Skip to main content

Begeleider specifieke doelgroepen MZ niveau 3 werkboeken

Page 1

WERKBOEK NIVEAU 3

Begeleider specifieke doelgroepen MZ

Deze uitgave Begeleider specifieke doelgroepen MZ maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Maatschappelijke zorg. P2-K1 Bieden van ondersteuning aan specifieke doelgroepen P2-K1-W1 Levert een bijdrage aan het ondersteuningsplan P2-K1-W2 Begeleidt specifieke doelgroepen en hun naastbetrokkenen bij (dagelijkse) activiteiten P2-K1-W3 Ondersteunt de cliĂŤnt gericht op zelfmanagement en/of maatschappelijke participatie

m a at s c h a p p e l i j k e zorg

MZ Begeleider specifieke doelgroepen MZ WERKBOEK

De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt. De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaal-agogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- / reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff.nl/trajectwelzijn.

Auteur: N. Berta Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

9 789006 622430

MBO_WB_BegelSpecifiekeDoelgr_MZ_210x297mm.indd All Pages

26/03/18 12:57


Begeleider speciďŹ eke doelgroepen MZ Niveau 3

N. Berta


Colofon Auteurs N. Berta

Redactie M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

Vormgeving en omslag

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een Over ThiemeMeulenhoff learning design company. Wezich brengen content, leerontwerp ThiemeMeulenhoff ontwikkelt van educatieve uitgeverij toten een learning technologie samen. onze content, groeiende expertise,en ervaring en design company. WeMet brengen leerontwerp technologie samen. leeroplossingen zijn we een partner voor bij het vernieuwen Met onze groeiende expertise, ervaring enscholen leeroplossingen zijn we eenen partverbeteren van onderwijs. Zo kunnen samen beter recht doen de ner voor scholen bij het vernieuwen enwe verbeteren van onderwijs. Zoaan kunnen verschillen tussenrecht lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steedsen we samen beter doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen persoonlijker, en efficiënter wordt.effectiever en efficiënter wordt. ervoor zorgen effectiever dat leren steeds persoonlijker, Samen leren vernieuwen. vernieuwen.

Studio Fraaj, Rotterdam www.thiememeulenhoff.nl

Fotografie omslag Mathilde Karrèr, Rotterdam

ISBN 978 90 90 06 066 224 30 0 62243 Eerste druk, eerste eerste oplage, oplage, 2018 2018

Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort

Technisch tekenwerk Tiekstra Media, Groningen

© ThiemeMeulenhoff, ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, Amersfoort, 2018 2018 Alle rechten rechten voorbehouden. voorbehouden. Niets Nietsuit uitdeze dezeuitgave uitgavemag magworden wordenverveelvoudverveelvoudigd, in een geautomatiseerd gegevensbestand, igd, opgeslagen opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar of openbaar gemaakt, in enige op enige wijze, hetzij elektronisch, gemaakt, in enige vorm of op vorm enigeofwijze, hetzij elektronisch, mechanisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, enig andere zonder door fotokopieën, opnamen, of enig andereofmanier, zondermanier, voorafgaande voorafgaande schriftelijkevan toestemming schriftelijke toestemming de uitgever.van de uitgever. Voor zover zover het hetmaken makenvan vankopieën kopieënuituit deze uitgave is toegestaan deze uitgave is toegestaan op op grond grond van 16B artikel 16B Auteurswet 1912 j° hetvan Besluit van 23 1985, augustus van artikel Auteurswet 1912 j° het Besluit 23 augustus Stbl.1985, 471 Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet dient men de daarvoor wettelijk en artikel 17 Auteurswet 1912, dient1912, men de daarvoor wettelijk verschuldigde verschuldigde vergoedingen voldoen aan Stichting Publicatie- en vergoedingen te voldoen aan te Stichting Publicatieen Reproductierechten Reproductierechten Organisatie 3060,(www.stichting-pro.nl). 2130 KB Hoofddorp Organisatie (PRO), Postbus 3060, (PRO), 2130 KBPostbus Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen gedeelte(n) uit deze uitgave Voor het overnemen van gedeelte(n) uit dezevan uitgave in bloemlezingen, readin readers en andere (artikel ersbloemlezingen, en andere compilatiewerken (artikelcompilatiewerken 16 Auteurswet) dient men16zich tot de Auteurswet) dient men totinformatie de uitgever te het wenden. Voor uitgever te wenden. Voorzich meer over gebruik van meer muziek, film en informatie het gebruik muziek,zie film en het maken van kopieën in het maken over van kopieën in hetvan onderwijs www.auteursrechtenonderwijs.nl. het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de De uitgever heeft ernaar gestreefd auteursrechten regelen volgens wettelijke bepalingen. Degenen die de desondanks menentezekere rechten te de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. plaatsgevonden.

Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


Rondleiding door dit werkboek Het werkboek is verdeeld in thema’s. Een thema in het werkboek sluit precies aan bij een thema in de theorie. Thema 1 Oriëntatie op het werkveld PW

1

Themaopening Je leest waar het thema over gaat en welke hoofdstukken en onderwerpen aan de orde komen.

Dit thema gaat over welzijnswerk. Welzijnswerk noem je ook wel sociaal-agogisch werk. Welzijn heeft te maken met het welbevinden van mensen, met zich ‘gelukkig’ voelen. In het sociaal-agogisch werk houd je je dus bezig met het welzijn van mensen. Je probeert het gedrag van mensen zo te veranderen dat ze zich gelukkig(er) voelen. Het welzijnswerk heeft drie werkvelden: PW, MZ en SW. Elk werkveld heeft zijn eigen doelgroep en aandachtspunten. • Jij hebt gekozen voor PW. Dat staat voor pedagogisch werk. Je houdt je daar bezig met de opvoeding (pedagogiek) en opvang van kinderen en jongeren tot 23 jaar. Er zijn drie opleidingen op niveau 3 en 4. • Bij MZ (maatschappelijke zorg) draait het om het geven van ondersteuning en zorg aan mensen die dat nodig hebben. Binnen MZ zijn er zes opleidingen op niveau 3 en 4. • De afkorting SW betekent sociaal werk. In dit werkveld word je opgeleid om cliënten actief mee te laten doen in de samenleving en hun maatschappelijke positie te verbeteren. SW heeft twee opleidingen, beide op niveau 4. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Sociaal-agogisch werk • sociaal-agogisch werk = welzijnswerk • beroepen in de welzijnssector - kiezen voor sociaal-agogisch werk • beroepshouding Hoofdstuk 2: Pedagogisch werk • een baan als pedagogisch medewerker • werkvelden

Verwerking Verwerkingsopdrachten

1 Sociaal-agogisch werk 1 1

1

1

Bij sociaal-agogisch werk gaat het om het welzijn van mens en samenleving. a Geef een ander woord voor sociaal-agogisch werk.

8

b

1

In dit werkboek staan verschillende soorten opdrachten. Deze helpen je om je de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken.

2

Wat is het doel van sociaal-agogisch werk?

c

Geef een voorbeeld van PW waarmee je dit doel laat zien.

d

Maak een mindmap met als titel: sociaal-agogisch werk. Een mindmap is een woordweb, waarbij je onderwerpen rondom een thema (in dit geval: sociaalagogisch werk) noteert. Je kunt een mindmap gewoon op papier maken, maar het kan ook op een leuke manier digitaal, via ‘Coggle’. Je kunt inloggen in op www.coggle.it met een Google-account. Coggle is gratis. Het werkt eenvoudig, maar er zijn op YouTube ook instructiefilmpjes te vinden.

De welzijnssector bevat verschillende beroepsgroepen. a Welke drie hoofdgroepen kun je onderscheiden?

Verwerking Verwerkingsopdrachten helpen je de theorie te leren en te begrijpen. Ze zijn geordend per hoofdstuk.

1 9

THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW

Toepassing Praktijksituaties hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen.

Toepassing Praktijksituaties Veiligheid en uitdaging De leerlingen van basisschool De Kring hebben hun jaarlijkse sportdag. De kinderen zijn door hun leerkrachten in teams verdeeld. In elk team zit van elke jaargroep een kind. De leeftijdsverschillen zijn dus groot. Dat is bewust gedaan. Kinderen kunnen elkaar zo niet alleen helpen, er ontstaat ook een goede band tussen de verschillende groepen. Naast de activiteiten op de sportdag die elk jaar terugkomen, zijn er ook elk jaar nieuwe activiteiten. Dat maakt de dag voor alle kinderen spannend en uitdagend. Nikki is onderwijsassistent op De Kring. Ze heeft een belangrijk aandeel gehad in de voorbereiding van de jaarlijkse sportdag. Ze zat in de onderzoekscommissie. Een van haar taken was het bedenken van een nieuwe activiteit en de begeleiding ervan op de dag zelf. De leerlingen en hun begeleiders hebben geluk: het is prachtig weer en het belooft een fantastische dag te worden. Nikki begeleidt het spel ‘schat veroveren’. Ze heeft het spel zelf bedacht. Ze legt uit wat de bedoeling is: In het midden van het speelveld staat een kist. Daarin ligt een schat. Aan beide kanten van het veld staat een team achter een lijn, de jongste kinderen vooraan. Op haar fluitsignaal rent het eerste kind van beide teams naar de kist en pakt er een goudstaaf uit. De kinderen rennen terug naar hun team en tikken het volgende kind aan. Pas dan mag die teamgenoot in actie komen om een volgende goudstaaf te veroveren. Als de kist leeg is, is het spel afgelopen en worden de goudstaven geteld. Het team dat het meeste goud heeft veroverd, heeft gewonnen. ‘Duidelijk? Zijn er nog vragen?’ Die zijn er niet, het spel kan beginnen. Als het fluitsignaal klinkt, sprinten de eerste twee kinderen naar het midden van het veld, duiken tegelijkertijd in de kist om een goudstaaf te pakken en knallen met hun koppen tegen elkaar. De EHBO’er kan meteen aan het begin van de dag in actie komen en voor beide kinderen is het voor die dag over en uit. Met een buil op hun hoofd en waarschijnlijk een lichte hersenschudding worden ze vroegtijdig opgehaald door hun ouders. Nikki voelt zich schuldig. Had ze dit kunnen voorkomen?

Vaardigheden om de benodigde beroepsvaardigheden aan te leren. Themaopdrachten grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt dan ook aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken, plannen en problemen oplossen.

1

1

Je maakt de opdracht in een groep van vier studenten. Jullie maken een analyse van de beschreven situatie en jullie bedenken een oplossing waarmee het spel veiliger wordt.

Werkwijze Maak deze analyse aan de hand van de volgende punten en zet je uitkomsten op papier: a Bij deze sportdag is het belangrijk om een goede balans te vinden tussen uitdaging en veiligheid. Geef in je analyse aan waarom die balans belangrijk is.

1 18

THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW

Evaluatie Studiehulp

1 Sociaal-agogisch werk 1

Stelling 1 Een ander woord voor welzijnswerk is sociaal-agogisch werk. 2 Pedagogiek is de wetenschap die zich bezighoudt met het veranderen van het gedrag van mensen. 3 Welzijn is de mate van welbevinden. 4 MZ is de afkorting voor maatschappelijke zorg. 5 MZ bestaat uit zes opleidingen. 6 PW is de afkorting van professioneel werk. 7 Een PW’er kan werken in de kinderopvang. 8 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 9 SW is de afkorting van sociaal werk. 10 De opleiding tot agogisch werker GGZ is een van de opleidingen bij SW. 11 De cliënten waar je werk op is gericht, noem je de doelgroep. 12 Een goede beroepshouding bestaat uit: echtheid, waardering en empathie. 13 Een ander woord voor empathie is inlevingsvermogen. 14 Integer zijn wil zeggen dat je kunt opkomen voor jezelf. 15 Assertief zijn betekent dat je je kunt inleven in de cliënt.

Juist Onjuist

◯ ◯

◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

Evaluatie Studiehulp een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. Antwoorden zijn op te vragen bij je docent.

Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?

1 Pedagogisch werk 2

Stelling 1 Bij PW werk je in de kinderopvang of in het onderwijs. 2 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 3 Onder het bijzonder onderwijs vallen scholen die uitgaan van een bepaalde levensovertuiging. 4 In een kinderdagverblijf komen kinderen van twee tot zes jaar. 5 Peuterspeelzalen zijn er voor kinderen tussen de nul en twee jaar. 6 Een gastouder mag slechts een beperkt aantal kinderen opvangen. 7 Een BSO-plus heeft een thema (zoals sport, kunst of drama) als extra. 8 Een tienercentrum is een vervolg op de buitenschoolse opvang. Er komen jongeren tussen de elf en vijftien jaar. 9 Dagopvang noem je ook wel semiresidentiële of semimurale hulpverlening. 10 24-uursopvang noem je ook wel thuisopvang of ambulante hulpverlening. 11 Een Boddaertcentrum is bedoeld voor kinderen met een meervoudige beperking.

1 28

Juist Onjuist

◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯

Evaluatie evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden voor jouw toekomstige beroep: zet na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.


THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW

Vaardigheden Een vaardigheid heeft een vaste opbouw: Oefenen Toepassen Transfer Oriënteren

Vaardigheden De juiste beroepshouding tonen Oriënteren

1 1

1 2 3

Bestudeer de theorie over kiezen voor sociaal-agogisch werk en beroepshouding. Zoek drie personeelsadvertenties uit jouw toekomstige werkveld. Geef aan hoe je daarin de beroepshouding terugziet.

4

Zoek op het internet naar het kwalificatiedossier Pedagogisch werk (https://www.s-bb. nl/onderwijs/kwalificeren-en-examineren/kwalificatiedossiers) en bekijk dit. Wat zegt dat dossier over een goede beroepshouding?

5

Oefenen 6 7

Bekijk het reflectieschema hierna. Vul op de lijnen nu zelf een hulpvraag in.

Observatielijsten

Observatielijsten Bij sommige vaardigheden horen observatielijsten. Die vind je direct achter in dit werkboek. De observatielijsten zijn geordend per thema. Bovenaan staat bij welke vaardigheid de observatielijst hoort. Een observatielijst kun je gemakkelijk uit je werkboek halen. Zo kun je ze in de klas of in je BPV laten invullen.

Thema 1 Lichamelijke verzorging

277

Zorgvrager wassen op bed 277 Zorgvrager wassen op bed met wasdoekjes 281 Zorgvrager wassen aan de wastafel, onder de douche of in bad 285 Haren wassen op bed 289 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met een elektrisch scheerapparaat 291 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met scheermes en scheerzeep 293 Tandenpoetsen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 295 Gebitsprothese verzorgen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 297 Mondholte reinigen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 299 Therapeutische elastische kousen met een open teenstuk aantrekken 301 Therapeutische elastische kousen met een gesloten teenstuk aantrekken 303 Therapeutische elastische kousen uittrekken 305 Hygiënische verzorging van een baby 307

Thema 2 Hulp bieden bij de opname van voeding en vocht Hulp bieden aan een zorgvrager die zelf niet kan eten en drinken Flesvoeding geven 311

Thema 3 Hulp bieden bij de uitscheiding

309

1 22

309

313

Hulp bij het gebruik van een po op bed 313 Hulp bij het gebruik van een urinaal op bed 317 Verwisselen van een incontinentiemat 319 Externe katheter of condoomkatheter verwisselen 321 Katheterzak verwisselen 325 Verzorgen van een blaaskatheter 327 Laxerende zetpil toedienen 329 Microklysma (microlax) of fosfaatklysma toedienen 331 Hulp bieden bij het manueel verwijderen van ontlasting 333 Hulp bieden bij het opgeven van sputum 335 Hulp bieden bij braken 337 Hulp bieden bij het inbrengen van een tampon bij menstruatie

339

Thema 4 Hygiënisch en ergonomisch verantwoord werken

341

Handen wassen met (vloeibare) zeep 341 Handen desinfecteren met handalcohol 343 Aan- en uittrekken van steriele handschoenen 345 Creëren van een schoon of steriel werkveld 347

1 275

Iconen helpen je op weg In de kantlijn staan icoontjes. Die geven aan wat je in de opdracht kunt verwachten.

1 1 1 1 1 1 1

geeft aan dat je een deel van de theorie (nog een keer) leest om de vraag te kunnen beantwoorden. bij deze opdracht werk je samen met anderen. bij deze opdracht heb je een computer met internet nodig om informatie op te zoeken. bij deze opdracht werk je aan je schrijfvaardigheden, bijvoorbeeld met het schrijven van een uitgebreid antwoord, verslag of rapport. bij deze opdracht laat je de uitkomsten zien in een mondelinge presentatie. geeft aan dat het gaat om een creatieve opdracht. geeft aan dat deze opdracht op niveau 4 is.

Werken met dit werkboek Vind je het prettig om eerst de theorie te lezen en dan te kijken of je het weet en begrepen hebt? Lees dan eerst de theorie en maak daarna de verwerkingsvragen. Ben je meer iemand die het liefst de theorie doorneemt aan de hand van vragen? Start dan met de verwerkingsvragen en leg je theorieboek ernaast. Werk je het liefst vanuit de praktijk? Begin dan met een praktijksituatie of een themaopdracht en kijk of je de vragen kunt beantwoorden met de informatie uit de theorie.


Inhoudsopgave Thema 1 Werkveld van specifieke doelgroepen

11

Verwerking 12 Verwerkingsopdrachten 12 Hoofdstuk 1 Geschiedenis maatschappelijke zorg 12 Hoofdstuk 2 Maatschappelijke opvang en voorzieningen Hoofdstuk 3 Ondersteuningsproces 19 Toepassing 21 Praktijksituaties 21 Wie binnen drinkt, doet dat niet op straat Els zorgt voor een huiselijke sfeer 24 Themaopdrachten 27

14

21

Evaluatie 33 Studiehulp 33 Hoofdstuk 1 Geschiedenis maatschappelijke zorg 33 Hoofdstuk 2 Maatschappelijke opvang en voorzieningen Hoofdstuk 3 Ondersteuningsproces 34 Evaluatie en reflectie 35

Thema 2 Deskundige ondersteuning en begeleiding Verwerking 38 Verwerkingsopdrachten 38 Hoofdstuk 4 Ondersteuningsplan in de praktijk Hoofdstuk 5 Begeleidingsmethodieken 41 Hoofdstuk 6 Werken in een netwerk 43 Hoofdstuk 7 Intercultureel vakmanschap 47

37

38

Toepassing 50 Praktijksituaties 50 Kim helpt de Syrische Adila op weg 50 Sophie kijkt met een frisse blik naar haar sociale netwerk Vaardigheden 56 Vertrouwen winnen 56 Themaopdrachten 61 Evaluatie 64 Studiehulp 64 Hoofdstuk 4 Ondersteuningsplan in de praktijk Hoofdstuk 5 Begeleidingsmethodieken 64 Hoofdstuk 6 Werken in een netwerk 65 Hoofdstuk 7 Intercultureel vakmanschap 66 Evaluatie en reflectie 67

1 6

33

64

53


Thema 3 Cliënten met psychiatrische stoornissen

69

Verwerking 70 Verwerkingsopdrachten 70 Hoofdstuk 8 Oriëntatie op ggz 70 Hoofdstuk 9 Maatschappelijke participatie, zelfmanagement en krachtgericht werken 76 Hoofdstuk 10 Persoonlijkheidsstoornissen 78 Hoofdstuk 11 Mensen met een verslaving 87 Toepassing 96 Praktijksituaties 96 Robert wil een gewoon normaal leven 96 Fons heeft drugs nodig om zich goed te voelen Vaardigheden 100 Omgaan met manipulatieve kritiek 100 Emotionele expressie laag houden 104 Themaopdrachten 107

98

Evaluatie 109 Studiehulp 109 Hoofdstuk 8 Hoofdstuk 9

Oriëntatie op ggz 109 Maatschappelijke participatie, zelfmanagement en krachtgericht werken 110 Hoofdstuk 10 Persoonlijkheidsstoornissen 110 Hoofdstuk 11 Mensen met een verslaving 111 Evaluatie en reflectie 112

Thema 4 Kwetsbare ouderen, cliënten met dementie

114

Verwerking 115 Verwerkingsopdrachten 115 Hoofdstuk 12 Kwetsbare ouderen 115 Hoofdstuk 13 Cliënten met dementie 121 Hoofdstuk 14 Begeleiding en woonvormen mensen met dementie 129 Toepassing 136 Praktijksituaties 136 Meneer Kluppens wil zichzelf kunnen zijn 136 Mevrouw Nolens wil naar huis 139 Vaardigheden 141 Gesprek voeren over eenzaamheid 141 Zintuigactivering toepassen bij een cliënt 144 Themaopdrachten 147

1 7


Evaluatie 149 Studiehulp 149 Hoofdstuk 12 Kwetsbare ouderen 149 Hoofdstuk 13 Cliënten met dementie 149 Hoofdstuk 14 Begeleiding en woonvormen mensen met dementie 150 Evaluatie en reflectie 152

Thema 5 Dak- en thuislozen

154

Verwerking 155 Verwerkingsopdrachten 155 Hoofdstuk 15 Wat is dak- of thuisloos? 155 Hoofdstuk 16 Begeleiden van dak- en thuislozen Toepassing 165 Praktijksituaties 165 Willem wil dat Iris in haar woning kan blijven 165 Seb zet een eerste stap 168 Vaardigheden 171 Het vergroten van het zelfvertrouwen van de cliënt Themaopdrachten 174 Evaluatie 176 Studiehulp 176 Hoofdstuk 15 Wat is dak- of thuisloos? 176 Hoofdstuk 16 Begeleiden van dak- en thuislozen Evaluatie en reflectie 178

Thema 6 Vrouwenopvang

158

171

176

180

Verwerking 181 Verwerkingsopdrachten 181 Hoofdstuk 17 Vrouwenopvang en huiselijk geweld 181 Hoofdstuk 18 De vrouwenopvang biedt hulp 184 Toepassing 189 Praktijksituaties 189 Dat overkomt mij toch niet? 189 Spanningen in de vrouwenopvang 192 Vaardigheden 194 Samenvatten en parafraseren 194 Themaopdrachten 197 Evaluatie 199 Studiehulp 199 Hoofdstuk 17 Vrouwenopvang en huiselijk geweld 199 Hoofdstuk 18 De vrouwenopvang biedt hulp 199 Evaluatie en reflectie 201

1 8


Thema 7

Asielzoekers en vluchtelingen

203

Verwerking 204 Verwerkingsopdrachten 204 Hoofdstuk 19 Kenmerken asielzoekers en vluchtelingen Hoofdstuk 20 Procedures 207 Hoofdstuk 21 Opvang en begeleiding 211 Toepassing 214 Praktijksituaties 214 Kim begeleidt jongeren in een asielzoekerscentrum Godsdienstvrijheid in het asielzoekerscentrum 218 Vaardigheden 220 Non-verbaal communiceren 220 Themaopdrachten 223

214

Evaluatie 227 Studiehulp 227 Hoofdstuk 19 Kenmerken asielzoekers en vluchtelingen Hoofdstuk 20 Procedures 227 Hoofdstuk 21 Opvang en begeleiding 228 Evaluatie en reflectie 229

Thema 8 Coördinatie, kwaliteitszorg, voorlichting

204

227

231

Verwerking 232 Verwerkingsopdrachten 232 Hoofdstuk 22 Coördinatie van de hulpverlening 232 Hoofdstuk 23 Kwaliteitszorg en beheer 234 Hoofdstuk 24 Deskundigheidsbevordering en begeleiden van collega’s Hoofdstuk 25 Voorlichting, advies en instructie 241 Toepassing 247 Praktijksituaties 247 Manon houdt haar kennis op peil 247 Vaardigheden 250 Deelnemen aan een intervisiebijeenkomst Themaopdrachten 253

250

Evaluatie 255 Studiehulp 255 Hoofdstuk 22 Coördinatie van de hulpverlening 255 Hoofdstuk 23 Kwaliteitszorg en beheer 255 Hoofdstuk 24 Deskundigheidsbevordering en begeleiden van collega’s Hoofdstuk 25 Voorlichting, advies en instructie 257 Evaluatie en reflectie 258

1 9

237

256


Thema 9 Specifieke doelgroepen en samenleving Verwerking 261 Verwerkingsopdrachten 261 Hoofdstuk 26 Maatschappelijke ontwikkelingen Hoofdstuk 27 Ethische dilemma’s 264 Hoofdstuk 28 Wet- en regelgeving 266 Toepassing 269 Praktijksituaties 269 Mag meneer Kroon nog autorijden of niet? Er verandert te veel voor Sjannie 272 Vaardigheden 274 Uitleg geven over e-health 274 Themaopdrachten 276

269

Evaluatie 278 Studiehulp 278 Hoofdstuk 26 Maatschappelijke ontwikkelingen Hoofdstuk 27 Ethische dilemma’s 278 Hoofdstuk 28 Wet- en regelgeving 279 Evaluatie en reflectie 281

1 10

261

278

260


Thema 1 Werkveld van specifieke doelgroepen

1

Vroeger was er geen professionele zorg voor mensen die het moeilijk hadden. Wie oud of ziek was en hulp nodig had, was aangewezen op familie of liefdadigheid. Eeuwenlang moesten ouderen en zwakkeren zelf maar zien hoe zij het redden. Op steun van de overheid hoefden ze niet te rekenen. In dit thema krijg je uitleg over de geschiedenis van de armenzorg tot het sociaal werk, zoals we dat nu kennen. Ook lees je over je kerntaken als begeleider specifieke doelgroepen en de cliënten met wie je te maken krijgt. Tot slot kom je meer te weten over de methodische wijze waarop je jouw cliënten ondersteunt en begeleidt. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Geschiedenis maatschappelijke zorg • de maatschappelijke zorg voor 1900 • de maatschappelijke zorg vanaf 1900 • de maatschappelijke zorg vanaf 1950 • de maatschappelijke zorg vanaf 1980 Hoofdstuk 2: Maatschappelijke opvang en voorzieningen • werkgebied en taken • voorzieningen • vormen van zorg en hulpverlening • doelgroepen Hoofdstuk 3: Ondersteuningsproces • begeleiding en ondersteuning geven • methodisch werken • stappen in het ondersteuningsproces

1 11


THEMA 1 Werkveld van specifieke doelgroepen

Verwerking Verwerkingsopdrachten

1 Geschiedenis maatschappelijke zorg 1

1

Eeuwenlang moesten ouderen en zwakkeren zelf maar zien hoe zij het redden. Op steun van de overheid hoefden zij niet te rekenen. a Maak de zin af met het juiste woord. De eerste organisaties in Nederland die iets aan armenzorg deden, waren de: . b

Lees het citaat in het kader.

‘Daar liggen ze dan, moe van het zwerven door de straten van onze groote stad. Wat een verschil van leeftijd en, wanneer wij eens gingen onderzoeken, wat een verschil in afkomst. Enkele hunner gezichten vertellen zelfs dat zij afstammen van zeer gegoede families. Zwarte schapen van de kudde. Wat is toch den oorzaak van hun diepe val? Heeft het hun misschien aan leiding in hunne jeugd ontbroken of waren zij erfelijk met verschillende gebreken belast? Ziedaar vragen, die zich elke dag aan mij opdringen. Wij kunnen heel lang denken over de oorzaken hunner ellende, maar dat verbetert hun toestand nu niet. Nu moet er gehandeld worden, want zij kunnen niet altijd blijven zwerven.’

Wie schreef dit en waarom is deze persoon een bijzonder mens voor de sociale hulpverlening?

c

Welke nieuwe manier van denken komt uit het citaat naar voren?

1 12


Verwerkingsopdrachten

1 Geschiedenis maatschappelijke zorg

2

Na de Tweede Wereldoorlog was alle aandacht gericht op de wederopbouw van het land en werd Nederland steeds meer een verzorgingsstaat. Kies de juiste woorden. 1 In een verzorgingsstaat garandeert de overheid voor iedere burger een bestaansminimum / welvaart. 2 Vanaf 1950 kwam er ook landelijke overheidssteun voor gezondheidszorg / sociaal werk. 3 Door veranderende inzichten groeide het besef dat je kwetsbare ouderen, maar ook mensen met psychiatrische problemen of met een verstandelijke beperking, het beste kunt opvangen in de eigen straat en in de eigen wijk / grote instellingen. 4 In het sociaal en maatschappelijk werk verschoof de aandacht steeds meer naar de oorzaken van problemen achterhalen / het bestrijden van onmaatschappelijk gedrag.

3

De verzorgingsstaat had ook een keerzijde. Steeds meer mensen werden financieel afhankelijk van de overheid. De hulp en zorg voor iedereen kostte de staat zo veel geld dat de verzorgingsstaat in de jaren tachtig van de vorige eeuw onbetaalbaar was geworden. Dit alles leidde tot de gedachte van een zorgzame samenleving. a Wat betekende de gedachte van een ‘zorgzame samenleving’ voor het welzijnswerk?

b

Wat zijn de voordelen en de nadelen van een participatiemaatschappij? Zet de voordelen en nadelen in de juiste kolom. Kies uit: goedkoper voor de overheid – grote druk op werkenden met een gezin – iedereen doet actief mee – meer afhankelijkheid van anderen – minder controle nodig – minder regels – ouderen zijn zelf ook mantelzorger – problemen voor mensen zonder ondersteunend netwerk

Voordelen participatiemaatschappij

Nadelen participatiemaatschappij

c

In welke wet wordt de professionele hulp op het gebied van huishoudelijke zorg en persoonlijke verzorging geregeld?

d

Waar richt deze wet zich op?

1 13


THEMA 1 Werkveld van specifieke doelgroepen

4

Lees de situatieschets in het kader en beantwoord daarna de vraag.

Na een herseninfarct is de 66-jarige mevrouw Frerichs niet meer in staat om goed voor zichzelf te zorgen. Boodschappen doen lukt niet meer, haar woning dreigt te vervuilen en ze staat er grotendeels alleen voor. Haar buurvrouw probeert te doen wat ze kan, maar is zelf al op leeftijd. De buurvrouw belt met het buurtteam in de wijk. Is er daar misschien iemand die mee kan helpen? Vanuit het buurtteam kan inderdaad ondersteuning geregeld worden. Maar eerst zal er met mevrouw Frerichs een gesprek moeten plaatsvinden om te kijken wat ze nog wel zelf kan.

Hoe herken je hier ‘Welzijn nieuwe stijl’ in?

1 Maatschappelijke opvang en voorzieningen 2

1

Als beroepskracht maatschappelijke zorg werk je in de hulp- en dienstverlening. Er zijn heel veel instellingen en werkplekken waar je als begeleider specifieke doelgroepen aan de slag kunt. a Welke instelling en welk soort baan heeft jouw voorkeur? Leg je antwoord uit.

b

Als begeleider specifieke doelgroepen wordt van je verwacht dat je in staat bent zelfstandig je werk in te delen en dat je verantwoordelijkheid neemt voor het resultaat. Je zorgt ervoor dat de cliënten die je begeleidt zich goed voelen en je biedt begeleiding bij zaken als persoonlijke verzorging, vrije tijd, dagbesteding, wonen of werk. Bij dit beroep horen kerntaken. Welke kerntaak zal jou de meeste energie kosten? Leg je antwoord uit.

1 14


Verwerkingsopdrachten

c

2 Maatschappelijke opvang en voorzieningen

Lees de situatieschets en beantwoord daarna de vraag.

Mevrouw De Vries (83) heeft de ziekte van Parkinson. Dit beperkt haar zo in haar beweging dat zij zich afvraagt of ze nog huis kan blijven wonen. Ze moet er niet aan denken in een verpleeghuis terecht te komen. Samen met haar vaste begeleider onderzoekt mevrouw De Vries de middelen die kunnen helpen haar zelfredzaamheid te behouden en te stimuleren, zoals een rollator en beeldbellen. Dat laatste is zorg op afstand met de Ipad. De thuiszorg belt op vaste tijdstippen om te vragen hoe het gaat. Dit geeft mevrouw een gevoel van veiligheid en een gevoel van vrijheid omdat de thuiszorg minder vaak langs hoeft te komen.

d

e

2

Welke taken van een begeleider specifieke doelgroepen komen in deze situatieschets naar voren? Kies de juiste antwoorden. a de zelfredzaamheid van cliënten stimuleren b de zelfstandigheid van cliënten zo groot mogelijk maken c grenzen stellen als de cliënten te veel van je tijd vragen d op een eerlijke en integere wijze je mening met de cliënt delen Waarom is de situatieschets over mevrouw De Vries een voorbeeld van de participatiemaatschappij?

Waarom is de situatieschets over mevrouw De Vries een voorbeeld van vraaggericht werken?

Veel cliënten binnen jouw werkgebied hebben dag en nacht begeleiding, verzorging of verpleging nodig. Denk aan chronisch zieke ouderen, mensen met dementie of met een psychiatrische aandoening. Zij wonen veelal in een woonvoorziening, zoals een zorgcentrum, verpleeghuis of psychiatrische kliniek. De zorg kan tijdelijk zijn of permanent. a Kies telkens de juiste woorden. 1 Het streven bij kleinschalig wonen is de bewoners een huiselijke omgeving te bieden die voelt als op visite / thuis. 2 De bewoners in een kleinschalige woonvoorziening doen zo veel mogelijk zelf / wordt zo veel mogelijk werk uit handen genomen. 3 Een groepswoning is aangepast aan de sociaal-culturele achtergrond van de bewoners / hulpvraag van de bewoners.

1 15


THEMA 1 Werkveld van specifieke doelgroepen

b

Er zijn verschillende vormen van opvang. Combineer de soort opvang met de doelgroep waarvoor de opvang bedoeld is.

Opvang

c

Doelgroep

1

begeleid wonen

A

voor cliënten die met spoed hun huis moeten verlaten

2

crisisopvang

B

voor cliënten die (nog) niet in staat zijn zelfstandig te wonen

3

dagopvang

C

voor cliënten voor wie begeleiding in de eigen omgeving onvoldoende is

4

justitiële opvang

D

voor dak- en thuislozen

5

nachtopvang

E

voor gedetineerden

6

vrouwenopvang

F

voor vrouwen die te maken hebben met geweld in hun relatie of meisjes die het slachtoffer zijn van bijvoorbeeld loverboys

Combineer de soort begeleiding met een voorbeeld van een doelgroep waarvoor de begeleiding bedoeld is.

Begeleiding

Doelgroep

1

intramuraal

A

bewoners van een asielzoekerscentrum of een verpleeghuis

2

extramuraal

B

chronisch zieken

3

semimuraal

C

cliënten met verslavingsproblematiek

4

transmuraal

D

thuiswonende ouderen die begeleiding nodig hebben op het gebied van sociale contacten en dagbesteding

1 16


Verwerkingsopdrachten

3

2 Maatschappelijke opvang en voorzieningen

Als begeleider krijg je te maken met verschillende doelgroepen; dat zijn de cliëntengroepen waarop je hulp is gericht. Dit betekent dat je uitstekende kennis moet hebben van de verschillende doelgroepen, hun specifieke problematiek, hun beperkingen en mogelijkheden, en hun wensen en behoeften. a Vul de juiste woorden in. Kies uit: contacten – kwart – organiseren – sociaal isolement – sociale netwerk – Wmo Sinds de invoering van de

is het de bedoeling dat mensen

met een hulpvraag eerst moeten proberen hun eigen steun en zorg te . Dit kunnen zij doen door een particuliere hulp te betalen . Dit is het

of door hulp te vragen binnen hun geheel aan

rond een cliënt, dat kan bijdragen aan de

begeleiding en zorg. Vooral ouderen zijn hierin kwetsbaar. Een van de ouderen heeft geen sociaal netwerk meer. Als begeleider specifieke doelgroepen help je mee om te voorkomen dat ouderen in een raken. b

c

Voor welke doelgroep moet jij als begeleider specifieke doelgroepen (nog meer dan bij andere doelgroepen) zorgen voor een rustige omgeving en een vast dagritme? Kies het juiste antwoord. a dak- en thuislozen b kwetsbare ouderen c mensen met psychische problematiek d mensen met verslavingsproblematiek Lees de situatieschets in het kader en beantwoord daarna de vraag.

Slaapplaats bij koud weer Bij lage temperaturen krijgt u een gratis slaapplaats bij een nachtopvang van De Tussenvoorziening. Dit is de koudweerregeling. De koudweerregeling gaat in als de gevoelstemperatuur overdag of ’s nachts lager is dan: • 0 graden - de verwachting is dat dit ten minste 72 uur duurt; • -3 graden - de verwachting is dat dit ten minste 48 uur duurt; • -5 graden - verwacht wordt dat dit ten minste 24 uur duurt. De gemeente bepaalt wanneer de koudweerregeling geldt en afloopt. Bron: www.utrecht.nl

Voor welke doelgroep is deze tekst bedoeld? Kies het juiste antwoord. a dak- en thuislozen b gedetineerden c kwetsbare ouderen d mensen met psychische problematiek e mensen met verslavingsproblematiek

1 17


THEMA 1 Werkveld van speciďŹ eke doelgroepen

d

Waarom is hulp aan mensen met verslavingsproblematiek niet altijd gericht op het stoppen van de verslaving?

e

f

Wat zijn jouw taken bij het begeleiden van gedetineerden? Kies de juiste antwoorden. a beschermen tegen mishandeling door de partner b detentie verborgen houden voor de omgeving c familie en andere betrokkenen hulp bieden d hulp bieden bij praktische zaken, zoals werk zoeken e inschatten of situaties gevaar kunnen opleveren f naar de zelfstandigheid van de gedetineerde toewerken Bij welke twee instellingen kunnen slachtoffers van vrouwenmishandeling terecht?

g

Lees de situatieschets.

Gulasor wordt uitgehuwelijkt. Ze krijgt twee kinderen bij haar man, maar ze weigert vanaf een bepaald moment seks met hem. Ze loopt weg van huis en kondigt een scheiding aan. De situatie verscherpt als ze een (buitenechtelijke) relatie krijgt met een man met een andere nationaliteit. Gulasor wordt ernstig bedreigd, in het bijzonder door haar moeder en zussen. Ze wordt, onder een streng veiligheidsregime, opgenomen in een opvanghuis. Ze krijgt een kind van haar vriend. De situatie wordt minder riskant als de scheiding rond is, en als haar ex-man is hertrouwd en klaarblijkelijk uit Nederland vertrekt. Gulasor woont inmiddels (met haar drie kinderen) zelfstandig, maar onder begeleiding. Er wordt bezien of het mogelijk is om de ouders van Gulasor om te laten gaan met hun kleinkinderen, zonder dat Gulasor gevaar loopt. Bron: https://www.huiselijkgeweld.nl/doc/feiten/casusonderzoek_eerwraak_cot.pdf

h

Waar is deze situatieschets een voorbeeld van? Kies het juiste antwoord. a eerwraak b (ex-)partnermishandeling c kindermishandeling d ouderenmishandeling Mag een asielzoeker die asiel aanvraagt op economische gronden in Nederland blijven? Leg je antwoord uit.

1 18


Verwerkingsopdrachten

3 Ondersteuningsproces

1 Ondersteuningsproces 3

1

Jouw cliënten kunnen allerlei soorten problemen hebben, bijvoorbeeld een chronische ziekte of sociale problemen. Jij moet daarom precies weten welke aanpak bij welke problemen past. a Elke begeleiding start bij het opbouwen en onderhouden van een vertrouwensrelatie met een cliënt. Kies telkens het juiste woord. Een vertrouwensrelatie is een relatie waarbij sprake is van eenzijdige / wederzijdse acceptatie en (daardoor) vertrouwen, waarbij in ieder geval een van beiden voor de ander een leidersfiguur / vertrouwensfiguur is aan wie hij algemene / persoonlijke zaken toevertrouwt. b Lees het citaat.

Marinka (24 jaar) is woonbegeleider in een zorgcentrum: ‘Ik heb dit beroep niet voor niets gekozen. Ik wil graag helpen en verzorgen en zou het liefst alles voor een cliënt bedenken en doen. Maar in plaats daarvan probeer ik toch steeds weer de dialoog aan te gaan en te bespreken hoe de zorg het beste georganiseerd kan worden. Wat kan de cliënt zelf, wat kan de familie doen?’

Wat voor soort begeleiding biedt Marinka?

c

Vul het juiste woord in. De mate waarin een cliënt zelfstandig kan meedoen en zelf dingen kan regelen is .

diens 2

Leg uit waarom methodisch werken een cyclisch proces is.

3

Tijdens alle stappen in het ondersteuningsproces vindt er afstemming en overleg met de cliënt of diens netwerk plaats. Je handelt op basis van een vastgestelde behoefte of vraag. Dat gebeurt om de hulp, zorg en ondersteuning zo goed mogelijk te laten aansluiten op de wensen en behoeften van de cliënt. Daarbij ga je methodisch te werk. a Zet de stappen om methodisch te werken in de juiste volgorde. Zet een 1 voor de eerste stap, een 2 voor de volgende stap en zo verder. Doelen formuleren Evalueren Plan maken Uitvoeren van de activiteiten volgens planning Vaststellen van behoeften en problemen Verzamelen van informatie

1 19


THEMA 1 Werkveld van specifieke doelgroepen

b

Waarom moet je bij het verzamelen van informatie niet alleen met de cliënt praten, maar ook andere bronnen (bijvoorbeeld mensen uit de omgeving van de cliënt) aanspreken? Geef twee redenen.

c

Een deel van het ondersteuningsproces bestaat uit het vaststellen van de behoeften die de cliënt heeft. De Amerikaanse psycholoog Maslow beschreef halverwege de vorige eeuw dat een mens verschillende drijfveren en aangeboren behoeften heeft. Zet de stappen van de piramide van Maslow in de juiste volgorde. Zet een 1 voor de laagst geplaatste behoefte, een 2 voor de daarboven geplaatste behoefte en zo verder. Behoefte aan sociaal contact Behoefte aan erkenning en waardering Lichamelijke behoeften Behoefte aan veiligheid en zekerheid Zelfontplooiing

d

e

f

Wat is ondersteuning op maat? Kies het juiste antwoord. a Je geeft de cliënt alleen die ondersteuning waar hij voor verzekerd is. b Je geeft de cliënt alle ondersteuning die hij wil hebben. c Je geeft de cliënt de ondersteuning die nodig is om de gestelde doelen te bereiken. d Je geeft de cliënt de ondersteuning zoals voorgeschreven in zijn dossier. Ben jij degene die volledig bepaalt welke taken je als begeleider gaat uitvoeren? Leg je antwoord uit.

Maak de zinnen af. Vul het juiste woord in. 1

De afspraken tussen jou en je cliënt leg je vast in het .

2

Hierbij zorg je ervoor dat de afspraken ook bekend zijn bij alle andere .

g

Met wie voer je de evaluaties uit? Noem drie ‘partijen’.

1 20


Toepassing Praktijksituaties Wie binnen drinkt, doet dat niet op straat Caspar (34) is coördinator van De Kleine Haag, een 24-uursopvang voor dak- en thuisloze alcoholverslaafden. De opvang heeft als doel: beperken van gezondheidsschade bij cliënten en het bestrijden van overlast in de buurt. Ervoor zorgen dat ze binnenkomen Caspar vertelt: ‘Onze cliënten hebben al jaren een probleem met alcohol. Tegen bezoekers zeggen: “Je moet stoppen met alcohol,” dat werkt niet. Dan gaan ze op straat drinken. Onze manier van werken is ervoor te zorgen dat mensen binnenkomen. Ze het gevoel geven dat ze hier veilig zijn en op een rustige manier hun alcohol kunnen nuttigen. Het idee is: “Wie binnen drinkt, doet dat niet op straat.” Naast alcohol of koffie en thee drinken kunnen cliënten hier douchen en krijgen ze drie maaltijden per dag. Dit brengt structuur in hun leven.’ Maximaal tien halve liters per dag ‘Om in aanmerking te komen voor deze opvang moet een bezoeker dak- en thuisloos zijn, een alcoholprobleem hebben, bekend zijn bij de sociale diensten en ingeschreven zijn in de gemeente. Op dit moment verblijven 28 alcoholverslaafden in De Kleine Haag. Een deel woont in de opvang, maar ze kunnen ervoor kiezen om hier alleen overdag te zijn. Een arts en een verpleegkundige voeren dagelijks controles uit. Zij bepalen hoeveel halve liters bier iemand mag drinken op een dag, met een maximum van tien.’ Liever bier dan een boterham Peter (18) doet de opleiding Begeleider specifieke doelgroepen en is bezig met zijn BPV. Hij heeft bij De Kleine Haag de taak de bewoners ’s ochtends wakker te maken en uit bed te krijgen voor het ontbijt. ‘Dat is nog niet zo gemakkelijk,’ vertelt Peter. ‘Ze hebben vaak een kater en willen blijven liggen. Het is een kunst ze toch te motiveren, want de meesten willen zo vroeg nog niet aan tafel. Ze nemen liever eerst een biertje dan een boterham.’ Toch blijft Peter het elke dag weer proberen met de bewoners samen te ontbijten. ‘Ik wil bier, nu!’ Bewoner Frits (46) is een paar dagen geleden door de politie binnengebracht. Frits vindt het gratis bier in de opvang wel ‘cool’. Zolang hij zijn biertjes mag drinken, maakt hij geen problemen. Wel gaat hij ’s avonds tegen de regels in nogal eens de straat op om nog wat extra bier te scoren. Die ochtend heeft Frits een fikse kater. Na een paar keer roepen heeft Peter hem eindelijk uit bed. Peter en twee andere cliënten zitten al aan de ontbijttafel als Frits mopperend binnenkomt. Hij vraagt meteen om bier. Peter antwoordt: ‘Frits, je kent de afspraken. Je weet dat je je eerste biertje om half acht kon halen. Het is nu kwart over acht dus tijd voor het ontbijt.’

1 21


THEMA 1 Werkveld van specifieke doelgroepen

Frits reageert boos: ‘Ik wil een biertje. Dus flikker op met je stomme ontbijt.’ Peter blijft rustig: ‘Het spijt me Frits. Je volgende biertje kun je straks om negen uur bij het bierlokaal krijgen. Niet eerder. Kom er gezellig bij zitten.’ Frits slaat hard op de tafel en smijt een koffiekan op de grond. ‘Verdomme!’ roept hij, terwijl hij de koffiekan nog een schop geeft. ‘Wie ben jij nou helemaal? Geef me mijn bier, nu!’ Peter vindt dit een belangrijk moment voor zichzelf. Nu kan hij voor zichzelf aantonen of hij geschikt is voor dit werk of niet. Toevallig had hij zich juist voorgenomen te willen oefenen in het omgaan met agressief gedrag. Met zijn collega’s had hij een paar dagen terug nog een gesprek gevoerd over hoe zij omgaan met geweld. 1

Bij de kerntaken van de begeleider specifieke doelgroepen staat: ‘Je zorgt ervoor dat de cliënten die je begeleidt, zich goed voelen en je biedt begeleiding bij zaken als persoonlijke verzorging, vrije tijd, dagbesteding, wonen of werk.’ Is de situatie waarin Peter zich bevindt met Frits een ‘begeleidingssituatie’? Licht je antwoord toe.

2

Hoe kan Peter ervoor zorgen dat de situatie niet escaleert? Geef drie mogelijkheden.

3

Hoe kan Peter voor zichzelf het meeste leerrendement halen uit deze situatie?

4

‘Onze manier van werken is ervoor zorgen dat mensen binnenkomen. Ze het gevoel geven dat ze hier veilig zijn en op een rustige manier hun alcohol kunnen nuttigen,’ aldus de coördinator van De Kleine Haag. a Wat is het doel van deze opvang voor de bewoners?

1 22


Praktijksituaties

Wie binnen drinkt, doet dat niet op straat

b

Is bier geven aan mensen met een alcoholverslaving een vorm van ‘ondersteuning bieden in het ontwikkelen van hun zelfredzaamheid’?

5

Frits vindt het ’cool’ dat hij gratis bier krijgt en houdt zich ’s avonds niet aan de regels. Zolang hij maar bier kan drinken, maakt hij geen problemen. Heeft Frits volgens jou een hulpvraag? Verwerk in je antwoord het basisbehoeftemodel van Maslow.

6

Na het bierincident gaat Peter in gesprek met Frits. Peter wil de hulpvraag van Frits achterhalen. Hij weet niet of Frits hem voldoende vertrouwt om open te communiceren, maar Peter wil het wel proberen. a Noem drie vragen die Peter kan stellen om Frits open met hem te laten praten.

b

Hoe moet de houding van Peter zijn tijdens zo’n open gesprek met Frits? Noem twee aspecten.

1 23


THEMA 1 Werkveld van specifieke doelgroepen

Els zorgt voor een huiselijke sfeer Els is woonbegeleider in een kleinschalige woonvoorziening voor ouderen met dementie. ‘Het is hier erg huiselijk, net alsof je bij iemand op bezoek bent. Je ziet meteen wanneer er iemand iets dwars zit, omdat je ze allemaal zo goed kent.’ Er zitten acht bewoners rond de tafel. Sommigen eten zelfstandig, anderen hebben hulp nodig van een begeleider. Het team bestaat uit tien medewerkers. De bewoners hebben 24uurszorg nodig. Er wordt gewerkt met een dag-, avond- en nachtdienst. Iedere begeleider werkt in zijn eentje en dat kan soms lastig zijn. Bewegingssensoren geven ’s avonds een melding als een van de bewoners uit de kamer komt en gaat dwalen. In het wekelijkse teamoverleg kunnen medewerkers elkaar vragen stellen als: ‘Hoe pak jij dat aan?’, ‘Wat doe je als …’ of ‘Ik vind het moeilijk om …’. Als iemand iets níet wil, dan moet dat ook niet gebeuren ‘Deze plek is hun thuis: de bewoners worden hier niet “opgenomen”, maar ze “verhuizen” naar een nieuwe woning,’ vertelt Els. ‘De bewoners zijn allemaal 80-plus en we hebben de inrichting aangepast aan de tijd van zestig jaar geleden.’ Een van de bewoners gaat naar buiten om restjes brood in stukjes te breken om aan de vogeltjes te voeren. Een andere mevrouw zit in een rolstoel en bladert met haar ene, goede hand een tijdschrift door. Iemand anders staart voor zich uit en zegt helemaal niets. ‘Sommige bewoners zijn niet meer in staat om aan te geven wat zij zelf wel en niet willen. Daarom vragen we bij de intake aan de familie: “Wat doet iemand thuis?” En als iemand iets juist níet wil, dan moet dat ook niet gebeuren.’ De bewoners zitten in het zithoekje, terwijl Els het avondeten bereidt. Keukenkast opentrekken De zoon van mevrouw Lambrechts komt op bezoek. Hij zet een kan koffie, ook voor de andere bewoners, en helpt zijn moeder met het drinken van de koffie. De heer Bellemans bezoekt zijn vrouw Mia. Toen zij incontinent werd, kon hij de zorg voor haar niet meer alleen aan. Hij buigt zich voorover en geeft zijn vrouw een kus op haar voorhoofd. Mia lacht even, terwijl ze een van haar knuffels aait. ‘Thuis viel ze in een week drie kilo af. Toen ze hier kwam wonen, kreeg ze direct astronautenvoeding en nu is ze weer keurig op een normaal gewicht,’ zegt de heer Bellemans vol lof over de begeleiding. ‘Ze nemen hier de tijd om je te eten te geven. Ze krijgt de aandacht. Er komt een diëtist en ze krijgt fysiotherapie. Mijn vrouw werd onlangs 82 en een verjaardag wordt hier uitgebreid gevierd. Het geeft mij voldoening dat ik mijn vrouw af en toe zie lachen. En dat ik elke dag even kan binnenlopen en wat kan meehelpen met koken of eten geven.’ ‘Familieleden voelen zich hier thuis. Ze kunnen de keukenkast opentrekken als ze dat willen en meehelpen waar dat kan, ze zijn welkom,’ Els voegt hieraan toe. ‘Je krijgt ook een hechte band met de familieleden. Ze komen sneller naar je toe met vragen of verhalen. Vroeger stond “het werk” voorop, nu wordt er veel maar naar de cliënt geluisterd.’

1 24


Praktijksituaties

Els zorgt voor een huiselijke sfeer

1

Els werkt met acht bewoners, allemaal ouder dan 80 jaar, die een vorm van dementie hebben. De setting is kleinschalig en huiselijk. Wat zal de algemene hulpvraag zijn van deze bewoners?

2

Wat is het algemene doel van de ondersteuning van deze cliënten?

3

‘Mijn vrouw werd onlangs 82 en een verjaardag wordt hier uitgebreid gevierd.’ Welke activiteiten zou je als woonbegeleider kunnen organiseren rond het thema ‘verjaardag’? Geef twee voorbeelden.

4

Mensen met dementie hebben recht om zelf zo veel mogelijk de regie te voeren over hun eigen leven. Geef een voorbeeld van hoe je als woonbegeleider de zelfregie bij mensen met ernstige dementie in acht kunt nemen.

1 25


WERKBOEK NIVEAU 3

Begeleider specifieke doelgroepen MZ

Deze uitgave Begeleider specifieke doelgroepen MZ maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Maatschappelijke zorg. P2-K1 Bieden van ondersteuning aan specifieke doelgroepen P2-K1-W1 Levert een bijdrage aan het ondersteuningsplan P2-K1-W2 Begeleidt specifieke doelgroepen en hun naastbetrokkenen bij (dagelijkse) activiteiten P2-K1-W3 Ondersteunt de cliĂŤnt gericht op zelfmanagement en/of maatschappelijke participatie

m a at s c h a p p e l i j k e zorg

MZ Begeleider specifieke doelgroepen MZ WERKBOEK

De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt. De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaal-agogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- / reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff.nl/trajectwelzijn.

Auteur: N. Berta Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

9 789006 622430

MBO_WB_BegelSpecifiekeDoelgr_MZ_210x297mm.indd All Pages

26/03/18 12:57


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Begeleider specifieke doelgroepen MZ niveau 3 werkboeken by ThiemeMeulenhoff - Issuu