WERKBOEK NIVEAU 3
Zorgverlening, organisatie en beroep
Deze uitgave Zorgverlening, organisatie en beroep maakt deel uit van de serie Traject V&V. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Verzorgende IG. B1-K1-W9 B1-K2-W1 B1-K2-W2 B1-K2-W3 B1-K2-W4
Stemt de zorgverlening af met alle betrokkenen Werkt aan de eigen deskundigheid Werkt samen met andere beroepsgroepen in de zorg Werkt aan het bevorderen en bewaken van kwaliteitszorg Begeleidt nieuwe collega’s, stagiaires en/of vrijwilligers
Zorgverlening, organisatie en beroep WERKBOEK
De leermiddelen uit de serie Traject V&V zijn bestemd voor de opleiding Verzorgende-IG (niveau 3) en de opleiding Mbo-Verpleegkundige (niveau 4). Door de thematische opbouw is Traject V&V geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt. De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorieboeken. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van instrumenteel-technische en sociaal-agogische vaardigheden. Het complete aanbod van Traject V&V bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- / reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject V&V? Kijk dan op: www.thiememeulenhoff.nl/trajectvenv
Auteurs: M.C. Baseler M.B.J. Linssen G.O. van Vugt Onder redactie van: C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans
9 789006 910537
verzorgende ig
Rondleiding door dit werkboek Het werkboek is verdeeld in thema’s. Een thema in het werkboek sluit precies aan bij een thema in de theorie. Thema 1 Lichamelijke verzorging
1
Themaopening Je leest waar het thema over gaat en welke hoofdstukken en onderwerpen aan de orde komen.
Lichamelijke verzorging is een belangrijk onderdeel van je werk als verzorgende. In dit thema gaat het om de verzorging van de huid, de haren, de slijmvliezen en het gebit. Daarbij is het belangrijk dat je het een en ander weet over de bouw en functies van deze lichaamsdelen. De lichamelijke of hygiënische verzorging is een belangrijk onderdeel van het takenpakket van de verzorgende. In eerste instantie wordt de hygiënische verzorging in de eerste levensjaren van een kind volledig door de mantelzorg gedaan. Naarmate een kind ouder wordt, neemt zijn zelfstandigheid toe, totdat er sprake is van volledige zelfzorg. Soms gaat het mis met de zelfzorg en de mantelzorg. Vaak moet je als verzorgende de hygiënische verzorging dan geheel of gedeeltelijk overnemen. Je hebt hierbij ook de taak om de familie van de zorgvrager in te schakelen. De wens van de zorgvrager komt hierbij altijd op de eerste plaats en daarna die van de familie. Daarnaast zijn er mensen die onvoldoende lichaamsbeweging krijgen om verschillende redenen. Door onvoldoende lichaamsbeweging kunnen allerlei complicaties ontstaan. Ook hier ligt een belangrijke taak voor jou als verzorgende om te weten hoe je bij bepaalde complicaties het beste kunt handelen. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit • huid • slijmvliezen • gebit Hoofdstuk 2: Hygiënische verzorging • doel van de hygiënische verzorging • hygiënische verzorging van de volwassene • de plaats voor hulp • hygiënische verzorging van de baby en het kind Hoofdstuk 3: Complicaties door onvoldoende lichaamsbeweging • decubitus • contracturen • osteoporose • trombose • longontsteking • obstipatie • smetten • blaasontsteking
Verwerking Verwerkingsopdrachten
1 Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit 1
1
In de theorie staat dat de huid verschillende functies heeft. Een droge, schrale huid gaat eerder stuk, waardoor de huid niet optimaal functioneert. Welke functie van de huid is hier aangetast? a beschermen tegen schadelijke invloeden van buitenaf b lichaamstemperatuur regelen c stoffen uitscheiden d vet opslaan in het onderhuids bindweefsel
2
De huid bestaat uit drie lagen. Hieronder staan zes kenmerken. Vul in de tweede kolom in bij welke huidlaag het kenmerk hoort. Kies uit: opperhuid, lederhuid en onderhuids bindweefsel.
1 10
Het vet in deze laag zorgt voor warmte-isolatie. Er zitten geen bloedvaten in deze laag.
In dit werkboek staan verschillende soorten opdrachten. Deze helpen je om je de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken.
In deze laag zitten zweetklieren. In deze laag zitten pigmentkorrels. Deze laag is dikker op de billen, bovenbenen en bovenarmen. Deze laag bestaat uit de hoornlaag en de kiemlaag.
3
Verwerking Verwerkingsopdrachten helpen je de theorie te leren en te begrijpen. Ze zijn geordend per hoofdstuk.
De huid vertelt veel over iemand. a Beschrijf wat je aan jouw huid kunt aflezen.
1 11
Toepassing Praktijksituaties hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen. Vaardigheden om de benodigde beroepsvaardigheden aan te leren. Themaopdrachten grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt dan ook aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken, plannen en problemen oplossen.
Toepassing Praktijksituaties Het gedrag van Jolanda maakt Chaimaa onzeker tijdens de lichamelijke verzorging Chaimaa Chaimaa is tweedejaarsstudent verzorgende IG. In het eerste leerjaar deed ze BPV in een zorgcentrum. Die BPV werd ruim voldoende beoordeeld. Chaimaa werkt nu een week bij de stichting Adamant. Mensen met een beperking hebben daar een zelfstandige woning in een normale woonwijk. Er is een dienstencentrum van waaruit hulp verleend wordt. Elke woning heeft een communicatielijn met dat centrum. Als een bewoner hulp nodig heeft, belt hij naar het dienstencentrum. In haar eerste week heeft Chaimaa kennisgemaakt met alle bewoners en geholpen bij de hygiënische verzorging. Overleg met Hanneke en Chaimaa Begeleidster Hanneke geeft uitleg over hoe de gegevens van zorgvragers vastgelegd worden in een elektronisch zorgdossier. Sommige bewoners vinden het fijn dat er een uitgebreid zorgplan van hen is. Anderen willen geen of nauwelijks informatie in het dossier. De bewoner bepaalt zelf hoe en wanneer hij verzorgd wordt. Hij is zelf actief in het vragen van hulp. ‘Als iemand besluit om een dag niet gewassen te worden, dan respecteren we dat’, vertelt Hanneke. Chaimaa leest het zorgdossier van Jolanda Dan gaat de telefoon. Hanneke neemt op: ‘Komt in orde, Jolanda. Is het goed dat Chaimaa komt? Ja, dat is dat nieuwe meisje dat vorige week begonnen is. Ik zal zeggen dat ze even moet nalezen hoe moeilijk jij bent, ha ha ha!’ Hanneke legt de telefoon neer en vraagt aan Chaimaa: ‘Durf jij het aan om Jolanda zelfstandig te wassen? Je moet wel eerst even in haar dossier kijken. Niet dat het al compleet is, hoor. Jolanda heeft zelf haar persoonsbeschrijving ingetypt, daar stond ze op. Wat er met de rest van het zorgplan moet gebeuren, daar wil ze nog over denken.’ Chaimaa loopt naar de computer en leest het zorgplan van Jolanda. Dan pakt Chaimaa haar jas en gaat.
1 19
THEMA 1 Lichamelijke verzorging
Evaluatie Studiehulp
1 Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit 1
Stelling 1 De huid is een van de zintuigorganen. 2 Vitamine C wordt in de huid gevormd onder invloed van zonlicht. 3 Bij een verminderde doorbloeding is de huid rood. 4 De huid is overal even dik. 5 Pigmentkorrels bevinden zich in de opperhuid. 6 De buitenste laag van de lederhuid is de hoornlaag. 7 De talgkliertjes bevinden zich in de lederhuid. 8 Het onderhuids bindweefsel bestaat grotendeels uit vet. 9 De lengtegroei van de nagels vindt plaats vanuit het nagelbed. 10 Een volledig gebit van een volwassene bestaat uit 28 tanden en kiezen. 11 Het tandbeen wordt in zijn geheel bedekt door tandglazuur.
Juist Onjuist
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?
1 Hygiënische verzorging 2
Stelling Juist Onjuist 1 De hygiënische verzorging heeft meestal alleen invloed op het lichamelijk ◯ ◯ functioneren. 2 Een zorgvrager was je met lekker warm water. ◯ ◯ 3 Smetten is een huidirritatie die kan ontstaan doordat de huidplooien niet ◯ ◯ goed droog gemaakt worden. 4 In fase 2 van smetten is de huid kapot. ◯ ◯ 5 In fase 3 van smetten breng je zinkoxide FNA op de huid aan. ◯ ◯ 6 Neten zijn eitjes van de hoofdluis. ◯ ◯ 7 Bij aanwezigheid van luizen en neten is het gebruik van een ◯ ◯ bestrijdingsmiddel altijd aan te raden. 8 Als iemand hoofdluizen heeft, is dat een teken van een slechte hygiëne. ◯ ◯ 9 Wanneer je iemand scheert met een elektrisch scheerapparaat met een ◯ ◯ scheerblad, moet je op-en-neergaande bewegingen maken. 10 Een fysiologische zoutoplossing kun je gebruiken om de ogen te reinigen. ◯ ◯ 11 Stomatitis is een ontsteking van het oogslijmvlies. ◯ ◯ 12 De teennagels worden in het algemeen recht afgeknipt. ◯ ◯ 13 De vulva was je van schaamheuvel richting anus. ◯ ◯ 14 Zeep is een goed reinigingsmiddel voor de vulva. ◯ ◯ 15 Wanneer je als verzorgende een vrouw moet wassen die menstrueert, kun je ◯ ◯ het best handschoenen dragen.
1 76
Evaluatie Studiehulp een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. Antwoorden zijn op te vragen bij je docent. Evaluatie evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden voor jouw toekomstige beroep: zet na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.
THEMA 5 Zorg voor de bedden
Vaardigheden Een vaardigheid heeft een vaste opbouw: Oefenen Toepassen Transfer Oriënteren
Vaardigheden Bed opmaken, zonder dat de zorgvrager in bed ligt Oriënteren
1
1 2
Bestudeer de theorie over het opmaken van het bed zonder zorgvrager. Bestudeer de beschrijving van deze vaardigheid. Voorbereiding 1 Vertel de zorgvrager wat er gaat gebeuren. 2 Leg of zet de volgende benodigdheden klaar: - niet-steriele handschoenen, een overschort en een wasmand. Voor een bed in de thuissituatie: - hoeslaken; - dekbedovertrek; - kussenslopen. Voor een hoog-laagbed: - boven- en onderlaken; - steeklaken; - deken; - kussenslopen. 3 Creëer voldoende werkruimte rondom het bed. 4 Zet het bed op werkhoogte. 5 Plaats een of twee stoelen aan het voeteneinde van het bed. 6 Verwijder hand- en polssieraden en was of desinfecteer je handen.
Observatielijsten
Observatielijsten Bij de meeste vaardigheden horen observatielijsten. Die vind je direct achter in dit werkboek. De observatielijsten zijn geordend per thema. Bovenaan staat bij welke vaardigheid de observatielijst hoort. Een observatielijst kun je gemakkelijk uit je werkboek halen. Zo kun je ze in de klas of in je BPV laten invullen.
Thema 1 Lichamelijke verzorging
277
Zorgvrager wassen op bed 277 Zorgvrager wassen op bed met wasdoekjes 281 Zorgvrager wassen aan de wastafel, onder de douche of in bad 285 Haren wassen op bed 289 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met een elektrisch scheerapparaat 291 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met scheermes en scheerzeep 293 Tandenpoetsen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 295 Gebitsprothese verzorgen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 297 Mondholte reinigen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 299 Therapeutische elastische kousen met een open teenstuk aantrekken 301 Therapeutische elastische kousen met een gesloten teenstuk aantrekken 303 Therapeutische elastische kousen uittrekken 305 Hygiënische verzorging van een baby 307
Thema 2 Hulp bieden bij de opname van voeding en vocht Hulp bieden aan een zorgvrager die zelf niet kan eten en drinken Flesvoeding geven 311
Thema 3 Hulp bieden bij de uitscheiding
Uitvoering 7 Trek bij kans op contact met uitscheidingsproducten en bloed handschoenen en/ of overschort aan. 8 Leg de kussens op de stoel(en). 9 Maak sprei en dekens los. 10 Let er tijdens het opmaken van het bed op dat je niet te veel met het beddengoed wappert in verband met hygiëne. 11 Zorg ervoor dat tijdens de werkzaamheden het vuile wasgoed zo min mogelijk in contact met het schone wasgoed komt in verband met hygiëne. 12 Vouw sprei en dekens afzonderlijk in drieën en leg ze over de stoel(en). Het beddengoed mag de vloer niet raken. 13 Doe het bovenlaken in drieën gevouwen in de wasmand. 14 Doe het steeklaken in de wasmand. 15 Leg een eventueel zeil ongevouwen over de stoel(en). 16 Doe het onderlaken in de wasmand. 17 Als je het molton niet verschoont, trek je het glad.
1 260
309
309
313
Hulp bij het gebruik van een po op bed 313 Hulp bij het gebruik van een urinaal op bed 317 Verwisselen van een incontinentiemat 319 Externe katheter of condoomkatheter verwisselen 321 Katheterzak verwisselen 325 Verzorgen van een blaaskatheter 327 Laxerende zetpil toedienen 329 Microklysma (microlax) of fosfaatklysma toedienen 331 Hulp bieden bij het manueel verwijderen van ontlasting 333 Hulp bieden bij het opgeven van sputum 335 Hulp bieden bij braken 337 Hulp bieden bij het inbrengen van een tampon bij menstruatie
339
Thema 4 Hygiënisch en ergonomisch verantwoord werken
341
Handen wassen met (vloeibare) zeep 341 Handen desinfecteren met handalcohol 343 Aan- en uittrekken van steriele handschoenen 345 Creëren van een schoon of steriel werkveld 347
1 275
Iconen helpen je op weg In de kantlijn staan icoontjes. Die geven aan wat je in de opdracht kunt verwachten.
1 1 1 1 1 1
geeft aan dat je een deel van de theorie (nog een keer) leest om de vraag te kunnen beantwoorden. bij deze opdracht werk je samen met anderen. bij deze opdracht heb je een computer met internet nodig om informatie op te zoeken. bij deze opdracht werk je aan je schrijfvaardigheden, bijvoorbeeld met het schrijven van een uitgebreid antwoord, verslag of rapport. bij deze opdracht laat je de uitkomsten zien in een mondelinge presentatie. geeft aan dat het gaat om een creatieve opdracht.
Werken met dit werkboek Vind je het prettig om eerst de theorie te lezen en dan te kijken of je het weet en begrepen hebt? Lees dan eerst de theorie en maak daarna de verwerkingsvragen. Ben je meer iemand die het liefst de theorie doorneemt aan de hand van vragen? Start dan met de verwerkingsvragen en leg je theorieboek ernaast. Werk je het liefst vanuit de praktijk? Begin dan met een praktijksituatie of een themaopdracht en kijk of je de vragen kunt beantwoorden met de informatie uit de theorie.
Inhoudsopgave Thema 1 Overleg en consult
10
Verwerking 11 Verwerkingsopdrachten 11 Hoofdstuk 1 Overleg en consult 11 Hoofdstuk 2 Vergadertechnieken 14 Toepassing 16 Praktijksituaties 16 Sophie van de thuiszorg overlegt met mevrouw Lilouche over haar zorgplan 16 Verzorgende Milou overlegt met maatschappelijk werker 19 Jochem bespreekt de situatie van Vera in de zorgvragerbespreking 22 Vaardigheden 25 Analyseren van een teambespreking 25 Consult vragen over de zorg 29 Deelnemen aan een bespreking met medewerkers van verschillende disciplines in de zorg 31 Gegevens verwerken in een zorgplan 34 Themaopdrachten 36 Evaluatie 39 Studiehulp 39 Hoofdstuk 1 Overleg en consult 39 Hoofdstuk 2 Vergadertechnieken 39 Evaluatie en reectie 40
Thema 2 Overdracht en ontslag
42
Verwerking 43 Verwerkingsopdrachten 43 Hoofdstuk 3 Overplaatsing, ontslag en overdracht Hoofdstuk 4 (Her)indicatie en zorgtoewijzing 45 Toepassing 48 Praktijksituaties 48 Henri verhuist naar een begeleide woonvorm Mevrouw Van Druenen mag naar huis 52 Vaardigheden 55 Overdrachtsgesprek voeren 55 Overdrachtsformulier invullen 60 Ontslaggesprek voeren 63 Themaopdrachten 66
48
43
Evaluatie 69 Studiehulp 69 Hoofdstuk 3 Overplaatsing, ontslag en overdracht Hoofdstuk 4 (Her)indicatie en zorgtoewijzing 69 Evaluatie en reflectie 70
69
Thema 3 Samenwerken met collega’s 72 Verwerking 73 Verwerkingsopdrachten 73 Hoofdstuk 5 Werken in een organisatie 73 Hoofdstuk 6 Leidinggeven in een organisatie 74 Hoofdstuk 7 Onderhandelen en afspraken maken in de zorg Hoofdstuk 8 Communicatie en overleg in organisaties 78 Hoofdstuk 9 Knelpunten en ontwikkelingen in de zorg 80 Hoofdstuk 10 Werkklimaat 81 Toepassing 84 Praktijksituaties 84 Machteloos na conflict met arts 84 Uitgaan van wat de bewoner wil 87 Verzorgende Ronda staat er alleen voor 90 Vaardigheden 93 Checklist materieel en immaterieel werkklimaat hanteren Werkstress en werkdruk hanteren 96 Themaopdrachten 99
93
Evaluatie 100 Studiehulp 100 Hoofdstuk 5 Werken in een organisatie 100 Hoofdstuk 6 Leidinggeven in een organisatie 100 Hoofdstuk 7 Onderhandelen en afspraken maken in de zorg Hoofdstuk 8 Communicatie en overleg in organisaties 101 Hoofdstuk 9 Knelpunten en ontwikkelingen in de zorg 102 Hoofdstuk 10 Werkklimaat 102 Evaluatie en reflectie 103
Thema 4 Deskundigheidsbevordering
105
Verwerking 106 Verwerkingsopdrachten 106 Hoofdstuk 11 Deskundigheid op peil houden 106 Hoofdstuk 12 Deskundigheidsbevordering in de praktijk Hoofdstuk 13 Je mening vormen en geven 110 Hoofdstuk 14 Beroepscode en beroepsprofiel 111 Hoofdstuk 15 Opkomen voor je beroep 113
77
108
101
Toepassing 115 Praktijksituaties 115 Het team van Zorgcentrum De Vest krijgt ‘training on the job’ 115 Thuiszorgers Daphne en Pim praten over de kwaliteit van hun werk 118 Meneer Van Cooten wil geen hulp van een mannelijke verzorgende 121 Vaardigheden 124 Collega’s ondersteunen 124 Ethisch dilemma bespreken 126 Informatie opzoeken 130 Deelnemen aan intervisie 132 Standpunt innemen en argumenten geven 133 Vakkennis bijhouden 137 Werkbegeleiding geven 139 Themaopdrachten 142 Evaluatie 144 Studiehulp 144 Hoofdstuk 11 Deskundigheid op peil houden 144 Hoofdstuk 12 Deskundigheidsbevordering in de praktijk Hoofdstuk 13 Je mening vormen en geven 145 Hoofdstuk 14 Beroepscode en beroepsprofiel 145 Hoofdstuk 15 Opkomen voor je beroep 146 Evaluatie en reflectie 147
Thema 5 Kwaliteitszorg
144
149
Verwerking 150 Verwerkingsopdrachten 150 Hoofdstuk 16 Kwaliteit van zorg 150 Hoofdstuk 17 Methoden van kwaliteitsbewaking
152
Toepassing 156 Praktijksituaties 156 Elze maakt melding van een incident 156 Fadumo gaat kwaliteit in beeld brengen 159 Verpleeghuis Wilderhoven streeft een keurmerk na 163 Vaardigheden 166 Eenvoudig verrichtingenprotocol ontwikkelen 166 Exitinterview afnemen 169 De vijfstappenmethode toepassen 172 Sterkte-zwakteanalyse maken en verbeteractie in gang zetten Themaopdrachten 181 Evaluatie 183 Studiehulp 183 Hoofdstuk 16 Kwaliteit van zorg 183 Hoofdstuk 17 Methoden van kwaliteitsbewaking Evaluatie en reflectie 185
183
178
Thema 6 Zorgsettings en zorgcategorieën
187
Verwerking 188 Verwerkingsopdrachten 188 Hoofdstuk 18 Zorgcategorieën en ontwikkelingen 188 Hoofdstuk 19 Zorgcategorieën en voorzieningen 190 Toepassing 193 Praktijksituaties 193 Marloes is verhuisd naar een beschermde woonvorm 193 Meneer Van Lier blijft zelfstandig wonen 196 Het echtpaar Jonissen zoekt een nieuw evenwicht 200 Themaopdrachten 203 Evaluatie 206 Studiehulp 206 Hoofdstuk 18 Zorgsettings en ontwikkelingen 206 Hoofdstuk 19 Zorgcategorieën en voorzieningen 206 Evaluatie en reflectie 208
Thema 7
Kaders binnen de zorg 210
Verwerking 212 Verwerkingsopdrachten 212 Hoofdstuk 20 Kaders binnen de zorg 212 Hoofdstuk 21 Medezeggenschap 214 Hoofdstuk 22 Arbeidsomstandigheden 215 Hoofdstuk 23 Financiering en kosten van de zorg
218
Toepassing 220 Praktijksituaties 220 Martha voelt zich gediscrimineerd 220 Sybille stelt haar mening bij 223 Wie geeft hier de grenzen aan? 226 Vaardigheden 229 Cao gebruiken 229 Inventariseren van informele regels 231 Medezeggenschap versterken in een onderwijsinstelling 233 Beroep doen op medezeggenschap in een zorgorganisatie 235 Themaopdrachten 237 Evaluatie 240 Studiehulp 240 Hoofdstuk 20 Kaders binnen de zorg 240 Hoofdstuk 21 Medezeggenschap 241 Hoofdstuk 22 Arbeidsomstandigheden 241 Hoofdstuk 23 Financiering en kosten van de zorg Evaluatie en reflectie 243
242
Thema 1 Overleg en consult
1
Overleg voeren is een belangrijk onderdeel van je werk als verzorgende. In dit thema gaat het om alle vormen van overleg die je tegen kunt komen in je werk en hoe je als verzorgende je bijdrage op een goede manier kunt geven aan het overleg. Steeds vaker zijn er meer verschillende zorgverleners en instellingen betrokken bij de zorg en behandeling van een zorgvrager. Het is daarom belangrijk om met elkaar samen te werken. Dan weet je bijvoorbeeld wat andere zorgverleners allemaal doen en hoe je daar rekening mee kunt houden in je zorg. Er kan voor gekozen worden om de zorgvrager aanwezig te laten zijn bij het overleg, door de overdracht bijvoorbeeld bij de zorgvrager ‘aan het bed’ te doen of door de zorgvrager uit te nodigen voor het Multi Disciplinair Overleg. De andere kant van al dat overleg is dat we heel wat afvergaderen in de zorg. Niet iedereen vindt vergaderen fijn en het is daarom belangrijk om op een goede manier te vergaderen en resultaat te zien. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Overleg en consult • waarom is overleg nodig? • welke overlegvormen zijn er? Hoofdstuk 2: Vergadertechnieken • regels voor gesprekken in groepen • de structuur van een vergadering • problemen bij het overleg
1 10
Verwerking Verwerkingsopdrachten
1 Overleg en consult 1
1
Een goede coördinatie van de zorg en continuïteit van de zorg zijn belangrijk in de beroepsuitoefening. Wat wordt hiermee bedoeld?
2
Je zult als verzorgende vaak bijeenkomsten, overleggen en vergaderingen bijwonen. Hoe komt het dat het steeds vaker nodig is om te vergaderen? Beschrijf drie aanleidingen.
3
In de theorie worden vijf vormen van teambesprekingen gegeven: het werkoverleg/ teamoverleg, intervisie, zorgvragerbespreking, overdracht en dienstevaluatie. In de tabel worden vijf situaties beschreven. Welke overlegvorm sluit het beste aan op de gegeven situatie? Kies: intervisie, teamoverleg/werkoverleg, overdracht, zorgvragerbespreking of dienstevaluatie.
Situatie
Overlegvorm
Anneke werkt nu een jaar in een verpleeghuis. Ze twijfelt over haar geschiktheid als verzorgende. Ze zou graag haar zorgen delen met collega’s. Teamleider Jaap merkt dat de zorgdossiers niet goed worden bijgehouden. Hij wil dit met zijn collega’s bespreken. Mariekes dienst zit erop. Haar collega Annemarie komt haar vervangen. Marieke wil met Annemarie bespreken wat er tijdens haar dienst is gebeurd. Het zorgplan van mevrouw Kraaijenbeld is aangepast. Het is belangrijk dat alle verzorgenden op de hoogte zijn van de aanpassingen.
1 11
THEMA 1 Overleg en consult
Tessa is aan het eind van de dag ontevreden over het verloop van haar dienst. Meneer Kramer werd agressief en Tessa vindt dat ze daar niet goed op reageerde. Ze wil graag met collega’s bespreken hoe ze zo’n situatie een volgende keer anders kan aanpakken.
4
Beschrijf drie situaties uit het dagelijks werk van een verzorgende die aanleiding zouden kunnen geven tot overleg met andere disciplines.
5
Beschrijf drie situaties uit het dagelijks werk van een verzorgende die aanleiding kunnen geven tot overleg met naasten.
6
Als voordeel van overleg met andere disciplines, het multidisciplinair overleg, wordt genoemd dat de zorgvrager ’als geheel’ wordt gezien. a Wat wordt hiermee bedoeld?
b
Geef hiervan een voorbeeld.
1 12
Verwerkingsopdrachten
1 Overleg en consult
7
Een stichting die de belangen behartigt van MS-patiĂŤnten vraagt informatie aan bij de thuiszorgorganisatie. De stichting wil van de thuiszorgorganisatie weten welke wensen zorgvragers met MS hebben. Deze informatie is bij de thuiszorgorganisatie aanwezig in de zorgdossiers van cliĂŤnten met MS. De stichting wil deze dossiers bestuderen want ze kan deze informatie goed gebruiken om hiermee de activiteiten toe te spitsen op speciale zorgverlening voor deze groep mensen. Mag de thuiszorginstelling deze informatie geven, gezien de Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO)? Leg uit waarom wel of niet.
8
Je vraagt consult als je advies vraagt aan een collega, arts of hoofd van zorg. Omcirkel nog drie manieren waarop je aan informatie kunt komen, als je zelf de informatie niet hebt. a informatie opzoeken in zorgplan/protocol b Informatie vragen bij EVV, collega of gespecialiseerd verpleegkundige c Informatie opvragen bij een collega-verzorgende d Informatie opzoeken op internet e Informatie vragen in het MDO
9
In de theorie wordt een voorbeeld gegeven van een verzorgende die de EVV inschakelt. Diana is de eerstverantwoordelijke verzorgende (EVV) voor mevrouw Verweij. Als verzorgende Femke mevrouw Verweij helpt met haar steunkousen en schoenen, ziet ze dat de eksterogen van mevrouw Verweij wat vergroot zijn. Femke realiseert zich dat er een afspraak nodig is met de pedicure. Dit geeft ze door aan Diana. Leg uit waarom het goed is dat Femke niet zelf een afspraak maakt met de pedicure voor mevrouw Verweij.
10
Je werkt op een wooneenheid. Psychogeriatrie in het verpleeghuis. Over twee maanden gaan bewoners en medewerkers verhuizen naar een andere locatie. Jouw team gaat de naasten van jullie bewoners hierover informeren. Welke drie onderwerpen komen in elk geval aan de orde op een informatieavond? Omcirkel de juiste onderwerpen. a Wat betekent de verhuizing voor de bewoners? b Het uitje dat georganiseerd wordt in de periode voorafgaand aan de verhuizing. c Wat kunnen naasten doen en wat doen medewerkers om de bewoners te ondersteunen bij de veranderingen? d De visie en het beleid van het verpleeghuis. e De kosten van de verhuizing voor het verpleeghuis. f De gang van zaken op de dag van de verhuizing.
1 13
THEMA 1 Overleg en consult
1 Vergadertechnieken 2
1
Bekijk de regels voor het voeren van een groepsgesprek nog eens. Op welke manier kun je laten zien in je gedrag en houding dat je de mening van een ander respecteert? Noem twee voorbeelden.
2
Beschrijf vijf eisen die gesteld mogen worden aan de deelnemers aan een overleg.
3
Lees de volgende situatieschets.
Maaike werkt als verzorgende in een verpleeghuis. Haar teamleidster heeft een werkoverleg gepland op maandagochtend om 11.00 uur. Als Maaike om een paar minuten over elf de vergaderruimte inloopt, zijn er nog maar twee anderen. ‘Waar is iedereen?’ vraagt Maaike. ‘Geen idee’, antwoordt een van haar collega’s. ‘Misschien hebben ze de mail niet op tijd gezien. De uitnodiging kwam pas gisteravond binnen.’ ‘En waar gaan we het over hebben, weten jullie dat?’ vraagt Maaike. De andere twee weten dit ook niet, er zat geen agenda als bijlage bij het mailtje. De vergadering begint uiteindelijk om 11.30 uur, nadat de andere collega’s erbij zijn geroepen. ‘Maar ik moet om twaalf uur weer weg!’ roept Diane. ‘Anders is de lunch nooit op tijd!’ Maaike zit wat achteraan met haar collega en vriendin Amy. Eindelijk hebben ze even tijd om bij te kletsen. Ze hebben de grootste lol, terwijl hun collega’s ondertussen het zorgdossier van mevrouw Van der Bijl bespreken. ‘Dus jij zorgt dat dat voor elkaar komt?’ vraagt Maaikes teamleidster. ‘Uhh, wat…?’ reageert Maaike.
In te a b c d e f g h i
de theorie is beschreven aan welke eisen een overleg moet voldoen om efficiënt zijn. Wat gaat er mis in het werkoverleg van Maaike? Omcirkel de juiste punten. De benodigde informatie is van tevoren niet bekend. De deelnemers zijn niet op tijd aanwezig. De deelnemers spreken niet kort en bondig. Het overleg vindt niet plaats in een geschikte ruimte. Er zijn geen afspraken gemaakt over wie de vergadering voorzit en wie notuleert Er wordt niet actief geluisterd. Er wordt afgedwaald van het onderwerp. De agenda is niet op tijd beschikbaar. Er zijn geen tijdsafspraken gemaakt over het begin en het einde van het overleg.
1 14
Verwerkingsopdrachten
1 1 1 1
4
2 Vergadertechnieken
Kies één situatie uit de voorbeelden van de theorie. Beleg een overleg over die situatie. a Bepaal het doel van het overleg. b Organiseer het overleg. Nodig vier medestudenten uit (schrijf een uitnodiging). c Jij bent gespreksleider. Rond na ongeveer tien minuten het gesprek af. d Bespreek na: • hoe jij leiding gaf; • of iedereen genoeg aan bod is gekomen; • of de uitnodigingen helder waren; • of er beslissingen zijn genomen en hoe dat ging. e Beschrijf de uitkomsten van de nabespreking op 1 A4. Geef daarbij onder meer antwoord op de volgende vragen: 1
Als voorzitter ben ik (denk ik) sterk in
2
Als voorzitter ben ik (denk ik) minder sterk in
1 15
THEMA 1 Overleg en consult
Toepassing Praktijksituaties Sophie van de thuiszorg overlegt met mevrouw Lilouche over haar zorgplan Zorgplan bijstellen Renee Lilouche heeft in haar rolstoel de voordeur opengemaakt om Sophie binnen te laten. Ze gaan samen naar de woonkamer. Sophie start: ‘Vandaag wil ik graag checken of het zorgplan nog klopt. Zullen we meteen het zorgplan er even bij nemen? Ik heb mijn iPad en dan kunt u meekijken met uw print.’ Renee knikt en rolt haar stoel naar een secretaire waar een blauw mapje ligt met daarin het zorgplan. Ze geeft het aan Sophie en die leest het even door. ‘Wanneer is het zorgplan voor het laatst met u doorgesproken?’ wil Sophie weten. ‘Afgelopen vrijdag, toen je collega hier voor het laatst was’, antwoordt Renee. ‘Is er toen nog iets bijgesteld of veranderd?’ vraagt Sophie. ‘Ja, we hebben het nog even gehad over de temperatuur van het water bij het douchen. Nu het wat kouder wordt, is het alsof ik wat meer last krijg. Je collega zei dat het verstandig was om het eerst maar eens aan de fysiotherapeut of de dokter voor te leggen. Ondertussen zouden we voor het douchen eerst de verwarming aandoen en de temperatuur aanpassen.’ ‘Dat heeft u vrijdag zo afgesproken?’ vraagt Sophie. ‘Ja, en ze zou het doorgeven op kantoor’, vult Renee aan. ‘De verzorgende heeft dat niet in het zorgplan gezet, weet u dat?’ reageert Sophie. ‘Ja, dat zou ze eerst even bespreken op kantoor, zei ze, en het dan verwerken’, antwoordt Renee. ‘Ik heb nog wel een vraag’, zegt Renee, ‘ik zou het graag met je willen hebben over uitbreiding van de zorg. Mijn vriendinnen helpen me wel zoveel mogelijk, maar ik merk dat ik achteruit ga. Is het mogelijk dat de thuiszorg wat meer gaat komen?’ Sophie denkt even na en zegt tegen mevrouw Lilouche dat ze graag samen wil kijken naar de zorgvraag en dan met de wijkverpleegkundige wil overleggen. Renee Lilouche Renee Lilouche is 43 jaar oud, woont zelfstandig, op de begane grond van een appartementencomplex aan de rand van de oude binnenstad. Renee is van Franse afkomst en trouwde als 24-jarige met een man uit Algerije die als beroepsmilitair in Nederland werkte. Renee en haar man hadden de Nederlandse nationaliteit. Haar man is van haar gescheiden toen bij Renee tien jaar geleden multiple sclerose werd vastgesteld. Hij is weer teruggegaan naar Algerije. Multiple sclerose is een ziekte die de zenuwen langzaamaan afbreekt. De toekomst van Renee ziet er dan ook somber uit. Haar lichamelijke mogelijkheden zullen steeds beperkter zijn en haar afhankelijkheid van anderen wordt daardoor steeds groter.
1 16
Praktijksituaties
Sophie van de thuiszorg overlegt met mevrouw Lilouche over haar zorgplan
Renee bezoekt dagelijks de fysiotherapeut, meestal ’s middags om 13.30 uur. De fysiotherapeut geeft haar oefeningen om de beweeglijkheid in stand te houden. Dit lukt op dit moment redelijk. Renee heeft geen macht meer over haar benen. De controle over armen en bovenlichaam is nog redelijk intact, maar de fijne motorische bewegingen die nodig zijn voor bijvoorbeeld schrijven, kosten steeds meer moeite. Na haar studie in Parijs heeft Renee gewerkt bij de Nederlandse ambassade als tolk-vertaalster. In Nederland heeft Renee lang bij een taleninstituut gewerkt. Ze spreekt vloeiend Nederlands, maar wel met een licht Frans accent. Nu doet ze met behulp van de computer nog wat vertaalwerk thuis. Omdat ze de controle over handen en vingers begint te verliezen, gaat dit steeds moeizamer en neemt ze niet zoveel werk meer aan. Renee heeft een paar heel goede vriendinnen overgehouden uit de tijd bij het taleninstituut. Ze heeft regelmatig contact met ze. Verjaardagen, feestdagen en andere bijzondere dagen viert ze meestal met hen. Ook de weekeinden worden vaak gezamenlijk doorgebracht. Renee is meestal goedgehumeurd hoewel haar lichamelijke situatie redenen genoeg tot klagen geeft. Verzorgende Sophie Sophie Branderhorst is verzorgende IG. Ze heeft de opleiding vier jaar geleden afgerond. Via haar BPV heeft ze deze instelling voor thuiszorg ontdekt. Omdat er een vacature was op het moment dat Sophie afstudeerde, was de keuze snel gemaakt. De instelling is altijd aan de slag met nieuwe ontwikkelingen. Alle werknemers hebben een iPad en eens in de acht weken wordt het zorgplan met de cliënten doorgenomen. Ook is er veel mogelijk als het gaat om het bijhouden van ontwikkelingen in de zorg. Er is regelmatig overleg en Sophie zit met een aantal anderen in een intervisiegroep. Sophie werkt halve dagen omdat ze een baby heeft. Ze vindt dit een goede manier om aan het werk te blijven terwijl ze ook tijd heeft voor haar gezin. Later die week heeft Sophie overleg met het team dat werkt in het gebied waar ook Renee Lilouche woont. Ze besluit een en ander daar ter sprake te brengen. 1
Sophie kiest ervoor om later in die week de besproken zaken voor te leggen aan het team en de zorgmanager. Welke zaken wil Sophie bespreken met het team?
2
Wat zou de bijdrage kunnen zijn van het team in dit gesprek?
1 17
THEMA 1 Overleg en consult
3
Stel dat jij Sophie bent en deze situatie meemaakt. Je kiest ervoor om het een en ander te bespreken met het team. Hoe zou jij je voorbereiden op deze bespreking?
4
Sophie zou graag zelf een gesprek met de fysiotherapeut willen hebben om wat meer te weten te komen over de therapeutische werking van warmte bij multiple sclerose. Mag ze dat zonder meer? Denk hierbij onder andere aan de WGBO.
5
Welke disciplines zouden betrokken kunnen zijn bij de zorg rondom mevrouw Lilouche? Noem er minimaal vier.
6
Sophie is parttimer en werkt alleen ’s morgens. Stel dat de overlegmomenten bij de thuiszorg meestal ’s middags zijn. Wat zou dan voor Sophie een goede manier zijn om toch aan haar informatie te komen?
7
Zou je de vriendinnen van Renee kunnen betrekken in een gesprek over het bijstellen van de zorg? Waarvan is dat afhankelijk?
8
Je kunt je voorstellen dat het werken met de computer, e-mail, het internet, enzovoort een rol kan spelen bij het coördineren van de zorg rondom Renee Lilouche. Geef hiervan drie concrete voorbeelden.
1 18
Praktijksituaties
Verzorgende Milou overlegt met maatschappelijk werker
Verzorgende Milou overlegt met maatschappelijk werker Waar is Annie? ‘Dag Annie’, zegt meneer Van Rosmalen. ‘Nee, meneer Van Rosmalen, ik ben Annie niet, ik ben Milou, de verzorgende. Annie is uw vrouw.’ ‘Gaat u mee naar de koffiezaal?’ vervolgt Milou. ‘Is Annie daar ook? Och nee, Annie is niet hier, hè?’ vraagt meneer Van Rosmalen. ‘Nee meneer’, zegt Milou. Terwijl ze samen naar de koffiezaal lopen, vraagt ze: ‘Mist u haar?’ ‘Och, ik wou dat het allemaal wat anders gelopen was’, antwoordt meneer, ineens weer vrij helder. Meneer Van Rosmalen Meneer Van Rosmalen is 70 jaar. Vijf jaar geleden is hij opgenomen in verpleeghuis De Heizon. Meneer heeft frontotemporale dementie. Dit is een vorm van dementie die zich al op redelijk jonge leeftijd openbaart. Meneer kreeg rond zijn vijftigste de eerste klachten over vergeetachtigheid. Die klachten verergerden snel. Het gezin dacht in eerste instantie aan stress, maar er was steeds duidelijker sprake van ziek zijn. Toch wilde de familie de diagnose ‘dementie’ niet accepteren. Nadat meneer een paar keer totaal verward na een zwerftocht door de politie thuis werd gebracht, heeft de familie in overleg met de huisarts besloten tot opname in het verpleeghuis. Zijn vrouw kon de situatie niet meer hanteren en ook de kinderen konden de zorg voor vader niet opbrengen. Mevrouw Van Rosmalen heeft het erg moeilijk met de ziekte van haar man. Ze komt eens in de week even langs. Hij krijgt weinig bezoek van zijn kinderen. De jongste schoondochter van meneer Van Rosmalen komt wel af en toe langs. Het dementieproces voltrok zich aanvankelijk redelijk snel, maar verloopt nu in een rustiger tempo. Meneer heeft nu duidelijk steeds meer moeite met de oriëntatie in tijd, plaats en persoon. Hij doolt nogal eens door het zorgcentrum en heeft nu eigenlijk bij alles wat hij doet begeleiding nodig. Meneer Van Rosmalen heeft een echt maatje gevonden in een andere bewoonster: mevrouw Van Leeden. Ze wandelen samen veel, zitten graag bij elkaar en houden elkaar graag vast. Als mevrouw Van Rosmalen op bezoek komt neemt een van de verzorgenden mevrouw Van Leeden mee naar een andere woongroep. Verzorgende Milou Milou werkt als eerstverantwoordelijke verzorgende en meneer Van Rosmalen is een van de bewoners voor wie Milou verantwoordelijk is. Bij de zorg voor meneer heeft Milou extra aandacht voor het herstel van het contact met de kinderen en eventueel, als dat zou kunnen, met zijn vrouw. Mieke, een maatschappelijk werkster, is ook bezig om in contact te komen met zijn vrouw en kinderen. Het zou erg prettig zijn als meneer toch nog met hen contact zou kunnen hebben, nu er nog sprake is van enige herkenning. Milou vraagt zich af hoe ze in het verpleeghuis om kunnen gaan met de relatie tussen meneer Van Rosmalen en mevrouw Van Leeden. Ze heeft daarom bedacht dat het goed zou zijn om het te bespreken met de echtgenote en kinderen van meneer Van Rosmalen. Mieke zou de familie uitnodigen.
1 19
THEMA 1 Overleg en consult
Mevrouw Van Leeden is alleen en krijgt alleen bezoek van een nichtje die het allemaal prima lijkt te vinden. Overleg met Mieke Later die dag ontmoeten Milou en Mieke elkaar voor een gezamenlijk overleg. ‘Ik heb contact gehad met Frans van Rosmalen’, zegt Mieke. ‘De zoon van meneer?’ vraagt Milou. ‘Juist’, zegt Mieke. Hij heeft me duidelijk gemaakt dat de directe familie niet in gesprek wil om de familiezaken door te praten. Hij zei letterlijk: “Als iedereen zich nu eens met z’n eigen zaken bemoeide, zou het een stuk plezieriger zijn op deze wereld.”’ Milou schudt haar hoofd. ‘En nu?’ ‘Het was min of meer toevallig dat ik hem aan de telefoon kreeg’, zegt Mieke. ‘Ik zocht eigenlijk contact met zijn zus, omdat ik begrepen heb dat zij wat ontvankelijker tegenover mogelijke oplossingen zou staan. Dus ik probeerde haar te bereiken.’ ‘Ze loopt hier wel eens binnen’, zegt Milou. ‘Zal ik vragen of ze contact met je opneemt?’ ‘Wacht maar heel even af’, zegt Mieke. ‘Het kan zijn dat ze door dit telefoontje contact met mij zoekt.’ ‘Ik zou het zo graag eens met ze allemaal willen bespreken’, zegt Milou. ‘Tja,’, zegt Mieke. 1
Waarom kan Milou niet zonder overleg van alles met de familie van meneer Van Rosmalen bespreken?
2
Vind jij dat Milou het een en ander moet bespreken in een bewonersbespreking? Waarom wel of niet?
3
De zoon van meneer heeft de maatschappelijk werkster gezegd dat de familie niet met haar in gesprek wil gaan. Wat vind jij van het idee om vervolgens contact op te nemen met de dochter?
4
Milou wil de casus van meneer Van Rosmalen tijdens een overleg met meerdere disciplines toch eens aan de orde stellen. a Wie vind jij dat er tijdens deze bespreking aanwezig moeten zijn?
b
Het gaat ook om de visie van de instelling op relaties tussen bewoners. In welk overleg zou dit aan bod kunnen komen?
1 20
Praktijksituaties
Verzorgende Milou overlegt met maatschappelijk werker
5
Milou zou graag advies hebben over hoe ze het best kan handelen in deze situatie. Hoe zou jouw advies luiden?
6
De dienst van Mieke zit erop, haar collega is zojuist binnengekomen en informeert bij Milou of er nog nieuws is. Wat zou jij tijdens de overdracht melden over de situatie van meneer Van Rosmalen?
7
Bij Milou komen de ‘grenzen van verantwoordelijkheid’ in beeld. Beschrijf de grenzen die hier bedoeld worden.
8
Naar wie moet Milou toe als ze vindt dat de situatie voorbij haar verantwoordelijkheid gaat?
9
Milou wil de casus inbrengen in haar intervisiegroepje. Wat kan het haar opleveren?
1 21
THEMA 1 Overleg en consult
Jochem bespreekt de situatie van Vera in de zorgvragerbespreking Voorbereiding op de bespreking ‘Wie weet hoe laat het overleg precies begint?’ Verzorgende Jochem kijkt vragend rond en loopt met een zorgdossier onder zijn arm door de gang. Hij ziet dat Fleur al met een dienblad koffie en thee onderweg is en gaat even helpen met klaarzetten. ‘Je hebt nog een kwartier, hoor,’ zegt Fleur. Jochem zucht opgelucht, want door alle drukte heeft hij zich niet goed kunnen voorbereiden. Hij neemt een kop thee en bladert nog even door het zorgdossier. Fleur komt erbij zitten en vraagt: ‘Vind jij nou ook dat er zulke verschillen zitten in de rapportage? Is dat iets om nu te bespreken of zullen we dat doorschuiven naar het werkoverleg?’ Jochem zegt: ‘Breng dat maar niet in Fleur, want we hebben toch al zo weinig tijd en dan krijgen we direct discussie.’ Vera Vera is geboren in 1962 en het gezin waar ze uit komt bestaat uit vader, moeder, een zus en een broer. Als baby en peuter ontwikkelde ze zich niet goed en huilde veel. Ze werd al snel voor neurologische observatie opgenomen in een instelling. Daar bleek dat ze een hersenbeschadiging te hebben met als gevolg een ernstig verstandelijke beperking. Na deze diagnose is ze in de instelling blijven wonen. De ouders hebben aangegeven verantwoordelijk en actief betrokken te willen blijven. Tien jaar geleden is Vera verhuisd naar haar huidige groep die klein is en prikkelarm. Vera functioneert sociaal-communicatief op de leeftijd van een driejarige. Ze draagt een bril omdat ze slecht ziet en heeft veel duidelijkheid nodig. Als er iets onduidelijk is of anders loopt dan normaal, kan Vera erg agressief worden. Ze is dol op tekenen en kleuren en verzamelt kleurboeken en kleurplaten. Vera houdt van televisie en films kijken en dat zou ze het liefste de hele dag doen. Op de dagbesteding gaat het goed. Ze zit in een rustige groep. Ze gaat om de week een dag in het weekend naar huis en geniet daarvan. Vera eet graag en veel en is nu ook fors te noemen. Ze heeft obstipatie en krijgt daar lactulose voor. Ook wordt rekening gehouden met de voeding, maar ze kan erg boos worden als ze iets niet mag eten. Vorig jaar bleek uit bloedonderzoek dat ze diabetes type 2 heeft. Ze krijgt daar tabletten voor en heeft een aangepast dieet. In het zorgplan zijn afspraken gemaakt over de benadering en begeleiding van Vera. Als ze boze geluiden gaat maken of agressief wordt naar begeleiders of medebewoners is de afspraak dat ze naar haar kamer gaat. Er wordt dan een muziekje opgezet en ze mag weer naar de huiskamer komen als ze rustig is. Ze mag dan gaan doen wat ze leuk vindt en krijgt iets wat ze lekker vindt. De laatste tijd zijn er wisselingen geweest in de groep en Vera lijkt steeds minder contact te maken met haar groepsgenoten. Ze zit meestal alleen aan tafel te kleuren of te puzzelen en ze wil niet dat er iemand bij haar komt zitten. Ze kan plotseling agressief worden en is dan moeilijk te corrigeren. Ze lijkt steeds minder te reageren op de aanpak van straffen en belonen. De leden van het team denken wisselend over de aanpak van Vera en daarom zal haar situatie besproken worden in de zorgvragerbespreking.
1 22