Skip to main content

Huishouden en wonen niveau 3 werkboek

Page 1

WERKBOEK NIVEAU 3

Huishouden en wonen

Deze uitgave Huishouden en wonen maakt deel uit van de serie Traject V&V. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkproces uit het kwalificatiedossier Verzorgende IG. B1-K1-W1 Ondersteunt bij het voeren van de regie bij wonen en huishouden

verzorgende ig

De leermiddelen uit de serie Traject V&V zijn bestemd voor de opleiding Verzorgende-IG (niveau 3) en de opleiding Mbo-Verpleegkundige (niveau 4). Door de thematische opbouw is Traject V&V geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.

Huishouden en wonen WERKBOEK

De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorieboeken. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van instrumenteel-technische en sociaal-agogische vaardigheden. Het complete aanbod van Traject V&V bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- / reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject V&V? Kijk dan op: www.thiememeulenhoff.nl/trajectvenv

Auteur: G. Verhey Onder redactie van: C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans

9 789006 910476


Rondleiding door dit werkboek Het werkboek is verdeeld in thema’s. Een thema in het werkboek sluit precies aan bij een thema in de theorie. Thema 1 Lichamelijke verzorging

1

Themaopening Je leest waar het thema over gaat en welke hoofdstukken en onderwerpen aan de orde komen.

Lichamelijke verzorging is een belangrijk onderdeel van je werk als verzorgende. In dit thema gaat het om de verzorging van de huid, de haren, de slijmvliezen en het gebit. Daarbij is het belangrijk dat je het een en ander weet over de bouw en functies van deze lichaamsdelen. De lichamelijke of hygiënische verzorging is een belangrijk onderdeel van het takenpakket van de verzorgende. In eerste instantie wordt de hygiënische verzorging in de eerste levensjaren van een kind volledig door de mantelzorg gedaan. Naarmate een kind ouder wordt, neemt zijn zelfstandigheid toe, totdat er sprake is van volledige zelfzorg. Soms gaat het mis met de zelfzorg en de mantelzorg. Vaak moet je als verzorgende de hygiënische verzorging dan geheel of gedeeltelijk overnemen. Je hebt hierbij ook de taak om de familie van de zorgvrager in te schakelen. De wens van de zorgvrager komt hierbij altijd op de eerste plaats en daarna die van de familie. Daarnaast zijn er mensen die onvoldoende lichaamsbeweging krijgen om verschillende redenen. Door onvoldoende lichaamsbeweging kunnen allerlei complicaties ontstaan. Ook hier ligt een belangrijke taak voor jou als verzorgende om te weten hoe je bij bepaalde complicaties het beste kunt handelen. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit • huid • slijmvliezen • gebit Hoofdstuk 2: Hygiënische verzorging • doel van de hygiënische verzorging • hygiënische verzorging van de volwassene • de plaats voor hulp • hygiënische verzorging van de baby en het kind Hoofdstuk 3: Complicaties door onvoldoende lichaamsbeweging • decubitus • contracturen • osteoporose • trombose • longontsteking • obstipatie • smetten • blaasontsteking

Verwerking Verwerkingsopdrachten

1 Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit 1

1

In de theorie staat dat de huid verschillende functies heeft. Een droge, schrale huid gaat eerder stuk, waardoor de huid niet optimaal functioneert. Welke functie van de huid is hier aangetast? a beschermen tegen schadelijke invloeden van buitenaf b lichaamstemperatuur regelen c stoffen uitscheiden d vet opslaan in het onderhuids bindweefsel

2

De huid bestaat uit drie lagen. Hieronder staan zes kenmerken. Vul in de tweede kolom in bij welke huidlaag het kenmerk hoort. Kies uit: opperhuid, lederhuid en onderhuids bindweefsel.

1 10

Het vet in deze laag zorgt voor warmte-isolatie. Er zitten geen bloedvaten in deze laag.

In dit werkboek staan verschillende soorten opdrachten. Deze helpen je om je de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken.

In deze laag zitten zweetklieren. In deze laag zitten pigmentkorrels. Deze laag is dikker op de billen, bovenbenen en bovenarmen. Deze laag bestaat uit de hoornlaag en de kiemlaag.

3

Verwerking Verwerkingsopdrachten helpen je de theorie te leren en te begrijpen. Ze zijn geordend per hoofdstuk.

De huid vertelt veel over iemand. a Beschrijf wat je aan jouw huid kunt aflezen.

1 11

Toepassing Praktijksituaties hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen. Vaardigheden om de benodigde beroepsvaardigheden aan te leren. Themaopdrachten grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt dan ook aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken, plannen en problemen oplossen.

Toepassing Praktijksituaties Het gedrag van Jolanda maakt Chaimaa onzeker tijdens de lichamelijke verzorging Chaimaa Chaimaa is tweedejaarsstudent verzorgende IG. In het eerste leerjaar deed ze BPV in een zorgcentrum. Die BPV werd ruim voldoende beoordeeld. Chaimaa werkt nu een week bij de stichting Adamant. Mensen met een beperking hebben daar een zelfstandige woning in een normale woonwijk. Er is een dienstencentrum van waaruit hulp verleend wordt. Elke woning heeft een communicatielijn met dat centrum. Als een bewoner hulp nodig heeft, belt hij naar het dienstencentrum. In haar eerste week heeft Chaimaa kennisgemaakt met alle bewoners en geholpen bij de hygiënische verzorging. Overleg met Hanneke en Chaimaa Begeleidster Hanneke geeft uitleg over hoe de gegevens van zorgvragers vastgelegd worden in een elektronisch zorgdossier. Sommige bewoners vinden het fijn dat er een uitgebreid zorgplan van hen is. Anderen willen geen of nauwelijks informatie in het dossier. De bewoner bepaalt zelf hoe en wanneer hij verzorgd wordt. Hij is zelf actief in het vragen van hulp. ‘Als iemand besluit om een dag niet gewassen te worden, dan respecteren we dat’, vertelt Hanneke. Chaimaa leest het zorgdossier van Jolanda Dan gaat de telefoon. Hanneke neemt op: ‘Komt in orde, Jolanda. Is het goed dat Chaimaa komt? Ja, dat is dat nieuwe meisje dat vorige week begonnen is. Ik zal zeggen dat ze even moet nalezen hoe moeilijk jij bent, ha ha ha!’ Hanneke legt de telefoon neer en vraagt aan Chaimaa: ‘Durf jij het aan om Jolanda zelfstandig te wassen? Je moet wel eerst even in haar dossier kijken. Niet dat het al compleet is, hoor. Jolanda heeft zelf haar persoonsbeschrijving ingetypt, daar stond ze op. Wat er met de rest van het zorgplan moet gebeuren, daar wil ze nog over denken.’ Chaimaa loopt naar de computer en leest het zorgplan van Jolanda. Dan pakt Chaimaa haar jas en gaat.

1 19

THEMA 1 Lichamelijke verzorging

Evaluatie Studiehulp

1 Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit 1

Stelling 1 De huid is een van de zintuigorganen. 2 Vitamine C wordt in de huid gevormd onder invloed van zonlicht. 3 Bij een verminderde doorbloeding is de huid rood. 4 De huid is overal even dik. 5 Pigmentkorrels bevinden zich in de opperhuid. 6 De buitenste laag van de lederhuid is de hoornlaag. 7 De talgkliertjes bevinden zich in de lederhuid. 8 Het onderhuids bindweefsel bestaat grotendeels uit vet. 9 De lengtegroei van de nagels vindt plaats vanuit het nagelbed. 10 Een volledig gebit van een volwassene bestaat uit 28 tanden en kiezen. 11 Het tandbeen wordt in zijn geheel bedekt door tandglazuur.

Juist Onjuist

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?

1 Hygiënische verzorging 2

Stelling Juist Onjuist 1 De hygiënische verzorging heeft meestal alleen invloed op het lichamelijk ◯ ◯ functioneren. 2 Een zorgvrager was je met lekker warm water. ◯ ◯ 3 Smetten is een huidirritatie die kan ontstaan doordat de huidplooien niet ◯ ◯ goed droog gemaakt worden. 4 In fase 2 van smetten is de huid kapot. ◯ ◯ 5 In fase 3 van smetten breng je zinkoxide FNA op de huid aan. ◯ ◯ 6 Neten zijn eitjes van de hoofdluis. ◯ ◯ 7 Bij aanwezigheid van luizen en neten is het gebruik van een ◯ ◯ bestrijdingsmiddel altijd aan te raden. 8 Als iemand hoofdluizen heeft, is dat een teken van een slechte hygiëne. ◯ ◯ 9 Wanneer je iemand scheert met een elektrisch scheerapparaat met een ◯ ◯ scheerblad, moet je op-en-neergaande bewegingen maken. 10 Een fysiologische zoutoplossing kun je gebruiken om de ogen te reinigen. ◯ ◯ 11 Stomatitis is een ontsteking van het oogslijmvlies. ◯ ◯ 12 De teennagels worden in het algemeen recht afgeknipt. ◯ ◯ 13 De vulva was je van schaamheuvel richting anus. ◯ ◯ 14 Zeep is een goed reinigingsmiddel voor de vulva. ◯ ◯ 15 Wanneer je als verzorgende een vrouw moet wassen die menstrueert, kun je ◯ ◯ het best handschoenen dragen.

1 76

Evaluatie Studiehulp een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. Antwoorden zijn op te vragen bij je docent. Evaluatie evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden voor jouw toekomstige beroep: zet na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.


THEMA 5 Zorg voor de bedden

Vaardigheden Een vaardigheid heeft een vaste opbouw: Oefenen Toepassen Transfer Oriënteren

Vaardigheden Bed opmaken, zonder dat de zorgvrager in bed ligt Oriënteren

1

1 2

Bestudeer de theorie over het opmaken van het bed zonder zorgvrager. Bestudeer de beschrijving van deze vaardigheid. Voorbereiding 1 Vertel de zorgvrager wat er gaat gebeuren. 2 Leg of zet de volgende benodigdheden klaar: - niet-steriele handschoenen, een overschort en een wasmand. Voor een bed in de thuissituatie: - hoeslaken; - dekbedovertrek; - kussenslopen. Voor een hoog-laagbed: - boven- en onderlaken; - steeklaken; - deken; - kussenslopen. 3 Creëer voldoende werkruimte rondom het bed. 4 Zet het bed op werkhoogte. 5 Plaats een of twee stoelen aan het voeteneinde van het bed. 6 Verwijder hand- en polssieraden en was of desinfecteer je handen.

Observatielijsten

Observatielijsten Bij de meeste vaardigheden horen observatielijsten. Die vind je direct achter in dit werkboek. De observatielijsten zijn geordend per thema. Bovenaan staat bij welke vaardigheid de observatielijst hoort. Een observatielijst kun je gemakkelijk uit je werkboek halen. Zo kun je ze in de klas of in je BPV laten invullen.

Thema 1 Lichamelijke verzorging

277

Zorgvrager wassen op bed 277 Zorgvrager wassen op bed met wasdoekjes 281 Zorgvrager wassen aan de wastafel, onder de douche of in bad 285 Haren wassen op bed 289 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met een elektrisch scheerapparaat 291 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met scheermes en scheerzeep 293 Tandenpoetsen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 295 Gebitsprothese verzorgen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 297 Mondholte reinigen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 299 Therapeutische elastische kousen met een open teenstuk aantrekken 301 Therapeutische elastische kousen met een gesloten teenstuk aantrekken 303 Therapeutische elastische kousen uittrekken 305 Hygiënische verzorging van een baby 307

Thema 2 Hulp bieden bij de opname van voeding en vocht Hulp bieden aan een zorgvrager die zelf niet kan eten en drinken Flesvoeding geven 311

Thema 3 Hulp bieden bij de uitscheiding

Uitvoering 7 Trek bij kans op contact met uitscheidingsproducten en bloed handschoenen en/ of overschort aan. 8 Leg de kussens op de stoel(en). 9 Maak sprei en dekens los. 10 Let er tijdens het opmaken van het bed op dat je niet te veel met het beddengoed wappert in verband met hygiëne. 11 Zorg ervoor dat tijdens de werkzaamheden het vuile wasgoed zo min mogelijk in contact met het schone wasgoed komt in verband met hygiëne. 12 Vouw sprei en dekens afzonderlijk in drieën en leg ze over de stoel(en). Het beddengoed mag de vloer niet raken. 13 Doe het bovenlaken in drieën gevouwen in de wasmand. 14 Doe het steeklaken in de wasmand. 15 Leg een eventueel zeil ongevouwen over de stoel(en). 16 Doe het onderlaken in de wasmand. 17 Als je het molton niet verschoont, trek je het glad.

1 260

309

309

313

Hulp bij het gebruik van een po op bed 313 Hulp bij het gebruik van een urinaal op bed 317 Verwisselen van een incontinentiemat 319 Externe katheter of condoomkatheter verwisselen 321 Katheterzak verwisselen 325 Verzorgen van een blaaskatheter 327 Laxerende zetpil toedienen 329 Microklysma (microlax) of fosfaatklysma toedienen 331 Hulp bieden bij het manueel verwijderen van ontlasting 333 Hulp bieden bij het opgeven van sputum 335 Hulp bieden bij braken 337 Hulp bieden bij het inbrengen van een tampon bij menstruatie

339

Thema 4 Hygiënisch en ergonomisch verantwoord werken

341

Handen wassen met (vloeibare) zeep 341 Handen desinfecteren met handalcohol 343 Aan- en uittrekken van steriele handschoenen 345 Creëren van een schoon of steriel werkveld 347

1 275

Iconen helpen je op weg In de kantlijn staan icoontjes. Die geven aan wat je in de opdracht kunt verwachten.

1 1 1 1 1 1

geeft aan dat je een deel van de theorie (nog een keer) leest om de vraag te kunnen beantwoorden. bij deze opdracht werk je samen met anderen. bij deze opdracht heb je een computer met internet nodig om informatie op te zoeken. bij deze opdracht werk je aan je schrijfvaardigheden, bijvoorbeeld met het schrijven van een uitgebreid antwoord, verslag of rapport. bij deze opdracht laat je de uitkomsten zien in een mondelinge presentatie. geeft aan dat het gaat om een creatieve opdracht.

Werken met dit werkboek Vind je het prettig om eerst de theorie te lezen en dan te kijken of je het weet en begrepen hebt? Lees dan eerst de theorie en maak daarna de verwerkingsvragen. Ben je meer iemand die het liefst de theorie doorneemt aan de hand van vragen? Start dan met de verwerkingsvragen en leg je theorieboek ernaast. Werk je het liefst vanuit de praktijk? Begin dan met een praktijksituatie of een themaopdracht en kijk of je de vragen kunt beantwoorden met de informatie uit de theorie.


Inhoudsopgave Thema 1 Zorg voor de woonomgeving

9

Verwerking 10 Verwerkingsopdrachten 10 Hoofdstuk 1 Richtlijnen toepassen bij de huishoudelijke zorg 10 Hoofdstuk 2 Schoonmaken en onderhouden van de woonomgeving Hoofdstuk 3 Schoonmaak- en onderhoudsmethoden 17 Hoofdstuk 4 Zorg dragen voor de ziekenkamer 21

14

Toepassing 24 Praktijksituaties 24 Emmy helpt Chantal Deukel bij zwaar huishoudelijk werk 24 Klaartje helpt meneer Klein bij het schoonhouden van zijn appartement 28 Carmen houdt tijdens het huishoudelijke werk rekening met de cultuur van de familie Habib 31 Vaardigheden 35 Planning maken 35 Stoffen 39 Stofzuigen 42 Stofwissen 46 Vochtig en nat reinigen met traditioneel schoonmaakmateriaal 50 Vochtig en nat reinigen met microvezels 53 Ramen reinigen 56 Dweilen 60 Moppen 64 Schrobben 68 Metalen poetsen 72 Koelkast/diepvries ontdooien en reinigen 76 Schoonmaken van ruimten die extra hygiÍne vragen 80 Toiletruimte desinfecteren 84 Themaopdrachten 88 Evaluatie 90 Studiehulp 90 Hoofdstuk 1 Richtlijnen toepassen bij de huishoudelijke zorg 90 Hoofdstuk 2 Schoonmaken en onderhouden van de woonomgeving Hoofdstuk 3 Schoonmaak- en onderhoudsmethoden 91 Hoofdstuk 4 Zorg dragen voor de ziekenkamer 91 Evaluatie en reectie 92

Thema 2 Zorg voor de maaltijd 1

94

Verwerking 95 Verwerkingsopdrachten 95 Hoofdstuk 5 Mens en voeding 95 Hoofdstuk 6 Voeding en leeftijd 98

90


Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 8 Hoofdstuk 9

Voedselverzorging 100 Tafeldekken, voorbereiden, serveren, afruimen en afwassen Tussengerechten voorbereiden en serveren 104

103

Toepassing 106 Praktijksituaties 106 Veerle biedt hulp bij de maaltijd 106 Chitra kookt samen met de zorgvragers 110 De voedingsproblemen van mevrouw Ewouts 112 Vaardigheden 115 Bereidingstechnieken 115 Gebruik van de magnetron 120 Dranken voorbereiden en serveren 125 Tussengerechten voorbereiden en serveren 129 Warme maaltijden voorbereiden en serveren 134 Afwassen in de afwasmachine 138 (Poeder)flesvoeding maken 142 Schoonmaken van een zuigfles met de hand 146 Babyvoeding maken met een staafmixer 149 Helpen met invullen van een menukeuzekaart 153 Themaopdrachten 157 Evaluatie 158 Studiehulp 158 Hoofdstuk 5 Mens en voeding 158 Hoofdstuk 6 Voeding en leeftijd 158 Hoofdstuk 7 Voedselverzorging 159 Hoofdstuk 8 Tafeldekken, voorbereiden, serveren, afruimen en afwassen Hoofdstuk 9 Tussengerechten voorbereiden en serveren 159 Evaluatie en reflectie 160

Thema 3 Zorg voor de maaltijd 2 162 Verwerking 163 Verwerkingsopdrachten 163 Hoofdstuk 10 Voedingspatronen en eetgewoonten Hoofdstuk 11 Inkopen van voeding 165 Hoofdstuk 12 Voeding en hygiëne 167 Hoofdstuk 13 Voorraadbeheer van voeding 169

163

Toepassing 172 Praktijksituaties 172 Op de markt is een euro meer waard … 172 Verzorgende Patricia begeleidt Bart bij het hygiënisch omgaan met levensmiddelen 177 Vaardigheden 179 Boodschappen doen 179 Levensmiddelenvoorraad beheren 182 Themaopdrachten 186

159


Evaluatie 187 Studiehulp 187 Hoofdstuk 10 Voedingspatronen en eetgewoonten Hoofdstuk 11 Inkopen van voeding 187 Hoofdstuk 12 Voeding en hygiëne 188 Hoofdstuk 13 Voorraadbeheer van voeding 188 Evaluatie en reflectie 189

Thema 4 Kleding, linnengoed en schoeisel

187

191

Verwerking 192 Verwerkingsopdrachten 192 Hoofdstuk 14 Kleding en linnengoed 192 Hoofdstuk 15 Kleding wassen, drogen en strijken 194 Hoofdstuk 16 Veiligheid, milieu en ergonomie bij de was 197 Hoofdstuk 17 Organisatie van de was in een instelling 198 Hoofdstuk 18 Schoeisel 200 Toepassing 202 Praktijksituaties 202 Een dag bij Manon in woonzorgcomplex Anemoon 202 Jacqueline de Groot heeft haar derde kindje gekregen 207 Vaardigheden 211 Vlekken verwijderen 211 Was sorteren en een handwas verzorgen 215 Wasgoed centrifugeren 219 Besmet wasgoed verzorgen 222 Was sorteren en een machinewas doen 226 Wasgoed drogen in een droogtrommel 231 Strijken 234 Themaopdrachten 239 Evaluatie 240 Studiehulp 240 Hoofdstuk 14 Kleding en linnengoed 240 Hoofdstuk 15 Kleding wassen, drogen en strijken 240 Hoofdstuk 16 Veiligheid, milieu en ergonomie bij de was 241 Hoofdstuk 17 Organisatie van de was in een instelling 241 Hoofdstuk 18 Schoeisel 241 Evaluatie en reflectie 242

Observatielijsten

244


Thema 1 Zorg voor de woonomgeving

1

Dit thema gaat over het verzorgen van een woonomgeving en een ziekenkamer. Hiervoor zijn diverse richtlijnen opgesteld die je moet toepassen bij de huishoudelijke zorg. Deze richtlijnen gelden voor jou, de zorgvrager en de organisatie. Bij deze richtlijnen kun je denken aan de manier waarop je het best kunt werken, de hulpmiddelen en schoonmaakmiddelen die je kunt gebruiken of de volgorde waarin je het best kunt werken, Ook gaat dit thema bijvoorbeeld in op het belang van schoonmaken en onderhouden, op planmatig, ergonomisch en veilig werken. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Richtlijnen toepassen bij de huishoudelijke zorg • kostenbewust werken • ergonomisch werken • planmatig werken • hygiënisch werken • veilig werken • milieubewust werken • zorgen voor sfeer en kwaliteit Hoofdstuk 2: Schoonmaken en onderhouden van de woonomgeving • het belang van schoonmaken en onderhouden • wie zorgt voor het schoonmaakwerk? • vuil • schoonmaakmethoden Hoofdstuk 3: Schoonmaak- en onderhoudsmethoden • schoonmaakfrequentie • plannen • schoonmaakmaterialen kiezen • schoonmaakmiddelen kiezen • schoonmaakmiddelen doseren • ergonomisch schoonmaken • veilig schoonmaken • milieubewust werken • middelen en materialen opruimen en bewaren Hoofdstuk 4: Zorg dragen voor de ziekenkamer • rekening houden met de wensen van de zorgvrager • desinfecteren

1 9


THEMA 1 Zorg voor de woonomgeving

Verwerking Verwerkingsopdrachten

1 Richtlijnen toepassen bij de huishoudelijke zorg 1

1

Geef aan hoe het kan dat de gemiddelde zorgvrager vaak grotere uitgaven en minder inkomsten heeft.

2

In de theorie vind je verschillende aspecten van ergonomisch werken. Plaats de nummers van onderstaande richtlijnen voor ergonomisch werken in de tabel onder het juiste aspect. 1 Werk mee aan een veilige omgeving. 2 Lees de gebruiksaanwijzing bij gebruik schoonmaakmiddelen. 3 Wissel dynamische en statische bewegingen af. 4 Let op prettige werkkleding en goede schoenen. 5 Zorg voor goede verlichting. 6 Stel de lengte van de zuigbuis van de stofzuiger in op de juiste lengte.

Arbeidsomstandigheden

1

3

Werkmaterialen en middelen

(Werk)houding

Werk in groepjes van twee of drie personen. Lees eerst de hele opdracht. Je docent levert werkmateriaal voor deze opdracht: een huishoudtrap, stofzuiger en mop. Bij deze opdracht heb je de Arbo-check Thuiszorg nodig. Deze vind je in Bijlage 1. Beoordeel het werkmateriaal aan de hand van de checklist. a Schrijf op wat je niet acceptabel vindt aan dit werkmateriaal en waarom.

1 10


Verwerkingsopdrachten

4

1 Richtlijnen toepassen bij de huishoudelijke zorg

b

Schrijf op welke actie je zou ondernemen als je deze materialen aantreft bij een zorgvrager.

c

Maak van je bevindingen een kort verslag waarin je de aandachtspunten verwerkt.

a

Wat is de definitie van een werkplanning?

b

Hieronder staan richtlijnen die horen bij planmatig werken. Wat is de meest logische volgorde om de richtlijnen toe te passen? Plaats ‘1’ voor de richtlijn die je als eerste uitvoert, ‘2’ voor de richtlijn die je vervolgens uitvoert, enzovoort tot en met richtlijn 5.

Schrijf bij de werkzaamheden op hoeveel tijd ervoor nodig is. Verander eventueel je de planning als er niet voldoende tijd is. Zet alle werkzaamheden in overleg met de zorgvrager in een prettige volgorde en houd daarbij rekening met de vereiste werkvolgorde. Schrijf op wat je allemaal moet doen. Vergelijk de totale benodigde tijd met de beschikbare tijd.

c

5

Leg uit wat planmatig werken en efficiënt werken met elkaar te maken hebben.

Gladys werkt in een woning die is aangepast voor mensen met een beperking. Hierdoor kunnen acht zorgvragers met hun begeleiders fijn wonen en werken. Gladys zorgt er elke ochtend voor dat Riet (45 jaar, syndroom van Down) op tijd uit bed is, onder de douche gaat en aangekleed is. Daarna zet ze haar aan de ontbijttafel en maakt ze de tafel verder in orde voor de overige groepsleden. De woonkamer en keuken zijn twee aparte ruimten die naast elkaar liggen. De slaapkamers liggen ook op de begane grond in het verlengde van de woon- en eetkamer. In het midden van de slaapkamers ligt de badkamer. Als iedereen zijn ontbijt op heeft, ruimt Gladys op

1 11


THEMA 1 Zorg voor de woonomgeving

en gaat ze de kofďŹ e en thee verzorgen. Na de kofďŹ e doet ze de boodschappen en daarna de was en het strijkwerk voor de bewoners. Gladys weet dat het belangrijk is om volgens de richtlijnen te werken. a Maak in onderstaande tabel een tijd- en werkplanning voor Gladys. Houd daarbij rekening met het busje dat om half negen komt om de bewoners op te halen voor de activiteit buitenshuis. Om half twaalf moet Gladys klaar zijn om voor de lunch te zorgen. Gebruik een apart blaadje om eerst alle werkzaamheden op te schrijven en een inschatting van tijd te maken.

Werkzaamheden

Tijd

b

Gladys moet tijdens haar werkzaamheden ergonomisch werken. Geef bij haar taken twee tips om ergonomisch te werken.

c

Gladys moet ook kostenbewust werken. Geef twee tips die passen binnen haar werkzaamheden.

1 12


Verwerkingsopdrachten

6

1 Richtlijnen toepassen bij de huishoudelijke zorg

Lees de volgende situatiebeschrijving.

Maureen werkt in een zorgcentrum. Meneer Van Zwieten doet altijd zelf zijn boodschappen, maar deze week is hij ziek. Hij heeft Maureen gevraagd of ze voor hem de boodschappen wil doen. Zijn vrouw is bedlegerig en die kan het niet van hem overnemen. Maureen gaat na de koffiepauze even naar het echtpaar toe en vraagt wat ze nodig hebben. Nadat ze samen een boodschappenlijstje hebben gemaakt en Maureen het benodigde geld heeft gekregen, gaat ze met twee boodschappentassen naar het winkeltje in de instelling. Ze koopt wat fruit en laat alles in een plastic tas doen. Als ze ontbijtkoek wil kopen, ziet ze per sneetje verpakt ontbijtkoek. Dat lijkt haar lekker voor meneer en mevrouw Van Zwieten, want dan blijft alles lekker vers.

Welke uitspraak is juist? a Maureen werkt niet ergonomisch en wel kostenbewust. b Maureen werkt deels wel en deels niet milieubewust, niet ergonomisch en niet kostenbewust. c Maureen werkt wel ergonomisch, wel kostenbewust en niet milieubewust. d Maureen werkt deels wel en deels niet milieubewust, niet kostendekkend en wel ergonomisch. 7

8

Geef aan of onderstaande voorbeelden onder de persoonlijke of de algemene hygiëne vallen. a Wondjes afdekken tijdens het werken. hygiëne b

Melding maken van besmettelijke ziekte.

c

Voorkomen van ongedierte.

d

Al je sieraden af doen.

e

Handen goed wassen.

f

Huishoudhandschoenen dragen.

g

Schoeisel verzorgen en op tijd schoonmaken.

hygiëne hygiëne hygiëne hygiëne hygiëne hygiëne

Lieke werkt bij mevrouw Marijnissen. Mevrouw Marijnissen heeft haar kamer erg vol staan met allerlei spullen. Lieke vindt dat lastig, ze kan soms maar slecht uit de voeten met stofzuigen en moppen en dat kost haar extra tijd. Ze zou graag willen dat mevrouw Marijnissen wat spullen anders neerzet of misschien zelfs spullen wegdoet. Geef aan hoe Lieke dit met mevrouw Marijnissen kan bespreken vanuit het oogpunt van veiligheid en kostenbesparing.

1 13


THEMA 1 Zorg voor de woonomgeving

9

In de theorie lees je over kwaliteit in de zorg. Hierin staat: jij bént kwaliteit. Leg in je eigen woorden uit wat hiermee wordt bedoeld.

en onderhouden van de 1 Schoonmaken woonomgeving 2

1

a

Vul de zinnen aan. Schoonmaken is belangrijk voor de hygiëne, omdat

2

b

Geef aan of de omschrijving hoort bij onderhouden of bij schoonmaken. • Materialen beschermen tegen schade, vuil en slijtage. onderhouden / schoonmaken • Vuil weghalen. onderhouden / schoonmaken

a

Hoe is het schoonmaakwerk bij jou thuis verdeeld? Wie doet wat?

b

Wat kun je over deze verdeling zeggen met betrekking tot de termen emancipatie en traditioneel?

c

Wat vind je van deze verdeling? Wat is goed en wat kan beter volgens jou?

1 14


Verwerkingsopdrachten

2 Schoonmaken en onderhouden van de woonomgeving

3

In de theorie lees je dat schoonmaakwerkzaamheden uitgevoerd kunnen worden door een eigen huishoudelijke dienst en/of door een extern schoonmaakbedrijf. Welke van de onderstaande stellingen zijn waar? Er zijn meerdere antwoorden goed. a Een voordeel van een extern schoonmaakbedrijf is, dat bij ziekte het schoonmaakbedrijf vervanging moet regelen. b Een voordeel van een eigen huishoudelijk dienst is, dat je niet weet wie de werkzaamheden uitvoert. c Een voordeel van een eigen huishoudelijke dienst is, dat er andere zaken geregeld moeten worden, zoals verzekeringen en salaris. d Een nadeel van een extern schoonmaakbedrijf is, dat er een ‘vreemde’ over de vloer komt waar niet altijd goed zicht op is.

4

Geef aan om wat voor soort vuil het gaat.

Losliggend

Licht gehecht /aangekleefd

Sterk gehecht /ingedrongen

Onzichtbaar vuil

Zand op de keukenvloer Koffievlek in het tapijt Vette vingers op de salontafel Microorganismen Kauwgom op de vloerbedekking

5

a

Vul van droog schoonmaken, klamvochtig schoonmaken en nat schoonmaken minimaal één voordeel en minimaal één nadeel in.

Schoonmaakmethode

Voordelen

Droog schoonmaken

Klamvochtig schoonmaken

Nat schoonmaken

1 15

Nadelen


THEMA 1 Zorg voor de woonomgeving

b

c

1

6

Noteer bij de volgende situaties of je kiest voor droog schoonmaken met een stofdoek of klamvochtig schoonmaken. Ga hierbij uit van traditioneel werkmateriaal. Licht je antwoord kort toe. • Dagelijks stof afnemen van een televisietoestel.

•

Dagelijks stof afnemen van een salontafel van geloogd grenen.

•

Dagelijks stof afnemen van een metalen bureaublad.

Noteer bij de volgende situaties of je kiest voor klamvochtig of nat schoonmaken. Ga hierbij uit van traditioneel werkmateriaal. Licht je antwoord kort toe. • De wekelijkse beurt van een plavuizen keukenvloer.

•

De wekelijkse beurt van een laminaatvloer in de woonkamer.

•

De wekelijkse beurt van een parketvloer in de woonkamer.

Kijk op de website van een schoonmaakbedrijf. Je mag zelf een bedrijf kiezen. a Noteer de naam van het bedrijf en geef aan welke diensten het bedrijf allemaal biedt.

b

Welke garanties biedt het bedrijf voor kwaliteit in het schoonmaakwerk?

c

Vind je dit een geschikt bedrijf om de schoonmaakwerkzaamheden te verzorgen in een zorginstelling? Motiveer je antwoord.

1 16


Verwerkingsopdrachten

3 Schoonmaak- en onderhoudsmethoden

1 Schoonmaak- en onderhoudsmethoden 3

1

In de theorie lees je over de schoonmaakfrequentie. Plaats elke schoonmaakwerkzaamheid in de juiste kolom van de tabel. • toilet schoonmaken • woonkamer stofzuigen op zichtbare plaatsen • vitrages wassen • woonkamer stofzuigen, eerst de meubels eruit halen • vloerbedekking reinigen met shamponeermachine • badkamer schoonmaken • gordijnen afhalen en borstelen • aanrecht en gootsteen schoonmaken • keukenvloer dweilen • koelkast schoonmaken Dagelijkse beurt

Wekelijkse beurt

Halfjaar- of jaarlijkse beurt

2

Bij schoonmaakwerk is de volgorde belangrijk. Hieronder staan stellingen over de werkvolgorde. Welke stellingen zijn juist? Er zijn meerdere antwoorden goed. a Werk van beneden naar boven. b Werk van vuil naar schoon. c Maak eerst schoon met droge of klamvochtige methode, daarna met natte methode. d Doe eerst al het zware werk, zodat je daarna alleen nog maar licht werk hoeft te doen. e Wissel aangenaam en onaangenaam werk af.

3

a

Hoe verwijder je de volgende vlekken? • vette vingers op een salontafeltje van glas

•

een vruchtensapvlek op de keukenvloer van linoleum

•

een oude bloedvlek in het tapijt

1 17


THEMA 1 Zorg voor de woonomgeving

b

•

micro-organismen in de badkamer

•

kruimels op de keukenvloer van linoleum

In instellingen zijn er materiaalwagens om schoonmaakmaterialen te vervoeren. Verbind hieronder door middel van een lijntje de juiste kleur emmer met de juiste functie.

Rode emmer

Desinfecteren wc-pot

Blauwe emmer

Schoonmaken deuren, kranen, tegels, wastafel

Witte emmer

Reinigen wc-pot

4

Fatma werkt in de thuiszorg. Ze is vandaag bij meneer Mijnders. Mevrouw Mijnders is vorig jaar overleden. Zij gebruikte vaak groene zeep voor het schoonmaken van de badkamer. Dat vond meneer Mijnders zo lekker ruiken. Daarom vraagt hij of Fatma ook groene zeep wil gebruiken. Hoe kan Fatma hier het beste mee omgaan?

5

In de theorie staan verschillende schoonmaak- en onderhoudsmiddelen beschreven. Geef van de volgende middelen aan of ze bedoeld zijn voor schoonmaken of voor onderhouden.

Schoonmaken schoenpoets ovenreiniger schuurmiddel boenwas glasreiniger koperpoets polijstmiddel spiritus kalkverwijderaar allesreiniger

1 18

Onderhouden


Verwerkingsopdrachten

6

3 Schoonmaak- en onderhoudsmethoden

Het is belangrijk dat je een schoonmaakmiddel goed doseert. Vul onderstaande zinnen aan. a Als je te weinig doseert, dan . b

Het nadeel van te veel doseren is ten eerste en ten tweede

7

,

.

Pak een professioneel schoonmaakmiddel naar keuze en bekijk het etiket. a Waar kun je dit middel voor gebruiken?

b

Wat staat er op het etiket over de dosering?

c

Welke veiligheidssymbolen staan er op het etiket en wat betekenen deze?

d

Welke aanwijzingen voor veilig werken met het middel staan er op het etiket?

8

In de theorie wordt de cirkel van Sinner uitgelegd. Hierin staan de factoren die belangrijk zijn voor een goed schoonmaakresultaat. Welk van de onderstaande uitspraken is niet waar? a Vet vuil is goed te verwijderen met heet water. b Vloeren zijn vaak zo koud, dat water snel afkoelt en warm water gebruiken geen zin heeft. c Serviesgoed kun je het beste afspoelen met lauw water, dan droogt je huid niet uit. d Hoe langer de inwerktijd van een schoonmaakmiddel, hoe beter het zijn werk doet.

9

a

Je gaat de vloer in de recreatiezaal van het zorgcentrum moppen. Beschrijf hoe je rekening houdt met de veiligheid: • bij de voorbereiding van je werk

•

tijdens je werk

•

na afloop van je werkzaamheden

1 19


THEMA 1 Zorg voor de woonomgeving

b

10

1

Je gaat ramen zemen in de huiskamer van een oudere mevrouw in de thuissituatie. Beschrijf hoe je rekening houdt met de veiligheid: • bij de voorbereiding van je werk

•

tijdens je werk

•

na afloop van je werkzaamheden

a

Noteer maximaal drie basisreinigingsmiddelen waarvan je vindt dat iedereen die in huis zou moeten hebben. Motiveer je keuze.

b

Kies maximaal twee speciale reinigers waarvan je vindt dat iedereen die in huis zou moeten hebben. Motiveer je keuze.

c

Kun je met het door jou samengestelde pakket alles in huis schoonhouden? Zo nee, welke aanvullingen zijn er nog nodig?

d

Bespreek jouw antwoorden met die van groepsgenoten. Kom samen tot eenzelfde pakket van maximaal vijf schoonmaakmiddelen.

1 20


Verwerkingsopdrachten

4 Zorg dragen voor de ziekenkamer

1 Zorg dragen voor de ziekenkamer 4

1

Mevrouw Booy ligt in bed op haar kamer in het verpleeghuis. Ze is ernstig ziek en kan niet meer uit bed. Ze houdt van lezen, daarbij heeft ze wel een leesbril nodig. Ze vindt het prettig om met haar vriendinnen te bellen. Verder is ze dol op bloemen. a Waarom moet je als verzorgende rekening houden met de wensen van een zieke zorgvrager?

b

Welke spullen moeten binnen handbereik op het nachtkastje liggen?

c

Waar moet je op letten als je bloemen in de kamer van mevrouw Booy neerzet?

2

In de theorie staan de richtlijnen voor het onderhoud van de ziekenkamer beschreven. Welke van onderstaande richtlijnen zijn niet waar? a Let erop dat na het schoonmaken alle persoonlijke spullen weer op de plaats staan. b Stof niet te vaak af, dat is erg onrustig voor de zieke zorgvrager. c Ventileer door indirecte ventilatie. d Zorg ervoor dat de zieke gehoord kan worden als hij hulp nodig heeft. e Klop de matras en de dekens regelmatig uit. f Laat de zieke geen klusjes uitvoeren, ziek zijn kost al genoeg energie.

3

Mevrouw Buwalda is ernstig ziek. Ze voelt zich vandaag helemaal niet goed. Ze ligt stilletjes in bed en zegt niet veel. Dan wordt er aangebeld. Er staat een vriendin aan de deur. Zorgverlener Wieke loopt naar de slaapkamer van mevrouw Buwalda en zegt dat er bezoek is. Mevrouw Buwalda wil liever niemand zien, ze voelt zich daar vandaag niet toe in staat. Hoe kan Wieke het beste met deze situatie omgaan?

4

Sanne werkt in een verpleeghuis. Ze komt de kamer van meneer Bastiaanse binnen. Hij is gisteren jarig geweest. Omdat hij niet uit bed kan, heeft hij dat op zijn kamer gevierd. Overal staan vuile kopjes en glazen. Meneer Bastiaanse was nogal opgewonden over de visite. Hij heeft sterk getranspireerd, zijn beddengoed is niet echt schoon meer. De prullenbak puilt uit van het cadeaupapier. Er staan boeketten bloemen in een emmer, die moeten nog in een vaas gezet worden. Er staan ook nog twee ingepakte fruitmanden. Sanne gaat de kamer weer netjes en gezellig maken.

1 21


THEMA 1 Zorg voor de woonomgeving

Maak een werkplanning voor Sanne. Geef hierbij naast de volgorde van de werkzaamheden ook de inschatting van tijd aan.

5

In de theorie staan de meest gebruikte desinfecteermiddelen beschreven. Welk kenmerk hoort bij welk middel? Zet het kenmerk op de juiste plek in de tabel. • is niet geschikt voor desinfecteren van materialen • is licht ontvlambaar • is zeer giftig • doodt ook goed micro-organismen • heeft snelle bacteriedodende werking • wordt gebruikt bij besmettelijke ziekte • zitten in desinfecterende middelen voor huishoudelijk gebruik • verdampt snel en werkt dan niet meer • is zowel reinigings- als desinfecteermiddel • bij gebruik is voldoende ventilatie nodig • werkt vooral op bacteriën en schimmels • werken niet zo goed tegen virussen • is geschikt voor koelkast en vriezer • is snel werkzaam Middel

Kenmerken

Chloor

Lysol

Dettol

Actisan-5L

Alcohol

1 22


Verwerkingsopdrachten

Middel

4 Zorg dragen voor de ziekenkamer

Kenmerken

Quarts

Soda

6

Pak een desinfecteermiddel naar keuze en bekijk het etiket. a Welke informatie vind je op het etiket?

b

Waar kun je het middel voor gebruiken?

c

Welke aanwijzingen voor veilig werken staan er op het etiket?

7

Britt werkt als zorgverlener bij de familie Huibrechts. Een van de kinderen heeft een besmettelijke diarree. Britt heeft hem net gewassen. De handdoek die ze daarvoor gebruikt heeft, doet ze bij de andere besmette was. Dat is een inke berg, daarom besluit ze maar eens een trommel te draaien. Ze doet de besmette was in de machine en kiest een wasprogramma van 60 graden. Welke stelling is juist? a Het is goed dat ze de besmette was apart houdt. Het gekozen wasprogramma is ook juist. b Besmette was apart houden is niet nodig als je de was diezelfde dag nog gaat draaien. Ze moet wel een voorwasprogramma gebruiken. c Het is goed dat ze de besmette was apart houdt. Ze moet wel een voorwasprogramma gebruiken en als het kan de was op 90 graden wassen. d Het is goed dat ze de besmette was apart houdt. Ze moet wel een voorwasprogramma gebruiken.

8

Nienke werkt als zorgverlener bij mevrouw Hanson. Mevrouw Hanson heeft hepatitisB. Nienke is aan het eind van haar dienst gekomen. Ze trekt haar handschoenen uit en stopt die in haar tas. Dan wast ze haar handen met water en zeep. Zo, ze kan naar huis. Schrijf twee dingen op die Nienke fout doet.

1 23


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Huishouden en wonen niveau 3 werkboek by ThiemeMeulenhoff - Issuu