WERKBOEK NIVEAU 3
Het zorgplan
Deze uitgave Het zorgplan maakt deel uit van de serie Traject V&V. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Verzorgende IG. B1-K1-W1 B1-K1-W2 B1-K1-W3 B1-K1-W9 B1-K1-W10 B1-K2-W9 B1-K2-W4
Ondersteunt bij het voeren van de regie bij wonen en huishouden Onderkent de gezondheidstoestand op somatisch en psychosociaal gebied Stelt (mede) het zorgplan op Stemt de zorgverlening af met alle betrokkenen Evalueert en legt de zorgverlening vast Stemt de zorgverlening af met alle betrokkenen Begeleidt nieuwe collega’s, stagiaires en/of vrijwilligers
verzorgende ig
Het zorgplan WERKBOEK
De leermiddelen uit de serie Traject V&V zijn bestemd voor de opleiding Verzorgende-IG (niveau 3) en de opleiding Mbo-Verpleegkundige (niveau 4). Door de thematische opbouw is Traject V&V geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt. De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorieboeken. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van instrumenteel-technische en sociaal-agogische vaardigheden. Het complete aanbod van Traject V&V bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- / reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject V&V? Kijk dan op: www.thiememeulenhoff.nl/trajectvenv
Auteur: J.G.V. van Son Onder redactie van: C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans
9 789006 910469
Rondleiding door dit werkboek Het werkboek is verdeeld in thema’s. Een thema in het werkboek sluit precies aan bij een thema in de theorie. Thema 1 Lichamelijke verzorging
1
Themaopening Je leest waar het thema over gaat en welke hoofdstukken en onderwerpen aan de orde komen.
Lichamelijke verzorging is een belangrijk onderdeel van je werk als verzorgende. In dit thema gaat het om de verzorging van de huid, de haren, de slijmvliezen en het gebit. Daarbij is het belangrijk dat je het een en ander weet over de bouw en functies van deze lichaamsdelen. De lichamelijke of hygiënische verzorging is een belangrijk onderdeel van het takenpakket van de verzorgende. In eerste instantie wordt de hygiënische verzorging in de eerste levensjaren van een kind volledig door de mantelzorg gedaan. Naarmate een kind ouder wordt, neemt zijn zelfstandigheid toe, totdat er sprake is van volledige zelfzorg. Soms gaat het mis met de zelfzorg en de mantelzorg. Vaak moet je als verzorgende de hygiënische verzorging dan geheel of gedeeltelijk overnemen. Je hebt hierbij ook de taak om de familie van de zorgvrager in te schakelen. De wens van de zorgvrager komt hierbij altijd op de eerste plaats en daarna die van de familie. Daarnaast zijn er mensen die onvoldoende lichaamsbeweging krijgen om verschillende redenen. Door onvoldoende lichaamsbeweging kunnen allerlei complicaties ontstaan. Ook hier ligt een belangrijke taak voor jou als verzorgende om te weten hoe je bij bepaalde complicaties het beste kunt handelen. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit • huid • slijmvliezen • gebit Hoofdstuk 2: Hygiënische verzorging • doel van de hygiënische verzorging • hygiënische verzorging van de volwassene • de plaats voor hulp • hygiënische verzorging van de baby en het kind Hoofdstuk 3: Complicaties door onvoldoende lichaamsbeweging • decubitus • contracturen • osteoporose • trombose • longontsteking • obstipatie • smetten • blaasontsteking
Verwerking Verwerkingsopdrachten
1 Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit 1
1
In de theorie staat dat de huid verschillende functies heeft. Een droge, schrale huid gaat eerder stuk, waardoor de huid niet optimaal functioneert. Welke functie van de huid is hier aangetast? a beschermen tegen schadelijke invloeden van buitenaf b lichaamstemperatuur regelen c stoffen uitscheiden d vet opslaan in het onderhuids bindweefsel
2
De huid bestaat uit drie lagen. Hieronder staan zes kenmerken. Vul in de tweede kolom in bij welke huidlaag het kenmerk hoort. Kies uit: opperhuid, lederhuid en onderhuids bindweefsel.
1 10
Het vet in deze laag zorgt voor warmte-isolatie. Er zitten geen bloedvaten in deze laag.
In dit werkboek staan verschillende soorten opdrachten. Deze helpen je om je de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken.
In deze laag zitten zweetklieren. In deze laag zitten pigmentkorrels. Deze laag is dikker op de billen, bovenbenen en bovenarmen. Deze laag bestaat uit de hoornlaag en de kiemlaag.
3
Verwerking Verwerkingsopdrachten helpen je de theorie te leren en te begrijpen. Ze zijn geordend per hoofdstuk.
De huid vertelt veel over iemand. a Beschrijf wat je aan jouw huid kunt aflezen.
1 11
Toepassing Praktijksituaties hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen. Vaardigheden om de benodigde beroepsvaardigheden aan te leren. Themaopdrachten grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt dan ook aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken, plannen en problemen oplossen.
Toepassing Praktijksituaties Het gedrag van Jolanda maakt Chaimaa onzeker tijdens de lichamelijke verzorging Chaimaa Chaimaa is tweedejaarsstudent verzorgende IG. In het eerste leerjaar deed ze BPV in een zorgcentrum. Die BPV werd ruim voldoende beoordeeld. Chaimaa werkt nu een week bij de stichting Adamant. Mensen met een beperking hebben daar een zelfstandige woning in een normale woonwijk. Er is een dienstencentrum van waaruit hulp verleend wordt. Elke woning heeft een communicatielijn met dat centrum. Als een bewoner hulp nodig heeft, belt hij naar het dienstencentrum. In haar eerste week heeft Chaimaa kennisgemaakt met alle bewoners en geholpen bij de hygiënische verzorging. Overleg met Hanneke en Chaimaa Begeleidster Hanneke geeft uitleg over hoe de gegevens van zorgvragers vastgelegd worden in een elektronisch zorgdossier. Sommige bewoners vinden het fijn dat er een uitgebreid zorgplan van hen is. Anderen willen geen of nauwelijks informatie in het dossier. De bewoner bepaalt zelf hoe en wanneer hij verzorgd wordt. Hij is zelf actief in het vragen van hulp. ‘Als iemand besluit om een dag niet gewassen te worden, dan respecteren we dat’, vertelt Hanneke. Chaimaa leest het zorgdossier van Jolanda Dan gaat de telefoon. Hanneke neemt op: ‘Komt in orde, Jolanda. Is het goed dat Chaimaa komt? Ja, dat is dat nieuwe meisje dat vorige week begonnen is. Ik zal zeggen dat ze even moet nalezen hoe moeilijk jij bent, ha ha ha!’ Hanneke legt de telefoon neer en vraagt aan Chaimaa: ‘Durf jij het aan om Jolanda zelfstandig te wassen? Je moet wel eerst even in haar dossier kijken. Niet dat het al compleet is, hoor. Jolanda heeft zelf haar persoonsbeschrijving ingetypt, daar stond ze op. Wat er met de rest van het zorgplan moet gebeuren, daar wil ze nog over denken.’ Chaimaa loopt naar de computer en leest het zorgplan van Jolanda. Dan pakt Chaimaa haar jas en gaat.
1 19
THEMA 1 Lichamelijke verzorging
Evaluatie Studiehulp
1 Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit 1
Stelling 1 De huid is een van de zintuigorganen. 2 Vitamine C wordt in de huid gevormd onder invloed van zonlicht. 3 Bij een verminderde doorbloeding is de huid rood. 4 De huid is overal even dik. 5 Pigmentkorrels bevinden zich in de opperhuid. 6 De buitenste laag van de lederhuid is de hoornlaag. 7 De talgkliertjes bevinden zich in de lederhuid. 8 Het onderhuids bindweefsel bestaat grotendeels uit vet. 9 De lengtegroei van de nagels vindt plaats vanuit het nagelbed. 10 Een volledig gebit van een volwassene bestaat uit 28 tanden en kiezen. 11 Het tandbeen wordt in zijn geheel bedekt door tandglazuur.
Juist Onjuist
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?
1 Hygiënische verzorging 2
Stelling Juist Onjuist 1 De hygiënische verzorging heeft meestal alleen invloed op het lichamelijk ◯ ◯ functioneren. 2 Een zorgvrager was je met lekker warm water. ◯ ◯ 3 Smetten is een huidirritatie die kan ontstaan doordat de huidplooien niet ◯ ◯ goed droog gemaakt worden. 4 In fase 2 van smetten is de huid kapot. ◯ ◯ 5 In fase 3 van smetten breng je zinkoxide FNA op de huid aan. ◯ ◯ 6 Neten zijn eitjes van de hoofdluis. ◯ ◯ 7 Bij aanwezigheid van luizen en neten is het gebruik van een ◯ ◯ bestrijdingsmiddel altijd aan te raden. 8 Als iemand hoofdluizen heeft, is dat een teken van een slechte hygiëne. ◯ ◯ 9 Wanneer je iemand scheert met een elektrisch scheerapparaat met een ◯ ◯ scheerblad, moet je op-en-neergaande bewegingen maken. 10 Een fysiologische zoutoplossing kun je gebruiken om de ogen te reinigen. ◯ ◯ 11 Stomatitis is een ontsteking van het oogslijmvlies. ◯ ◯ 12 De teennagels worden in het algemeen recht afgeknipt. ◯ ◯ 13 De vulva was je van schaamheuvel richting anus. ◯ ◯ 14 Zeep is een goed reinigingsmiddel voor de vulva. ◯ ◯ 15 Wanneer je als verzorgende een vrouw moet wassen die menstrueert, kun je ◯ ◯ het best handschoenen dragen.
1 76
Evaluatie Studiehulp een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. Antwoorden zijn op te vragen bij je docent. Evaluatie evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden voor jouw toekomstige beroep: zet na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.
THEMA 5 Zorg voor de bedden
Vaardigheden Een vaardigheid heeft een vaste opbouw: Oefenen Toepassen Transfer Oriënteren
Vaardigheden Bed opmaken, zonder dat de zorgvrager in bed ligt Oriënteren
1
1 2
Bestudeer de theorie over het opmaken van het bed zonder zorgvrager. Bestudeer de beschrijving van deze vaardigheid. Voorbereiding 1 Vertel de zorgvrager wat er gaat gebeuren. 2 Leg of zet de volgende benodigdheden klaar: - niet-steriele handschoenen, een overschort en een wasmand. Voor een bed in de thuissituatie: - hoeslaken; - dekbedovertrek; - kussenslopen. Voor een hoog-laagbed: - boven- en onderlaken; - steeklaken; - deken; - kussenslopen. 3 Creëer voldoende werkruimte rondom het bed. 4 Zet het bed op werkhoogte. 5 Plaats een of twee stoelen aan het voeteneinde van het bed. 6 Verwijder hand- en polssieraden en was of desinfecteer je handen.
Observatielijsten
Observatielijsten Bij de meeste vaardigheden horen observatielijsten. Die vind je direct achter in dit werkboek. De observatielijsten zijn geordend per thema. Bovenaan staat bij welke vaardigheid de observatielijst hoort. Een observatielijst kun je gemakkelijk uit je werkboek halen. Zo kun je ze in de klas of in je BPV laten invullen.
Thema 1 Lichamelijke verzorging
277
Zorgvrager wassen op bed 277 Zorgvrager wassen op bed met wasdoekjes 281 Zorgvrager wassen aan de wastafel, onder de douche of in bad 285 Haren wassen op bed 289 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met een elektrisch scheerapparaat 291 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met scheermes en scheerzeep 293 Tandenpoetsen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 295 Gebitsprothese verzorgen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 297 Mondholte reinigen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 299 Therapeutische elastische kousen met een open teenstuk aantrekken 301 Therapeutische elastische kousen met een gesloten teenstuk aantrekken 303 Therapeutische elastische kousen uittrekken 305 Hygiënische verzorging van een baby 307
Thema 2 Hulp bieden bij de opname van voeding en vocht Hulp bieden aan een zorgvrager die zelf niet kan eten en drinken Flesvoeding geven 311
Thema 3 Hulp bieden bij de uitscheiding
Uitvoering 7 Trek bij kans op contact met uitscheidingsproducten en bloed handschoenen en/ of overschort aan. 8 Leg de kussens op de stoel(en). 9 Maak sprei en dekens los. 10 Let er tijdens het opmaken van het bed op dat je niet te veel met het beddengoed wappert in verband met hygiëne. 11 Zorg ervoor dat tijdens de werkzaamheden het vuile wasgoed zo min mogelijk in contact met het schone wasgoed komt in verband met hygiëne. 12 Vouw sprei en dekens afzonderlijk in drieën en leg ze over de stoel(en). Het beddengoed mag de vloer niet raken. 13 Doe het bovenlaken in drieën gevouwen in de wasmand. 14 Doe het steeklaken in de wasmand. 15 Leg een eventueel zeil ongevouwen over de stoel(en). 16 Doe het onderlaken in de wasmand. 17 Als je het molton niet verschoont, trek je het glad.
1 260
309
309
313
Hulp bij het gebruik van een po op bed 313 Hulp bij het gebruik van een urinaal op bed 317 Verwisselen van een incontinentiemat 319 Externe katheter of condoomkatheter verwisselen 321 Katheterzak verwisselen 325 Verzorgen van een blaaskatheter 327 Laxerende zetpil toedienen 329 Microklysma (microlax) of fosfaatklysma toedienen 331 Hulp bieden bij het manueel verwijderen van ontlasting 333 Hulp bieden bij het opgeven van sputum 335 Hulp bieden bij braken 337 Hulp bieden bij het inbrengen van een tampon bij menstruatie
339
Thema 4 Hygiënisch en ergonomisch verantwoord werken
341
Handen wassen met (vloeibare) zeep 341 Handen desinfecteren met handalcohol 343 Aan- en uittrekken van steriele handschoenen 345 Creëren van een schoon of steriel werkveld 347
1 275
Iconen helpen je op weg In de kantlijn staan icoontjes. Die geven aan wat je in de opdracht kunt verwachten.
1 1 1 1 1 1
geeft aan dat je een deel van de theorie (nog een keer) leest om de vraag te kunnen beantwoorden. bij deze opdracht werk je samen met anderen. bij deze opdracht heb je een computer met internet nodig om informatie op te zoeken. bij deze opdracht werk je aan je schrijfvaardigheden, bijvoorbeeld met het schrijven van een uitgebreid antwoord, verslag of rapport. bij deze opdracht laat je de uitkomsten zien in een mondelinge presentatie. geeft aan dat het gaat om een creatieve opdracht.
Werken met dit werkboek Vind je het prettig om eerst de theorie te lezen en dan te kijken of je het weet en begrepen hebt? Lees dan eerst de theorie en maak daarna de verwerkingsvragen. Ben je meer iemand die het liefst de theorie doorneemt aan de hand van vragen? Start dan met de verwerkingsvragen en leg je theorieboek ernaast. Werk je het liefst vanuit de praktijk? Begin dan met een praktijksituatie of een themaopdracht en kijk of je de vragen kunt beantwoorden met de informatie uit de theorie.
Inhoudsopgave Thema 1 Oriëntatie op het beroep
10
Verwerking 11 Verwerkingsopdrachten 11 Hoofdstuk 1 Het beroep van verzorgende IG 11 Hoofdstuk 2 Indeling beroepsmatige zorg 13 Hoofdstuk 3 Hoe komt beroepsmatige zorg tot stand? Hoofdstuk 4 Zorgproces 18
16
Toepassing 21 Praktijksituaties 21 Mevrouw Dobberman wil thuis sterven 21 Mevrouw Van Doorn heeft een veilige woonomgeving nodig Themaopdrachten 27 Evaluatie 29 Studiehulp 29 Hoofdstuk 1 Het beroep van verzorgende IG 29 Hoofdstuk 2 Indeling beroepsmatige zorg 29 Hoofdstuk 3 Hoe komt beroepsmatige zorg tot stand? Hoofdstuk 4 Zorgproces 30 Evaluatie en reflectie 32
Thema 2 Gegevens verzamelen
24
30
34
Verwerking 35 Verwerkingsopdrachten 35 Hoofdstuk 5 Methoden voor systematisch gegevens verzamelen Hoofdstuk 6 Methodisch werken met een zorgplan 37 Hoofdstuk 7 Gegevens verzamelen in een intakegesprek 41
35
Toepassing 44 Praktijksituaties 44 De eigen wereld van mevrouw Vermeulen 44 Het echtpaar Özkaya gaat tijdelijk uit elkaar 48 Kan mevrouw Bernini in haar appartement blijven wonen? 50 Vaardigheden 53 Het voeren van een intakegesprek met gebruik van de vier levensdomeinen Het voeren van een intakegesprek met gebruik van het Omaha System 56 Themaopdrachten 58 Evaluatie 60 Studiehulp 60 Hoofdstuk 5 Methoden voor systematisch gegevens verzamelen Hoofdstuk 6 Methodisch werken met een zorgplan 60 Hoofdstuk 7 Gegevens verzamelen in een intakegesprek 61 Evaluatie en reflectie 62
60
53
Thema 3 Inschatten van behoeften, wensen en problemen Verwerking 65 Verwerkingsopdrachten 65 Hoofdstuk 8 De zorgbehoeften van de zorgvrager
64
65
Toepassing 69 Praktijksituaties 69 Milan wordt zindelijk 69 Mevrouw Van Buuren heeft wisselende stemmingen 72 Sophie Schuurman stelt zich het kraambed anders voor 74 Vaardigheden 76 Beschrijven van het verschil tussen gedrag en beleving 76 Het formuleren van zorgproblemen 79 Onderscheid herkennen tussen zorgproblemen voor eigen discipline en zorgproblemen voor andere disciplines 82 Themaopdrachten 85 Evaluatie 88 Studiehulp 88 Hoofdstuk 8 De zorgbehoeften van de zorgvrager Evaluatie en reflectie 89
Thema 4 Zorgdoelen vaststellen
88
91
Verwerking 92 Verwerkingsopdrachten 92 Hoofdstuk 9 Formuleren van zorgdoelen 92 Hoofdstuk 10 Centraal stellen van de zorgvrager
94
Toepassing 97 Praktijksituaties 97 Lotte heeft buikpijn 97 Meneer Kapé wil graag naar huis 99 Mevrouw Santiago is eenzaam 102 Vaardigheden 105 Doelen concretiseren 105 Doelen formuleren 108 Themaopdrachten 110 Evaluatie 111 Studiehulp 111 Hoofdstuk 9 Formuleren van zorgdoelen 111 Hoofdstuk 10 Centraal stellen van de zorgvrager Evaluatie en reflectie 113
111
Thema 5 Plannen van zorgactiviteiten Verwerking 116 Verwerkingsopdrachten 116 Hoofdstuk 11 Plannen van zorg
115
116
Toepassing 118 Praktijksituaties 118 Meneer Lammers woont in een verpleeghuis Vaardigheden 121 Plannen van zorgactiviteiten 121 Themaopdrachten 124 Evaluatie 126 Studiehulp 126 Hoofdstuk 11 Plannen van zorg Evaluatie en reectie 127
118
126
Thema 6 Uitvoeren van zorgactiviteiten Verwerking 130 Verwerkingsopdrachten 130 Hoofdstuk 12 Uitvoeren van zorg
129
130
Toepassing 132 Praktijksituaties 132 Meneer en mevrouw Williams maken afspraken met de thuiszorg 132 Joke schrijft een rapportage over mevrouw Van Zanten 135 Vaardigheden 138 Observeren en interpreteren van objectieve en subjectieve gegevens 138 Mondeling rapporteren 142 Schriftelijk rapporteren 146 Themaopdrachten 151 Evaluatie 153 Studiehulp 153 Hoofdstuk 12 Uitvoeren van zorg Evaluatie en reectie 154
Thema 7
153
Evalueren van zorgactiviteiten
Verwerking 157 Verwerkingsopdrachten 157 Hoofdstuk 13 Evalueren 157 Hoofdstuk 14 Het evaluatiegesprek
159
156
Toepassing 163 Praktijksituaties 163 Graciella gaat het zorgplan met mevrouw Van Elteren evalueren 163 Ruud helpt mevrouw Rombly bij het verzorgen van haar echtgenoot 166 Vaardigheden 170 Evaluatiegesprek voeren 170 Evalueren aan de hand van een zorgplan 173 Themaopdrachten 175 Evaluatie 177 Studiehulp 177 Hoofdstuk 13 Evalueren 177 Hoofdstuk 14 Het evaluatiegesprek Evaluatie en reflectie 178
177
Thema 8 Coördineren van zorg 180 Verwerking 181 Verwerkingsopdrachten 181 Hoofdstuk 15 Coördinatie en continuïteit van zorg Hoofdstuk 16 Organisatie van zorg 183
181
Toepassing 185 Praktijksituaties 185 Kan meneer Van Dijk wel naar huis? 185 Is de zorg voor mevrouw Speelman nog wel toereikend? Vaardigheden 192 Overleggen met andere disciplines 192 Themaopdrachten 195 Evaluatie 197 Studiehulp 197 Hoofdstuk 15 Coördinatie en continuïteit van zorg Hoofdstuk 16 Organisatie van zorg 197 Evaluatie en reflectie 198
197
189
Thema 1 Oriëntatie op het beroep
1
In dit thema oriënteer jij je op het beroep verzorgende IG en op het werkveld waarin deze werkzaam is. Het werkveld van de verzorgende IG is een dynamische omgeving waarin weten regelgeving en maatschappelijke veranderingen een belangrijke rol spelen. De visie over goede zorg verandert steeds. Dit beïnvloedt de manier waarop zorg georganiseerd en verleend moet worden. Uitgangspunt voor de verzorgende IG blijft de zorgvrager met zijn zorgvraag. Als verzorgende IG heb je te maken met de zelfredzaamheid van de zorgvrager. Je stimuleert dit zoveel mogelijk. Samen met de zorgvrager en mantelzorger(s) geef je het zorgproces vorm. Je gebruikt hiervoor bepaalde werkwijzen en methoden. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Het beroep van verzorgende IG • wat is verzorgen? • verzorgende IG en de Wet BIG • wanneer is zorg nodig? Hoofdstuk 2 Indeling beroepsmatige zorg • indeling van de gezondheidszorg • ontwikkelingen en trends in het zorgaanbod • zorgvrager: één begrip • werkvelden (branches) in de gezondheidszorg Hoofdstuk 3 Hoe komt beroepsmatige zorg tot stand? • wetten • centrum indicatiestelling zorg (CIZ) • de normen verantwoorde zorg • kwaliteit van leven • eigen regie en individuele inkleuring • eigen kracht • het zorgplan Hoofdstuk 4 Zorgproces • methodisch werken • methodisch werken in de zorg • cyclisch zorgproces • klinisch redeneren
1 10
Verwerking Verwerkingsopdrachten
1 Het beroep van verzorgende IG 1
1
Hoe kun je in de gezondheidszorg het begrip verzorgen het best omschrijven? Alles wat je kunt doen om mensen a fysiek te ondersteunen. b zelfstandig te laten leven. c zo gezond mogelijk te houden. d zo goed mogelijk te helpen.
2
In de theorie staat het verschil uitgelegd tussen helpen en verzorgen. Wat is het verschil?
3
Welke uitspraken over de Wet BIG zijn juist? Omcirkel de juiste antwoorden. a De afkorting BIG betekent Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg. b De Wet BIG beschermt de zorgvrager tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen. c De Wet Big regelt de titelbescherming van de verzorgende IG. d Een Verzorgende IG moet zich registreren in het BIG-register. e Geregistreerde zorgverleners die onzorgvuldig handelen kunnen volgens de Wet BIG bestraft worden. f Geregistreerde zorgverleners moeten zich om de tien jaar opnieuw registreren.
4
Wat is zelfzorgbehoefte? Vul de zin aan. Zelfzorgbehoefte is de behoefte van iemand
5
Iedereen heeft zelfzorgbehoeften. Vul een voorbeeld van een lichamelijke, een geestelijke en een sociale zelfzorgbehoefte in die jij zelf hebt. Lichamelijke zorgbehoefte: Geestelijke zelfzorgbehoefte: Sociale zelfzorgbehoefte:
1 11
THEMA 1 OriĂŤntatie op het beroep
6
Wanneer heeft iemand zorg op maat nodig? Er is zorg op maat nodig als a het zelfzorgvermogen groter is dan de zelfzorgbehoefte. b het zelfzorgvermogen in evenwicht is met de zelfzorgbehoefte. c het zelfzorgvermogen kleiner is dan de zelfzorgbehoefte.
7
Is er in de volgende situaties sprake van beroepsmatige zorg, mantelzorg, vrijwilligerszorg of zelfzorg? Kruis de juiste zorg aan.
Situaties
Beroepsmatige zorg
Mantelzorg
Vrijwilligerszorg
Zelfzorg
Boodschappen doen voor je buurvrouw die slecht ter been is. Als kraamverzorgende instructie geven over borstvoeding. Je echtgenoot die gehandicapt is, wassen en aankleden. Een keer per week een wijkgenoot bezoeken waarvan je weet dat hij/zij eenzaam is. Iedere dag voldoende fruit en groente eten.
8
Lees de volgende situatie.
Dominique is een zelfstandige vrouw van 52 jaar. Ze heeft een lage dwarslaesie en kan niet lopen. Daarom maakt ze gebruik van een rolstoel. Ze werkt op een school als administratieve kracht. Dominique ervaart problemen met haar beperking in mobiliteit. Het lukt niet goed om het huis schoon te houden en vaak is koken erg vermoeiend. Daarom bestelt ze geregeld fastfoodmaaltijden. Ze vindt het maar niks, dat ze hulp nodig heeft en dat ze bij een deel van haar dagelijks leven moet steunen op anderen. Dat maakt haar soms somber. Reizen vindt ze veel gedoe. Het station in haar woonplaats is bijvoorbeeld niet aangepast aan rolstoelgebruikers. Als ze naar haar zoon en kleinkinderen wilt reizen, vindt ze het vooruitzicht van de reis zo naar dat ze vaak beslist om maar niet te gaan.
1 12
Verwerkingsopdrachten
2 Indeling beroepsmatige zorg
Welke uitdagingen heeft Dominique?
9
•
fysieke uitdagingen:
•
emotionele uitdaging:
•
sociale uitdagingen:
a
Beschrijf een situatie van iemand uit jouw directe omgeving waarin het zelfzorgvermogen was verminderd. Beschrijf de situatie voor deze persoon op de onderdelen kennis, vaardigheid, motivatie en omstandigheden. Situatie:
Kennis:
Vaardigheid:
Motivatie:
Omstandigheid:
1
b
Bespreek je uitwerking met groepsgenoten.
1 Indeling beroepsmatige zorg 2
1
Er zijn verschillende vormen van zorg: extramuraal, intramuraal, transmuraal en semimuraal. Kruis aan waar deze verschillende vormen van zorg plaatsvinden.
1 13
THEMA 1 OriĂŤntatie op het beroep
In een zorginstelling
Ergens anders
Extramurale zorg Intramurale zorg Transmurale zorg Semimurale zorg
1
2
Voor welke branches wordt een verzorgende IG opgeleid? Omcirkel de juiste antwoorden. a Geestelijke gezondheidszorg b Gehandicaptenzorg c Kraamzorg d Maatschappelijke zorg e Sociaal werk f Verpleeghuizen, wooncentra en thuiszorg g Ziekenhuis
3
Beantwoord de volgende vragen over de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Gebruik hiervoor de website van de rijksoverheid. a Wat wordt er in de WMO geregeld?
4
b
Bij wie/waar moet je je melden om in aanmerking te komen voor voorzieningen uit de WMO?
a
Wat is het doel van de beroepscode verpleegkundigen en verzorgenden?
1 14
Verwerkingsopdrachten
b
5
2 Indeling beroepsmatige zorg
De code is geen strakke norm, maar een richtlijn. Zie jij dat als bezwaar? Leg je antwoord uit.
Leg de volgende zin uit.
Transmurale zorg houdt in dat zowel intramurale als extramurale zorg wordt geleverd.
6
Leg de volgende zin uit.
Ketenzorg is altijd transmurale zorg, maar transmurale zorg is niet altijd ketenzorg.
7
Lees de volgende situatie.
Meneer Jacobs heeft drie maanden geleden een beroerte gehad. Daardoor is hij aan zijn linkerzijde verlamd. Na een verblijf van 10 weken in het revalidatiecentrum is hij nu weer thuis. De ergotherapeut van het revalidatiecentrum komt twee keer in de week bij meneer op bezoek om hem te leren met de aanpassingen in huis om te gaan.
Deze situatie laat een voorbeeld zien van a extramurale zorg b intramurale zorg c semimurale zorg d transmurale zorg
1 15
THEMA 1 OriĂŤntatie op het beroep
1 Hoe komt beroepsmatige zorg tot stand? 3
1
Op welke wetten kun je aanspraak maken als je thuis wilt wonen, maar zelfstandig wonen steeds moeilijker gaat? Omcirkel de juiste wetten. a Jeugdwet b Participatiewet c Wet maatschappelijke ondersteuning d Wet langdurige zorg e Zorgverzekeringswet
2
a
Leg uit wat het CIZ en Wlz met elkaar te maken hebben.
b
Via de Wlz kan een zorgvrager op verschillende manieren zorg krijgen. De zorgvrager kan bijvoorbeeld de zorg zelf inkopen via een persoonsgebonden budget. Hij kan ook worden opgenomen in een zorginstelling. Welke twee andere manieren zijn er voor de zorgvrager?
a
Wat versta jij onder verantwoorde zorg?
b
Bespreek je antwoord met enkele groepsgenoten.
3
1 4
In de beschrijving van levensdomeinen is het woord participatie opgenomen. Stel je wilt in kaart brengen hoe de participatie verloopt van een zorgvrager. Welke vragen komen er dan bij je op? Bedenk drie vragen.
1 16
Verwerkingsopdrachten
5
6
3 Hoe komt beroepsmatige zorg tot stand?
a
Leg uit waarom de zorg verschuift van aanbodgerichte zorg naar vraaggerichte zorg?
b
Wat betekent dit voor jouw werk als verzorgende IG?
Is er in de volgende situaties sprake van aanbodgerichte zorg of vraaggerichte zorg? Kruis de juiste zorg aan.
Situaties
Aanbodgerichte zorg
Een zorgvrager in een verpleeghuis heeft als hobby drummen. De instelling zoekt naar mogelijkheden om een drumstel te plaatsen in een afgelegen ruimte. Een partner van een zorgvrager wil elke dag mee kunnen eten op de afdeling. De instelling denkt mee. Een zorgvrager krijgt tien dagen achtereen een andere verzorgende IG om te helpen met douchen en aankleden. De zorgvrager moet diensten afnemen van een zorginstelling als TV- internetaansluitingen, eten en drinken en bepaalde activiteiten. Een zorgvrager heeft speciďŹ eke wensen voor zijn eten. De verzorgende IG maakt afspraken om aan deze wensen te voldoen.
1 17
Vraaggerichte zorg
THEMA 1 OriĂŤntatie op het beroep
1 Zorgproces 4
1
Beroepsmatig werken in de zorg betekent volgens verschillende stappen (fasen) werken. Geef de juiste volgorde aan. De eerste is al gegeven.
Fase Gegevens verzamelen.
1
Plannen van zorgactiviteiten. Zorgdoel vaststellen. Evalueren van de zorg. Uitvoeren van de zorgactiviteiten. Inschatten van behoeften, wensen en problemen.
2
Geef aan welke zorgdoelen bij welke kernwoorden horen.
Zorgdoel
Kernwoorden
1
positief zorgdoel
a
genezen
2
preventief zorgdoel
b
gezondheid bevorderen
3
curatief zorgdoel
c
verlichten
4
palliatief zorgdoel
d
voorkomen
3
Welke uitspraken over het zorgdossier zijn juist? Omcirkel de juiste antwoorden. Een zorgdossier a bevat een schriftelijke overeenkomst tussen zorgvrager en zorgorganisatie. b is minder uitgebreid dan een zorgplan. c is vaak als digitaal dossier in gebruik. d bevat alleen de rapportages van zorgverleners verbonden aan de zorginstelling. e bevat een anamnese van de zorgvrager. f bevat rapportages van de verzorgende IG.
4
Leg uit hoe het cyclisch zorgproces werkt. Vermeld in je uitleg de fasen van het zorgproces.
1 18
Verwerkingsopdrachten
5
1
6
4 Zorgproces
a
Een verzorgende IG moet zich bewust zijn van haar inbreng als zorgverlener. Wat betekent bewust werken voor een verzorgende IG?
b
Waarom is bewust werken voor een verzorgende IG belangrijk? Bedenk ten minste drie redenen.
Stel, je gaat als verzorgende IG een zorgvrager ondersteunen bij de volgende activiteiten. Bedenk samen met een groepsgenoot waar je rekening mee houdt in de voorbereiding, uitvoering en nazorg. a Helpen met eten. Voorbereiding: Uitvoer: Nazorg: b
Helpen met wassen aan de wastafel. Voorbereiding: Uitvoer: Nazorg:
c
Begeleiden bij het doen van de wekelijkse boodschappen. Voorbereiding: Uitvoer: Nazorg:
1 19
THEMA 1 OriĂŤntatie op het beroep
7
Er zijn verschillende zorgdoelen. Om welk zorgdoel gaat het in de volgende situaties? Kruis het juiste doel aan.
Situaties
Positieve zorg
Een instellingsarts roept mensen periodiek op om bloeddruk en cholesterol te controleren. Een zorgvrager krijgt in de wintermaanden extra controle op inname van vitaminepreparaten. Bij een zorgvrager worden de nierstenen operatief verwijderd. Een zorginstelling zorgt ervoor dat zorgvragers een gevarieerd menu krijgen aangeboden. Een uitbehandelde zorgvrager krijgt psychologische zorg. Een zorgvrager wordt behandeld door zijn huisarts aan een brandwond.
1 20
Preventieve zorg
Curatieve zorg
Palliatieve zorg
Toepassing Praktijksituaties Mevrouw Dobberman wil thuis sterven Mevrouw Dobberman (84) heeft kanker. De huisarts verwacht dat mevrouw binnen enkele weken zal sterven. Mevrouw is op de hoogte van haar situatie. Ze wil tot het laatste moment thuis blijven om daar te sterven. ‘Mijn man is hier gestorven. Hier wil ik ook sterven. In het huis waar ik mijn kinderen heb gekregen.’ Ze heeft een bed achter in haar woonkamer. Ze komt niet meer uit bed. Ze heeft namelijk niet meer de kracht om op eigen benen te staan. Mevrouw krijgt 24-uurs zorg van een zorgorganisatie. Dit gebeurt door enkele verzorgenden IG die om de beurt 8 uur bij haar in huis zijn. Ze helpen haar bij de persoonlijke verzorging en bij de Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL). Mevrouw Dobberman is hier erg tevreden over. ‘Ik moet zelf wel iets meer betalen maar dat heb ik er voor over.’ Haar situatie Mevrouw Dobberman heeft veel pijn. Ze krijgt morfine-injecties tegen de pijn. De morfine maakt haar wat suf. Daardoor kan ze minder goed drinken. Dat zorgt er weer voor dat ze dorst krijgt. Mevrouw vindt het moeilijk dat ze gaat sterven, maar ze vindt het niet moeilijk om over haar sterven te praten. ‘Ik kan me er niet bij neerleggen’, zegt ze. ‘Ik ben bang om dood te gaan. Ik wil nog niet dood.’ Mevrouw Dobberman heeft twee getrouwde dochters. Daar heeft ze sinds enkele jaren geen contact meer mee. Ze heeft wel goed contact met haar buurvrouw. Deze zorgt al een tijdje voor de was van mevrouw Dobberman. Monique is verzorgende Monique is één van de verzorgende IG die zorg verlenen aan mevrouw Dobberman. De persoonlijke verzorging van mevrouw Dobberman vindt ze intensief. Ze vindt het wel erg dankbaar werk. Ze heeft een heel goede band met mevrouw Dobberman opgebouwd. Mevrouw zegt dat ze Monique de beste verzorgende IG vindt van het team. Monique heeft al een paar keer gevraagd of ze haar dochters niet moet bellen. Mevrouw wil dat niet. Ze zegt: ‘Ik heb ze niets aangedaan. Ik wil niet dat ze gebeld worden, ze bellen mij toch ook niet.’ Monique heeft het hier moeilijk mee. Ze vindt het akelig dat mevrouw Dobberman nu in eenzaamheid gaat sterven. Monique besluit één van de dochters toch te gaan bellen. Dit vertelt ze niet aan mevrouw.
1 21
THEMA 1 Oriëntatie op het beroep
Deskundigheid In haar opleiding tot verzorgende IG heeft Monique geleerd hoe ze moet injecteren. Als verzorgende IG is ze dus bevoegd om injecties toe te dienen. De zorgorganisatie waar Monique werkt heeft een beleid ten aanzien van de bekwaamheid van al haar medewerkers. Dit beleid richt zich op de voorbehouden en risicovolle handelingen. Het toedienen van een injectie valt hieronder. Het beleid geeft aan dat alle verzorgenden IG jaarlijks een theoretische en praktische toets moeten doen om hun bekwaamheid te laten zien. Monique heeft deze beide toetsen dit jaar nog niet gemaakt. Volgens het beleid van de zorgorganisatie is ze nu niet bekwaam. Monique kent het beleid maar vindt dat ze mevrouw Dobberman moet helpen. ‘Ik heb het toch in mijn opleiding gehad. Ik weet heus wel hoe ik een injectie moet toedienen.’ Ze dient dus zelf de injecties morfine toe. 1
Welke zelfzorgtekorten kun je uit deze praktijksituatie halen? Noem er vier.
2
Welke mantelzorg krijgt mevrouw Dobberman?
3
Welke zelfzorgbehoefte uit de praktijksituatie van mevrouw Dobberman hoort bij de eerste categorie van menselijke behoeften van Maslow?
4
Welke zelfzorgbehoefte uit de praktijksituatie wordt bepaald door de levensfase van mevrouw Dobberman?
5
Welke zelfzorgbehoefte uit de praktijksituatie wordt bepaald door de gezondheid van mevrouw Dobberman?
6
In de praktijksituatie staat informatie over de deskundigheid van Monique. Welke relatie heeft de wet Big met haar verhaal?
1 22
Praktijksituaties
Mevrouw Dobberman wil thuis sterven
7
Is Monique volgens het beleid van de zorgorganisatie deskundig om injecties toe te dienen?
8
Mag Monique de injecties toedienen? Motiveer je antwoord.
9
Monique besluit de oudste dochter van mevrouw te gaan bellen. a Ben je het met deze keuze eens? Motiveer je antwoord.
b
Wat kun je over deze keuze zeggen vanuit de beroepscode?
1 23