Skip to main content

Verpleeg, verzorgingshuizen, thuiszorg deel 2 niveau 4 werkboek

Page 1

WERKBOEK NIVEAU 4

Verpleeg,verzorgingshuizen, thuiszorg 2

Deze uitgave Verpleeg-, verzorgingshuizen, thuiszorg 2 maakt deel uit van de serie Traject V&V. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Mbo-Verpleegkundige. P2-K1-W1 Biedt ondersteuning gericht op zelf- en samenredzaamheid P2-K1-W2 Werkt verbindend samen met naastbetrokkenen en andere zorgverleners P2-K1-W3 Biedt zorg in de thuissituatie De leermiddelen uit de serie Traject V&V zijn bestemd voor de opleiding Verzorgende IG (niveau 3) en de opleiding Mbo-Verpleegkundige (niveau 4). Door de thematische opbouw is Traject V&V geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.

verpleegkundige

Verpleeg-, verzorgingshuizen, thuiszorg 2 WERKBOEK

De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorieboeken. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van instrumenteel-technische en sociaal-agogische vaardigheden. Het complete aanbod van Traject V&V bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie of reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject V&V? Kijk dan op: www.thiememeulenhoff.nl/trajectvenv

Auteurs: E.C.A. van Diepen M.L. de Jager P.A.M. Mocking R.F.A. Schrijver H. van Sommeren M.M.J.F. Wijdeveld Onder redactie van: C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans

9 789006 910711

WB_VVT2_N4_210x297 map.indd All Pages

23/08/17 13:30


Verpleeg-, verzorgingshuizen, thuiszorg 2

E.C.A. van Diepen M.L. de Jager P.A.M. Mocking R.F.A. Schrijver H. van Sommeren M.M.J.F. Wijdeveld


Colofon Auteur E.C.A. van Diepen M.L. de Jager P.A.M. Mocking R.F.A. Schrijver H. van Sommeren M.M.J.F. Wijdeveld

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkeltzich zichvan vaneducatieve educatieveuitgeverij uitgeverijtottot een ThiemeMeulenhoff ontwikkelt een learning learning design company. We content, brengenleerontwerp content, leerontwerp en samen. design company. We brengen en technologie technologie samen. expertise, Met onze ervaring groeiende ervaring Met onze groeiende enexpertise, leeroplossingen zijnenwe een leeroplossingen zijn we eenvernieuwen partner voor bij het en partner voor scholen bij het enscholen verbeteren van vernieuwen onderwijs. Zo verbeteren van onderwijs. Zo doen kunnen wedesamen beter tussen recht doen aan de kunnen we samen beter recht aan verschillen lerenden verschillen lerenden en ervoor zorgen dat leren steeds en scholen tussen en ervoor zorgenen datscholen leren steeds persoonlijker, effectiever en persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. efficiënter wordt.

Redactie C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans

Samen vernieuwen. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl

Vormgeving en omslag Studio Fraaj, Rotterdam

ISBN 978 9006 ISBN 978 90 0691071 9107111 Eerste druk, eerste eerste oplage, oplage, 2017 2017 Eerste druk,

Fotografie omslag

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, Amersfoort,2017 2017 © ThiemeMeulenhoff,

Peter Bak, Rotterdam

Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort

Alle rechten voorbehouden. voorbehouden. Niets Nietsuit uitdeze dezeuitgave uitgavemag magworden worden Alle rechten verveelvoudigd, een geautomatiseerd geautomatiseerd gegevensbestand, gegevensbestand, of verveelvoudigd, opgeslagen opgeslagen in in een openbaar gemaakt, in in enige vorm ofofop of openbaar gemaakt, enige vorm openige enigewijze, wijze,hetzij hetzijelektronisch, elektronisch, mechanisch, opnamen, of ofenig enigandere anderemanier, manier,zonder zonder mechanisch, door door fotokopieën, fotokopieën, opnamen, voorafgaande toestemming van van de de uitgever. uitgever. voorafgaande schriftelijke schriftelijke toestemming

Fotografie © Aaron Amat; auremar; Piet den Blanken / Hollandse Hoogte; David Lade; Karin Ligthart Fotografie; Frank Muller / ZorginBeeld; Shutterstock

Voor zover het het maken makenvan vankopieën kopieënuit uitdeze dezeuitgave uitgaveisistoegestaan toegestaanopop Voor zover grond grond van 16B artikel 16B Auteurswet j° het van Besluit van 23 augustus van artikel Auteurswet 1912 j° 1912 het Besluit 23 augustus 1985, 1985, Stbl. 471 en en artikel artikel 17 17 Auteurswet Auteurswet 1912, 1912, dient dient men mende dedaarvoor daarvoorwettelijk wettelijk Stbl. 471 verschuldigde voldoen aan aan Stichting Stichting PublicatiePublicatie- en en verschuldigde vergoedingen vergoedingen te te voldoen Reproductierechten (PRO), Postbus Reproductierechten Organisatie Organisatie (PRO), Postbus 3060, 3060,2130 2130KB KBHoofddorp Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). het overnemen overnemen van van gedeelte(n) gedeelte(n) uit uitdeze deze uitgave (www.stichting-pro.nl). Voor Voor het in bloemlezingen, readers readers en andere compilatiewerken (artikel (artikel 16 uitgave in bloemlezingen, en andere compilatiewerken 16 Auteurswet) men zich zich tot totde deuitgever uitgevertetewenden. wenden.Voor Voor meer Auteurswet) dient dient men meer informatie informatie over het film envan het kopieën maken van kopieën in over het gebruik vangebruik muziek,van filmmuziek, en het maken in het onderwijs het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft heefternaar ernaar gestreefd gestreefdde deauteursrechten auteursrechtenteteregelen regelenvolgens volgensde De uitgever de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te te kunnen doen gelden, kunnen alsnog tot uitgever de uitgever wenden. kunnen doen gelden, kunnen zichzich alsnog tot de wenden. Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


Rondleiding door dit werkboek Het werkboek is verdeeld in thema’s. Een thema in het werkboek sluit precies aan bij een thema in de theorie. Thema 1 Lichamelijke verzorging

1

Themaopening Je leest waar het thema over gaat en welke hoofdstukken en onderwerpen aan de orde komen.

Lichamelijke verzorging is een belangrijk onderdeel van je werk als verzorgende. In dit thema gaat het om de verzorging van de huid, de haren, de slijmvliezen en het gebit. Daarbij is het belangrijk dat je het een en ander weet over de bouw en functies van deze lichaamsdelen. De lichamelijke of hygiënische verzorging is een belangrijk onderdeel van het takenpakket van de verzorgende. In eerste instantie wordt de hygiënische verzorging in de eerste levensjaren van een kind volledig door de mantelzorg gedaan. Naarmate een kind ouder wordt, neemt zijn zelfstandigheid toe, totdat er sprake is van volledige zelfzorg. Soms gaat het mis met de zelfzorg en de mantelzorg. Vaak moet je als verzorgende de hygiënische verzorging dan geheel of gedeeltelijk overnemen. Je hebt hierbij ook de taak om de familie van de zorgvrager in te schakelen. De wens van de zorgvrager komt hierbij altijd op de eerste plaats en daarna die van de familie. Daarnaast zijn er mensen die onvoldoende lichaamsbeweging krijgen om verschillende redenen. Door onvoldoende lichaamsbeweging kunnen allerlei complicaties ontstaan. Ook hier ligt een belangrijke taak voor jou als verzorgende om te weten hoe je bij bepaalde complicaties het beste kunt handelen. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit • huid • slijmvliezen • gebit Hoofdstuk 2: Hygiënische verzorging • doel van de hygiënische verzorging • hygiënische verzorging van de volwassene • de plaats voor hulp • hygiënische verzorging van de baby en het kind Hoofdstuk 3: Complicaties door onvoldoende lichaamsbeweging • decubitus • contracturen • osteoporose • trombose • longontsteking • obstipatie • smetten • blaasontsteking

Verwerking Verwerkingsopdrachten

1 Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit 1

1

In de theorie staat dat de huid verschillende functies heeft. Een droge, schrale huid gaat eerder stuk, waardoor de huid niet optimaal functioneert. Welke functie van de huid is hier aangetast? a beschermen tegen schadelijke invloeden van buitenaf b lichaamstemperatuur regelen c stoffen uitscheiden d vet opslaan in het onderhuids bindweefsel

2

De huid bestaat uit drie lagen. Hieronder staan zes kenmerken. Vul in de tweede kolom in bij welke huidlaag het kenmerk hoort. Kies uit: opperhuid, lederhuid en onderhuids bindweefsel.

1 10

Het vet in deze laag zorgt voor warmte-isolatie. Er zitten geen bloedvaten in deze laag.

In dit werkboek staan verschillende soorten opdrachten. Deze helpen je om je de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken.

In deze laag zitten zweetklieren. In deze laag zitten pigmentkorrels. Deze laag is dikker op de billen, bovenbenen en bovenarmen. Deze laag bestaat uit de hoornlaag en de kiemlaag.

3

Verwerking Verwerkingsopdrachten helpen je de theorie te leren en te begrijpen. Ze zijn geordend per hoofdstuk.

De huid vertelt veel over iemand. a Beschrijf wat je aan jouw huid kunt aflezen.

1 11

Toepassing Praktijksituaties hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen. Vaardigheden om de benodigde beroepsvaardigheden aan te leren. Themaopdrachten grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt dan ook aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken, plannen en problemen oplossen.

Toepassing Praktijksituaties Het gedrag van Jolanda maakt Chaimaa onzeker tijdens de lichamelijke verzorging Chaimaa Chaimaa is tweedejaarsstudent verzorgende IG. In het eerste leerjaar deed ze BPV in een zorgcentrum. Die BPV werd ruim voldoende beoordeeld. Chaimaa werkt nu een week bij de stichting Adamant. Mensen met een beperking hebben daar een zelfstandige woning in een normale woonwijk. Er is een dienstencentrum van waaruit hulp verleend wordt. Elke woning heeft een communicatielijn met dat centrum. Als een bewoner hulp nodig heeft, belt hij naar het dienstencentrum. In haar eerste week heeft Chaimaa kennisgemaakt met alle bewoners en geholpen bij de hygiënische verzorging. Overleg met Hanneke en Chaimaa Begeleidster Hanneke geeft uitleg over hoe de gegevens van zorgvragers vastgelegd worden in een elektronisch zorgdossier. Sommige bewoners vinden het fijn dat er een uitgebreid zorgplan van hen is. Anderen willen geen of nauwelijks informatie in het dossier. De bewoner bepaalt zelf hoe en wanneer hij verzorgd wordt. Hij is zelf actief in het vragen van hulp. ‘Als iemand besluit om een dag niet gewassen te worden, dan respecteren we dat’, vertelt Hanneke. Chaimaa leest het zorgdossier van Jolanda Dan gaat de telefoon. Hanneke neemt op: ‘Komt in orde, Jolanda. Is het goed dat Chaimaa komt? Ja, dat is dat nieuwe meisje dat vorige week begonnen is. Ik zal zeggen dat ze even moet nalezen hoe moeilijk jij bent, ha ha ha!’ Hanneke legt de telefoon neer en vraagt aan Chaimaa: ‘Durf jij het aan om Jolanda zelfstandig te wassen? Je moet wel eerst even in haar dossier kijken. Niet dat het al compleet is, hoor. Jolanda heeft zelf haar persoonsbeschrijving ingetypt, daar stond ze op. Wat er met de rest van het zorgplan moet gebeuren, daar wil ze nog over denken.’ Chaimaa loopt naar de computer en leest het zorgplan van Jolanda. Dan pakt Chaimaa haar jas en gaat.

1 19

THEMA 1 Lichamelijke verzorging

Evaluatie Studiehulp

1 Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit 1

Stelling 1 De huid is een van de zintuigorganen. 2 Vitamine C wordt in de huid gevormd onder invloed van zonlicht. 3 Bij een verminderde doorbloeding is de huid rood. 4 De huid is overal even dik. 5 Pigmentkorrels bevinden zich in de opperhuid. 6 De buitenste laag van de lederhuid is de hoornlaag. 7 De talgkliertjes bevinden zich in de lederhuid. 8 Het onderhuids bindweefsel bestaat grotendeels uit vet. 9 De lengtegroei van de nagels vindt plaats vanuit het nagelbed. 10 Een volledig gebit van een volwassene bestaat uit 28 tanden en kiezen. 11 Het tandbeen wordt in zijn geheel bedekt door tandglazuur.

Juist Onjuist

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?

1 Hygiënische verzorging 2

Stelling Juist Onjuist 1 De hygiënische verzorging heeft meestal alleen invloed op het lichamelijk ◯ ◯ functioneren. 2 Een zorgvrager was je met lekker warm water. ◯ ◯ 3 Smetten is een huidirritatie die kan ontstaan doordat de huidplooien niet ◯ ◯ goed droog gemaakt worden. 4 In fase 2 van smetten is de huid kapot. ◯ ◯ 5 In fase 3 van smetten breng je zinkoxide FNA op de huid aan. ◯ ◯ 6 Neten zijn eitjes van de hoofdluis. ◯ ◯ 7 Bij aanwezigheid van luizen en neten is het gebruik van een ◯ ◯ bestrijdingsmiddel altijd aan te raden. 8 Als iemand hoofdluizen heeft, is dat een teken van een slechte hygiëne. ◯ ◯ 9 Wanneer je iemand scheert met een elektrisch scheerapparaat met een ◯ ◯ scheerblad, moet je op-en-neergaande bewegingen maken. 10 Een fysiologische zoutoplossing kun je gebruiken om de ogen te reinigen. ◯ ◯ 11 Stomatitis is een ontsteking van het oogslijmvlies. ◯ ◯ 12 De teennagels worden in het algemeen recht afgeknipt. ◯ ◯ 13 De vulva was je van schaamheuvel richting anus. ◯ ◯ 14 Zeep is een goed reinigingsmiddel voor de vulva. ◯ ◯ 15 Wanneer je als verzorgende een vrouw moet wassen die menstrueert, kun je ◯ ◯ het best handschoenen dragen.

1 76

Evaluatie Studiehulp een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. Antwoorden zijn op te vragen bij je docent. Evaluatie evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden voor jouw toekomstige beroep: zet na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.


THEMA 5 Zorg voor de bedden

Vaardigheden Een vaardigheid heeft een vaste opbouw: Oefenen Toepassen Transfer Oriënteren

Vaardigheden Bed opmaken, zonder dat de zorgvrager in bed ligt Oriënteren

1

1 2

Bestudeer de theorie over het opmaken van het bed zonder zorgvrager. Bestudeer de beschrijving van deze vaardigheid. Voorbereiding 1 Vertel de zorgvrager wat er gaat gebeuren. 2 Leg of zet de volgende benodigdheden klaar: - niet-steriele handschoenen, een overschort en een wasmand. Voor een bed in de thuissituatie: - hoeslaken; - dekbedovertrek; - kussenslopen. Voor een hoog-laagbed: - boven- en onderlaken; - steeklaken; - deken; - kussenslopen. 3 Creëer voldoende werkruimte rondom het bed. 4 Zet het bed op werkhoogte. 5 Plaats een of twee stoelen aan het voeteneinde van het bed. 6 Verwijder hand- en polssieraden en was of desinfecteer je handen.

Observatielijsten

Observatielijsten Bij de meeste vaardigheden horen observatielijsten. Die vind je direct achter in dit werkboek. De observatielijsten zijn geordend per thema. Bovenaan staat bij welke vaardigheid de observatielijst hoort. Een observatielijst kun je gemakkelijk uit je werkboek halen. Zo kun je ze in de klas of in je BPV laten invullen.

Thema 1 Lichamelijke verzorging

277

Zorgvrager wassen op bed 277 Zorgvrager wassen op bed met wasdoekjes 281 Zorgvrager wassen aan de wastafel, onder de douche of in bad 285 Haren wassen op bed 289 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met een elektrisch scheerapparaat 291 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met scheermes en scheerzeep 293 Tandenpoetsen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 295 Gebitsprothese verzorgen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 297 Mondholte reinigen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 299 Therapeutische elastische kousen met een open teenstuk aantrekken 301 Therapeutische elastische kousen met een gesloten teenstuk aantrekken 303 Therapeutische elastische kousen uittrekken 305 Hygiënische verzorging van een baby 307

Thema 2 Hulp bieden bij de opname van voeding en vocht Hulp bieden aan een zorgvrager die zelf niet kan eten en drinken Flesvoeding geven 311

Thema 3 Hulp bieden bij de uitscheiding

Uitvoering 7 Trek bij kans op contact met uitscheidingsproducten en bloed handschoenen en/ of overschort aan. 8 Leg de kussens op de stoel(en). 9 Maak sprei en dekens los. 10 Let er tijdens het opmaken van het bed op dat je niet te veel met het beddengoed wappert in verband met hygiëne. 11 Zorg ervoor dat tijdens de werkzaamheden het vuile wasgoed zo min mogelijk in contact met het schone wasgoed komt in verband met hygiëne. 12 Vouw sprei en dekens afzonderlijk in drieën en leg ze over de stoel(en). Het beddengoed mag de vloer niet raken. 13 Doe het bovenlaken in drieën gevouwen in de wasmand. 14 Doe het steeklaken in de wasmand. 15 Leg een eventueel zeil ongevouwen over de stoel(en). 16 Doe het onderlaken in de wasmand. 17 Als je het molton niet verschoont, trek je het glad.

1 260

309

309

313

Hulp bij het gebruik van een po op bed 313 Hulp bij het gebruik van een urinaal op bed 317 Verwisselen van een incontinentiemat 319 Externe katheter of condoomkatheter verwisselen 321 Katheterzak verwisselen 325 Verzorgen van een blaaskatheter 327 Laxerende zetpil toedienen 329 Microklysma (microlax) of fosfaatklysma toedienen 331 Hulp bieden bij het manueel verwijderen van ontlasting 333 Hulp bieden bij het opgeven van sputum 335 Hulp bieden bij braken 337 Hulp bieden bij het inbrengen van een tampon bij menstruatie

339

Thema 4 Hygiënisch en ergonomisch verantwoord werken

341

Handen wassen met (vloeibare) zeep 341 Handen desinfecteren met handalcohol 343 Aan- en uittrekken van steriele handschoenen 345 Creëren van een schoon of steriel werkveld 347

1 275

Iconen helpen je op weg In de kantlijn staan icoontjes. Die geven aan wat je in de opdracht kunt verwachten.

1 1 1 1 1 1

geeft aan dat je een deel van de theorie (nog een keer) leest om de vraag te kunnen beantwoorden. bij deze opdracht werk je samen met anderen. bij deze opdracht heb je een computer met internet nodig om informatie op te zoeken. bij deze opdracht werk je aan je schrijfvaardigheden, bijvoorbeeld met het schrijven van een uitgebreid antwoord, verslag of rapport. bij deze opdracht laat je de uitkomsten zien in een mondelinge presentatie. geeft aan dat het gaat om een creatieve opdracht.

Werken met dit werkboek Vind je het prettig om eerst de theorie te lezen en dan te kijken of je het weet en begrepen hebt? Lees dan eerst de theorie en maak daarna de verwerkingsvragen. Ben je meer iemand die het liefst de theorie doorneemt aan de hand van vragen? Start dan met de verwerkingsvragen en leg je theorieboek ernaast. Werk je het liefst vanuit de praktijk? Begin dan met een praktijksituatie of een themaopdracht en kijk of je de vragen kunt beantwoorden met de informatie uit de theorie.


Inhoudsopgave Thema 1 Omgaan met complex gedrag en psychopathologie

10

Verwerking 11 Verwerkingsopdrachten 11 Hoofdstuk 1 Angststoornissen bij ouderen 11 Hoofdstuk 2 Oudere zorgvragers met agressie en ontremd gedrag 13 Hoofdstuk 3 Schizofrenie en verwante psychotische stoornissen bij ouderen Hoofdstuk 4 Bijzondere zorgcategorieën 20 Toepassing 26 Praktijksituaties 26 Mijntje wil niets meer! 26 Mevrouw Belle is niet alleen 29 Mevrouw Hermes wil chips en bier 31 Vaardigheden 34 Constructief handelen in situaties van dreigende agressie Professioneel reageren op ontremd gedrag 36 Themaopdrachten 38

34

Evaluatie 40 Studiehulp 40 Hoofdstuk 1 Angststoornissen bij ouderen 40 Hoofdstuk 2 Oudere zorgvragers met agressie en ontremd gedrag 40 Hoofdstuk 3 Schizofrenie en verwante psychotische stoornissen bij ouderen Hoofdstuk 4 Bijzondere zorgcategorieën 41 Evaluatie en reflectie 43

Thema 2 Zorgvragers met aandoeningen aan het spijsverteringskanaal Verwerking 46 Verwerkingsopdrachten 46 Hoofdstuk 5 Stofwisseling en diagnostische onderzoeken 46 Hoofdstuk 6 Aandoeningen aan de spijsverteringsorganen 48 Hoofdstuk 7 Verpleging van zorgvragers met aandoeningen aan het spijsverteringskanaal 56 Toepassing 62 Praktijksituaties 62 Peter heeft veel problemen met zijn ingewanden 62 Meneer Van Rooijen heeft een maagzweer 67 De spijsvertering van mevrouw Swiep is flink in de war 70

1 6

17

41

45


Vaardigheden 74 Toedienen van sondevoeding met een pomp 74 Toedienen van sondevoeding met een spuit 74 Toedienen van sondevoeding met een toedieningssysteem 74 Verzorgen van een darmstoma: verwisselen van een eendelig opvangsysteem 74 Verzorgen van een darmstoma: verwisselen van een tweedelig opvangsysteem, inclusief basisplak of huidplaat 74 Verzorgen van een darmstoma: verwisselen van het zakje van het tweedelig opvangsysteem, exclusief plak 74 Themaopdrachten 75 Evaluatie 76 Studiehulp 76 Hoofdstuk 5 Stofwisseling en diagnostische onderzoeken 76 Hoofdstuk 6 Aandoeningen aan de spijsverteringsorganen 76 Hoofdstuk 7 Verpleging van zorgvragers met aandoeningen aan het spijsverteringskanaal 77 Evaluatie en reflectie 79

Thema 3 Zorgvragers met hart- en vaataandoeningen

81

Verwerking 82 Verwerkingsopdrachten 82 Hoofdstuk 8 Zorgvragers met aandoeningen aan het hart en de bloedvaten Hoofdstuk 9 Zorgvragers met aandoeningen aan het hart 86 Hoofdstuk 10 Zorgvragers met aandoeningen aan de bloedvaten 91

82

Toepassing 97 Praktijksituaties 97 Het leven van Nadine verandert totaal als het noodlot toeslaat 97 Meneer Witkamp weet dat verdere behandeling zijn leven onnodig verlengt 101 Mevrouw Van Dijck wil koste wat het kost in haar eigen huis blijven wonen 105 Vaardigheden 108 Voeren van een gesprek met een vragenlijst om bewustwording te bereiken bij een zorgvrager met hartfalen 108 Inhoudelijke richtlijnen met betrekking tot het gebruik van de Automatische Externe Defibrillator (AED) 113 Toepassen van reanimatie bij een zorgvrager vanaf 8 jaar 113 Themaopdrachten 114 Evaluatie 116 Studiehulp 116 Hoofdstuk 8 Zorgvragers met aandoeningen aan het hart en de bloedvaten Hoofdstuk 9 Zorgvragers met aandoeningen aan het hart 116 Hoofdstuk 10 Zorgvragers met aandoeningen aan de bloedvaten 117 Evaluatie en reflectie 118

1 7

116


Thema 4 Zorgvragers met aandoeningen aan het bloed, beenmerg en lymfesysteem 120 Verwerking 121 Verwerkingsopdrachten 121 Hoofdstuk 11 Zorgvragers met aandoeningen aan het bloed Hoofdstuk 12 Aandoeningen van het lymfestelsel 125

121

Toepassing 129 Praktijksituaties 129 Mevrouw De Boer heeft multipel myeloom 129 Mevrouw Jonkers heeft acute leukemie 132 Vaardigheden 135 Assisteren bij het intraveneus toedienen van medicijnen 135 Themaopdrachten 136 Evaluatie 137 Studiehulp 137 Hoofdstuk 11 Zorgvragers met aandoeningen aan het bloed Hoofdstuk 12 Aandoeningen van het lymfestelsel 138 Evaluatie en reflectie 139

137

Thema 5 Klinisch redeneren, coördinatie, kwaliteitszorg en voorlichting Verwerking 142 Verwerkingsopdrachten 142 Hoofdstuk 13 Klinisch redeneren 142 Hoofdstuk 14 Coördineren en afstemmen 146 Hoofdstuk 15 Kwaliteitszorg 151 Hoofdstuk 16 Voorlichting, advies en instructie 155 Toepassing 158 Praktijksituaties 158 De zorg voor meneer Steenberg moet worden verbeterd Petra geeft voorlichting 161 Mevrouw Zevenaar heeft last van haar nieren 164 Themaopdrachten 168 Evaluatie 170 Studiehulp 170 Hoofdstuk 13 Klinisch redeneren 170 Hoofdstuk 14 Coördineren en afstemmen 170 Hoofdstuk 15 Kwaliteitszorg 171 Hoofdstuk 16 Voorlichting, advies en instructie 171 Evaluatie en reflectie 173

1 8

158

141


Thema 6 VVT in de samenleving

175

Verwerking 176 Verwerkingsopdrachten 176 Hoofdstuk 17 Maatschappelijke ontwikkelingen Hoofdstuk 18 Ethische vraagstukken 180 Hoofdstuk 19 Wetgeving en financiering 183 Toepassing 187 Praktijksituaties 187 Gita schakelt om 187 Is meneer Verseput zelfredzaam? 190 Vaardigheden 193 Signaleren en melden van ouderenmishandeling Ondersteunen bij klachten 198 Themaopdrachten 200 Evaluatie 202 Studiehulp 202 Hoofdstuk 17 Maatschappelijke ontwikkelingen Hoofdstuk 18 Ethische vraagstukken 202 Hoofdstuk 19 Wetgeving en financiering 203 Evaluatie en reflectie 205

1 9

176

193

202


Thema 1 Omgaan met complex gedrag en psychopathologie

1

Ouderen zijn kwetsbaar voor het ontstaan van psychische ontregeling. Lichamelijke ontregeling kan leiden tot een delier, een toestand die voor zorgvrager en zijn naasten een bedreigende en angstige ervaring kan zijn. Het tijdig herkennen van een delier is belangrijk omdat de behandeling dan snel kan worden gestart en eventuele schade aan de hersenen kan worden beperkt. We bespreken wat een delier is, hoe je een delier herkent en hoe het wordt behandeld. Daarna gaan we in op de uitgangspunten bij de omgang met zorgvragers met een delier. Depressie is een ernstige psychische stoornis die het welzijn op latere leeftijd sterk vermindert. Door een depressie vroegtijdig te herkennen en te behandelen verbeter je het welzijn van de zorgvrager. Niet alle symptomen zijn duidelijk herkenbaar en er is een overlap met andere psychopathologie als delier of dementie. Daarmee is een depressie niet altijd duidelijk af te bakenen. Dit geldt ook voor de psychotische ontregeling zoals schizofrenie. Kennis van deze beelden helpt je om het onderscheid te maken en de juiste zorg en behandeling te geven. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Angststoornissen bij ouderen • angststoornissen Hoofdstuk 2: Oudere zorgvragers met agressie en ontremd gedrag • agressie • ontremd gedrag Hoofdstuk 3: Schizofrenie en verwante psychotische stoornissen bij ouderen • schizofrenie • aan schizofrenie verwante psychotische stoornissen • waanstoornissen Hoofdstuk 4: Bijzondere zorgcategorieën • Lewy-Body dementie • Frontotemporale Dementie • middelenmisbruik en -verslaving • de ziekte van Huntington • zeldzame ziektebeelden

1 10


Verwerking Verwerkingsopdrachten

1 Angststoornissen bij ouderen 1

1

Bij oudere zorgvragers komen regelmatig angststoornissen voor. a Wat is een angststoornis? a Angst heeft een echte oorzaak; een angststoornis heeft geen oorzaak en leidt tot een passieve houding. b Angst is een gevoel bij dreigend gevaar; een angststoornis heeft geen echte reden en leidt tot sociale problemen voor de zorgvrager. c Een angststoornis is een irreëel gevoel dat leidt tot sociale problemen voor de zorgvrager. b In de tabel staat een aantal omschrijvingen van angststoornissen en een aantal benamingen van angststoornissen. Welke stoornis hoort bij welke omschrijving?

Omschrijving

Stoornis

1

Angst voor één bepaald ding, dier of situatie.

2

Vast blijven zitten in piekeren en tobben. b

Obsessief-compulsieve stoornis

3

Angst om op een plaats of in een situatie te zijn waaruit ontsnappen moeilijk of gênant is.

c

Specifieke fobie

4

Herbeleving van traumatische gebeurtenissen in de vorm van akelige herinneringen of nachtmerries.

d

Paniekstoornis

5

Onderdrukken van steeds terugkerende gedachten met een andere gedachte of handeling.

e

Gegeneraliseerde angststoornis

6

Niet met anderen in contact durven komen uit angst voor negatieve beoordeling.

f

Posttraumatische stressstoornis

7

Onverwachte angstaanval, gepaard gaand met lichamelijke klachten zoals hartkloppingen, trillen etc.

g

Sociale fobie

1 11

a

Straat- of pleinvrees


THEMA 1 Omgaan met complex gedrag en psychopathologie

2

Als verpleegkundige moet je het gedrag van angstige zorgvragers kunnen herkennen. a Vul de juiste woorden in. Kies uit: incontinentie – prikkels – rust – spierspanning – steunpunten – vergeetachtigheid •

Een zorgvrager met een gegeneraliseerde angststoornis heeft vaak ook klachten door overmatige

•

.

Bij een zorgvrager met een paniekstoornis kun je het beste voor zorgen en een omgeving zonder

•

.

Oudere zorgvragers met een sociale fobie hebben vaak last van schaamte over

, knoeien met eten en .

•

Een oudere zorgvrager met ruimtefobie is bang in een ruimte zonder zoals een muur, uit angst dat hij valt.

b

3

Hoe kun je als zorgverlener een oudere zorgvrager met straat- of pleinvrees helpen? Noem twee punten.

De behandeling van angststoornissen kan bestaan uit het geven van medicijnen, cursussen en therapie. a Vul de juiste woorden in. •

Medicijnen die de symptomen onderdrukken die bij angst optreden, noemen we

medicijnen.

•

Een andere naam voor deze medicijnen is

•

Voorbeelden van deze medicijnen zijn

. en

Lorazepam®. •

Twee nadelen van deze medicijnen zijn dat ze

en

spierverslappend zijn. •

Andere medicijnen voor angststoornissen met minder bijwerkingen zijn .

1 12


Verwerkingsopdrachten

b

4

2 Oudere zorgvragers met agressie en ontremd gedrag

Welke stellingen zijn juist? a Als duidelijk is waar de angst van de zorgvrager vandaan komt, kan hij gaan werken aan het herstel van de emoties. b Bij het verplegen van ouderen met angststoornissen is het belangrijk dat je duidelijk maakt dat de angst niet nodig is. c Het voordeel van cursussen om met angst om te gaan is het positieve effect op de acceptatie van het probleem. d Psychotherapie is gericht op het zich anders leren gedragen bij een angststoornis.

Bij het verplegen van ouderen met een angststoornis is een aantal aandachtspunten belangrijk. a Welke handelingen zijn juist bij de verpleging van ouderen met angststoornissen? a Help de zorgvrager met het accepteren van het verlies van mogelijkheden. b Laat merken dat hulpmiddelen zoals een rollator of het dragen van incontinentiemateriaal geen reden voor schaamte zijn. c Toon respect voor de zorgvrager door de angst serieus te bespreken in termen zoals angst, stress, psychotherapie en antidepressiva. d Vertel de zorgvrager hoe hij de situatie beter kan maken zodat hij niet meer angstig hoeft te zijn. b Welke handelingen zijn belangrijk als er sprake is van acute angst bij een zorgvrager? Noem vier dingen die je als verpleegkundige kunt doen in zo’n situatie.

zorgvragers met agressie en ontremd 1 Oudere gedrag 2

1

Bij oudere zorgvragers kom je regelmatig agressief gedrag tegen, met verschillende oorzaken. a Wat is agressie? a Gedrag waarbij de zorgvrager zichzelf niet meer onder controle heeft. b Gedrag waardoor anderen lichamelijk letsel wordt aangedaan. c Gedrag waardoor anderen zich onveilig of bedreigd voelen. d Ongewenst gedrag dat veroorzaakt wordt door onbewuste angstgevoelens. b Vul de juiste woorden in. •

Agressie kan ontstaan als een zorgvrager zich

•

Agressie kan ook ontstaan als de zorgvrager te veel

•

Agressie kan zowel fysiek als

•

Veel agressie heeft als doel zichzelf te

voelt. krijgt.

zijn.

1 13

.


THEMA 1 Omgaan met complex gedrag en psychopathologie

2

Agressief gedrag kan op verschillende manieren worden ingedeeld. a Kies de juiste woorden. • Als je woorden naar je hoofd krijgt of een andere zorgvrager wordt lastig gevallen, is er sprake van naar binnen / buiten gerichte agressie. • Als de agressie de vorm heeft van pesten, is er sprake van openlijke / bedekte agressie. • Agressief gedrag in de vorm van fysiek geweld, gebaren en gezichtsuitdrukkingen is een voorbeeld van non-verbale / verbale agressie. • Als een zorgvrager zichzelf wil straffen door zich pijn te doen of nare dingen over zichzelf te denken, is de agressie naar binnen / buiten gekeerd. b In de tabel zie je een aantal stellingen over agressie bij oudere zorgvragers. Geef bij elke stelling aan of deze juist of onjuist is.

Stelling

Juist

Bij vijandige agressie is de zorgvrager erop uit om iemand te kwetsen. Defensieve agressie wordt gebruikt om een bepaald doel te gebruiken. Een diepgewortelde wrok tegen zorgverleners door bijvoorbeeld onvrijwillige opname in een zorgcentrum kan tot uiting komen in instrumentele agressie. Defensieve agressie komt voor als een zorgvrager zich bedreigd voelt of angstig is. Bij instrumentele agressie wordt de agressie gebruikt om een bepaald doel te bereiken (bijvoorbeeld niet gewassen willen worden).

c

3

Noem drie gevolgen die agressief gedrag van zorgvragers kan hebben.

Agressie wordt in veel gevallen behandeld met medicatie of door middel van beperking van de bewegingsvrijheid. a Vul de juiste woorden in. •

Als medicatie bij agressie worden vaak voorgeschreven, hoewel deze eigenlijk niet voor complex gedrag zijn bedoeld.

•

Een voorbeeld van een antipsychoticum is

1 14

.

Onjuist


Verwerkingsopdrachten

2 Oudere zorgvragers met agressie en ontremd gedrag

•

Antipsychotica worden vaak voorgeschreven op verzoek van omdat ze de agressieve zorgvragers anders niet rustig kunnen krijgen.

•

van agressieve zorgvragers is een uiterst redmiddel dat eigenlijk onwenselijk is.

•

Tegenwoordig worden steeds meer zorgcentra ‘fixatievrij’, wat inhoudt dat er andere

worden toegepast en er bijvoorbeeld geen

fixatiebanden en bedhekken worden gebruikt. b

4

Welke positieve effecten hebben fixatievrije interventies binnen een zorginstelling? a geen toename van valincidenten b lagere kosten c meer gebruik van medicatie d minder gebruik van andere vrijheidsbeperkende middelen

Bij de zorg voor zorgvragers met agressie zijn interventies mogelijk op drie momenten: voorafgaand aan, tijdens en na een incident. a In de tabel staat een aantal interventies. Geef aan bij welk interventiemoment de interventies horen. Kies uit: voorafgaand aan incident – tijdens incident – na incident Interventie

Moment

Reflecteer op je eigen handelen. Probeer de aandacht van de agressieve zorgvrager af te leiden van het onderwerp van agressie. Neem een agressieve zorgvrager die op uitbarsten staat mee uit de groep. Neem een goede positie in qua houding en positie in de ruimte. Laat de agressieve zorgvrager op een veilige plek tot rust komen. Let bij zorgvragers op verschijnselen als stijgende angst en toenemende onzekerheid. Vestig de aandacht op jezelf en niet op de situatie.

1 15


THEMA 1 Omgaan met complex gedrag en psychopathologie

b

5

Wat is met het oog op preventie een voordeel als je langer op een afdeling met zorgvragers werkt die vaker agressief gedrag vertonen? a Je hebt meer steun aan het team van collega’s. b Je kent de zorgvragers beter dus je kunt (veranderingen in) hun gedrag goed inschatten. c Je kunt strenger optreden.

Oudere zorgvragers verliezen soms, door ziekte of een stoornis zoals dementie, de controle over hun gedrag. Ze vertonen dan ontremd gedrag. a Wat is ontremd gedrag? a Gedrag dat niet meer geremd wordt door regels van fatsoen, normen en waarden. b Gedrag waarbij de zorgvrager vaak agressief wordt. c Gedrag waardoor anderen lichamelijk letsel wordt aangedaan. b Vul de juiste woorden in. •

Bij ouderen uit ontremd gedrag zich vaak bij

en bij

seksuele gevoelens. •

Dementerende ouderen kunnen soms niet meer zelf bepalen.

•

Ontremming bij eten is meestal goed te begeleiden door te bepalen en voor beweging te zorgen.

•

Ontremd gedrag bij seksuele gevoelens is problematischer omdat het ook en het team van

invloed heeft op de andere zorgverleners. c

6

Wat is het verschil tussen ontremd gedrag en decorumverlies?

Voor de begeleiding van zorgvragers met ontremd gedrag geldt een aantal aandachtspunten. a Welke stellingen zijn juist? a Accepteer het ontremde gedrag, want de zorgvrager vertoont dit gedrag niet met opzet. b Ga niet in op vragen en problemen rond seksualiteit van de zorgvrager, want dat kan hij als aanmoediging zien. c Geef duidelijk grenzen aan bij ontremd gedrag. d Laat het beeld dat je hebt van de zorgvrager niet bepalen door alleen het ontremde gedrag. e Reageer elke keer consequent op ontremd gedrag van een zorgvrager. b Wat is belangrijk bij je beeldvorming van een zorgvrager met ontremd gedrag?

1 16


Verwerkingsopdrachten

3 Schizofrenie en verwante psychotische stoornissen bij ouderen

en verwante psychotische 1 Schizofrenie stoornissen bij ouderen 3

1

Het aantal oudere zorgvragers met schizofrenie zal de komende jaren toenemen. a Wat is schizofrenie? a Een psychotische stoornis waardoor de zorgvrager stemmen hoort die zijn gedrag beïnvloeden. b Een stemmingsstoornis waardoor psychisch en sociaal functioneren worden bemoeilijkt. c Een ziekte die wordt veroorzaakt door een stapeling van pathologische eiwitten in de hersenen. d Een ziekte van de hersenen waardoor denken, gevoelsleven en gedrag ernstig verstoord raken. b Vul de juiste woorden in. Kies uit: emoties – handelingen – informatie – psychosen – wanen •

Bij schizofrenie treden meerdere

op gedurende het leven

van de zorgvrager. •

Zorgvragers met schizofrenie hebben moeite met het uitvoeren van en het verwerken van

•

.

Zorgvragers met schizofrenie hebben ook moeite met het herkennen van .

•

Schizofrenie wordt onder meer gekenmerkt door continu aanwezige .

2

Schizofrenie bij oudere zorgvragers heeft een aantal kenmerken. a Kies de juiste woorden. • Als zorgvragers met schizofrenie ouder worden neemt het aantal psychosen toe / af. • Het probleem van informatieverwerking neemt bij oudere zorgvragers met schizofrenie toe / af. • Bij oudere zorgvragers met schizofrenie neemt de heftigheid van de psychosen toe / af. • Bij zorgvragers met schizofrenie worden somatische problemen vaak eerder / later opgemerkt.

1 17


THEMA 1 Omgaan met complex gedrag en psychopathologie

b

In de tabel zie je een aantal stellingen over het omgaan met oudere zorgvragers met schizofrenie. Geef bij elke stelling aan of deze juist of onjuist is.

Stelling

Juist

Onjuist

Bij de verpleging van oudere zorgvragers met schizofrenie uit je niet meteen je emoties maar blijf je zo neutraal mogelijk. Bij oudere zorgvragers met schizofrenie is het goed om zo veel mogelijk ontspanning en activiteiten aan te bieden. Als zorgverlener kun je het beste met de zorgvrager afspreken onder welke voorwaarden hij aan activiteiten wil deelnemen. Bij zorgvragers met schizofrenie moet je de medicatie altijd onder toezicht laten innemen, omdat zij dat niet zelf kunnen. Als verpleegkundige moet je weten wat de voortekenen zijn van een naderende psychose bij een zorgvrager en wat de extra medicatie dan is.

c

3

Waarom is het belangrijk om te checken of een zorgvrager met schizofrenie zijn medicijnen wel goed inneemt?

Voor de verpleging van oudere zorgvragers met schizofrenie geldt een aantal aandachtspunten. a Welk onderdeel van de verpleging van ouderen met schizofrenie geeft meestal problemen? Geef ook aan waarom.

b

Welke stellingen zijn juist? a Neem bezwaren van de zorgvrager serieus en zoek samen met hem naar oplossingen. b Stel duidelijke doelen voor de zorgvrager op. want dat kan hij zelf niet meer. c Stimuleer een actieve en enthousiaste omgang tussen de zorgvrager en de medebewoners om te voorkomen dat hij eenzaam in zijn kamer blijft zitten. d Zorg voor ĂŠĂŠn aanspreekpunt voor de zorgvrager bij wie hij met zijn vragen terecht kan. e Zorg voor een relatie met weinig emoties maar wel met betrokkenheid.

1 18


Verwerkingsopdrachten

3 Schizofrenie en verwante psychotische stoornissen bij ouderen

4

Er zijn binnen het schizofreniespectrum nog andere psychotische stoornissen. a Kies de juiste woorden. • Als een eerste psychotische episode voor het zestigste levensjaar optreedt, spreken we van Late / Early Onset Schizophrenia. • Bij zorgvragers met laat ontstane schizofrenie zijn er meer / minder denkstoornissen en gevoelsafvlakking, maar meer / minder sociaal isolement en hallucinaties. • Bij oudere zorgvragers met laat ontstane schizofrenie komen gehoorhallucinaties meer / minder voor dan visuele hallucinaties. • Een waan zoals partitiewaan gaat niet / wel samen met hallucinaties. b Welke stellingen zijn juist? a Bij oudere zorgvragers met LOS houd je afstand, maar toon je wel betrokkenheid. b Bij oudere zorgvragers met LOS is het goed om de zorg door meerdere zorgverleners te laten uitvoeren. c Oudere zorgvragers met LOS kun je het beste geruststellen door uit te leggen dat er niet echt een bedreiging is. d Voor een oudere zorgvrager met LOS is structuur aanbrengen en vermijden van overmatige prikkeling het beste. c Wat is het verschil tussen een psychose en een delier?

5

Bij meerdere psychiatrische ziektebeelden komen wanen voor. a Vul de juiste woorden in. Kies uit: fantasie – hallucinaties – paranoia – waanstoornis •

Een waan is een

die niet overeenkomt met de

werkelijkheid. •

als een waan of wanen

We spreken van een

minstens één tot drie maanden aanwezig is/zijn. •

Bij een waanstoornis heeft de zorgvrager meestal geen en zijn de persoonlijkheid en het gevoelsleven niet veranderd.

•

is een verzamelbegrip voor denkstoornissen met waanachtige belevingen of wanen.

1 19


THEMA 1 Omgaan met complex gedrag en psychopathologie

b

Welke stellingen zijn juist? a Antipsychotica zijn effectief bij het behandelen van waanstoornissen. b Bij een zorgvrager met een waanstoornis mag je als zorgverlener aangeven dat jij de werkelijkheid anders ziet dan de zorgvrager. c De waaninhoud hoeft niet bizar te zijn, maar kan logisch opgebouwd en invoelbaar zijn. d Door mee te gaan met de zorgvrager in zijn irreële denken kun je vertrouwen opbouwen, zodat hij zich veilig voelt.

1 Bijzondere zorgcategorieën 4

1

Een van de vormen van dementie die bij oudere zorgvragers voorkomen is LewyBody dementie (LBD). a Vul de juiste woorden in. Kies uit: bewegingen – eiwitverdikkingen – impulsen – neurotransmitters •

Lewy-Body dementie wordt veroorzaakt door abnormale die verspreid voorkomen in de hersenschors.

•

Door de Lewy-Bodies wordt de werking van bepaalde (onder andere dopamine) verstoord.

•

Hierdoor worden de juiste

niet meer goed overgebracht

naar het lichaam. •

Een zorgvrager met Lewy-Body dementie kan zijn niet meer goed controleren.

2

b

De symptomen van Lewy-Body dementie lijken op de symptomen van een andere ziekte. Welke ziekte is dat?

c

Welke stellingen zijn juist? a Bijkomende verschijnselen van Lewy-Body demente zijn onder andere ontremming, depressiviteit en wanen. b De meeste zorgvragers met Lewy-Body dementie overlijden vier tot zes jaar na de diagnose. c Lewy-Body dementie wordt gekenmerkt door wisselende verwardheid, bewegingsproblemen en hallucinaties. d Parkinsonmedicatie werkt ook bij Lewy-Body dementie goed.

Bij het verplegen van ouderen met Lewy-Body dementie is een aantal aandachtspunten belangrijk. a Vul de juiste woorden in. •

Omdat deze zorgvragers een grote kans op je zorgen voor een veilige omgeving.

1 20

hebben, moet


Verwerkingsopdrachten

4 Bijzondere zorgcategorieën

•

Als deze zorgvragers visuele

hebben (vooral

’s nachts), zorg je ervoor dat ze niet in dezelfde ruimte zijn als de medebewoners. •

Omdat deze zorgvragers problemen met hun fijne motoriek en hebben, moet je hen helpen bij het eten en bij de ADL.

•

Naast de zorg voor deze zorgvragers zelf is ook aandacht voor hun heel belangrijk.

b

3

Waarom is hulp bij het verwerkingsproces van de ziekte zo belangrijk bij zorgvragers met Lewy-Body dementie?

Na de ziekte van Alzheimer is Frontotemporale Dementie de meest voorkomende vorm van dementie bij mensen onder de 65 jaar. a In de tabel staat een aantal stellingen over Frontotemporale Dementie (FTD). Geef bij elke stelling aan of deze juist of onjuist is.

Stelling

Juist

Onjuist

FTD is altijd een erfelijke aandoening, veroorzaakt door een chromosoomafwijking. In het begin van de ziekte wordt FTD gekenmerkt door persoonlijkheidsverandering, gedragsverandering en geheugenverlies. In het gedrag valt vooral ontremming op in gedrag, eten en seksuele gevoelens. Vooral bij ingrijpende gebeurtenissen valt de emotionele overgevoeligheid op. Een zorgvrager met FTD kan impulsief gedrag gaan vertonen zoals impulsieve aankopen doen, waardoor financiële problemen ontstaan. Als bij een zorgvrager met FTD ook de temporaalkwab is aangedaan, krijgt hij problemen met taal en spreken.

b

Waarom wordt FTD in het begin van de ziekte vaak niet herkend? a Omdat de zorgvrager de verschijnselen goed weet te verdoezelen (door bijvoorbeeld te confabuleren). b Omdat de zorgvrager eerst alleen problemen heeft met taal en spreken. c Omdat de zorgvrager nog relatief jong is en niet direct geheugenproblemen heeft.

1 21


THEMA 1 Omgaan met complex gedrag en psychopathologie

c

4

Wat is opvallend bij zorgvragers met FTD?

De laatste jaren is het gebruik van middelen zoals alcohol bij ouderen enorm gestegen. a Welke stellingen zijn juist? a Als het alcoholgebruik tot sociale en maatschappelijke problemen leidt spreken we van alcoholafhankelijkheid. b Bij alcoholafhankelijkheid treden onttrekkingsverschijnselen op als er geen alcohol wordt gebruikt. c Bij overmatig alcoholgebruik gaan de enzymsystemen in het lichaam harder werken. d We spreken van alcoholafhankelijkheid als gedurende een bepaalde periode grotere hoeveelheden alcohol worden gebruikt. b Vul de juiste woorden in. •

Ouderen zijn gevoeliger voor de effecten van alcohol omdat de alcohol minder goed wordt

•

in de lever.

Bij ouderen is de alcoholspiegel in het bloed hoger bij eenzelfde alcoholconsumptie omdat ze een lagere hoeveelheid totaal hebben.

•

Langdurig alcoholgebruik leidt tot onherstelbare schade aan de .

•

De kans op dementie is bij ‘zware drinkers’ boven de 65 jaar maal groter dan bij ‘sociale drinkers’.

5

Overmatig alcoholgebruik kan leiden tot levensbedreigende aandoeningen. a Wat is Wernicke-encefalopathie? a Een acute levensbedreigende aandoening die zich uit in verwardheid en loopstoornissen. b Een andere naam voor alcoholdementie. c Een ongeneeslijke ziekte die veroorzaakt wordt door chronische schade aan de hersenen. b Wat is de oorzaak van Wernicke-encefalopathie?

c

Vul de juiste woorden in. •

Meer dan de helft van de zorgvragers met Wernicke-encefalopathie krijgt het .

•

De oorzaak van deze aandoening is schade aan de hersenen door overmatig alcoholgebruik in combinatie met

1 22

.


Verwerkingsopdrachten

4 Bijzondere zorgcategorieën

•

Het syndroom van Korsakov wordt gekenmerkt door problemen met en het uitvoeren van dagelijkse taken.

•

Het opvullen van ‘gaten’ in het geheugen door iets te verzinnen noemen we .

6

Bij het syndroom van Korsakov leidt de aantasting van de hersenen tot bepaalde symptomen. a In de tabel zie je aan aantal gedragingen van zorgvragers met het syndroom van Korsakov en een aantal symptomen. Combineer de gedragingen met de symptomen.

Gedraging

Symptoom

1

De zorgvrager wast zich niet en doet geen schone kleren aan.

a

Faalangst

2

De zorgvrager weet niet welke dag het is of wie er gisteren op bezoek is geweest.

b

Desoriëntatie in plaats en tijd

3

De zorgvrager weet niet meer of hij zich aan het aankleden is omdat het ochtend is, of uitkleden omdat het avond is.

c

Decorumverlies

4

De zorgvrager vermijdt bepaalde situaties om te voorkomen dat hij niet in staat is om het juiste antwoord te geven of de taak goed uit te voeren.

d

Geheugenverlies

b

Waarom kunnen zorgvragers met het syndroom van Korsakov sociaal geïsoleerd raken?

c

Welke aandachtspunten gelden er voor de verzorging van een zorgvrager met het syndroom van Korsakov? a Concreet aangeven wat je verwacht van de zorgvrager. b De zorgvrager niet te veel stimuleren omdat dat kan leiden tot faalangst. c Korte zinnen gebruiken en consequent zijn in je benadering. d Samen een agenda opstellen en het dagprogramma doornemen. e Zo veel mogelijk rust inbouwen in het dagprogramma.

1 23


THEMA 1 Omgaan met complex gedrag en psychopathologie

7

De ziekte van Huntington tast bepaalde delen van de hersenen aan. a Vul de juiste woorden in. •

De ziekte van Huntington is

en wordt veroorzaakt door

een afwijkend gen op het vierde chromosoom. •

, dus elk kind

De ziekte van Huntington is chromosomaal

van een ouder met deze ziekte heeft 50% kans dat hij de ziekte ook krijgt. •

gedrag en de bewegingen

De ziekte gaat gepaard met .

zijn •

Zorgvragers met de ziekte van Huntington worden snel door hun grote bewegingsdrang.

b

c

8

Met welke lichamelijke symptomen gaat de ziekte van Huntington gepaard? a bewegingsonrust in gezicht en ledematen b incontinentie c moeite met slikken d rusteloosheid en zenuwachtig gedrag e stijfheid f vermoeidheid g vertraagde en onduidelijke spraak Waarom is de ziekte van Huntington voor de familie dubbel belastend?

Een zeldzame ziekte waarbij de hersencellen worden aangetast is de ziekte van Creutzfeldt-Jacob. a Vul de juiste woorden in. •

De ziekte van Creutzfeldt-Jacob heeft een op

lijkend

ziektepatroon maar verloopt veel sneller. •

De oorzaak is een besmetting met eiwitachtige deeltjes die de verstoren.

•

In korte tijd ontstaan er fysieke problemen met de besturing van en met

•

In een later stadium ontstaan spierschokken,

. en

onvermogen om te praten. b

Wat zijn de drie belangrijkste aandachtspunten bij de verzorging van zorgvragers met de ziekte van Creutzfeldt-Jacob?

1 24


Verwerkingsopdrachten

9

4 Bijzondere zorgcategorieën

Semantische dementie is een vorm van dementie waarbij de zorgvrager moeite krijgt met spraak en taalbegrip. a Vul de juiste woorden in. Kies uit: betekenis – geheugen – taalgebied – tactiek •

Bij semantische dementie is het

in de hersenen

aangetast. •

Omdat het

is gebaseerd op taal, raakt ook deze functie

aangetast bij semantische dementie. •

Zorgvragers met semantische dementie kunnen wel praten, maar geen geven aan wat zij ervaren.

•

Zorgvragers met semantische dementie ontwikkelen vaak een om te verbergen dat ze woorden niet meer herkennen.

b

Hoe kun je als verpleegkundige een zorgvrager met semantische dementie helpen bij het communiceren? a Door beeldmateriaal te gebruiken. b Door je taalgebruik aan te passen aan de zorgvrager. c Door korte, concrete zinnen te gebruiken.

1 25


WERKBOEK NIVEAU 4

Verpleeg,verzorgingshuizen, thuiszorg 2

Deze uitgave Verpleeg-, verzorgingshuizen, thuiszorg 2 maakt deel uit van de serie Traject V&V. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Mbo-Verpleegkundige. P2-K1-W1 Biedt ondersteuning gericht op zelf- en samenredzaamheid P2-K1-W2 Werkt verbindend samen met naastbetrokkenen en andere zorgverleners P2-K1-W3 Biedt zorg in de thuissituatie De leermiddelen uit de serie Traject V&V zijn bestemd voor de opleiding Verzorgende IG (niveau 3) en de opleiding Mbo-Verpleegkundige (niveau 4). Door de thematische opbouw is Traject V&V geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.

verpleegkundige

Verpleeg-, verzorgingshuizen, thuiszorg 2 WERKBOEK

De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorieboeken. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van instrumenteel-technische en sociaal-agogische vaardigheden. Het complete aanbod van Traject V&V bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie of reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject V&V? Kijk dan op: www.thiememeulenhoff.nl/trajectvenv

Auteurs: E.C.A. van Diepen M.L. de Jager P.A.M. Mocking R.F.A. Schrijver H. van Sommeren M.M.J.F. Wijdeveld Onder redactie van: C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans

9 789006 910711

WB_VVT2_N4_210x297 map.indd All Pages

23/08/17 13:30


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verpleeg, verzorgingshuizen, thuiszorg deel 2 niveau 4 werkboek by ThiemeMeulenhoff - Issuu