Skip to main content

Ziekenhuis deel 2 niveau 4 werkboek

Page 1

WERKBOEK NIVEAU 4

Ziekenhuis 2 verpleegkundige

WB_Ziekenhuis2_N4_210x297.indd 3

17/08/17 13:38


Ziekenhuis Ziekenhuis 2 2

K.A. K.A. de de Boer Boer M.B. Haak M.B. Haak M.S. M.S. Jebb Jebb M.B.J. Linssen M.B.J. Linssen C.M. C.M. Louz Louz A.F.M. Meijssen A.F.M. Meijssen A.P.W. A.P.W. Pouwelsen Pouwelsen


Colofon Auteurs K.A. de Boer M.B. Haak M.S. Jebb M.B.J. Linssen C.M. Louz A.F.M. Meijssen A.P.W. Pouwelsen

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt.

Redactie

Samen leren vernieuwen.

C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans

www.thiememeulenhoff.nl

Vormgeving en omslag

ISBN 978 9006 91067 4 Eerste druk, eerste oplage, 2017

Studio Fraaj, Rotterdam © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2017

Fotografie omslag Peter Bak, Rotterdam

Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort

Fotografie © Artush; AnkeGielen, Koen Bakx, Maria van der Heijden / Mirador Media; Karin Ligthart Fotografie; Mrkornflakes; Frank Muller / Zorg in beeld; PavleMarjanovic; Shutterstock; Carolina K. Smith

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. plaatsgevonden. ® Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC -keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


Rondleiding door dit werkboek Het werkboek is verdeeld in thema’s. Een thema in het werkboek sluit precies aan bij een thema in de theorie. Thema 1 Lichamelijke verzorging

1

Themaopening Je leest waar het thema over gaat en welke hoofdstukken en onderwerpen aan de orde komen.

Lichamelijke verzorging is een belangrijk onderdeel van je werk als verzorgende. In dit thema gaat het om de verzorging van de huid, de haren, de slijmvliezen en het gebit. Daarbij is het belangrijk dat je het een en ander weet over de bouw en functies van deze lichaamsdelen. De lichamelijke of hygiënische verzorging is een belangrijk onderdeel van het takenpakket van de verzorgende. In eerste instantie wordt de hygiënische verzorging in de eerste levensjaren van een kind volledig door de mantelzorg gedaan. Naarmate een kind ouder wordt, neemt zijn zelfstandigheid toe, totdat er sprake is van volledige zelfzorg. Soms gaat het mis met de zelfzorg en de mantelzorg. Vaak moet je als verzorgende de hygiënische verzorging dan geheel of gedeeltelijk overnemen. Je hebt hierbij ook de taak om de familie van de zorgvrager in te schakelen. De wens van de zorgvrager komt hierbij altijd op de eerste plaats en daarna die van de familie. Daarnaast zijn er mensen die onvoldoende lichaamsbeweging krijgen om verschillende redenen. Door onvoldoende lichaamsbeweging kunnen allerlei complicaties ontstaan. Ook hier ligt een belangrijke taak voor jou als verzorgende om te weten hoe je bij bepaalde complicaties het beste kunt handelen. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit • huid • slijmvliezen • gebit Hoofdstuk 2: Hygiënische verzorging • doel van de hygiënische verzorging • hygiënische verzorging van de volwassene • de plaats voor hulp • hygiënische verzorging van de baby en het kind Hoofdstuk 3: Complicaties door onvoldoende lichaamsbeweging • decubitus • contracturen • osteoporose • trombose • longontsteking • obstipatie • smetten • blaasontsteking

Verwerking Verwerkingsopdrachten

1 Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit 1

1

In de theorie staat dat de huid verschillende functies heeft. Een droge, schrale huid gaat eerder stuk, waardoor de huid niet optimaal functioneert. Welke functie van de huid is hier aangetast? a beschermen tegen schadelijke invloeden van buitenaf b lichaamstemperatuur regelen c stoffen uitscheiden d vet opslaan in het onderhuids bindweefsel

2

De huid bestaat uit drie lagen. Hieronder staan zes kenmerken. Vul in de tweede kolom in bij welke huidlaag het kenmerk hoort. Kies uit: opperhuid, lederhuid en onderhuids bindweefsel.

1 10

Het vet in deze laag zorgt voor warmte-isolatie. Er zitten geen bloedvaten in deze laag.

In dit werkboek staan verschillende soorten opdrachten. Deze helpen je om je de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken.

In deze laag zitten zweetklieren. In deze laag zitten pigmentkorrels. Deze laag is dikker op de billen, bovenbenen en bovenarmen. Deze laag bestaat uit de hoornlaag en de kiemlaag.

3

Verwerking Verwerkingsopdrachten helpen je de theorie te leren en te begrijpen. Ze zijn geordend per hoofdstuk.

De huid vertelt veel over iemand. a Beschrijf wat je aan jouw huid kunt aflezen.

1 11

Toepassing Praktijksituaties hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen. Vaardigheden om de benodigde beroepsvaardigheden aan te leren. Themaopdrachten grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt dan ook aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken, plannen en problemen oplossen.

Toepassing Praktijksituaties Het gedrag van Jolanda maakt Chaimaa onzeker tijdens de lichamelijke verzorging Chaimaa Chaimaa is tweedejaarsstudent verzorgende IG. In het eerste leerjaar deed ze BPV in een zorgcentrum. Die BPV werd ruim voldoende beoordeeld. Chaimaa werkt nu een week bij de stichting Adamant. Mensen met een beperking hebben daar een zelfstandige woning in een normale woonwijk. Er is een dienstencentrum van waaruit hulp verleend wordt. Elke woning heeft een communicatielijn met dat centrum. Als een bewoner hulp nodig heeft, belt hij naar het dienstencentrum. In haar eerste week heeft Chaimaa kennisgemaakt met alle bewoners en geholpen bij de hygiënische verzorging. Overleg met Hanneke en Chaimaa Begeleidster Hanneke geeft uitleg over hoe de gegevens van zorgvragers vastgelegd worden in een elektronisch zorgdossier. Sommige bewoners vinden het fijn dat er een uitgebreid zorgplan van hen is. Anderen willen geen of nauwelijks informatie in het dossier. De bewoner bepaalt zelf hoe en wanneer hij verzorgd wordt. Hij is zelf actief in het vragen van hulp. ‘Als iemand besluit om een dag niet gewassen te worden, dan respecteren we dat’, vertelt Hanneke. Chaimaa leest het zorgdossier van Jolanda Dan gaat de telefoon. Hanneke neemt op: ‘Komt in orde, Jolanda. Is het goed dat Chaimaa komt? Ja, dat is dat nieuwe meisje dat vorige week begonnen is. Ik zal zeggen dat ze even moet nalezen hoe moeilijk jij bent, ha ha ha!’ Hanneke legt de telefoon neer en vraagt aan Chaimaa: ‘Durf jij het aan om Jolanda zelfstandig te wassen? Je moet wel eerst even in haar dossier kijken. Niet dat het al compleet is, hoor. Jolanda heeft zelf haar persoonsbeschrijving ingetypt, daar stond ze op. Wat er met de rest van het zorgplan moet gebeuren, daar wil ze nog over denken.’ Chaimaa loopt naar de computer en leest het zorgplan van Jolanda. Dan pakt Chaimaa haar jas en gaat.

1 19

THEMA 1 Lichamelijke verzorging

Evaluatie Studiehulp

1 Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit 1

Stelling 1 De huid is een van de zintuigorganen. 2 Vitamine C wordt in de huid gevormd onder invloed van zonlicht. 3 Bij een verminderde doorbloeding is de huid rood. 4 De huid is overal even dik. 5 Pigmentkorrels bevinden zich in de opperhuid. 6 De buitenste laag van de lederhuid is de hoornlaag. 7 De talgkliertjes bevinden zich in de lederhuid. 8 Het onderhuids bindweefsel bestaat grotendeels uit vet. 9 De lengtegroei van de nagels vindt plaats vanuit het nagelbed. 10 Een volledig gebit van een volwassene bestaat uit 28 tanden en kiezen. 11 Het tandbeen wordt in zijn geheel bedekt door tandglazuur.

Juist Onjuist

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?

1 Hygiënische verzorging 2

Stelling Juist Onjuist 1 De hygiënische verzorging heeft meestal alleen invloed op het lichamelijk ◯ ◯ functioneren. 2 Een zorgvrager was je met lekker warm water. ◯ ◯ 3 Smetten is een huidirritatie die kan ontstaan doordat de huidplooien niet ◯ ◯ goed droog gemaakt worden. 4 In fase 2 van smetten is de huid kapot. ◯ ◯ 5 In fase 3 van smetten breng je zinkoxide FNA op de huid aan. ◯ ◯ 6 Neten zijn eitjes van de hoofdluis. ◯ ◯ 7 Bij aanwezigheid van luizen en neten is het gebruik van een ◯ ◯ bestrijdingsmiddel altijd aan te raden. 8 Als iemand hoofdluizen heeft, is dat een teken van een slechte hygiëne. ◯ ◯ 9 Wanneer je iemand scheert met een elektrisch scheerapparaat met een ◯ ◯ scheerblad, moet je op-en-neergaande bewegingen maken. 10 Een fysiologische zoutoplossing kun je gebruiken om de ogen te reinigen. ◯ ◯ 11 Stomatitis is een ontsteking van het oogslijmvlies. ◯ ◯ 12 De teennagels worden in het algemeen recht afgeknipt. ◯ ◯ 13 De vulva was je van schaamheuvel richting anus. ◯ ◯ 14 Zeep is een goed reinigingsmiddel voor de vulva. ◯ ◯ 15 Wanneer je als verzorgende een vrouw moet wassen die menstrueert, kun je ◯ ◯ het best handschoenen dragen.

1 76

Evaluatie Studiehulp een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. Antwoorden zijn op te vragen bij je docent. Evaluatie evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden voor jouw toekomstige beroep: zet na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.


THEMA 5 Zorg voor de bedden

Vaardigheden Een vaardigheid heeft een vaste opbouw: Oefenen Toepassen Transfer Oriënteren

Vaardigheden Bed opmaken, zonder dat de zorgvrager in bed ligt Oriënteren

1

1 2

Bestudeer de theorie over het opmaken van het bed zonder zorgvrager. Bestudeer de beschrijving van deze vaardigheid. Voorbereiding 1 Vertel de zorgvrager wat er gaat gebeuren. 2 Leg of zet de volgende benodigdheden klaar: - niet-steriele handschoenen, een overschort en een wasmand. Voor een bed in de thuissituatie: - hoeslaken; - dekbedovertrek; - kussenslopen. Voor een hoog-laagbed: - boven- en onderlaken; - steeklaken; - deken; - kussenslopen. 3 Creëer voldoende werkruimte rondom het bed. 4 Zet het bed op werkhoogte. 5 Plaats een of twee stoelen aan het voeteneinde van het bed. 6 Verwijder hand- en polssieraden en was of desinfecteer je handen.

Observatielijsten

Observatielijsten Bij de meeste vaardigheden horen observatielijsten. Die vind je direct achter in dit werkboek. De observatielijsten zijn geordend per thema. Bovenaan staat bij welke vaardigheid de observatielijst hoort. Een observatielijst kun je gemakkelijk uit je werkboek halen. Zo kun je ze in de klas of in je BPV laten invullen.

Thema 1 Lichamelijke verzorging

277

Zorgvrager wassen op bed 277 Zorgvrager wassen op bed met wasdoekjes 281 Zorgvrager wassen aan de wastafel, onder de douche of in bad 285 Haren wassen op bed 289 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met een elektrisch scheerapparaat 291 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met scheermes en scheerzeep 293 Tandenpoetsen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 295 Gebitsprothese verzorgen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 297 Mondholte reinigen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 299 Therapeutische elastische kousen met een open teenstuk aantrekken 301 Therapeutische elastische kousen met een gesloten teenstuk aantrekken 303 Therapeutische elastische kousen uittrekken 305 Hygiënische verzorging van een baby 307

Thema 2 Hulp bieden bij de opname van voeding en vocht Hulp bieden aan een zorgvrager die zelf niet kan eten en drinken Flesvoeding geven 311

Thema 3 Hulp bieden bij de uitscheiding

Uitvoering 7 Trek bij kans op contact met uitscheidingsproducten en bloed handschoenen en/ of overschort aan. 8 Leg de kussens op de stoel(en). 9 Maak sprei en dekens los. 10 Let er tijdens het opmaken van het bed op dat je niet te veel met het beddengoed wappert in verband met hygiëne. 11 Zorg ervoor dat tijdens de werkzaamheden het vuile wasgoed zo min mogelijk in contact met het schone wasgoed komt in verband met hygiëne. 12 Vouw sprei en dekens afzonderlijk in drieën en leg ze over de stoel(en). Het beddengoed mag de vloer niet raken. 13 Doe het bovenlaken in drieën gevouwen in de wasmand. 14 Doe het steeklaken in de wasmand. 15 Leg een eventueel zeil ongevouwen over de stoel(en). 16 Doe het onderlaken in de wasmand. 17 Als je het molton niet verschoont, trek je het glad.

1 260

309

309

313

Hulp bij het gebruik van een po op bed 313 Hulp bij het gebruik van een urinaal op bed 317 Verwisselen van een incontinentiemat 319 Externe katheter of condoomkatheter verwisselen 321 Katheterzak verwisselen 325 Verzorgen van een blaaskatheter 327 Laxerende zetpil toedienen 329 Microklysma (microlax) of fosfaatklysma toedienen 331 Hulp bieden bij het manueel verwijderen van ontlasting 333 Hulp bieden bij het opgeven van sputum 335 Hulp bieden bij braken 337 Hulp bieden bij het inbrengen van een tampon bij menstruatie

339

Thema 4 Hygiënisch en ergonomisch verantwoord werken

341

Handen wassen met (vloeibare) zeep 341 Handen desinfecteren met handalcohol 343 Aan- en uittrekken van steriele handschoenen 345 Creëren van een schoon of steriel werkveld 347

1 275

Iconen helpen je op weg In de kantlijn staan icoontjes. Die geven aan wat je in de opdracht kunt verwachten.

1 1 1 1 1 1

geeft aan dat je een deel van de theorie (nog een keer) leest om de vraag te kunnen beantwoorden. bij deze opdracht werk je samen met anderen. bij deze opdracht heb je een computer met internet nodig om informatie op te zoeken. bij deze opdracht werk je aan je schrijfvaardigheden, bijvoorbeeld met het schrijven van een uitgebreid antwoord, verslag of rapport. bij deze opdracht laat je de uitkomsten zien in een mondelinge presentatie. geeft aan dat het gaat om een creatieve opdracht.

Werken met dit werkboek Vind je het prettig om eerst de theorie te lezen en dan te kijken of je het weet en begrepen hebt? Lees dan eerst de theorie en maak daarna de verwerkingsvragen. Ben je meer iemand die het liefst de theorie doorneemt aan de hand van vragen? Start dan met de verwerkingsvragen en leg je theorieboek ernaast. Werk je het liefst vanuit de praktijk? Begin dan met een praktijksituatie of een themaopdracht en kijk of je de vragen kunt beantwoorden met de informatie uit de theorie.


Inhoudsopgave Thema 1 Zorgvragers met aandoeningen aan lever, galblaas en alvleesklier Verwerking 13 Verwerkingsopdrachten 13 Hoofdstuk 1 Zorgvragers met aandoeningen aan lever en galblaas 13 Hoofdstuk 2 Zorgvragers met aandoeningen aan de alvleesklier 16 Toepassing 18 Praktijksituaties 18 Meneer Oostveen krijgt een bloedtransfusie 18 Mevrouw Pereboom heeft ondraaglijke pijn in de bovenbuik Mevrouw Santinga wordt opgenomen 27 Themaopdrachten 31

23

Evaluatie 33 Studiehulp 33 Hoofdstuk 1 Zorgvragers met aandoeningen aan lever en galblaas 33 Hoofdstuk 2 Zorgvragers met aandoeningen aan de alvleesklier 33 Evaluatie en reectie 35

Thema 2 Zorgvragers met aandoeningen aan de schildklier

37

Verwerking 38 Verwerkingsopdrachten 38 Hoofdstuk 3 Zorgvragers met aandoeningen aan de schildklier 38 Hoofdstuk 4 Zorgvragers met een operatieve ingreep aan de schildklier

39

Toepassing 41 Praktijksituaties 41 De schildklier van Mirjam Walters is te actief 41 Mevrouw Buis heeft de ziekte van Graves 44 Vaardigheden 47 Verzorgen van een tracheastoma en een tracheacanule bij een blijvend stoma Verzorgen van een tracheacanule met cuff bij een tracheotomie 47 Themaopdrachten 51 Evaluatie 53 Studiehulp 53 Hoofdstuk 3 Zorgvragers met aandoeningen aan de schildklier 53 Hoofdstuk 4 Zorgvragers met een operatieve ingreep aan de schildklier Evaluatie en reectie 55

1 6

53

47

12


Thema 3 Zorgvragers met aandoeningen aan keel, neus, oor, oog en aangezicht 57 Verwerking 59 Verwerkingsopdrachten 59 Hoofdstuk 5 Zorgvragers met aandoeningen aan keel, neus en oor 59 Hoofdstuk 6 Zorgvragers met aandoeningen aan het oog 64 Hoofdstuk 7 Zorgvragers met aandoeningen aan de mond, kaak en het aangezicht 67 Toepassing 70 Praktijksituaties 70 Drie verschillende zorgvragers op de kno-afdeling 70 Meneer Zwart en mevrouw Post ondergaan een cataractoperatie Max loopt botbreuken op in het gezicht 80 Vaardigheden 84 Toedienen van medicijnen via de neus 84 Toedienen van medicijnen via het oog 84 Toedienen van medicijnen via het oor 84 Themaopdrachten 85

76

Evaluatie 87 Studiehulp 87 Hoofdstuk 5 Zorgvragers met aandoeningen aan keel, neus en oor 87 Hoofdstuk 6 Zorgvragers met aandoeningen aan het oog 88 Hoofdstuk 7 Zorgvragers met aandoeningen aan de mond, kaak en het aangezicht 89 Evaluatie en reectie 90

Thema 4 Zorgvragers met vaataandoeningen

92

Verwerking 93 Verwerkingsopdrachten 93 Hoofdstuk 8 Zorgvragers met aandoeningen aan de slagaders en aders Hoofdstuk 9 Zorgvragers die een vaatoperatie ondergaan 95

93

Toepassing 98 Praktijksituaties 98 Meneer Storm heeft perifeer arterieel vaatlijden 98 Meneer Huisman heeft een scheurtje in zijn aorta 103 Mevrouw Hooi ondergaat een beenamputatie 108 Vaardigheden 112 Zwachtelen van een stomp 112 Themaopdrachten 113 Evaluatie 116 Studiehulp 116 Hoofdstuk 8 Zorgvragers met aandoeningen aan de slagaders en aders Hoofdstuk 9 Zorgvragers die een vaatoperatie ondergaan 116 Evaluatie en reectie 118

1 7

116


Thema 5 Zorgvragers met aandoeningen aan bloed, beenmerg en lymfesysteem 120 Verwerking 121 Verwerkingsopdrachten 121 Hoofdstuk 10 Zorgvragers met aandoeningen aan het beenmerg Hoofdstuk 11 Zorgvragers met aandoeningen aan de milt 128

121

Toepassing 130 Praktijksituaties 130 Jeroen heeft een miltruptuur 130 Luuk wordt verdacht van leukemie 133 Meneer Saïd heeft de ziekte van Kahler 138 Themaopdrachten 141 Evaluatie 143 Studiehulp 143 Hoofdstuk 10 Zorgvragers met aandoeningen aan het beenmerg Hoofdstuk 11 Zorgvragers met aandoeningen aan de milt 144 Evaluatie en reflectie 145

Thema 6 Zorgvragers met een infectie of een immunologische aandoening 147 Verwerking 148 Verwerkingsopdrachten 148 Hoofdstuk 12 Zorgvragers met infectieziekten 148 Hoofdstuk 13 Zorgvragers met immunologische ziekten

151

Toepassing 154 Praktijksituaties 154 Bart is ziek 154 Denzel lijkt geen klacht te hebben 157 Mevrouw Kirsten heeft een pijnlijk onderbeen 160 Vaardigheden 163 Toepassen van isolatiemaatregelen (strikte isolatie) 163 Themaopdrachten 167 Evaluatie 169 Studiehulp 169 Hoofdstuk 12 Zorgvragers met infectieziekten 169 Hoofdstuk 13 Zorgvragers met immunologische ziekten Evaluatie en reflectie 170

1 8

169

143


Thema 7 Mannelijke zorgvragers met aandoeningen aan de urinewegen en geslachtsorganen 172 Verwerking 174 Verwerkingsopdrachten 174 Hoofdstuk 14 Zorgvragers met aandoeningen aan de urinewegen Hoofdstuk 15 Nierdonatie en -transplantatie 176 Hoofdstuk 16 Aandoeningen aan de blaas en urethra 179 Hoofdstuk 17 Zorgvragers met aandoeningen aan de mannelijke geslachtsorganen 181

174

Toepassing 184 Praktijksituaties 184 Meneer Spijker wordt aan zijn prostaat geholpen 184 Meneer Bot ondergaat een Brickeroperatie 188 Meneer Hendriks krijgt een niertransplantatie 191 Meneer Slingerland heeft nierstenen 195 Vaardigheden 199 Opvangen van een steriel monster urine bij een zorgvrager met een urinekatheter 199 Opvangen van midstream-urine voor bacteriologisch onderzoek 199 Inbrengen van een verblijfskatheter bij een man/vrouw 199 Verwijderen van een verblijfskatheter 199 Verzorgen van een urostoma: verwisselen van een eendelig opvangsysteem 199 Verzorgen van een urostoma: verwisselen van een tweedelig opvangsysteem, inclusief plak 199 Verzorgen van een urostoma: verwisselen van het zakje van het tweedelige systeem, exclusief plak 200 Themaopdrachten 201 Evaluatie 203 Studiehulp 203 Hoofdstuk 14 Zorgvragers met aandoeningen aan de urinewegen Hoofdstuk 15 Nierdonatie en -transplantatie 203 Hoofdstuk 16 Aandoeningen aan de blaas en urethra 204 Hoofdstuk 17 Zorgvragers met aandoeningen aan de mannelijke geslachtsorganen 205 Evaluatie en reectie 206

Thema 8 Vrouwelijke zorgvragers met aandoeningen aan de geslachtsorganen 208 Verwerking 209 Verwerkingsopdrachten 209 Hoofdstuk 18 Zorgvragers met aandoeningen aan de vrouwelijke geslachtsorganen 209

1 9

203


Toepassing 218 Praktijksituaties 218 Ik plas in mijn broek van het lachen … 218 Bij mevrouw Jacobs worden beide eierstokken verwijderd: dringen de gevolgen daarvan door? 221 Mevrouw Geerman heeft ovariumcarcinoom 224 Vaardigheden 227 Verwijderen van een gynaecologische tampon 227 Themaopdrachten 229 Evaluatie 231 Studiehulp 231 Hoofdstuk 18 Zorgvragers met aandoeningen aan de vrouwelijke geslachtsorganen 231 Evaluatie en reflectie 233

Thema 9 Zorgvragers die een corrigerende operatie ondergaan

235

Verwerking 236 Verwerkingsopdrachten 236 Hoofdstuk 19 Zorgvragers die plastische chirurgie ondergaan 236 Hoofdstuk 20 Zorgvragers die een corrigerende operatie aan de buikwand of het lieskanaal ondergaan 238 Toepassing 241 Praktijksituaties 241 Het is weer oudjaar, tijd voor vuurwerk: hoera! Zomer, heerlijk barbecueën! 244 Alweer een liesbreuk 246 Themaopdrachten 251

241

Evaluatie 252 Studiehulp 252 Hoofdstuk 19 Zorgvragers die een plastische operatie ondergaan 252 Hoofdstuk 20 Zorgvragers die een corrigerende operatie aan de buikwand of het lieskanaal ondergaan 253 Evaluatie en reflectie 254

Thema 10 Klinisch redeneren, coördinatie, kwaliteitszorg, voorlichting Verwerking 257 Verwerkingsopdrachten 257 Hoofdstuk 21 Klinisch redeneren 257 Hoofdstuk 22 Coördineren en afstemmen 260 Hoofdstuk 23 Kwaliteitszorg 262 Hoofdstuk 24 Voorlichting, advies en instructie 263

1 10

256


Toepassing 265 Praktijksituaties 265 Mees belandt in het ziekenhuis 265 Meneer Maréchal vindt de verzorging van zijn stoma niet eenvoudig Mevrouw Badaoui heeft een delier 272 Themaopdrachten 275

269

Evaluatie 279 Studiehulp 279 Hoofdstuk 21 Klinisch redeneren 279 Hoofdstuk 22 Coördineren en afstemmen 279 Hoofdstuk 23 Kwaliteitszorg 280 Hoofdstuk 24 Voorlichting, advies en instructie 280 Evaluatie en reflectie 282

Thema 11 Ziekenhuis en samenleving

284

Verwerking 285 Verwerkingsopdrachten 285 Hoofdstuk 25 Maatschappelijke ontwikkelingen in de ziekenhuiszorg Hoofdstuk 26 Ethische vraagstukken 287 Hoofdstuk 27 Wetgeving en financiering 289 Toepassing 292 Praktijksituaties 292 Mevrouw Kras denkt mee om de zorg te verbeteren 292 Mevrouw Smelling wil sterven 295 De afdeling moet haar steentje bijdragen aan de bezuinigingen Themaopdrachten 301

298

Evaluatie 304 Studiehulp 304 Hoofdstuk 25 Maatschappelijke ontwikkelingen in de ziekenhuiszorg Hoofdstuk 26 Ethische vraagstukken 305 Hoofdstuk 27 Wetgeving en financiering 305 Evaluatie en reflectie 306

Observatielijsten

308

1 11

285

304


Thema 1 Zorgvragers met aandoeningen aan lever, galblaas en alvleesklier

1

De lever, de alvleesklier en de galblaas spelen een belangrijke rol in de afvalstoffenverwerking en voedselvertering in het lichaam. Zonder deze organen zou voedsel niet efficiënt door ons lichaam worden getransporteerd. Gal die in de lever wordt geproduceerd, zorgt samen met alvleeskliersappen voor een perfecte vertering van vetten en een goede samenstelling van ontlasting. Als zorgvragers ziekten of problemen aan lever en galblaas hebben, hopen afvalstoffen zich op en wordt de ontlasting afwijkend. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Zorgvragers met aandoeningen aan lever en galblaas • anatomie en fysiologie van de lever, galblaas en galwegen • aandoeningen aan de lever • aandoeningen aan de galblaas en galwegen • algemene verschijnselen van aandoeningen aan lever en galblaas • onderzoeken bij aandoeningen aan lever, galblaas en galwegen • behandeling van aandoeningen aan lever, galblaas en galwegen • specifieke verpleegkundige zorg • chirurgische ingrepen aan de lever • chirurgische ingrepen aan de galblaas en galwegen • preoperatieve verpleegkundige zorg bij operaties aan lever, galblaas en galwegen • postoperatieve verpleegkundige zorg bij operaties aan lever, galblaas en galwegen Hoofdstuk 2: Zorgvragers met aandoeningen aan de alvleesklier • anatomie en fysiologie van de alvleesklier • aandoeningen aan de alvleesklier • algemene verschijnselen van aandoeningen aan de alvleesklier • onderzoeken bij aandoeningen aan de alvleesklier • behandeling van aandoeningen aan de alvleesklier • verpleegkundige zorg bij aandoeningen aan de alvleesklier • chirurgische behandeling aan de alvleesklier • preoperatieve zorg bij operaties aan de alvleesklier • postoperatieve zorg bij operaties aan de alvleesklier

1 12


Verwerking Verwerkingsopdrachten met aandoeningen aan lever en 1 Zorgvragers galblaas 1

1

Aan de lever zitten verschillende bloedvaten. a Combineer het bloedvat met de functie ervan.

Bloedvat

b

Functie

1 leverader

a

aanvoer van bloed uit milt, alvleesklier en maagdarmkanaal

2 leverslagader

b

aanvoer van zuurstofrijk bloed met afvalstoffen

3 poortader

c

afvoer van bloed naar het hart

Vul het juiste woord in. Afvalproducten verlaten de lever via de

c

2

in de leverhilus.

Welke stellingen over de stofwisseling in de lever zijn juist? a De lever onttrekt glucuronzuur aan bilirubine, zodat het beter uit te scheiden is. b De lever kan glucose omzetten in vetzuren. c Als je slaapt, slaat je lever glucose op. d De lever produceert ongeveer 50% van de cholesterol in je lichaam. e De lever heeft een temperatuur van 39 °C.

Naast water en slijm bevat gal drie andere stoffen. a Geef de naam van de stof die bij de omschrijving in de rechterkolom hoort.

Naam stof

Omschrijving stof die in de lever wordt gemaakt van dode rode bloedcellen vetachtige stof die belangrijk is bij de bouw van celwanden stoffen die vetten uit de voeding emulgeren

1 13


THEMA 1 Zorgvragers met aandoeningen aan lever, galblaas en alvleesklier

3

b

Leg uit wanneer de galblaas gal afgeeft.

a

Wat zijn mogelijke complicaties van levercirrose? a ascitesvocht b cholestase c diabetes mellitus d hepatitis C e leverencefalopathie f portale hypertensie Kies de juiste woorden. Hepatitis wordt meestal veroorzaakt door een bacterie / virus. Auto-immuunhepatitis / Hepatitis C is zeldzaam, maar zeer ernstig. Chronische hepatitis kan leiden tot cholangitis / levercirrose. Intraveneuze drugsgebruikers lijden vaak aan hepatitis C. Leg uit hoe dit komt.

b

c

4

Geef aan of de stellingen juist of onjuist zijn.

Stelling

Juist

Onjuist

Galstenen die in de galblaas ontstaan, zijn meestal gevormd uit cholesterolkristallen. Galstenen die in de galblaas worden gevormd, geven vaker klachten dan galstenen die in de galwegen ontstaan. Pigmentstenen ontstaan door kristallisering van calciumzouten en bilirubine. Een ontsteking van de galblaas en galwegen wordt bijna altijd veroorzaakt door de aanwezigheid van galstenen. Tumoren in de galwegen of galblaas worden veroorzaakt door chronische hepatitis.

5

a

Kies de juiste woorden. Een hoge / lage protrombinetijd is een aanwijzing dat de lever niet goed functioneert. Een hoog / laag albuminegehalte is een aanwijzing dat de lever niet goed functioneert.

1 14


Verwerkingsopdrachten

b

c

6

1 Zorgvragers met aandoeningen aan lever en galblaas

In het bloed van mevrouw Rensselaar worden sterk verhoogde waarden van de enzymen AF en GGT aangetroffen. Welke oorzaken kunnen deze verhoogde waarden hebben? a belemmerde galstroom b leververvetting c overgewicht d overmatig alcoholgebruik Bij mevrouw Rensselaar wordt een endoscopische echografie gemaakt. Welke stellingen over een endoscopische echografie zijn juist? a Een endoscopische echografie heet ook wel ERCP. b Voor een endoscopische echografie moet de zorgvrager nuchter zijn. c Een endoscopische echografie wordt meestal uitgevoerd onder plaatselijke verdoving. d De verdenking van een tumor is een indicatie voor een endoscopische echografie.

Een zorgvrager met leverencefalopathie krijgt laxerende medicatie voorgeschreven. a Leg uit wat hiervan de reden is.

b

Galstenen kunnen worden verwijderd door een medicament voor te schrijven dat galzuren bevat. Deze methode heeft nadelen. Welke zijn dit? a Het duurt zes maanden voor de stenen zijn opgelost. b De medicatie is erg belastend voor de lever. c De medicatie heeft veel bijwerkingen, bijvoorbeeld diarree. d Na de behandeling keren de galstenen meestal weer terug.

7

Verklaar de ondervoeding die ontstaat bij een zorgvrager bij wie al meerdere keren grote hoeveelheden ascites zijn verwijderd met een ascitespunctie.

8

a

b

c

Kies de juiste woorden. Bij een acute cholecystitis wordt de galblaas binnen 72 uur verwijderd: een cholecystectomie à chaud / à froid. Als de zorgvrager al eerder een buikoperatie heeft ondergaan, dan wordt de cholecystectomie conventioneel / laparoscopisch uitgevoerd. Meneer De Bruin heeft een levertumor en moet een hemihepatectomie onderdaan. Leg uit wat er gebeurt tijdens deze operatie.

Na de operatie is de kans op nabloedingen bij meneer De Bruin groter dan bij andere operaties. Leg uit hoe dit komt.

1 15


THEMA 1 Zorgvragers met aandoeningen aan lever, galblaas en alvleesklier

9

Meneer Willems is geopereerd aan zijn galblaas en heeft een klassieke cholecystectomie ondergaan. Enige tijd na de operatie klaagt hij over aanvallen van krampende pijn. Hij wil uit bed komen om rond te kunnen lopen. De pijn is bijna ondraaglijk. a Vul het juiste woord in. Zulke krampende pijnaanvallen heten b

10

.

Wat is waarschijnlijk de oorzaak van de pijn bij meneer Willems?

Mevrouw Van Blanken heeft een galblaasempyeem ten gevolge van choledocholithiasis met cholecystitis. a Wat is dat? a De galblaas is gevuld met pus door een ontsteking. b De galwegen zijn afgesloten door galstenen. c De galwegen zijn afgesloten door een tumor. b Wat zal de arts hieraan doen? Geef een zo volledig mogelijk antwoord.

met aandoeningen aan de 1 Zorgvragers alvleesklier 2

1

a

b

c

Kies het juiste woord. De productie van pancreassap is de endocriene / exocriene functie van de alvleesklier. Welke enzymen bevat pancreassap? a amylase b aspartaataminotransferase (ASAT) c lactaatdehydrogenase (LDH) d lipase Trypsinogeen is een voorstadium van het eiwitsplitsende enzym trypsine. Trypsinogeen wordt gevormd in de alvleesklier. Pas in de darmen wordt het omgezet in trypsine. Leg uit wat er zou gebeuren als trypsine rechtstreeks in de alvleesklier zou worden gevormd.

1 16


Verwerkingsopdrachten

2 Zorgvragers met aandoeningen aan de alvleesklier

2

Bij aandoeningen van de alvleesklier verandert het ontlastingspatroon van de zorgvrager. Welk soort ontlasting is kenmerkend bij aandoeningen aan de alvleesklier? a groene ontlasting b stopverfontlasting c stroperige zwarte ontlasting (melaena) d vettige diarree (steatorroe)

3

Choledocholithiasis (het ontstaan van stenen in de galwegen) kan leiden tot pancreatitis (ontsteking van de alvleesklier). Leg uit hoe dit zit.

4

a

b

5

Wat is de belangrijkste oorzaak van chronische pancreatitis? a alcoholmisbruik b bacteriĂŤle infectie c cholangitis d chronische hepatitis Op welke manieren wordt een opvlamming van chronische pancreatitis behandeld, waarbij geen sprake is van necrose of abcesvorming? a geen alcohol meer gebruiken b antibiotica c biliodigestieve anastomose d medicatie met spijsverteringsenzymen e voeding via duodenumsonde

Als de diagnose pancreaskopcarcinoom wordt gesteld, is dat een van de slechtste berichten die een zorgvrager kan krijgen. In een gunstige situatie kan een zorgvrager curatief worden behandeld met een operatie. Er zijn twee operaties die veel op elkaar lijken: de pancreaticoduodenectomie volgens Whipple en de PPPD (pylorus sparende pancreatoduodenectomie). De benamingen worden zelfs door elkaar heen gebruikt. a Wat is het verschil tussen de twee operaties voor het dagelijks leven van de zorgvrager die een van deze operaties moet ondergaan?

b

Waarom wordt het plaatsen van een stent bij een zorgvrager met een pancreaskopcarcinoom een palliatieve behandeling genoemd en bij een pancreatitis niet?

1 17


THEMA 1 Zorgvragers met aandoeningen aan lever, galblaas en alvleesklier

Toepassing Praktijksituaties Meneer Oostveen krijgt een bloedtransfusie Meneer Oostveen wordt opgenomen Op de MDL-verpleegafdeling wordt ’s avonds om 22.30 uur een opname aangekondigd door de spoedeisende hulp. Het gaat om de 54-jarige alleenstaande meneer Oostveen die zelf de ambulance heeft gebeld toen hij niet lekker werd. Hij zit al een tijdje niet lekker in zijn vel en heeft veel zorgen. Zijn sociale netwerk is klein doordat hij veel vrienden en familieleden is kwijtgeraakt toen hij ernstig verslaafd was aan alcohol. Naar eigen zeggen is zijn verslaving nu onder controle, maar toen de stress hem te veel werd, heeft hij anderhalve fles port leeggedronken. Die viel hem nogal zwaar op de maag en toen hij de drank uitbraakte, kwam er een grote hoeveelheid bloed mee. Meneer Oostveen is daar enorm van geschrokken en belde de ambulance. Eenmaal in het ziekenhuis blijft meneer braken, alleen maar bloed. Uit bloedonderzoek blijkt dat het hemoglobinegehalte in zijn bloed 3,1 mmol/l is. De bloeddruk is 90/40 mm Hg en meneer heeft een hartslag van 110/min. Meneer heeft geen afwijkende lichaamstemperatuur. Het bloeden wil niet stoppen Meneer Oostveen krijgt met spoed vier zakken erythrocyten. Zijn bloed wordt nadien gecontroleerd. Omdat het bloeden niet stopt, moet meneer midden in de nacht naar de endoscopieafdeling, waar men zal proberen de oorzaak van het bloeden te achterhalen en te stoppen. Uit eerdere onderzoeken is gebleken dat meneer Oostveen ten gevolge van zijn alcoholgebruik een ernstig beschadigde lever heeft, die niet meer goed functioneert. Hij heeft levercirrose. Nu blijkt dat de bloeding wordt veroorzaakt door varices in de slokdarm. Het hevige braken heeft de bloeding daarvan wellicht veroorzaakt. Verpleegkundige Sanne voert het opnamegesprek Verpleegkundige Sanne voert een opnamegesprek met meneer Oostveen. Hieruit blijkt dat hij erg eenzaam is. Hij heeft tot vijf jaar geleden op straat gewoond. De vrienden die hij daaraan overhield, komen nog wel langs, maar nooit zonder hem te bestelen. Meneer heeft erg zijn best gedaan zijn alcoholverslaving onder controle te krijgen, maar heeft daar nooit hulp bij gewild. Nu drinkt hij dagelijks minimaal zes blikken bier en vertelt zelf dat hij zonder bier onrustig wordt en niet kan slapen. Als hij verdrietig of gestrest is, koopt hij sterkere drank en kan dan niet stoppen daarvan te drinken. Meneer Oostveen eet weinig en vertelt zelf dat hij weinig trek heeft. Eten smaakt hem al een tijdje niet en hij heeft snel een vol gevoel. Meneer vertelt wel graag witbrood en soep te eten. Het valt Sanne op dat meneer een flinke buik en dikke benen heeft, maar wel magere handen en een ingevallen gezicht. Zijn oogwit is lichtgeel. Bij doorvragen over zijn uitscheidingspatroon moet meneer Oostveen een beetje lachen: ‘Meisje, je wilt ook alles

1 18


Praktijksituaties

Meneer Oostveen krijgt een bloedtransfusie

weten! Mijn plas lijkt wel cola de laatste tijd!’ Meneer heeft zichzelf jaren verwaarloosd en ziet daar het probleem niet van in. Hij heeft een hekel aan doktersbezoeken en komt sporadisch opdagen bij afspraken op de poli. Zijn huid ziet er droog en bekrast uit. Meneer Oostveen geeft aan dat dit komt door het vele krabben. Als Sanne het opnamegesprek in het dossier uitwerkt, bedenkt ze zich dat ze straks ook nog even naar de kleur van de ontlasting van meneer Oostveen moet vragen. Meneer Oostveen is ongeneeslijk ziek De tweede dag dat meneer op de verpleegafdeling is, is het bloedbraken gestopt. Dankzij de bloedtransfusies is hij weer wat op krachten gekomen. Meneer Oostveen krijgt een continu infuus met NaCl 0,9% en heeft een pomp met Octreotide (Sandostatine®). Meneer voelt zich lichamelijk nu weer iets sterker, maar als Sanne hem aankijkt, ziet ze dat hij somber kijkt. Zijn handen trillen en terloops klaagt hij over knallende hoofdpijn. Van zijn arts heeft hij een slecht bericht gekregen: de levercirrose is zo ernstig dat hij daar niet meer van kan genezen. De arts gaf aan dat een levertransplantatie de enige oplossing zou zijn, maar dat de huidige situatie dat nog onmogelijk maakt. Meneer hoort het aan en vertelt even daarna tegen Sanne dat hij vastberaden is door te gaan met zijn alcoholgebruik. Ontslag Meneer Oostveen knapt na enkele dagen ziekenhuisopname redelijk op en mag met ontslag. Er is afgesproken dat hij lactulose gaat innemen om de ontlastingfrequentie hoog te houden. Er wordt uitgelegd dat hij hiermee de afvalstoffen beter kan afdrijven dan wanneer hij te weinig defeceert. Meneer krijgt een flesje lactulose mee naar huis. Volgende week wordt hij op de polikliniek verwacht voor nacontrole. 1

Meneer Oostveen heeft een dikke buik en dikke benen, maar is voor de rest mager. a Hoe kun je dit verklaren?

b

Welke voedingsproducten zou meneer Oostveen kunnen gebruiken om zijn voedingstoestand te verbeteren?

1 19


THEMA 1 Zorgvragers met aandoeningen aan lever, galblaas en alvleesklier

1

2

Waar let je op wat betreft de defecatie van meneer Oostveen, gezien zijn opnamereden en ziektebeeld?

3

Meneer Oostveen vertelt dat zijn urine net cola lijkt en Sanne ziet dat zijn oogwit lichtgeel is. a Waar kunnen deze verschijnselen op wijzen en hoe wordt de gele verkleuring van zijn oogwit genoemd?

4

b

Waarom bedenkt Sanne zich dat ze nog wil navragen hoe de kleur van de ontlasting van meneer Oostveen de laatste tijd was?

c

Welke klacht van meneer Oostveen heeft hier ook mee te maken?

Meneer Oostveen geeft aan door te willen gaan met zijn alcoholgebruik. a Bespreek met een aantal studiegenoten hoe je over deze situatie denkt.

b

Naar welke instanties kun je meneer Oostveen bij ontslag doorverwijzen om uit zijn alcoholproblemen te komen? Beargumenteer/bediscussieer je antwoord in de klas.

1 20


Praktijksituaties

5

Meneer Oostveen krijgt een bloedtransfusie

Meneer Oostveen blijft na opname bloed braken. a Wat zijn observatiepunten bij iemand die bloed braakt?

b

6

7

Welke instructies geef je meneer Oostveen als hij bloed braakt?

Meneer Oostveen is nog actief alcoholist en is nu opgenomen in verband met bloedbraken. In het ziekenhuis zal hij geen alcoholische dranken krijgen. a In welk stadium van levercirrose bevindt meneer Oostveen zich, uitgaand van de informatie in de praktijksituatie?

b

Wat is de enige manier waarop meneer Oostveen zijn ziekte kan vertragen?

c

De enige manier om van zijn levercirrose te genezen is een levertransplantatie. De arts geeft aan dat zijn huidige situatie dat nog onmogelijk maakt. Wat moet er veranderen voordat meneer Oostveen hier wel klaar voor is?

Meneer Oostveen krijgt vier zakken erythrocyten. a Waarom heeft meneer Oostveen zo hard erythrocyten nodig?

1 21


THEMA 1 Zorgvragers met aandoeningen aan lever, galblaas en alvleesklier

b

Wat controleer je vooraf en waar wordt meneer Oostveen op geobserveerd tijdens de bloedtransfusie?

c

Wat moet je doen als meneer Oostveen die verschijnselen heeft tijdens de toediening van de erythrocyten?

d

Waar wordt zijn bloed op gecontroleerd om effect te zien?

8

Wat is ascitesvocht en welke klachten kan dit veroorzaken? Welke klachten herken je bij meneer Oostveen?

9

Meneer Oostveen start met het gebruik van lactulose om zijn defecatiefrequentie hoog te houden. a Wat kan er met zijn bewustzijn gebeuren als de afvalstoffen in zijn bloed ophopen in plaats van te worden uitgescheiden?

b

Welke afvalstof draagt vooral bij aan dit risico?

1 22


Praktijksituaties

Mevrouw Pereboom heeft ondraaglijke pijn in de bovenbuik

Mevrouw Pereboom heeft ondraaglijke pijn in de bovenbuik Pijnlijke ziekenhuisopname Mevrouw Pereboom (45 jaar) wordt opgenomen op de MDLverpleegafdeling. Zij is via de huisartsenpost naar de spoedeisende hulp doorgewezen, omdat zij ondraaglijke pijn in de bovenbuik heeft. Haar pijn is zo hevig dat ze er thuis door is flauwgevallen. Mevrouw weet geen goede houding te vinden, ze wisselt steeds en kreunt daarbij. Pas als zij op de spoedeisende hulp paracetamol i.v. en morfine s.c. heeft gekregen, wordt zij rustiger. Nu haar pijn is afgezwakt naar een voor haar draaglijk niveau en men een vermoeden heeft waar de klachten vandaan komen, wordt mevrouw naar de verpleegafdeling vervoerd. Verpleegkundige Marjon krijgt bij de overdracht te horen dat mevrouw wordt verdacht van een alvleesklierontsteking. Bij een echo bovenbuik zijn stenen gezien, waarvan er vermoedelijk één klem zit in de ductus pancreaticus. Verpleegkundige Marjon doet de anamnese Marjon leest in het dossier van mevrouw Pereboom dat zij nooit eerder in een ziekenhuis heeft gelegen, behalve voor de bevalling van haar twee zoons die 6 en 8 jaar oud zijn. Bij het opnamegesprek, waar ook meneer Pereboom bij aanwezig is, geeft mevrouw aan nooit meer zulke erge pijn te willen krijgen. Ze voelt dat de pijn alweer opkomt en wordt daar erg nerveus van. Voor ze het gesprek afmaakt, informeert Marjon naar de voorgeschreven pijnbestrijding: mevrouw mag tot 6× daags 5 mg morfine s.c. hebben. Daarnaast krijgt mevrouw 4× daags op schema paracetamol 1000 mg. Marjon geeft samen met haar collega Sara de morfine aan mevrouw. Behalve de pijnbestrijding heeft de arts een basisinfuus van 2 l NaCl 0,9% / 24 uur voorgeschreven. Marjon moet een vochtbalans bijhouden en de vitale functies frequent controleren. Mevrouw mag niets per os tot zij een ERCP heeft gehad. Marjon legt dit beleid uit aan het echtpaar Pereboom. Mevrouw ziet erg op tegen de onderzoeken Uit de anamnese komt naar voren dat mevrouw Pereboom al sinds twee dagen misselijk is en ook flink heeft gebraakt. Ze geeft aan minder te plassen dan anders en al langere tijd last te hebben van obstipatie. Controle van de vitale functies laat zien dat mevrouw 28/min ademt, een pols heeft van 110/min en een bloeddruk van 128/79 mm Hg. Haar temperatuur is 37,8 ° C en de zuurstofsaturatie 92%. Mevrouw ziet erg op tegen de onderzoeken en controles die haar te wachten staan. Als de morfine begint te werken, vraagt mevrouw zich af of zoveel drukte wel nodig is; ze voelt toch geen pijn meer? Marjon legt uit dat mevrouw eerst moet opknappen en moet laten zien dat zij voeding per os verdraagt na de ERCP. Pas daarna zal duidelijk worden of mevrouw snel naar huis kan. Inmiddels heeft Marjon gemerkt dat mevrouw zich veel zorgen maakt om haar

1 23


THEMA 1 Zorgvragers met aandoeningen aan lever, galblaas en alvleesklier

kinderen, die nu bij hun oma logeren. Haar man vindt de situatie moeilijk; hij heeft een drukke baan en wil daarnaast goed voor zijn vrouw en zoons zorgen. Steen eruit, sonde erin Aan het einde van de middag ondergaat mevrouw Pereboom een ERCP. Hierbij wordt de klemzittende steen uit de ductus pancreaticus gehaald. Het weefsel eromheen ziet er geïrriteerd uit en er komt viezigheid uit de ductus, waarop de arts besluit na de ingreep een duodenumsonde met maaghevel achter te laten. Als mevrouw wakker wordt, vertelt de arts haar dat zij de komende dagen zal worden gevoed via de duodenumsonde en dat het maagsap via een maaghevel zal worden afgevoerd. Daarbij wordt antibiotica i.v. gestart, omdat mevrouw inmiddels een temperatuur van 38,9 °C heeft. Mevrouw begrijpt hieruit dat zij niet binnen twee dagen thuis is, waarop zij erg emotioneel wordt; ze voelt zich beroerd en maakt zich zorgen om haar gezin. Twee dagen na de ERCP, als mevrouw niet meer misselijk is, geen pijn meer heeft en koortsvrij is, mag zij proberen slokjes water en thee te drinken. De maaghevel staat dicht. Dit gaat gelukkig goed, waarbij zij haar dieet stap voor stap weer mag uitbreiden. Mevrouw geeft aan graag van haar sonde af te willen, ze heeft er nu toch alleen maar last van en ze kan toch weer eten? 1

Mevrouw krijgt tijdens haar opname sondevoeding via een duodenumsonde. a Waarom wordt de keuze voor deze sonde gemaakt, waarom krijgt mevrouw niet ‘gewoon’ een maagsonde?

b

2

Wat kunnen misselijkheidsklachten betekenen nu mevrouw Pereboom een duodenumsonde heeft?

Op de echo bovenbuik van mevrouw Pereboom zijn stenen gezien, waarvan er vermoedelijk één klem zit in de ductus pancreaticus. a Waar kan een klemzittende steen in de ductus pancreaticus vandaan komen?

b

Welke klachten kan een dergelijke steen met zich meebrengen en welke herken je bij mevrouw Pereboom?

1 24


Praktijksituaties

Mevrouw Pereboom heeft ondraaglijke pijn in de bovenbuik

3

Mevrouw Pereboom heeft zoveel pijn dat zij geen goede houding weet aan te nemen. Met behulp van welke schaal breng je de pijn in beeld en hoe leg je dit uit aan mevrouw Pereboom?

4

Bij mevrouw Pereboom wordt intraveneuze antibiotica gestart. Reden hiervoor was een lichaamstemperatuur die opliep tot 38,9 °C. Leg uit waarom een arts kan besluiten bij deze waarde antibiotica te starten.

5

Mevrouw Pereboom moet worden gecontroleerd op vitale functies en in- en output. Waarom zijn de bevindingen uit deze metingen belangrijk in de zorg voor mevrouw?

6

Mevrouw Pereboom heeft met haar voedingssonde in het duodenum een maaghevel. a Wat is de functie van een maaghevel bij mevrouw Pereboom?

1 25


Deze uitgave Ziekenhuis 2 maakt deel uit van de serie Traject V&V. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Mbo-Verpleegkundige. P1-K1-W1 Biedt zorg en begeleiding rond onderzoek en behandeling P1-K1-W2 Communiceert met een zorgvrager ter bevordering van behandeling en herstel De leermiddelen uit de serie Traject V&V zijn bestemd voor de opleiding Verzorgende IG (niveau 3) en de opleiding Mbo-Verpleegkundige (niveau 4). Door de thematische opbouw is Traject V&V geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.

Ziekenhuis 2 WERKBOEK

De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorieboeken. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van instrumenteel-technische en sociaal-agogische vaardigheden. Het complete aanbod van Traject V&V bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie of reflectie opdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject V&V? Kijk dan op: www.thiememeulenhoff.nl/trajectvenv

Auteurs: K.A. de Boer M.B. Haak M.S. Jebb M.B.J. Linssen C.M. Louz A.F.M. Meijssen A.P.W. Pouwelsen Onder redactie van: C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans

9 789006 910674

WB_Ziekenhuis2_N4_210x297.indd 1

17/08/17 13:38


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Ziekenhuis deel 2 niveau 4 werkboek by ThiemeMeulenhoff - Issuu