THEORIEBOEK NIVEAU  4
Ziekenhuis 1
Deze uitgave Ziekenhuis 1 maakt deel uit van de serie Traject V&V. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Mbo-Verpleegkundige. P1-K1-W1 Biedt zorg en begeleiding rond onderzoek en behandeling P1-K1-W2 Communiceert met een zorgvrager ter bevordering van behandeling en herstel
verpleegkundige
De leermiddelen uit de serie Traject V&V zijn bestemd voor de opleiding Verzorgende IG (niveau 3) en de opleiding Mbo-Verpleegkundige (niveau 4). Door de thematische opbouw is Traject V&V geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.
De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van instrumenteel-technische en sociaal-agogische vaardigheden. Het complete aanbod van Traject V&V bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie of reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent.
Ziekenhuis 1 THEORIEBOEK
De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorieboeken.
Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject V&V? Kijk dan op: www.thiememeulenhoff.nl/trajectvenv
Auteurs: A. Dernison E. Doornbos-van de Kraats M.B. Haak M.S. Jebb M.B.J. Linssen C.M. Louz A.F.M. Meijssen A.P.W. Pouwelsen Onder redactie van: C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans
9 789006 910377
TB_Ziekenhuis1_N4_190x270mm.indd All Pages
24/08/17 10:27
Ziekenhuis 1 NIVEAU 4
THEORIEBOEK
NIVEAU 4
Ziekenhuis 1 verpleegkundige
A. DERNISON E. DOORNBOS-VAN DE KRAATS M.B. HAAK M.S. JEBB M.B.J. LINSSEN C.M. LOUZ A.F.M. MEIJSSEN A.P.W. POUWELSEN
Onder redactie van: C.A. ABRAHAMSE M.H.A.J. GLOUDEMANS
Colofon Auteur A. Dernison E. Doornbos-van de Kraats M.B. Haak M.S. Jebb M.B.J. Linssen C.M. Louz A.F.M. Meijssen A.P.W. Pouwelsen
Redactie C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans
Vormgeving binnenwerk en omslag Studio Fraaj, Rotterdam
Fotografie omslag Peter Bak, Rotterdam
Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort
Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Over ThiemeMeulenhoff Samen leren vernieuwen. ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. www.thiememeulenhoff.nl Samen leren vernieuwen.
ISBN 978 90 06 91037 7
Tweede druk, eerste oplage, 2017 www.thiememeulenhoff.nl ISBN 9789006910377
© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2017
Tweede druk, eerste oplage, 2017
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of
© ThiemeMeulenhoff, 2017 of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonopenbaar gemaakt,Amersfoort, in enige vorm
der rechten voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Alle voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publica-
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 tie- en Reproductierechten (PRO), Postbus 3060, 2130 KB (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) Auteurswet 1912, dient men de Organisatie daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te Hoofddorp voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130uitgave KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). het overnemen van gedeelte(n) uit deze in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel uit deze in bloemlezingen, readersVoor en andere compilatiewerken (artikel 16uitgave Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor16 Auteurswet) dient men de uitgever te wenden. meermaken informatie het gebruik muziek, zie film www.auteursrechtenonderwijs.nl. en het maken van kopieën in het onderwijs zie www. meer informatie overzich hettot gebruik van muziek, filmVoor en het vanover kopieën in het van onderwijs auteursrechtenonderwijs.nl.
De uitgever uitgeverheeft heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens debepalingen. wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekeredoen De ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen gelden, zich alsnog tot de uitgever wenden. rechtenkunnen te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
Ten geleide
De afgelopen jaren zijn de beroepsopleidingen voor verpleging en verzorging aangepast aan de ontwikkelingen in de beroepspraktijk. De veranderde eisen aan het beroep en de beroepsuitoefening zijn uitgewerkt in nieuwe kwalificatiedossiers. De mbo-verpleegkundige wordt opgeleid om in alle branches van de verpleging en verzorging te werken: ziekenhuis, verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg, de geestelijke gezondheidszorg en de gehandicaptenzorg. De breedte (vier contexten) dient gewaarborgd te zijn om te voldoen aan de Wet BIG. De mbo-verpleegkundige levert vanuit een teamverband vraaggerichte intramurale en/of ambulante en/of semimurale zorg. De werkplek is wisselend en kan ook internationaal zijn. Op de werkplek kunnen zowel de zorgvragers als hun zorgbehoeften snel veranderen. De doelgroep waaraan de mbo-verpleegkundige zorg verleent, is zeer divers. De doelgroep bestaat onder andere uit: oudere zorgvragers met beperkte zelfzorg, onder wie psychogeriatrische en somatische zorgvragers; chronisch zieken; revaliderende zorgvragers; zorgvragers met een handicap; klinische zorgvragers; zorgvragers met psychiatrische ziektes en/of stoornissen; barenden, kraamvrouwen en pasgeborenen; kinderen en jeugdigen met potentiële of feitelijke gezondheids- of bestaansdreiging. Bron: kwalificatiedossier op www.s-bb.nl/kwalificatiedossiers Deze kwalificatiedossiers, uitgewerkt in beroepsspecifieke kerntaken en werkprocessen, vormen de basis voor de inrichting van de huidige
opleidingen in de gezondheidszorg. De leermiddelen van Traject V&V zijn ontwikkeld voor, en sluiten aan bij, deze kwalificatiedossiers. Traject V&V is een leermiddelenaanbod voor de opleidingen Verzorgende IG (kwalificatieniveau 3) en Mbo-Verpleegkundige (kwalificatieniveau 4). Traject V&V is gebaseerd op vier belangrijke uitgangspunten: • De leermiddelen zijn ontwikkeld vanuit de beroepsuitoefening. Het beroepsonderwijs in de gezondheidszorg wordt in belangrijke mate bepaald door de aard van de zorgvragen en door de context waarin de beroepsuitoefening plaatsvindt (zorgsituaties). • Sterk didactisch concept. De leermiddelen zijn ontwikkeld op basis van leerstijlen en leerervaringen van mbo-studenten. Leerstijl en leerervaringen hangen samen met de kenmerken van de mbo-student en zijn of haar situatie. Traject V&V houdt rekening met de verschillende leerstijlen van mbo-studenten en verschillende onderwijsstijlen van docenten. • Bij de indeling van de leermiddelen is rekening gehouden met de basisdelen en de brancheprofielen voor de Verzorgende IG. • Er is rekening gehouden met het perspectief van doorstroming tussen mbo-niveau 3 en mbo-niveau 4. Binnen het beroepsgerichte opleiden worden leertrajecten afgestemd op reeds aanwezige competenties bij individuele studenten. Bij het verwerven van competenties staat het zich eigen maken van vakkennis en beroepsvaardigheden, in combinatie met de ontwikkeling van de beroepshouding en de persoonlijke vorming,
centraal. De leermiddelen van Traject V&V sluiten daarbij aan. Traject V&V houdt rekening met de mbo-student door het taalniveau (2F) af te stemmen op de doelgroep en door (praktijk)voorbeelden en (praktijk)opdrachten zo te formuleren dat de mbo-student zich aangesproken voelt. De leermiddelen zijn zo ontwikkeld dat zowel mbostudenten met een meer theoretische, als mbostudenten met een meer praktische inslag er gebruik van kunnen maken. Traject V&V is inzetbaar binnen elk didactisch model en biedt de docent de ruimte om invulling te geven aan zijn rol van ‘begeleider’ van het leerproces van de mbo-student. Traject V&V sluit volledig aan bij actuele opvattingen over flexibiliteit en zelfstandig leren. Dat betekent onder andere dat aandacht is besteed aan verwerkingsopdrachten bij de theorie en de evaluatie middels de studiehulp. Daarnaast komen de beroepsvaardigheden en de houdingsaspecten van de (beginnende) beroepsbeoefenaar expliciet aan de orde. Deze elementen vormen immers een essentieel onderdeel van de beroepsuitoefening. In Traject V&V, inhoudelijk gebaseerd op de kwalificatiedossiers, worden de werkprocessen en uitstroomverbijzonderingen uitgewerkt in drie onderdelen. Theoretische onderbouwing met verwerkingsopdrachten Het onderdeel ‘theorie’, in het basisdeel bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie die hoort bij het betreffende werkproces. De leerstof bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten, opgenomen in het werkboek, sluiten aan op de leerstof in de theorieboeken. De theorieboeken en werkboeken voor de branchegerichte profielen gaan verdiepend in op de zorg in de verschillende branches. P1: Mbo-Verpleegkundige ziekenhuis (ZH) P2: Mbo-Verpleegkundige verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg (VVT)
P3: Mbo-Verpleegkundige geestelijke gezondheidszorg (GGZ) P4: Mbo-Verpleegkundige gehandicaptenzorg (GHZ) Beroepswerkelijkheid Het onderdeel ‘praktijksituaties’ is opgenomen in het werkboek en geeft realistische beschrijvingen van zorgsituaties uit de praktijk van de verzorgende. In de praktijksituaties komen problemen en dilemma’s aan de orde waarmee beroepsbeoefenaren te maken krijgen in hun dagelijkse werk en waarbij van ze verwacht wordt dat ze met een oplossing en aanpak komen. In combinatie met de beroepspraktijkvorming wordt de student op deze manier optimaal ondersteund in zijn professionele ontwikkeling. Deze praktijksituaties bevatten voldoende problemen en dilemma’s om als aangrijpingspunt te dienen voor het zelfstandig leren. Beroepsvaardigheden Het onderdeel ‘vaardigheden’ is eveneens opgenomen in het werkboek en biedt opdrachten die zijn gericht op het stapsgewijs aanleren van instrumenteel-technische en sociaal-agogische vaardigheden. Deze drie onderdelen zijn consequent terug te vinden in het volledige aanbod van Traject V&V. De combinatie van deze onderdelen maakt het leren vanuit verschillende invalshoeken mogelijk en kan zowel in een onderwijssituatie als in de beroepspraktijk plaatsvinden. Het didactisch concept van Traject V&V gaat nadrukkelijk uit van bovenstaande uitgangspunten, waardoor het vakbekwame leren optimaal wordt ondersteund en mogelijk wordt gemaakt. Wij hopen dat gebruikers, zowel mbo-studenten als docenten, op een plezierige en zinvolle manier met Traject V&V kunnen werken. Heeft u vragen of suggesties, dan stellen wij het bijzonder op prijs als u contact met ons opneemt. Amersfoort, 2017 Redactie en uitgever
Inhoud
Thema 1 Oriëntatie op het ziekenhuis 1 1.1 1.2 1.3 1.4
23
Zorgvragers in het ziekenhuis 24 Inleiding 24 Ziekenhuiszorg 24 Kenmerken van ziekenhuiszorg 24 Typering van de zorgvrager in het ziekenhuis 25 1.4.1 Leeftijdscategorieën 25 1.4.2 Specifieke problemen bij ouderen in het ziekenhuis
28
2 2.1 2.2 2.3 2.4
Geschiedenis van de ziekenhuiszorg en voorzieningen Inleiding 30 Van toen naar nu 30 De ziekenhuisorganisatie 37 Voorzieningen in het ziekenhuis 38
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8
Proces van intake tot beëindiging van de zorg en behandeling Inleiding 43 Opname 43 Medische anamnese 45 Dagpatroon 45 Participatie van de zorgvrager 47 Informatieveiligheid en moderne technologie 47 Ontslag 48 Nazorg 49
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Onderzoeken in het ziekenhuis Inleiding 50 Onderzoeken 50 Referentiewaarden 50 Laboratoriumonderzoek 51 Beeldvormend onderzoek 52 Functieonderzoeken 53
5 5.1 5.2
Het verpleegkundig proces in het ziekenhuis Inleiding 55 Anamnesegesprek 55
50
1 7
55
30
43
5.3 5.4 5.5 5.6 5.7
Zorgvragen en doelen 58 Planning en uitvoering van zorg 60 Evalueren van de ziekenhuiszorg 60 Rapportage en dossiervoering 61 Ontslag 62
Begrippen
64
Thema 2 De zorgvrager wordt geopereerd 6 6.1 6.2
6.3 7 7.1 7.2 7.3
7.4
7.5
7.6
7.7
Preoperatieve zorg 68 Inleiding 68 Preoperatieve aandachtspunten 68 6.2.1 Informatie geven 69 6.2.2 Procedures en stopmomenten 69 6.2.3 Lichamelijke voorbereidingen 71 6.2.4 Psychische voorbereidingen 77 6.2.5 Sociale voorbereidingen 78 Verpleegkundige zorg kort voor de operatie
67
78
De zorgvrager in de prepoliklinische of klinische fase 80 Inleiding 80 De zorgvrager bij de snijdend specialist: de chirurg 80 De zorgvrager op de preoperatieve poli 81 7.3.1 De anesthesioloog 81 7.3.2 De preoperatieve screening 81 7.3.3 De verschillende anesthesietechnieken 83 De zorgvrager wordt opgenomen 86 7.4.1 Voorbereiding bij poliklinische operatie 87 7.4.2 Voorbereiding bij klinische operatie 87 De zorgvrager gaat naar de operatieafdeling 87 7.5.1 De voorbereidingsruimte 87 7.5.2 Overdracht naar de voorbereidingsruimte 87 De zorgvrager gaat naar de operatiekamer 88 7.6.1 De operatiekamer 88 7.6.2 Overdracht naar de operatiekamer 89 7.6.3 De zorgvrager op de operatiekamer 89 De zorgvrager op de verkoeverkamer of PACU 92 7.7.1 De verkoeverkamer of PACU 93 7.7.2 Postoperatieve zorg op de verkoeverkamer 93 7.7.3 Intensivecareafdeling of Post Anesthesie Care Unit (PACU) 95 7.7.4 Overdracht naar de verpleegafdeling (dagbehandeling) 95
1 8
8 8.1 8.2
8.3 8.4 9 9.1 9.2
9.3
9.4
9.5
Postoperatieve zorg 96 Inleiding 96 Verpleegkundige zorg na de operatie 96 8.2.1 Informatie geven 96 8.2.2 Procedures en handelingen 96 8.2.3 Lichamelijke aandachtspunten 97 8.2.4 Specifieke psychische aspecten 100 Informatie over de operatie en het verdere verloop Zorg bij ontslag en nazorg 101
101
Pijnbestrijding 103 Inleiding 103 Pijn 103 9.2.1 Definities van pijn 103 9.2.2 Fysiologie van pijn 104 9.2.3 Indelingen van pijn 104 Gevolgen van (te veel) pijn en registratie van pijn 106 9.3.1 Gevolgen van (te veel) pijn 106 9.3.2 Registratie van pijn 108 Medicinale en niet-medicinale pijnbestrijding 109 9.4.1 Medicinale pijnbestrijding 109 9.4.2 Niet-medicinale pijnbestrijding 110 Invasieve ingrepen bij chronische pijn 112
Begrippen
114
Thema 3 Zorgvragers met oncologische aandoeningen 10 10.1 10.2
10.3 10.4
10.5
Oncologie 120 Inleiding 120 Anatomie en fysiologie van de cel 120 10.2.1 Bouw van de cel 120 10.2.2 Normale celdeling 120 Ziekteverschijnselen 121 10.3.1 Verschijnselen bij kankersoorten 121 Onderzoeken bij oncologische aandoeningen 122 10.4.1 Palpatie 122 10.4.2 Cytologisch/histologisch onderzoek 122 10.4.3 Scopie 123 10.4.4 Röntgenonderzoek 123 10.4.5 Echografie 123 10.4.6 Scanning 123 Pathologie 124 10.5.1 Goedaardige (benigne) tumoren 124
1 9
119
10.6
11 11.1 11.2 11.3
11.4
10.5.2 Kwaadaardige (maligne) tumoren 125 10.5.3 Infiltratie en metastasering 125 10.5.4 Tumorclassificatie (TNM-classificatie) 126 10.5.5 Risicofactoren/oorzaken 127 Verpleegkundige zorg 129 10.6.1 Algemene verpleegkundige zorg 130 Behandeling van kwaadaardige aandoeningen 136 Inleiding 136 Doel van de behandeling 136 Behandelmethoden van kanker 137 11.3.1 Chirurgische therapie 137 11.3.2 Radiotherapie 137 11.3.3 Chemotherapie 137 11.3.4 Hormonale therapie 138 11.3.5 Hyperthermie en cryoablatie 138 11.3.6 Chemo- en radio-embolisatie 138 11.3.7 Beenmerg- of stamceltherapie 138 11.3.8 Immunotherapie 139 Verpleegkundige zorg bij verschillende behandelingen 11.4.1 Chirurgische therapie 140 11.4.2 Radiotherapie 140 11.4.3 Chemotherapie 141 11.4.4 Hormonale therapie 145 11.4.5 Hyperthermie en cryoablatie 145 11.4.6 Chemo- en radio-embolisatie 146 10.4.7 Beenmerg- of stamceltransplantatie 147 11.4.8 Immunotherapie 148
139
Begrippen
149
Thema 4
Zorgvragers met aandoeningen aan het spijsverteringskanaal
12 12.1 12.2 12.3
153
Zorgvragers met spijsverteringsklachten 154 Inleiding 154 Het spijsverteringskanaal 154 Verschijnselen en verpleegkundige zorg bij aandoeningen aan het spijsverteringskanaal 12.3.1 Gebrek aan eetlust 155 12.3.2 Ondervoeding 156 12.3.3 Braken 157 12.3.4 Pijn 158 12.3.5 Zuurbranden 158 12.3.6 Defecatiestoornissen 159
1 10
154
12.4 12.5
Onderzoeken aan het spijsverteringskanaal 160 Behandeling van aandoeningen aan het spijsverteringskanaal
13 13.1 13.2
Zorgvragers met aandoeningen aan slokdarm en maag 163 Inleiding 163 Anatomie en fysiologie van de slokdarm en maag 163 13.2.1 De slokdarm 163 13.2.2 De maag 164 Aandoeningen aan de slokdarm 165 13.3.1 Ontsteking van de slokdarm (oesofagitis) 165 13.3.2 Middenrifbreuk (hernia diafragmatica) 166 13.3.3 Slokdarmvernauwing (oesofagusstenose) 167 13.3.4 Slokdarmdivertikel (oesofagusdivertikel) 167 13.3.5 Slokdarmbloeding (oesofagusbloeding) 167 13.3.6 Slokdarmtumor 168 Aandoeningen aan de maag 168 13.4.1 Ontstekingen 168 13.4.2 Maagzweer (ulcus pepticum) 168 Verschijnselen en verpleegkundige zorg bij aandoeningen aan de slokdarm en de maag Behandeling van aandoeningen aan de slokdarm en de maag 170 13.6.1 Behandeling van aandoeningen aan de slokdarm 170 13.6.2 Behandeling van aandoeningen aan de maag 171 Chirurgische behandeling van aandoeningen aan de slokdarm en de maag 171 13.7.1 Operaties van aandoeningen aan de slokdarm 172 13.7.2 Operaties van aandoeningen aan de maag 173 Preoperatieve zorg bij operaties aan de slokdarm en de maag 174 Postoperatieve zorg na operaties aan de slokdarm en de maag 174 13.9.1 Postoperatieve zorg na operaties aan de slokdarm 174 13.9.2 Postoperatieve zorg na operaties aan de maag 176
13.3
13.4
13.5 13.6
13.7
13.8 13.9
14 14.1 14.2
14.3
14.4
162
Zorgvragers met aandoeningen aan de darmen 178 Inleiding 178 Anatomie en fysiologie van de darmen 178 14.2.1 Dunne darm 178 14.2.2 Dikke darm 179 Aandoeningen aan de darmen 180 14.3.1 Acute ontstekingen 180 14.3.3 Chronische ontstekingen 180 14.3.2 Blindedarmontsteking (appendicitis) 181 14.3.4 Ischemische colitis 181 14.3.5 Tumoren 182 14.3.6 Darmafsluiting (ileus) 182 14.3.7 Obstipatie 183 Medicamenteuze behandeling van aandoeningen aan de darmen 183 14.4.1 Behandeling van chronische ontstekingen van de darmen 183
1 11
169
14.7 14.8
14.4.2 Behandeling van een ileus 184 14.4.3 Behandeling van obstipatie 185 Verpleegkundige zorg bij aandoeningen aan de darmen 185 Chirurgische ingrepen bij aandoeningen aan de darmen 185 14.6.1 Buikchirurgie 185 14.6.2 Opheffen van een ileus 187 14.6.3 Dunnedarmresectie 188 14.6.4 Dikkedarmresectie 188 14.6.5 Hartmannprocedure 190 14.6.6 Aanleggen van een stoma 190 14.6.7 Laparoscopische appendectomie 191 Preoperatieve zorg bij chirurgische ingrepen aan de darmen 191 Postoperatieve zorg na chirurgische ingrepen aan de darmen 192
15 15.1 15.2 15.3 15.4 15.5
Bariatrische chirurgie 194 Inleiding 194 Verschijnselen bij een hoog BMI en verpleegkundige zorg 194 Onderzoeken voorafgaand aan bariatrische chirurgie 196 Bariatrische chirurgie 196 Pre- en postoperatieve zorg bij bariatrische chirurgie 198
14.5 14.6
Begrippen
200
Thema 5 Zorgvragers met aandoeningen aan de borsten 16 16.1 16.2
16.3
16.4 16.5 16.6
16.7 16.8
205
Chirurgische ingrepen aan de borsten 206 Inleiding 206 Anatomie en fysiologie van de borst 206 16.2.1 De borst 206 16.2.2 De bloed- en zenuwvoorziening van de borst 207 16.2.2 De functie van de borst 207 Goedaardige aandoeningen aan de borst 207 16.3.1 Goedaardige aandoeningen aan de borst bij de vrouw 208 16.3.2 Goedaardige aandoeningen aan de borst bij de man 209 Borstkanker 209 16.4.1 Ontstaan van borstkanker 210 Verschijnselen bij aandoeningen aan de borst 211 Onderzoeken bij aandoeningen aan de borst 213 16.6.1 Onderzoeken bij borstkanker 213 16.6.2 Aanvullende onderzoeken na de diagnose 214 Behandeling van goed- en kwaadaardige aandoeningen aan de borst 215 Verpleegkundige zorg bij aandoeningen aan de borst 216 16.8.1 Verpleegkundige zorg bij goedaardige aandoeningen aan de borst 216 16.8.2 Verpleegkundige zorg bij kwaadaardige aandoeningen aan de borst 217
1 12
16.9
Chirurgische ingrepen bij aandoeningen aan de borst 218 16.9.1 Operaties van goedaardige aandoeningen aan de borst 218 16.9.2 Operaties van kwaadaardige aandoeningen aan de borst 218 16.10 Specifieke preoperatieve zorg bij een borstoperatie bij goedaardige aandoeningen en borstkanker 221 16.10.1 Specifieke preoperatieve zorg bij een gynaecomastie operatie 221 16.10.2 Specifieke preoperatieve zorg bij borstoperatie ten gevolge van kanker 221 16.11 Specifieke postoperatieve zorg na een borstoperatie 223 16.11.1 Specifieke postoperatieve zorg na een gynaecomastie operatie 223 16.11.2 Specifieke postoperatieve zorg na een borstoperatie ten gevolge van kanker 223 16.12 Postoperatieve aanvullende behandelingen na borstkanker 227 16.12.1 Radiotherapie 227 16.12.2 Chemotherapie 227 16.12.3 Hormoontherapie 227 16.12.4 Preventieve lymfoedeemtherapie 227 17 17.1 17.2 17.3 17.4 17.5 17.6
17.7
17.8
Plastisch chirurgische ingrepen aan de borsten 229 Inleiding 229 Borstverkleinende operatie 229 Borstvergrotende operatie 229 Borstcorrectie 230 Borstreconstructie 230 Preoperatieve zorg bij plastisch chirurgische ingrepen aan de borst 232 17.6.1 Algemene preoperatieve zorg 232 17.6.2 Specifieke preoperatieve zorg bij een borstreconstructie 233 Postoperatieve zorg na een plastisch chirurgische borstoperatie 233 17.7.1 Algemene postoperatieve zorg 233 17.7.2 Specifieke postoperatieve zorg 233 Ontslag en nazorg 234
Begrippen
235
Thema 6
Zorgvragers met aandoeningen aan het bewegingsstelsel
18 18.1 18.2
18.3
Letsels van het bewegingsapparaat 238 Inleiding 238 Anatomie van het bewegingsapparaat 238 18.2.1 De botten 238 18.2.2 De botverbindingen 239 18.2.3 De gewrichten (articulatio) 239 Soorten letsels van het bewegingsapparaat 240 18.3.1 Kneuzing 240 18.3.2 Verstuiking of verzwikking 240 18.3.3 Ontwrichting 240
1 13
237
18.4 18.5 18.6
18.7 18.8
19 19.1 19.2
19.3
19.4
19.5 19.6
20 20.1 20.2
20.3
18.3.4 Botbreuk 240 Verschijnselen bij letsels van het bewegingsapparaat 242 Onderzoeken bij letsels van het bewegingsapparaat 242 Behandeling van fracturen 242 18.6.1 Repositie 242 18.6.2 Fixatie 243 18.6.3 Osteosynthese 243 18.6.4 Immobilisatie 243 18.6.5 Revalidatie 244 Algemene preoperatieve zorg bij fracturen 244 Algemene postoperatieve zorg na fracturen 245 18.8.1 Voorkomen van complicaties 245 18.8.2 Psychosociale problemen 248 18.8.3 Nazorg en revalidatie 250 Breuken van de onderste extremiteiten 251 Inleiding 251 Anatomie van de onderste extremiteiten 251 19.2.1 Het bekken 251 19.2.2 Het heupgewricht en het dijbeen 251 19.2.3 Het onderbeen 252 Fracturen en chirurgische behandeling van het bekken 252 19.3.1 Bekkenringfracturen 253 19.3.2 Acetabulumfracturen 253 Fracturen en chirurgische behandeling van de heup 254 19.4.1 Dynamische heupschroef (DHS) 254 19.4.2 Gamma nail of proximal femoral nail (PFN-A) 254 19.4.3 Gecanuleerde AO-schroeven 255 19.4.4 Kop-halsprothese 255 Fracturen en chirurgische behandeling van het dijbeen 255 19.5.1 Femurschachtfractuur en de distale femurschachtfractuur Fracturen en chirurgische behandeling van het onderbeen 256 19.6.1 Patellafractuur 256 19.6.2 Tibiaplateaufractuur 256 19.6.3 Tibiaschacht- en crurisfractuur 257 19.6.4 Malleolaire (enkel) fractuur 258 Breuken van de bovenste extremiteiten 259 Inleiding 259 Anatomie van de bovenste extremiteiten 259 20.2.1 De bovenarm 259 20.2.2 De onderarm 259 Fracturen en chirurgische behandeling van de bovenarm 20.3.1 Subcapitale humerusfractuur 260 20.3.2 Humerusschachtfractuur 260
1 14
260
255
20.4
Fracturen en chirurgische behandeling van de onderarm 20.4.1 Elleboogfracturen 261 20.4.2 Onderarmfracturen 261 20.4.3 Polsfracturen 262
21 21.1 21.2 21.3
Zorgvragers met aandoeningen aan de gewrichten 263 Inleiding 263 Fysiologie van het gewricht 263 Aandoeningen aan het gewricht 263 21.3.1 Arthrosis deformans 264 21.3.2 Reumatoïde artritis 264 Onderzoeken aan het gewricht 265 Chirurgische behandeling van aandoeningen aan het gewicht 265 21.5.1 Behandeling van arthrosis deformans 265 21.5.2 Behandeling van reumatoïde artritis 266
21.4 21.5
22 22.1 22.2
22.3
22.4
22.5
22.6 22.7
23 23.1 23.2
261
Zorgvragers met aandoeningen aan de gewrichten van de onderste extremiteiten 267 Inleiding 267 Anatomie van de gewrichten van de onderste extremiteiten 267 22.2.1 Het kniegewricht 267 22.2.2 Het enkelgewricht en de voet 268 Aandoeningen en chirurgische behandeling aan het heupgewricht 269 22.3.1 Valgiserende femurosteotomie 269 22.3.2 Totale heupartroplastiek (totale heupprothese) 269 Aandoeningen en chirurgische behandeling aan het kniegewricht 269 22.4.1 Artroscopie van de knie 269 22.4.2 Tibiakoposteotomie 270 22.4.3 Knieartroplastiek (totale knieprothese) 270 Aandoeningen en chirurgische behandeling aan het enkelgewricht en de voet 271 22.5.1 Standafwijkingen en vergroeiingen 271 22.5.2 Achillespeesruptuur 272 22.5.3 Enkelbandplastiek 272 22.5.4 Artrodese van het enkelgewricht of de voetwortel 272 Preoperatieve zorg bij een artroplastiek van gewrichten van de onderste extremiteiten 273 Postoperatieve zorg na een artroplastiek van gewrichten van de onderste extremiteiten 274 22.7.1 Algemene postoperatieve zorg na een artroplastiek 274 22.7.2 Specifieke postoperatieve zorg na een artroplastiek 274 22.7.4 Specifieke postoperatieve zorg na operaties aan het enkelgewricht en de voet 277 Zorgvragers met aandoeningen aan de gewrichten van de bovenste extremiteiten Inleiding 278 Anatomie van de gewrichten van de bovenste extremiteiten 278 23.2.1 Het schoudergewricht 278 23.2.2 Het ellebooggewricht 279 23.2.3 Het polsgewricht 279
1 15
278
23.3
23.4 23.5
Aandoeningen en chirurgische behandeling aan het schouder-, elleboog- en polsgewricht 279 23.3.1 Schouderluxaties 279 23.3.2 Chronische ontstekingsklachten 280 23.3.3 Bursitis olecrani 280 23.3.4 Artrodese van het polsgewricht 280 Preoperatieve zorg bij operaties aan de schouder 280 Postoperatieve zorg na operaties aan de schouder 280
Begrippen
281
Thema 7
Zorgvragers met aandoeningen aan het zenuwstelsel
24 24.1 24.2 24.3
24.4
24.5 24.6 24.7
24.8
24.9
283
Zorgvragers met aandoeningen aan de hersenen 284 Inleiding 284 Anatomie en fysiologie van de hersenen 284 24.2.1 De hersenen 284 Aandoeningen aan de hersenen 285 24.3.1 CVA en TIA 285 24.3.2 Ontsteking aan de hersenen 286 24.3.3 Hersentumor 286 24.3.4 Hersentrauma 287 Verschijnselen bij aandoeningen aan de hersenen 287 24.4.1 Verschijnselen bij een CVA 287 24.4.2 Verschijnselen bij ontstekingen van de hersenen 290 24.4.3 Verschijnselen van hersentumoren 291 24.4.4 Verschijnselen bij een hersentrauma’s 291 Onderzoeken bij aandoeningen aan de hersenen 292 Specifieke onderzoeken bij aandoeningen aan de hersenen 292 Behandelingen van aandoeningen aan de hersenen 293 24.7.1 Behandeling van een CVA 293 24.7.2 Behandeling van een TIA 295 24.7.3 Behandeling van ontstekingen aan de hersenen 295 24.7.4 Behandeling van hersentumoren 295 24.7.5 Behandeling van een hersentrauma 295 Verpleegkundige zorg bij aandoeningen aan de hersenen 295 24.8.1 Algemene verpleegkundige zorg bij aandoeningen aan de hersenen 295 24.8.2 Specifieke verpleegkundige zorg bij een CVA 297 24.8.4 Specifieke verpleegkundige zorg bij meningitis en encefalitis 300 24.8.5 Specifieke verpleegkundige zorg bij een hersentumor 300 24.8.6 Specifieke verpleegkundige zorg bij een hersentrauma 301 24.8.7 Specifieke verpleegkundige zorg bij een verhoogde intracraniële druk 301 Chirurgische behandeling van aandoeningen aan de hersenen 302 24.9.1 Trepanatie en craniotomie 302
1 16
24.9.2 Operaties van hersentumoren 302 24.9.3 Operaties vanwege bloedingen in de hersenen door een trauma 303 24.10 Preoperatieve zorg bij hersenoperaties 304 24.11 Postoperatieve zorg na hersenoperaties 304 25 25.1 25.2 25.3
25.4 25.5 25.6 25.7 26 26.1 26.2
26.3 26.4 26.5
Zorgvragers met neurologische aandoeningen aan de rug 305 Inleiding 305 Anatomie en fysiologie van rug 305 Neurologische aandoeningen aan de rug 307 25.3.1 Kanaalstenose 307 25.3.2 Trauma 308 25.3.3 Osteoporose 308 25.3.4 Hernia nuclei pulposi 308 25.3.5 Spondylolisthesis 309 25.3.6 Tumoren 309 Dwarslaesie 310 25.4.1 Verschijnselen bij een dwarslaesie 311 Onderzoeken bij neurologische aandoeningen aan de rug 312 Niet-chirurgische behandelingen van neurologische aandoeningen aan de rug Verpleegkundige zorg bij een dwarslaesie 313
Zorgvragers die een neurologische operatie moeten ondergaan 317 Inleiding 317 Chirurgische ingrepen aan wervelkolom, wervelkanaal en ruggenmerg 317 26.2.1 Spondylodese 317 26.2.2 Halotractie 318 26.2.3 HNP-operatie 318 26.2.4 Laminectomie 319 26.2.5 Verwijderen van ruggenmergtumoren 319 SpeciďŹ eke preoperatieve zorg bij een HNP-operatie 319 SpeciďŹ eke postoperatieve zorg na een HNP-operatie 320 Aandoeningen en chirurgische behandeling aan de oppervlakkig gelegen zenuwen 26.5.1 Het carpale tunnelsyndroom 322 26.5.2 Het cubitale tunnelsyndroom 322
Begrippen
324
Thema 8
Zorgvragers met aandoeningen aan het hart
27 27.1 27.2
313
Zorgvragers met aandoeningen aan het hart Inleiding 328 Anatomie en fysiologie van het hart 328 27.2.1 Het hart 328 27.2.2 De bloedsomloop 328
1 17
328
327
322
27.3
27.4
27.5
27.6
27.2.3 De kransslagaders 329 Aandoeningen aan het hart en de vaten in de borstholte 330 27.3.1 Hartfalen 331 27.3.2 Coronair lijden 332 27.3.3 Angina pectoris en myocardinfarct 332 27.3.4 Ritmestoornissen 333 27.3.5 Aortaklep- en mitralisklepproblemen 336 27.3.6 Atrium- en ventrikelseptumdefect 337 27.3.7 Aortadissectie of aortadilatatie 338 Onderzoeken bij hartaandoeningen 340 27.4.1 Algemene onderzoeken bij hartaandoeningen 340 27.4.2 Onderzoeken bij specifieke hartaandoeningen 341 Niet-chirurgische behandelingen bij hartaandoeningen 343 27.5.1 Behandeling bij hartfalen 343 27.5.2 Behandeling van het myocardinfarct en PCI 343 27.5.3 Behandeling van ritmestoornissen 344 27.5.4 Behandeling van aorta- en mitralisklepproblemen 345 27.5.5 Behandeling van een atriaal en ventriculair septumdefect 346 27.5.6 Behandeling bij een aortadissectie of aortadilatatie 346 Verpleegkundige zorg bij hartaandoeningen 346 27.6.1 Verpleegkundige zorg bij hartfalen 347 27.6.2 Verpleegkundige zorg bij angina pectoris en myocardinfarct 347 27.6.3 Verpleegkundige zorg bij hartritmestoornissen 350
28 28.1 28.2 28.3 28.4
Zorgvragers met een operatieve ingreep aan hart en bloedvaten in de borstholte Inleiding 351 Hart-longmachine en sternotomie 351 Coronair chirurgie 352 Klepchirurgie 353 28.4.1 Aortaklepchirurgie 353 28.4.2 Mitralisklepchirurgie 354 28.5 Chirurgische behandeling van atriaal of ventriculair septumdefect 355 28.6 Aortachirurgie 355 28.7 Ritmechirurgie 357 28.8 Postoperatieve ingrepen 358 28.8 Algemene preoperatieve zorg bij een hartoperatie 358 28.8.1 Preoperatieve screening 359 28.8.2 Preoperatieve zorg 359 28.9 Algemene en specifieke postoperatieve zorg na een hartoperatie 359 28.9.1 Algemene en specifieke postoperatieve zorg 360 28.9.2 Specifieke postoperatieve zorg na postoperatieve complicaties 361 28.10 Ontslag en nazorg 362 Begrippen
363
1 18
351
Thema 9 29 29.1 29.2
29.3
29.4
29.5 29.5
29.6
29.7
30 30.1 30.2 30.3
30.4 30.5
Zorgvragers met aandoeningen aan luchtwegen en longen
Zorgvragers met aandoeningen aan luchtwegen en longen 370 Inleiding 370 Anatomie en fysiologie van de luchtwegen en longen 370 29.2.1 De luchtwegen 370 29.2.2 Interstitieel longweefsel 371 29.2.3 Pleurabladen 371 29.2.4 Mediastinum 371 29.2.5 De ademhaling 372 Acute longaandoeningen 372 29.3.1 Ontstekingen aan de luchtwegen 372 29.3.2 Longembolie 374 29.3.3 Pneumothorax 376 Chronische longaandoeningen 376 29.4.1 Exacerbatie astma 376 29.4.2 Exacerbatie COPD 377 29.4.3 Longkanker 377 Algemene verschijnselen bij longaandoeningen 378 Onderzoeken bij longaandoeningen 379 29.5.1 Specifieke onderzoeken bij luchtweginfecties 379 29.5.2 Specifieke onderzoeken bij een longembolie en een pneumothorax 29.5.3 Specifieke onderzoeken bij astma en COPD 380 29.5.4 Specifieke onderzoeken bij longkanker 380 Niet-chirurgische behandelingen van longaandoeningen 381 29.6.1 Behandeling van acute longaandoeningen 381 29.6.2 Behandeling van chronische longaandoeningen 382 29.6.3 Behandeling van longkanker 383 Verpleegkundige zorg bij longaandoeningen 384 29.7.1 Algemene verpleegkundige zorg 384 29.7.2 Specifieke verpleegkundige zorg 386 Zorgvragers die een longoperatie moeten ondergaan 390 Inleiding 390 Specifieke preoperatieve onderzoeken 390 Chirurgische ingrepen aan de longen en luchtwegen 391 30.3.1 Operatietechnieken 391 30.3.2 Operaties in het mediastinum 392 30.3.3 Operaties aan de longen 393 30.3.4 Operaties vanwege luchtlekkage of longemfyseem 394 30.3.5 Operaties vanwege een empyeem 395 Preoperatieve zorg bij luchtweg- en longoperaties 396 30.4.1 Algemene preoperatieve zorg 396 Postoperatieve zorg na luchtweg- en longoperaties 396 30.5.1 Specifieke postoperatieve zorg 396
1 19
380
369
30.5.2 30.5.3 Begrippen
Risico’s en complicaties na een longoperatie Leefstijladviezen na een longoperatie 398
397
400
Bijlage 1 Beknopte anamnese voor een kort verblijf
401
Bijlage 2 Uitgebreide anamnese voor langer verblijf
403
Bijlage 3 Standaardzorgplan bij decompensatio cordis
Register
408
1 20
406
1 21
1 1
1 THEMA
OriÍntatie op het ziekenhuis Marten is na zijn opleiding direct als verpleegkundige gaan werken op een urologische afdeling. Het specialisme trok hem altijd al, maar door zijn laatste stage is dat enthousiasme alleen nog maar toegenomen. Marten vindt Urologie een typische ziekenhuisafdeling: het is er altijd druk, jongere en oudere zorgvragers door elkaar heen, mannen en vrouwen, mensen die genezen, mensen die sterven, basiszorg, complexe zorg; het is er allemaal en het is er geen dag hetzelfde. Marten heeft stage gelopen op verschillende afdelingen in het ziekenhuis, maar het was vooral het complexe en technische karakter van Urologie dat hem aantrok. De afdeling ligt vrijwel altijd vol met mensen die erg veel zorg nodig hebben; vaak na een operatieve ingreep, en Marten ziet voortdurend mensen die moeten leren omgaan met blijvende veranderingen in en aan hun lichaam. Op de afdeling werken verschillende disciplines samen. Medisch specialisten, verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten, physician assistents, voedingsassistenten, ondersteunende therapeuten en verschillende anderen: allemaal werken ze samen vóór en in het belang van de zorgvrager in het ziekenhuis.
1 23
Oriëntatie op het ziekenhuis
1 Zorgvragers in het ziekenhuis
1.1
Inleiding
het mogelijk maakt dat zorgvragers thuis kunnen dialyseren of chemotherapie krijgen. De verpleegkundige zorg in een ziekenhuis is gericht op verzorging, begeleiding en observatie van de zorgvragers.
In het ziekenhuis richt de zorg zich op behandelen en genezen. De ziekenhuiszorg in Nederland heeft een aantal specifieke kenmerken. In het ziekenhuis kom je ook zorgvragers tegen in allerlei soorten en maten, van zuigeling tot 65plusser, van rijk tot arm en van bouwvakker tot professor.
1.3
Dit hoofdstuk behandelt de volgende onderwerpen: • ziekenhuiszorg; • kenmerken van ziekenhuiszorg; • typering van de zorgvrager in het ziekenhuis.
1.2
Kenmerken van ziekenhuiszorg
Bij ziekenhuiszorg is er sprake van een aantal specifieke kenmerken: • klinische opname: de zorgvrager die ziekenhuiszorg ontvangt moet binnen de muren van het ziekenhuis verblijven, de vereiste zorg kan niet ergens anders geboden worden; • somatische gezondheidsproblematiek, met de kanttekening dat tegenwoordig ook veel zorgvragers met psychische en/of psychogeriatrische problematiek in een ziekenhuis worden opgenomen. Opname vindt dan plaats op een Psychiatrische Afdeling in een Algemeen Ziekenhuis (PAAZ) of een Geriatrische Afdeling in een Algemeen Ziekenhuis (GAAZ). Hoewel dit type zorgvrager ook behandeld wordt, ligt de nadruk bij opname op diagnostiek; • relatief kortdurende opname: het gemiddelde aantal ligdagen in de Nederlandse ziekenhuizen neemt steeds verder af, in 1972 was dat gemiddeld 16 dagen, in 2008 6,3 dagen en in 2013 5,5 dagen. Ziekenhuisbestuurders verwachten overigens dat de daling niet veel verder zal doorzetten en zo rond de 4 dagen per opname zal stabiliseren (bron: NVZ-brancherapport 2014);
Ziekenhuiszorg
Zorg in een ziekenhuis is gericht op het behandelen en genezen van acute en chronische lichamelijke aandoeningen. De zorg bestaat uit professionele en technische voorzieningen voor diagnostiek, behandeling en verpleging die niet in de eerste lijn of andere typen zorgorganisaties geboden kunnen worden. Hoewel in een ziekenhuis veel zorg wordt geboden, behoort de ziekenhuiszorg tot de curesector. Dat betekent dat de organisatie zich primair richt op behandeling en genezing. Dit in tegenstelling tot de caresector, die zich primair richt op het verlenen van zorg. De scheiding tussen de cure- en caresector is niet heel strikt. De laatste jaren richten cure-organisaties zich ook meer op care en andersom. Denk bijvoorbeeld aan een ziekenhuis waar zorgvragers in de terminale fase palliatieve zorg krijgen, of aan een thuiszorgorganisatie die
1 24
1
• complexe zorg en gebruikmaking van hoogwaardige technologieën; • multidisciplinaire zorg: een groot team van professionals is betrokken bij zorg, diagnostiek en behandeling. Er is een grote mate van afstemming nodig om deze zorg in goede banen te leiden.
vrijwel iedere Nederlander vroeg of laat in een ziekenhuis komt. In Nederland bezoekt ongeveer veertig procent van de bevolking minimaal één keer per jaar een medisch specialist. Iets meer dan tien procent van de Nederlandse bevolking wordt voor een klinische opname of dagopname in een ziekenhuis opgenomen. De populatie die in Nederland gebruikmaakt van ziekenhuiszorg is heel divers. Alle bevolkingsgroepen zijn vertegenwoordigd; ongeacht leeftijd, sekse, ras, huidskleur, afkomst, bevolkingsgroep, opleiding enzovoort. Iedereen komt vroeg of laat in contact met een medisch specialist in het ziekenhuis. 1.4.1
Leeftijdscategorieën
Zuigelingen/neonaten Van alle baby’s tot ongeveer een jaar oud wordt zo’n zestig procent in het ziekenhuis opgenomen voor een dagbehandeling of klinische opname. Opname vindt plaats op de afdeling Neonatologie of de Kinderafdeling. Opname-indicaties verschillen sterk en kunnen variëren van een korte opname van een gezonde zuigeling na de geboorte, tot de opname van ernstig zieke baby’s die behandeld worden of in het ziekenhuis overlijden. Voorbeelden van indicaties waarmee zuigelingen en/of baby’s worden opgenomen in een ziekenhuis: • te vroeg geboren en/of een te laag geboortegewicht (prematuriteit/dysmaturiteit); • te veel bilirubine in het bloed (hyperbilirubinemie); • te laag bloedsuikergehalte (hypoglykemie); • observatie in verband met infectie, medicijngebruik van moeder tijdens de zwangerschap, belaste anamnese, geboortetrauma; • luchtweginfecties.
Figuur 1.1 Opname hoort bij ziekenhuiszorg
1 Voorbeeld Mevrouw Albeda wordt opgenomen op de afdeling Geriatrie in een algemeen ziekenhuis. Ze zal een diagnostisch traject ingaan, omdat de behandelend arts vermoedt dat ze aan de ziekte van Alzheimer leidt. Mevrouw Albeda woont zelfstandig. Haar familie heeft bij de opname gezegd dat ze niet meer naar huis terug kan. Het ziekenhuis geeft duidelijk aan dat mevrouw Albeda niet langer dan drie weken opgenomen kan zijn. De familie dient zich ertoe te verplichten een (tijdelijke) oplossing te zoeken als de drie weken voorbij zijn om te voorkomen dat mevrouw Albeda na het diagnostisch traject in het ziekenhuis moet blijven. Het ziekenhuis stelt zich dus op het standpunt dat het diagnosticeert en dat de zorgvrager direct daarna wordt ontslagen.
1.4
Zorgvragers in het ziekenhuis
Typering van de zorgvrager in het ziekenhuis
Kinderen De bevolkingsgroep in de leeftijd van één tot twintig jaar komt het minst in het ziekenhuis. Per jaar wordt iets meer dan vijf procent voor korte of langere tijd in een ziekenhuis opgenomen. De
Er bestaat geen goede omschrijving van het type zorgvrager in het ziekenhuis. Dat komt omdat
1 25
THEORIEBOEK NIVEAU  4
Ziekenhuis 1
Deze uitgave Ziekenhuis 1 maakt deel uit van de serie Traject V&V. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Mbo-Verpleegkundige. P1-K1-W1 Biedt zorg en begeleiding rond onderzoek en behandeling P1-K1-W2 Communiceert met een zorgvrager ter bevordering van behandeling en herstel
verpleegkundige
De leermiddelen uit de serie Traject V&V zijn bestemd voor de opleiding Verzorgende IG (niveau 3) en de opleiding Mbo-Verpleegkundige (niveau 4). Door de thematische opbouw is Traject V&V geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.
De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van instrumenteel-technische en sociaal-agogische vaardigheden. Het complete aanbod van Traject V&V bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie of reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent.
Ziekenhuis 1 THEORIEBOEK
De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorieboeken.
Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject V&V? Kijk dan op: www.thiememeulenhoff.nl/trajectvenv
Auteurs: A. Dernison E. Doornbos-van de Kraats M.B. Haak M.S. Jebb M.B.J. Linssen C.M. Louz A.F.M. Meijssen A.P.W. Pouwelsen Onder redactie van: C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans
9 789006 910377
TB_Ziekenhuis1_N4_190x270mm.indd All Pages
24/08/17 10:27