THEORIEBOEK NIVEAU 4
P2-K1-W1 Voert gesprekken met de ouders/vervangende opvoeders en het kind P2-K1-W2 Stelt een (gespecialiseerd)activiteitenprogramma op P2-K1-W3 Ontwikkel (mede) een begeleidingsplan P2-K1-W4 Biedt (gespecialiseerde) opvang P2-K1-W5 Biedt persoonlijke verzorging P2-K1-W6 Draagt zorg voor huishoudelijke werkzaamheden P2-K1_W7 Biedt (specifieke) ontwikkelingsgerichte activiteiten aan P2-K2-W1 Voert coรถrdinerende taken uit P2-K2-W2 Bouwt en onderhoudt een netwerk P2-K2-W3 Voert beleidsondersteunende taken uit P2-K2-W4 Voert beheertaken uit
TRAJECT WELZIJN
Deze uitgave Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Pedagogisch werk.
PW
De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaal-agogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- /reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff.nl/trajectwelzijn.
Auteurs: M. Baseler J. de Bas A. van Beurden I.M. de Jonge R.F.M. van Midde A.C. Verhoef
pedagogisch werk
Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW DEEL A THEORIEBOEK
De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.
Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW Deel A
Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde
9 789006 622270
MBO_TB_190x270mm_GespPedaMede_DeelA_N4.indd All Pages
30/08/17 08:25
Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW NIVEAU 4
THEORIEBOEK
NIVEAU 4
Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW J. DE BAS M. BASELER A. VAN BEURDEN I.M. DE JONGE R.F.M. VAN MIDDE A.C. VERHOEF
Onder redactie van: M.H.A.J. GLOUDEMANS R.F.M. VAN MIDDE
pedagogisch werk
Colofon Auteurs J. de Bas M. Baseler A. van Beurden I.M. de Jonge R.F.M. van Midde A.C. Verhoef Redactie M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde
Met medewerking van: Kind & Co Sandra Groenendijk, Nieuwegein Niels Kemper, Almere (Montris Kinderopvang)
Vormgeving binnenwerk en omslag Studio Fraaj, Rotterdam
Fotografie omslag Mathilde Karrèr
Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort Over ThiemeMeulenhoff Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een Over ThiemeMeulenhoff grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus learning design company. We brengen content, leerontwerp en ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leergroeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht wettelijk verschuldigde te voldoen aan Stichting Publicaoplossingen zijn we een partner voorenscholen bij ervoor het vernieuwen doen aan de verschillen tussen lerenden scholen en zorgen dat en leren steeds persoonlijker, effectieververgoedingen en efficiënter wordt. tie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan Samen leren vernieuwen. Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewersteeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. www.thiememeulenhoff.nl ken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken Samen leren vernieuwen. ISBN 9789006622270 van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. Eerste druk, eerste oplage, 2017 www.thiememeulenhoff.nl De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2017 volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen ISBN 978 90 06 62227 0 zekereinrechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot indeenige Eerste druk, eerste oplage, 2017 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, uitgever of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de wenden. uitgever. © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2017 Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17
Alle rechten voorbehouden. Niets uit wettelijk deze uitgave mag worden ver- te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus Auteurswet 1912, dient men de daarvoor verschuldigde vergoedingen veelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het gegevensbestand, overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich de uitgever Voor meer informatie gebruik van is muziek, film het maken van kopieën in het onderwijs zie www. of openbaar gemaakt, in tot enige vorm ofteopwenden. enige wijze, hetzij elektro- over hetDeze uitgave volledig COen -neutraal geproduceerd. 2 auteursrechtenonderwijs.nl. nisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere maHet voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. nier, zonderheeft voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Ditbepalingen. betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijzerechten heeft plaatsgevonden. De uitgever ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke Degenen die desondanks menen zekere te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
Ten geleide
De afgelopen jaren zijn de beroepsopleidingen voor Maatschappelijke zorg, Pedagogisch werk en Sociaal werk aangepast aan de ontwikkelingen in de beroepspraktijk. De veranderde eisen aan het beroep en de beroepsuitoefening zijn uitgewerkt in nieuwe kwalificatiedossiers. Deze kwalificatiedossiers, opgebouwd uit kerntaken en werkprocessen, vormen de basis voor de inrichting van de huidige opleidingen binnen Welzijn. De leermiddelen van Traject Welzijn zijn ontwikkeld voor en sluiten aan bij deze kwalificatiedossiers. De Pedagogisch werker Pedagogisch werkers werken in de kinderopvang, het onderwijs of in een combinatievorm van beide. De student kan kiezen voor het profiel pedagogisch medewerker kinderopvang, gespecialiseerd medewerker kinderopvang of onderwijsassistent. De doelgroep van de pedagogisch werker is zeer divers, en bestaat onder andere uit: • kinderen tot twaalf jaar zonder problemen; • kinderen tot twaalf jaar met een achterstand, een leer- of gedragsprobleem; • jongeren vanaf twaalf jaar zonder problemen; • jongeren met gedrags- en opvoedingsproblemen; • kinderen en jongeren met een verstandelijke, lichamelijke of zintuigelijke beperking. Het kwalificatiedossier Pedagogisch werk vormt de basis voor de inrichting van de huidige opleidingen voor beroepen in dit domein. Het leermiddelenaanbod voor de opleiding Pedagogisch werk – die deel uitmaakt van Traject Wel-
zijn – is gebaseerd op vier belangrijke uitgangspunten: • de leermiddelen zijn ontwikkeld vanuit de beroepsuitoefening. Het beroepsonderwijs binnen Traject Welzijn wordt in belangrijke mate bepaald door de aard van de ondersteuningsvragen en door de context waarin de beroepsuitoefening plaatsvindt; • sterk didactisch concept. De leermiddelen zijn ontwikkeld op basis van leerstijlen en leerervaringen van mbo-studenten. Traject Welzijn houdt rekening met de verschillende leerstijlen van mbo-studenten en verschillende onderwijsstijlen van docenten; • bij de indeling van de leermiddelen is rekening gehouden met de basisfase en de profielfase; • er is rekening gehouden met het perspectief van doorstroming tussen mbo-niveau 3 en mbo-niveau 4. Het didactisch concept van Traject Welzijn gaat nadrukkelijk uit van bovenstaande uitgangspunten, waardoor het vakbekwame leren optimaal wordt ondersteund en mogelijk wordt gemaakt. Traject Welzijn houdt bovendien rekening met de mbo-student door het taalniveau (2F voor de basisfase, 3F voor de profielfase niveau 4) af te stemmen op de doelgroep en door (praktijk-) voorbeelden en (praktijk)opdrachten zo te formuleren dat de mbo-student zich aangesproken voelt. De leermiddelen zijn zo ontwikkeld dat zowel mbo-studenten met een meer theoretische, als mbo-studenten met een meer praktische inslag er gebruik van kunnen maken. Traject Welzijn is inzetbaar binnen elk didactisch model
en biedt de docent de ruimte om zelf invulling te geven aan zijn rol. Traject Welzijn sluit volledig aan bij actuele opvattingen over flexibiliteit en zelfstandig leren. Dat betekent onder andere dat er gewerkt wordt met uitgaven die ingedeeld zijn in thema’s die bestaan uit theorie en de daarbij behorende verwerkingsopdrachten, praktijksituaties en evaluatie middels de studiehulp. Daarnaast komen de beroepsvaardigheden en de houdingsaspecten van de (beginnende) beroepsbeoefenaar expliciet aan de orde. Deze elementen vormen immers een essentieel onderdeel van de beroepsuitoefening. Theoretische onderbouwing Het onderdeel ‘theorie’ voor de basisfase Pedagogisch werk bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie die hoort bij de betreffendewerkprocessen. De leerstof bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De theorieboeken voor de profielfase Pedagogisch werk gaan verdiepend in op de verschillende profielen die worden onderscheiden: P1: Pedagogisch medewerker kinderopvang P2: Gespecialiseerd pedagogisch medewerker P3: Onderwijsassistent Werkboeken De werkboeken sluiten, dankzij hun thema- en hoofdstukindeling, naadloos aan bij de leerstof en indeling van de theorie. Dit geldt zowel voor de leermiddelen gericht op de basisfase als voor de leermiddelen gericht op de profielfase. Via de werkboeken kunnen de studenten zich de leerstof eigen maken door middel van: • verwerkingsopdrachten voor de leerstof in de theorie; • praktijksituaties met opdrachten. De praktijksituaties geven realistische beschrijvingen van de praktijk in de Maatschappelijke zorg. Hierin komen problemen en dilemma’s aan de orde waarmee beroepsbeoefenaren te maken krijgen in hun dagelijkse werk en
waarbij van hen verwacht wordt dat ze met een oplossing en aanpak komen; • het aanleren van beroepsvaardigheden. Het onderdeel ‘vaardigheden’ biedt opdrachten die zijn gericht op het stapsgewijs aanleren van sociaal-agogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden; • thema-opdrachten gericht op integrale verwerking van de afzonderlijke thema’s; • evaluatie met behulp van de studiehulp en reflectie. Deze onderdelen zijn consequent terug te vinden in het volledige aanbod van Traject Welzijn. De combinatie van deze onderdelen maakt het leren vanuit verschillende invalshoeken mogelijk en kan zowel in een onderwijssituatie als in de beroepspraktijk plaatsvinden. Wij hopen dat gebruikers, zowel mbo-studenten als docenten, op een plezierige en zinvolle manier met Traject Welzijn kunnen werken. Heeft u vragen of suggesties, dan stellen wij het bijzonder op prijs als u contact met ons opneemt.
Amersfoort, 2017 Redactie en uitgever
Inhoud
Thema 1 De kinderopvang 1 1.1 1.2
1.3 1.4
1.5
1.6 1.7
1.8 1.9
1.10
19
De pedagogisch medewerker kinderopvang 20 Inleiding 21 Pedagogisch werk door de eeuwen heen 21 1.2.1 500-1800 21 1.2.2 1800-2000 22 1.2.3 De 21e eeuw 23 Vormen van kinderopvang 25 Vormen van opvoedingsondersteuning 28 1.4.1 Piramide van opvoedingsondersteuning 28 1.4.2 Centrum voor Jeugd en Gezin 28 1.4.3 Wijkteam 29 1.4.4 Jeugdgezondheidszorg 29 1.4.5 Zorg- en adviesteam 30 1.4.6 Maatschappelijk Werk 30 1.4.7 Veilig Thuis 30 1.4.8 Raad voor de Kinderbescherming 31 Ondersteuning bij ontwikkelingsachterstanden en beperkingen 1.5.1 Reguliere opvang 31 1.5.2 GeĂŻntegreerde opvang 32 1.5.3 Doelgroepenopvang 32 1.5.4 Gespecialiseerde opvang 33 1.5.5 Externe organisaties 34 Belangenorganisaties 34 Doelgroepen 35 1.7.1 Ontwikkelingsfasen 35 1.7.2 Ontwikkelingstaken 36 1.7.3 Meervoudige intelligentie 40 1.7.4 Anderstalige en tweetalige kinderen 41 1.7.5 Diversiteit 43 Professionele relaties 44 Regels 46 1.9.1 Vierogenprincipe 47 1.9.2 Beroepskracht-kindratio 48 1.9.3 Meldcode 48 Werken in een team 49
1 7
31
1.10.1 1.10.2 1.10.3 1.10.4 1.10.5 2 2.1 2.2
2.3
2.4
2.5
2.6
3 3.1 3.2
3.3
Rollen binnen het team 50 De teamcultuur 50 De ervaren collega versus de nieuwkomer Het begeleiden van stagiaires 51 Het mentorschap 52
51
Opvoeden en begeleiden van kinderen 54 Inleiding 55 Visies op opvoeden 55 2.2.1 Eigen visie op opvoeden 55 2.2.2 Visie van bekende pedagogen 56 2.2.3 Pedagogische visie van een team 58 Pedagogisch Kader, doelen en plan 59 2.3.1 Wat hebben kinderen nodig? 60 2.3.2 Wat willen we bereiken? 61 2.3.3 Wat moeten we daarvoor doen? 63 2.3.4 Pedagogisch beleidsplan 68 Doelgericht werken aan de ontwikkeling van het jonge kind 2.4.1 Van doel naar activiteit 70 2.4.2 Opbrengstgericht werken 71 Pedagogische begeleiding 77 2.5.1 Affectieve ondersteuning 77 2.5.2 Gedragsregulerende ondersteuning 79 2.5.3 Informatieve ondersteuning 81 e 21 -eeuwse vaardigheden 82 2.6.1 Probleem oplossen 84 2.6.2 Creativiteit 85 2.6.3 Sociale en culturele vaardigheden 86 2.6.4 Samenwerken 86 2.6.5 Zelfregulering 87 2.6.6 Kritisch denken 88 2.6.7 Ondernemend zijn 89 2.6.8 Communiceren 90 2.6.9 Digivaardig 91 Kinderen met speciďŹ eke begeleidingsbehoefte 99 Inleiding 100 Problemen in de ontwikkeling of opvoeding 100 3.2.1 Een passende plek voor elk kind 102 3.2.2 CoĂśrdinatie van zorg 102 3.2.3 Signaleren van een probleem 105 3.2.4 Observatie van gedrag 105 Opstellen van een handelingsplan 107 3.3.1 De zes stappen van een handelingsplan 108 3.3.2 Samenwerken met collega’s en andere deskundigen
1 8
69
111
3.4
3.5
3.6
3.7
3.8
Begeleiden van zorgkinderen 111 3.4.1 Begeleiden van kind met een beperking 112 3.4.2 Begeleiden van een kind met een vertraagde ontwikkeling of leerprobleem 3.4.3 Begeleiden van kind met een gedragsprobleem 113 Begeleiding in de groep 117 3.5.1 Voorkomen van problemen 117 3.5.2 Begeleiden van interacties 117 3.5.3 Feedback geven 120 3.5.4 Voorbeeldgedrag 123 Methodische interventies 125 3.6.1 Soorten interventies 126 3.6.2 Methodische interventies in de groep 127 Informatieoverdracht 128 3.7.1 Verzamelen van informatie 129 3.7.2 Formuleren en rapporteren 130 3.7.3 Kindvolgsystemen 133 3.7.4 Overdracht van zorgkinderen 134 Samenwerken met ouders 135 3.8.1 Kennismakingsgesprek 135 3.8.2 Adviesgesprek 136 3.8.3 Zorgen met ouders bespreken 138
Begrippen
139
Thema 2 Kinderdagverblijf en peuterspeelzaal 4 4.1 4.2 4.3
4.4 4.5
4.6 4.7
147
Opvang voor 0- tot 4-jarigen 148 Inleiding 149 Peuterspeelzaal 149 4.2.1 Programma 150 Kinderdagverblijf 150 4.3.1 Programma 151 4.3.2 Kinderdagverblijf-plus 151 Gastouderopvang 152 4.4.1 Gastouderbureau 152 De doelgroep 152 4.5.1 Baby’s 152 4.5.2 Peuters 155 Werken op een peuterspeelzaal 156 4.6.1 De rol van de gespecialiseerd pedagogisch medewerker Werken op een kinderdagverblijf 158 4.7.1 De rol van de gespecialiseerd pedagogisch medewerker
1 9
157 158
113
5 5.1 5.2
5.3
5.4
5.5
5.6
5.7 5.8
5.9 5.10 5.11
6 6.1 6.2
Organisatie van activiteiten voor 0- tot 4-jarigen 160 Inleiding 161 Jaarprogramma’s 161 5.2.1 Jaarprogramma en feesten 161 5.2.2 Jaarprogramma en thema’s 162 Dagprogramma’s 164 5.3.1 Vaste dagindeling 165 5.3.2 Duidelijke overgangsmomenten 165 5.3.3 Dagritmekaarten 165 Vaste dagelijkse activiteiten op een kinderdagverblijf 166 5.4.1 Brengmoment 166 5.4.2 Eten en drinken 167 5.4.3 Slapen 168 5.4.4 Ophalen 169 Vaste dagelijkse activiteiten op peuterspeelzaal en peutergroep 5.5.1 Inloop 170 5.5.2 Vrije spel 171 5.5.3 Opruimen 171 5.5.4 Eten en drinken 171 5.5.5 Buitenspelen 172 5.5.6 Ophalen en afsluiten 172 Doelgerichte activiteiten 173 5.6.1 Ervaringen opdoen 173 5.6.2 Ervaringen benoemen 173 5.6.3 Activiteiten en ontwikkelingsgebieden 173 5.6.4 Grote groep of kleine groep? 175 Ontwikkelingsgericht werken 175 Ontwikkelingsstimuleringsprogramma's 177 5.8.1 Piramide 178 5.8.2 Kaleidoscoop 179 5.8.3 Startblokken (en basisontwikkeling) 180 Vrije activiteiten 181 Methodisch werken bij activiteiten 182 Groepsruimte en hoeken 184 5.11.1 Groepsruimte en hoeken 184 5.11.2 Boekenhoek 185 5.11.3 Bouwhoek 187 5.11.4 Huishoek 187 5.11.5 Buitenruimte 188 Het uitvoeren van activiteiten voor 0-4-jarigen Inleiding 192 Motorische activiteiten 192 6.2.1 Geef vertrouwen in eigen kunnen 192 6.2.2 Fysieke veiligheid 193
1 10
191
170
6.3
6.4
6.5 6.6
6.7
6.8
7 7.1 7.2
7.3
6.2.3 Observeren 193 Reken- en wiskundeactiviteiten 193 6.3.1 Rekenkundige begrippen en getalinzicht 194 6.3.2 Ruimtelijke oriëntatie en meten 194 Taalactiviteiten 195 6.4.1 Taalstimulerende interactie 195 6.4.2 Taalactiviteiten in de kleine kring 197 6.4.3 Interacties tussen kinderen bevorderen 197 6.4.4 Lezen en voorlezen 197 6.4.5 Een verhaal vertellen 199 Sociaal-emotionele activiteiten 201 6.5.1 Kringritueel 201 Digitale activiteiten 203 6.6.1 Apps voor kinderen 203 6.6.2 Digitale prentenboeken 203 6.6.3 Digitaal is vaak interactief 204 6.6.4 Klein scherm of groot scherm 205 Beeldende activiteiten 205 6.7.1 Ontdekkend bezig zijn 205 6.7.2 Met je lijf 205 6.7.3 Spelverhaal gebruiken 205 6.7.4 Eigen creativiteit 206 Muziekactiviteiten 206 6.8.1 Muziek met baby’s 206 6.8.2 Zingen 206 6.8.3 Zelf muziek maken 207 6.8.4 Muziek- en luisterspelletjes 207 6.8.5 Dans en beweging 207 Huishoudelijke en verzorgende taken bij 0- tot 4-jarigen Inleiding 210 Voeding in de kinderopvang 210 7.2.1 Eetmomenten 210 7.2.2 Voedingsritme van een baby 211 7.2.3 Flesvoeding bereiden 211 7.2.4 Borstvoeding 212 7.2.5 Hoe geef je de fles? 212 7.2.6 Flesjes en spenen schoonmaken 213 7.2.7 Spenen 213 7.2.8 Eerste hapjes 214 7.2.9 Voeden met een lepeltje 214 7.2.10 Peuters en voeding 214 Sanitaire ruimten 216 7.3.1 Verschoonmomenten 217 7.3.2 De inrichting 217
1 11
209
7.4
7.5
7.6
7.7 7.8 7.9
7.10 7.11 7.12
7.3.3 Aankleedtafel 218 7.3.4 Hygiëne 218 7.3.5 Soorten luiers 219 7.3.6 Zindelijkheidstraining 220 Slapen op het kinderdagverblijf 221 7.4.1 Kinderen naar bed brengen 221 7.4.2 Veiligheidseisen voor de slaapruimte 222 7.4.3 Toezicht in de slaapruimten 223 7.4.4 Soorten bedden 223 7.4.5 Veiligheidseisen voor bedden 224 7.4.6 Matrassen 225 7.4.7 Opmaken van een bed 225 Zieke kinderen 227 7.5.1 Koorts 227 7.5.2 Kinderziekten 228 7.5.3 EHBO 228 Hygiënisch werken 228 7.6.1 Micro-organismen 229 7.6.2 Bedrijfshygiëne 229 7.6.3 Voedingsmiddelen en hygiëne 230 7.6.4 Lunch 232 7.6.5 Tienuurtje en fruithapje 233 7.6.6 Flesvoeding 233 7.6.7 Moedermelk 236 7.6.8 Hygiënisch werken waarborgen 236 Afwassen met de hand of in de vaatwasser 237 Wassen van textiel 237 7.8.1 Gebruik wasmachine en wasdroger 238 Opruimen en schoonmaken 239 7.9.1 De binnenruimte opruimen 239 7.9.2 De buitenruimte opruimen 239 7.9.3 Schoonmaken 240 Afvoeren van afval 241 De rol van de GGD 242 Risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid 243
Bijlage 1 Voorbeeld checklist hygiënisch werken op het kinderdagverblijf Bijlage 2 Fragment uit de risico-inventarisatie veiligheid (RIV) Begrippen
251
1 12
249
245
Thema 3 Buitenschoolse opvang (bso) 8 8.1 8.2
8.3
8.4
9 9.1 9.2
9.3
9.4
9.5
9.6
9.7
9.8 9.9
255
Opvang voor 4- tot 12-jarigen 256 Inleiding 257 Bso 257 8.2.1 Programma 257 8.2.2 Thema-bso 258 De doelgroep 259 8.3.1 Kleuters 259 8.3.2 Jonge schoolkinderen 260 8.3.3 Oudere schoolkinderen 263 Werken op een bso 264 8.4.1 Rol van de gespecialiseerd pedagogisch medewerker 264 Organisatie van activiteiten voor 4- tot 12-jarigen 266 Inleiding 267 Programmastructuur op de bso 267 9.2.1 Vrije en doelgerichte activiteiten 268 9.2.2 Thema’s en jaarplanning 269 Vakantieprogramma’s op de bso 269 9.3.1 Activiteiten binnen het budget 270 9.3.2 Vervoer 270 9.3.3 Algemene vakantieactiviteitenprogramma’s 271 9.3.4 Bekendmaken van vakantieprogramma 271 Inspraak van kinderen bij activiteitenprogramma 271 9.4.1 Belang van inspraak 272 9.4.2 Speelse werkvormen voor inspraak 272 Vaste dagelijkse activiteiten 273 9.5.1 Halen uit school 273 9.5.2 Binnenkomst 274 9.5.3 Eten en drinken 274 9.5.4 Afsluiting van de dag 274 Organisatie van activiteiten 275 9.6.1 Voorbereiding van activiteiten 275 9.6.2 Gevarieerd activiteitenaanbod 276 Vrije activiteiten 276 9.7.1 Vrije tijd en verveling 278 9.7.2 Zinvolle vrijetijdsbesteding 278 9.7.3 Actieve en passieve bezigheden 278 9.7.4 Zelf een plan maken 279 Doelgerichte activiteiten 279 9.8.1 Activiteitenplan in de bso 280 Hobby’s en hobbyontwikkeling 280 9.9.1 Hobbyontwikkeling 281 9.9.2 Welke hobby’s zijn er zoal? 282
1 13
9.10
10 10.1 10.2
10.3
10.4 10.5
10.6
10.7
10.8
10.9
Inrichting van de buitenschoolse opvang 282 9.10.1 Ontmoetingsruimte 283 9.10.2 Crea-ruimte 285 9.10.3 Ruimte voor expressieve activiteiten 285 9.10.4 Ruimte voor bouw- en techniekactiviteiten 9.10.5 Buitenruimte bso 286
286
Het uitvoeren van activiteiten voor 4- tot 12-jarigen 288 Inleiding 289 Buiten spelen 289 10.2.1 Leerervaringen 290 10.2.2 Emotionele veiligheid waarborgen 290 10.2.3 Grenzen van het terrein 290 Vrije media-activiteiten 290 10.3.1 Tips voor computergebruik 291 10.3.2 Tips voor televisiegebruik 292 10.3.3 Tips voor smartphonegebruik 292 Sociale activiteiten 292 10.4.1 Spelletjesaanbod op de bso 292 Bewegingsactiviteiten 293 10.5.1 Rekening houden met de leeftijd 293 10.5.2 Spelvormen 294 10.5.4 De begeleiding van spelvormen 296 10.5.5 Bewegingsvormen oefenen met speelmaterialen en -toestellen Educatieve activiteiten 297 10.6.1 Kwartetspel 297 10.6.2 Ganzenbord 297 10.6.3 Legpuzzel 298 10.6.4 Memory 298 10.6.5 Quiz 298 Natuuractiviteiten 299 10.7.1 Eropuit trekken in de natuur 299 10.7.2 Zelf planten of zaaien en oogsten 300 10.7.3 Herbarium maken 301 Creatieve activiteiten 302 10.8.1 Kijken 302 10.8.2 Fantasie 302 10.8.3 Inspiratie 302 10.8.4 Uitbeelden 303 10.8.5 Beeldaspecten 303 10.8.6 Materialen 307 10.8.7 Technieken 309 10.8.8 Samen evalueren 310 10.8.9 Werken tentoonstellen 311 Techniekactiviteiten 311
1 14
296
10.9.3 10.10
10.11
10.12 10.13
10.14
11 11.1 11.2
11.3 11.4
11.5
10.9.1 Techniekhoek 312 10.9.2 Voorbeelden van techniekactiviteiten 312 Veilig werken met techniek 313 Drama-activiteiten 313 10.10.1 Speloefeningen 314 10.10.2 Rollenspelen 315 10.10.3 Activiteit met optreden 316 10.10.4 Begeleiding van drama-activiteiten 317 10.10.5 Materialen voor drama-activiteiten 318 Muziekactiviteiten 318 10.11.1 Muzikale oriëntatie 319 10.11.2 Samen muziek maken 320 10.11.3 Activiteiten met muziek en bewegen 321 Digitale activiteiten 323 10.12.1 Programmeren, websites en games maken 323 Voorlezen 324 10.13.1 Voorleesvarianten 325 10.13.2 Voorlezen voorbereiden 326 10.13.3 Organisatie van het voorlezen 327 10.13.4 Het voorlezen zelf 327 10.13.5 Verhalen vertellen 328 Kookactiviteiten 328 10.14.1 Veiligheid en hygiëne 329 10.14.2 Cursus of workshop koken 329 10.14.3 Kinderkookcafé 330 Huishoudelijke en verzorgende taken bij 4- tot 12-jarigen 331 Inleiding 332 Voeding op de bso 332 11.2.1 Zelfstandigheid bevorderen 332 11.2.2 Gezonde voeding 333 11.2.3 Eetmomenten 335 11.2.4 Fruit eten op de bso 335 11.2.5 Voeding op de sport bso 336 Sanitaire ruimten 337 11.3.1 Naar het toilet gaan 337 Persoonlijke verzorging 339 11.4.1 Praten over persoonlijke verzorging 339 11.4.2 Discreet met lichaamscontact 340 11.4.3 Vierogenprincipe bij de bso? 341 11.4.4 Seksualiteit 341 11.4.5 Seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen kinderen 341 11.4.6 Seksueel overschrijdend gedrag tussen pedagogisch medewerker en kind Zieke kinderen 342 11.5.1 Gebruik van medicijnen op de bso 343
1 15
342
11.6
11.7 11.8
11.9
11.5.2 Hoest- en niesdiscipline 344 Hygiënisch en veilig werken 345 11.6.1 Hygiënecode 345 11.6.2 Veiligheid van keukenapparatuur Wassen van textiel 346 11.7.1 Een vlekje in de kleding 346 Opruimen en schoonmaken 347 11.8.1 Microvezeldoekjes 347 11.8.2 Speelgoed schoonmaken 348 11.8.3 Binnenruimte opruimen 348 11.8.4 Buitenruimte opruimen 348 Veiligheid 349
345
Bijlage 1 Voorbeeld checklist hygiënisch werken
352
Bijlage 2 Fragment uit de ‘Jaarlijkse actielijst veiligheid en gezondheid’ Begrippen
357
Register
359
Illustratieverantwoording
366
Thema 4 tot en met 7 vind je in deel B.
1 16
355
1 17
1 1
1 THEMA
De kinderopvang
Kern
Specifieke begeleidingsbehoefte De opvoeding, ontwikkeling en het leren van kinderen gaan niet altijd vanzelf. Het is een van jouw taken om inzicht te krijgen hoe dit verloopt. Door goed te observeren kom je erachter als er iets aan de hand is. Samen met ouders en collega’s maak je afspraken over een gestructureerde aanpak als er een probleem is. Bij de begeleiding van een zorgkind werk je met een handelingsplan. Dit maakt transparant wie wat doet en welke afspraken er zijn. In de begeleiding van zorgkinderen maak je een onderscheid tussen kinderen met een fysieke beperking, een vertraagde ontwikkeling of leerprobleem en kinderen met een gedragsprobleem. Je stemt je aanpak daarop af. In de begeleiding van kinderen is een goed contact met ouders van groot belang. Dat geldt zeker voor kinderen die speciale aandacht en zorg nodig hebben. Een gespecialiseerd pedagogisch medewerker wisselt voortdurend informatie uit met ouders, collega’s, externe deskundigen. Om de ontwikkeling van kinderen in kaart te brengen maken organisaties gebruik van een kindvolgsysteem om te beoordelen of je wel de juiste begeleiding geeft.
In de kinderopvang is geen dag hetzelfde. Het enige dat niet verandert, is dat je werkt met kinderen. Dat is hartstikke leuk, maar het betekent ook dat je goed moet weten welke regels er op dit moment gelden. Dat je veel moet weten van het opvoeden en begeleiden van kinderen. En dat je weet hoe je om moet gaan met kinderen die een achterstand of probleem hebben. Pedagogisch werk Om een goed beeld te krijgen van het werkveld is het belangrijk – en bovendien zeer interessant en leuk – om ook een beeld te hebben van de geschiedenis van pedagogisch werk. Voor jou betekent dat kinderopvang, opvoedingsondersteuning en gespecialiseerde opvang. Als je weet waar ‘het’ vandaan komt, kun je daaruit lessen leren voor je werk nu en in de toekomst. Daarbij is uiteraard ook een goed beeld nodig van verschillende vormen en doelgroepen. Er is tegenwoordig veel aandacht voor kwaliteitseisen in de kinderopvang. De wetgeving op dat gebied wordt voortdurend aangescherpt. Opvoeden en begeleiden van kinderen Wie met kinderen werkt, heeft een visie nodig op opvoeden. Een team in de kinderopvang heeft één gezamenlijke visie als richtlijn voor het pedagogisch en didactisch handelen van alle medewerkers. Organisaties in de kinderopvang werken daarbij vanuit pedagogische basisdoelen.
1 19
1 De pedagogisch medewerker kinderopvang Sonja de Vries werkte van 1927 tot 1937 als kinderpedagogisch medewerker bij de kinderbewaarplaats aan de Hugo de Grootstraat in Amsterdam gewerkt. Zij vertelt: ‘De moeders brachten hun kinderen in een soort wachtkamer. Daar zat de directrice en die inde het geld. En daar gingen wij de kinderen ook halen. De moeders kwamen nooit binnen. Als ze de kinderen afhaalden, werden deze bij de poort aan de moeders overhandigd. Wanneer de kinderen binnenkwamen gingen in ieder geval de baby’s in bad en kregen ze kleren aan van de crèche. De kleuters en peuters gingen twee keer in de week in bad en kregen roodgeblokte kieltjes aan. De baby’s kregen tot de luiers aan toe alles van de crèche aan. Sommige kinderen hadden vieze oude kleren aan en dan was het ook wel nodig om ze te wassen. Daarna kregen ze pap en ’s middags om twaalf uur kregen ze warm eten. Een schep op het bord. Van die blauwe emaillen bordjes. En om vier uur ’s middags kregen ze weer een boterham. Tussendoor werd er geslapen. De baby’s lagen het grootste gedeelte van de tijd in hun wiegjes. In je eentje voor 21 baby’s zorgen is veel werk. Ik probeerde ze wel liefde en aandacht te geven maar door het gebrek aan tijd schoot dat er vaak bij in. De oudere kinderen las je voor, ze speelden buiten in de zandbak of op de waranda. De toenmalige directrice speelde ook wel eens piano.’ Tekst: Anja Vink Bron: www.npogeschiedenis.nl
1 20
1
1.1
Inleiding
de omgeving of op de liefdadigheid van (rijke) burgers en geestelijken. In de middeleeuwen (500-1500) speelde de rooms-katholieke kerk een belangrijke rol. Priesters, paters en nonnen zorgden bijvoorbeeld voor onderdak en verzorging van weeskinderen. Een weeskind is een kind zonder ouders. Weeskinderen kregen ook scholing in kloosters of internaten. Vanaf 1600 betaalden ook steeds vaker rijke burgers het welzijnswerk. Het ging daarbij niet alleen om het geven van directe zorg en hulp, maar ook om opvoeding. De rijken haalden zelf pedagogisch werkers in huis om de verzorging en opvoeding van hun kinderen op zich te nemen. Kindermeisjes en gouvernantes waren twee typische pedagogische beroepen uit die tijd. Het was de taak van het kindermeisje om voor kleine kinderen te zorgen. Een gouvernante zorgde voor de oudere kinderen, waarbij ze vaak ook les gaf. Tot ver in de 20e eeuw kwam je bij welgestelde families gouvernantes tegen. Het kindermeisje kom je zelfs vandaag de dag nog tegen als ‘nanny’. Een nanny is een gespecialiseerd pedagogisch medewerker aan huis.
Het werk in een kinderopvangorganisatie is dynamisch. Geen dag is hetzelfde. Je krijgt met heel veel mensen te maken: leidinggevenden, teamgenoten, kinderen, ouders van kinderen, opa’s en oma’s. Al die mensen zijn verschillend. Voor jou is het de uitdaging om je gedrag aan te passen aan al die verschillende mensen en situaties. Je krijgt ook te maken met wetten die geregeld veranderen. Regelmatig komen er nieuwe protocollen die jij moet uitvoeren. Soms verandert het team. Vaak verzinnen jullie samen nieuwe thema’s of activiteiten. En ga zo maar door. Ben jij klaar voor de kinderopvang? Dit hoofdstuk behandelt de volgenfe onderwerpen: • pedagogisch werk door de eeuwen heen; • organisaties; • doelgroepen; • professionele relaties; • regels; • werken in een team.
1.2
De pedagogisch medewerker kinderopvang
Pedagogisch werk door de eeuwen heen
Opvang van kinderen bestaat al sinds het begin van de middeleeuwen. Alleen leek het vroeger meer op de huidige gastouderopvang, maar dan zonder al die regels. Hoe meer je weet over de geschiedenis van het pedagogisch werk, des te beter begrijp je de werkwijze van nu. Je kunt er veel van leren en ideeën opdoen. 1.2.1
Figuur 1.1 De nanny is weer helemaal ‘in’!
500-1800
Lange tijd is de opvang en opvoeding van kinderen in handen geweest van het gezin, de familie, vrienden en kennissen. Ouders of alleenstaande moeders die niet voor hun kinderen konden zorgen, waren aangewezen op hulp van
1 21
De kinderopvang
Keuzedeel ‘Gekwalificeerd nanny’ Wist je dat er vanaf 2016 ook een keuzedeel ‘Gekwalificeerd nanny’ bestaat? Dit keuzedeel is gekoppeld aan jouw opleiding tot ‘Gespecialiseerd pedagogisch medewerker’. Volgens de overheid is de vraag naar nanny-opvang de afgelopen jaren gegroeid. Een nanny werkt, net als vroeger, zelfstandig in een gezin. Daar verzorgt ze kinderen. Ze helpt ook bij de ontwikkeling en de opvoeding.
1.2.2
Figuur 1.2 Bewaarschool anno 1914
(1985) is dat groep 1 en 2 van de basisschool. Op kleuterscholen ging het niet meer zozeer om opvang, maar om onderwijs. Vrouwen bleven in die tijd meestal thuis om te zorgen voor de kinderen. Als er opvang nodig was, regelden ze dat met buren of familieleden.
1800-2000
Vanaf 1800 speelde het begrip volksopvoeding een belangrijke rol in de pedagogische visie. Volksopvoeding moest ervoor zorgen dat iedereen zich gedroeg volgens de geldende waarden en normen. Werken en jezelf goed gedragen waren daarbij het ideaal. Het was de tijd van de industriële revolutie. Steeds meer mensen trokken in die periode van het platteland naar de stad. Daar gingen ze werken in fabrieken. Veel gezinnen waren zo arm dat niet alleen mannen, maar ook vrouwen en zelfs kinderen moesten werken. Om kinderarbeid tegen te gaan, regelde de overheid kinderopvang. Rond 1900 sprak je dan van kinderbewaarscholen of kinderbewaarplaatsen. Uit deze vorm van opvang ontstond later (1920) de kleuterschool. Sinds de Wet op het basisonderwijs
1880 Cursussen
1901 Consultatiebureau
1911 Reizend museum
1922 Huis voor ouders
Ouderondersteuning Rond 1900 werden ook voor het eerst initiatieven ontwikkeld om ouders te begeleiden bij de opvoeding van hun kinderen. Aletta Jacobs organiseerde in 1880 cursussen over de verzorging van baby’s. In 1901 werd het eerste consultatiebureau geopend. Maria Sandberg bepleitte in die jaren de oprichting van moederscholen. Die kwamen er overigens niet. De gangbare mening was nog steeds dat ouders dit ‘van nature’ zouden moeten kunnen. Sandberg kreeg het wel voor elkaar dat er een reizend museum voor ouders en opvoeders, oudercursussen, een vereniging (tot
1928 Consultatiebureau voor moeilijke kinderen
Figuur 1.3 De ontwikkeling van opvoedingsondersteuning
1 22
1977 Opvoedwinkel
2005 Bureau Jeugdzorg
2007 CJG
2015 Verantwoordelijkheid bij de gemeente
1
De pedagogisch medewerker kinderopvang
viteiten draaien, meer nog dan op een peuterspeelzaal, om opvoeding en ontwikkeling.
bevordering van het onderwijs in kinderverzorging en opvoeding) en een tijdschrift (voor kinderverzorging en opvoeding) kwamen. In 1922 kwam er een ‘Huis voor ouders’. Die organisatie verstrekte vooral informatie over verzorging en opvoeding. In 1928 werd het eerste consultatiebureau voor moeilijke kinderen opgericht. Pedagogiek en jeugdgezondheidszorg werden in die jaren nog gezien als twee werelden. Pas in de jaren zeventig van de vorige eeuw werden beide terreinen steeds meer geïntegreerd. Toen kwamen er opvoedwinkels en pedagogische bureaus van de kruisvereniging.
Ouders
Kinderopvang
Werkgevers
Bedrijfscrèches Het duurt tot de jaren zestig van de vorige eeuw voor er weer georganiseerde kinderopvang komt. In die periode gaan steeds meer vrouwen buitenshuis werken. De kinderopvang begint dan ook met bedrijfscrèches. Omdat het aantal werkende vrouwen blijft toenemen, komen er ook meer andere vormen van opvang. Vanaf de jaren zeventig ontstaan eerst peuterspeelzalen en iets later kinderdagverblijven. Bij beide speelde de overheid een belangrijke rol, vooral ook op het terrein van financiering. De overheid vindt het zo belangrijk dat vrouwen de kans krijgen om te gaan werken, dat ze in die jaren een stimuleringsbeleid voert. Dat beleid is erop gericht het aantal peuterspeelzalen en kinderdagverblijven te laten groeien. Een peuterspeelzaal was, en is nog steeds, bedoeld voor kinderen van 2 tot 4 jaar. Ze gaan daar meestal één of twee dagdelen per week naar toe. De activiteiten zijn vooral gericht op het (leren) spelen in een groep en het stimuleren van de ontwikkeling. Op een peuterspeelzaal werken gespecialiseerd pedagogisch medewerkers vaak samen met vrijwilligers en soms ook met ouders. Een kinderdagverblijf is voor kinderen van 0 tot 4 jaar. Daar kunnen dus ook baby’s worden opgevangen. Vrijwel alle kinderdagverblijven zijn open van ’s ochtends tot vroeg in de avond. En dat vijf dagen per week. Ook daarin verschilt een kinderdagverblijf van een peuterspeelzaal. De acti-
Overheid
Figuur 1.4 Vanaf 1990 is er sprake van een tripartiet systeem. Kinderopvang wordt gedragen door drie partijen: ouders, overheid en werkgevers
1.2.3
De 21e eeuw
In 2003 wordt in de wet vastgelegd dat opvoedingsondersteuning een van de taken van de jeugdgezondheidszorg is. Pedagogiek en Jeugdzorg worden daarmee formeel geïntegreerd. Dat leidde in 2005 tot het Bureau jeugdzorg, dat op provinciaal niveau de toegangspoort tot alle instanties voor opvoedingsondersteuning werd. In 2007 werd het eerste Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) geopend. Het CJG ging op gemeentelijk niveau gezinnen ondersteunen die vragen hadden over opvoeden en oproeien. Sinds 2015 zijn gemeenten volledig verantwoordelijk voor opvoedingsondersteuning. Sommige gemeenten organiseren dat nog steeds via een CJG. Andere gemeenten hebben sociale (wijk) teams, jeugdteams of websites met complete zorg- en opvoedinformatie. Bezuinigen op kinderopvang Rond 2000 ging de overheid steeds meer bezuinigen op kinderopvang. Daardoor werd een
1 23
De kinderopvang
Professionalisering Vroeger mocht iedereen zich bezighouden met kinderopvang. Je leerde het werk in de praktijk. Duidelijke eisen ontbraken. Een opleiding was er ook niet. Pas in 1899 werd in Amsterdam de eerste school voor sociale arbeid opgericht. Je begrijpt waarschijnlijk wel dat met de steeds strenger wordende kwaliteitseisen een goede opleiding en voortdurende bijscholing noodzakelijk zijn. Je bent professioneel als je over de juiste kennis en vaardigheden beschikt. Dat houdt dus ook in dat je na je opleiding je deskundigheid op peil houdt.
steeds hogere bijdrage van ouders noodzakelijk. In die periode zat Nederland ook nog eens in een economische crisis. De werkloosheid steeg en de vraag naar kinderopvang nam mede daardoor af. In 2016 heeft de overheid voor het eerst weer extra geld vrijgemaakt voor het pedagogisch werk. Voor jouw kansen op de arbeidsmarkt is dit gunstig. De komende jaren wordt een groei in werkgelegenheid voor gespecialiseerd pedagogisch medewerkers verwacht.
Aantal banen kinderopvang stijgt met 7000 (september 2015)
Adviezen
Prognoses werkgelegenheid positief (augustus 2016)
De Sociaal Economische Raad (SER) adviseert de minister meer te investeren in kinderopvang. Als het aan de SER ligt, wordt er de komende periode meer geïnvesteerd in voorzieningen voor jonge kinderen. Allereerst in stimuleringsprogramma’s zoals VVE, maar ook in een betere toegankelijkheid van de voorzieningen, een aanbod voor alle kinderen, minder versnippering van het aanbod, betere beroepsopleiding en continue professionalisering van beroepskrachten.
Bron: KinderopvangTotaal
Harmonisatie In de 21e eeuw neemt de landelijke overheid aan de ene kant meer afstand. De verantwoordelijkheid voor opvang komt weer meer te liggen bij de kinderopvangorganisaties zelf, bij de gemeente en bij de burgers. Aan de andere kant stuurt de regering wel op de kwaliteit van de opvang. Daarbij speelt de Wet OKE (Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie) een belangrijke rol. Deze wet heeft geleid tot de Harmonisatie kinderopvang-peuterspeelzaalwerk. Dat houdt een gelijkschakeling in van de regels voor kinderdagverblijven en peuterspeelzalen. De gelijkschakeling zie je terug in: • het vierogenprincipe; • de beroepskracht-kindratio; • het pedagogisch beleidsplan; • scholing van medewerkers op ontwikkelingsachterstanden.
Bron: KinderopvangTotaal
IKC Door de eeuwen heen zie je dat er een verschil is tussen kinderopvang en onderwijs. Tot nu toe! Er is namelijk een ontwikkeling richting brede scholen en IKC gaande. Met een brede school bedoelen we verschillende voorzieningen gericht op kinderen en jongeren die samenwerken, bij voorkeur in één gebouw, met de school als middelpunt. Een IKC is een Integraal kindcentrum. Dat is een organisatie waar opvoeding, opvang, onderwijs, ontspanning en ontwikkeling worden aangebo-
1 24
1
den. Bij een IKC gebeurt dat vanuit dezelfde pedagogische visie, binnen één organisatie en met één team. Je komt in dat verband ook wel de term kindcentra 2020 tegen.
De pedagogisch medewerker kinderopvang
inherent aan deze voorziening. Organisaties uit kinderopvang, peuterspeelzalen en onderwijs kunnen, op gelijkwaardige basis, opgaan in deze Kindcentra 2020 en één nieuwe organisatie vormen.
Kindcentra 2020
Intensief Kindcentra 2020 zijn ‘communities’, waarin intensief wordt samengewerkt met (jeugd) zorg en welzijn. Pedagogische professionals in deze Kindcentra 2020 werken vanuit het belang van de kinderen, met kennis vanuit verschillende disciplines.
Het kan beter voor kinderen en voor ouders, voor de samenleving van nu en de samenleving van de toekomst. Vanuit het belang van een optimale ontwikkeling van kinderen – de burgers van de toekomst – streven partijen naar integrale voorzieningen voor alle kinderen (en hun ouders) van 0 tot en met 12 jaar: Kindcentra 2020.
Bron: www.kindcentra2020.nl
Zelfs in gemeenten die (nog) niet overgaan tot integrale kindcentra zie je steeds vaker goede en gelijkwaardige samenwerking tussen basisscholen en voorschoolse voorzieningen. In zo’n opzet moet je als gespecialiseerd pedagogisch medewerker kunnen functioneren in twee werkvelden: kinderopvang en onderwijs. Je spreekt wel van een combifunctionaris.
1.3
Vormen van kinderopvang
Jij hebt gekozen voor de opleiding pedagogisch medewerker kinderopvang. Met kinderopvang bedoelen we verschillende vormen van opvang onder professionele begeleiding voor kinderen van 0 tot 12 jaar in de tijd dat hun ouders/verzorgers werken of studeren. Bij alle vormen van kinderopvang mag je ook de term kindercentrum gebruiken. Niet alle vormen die we behandelen vallen onder de Wet Kinderopvang, maar we behandelen ze wel omdat jij er aan het werk zou kunnen. Denk aan een: • kinderdagverblijf; • gastouderopvang; • buitenschoolse opvang; • tussenschoolse opvang; • brede school;
Eén visie In dit kindcentrum wordt gewerkt volgens één pedagogische visie op ontwikkeling en educatie. Kinderen worden in staat gesteld om hun talenten optimaal te ontwikkelen; doorlopende ontwikkelingslijnen, dagarrangementen en kindnabije zorg zijn
1 25
THEORIEBOEK NIVEAU 4
P2-K1-W1 Voert gesprekken met de ouders/vervangende opvoeders en het kind P2-K1-W2 Stelt een (gespecialiseerd)activiteitenprogramma op P2-K1-W3 Ontwikkel (mede) een begeleidingsplan P2-K1-W4 Biedt (gespecialiseerde) opvang P2-K1-W5 Biedt persoonlijke verzorging P2-K1-W6 Draagt zorg voor huishoudelijke werkzaamheden P2-K1_W7 Biedt (specifieke) ontwikkelingsgerichte activiteiten aan P2-K2-W1 Voert coรถrdinerende taken uit P2-K2-W2 Bouwt en onderhoudt een netwerk P2-K2-W3 Voert beleidsondersteunende taken uit P2-K2-W4 Voert beheertaken uit
TRAJECT WELZIJN
Deze uitgave Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Pedagogisch werk.
PW
De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaal-agogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- /reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff.nl/trajectwelzijn.
Auteurs: M. Baseler J. de Bas A. van Beurden I.M. de Jonge R.F.M. van Midde A.C. Verhoef
pedagogisch werk
Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW DEEL A THEORIEBOEK
De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.
Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW Deel A
Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde
9 789006 622270
MBO_TB_190x270mm_GespPedaMede_DeelA_N4.indd All Pages
30/08/17 08:25
THEORIEBOEK NIVEAU 4
P2-K1-W1 Voert gesprekken met de ouders/vervangende opvoeders en het kind P2-K1-W2 Stelt een (gespecialiseerd)activiteitenprogramma op P2-K1-W3 Ontwikkel (mede) een begeleidingsplan P2-K1-W4 Biedt (gespecialiseerde) opvang P2-K1-W5 Biedt persoonlijke verzorging P2-K1-W6 Draagt zorg voor huishoudelijke werkzaamheden P2-K1_W7 Biedt (specifieke) ontwikkelingsgerichte activiteiten aan P2-K2-W1 Voert coรถrdinerende taken uit P2-K2-W2 Bouwt en onderhoudt een netwerk P2-K2-W3 Voert beleidsondersteunende taken uit P2-K2-W4 Voert beheertaken uit
TRAJECT WELZIJN
Deze uitgave Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Pedagogisch werk.
PW
De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaal-agogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- /reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff.nl/trajectwelzijn.
Auteurs: M. Baseler J. de Bas A. van Beurden I.M. de Jonge R.F.M. van Midde A.C. Verhoef
pedagogisch werk
Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW DEEL B THEORIEBOEK
De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.
Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW Deel B
Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde
9 789006 622270
MBO_TB_190x270mm_GespPedaMede_DeelB_N4.indd All Pages
30/08/17 08:32
Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW NIVEAU 4
THEORIEBOEK
NIVEAU 4
Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW M. BASELER J. DE BAS A. VAN BEURDEN I.M. DE JONGE R.F.M. VAN MIDDE A.C. VERHOEF
Onder redactie van: M.H.A.J. GLOUDEMANS R.F.M. VAN MIDDE
pedagogisch werk
Colofon Auteurs M. Baseler J. de Bas A. van Beurden I.M. de Jonge R.F.M. van Midde A.C. Verhoef Redactie M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde
Met medewerking van: Kind & Co Sandra Groenendijk, Nieuwegein Niels Kemper, Almere (Montris Kinderopvang)
Vormgeving binnenwerk en omslag Studio Fraaj, Rotterdam
Fotografie omslag Mathilde Karrèr
Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort Over ThiemeMeulenhoff Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een Over ThiemeMeulenhoff grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus learning design company. We brengen content, leerontwerp en ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leergroeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht wettelijk verschuldigde te voldoen aan Stichting Publicaoplossingen zijn we een partner voorenscholen bij ervoor het vernieuwen doen aan de verschillen tussen lerenden scholen en zorgen dat en leren steeds persoonlijker, effectieververgoedingen en efficiënter wordt. tie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan Samen leren vernieuwen. Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewersteeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. www.thiememeulenhoff.nl ken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken Samen leren vernieuwen. ISBN 9789006622270 van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. Eerste druk, eerste oplage, 2017 www.thiememeulenhoff.nl De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2017 volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen ISBN 978 90 06 62227 0 zekereinrechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot indeenige Eerste druk, eerste oplage, 2017 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, uitgever of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de wenden. uitgever. © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2017 Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17
Alle rechten voorbehouden. Niets uit wettelijk deze uitgave mag worden ver- te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus Auteurswet 1912, dient men de daarvoor verschuldigde vergoedingen veelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het gegevensbestand, overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich de uitgever Voor meer informatie gebruik van is muziek, film het maken van kopieën in het onderwijs zie www. of openbaar gemaakt, in tot enige vorm ofteopwenden. enige wijze, hetzij elektro- over hetDeze uitgave volledig COen -neutraal geproduceerd. 2 auteursrechtenonderwijs.nl. nisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere maHet voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. nier, zonderheeft voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Ditbepalingen. betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijzerechten heeft plaatsgevonden. De uitgever ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke Degenen die desondanks menen zekere te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
Ten geleide
De afgelopen jaren zijn de beroepsopleidingen voor Maatschappelijke zorg, Pedagogisch werk en Sociaal werk aangepast aan de ontwikkelingen in de beroepspraktijk. De veranderde eisen aan het beroep en de beroepsuitoefening zijn uitgewerkt in nieuwe kwalificatiedossiers. Deze kwalificatiedossiers, opgebouwd uit kerntaken en werkprocessen, vormen de basis voor de inrichting van de huidige opleidingen binnen Welzijn. De leermiddelen van Traject Welzijn zijn ontwikkeld voor en sluiten aan bij deze kwalificatiedossiers. De Pedagogisch werker Pedagogisch werkers werken in de kinderopvang, het onderwijs of in een combinatievorm van beide. De student kan kiezen voor het profiel pedagogisch medewerker kinderopvang, gespecialiseerd medewerker kinderopvang of onderwijsassistent. De doelgroep van de pedagogisch werker is zeer divers, en bestaat onder andere uit: • kinderen tot twaalf jaar zonder problemen; • kinderen tot twaalf jaar met een achterstand, een leer- of gedragsprobleem; • jongeren vanaf twaalf jaar zonder problemen; • jongeren met gedrags- en opvoedingsproblemen; • kinderen en jongeren met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking. Het kwalificatiedossier Pedagogisch werk vormt de basis voor de inrichting van de huidige opleidingen voor beroepen in dit domein. Het leermiddelenaanbod voor de opleiding Pedagogisch werk – die deel uitmaakt van Traject Wel-
zijn – is gebaseerd op vier belangrijke uitgangspunten: • de leermiddelen zijn ontwikkeld vanuit de beroepsuitoefening. Het beroepsonderwijs binnen Traject Welzijn wordt in belangrijke mate bepaald door de aard van de ondersteuningsvragen en door de context waarin de beroepsuitoefening plaatsvindt; • sterk didactisch concept. De leermiddelen zijn ontwikkeld op basis van leerstijlen en leer ervaringen van mbo-studenten. Traject Welzijn houdt rekening met de verschillende leerstijlen van mbo-studenten en verschillende onderwijsstijlen van docenten; • bij de indeling van de leermiddelen is rekening gehouden met de basisfase en de profielfase; • er is rekening gehouden met het perspectief van doorstroming tussen mbo-niveau 3 en mbo-niveau 4. Het didactisch concept van Traject Welzijn gaat nadrukkelijk uit van bovenstaande uitgangspunten, waardoor het vakbekwame leren optimaal wordt ondersteund en mogelijk wordt gemaakt. Traject Welzijn houdt bovendien rekening met de mbo-student door het taalniveau (2F voor de basisfase, 3F voor de profielfase niveau 4) af te stemmen op de doelgroep en door (praktijk) voorbeelden en (praktijk)opdrachten zo te formuleren dat de mbo-student zich aangesproken voelt. De leermiddelen zijn zo ontwikkeld dat zowel mbo-studenten met een meer theoretische, als mbo-studenten met een meer praktische inslag er gebruik van kunnen maken. Traject Welzijn is inzetbaar binnen elk didactisch model
en biedt de docent de ruimte om zelf invulling te geven aan zijn rol. Traject Welzijn sluit volledig aan bij actuele opvattingen over flexibiliteit en zelfstandig leren. Dat betekent onder andere dat er gewerkt wordt met uitgaven die ingedeeld zijn in thema’s die bestaan uit theorie en de daarbij behorende verwerkingsopdrachten, praktijksituaties en evaluatie middels de studiehulp. Daarnaast komende beroepsvaardigheden en de houdingsaspecten van de (beginnende) beroepsbeoefenaar expliciet aan de orde. Deze elementen vormen immers een essentieel onderdeel van de beroepsuitoefening. Theoretische onderbouwing Het onderdeel ‘theorie’ voor de basisfase Pedagogisch werk bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie die hoort bij de betreffendewerkprocessen. De leerstof bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De theorieboeken voor de profielfase Pedagogisch werk gaan verdiepend in op de verschillende profielen die worden onderscheiden: P1: Pedagogisch medewerker kinderopvang P2: Gespecialiseerd pedagogisch medewerker P3: Onderwijsassistent Werkboeken De werkboeken sluiten, dankzij hun thema- en hoofdstukindeling, naadloos aan bij de leerstof en indeling van de theorie. Dit geldt zowel voor de leermiddelen gericht op de basisfase als voor de leermiddelen gericht op de profielfase. Via de werkboeken kunnen de studenten zich de leerstof eigen maken door middel van: • verwerkingsopdrachten voor de leerstof in de theorie; • praktijksituaties met opdrachten. De praktijksituaties geven realistische beschrijvingen van de praktijk in de Maatschappelijke zorg. Hierin komen problemen en dilemma’s aan de orde waarmee beroepsbeoefenaren te maken krijgen in hun dagelijkse werk en
waarbij van hen verwacht wordt dat ze met een oplossing en aanpak komen; • het aanleren van beroepsvaardigheden. Het onderdeel ‘vaardigheden’ biedt opdrachten die zijn gericht op het stapsgewijs aanleren van sociaal-agogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden; • thema-opdrachten gericht op integrale verwerking van de afzonderlijke thema’s; • evaluatie met behulp van de studiehulp en reflectie. Deze onderdelen zijn consequent terug te vinden in het volledige aanbod van Traject Welzijn. De combinatie van deze onderdelen maakt het leren vanuit verschillende invalshoeken mogelijk en kan zowel in een onderwijssituatie als in de beroepspraktijk plaatsvinden. Wij hopen dat gebruikers, zowel mbo-studenten als docenten, op een plezierige en zinvolle manier met Traject Welzijn kunnen werken. Heeft u vragen of suggesties, dan stellen wij het bijzonder op prijs als u contact met ons opneemt.
Amersfoort, 2017 Redactie en uitgever
Inhoud
Thema 1 tot en met 3 vind je in deel A.
Thema 4 12 12.1 12.2
12.3
12.4 12.5
13 13.1 13.2
IKC 19
Het IKC 20 Inleiding 21 Onderwijs en opvang 21 12.2.1 Tussenschoolse opvang 21 12.2.2 Buitenschoolse opvang 22 12.2.3 Verlengde schooldag 23 12.2.4 Zomerschool 24 12.2.5 Brede school 24 12.2.6 IKC 25 De doelgroep 28 12.3.1 Verschillen in sociale achtergrond 28 12.3.2 Verschillen in culturele achtergrond 28 12.3.3 Verschillen in ontwikkelingsfase 29 12.3.4 Zorgleerlingen 29 Rollen en taken op een IKC 31 Eenduidige communicatie 34 12.5.1 Open communicatie 34 12.5.2 Kinderen met gedrags- of leerproblemen 34 12.5.3 Informatie-uitwisseling 35 12.5.4 Loyaal zijn aan collega’s 35 12.5.5 Goed contact met ouders/verzorgers 36 Activiteiten 37 Inleiding 38 Spelen en leren op een IKC 38 13.2.1 Collectieve doelstelling 38 13.2.2 Doorlopende leerlijn 39 13.2.3 Dagindeling 40 13.2.4 Binnenschools leren en buitenschools leren 13.2.5 Portfolio 42 13.2.6 Werken op een IKC 42
1 7
41
13.3
13.4
13.5
Talentontwikkeling 44 13.3.1 Elk kind heeft talenten 44 13.3.2 Hoe herken je talent in een kind? 45 13.3.3 Hoe breng je talent naar voren? 47 13.3.4 Feedback geven 49 13.3.5 Talent koppelen aan experts 51 13.3.6 Talent in het team 52 13.3.7 De talentontwikkeling van kinderen begeleiden 53 Ontwikkelingsgericht onderwijs 53 13.4.1 Spelend leren 53 13.4.2 Spel professioneel begeleiden 54 13.4.3 Kennis koppelen aan ervaringen 55 13.4.4 Werken met thema’s 56 13.4.5 Jouw taken bij ontwikkelingsgericht onderwijs 57 Activiteiten op een IKC 59 13.5.1 Binnenschoolse activiteiten 59 13.5.2 Buitenschoolse activiteiten 63 13.5.3 Vaste dagelijkse activiteiten 67 13.5.4 Vaste doelgerichte activiteiten 69 13.5.5 Vrije activiteiten 69
Begrippen
72
Thema 5 Gespecialiseerde opvang 14 14.1 14.2
14.3
14.4
14.5
77
Doelgroepen gespecialiseerde opvang 78 Inleiding 79 Overzicht en kenmerken doelgroep 79 14.2.1 Ontwikkelingsstoornissen 79 14.2.2 Ontwikkelingsprobleem 80 14.2.3 Normtabellen 80 14.2.4 Doelgroepen gespecialiseerde opvang 80 Kinderen met een verstandelijke beperking 81 14.3.1 Wat is een verstandelijke beperking? 81 14.3.2 Niveaus van functioneren 82 14.3.3 SpeciďŹ eke doelgroepen 85 Autismespectrumstoornis 86 14.4.1 Verschijnselen van een autismespectrumstoornis 87 14.4.2 Oorzaken van autisme 87 14.4.3 Ondersteunen van kinderen met een ASS 88 Aandachtsstoornis 88 14.5.1 Kenmerkende gedragingen 88 14.5.2 Begeleiden van kinderen met een aandachtsstoornis
1 8
89
14.6
14.7
14.8
14.9
14.10
14.11
14.12
14.13
14.14
14.15
14.16
Kinderen met DCD 90 14.6.1 Verschijnselen van DCD 90 14.6.2 Oorzaken van DCD 90 14.6.3 Begeleiding van kinderen met DCD 90 Kinderen met NLD 91 14.7.1 Verschijnselen van NLD 91 14.7.2 Oorzaken van NLD 92 14.7.3 Begeleiding van kinderen met NLD 92 Kinderen met niet-aangeboren hersenletsel 92 14.8.1 Verschijnselen van niet-aangeboren hersenletsel 93 14.8.2 Oorzaken van niet-aangeboren hersenletsel 94 14.8.3 Begeleiden van kinderen met niet-aangeboren hersenletsel 95 Kinderen met een communicatiestoornis 96 14.9.1 Vormen van communicatiestoornissen 96 14.9.2 Oorzaken van communicatiestoornissen 97 14.9.3 Begeleiden van kinderen met een communicatiestoornis 97 Kinderen met een zintuiglijke beperking 97 14.10.1 Problemen van kinderen met een zintuiglijke beperking 98 14.10.2 Oorzaken van zintuiglijke beperkingen 100 14.10.3 Begeleiden van kinderen met een zintuiglijke beperking 100 Kinderen met een angststoornis 101 14.11.1 Vormen van angststoornissen 102 14.11.2 Oorzaken van angststoornissen 103 14.11.3 Begeleiden van kinderen met een angststoornis 104 Obsessieve-compulsieve stoornis 104 14.12.1 Verschijnselen van ocs 104 14.12.2 Begeleiden van kinderen met een ocs 105 Kinderen met gedragsproblemen 105 14.13.1 Vormen van gedragsproblemen 105 14.13.2 Signaleren van gedragsproblemen 106 14.13.3 Begeleiden van kinderen met gedragsproblemen 106 Kinderen met hechtingsproblemen 108 14.14.1 Voorwaarden voor veilige hechting 108 14.14.2 Oorzaken van hechtingsproblemen 108 14.14.3 Gevolgen van hechtingsproblemen 109 14.14.4 Begeleiden van kinderen met hechtingsproblemen 110 Kinderen die hoogbegaafd zijn 111 14.15.1 Signalen van hoogbegaafdheid 111 14.15.2 Begeleiden van hoogbegaafde kinderen 112 Kinderen die hooggevoelig zijn 113 14.16.1 Verschijnselen van hooggevoeligheid 113 14.16.2 Begeleiden van hooggevoelige kinderen 113
1 9
15 15.1 15.2
Organisaties in de gespecialiseerde opvang 114 Inleiding 115 Overzicht en kenmerken van de niet-reguliere opvang 115 15.2.1 GeĂŻntegreerde opvang en doelgroepenopvang 116 15.2.2 Gespecialiseerde opvang 117 15.3 Overzicht en kenmerken van gespecialiseerde opvang 118 15.3.1 Redenen van plaatsing 118 15.3.2 Multidisciplinaire samenwerking 119 15.3.3 Samenwerking met externe organisaties 121 15.3.4 Afstemming met reguliere opvang en school 124 15.3.5 Samenwerking met ouders/verzorgers 124 15.3.6 Handelingsplan 125 15.3.7 Tijdelijke hulp 126 15.4 Dagbehandeling Jonge Kind (DBJ) 127 15.4.1 Doelgroep DBJ 127 15.4.2 Vorm van hulp 128 15.5 Medisch kinderdagverblijf (MKD) 128 15.5.1 Doelgroep MKD 128 15.5.2 Vorm van hulp 129 15.6 Therapeutische peutergroep (TPG) 129 15.6.1 Doelgroep TPG 130 15.6.2 Vorm van hulp 130 15.7 Kinderopvang plus 130 15.7.1 Doelgroep kinderopvang plus 130 15.7.2 Vorm van hulp 131 15.8 Naschoolse dagbehandeling tot 12 jaar 132 15.8.1 Doelgroep naschoolse dagbehandeling 132 15.8.2 Vorm van hulp 133 15.9 Dagbehandeling of naschoolse dagbehandeling 12 jaar en ouder 134 15.9.1 Doelgroep (naschoolse) dagbehandeling 12 jaar en ouder 134 15.9.2 Vorm van hulp 134 15.10 Kinderdienstencentrum (KDC) 135 15.10.1 Doelgroep KDC 135 15.10.2 Vorm van hulp 136 15.11 Internaat 136 15.11.1 Schippersinternaat 136 15.11.2 Doelgroep en vorm van opvang schippersinternaat 136 15.12 Behandelgroep in de jeugdzorg 137 15.12.1 Open en gesloten behandelgroepen 138 15.12.2 Jeugdzorginternaten versus leefgroephuizen 139 15.12.3 Opvanggroepen voor speciďŹ eke doelgroepen 139 15.12.4 Gezinshuizen 140 15.12.5 Begeleid wonen, kamertraining en fasehuizen 141
1 10
16 16.1 16.2
16.3
16.4
16.5
16.6
16.7
16.8
16.9
Methodiek in de gespecialiseerde opvang 142 Inleiding 143 Wat is methodiek? 143 16.2.1 Kenmerken van methodieken 143 16.2.2 Methodiekvorm: interventie of programma 143 16.2.3 Individu, groep of wisselwerking met omgeving 144 16.2.4 Gespecialiseerd pedagogisch medewerker is niet altijd uitvoerder 16.2.5 Overzicht van methodieken 145 De basis van methodieken 146 16.3.1 Positieve grondhouding 146 16.3.2 Veilig pedagogisch klimaat 147 16.3.3 Positieve relatie met kinderen en jongeren 150 16.3.4 Pedagogische vaardigheden 151 16.3.5 Activiteiten 153 Observatie- en screeningsmethodieken 157 16.4.1 Signalenlijsten kindermishandeling 157 16.4.2 Kijk! 157 16.4.3 KIPPPI 158 Opvoedkundige (ondersteunings)methodieken 158 16.5.1 Gordon-methode 158 16.5.2 Triple P 159 16.5.3 Families First 159 16.5.4 Videohometraining 160 16.5.5 Gedragsmatige aanpak 160 Communicatieversterkende methodieken 162 16.6.1 Totale communicatie 163 16.6.2 Picto’s 163 16.6.3 Bliss-symbolen 164 Ontwikkelingsstimuleringsmethodieken 164 16.7.1 Vroeghulp 164 16.7.2 Basale stimulatie 165 16.7.3 VVE-programma’s 166 16.7.4 Floortime 166 Ervaringsgerichte methodieken 167 16.8.1 Snoezelen 167 16.8.2 Vaktherapie 168 16.8.3 Aandachtsgerichte training 169 16.8.4 Survivaltocht 169 Vaardigheidstrainingen 170 16.9.1 Zelfredzaamheidstraining 170 16.9.2 Goldstein-training 174 16.9.3 Antipestprogramma’s 174 16.9.4 Weerbaarheidstrainingen 175
1 11
145
16.10 Cognitieve methodieken 175 16.10.1 Cognitieve gedragstherapie (CGT) 175 16.10.2 ZelďŹ nstructietraining 177 16.10.3 Emotieregulatie 177 16.10.4 Oplossingsgericht werken 178 16.11 Overige methodieken 180 16.11.1 DiĂŤten en voedingsvoorschriften 180 16.11.2 Medicatie 180 16.11.3 Online hulpvormen 181 17 17.1 17.2
17.3
17.4
17.5
17.6
17.7
17.8
Huishoudelijke en verzorgende taken 182 Inleiding 183 Persoonlijke verzorging 183 17.2.1 Zelfredzaamheid 184 17.2.2 De rol van de gespecialiseerd pedagogisch medewerker Zorgbehoefte 184 17.3.1 Psychische behoeften 185 17.3.2 Lichamelijke behoeften 186 17.3.3 Sociale behoeften 186 Ontbrekende vaardigheden bij de doelgroep 187 17.4.1 Begeleiding bieden bij verzorgingsvaardigheden 188 17.4.2 Interventies 190 Ondersteunen bij een psychische zorgbehoefte 190 17.5.1 Stigmatisering 190 17.5.2 Angst en stemmingsproblemen 191 17.5.3 Depressie 193 17.5.4 Eetstoornissen 193 17.5.5 Slaapstoornissen 195 17.5.6 Verslaving 196 Ondersteunen bij lichamelijke zorgbehoefte 196 17.6.1 LVB 197 17.6.2 Spraak- en taalstoornissen 198 Ondersteunen bij een sociale zorgbehoefte 199 17.7.1 Gedragsproblemen 199 17.7.2 Invloed op persoonlijke verzorging 200 17.7.3 Vermoedens van verwaarlozing en mishandeling 200 Verzorgende handelingen 202 17.8.1 Hulp bij epilepsie 202 17.8.2 Blinden en slechtzienden opvangen 203 17.8.3 Doven en slechthorenden opvangen 203 17.8.4 Hulp bij eten en drinken 205 17.8.5 Hulp bieden bij mobiliteitsproblemen 206
1 12
184
17.9
17.10
17.11
17.12
17.13
De rol van interactievaardigheden 206 17.9.1 Sensitieve responsiviteit 206 17.9.2 Autonomie respecteren 207 17.9.3 Praten en uitleggen 207 17.9.4 Ontwikkelingsstimulering 208 Effectief handelen 209 17.10.1 Beginsituatie en doelen 210 17.10.2 Sociaal competentiemodel 210 17.10.3 Kinderziekten 211 17.10.4 Toedienen van medicijnen 212 17.10.5 Informeren van professionals 214 Huishoudelijke taken in de gespecialiseerde opvang 215 17.11.1 Opruimen 215 17.11.2 Schoonmaken 216 17.11.3 Het wassen van textiel 218 Ondersteunen bij huishoudelijke werkzaamheden 219 17.12.1 Ondersteunen van het schoolkind 219 17.12.2 Ondersteunen van de jongere 221 Voeding en voedselveiligheid 225 17.13.1 Voedings- en dieetleer 225 17.13.2 Functie van voeding 226
Begrippen
228
Thema 6
Coรถrdineren en netwerken
18 18.1 18.2
18.3
239
Coรถrdineren 240 Inleiding 241 Communicatie 241 18.2.1 Effectieve communicatie 241 18.2.2 Interne communicatie 244 18.2.3 Personeelsgesprekken 245 18.2.4 Informeren van het management 247 18.2.5 Externe communicatie 247 18.2.6 Sociale media 249 Plannen 251 18.3.1 Het maken van een planning 252 18.3.2 Werkplanning en verdelen werkzaamheden 252 18.3.3 Het maken en bewaken van een plan 253 18.3.4 Incidentele plannen 254 18.3.5 Het plan is er voor jou 254
1 13
18.4
18.5
19 19.1 19.2
19.3
19.4
19.5 19.6
19.7
Begeleiden van medewerkers 255 18.4.1 Soorten begeleiding 255 18.4.2 Belonen en complimenteren 256 18.4.3 Inwerken van een nieuwe collega en procesbewaking 18.4.4 Begeleiden van stagiaires 259 18.4.5 Begeleiden van collega’s 260 18.4.6 Begeleiden van vrijwilligers 260 Leidinggeven 262 18.5.1 Leiderschapsstijlen 262 18.5.2 Effectief en efficiënt leiderschap 264 18.5.3 Leiderschapstechnieken 265 18.5.4 Situationeel leiderschap 266 Netwerken 267 Inleiding 268 Netwerken als werkwoord 268 19.2.1 Operationeel netwerken 268 19.2.2 Persoonlijk netwerken 269 19.2.3 Strategisch netwerken 269 Netwerk als zelfstandig naamwoord 269 19.3.1 Het natuurlijke netwerk 269 19.3.2 Het sociale netwerk 270 19.3.3 Het professionele netwerk 271 19.3.4 Netwerkatlas 272 19.3.5 Redenen om een netwerk aan te leggen 273 De netwerkbijeenkomst 274 19.4.1 Regels op netwerkbijeenkomsten 274 19.4.2 Personal branding 275 19.4.3 LOLKAN 275 19.4.4 Netwerken geen doel op zich 276 De netwerkmaatschappij 277 19.5.1 Netwerkprotocol 277 De sociale kaart 278 19.6.1 Persoonlijke sociale kaart 278 19.6.2 Aanleggen en bijhouden 279 19.6.3 Netwerkatlas en sociale kaart vergeleken 280 Overleg 280 19.7.1 Collegiale consultatie 280 19.7.2 Vergadertechniek 283 19.7.3 Soorten vergaderingen 283 19.7.4 Jouw rol tijdens de vergadering 286
Begrippen
288
1 14
257
Thema 7 20 20.1 20.2 20.3
20.4
20.5 20.6
20.7 20.8
21 21.1 21.2
21.3
Beheer en beleid
293
Beleid ondersteunen 294 Inleiding 295 Doelen en beleid 295 Missie 295 20.3.1 Bestaansrecht 296 20.3.2 Kernactiviteit 296 20.3.3 Betekenis voor cliënten 296 20.3.4 Waarden en normen 296 20.3.5 Kernwaarden 297 Visie 297 20.4.1 Mens- en kindvisie 298 20.4.2 Visies op burgerschapsvorming 298 20.4.3 Pedagogische visies 300 20.4.4 Organisatievisie 303 20.4.5 Toekomstvisie 307 Missie en visie vergeleken 309 De organisatie van de kinderopvang nader bekeken 310 20.6.1 Het bestuur van de organisatie 310 20.6.2 De rol en de taken van de manager 313 20.6.3 Top- en middenmanagement 314 20.6.4 Spanwijdte en omspanningvermogen 315 Organisatiedoelen 315 Beleid 316 20.8.1 Beleidsplan 316 20.8.2 Beleidscyclus 317 20.8.3 Trendwatching 318 20.8.4 Beleid verwoorden 319 20.8.5 Presentatietechnieken 319 Beheertaken 321 Inleiding 322 Financieel beheer 322 21.2.1 Profit- en non-profitorganisaties 323 21.2.2 De financiering van de kinderopvang 323 Budgetten en financiële rapportages 325 21.3.1 Begroting 325 21.3.2 Beginbalans 325 21.3.3 Resultatenrekening 326 21.3.4 Soorten inkomsten en uitgaven 326 21.3.5 Eindbalans 326 21.3.6 Budget 328 21.3.7 Financiële rapportage 329 21.3.8 Slotopmerking 330
1 15
21.4
Logistiek 331 21.4.1 Aanschaf van materialen 331 21.4.2 Veiligheid 333 21.4.3 Milieuvriendelijkheid 333 21.4.4 De leverancier 334 21.4.5 Bestellen 335 21.4.6 Voorraadbeheer 336 21.4.7 Twee aspecten van veiligheid 338 21.4.8 Onderhoud 339
Begrippen
341
Register
343
Illustratieverantwoording
351
1 16
1 17
1 4
1 THEMA
IKC
Kern
voor een IKC is de verbinding van de leefwerelden waarin kinderen opgroeien zoals het gezin, de kinderopvang, school en buurt. Op een IKC is behalve voor basisvakken ook veel aandacht voor de sociaal-emotionele, creatieve, lichamelijke en culturele ontwikkeling van kinderen.
Als gespecialiseerd pedagogisch medewerker kinderopvang denk je misschien in eerste instantie aan een peuterspeelzaal/peuteropvang, kinderdagverblijf of bso. Maar wist je dat je ook op een school aan het werk kunt? Veel scholen werken samen met een kinderopvangorganisatie om bijvoorbeeld de tussenschoolse opvang te regelen.
Talentontwikkeling Hoe kun je kinderen zodanig begeleiden dat je hun talenten zo goed mogelijk tot bloei kan laten komen? Een belangrijke taak daarbij is het stimuleren van een onderzoekende houding bij kinderen waarbij je hun nieuwsgierigheid prikkelt.
Combifunctionaris Een IKC gaat nog een stap verder. Op een IKC werken verschillende organisaties samen, als één team met één pedagogische visie onder één leiding. Het zou dan goed kunnen dat jij op een IKC een combifunctionaris wordt met verschillende taken.
Ontwikkelingsgericht onderwijs Al spelend leren jonge kinderen de wereld kennen, oplossingen bedenken, onderhandelen en emoties verwerken. Als gespecialiseerd pedagogisch medewerker houd jij je bezig met het stimuleren en begeleiden van spel bij kinderen, het creëren van een rijke leeromgeving en het werken met thema’s.
Eenduidige communicatie Binnen het IKC communiceer je met kinderen, ouders, collega’s en externe professionals. Omdat je met verschillende disciplines in één team samenwerkt, is het extra belangrijk dat je eenduidig communiceert. Dat betekent dat de informatie die je overbrengt maar voor één uitleg vatbaar is. Het kan niet zo zijn dat jij andere informatie verstrekt dan het aanspreekpunt.
Activiteiten op een IKC Het IKC zorgt voor een dagelijks aanbod van betekenisvolle, doelgerichte, gezamenlijke en vrije activiteiten. Denk aan het werken aan leertaken, eten tussen de middag, buitenspelen en uitstapjes maken. Je speelt als gespecialiseerd pedagogisch medewerker een belangrijke rol bij de begeleiding van deze activiteiten.
Spelen en leren Kinderen leren niet alleen binnen de muren van een school. Leren gebeurt ook thuis, op straat, in de vrije tijd en tijdens de vakanties. Kenmerkend
1 19
12 Het IKC ‘Oh, zegt haar moeder, ik vond dit vroeger zo spannend. Ik weet het nog goed. Ik kneep mijn moeders hand haast fijn. Toen ik 4 werd, was het een hele stap de allereerste schooldag. Allemaal grote kinderen, mensen die je niet kent, een gebouw dat je niet kent, maar gelukkig wel een heel lieve juf.’ Liselot snapt niet wat haar moeder bedoelt. Ze hangt haar jas en rugtasje op en loopt samen met moeder de klas binnen. Daar ziet ze een bekend gezicht, juf Ellen die haar enthousiast begroet. Liselot kent juf Ellen al een paar jaar. Juf Ellen helpt namelijk ook zo nu en dan bij de kleine kinderen van het kinderdagverblijf. Het kinderdagverblijf, de basisschool en de buitenschoolse opvang zitten hier allemaal in hetzelfde gebouw. Juf Ellen wijst Liselot het stoeltje in de kring aan dat voor haar bestemd is. ‘Kijk,’ zegt ze, ‘jouw naam staat erop.’ Met haar vingers volgt ze de letters die samen het woord Liselot vormen. Moeder neemt afscheid en zwaait bij de deur nog even naar haar dochter. Om 8:30 uur gaat de bel en begint de eerste schooldag van Liselot met de ochtendkring. Terwijl de kinderen om de beurt vertellen over het weekend, kijkt Liselot de klas rond. Net als op het kinderdagverblijf is er een poppenhoek, een bouwhoek en een leeshoek.
1 20
12
Het IKC
12.1 Inleiding
12.2 Onderwijs en opvang
Liselot is 4 jaar geworden en gaat naar de basisschool. Voor haar moeder was dat vroeger echt een enorme stap, voor Liselot is dat een minder grote stap. Zij gaat namelijk al een paar jaar naar een IKC, een integraal kindcentrum. Daar werken verschillende opvang-, onderwijsen opvoedorganisaties nauw samen. Als pedagogisch medewerker of – in het geval van een IKC als combifunctionaris – speel je daarbij een belangrijke ondersteunende rol. Je vangt kinderen op én begeleidt ze in hun eerste ervaringen met school. Als combifunctionaris ben je dus van alle pedagogische markten thuis. We richten ons in dit hoofdstuk vooral op jouw rol als gespecialiseerd pedagogisch medewerker op de basisschool. Wat je allemaal doet en hoe alles werkt op de kinderopvang en bso, vind je in andere thema’s uitgebreid terug. Het basisonderwijs bereidt kinderen voor op hun plaats later in de maatschappij. Kinderen doen er veel kennis op en ze leren er hoe ze moeten leren. Daarnaast speelt de school een rol bij de opvoeding. Kinderen leren niet alleen thuis normen en waarden, maar ook op school of bij het IKC. Wat kinderen in het primair onderwijs moeten leren, ligt vast. Hoe ze het leren, waar de nadruk op ligt en hoe het IKC met de kinderen omgaat, verschilt. Elk IKC heeft haar eigen uitstraling, zijn eigen identiteit. Als je op een IKC werkt, houd je rekening met die identiteit. Het is belangrijk dat je het gevoel hebt dat je daar past en dat je je kunt vinden in de visie van de organisatie.
De laatste jaren zie je dat onderwijs en opvang steeds vaker samenwerken, soms zelfs door elkaar gaan lopen. Basisscholen zijn bijvoorbeeld verplicht om buitenschoolse opvang te organiseren als ouders dat wensen. Dat hoeft de school niet zelf te doen, ze mogen ook een professionele organisatie inschakelen. Veel scholen bieden ook buitenschoolse activiteiten aan. Denk aan extra lessen, cursussen, sport, excursies. Dat zijn de eerste stappen naar een kindcentrum dat een centrale plek in de wijk is, waar veel meer gebeurt dan alleen lesgeven. Als je straks als gespecialiseerd pedagogisch medewerker gaat werken, is de kans dan ook aanwezig dat je zowel kinderopvangtaken als onderwijstaken krijgt. Je wordt dan bijvoorbeeld ingezet bij: • tussenschoolse opvang; • buitenschoolse opvang; • verlengde schooldag; • zomerschool; • brede school; • IKC. 12.2.1 Tussenschoolse opvang De tussenschoolse opvang (tso) is de opvang van kinderen tussen de middag. Ouders zijn door hun werk vaak niet in de gelegenheid om hun kinderen tussen de middag op te vangen. Ook voor kinderen die ver van school wonen, is het belangrijk dat ze kunnen overblijven. De tso is daarvoor een oplossing. De kinderen nemen meestal zelf drinken en een lunchpakketje mee. Verder krijgen ze de gelegenheid om te spelen en tot rust te komen. De Wet op het primair onderwijs zegt dat de school leerlingen de gelegenheid moet geven om over te blijven in een kindvriendelijke en veilige ruimte. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het overblijven en bepaalt samen met de ouders hoe dit wordt georganiseerd. Tussenschoolse opvang valt niet onder de Wet kinderopvang en ouders krijgen er geen vergoeding voor.
Dit hoofdstuk behandelt de volgende onderwerpen: • onderwijs en opvang; • de doelgroep; • rollen en taken op een IKC; • eenduidige communicatie.
1 21
IKC
opvang gebruik van een deel van een schoolgebouw. Vaak is de opvang alleen na schooltijd en tijdens vakanties open, maar soms gaan de kinderen er ook tussen de middag en voor school naartoe.
Als de tso goed is geregeld, kunnen kinderen fris aan het tweede deel van de schooldag beginnen. Ouders hoeven zich geen zorgen te maken en kunnen hun werk doen. Er zijn wel verschillen in hoe basisscholen de tso regelen. Dit varieert van het beschikbaar stellen van een ruimte en begeleiding door ouders tot een uitgewerkte visie op de opvang en uitbesteding aan professionals. Op veel scholen kom je bij de tussenschoolse opvang (ook) vrijwilligers tegen. De kwaliteitseis is wel dat minimaal de helft van de medewerkers van de tso een scholing op het gebied van overblijven moet hebben gevolgd. Daarnaast moeten alle toezichthouders een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) kunnen overleggen.
Voorschoolse opvang Voorschoolse opvang (vso) is de opvang van kinderen voordat de school of dagopvang begint. Vooral ouders die erg vroeg naar hun werk of een opleiding moeten, maken gebruik van vso. Pedagogisch medewerkers of combifunctionarissen staan in alle vroegte klaar om samen met de kinderen de dag te beginnen.
Continurooster Op steeds meer scholen, en vooral bij IKC’s, kom je een continurooster tegen. Bij een continurooster gaan de kinderen tussen de middag niet meer naar huis, maar blijven ze op school. Overblijven is dan een onderdeel van het dagarrangement. De overblijftijd is dan vaak korter dan bij traditionele roosters. Een schooldag eindigt ook meestal iets eerder.
12.2.2 Buitenschoolse opvang Kinderen van wie de ouders werken of studeren, kunnen buiten schooltijd naar de buitenschoolse opvang (bso). De opvang is geregeld in de Wet kinderopvang. Basisscholen zijn verplicht om de buitenschoolse opvang te organiseren als ouders dat wensen. Ze hoeven de opvang niet zelf aan te bieden, maar kunnen deze uitbesteden aan een professionele organisatie. Gekwalificeerde pedagogisch medewerkers begeleiden de kinderen. De buitenschoolse opvang vangt meestal kinderen op van verschillende scholen. Soms maakt de
Figuur 12.1 Vrij spel bij de voorschoolse opvang
1 Voorbeeld
‘Voor een aantal ouders geldt dat zij van de voorschoolse opvang gebruik willen maken. Vanaf 6:30 uur kunnen de kinderen bij ons op het
1 22
12
Het IKC
ken die leerlingen dan vooral aan taal en rekenen. De vsd is in die opzet een variant op de schakelklas. Een schakelklas is een speciale groep waarin basisschoolleerlingen (in voltijd of deeltijd) intensief taalonderwijs krijgen. Leerlingen die na groep 8 nog met een taalachterstand zitten kunnen terecht in een kopklas. Daarin krijgt de leerling een extra jaar intensief taalonderwijs voordat het naar het voortgezet onderwijs gaat.
IKC terecht om samen met de pedagogisch medewerker op een plezierige en ontspannen wijze de dag te beginnen. Wanneer de reguliere opvang of de school begint gaan de kinderen zelf of onder begeleiding van een medewerker naar de groep.’ Naschoolse opvang De naschoolse opvang (nso) is de opvang van kinderen na afloop van de school. Als kinderen de hele dag naar school zijn geweest, willen ze daarna graag vrij zijn en leuke dingen doen. De pedagogisch medewerkers vangen hen op in een huiselijke, ontspannen sfeer. Er is tijd voor persoonlijke aandacht en de kinderen kunnen over de belevenissen op school praten. In de nso kunnen kinderen lekker relaxen, maar ook actief bezig zijn. Kinderen moeten niets: zij mogen. Ze kiezen zelf of ze lekker willen relaxen of actief bezig zijn. Dagelijks is er een ruime keuze uit activiteiten op het gebied van natuur & avontuur, sport, cultuur en multimedia. Hoewel de nso vooral vrijetijdsbesteding is, volg je ook hier de ontwikkeling van kinderen nauwkeurig. De medewerkers stemmen de activiteiten regelmatig af met de leerkrachten van de school. De spelactiviteiten en het omgaan met elkaar versterken de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. Het programma duurt meestal tot ongeveer 18:00 uur. Dat is het tijdstip waarop de ouders hun kinderen moeten ophalen.
Figuur 12.2 De vsd leert kinderen op een speelse manier samenwerken en hun creativiteit te gebruiken
Verlengde schooldag bij basisschool Het Mozaïek De verlengde schooldag is een project dat onze school bijzonder maakt. Wij geloven er in dat kinderen niet alleen leren met hun hoofd, maar ook met hun handen en hun hart. Daarom worden er na schooltijd projecten op het gebied van sport, cultuur, techniek en wetenschap, ICT en natuur uitgevoerd. Dit levert voor de kinderen extra leermogelijkheden op. Er zijn jaarlijks verschillende projecten voor de middenen bovenbouw. De leiding is steeds in handen van een leerkracht van de school. Hij of zij wordt geholpen door professionals van instellingen, zoals het Centrum voor Natuur en Milieu Educatie, Grote broer kunsteducatie, Sportbedrijf Arnhem
12.2.3 Verlengde schooldag De verlengde schooldag (vsd) is niet bedoeld als opvang, maar zorgt er wel voor dat kinderen één of meer dagen per week een uur of enkele uren langer op school zitten. De school bepaalt of dit uren voor of na de reguliere lessen zijn. Scholen zetten de VSD in voor meerbegaafde en hoogbegaafde leerlingen die een extra uitdaging aankunnen (plusklas), voor alle leerlingen in de vorm van keuzeactiviteiten of voor leerlingen met een leerachterstand. In die extra uren wer-
1 23
IKC
of het kunstbedrijf Arnhem. De verlengde schooldag geeft kinderen een schat aan ervaringen. De kinderen zijn vooral praktisch bezig met vaardigheden waar tijdens de lesuren minder tijd voor is. De VSD leert kinderen op een speelse manier samenwerken en hun creativiteit te gebruiken. Ze ontdekken ongekende mogelijkheden bij zichzelf, doen veel nieuwe ervaringen op, vergroten hun kennis van de wereld en krijgen meer zelfvertrouwen. Kortom, kinderen leren veel tijdens de VSD.
Welkom bij de Zomerschool Utrecht De Zomerschool is een nieuw verschijnsel; vooral in de grote steden kunnen kinderen ook in de zomer naar school. Maar waarom eigenlijk? Het is toch vakantie? Juist daarom! uit onderzoek blijkt dat veel kinderen tijdens de zomervakantie veel minder in aanraking komen met taal. Ze lezen minder. Ze horen minder taal. En dat heeft effect. Veel kinderen die beginnen aan het nieuwe schooljaar zijn tijdens hun vakantie achteruitgegaan in hun taalvaardigheden. Doodzonde! Maar goed nieuws; er kan wat aan gedaan worden. Door veel met taal om te gaan tijdens de vakantie, blijven de vaardigheden op niveau. De Zomerschool helpt hierbij. De Zomerschool helpt ouders en kinderen met het stimuleren van taal tijdens de zomerperiode.
Bron: www.mozaiekarnhem.nl
12.2.4 Zomerschool Een zomerschool biedt gedurende één of meerdere weken in de zomervakantie extra lessen om achterstanden weg te werken of te voorkomen. Zomerscholen zorgen ook voor een nuttige invulling van de zomervakantie en zijn daarmee een (verkapte) vorm van opvang. In de lessen zijn taal en rekenen belangrijk, maar ook andere educatieve activiteiten komen aan bod. Er zijn zomerscholen voor het basisonderwijs en voor het voortgezet onderwijs. Je hebt ook varianten die gebruikt worden als een soort kopklas. De zomerschool bereidt leerlingen uit groep 8 dan voor op de brugklas.
Bron: www.zomerschoolutrecht.nl
12.2.5 Brede school Een brede school bestaat uit verschillende voorzieningen gericht op kinderen en jongeren die samenwerken, bij voorkeur in één gebouw, met de school als middelpunt. De brede school richt zich op onderwijs, opvang en opvoeding. De activiteiten vinden meestal op diverse plaatsen in de wijk plaats. Een brede school staat dan ook voor samenwerking in de wijk met als uitgangspunt kinderen te helpen hun talenten te ontwikkelen. Als het mogelijk is, krijgen de verschillende samenwerkende instanties een eigen ruimte in het gebouw. In nieuwbouwprojecten zitten de school, de buitenschoolse opvang, de bibliotheek en het consultatiebureau bijvoorbeeld onder één dak. Er is een sporthal en diverse instanties hebben in het gebouw een ruimte waar
Figuur 12.3 De zomerschool helpt bij het stimuleren van taal en rekenen
1 24
12
ze spreekuur kunnen houden. Voor ouders is dat gemakkelijk. Ze verliezen geen tijd aan het heen en weer rijden van a naar b. De verschillende voorzieningen zijn op die manier ook extra toegankelijk. Ouders zullen bij opvoedingsvragen gemakkelijker hulp zoeken. Voor de samenwerking is het ook goed. De lijnen zijn kort, je loopt snel even bij iemand naar binnen en je komt elkaar vaker tegen, wat goed is voor het informele contact.
Het IKC
Laterna Magica in AmsterdamIJburg In IJburg werken pedagogisch medewerkers en leerkrachten intensief samen binnen het kindcentrum. Daarvoor zijn ook nieuwe functienamen ingevoerd: de leerkrachten en pedagogisch medewerkers heten hier ochtend- en middagcoaches. De ochtendcoaches werken dagelijks van 8:00 tot 16:30 uur, de middagcoaches komen om 11:30 uur en gaan door tot 18:30 uur. Door deze opzet werken ze altijd een groot aantal uren gezamenlijk in de unit en ontstaat één doorlopende leerlijn. De schooldag begint voor iedere leerling in de eigen stamgroep. Laterna Magica is ingedeeld in meerdere units: 0-3 jaar, 3-8 jaar en 8-12 jaar. Elke unit kent vier stamgroepen met elk een eigen coach. In samenspraak met de eigen coach beslissen kinderen wat hun keuzes zijn. Ze kunnen bijvoorbeeld kiezen voor een instructie, waarvoor zogenoemde ateliers of clubs zijn ingericht, een workshop of onderzoek/ spel. Een kind gaat dan naar het schrijfatelier, workshopruimte, de keuken, ontdektuin, de hoekenruimte, sportzaal, theater, danszaal of de onderzoeksruimte.
12.2.6 IKC Een IKC is een integraal kindcentrum. Dat is een organisatie waar opvoeding, opvang, onderwijs, ontspanning en ontwikkeling vanuit dezelfde pedagogische visie, binnen één organisatie, onder één leiding en met één team worden aangeboden. Een IKC richt zich op kinderen in de leeftijd van 0-12 jaar. Een IKC is de hele dag, het hele jaar open. Het grote verschil met een brede school is dat een IKC één organisatie is, terwijl de brede school een samenwerkingsverband is tussen meerdere organisaties. Eén organisatie wil dus ook zeggen één missie, één visie, één pedagogisch beleidsplan en één team. De grenzen tussen onderwijs, kinderopvang en buitenschoolse activiteiten zijn daarmee verdwenen. Dat betekent dus ook dat er sprake is van eenduidige communicatie met ouders.
Bron: www.anderetijdeninonderwijsenopvang.nl
21e-eeuwse vaardigheden Het IKC is volgens velen hét antwoord op de eisen die de 21e eeuw stelt aan opgroeiende kinderen. Kinderen hebben zogeheten 21eeeuwse vaardigheden nodig. Denk aan het kunnen omgaan met digitale media, problemen oplossen, kritisch denken, samenwerken enzovoort. Het IKC kan daarbij een belangrijke rol spelen. Zowel in het opdoen van contacten en het leren omgaan met anderen als in het aanle-
Figuur 12.4 Kinderen geven op het IKC zelf aan waar ze mee bezig willen zijn
1 25
THEORIEBOEK NIVEAU 4
P2-K1-W1 Voert gesprekken met de ouders/vervangende opvoeders en het kind P2-K1-W2 Stelt een (gespecialiseerd)activiteitenprogramma op P2-K1-W3 Ontwikkel (mede) een begeleidingsplan P2-K1-W4 Biedt (gespecialiseerde) opvang P2-K1-W5 Biedt persoonlijke verzorging P2-K1-W6 Draagt zorg voor huishoudelijke werkzaamheden P2-K1_W7 Biedt (specifieke) ontwikkelingsgerichte activiteiten aan P2-K2-W1 Voert coรถrdinerende taken uit P2-K2-W2 Bouwt en onderhoudt een netwerk P2-K2-W3 Voert beleidsondersteunende taken uit P2-K2-W4 Voert beheertaken uit
TRAJECT WELZIJN
Deze uitgave Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Pedagogisch werk.
PW
De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaal-agogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- /reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff.nl/trajectwelzijn.
Auteurs: M. Baseler J. de Bas A. van Beurden I.M. de Jonge R.F.M. van Midde A.C. Verhoef
pedagogisch werk
Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW DEEL B THEORIEBOEK
De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.
Gespecialiseerd pedagogisch medewerker PW Deel B
Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde
9 789006 622270
MBO_TB_190x270mm_GespPedaMede_DeelB_N4.indd All Pages
30/08/17 08:32