontwikkelingstaken zijn taken die een kind of jongere beheerst. d Ontwikkelingstaken zijn ontwikkelingsgebieden, bijvoorbeeld de lichamelijke of cognitieve ontwikkelingstaak. Geef een voorbeeld van een ontwikkelingstaak die bij jouw ontwikkelingsfase hoort.
e
3
1 Over ontwikkelingspsychologie
Wanneer je je verdiept in de ontwikkeling van de mens, dan is het handig om uit te gaan van verschillende deelaspecten binnen die ontwikkeling: de ontwikkelingsaspecten. a Zet het juiste ontwikkelingsaspect naast de omschrijving. Kies uit: cognitieve ontwikkeling – emotionele ontwikkeling – sociale ontwikkeling – persoonlijkheidsontwikkeling – seksuele ontwikkeling – lichamelijke ontwikkeling Ontwikkeling van gevoelens van (basis)vertrouwen en veiligheid. Verstandelijke ontwikkeling, taalontwikkeling, ontwikkeling van denken en geheugen. Lichamelijke groei of achteruitgang, motorische ontwikkeling, zintuiglijke ontwikkeling. Ontwikkeling van de omgang van de mens met andere mensen, de ontwikkeling van empathie (inlevingsvermogen) en de ontwikkeling van sociaal gedrag. Vorming van eigen identiteit, ontwikkeling van de eigen wil, de eigen opvattingen en de ontwikkeling van het zelfbeeld. Ontwikkeling van seksueel gedrag, ontwikkeling van lichaams- en lustbeleving, ontwikkeling van waardering voor eigen lichaam, ontwikkelen van het bewustzijn dat je een meisje of jongen bent en je daarnaar gedragen (of niet).
1 13
THEMA 1 Inleiding ontwikkeling en activiteiten
b
c
De volgende uitspraken gaan over de verschillende ontwikkelingsaspecten. Geef aan of de uitspraken juist of onjuist zijn.
De zintuiglijke ontwikkeling van de mens valt onder het cognitief aspect.
Juist / Onjuist
De omgang met anderen valt onder het sociaal aspect.
Juist / Onjuist
De ontwikkeling van seksueel gedrag valt onder het lichamelijk aspect.
Juist / Onjuist
Wanneer we het hebben over de cognitieve ontwikkeling, hebben we het over de verstandelijke ontwikkeling.
Juist / Onjuist
De motorische ontwikkeling valt onder het lichamelijk aspect.
Juist / Onjuist
De taalontwikkeling valt onder het sociaal aspect.
Juist / Onjuist
Ook al ligt de ontwikkeling in grote lijnen vast, toch verloopt de ontwikkeling van ieder mens op unieke wijze. Dit komt omdat er factoren zijn die invloed uitoefenen op die ontwikkeling. Kies de juiste factoren. Carmen kan op vierjarige leeftijd al goed pianospelen. Dit is een voorbeeld van interne factoren / externe factoren / zelfbepaling. Nina ligt graag in de zon. Al op 25-jarige leeftijd heeft ze voor het eerst huidkanker. Dit is een voorbeeld van interne factoren / externe factoren / zelfbepaling. Joram spreekt Fries. Thuis spraken ze dat gewoonlijk. Dit is een voorbeeld van interne factoren / externe factoren / zelfbepaling. Zlatan valt op jongens. Dat weet hij al als hij 12 jaar oud is. Dit is een voorbeeld van interne factoren / externe factoren / zelfbepaling. Thuis heeft hij het moeilijk. Hij weet dat zijn familie zijn geaardheid niet zal accepteren. Als hij 15 jaar is, loopt hij daarom van huis weg. Hij wil zichzelf kunnen zijn. Dit is een voorbeeld van interne factoren / externe factoren / zelfbepaling. Mickey staat wantrouwend in het leven omdat zij in haar jeugd is verwaarloosd door haar moeder. Dit is een voorbeeld van interne factoren / externe factoren / zelfbepaling. Karim kiest voor de opleiding pedagogisch werk. Zijn ouders vinden het een meidenopleiding. Toch zet Karim door. Dit een voorbeeld van interne factoren / externe factoren / zelfbepaling.
1 14
Verwerkingsopdrachten
4
1 Over ontwikkelingspsychologie
Als een kind geboren wordt, beschikt het over bepaalde aangeboren vermogens oftewel ontwikkelingsmogelijkheden. a Lees eerst het onderstaande artikel en beantwoord daarna de vragen.
Kind leeft acht jaar in kippenhok Na acht jaar verblijf in een kippenhok wordt de 9-jarige Portugese Isabel Queresma door haar moeder teruggebracht in de buitenwereld. Het kind kan slechts piepende geluiden voortbrengen en beweegt haar armen alsof het vleugels zijn. De moeder, wonend in een gehucht bij de Portugese stad Coimbra, had het kind opgesloten na de dood van haar vader en acht jaar lang gevoerd met kippenvoer, voornamelijk maïs en koolresten. ‘Ik kon het kind niet meenemen naar mijn werk,’ verklaart de moeder, ‘waar moest ik het anders laten?’ De vrijlating volgt op een verhaal in de Portugese krant Diaro de Noticas, na tips van de lokale bevolking. Bron: NRC Handelsblad, 1 juli 1980
Aan welke voorwaarde om tot ontwikkeling te komen is in deze situatie niet voldaan?
b
Dit kind heeft waarschijnlijk op meerdere gebieden een ontwikkelingsachterstand opgelopen. Kies de juiste woorden. Het kind heeft zich geen sociale vaardigheden kunnen eigen maken. Er is hier sprake van een lichamelijke / cognitieve / sociale / persoonlijkheids- / emotionele / seksuele ontwikkelingsachterstand. Het kind zal geen normale contacten kunnen leggen. Het heeft dus een lichamelijke / cognitieve / sociale / persoonlijkheids- / emotionele / seksuele ontwikkelingsachterstand opgelopen. De motoriek van het kind is zeer gebrekkig. Er is hier sprake van een lichamelijke / cognitieve / sociale / persoonlijkheids- / emotionele / seksuele ontwikkelingsachterstand. Het kind brengt slechts piepende geluiden voort. Er is hier sprake van een lichamelijke / cognitieve / sociale / persoonlijkheids- / emotionele / seksuele ontwikkelingsachterstand. Het kind heeft geen kennis opgedaan over de wereld. Er is hier sprake van een lichamelijke / cognitieve / sociale / persoonlijkheids- / emotionele / seksuele ontwikkelingsachterstand. Het kind heeft zich niet kunnen hechten aan mensen, de veilige hechting is ernstig verstoord. Er is hier sprake van een lichamelijke / cognitieve / sociale / persoonlijkheids- / emotionele / seksuele ontwikkelingsachterstand.
1 15
THEMA 1 Inleiding ontwikkeling en activiteiten
1
5
Waarom zijn de volgende situaties een ontwikkelingsvoorwaarde voor spel? Licht je antwoord toe. 1 Een kind moet zich veilig en vertrouwd voelen bij de opvoeder. 2 Er moet zowel verbaal als non-verbaal contact zijn tussen opvoeders en kind. 3 Een kind moet veiligheid en grenzen worden geboden.
6
Buiten spelen is belangrijk voor de ontwikkeling van jonge kinderen. a Leg uit op welke manier buiten spelen het emotionele ontwikkelingsaspect beĂŻnvloedt.
b
Leg uit op welke manier buiten spelen het lichamelijke ontwikkelingsaspect beĂŻnvloedt.
c
Maakt het volgens jou voor de ontwikkeling uit waar je buiten speelt, op straat in een stad, in een park, in een weiland? Licht je antwoord toe.
1 Inleiding activiteiten 2
1
Spelen is een belangrijke activiteit voor kinderen. a Kies het juiste antwoord. Een spel: a is een activiteit waarbij plezier en ontspanning centraal staan. b is een bezigheid die kinderen altijd samen doen. c is een fysieke of mentale activiteit waarbij het erom gaat de beste prestatie neer te zetten binnen de vooraf vastgestelde regels. b Welke uitspraak is waar? Kies het juiste antwoord. a Een spel is leuk, maar niet nodig voor een gezonde groei en ontwikkeling van een kind. b Een spel stimuleert verschillende ontwikkelingsgebieden van een kind. c Een voorbeeld van een spel is turnen.
1 16
Verwerkingsopdrachten
c
2 Inleiding activiteiten
Zet het juiste voorbeeld van wat het kind leert naast het ontwikkelingsgebied. Kies uit: Kinderen ontwikkelen hun denken. Ze leren diverse situaties kennen en daarop reageren. – Kinderen zijn in beweging en leren kruipen, rennen, klimmen, springen, maar ook tekenen, knippen en vouwen. – Kinderen leren spelenderwijs omgaan met jaloezie, teleurstelling en machteloosheid. – Door samen spelen leren kinderen rekening houden met anderen, samenwerken, op hun beurt wachten, delen. – Kinderen ontdekken nieuwe dingen en leren nieuwe vaardigheden, ze leren hun eigen mogelijkheden en grenzen kennen.
Cognitief Emotioneel Motorisch Persoonlijk Sociaal
d
2
Denk terug aan spelletjes uit je eigen kindertijd. Aan welke heb je het meeste plezier beleefd en waarom?
Sport is net als spel een bepaald soort activiteit. a Is de uitspraak juist of onjuist? Kies het juiste antwoord.
b
Een sport heeft geen amusementswaarde.
Juist / Onjuist
Een sport heeft vaste regels die voor kinderen en volwassenen hetzelfde zijn.
Juist / Onjuist
Een sport gaat vooral om beweging, maar er is soms ook denkvermogen voor nodig.
Juist / Onjuist
Bedenk welke motieven iemand kan hebben om een (bepaalde) sport te gaan doen. Denk daarbij ook aan de gevoelswaarde.
1 17
THEMA 1 Inleiding ontwikkeling en activiteiten
3
In je werk als pedagogisch medewerker krijg je te maken met verschillende soorten activiteiten. a Welke stellingen zijn waar? Kies de juiste antwoorden. a Activiteiten helpen kinderen zich voor te bereiden op hun rol in de wereld. b Bij kinderen is de relatie tussen welzijn en activiteiten minder sterk dan bij volwassenen. c Door het doen van activiteiten wordt de onderzoeksdrang van kinderen gestimuleerd. d Als pedagogisch werker moet je kinderen aanzetten om zich te ontwikkelen, de behoefte daartoe ontbreekt bij henzelf. b Wat staat er bij welke activiteit centraal? Zet de juiste beschrijving naast het soort activiteit. Kies uit: Het bezoeken van een voorstelling, evenement of tentoonstelling. – Het samen met anderen plezierig bezig zijn. – Een handeling op het terrein van de ADL of HDL. – Het maken van iets nieuws naar eigen inzichten. – Het actief bezig zijn. – Het zichzelf uiten door woord en gebaar. Creatieve activiteit Culturele activiteit Expressieve activiteit Ontspanningsactiviteit Sport- en spelactiviteit Zelfzorgactiviteit
c
Zet het voorbeeld van de activiteit achter de juiste activiteit. Kies uit: kookles – uitstapje naar het museum – mountainbiketocht – graffiti-les – game ‘battle’ – rapworkshop
Creatief Cultureel Expressief Spel Sport Zelfzorg
1 18
Verwerkingsopdrachten
2 Inleiding activiteiten
4
Het is noodzakelijk dat je bij het aanbieden van activiteiten aansluit bij de ontwikkelingsfase van het kind. a Kies de juiste woorden. 1 Een ontwikkelingsgerichte activiteit is een dagelijkse / doelgerichte activiteit die een specifiek / meerdere ontwikkelingsgebied(en) omvat. 2 Kinderen en jongeren ontwikkelen zich niet / wel vanzelf. 3 Om ontwikkelgerichte activiteiten aan te bieden, is kennis van en inzicht in de ontwikkeling nodig. Daarnaast is het nodig dat je kinderen en jongeren goed kunt aanmoedigen / observeren. 4 Het aanbieden van een activiteit die te gemakkelijk is, zorgt ervoor dat het kind zelfverzekerd wordt / zich gaat vervelen. 5 Een te moeilijke activiteit werkt frustrerend / uitdagend. b Ken je uit eigen ervaring een voorbeeld van een activiteit of een opdracht op school die te moeilijk of te gemakkelijk voor je was? Beschrijf je ervaring in het kort en leg uit welk gevoel je erbij had.
5
In het pedagogisch werk krijg je te maken met vaste dag-, week- en jaarprogramma’s. a Zet het voorbeeld bij het juiste programma. Je kan kiezen uit: Cito – fruit eten – gymles – handenarbeid – kerstontbijt – kring – musical – weekopening – zelfstandig werken Dagprogramma
Weekprogramma
Jaarprogramma
b
Een vast dag-, week- en jaarprogramma heeft veel voordelen. Geef drie voorbeelden van voordelen.
1 19
THEMA 1 Inleiding ontwikkeling en activiteiten
c
1
6
Een vast dag-, week- en jaarprogramma kan ook nadelen hebben. Bedenk er twee.
Ontwikkelingsgerichte activiteiten stimuleren altijd meerdere ontwikkelingsgebieden. a Welke ontwikkelingsgebieden stimuleer je bij het samen een liedje zingen in de groep? Kies de juiste antwoorden. a Cognitieve ontwikkeling b Emotionele ontwikkeling c Creatieve ontwikkeling d Culturele ontwikkeling e Sociale ontwikkeling b Welke ontwikkelingsgebieden stimuleer je bij een baby van 9 maanden met het verstopspelletje ‘kiekeboe’ (je handen voor je gezicht doen en vervolgens ben je weer terug: ‘kiekeboe!’)? Kies de juiste antwoorden. a Cognitieve ontwikkeling b Emotionele ontwikkeling c Zintuiglijke ontwikkeling d Culturele ontwikkeling e Creatieve ontwikkeling f Motorische ontwikkeling g Sociale ontwikkeling c Bedenk zelf een activiteit die minimaal drie ontwikkelingsgebieden stimuleert voor kinderen van 4 tot 6 jaar. Schrijf de activiteit en de ontwikkelingsgebieden op met een korte uitleg erbij.
1 Spel en ontwikkeling 3
1
Spel neemt in het leven van kinderen een grote plaats in. Gelukkig maar, want kind en spel horen bij elkaar. a Welke stellingen zijn waar? Kies de juiste antwoorden. a Kinderen leren in de ochtend het meeste van spelen. b Een kind moet spelen om zich te kunnen ontwikkelen. c Spelen is iets natuurlijks, het gebeurt spontaan. d Spel ontwikkelt zich bij kinderen vooral tussen het tweede en vierde jaar. e Spel neemt in het leven van kinderen een bescheiden plaats in. b Waarmee of wat speelde jij het liefst als kind?
1 20
Verwerkingsopdrachten
c
2
3 Spel en ontwikkeling
Welke gevoelens heb je ervaren tijdens het spel dat je speelde in je kindertijd?
We onderscheiden verschillende soorten spel. In verschillende ontwikkelingsfasen speelt een kind telkens op een andere manier. Er is dus sprake van een spelontwikkeling. a Vul de juiste woorden in. Kies uit: bewegingsspel – imitatiespel – constructiespel – sociaal spel – prestatiespel – digitaal spel 1
Het
is het spel waaraan een wedstrijdelement
verbonden is. is het spel waarbij het kind iets maakt.
2
Het
3
Wanneer een kind samen met anderen speelt, heet dit
.
stimuleert de sensomotorische ontwikkeling van
4 de baby. b
Zet de spellen bij de juiste spelsoort. Kies uit: puzzel – tikkertje – vadertje en moedertje – touwtrekken – gezelschapsspel – adventuregame Bewegingsspel Imitatiespel Constructiespel Sociaal spel Prestatiespel Digitaal spel
c
Veel kinderen zijn tegenwoordig te dik, omdat ze te weinig bewegen. Hou zou je meer beweging kunnen inbouwen in de dagelijkse activiteiten van kinderen op de basisschool? Bedenk drie punten.
1 21
THEMA 1 Inleiding ontwikkeling en activiteiten
d
Hoe zou je sociaal spel kunnen stimuleren op de speelplaats? Bedenk drie voorbeelden.
e
Samen spelen lijkt iets heel vanzelfsprekends. Toch is er veel dat kinderen moeten leren op dit vlak. Bedenk drie voorbeelden.
1
f
Bekijk op internet afbeeldingen bij het project Playground van kunstenaar James Mollison (Kenia 1973, opgegroeid in Engeland). Hij trok naar speelplaatsen over de hele wereld om er kinderen te fotograferen. Welke verschillen zie je tussen de Nederlandse situatie en die in andere landen van de wereld? Geef drie voorbeelden.
1
g
Op de afbeeldingen bij het project Playground van kunstenaar James Mollison zie je verschillen tussen de Nederlandse situatie en die in andere landen van de wereld. Bedenk van de volgende drie verschillen welke gevolgen ze hebben voor het spel van kinderen. 1 Sommige speelpleinen zijn veel drukker (Kenia) en andere veel rustiger (Noorwegen). 2 De meeste kinderen dragen schooluniformen. 3 Op veel foto’s zie je geen begeleiders bij de kinderen.
3
Kinderen en jongeren ontwikkelen zich al spelend. Spel is dus erg belangrijk. a Is de stelling juist of onjuist?
In verschillende ontwikkelingsfasen speelt een kind telkens op een andere manier.
Juist / Onjuist
Jongeren en kinderen spelen andere spellen, maar gemiddeld evenveel.
Juist / Onjuist
Als pedagogisch werker kan het je taak zijn jongeren uit te dagen tot spel.
Juist / Onjuist
1 22
Verwerkingsopdrachten
3 Spel en ontwikkeling
Dramatische expressie is een vorm van spel.
Juist / Onjuist
Een toneelvoorstelling bezoeken is een vorm van spel.
Juist / Onjuist
Jongeren spelen meer gevarieerd dan kinderen.
Juist / Onjuist
Als een kind alleen maar gamet in zijn vrije tijd, schaadt dat zijn Juist / Onjuist ontwikkeling. Als een jongere alleen maar gamet in zijn vrije tijd, schaadt dat zijn ontwikkeling.
4
Juist / Onjuist
b
Veel jongeren gamen heel veel. Een nadeel van gamen is dat het verslavend kan zijn en je niet toekomt aan andere, ook belangrijke zaken. Herken je dat? Welke oplossing zou jij hebben als jij of je vrienden daar last van krijgen?
c
Spel is in elke leeftijdsfase belangrijk. Toch zie je dat jongeren minder spelen dan kinderen. Welke verklaring kun je daarvoor bedenken?
Spel bevordert meerdere ontwikkelingsgebieden. a Kies de juiste woorden. Spel stimuleert de taalontwikkeling van kinderen. Dit is een voorbeeld van bevordering van de lichamelijke / cognitieve / sociale / persoonlijkheids- / emotionele ontwikkeling. Spel bevordert de zintuiglijke ontwikkeling. Dit valt onder lichamelijke / cognitieve / sociale / persoonlijkheids- / emotionele ontwikkeling. Een kind speelt in zijn spel soms situaties na die hem zijn overkomen. Dit betreft lichamelijke / cognitieve / sociale / persoonlijkheids- / emotionele ontwikkeling. Met zijn spel oefent een kind of jongere zijn motorische vaardigheden. Dit is een voorbeeld van bevordering van de lichamelijke / cognitieve / sociale / persoonlijkheids- / emotionele ontwikkeling. Spel doet een beroep op creativiteit en fantasie. Dit is een voorbeeld van bevordering van de lichamelijke / cognitieve / sociale / persoonlijkheids- / emotionele ontwikkeling. Door te spelen met anderen wordt de lichamelijke / cognitieve / sociale / persoonlijkheids- / emotionele ontwikkeling gestimuleerd.
1 23
THEMA 1 Inleiding ontwikkeling en activiteiten
b
Zet het juiste ontwikkelingsgebied bij de situatie. Kies uit: sociaal – cognitief – lichamelijk – persoonlijkheid – emotioneel Een groepje kinderen mag in de boom klimmen op het schoolplein om de kerstverlichting op te hangen. Juf leest voor. Tussendoor stelt ze steeds vragen aan de kinderen: ‘Wat zou er gebeuren als…’, ‘Waarom gaat …’, ‘Wat denk je dat…’ De kinderen in groep 7 willen een speelgoedmarkt organiseren en bedenken daarvoor samen een plan. In het gezinshuis doet de pedagogisch medewerker een spel met de groep: ‘Kies drie kaartjes die het meest bij jou passen. Leg aan de ander uit waarom dat zo is.’ In de poppenhoek spelen drie kinderen ‘begrafenisje’. De oma van een van de kinderen is onlangs overleden.
c
Wat kunnen de gevolgen zijn als de ontwikkeling op lichamelijk gebied niet goed verloopt? Bedenk twee mogelijke gevolgen.
d
Wat kunnen de gevolgen zijn als de ontwikkeling op cognitief gebied niet goed verloopt? Bedenk twee mogelijke gevolgen.
e
Wat kunnen de gevolgen zijn als de ontwikkeling op sociaal gebied niet goed verloopt? Bedenk twee mogelijke gevolgen.
f
Wat kunnen de gevolgen zijn als de ontwikkeling op het gebied van de persoonlijkheid niet goed verloopt? Bedenk twee mogelijke gevolgen.
g
Wat kunnen de gevolgen zijn als de ontwikkeling op emotioneel gebied niet goed verloopt? Bedenk twee mogelijke gevolgen.
1 24
Verwerkingsopdrachten
5
De houding van een pedagogisch werker is van invloed op het spel van kinderen. a Afhankelijk van de situatie kun je als pedagogisch werker bij het vrije spel van kinderen drie houdingen aannemen om de spelontwikkeling te stimuleren. Welke drie zijn dat? Kies de juiste houdingen. op de achtergrond blijven / de spelregels uitleggen / het spel op gang brengen / de kinderen laten spelen met continu toezicht / meespelen / regelmatig vragen hoe het gaat b De houding van een pedagogisch werker kan een positieve invloed hebben op het spel van kinderen. Welke ervaring heb je daarin al opgedaan tijdens je BPV?
c
6
3 Spel en ontwikkeling
Stel, jij bent onderwijsassistent in de klas. Drie kinderen van 5 jaar spelen in de huishoek en kibbelen met elkaar over wat ze gaan spelen. Wat zou je kunnen doen? Betrek in je antwoord de houdingen die je kunt aannemen om de spelontwikkeling te stimuleren.
Omdat spel zo belangrijk is voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren, is het belangrijk dat zo veel mogelijk te stimuleren. a Spelbevorderende factoren = alles wat een positieve invloed heeft op het spel van kinderen en het spel op gang helpt en houdt. Bedenk drie voorbeelden van spelbevorderende factoren.
b
Spelbelemmerende factoren = alles wat een negatieve invloed heeft op het spel van kinderen, waardoor het spel bij kinderen bijvoorbeeld niet op gang komt of verstoord wordt. Bedenk drie voorbeelden van spelbelemmerende factoren bij een kind van 11 jaar in een gezinshuis.
c
Lees eerst de tekst en beantwoord daarna de vraag.
Suse (4) is een van de oudere kinderen op het kinderdagverblijf. Nog een paar maanden en ze gaat naar de basisschool. Als kinderen met haar willen spelen, reageert ze vaak heel kattig: ‘Nee, ik wil niet met jou spelen. Dit is van mij.’ Met als gevolg dat ze vaak alleen zit.
1 25
WERKBOEK NIVEAU 3&4
Ontwikkeling en activiteiten PW
Deze uitgave Ontwikkeling en activiteiten PW maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Pedagogisch werk. B1-K1-W2 Bereidt de uitvoering van activiteiten voor B1-K1-W5 Stimuleert de ontwikkeling door het aanbieden van activiteiten De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.
pedagogisch werk
PW Ontwikkeling en activiteiten PW WERKBOEK
De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaalagogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie/ reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff .nl/trajectwelzijn.
Herz
ien
Auteurs: M. Baseler A.C. Verhoef Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde
9 789006 978537
MBO_WB_Welzijn_ontwikkelingenactiviteiten_PW_210x297mm.indd All Pages
27/03/18 09:23