Skip to main content

Agogisch medewerker GGZ werkboek niveau 4

Page 1

WERKBOEK NIVEAU 4

Agogisch medewerker GGZ MZ

Deze uitgave Agogisch medewerker GGZ MZ maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Maatschappelijke zorg. P4-K1-W1 Levert een bijdrage aan het ondersteuningsplan P4-K1-W2 Ondersteunt en stimuleert eigen herstel van de cliënt P4-K1-W3 Begeleidt cliënten bij groepsgerichte activiteiten P4-K1-W4 Ondersteunt, informeert en stimuleert naastbetrokkenen P4-K1-W5 Voert coördinerende taken uit P4-K1-W6 Begeleidt nieuwe collega’s, stagiaires en/of vrijwilligers

m a at s c h a p p e l i j k e zorg

MZ Agogisch medewerker GGZ MZ WERKBOEK

De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt. De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaal-agogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- / reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff.nl/trajectwelzijn.

Auteur: A.C. Verhoef Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

9 789006 622454

MBO_WB_AgogischMedewGGZ_MZ_210x297mm.indd All Pages

7/05/18 15:53


Agogisch medewerker GGZ MZ Niveau 4

A.C. Verhoef


Colofon Auteurs A.C. Verhoef

Redactie M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

Vormgeving en omslag Studio Fraaj, Rotterdam

Fotografie omslag

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een Over ThiemeMeulenhoff learning design company. Wezich brengen content, leerontwerp ThiemeMeulenhoff ontwikkelt van educatieve uitgeverij toten een learning technologie samen. onze content, groeiende expertise,en ervaring en design company. WeMet brengen leerontwerp technologie samen. leeroplossingen zijn we een partner voor bij het vernieuwen Met onze groeiende expertise, ervaring enscholen leeroplossingen zijn we eenen verbeteren onderwijs. kunnen we betervan recht doen aan partner voorvan scholen bij hetZo vernieuwen ensamen verbeteren onderwijs. Zode verschillen endoen scholen ervoor zorgen datlerenden leren steeds kunnen we tussen samen lerenden beter recht aan en de verschillen tussen persoonlijker, en efficiënter wordt.persoonlijker, effectiever en en scholen en effectiever ervoor zorgen dat leren steeds efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl

Mathilde Karrèr, Rotterdam

Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort

Technisch tekenwerk Tiekstra Media, Groningen

ISBN 978 90 06 62245 4 www.thiememeulenhoff.nl Eerste druk, eerste oplage, 2018

ISBN 978 90 066 224 5Amersfoort, 4 © ThiemeMeulenhoff, 2018 Eerste druk, eerste oplage, 2018 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, verveelvoudigd, opgeslagen in een 2018 geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, Alle rechten door voorbehouden. Niets uit dezeofuitgave mag manier, worden zonder mechanisch, fotokopieën, opnamen, enig andere verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, fotokopieën, opnamen, of enigisandere manier, zonder Voor zover hetdoor maken van kopieën uit deze uitgave toegestaan op grond voorafgaande toestemming van van de 23 uitgever. van artikel 16B schriftelijke Auteurswet 1912 j° het Besluit augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde Voor zover hettemaken van kopieën uitPublicatiedeze uitgave is toegestaan op vergoedingen voldoen aan Stichting en Reproductierechten grond van artikel Auteurswet 1912 het Besluit(www.stichting-pro.nl). van 23 augustus 1985, Organisatie (PRO),16B Postbus 3060, 2130 KBj°Hoofddorp Stbl. 471 overnemen en artikel 17 dient men de daarvoor wettelijk Voor het vanAuteurswet gedeelte(n)1912, uit deze uitgave in bloemlezingen, verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Publicatieenzich tot readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Stichting Auteurswet) dient men Reproductierechten Organisatie Postbus 2130 KB de uitgever te wenden. Voor meer(PRO), informatie over3060, het gebruik vanHoofddorp muziek, film (www.stichting-pro.nl). Voor overnemen gedeelte(n) uit deze uitgave en het maken van kopieën in het het onderwijs zievan www.auteursrechtenonderwijs.nl. in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient ernaar men zich tot de de uitgever te wenden. Voor meer De uitgever heeft gestreefd auteursrechten te regelen volgens de informatie over het gebruik van die muziek, film en menen het maken vanrechten kopieën wettelijke bepalingen. Degenen desondanks zekere tein het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten Deze uitgavedoen is volledig CO2kunnen -neutraalzich geproduceerd. te kunnen gelden, alsnog tot de uitgever wenden. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


Rondleiding door dit werkboek Het werkboek is verdeeld in thema’s. Een thema in het werkboek sluit precies aan bij een thema in de theorie. Thema 1 Oriëntatie op het werkveld PW

1

Themaopening Je leest waar het thema over gaat en welke hoofdstukken en onderwerpen aan de orde komen.

Dit thema gaat over welzijnswerk. Welzijnswerk noem je ook wel sociaal-agogisch werk. Welzijn heeft te maken met het welbevinden van mensen, met zich ‘gelukkig’ voelen. In het sociaal-agogisch werk houd je je dus bezig met het welzijn van mensen. Je probeert het gedrag van mensen zo te veranderen dat ze zich gelukkig(er) voelen. Het welzijnswerk heeft drie werkvelden: PW, MZ en SW. Elk werkveld heeft zijn eigen doelgroep en aandachtspunten. • Jij hebt gekozen voor PW. Dat staat voor pedagogisch werk. Je houdt je daar bezig met de opvoeding (pedagogiek) en opvang van kinderen en jongeren tot 23 jaar. Er zijn drie opleidingen op niveau 3 en 4. • Bij MZ (maatschappelijke zorg) draait het om het geven van ondersteuning en zorg aan mensen die dat nodig hebben. Binnen MZ zijn er zes opleidingen op niveau 3 en 4. • De afkorting SW betekent sociaal werk. In dit werkveld word je opgeleid om cliënten actief mee te laten doen in de samenleving en hun maatschappelijke positie te verbeteren. SW heeft twee opleidingen, beide op niveau 4. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Sociaal-agogisch werk • sociaal-agogisch werk = welzijnswerk • beroepen in de welzijnssector - kiezen voor sociaal-agogisch werk • beroepshouding Hoofdstuk 2: Pedagogisch werk • een baan als pedagogisch medewerker • werkvelden

Verwerking Verwerkingsopdrachten

1 Sociaal-agogisch werk 1 1

1

1

Bij sociaal-agogisch werk gaat het om het welzijn van mens en samenleving. a Geef een ander woord voor sociaal-agogisch werk.

8

b

1

In dit werkboek staan verschillende soorten opdrachten. Deze helpen je om je de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken.

2

Wat is het doel van sociaal-agogisch werk?

c

Geef een voorbeeld van PW waarmee je dit doel laat zien.

d

Maak een mindmap met als titel: sociaal-agogisch werk. Een mindmap is een woordweb, waarbij je onderwerpen rondom een thema (in dit geval: sociaalagogisch werk) noteert. Je kunt een mindmap gewoon op papier maken, maar het kan ook op een leuke manier digitaal, via ‘Coggle’. Je kunt inloggen in op www.coggle.it met een Google-account. Coggle is gratis. Het werkt eenvoudig, maar er zijn op YouTube ook instructiefilmpjes te vinden.

De welzijnssector bevat verschillende beroepsgroepen. a Welke drie hoofdgroepen kun je onderscheiden?

Verwerking Verwerkingsopdrachten helpen je de theorie te leren en te begrijpen. Ze zijn geordend per hoofdstuk.

1 9

THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW

Toepassing Praktijksituaties hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen.

Toepassing Praktijksituaties Veiligheid en uitdaging De leerlingen van basisschool De Kring hebben hun jaarlijkse sportdag. De kinderen zijn door hun leerkrachten in teams verdeeld. In elk team zit van elke jaargroep een kind. De leeftijdsverschillen zijn dus groot. Dat is bewust gedaan. Kinderen kunnen elkaar zo niet alleen helpen, er ontstaat ook een goede band tussen de verschillende groepen. Naast de activiteiten op de sportdag die elk jaar terugkomen, zijn er ook elk jaar nieuwe activiteiten. Dat maakt de dag voor alle kinderen spannend en uitdagend. Nikki is onderwijsassistent op De Kring. Ze heeft een belangrijk aandeel gehad in de voorbereiding van de jaarlijkse sportdag. Ze zat in de onderzoekscommissie. Een van haar taken was het bedenken van een nieuwe activiteit en de begeleiding ervan op de dag zelf. De leerlingen en hun begeleiders hebben geluk: het is prachtig weer en het belooft een fantastische dag te worden. Nikki begeleidt het spel ‘schat veroveren’. Ze heeft het spel zelf bedacht. Ze legt uit wat de bedoeling is: In het midden van het speelveld staat een kist. Daarin ligt een schat. Aan beide kanten van het veld staat een team achter een lijn, de jongste kinderen vooraan. Op haar fluitsignaal rent het eerste kind van beide teams naar de kist en pakt er een goudstaaf uit. De kinderen rennen terug naar hun team en tikken het volgende kind aan. Pas dan mag die teamgenoot in actie komen om een volgende goudstaaf te veroveren. Als de kist leeg is, is het spel afgelopen en worden de goudstaven geteld. Het team dat het meeste goud heeft veroverd, heeft gewonnen. ‘Duidelijk? Zijn er nog vragen?’ Die zijn er niet, het spel kan beginnen. Als het fluitsignaal klinkt, sprinten de eerste twee kinderen naar het midden van het veld, duiken tegelijkertijd in de kist om een goudstaaf te pakken en knallen met hun koppen tegen elkaar. De EHBO’er kan meteen aan het begin van de dag in actie komen en voor beide kinderen is het voor die dag over en uit. Met een buil op hun hoofd en waarschijnlijk een lichte hersenschudding worden ze vroegtijdig opgehaald door hun ouders. Nikki voelt zich schuldig. Had ze dit kunnen voorkomen?

Vaardigheden om de benodigde beroepsvaardigheden aan te leren. Themaopdrachten grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt dan ook aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken, plannen en problemen oplossen.

1

1

Je maakt de opdracht in een groep van vier studenten. Jullie maken een analyse van de beschreven situatie en jullie bedenken een oplossing waarmee het spel veiliger wordt.

Werkwijze Maak deze analyse aan de hand van de volgende punten en zet je uitkomsten op papier: a Bij deze sportdag is het belangrijk om een goede balans te vinden tussen uitdaging en veiligheid. Geef in je analyse aan waarom die balans belangrijk is.

1 18

THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW

Evaluatie Studiehulp

1 Sociaal-agogisch werk 1

Stelling 1 Een ander woord voor welzijnswerk is sociaal-agogisch werk. 2 Pedagogiek is de wetenschap die zich bezighoudt met het veranderen van het gedrag van mensen. 3 Welzijn is de mate van welbevinden. 4 MZ is de afkorting voor maatschappelijke zorg. 5 MZ bestaat uit zes opleidingen. 6 PW is de afkorting van professioneel werk. 7 Een PW’er kan werken in de kinderopvang. 8 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 9 SW is de afkorting van sociaal werk. 10 De opleiding tot agogisch werker GGZ is een van de opleidingen bij SW. 11 De cliënten waar je werk op is gericht, noem je de doelgroep. 12 Een goede beroepshouding bestaat uit: echtheid, waardering en empathie. 13 Een ander woord voor empathie is inlevingsvermogen. 14 Integer zijn wil zeggen dat je kunt opkomen voor jezelf. 15 Assertief zijn betekent dat je je kunt inleven in de cliënt.

Juist Onjuist

◯ ◯

◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

Evaluatie Studiehulp een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. Antwoorden zijn op te vragen bij je docent.

Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?

1 Pedagogisch werk 2

Stelling 1 Bij PW werk je in de kinderopvang of in het onderwijs. 2 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 3 Onder het bijzonder onderwijs vallen scholen die uitgaan van een bepaalde levensovertuiging. 4 In een kinderdagverblijf komen kinderen van twee tot zes jaar. 5 Peuterspeelzalen zijn er voor kinderen tussen de nul en twee jaar. 6 Een gastouder mag slechts een beperkt aantal kinderen opvangen. 7 Een BSO-plus heeft een thema (zoals sport, kunst of drama) als extra. 8 Een tienercentrum is een vervolg op de buitenschoolse opvang. Er komen jongeren tussen de elf en vijftien jaar. 9 Dagopvang noem je ook wel semiresidentiële of semimurale hulpverlening. 10 24-uursopvang noem je ook wel thuisopvang of ambulante hulpverlening. 11 Een Boddaertcentrum is bedoeld voor kinderen met een meervoudige beperking.

1 28

Juist Onjuist

◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯

Evaluatie evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden voor jouw toekomstige beroep: zet na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.


THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW

Vaardigheden Een vaardigheid heeft een vaste opbouw: Oefenen Toepassen Transfer Oriënteren

Vaardigheden De juiste beroepshouding tonen Oriënteren

1 1

1 2 3

Bestudeer de theorie over kiezen voor sociaal-agogisch werk en beroepshouding. Zoek drie personeelsadvertenties uit jouw toekomstige werkveld. Geef aan hoe je daarin de beroepshouding terugziet.

4

Zoek op het internet naar het kwalificatiedossier Pedagogisch werk (https://www.s-bb. nl/onderwijs/kwalificeren-en-examineren/kwalificatiedossiers) en bekijk dit. Wat zegt dat dossier over een goede beroepshouding?

5

Oefenen 6 7

Bekijk het reflectieschema hierna. Vul op de lijnen nu zelf een hulpvraag in.

Observatielijsten

Observatielijsten Bij sommige vaardigheden horen observatielijsten. Die vind je direct achter in dit werkboek. De observatielijsten zijn geordend per thema. Bovenaan staat bij welke vaardigheid de observatielijst hoort. Een observatielijst kun je gemakkelijk uit je werkboek halen. Zo kun je ze in de klas of in je BPV laten invullen.

Thema 1 Lichamelijke verzorging

277

Zorgvrager wassen op bed 277 Zorgvrager wassen op bed met wasdoekjes 281 Zorgvrager wassen aan de wastafel, onder de douche of in bad 285 Haren wassen op bed 289 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met een elektrisch scheerapparaat 291 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met scheermes en scheerzeep 293 Tandenpoetsen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 295 Gebitsprothese verzorgen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 297 Mondholte reinigen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 299 Therapeutische elastische kousen met een open teenstuk aantrekken 301 Therapeutische elastische kousen met een gesloten teenstuk aantrekken 303 Therapeutische elastische kousen uittrekken 305 Hygiënische verzorging van een baby 307

Thema 2 Hulp bieden bij de opname van voeding en vocht Hulp bieden aan een zorgvrager die zelf niet kan eten en drinken Flesvoeding geven 311

Thema 3 Hulp bieden bij de uitscheiding

309

1 22

309

313

Hulp bij het gebruik van een po op bed 313 Hulp bij het gebruik van een urinaal op bed 317 Verwisselen van een incontinentiemat 319 Externe katheter of condoomkatheter verwisselen 321 Katheterzak verwisselen 325 Verzorgen van een blaaskatheter 327 Laxerende zetpil toedienen 329 Microklysma (microlax) of fosfaatklysma toedienen 331 Hulp bieden bij het manueel verwijderen van ontlasting 333 Hulp bieden bij het opgeven van sputum 335 Hulp bieden bij braken 337 Hulp bieden bij het inbrengen van een tampon bij menstruatie

339

Thema 4 Hygiënisch en ergonomisch verantwoord werken

341

Handen wassen met (vloeibare) zeep 341 Handen desinfecteren met handalcohol 343 Aan- en uittrekken van steriele handschoenen 345 Creëren van een schoon of steriel werkveld 347

1 275

Iconen helpen je op weg In de kantlijn staan icoontjes. Die geven aan wat je in de opdracht kunt verwachten.

1 1 1 1 1 1 1

geeft aan dat je een deel van de theorie (nog een keer) leest om de vraag te kunnen beantwoorden. bij deze opdracht werk je samen met anderen. bij deze opdracht heb je een computer met internet nodig om informatie op te zoeken. bij deze opdracht werk je aan je schrijfvaardigheden, bijvoorbeeld met het schrijven van een uitgebreid antwoord, verslag of rapport. bij deze opdracht laat je de uitkomsten zien in een mondelinge presentatie. geeft aan dat het gaat om een creatieve opdracht. geeft aan dat deze opdracht op niveau 4 is.

Werken met dit werkboek Vind je het prettig om eerst de theorie te lezen en dan te kijken of je het weet en begrepen hebt? Lees dan eerst de theorie en maak daarna de verwerkingsvragen. Ben je meer iemand die het liefst de theorie doorneemt aan de hand van vragen? Start dan met de verwerkingsvragen en leg je theorieboek ernaast. Werk je het liefst vanuit de praktijk? Begin dan met een praktijksituatie of een themaopdracht en kijk of je de vragen kunt beantwoorden met de informatie uit de theorie.


Inhoudsopgave Thema 1 Oriëntatie op de GGZ

11

Verwerking 12 Verwerkingsopdrachten 12 Hoofdstuk 1 Cliënten in de GGZ 12 Hoofdstuk 2 Psychiatrische zorg: vroeger en nu 20 Toepassing 25 Praktijksituaties 25 Lisa overdenkt haar beroepskeuze 25 Maddie wil echt aan het werk! 28 Gaat het wel goed met Janita? 31 Vaardigheden 33 Beroepsmatig kunnen signaleren van afwijkend gedrag 33 Themaopdrachten 37 Evaluatie 39 Studiehulp 39 Hoofdstuk 1 Cliënten in de GGZ 39 Hoofdstuk 2 Psychiatrische zorg: vroeger en nu 40 Evaluatie en reflectie 41

Thema 2 Deskundig begeleiden

43

Verwerking 45 Verwerkingsopdrachten 45 Hoofdstuk 3 Ondersteuningsproces: van intake tot afronding Hoofdstuk 4 Begeleiden: de basis 54 Hoofdstuk 5 Methodieken 60 Toepassing 76 Praktijksituaties 76 Merit maakt kennis met een nieuwe cliënt Dante is angstig en ernstig verward 79 Vaardigheden 82 Vertrouwen winnen 82 Een ecogram maken 85 Intakegesprek voeren 88 Motiverende gespreksvoering 91 Themaopdrachten 94

76

Evaluatie 97 Studiehulp 97 Hoofdstuk 3 Ondersteuningsproces: van intake tot afronding Hoofdstuk 4 Begeleiden: de basis 98 Hoofdstuk 5 Methodieken 99 Evaluatie en reflectie 100

1 6

45

97


Thema 3 Begeleiden van cliënten met psychotische stoornissen

102

Verwerking 103 Verwerkingsopdrachten 103 Hoofdstuk 6 Psychotische stoornissen 103 Hoofdstuk 7 Behandeling en begeleiding bij psychotische stoornissen Toepassing 112 Praktijksituaties 112 Het gaat niet goed met Ahmed 112 De psychose van Tygo 116 Vaardigheden 119 Emotionele expressie (EE) laag houden Themaopdrachten 122

108

119

Evaluatie 124 Studiehulp 124 Hoofdstuk 6 Psychotische stoornissen 124 Hoofdstuk 7 Behandeling en begeleiding bij psychotische stoornissen Evaluatie en reflectie 126

Thema 4 Depressieve en bipolaire stemmingsstoornissen

128

Verwerking 129 Verwerkingsopdrachten 129 Hoofdstuk 8 Cliënten met depressieve stemmingsstoornissen 129 Hoofdstuk 9 Cliënten met een bipolaire stemmingsstoornis 133 Toepassing 137 Praktijksituaties 137 Tamar heeft een depressieve stoornis 137 Nathalie wordt aangemeld bij een FACT-team 140 Vaardigheden 143 Betrokken aandacht geven 143 Sociaal isolement en eenzaamheid bespreekbaar maken Themaopdrachten 149

146

Evaluatie 152 Studiehulp 152 Hoofdstuk 8 Cliënten met depressieve stemmingsstoornissen 152 Hoofdstuk 9 Cliënten met een bipolaire stemmingsstoornis 153 Evaluatie en reflectie 154

1 7

125


Thema 5 Angst-, stress- en dwangstoornissen

156

Verwerking 157 Verwerkingsopdrachten 157 Hoofdstuk 10 Cliënten met angststoornissen 157 Hoofdstuk 11 Cliënten met stoornissen samenhangend met trauma en stress Hoofdstuk 12 Cliënten met obsessieve-compulsieve stoornissen 164 Toepassing 169 Praktijksituaties 169 Sylvana blijft het liefst thuis 169 Tara heeft een dwangstoornis 172 Vaardigheden 174 Respect, echtheid en inlevingsvermogen tonen Themaopdrachten 178

174

Evaluatie 181 Studiehulp 181 Hoofdstuk 10 Cliënten met angststoornissen 181 Hoofdstuk 11 Cliënten met stoornissen samenhangend met trauma en stress Hoofdstuk 12 Cliënten met obsessieve-compulsieve stoornissen 183 Evaluatie en reflectie 184

Thema 6 Eet- en verslavingsstoornissen

186

Verwerking 187 Verwerkingsopdrachten 187 Hoofdstuk 13 Cliënten met eetstoornissen 187 Hoofdstuk 14 Cliënten met verslavingsstoornissen

194

Toepassing 203 Praktijksituaties 203 Het streefgewicht van Myrah is 58 kilo 203 Mevrouw Jaspers heeft meerdere psychische problemen Vaardigheden 211 Cliënt confronteren met zijn gedrag 211 Themaopdrachten 216 Evaluatie 218 Studiehulp 218 Hoofdstuk 13 Cliënten met eetstoornissen 218 Hoofdstuk 14 Cliënten met verslavingsstoornissen Evaluatie en reflectie 220

1 8

161

219

207

182


Thema 7

Persoonlijkheidsstoornissen

222

Verwerking 223 Verwerkingsopdrachten 223 Hoofdstuk 15 Cliënten met persoonlijkheidsstoornissen 223 Hoofdstuk 16 Behandeling en begeleiding van cliënten met een persoonlijkheidsstoornis 226 Toepassing 229 Praktijksituaties 229 Aafke heeft een borderlinestoornis 229 Meneer en mevrouw Hamerslag zijn erg wantrouwend 232 Vaardigheden 235 Overdracht en tegenoverdracht-mechanismen leren herkennen en hanteren Themaopdrachten 240 Evaluatie 243 Studiehulp 243 Hoofdstuk 15 Cliënten met persoonlijkheidsstoornissen 243 Hoofdstuk 16 Behandeling en begeleiding van cliënten met een persoonlijkheidsstoornis 244 Evaluatie en reflectie 245

Thema 8 Bijkomende stoornissen en problemen

247

Verwerking 248 Verwerkingsopdrachten 248 Hoofdstuk 17 Cliënten met ontwikkelingsstoornissen 248 Hoofdstuk 18 Cliënten met risico- en probleemgedrag 256 Toepassing 268 Praktijksituaties 268 Bart heeft veel spullen in zijn huis 268 Het gaat niet goed met Madelief 270 Vaardigheden 273 Structuur bieden aan cliënten 273 Omgaan met manipulatieve kritiek 276 Themaopdrachten 280 Evaluatie 282 Studiehulp 282 Hoofdstuk 17 Cliënten met ontwikkelingsstoornissen 282 Hoofdstuk 18 Cliënten met risico- en probleemgedrag 283 Evaluatie en reflectie 284

1 9

235


Thema 9 Coördinatie, kwaliteitszorg en voorlichting

286

Verwerking 287 Verwerkingsopdrachten 287 Hoofdstuk 19 Coördinatie van hulpverlening 287 Hoofdstuk 20 Kwaliteitszorg 291 Hoofdstuk 21 Begeleiden van collega’s en stagiairs 299 Hoofdstuk 22 Voorlichting, advies en instructie 306 Toepassing 312 Praktijksituaties 312 Floris en meneer Remmel evalueren het begeleidingstraject Lenne vindt het belangrijk nieuwe inzichten te krijgen 315 Vaardigheden 318 Advies geven over lotgenotencontact 318 Themaopdrachten 321

312

Evaluatie 324 Studiehulp 324 Hoofdstuk 19 Coördinatie van hulpverlening 324 Hoofdstuk 20 Kwaliteitszorg 325 Hoofdstuk 21 Begeleiden van collega’s en stagiairs 326 Hoofdstuk 22 Voorlichting, advies en instructie 327 Evaluatie en reflectie 328

Thema 10 GGZ en samenleving

330

Verwerking 331 Verwerkingsopdrachten 331 Hoofdstuk 23 Maatschappelijke ontwikkelingen Hoofdstuk 24 Ethische dilemma’s 337 Hoofdstuk 25 Wetgeving en financiering 342

331

Toepassing 349 Praktijksituaties 349 Meneer Bergsma krijgt een nieuwe baan en een nieuwe woning Nienke probeert haar leven op de rails te houden 353 Themaopdrachten 355 Evaluatie 358 Studiehulp 358 Hoofdstuk 23 Maatschappelijke ontwikkelingen Hoofdstuk 24 Ethische dilemma’s 359 Hoofdstuk 25 Wetgeving en financiering 360 Evaluatie en reflectie 361

1 10

358

349


Thema 1 Oriëntatie op de GGZ

1

Werken met cliënten met psychiatrische stoornissen houdt in dat je te maken hebt met mensen bij wie psychologische functies afwijkend functioneren of verstoord werken. Het gevolg hiervan is afwijkend gedrag. Deze kwetsbare cliënten kunnen de meest uiteenlopende psychiatrische stoornissen hebben. Bij een psychiatrische stoornis kunnen enkele, maar ook alle psychologische functies verstoord zijn. Denk aan: denken, voelen, waarnemen en bewustzijn. Er is sprake van een duidelijke beperking in het intellectuele functioneren. Naast de intellectuele beperking zijn er beperkingen in het aanpassingsvermogen. De oorzaken van psychiatrische stoornissen zijn niet gemakkelijk aanwijsbaar. Anders dan bij lichamelijke ziekten is er vaak niet één oorzaak, maar zijn er meerdere. Hoe meer risicofactoren er bij iemand spelen, hoe groter de kans is dat hij een psychiatrische stoornis ontwikkelt. Naast risicofactoren zijn er beschermende factoren, zoals coping en sociale steun. Door de eeuwen heen is er in de zorg, ondersteuning en omgang met cliënten met een psychiatrische stoornis veel veranderd. Op dit moment maken verreweg de meeste cliënten met psychiatrische stoornissen gebruik van ambulante voorzieningen. Als agogisch medewerker GGZ begeleid je dus meestal cliënten buiten de muren van een instelling. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Cliënten in de GGZ • cliënten met psychiatrische stoornissen • indeling van psychiatrische stoornissen • signalen van psychiatrische stoornissen • risicofactoren voor psychiatrische stoornissen • kwetsbaarheid-stressmodel Hoofdstuk 2: Psychiatrische zorg: vroeger en nu • geschiedenis vóór 1900 • van 1900 tot 1948 • van 1948 tot 1990 • recente geschiedenis (vanaf 1990) • zorgvormen binnen de GGZ • taken van GGZ-organisaties in Nederland

1 11


THEMA 1 Oriëntatie op de GGZ

Verwerking Verwerkingsopdrachten

1 Cliënten in de GGZ 1

1

a

Als agogisch medewerker GGZ werk je met cliënten met psychiatrische stoornissen. Een belangrijke vraag is: wat zijn psychiatrische stoornissen? En: hoe herken je een psychiatrische stoornis? Maak de zinnen af door de juiste woorden in te vullen. Van een psychiatrische stoornis is sprake als bij een persoon , zoals voelen, denken of waarnemen, . Het gevolg is dat deze persoon zich afwijkend gaat

b

.

Lees de situatieschetsen van Willem en Tamara en beantwoord daarna de vraag.

Willem doet onbegrijpelijke uitspraken over astrologische invloeden, trekt zich veel terug op zijn kamer en verzorgt zichzelf slecht. Soms zit hij zacht in zichzelf te praten. Zijn ouders zien dat Willem erg veranderd is. Zij kennen Willem niet meer terug. Ze hebben het gevoel dat ze geen contact meer met hem kunnen krijgen. Ze voelen zich onzeker en maken zich ernstig zorgen. Tamara durft vanwege haar angsten (fobische klachten) nauwelijks haar huis nog uit. Zij lijdt hier erg onder. Haar man of de kinderen doen de boodschappen. Haar familie bezoekt ze zelden. Alleen als Tamara zich goed voelt en haar man meegaat, durft ze soms even naar een verjaardagsfeest. Ze zijn al jaren niet op vakantie geweest. Nu de kinderen wat ouder worden, beginnen zij zich te verzetten tegen het feit dat alles in huis om de angsten van moeder draait. Tamara voelt zich schuldig en is regelmatig somber. Ze begrijpt niet waarom zij niet net als anderen kan functioneren.

Gedrag moet aan bepaalde voorwaarden voldoen om te mogen zeggen dat het een aanwijzing is voor een psychiatrische stoornis. Bij wie van deze personen is sprake van een psychiatrische stoornis? a bij Tamara b bij Willem c bij allebei d bij geen van beide

1 12


Verwerkingsopdrachten

1 Cliënten in de GGZ

c

Leg je antwoord bij vraag 1b uit aan de hand van de aanwijzingen voor een psychiatrische stoornis.

d

Niet ieder psychisch probleem is een psychiatrische stoornis. Over het algemeen wordt de term psychisch als een bredere term gezien dan psychiatrisch. Maar tegelijkertijd wordt de term psychisch ook gebruikt voor lichtere problematiek, waarbij het contact met de werkelijkheid niet verstoord is. Wat is een psychisch probleem en wat is een psychiatrische stoornis? Zet de voorbeelden in de juiste kolom. Kies uit: ADHD – depressie – eenzaamheidsgevoelens – hoofdpijn door spanningsklachten – persoonlijkheidsstoornis – piekeren door zorgen maken – stress door werkdruk

Psychisch probleem

e

Psychiatrische stoornis

Bij cliënten met een psychiatrische stoornis valt vaak de term lijdensdruk. Vul in de tekst over lijdensdruk de juiste woorden in. Lijdensdruk is de term waarmee de

mate waarin iemand lijdt

wordt uitgedrukt: hoog, laag of normaal. Bij lijdensdruk gaat het om een soort van

. De mate waarin iemand lijdt, maak je op uit wat iemand als hij daar nog toe in staat is en uit het

over zijn lijden

van de cliënt. Ook kunnen vaak een inschatting geven hoe hoog de lijdensdruk van een cliënt is, maar niet altijd. 2

Er zijn zeer verschillende psychiatrische stoornissen. Het is daarom gangbaar ze in te delen. Een belangrijk onderscheid is dat tussen een psychotische en een nietpsychotische stoornis. a Wat zijn voorbeelden van een niet-psychotische stoornis? Kies de juiste antwoorden. a angststoornis b depressieve stoornis c schizofrenie d stemmingsstoornis e verslaving

1 13


THEMA 1 Oriëntatie op de GGZ

b

Er zijn heel verschillende psychiatrische stoornissen. Vul bij elke psychiatrische stoornis minstens één voorbeeld in.

Psychiatrische stoornis

Voorbeelden

angststoornis eetstoornis persoonlijkheidsstoornis psychotische stoornis stemmingsstoornis stoornissen in de impulscontrole en verslavingsstoornissen stoornis samenhangend met trauma en stress

3

In deze vraag staan zes situatieschetsen beschreven, waarover telkens twee vragen worden gesteld. a Lees de situatieschets en beantwoord dan de twee vragen.

Kalle kijkt angstig en slaat wild om zich heen. Yildiz is thuisbegeleidster en snapt niet wat Kalle aan het doen is. Als zij het vraagt, zegt Kalle dat hij bezig is vleermuizen weg te slaan.

1

2

Welke psychologische functie is bij Kalle verstoord? Kies het juiste antwoord. a bewustzijn b denken c expressie en motoriek d gevoelsleven e waarneming f willen en verlangen g zelfbeleving Leg je antwoord uit.

1 14


Verwerkingsopdrachten

b

1 Cliënten in de GGZ

Lees de situatieschets en beantwoord dan de twee vragen.

Arif is de laatste weken toenemend chaotisch en verward. Zijn begeleidster Norma praat met hem hoe het gaat. Het valt haar op dat Arif in het gesprek voortdurend afdwaalt. Het lijkt alsof hij telkens door zijn eigen gedachten op zijsporen wordt gebracht. Norma moet hem er telkens weer ‘bijhalen’ en zijn aandacht op het onderwerp van het gesprek richten.

1

2

c

Welke psychologische functie is bij Arif verstoord? Kies het juiste antwoord. a bewustzijn b denken c expressie en motoriek d gevoelsleven e waarneming f willen en verlangen g zelfbeleving Leg je antwoord uit.

Lees de situatieschets en beantwoord dan de twee vragen.

Tinka heeft al lange tijd het gevoel dat zij zichzelf niet meer is. Ze denkt vaak terug aan het moment dat ze haar eerste paniekaanval had. Toen had ze helemaal het gevoel dat ze zichzelf kwijt was, dat zij zichzelf niet meer herkende. Dat gevoel is wel minder, maar toch: zij heeft het gevoel niet zichzelf te zijn, dat ze vanaf een afstand voortdurend naar zichzelf zit te kijken. Inmiddels heeft ze ook vaker paniekaanvallen gehad en heeft ze het gevoel dat ze wordt weggedreven van zichzelf.

1

2

Welke psychologische functie is bij Tinka verstoord? Kies het juiste antwoord. a bewustzijn b denken c expressie en motoriek d gevoelsleven e waarneming f willen en verlangen g zelfbeleving Leg je antwoord uit.

1 15


THEMA 1 Oriëntatie op de GGZ

d

Lees de situatieschets en beantwoord dan de twee vragen.

Begeleider: ‘Hoe gaat het met u?’ Cliënt: ‘Hoe het met u gaat? Ja, hé, hoe het met u gaat. Er rijdt niks. Nooit. Geen rijbewijs. Heb jij wel een rijbewijs?’ Begeleider: ‘Nee, nou ja, ik heb wel een brommerrijbewijs. Maar niet voor auto’s.’ Cliënt: ‘Er komen steeds meer auto’s, de wegen raken verstopt. Auto’s zijn vulmiddelen. Dat gebruiken ze nuwoordig niet meer minder.’

1

2

e

Welke psychologische functie is bij deze cliënt verstoord? Kies het juiste antwoord. a bewustzijn b denken c expressie en motoriek d gevoelsleven e waarneming f willen en verlangen g zelfbeleving Leg je antwoord uit.

Lees de situatieschets en beantwoord dan de twee vragen.

Hans doet regelmatig uitspraken die anderen niet goed kunnen begrijpen. Hij is voortdurend bezig met allerlei energiesystemen die, zo beweert hij, de omgang tussen mensen bepalen. Tegen Yvette, zijn begeleidster, zegt hij dat zij de energiebanen met rust moet laten, omdat ze anders een te hoge mate van negativiteit veroorzaakt. Als Yvette vraagt hoe hij dat bedoelt, zegt hij dat het kan leiden tot ‘kwavuren’ en dat hij wil voorkomen dat er ‘vogelblote hinspinning’ ontstaat.

1

2

Welke psychologische functie is bij Hans verstoord? Kies het juiste antwoord. a bewustzijn b denken c expressie en motoriek d gevoelsleven e waarneming f willen en verlangen g zelfbeleving Leg je antwoord uit.

1 16


Verwerkingsopdrachten

f

1 Cliënten in de GGZ

Lees de situatieschets en beantwoord dan de twee vragen.

Joël schenkt koffie voor zichzelf en zijn begeleidster Alyke in. Na het inschenken reikt hij met zijn hand naar zijn beker, om ’m daarna weer terug te trekken, waarna hij toch weer zijn hand uitsteekt om de beker te pakken en daarna zijn hand weer opnieuw terugtrekt. Nog geen tel later steekt hij opnieuw zijn hand uit en opnieuw trekt hij zijn hand terug.

1

2

4

Welke psychologische functie is bij Joël verstoord? Kies het juiste antwoord. a bewustzijn b denken c expressie en motoriek d gevoelsleven e waarneming f willen en verlangen g zelfbeleving Leg je antwoord uit.

De oorzaken van psychiatrische stoornissen zijn niet gemakkelijk aanwijsbaar. Anders dan bij lichamelijke ziekten is er vaak niet één oorzaak, maar zijn er meerdere. Het gaat daarbij ook niet om ‘harde’ oorzaken: het gaat om risicofactoren, dus om zaken die de kans op problemen vergroten. a Het gebruiken van hasj of wiet kan een psychiatrische stoornis triggeren. Het gebruik van drugs is een: a biologische risicofactor. b psychologische factor. c sociale risicofactor. b Hoe iemands karakter of persoonlijkheid is, is bij de kans op een psychiatrische stoornis een: a biologische risicofactor. b psychologische factor. c sociale risicofactor. c De sociale omstandigheden waarin iemand leeft, zijn bij de kans op een psychiatrische stoornis: a biologische risicofactoren. b psychologische factoren. c sociale risicofactoren. d Wat maakt het biopsychosociale model duidelijk?

1 17


THEMA 1 OriĂŤntatie op de GGZ

5

Deze vraag gaat over het kwetsbaarheid-stressmodel. Lees de situatieschets en beantwoord daarna de vragen.

Keith en Sjors zijn collega’s. Door een reorganisatie verliezen ze allebei hun werk. Keith wordt depressief, Sjors niet. Bij Keith komen in de familie depressies voor (biologische risicofactoren), bij Sjors niet. Er spelen echter meer factoren mee. Keith heeft de neiging zichzelf de schuld te geven van zijn ontslag. Ook denkt hij erg negatief over de toekomst. Hij is er zeker van dat hij nooit meer een baan zal vinden en is bang dat hij zijn huis moet verkopen (psychologische risicofactoren). Zijn collega Sjors is een echte optimist: hij denkt dat het niet al te moeilijk moet zijn om weer aan het werk te komen. Keith is net gescheiden (ingrijpende levensgebeurtenis), wat veel onzekerheid en spanning met zich mee brengt. Bij Sjors speelt dit niet. Zijn partner en zijn vrienden steunen hem.

a

In dit voorbeeld zie je dat Keith psychisch kwetsbaarder is dan Sjors. Welke aangeboren kwetsbaarheid heeft Keith?

b

Wat is een uitwendige stressbron voor Keith?

c

Wie is volgens het kwetsbaarheidsmodel het meest kwetsbaar voor het uitbreken van een psychiatrische stoornis? a Keith b Sjors Wat verwacht je van de zelfeffectiviteit van Keith?

d

e

f

Welke stressoren spelen in dit voorbeeld een belangrijke rol in het leven van Keith? Kies de juiste antwoorden. a angst voor schulden b depressiviteit c scheiding d werkloosheid Lees de situatieschets en beantwoord daarna de vraag.

Sjors is sinds kort werkloos. Hij heeft zich daarom ingeschreven bij vacaturesites, hij heeft oproepen voor werk op netwerksites gezet en heeft inmiddels zijn eerste sollicitatie al achter de rug. Die baan heeft hij helaas niet gekregen, maar hij heeft veel van de sollicitatie geleerd. Hij weet nu hoe hij het volgende gesprek zal aanpakken en heeft daar nu al zin in.

1 18


Verwerkingsopdrachten

1 CliĂŤnten in de GGZ

Wat zegt dit over de zelfeffectiviteit van Sjors?

6

Het goed functioneren van de hersenen is eigenlijk een groot wonder. Hersencellen geven informatie aan elkaar door en dat kunnen ze alleen doen dankzij de aanwezigheid van bepaalde chemische stofjes, neurotransmitters. Combineer de namen van de neurotransmitters met de juiste omschrijving.

Neurotransmitter

7

Omschrijving

1

dopamine

A

Dragen bij aan het ontstaan van geluksgevoelens en vrolijkheid; ze zijn betrokken bij het beloningssysteem in de hersenen.

2

endorďŹ nes

B

Een tekort zorgt voor een depressief gevoel, een teveel zorgt voor euforie of een gespannen gevoel.

3

noradrenaline

C

Komt voor in de hersengebieden die de motoriek aansturen.

4

serotonine

D

Regelt stemmingen en gedrag en reguleert activiteiten van een aantal andere neurotransmitters.

a

Tegenover de individuele kwetsbaarheidsfactoren staan de individuele beschermende factoren. Twee van deze factoren zijn: coping en zelfeffectiviteit. Lees de situatieschets en beantwoord daarna de vraag.

Jolanda heeft net te horen gekregen dat zij borstkanker heeft. Ze schrikt hier vreselijk van. Ze gaat meteen naar het huis van haar ouders om er met hen over te praten. Ze huilt, ze vloekt en ze tiert. Gelukkig krijgt ze veel steun van haar ouders. Ook zet ze dit vreselijke nieuws op haar Facebook. Hier vertelt ze hoe naar ze zich voelt en hoe onzeker ze is over de toekomst.

Welke effectieve copingstijl gebruikt Jolanda? Kies het juiste antwoord. a emotiegerichte coping b probleemgerichte coping c responsgerichte coping

1 19


THEMA 1 OriĂŤntatie op de GGZ

b

Naast de kwetsbaarheidsfactoren die samenhangen met de persoon, zijn er kwetsbaarheidsfactoren die samenhangen met de omgeving. Een belangrijke omgevingskwetsbaarheidsfactor vormen stressoren. Wat is een belangrijke beschermende omgevingsfactor? Kies het juiste antwoord. a sociale controle b sociale steun c sociale verwaarlozing

1 Psychiatrische zorg: vroeger en nu 2

1

De manier waarop naar mensen met een psychiatrische stoornis wordt gekeken, is in de loop der tijden enorm veranderd. Ook de behandeling en begeleiding van deze cliĂŤnten is enorm veranderd. a In de tabel staan de stappen die genomen zijn in de opvang van mensen met psychiatrische stoornissen. Noteer het jaar of de periode waarin de genoemde ontwikkeling zich afspeelde.

Ontwikkeling

Jaartal / periode

Het eerste dolhuis wordt geopend.

Pinel ontwikkelt het medische model.

Rond:

De eerste krankzinnigenwet wordt ingevoerd. Men maakt onderscheid tussen geesteszieken en Vanaf: zwakzinnigen. Psychiatrische aandoeningen kregen een naam. Psychiatrie en neurologie worden aparte onderzoeksgebieden.

Vanaf:

Psychofarmaca werden ontdekt.

Na:

Oprichting stichting Pandora. Antipsychiatrie doet zijn intrede. Opkomst zelfbeschikking, zorg op maat, ambulantisering en vraaggerichte zorg.

b

Vanaf:

Welke ontwikkeling heeft de zorg voor mensen met een psychiatrische stoornis in heel grote lijnen doorgemaakt?

1 20


Verwerkingsopdrachten

2

a

b

2 Psychiatrische zorg: vroeger en nu

Als agogisch medewerker GGZ is de kans groot dat je gaat werken als ambulant begeleider. Je bezoekt mensen thuis in de eigen leefsituatie. Wat zijn de doelen van een ambulant begeleider? Kies de juiste antwoorden. a behandeling van de psychiatrische stoornis b klinische opname voorkomen c psychiatrische klachten verminderen d voorschrijven van de juiste medicatie Deeltijdbehandeling is bedoeld voor cliĂŤnten met psychiatrische problemen bij wie ambulante behandeling onvoldoende steun biedt, maar voor wie klinische opname niet wenselijk is. Combineer de vorm van deeltijdbehandeling met de mensen voor wie deze bedoeld is.

Deeltijdbehandeling

Bedoeld voor

1

acute deeltijdbehandeling

A

mensen die last hebben van steeds terugkerende problemen, zoals angsten of relatieproblemen.

2

inzichtgevende deeltijdbehandeling

B

mensen met een combinatie van psychische en sociale problemen, zoals depressieve klachten.

3

specialistische deeltijdbehandeling

C

mensen met speciďŹ eke problemen, zoals een bepaalde angststoornis of verslaving.

4

structurerende deeltijdbehandeling

D

mensen met spoedeisende psychische problematiek.

c

Welke vorm van behandeling kan nodig zijn als ambulante behandeling of deeltijdbehandelingen niet helpen?

d

Waarom wordt de in vraag 2c bedoelde vorm van behandeling alleen als laatste stap ingezet? Denk hierbij aan de eerder besproken ontwikkelingen binnen de zorg voor mensen met een psychiatrische stoornis.

1 21


THEMA 1 Oriëntatie op de GGZ

e

Geef aan of de stellingen over beschermd wonen juist of onjuist zijn.

Stelling

Juist

Onjuist

Beschermd wonen is bedoeld voor cliënten die langere tijd klinische opname hebben gehad. Cliënten van beschermd wonen, wonen vaak samen op een aparte afdeling van een instelling. Veel cliënten van beschermd wonen hebben voldoende aan twee tot vier uur begeleiding per week. Cliënten van beschermd wonen krijgen therapie binnen deze beschermde woonvorm. Beschermd wonen kan ook als training worden ingezet voor cliënten die het zelfstandig wonen tijdelijk niet aankunnen.

3

a

Maak de tekst af met het juiste woord. E-health staat voor

, ofwel zorg

via internet. b

Wat vind jij ervan dat GGZ-instellingen in Nederland steeds meer gebruikmaken van e-health? Leg je antwoord uit.

c

Waarom doen gemeenten veel moeite om zorgmijders op te sporen?

d

Vul het juiste woord in. Hulpverleners die afgaan op de meldingen over zorgmijders noem je .

1 22


Verwerkingsopdrachten

e

f

g

4

2 Psychiatrische zorg: vroeger en nu

Het verschil tussen kinderpsychiatrie en psychiatrie voor volwassenen is groot. Waarmee moet je bij kinderen speciaal rekening houden? Kies de juiste antwoorden. a Hun hersenen zijn nog in ontwikkeling, dus ze mogen geen medicatie voor volwassenen. b Hun omgeving is erg belangrijk, zoals ouders, school, vrienden, enzovoort. c Zij hebben veel behoefte aan rust en regelmaat. d Zij kunnen lichte psychische problemen hebben, waar ze later echt last van krijgen. e Zij proberen vaak actief contact en hulp te vermijden en leven erg geïsoleerd. Op welke cliënten is forensische psychiatrie gericht? Kies het juiste antwoord. a kinderen en jongeren met een psychische aandoening die hun ontwikkeling verstoort b mensen met een psychische aandoening die met justitie in aanraking zijn gekomen c mensen die zowel van psychiatrische als somatische aandoeningen last hebben d ouderen met een psychische aandoening en (beginnende) dementie Wat doet de OGGZ? Kies het juiste antwoord. a OGGZ biedt hulp aan mensen die geen zorgverzekering hebben. b OGGZ biedt hulp aan mensen die zelf geen hulp zoeken. c OGGZ biedt hulp aan mensen met een crimineel verleden.

GGZ Nederland is de brancheorganisatie voor instellingen in de geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg. Er vallen honderden GGZ-organisaties onder. De manier waarop zij hulp organiseren, verschilt per organisatie. a Vallen alle GGZ-organisaties onder de overheid? Leg je antwoord uit.

b

Waarom vervult de huisarts een poortwachtersfunctie binnen de GGZ?

c

Maak de zinnen af met de juiste woorden. 1

Wanneer sprake is van een milde, complexe psychische problematiek verwijst .

de huisarts de cliënt naar de 2

Wanneer sprake is van een zware, complexe psychische problematiek verwijst .

de huisarts de cliënt naar de

1 23


THEMA 1 Oriëntatie op de GGZ

d

Lees de situatieschets en beantwoord daarna de vraag.

Bij 1 2 3

een cliënt wordt het volgende vastgesteld: Is er sprake van een DSM-stoornis? – ja Wat is de ernst van de psychische problemen? – matig Is er sprake van risico op ernstige verwaarlozing van zichzelf of naasten, decompensatie (= risico op psychose), suïcide en/of (huiselijk) geweld? – nee 4 Hoe complex is de problematiek? – matig 5 Wat is het (verwachte) beloop van de klachten? – beantwoordt aan criteria richtlijn

e

Waar zal deze cliënt behandeld worden? a de huisarts en POH b basis GGZ c specialistische GGZ Wat is een zorgnetwerk in de GGZ? Maak de beschrijving af met de juiste woorden. Kies uit: groep – informele zorgverleners – organisaties – professionals – team – uitvoering – zorg Een zorgnetwerk is een netwerk van

,

en

die als één

samenwerken aan de

van zorg. Dit

netwerk is op zo’n manier samengesteld dat het aan een bepaalde cliënten alle benodigde

1 24

kan bieden.


Toepassing Praktijksituaties Lisa overdenkt haar beroepskeuze De twijfel van Lisa Lisa is 16 jaar en zit in het laatste jaar van het vmbo. De laatste weken twijfelt ze sterk welke mbo-niveau 4-opleiding ze wil kiezen. In eerste instantie wilde ze graag de opleiding verpleegkunde doen en dan gaan werken in een ziekenhuis, maar bij nader inzien lijken die nachtdiensten haar toch wel erg onprettig. Daarom denkt ze er nu over om te kiezen voor de opleiding tot agogisch medewerker GGZ. Ze wil in haar latere beroep hoe dan ook mensen helpen om weer gezond of gelukkig te worden. Op tv kijkt ze graag naar programma’s waarin mensen met problemen worden geholpen: over mensen in een vervuild huis waar dan wordt schoongemaakt, of over mensen die vastlopen in de relaties die ze met anderen hebben. Het lijkt Lisa boeiend om zelf met deze mensen te werken en hen te helpen. Lisa heeft nieuwe plannen Als Lisa vandaag informatie opzoekt over de opleiding agogisch medewerker GGZ, leest ze op de website van een GGZ-organisatie verhalen van cliënten die erg tevreden zijn over de hulp van een ambulant begeleider. ‘Hm,’ denkt Lisa, ‘ik vind dit wel erg leuk klinken. Contact met veel mensen, gesprekken voeren, mensen helpen, dat past goed bij mij. Het lijkt ook wel een beetje op werken in de verpleging, wat ik eerst eigenlijk wilde doen. Ik denk ook dat je echt voldoening voelt als het probleem van de cliënt uiteindelijk is opgelost.’ Ze sluit haar computer af. Wat zou haar moeder van haar nieuwe plannen vinden? Lisa en de buurvrouw Als Lisa haar moeder heeft verteld van haar gewijzigde plannen, is haar eerste reactie: ‘Weet waar je aan begint, Lisa. Ik denk dat je er wat te gemakkelijk over denkt. Praat eens met die nieuwe buurvrouw hier in de straat. Zij werkt met mensen met psychiatrische problemen. Ze heeft heel verschillende cliënten, heb ik begrepen. Sommigen zijn erg dankbaar dat ze er is, maar ze komt ook veel mensen tegen die boos of neerslachtig zijn. Sommige cliënten vinden het moeilijk te accepteren dat ze hulp nodig hebben of voelen zich machteloos en reageren dat af op haar. Ze komt ook vaak schrijnende situaties tegen hoor, met kinderen die worden verwaarloosd of mensen die slecht voor zichzelf zorgen.’ ‘Dat kan ook een uitdaging zijn,’ zegt Lisa. ‘Natuurlijk,’ reageert haar moeder. ‘Maar het is echt geen eenvoudig werk. Dat zei de buurvrouw ook nog, dat je echt stevig in je schoenen moet staan om met al die mensen en hun problemen om te kunnen gaan. Je moet het als je ’s avonds thuiskomt wel van je af kunnen zetten en altijd positief kunnen blijven. Ze vertelde ook dat er steeds meer administratie bij dit werk komt kijken. Je moet elke stap die je met een cliënt neemt nauwkeurig beschrijven in verslagen. Heel precies weet ik het ook allemaal niet. Praat gewoon eens met haar.’

1 25


WERKBOEK NIVEAU 4

Agogisch medewerker GGZ MZ

Deze uitgave Agogisch medewerker GGZ MZ maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Maatschappelijke zorg. P4-K1-W1 Levert een bijdrage aan het ondersteuningsplan P4-K1-W2 Ondersteunt en stimuleert eigen herstel van de cliënt P4-K1-W3 Begeleidt cliënten bij groepsgerichte activiteiten P4-K1-W4 Ondersteunt, informeert en stimuleert naastbetrokkenen P4-K1-W5 Voert coördinerende taken uit P4-K1-W6 Begeleidt nieuwe collega’s, stagiaires en/of vrijwilligers

m a at s c h a p p e l i j k e zorg

MZ Agogisch medewerker GGZ MZ WERKBOEK

De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt. De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaal-agogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- / reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff.nl/trajectwelzijn.

Auteur: A.C. Verhoef Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

9 789006 622454

MBO_WB_AgogischMedewGGZ_MZ_210x297mm.indd All Pages

7/05/18 15:53


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Agogisch medewerker GGZ werkboek niveau 4 by ThiemeMeulenhoff - Issuu