Skip to main content

Verpleegtechnische handelingen niveau 3

Page 1

mb o

Verpleegtechnische handelingen

Deze uitgave Verpleegtechnische handelingen maakt deel uit van de serie Traject V&V. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkproces uit het kwalificatiedossier Verzorgende IG. B1-K1-W5 Voert verpleegtechnische handelingen uit De leermiddelen uit de serie Traject V&V zijn bestemd voor de opleiding Verzorgende IG (niveau 3) en de opleiding Mbo-Verpleegkundige (niveau 4). Door de thematische opbouw is Traject V&V geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.

De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van instrumenteel-technische en sociaal-agogische vaardigheden. Het complete aanbod van Traject V&V bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie of reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject V&V? Kijk dan op: www.thiememeulenhoff.nl/trajectvenv

Auteurs: C.A. Abrahamse P.A.M. Mocking Onder redactie van: C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans

9 789006 910223

Verpleegtechnische handelingen THEORIEBOEK

De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorieboeken.

THEORIEBOEK NIVEAU 3

verzorgende ig


Ten geleide

De afgelopen jaren zijn de beroepsopleidingen voor verpleging en verzorging aangepast aan de ontwikkelingen in de beroepspraktijk. De veranderde eisen aan het beroep en de beroepsuitoefening zijn uitgewerkt in nieuwe kwalificatiedossiers. De verzorgende IG werkt in verschillende branches van de verpleging en verzorging: de verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg, de gehandicaptenzorg, de geestelijke gezondheidszorg en de kraamzorg. De doelgroep waaraan de verzorgende IG ondersteuning en zorg verleent is zeer divers. De doelgroep bestaat onder andere uit: oudere zorgvragers met beperkte zelfzorg, waaronder psychogeriatrische zorgvragers; chronisch zieken; volwassenen in klinische zorgsettingen; revaliderende zorgvragers; zorgvragers met een handicap; zorgvragers met psychiatrische problematiek; barenden, kraamvrouwen en pasgeborenen. De werkzaamheden hebben per branche een andere focus; de verzorgende IG kan zorgvragers stimuleren, begeleiden en ondersteunen bij handelingen, maar kan handelingen ook overnemen als de zorgvrager en naastbetrokkenen deze niet zelf kunnen doen. Zij heeft daarbij een adviserende, initiërende en begeleidende rol. Bron: kwalificatiedossier op www.s-bb.nl/kwalificatiedossiers Deze kwalificatiedossiers, uitgewerkt in beroepsspecifieke kerntaken en werkprocessen, vormen de basis voor de inrichting van de huidige opleidingen in de gezondheidszorg. De leermiddelen van Traject V&V zijn ontwikkeld voor, en sluiten aan bij, deze kwalificatiedossiers.

Traject V&V is een leermiddelenaanbod voor de opleidingen Verzorgende IG (kwalificatieniveau 3) en Mbo-Verpleegkundige (kwalificatieniveau 4). Traject V&V is gebaseerd op vier belangrijke uitgangspunten: • De leermiddelen zijn ontwikkeld vanuit de beroepsuitoefening. Het beroepsonderwijs in de gezondheidszorg wordt in belangrijke mate bepaald door de aard van de zorgvragen en door de context waarin de beroepsuitoefening plaatsvindt (zorgsituaties). • Sterk didactisch concept. De leermiddelen zijn ontwikkeld op basis van leerstijlen en leerervaringen van mbo-studenten. Leerstijl en leerervaringen hangen samen met de kenmerken van de mbo-student en zijn of haar situatie. Traject V&V houdt rekening met de verschillende leerstijlen van mbo-studenten en verschillende onderwijsstijlen van docenten. • Bij de indeling van de leermiddelen is rekening gehouden met de basisdelen en de brancheprofielen voor de Verzorgende IG. • Er is rekening gehouden met het perspectief van doorstroming tussen mbo-niveau 3 en mbo-niveau 4. Binnen het beroepsgerichte opleiden worden leertrajecten afgestemd op reeds aanwezige competenties bij individuele studenten. Bij het verwerven van competenties staat het zich eigen maken van vakkennis en beroepsvaardigheden, in combinatie met de ontwikkeling van de beroepshouding en de persoonlijke vorming, centraal. De leermiddelen van Traject V&V sluiten daarbij aan.


Traject V&V houdt rekening met de mbo-student door het taalniveau (2F) af te stemmen op de doelgroep en door (praktijk)voorbeelden en (praktijk)opdrachten zo te formuleren dat de mbo-student zich aangesproken voelt. De leermiddelen zijn zo ontwikkeld dat zowel mbo-studenten met een meer theoretische, als mbostudenten met een meer praktische inslag er gebruik van kunnen maken. Traject V&V is inzetbaar binnen elk didactisch model en biedt de docent de ruimte om invulling te geven aan zijn rol van ‘begeleider’ van het leerproces van de mbo-student. Traject V&V sluit volledig aan bij actuele opvattingen over flexibiliteit en zelfstandig leren. Dat betekent onder andere dat aandacht is besteed aan verwerkingsopdrachten bij de theorie en de evaluatie middels de studiehulp. Daarnaast komen de beroepsvaardigheden en de houdingsaspecten van de (beginnende) beroepsbeoefenaar expliciet aan de orde. Deze elementen vormen immers een essentieel onderdeel van de beroepsuitoefening. In Traject V&V, inhoudelijk gebaseerd op de kwalificatiedossiers, worden de werkprocessen en uitstroomverbijzonderingen uitgewerkt in drie onderdelen. Theoretische onderbouwing met verwerkingsopdrachten Het onderdeel ‘theorie’ voor het basisdeel bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie die hoort bij het betreffende werkproces. De leerstof bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten, opgenomen in het werkboek, sluiten aan op de leerstof in de theorieboeken. De theorieboeken en werkboeken voor de branchegerichte profielen gaan verdiepend in op de zorg in de verschillende branches. P1: Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT) P2: Gehandicaptenzorg (GHZ) P3: Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) P4: Kraamzorg (KZ)

Beroepswerkelijkheid Het onderdeel ‘praktijksituaties’ is opgenomen in het werkboek en geeft realistische beschrijvingen van zorgsituaties uit de praktijk van de verzorgende. In de praktijksituaties komen problemen en dilemma’s aan de orde waarmee beroepsbeoefenaren te maken krijgen in hun dagelijkse werk en waarbij van ze verwacht wordt dat ze met een oplossing en aanpak komen. In combinatie met de beroepspraktijkvorming wordt de student op deze manier optimaal ondersteund in zijn professionele ontwikkeling. Deze praktijksituaties bevatten voldoende problemen en dilemma’s om als aangrijpingspunt te dienen voor het zelfstandig leren. Beroepsvaardigheden Het onderdeel ‘vaardigheden’ is eveneens opgenomen in het werkboek en biedt opdrachten die zijn gericht op het stapsgewijs aanleren van instrumenteel-technische en sociaal-agogische vaardigheden. Deze drie onderdelen zijn consequent terug te vinden in het volledige aanbod van Traject V&V. De combinatie van deze onderdelen maakt het leren vanuit verschillende invalshoeken mogelijk en kan zowel in een onderwijssituatie als in de beroepspraktijk plaatsvinden. Het didactisch concept van Traject V&V gaat nadrukkelijk uit van bovenstaande uitgangspunten, waardoor het vakbekwame leren optimaal wordt ondersteund en mogelijk wordt gemaakt. Wij hopen dat gebruikers, zowel mbo-studenten als docenten, op een plezierige en zinvolle manier met Traject V&V kunnen werken. Heeft u vragen of suggesties, dan stellen wij het bijzonder op prijs als u contact met ons opneemt. Amersfoort, 2016

Redactie en uitgever


Inhoud

Thema 1 Voorbehouden handelingen 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8 1.9 1.10 1.11

17

Voorbehouden handelingen 18 Inleiding 18 Kwaliteit van zorg 18 Wet BIG 19 Voorbehouden handelingen 22 1.4.1 Risicovolle handelingen 25 Bevoegd en bekwaam 26 Niet-zelfstandige bevoegdheid of bevoegdheid onder voorbehoud 1.6.1 Bekwaamheidsverklaring 27 Student 27 Zelfzorg en mantelzorg 28 Noodsituaties 28 Richtlijnen voor de verzorgende 28 Aansprakelijkheid 28 1.11.1 Strafbepaling in Wet BIG 29

Begrippen

31

Thema 2 Uitzetten en toedienen van medicijnen 2 2.1 2.2 2.3 2.4

2.5

2.6

Medicijnen 34 Inleiding 34 De markt van de geneesmiddelen 34 Benaming van geneesmiddelen 35 Wijze van voorschrijven 36 2.4.1 Recepten 36 2.4.2 Etikettering 36 Redenen van toediening 37 2.5.1 Symptoombestrijding 37 2.5.2 Causale werking 37 2.5.3 Tekorten aanvullen 37 2.5.4 Profylactische werking 37 2.5.5 Placebo 37 Ongewenste effecten 38

1 7

33

26


2.7

2.6.1 Acute reactie 38 2.6.2 Overgevoeligheidsreacties 38 2.6.3 Invloed op het dagelijks functioneren 39 2.6.4 Resistentie 39 2.6.5 Cumulatie 39 2.6.6 Verslaving 39 2.6.7 Gewenning 39 2.6.8 Nadelige invloeden tijdens de zwangerschap 39 2.6.9 Onderlinge beïnvloeding van voeding en geneesmiddelen Verschijningsvormen van geneesmiddelen 40 2.7.1 Poeders 40 2.7.2 Tabletten 40 2.7.3 Bruistabletten 40 2.7.4 Dragees 40 2.7.5 Capsules 40 2.7.6 Dranken 41 2.7.7 Zetpillen 41 2.7.8 Vaginaaltabletten 41 2.7.9 Zalven en crèmes 41 2.7.10 Strooipoeders 42 2.7.11 Lotions 42 2.7.12 Oogdruppels en oogzalven 42 2.7.13 Neusdruppels 42 2.7.14 Oordruppels 42 2.7.15 Inhalaties 42 2.7.16 Injectievloeistof 43 2.7.17 Pleisters 43

39

3 3.1 3.2 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Regels rond geneesmiddelen 44 Inleiding 44 Wetgeving rondom geneesmiddelentoediening 44 Bevoegdheden en verantwoordelijkheden 45 Distributiesysteem en opbergsysteem van medicijnen 46 Controle op medicijngebruik, registratie en eigen beheer van medicatie Samenwerking met externe partners 48 Registratiesysteem van fouten en incidenten 48 3.6.1 Maatregelen ter voorkoming van fouten 49

4 4.1 4.2

Medicatie: werking en bijwerking 52 Inleiding 52 Hoofdgroepen van medicijnen 52 4.2.1 Analgetica (pijnstillende middelen) 52 4.2.2 Antibiotica 53 4.2.3 Anticoagulantia (Antitrombosemiddelen) 4.2.4 Anti-epileptica 54

1 8

53

47


4.3

4.4 5 5.1 5.2

5.3 5.4

5.5

4.2.5 Biologicals 54 4.2.6 CorticosteroĂŻden 54 4.2.7 Cytostatica 54 4.2.8 Diuretica (Ontwateringsmiddelen) 55 4.2.9 Hormonen 55 4.2.10 Hypnotica (slaapmiddelen) 55 4.2.11 Laxantia (laxeermiddelen) 55 4.2.12 Maagmiddelen 55 4.2.13 Middelen om bloedarmoede te behandelen 56 4.2.14 Middelen die de bloeddruk beĂŻnvloeden 56 4.2.15 Middelen tegen diarree 56 4.2.16 Middelen voor hart en bloedsomloop 56 4.2.17 Middelen voor de bovenste luchtwegen 56 4.2.18 Middelen voor de onderste luchtwegen 57 4.2.19 Middelen tegen overgevoeligheidsreacties 57 4.2.20 Parkinsonmiddelen 57 4.2.21 Psychofarmaca 57 4.2.22 Vitaminen 57 Werking van geneesmiddelen 58 4.3.1 Dosering van de medicatie 58 4.3.2 Leeftijd en gewicht van de zorgvrager 58 4.3.3 Voedingstoestand van de zorgvrager 58 4.3.4 Ernst van de aandoening en andere klachten van de zorgvrager 4.3.5 Effecten van combinaties met andere geneesmiddelen 59 4.3.6 Mate waarin de zorgvrager zich houdt aan de behandeling 59 Bijwerkingen van geneesmiddelen 59 Toedienen van medicatie 61 Inleiding 61 Toedieningsvormen van medicatie 61 5.2.1 Enteraal 61 5.2.2 Parenteraal 62 5.2.3 Experimentele toedieningsvormen 62 Inhalatietherapie 63 Toedienen van geneesmiddelen per injectie 65 5.4.1 Vaccinaties 66 5.4.2 Materialen voor het injecteren 67 5.4.3 Regels voor het toedienen van injecties 68 5.4.4 Complicaties bij injecteren 69 5.4.5 Prikaccidenten 69 5.4.6 Injecteren van insuline 70 Rekenen bij toediening van geneesmiddelen 72 5.5.1 Basiskennis verpleegkundig rekenen 73

1 9

58


5.5.2 5.5.3 Begrippen

Berekenen van oplossingen voor injecties 75 Risicovolle situaties bij verpleegkundig rekenen 78

Thema 3 Wondverzorging en zwachtelen 6 6.1 6.2

6.3 6.4

7 7.1 7.2 7.3

7.4

Wonden en wondgenezing 84 Inleiding 84 Wat is een wond? 84 6.2.1 Open en gesloten wonden 6.2.2 Oorzaken van wonden 84 6.2.3 Kleur van wonden 86 Wondgenezing 86 Algemene zorg voor wonden 87 6.4.1 Lichamelijke zorg 87 6.4.2 Psychische zorg 88 6.4.3 Sociale zorg 89

84

Specifieke wondverzorging 90 Inleiding 90 Wondmilieu 90 7.2.1 Bevorderen van de wondgenezing 90 Wondclassificatie 91 7.3.1 WCS Classificatiemodel 91 7.3.2 TIME Classificatiemodel 93 Verzorgen van wonden 93 7.4.1 Decubituswonden 97 7.4.2 Verzorging van decubitus 98 7.4.3 Wondverzorging en hygiëne 99

8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5

Verbandmiddelen en verzorgingsproducten Inleiding 100 Keuzecriteria 100 Verbandmiddelen 100 Verzorgingsproducten 102 Madentherapie 102

9 9.1 9.2

Zwachtelen 104 Inleiding 104 Soorten zwachtels 104 9.2.1 Niet-elastische zwachtels 104 9.2.2 Elastische zwachtels en verbanden Doel en werkwijze 105

9.3

83

104

1 10

100

75


9.3.1 9.3.2 9.3.3

Doel 105 Werkwijze bij zwachtelen 105 Ambulante compressietherapie

108

Begrippen

110

Thema 4

SpeciďŹ eke zorg bij het urineren

10 10.1 10.2 10.3

10.4 10.5 10.6

10.7 10.8 10.9

Verzorgen van een blaaskatheter 114 Inleiding 114 Urinewegstelsel 114 Soorten katheters 115 10.3.1 Plaats 115 10.3.2 Materiaal 116 10.3.3 Doel 117 10.3.4 Vorm 118 Psychische aspecten 118 Algemene regels 119 Verzorging van de blaaskatheter 121 10.6.1 Urinezakken 122 10.6.2 Belangrijke observatiepunten 122 Spoelen van de blaas 123 Verwijderen van de blaaskatheter 124 Suprapubische katheter 125 10.9.1 Verzorging van een suprapubische katheter

Begrippen

11.5

11.6 11.7

125

126

Thema 5 SpeciďŹ eke zorg bij de voeding 11 11.1 11.2 11.3 11.4

113

129

Sondevoeding 130 Inleiding 130 Wat is sondevoeding? 130 Wanneer wordt sondevoeding gegeven? 131 Soorten voedingssondes 132 11.4.1 Neus-maagsonde en neus-dunnedarmsonde Een voedingssonde inbrengen 132 11.5.1 Keuze van de sonde 133 11.5.2 Voorbereiding van de zorgvrager 134 11.5.3 Werkwijze 134 11.5.4 Observatiepunten 135 Toedieningssystemen 136 Toediening 137

1 11

132


11.7.1 Controles vooraf 138 11.7.2 Via een spuit 139 11.7.3 Via een systeem op zwaartekracht en een voedingspomp 11.7.4 Storing in de doorloop van de voeding 140 11.7.5 Toedienen van medicijnen 140 11.8 Mogelijke complicaties 141 11.9 Extra zorg bij een voedingssonde 142 11.10 Psychosociale aspecten 143 11.11 Verwijderen van een maagsonde 143 Begrippen

145

Thema 6

Uitscheiding via een stoma en orgaanspoelingen

12 12.1 12.2 12.3

Verzorgen van een stoma 148 Inleiding 148 Stoma 148 Stomata op de darm 148 12.3.1 Defecatie bij aanwezigheid van een darmstoma 12.4 Opvangmateriaal darmstoma 151 12.4.1 Verwisselen van een stomazakje 153 12.5 Irrigeren 156 12.6 Stomaplug 157 12.7 Continent ileostoma 157 12.8 Huidverzorging 158 12.9 Voeding 159 12.10 Urostoma 160 12.10.1 Opvangmateriaal urostoma 161 12.10.2 Verwisselen van het urostomazakje 161 12.11 Psychosociale gevolgen 162 13 13.1 13.2 13.3

13.4 13.5

Orgaanspoelingen 164 Inleiding 164 Spoelen of irrigeren? 164 Spoelen van de maag 164 13.3.1 Voorbereiding 165 13.3.2 Werkwijze 165 13.3.3 SpeciďŹ eke aandachtspunten Spoelen van de darmen 166 13.4.1 Laxeren 166 Irrigeren van de vagina 168

Begrippen

166

169

1 12

150

139

147


Thema 7 14 14.1 14.2 14.3

14.4

14.5

14.6

Zorg voor de ademhaling

171

Zorg voor de ademhaling 172 Inleiding 172 Het ademhalingsstelsel 172 Mensen met ademhalingsmoeilijkheden 173 14.3.1 Hyperventilatie 173 14.3.2 Apneu 174 14.3.3 Longontsteking 174 14.3.4 Longembolie 174 14.3.4 Klaplong 174 14.3.5 Astma 175 14.3.6 COPD 175 14.3.7 Longkanker 175 14.3.8 Tuberculose 175 14.3.9 SarcoĂŻdose 175 14.3.10 Waarom is roken zo slecht voor de gezondheid? Ondersteuning bij ademhalingsmoeilijkheden 177 14.4.1 Lichamelijke en psychosociale zorg 177 14.4.2 Toedienen van zuurstof 179 Belangrijke hulpmiddelen bij zuurstoftoediening 182 14.5.1 De zuurstofkatheter 182 14.5.2 De zuurstofbril 182 14.5.3 Het zuurstofmasker 183 14.5.4 Uitzuigen van neusholte en keelholte 183 De tracheostoma en de tracheacanule 184 14.6.1 Verzorging bij een tracheostoma 185 14.6.2 Psychosociale zorg 186 14.6.3 Het verrichten van eerste hulp 187

Begrippen

188

Thema 8

Temperatuurregulatie

176

191

15 15.1 15.2 15.3 15.4 15.5

Zorgvrager met een te lage lichaamstemperatuur Inleiding 192 Een normale lichaamstemperatuur 192 Zorgvrager met ondertemperatuur 192 Zorgvrager met onderkoelingsverschijnselen 193 Zorgvrager met bevriezingsverschijnselen 193

16 16.1 16.2

Zorgvrager met een verhoogde lichaamstemperatuur Inleiding 195 Zorgvrager met koorts 195

1 13

192

195


16.3 16.4

16.2.1 Stadia bij een koude rilling 195 Zorgvrager die door hitte bevangen is 197 Zorgvrager met brandwonden 198 16.4.1 Eerste hulp bij brandwonden 200 16.4.2 Behandeling van brandwonden 201 16.4.3 Psychische gevolgen van brandwonden

Begrippen

204

Thema 9

Onderzoek en diagnostiek

17 17.1 17.2 17.3

17.4

17.5 18 18.1 18.2 18.3 18.4

18.5 18.6

202

207

Monsters verzamelen voor diagnostiek Inleiding 208 Het verzamelen van monsters 208 Klinisch-chemisch onderzoek 209 17.3.1 Urineonderzoek 210 17.3.2 Fecesonderzoek 212 17.3.3 Bloedonderzoek 212 Bacteriologisch onderzoek 215 17.4.1 Urinekweek 215 17.4.2 Feceskweek 216 17.4.3 Sputumkweek 216 17.4.4 Wondkweek 217 Overige laboratoriumonderzoeken 218

208

Ondersteunen van andere disciplines in hun behandeling van de zorgvrager Inleiding 220 Wetgeving over de relatie tussen arts en zorgvrager 220 Voorwaardenscheppende taken van de verzorgende 221 Verschillende vormen van onderzoek 221 18.4.1 Functieonderzoeken en radiologische onderzoeken 223 18.4.2 Nazorg 224 Ondersteunen van de arts 224 Ondersteunen van overige disciplines 226

Begrippen

227

Bijlage 1: Praktijkkaart behandeling decubitus

Bijlage 2: Medicijnenlijst

230

1 14

228

220


Bijlage 3: Basisrekenvaardigheden

Register

239

255

Verantwoording

260

1 15


1 1


1 THEMA

Voorbehouden handelingen

In het vaardighedenlokaal heeft Carlijn de veelvoorkomende verpleegtechnische handelingen vaak geoefend. Als afsluiting van de lessen heeft ze met succes een praktijktoets afgelegd. Op de afdeling begint nu het ‘echte’ werk. Carlijn heeft twee keer gezien hoe een blaaskatheter ingebracht werd bij een zorgvrager. De katheter bij mevrouw De Wild moet vandaag vervangen worden. Nu Carlijn de handeling een paar keer gezien heeft, mag zij die van de begeleidster gaan uitvoeren. ‘Kom Carlijn, we gaan even zitten. Vertel me nog eens hoe je voorbereiding, uitvoering en nazorg eruit zal gaan zien.’ Carlijn kan de drie stappen prima uitleggen. Even later staat ze met de blaaskatheter in de hand om deze in te brengen. Ze is nu toch wel een beetje bibberig, maar brengt zonder al te veel problemen de katheter in. De urine loopt meteen uit de katheter en dat is een goed teken, weet Carlijn.

1 17


Voorbehouden handelingen

1 Voorbehouden handelingen

1.1

Inleiding

In de loop van 1997 is een aantal oude wetten vervallen en zijn er nieuwe wetten ingevoerd. Het was noodzakelijk om oude wetten te vervangen (de Wet op de Uitoefening van de Geneeskunde was bijvoorbeeld van 1865), omdat de maatschappij en daarmee ook de gezondheidszorg steeds verandert. In de gezondheidszorg worden veel nieuwe ontdekkingen gedaan. Dit leidt tot nieuwe behandelmethoden. Een voorbeeld is de mogelijkheid om in een laboratorium weefsels (in de toekomst zelfs organen) uit stamcellen te laten groeien. De afhankelijkheid van donororganen zal hierdoor afnemen.

Een voorbehouden handeling is een handeling die voor de zorgvrager meer risico geeft als deze wordt uitgevoerd door een ondeskundige. In de Wet BIG staan hierover wetsartikelen die van belang zijn voor jou als verzorgende. In de Wet BIG is ook een strafbepaling opgenomen voor zorgverleners die grove fouten hebben gemaakt. Dit hoofdstuk behandelt de volgende onderwerpen: • kwaliteit van zorg; • wet BIG; • voorbehouden handelingen; • bevoegd en bekwaam; • niet-zelfstandige bevoegdheid of bevoegdheid onder voorbehoud; • student; • zelfzorg en mantelzorg; • noodsituaties; • richtlijnen voor de verzorgende; • aansprakelijkheid.

1.2

Eicel De kern wordt uit de eicel gehaald.

Huidcel van de patiënt

Het DNA van de huidcel wordt in de eicel geplaatst (kerntransplantatie).

Kwaliteit van zorg

In Nederland is er al jarenlang een georganiseerde gezondheidszorg. Allerlei beroepsgroepen houden zich met deze zorg bezig, zoals artsen, verloskundigen, fysiotherapeuten en verzorgenden. De gezondheidszorg valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Met wetgeving probeert het ministerie de gezondheidszorg op niveau te houden of te verbeteren.

De stamcellen groeien – onder invloed van verschillende groeifactoren – uit tot verschillende celtypes of weefsels die bij de patiënt kunnen worden gebruikt als celtherapie.

De eicel deelt tot blastocyst. Stamcellen worden geïsoleerd uit de binnenste celmassa.

Figuur 1.1 Medische ontwikkelingen volgen elkaar snel op

1 18


1

1.3

Daarnaast veranderen opvattingen. In de oude Wet op de Uitoefening van de Geneeskunde stond bijvoorbeeld dat alleen de arts medische handelingen mocht uitvoeren. Sindsdien zijn er constructies bedacht waardoor ook anderen deze handelingen kunnen uitvoeren. De gezondheidszorg had behoefte aan wetten waarin dit soort zaken duidelijk geregeld is. Een kernbegrip dat in de gezondheidszorg veel gebruikt wordt, is ‘kwaliteit van zorg’. Het bevorderen van de kwaliteit is een taak voor iedereen die in de gezondheidszorg werkt, dus ook voor jou als verzorgende. Het ministerie is zich ook bewust van het belang van kwaliteit van zorg. De volgende drie nieuwe wetten, elk met een eigen invalshoek, moeten zorgen voor kwaliteit van zorg: • De Wgbo. Dit is de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst. Door deze wet krijgt de zorgvrager een betere rechtsbescherming. Medische behandelingen worden in een overeenkomst vastgelegd en de beroepsbeoefenaar verplicht zich tot het verlenen van zorg als een goede hulpverlener. • De Kwaliteitswet zorginstellingen. Hierin staat op welke manier instellingen kwaliteit van zorg moeten geven. Volgens de wet moet de zorg doeltreffend, doelmatig en patiëntgericht zijn. • De Wet BIG. Deze wet heeft invloed op de kwaliteit van zorg, omdat ze: – algemene regels stelt aan de kwaliteit van de zorgverleners; – regels bevat voor het uitvoeren van bepaalde risicovolle handelingen, de zogenaamde voorbehouden handelingen; – een aantal beroepen beschermt door middel van titelbescherming en registratie; – het tuchtrecht regelt voor een aantal beroepen.

Voorbehouden handelingen

Wet BIG

De Wet BIG gaat ervan uit dat in principe iedereen handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg mag uitvoeren. De wet is dan ook alleen van toepassing op beroepsbeoefenaren die individuele gezondheidszorg verlenen; die moet op niveau zijn. Het woord ‘beroepsbeoefenaren’ is hier van belang. Het geeft aan dat bijvoorbeeld mantelzorgers niet onder de wet vallen. De afkorting BIG betekent Beroepsuitoefening Individuele Gezondheidszorg. De wet richt zich op de gezondheid van één bepaalde persoon en niet op de gezondheid van groepen. De belangrijkste doelstelling van de wet is het scheppen van voorwaarden voor het bevorderen en bewaken van de kwaliteit van de beroepsuitoefening in de individuele gezondheidszorg. De wet beschermt de patiënt (zorgvrager) tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen. In de wet wordt onder zorg verstaan: het beoordelen, bevorderen, bewaken, beschermen of herstellen van iemands gezondheid. Individuele gezondheidszorg omvat niet alleen geneeskundige handelingen, maar ook verzorgende en verpleegkundige handelingen. Iemand onderzoeken en voorlichting geven over zijn gezondheid vallen ook onder de individuele gezondheidszorg. De Wet BIG bevat verschillende wetsartikelen. De artikelen waarin de regelingen over voorbehouden handelingen zijn opgenomen, zijn voor jou als verzorgende de belangrijkste. Hierbij gaat het vooral om de artikelen 35 tot en met 39 (zie tekstkader hierna). De ambtelijke taal van deze artikelen is lastig te begrijpen. De theorie over de Wet BIG in dit hoofdstuk is voor een groot deel afgeleid van deze artikelen. Na bestudering van dit hoofdstuk zullen de wetsartikelen bij herlezen waarschijnlijk helderder zijn. Soms is het belangrijk om teksten uit de wet te gebruiken, vooral als het om principiële zaken gaat, zoals een conflict of een

De Wet BIG komt hierna uitgebreid aan de orde, omdat deze wet duidelijke regelingen bevat die direct te maken hebben met je beroep als verzorgende.

1 19


Voorbehouden handelingen

2 Met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid is de opdrachtnemer bevoegd tot het verrichten van de in het eerste lid bedoelde handeling.

voorbehouden handeling die wel of niet terecht door jou als verzorgende is uitgevoerd. De Wet BIG is een kaderwet. Dat betekent dat de grenzen (kaders) waarbinnen iets mag gebeuren, zijn vastgelegd. Zo mag je als verzorgende onder bepaalde voorwaarden een voorbehouden handeling verrichten. Een van de voorwaarden is dat je bekwaam bent. In de wet wordt niet aangegeven wanneer iemand bekwaam is. Dat wordt aan de instellingen overgelaten. Zo kan de ene instelling je bekwaam vinden als je een handeling onder begeleiding drie keer goed hebt verricht. Bij een andere instelling moet je een diploma Verzorgende IG hebben en de handeling onder toezicht eenmaal correct uitvoeren. De nieuw opgeleide verzorgenden zijn allemaal Verzorgende IG. Dit in tegenstelling tot vroeger, toen was er onderscheid tussen Verzorgende en Verzorgende IG.

Artikel 36 1 Tot het verrichten van heelkundige handelingen – waaronder worden verstaan handelingen, liggende op het gebied van de geneeskunst, waarbij de samenhang der lichaamweefsels wordt verstoord en deze zich niet direct herstelt – zijn bevoegd: a. de artsen, b. de tandartsen, c. de verloskundigen. Doch de onder b en c genoemde personen uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied in deskundigheid. 2 Tot het verrichten van verloskundige handelingen zijn bevoegd: a. de artsen, b. de verloskundigen, doch dezen uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid. 3 Tot het verrichten van endoscopieÍn zijn bevoegd: de artsen. 4 Tot het verrichten van katheterisaties zijn bevoegd: a. de artsen, b. de verloskundigen, doch dezen uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid. 5 Tot het geven van injecties zijn bevoegd: a. de artsen, b. de tandartsen, c. de verloskundigen. Doch de onder b en c genoemde personen uitsluitend

Voorbehouden handelingen Artikel 35 1 Het is degene die niet behoort tot de personen die hun bevoegdheid tot het verrichten van een handeling ontlenen aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 36 en 37 verboden buiten noodzaak beroepsmatig die handeling te verrichten, tenzij: a zulks geschiedt ingevolge een opdracht van een persoon die zijn bevoegdheid ontleent aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 36 en 37 en b hij redelijkerwijs mag aannemen dat hij beschikt over de bekwaamheid die vereist is voor het behoorlijk uitvoeren van de opdracht en c. hij, voor zover de opdrachtgever aanwijzingen heeft gegeven, heeft gehandeld overeenkomstig die aanwijzingen.

1 20


1

6

7

8

9 10 11

Voorbehouden handelingen

12 Tot steenvergruizing voor geneeskundige doeleinden zijn bevoegd: de artsen. 13 Tot het verrichten van handelingen ten aanzien van menselijke geslachtscellen en embryo’s, gericht op het anders dan op natuurlijke wijze tot stand brengen van een zwangerschap, zijn bevoegd: de artsen. 14 De personen, genoemd in het eerste tot en met het dertiende lid, zijn tot het verrichten van de desbetreffende handelingen uitsluitend bevoegd voorzover zij redelijkerwijs mogen aannemen dat zij beschikken over de bekwaamheid die vereist is voor het behoorlijk verrichten van die handelingen. De personen, genoemd in het eerst tot en met het dertiende lid, die niet voldoen aan het bepaalde in de eerste volzin, worden voor de toepassing van de artikelen 35, eerste lid, onder a, 38 en 39 aangemerkt als personen die hun bevoegdheid ontlenen aan het in dit artikel bepaalde.

voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid. Tot het verrichten van puncties zijn bevoegd: a. de artsen, b. de verloskundigen, doch dezen uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid. Tot het brengen onder narcose zijn bevoegd: a. de artsen, b. de tandartsen, doch dezen uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid. Tot het verrichten van handelingen, op het gebied van de individuele gezondheidszorg, met gebruikmaking van radioactieve stoffen of toestellen die ioniserende stralen uitzenden, zijn bevoegd: a. de artsen, b. de tandartsen. Doch uitsluitend voor zover zij voldoen aan de krachtens de Kernenergiewet (Stb. 1963, 82) ter zake van het gebruiken van zodanige stoffen en toestellen gestelde eisen, alsmede, voor zover het betreft tandartsen, uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid. Tot het verrichten van electieve cardioversie zijn bevoegd: de artsen. Tot het toepassen van deďŹ brillatie zijn bevoegd: de artsen. Tot het toepassen van elektroconvulsieve therapie zijn bevoegd: de artsen.

Artikel 37 1 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels overeenkomstig artikel 36 worden gesteld met betrekking tot bij de maatregel omschreven handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg, niet vallende onder dat artikel. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kan voorts met betrekking bij de maatregel omschreven handelingen, vallende onder artikel 36, wijziging worden gebracht ter zake van de in artikel 36 vervatte toekenning van bevoegdheid, alsook worden bepaald dat de artikelen 35 en 36 met betrekking tot bij de maatregel omschreven handelingen niet langer gelden.

1 21


Voorbehouden handelingen

categorieën van handelingen, zonder toezicht door de opdrachtgever en zonder diens tussenkomst. 2 Ingevolge het eerste lid kunnen de volgende categorieën van personen worden aangewezen: a. categorieën van personen die in een bij het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur aan gewezen register staan ingeschreven; b. categorieën van personen die een krachtens artikel 34, eerste lid, geregelde of aangewezen opleiding hebben voltooid; c. categorieën van personen, behorende tot de onder a of b bedoelde categorieën van personen.

3 Indien niet binnen zes maanden na de inwerkingtreding van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste of tweede lid bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal een wetsvoorstel is ingediend tot wijziging van artikel 36 overeenkomstig die maatregel, alsook indien zodanig voorstel wordt ingetrokken of verworpen, wordt de maatregel onverwijld ingetrokken. Artikel 38 Het is degene die zijn bevoegdheid tot het verrichten van een bij of krachtens de artikelen 36 en 37 omschreven handeling ontleent aan het bij of krachtens die artikelen bepaalde verboden aan een ander opdracht te geven tot het verrichten van die handeling, tenzij: a. in gevallen waarin zulks redelijkerwijs nodig is aanwijzingen worden gegeven omtrent het verrichten van de handeling en toezicht door de opdrachtgever op het verrichten van de handeling en de mogelijkheid tot tussenkomst van een zodanig persoon voldoende zijn verzekerd en b. hij redelijkerwijs mag aannemen dat degene aan wie de opdracht wordt gegeven, in aanmerking genomen het onder a bepaalde, beschikt over de bekwaamheid die vereist is voor het behoorlijk verrichten van de handeling.

1.4

Voorbehouden handelingen

Door het invoeren van de Wet BIG bestaat er geen algemeen verbod meer op het verrichten van medische handelingen door niet-artsen. Voordat de Wet BIG ingevoerd werd, was dat wel het geval. Nu is de uitoefening van de geneeskunst in principe aan iedereen toegestaan. Dit geldt niet voor de voorbehouden handelingen. Deze handelingen mogen alleen beroepsmatig worden verricht als er op basis van de wet een bevoegdheid voor bestaat. Voorbehouden handelingen zijn die handelingen die voor de zorgvrager een verhoogd risico met zich meebrengen als ze worden uitgevoerd door een ondeskundige. Een duidelijk voorbeeld hiervan is het verrichten van een openhartoperatie. Kort gezegd komt de bevoegdheidsregeling voor voorbehouden handelingen neer op het volgende: artsen, en voor sommige handelingen tandartsen en verloskundigen, zijn in de Wet BIG zelfstandig bevoegd voor het stellen van een indicatie voor een voorbehouden handeling en voor het uitvoeren van deze handeling. Tijdens de uitwerking van de Wet BIG is er veel gediscussieerd over de handelingen die wel en niet onder voorbehoud verricht mogen worden.

Artikel 39 1 Indien een goede uitoefening van individuele gezondheidszorg zulks vordert, wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald dat tot het gebied van deskundigheid van personen, behoren tot een der in het tweede lid genoemde categorieën, wordt gerekend het verrichten van bij de maatregel aangewezen categorieën van handelingen, behorende tot de bij of krachtens de artikelen 36 en 37 omschreven

1 22


1

In artikel 36 van de wet worden de volgende categorieën voorbehouden handelingen genoemd: • heelkundige handelingen; • verloskundige handelingen; • endoscopieën; • katheterisaties; • injecties; • puncties; • onder narcose brengen; • gebruik van radioactieve stoffen of toestellen die ioniserende stralen uitzenden; • verrichten van electieve cardioversie; • defibrillatie; • elektroconvulsieve therapie; • steenvergruizing voor geneeskundige doeleinden; • handelingen ten aanzien van geslachtscellen en embryo’s, gericht op het anders dan op natuurlijke wijze tot stand brengen van een zwangerschap; • voorschrijven van UR geneesmiddelen (geneesmiddelen die uitsluitend op recept verkrijgbaar zijn).

Voorbehouden handelingen

Figuur 1.2 Een operatie is een duidelijk voorbeeld van een voorbehouden handeling

De beschreven categorieën kunnen nog nader worden uitgewerkt. Als voorbeeld nemen we de heelkundige handeling. Een heelkundige handeling is volgens de wet een handeling waarbij de samenhang van de lichaamsweefsels wordt verstoord en zich niet direct herstelt. In de volksmond spreken we over een operatie. Het zal duidelijk zijn dat er allerlei soorten operaties zijn, van heel kleine (bijvoorbeeld het verwijderen van een moedervlek) tot zeer uitgebreide (bijvoorbeeld het transplanteren van een orgaan).

Het is onmogelijk om de wet op deze manier uit te werken. Er zouden dan enorme boekwerken ontstaan. Toch bleken de categorieën handelingen vragen op te roepen. Welke handeling hoort bij welke categorie? Voor bepaalde handelingen bleek behoefte aan een duidelijke indeling. De Raad BIG heeft een overzicht gemaakt van de handelingen waarover veel onduidelijkheid bestond (figuur 1.3). Hoewel in de lijst ook begrippen staan die je misschien niet kent, is het een waardevolle aanvulling op de categorieën van voorbehouden handelingen.

1 23


Voorbehouden handelingen

Tampons verwijderen uit een van nature niet bestaande holte. Venasectie. Verwijderen van drains. Wondtoilet. Verwijderen of verwisselen van een tracheacanule. Pacemaker-polen verwijderen uit het lichaam. Episiotomie. Verwijderen van subclavia-katheter. Verwijderen van epiduraal katheter. Verwijderen van venasectie-katheter.

Verwijderen van hechtingen of agraves. Verwijderen van perifeer infuus. Wondverzorging. Verwijderen van tampons uit een bestaande holte.

Handelingen liggende op het gebied van de geneeskunst, waarbij de samenhang der lichaamsweefsels wordt verstoord en deze zich niet direct herstelt. Met weefsel wordt gedoeld op een samenhangend geheel van gelijksoortige cellen waaruit de delen der organismen zijn samengesteld.

Voor verloskundige handelingen wordt verwzen naar de Wet Uitoefening Geneeskunst, artikel 15 en verder.

Het verrichten van vaginaal onderzoek tijdens de zwangerschap, het verrichten van onderzoek bij en het leiden van een al dan niet natuurlijk verlopende bevalling, alsmede het treffen van passende maatregelen ter voorkoming van afwijkingen.

Het met behulp van instrumenten binnendringen in lichaamsholten.

Het inbrengen van een optisch instrument in een lichaamsholte, gevuld of ongevuld, met het doel de lichaamsholte te onderzoeken zonder dat daarbij de samenhang der weefsels verstoord hoeft te worden.

Het met behulp van instrumenten binnendringen in lichaamsholten.

Handelingen waarbij met een daartoe geĂŤigend instrument wordt binnengedrongen in een bestaande lichaamsholte, gevuld of ongevuld, om stoffen in te brengen of te verwijderen zonder dat daarbij de samenhang der weefsels verstoord hoeft te worden.

Katheriseren van de blaas. Verwisselen suptra-pubis-katheter. Ingrengen van maagkatheter via mond-keelholte of via een maagfistel. Ingrengen van een katheter ten behoeve van intra-tracheaal uitzuigen. Het inbrengen van een infuus. Het tracheaal extuberen van orale of nasale tube. Het inbrengen van een duodenaal katheter. Het toedienen van geneesmiddelen in opgeloste vorm via infuus/ toedieningssysteem.

Het toedienen van medicijnen door intraveneus, intramusculair en subcutaan te injecteren.

Handelingen waarbij met een holle naald wordt binnengedrongen in lichaamsweefsel, in een bloedvat of in een infuus/toedieningssysteem met het doel een geneesmiddel toe te dienen, waarbij de naald onmiddellijk na het toedienen van het middel wordt teruggetrokken.

Subcutane injecties. Intramusculaire injecties. Intraveneuze injecties. Intracardiale injecties. Het toedienen van lokale anesthesie per injectie.

Puncties

Injecties

Heelkundige handelingen

Geen voorbehouden handeling

Verloskundige handelingen

Nadere precisering

EndoscopieĂŤn

Voorstel Raad BIG voor omschrijving

Katheterisaties

Omschrijving in de wet/ parlementaire stukken

Het aanprikken van orgaan of onderdelen van een orgaan met behulp van een naald en met het doel er vocht of weefsel uit te halen.

Het tijdens de zwangerschap en de bevalling verrichten van vaginaal onderzoek met of zonder apparatuur. Het opheffen van liggingsafwijkingen door uitwendige handgrepen. Het leiden van de bevalling en van de geboorte van de placenta. Het verrichten van amniotomie tijdens de bevalling. Het toepassen van kunstbewerkingen tijdens de bevalling. Het afnemen van bloed bij het kind tijdens de bevalling (microbloedonderzoek).

Venapunctie. Arteriepunctie. Sternumpunctie. Hielprik bij neonaten.

1 24

Blaasspoelen bij reeds ingebrachte katheter. Het toedienen van sondevoeding bij een reeds ingebrachte katheter. Uitzuigen van mond- en keelholte.

Vingerprik ter bepaling van bloedsuikerwaarde.


1

Voorbehouden handelingen

Figuur 1.3 Overzicht van handelingen waarover onduidelijkheid bestond

1.4.1

Voorbeelden daarvan zijn het toedienen van sondevoeding, het spoelen van de blaas en het isoleren van een psychiatrische zorgvrager. Er wordt van uitgegaan dat de zorgverlener bij dit soort handelingen de nodige zorgvuldigheidseisen in acht neemt. Vaak stellen instellingen naast de regelingen voor de voorbehouden handelingen ook regelingen voor risicovolle handelingen op.

Risicovolle handelingen

Alle voorbehouden handelingen zijn geneeskundige handelingen. Omgekeerd geldt dat niet: het is niet zo dat alle geneeskundige handelingen zijn voorbehouden. Bloeddruk meten wordt bijvoorbeeld gezien als geneeskundige handeling, maar is niet voorbehouden. Alle voorbehouden handelingen zijn risicovol, maar omgekeerd zijn niet alle risicovolle handelingen opgenomen in de lijst van voorbehouden handelingen.

1 25


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verpleegtechnische handelingen niveau 3 by ThiemeMeulenhoff - Issuu