WERKBOEK NIVEAU 3&4
Leefomgeving MZ
Deze uitgave Leefomgeving MZ maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaand werkproces uit het kwalificatiedossier Maatschappelijke zorg. B1-K1-W3 Ondersteunt de cliĂŤnt bij wonen en huishouden
m a at s c h a p p e l i j k e zorg
De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.
MZ Leefomgeving MZ WERKBOEK
De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaalagogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie/ reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff .nl/trajectwelzijn.
Herz
ien
Auteurs: N. Bus E. Markus Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde
9 789006 978452
MBO_WB_Welzijn_leefomgeving_210x297mm.indd All Pages
16/04/18 12:37
Leefomgeving MZ Niveau 3 & 4
N. Bus E. Markus
Colofon
M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde
Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een ThiemeMeulenhoff ontwikkelt van educatieve tot en een learning learning design company. Wezich brengen content, uitgeverij leerontwerp design company. We Met brengen leerontwerp technologie technologie samen. onzecontent, groeiende expertise,enervaring en samen. Met onze groeiende ervaring en leeroplossingen zijn we een partner leeroplossingen zijn expertise, we een partner voor scholen bij het vernieuwen en voor scholenvan bij onderwijs. het vernieuwen en verbeteren vanbeter onderwijs. kunnen verbeteren Zo kunnen we samen rechtZo doen aan we de samen betertussen recht lerenden doen aan en de verschillen en scholen en verschillen scholen entussen ervoorlerenden zorgen dat leren steeds ervoor zorgen effectiever dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. persoonlijker, en efficiënter wordt.
Taalkundige redactie
Samen leren Samen leren vernieuwen. vernieuwen.
Auteurs N. Bus E. Markus
Redactie
Tekst 2000, Utrecht www.thiememeulenhoff.nl www.thiememeulenhoff.nl
Vormgeving en omslag Studio Fraaj, Rotterdam
ISBN 978 97845 ISBN 978 90 90 06 069 784522 Tweede druk, Tweede druk, eerste eersteoplage, oplage,2018 2018
Fotografie omslag
© ThiemeMeulenhoff, © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, Amersfoort, 2018 2018
Mathilde Karrèr Photography, Rotterdam
Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort
Technisch tekenwerk Tiekstra Media, Groningen
Alle rechten Alle rechten voorbehouden. voorbehouden. Niets Nietsuit uitdeze dezeuitgave uitgavemag magworden worden verveelvoudigd, opgeslagen verveelvoudigd, opgeslagen in in een een geautomatiseerd geautomatiseerdgegevensbestand, gegevensbestand, of of openbaar gemaakt, enige vormofofop openige enigewijze, wijze,hetzij hetzij elektronisch, elektronisch, openbaar gemaakt, in in enige vorm mechanisch, door mechanisch, door fotokopieën, fotokopieën, opnamen, opnamen, of ofenig enigandere anderemanier, manier,zonder zonder voorafgaande schriftelijke voorafgaande schriftelijke toestemming toestemming van van de deuitgever. uitgever. Voor zover uituit deze uitgave is toegestaan op grond Voor zoverhet hetmaken makenvan vankopieën kopieën deze uitgave is toegestaan op van artikel Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus Stbl. 471 grond van 16B artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 231985, augustus 1985, en artikel 1912, dient 1912, men de daarvoor wettelijk verschuldigde Stbl. 471 17 en Auteurswet artikel 17 Auteurswet dient men de daarvoor wettelijk vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatieen Reproductierechten verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KBPostbus Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Reproductierechten Organisatie (PRO), 3060, 2130 KB Hoofddorp Voor het overnemen vanVoor gedeelte(n) uit deze van uitgave in bloemlezingen, (www.stichting-pro.nl). het overnemen gedeelte(n) uit deze uitgave readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet)(artikel dient men in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken 16 zich tot de uitgever tedient wenden. het gebruik muziek, film Auteurswet) men Voor zich meer tot deinformatie uitgever over te wenden. Voorvan meer en het maken vanhet kopieën in het zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. informatie over gebruik van onderwijs muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die de desondanks menentezekere rechten te De uitgever heeft ernaar gestreefd auteursrechten regelen volgens kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. plaatsgevonden. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
Rondleiding door dit werkboek Het werkboek is verdeeld in thema’s. Een thema in het werkboek sluit precies aan bij een thema in de theorie. Thema 1 Oriëntatie op het werkveld PW
1
Themaopening Je leest waar het thema over gaat en welke hoofdstukken en onderwerpen aan de orde komen.
Dit thema gaat over welzijnswerk. Welzijnswerk noem je ook wel sociaal-agogisch werk. Welzijn heeft te maken met het welbevinden van mensen, met zich ‘gelukkig’ voelen. In het sociaal-agogisch werk houd je je dus bezig met het welzijn van mensen. Je probeert het gedrag van mensen zo te veranderen dat ze zich gelukkig(er) voelen. Het welzijnswerk heeft drie werkvelden: PW, MZ en SW. Elk werkveld heeft zijn eigen doelgroep en aandachtspunten. • Jij hebt gekozen voor PW. Dat staat voor pedagogisch werk. Je houdt je daar bezig met de opvoeding (pedagogiek) en opvang van kinderen en jongeren tot 23 jaar. Er zijn drie opleidingen op niveau 3 en 4. • Bij MZ (maatschappelijke zorg) draait het om het geven van ondersteuning en zorg aan mensen die dat nodig hebben. Binnen MZ zijn er zes opleidingen op niveau 3 en 4. • De afkorting SW betekent sociaal werk. In dit werkveld word je opgeleid om cliënten actief mee te laten doen in de samenleving en hun maatschappelijke positie te verbeteren. SW heeft twee opleidingen, beide op niveau 4. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Sociaal-agogisch werk • sociaal-agogisch werk = welzijnswerk • beroepen in de welzijnssector - kiezen voor sociaal-agogisch werk • beroepshouding Hoofdstuk 2: Pedagogisch werk • een baan als pedagogisch medewerker • werkvelden
Verwerking Verwerkingsopdrachten
1 Sociaal-agogisch werk 1 1
1
1
Bij sociaal-agogisch werk gaat het om het welzijn van mens en samenleving. a Geef een ander woord voor sociaal-agogisch werk.
8
b
1
In dit werkboek staan verschillende soorten opdrachten. Deze helpen je om je de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken.
2
Wat is het doel van sociaal-agogisch werk?
c
Geef een voorbeeld van PW waarmee je dit doel laat zien.
d
Maak een mindmap met als titel: sociaal-agogisch werk. Een mindmap is een woordweb, waarbij je onderwerpen rondom een thema (in dit geval: sociaalagogisch werk) noteert. Je kunt een mindmap gewoon op papier maken, maar het kan ook op een leuke manier digitaal, via ‘Coggle’. Je kunt inloggen in op www.coggle.it met een Google-account. Coggle is gratis. Het werkt eenvoudig, maar er zijn op YouTube ook instructiefilmpjes te vinden.
De welzijnssector bevat verschillende beroepsgroepen. a Welke drie hoofdgroepen kun je onderscheiden?
Verwerking Verwerkingsopdrachten helpen je de theorie te leren en te begrijpen. Ze zijn geordend per hoofdstuk.
1 9
THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW
Toepassing Praktijksituaties hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen.
Toepassing Praktijksituaties Veiligheid en uitdaging De leerlingen van basisschool De Kring hebben hun jaarlijkse sportdag. De kinderen zijn door hun leerkrachten in teams verdeeld. In elk team zit van elke jaargroep een kind. De leeftijdsverschillen zijn dus groot. Dat is bewust gedaan. Kinderen kunnen elkaar zo niet alleen helpen, er ontstaat ook een goede band tussen de verschillende groepen. Naast de activiteiten op de sportdag die elk jaar terugkomen, zijn er ook elk jaar nieuwe activiteiten. Dat maakt de dag voor alle kinderen spannend en uitdagend. Nikki is onderwijsassistent op De Kring. Ze heeft een belangrijk aandeel gehad in de voorbereiding van de jaarlijkse sportdag. Ze zat in de onderzoekscommissie. Een van haar taken was het bedenken van een nieuwe activiteit en de begeleiding ervan op de dag zelf. De leerlingen en hun begeleiders hebben geluk: het is prachtig weer en het belooft een fantastische dag te worden. Nikki begeleidt het spel ‘schat veroveren’. Ze heeft het spel zelf bedacht. Ze legt uit wat de bedoeling is: In het midden van het speelveld staat een kist. Daarin ligt een schat. Aan beide kanten van het veld staat een team achter een lijn, de jongste kinderen vooraan. Op haar fluitsignaal rent het eerste kind van beide teams naar de kist en pakt er een goudstaaf uit. De kinderen rennen terug naar hun team en tikken het volgende kind aan. Pas dan mag die teamgenoot in actie komen om een volgende goudstaaf te veroveren. Als de kist leeg is, is het spel afgelopen en worden de goudstaven geteld. Het team dat het meeste goud heeft veroverd, heeft gewonnen. ‘Duidelijk? Zijn er nog vragen?’ Die zijn er niet, het spel kan beginnen. Als het fluitsignaal klinkt, sprinten de eerste twee kinderen naar het midden van het veld, duiken tegelijkertijd in de kist om een goudstaaf te pakken en knallen met hun koppen tegen elkaar. De EHBO’er kan meteen aan het begin van de dag in actie komen en voor beide kinderen is het voor die dag over en uit. Met een buil op hun hoofd en waarschijnlijk een lichte hersenschudding worden ze vroegtijdig opgehaald door hun ouders. Nikki voelt zich schuldig. Had ze dit kunnen voorkomen?
Vaardigheden om de benodigde beroepsvaardigheden aan te leren. Themaopdrachten grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt dan ook aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken, plannen en problemen oplossen.
1
1
Je maakt de opdracht in een groep van vier studenten. Jullie maken een analyse van de beschreven situatie en jullie bedenken een oplossing waarmee het spel veiliger wordt.
Werkwijze Maak deze analyse aan de hand van de volgende punten en zet je uitkomsten op papier: a Bij deze sportdag is het belangrijk om een goede balans te vinden tussen uitdaging en veiligheid. Geef in je analyse aan waarom die balans belangrijk is.
1 18
THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW
Evaluatie Studiehulp
1 Sociaal-agogisch werk 1
Stelling 1 Een ander woord voor welzijnswerk is sociaal-agogisch werk. 2 Pedagogiek is de wetenschap die zich bezighoudt met het veranderen van het gedrag van mensen. 3 Welzijn is de mate van welbevinden. 4 MZ is de afkorting voor maatschappelijke zorg. 5 MZ bestaat uit zes opleidingen. 6 PW is de afkorting van professioneel werk. 7 Een PW’er kan werken in de kinderopvang. 8 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 9 SW is de afkorting van sociaal werk. 10 De opleiding tot agogisch werker GGZ is een van de opleidingen bij SW. 11 De cliënten waar je werk op is gericht, noem je de doelgroep. 12 Een goede beroepshouding bestaat uit: echtheid, waardering en empathie. 13 Een ander woord voor empathie is inlevingsvermogen. 14 Integer zijn wil zeggen dat je kunt opkomen voor jezelf. 15 Assertief zijn betekent dat je je kunt inleven in de cliënt.
Juist Onjuist
◯ ◯
◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
Evaluatie Studiehulp een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. Antwoorden zijn op te vragen bij je docent.
Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?
1 Pedagogisch werk 2
Stelling 1 Bij PW werk je in de kinderopvang of in het onderwijs. 2 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 3 Onder het bijzonder onderwijs vallen scholen die uitgaan van een bepaalde levensovertuiging. 4 In een kinderdagverblijf komen kinderen van twee tot zes jaar. 5 Peuterspeelzalen zijn er voor kinderen tussen de nul en twee jaar. 6 Een gastouder mag slechts een beperkt aantal kinderen opvangen. 7 Een BSO-plus heeft een thema (zoals sport, kunst of drama) als extra. 8 Een tienercentrum is een vervolg op de buitenschoolse opvang. Er komen jongeren tussen de elf en vijftien jaar. 9 Dagopvang noem je ook wel semiresidentiële of semimurale hulpverlening. 10 24-uursopvang noem je ook wel thuisopvang of ambulante hulpverlening. 11 Een Boddaertcentrum is bedoeld voor kinderen met een meervoudige beperking.
1 28
Juist Onjuist
◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯
Evaluatie evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden voor jouw toekomstige beroep: zet na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.
THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW
Vaardigheden Een vaardigheid heeft een vaste opbouw: Oefenen Toepassen Transfer Oriënteren
Vaardigheden De juiste beroepshouding tonen Oriënteren
1 1
1 2 3
Bestudeer de theorie over kiezen voor sociaal-agogisch werk en beroepshouding. Zoek drie personeelsadvertenties uit jouw toekomstige werkveld. Geef aan hoe je daarin de beroepshouding terugziet.
4
Zoek op het internet naar het kwalificatiedossier Pedagogisch werk (https://www.s-bb. nl/onderwijs/kwalificeren-en-examineren/kwalificatiedossiers) en bekijk dit. Wat zegt dat dossier over een goede beroepshouding?
5
Oefenen 6 7
Bekijk het reflectieschema hierna. Vul op de lijnen nu zelf een hulpvraag in.
Observatielijsten
Observatielijsten Bij sommige vaardigheden horen observatielijsten. Die vind je direct achter in dit werkboek. De observatielijsten zijn geordend per thema. Bovenaan staat bij welke vaardigheid de observatielijst hoort. Een observatielijst kun je gemakkelijk uit je werkboek halen. Zo kun je ze in de klas of in je BPV laten invullen.
Thema 1 Lichamelijke verzorging
277
Zorgvrager wassen op bed 277 Zorgvrager wassen op bed met wasdoekjes 281 Zorgvrager wassen aan de wastafel, onder de douche of in bad 285 Haren wassen op bed 289 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met een elektrisch scheerapparaat 291 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met scheermes en scheerzeep 293 Tandenpoetsen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 295 Gebitsprothese verzorgen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 297 Mondholte reinigen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 299 Therapeutische elastische kousen met een open teenstuk aantrekken 301 Therapeutische elastische kousen met een gesloten teenstuk aantrekken 303 Therapeutische elastische kousen uittrekken 305 Hygiënische verzorging van een baby 307
Thema 2 Hulp bieden bij de opname van voeding en vocht Hulp bieden aan een zorgvrager die zelf niet kan eten en drinken Flesvoeding geven 311
Thema 3 Hulp bieden bij de uitscheiding
309
1 22
309
313
Hulp bij het gebruik van een po op bed 313 Hulp bij het gebruik van een urinaal op bed 317 Verwisselen van een incontinentiemat 319 Externe katheter of condoomkatheter verwisselen 321 Katheterzak verwisselen 325 Verzorgen van een blaaskatheter 327 Laxerende zetpil toedienen 329 Microklysma (microlax) of fosfaatklysma toedienen 331 Hulp bieden bij het manueel verwijderen van ontlasting 333 Hulp bieden bij het opgeven van sputum 335 Hulp bieden bij braken 337 Hulp bieden bij het inbrengen van een tampon bij menstruatie
339
Thema 4 Hygiënisch en ergonomisch verantwoord werken
341
Handen wassen met (vloeibare) zeep 341 Handen desinfecteren met handalcohol 343 Aan- en uittrekken van steriele handschoenen 345 Creëren van een schoon of steriel werkveld 347
1 275
Iconen helpen je op weg In de kantlijn staan icoontjes. Die geven aan wat je in de opdracht kunt verwachten.
1 1 1 1 1 1 1
geeft aan dat je een deel van de theorie (nog een keer) leest om de vraag te kunnen beantwoorden. bij deze opdracht werk je samen met anderen. bij deze opdracht heb je een computer met internet nodig om informatie op te zoeken. bij deze opdracht werk je aan je schrijfvaardigheden, bijvoorbeeld met het schrijven van een uitgebreid antwoord, verslag of rapport. bij deze opdracht laat je de uitkomsten zien in een mondelinge presentatie. geeft aan dat het gaat om een creatieve opdracht. geeft aan dat deze opdracht op niveau 4 is.
Werken met dit werkboek Vind je het prettig om eerst de theorie te lezen en dan te kijken of je het weet en begrepen hebt? Lees dan eerst de theorie en maak daarna de verwerkingsvragen. Ben je meer iemand die het liefst de theorie doorneemt aan de hand van vragen? Start dan met de verwerkingsvragen en leg je theorieboek ernaast. Werk je het liefst vanuit de praktijk? Begin dan met een praktijksituatie of een themaopdracht en kijk of je de vragen kunt beantwoorden met de informatie uit de theorie.
Inhoudsopgave Thema 1 Zorg voor de leefomgeving
9
Verwerking 10 Verwerkingsopdrachten 10 Hoofdstuk 1 Leefsituatie en welzijn 10 Hoofdstuk 2 Van elke ruimte kun je iets moois maken Hoofdstuk 3 Veilig en gezond 17
14
Toepassing 24 Praktijksituaties 24 Inrichting dagbestedingslocatie voor mensen met dementie 24 Inrichting woonlocatie beschermd wonen voormalig verslaafde cliënten Themaopdrachten 30 Evaluatie 32 Studiehulp 32 Hoofdstuk 1 Leefsituatie en welzijn 32 Hoofdstuk 2 Van elke ruimte kun je iets moois maken Hoofdstuk 3 Veilig en gezond 33 Evaluatie en reflectie 35
32
Thema 2 Ondersteunen van de cliënt bij wonen en huishouden Verwerking 39 Verwerkingsopdrachten 39 Hoofdstuk 4 De leefomgeving in orde houden 39 Hoofdstuk 5 Zorg voor de maaltijden 44 Hoofdstuk 6 Kleding, linnengoed en schoeisel 49 Hoofdstuk 7 De slaapkamer 53 Toepassing 57 Praktijksituaties 57 Zorg voor de maaltijd in woonvoorziening Berona 57 Gijs helpt Francien op weg met de zorg voor de kleding 60 Vaardigheden 63 Gebruik van de magnetron 63 Dranken voorbereiden en serveren 68 Tussengerechten voorbereiden en serveren 73 Warme maaltijden voorbereiden en serveren 78 Afwassen in de afwasmachine 82 Helpen met invullen van een menukeuzekaart 86 Levensmiddelenvoorraad beheren 90 Themaopdrachten 94
37
27
Evaluatie 96 Studiehulp 96 Hoofdstuk 4 De leefomgeving in orde houden 96 Hoofdstuk 5 Zorg voor de maaltijden 96 Hoofdstuk 6 Kleding, linnengoed en schoeisel 97 Hoofdstuk 7 De slaapkamer 98 Evaluatie en reflectie 99
Thema 3 De leefomgeving heeft onderhoud nodig
101
Verwerking 102 Verwerkingsopdrachten 102 Hoofdstuk 8 Huishoudelijke zorg 102 Hoofdstuk 9 Schoonmaken en onderhouden van de woonomgeving Hoofdstuk 10 Schoonmaak- en onderhoudsmethoden 112 Hoofdstuk 11 Zorg dragen voor de ziekenkamer 118
109
Toepassing 123 Praktijksituaties 123 Irene ondersteunt mevrouw Sessink bij de huishouding 123 Zeynep doet haar BPV op een kleinschalige woonvoorziening bij dementerende cliënten 127 Luuk begeleidt jongeren bij huishoudelijke werkzaamheden 130 Vaardigheden 133 Planning maken 133 Stoffen 136 Stofzuigen 139 Vochtig en nat reinigen met traditioneel schoonmaakmateriaal 143 Vochtig en nat reinigen met microvezels 146 Dweilen 149 Moppen 153 Schrobben 157 Koelkast/diepvries ontdooien en reinigen 161 Schoonmaken van ruimten die extra hygiëne vragen 165 Toiletruimte desinfecteren 169 Themaopdrachten 173 Evaluatie 176 Studiehulp 176 Hoofdstuk 8 Huishoudelijke zorg 176 Hoofdstuk 9 Schoonmaken en onderhouden van de woonomgeving Hoofdstuk 10 Schoonmaak- en onderhoudsmethoden 177 Hoofdstuk 11 Zorg dragen voor de ziekenkamer 178 Evaluatie en reflectie 179
176
Thema 4 Ondersteunen van de cliënt bij geldzaken
181
Verwerking 182 Verwerkingsopdrachten 182 Hoofdstuk 12 Kosten levensonderhoud 182 Hoofdstuk 13 Ondersteunen bij geldzaken 188 Hoofdstuk 14 Schulden voorkomen 191 Toepassing 194 Praktijksituaties 194 Het jonge gezin Van Berkel komt in financiële nood De financiën van Yasmin lopen uit de hand 197 Themaopdrachten 199 Evaluatie 200 Studiehulp 200 Hoofdstuk 12 Kosten levensonderhoud 200 Hoofdstuk 13 Ondersteunen bij geldzaken 201 Hoofdstuk 14 Schulden voorkomen 201 Evaluatie en reflectie 203
Observatielijsten
205
194
Thema 1 Zorg voor de leefomgeving
1
Dit thema gaat over zorg voor de leefomgeving. Bij leefomgeving gaat het over de ruimte binnen en buiten, de inrichting en de materialen, maar ook over de mensen waar je de omgeving mee deelt. Hoe zorg je ervoor dat de ruimte waarin je cliënten wonen of verblijven functioneel is, sfeervol, veilig en ordelijk? En zo dat het aansluit bij jouw specifieke doelgroep? Een woonkamer voor tieners moet aan heel andere eisen voldoen dan die voor dagopvang voor ouderen met dementie. Zorg voor de leefomgeving heeft niet alleen met inrichting te maken, zoals het soort meubels, de vloerbedekking en tafelkleedjes, maar ook met hoe mensen met elkaar omgaan. Meestal is sprake van opvang en begeleiding in een groep. Dan is het prettig als er een bepaalde dagstructuur is en dat mensen weten waar ze aan toe zijn. Wat hoort en wat niet. Je helpt je groep door duidelijk te zijn over afspraken en regels. Deze houden de leefomgeving prettig en leefbaar. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Leefsituatie en welzijn • de leefomgeving • het belang van een prettige leefomgeving • kenmerken van een goede leefomgeving • een functionele inrichting Hoofdstuk 2: Van elke ruimte kun je iets moois maken • van elke ruimte kun je iets moois maken • een praktische inrichting • stimulerende materialen Hoofdstuk 3: Veilig en gezond • veilig en gezond • aandacht voor privacy • afspraken
1 9
THEMA 1 Zorg voor de leefomgeving
Verwerking Verwerkingsopdrachten
1 Leefsituatie en welzijn 1
1
De leefomgeving wordt gevormd door de materiële en de sociale omgeving waarin mensen verblijven. a Kies de juiste woorden. De mensen waar je je omgeving mee deelt en de manier waarop zij met elkaar en hun omgeving omgaan, noem je de materiële / sociale leefomgeving. De materiële / sociale leefomgeving gaat onder meer over de ruimte binnen en buiten, de inrichting, sfeer en kleuren. b Bij de inrichting van een ruimte heb je te maken met vaste onderdelen en onderdelen waar je zelf invloed op hebt. Zet de voorbeelden op de juiste plek. Kies uit: bos bloemen – gekozen verlichting – kleur kozijnen – soort meubels – soort wandversiering – waar tafel en stoelen staan Onderdelen waar je invloed op hebt:
2
Vaste onderdelen:
De leefomgeving heeft invloed op de gezondheid, het ontwikkelvermogen en het functioneren en welbevinden in het algemeen. a Leg uit dat een leefomgeving invloed kan hebben op je gezondheid.
b
Welke uitspraak is waar? Kies het juiste antwoord. a De leefomgeving speelt alleen een rol in de ontwikkelingsmogelijkheden van jonge kinderen. b Kinderen die in hun eerste jaren een ontwikkelingsachterstand oplopen, halen die meestal op latere leeftijd weer in. c Op iedere leeftijd ontwikkelen mensen zich. d Voor senioren is een stimulerende omgeving minder belangrijk dan voor kinderen.
1 10
Verwerkingsopdrachten
c
3
1 Leefsituatie en welzijn
In welke ruimte waar jij regelmatig komt voel jij je goed, omdat de ruimte gezond en prettig is en je je er kunt ontwikkelen? Geef ook aan waarom je je goed voelt in deze ruimte.
Er zijn verschillende kenmerken van invloed op een goede leefomgeving. a Aan welke kenmerken voldoet een goede leefomgeving? Vul de juiste woorden in. Er zijn er al twee voor je ingevuld. De inrichting is ordelijk. De inrichting is opgeruimd. .
De inrichting is
.
De inrichting is
.
De inrichting is
.
De inrichting is
.
b
Leg uit dat een ordelijke ruimte rust biedt.
c
Welke twee voorbeelden horen bij het kenmerk ‘verzorgd’? Kies de juiste antwoorden. a Diederik vervangt de kapotte lamp. b Huan fleurt de ruimte op met een bosje bloemen. c Marieke hangt een schilderijtje recht. d Mevrouw Duursma voelt zich op haar gemak in haar woongroep. e Rayan stelt de regel op dat kinderen binnen niet mogen rennen. Een omgeving die niet schoon wordt gehouden, is schadelijk voor de gezondheid. Vooral als er griep heerst, moet je extra alert zijn. Waarom?
d
1
De inrichting is
e
Op welke manier schep je orde in je eigen thuissituatie?
f
Maak een foto van een kamer bij jou thuis. Voer daarna de volgende stappen uit: 1 Bedenk hoe verzorgd en ordelijk jij deze ruimte vindt en waarom. 2 Maak groepjes van vier personen en bespreek met elkaar jullie ruimtes. Welke verschillen en overeenkomsten vallen op?
1 11
THEMA 1 Zorg voor de leefomgeving
4
Een leefomgeving kan op meerdere manieren veilig zijn. a Vul het juiste woord in. Als het gaat om tastbare spullen (geen scherpe randen, losliggende kleedjes en dergelijke), dan heb je het over
veiligheid.
Gaat het om mensen (zich veilig voelen, terug kunnen vallen op anderen), dan veiligheid.
heb je het over b
5
Door de juiste keuzes te maken, kun je van elke ruimte een fijne plek maken om te leven en om te werken. a Welke zinnen zijn juist? Kies de juiste antwoorden. a Van een ruimte die je gaat inrichten maak je een globale schets, het hoeft niet precies, dat komt wel als je met de meubels gaat schuiven. b Van een ruimte die je gaat inrichten maak je eerst een plattegrond op schaal, zodat je zeker weet dat alles past. c Je houdt rekening met de wensen en behoeften van cliënten en met die van de mensen die er werken. d Je houdt rekening met de wensen en behoeften van cliënten, maar niet met die van de mensen die er werken. e Je houdt rekening met de wensen en behoeften van de mensen die er werken, maar niet met die van de cliënten. b Wat is integrale toegankelijkheid? Kies het juiste antwoord. a Er zijn speciale voorzieningen voor mensen met een beperking. b De gewone gebruiksruimtes zijn voldoende bruikbaar voor iedereen. c De gebruiksruimtes zijn bruikbaar voor iedereen zonder beperking. c Het budget is de hoeveelheid geld die voor bepaalde uitgaven beschikbaar is. Als het budget voor een nieuwe inrichting niet zo groot is, dan is het verleidelijk om minder dure spullen te kopen. Wat is het risico daarvan?
d
6
Kies de voorbeelden die te maken hebben met de sociale veiligheid van een cliënt. beveiligd stopcontact / eerste dag in nieuwe groep / los snoer op de grond / machtsmisbruik / pesten / prettig gesprek / wankele stoel
Wat is het voordeel van een klein budget?
Een goede inrichting van een ruimte is belangrijk voor de gebruikers. a Kies de juiste woorden. Bij de (her)inrichting van de ruimte kijk je eerst naar de grootte / het doel van de ruimte. Als professional kun jij goed beoordelen hoe je een ruimte passend bij de doelgroep inricht. Je laat gebruikers van de ruimte niet / wel meedenken aan een (her)inrichting.
1 12
Verwerkingsopdrachten
1 1 1 1
7
1 Leefsituatie en welzijn
b
Beschrijf de doelgroep waarmee jij in jouw leerbedrijf werkt.
c
Beschrijf de inrichting van een verblijfsruimte in jouw leerbedrijf.
d
Waaraan kun je zien dat de inrichting van de verblijfsruimte in jouw leerbedrijf afgestemd is op het gebruik ervan door jouw speciďŹ eke doelgroep?
e
Geef jouw mening over de praktische inrichting van de verblijfsruimte. Denk hierbij aan: Is het meubilair logisch geplaatst? Is er nagedacht over looproutes en aparte hoeken? Is er ruimte gecreĂŤerd? Straalt de ruimte rust uit? Kan er ergonomisch gewerkt worden? Motiveer je antwoord.
f
Wat vind je van de keuze van inrichtingselementen, zoals verlichting, stoffering, kleurgebruik? Waarom vind je dat?
Werk in tweetallen. Jullie gaan op zoek naar een ruimte die niet voldoet aan alle kenmerken van een goede leefomgeving (functioneel, sfeervol, verzorgd, veilig, ordelijk, opgeruimd en schoon). Daarna bedenken jullie hoe jullie deze leefomgeving kunnen verbeteren. Voer de volgende stappen uit. 1 Zoek een situatie in school, op jullie werkplek, thuis of ergens anders die niet voldoet aan alle kenmerken van een goede leefomgeving (functioneel, sfeervol, verzorgd, veilig, ordelijk, opgeruimd en schoon). Maak er een foto van en plak deze op een groot, leeg vel papier. 2 Noteer onder de foto welke ruimte op de foto staat, wat het doel van de ruimte is en wie de doelgroep is. 3 Bedenk hoe jullie deze leefomgeving kunnen verbeteren. Waarmee beginnen jullie? Maak een kort stappenplan en schrijf dat ook op onder de foto. 4 Noteer vervolgens welke spullen volgens jullie weg kunnen, gerepareerd moeten worden of vervangen moeten worden. 5 Noteer ook welke spullen toegevoegd moeten worden. 6 Welke structuur kunnen jullie aanbrengen? Hoe richten jullie de ruimte in? Maak een plattegrond met een toelichting erbij. De plattegrond mogen jullie op de computer maken, maar ook op een los vel papier. 7 Lever de plattegrond en het vel papier met de foto in bij je docent.
1 13
THEMA 1 Zorg voor de leefomgeving
1 Van elke ruimte kun je iets moois maken 2
1
Inrichtingselementen bepalen de sfeer in een ruimte. a Noteer minstens drie factoren die sfeerbepalend zijn.
b
c
Welke effecten kun je bereiken met kleur? Kies de juiste antwoorden. a Je kunt een ruimte groter of kleiner laten lijken. b Je kunt meer meubels in een ruimte kwijt. c Je kunt een kille, warme, rustige of juist actieve sfeer scheppen. d Je kunt er een ruimte mee verduisteren. e Je kunt zichtlijnen creëren. Zet de effecten naast de juiste kleuren. Kies uit: stimulerend – dynamisch – zonnig, opgewekt – rust en vertrouwen – ontspannend – zuiver, maar ook koel en afstandelijk – somber, maar ook chic Rood Oranje Geel Groen Blauw Wit Zwart
d
Verlichting kan een belangrijke bijdrage leveren aan de sfeer in een bepaalde ruimte. Welke uitspraak is waar? Kies het juiste antwoord. a Direct licht is sfeervoller dan indirect licht. b Bij sfeerverlichting maken we vooral gebruik van direct daglicht. c Kleur en sterkte van de lamp spelen geen rol bij sfeerverlichting. d ’s Avonds is verlichting bepalend voor de sfeer in een ruimte.
1 14
Verwerkingsopdrachten
e
2
Kies de juiste woorden. De algemene verlichting noem je de basisverlichting / de sfeerverlichting / het werklicht. Een schemerlamp met een grote kap heeft een lagere lichtopbrengst. Dit is de basisverlichting / de sfeerverlichting / het werklicht. Functionele verlichting boven een aanrecht of eettafel is de basisverlichting / de sfeerverlichting / het werklicht. Een leeslamp bij een stoel is de basisverlichting / de sfeerverlichting / het werklicht. Basisverlichting / sfeerverlichting / werklicht combineert direct en indirect licht en is niet overduidelijk aanwezig.
Er is veel keuze in vloerbedekking en raambekleding. a Welke vloer kies je als je een warme uitstraling en geluiddemping wilt? Kies het juiste antwoord. a Laminaat b Parket c Plavuizen d Tapijt b Noteer drie voordelen van linoleum.
c
3
2 Van elke ruimte kun je iets moois maken
Welke raambekleding kies je bij de volgende doelen? Kies het juiste woord. Je wilt een zakelijke uitstraling. Je kiest lamellen / overgordijnen. Je moet de ruimte goed kunnen schoonmaken. Je kiest lamellen / plisségordijnen. Je wilt de ruimte verduisteren. Je kiest luxaflex / rolgordijnen. Je wilt geen inkijk van de straatkant, maar nog wel licht. Je kiest overgordijnen / vitrage. Je wilt geluid dempen en kou buiten houden. Je kiest overgordijnen / vitrage.
Een leefruimte moet niet alleen sfeervol zijn, maar ook praktisch in het gebruik. a Leg uit hoe je met zichtlijnen een gevoel van ruimte kun je creëren.
b
Vul het juiste getal in. Bij het aanrecht houd je minimaal
centimeter bewegingsruimte
vrij. centimeter ruimte vrij.
Voor een bank houd je Tussen tafel en muur of kast houd je stoelen.
1 15
centimeter vrij voor de
THEMA 1 Zorg voor de leefomgeving
c
d
e
4
Welke aandachtspunten bij het kiezen en inrichten van een kast zijn waar? Kies de juiste antwoorden. a Bij stofallergie of astma is een open kast beter. b De keuze van de kast stem je af op wat erin moet. c Persoonlijke spulletjes van bewoners kunnen worden opgeborgen in een eigen laatje. d Spullen die je veel gebruikt, kun je het beste op de onderste plank in de kast leggen. e Voor speelgoed kies je grote, dichte kasten. Het is vaak goed om meer zitjes te creëren, omdat mensen dit prettig vinden. Waarom vinden mensen dat prettig?
Zit je zelf, bijvoorbeeld in de schoolkantine, graag aan een grote tafel of liever aan een klein zitje? Waarom is dat zo?
Verschillende materialen en activiteiten dragen bij aan het welzijn van de bewoners. a Een vaak gehanteerde indeling van activiteiten in een ruimte is: spelen, ontwikkelen, leren, ontspannen en ontmoeten. Zet de term naast de juiste uitspraak. Kies uit: ontspannen – leren – ontmoeten – ontwikkelen – spelen Dit heeft een mens nodig om in balans te blijven. Er is sprake van een geleidelijke verandering die duurzaam is. Het doelbewust verwerven van kennis en vaardigheden. Hier ligt de nadruk op in een ruimte met kinderen. Een kenmerk is dat er geen verplichting is. Hiervan is sprake als mensen daadwerkelijk contact met elkaar hebben.
b
c
Met welk materiaal stimuleer je de fijne motoriek? Kies de juiste woorden. fietsen / kleurplaat inkleuren / legpuzzel maken / schommelen / skateboarden / veters strikken / voetballen Noem drie materialen die je kunt gebruiken om een ontmoeting uit te lokken.
1 16
Verwerkingsopdrachten
d
e
1
5
3 Veilig en gezond
Welke functies heeft een ďŹ tnessapparaat zoals een roeimachine of een hometrainer? Kies de juiste antwoorden. a Spelen b Ontwikkelen c Leren d Ontspannen e Ontmoeten Aan welke eisen moet een ruimte voor jou voldoen om goed te kunnen leren? En aan welke eisen moet een ruimte voor jou voldoen als je lekker wil ontspannen?
In de theorie wordt onderscheid gemaakt tussen functionele en sfeervolle ruimtes. a Je kunt een ruimte zowel functioneel als ook sfeervol inrichten. Geef een voorbeeld van zo’n ruimte.
b
Geef een voorbeeld van een sfeervolle ruimte die niet functioneel is of van een functionele ruimte die niet sfeervol is. Leg uit waarom de ruimte niet functioneel of niet sfeervol is.
c
De ruimte waarin je momenteel aan het werk bent, is waarschijnlijk ingericht voor de doelgroep waar je zelf deel van uitmaakt. Benoem de inrichtingselementen die gekozen zijn.
d
Is deze ruimte vooral functioneel of sfeervol ingericht of is het een duidelijke combinatie? Licht je antwoord toe.
1 Veilig en gezond 3
1
Een instelling is verantwoordelijk voor een veilige leefomgeving voor de mensen die er worden opgevangen en voor de werknemers. a Vul het juist woord in. Bij veiligheid in de zorg wordt meestal eerst gedacht aan medicijnveiligheid en agressie en geweld en niet aan
. Toch moet die
een belangrijke plaats innemen in de dagelijkse praktijk van organisaties in de maatschappelijke zorg.
1 17
THEMA 1 Zorg voor de leefomgeving
Op het gebied van veiligheid probeer je gevaren en ongevallen te voorkomen. , bijvoorbeeld
Daarnaast zet je je in voor een gezond door te zorgen voor genoeg frisse lucht.
Bij een gezond leefmilieu horen ook sociale aspecten, zoals respect voor ieders . Mensen kunnen geïrriteerd raken als ze geen plek voor zichzelf hebben. b
c
d
2
Hoe heet het bewijs waaruit blijkt dat een gebouw waarin dagopvang of nachtopvang wordt verzorgd veilig is? Kies het juiste antwoord. a Bouwbesluit 2012 b Omgevingsvergunning c Risicoanalyse d Veiligheidsbewijs Vind jij jouw leerbedrijf veilig voor medewerkers en cliënten? Motiveer je antwoord.
Je eigen gedrag heeft invloed op de veiligheid. Bedenk een voorbeeld uit je dagelijkse leven waaruit deze stelling blijkt.
Ongelukken kun je voorkomen door maatregelen te nemen die effect hebben op de situatie, het gedrag van de doelgroep en op je eigen gedrag. a Zet de maatregelen ter voorkoming van ongevallen naast het juiste soort ongeluk. Kies uit: een fles niet onnodig open laten staan – geen beschadigde snoeren gebruiken – geen volle asbak in vuilnisbak gooien – middel in afgesloten kast zetten – niet teveel apparaten op eenzelfde groep aansluiten – snoeren wegwerken – traptreden goed zichtbaar maken – vluchtroutes vrijhouden Valpartijen
Gevaarlijke stoffen
1 18
Brand
Elektriciteit
Verwerkingsopdrachten
b
c
d
1 3
3 Veilig en gezond
Ondanks alle voorzorgsmaatregelen kan er toch brand uitbreken. Welke drie punten handel je eerst af voordat je gaat blussen? Kies de juiste antwoorden. a Adem zo veel mogelijk door je mond. b Bel de brandweer via 112. c Breng jezelf niet in gevaar. d Breng mensen in veiligheid. e Kruip op handen en voeten naar buiten. f Maak foto’s van de brandhaard, zodat de brandweer kan zien waar het begon. g Sluit alle deuren. h Verlaat het gebouw via een raam of deur aan de straatzijde. Ondanks alles kan er altijd iets gebeuren. Bij een instelling moeten een of meer bedrijfshulpverleners (bhv’ers) aanwezig zijn. Deze hebben drie belangrijke taken. Wat is geen taak van een bhv’er? Kies het juiste antwoord. a Ze verlenen eerste hulp bij ongevallen en zorgen dat de gevolgen beperkt worden. b Ze beperken het gevaar op brand en weten hoe ze moeten handelen bij brand. c In noodsituaties alarmeren ze alle aanwezigen in het pand en zorgen voor evacuatie. d Ze stellen de veiligheid van de aanwezigen boven hun eigen veiligheid. Bekijk de ruimte waar jij je nu bevindt en geef aan welke risicofactoren er zijn voor het ontstaan van brand.
e
Welke elektrische apparaten gebruik je zoal in je leerbedrijf?
f
Hoe weet je of elektrische apparaten deugdelijk zijn?
g
Maak kennis met de bhv’er in je leerbedrijf. Vraag: 1 naar de activiteiten die hij of zij uitvoert. 2 hoeveel tijd hij of zij heeft voor deze activiteiten. Schrijf een kort verslagje van dit gesprek.
Zorg voor de leefomgeving gaat ook over een gezond binnenklimaat. Hygiëne speelt daarbij een belangrijke rol. a Wat verstaan we onder hygiëne?
1 19
THEMA 1 Zorg voor de leefomgeving
b
Micro-organismen veroorzaken infectieziekten en kunnen zich op allerlei manieren verspreiden. Zet het juiste voorbeeld naast de manier van verspreiden. Kies uit: de deurgreep vastpakken – iemand aanraken – zure melk drinken – in aanraking komen met iemands bloed – ronddwarrelende huidschilfers opvangen door contact met lichaamsvloeistoffen door de lucht via de handen via voedsel via voorwerpen
c
d
e
4
Welke uitspraken zijn waar? Kies de juiste antwoorden. a Als regelmatig ventileren niet helpt, dan kan er een bouwkundige oorzaak zijn waar iets aan gedaan moet worden. b Een goede oplossing tegen een droge lucht in de winter is bakjes water aan de verwarming hangen. c Een te vochtige lucht komt in het Nederlandse klimaat nauwelijks voor. d Ventileren en luchten van een ruimte is niet alleen nodig om vocht af te voeren, maar ook om verontreinigde lucht af te voeren en frisse lucht aan te voeren. e Ventileren is de ruimte van frisse lucht voorzien door de lucht in de ruimte te verversen, bijvoorbeeld door het raam open te zetten. Kies het juiste woord. In een te droge / vochtige ruimte kun je last krijgen van je keel of problemen met je stem. Een te droge / vochtige ruimte kan hoofdpijnklachten geven of aandachtsproblemen. In een te droge / vochtige ruimte kan schimmel voorkomen. Een te droge / vochtige ruimte kan allergische reacties veroorzaken. De gewenste temperatuur is niet voor iedereen gelijk. Geef twee redenen waarom dat zo is.
Iedereen heeft behoefte aan privacy. Bij de inrichting en verzorging van de leefruimte houd je daar rekening mee. a Wat versta jij onder privacy?
1 20
Verwerkingsopdrachten
b
c
d
5
3 Veilig en gezond
Welke uitspraak is waar? Kies het juiste antwoord. a Mensen kunnen op verschillende manieren duidelijk maken dat anderen inbreuk maken op hun persoonlijke levenssfeer. Dit noem je territorium afbakenen. b Territorium afbakenen lukt alleen door in je eentje een ruimte in te gaan en de deur achter je dicht te trekken. c Volwassenen die gewend zijn aan hun eigen persoonlijke levenssfeer, zijn vaak snel gewend als ze naar een instelling gaan. d Kinderen hebben over het algemeen geen last van gebrek aan privacy. Simone werkt in verzorgingshuis De Buren. Tijdens een vergadering praten ze met het team over privacy en stellen hier regels over op. Wat zijn goede regels om de privacy van de bewoners te waarborgen? Kies de juiste antwoorden. a Je klopt altijd eerst op de deur en wacht met het openen ervan tot je een instemmende reactie hoort. b Je komt niet zonder toestemming aan de persoonlijke spullen. c Bij de persoonlijke verzorging help je mensen zo veel mogelijk, zodat ze zelf niet zo veel meer hoeven doen. d Als de situatie daarom vraagt, trek je je discreet terug. Beschrijf een situatie in je leven waarin je privacy is geschaad. Beschrijf ook welk gevoel dit teweeg bracht.
Orde, structuur en regels brengen rust in de leefomgeving. Dat kan op verschillende manieren. a Vul het juist woord in. Door
aan te brengen, schep je orde. Regels zijn nodig om na te komen. regels liggen vast op papier.
regels zijn
regels die zich in de loop van tijd in een groep op een vanzelfsprekende manier ontwikkelen. b
Zet de juiste vorm van structuur naast het voorbeeld. Kies uit: structuur in de omgang – structuur in de dagindeling Ik benader de cliënten met autisme altijd op dezelfde manier. Ik houd de instructie simpel en direct, ik gebruik concrete, ondubbelzinnige woorden. Ik blijf altijd rustig en positief. Zo weten ze precies wat ze van me kunnen verwachten. Bij ons op de afdeling doen we de standaarddingen altijd in dezelfde volgorde. Na het opstaan eerst wassen en aankleden en daarna ontbijten en ten slotte tandenpoetsen. Er mag best eens worden afgeweken van de routine, maar sommige cliënten kunnen daar erg van in de war raken.
1 21
THEMA 1 Zorg voor de leefomgeving
1 1
1
c
6
Maak deze opdracht op een apart vel papier of op een apart bestand op de computer. Voer de volgende stappen uit: 1 Beschrijf welke regel op jouw school de rust bevordert. 2 Geef van de regel in vraag 1 aan of het een formele of informele regel is. 3 Beschrijf welke regel op jouw school de manier waarop mensen met elkaar omgaan bevordert. 4 Geef van de regel in vraag 3 aan of het een formele of informele regel is. 5 Beschrijf een regel op jouw school waarvan niet (helemaal) duidelijk is waar die voor dient. 6 Bespreek je antwoord op vraag 5 met twee klasgenoten. Beschrijf samen: - wat de functie zou kunnen zijn van deze regel. - of het misschien beter is om de regel aan te passen en zo ja, hoe?
Lees de tips voor een gezond binnenmilieu uit de theorie nog eens door. a Beoordeel de ruimte waarin je je nu bevindt aan de hand van de tips. Geef van elke tip aan of die voor deze ruimte in orde is of dat je verbeterpunten ziet. Licht je verbeterpunten toe.
1 22
Verwerkingsopdrachten
b
7
3 Veilig en gezond
Beoordeel de verblijfsruimte op je leerbedrijf aan de hand van de tips. Geef van elke tip aan of die voor deze ruimte in orde is of dat je verbeterpunten ziet. Licht je verbeterpunten toe.
Hoe cliĂŤnten omgaan met de ruimte, hangt af van hoe de instelling die omgeving inricht en hoe afspraken hierover worden nagekomen. Hoe kun je als beroepskracht MZ de cliĂŤnten op een ordelijke manier met hun leefomgeving om laten gaan? Noteer twee tips.
1 23
THEMA 1 Zorg voor de leefomgeving
Toepassing Praktijksituaties Inrichting dagbestedingslocatie voor mensen met dementie Niels werkt al een aantal jaren in zorgcentrum de Westerberg op de huiskamer. Hier komen bewoners een aantal dagdelen voor dagbesteding. Ook komen er mensen uit de woonwijk rondom het zorgcentrum. De meeste van deze cliënten hebben een lichte vorm van dementie. Lichamelijk is een aantal cliënten niet meer zo fit, ze lopen moeizaam en gebruiken een rollator. Er worden verschillende activiteiten aangeboden om de mensen een prettige en zinvolle dag te bezorgen. Die activiteiten vinden plaats in een strak schema. Daarin zijn ook vaste tijden voor eten en drinken, toiletgang en rusten opgenomen. Afgelopen week hebben de medewerkers een studiedag gehad over dementie. Een van de workshops die Niels gevolgd heeft, ging over de effecten van de omgeving op het gedrag van de cliënten. Dat inspireerde de medewerkers om een werkgroepje in te stellen om te kijken hoe de leefomgeving verbeterd kan worden. Niels heeft zich voorgenomen vandaag eens als een buitenstaander naar de inrichting te kijken. Hij komt fris van de fiets. Als hij naar binnen loopt bemerkt hij die typische lucht: het is warm, een beetje benauwd en de geur van eten en koffie blijft hangen. Het meubilair ziet er versleten uit. De inrichting zou wel wat huiselijker mogen, zodat het meer aansluit bij de leefwereld van de cliënten. Het is belangrijk dat het een stimulerende omgeving wordt met voldoende prikkels. Dat houdt de mensen alert. Om dwalen te voorkomen is de herkenbaarheid in de ruimten en op de gangen belangrijk. Wat Niels op zijn locatie zeer aanspreekt zijn de grote foto’s van bos- en beeklandschappen uit de omgeving. Sommige foto’s bedekken een hele wand. Bovendien is de buitendeur moeilijk herkenbaar voor bewoners en dat geeft veel rust op de gang. 1
Bij binnenkomst merkte Niels op dat er een typische lucht hangt. Een mogelijke oorzaak is dat er te weinig geventileerd wordt. Niels heeft al eerder ervaren dat als er geventileerd werd de cliënten gingen klagen over tocht en kou. a Noteer twee verschillende manieren om te ventileren.
b
Waardoor zouden de cliënten van de dagbesteding klagen over tocht en kou?
1 24
Praktijksituaties
Inrichting dagbestedingslocatie voor mensen met dementie
c
2
Hoe kan Niels enerzijds tegemoetkomen aan de wensen van de cliĂŤnten en anderzijds toch een fris binnenhuisklimaat creĂŤren? Noteer drie oplossingen.
Tijdens het rustuurtje van de cliĂŤnten bereidt Niels de eerste vergadering van de werkgroep voor. Hij noteert als eerste bespreekpunt de indeling van de huiskamer. a Noteer drie aandachtspunten die je in zou brengen over de opstelling van het meubilair bij deze doelgroep.
b
Het meubilair van de zithoek staat nu in een grote kring en is gericht op de televisie. Bedenk en teken twee alternatieve opstellingen. Beschrijf elke opstelling en licht toe wat de voordelen zijn van die opstelling.
1 25
WERKBOEK NIVEAU 3&4
Leefomgeving MZ
Deze uitgave Leefomgeving MZ maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaand werkproces uit het kwalificatiedossier Maatschappelijke zorg. B1-K1-W3 Ondersteunt de cliĂŤnt bij wonen en huishouden
m a at s c h a p p e l i j k e zorg
De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.
MZ Leefomgeving MZ WERKBOEK
De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaalagogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie/ reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff .nl/trajectwelzijn.
Herz
ien
Auteurs: N. Bus E. Markus Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde
9 789006 978452
MBO_WB_Welzijn_leefomgeving_210x297mm.indd All Pages
16/04/18 12:37