WERKBOEK NIVEAU 4
Zorgverlening, organisatie en beroep
Deze uitgave Zorgverlening, organisatie en beroep maakt deel uit van de serie Traject V&V. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Mbo-Verpleegkundige. B1-K1-W9 B1-K2-W1 B1-K2-W3 B1-K2-W4
Coördineert de zorgverlening van individuele zorgvragers Werkt aan de eigen deskundigheid Werkt aan het bevorderen en bewaken van kwaliteitszorg Begeleidt nieuwe collega’s, stagiaires en/of vrijwilligers
Zorgverlening, organisatie en beroep WERKBOEK
De leermiddelen uit de serie Traject V&V zijn bestemd voor de opleiding Verzorgende-IG (niveau 3) en de opleiding Mbo-Verpleegkundige (niveau 4). Door de thematische opbouw is Traject V&V geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt. De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorieboeken. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van instrumenteel-technische en sociaal-agogische vaardigheden. Het complete aanbod van Traject V&V bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- / reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject V&V? Kijk dan op: www.thiememeulenhoff.nl/trajectvenv
Auteurs: M.C. Baseler M.B.J. Linssen G.O. van Vugt Onder redactie van: C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans
9 789006 910650
verpleegkundige
Rondleiding door dit werkboek Het werkboek is verdeeld in thema’s. Een thema in het werkboek sluit precies aan bij een thema in de theorie. Thema 1 Lichamelijke verzorging
1
Themaopening Je leest waar het thema over gaat en welke hoofdstukken en onderwerpen aan de orde komen.
Lichamelijke verzorging is een belangrijk onderdeel van je werk als verzorgende. In dit thema gaat het om de verzorging van de huid, de haren, de slijmvliezen en het gebit. Daarbij is het belangrijk dat je het een en ander weet over de bouw en functies van deze lichaamsdelen. De lichamelijke of hygiënische verzorging is een belangrijk onderdeel van het takenpakket van de verzorgende. In eerste instantie wordt de hygiënische verzorging in de eerste levensjaren van een kind volledig door de mantelzorg gedaan. Naarmate een kind ouder wordt, neemt zijn zelfstandigheid toe, totdat er sprake is van volledige zelfzorg. Soms gaat het mis met de zelfzorg en de mantelzorg. Vaak moet je als verzorgende de hygiënische verzorging dan geheel of gedeeltelijk overnemen. Je hebt hierbij ook de taak om de familie van de zorgvrager in te schakelen. De wens van de zorgvrager komt hierbij altijd op de eerste plaats en daarna die van de familie. Daarnaast zijn er mensen die onvoldoende lichaamsbeweging krijgen om verschillende redenen. Door onvoldoende lichaamsbeweging kunnen allerlei complicaties ontstaan. Ook hier ligt een belangrijke taak voor jou als verzorgende om te weten hoe je bij bepaalde complicaties het beste kunt handelen. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit • huid • slijmvliezen • gebit Hoofdstuk 2: Hygiënische verzorging • doel van de hygiënische verzorging • hygiënische verzorging van de volwassene • de plaats voor hulp • hygiënische verzorging van de baby en het kind Hoofdstuk 3: Complicaties door onvoldoende lichaamsbeweging • decubitus • contracturen • osteoporose • trombose • longontsteking • obstipatie • smetten • blaasontsteking
Verwerking Verwerkingsopdrachten
1 Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit 1
1
In de theorie staat dat de huid verschillende functies heeft. Een droge, schrale huid gaat eerder stuk, waardoor de huid niet optimaal functioneert. Welke functie van de huid is hier aangetast? a beschermen tegen schadelijke invloeden van buitenaf b lichaamstemperatuur regelen c stoffen uitscheiden d vet opslaan in het onderhuids bindweefsel
2
De huid bestaat uit drie lagen. Hieronder staan zes kenmerken. Vul in de tweede kolom in bij welke huidlaag het kenmerk hoort. Kies uit: opperhuid, lederhuid en onderhuids bindweefsel.
1 10
Het vet in deze laag zorgt voor warmte-isolatie. Er zitten geen bloedvaten in deze laag.
In dit werkboek staan verschillende soorten opdrachten. Deze helpen je om je de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken.
In deze laag zitten zweetklieren. In deze laag zitten pigmentkorrels. Deze laag is dikker op de billen, bovenbenen en bovenarmen. Deze laag bestaat uit de hoornlaag en de kiemlaag.
3
Verwerking Verwerkingsopdrachten helpen je de theorie te leren en te begrijpen. Ze zijn geordend per hoofdstuk.
De huid vertelt veel over iemand. a Beschrijf wat je aan jouw huid kunt aflezen.
1 11
Toepassing Praktijksituaties hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen. Vaardigheden om de benodigde beroepsvaardigheden aan te leren. Themaopdrachten grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt dan ook aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken, plannen en problemen oplossen.
Toepassing Praktijksituaties Het gedrag van Jolanda maakt Chaimaa onzeker tijdens de lichamelijke verzorging Chaimaa Chaimaa is tweedejaarsstudent verzorgende IG. In het eerste leerjaar deed ze BPV in een zorgcentrum. Die BPV werd ruim voldoende beoordeeld. Chaimaa werkt nu een week bij de stichting Adamant. Mensen met een beperking hebben daar een zelfstandige woning in een normale woonwijk. Er is een dienstencentrum van waaruit hulp verleend wordt. Elke woning heeft een communicatielijn met dat centrum. Als een bewoner hulp nodig heeft, belt hij naar het dienstencentrum. In haar eerste week heeft Chaimaa kennisgemaakt met alle bewoners en geholpen bij de hygiënische verzorging. Overleg met Hanneke en Chaimaa Begeleidster Hanneke geeft uitleg over hoe de gegevens van zorgvragers vastgelegd worden in een elektronisch zorgdossier. Sommige bewoners vinden het fijn dat er een uitgebreid zorgplan van hen is. Anderen willen geen of nauwelijks informatie in het dossier. De bewoner bepaalt zelf hoe en wanneer hij verzorgd wordt. Hij is zelf actief in het vragen van hulp. ‘Als iemand besluit om een dag niet gewassen te worden, dan respecteren we dat’, vertelt Hanneke. Chaimaa leest het zorgdossier van Jolanda Dan gaat de telefoon. Hanneke neemt op: ‘Komt in orde, Jolanda. Is het goed dat Chaimaa komt? Ja, dat is dat nieuwe meisje dat vorige week begonnen is. Ik zal zeggen dat ze even moet nalezen hoe moeilijk jij bent, ha ha ha!’ Hanneke legt de telefoon neer en vraagt aan Chaimaa: ‘Durf jij het aan om Jolanda zelfstandig te wassen? Je moet wel eerst even in haar dossier kijken. Niet dat het al compleet is, hoor. Jolanda heeft zelf haar persoonsbeschrijving ingetypt, daar stond ze op. Wat er met de rest van het zorgplan moet gebeuren, daar wil ze nog over denken.’ Chaimaa loopt naar de computer en leest het zorgplan van Jolanda. Dan pakt Chaimaa haar jas en gaat.
1 19
THEMA 1 Lichamelijke verzorging
Evaluatie Studiehulp
1 Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit 1
Stelling 1 De huid is een van de zintuigorganen. 2 Vitamine C wordt in de huid gevormd onder invloed van zonlicht. 3 Bij een verminderde doorbloeding is de huid rood. 4 De huid is overal even dik. 5 Pigmentkorrels bevinden zich in de opperhuid. 6 De buitenste laag van de lederhuid is de hoornlaag. 7 De talgkliertjes bevinden zich in de lederhuid. 8 Het onderhuids bindweefsel bestaat grotendeels uit vet. 9 De lengtegroei van de nagels vindt plaats vanuit het nagelbed. 10 Een volledig gebit van een volwassene bestaat uit 28 tanden en kiezen. 11 Het tandbeen wordt in zijn geheel bedekt door tandglazuur.
Juist Onjuist
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?
1 Hygiënische verzorging 2
Stelling Juist Onjuist 1 De hygiënische verzorging heeft meestal alleen invloed op het lichamelijk ◯ ◯ functioneren. 2 Een zorgvrager was je met lekker warm water. ◯ ◯ 3 Smetten is een huidirritatie die kan ontstaan doordat de huidplooien niet ◯ ◯ goed droog gemaakt worden. 4 In fase 2 van smetten is de huid kapot. ◯ ◯ 5 In fase 3 van smetten breng je zinkoxide FNA op de huid aan. ◯ ◯ 6 Neten zijn eitjes van de hoofdluis. ◯ ◯ 7 Bij aanwezigheid van luizen en neten is het gebruik van een ◯ ◯ bestrijdingsmiddel altijd aan te raden. 8 Als iemand hoofdluizen heeft, is dat een teken van een slechte hygiëne. ◯ ◯ 9 Wanneer je iemand scheert met een elektrisch scheerapparaat met een ◯ ◯ scheerblad, moet je op-en-neergaande bewegingen maken. 10 Een fysiologische zoutoplossing kun je gebruiken om de ogen te reinigen. ◯ ◯ 11 Stomatitis is een ontsteking van het oogslijmvlies. ◯ ◯ 12 De teennagels worden in het algemeen recht afgeknipt. ◯ ◯ 13 De vulva was je van schaamheuvel richting anus. ◯ ◯ 14 Zeep is een goed reinigingsmiddel voor de vulva. ◯ ◯ 15 Wanneer je als verzorgende een vrouw moet wassen die menstrueert, kun je ◯ ◯ het best handschoenen dragen.
1 76
Evaluatie Studiehulp een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. Antwoorden zijn op te vragen bij je docent. Evaluatie evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden voor jouw toekomstige beroep: zet na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.
THEMA 5 Zorg voor de bedden
Vaardigheden Een vaardigheid heeft een vaste opbouw: Oefenen Toepassen Transfer Oriënteren
Vaardigheden Bed opmaken, zonder dat de zorgvrager in bed ligt Oriënteren
1
1 2
Bestudeer de theorie over het opmaken van het bed zonder zorgvrager. Bestudeer de beschrijving van deze vaardigheid. Voorbereiding 1 Vertel de zorgvrager wat er gaat gebeuren. 2 Leg of zet de volgende benodigdheden klaar: - niet-steriele handschoenen, een overschort en een wasmand. Voor een bed in de thuissituatie: - hoeslaken; - dekbedovertrek; - kussenslopen. Voor een hoog-laagbed: - boven- en onderlaken; - steeklaken; - deken; - kussenslopen. 3 Creëer voldoende werkruimte rondom het bed. 4 Zet het bed op werkhoogte. 5 Plaats een of twee stoelen aan het voeteneinde van het bed. 6 Verwijder hand- en polssieraden en was of desinfecteer je handen.
Observatielijsten
Observatielijsten Bij de meeste vaardigheden horen observatielijsten. Die vind je direct achter in dit werkboek. De observatielijsten zijn geordend per thema. Bovenaan staat bij welke vaardigheid de observatielijst hoort. Een observatielijst kun je gemakkelijk uit je werkboek halen. Zo kun je ze in de klas of in je BPV laten invullen.
Thema 1 Lichamelijke verzorging
277
Zorgvrager wassen op bed 277 Zorgvrager wassen op bed met wasdoekjes 281 Zorgvrager wassen aan de wastafel, onder de douche of in bad 285 Haren wassen op bed 289 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met een elektrisch scheerapparaat 291 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met scheermes en scheerzeep 293 Tandenpoetsen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 295 Gebitsprothese verzorgen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 297 Mondholte reinigen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 299 Therapeutische elastische kousen met een open teenstuk aantrekken 301 Therapeutische elastische kousen met een gesloten teenstuk aantrekken 303 Therapeutische elastische kousen uittrekken 305 Hygiënische verzorging van een baby 307
Thema 2 Hulp bieden bij de opname van voeding en vocht Hulp bieden aan een zorgvrager die zelf niet kan eten en drinken Flesvoeding geven 311
Thema 3 Hulp bieden bij de uitscheiding
Uitvoering 7 Trek bij kans op contact met uitscheidingsproducten en bloed handschoenen en/ of overschort aan. 8 Leg de kussens op de stoel(en). 9 Maak sprei en dekens los. 10 Let er tijdens het opmaken van het bed op dat je niet te veel met het beddengoed wappert in verband met hygiëne. 11 Zorg ervoor dat tijdens de werkzaamheden het vuile wasgoed zo min mogelijk in contact met het schone wasgoed komt in verband met hygiëne. 12 Vouw sprei en dekens afzonderlijk in drieën en leg ze over de stoel(en). Het beddengoed mag de vloer niet raken. 13 Doe het bovenlaken in drieën gevouwen in de wasmand. 14 Doe het steeklaken in de wasmand. 15 Leg een eventueel zeil ongevouwen over de stoel(en). 16 Doe het onderlaken in de wasmand. 17 Als je het molton niet verschoont, trek je het glad.
1 260
309
309
313
Hulp bij het gebruik van een po op bed 313 Hulp bij het gebruik van een urinaal op bed 317 Verwisselen van een incontinentiemat 319 Externe katheter of condoomkatheter verwisselen 321 Katheterzak verwisselen 325 Verzorgen van een blaaskatheter 327 Laxerende zetpil toedienen 329 Microklysma (microlax) of fosfaatklysma toedienen 331 Hulp bieden bij het manueel verwijderen van ontlasting 333 Hulp bieden bij het opgeven van sputum 335 Hulp bieden bij braken 337 Hulp bieden bij het inbrengen van een tampon bij menstruatie
339
Thema 4 Hygiënisch en ergonomisch verantwoord werken
341
Handen wassen met (vloeibare) zeep 341 Handen desinfecteren met handalcohol 343 Aan- en uittrekken van steriele handschoenen 345 Creëren van een schoon of steriel werkveld 347
1 275
Iconen helpen je op weg In de kantlijn staan icoontjes. Die geven aan wat je in de opdracht kunt verwachten.
1 1 1 1 1 1
geeft aan dat je een deel van de theorie (nog een keer) leest om de vraag te kunnen beantwoorden. bij deze opdracht werk je samen met anderen. bij deze opdracht heb je een computer met internet nodig om informatie op te zoeken. bij deze opdracht werk je aan je schrijfvaardigheden, bijvoorbeeld met het schrijven van een uitgebreid antwoord, verslag of rapport. bij deze opdracht laat je de uitkomsten zien in een mondelinge presentatie. geeft aan dat het gaat om een creatieve opdracht.
Werken met dit werkboek Vind je het prettig om eerst de theorie te lezen en dan te kijken of je het weet en begrepen hebt? Lees dan eerst de theorie en maak daarna de verwerkingsvragen. Ben je meer iemand die het liefst de theorie doorneemt aan de hand van vragen? Start dan met de verwerkingsvragen en leg je theorieboek ernaast. Werk je het liefst vanuit de praktijk? Begin dan met een praktijksituatie of een themaopdracht en kijk of je de vragen kunt beantwoorden met de informatie uit de theorie.
Inhoudsopgave Thema 1 Overleg en consult
10
Verwerking 11 Verwerkingsopdrachten 11 Hoofdstuk 1 Overleg, coördinatie en continuïteit 11 Hoofdstuk 2 Deelnemen aan overleg en besprekingen Hoofdstuk 3 Consult 15 Toepassing 17 Praktijksituaties 17 Saskia vraagt consult aan een verpleegkundig specialist Multidisciplinair overleg over Neeltje 20 Zorgvragerbespreking over Imke 23 Vaardigheden 26 Consult vragen 26 Consult vragen aan elkaar 29 Werkoverleg voeren 31 Deelnemen aan een zorgvragerbespreking 35 Themaopdrachten 39 Evaluatie 43 Studiehulp 43 Hoofdstuk 1 Overleg, coördinatie en continuïteit 43 Hoofdstuk 2 Deelnemen aan overleg en besprekingen Hoofdstuk 3 Consult 44 Evaluatie en reflectie 45
Thema 2 Samenwerken, knelpunten en werkklimaat 1
12
17
43
47
Verwerking 48 Verwerkingsopdrachten 48 Hoofdstuk 4 Werken in een organisatie 48 Hoofdstuk 5 Leiding geven in een organisatie 49 Hoofdstuk 6 Onderhandelen en afspraken maken in de zorg Hoofdstuk 7 Werkklimaat 53
52
Toepassing 56 Praktijksituaties 56 Dochter van zorgvrager roept weerstand op bij het personeel 56 Incidenten bespreken 59 Rachelle, verpleegkundige in opleiding, staat er alleen voor 62 Vaardigheden 65 Checklist materieel en immaterieel werkklimaat hanteren 65 Onderhandelen met een collega 68 Werkstress en werkdruk hanteren 72 Themaopdrachten 75
Evaluatie 77 Studiehulp 77 Hoofdstuk 4 Werken in een organisatie 77 Hoofdstuk 5 Leiding geven in een organisatie 77 Hoofdstuk 6 Onderhandelen en afspraken maken in de zorg Hoofdstuk 7 Werkklimaat 78 Evaluatie en reectie 80
78
Thema 3 Samenwerken, knelpunten en werkklimaat 2 82 Verwerking 83 Verwerkingsopdrachten 83 Hoofdstuk 10 Zorgsettings 83 Hoofdstuk 11 Samenwerken in veranderende omstandigheden Hoofdstuk 12 Multidisciplinaire samenwerking 88
85
Toepassing 91 Praktijksituaties 91 De complexe zorgvragen van meneer Gumuz 91 Mevrouw Hemels woont nog thuis 96 Vaardigheden 100 Richtlijnen voor samenwerking ontwikkelen 100 Themaopdrachten 102 Evaluatie 107 Studiehulp 107 Hoofdstuk 10 Zorgsettings 107 Hoofdstuk 11 Samenwerken in veranderende omstandigheden Hoofdstuk 12 Multidisciplinaire samenwerking 108 Evaluatie en reectie 109
Thema 4 Kaders binnen de zorg
111
Verwerking 112 Verwerkingsopdrachten 112 Hoofdstuk 11 Visie en doelstellingen van een organisatie Hoofdstuk 12 Medezeggenschap 114 Hoofdstuk 13 Financiering en kosten van de zorg 116 Hoofdstuk 14 Arbeidsomstandigheden 118 Toepassing 121 Praktijksituaties 121 Verpleegkundige Bruno gaat bijna te ver 121 Verpleegkundige Christa stelt haar mening bij 124 Wilma voelt zich gediscrimineerd 127
112
107
Vaardigheden 130 Cao hanteren 130 Eigen grenzen bewaken 132 Inventariseren van informele regels 134 Medezeggenschap uitoefenen in de onderwijsinstelling 136 Medezeggenschap uitoefenen in de zorgorganisatie 138 Themaopdrachten 140 Evaluatie 143 Studiehulp 143 Hoofdstuk 11 Visie en doelstellingen van een organisatie Hoofdstuk 12 Medezeggenschap 143 Hoofdstuk 13 Financiering en kosten van de zorg 144 Hoofdstuk 14 Arbeidsomstandigheden 145 Evaluatie en reectie 146
Thema 5 Bijdrage leveren aan beroepsontwikkeling
143
148
Verwerking 149 Verwerkingsopdrachten 149 Hoofdstuk 15 Beroepscode en beroepsontwikkeling 149 Hoofdstuk 16 Mening vormen en ethische vragen 152 Toepassing 154 Praktijksituaties 154 Blog van Brigitte de Brouwer 154 Kan een zorgvrager eisen stellen aan de zorg? 157 Toegeven aan de eis van dochter? 160 Vaardigheden 162 Ontwikkeling van het beroep 162 Ethische vragen bespreken 164 Standpunt bepalen binnen de gezondheidszorg 167 Themaopdrachten 170 Evaluatie 172 Studiehulp 172 Hoofdstuk 15 Beroepscode en beroepsontwikkeling 172 Hoofdstuk 16 Mening vormen en ethische vragen 172 Evaluatie en reectie 173
Thema 6 Kwaliteitszorg
175
Verwerking 176 Verwerkingsopdrachten 176 Hoofdstuk 17 Kwaliteit van zorg 176 Hoofdstuk 18 Modellen en methoden voor kwaliteitsbewaking Hoofdstuk 19 Klachten van een zorgvrager 182
178
Toepassing 184 Praktijksituaties 184 Lise maakt melding van een incident 184 Amelie toetst haar afdeling aan de hand van kwaliteitseisen Xaira gaat kwaliteit in beeld brengen 192 Vaardigheden 196 Eenvoudig verrichtingenprotocol ontwikkelen 196 Exitinterview afnemen 199 Sterkte-zwakteanalyse maken 201 Vijfstappenmethode toepassen 204 Themaopdrachten 210
188
Evaluatie 213 Studiehulp 213 Hoofdstuk 17 Kwaliteit van zorg 213 Hoofdstuk 18 Modellen en methoden voor kwaliteitsbewaking Hoofdstuk 19 Klachten van een zorgvrager 214 Evaluatie en reflectie 216
Thema 7
Begeleiden van collega’s
213
218
Verwerking 219 Verwerkingsopdrachten 219 Hoofdstuk 20 Deskundigheid op peil houden 219 Hoofdstuk 21 Deskundigheidsbevordering in de praktijk 221 Hoofdstuk 22 Werkbegeleiding 223 Hoofdstuk 23 Reflectie op je beroepsmatig handelen 224 Toepassing 226 Praktijksituaties 226 Anke, longverpleegkundige, blijft up-to-date 226 Competenties van een werkbegeleider onderzoeken 229 Teamleider Karin organiseert intervisie op de afdeling gastro-enterologie Vaardigheden 236 Collega’s ondersteunen 236 Deelnemen aan een intervisiebijeenkomst 238 Een themabijeenkomst organiseren 240 Werkbegeleiding geven 242 Themaopdrachten 245 Evaluatie 246 Studiehulp 246 Hoofdstuk 20 Deskundigheid op peil houden 246 Hoofdstuk 21 Deskundigheidsbevordering in de praktijk 246 Hoofdstuk 22 Werkbegeleiding 247 Hoofdstuk 23 Reflectie op je beroepsmatig handelen 247 Evaluatie en reflectie 249
233
Thema 1 Overleg en consult
1
In de zorg wordt veel overlegd. Er is overleg met zorgvragers en hun naasten, met collega’s en met andere disciplines die in de zorg betrokken zijn. Overleg kan gaan over de coördinatie van de zorg: wie regelt wat op welk moment en over continuïteit in de zorg: weet iedereen ook wat er speelt rond de zorgvrager? Om op een goede en efficiënte manier te kunnen overleggen is het belangrijk dat je op de hoogte bent van de vergaderstructuur en van de rollen in een overleg. Ook moet je weten hoe je op een goede manier kunt bijdragen aan een overleg. Als verpleegkundige ben je verantwoordelijk voor de coördinatie en continuïteit in de zorg, maar je doet dat niet alleen. Je voert overleg met de zorgvrager en hebt andere disciplines ook nodig om de kwaliteit van de zorg te waarborgen. Dat kan door een ander te consulteren als je niet zeker bent of je op de goede weg bent. Ook word jij als verpleegkundige gevraagd door anderen naar jouw kijk op de zorg. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1 Overleg, coördinatie en continuïteit • overleg, coördinatie en continuïteit • overleg gericht op de zorgvrager • overleg gericht op de samenwerking • overleg gericht op de inhoud van het werk • overleg over beleid • overleg met naasten en wettelijk vertegenwoordigers Hoofdstuk 2 Deelnemen aan overleg en besprekingen • het overleg • rollen in een overleg Hoofdstuk 3 Consult • consult en consultatie
1 10
Verwerking Verwerkingsopdrachten
1 Overleg, coördinatie en continuïteit 1
1
Een goede coördinatie van de zorg en continuïteit van de zorg zijn belangrijk in de beroepsuitoefening. Vul de volgende zinnen aan. Coördinatie van de zorg gaat om Continuïteit van de zorg is
2
Je zult als verpleegkundige vaak bijeenkomsten, overleggen en vergaderingen bijwonen. Hoe komt het dat het steeds vaker nodig is om te vergaderen? Beschrijf drie aanleidingen. 1 2 3
3
Kruis bij de onderstaande gespreksonderwerpen aan bij welk overleg het thuishoort. Je mag meerdere mogelijkheden per onderwerp aankruisen.
Onderwerp
WerkZorgoverleg vragerbespreking
Teamoverleg
Dienstoverdracht
Starten met vraaggericht werken Taken voor de avonddienst Aanpassing verpleegplan Vakantieplanning Toestand van de zorgvrager Nieuwe infuuspompen en werkwijze
1
4
Maak groepjes van drie of vier personen en ga met elkaar in discussie over de volgende stellingen. Geef elkaar je mening en beargumenteer deze.
1 11
THEMA 1 Overleg en consult
a b c
Verpleegkundigen besteden te veel tijd aan overleg dat niet met de zorg te maken heeft. Tijdens de overdracht is alle informatie over de zorgvrager relevant. Door MDO wordt de onderlinge organisatie van de zorg beter op elkaar afgestemd.
5
Geef van de volgende stellingen over MDO’s aan of ze waar of niet waar zijn. a In een MDO gaat het om het verbeteren van de continuïteit, het uitwisselen van deskundigheid en het zo goed mogelijk met elkaar samenwerken. waar / niet waar b In een MDO legt de verpleegkundige de behandeling en begeleiding van de zorgvrager vast. waar / niet waar c In een MDO staat de zorgvrager centraal en worden zijn behoeften als uitgangspunt genomen. waar / niet waar
6
Streep in de volgende zinnen de foute woorden weg. a Een overleg over de nieuwe strategie van een zorgorganisatie, is overleg gericht op inhoud van het werk / beleid. b Een overleg over deskundigheidsbevordering, is overleg gericht op inhoud van het werk / beleid. c Een overleg over kwaliteit in de keten, is overleg gericht op inhoud van het werk / beleid. d Een overleg over de verhuizing van de zorgorganisatie, is overleg gericht op inhoud van het werk / beleid.
7
a
Welke personen kunnen volgens de WGBO een wettelijk vertegenwoordiger zijn?
b
Waarom is het belangrijk overleg te voeren met wettelijke vertegenwoordigers?
1 Deelnemen aan overleg en besprekingen 2
1
Vul in de volgende zinnen de juiste woorden in. a Er zijn verschillende soorten overleg. Het is belangrijk je van tevoren te realiseren wat het b
van het overleg is.
Als dit duidelijk is, kan ook gekozen worden voor een overleg.
1 12
van het
Verwerkingsopdrachten
2
2 Deelnemen aan overleg en besprekingen
Beschrijf vijf eisen die gesteld mogen worden aan de deelnemers aan een overleg. 1 2 3 4 5
3
Kruis van de volgende rollen aan of het gaat om een teamrol of een vergaderrol.
Teamrol
Vergaderrol
Planner Notulist Voorzitter Groepswerker Deelnemer Waarschuwer
4
5
a
Leg in je eigen woorden uit wat wordt bedoeld met de teamrollen van Belbin.
b
Waarom is het van belang om in een team verschillende teamrollen te hebben?
Als verpleegkundige ga je overlegvormen bijwonen waarin je actief gaat participeren. Van belang is dan dat je zicht hebt op je sterke en minder sterke kanten, zodat je daaraan kunt werken. Misschien heb je al eens vergaderingen bijgewoond, bijvoorbeeld tijdens (vrijwilligers)werk of bij een sportclub. Als verpleegkundige heb je waarschijnlijk nog niet zo vaak vergaderd, maar je kunt je wel een beeld vormen van wat er van je verwacht wordt. Probeer je sterke en minder sterke kanten op een rijtje te zetten als we het hebben over vergaderen. Lees de rollen door zoals ze zijn beschreven in de theorie.
1 13
THEMA 1 Overleg en consult
6
a
Als voorzitter ben ik (denk ik) sterk in:
b
Als voorzitter ben ik (denk ik) minder sterk in:
c
Als deelnemer ben ik (denk ik) sterk in:
d
Als deelnemer ben ik (denk ik) minder sterk in:
e
Als notulist ben ik (denk ik) sterk in:
f
Als notulist ben ik (denk ik) minder sterk in:
Zet onderstaande onderdelen van de agenda in de juiste volgorde door ze te nummeren. Plaats ‘1’ voor het eerste agendapunt, ‘2’ voor het tweede agendapunt, enzovoort tot en met ‘6’. Wat er verder ter tafel komt Opening Verslag vorige bespreking Rondvraag en sluiting Mededelingen en ingekomen stukken Agendapunten in volgorde van belangrijkheid
1
7
Maak groepjes van ongeveer acht personen. Oefen met dit groepje het volgende teamoverleg.
Je werkt op een chirurgische afdeling in een algemeen ziekenhuis. Het team bestaat uit verpleegkundigen en studenten verpleegkunde. In januari komt als vast agendapunt de planning van de vakanties in het teamoverleg. Ieder jaar is het een probleem om de bezetting op de afdeling tijdens de bouwvakvakantie rond te krijgen. De afspraak is lang geleden gemaakt dat er maximaal drie personen tegelijk op vakantie mogen in de bouwvak. Er zijn nu vijf personen die op vakantie willen in de bouwvak omdat ze een partner hebben die alleen in de bouwvak vrij is. Jullie moeten er als team uit zien te komen. Jullie hebben tien minuten de tijd.
1 14
Verwerkingsopdrachten
3 Consult
Ga als volgt te werk: • Kies een voorzitter en een notulist. Bepaal ook welke vijf personen op vakantie willen in de bouwvak. • De voorzitter vertelt het doel van dit onderdeel van het teamoverleg. • Ga met elkaar in gesprek over het onderwerp. • Zorg dat er een beslissing wordt genomen. • De voorzitter vat de beslissing samen • De notulist maakt hier een kort verslag van.
1 Consult 3
1
a
Vul de juiste woorden in.
Consult of consultatie betekent b
of
.
Maak de zin af. Een consult of consultatie vraag je aan op het moment dat
2
In de theorie staat een lijst met voorbeelden van deskundigen die je kunt consulteren. Bedenk zelf ook vijf deskundigen die je kunt consulteren. 1 2 3 4 5
3
Beschrijf twee situaties uit het werk van de verpleegkundige die aanleiding kunnen zijn om andere disciplines te consulteren. Geef duidelijk aan wat je vragen zijn en waarom je juist die discipline nodig hebt.
1 15
THEMA 1 Overleg en consult
4
5
a
Wat wordt bedoeld met een consulententeam?
b
Op welke manieren kan een consulententeam meehelpen de zorg te verbeteren?
Plaats in de tabel in de linkerkolom de vijf verschillende mogelijkheden voor een consult. Geef per mogelijkheid een voordeel en een nadeel.
Mogelijkheid voor consult
1
6
Voordeel
Nadeel
Maak groepjes van drie of vier personen. Lees de volgende stellingen. Ga met elkaar in discussie over de stelling. Geef elkaar je mening en motiveer deze. a Een consult moet je aanvragen voor er een echt probleem is. b Een consult moet altijd op papier gegeven worden. c Bij een zorgvrager die gaat overlijden moet het palliatief adviesteam ingeschakeld worden. d Consultatie gebeurt meestal informeel.
1 16
Toepassing Praktijksituaties Saskia vraagt consult aan een verpleegkundig specialist ‘Ik weet het ook niet meer hoor.’ Mees, een vierdejaarsstudent, zucht maar eens. Meneer Houissni lijkt ieder kwartier onrustiger te worden. Mees heeft avonddienst en vraagt zich af hoe het vanavond zal gaan. Om 18.00 uur komen er gelukkig nog twee anderen die ook avonddienst hebben, beide met veel ervaring op de afdeling. Mees is twee weken geleden begonnen op de afdeling Orthopedie. Hiervoor heeft hij een halfjaar op de afdeling Neurologie gewerkt. De overdracht Mees is om 14.30 uur begonnen en heeft van Saskia een overdracht gekregen. Hij heeft voor vanavond de zorg over twee vierpersoonskamers en een tweepersoonskamer. Saskia en Mees zijn samen langs de zorgvragers gegaan met de verpleegplannen. Op deze afdeling wordt de overdracht namelijk aan het bed van de zorgvrager gedaan. Saskia vertelde voor ze de kamer van meneer Houissni binnengingen, dat ze zich over hem zorgen maakt. Hij is onrustig en geagiteerd en ze denkt aan acute verwardheid. Meneer Houissni is een 78-jarige vitale man die samen met zijn vrouw in een flat in de stad woont. Ze hebben drie kinderen die in de buurt wonen en ze zien elkaar veel. Meneer Houissni is in de jaren zestig van de vorige eeuw als gastarbeider vanuit Marokko in Nederland komen werken. Meneer heeft diabetes mellitus type 2 en gebruikt metforminetabletten. Gisteren is hij gevallen en met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Hij bleek een petrochante collumfractuur te hebben, is direct geopereerd en kreeg een kophalsprothese. Hij heeft een rustige nacht gehad, de bloeddruk en hartslag bleven in orde en er waren geen bijzonderheden in het wondgebied en met de drains. Meneer Houissni heeft een infuus en krijgt pijnbestrijding en antibiotica. Ook heeft hij een katheter. Tijdens de verzorging bleek dat meneer wat suf blijft en pijn lijkt te hebben. De orthopeed heeft nieuw beleid afgesproken en het infuus moet nog gehandhaafd blijven. Saskia vertelt dat ze aan mevrouw Houissni gevraagd heeft of ze misschien kan blijven tot vanavond omdat meneer wat gedesoriënteerd lijkt. Hij reageert niet alert op aanspreken en lijkt niet altijd te weten waar hij is. Mevrouw spreekt redelijk Nederlands en kan het in ieder geval goed verstaan. Saskia en Mees lopen de kamer binnen. Meneer ligt alleen op een tweepersoonskamer en als ze binnen komen, reageert hij onrustig. Mevrouw Houissni zit
1 17
THEMA 1 Overleg en consult
samen met haar dochter naast zijn bed en houdt zijn hand vast. Ze vertelt dat hij anders steeds aan het infuus gaat plukken en dat ze haar man helemaal niet herkent in zijn doen en laten. ‘Vindt u het goed dat mijn collega even bij uw man blijft? Dan leg ik u op de gang een en ander uit’, zegt Saskia. Saskia legt aan mevrouw Houissni en haar dochter uit dat ze denkt dat meneer verward is als gevolg van de operatie en ze geeft hun een folder met informatie. ‘We gaan de DOS bijhouden’, vertelt ze. ‘Dat is een observatielijst, uw man merkt daar niets van, maar het geeft ons een beter beeld van zijn situatie. Ook heb ik gevraagd of verpleegkundige Agnes in consult wil komen. Zij heeft zich gespecialiseerd in de geriatrie, dat wil zeggen de zorg voor de zieke oudere.’ ‘Wij vinden alles goed, als onze vader maar terugkomt’, zegt de dochter. Ze spreken af dat mevrouw belt als er iets is of als meneer nog onrustiger wordt. Verpleegkundig specialist Agnes komt Saskia en Mees lopen terug naar de balie en Saskia vertelt dat Agnes over een uurtje zal komen. Mees legt het dossier vast klaar. Agnes arriveert inderdaad na een uur. Ze leest het dossier en vraagt aan Mees wat hij als grootste probleem ziet. ‘Het lijkt alsof meneer in de war raakt’, zegt Mees. ‘Dat was blijkbaar bij opname nog niet zo, het was juist een heel rustige meneer. Hij leek ook alles heel goed te begrijpen en stelde adequate vragen.’ ‘Wat is er veranderd en wanneer?’, vraagt Agnes. ‘Na de operatie is zijn situatie veranderd’, zegt Mees. ‘Zijn uitslagen zijn wel goed, maar meneer zelf is dan weer slaperig en dan weer onrustig.’ Agnes vraagt aan Mees of hij het begrip acute verwardheid kent. Mees vertelt dat hij dit wel kent van de opleiding, maar dat hij nog geen zorgvrager heeft gezien met een acute verwardheid. Agnes stelt voor dat ze eerst samen naar meneer Houissni gaan en dat ze daarna meer uitleg zal geven aan Mees. 1
2
a
Mees krijgt een overdracht van Saskia. Wat is het doel van een overdracht?
b
De overdracht gebeurt aan het bed. Wat zijn de voor- en nadelen van deze vorm van overdragen?
Waarom zou Saskia Agnes in consult vragen? Motiveer je antwoord.
1 18
Praktijksituaties
3
Saskia vraagt consult aan een verpleegkundig specialist
a
Wat kan Agnes als verpleegkundig specialist ouderenzorg voor meneer Houissni betekenen?
b
Wat kan Agnes voor Mees betekenen?
4
Welke punten moet Agnes met Mees bespreken?
5
Zou jij toestemming vragen aan mevrouw Houissni voor het inschakelen van Agnes?
6
Mag Agnes zomaar door Saskia worden ingeschakeld of loopt dit via de orthopeed, die behandelend arts is?
7
Vind je het een goed idee dat de verpleegkundig specialist ouderenzorg standaard langskomt bij ouderen na een operatie? Motiveer je antwoord.
1 19
THEMA 1 Overleg en consult
Multidisciplinair overleg over Neeltje ‘Waar is het MDO vandaag?’ Ramzi, een pas-gediplomeerd verpleegkundige, is al op zoek naar een vrije kamer. Vandaag wordt Neeltje van Leest in het MDO besproken. Ze is 23 jaar en sinds vier weken opgenomen op de open afdeling. Het gaat nu de goede kant op met haar. Als het aan Ramzi ligt, betekent dit dat er vandaag over verlof gesproken gaat worden. Ramzi heeft samen met Elly, de teamleider, de casus van Neeltje al kort voorbesproken. Neeltjes dossier Neeltje is vier weken geleden opgenomen met een vitale depressie. Ze was somber en had gedachten over de dood. Verder piekerde ze erg veel en had weinig tot geen toekomstperspectief. Deze situatie is ontstaan twee jaar nadat haar vriend is overleden aan leukemie. Een maand geleden is een oma waar ze veel van hield, overleden. Nu komt al het verdriet van de afgelopen jaren terug. Door de huisarts is ze doorverwezen naar de GGZ. Daar werd besloten tot opname. Ze werd ingesteld op medicatie, maar leek in het begin niet erg gemotiveerd voor een verdere behandeling en lag veel op bed. Haar ouders hebben het er erg moeilijk mee. Neeltje woont nog thuis. Het gaat nu beter en ze komt uit haar depressie. Het overleg Elly begint het overleg. Zij is teamleider en zit het MDO altijd voor. Behalve Elly en Ramzi zitten vandaag ook Kees (psychiater), Janneke (psychomotorisch therapeut), José (sociaalpsychiatrisch verpleegkundige) en Sophie (ergotherapeut) bij het MDO. ‘Ramzi wil jij beginnen?’, vraagt Elly. Ramzi vertelt dat Neeltje goed vooruitgaat. Ze toont wat meer initiatief in de groep en maakt contact met de verpleegkundigen. Dit uit zich doordat ze vraagt wie wanneer dienst heeft en of ze samen een sigaretje kunnen roken. Ze kan dan ook praten over haar problemen. Ze neemt haar medicatie goed in en is wat actiever in de sociale vaardigheidstraining. Ze stelt zich nog wel steeds terughoudend op. Ze moet echt uitgenodigd worden om mee te doen. Ze geeft aan dat ze meer rust ervaart. Het eet- en drinkpatroon is normaal. Ze heeft nog niet veel behoefte om naar huis te gaan, omdat ze bang is dat die confrontatie nog niet aan kan. Toch realiseert ze zich dat die stap een keer gezet moet worden en Ramzi stelt dan ook voor dat ze een dag met weekendverlof gaat. Weekendverlof voor Neeltje? ‘Goed,’ zegt Elly, ‘jouw vraag is helder: kan ze met weekendverlof? Kees, wat zijn jouw bevindingen?’ Ook Kees is positief over de vorderingen: ‘Ja, de medicatie slaat inderdaad goed aan. Ze heeft minder vitale kenmerken, er is bloed geprikt en ze heeft een adequate spiegel. De slaapmedicatie is gestopt, dus ik vind dat Neeltje goed vooruitgaat.’ José geeft aan dat ze nog weinig contact met Neeltje gehad heeft. Ze gaat vanmiddag een netwerkonderzoek doen en voor morgen staat er een afspraak gepland met Neeltjes ouders.
1 20
Praktijksituaties
Multidisciplinair overleg over Neeltje
Die maken zich zorgen, met name over de toekomst. Neeltje woont nu nog thuis. Ze is gestopt met haar studie hbo Verpleegkunde. Haar ouders vinden het belangrijk dat ze zelfstandiger gaat functioneren, maar denken dat ze daarbij ondersteuning nodig zal hebben. Ze vragen zich af wie die ondersteuning gaat bieden. Het verhaal van Janneke is helder: ‘Tijdens de bewegingstherapie is duidelijk zichtbaar dat Neeltje meer geniet van het bewegen. Als ze zich eenmaal een positie binnen een spel heeft verworven, laat ze zich niet zo makkelijk van haar plaats zetten. Ze lijkt een krachtige persoonlijkheid te hebben.’ Neeltje gaat vooruit Sophie brengt in: ‘Neeltje kan nog moeilijk doelen benoemen waar ze aan wil werken. Eenmaal aan de slag werkt ze geconcentreerd door en vraagt weinig hulp. Ze is erg op zichzelf geconcentreerd en weinig mobiel. Dit kan erop wijzen dat ze weinig contacten maakt. In sociaal opzicht zal ze moeten leren haar blik te verruimen en meer te kijken naar de mensen om zich heen. Ik vind Neeltje nog weinig concreet in haar ideeën over wat er moet gebeuren zodat ze zich staande kan houden.’ Elly concludeert dat er nog heel wat moet gebeuren voor het mogelijke ontslag. Kees ziet het niet zo zwaar. De medicatie slaat goed aan, de depressieve klachten verbleken en het lijkt hem dat thuis de draad weer verder opgepakt kan worden. Een discussie volgt en het blijkt dat de meeste deelnemers aan het overleg veel voelen voor dagbehandeling. Er zijn nog een aantal aandachtspunten : het sociale isolement waarin Neeltje zit en het feit dat ze weinig aansluiting heeft met leeftijdgenoten onder meer omdat ze haar opleiding heeft afgebroken. Verder komt ze geremd over en de vraag is of ze wel zelfstandig kan wonen en invulling kan geven aan haar dag. Bovendien lijken haar ouders overbezorgd. Het belangrijkste lijkt echter de vraag: hoe gaat Neeltje om met verlieservaring en rouw? Er wordt afgesproken dat José eerst het netwerkonderzoek doet en een gesprek heeft met Neeltje en haar ouders. Ze zal voorstellen dat Neeltje dit weekend een dag naar huis gaat. Maandag wordt een gesprek gepland met Kees, José en Ramzi. Als tussenoplossing zullen ze dagbehandeling voorstellen aan Neeltje en haar ouders. Ze spreken af dat Ramzi de gegevens zal verwerken in het verpleegplan en dit zal bespreken met Neeltje.
1
1
In de theorie worden vijf uitgangspunten en doelen van het MDO genoemd. Zoek van ieder aspect een voorbeeld uit het multidisciplinair overleg over Neeltje.
2
a
Elly zit als teamleider het MDO voor. Vind je dat logisch? Motiveer je antwoord.
1 21
THEMA 1 Overleg en consult
b
Vind je het goed om iedere keer dezelfde voorzitter te hebben of vind je het beter om dit af te wisselen? Motiveer je antwoord.
3
Wat was het doel van dit overleg?
4
Wat is het voordeel van een MDO in deze situatie?
5
Komt elke discipline voldoende aan bod? Motiveer je antwoord.
6
Welke besluiten zijn er in het MDO genomen?
7
Denk je dat Ramzi tevreden is met het resultaat van het overleg? Motiveer je antwoord.
1 22
Praktijksituaties
Zorgvragerbespreking over Imke
Zorgvragerbespreking over Imke Ries, een vierdejaars BBL student, wrijft met een pijnlijk gezicht over zijn onderarm. Het is nu al de derde keer deze week dat Imke agressief is. Vanmorgen liep het ochtendritueel weer uit de hand. Imke wilde niet opstaan. Ries zag dat het weer helemaal mis dreigde te gaan en probeerde op een rustige manier Imke uit bed te krijgen. Toen hij ten einde raad het dekbed van haar wegtrok, werd Imke zo boos dat ze Ries flink beet. Op dezelfde manier benaderen In een eerder multidisciplinair overleg is de afspraak gemaakt dat alle behandelaars zoveel mogelijk proberen Imke op dezelfde manier te benaderen. Dit houdt in: even apart zetten als ze gedrag vertoont dat niet acceptabel is en er daarna over praten. De leden van het team blijken verschillend te denken over wat de juiste aanpak is voor Imke. Sommigen vinden dat de eisen die het team aan haar stelt, te hoog zijn. Imke woont hier immers nog maar zo kort. De zorgvragerbespreking van vandaag gaat onder andere over Imke. Ries gaat deze bespreking leiden, omdat hij de eerstverantwoordelijke is voor Imke. Ries weet nog niet goed hoe hij het gaat aanpakken. Aan de ene kant vindt hij dat het hoog tijd is paal en perk te stellen aan haar agressieve gedrag, maar aan de andere kant wil hij de mogelijkheden onderzoeken om dit gedrag op een positieve manier om te buigen. Ook vindt hij het belangrijk dat alle teamleden, meer dan nu het geval is, op dezelfde manier met Imke omgaan. Dat voorkomt dat de continuïteit en de coördinatie van de zorg in gevaar komen. De zorgvragerbespreking en het dossier Ries heeft de koffie en thee klaargezet en zit nog even het dossier van Imke door te lezen. De bespreking begint over een kwartier. Het dossier bevat de volgende informatie.
Gezondheidsbeleving en instandhouding Imke heeft door zuurstofgebrek tijdens de geboorte beschadiging in de hersenen opgelopen. Ze woont sinds een halfjaar op de leefgroep. Hiervoor kwam ze er weleens logeren. Imke zit op de school van de instelling. Ze is druk, maakt veel geluiden en beweegt de hele dag. Imke wordt boos als er veel prikkels zijn en vertoont dan ook automutilerend gedrag. Voeding en stofwisseling Imke is dol op eten en drinken. Er moet op gelet worden dat ze niet te veel eet. Imke poetst haar tanden zelf met een elektrische tandenborstel. De begeleiding controleert dit na het poetsen.
1 23